Hier kun je zien welke berichten aerobag als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Chabuca Granda - Tarimba Negra (1978)

4,0
1
geplaatst: 16 maart 2021, 13:47 uur
Recensie voor de Super Tip-Topper
Op basis van de albumhoes vreesde ik even dat ik moest gaan luisteren naar de Zuid-Amerikaanse versie van Corry Konings, maar het is dat ik Koenr inmiddels een beetje ken en daardoor ook wel blind op zijn smaak durf te vertrouwen, dat ik tóch met goede moed dit album betrad.
Met María Isabel Granda Larco, die de fabuleuze artiesten naam CHABUCA GRANDA draagt (had ook een worstelaar kunnen zijn), is mij weer een kleurrijke bladzijde uit het Peruviaanse cultuurboek te gehore gekomen. Geboren in 1920 en inmiddels al bijna 40 jaar niet meer onder ons, maar Granda heeft wat ik lees een behoorlijke stempel gedrukt op het muzieklandschap in Peru. Immer een vrijgevochten en onafhankelijke artieste geweest, die gewapend met de gitaar de karakteristieke 'working class'-waltz combineerde met Spaanse invloeden en Afrikaanse ritmes. De Muziek van Grande mag tevens als afspiegeling gelden voor de Peruviaans geschiedenis; de Spaanse kolonisatie en de influx van Afrikaanse slaven die dat met zich meebracht.
Haar muziek was feestelijk en de teksten poëtisch en haar nummers werden al snel een boegbeeld voor de stad Lima. In een tijd dat Afro-Peruviaanse muziek als lage klassen vermaak werd beschouwd, introduceerde Grande deze elementen in haar eigen muziek en was daarmee pionier van de herwaardering voor de stroming. Daarnaast maakte ze, ondanks haar eigen struggles als vrouw in de muziekbusiness, slim gebruik van haar hoog sociaal-economische status om andere artiesten van Afro-Peruviaanse komaf een podium te geven.
Een imposante vrouw dus en dit album is een mooie kroon op haar werk. Elegant maar speels, vredig maar meeslepend. Voor de opnames van dit album reisde Grande af naar Catalonië en werkte daar met Catalaanse producer Julio Seijas en composer en pianist Ricard Miralles. Voor dit project betrok ze ook Caitro Soto, een muzikant van ware Afro-Peruviaanse komaf. Met zijn "ah-ah's" is hij regelmatig te horen door het album, maar op Al Arrullo en Curruñau krijgt hij helemaal de artistieke vrijheid, iets wat heerlijk bijdraagt aan de oprechtheid van dit album en ook de o zo belangrijke rol van Grande als verbinder weer tentoonstelt.
Toegegeven, mijn beheersing van de Spaanse taal is was roestig of zeg maar gerust: er is weinig om te roesten. Gelukkig is daar het internet om de nodige inzichten te verwerven. De thema's zijn aan viering van Peruviaanse Roots, bezinningen van het leven, odes aan steden en schetsingen van romantische taferelen. Om een voorbeeld te geven: "El sereno y la Almudena" is een eerbetoon aan Madrid, “Cardo o ceniza” is opgedragen aan haar Chileense collega en vriendin Violeta Parra, die zichzelf van het leven beroof na een flinke dosis liefdesverdriet.
Een vrouw met een inspirerend verhaal en maker van fijnzinnige, verbindende muziek. Een eer om met haar kennis te mogen maken!
Op basis van de albumhoes vreesde ik even dat ik moest gaan luisteren naar de Zuid-Amerikaanse versie van Corry Konings, maar het is dat ik Koenr inmiddels een beetje ken en daardoor ook wel blind op zijn smaak durf te vertrouwen, dat ik tóch met goede moed dit album betrad.
Met María Isabel Granda Larco, die de fabuleuze artiesten naam CHABUCA GRANDA draagt (had ook een worstelaar kunnen zijn), is mij weer een kleurrijke bladzijde uit het Peruviaanse cultuurboek te gehore gekomen. Geboren in 1920 en inmiddels al bijna 40 jaar niet meer onder ons, maar Granda heeft wat ik lees een behoorlijke stempel gedrukt op het muzieklandschap in Peru. Immer een vrijgevochten en onafhankelijke artieste geweest, die gewapend met de gitaar de karakteristieke 'working class'-waltz combineerde met Spaanse invloeden en Afrikaanse ritmes. De Muziek van Grande mag tevens als afspiegeling gelden voor de Peruviaans geschiedenis; de Spaanse kolonisatie en de influx van Afrikaanse slaven die dat met zich meebracht.
