menu

Hier kun je zien welke berichten arcade monkeys als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Arcade Fire - Funeral (2004)

5,0
Toen ik voor het eerst een lijst van mijn favoriete albums maakte stond deze al op 1. Het moet bijna 3 jaar geleden zijn, ik was nog niet zo lang op de hoogte van het albumconcept, had pakweg 30 platen beluisterd maar deze stond toch al op 1. Nu, een kleine 1000 platen later, staat Funeral er nog altijd, en steviger dan ooit. Het was nochtans geen liefde op het eerste gezicht.

Toen ik op een dag de Fnac buitenliep met Funeral en The Suburbs in de hand had ik een lange periode achter de rug waarin ik Arcade Fire meer en meer was gaan waarderen en nog kende ik enkel de singles (Rebellion, No Cars Go, We Used To Wait en Ready To Start). De bom barstte niet direct, na een eerste luisterbeurt was ik niet zo enthousiast, maar langzamerhand begon ik gefascineerd te raken. Tot ik op een bepaald moment besefte dat wat ik op dit schijfje hoorde beter was dan alles wat Muse (voor mij in die periode dé band) ooit had gepresteerd, en dat het simpelweg het beste was dat ik al had gehoord. En waarom dat zo is, waarom ik zo veel meer meegetrokken word in deze muziek dan in alle andere, dat is niet de gemakkelijkste vraag om te beantwoorden. Ik doe even een poging:

Wat het hem vooral doet is dat het allemaal zo echt klinkt. Ik weet niet of er veel productie aan is voorafgegaan maar zo lijkt het in alle geval toch niet. Hier en daar hoor je bijvoorbeeld de snaren van een gitaar piepen als er vingers over glijden. De emotie komt puur en onversneden bij de ontvanger aan. Het is een beetje alsof de band hier gewoon in de kamer alles staat te geven. De stem van Win Butler is daarbij niet perfect. Het gaat vaak een kant op die weinig te maken heeft met harmonie. Maar die stem, die manier van zingen is juist fantastisch. Het is perfect in zijn imperfectie. Het geeft de quasi perfecte songs nog een extra lading. Het resultaat daarvan is muziek waarvan ik zoveel meer in vervoering raak dan enig ander stuk muziek.

Het begint met Tunnels. De eerste paar seconden is er enkel piano en dan komen die tegenstribbelende strijkers. Tijdens de intro krijg ik een gevoel alsof de lente aanbreekt. De zon komt erdoor, de bomen krijgen weer bladeren en de dieren ontwaken uit hun winterslaap. En dan begint Win Butler te zingen, neemt de muziek je mee en komt het tempo komt erin. De energie die hier vanaf spat is fenomenaal. Tunnels doet me denken aan een kermisattractie die elk jaar op de buurtkermis staat, eentje waarin keihard rondjes worden gedraaid en je bovendien nog eens op en neer gaat.

Maar we zijn nog niet aan rust toe, Laïka begint met een emotionele uitbarsting die het voorgaande nog overtreft ‘Alexander, our older brother, set out for, a great adventure’ de manier waarop hij dat zingt staat zo bol van de emotie dat het nummer nu al praktisch alles wat ik ooit eerder heb gehoord achter zich laat en we zijn nog maar 1 zin ver. En het blijft aan dat niveau doorgaan. Doordat het op bepaalde momenten trager gaat komen de tempoversnellingen nog beter uit de verf. Op de zang zit geen enkele remming meer en alle haren op mijn armen gaan overeind staan.

Tijdens Une Année Sans Lumière wordt er wat gas teruggenomen en daar heb ik, zoals bij andere platen vaak het geval is, totaal geen wrang gevoel bij. Het klinkt niet alsof er opeens een leegte valt. Het nummer klinkt juist erg vol, er wordt een weidse sfeer opgeroepen. Een die mij opnieuw doet denken aan de natuur en het ongerepte. Ook al is het een ingetogen nummer, toch bezit het een boel energie. Op het einde van het nummer komt er zelfs een ware energiebom. Alle remmen gaan los. Zo’n fantastische muziek hoor je enkel op dit album.

Waar ik net al melding maakte van energie, het losgooien van remmen en het ongerepte komt dit tijdens Power Out allemaal in een waanzinnig grote mate tot uiting. Dit nummer is iets imposants, onverwoestbaars, krachtigs en majestueus. Het is een orkaan die alles wat het op zijn weg vindt van de kaart veegt. Als een gigantische olietanker die de wilde wateren bevaart. Het barst hier volledig open van passie en emotie.

