MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Waldo Jeffers als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Discipline. - Unfolded Like Staircase (1997)

poster
5,0
Niets kon me meer blij maken dan een recensie te moeten schrijven over Discipline.s Unfolded Like Staircase, het symfo-meesterwerk van de jaren 90 (ja, dat bestaat dus ook en is niet enkel prog metal als Dream Theater of Porcupine Tree (wat niet echt prog metal is)). Nu heeft dit album bij ongeveer iedereen die het kent een mythische status (ik zie hier 3 kenners: alledrie zien ze het erg hoog aan). Is dit album dan écht zo goed? Het antwoord daarop is eigenlijk simpelweg ja. De vraag die daarop volgt, zal natuurlijk zijn: wat maakt dit album zo goed? en wat maakt dat het zulk een mythische status heeft?

Laat me eerst was over de band zelf vertellen. Discipline. is de band van Matthew Parmenter, een naam die bij de kenners klinkt als geen ander. En multi-instrumentalist eigenlijk, op dit album zijn de toetsen (ook de mellotron), de viool-stukken & de sax van hem. Ook zingt hij nog eens. En in zijn zang ligt een punt dat hem meteen aan 1 van de grote jaren 70-symfo-bands bindt. Zijn stem heeft wat weg van die van Peter Hammill van Van Der Graaf Generator. Deze band is meteen 1 van de grote inspiratiebronnen van dit Discipline., maar ook Genesis en King Crimson komen hier langs. Niet de minsten dus. Ik hoor u nu al zeggen: maar ze kopiëren dus eigenlijk gewoon de jaren 70-bands? (zoals de neoprog-bandjes eigenlijk veel doen) Parmenter (want hij is natuurlijk de leider van de band) gebruikt de invloed & vermengt dit met zijn eigen ideeën, wat tot meesterlijke muziek leidt.

Nu moet wel gezegd worden dat Unfolded Like Staircase verdomd zware kost is. Op zich niet zo vreemd als je bands als VDGG & King Crimson als invloeden hebt. Zij stonden nu ook niet meteen bekend als vrolijke bands. Zowel muziek als tekst gaan dit zwaarmoedige versterken. Parmenters teksten zijn ronduit geniaal, maar suïcidaal met momenten. Invloedsferen daar zijn weer Hammill & de vroege Fish. Verder wil ik niet al te veel over de teksten kwijt. Op de ProgWereld-site is dit door een goeie vriend van me veel beter beschreven. En daar ik niet aan schaamteloos kopiëren wil doen, verwijs ik er maar even naar.

De plaat begint met een waar meesterwerk van de symfo: Canto IV (Limbo). Voor mij het allerbeste symfo-nummer aller tijden. Het nummer duurt 13:47 maar je verveelt je geen seconde. Vanaf de magistrale intro tot de outro is het nummer geniaal. Nu heb ik al vaak Parmenter de hemel in geprezen, maar natuurlijk mogen de andere bandleden er ook zijn. Bouda's gitaarwerk hierop is namelijk ook van enorm hoge kwaliteit. Hij weet de zwaarmoedige gevoelens die Parmenter in het nummer wil leggen, door middel van zijn gitaar prachtig over te brengen. Nu zou ik over dit nummer kunnen blijven doorgaan & superlatieven uit de kast blijven halen, maar dat is uiteindelijk ook niet echt de bedoeling.

Crutches is het volgende nummer op de plaat, van alweer een kleine 13 minuten (Discipline. blijft amper 1 keer onder de grens van de 10 minuten op dit album). Na zulk meesterwerkje dat Canto IV (Limbo) wel niet is, verwacht je dat het alleen maar minder kan worden. Nu is dat niet waar. Crutches is ook een zeer sterk nummer dat op dezelfde zwaarmoedige thematiek blijft zweven. Muzikaal is dit weer een waar meesterwerkje dat perfect in elkaar zit.

Volgt er dan nog Into The Dream dat met z'n 22 minuten het langste nummer van de plaat vormt, en de 2 delen van Before The Storm. Het volstaat bij beide nummers te zeggen dat de superlatieven wel degelijk bovengehaald horen te worden. Maar dat het zeer zwaar blijft.

