MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Manu Chao - Viva Tu (2024) 4,0

23 september 2024, 21:17 uur

17 jaar verdwenen uit de winkelrekken en het zicht van de grote media en daar is hij weer, José Manuel Tomás Arturo Chao Ortega, alias Manu Chao. Waar hij dan al die tijd wel was daar hebben we het raden naar. Enerzijds leeft hij sowieso al altijd wat mysterieus in het verborgene en zal je hem bovendien minder ontmoeten rondom de mega-tempels van de grote pop- en rocksterren. Hoewel hij die allemaal wel probleemloos kan vullen, draait hij veel liever de kleine wegen in naar die kleinere, betaalbare, meer intimistische festivals en zaaltjes waar hij, ritmisch zijn akoestische gitaar aanslaand, kan genieten van het moment en het contact met zijn gelijkgestemden. Anderzijds is hij tot in de uithoeken van het Amerikaanse en zelfs Aziatische continent zeker nog steeds een van de meest beluisterde Franse artiesten ter wereld, met miljoenen volgers onder oud en jong. Jongeren met wie hij overigens via de moderne sociale media slim en continu contact houdt, waarlangs zijn tophits als 'Me Gustas Tu', 'Bongo Bong' en 'Clandestino' dagelijks nog massaal gestreamd worden.

De fleurige lay-out van zijn nieuwe album die is nog geen haar veranderd. Het palet kon dan ook zo van het hitalbum 'Clandestino' zijn. Met 'Viva Tu' pakt de geëngageerde wereldreiziger met zijn eeuwige smile van oor tot oor dus simpelweg de draad weer op.

De songs op het album vloeien in al hun diversiteit toch naadloos in elkaar over. Net als zijn multiculturalisme spat ook muzikaal de harmonische veelkleurigheid er weer van af. Genres en talen, ze wisselen elkaar af, telkens in hun eigen sfeertje. Een hybride plaat dus vol folk-, wereldmuziek, bliepjes en samples, latijnse klanken en warme repetitieve ritmes als flamenco, rumba, cumbia, reggae, verder met chanson, country, pop en uiteraard de punk à la zijn vroegere Mano Negra of Les Négresses Vertes.

Opener, het minimalistische 'Vecinos en el Mar' grijpt je in zijn ontwapenende eenvoud aan vanaf de eerste noot. Chao in een ontroerende Zuid-Amerikaans aandoende samenzang over immigratie - 'de buurman daar in de zee op zoek naar zijn weg' - en de verblinde wereld op drift. Een volkslied haast, door hem in Athene geschreven samen met Koerdische vluchtelingen.

Ontspint zich aansluitend het ontspannen wandelend 'La Couleur du Temps', regelrecht uit het klassiek Frans chanson, stijlvol, een pessimistische bespiegeling over een waanzinnige wereld.
Op de voet gevolgd door het huppelende dansritme van 'River Why', de opdrogende rivier als strijdlustige metafoor voor de gevaren van neoliberalisme.

Nog intenser wordt de titelsong 'Viva Tu'. Deze gezondheidsgroet is een hemels ritmische mengelmoes van rumba, flamenco en spetterende percussie. Manu Chao die het gemeenschapsleven met zijn buurtgenoten in Barcelona volop in het zonnetje zet. Even spetterend als pophit 'Borrequito' indertijd van Peret en tegelijk volbloed Manu Chao.

In de Amerikaans swingende rootscountrysong 'Heaven's Bad Day', westernmondharmonica, handclaps en wasbord inbegrepen, gaat hij opmerkelijk in duo met zijn 91-jarige zielsgenoot, country-legende Willie Nelson. Jawel, gewoon blijk van diep wederzijds respect hier tussen twee wereldburgers.

Met het ritmisch gescandeerde 'Tu Te Vas' breit hij er nog een tweede dynamisch duet aan vast met de gevocoderde Laeti. Laeti zingt in het Frans, Chao geeft weerwerk in het Spaans.
Hoewel in het Portugees gezongen is de roep van de zee in 'Coraçao No Mar' met zijn massa hooggetokkelde snaren even vurig Spaans-aanvoelend als even verder de stampende flamenco van het tegen de verwaandheid agerende 'La Colilla'.

