De basis is interessant: een postmoderne mengelmoes van techno, ambient en rootsy blues. Moby haalde zijn mosterd bij de beroemde veldopnames die etnograaf Alan Lomax in de jaren dertig maakte. Alleen kwamen die samples niet uit een stoffig archief, maar uit een cd-box die een destijds aan lager wal geraakte Moby had geleend van zijn vriend Gregor. Zoals diezelfde Gregor later fijntjes opmerkte in een podcast: Moby heeft die cd’s nooit meer teruggegeven.
Het resultaat is een verzameling nummers die wat gevoelloos zijn samengegooid, vergezeld door een reeks belerende soort van essays over veganisme, fundamentalisme en drugs. Daar wringt de schoen: terwijl hij de luisteraar de les leest, licentieerde hij letterlijk elk nummer voor commercieel gebruik. Van de Volkswagen Polo en Bailey’s tot Microsoft, Adidas en American Express; alles werd verkocht.
Echt consequent kun je dat niet noemen. Met dit album werd Moby plotseling de Bono van de elektronische muziek: de wereld verbeteren, zolang de cheques van Mercedes-Benz en Renault maar binnen blijven rollen.
Muzikaal is het best ok, maar ik begrijp waarom het zoveel in reclame, film en televisie gebruikt is: Het is nogal gemakkelijk. Het is loungemuziek. Toen klonk het anders, maar het heeft de tand des tijds niet doorstaan. Dan kan je beter zijn vroeger werk beluisteren.
Morrissey blijft de koning van de contradictie. Hij vult moeiteloos de O2 Arena, staat dagelijks in de bladen, maar blijft klagen over platenlabels alsof hij nog steeds die eenzame tiener in Manchester is. Het nieuwe album is gelukkig beter dan de eerste singles deden vermoeden, maar de kwaliteitsverschillen tussen de tracks zijn enorm.
De Hoogtepunten:
Terug naar de 90s met Monsters of Pig Alley: Met afstand het beste nummer. De lichte country-vibe en de melancholische ondertoon grijpen terug naar de Vauxhall and I-periode. Dit is de Morrissey die we willen horen: doorleefd en sfeervol. Denk Life is a pigsty (maar nu ook niet zo goed).
Boulevard & Headache: Twee sterke troeven. Boulevard is simpelweg een mooi, degelijk nummer. Headache intrigeert door de wat vreemde stemgebruik, maar tekstueel is het een schot in de roos.
Make Up is a Lie: Ondanks de grillige structuur (twee nummers die aan elkaar geplakt lijken) blijft het overeind.
Many icebergs ago : Moz unleashed his inner Nick Cave of zoiets.
De "Skip"-sectie: of we noemen het curiosa en Missers
Amazonia & Notre Dame: Een zwakke cover (niet de eerste in zijn oeuvre) en een tekstueel wanproduct. Deze hadden de plaat nooit mogen halen.
The Night Pop Dropped & Lester Bangs: Saaiheid troef. De ironie is tastbaar: Lester Bangs zou dit nummer eigenhandig hebben afgeslacht, waarna Morrissey er weer een verongelijkt nummer over zou schrijven. Een vicieuze cirkel van verveling. De tekst van Lester Bangs zelf is goed.
Zoom Zoom: Een refrein zo onnozel dat zelfs de K3-generatie hier thuis het meezingt. Grappig voor even, maar een dieptepunt voor de serieuze fan. Je krijgt er een headache van.