Als conclusie kan ik me alleen maar afvragen waarom dit meesterwerk door zo weinig mensen gekend is? 2 Stemmers op deze site amper... Genesis, King Crimson, VDGG, Marillion-met-Fish als invloeden, met een eigen stijl erbij, dat kan op zich niet slecht klinken. En dat doet het ook niet. Overal doet deze plaat zijn mythische status alle eer aan. Eigenlijk een jaren 70-symfo-band maar dan in de jaren 90... Jammergenoeg was dit meesterwerk wel meteen hun laatste wapenfeit. 2 albums, een live-album & een DVD is alles wat deze band ons heeft nagelaten. Om triest van te worden... Ware het niet dat Matthew Parmenter een neefje, Ryan genaamd, heeft die blijkbaar dezelfde zieleroerselen als Matthew heeft & die ook aan plaat wil toevertrouwen. Er is dus opvolging verzekerd voor Discipline. Hoewel deze cultband nooit meer geëvenaard zal & kan worden. Maar dat hoeft voor mij niet. Discipline. heeft ons 2 meesterwerken afgeleverd van een buitenaardse kwaliteit, waarvan dit er nog eens met kop & schouders bovenuit steekt. Eigenlijk rest me nog maar 1 boodschap mee te geven aan alle symfo & prog-fans: ga dit album luisteren!, er zal een wereld voor je opengaan die je nooit meer wil missen.

Jannick Top - Soleil d'Ork (2001)

poster
4,5
Jannick Top is een bassist die vooral bekend is vanwege zijn passage bij Magma. Hij was daar 1 van de belangrijkste muzikanten die mede door zijn karakteristieke bas-spel de Zeuhl-sound mee bepaalde. Het zal dan ook niemand verbazen dat mans solo-album zich vooral in de Zeuhl-hoek bevindt. Het album is zelfs genoemd naar een nummer vanop het album Üdü Wüdü van Magma.

Het album begint met 2 nummers die al eerder waren verschenen op Utopia Viva, een EP uit 75 van Top. 2 nummers die erg Magma-geïnspireerd zijn (je zal merken dat de woorden 'magma' & 'zeuhl' wel erg vaak zullen terugkomen in deze recensie). Een erg opzwepend drumritme kenmerkt de nummers gecombineerd met een ruw, soms funky basritme. De zang valt hierop te verwaarlozen qua verstaanbaarheid, maar de melodie draagt enorm bij tot het geheel van de sfeer. Zeuhl, maar dan meer nadruk op de bas in die 1e 2 nummers dus.

La Musique de Spheres begint als wat een nummer van pakweg Jarre of Oldfield zou kunnen zijn. Langzaam komt er dan een hevige drum bij. Combinatie van die constante drum & de Jarre- of zelfs ambient-achtige sfeer geeft dit nummer toch een ietwat donker gevoel.

Met Mekanik Machine begroeten we het hoogtepunt van het album. Een nummer dat eigenlijk gewoon Magma is. We horen hier ook Christian Vander, Klaus Blasquiz, Claude Olmos & Patrick Gauthier op bezig. Wat maakt dat we dus een mini-Magma bezig horen. Dit nummer wordt ook door de kenners gezien als een verloren Magma-song, dus wat moet meer gezegd worden? Vanders typische drumstijl beheerst het nummer. Blasquiz vinden we terug als zanger (in het Kobaïaans uiteraard). Olmos is uiteraard gitarist & Top aan de bas. Tempo blijft constant wisselen, tot het naar het einde toe sneller & sneller gaat om dan te stoppen. Klinkt een beetje vreemd, maar het is zo dat de meeste nummers op deze plaat geen echt einde hebben. Naar het einde toe horen we wel nog even Olmos een korte maar stevige gitaarsolo tevoorschijn toveren (in de sfeer van het nummer & dus best vreemd). Kortom dit is een nummer dat niet had misstaan op de betere Magma-albums.