Haar muziek was feestelijk en de teksten poëtisch en haar nummers werden al snel een boegbeeld voor de stad Lima. In een tijd dat Afro-Peruviaanse muziek als lage klassen vermaak werd beschouwd, introduceerde Grande deze elementen in haar eigen muziek en was daarmee pionier van de herwaardering voor de stroming. Daarnaast maakte ze, ondanks haar eigen struggles als vrouw in de muziekbusiness, slim gebruik van haar hoog sociaal-economische status om andere artiesten van Afro-Peruviaanse komaf een podium te geven.
Een imposante vrouw dus en dit album is een mooie kroon op haar werk. Elegant maar speels, vredig maar meeslepend. Voor de opnames van dit album reisde Grande af naar Catalonië en werkte daar met Catalaanse producer Julio Seijas en composer en pianist Ricard Miralles. Voor dit project betrok ze ook Caitro Soto, een muzikant van ware Afro-Peruviaanse komaf. Met zijn "ah-ah's" is hij regelmatig te horen door het album, maar op Al Arrullo en Curruñau krijgt hij helemaal de artistieke vrijheid, iets wat heerlijk bijdraagt aan de oprechtheid van dit album en ook de o zo belangrijke rol van Grande als verbinder weer tentoonstelt.
Toegegeven, mijn beheersing van de Spaanse taal is was roestig of zeg maar gerust: er is weinig om te roesten. Gelukkig is daar het internet om de nodige inzichten te verwerven. De thema's zijn aan viering van Peruviaanse Roots, bezinningen van het leven, odes aan steden en schetsingen van romantische taferelen. Om een voorbeeld te geven: "El sereno y la Almudena" is een eerbetoon aan Madrid, “Cardo o ceniza” is opgedragen aan haar Chileense collega en vriendin Violeta Parra, die zichzelf van het leven beroof na een flinke dosis liefdesverdriet.
Een vrouw met een inspirerend verhaal en maker van fijnzinnige, verbindende muziek. Een eer om met haar kennis te mogen maken!
Cindy Lee - What's Tonight to Eternity (2020)

4,5
2
geplaatst: 18 februari 2020, 12:50 uur
Zeer bijzondere release. Cindy Lee is een project van Patrick Flegel en alhoewel dit voor mij de eerste kennismaking met Cindy Lee is, ken ik Flegel wel van zijn werk in post-punk groep Women.
De productiekeuzes op dit album zijn gewaagd en geven het album een eigenzinnige sfeer. De basis van het album bevat onvervalste pop-jingles, maar de melodieën worden (bewust) verstoord door dissonante klanken. Elementen van Noise worden daar bovenop nog toegepast, een track als I want You To Suffer ontaard zelfs in een groots Noise-festijn. Daarnaast zit er behoorlijk wat galm op de vocalen, wat bij mij het beeld oproept alsof het opgenomen is in een vervallen Alice-in-Wonderland landhuis.
De gitaren staan soms zo vals afgesteld dat het pijn aan je oren doet (Speaking from Above), maar juist het schrille contrast van de harmonieuze pop die ondanks de schurende herrie gewoon vrolijk doorspeelt, daar ligt voor mij de kracht van dit album. Elk nummer op het album kent weer een unieke invalshoek. Zo klinkt One Second to Toe The Line als een vage herinnering met een kinderlijk melodietje en haalt Lucifer Stand de synthesizers uit de kast, maar eindigt dan weer met een interview met een ex-satanist die breekt met de duivel. Het past allemaal in de beoogde sfeer van het album. Heavy Metal is een sterke afsluiter die klinkt als een nostalgische jam, maar wederom met snijdende gitaarwerk.
Een yin-yang album, waarbij softe melodieën en nietsontziende lelijkheid in bijna perfecte balans samenzijn. (Wat een pretentieuze afsluiter is dit van mij)
De productiekeuzes op dit album zijn gewaagd en geven het album een eigenzinnige sfeer. De basis van het album bevat onvervalste pop-jingles, maar de melodieën worden (bewust) verstoord door dissonante klanken. Elementen van Noise worden daar bovenop nog toegepast, een track als I want You To Suffer ontaard zelfs in een groots Noise-festijn. Daarnaast zit er behoorlijk wat galm op de vocalen, wat bij mij het beeld oproept alsof het opgenomen is in een vervallen Alice-in-Wonderland landhuis.