En dan is de olietanker aangemeerd en ligt hij aan wal. Op de een of andere manier doen die geluiden aan het begin van 7 Kettles me vaak aan een haven denken. Een rustige, gemoedelijke haven weliswaar. Ik heb hetzelfde gevoel als aan het begin van dit album, het gevoel dat de muziek aan het ontluiken is, dat we aan een begin staan. Een nieuw begin na het woeste Power Out. 7 Kettles straalt hoop en optimisme uit. Het is een nummer om gelukzalig bij weg te dromen.

Als elegantie en gracieuze gebaren in muziek zouden worden omgezet dan zou dat zeer goed op het begin van Crown Of Love lijken. Het ontaardt al snel in een zeer warm en intiem nummer. Crown of Love is zeer dansbaar, van stijlvolle bewegingen in het begin tot wild in het rond maaien op het disco gedeelte dat volgt.

Wake Up is het nummer waarbij ik er het langst over deed om hem net zo fantastisch te vinden als de andere 9. Maar telkens als ik de genialiteit van dit nummer ervaar kom ik tot de conclusie dat Wake Up mijn geduld dubbel en dik waard was. Er wordt opnieuw een weidse sfeer opgeroepen. Meer zelfs, aan ieder muzikant die aan zijn luisteraars een gevoel wil geven alsof ze met hun haren wapperend in de wind overweldigd worden kijkend naar een uitgestrekt landschap wordt even getoond hoe je op dit vlak de perfectie moet bereiken. Want overweldigd, haast bedwelmd is wat ik word door dat eerste deel. Het tweede deel van Wake Up is haast nog straffer. Je staat niet langer een prachtig landschap van bovenaf te aanschouwen, nee, je zweeft er gewoon door.

Haïti gaat op dat elan verder. Er zit beweging in dat nummer, er zit vaart in, maar er zijn geen sporen van haast. Haïti klinkt idyllisch en zorgeloos. Het klinkt ontzettend rijk, ook al is het opgebouwd rond een zeer eenvoudig motiefje. Het is simpel maar ó zó briljant. Als het op songstructuren en songwriting aankomt zitten we hier tegen de perfectie aan. Niets buitensporigs, niks overdreven maar toch gewoonweg briljant.

Het is eigenlijk een beetje onzinnig om van Funeral mijn favoriete nummer te kiezen want dan moet ik gradaties gaan maken binnen de perfectie. Maar toch, ook al zijn alle nummers van een buitenaards niveau, toch steekt Rebellion (Lies) er nog een stuk bovenuit. Wat hier zo goed aan is dat is lastig te omschrijven, er zit een soort flow in die het hem vooral doet, een allesomvattende flow die altijd maar de spanning opdrijft tot de vioolsolo komt. Ik vind alle superlatieven tekort schieten om mijn band met dit nummer te beschrijven. Wat eigenlijk gedurende het hele album speelt, mijn hoofd die leeg loopt en volledig beheerst wordt door de muziek is hier nog eens versterkt. Rebellion (Lies) is een wereld op zich. En eentje die ongelooflijk veel mooier is dan die waar wij op leven.

Als afsluiter komt In The Backseat. Je zou het een apotheose kunnen noemen. Het klinkt bombastisch. Maar het klinkt bovenal bloedmooi. Die stem gaat tot op het bot.

Funeral is een album dat ik telkens onderga. Arcade Fire maakt zich meester van mijn brein en dompelt me onder in de door hun geschapen wereld. 47 minuten lang is het gevoel van onvrede met de wereld volledig verdwenen en voel ik een uitzonderlijke harmonie met de natuur en alle dingen om me heen. Funeral is ook een zekerheid. Ik weet niet hoeveel keer ik dit album al gehoord heb, het doet er eigenlijk niet toe, maar Funeral blijft me keer op keer verbluffen. Ik ontdek soms zelfs nog nieuwe dingen en wordt nog iedere luisterbeurt verrast. Telkens weer ben ik gefascineerd, verrukt, overweldigd en bevind ik me in opperste staat van adoratie en na afloop kan ik telkens weer met volle overtuiging concluderen dat dit het beste is dat ik ooit heb gehoord.

Funeral is een album dat compleet is, dat af is, alles zit erin. Het is aanstekelijk, woest, ontroerend, gelukzalig, hemels, breekbaar en rotsvast. Je kan er je energie, je frustratie, je verdriet en je geluk in kwijt.