Soleil D'Ork is Tops versie van het Magma-nummer dat we al reeds op Üdü Wüdü zagen verschijnen. Gedomineerd bij Tops bas deze keer is het nummer vooral lichter van sound dan de originele versie. Iets minder dan het originele, maar mag er zeker zijn. Al is het maar om tot rust te komen van het geweld van het vorige nummer of van dat wat nog komen zal.

De Futura is ook een nummer dat al op Üdü Wüdü stond. Het grote verschil hier is dat Vander vervangen is door een drumcomputer. Meteen ook de reden waarom in Magma's versie lichtjes prefereer over deze. Wat niet wil zeggen dat het slecht is. Top's drumcomputer geeft het nummer wel degelijk een erg goeie sfeer, maar het is geen Vander... Dit geeft Top wel de mogelijkheid om de andere instrumenten meer op de voorgrond te brengen & de pure kracht van het epic meer tot zijn recht te laten komen. Overigens komt het repititieve nog meer tot zijn recht net daardoor. Natuurlijk moet ook nog Richard Pinas vermeld worden, hij doet een geweldige job op de gitaar. Kortgezegd dit nummer is ondanks, of misschien wel mede door, de drumcomputer een absolute topsong.

Glas is dan weer een rustig, donker, psychedelisch stukje om te eindigen, best mooi einde.
Maar om concluderend uit de hoek te komen nu. Iedere Magma-liefhebber zal dit album geweldig vinden. Al is het alleen maar om Mekanik Machine. Ook voor de avontuurlijk ingestelde prog-liefhebber kan dit een album een aanrader zijn. Het Kobaïaans is hier tenslotte iets minder overheersend dan bij Magma.Dit kan wel eens storend werken bij nieuwelingen in Magma's muziek. Dus dit album zou ook een instap daarnaar kunnen betekenen.

Een Zeuhl-meesterwerk dus eigenlijk dit album & terecht 4,5*

John Cale - Music for a New Society (1982)

Alternatieve titel: M:FANS / Music for a New Society

poster
5,0
Ik ben een Cale-adept. Altijd al geweest sinds ik The Velvet Underground leerde kennen. Niet Lou Reeds gitaarwerk, stem & melodiën boeiden me vooral. Nee, het was John Cale die met z'n bas, z'n viool, z'n piano (denk aan Waiting For The Man) meteen m'n aandacht trok. Dit zette me meteen aan tot solowerk te zoeken van de beste man. Maar Cale's solowerk is een hard eitje om te kraken beste mensen. Soms gaat hij de rock-tour op, soms heeft hij iets poppier nummers, of gaat hij velvet-achtige nummers maken of maakt hij niets-klinkende nummers. Dat komt beste lezer omdat John Cale niet weet wat een compromis is. Hij zoekt altijd de extremen op. Zo ook op deze Music For A New Society.

Deze plaat is misschien wel 1 van de heftigste platen die ik heb in m'n collectie heb. Cale gaat hierop namelijk heel ver in zijn extremen zoeken. Dit is iets wat ik de beste man nooit zo heb zien doen. Ok, The Academy In Peril was ook niet meteen de meest rockende of vrolijke plaat, maar deze overtreft alles. Als we Cale's discografie even bekijken zien we dat deze plaat net na Cale's zogezegde come-back albums komt. De man had goed gescoord toen ie bij Island Records zat & probeerde dit succes te evenaren met Sabotage/Live & Honi Soit. Deze albums zetten Cale weer op de goed weg, zodat iedereen in 1982 dus weer een album in dezelfde stijl verwacht.

Niets daarvan: Cale ontslaat heel de band die hij rondom hem had & trekt nieuwe mensen aan en maakt deze minimalistische plaat. Zo doet ook zijn vrouw Risé Cale met hem mee, en laat hij haar ook meeschrijven. Zo schrijven ze bijvoorbeeld samen het nummer Damn Life. Niet meteen een vrolijk nummer om als koppel te schrijven, maar wel een nummer dat mede door de tekst, en de titel alleen al, wel de sfeer van het album reeds oproept. Want dat is wel het gevoel dat Cale bij ons luisteraars oproept: Damn Life! Eigenlijk is dit nummer vooral muzikaal opgebouwd rond een stuk uit Beethovens 9e Symfonie (welk deel lijkt me niet moeilijk te raden). Het nummer bouwt langzaam vol pijn & woede op naar het o zo bekende melodietje om nadien even (niet te lang hoor) in een rocker over te gaan. Daarna haalt de pijn & de woede weer de overhand.