De gitaren staan soms zo vals afgesteld dat het pijn aan je oren doet (Speaking from Above), maar juist het schrille contrast van de harmonieuze pop die ondanks de schurende herrie gewoon vrolijk doorspeelt, daar ligt voor mij de kracht van dit album. Elk nummer op het album kent weer een unieke invalshoek. Zo klinkt One Second to Toe The Line als een vage herinnering met een kinderlijk melodietje en haalt Lucifer Stand de synthesizers uit de kast, maar eindigt dan weer met een interview met een ex-satanist die breekt met de duivel. Het past allemaal in de beoogde sfeer van het album. Heavy Metal is een sterke afsluiter die klinkt als een nostalgische jam, maar wederom met snijdende gitaarwerk.
Een yin-yang album, waarbij softe melodieën en nietsontziende lelijkheid in bijna perfecte balans samenzijn. (Wat een pretentieuze afsluiter is dit van mij)
clipping. - There Existed an Addiction to Blood (2019)

4,0
4
geplaatst: 24 december 2019, 13:00 uur
clipping. Is een trio uit Los Angeles en is een van de meest opvallende hiphop verschijnselen van dit decennium. Ze staan bekend om hun experimentele hiphop en ze schuwen niet om glitch en noise elementen te gebruiken in hun muziek.
“There Existed an Addiction to Blood” is – met gepaste afstand – de consistentste release van clipping. tot nu toe. Wat meteen opvalt zijn de cinematische invalshoeken. De productie keuzes schetsen duidelijk een soort muzikale podiums, waarop levendige verhalen zich afspelen. Wat research (=lezen wat Koenr bij het Song van het Jaar 2019 -topic schreef) toont dat deze invloeden niet zomaar ontstaan zijn. Producers William Hutson en Jonathan Snipes kennen een achtergrond in de power electronics en hebben eerder muziek voor films ontworpen. Daarnaast is Daveed Diggs, rapper en frontman van clipping., ook acteur.
Het beoogde genre is overduidelijk horror/thriller. Na de intro start ‘Nothing is Safe’, een nummer die zowat gelijk is aan een actiefilm. In de eerste verse wordt de setting van een hide-out/drugslab beschreven, waar spoedig de pleuris uit gaat breken. De kracht van deze track ligt hem juist in de kunst van het weglaten. Door één simpele pianotoon, een sluipende synth en intelligente tempowisselingen in de rapflows wordt de spanning opgebouwd. De wijze waarop het drama zich openbaart doet een beroep op je eigen verbeelding. Het verhaal eindigt ook nog eens in een cliffhanger. De ware kwaliteit van clipping. wordt machtig tentoongesteld.
‘Blood of The Fang’ is de absolute banger van het album. Een waanzinnige combinatie van een sterke beat, creatief sample werk en een genadeloze flow. Daveed Diggs wordt vaak monotoon genoemd, maar liet hier even zien dat hij onwaarschijnlijk hard kan gaan. De track opent met een sample uit een jaren 70 vampierenfilm en verklaard gelijk de titel van het album. De sample van een koor halverwege de track is ook erg geslaagd.
Het album staat verder bol met kleine en grote creatieve uitspattingen. De noise aan het einde van ‘La Mala Ordina’ symboliseert een slachtoffer die zijn gehoor/bewustzijn verliest. ‘story 7’ vertelt een verhaal over een weerwolf met terugkoppelingen naar personages uit andere nummers uit voorgaande albums. Op “Club Down” worden de schreeuwen van Sarah Bernat verworteld met de noise voor een meeslepend en tegelijk verontrustend effect.
Mijn absolute favoriet is de productie op ‘Run For Your Life’ waar de beats komen en gaan via langsrijdende auto’s. Dit levert een soort point-of-view perspectief van Daveed. Het werk van een ware artiest.
Als ik wat kritieken moet leveren, dan is dat sommige delen van het album net even iets té doordacht zijn en dat (vooral op het middenstuk) de noise elementen net iets te veel in herhaling vallen.
Al met al een album vol creativiteit en karakter, niet eerder werd een hiphop album benadert met zoveel gevoel voor sound design. De fieldrecording van de brandende piano is een leuke bonus en benadrukt hoe dit hiphoptrio denkt in concepten. Benieuwd naar waar deze mannen ons in de toekomst nog mee gaan verrassen.
“There Existed an Addiction to Blood” is – met gepaste afstand – de consistentste release van clipping. tot nu toe. Wat meteen opvalt zijn de cinematische invalshoeken. De productie keuzes schetsen duidelijk een soort muzikale podiums, waarop levendige verhalen zich afspelen. Wat research (=lezen wat Koenr bij het Song van het Jaar 2019 -topic schreef) toont dat deze invloeden niet zomaar ontstaan zijn. Producers William Hutson en Jonathan Snipes kennen een achtergrond in de power electronics en hebben eerder muziek voor films ontworpen. Daarnaast is Daveed Diggs, rapper en frontman van clipping., ook acteur.