Volgt ook de lieflijk intieme ballade 'Cuatro Calles' over het verlangen naar een hereniging. Piano en akoestische gitaren ingekleed met mooie Buena Vista-samenzang.
Nog zo'n fraai nummer, het stapvoetse 'São Paulo Motoboy'. Chao's eerbetoon in op elektronica wiegend parlando, waarbij hij zich even in de weinig benijdenswaardige schoenen zet van de brommerkoeriers in een Braziliaanse miljoenenstad.
In 'Tom et Lola' wordt het melancholisch verhaal van de love-story van Tom en Lola de aanzet voor een flitsende Franse accordeon-danser.

Met het zangerige 'Lonely Night' komt ook de pure reggae op het menu en net zo in 'Tantas Tierras', een lied over hoop in tijden van wereldwijde onzekerheid. Die afsluiter opent en sluit af met de waardige stem van de Argentijnse Carina Díaz Morena, al jaren voorvechtster tegen vervuilende megamijnbouw in haar land.

'Viva Tu' is zoveel jaar na datum toch weer een schitterende plaat vol vrijheid, blijheid geworden. Gevuld met die openlijke alegria en oprechte spontaniteit die deze verslavende dertien songs in een mum van tijd in lichaam en geest doen nestelen. De sound van het unieke universum van Manu Chao is zo vertrouwd, zijn nieuwe composities - who cares - hebben nu eenmaal hetzelfde dna als zovele van zijn vorige.

Hij blijft daarmee de atypische sociaal bevlogen zanger die houdt van zijn vak, uitbundige vrolijkmaker, geluksbrenger en spektakelman die met al de aanstekelijke golven op dit 'Viva Tu' weer het nodige heilig vuur zal doen ontbranden. Een verzuurde wereld heeft nood aan meer van dergelijke essentiële albums.

Line-up:
Manu Chao - zang, gitaar, productie
Lucky Salvadori - gitaren, backing vocals
Madjid Fahem - gitaar
Joan Garriga - accordeon, mondharmonica
Mickey Raphael - basmondharmonica
Mauro Mancebo, Chalart58 - percussie
Josep Blanes - trombone
Marita Pereji, Pupa Congo, Soraya González García - backing vocals
Willie Nelson - zang op 'Heaven's Bad Day'
Laeti - zang op 'Tu Te Vas'
Carina Díaz Moreno - voordracht op 'Tantas Tierras'

» details   » naar bericht  » reageer  

Tindersticks - Soft Tissue (2024) 4,0

20 september 2024, 09:38 uur

Welke richting ze ook uitgaan, toch zal je ze er bij wijze van spreken altijd vanaf hun eerste noot uithalen. Tindersticks, die Britse cultgroep van frontman-eeuwige mompelaar Stuart Staples, al sinds mensenheugenis in de marge grossierend in verstilde, hoogst melancholische, van zon verstoken kamerpop. Commercie is ze daarbij totaal vreemd, integendeel van eigenzinnigheid en filmische soundtracks vol rust én neerslachtigheid maakten ze een onverslijtbaar handelmerk. Wij fans pikken hun kronkels album na album helemaal op, met veel graagte, daarbij ook hun experimenten. Omdat ze met welk nieuw werk ook keer op keer weten te verrassen.

Ook deze keer overvallen ze in nog grotere schoonheid met een intieme nachtplaat helemaal in het midden van het spectrum en nu warempel gevuld met warme retrosoul van het bevalligste soort. Niks geforceerd, gevoelig en alles zo natuurlijk, een pak dat hen past als gegoten. Omdat de sound van Tindersticks daar haast om vraagt zijn hun zijdezachte muzikale lijnen hier bovendien weelderig gearrangeerd, opgesmukt met hoogoplopende blazers, luxueuze strijkers en bevallige achtergrondzang.