In het nummer Risé, Sam And Rimsy-Korsakov horen we mevrouw Cale nog maar eens terug. Ze debiteert een tekst op een melodie die van (hoe kan het ook anders) Rimsy-Korsakov is. De Sam uit de titel is overigens Sam Shepard, de man die 2 nummers heeft mee neergepend op deze plaat (deze & If You Were Still Around).

Maar het prijsnummer op deze plaat is nog altijd (I Keep A) Close Watch. Cale's versie van een liefdesliedje. Zo puur, zo eenvoudig & toch zo mooi, zo pakkend. Het nummer grijpt je meteen en laat je niet meer los. Dit nummer gaat ook op de cd-versie over in Mama's Song. Een instrumentaaltje is dat, dat op de lp een aparte track was, maar nu het perfecte einde voor (I Keep A) Close Watch vormt. Oorspronkelijk was Mama's Song overigens een opname van een telefoongesprek tussen Cale en z'n moeder die 'Arlan y Mor' zong. Maar moeder Cale werd ziek, en zoon John besloot het er niet op te zetten, maar wel een instrumentaal met een beklemmende sfeer & dezelfde naam.

Een album dat je na beluistering achterlaat met een verlaten gevoel, vol met pijn, woede, ontreddering, ... Ik voel me zo verdomd alleen is een reactie die bij deze plaat zou passen. Een album om alleen in je zolderkamertje te draaien, alleen met je gevoelens. Luchtig en vrolijk wordt het dan ook nergens. Maar als je openstaat voor al deze zwaarmoedigheid en voor Cale's ontegensprekelijke talent, zal er een wereld voor je opengaan. Niet zeer toegankelijk deze Music For A New Society, maar wel pretentieus: ik zou niet graag in zo'n nieuwe samenleving zitten die Cale ons voorschrijft. Vrolijk kan het daar nooit worden.

Concluderend is dit voor wie er voor openstaat een meesterwerk, voor anderen is dit gewoonweg een plaat met 11 nummers over niets die niets brengen. Ik schaar mezelf graag onder de eerste groep.

Lou Reed - Berlin (1973)

poster
5,0
Ja dus een top 10-plaat waar ik niet bij gereageerd heb & zodoende blijkbaar een opdracht gekregen in het recensie-topic...

Dit album zou de grote bevestiging worden voor Lou Reed die daarvoor enorm had gescoord met Transformer, mede dankzij David Bowie's medewerking. Die is er op dit album niet meer bij, misschien een reden dat het zo'n extreem album geworden is? Nu ja, als producer kregen we Bob Ezrin, erg sterk producer die dankzij deze plaat ook even door een donkere periode moest kruipen net als Reed zelf. Het album werd namelijk erg slecht (om niet meteen te zeggen niet) ontvangen door de muziekpers & recensenten, en dus door het publiek. Meteen weg met de goddelijke status van Reed die hij dankzij Transformer kreeg...

Om te beginnen had Reeds vrouw een poging ondernomen zelfmoord te plegen & wilde nadien van hem scheiden. Lou Reed was in die tijd dan ook nog 'ns zwaar heroïne-verslaafd. Niet meteen de ideale omstandigheden om een dubbelalbum (ja, dat moest het worden) te maken dat de opvolger van het succesvolle Transformer moest worden. Het opnemen van het album (wat in Londen gebeurde) was volgens Reed 'een bijzonder gestoorde periode'. Zo gestoord zelfs dat er voor Ezrin nix anders overbleef om Reeds voorbeeld te volgen & ook zwaar aan de heroïne te gaan ('het was dat of een zenuwinzinking': Ezrin). Zoals bekend weigerde de platenmaatschappij Berlin als dubbelalbum uit te brengen zodat Reed & Ezrin er erg veel uit mochten gaan knippen...