Tot zover mijn poging om mijn band met dit album te beschrijven, een plaat die ik ben gaan beschouwen als een goede vriend. Ik heb het gevoel dat ik nog niet half de sfeerbeelden en het universum kan beschrijven waarin ik word gekatapulteerd maar ik hoop dat ik toch een beetje heb kunnen duidelijk maken wat het bij me los maakt. Bedankt aan diegenen die de moeite hebben genomen de hele lap te lezen. En om mijn gebrek aan smileys in deze recensie wat goed te maken eindig ik maar met een rijtje dat de hele boel feitelijk samenvat.

dEUS - Following Sea (2012)

4,0
Voor de eerste keer in mijn leven moest ik glimlachen toen An Lemmens iets zei. Ze was op zaterdagochtend de Afrekening aan het presenteren en kondigde de single Keep You Close van het vorig dEUS album aan. Daarbij maakte ze melding van het feit dat de beste Belgische band ooit een dag ervoor een nieuw album op de wereld had losgelaten en dat er ook meteen een nieuwe single uit de lucht was komen vallen. Zo'n 5 uur later kon ik een gesigneerd exemplaar in de CD-speler droppen.

2 weken later ben ik tot de conclusie gekomen dat de songs in 3 categorieën kunnen onderverdeeld worden.
1) Songs die na enkele luisterbeurten degelijk blijken te zijn : Quatre Mains, Girls Keep Drinking en Fire Up the google beast algorithm
2) Songs die bij de eerste luisterbeurt hun degelijkheid al bewijzen : Hidden Wounds, Nothings en The Give up Gene.
3) IJzersterke nummers: Sirens, The Soft Fall, Crazy About You en One Thing about the waves.

Quatre Mains trekt zich op gang en ik als 'mec qui observe sans gene ce theatre' laat weten dat het goed is. In het begin vond ik deze de minste van de plaat, nu is het in mijn ogen nog steeds een vreemde keuze als single maar hij is gegroeid. Sirens doet me sterk denken aan Ghost van het vorige album. Ze kunnen wedijveren in kwaliteit en waar Ghost met voorsprong het beste nummer van Keep You Close was is Sirens dat niet van deze plaat. Daar zorgt het tweetal The Soft Fall en Crazy About You wel voor.

Tijdens mijn favoriet The Soft Fall rij ik in een oude volkswagenbus met een zeer klein aantal mensen die me meer waard zijn dan de hele wereldbevolking op een zonovergoten autostrade naar een droombestemming. Ik heb geen idee waar precies, maar ik wil niets liever dan ernaartoe te rijden.

De golvende afsluiter die mag blijven duren zorgt ervoor dat ik met een goed gemoed terug kan kijken op de plaat, die deze wereld een ietsie-pietsie betere plaats heeft gemaakt.

Following Sea is wat mij betreft de beste dEUS plaat van de 21ste eeuw en zelfs beter dan Worst Case Scenario. Sommige groepen kunnen 20 jaar na oprichting enkel nog de aandacht trekken door elkaar uit te schelden voor alles wat slecht en lelijk is. Tom Barman schenkt ons 20 jaar na oprichting nog een heerlijke plaat in.

Dub Thompson - 9 Songs (2014)

4,0
Je album ‘9 Songs’ noemen terwijl er maar 8 nummers opstaan is al leuk gevonden (vind ik toch) maar ook die acht nummers zelf zijn verrassend en creatief. Deze half uur durende trip gemaakt door twee 19-jarige jongens is uiterst genietbaar en gaat geen seconde vervelen.

Al van in het eerste nummer wordt de toon gezet. Hayward! begint wat grimmig en twijfelachtig qua tempo, dan ineens gooien ze het roer om en barst het nummer open. Nog steeds donker en ruw, maar ook veel energieker. Verderop in het album worden er nog veel meer switches gemaakt. De strofes van Dograces klinken erg kaal en droog maar tussenin gooien ze er compleet andere klanken tussen die ook in een circus zouden passen. Favoriet is het groovy No Time.

Lo-fi post-punk voert de bovenhand, maar er klinkt ook nog meer door. Dub (ze hebben hun naam niet gestolen) en psychedelica komen ook naar de oppervlakte. Referenties zijn lastig, er komt niks direct in me op waar dit veel van weg heeft. Een donkere vorm van Mac DeMarco of King Krule dekt enigszins de lading.