Het beoogde genre is overduidelijk horror/thriller. Na de intro start ‘Nothing is Safe’, een nummer die zowat gelijk is aan een actiefilm. In de eerste verse wordt de setting van een hide-out/drugslab beschreven, waar spoedig de pleuris uit gaat breken. De kracht van deze track ligt hem juist in de kunst van het weglaten. Door één simpele pianotoon, een sluipende synth en intelligente tempowisselingen in de rapflows wordt de spanning opgebouwd. De wijze waarop het drama zich openbaart doet een beroep op je eigen verbeelding. Het verhaal eindigt ook nog eens in een cliffhanger. De ware kwaliteit van clipping. wordt machtig tentoongesteld.
‘Blood of The Fang’ is de absolute banger van het album. Een waanzinnige combinatie van een sterke beat, creatief sample werk en een genadeloze flow. Daveed Diggs wordt vaak monotoon genoemd, maar liet hier even zien dat hij onwaarschijnlijk hard kan gaan. De track opent met een sample uit een jaren 70 vampierenfilm en verklaard gelijk de titel van het album. De sample van een koor halverwege de track is ook erg geslaagd.
Het album staat verder bol met kleine en grote creatieve uitspattingen. De noise aan het einde van ‘La Mala Ordina’ symboliseert een slachtoffer die zijn gehoor/bewustzijn verliest. ‘story 7’ vertelt een verhaal over een weerwolf met terugkoppelingen naar personages uit andere nummers uit voorgaande albums. Op “Club Down” worden de schreeuwen van Sarah Bernat verworteld met de noise voor een meeslepend en tegelijk verontrustend effect.
Mijn absolute favoriet is de productie op ‘Run For Your Life’ waar de beats komen en gaan via langsrijdende auto’s. Dit levert een soort point-of-view perspectief van Daveed. Het werk van een ware artiest.
Als ik wat kritieken moet leveren, dan is dat sommige delen van het album net even iets té doordacht zijn en dat (vooral op het middenstuk) de noise elementen net iets te veel in herhaling vallen.
Al met al een album vol creativiteit en karakter, niet eerder werd een hiphop album benadert met zoveel gevoel voor sound design. De fieldrecording van de brandende piano is een leuke bonus en benadrukt hoe dit hiphoptrio denkt in concepten. Benieuwd naar waar deze mannen ons in de toekomst nog mee gaan verrassen.
Cluster & Eno - Cluster & Eno (1977)

3,5
1
geplaatst: 14 maart 2020, 00:43 uur
Een samenwerking tussen de vooruitstrevende Electro groep Cluster en de tijdloze virtuoos Brian Eno, dat zou op papier toch alleen maar vuurwerk kunnen worden? Dankzij Super Tip-Topper Topic de kans gegrepen om dit te mogen luisteren.
Om het album in het juiste timeframe te plaatsen, een samenvatting van de stand van zaken tijdens de opnames van dit album. Cluster & Eno stamt uit ’77. Cluster had net zijn 2 meest bejubelde albums uitgebracht, Zuckerzeit (’74) en Sowiesoso (’76). De electronische Duitse act was misschien een vreemde eend in de bijt tussen zijn krautrock tijd-slash-landgenoten, maar had al een aardig handje fans voor zich weten te winnen.
Aan de andere kant van de Noordzee had Brian Eno ondertussen het Art Rock meesterwerk Another Green World (’75) uitgebracht. In de 2 jaren oplopend naar Cluster & Eno was de Brit aan het experimenteren geslagen met het ambient genre, onder andere in een samenwerking met Robert Fripp. De geluidsgolven van zijn befaamde album Music For Airport zou echter pas vanaf ’78 de grootse vertrekhallen van luchthavens vullen. We dealen hier dus met een Cluster op de top van hun kunnen en een Eno die zijn ambient soundscapes aan het vormgeven is.
De openingsnummers zijn werkelijk waar genieten. De betoverende piano tonen als basis, terwijl scherpe gitaarklanken het nummer een extra dimensie geven, zorgen ervoor dat Ho Renomo zich gevestigd heeft als mijn favoriete Cluster/Eno nummer. De space ambient klanken van Schöne Hande en Wehrmut doen het ook erg goed bij mij. Ik kan mijzelf bijna in zijn geheel verliezen in deze nummers. Ze lijken redelijk simpel qua compositie, maar meerdere luisterbeurten onthullen toch de gelaagde complexiteit van de nummers.