Ga er dus maar voor zitten. Voor 'New World', hun tweede single, die komt met veel groove binnen, gedrenkt in de explosieve zwarte soul van Memphis, wentelend in de tollende orgelakkoorden van toetsentovenaar Boulter en verstorend schetterende blazers. Want "Baby, I was falling/ But the shit I was falling through / I thought it was just the world rising", croont Staples, triest omdat we die shit gewoonweg niet zien. Vervolgens brandt hij zijn dubbelzinnige slogan diep je geheugen in, "I won't let my love become my weakness". Die hele instorting van zijn wereld is bovendien knap gevisualiseerd in de kunstvideo van dochter Sidonie. Blijkbaar niet alleen de kunstnaaister van dienst voor de wollige hoes, ook al het keramieken artwork in de video blijkt van haar hand. 'New World' is een heel intense song, net als de honderd seconden kortere edit-versie als bonus achteraan het album.

De eerste single 'Don't Walk, Run' die volgt drijft als in een film op zijn onstuimige strijkers, stekende blazers en droge percussiestrelingen, op kousenvoeten gaat Tindersticks' op zijn grootse élan door. Nog verder, naar het volgende hoogtepunt, het desolate 'Nancy', waar een atmosferisch om vergeving kreunende Staples, op sfeervol latinritme doorheen zijn music hall hinkt.

In het trage 'Falling, the Light' heeft Staples het relaxt over het delicate licht dat op het water valt en de melancholische herinneringen die erdoor oplichten. Een spaarzaam aangeklede song om op weg te dromen.

Weer zo'n spannende hoogvlieger, de mysterieuze single 'Always a Stranger', met huppelende bas als start van een treurig walsende song vol muzikale details die wanhopig om verbinding roepen. Het ritme trekt de song gestaag de hoogte in. Een magische verstrengeling van Staples' emotie met de hem op de voet volgende strijkers, schuinspelende blazers en weer dat allesverzachtend elektrisch orgel.

Voor stiltezoekers is het een en al stemmigheid in het fragiele 'The Secret of Breathing' waar fluisterende Staples het geheim van het geloven probeert te achterhalen.

Nog zo'n hoogtepunt, het sprankelende, zelfs swingende 'Turned My Back', Staples' sensuele duet met Gina Foster, met constant sterk in de achtergrond presterende bassist McKinna en met verheffende vocale ondersteuning van het Foster's vrouwenkoor.

Afsluiten finaal met het wat positiever klinkende 'Soon to Be April', Tindersticks hopend op vreugde. Staples' delicate parlando een laatste maal omgeven door die filmische strijkers en gitaren.

Een indrukwekkende groep toch dat Tindersticks dat met introspectieve thema's als gebrokenheid, pijn en verwarring toch steevast op indrukwekkend esthetische albums weet uit te komen. Deze eerste post-pandemische, in Spanje gerijpte 'Soft Tissue' is zonder meer een nieuw hoogtepunt in hun carriére, een echte groepsplaat bovendien van met plezier weer samenkomende, elkaar goed aanvoelende muzikale persoonlijkheden.

Breng je ervoor in de stemming, voor acht sterke songs vol romantiek, pit en wiegende orkestraties. Met weliswaar opnieuw een hoofdrol voor Stuart Staples die als steeds helemaal zijn introverte zelve mag zijn en wiens wonderlijke etherische stem zich in dit weldadig soulbad voelt als een vis in de Mississippi.
Fans van de unieke pracht en praal van Tindersticks, hier mogen weer naar hartelust 'Tiny Tears' worden verpinkt. Met deze ingetogen, verdiepende veertiende gaan ze gegarandeerd meer dan dertig jaar later opnieuw zieltjes winnen.

Line-up:
Stuart Staples - zang
Neil Fraser - gitaar
Dan McKinna - bas
David Boulter - toetsen
Earl Harvin - drums
Julian Siegel - koperintrumenten
Gina Foster - achtergrondzang

» details   » naar bericht  » reageer  

David Gilmour - Luck and Strange (2024) 4,5

13 september 2024, 21:28 uur

'Vreemde' titel toch voor dat vijfde soloalbum van Pink Floyd-man David Gilmour. Na negen jaar hier een man die volop terugkijkt op zijn geluk en heel die behoorlijk vreemde tijd die hij zegt samen met alle babyboomers te hebben meegemaakt in de naoorlogse periode. Over zijn bevoorrecht momentum dat hij heeft mogen ervaren in een tijdspanne van zoveel positieve ideeën, in het vredige gouden tijdperk waarvan iedereen dacht dat ze het mensdom vooruitstuwden...