Slechte nummers zijn in geen velden of wegen te bekennen. Topnummers daarentegen ook niet, en echt beklijven is er ook nog niet bij. Maar ik heb me hoe dan ook kostelijk geamuseerd met deze plaat. Een bandje om in de gaten te houden.

Neurosis - Through Silver in Blood (1996)

4,5
Langs alle kanten werden deze plaat en deze band me aangeraden. Diezelfde kanten beweerden dat dit werk echt een parel, of beter gezegd een ruwe diamant, van een plaat zou zijn. Zoiets schept verwachtingen. Nog voor ik een noot Neurosis had gehoord begon ik dit te beschouwen als het beste dat het genre metal heeft voortgebracht. Maar was dat terecht?

In eerste instantie zou ik zeggen van niet. Tijdens mijn eerste (halve) luisterbeurt stopte ik halverwege omdat ik absoluut geen zin meer had om nog verder te luisteren. Later geraakte ik wel geboeid door het gebeuk en gestorm en had ik er enkele luisterbeurten voor nodig om te oordelen wat ik nu eigenlijk van dit geluid vind.

Feel-Good muziek is dit allerminst. De sfeer doet me nog het meest denken aan die van een naderende apokalyps. De zang is die van de duivel die me komt halen (engelen zullen het in mijn geval niet zijn). Vooral Strength Of Fates bevat die sfeer. In het begin is het alsof er een onheilspellende kerkdienst bezig is. Wanneer de beukende gitaar invalt wordt de kerk gesloopt en de gelovigen met een bijl aan flarden gehakt.

Dit is muziek voor de momenten dat de zwarte wolken de zon definitief verslaan en je bezig bent met doodskoppen in je huid te kerven. Zelf ben ik daar het type niet voor, ik kerf liever pony's. Maar ik wijk af. De grote vraag voor mij, en voor iemand die dit eventueel zou lezen (je weet maar nooit) is of ik dit nou wel goed vind of niet. Aeon vind ik vanaf de eerste keer dat ik het hoor fenomenaal. Als er wat tegen elkaar op geschreeuwd net na 3:00 is het meesterlijk, en dat niveau blijft de hele song behouden. Ook Purify is heerlijk. Als op het einde van de song de veldslag gestreden is komt daar zo'n verdwaalde doedelzak opdagen tussen de afgehakte ledematen.

Op de vraag of dit goede muziek is kan ik uiteindelijk toch een antwoord geven: volmondig JA. Het duurt enkele luisterbeurten maar dan slaagt deze muziek er toch in om me te overdonderen, overrompelen omver te blazen en de gordijnen in te jagen. Of beter gezegd in een hoekje te jagen waar ik me met knoflook en kruisbeelden heb verstopt om me te verdedigen teen de rampspoed die dit album verspreid. En daar hou ik wel van.

Popstrangers - Fortuna (2014)

3,5
Origineel is het niet echt te noemen. Dit soort (retro-) psychedelische indierock is de laatste jaren al meer dan eens ten gehore gebracht. Ik denk aan Foxygen, Temples en vooral Tame Impala. Fortuna doet ook erg Brits aan, met invloeden vanuit de jaren '60 en '70 en ook vanuit de Britpop. Je hoort van alles wat in deze plaat en daardoor wordt het wat moeilijk om er nog iets eigens in te horen.

Is dit meer dan de zoveelste hipsterplaat? Eigenlijk niet. Daarvoor mist het over de gehele plaat gezien wat pit (exemplarisch is de overbodige solo in 'Tonight') en daarvoor had 'Right Babies' het eindresultaat niet mogen halen (vervelend en leeg skipnummer dat veel te snel wordt afgeragd).

Maar dan is het tijd voor de pluspunten, Country Kills is een erg goede track. Don't Be Afraid en Her zijn toppers. Waar ik daarnet zei dat het algemeen gezien wat pit mist, geldt dit niet voor deze nummers. In beide nummers zit er een stuwende, potige baslijn, en een geweldig refrein. Het predikaat onweerstaanbaar kan hier haast bij.

Fortuna is zeker een genietbare plaat, maar toch vooral een plaat die het moet hebben van zijn pieken. Hun vorige plaat ken ik niet zo goed maar leek me ook wat met hetzelfde probleem te kampen. Hopelijk kunnen ze later nog een echt consistente plaat maken, die als ze toch bezig zijn, ook wat meer een eigen geluid heeft.