Cluster & Eno voelt als een zeer gebalanceerd project, met sprankelende ideeën en afwisselend gebruik van meerdere traditionele instrumentatie en synthesizers. De heren weten overduidelijk waar ze mee bezig zijn, maar een spetterende chemie is ook niet echt overtuigend merkbaar. Sterker nog, bij een klein deel van de nummers bekruipt mij het idee dat danwel Cluster, danwel Eno zich schikt aan de ander. Vooral het duo van Cluster speelt letterlijk een toontje lager, het voorgaande werk is toch wat uitgesprokener en melodieuzer. Eno hanteert in eigen werk vaak ook duidelijke instrumentale en compositionele visies. De boventoon van Cluster & Eno lijkt echter te ontstaan uit een vanzelfsprekende rust, maar voelt tegelijk ook wat stuurloos. Vooral het tweede deel van het album leidt aan deze stuurloosheid en kent wat minder (geslaagde) uitspattingen. Eigenlijk zou ik mij over moeten geven aan de muzikale toonwolken en rustig mee deinzen, maar het ontbreken van een onweersbuitje danwel een schitterende regenboog speelt mij toch partte.
Overall een geslaagd album met een paar ware pareltjes, maar tegelijk wat inconsistent en stuurloos en een mindere tweede helft. Als ze de kwaliteit van die eerste twee nummers hadden door kunnen trekken, was dit echt een potentieel meesterwerkje geweest.
Om het album in het juiste timeframe te plaatsen, een samenvatting van de stand van zaken tijdens de opnames van dit album. Cluster & Eno stamt uit ’77. Cluster had net zijn 2 meest bejubelde albums uitgebracht, Zuckerzeit (’74) en Sowiesoso (’76). De electronische Duitse act was misschien een vreemde eend in de bijt tussen zijn krautrock tijd-slash-landgenoten, maar had al een aardig handje fans voor zich weten te winnen.
Aan de andere kant van de Noordzee had Brian Eno ondertussen het Art Rock meesterwerk Another Green World (’75) uitgebracht. In de 2 jaren oplopend naar Cluster & Eno was de Brit aan het experimenteren geslagen met het ambient genre, onder andere in een samenwerking met Robert Fripp. De geluidsgolven van zijn befaamde album Music For Airport zou echter pas vanaf ’78 de grootse vertrekhallen van luchthavens vullen. We dealen hier dus met een Cluster op de top van hun kunnen en een Eno die zijn ambient soundscapes aan het vormgeven is.
De openingsnummers zijn werkelijk waar genieten. De betoverende piano tonen als basis, terwijl scherpe gitaarklanken het nummer een extra dimensie geven, zorgen ervoor dat Ho Renomo zich gevestigd heeft als mijn favoriete Cluster/Eno nummer. De space ambient klanken van Schöne Hande en Wehrmut doen het ook erg goed bij mij. Ik kan mijzelf bijna in zijn geheel verliezen in deze nummers. Ze lijken redelijk simpel qua compositie, maar meerdere luisterbeurten onthullen toch de gelaagde complexiteit van de nummers.
Cluster & Eno voelt als een zeer gebalanceerd project, met sprankelende ideeën en afwisselend gebruik van meerdere traditionele instrumentatie en synthesizers. De heren weten overduidelijk waar ze mee bezig zijn, maar een spetterende chemie is ook niet echt overtuigend merkbaar. Sterker nog, bij een klein deel van de nummers bekruipt mij het idee dat danwel Cluster, danwel Eno zich schikt aan de ander. Vooral het duo van Cluster speelt letterlijk een toontje lager, het voorgaande werk is toch wat uitgesprokener en melodieuzer. Eno hanteert in eigen werk vaak ook duidelijke instrumentale en compositionele visies. De boventoon van Cluster & Eno lijkt echter te ontstaan uit een vanzelfsprekende rust, maar voelt tegelijk ook wat stuurloos. Vooral het tweede deel van het album leidt aan deze stuurloosheid en kent wat minder (geslaagde) uitspattingen. Eigenlijk zou ik mij over moeten geven aan de muzikale toonwolken en rustig mee deinzen, maar het ontbreken van een onweersbuitje danwel een schitterende regenboog speelt mij toch partte.
Overall een geslaagd album met een paar ware pareltjes, maar tegelijk wat inconsistent en stuurloos en een mindere tweede helft. Als ze de kwaliteit van die eerste twee nummers hadden door kunnen trekken, was dit echt een potentieel meesterwerkje geweest.