'Luck and Strange'. Het is sowieso een fraai album en je hoort ook dat het met grootste spelplezier is gemaakt. Gegroeid uit de lockdown is het bovendien een ontroerend familiewerkstuk geworden, van Gilmour samen met zijn vrouw-tekstschrijfster Polly Samson en de kinderen Gabriel, Charlie en Romany die zich her en der met de zang, instrumenten of lyrics inlieten.
De familiale euforie over het resultaat zit hem evenwel vooral in de dynamiek die werd geïnjecteerd door het extern aantrekken van een jonge producer als Charlie Andrew van Alt-J. Waarmee met dit album Gilmour ineens een sparring-partner tegenover zich kreeg die een van de grootste nog levende rockiconen onbevangen en onverschrokken durfde uit te dagen met hem zels onbekende speeltechnieken.
In zijn making-of-video ontboezemde Gilmour in se altijd al - ook solo - een teamspeler en een deel van een groep te hebben willen zijn, zelfs zonder enige leidersambities. Hij ziet zijn nieuwste 'soloprestatie' nu het dichtst bij zijn ideaalproject van met volle overgave positief samenwerken eindigen en het voelt voor hem persoonlijk daarom ook aan als het beste werk dat hij heeft geleverd sinds 'The Dark Side Of The Moon' in 1973, meer dan een halve eeuw geleden geleden. In alle geval is het minstens de allerbeste van al zijn soloplaten. De vertrouwde Gilmour die, naar eigen zeggen, enerzijds er alles probeert uit te rocken, maar anderzijds, gepusht door Charlie Andrew, er dan toch zijn melodieën uitgooit op een lichtjes andere manier.

Van vertrouwd gesproken. Het album bijt af met het ongedwongen 'Black Cat'. Al bij al een mooie toonzetter, maar toch een al te korte piano-prelude, vooral omdat er al onmiddellijk een van die heerlijk nevelige Floydiaanse gitaarsolo's in wordt losgelaten waarop alleen Gilmour het patent heeft.

Met het meditatief langzame titelnummer 'Luck and Strange' komt dan de eerste grote, perfecte song op gang en hé, je waant je onwillekeurig weer in 'Wish You Were Here'-sferen. 'Luck and Strange' was oorspronkelijk een jam uit 2007 waarop zijn het jaar erop overleden Pink Floyd-vriend Rick Wright nog meespeelde. In de nu volledig herwerkte song hoor je toch nog de nog steeds gemiste toetsenist op zijn eigen individuele manier zacht aan elektrische piano en Hammondorgel. Op cd is die originele bijna een kwartier durende zeer interessante jazzy Barn Jam van 2007 trouwens bijgevoegd. Voor de uiteindelijke versie bracht producer Charlie Andrew keyboardspeler ook Rob Gentry aan. Gilmour schrijdt gepassioneerd door de song met zijn typisch gitaargecreëerde bluesy ruimtelijke sound en, verbazend, nog steeds met die karakteristiek hooguitdeinende klare stem van hem die voortdurend met de eigen gitaar in duel gaat. Alles wordt vermengd met lekkere, etherische orgeltonen en hemelse achtergrondzang van dochter Romany Gilmour. De toon is somber, met de Gilmours die hopen dat hun 'donkere gedachten in het duister' niet bewaarheid worden en dat het dus niet bij die ene tijdspanne van 'luck en strange' blijft, bij die 'eenmalige, vredige gouden eeuw'.

Single 'The Piper's Call' opent sierlijk met folky ukelele, reverb-percussie en vibrafoon. Een song die ook hier weer de geest van Syd Barrett ademt, vermits de titel lijkt te verwijzen naar zijn 'The Piper At The Gates Of Dawn', terwijl Gilmour in de lyrics waarschuwt om niet in een faustiaans pact te trappen om de 'eeuwige jeugd' te kunnen houden. Een sublieme song, traag akoestisch inzettend, die getrokken door Gilmour's bloedend slidewerk ritmisch opklimt naar zijn adembenemde elektrische finale.