Sigur Rós - Ágætis Byrjun (1999)

5,0
Ik kan het u allen aanraden. Ga op een zonnige dag met aangename temperatuur naar een park in de buurt. Zoek daar een rustige plek op en leg je plat op de rug. Plaats dan vervolgens een koptelefoon op je oren waarvan beide oren perfect in werking zijn, zodat er geen geluiden van buitenaf meer kunnen binnensluipen. Laat dan Ágætis Byrjun afspelen. Dan gebeurt het. Magie. Vlagen van pure schoonheid. Je bevindt jezelf niet meer in dat park, nee, je zit in een andere wereld. Een wereld waarin enkel de adembenemde muziek telt, en de witte wolken die doorheen een blauwe zee golven.

Bij het beluisteren van dit album heb je twee opties. Ofwel is het een langgerekte geeuw en val je ervan in slaap, ofwel word je er volledig door meegezogen op weg naar hogere sferen. Ik bevind me gelukkig net als zovelen in die tweede categorie. Ik krijg onmiddellijk een krop in mijn keel als bij Staralfur alles even wegvalt en enkel een gitaar weerklinkt met de stem van Jonsi, gevolg door vuurwerk en machtige strijkers. Datzelfde gevoel komt vaker terug, als Jonsi met hoge engelenstem zingt in Ny Battery, als de intro wordt getokkeld in Olsen Olsen en als in datzelfde nummer vele stemmen meedeinen op een melodie die het ultieme zowat bereikt. Om kort te gaan, ik kan bijna niet anders dan 70 minuten lang met open mond naar dit werkstuk zitten luisteren. Enkel Flugufrelsarinn en Hjartað Hamast (Bamm Bamm Bamm) kunnen de magie niet bereiken, en zo kom ik bij 4,5* uit in plaats van bij 5*

Om af te sluiten zou ik Viðrar Vel Til Loftárása wat speciale aandacht willen geven. Het is mijn favoriet Sigur Ros nummer, en waarschijnlijk staat het in mijn top 30 qua favoriete nummers aller tijden. De piano begint koud, maar krijgt gaandeweg meer warmte mee. Dit is een nummer dat je alle ellende in de wereld doet vergeten. Viðrar Vel Til Loftárása is een nummer waar je volledig bij wegdroomt, ideaal voor koude fietstochten in het diepst van de nacht. Ik hou mijn ogen er zelden bij droog.

The Clash - London Calling (1979)

4,5
Mijn waardering voor deze plaat heeft 3 fasen ondergaan, op chronologische volgorde.

1) Jezus, wat een overschatte boel, het titelnummer, Spanish Bombs en Lost in the supermarket bezitten nog iets van kwaliteit. De rest is suf en vervelend.

2) Dit is toch een wisselend album. Goede nummers en zwakke nummers wisselen zich zo'n beetje af. Dit album is al gegroeid, maar toch zijn er nog verscheidene tracks die gewoon te slecht zijn om dit een goed album te noemen.

3) Wat een album, elke track is een feest.

Ik zit al een half jaar of wat in deze laatste fase en volgens mij zal hij eeuwig blijven duren. Dit is een meesterwerk, niets meer en niets minder. Van de eerste seconde stap je in de wereld van The Clash binnen en wil je er niet meer uit totdat het 65 minuten later afgelopen is.

Het openingsnummer is de enige vreemde eend in de bijt aangezien ik het vroeger beter vond dan nu. Het is nog altijd een zeer goed nummer, maar er staat toch een vervaldatum op. De dreunende intro doet het al een tijdje niet meer voor mij. Niet getreurd, niet veel later komt het drietal Hateful/The Right Profile/Spanish Bombs. Dat laatste nummer is het beste van de hele plaat, het beste van The Clash en 1 van de beste songs ooit. Nog andere absolute favorieten zijn Lost in the supermarket, Death or glory, Lovers Rock en afsluiter Train In Vain.

Omwille van de eerste 2 nummers geef ik geen 5 sterrren, maar de rest is rockperfectie.

The Clash - Sandinista! (1980)

4,0
Na het ook al niet korte London Calling besloot The Clash om terug te slaan met een nog ambitieuzer project. Een album dat nog eens dubbel zo veel nummers bevat als de vorige en nog eens dubbel zo lang duurt. Te lang zou ik zeggen. London Calling is gewoonweg perfect. Het behoort tot mijn all-time favorieten. Sandinista! heeft nummers die zonder problemen op de voorganger hadden gepast maar heeft ook behoorlijk wat skipnummers die het bij een 2de luisterbeurt al nauwelijks overleven. In die eerste categorie reken ik toppers als The Magnificent Seven, Hitsville UK , Somebody Got Murdered, One More Time, Up in Heaven, Washington Bullets en Charlie Don’t Surf.