In het deemsterende 'A Single Spark' kijkt het echtpaar Gilmour filosofisch neer op hun levens als nietige vonk tussen twee eeuwigheden van duisternis. Een veelkoppig orkest met koor wiegt waardig mee met het emotionele verhaal dat haast start als een nachtelijke slowsong van Richard Hawley. Maar de stermusicus Gilmour breidt er uiteindelijk uiteraard weer een weldadige gitaarsolo aan.

'Vita Brevis' is net als 'Black Cat' opnieuw zo'n kort, transcenderend interludium met synths, Gilmour op slidegitaar en dochterlief Romany op harp.

Tweede single, het zeer eigentijds klinkende 'Between Two Points' dan. Een vrijwel onbekende lievelingsong van de Gilmours uit de nineties, van Britse The Montgolfier Brothers. De kwetsbare tekst wordt nu zacht en relaxed gebracht door een excellente Romany Gilmour op harp en zang. Pa Gilmour zou pa Gilmour niet zijn als hij ook hier niet nog een fraaie, bedwelmende gitaarsolo uit de mouw zou weten te schudden.

Dan springen er ineens tonnen enthousiasme en vuurwerk op uit de kronkelende op-en-neer-rocker 'Dark and Velvet Nights', de derde single, ruig voortstuwend, met opvallende percussie.van Steve Gadd.

Verder ontspannen mijmeren over sterfelijkheid en het onmogelijke verlangen om de loop der tijden te vertragen vervolgens in het emotionele 'Sings', song die 25 jaar geleden al in de steigers stond. Schitterende zang van de kwetsbaar croonende Gilmour, sereen ondersteund door sfeervol orkest. Met halverwege in de verte een vaag stemfragment met de toen 2-jarige zoon Joe die zijn gitaarspelende pa ontwapenend "sing daddy sing daddy" toeroept.

Langste song, het epische 'Scattered' zwermt het sterkst met Pink Floyd weer helemaal de ruimte in. De aanhoudende hartslag à la 'The Dark Side Of The Moon' trekt je stapsgewijs de song binnen. Met opvallend virtuoos pianospel van Roger Eno en Rob Gentry, naast het orkest, in een uitmuntende wisselwerking met een grootse Gilmour op zijn vurige gitaren.

De schitterende, pakkende folkwals met zijn eclatante melodie 'Yes, I Have Ghosts' als bonus, is een puur geschenk. Met een akoestische Gilmour en dochter Roma in een stijlvol duet. Past zeker 'in de geest' van het album.

'Luck and Strange' is een ongrijpbare najaarssoundtrack geworden die, samen met de enkele blues- en folkrockpassages, groots voorbijschuift in prachtig gelaagde Floydiaanse texturen en anthems. Daarbinnen de zwevende zang, de weergaloze zuivere gitaartechniek en de solo's en slidings die emoties, schoonheid of dreiging oproepen. Wars van enige misplaatste nostalgie of oubolligheid, vloeit alles eruit met de elegantie die we van de als steeds aimabele Gilmour verwachten. Een hoogst expressieve klassebak van 78 met pretoogjes die ondanks zijn jaren zijn scherpe focus en zijn onverminderd temperament heeft behouden en alleen nog bezig blijft uit gedrevenheid voor de muziek.

Een Gilmour ook die op die manier in het geluk van de loutering zijn vrede vindt. Zijn donkere dagen, als hij ze heeft, vloeien zacht als honing. Dankzij zijn familiale verbondenheid kan hij zijn existentiële onderwerpen als veroudering en sterfelijkheid nog allemaal zo prachtig uiten en muzikaal etaleren in dit nieuwe eclectische kunstwerk. Een artistieke verbondenheid die hij in het mythische Pink Floyd wel helaas voor eeuwig zal moeten missen. Neen, als we ons het laatste hoogoplopend conflict met ex-bandgenoot Roger Waters van 2022 herinneren, waar naar aanleiding van standpunten over Oekraine en Israel alle etterende wonden weer aan de orde waren, vinden we in lichtjaren wel geen deur waar ze nog samen doorheen kunnen.

Vóór het echt helemaal donker wordt moet Gilmour tot plezier van heel velen evenwel perfect in staat worden geacht om met zijn huidig team verder te gaan op zijn élan van hervonden frisheid.
Intussen is 'Luck and Strange' een parel van een plaat om als vanouds heerlijk in te verdwalen en blijft David Gilmour de zessnarige meester onder een uitdijend heelal.

Werkten mee:
-David Gilmour - zang, gitaar en andere
-Romany Gilmour - Zang, harp
-Gabriel Gilmour - zang, lyrics
-Rick Wright, Robb Gentry, Roger Eno, Rob
Adel en Guy Pratt - toetsen.
-Guy Pratt en Tom Herbert -bas
-Steve Gadd, Adam Betts, Steve DiStanislao - drums
-Will Gardner - Orkestrale en koorarrangementen

» details   » naar bericht  » reageer  

Fontaines D.C. - Romance (2024) 4,5

5 september 2024, 17:01 uur

Na een vakantie op Mars met royale vertraging toch met de nieuwste van Fontaines D.C. weer de lucht mogen ingaan, wat een weelde. Ok, die hoes van hun vierde album ziet er op het eerste flauw en melig uit met dat softroze huilende hartje. Maar wat een indrukwekkende inhoud schuilt er achter die elf kort gehouden leuke nummers waarop echt alles klopt. Het gaat daar dus over romantiek zogezegd, maar dan weer enkel door de zelfrelativerende, donkertrieste bril waarmee Fontaines D.C.'s frontman Grian Chatten en zijn kompanen de wereld der emoties aankijken.

Het blijft sinds 2016 almaar crescendo gaan met dit vijftal. Niet in het minst na Chatten's opmerkelijke prestatie van vorige zomer waar hij de wereld aangenaam verraste met zijn jaarplaat 'Chaos For The Fly', knaller van een solodebuut. Bij Fontaines D.C. klinkt hij intussen als vanouds weer fantastisch en verfijnd als zwijmelende lijkbidder van dienst, maar op zijn stempalet zitten blijkbaar nog heel wat méér kleuren.

Eigenlijk schittert dit nieuwe werkstuk in zijn geheel als één oogverblindende rit over de Icefields Parkway, waarbij de Ieren hier in muzikale hoogtepunten grossieren als waren het die adembenemend op elkaar opvolgende landschappen, gletsjers en besneeuwde bergtoppen die elkaar in al hun diversiteit en schoonheid de loef afsteken. Het totale evenwicht halen zij omwille van hun doorgedreven ernst voor het vak en mede dankzij meester-dirigent Arctic Monkeys/Blur-producer James Ford die alles schitterend in juiste banen leidde.

'Romance', het album is één wervelende expositie van stijlen samengebracht in een symfonie van songs die je als duiven bij zonsopgang voor je ziet opstijgen. Stuk voor stuk zijn ze het waard ze in hun volle diepgang te ontdekken.

Aftrapper 'Romance', een geheel atypisch titelnummer als Fontaine D.C.'s eigenzinnige openingszet 'into the darkness'. Dit is dus Fontaines D.C.-nieuwste stijl, een donkere ouverture zowaar, vol sombere elektronica, met die enorm onheilspellende pathetiek van de beste metal- en progrockbands. Arenagroot geluid kortom met naar het einde haast de dreigend laag overscheurende Pink Floyd-helicopters. Daarbinnen lyrics over liefde en relaties. Jawel, misschien is romantiek gewoon een plek, steekt de zoekende Chatten van wal, iets waar elkeen individueel en driedimensionaal tegenaan kijkt. Daarmee is nog maar de kop eraf en zijn voor dit 'Romance' al onmiddellijk de torenhoge verwachtingen gewekt.

Vervolgens die complexe eerste single en klassieker in spe 'Starburster', waar je eerst op het verkeerde been wordt gezet. Zomaar opstarten in een serene The Beatles-mood, om daaropvolgend verder in paniekerige hiphopsferen loos te gaan. Terwijl een wanhopige Chatten weer een neerwaartse spiraal beschrijft, klinkt hij bij wijlen, vergeef de omschrijving, zalig echt alsof ie finaal aan 't verzuipen is.