Het hele album helemaal achtereen beluisteren heb ik nog niet gedaan. Ruim 2 uur is voor mij wat te veel van het goede ondanks de grote verscheidenheid in stijlen. Ik denk ook niet dat het de bedoeling is om alledrie de platen in 1 ruk achter elkaar te draaien. Sandinista! is niet voor niets over 3 LP’s verdeeld en het lijkt me het beste om alle 3 de delen afzonderlijk te beluisteren. Als je aandachtig naar mijn favoriete nummers kijkt kan je concluderen dat ik meer favorieten heb in het begin. Het niveau gaat langzaamaan naar beneden. De eerste plaat draai ik liever dan de tweede die ik dan ook weer meer waardeer dan de derde. Maar het verschil is niet opzienbarend groot. Zo krijg je op het bittere eind met het duo Version Pardner en Career Oppurtunities nog 2 erg fijne nummers voorgeschoteld.

De voornaamste reden waarom ik dit een 4* geef is omdat het spelplezier hier ruim 2 uur vanaf druipt. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als op het eind van Broadway een parodie op The Guns of Brixton wordt gewauweld. En bij veel andere nummers kan je horen dat ze bij het maken van dit album vooral veel lol hebben gehad.

Mijn conclusie is er een die ik met velen deel. Als ze de mindere nummers op dit te lang album hadden geschrapt was deze een klassieker geweest. Geen van het niveau van London Calling, maar dat is ook bijna onmogelijk. Nu verzuipt deze plaat soms in oninteressante ideën al moet gezegd worden dat voor elk oninteressant stuk muziek er hier dubbel zoveel fijne stukken opstaan.

Vampire Weekend - Modern Vampires of the City (2013)

4,0
Ooit mocht Vampire Weekend zich mijn favoriete band noemen, dat was toen Contra net uit was. Nu zijn ze er weer met nieuw werk. Werk waar ik reikhalzend naar uitkeek, waarvoor ik de dagen aftelde en dat ik direct op de releasedag ben gaan halen bij de dichtstbijzijnde muziekwinkel. Nu zijn we alweer dik twee weken verder en is er genoeg tijd over gegaan om met een mening te komen.

Het is een wat zwaarmoediger album geworden, het gaat wat dieper dan de vorige twee platen. Dat zwaard snijdt aan twee kanten. Enerzijds is het een nadeel dat de frisheid en de spontaniteit, een charme die er vooral bij het debuut was, een beetje verdwijnt. Het was de waterval aan onbezonnen vrolijkheid die me daarbij aantrok. Op deze plaat zijn Finger Back en Unbelievers nog nummers van dat kaliber. Enthousiast, springerig en ongeremd vrolijk. Anderzijds heeft deze nieuwe volwassener koers als voordeel dat je nog steeds per luisterbeurt nieuwe dingen ontdekt. Iets wat niet in zo'n grote mate het geval was bij de voorgangers. Het duo Hannah Hunt/Everlasting Arms zijn twee echte groeinummers. Ze klinken wat loom, wat aftastend, maar kunnen me door hun opbouw en flow langzaam maar zeker overtuigen.

Er wordt begonnen met de slechtste track. Obvious Cycle was mijns inziens beter geschrapt. Het cirkelt teveel rond oninteressante motiefjes en mist behoorlijk wat schwung. Maar daarna wordt het dus enkel beter. De twee beste tracks zijn beide krek even goed en waren beide vooruitgeschoven nummers. Diane Young is een waar feest. Enthousiasme, hyperkinetische activiteit, leven, feestgedruis, geluk, vrolijkheid, plezier,... al deze emoties worden in een waterballon gepropt die in je gezicht kapotspat. En dat klinkt geweldig. In Ya Hey ontdekken de mannen van Vampire Weekend wat elektronische snufjes. Het resultaat is briljant. Ik was niet direct fan van dit nummer maar het blijkt toch een van de beste songs van de laatste jaren.

Ik was initieel vertrokken op 4*, maar nu staat hij op 4,5* (groeiplaat, ik zei het al) net zoals de twee voorgangers. Ondertussen vind ik hem al een stuk beter dan Contra. Het is altijd fijn als je verwachtingen uitkomen nadat je erg lang op een plaat gewacht hebt. Want ook al doen ze het op een iets andere manier, ze flikken het toch gewoon weer.