Het angstige 'Here's the Thing' dan, de derde single, die meedogenloos elektrisch geladen voorbijschiet in zijn knoestig doordringende nineties-toon.

In het uitdagende 'Desire' haalt Chatten uit als ware hij een jonge Chris Martin op ijle Coldplay-hoogte. Een vocale topper met 's mans stem in ontelbare lagen. Een Fontaines D.C. bovendien met een heus strijkkwartet in een heerlijk centrale rol.

Sluit aan het dromerige 'In the Modern World', dat baadt in een hemels Lana Del Rey-sfeertje en waar in al de wervelende harmonieën Chatten vrij van alle hedendaagse angsten zijn onverwacht kortstondig moment van griezelige vrede en onthechting beleeft.

Het opzwepende 'Bug', dat is een o zo oergezellig-samen-in-de kamer-met-elkaar-musiceren-nummer. Pakkend in zijn eenvoud en directheid, meer moet niet om toch groot te zijn.

'Motorcycle Boy' dan weer, waar waardige piano doorklinkt, een waarschuwende song voor Chatten's jongere broer, die net zo goed van de hand van Pumpkin-voorman Billy Corgan kon zijn.

'Sundowner' is gedrenkt in zijn diepe bassen en etherische vocals, waarin gitarist Conor Curley zijn eigen ode aan de vriendschap aanheft. Een onverwacht niet door Chatten gezongen song.

Het breekbare 'Horseness Is the Whatness' is naar een citaat uit James Joyce's 'Ulysses'. Een hartverscheurende Chatten als op hartslag voortgetrokken door trage strijkers.

Het brutale en allerzwartgalligste 'Death Kink' drijft dan nog eens op datzelfde 'Nirvana Unplugged'-sfeertje dat ook 'Bug' in zich had. Dampende en pure emotie in het licht van de apocalyps, met een volleerde grunge-gitaarsolo er gewoon gratis bij.

Tenslotte van de duisternis van opener 'Romance' helemaal naar het licht van prachtige afsluiter 'Favourite', het hart van de plaat. Op een gedreven The Cure-aanvoelende gitaarlijn opnieuw eerbetoon aan de hechte vriendschapsbanden tussen de groepsleden. Een tweede single ook zo gedoopt omdat het ook werkelijk ieders favorietje bleek, gebaseerd als het was op de uiteenlopende emoties uit hun persoonlijke levens. De videoclip is wat dat betreft dan ook onthullend. De gasten van Fontaines D.C., ja, ook zij houden onbeschroomd nostalgisch vast aan de romantiek van hun verledens.

Al was met hun drie voorgangers al een stevige reputatie opgebouwd, voor de twijfelaars en vooral voor de nieuwe fanbase breekt Fontaines D.C. met dit zeer aanstekelijke 'Romance' de deur nu helemaal wijdopen. Wat is Fontaines D.C. monumentaal geworden. Hier zijn geweldige songschrijvers aan het werk die zelfverzekerd en doordacht steeds verder van broeierige postpunk hun weg zijn gegaan. Maar die onder die veranderde, meer toegankelijke, grootsere gedaante evenwel eenzelfde cool, weerbarstigheid en agressiviteit blijven etaleren. Hoe terecht bejubeld ze al waren en hoe sterk voorheen al de energie uit hun live-performances spatte, met deze foutloze 'Romance' verbluffen ze dus opnieuw en totaal. Dit opwindende, inventieve vijftal uit Dublin is vanaf heden de urgentste keuze voor elk festival met naam op zoek naar zijn headliners. 'Romance' wordt gegarandeerd een van de briljantste platen van 2024 en op hun volgende passage gaat minstens iedereen gewoon weer mee. Het wordt heel druk daar aan het podium en in de moshpits van Fontaines D.C.

Fontaines D.C.:
- Grian Chatten - zang
- Conor Curley - gitaar
- Carlos O'Cornell - gitaar
- Conor Deegan III - basgitaar
- Tom Coll - drums

» details   » naar bericht  » reageer