Qua thematiek kan je er makkelijk Reeds gemoedstemming in terugvinden: drugs, zelfmoord, drugs, man die z'n vrouw slaat, drugs, prostitutie, drugs, drank, drugs, ... Enfin, niet meteen een vrolijke plaat dus. Door de plaat heen gaat het van kwaad naar erger met een vrouw die drugsverslaafd is, ook aan de drank, die zichzelf prostitueert (Berlin-Lady Day-Men Of Good Fortune-Caroline Says I-How Do You Think It Feels-Oh Jim).

In die laatste dat over het eenzame gevoel van onze 2 junkies gaat, Oh Jim, keert de plaat volgens mij. Ergens in dat nummer verandert heel de sfeer, wordt het album donkerder, triester, moeizamer van sfeer. Caroline Says II gaat dan ook meteen verder in die sfeer. De vrouw wordt hier door de man geslagen maar zij komt er een beetje tegen in opstand, wilt dat leven niet langer (Life is meant to be more than this), & neemt wat speed & zegt dat ze haar man of vriend (ook een junkie natuurlijk) niet meer wil.

In The Kids dan worden haar kinderen nog eens van haar afgenomen 'because they said she was not a good mother' & natuurlijk vanwege hoe ze door het leven ging. Hierin vinden we natuurlijk dat beroemde stuk waarin Bob Ezrin z'n 2 zoontjes had wijsgemaakt dat hun moeder dood was & ze haar nooit meer zouden zien. Dit gehuil kwam dan op cd terecht. Overigens werd dit verhaal later door Bob Ezrin weer ontkracht (mss de invloed van de heroïne?). Illustreert wel de geschiftheid van de opnames van dit album... Overigens speelt Tony Levin de bas op dit nummer.

In The Bed dan pleegt de vrouw zelfmoord omdat alles van haar is afgenomen, haar leven heeft geen zin meer. In Sad Song tenslotte treurt de man hoegenaamd niet om haar & wil z'n tijd niet langer verspillen...

Een album dat in het begin erg slecht werd ontvangen & nu als meesterwerk wordt opgehaald. Lou Reed hield er een hekel aan muziekjournalisten aan over (verklaart de soms houterige interviews met Reed). Natuurlijk is dit album ook echt een meesterwerk, & eigenlijk valt daar weinig aan toe te voegen.

Magma - Magma Live (1975)

Alternatieve titel: Hhaï!

poster
5,0
Mijn allereerste Magma-album is dit, maar dit was voor mij een hele openbaring. Ik kende de band al van enkele vreemde nummertjes vanop progarchives, maar dat leek me toen niets. Dat vreemde onbegrijpelijke taaltje dat ze zongen, Kobaïaans, dat was maar niets vond ik. Een tijdje later besloot ik de band, mede dankzij het terziele gegane internet-radioprogramma 'Dreams Wide Awake' opnieuw een kans te geven & te verkennen. Als 1e album werd dit live-album me aangeraden. Het zou een perfecte synthese zijn van het Magma-werk (& is tenslotte Magma geen live-band bij uitstek?).

Ik werd overdonderd door dit werk reeds bij de 1e beluistering. Zo intens, zo oprecht, zulk muzikaal meesterschap. Een ervaring die ik zelden meemaakte bij een live-album. (enkel Seconds Out van Genesis kon hieraan tippen, maar das een ander verhaal)

Het album begint met de epic Köhntark (op mijn versie 1 nummer van 31 minuten), eigenlijk hetzelfde nummer als Köhntarkösz van het gelijknamige studioalbum. Vanwege een probleem met de producer moest dit nummer een andere naam krijgen, vandaar dus... Een nummer dat in het begin een beetje een hypnotiserend effect heeft vanwege het herhaaldelijk herhalen van het zelfde thema & de tekst (tenminste dat denk ik, m'n Kobaïaans is niet al te best). Dat begineffect (overigens een typisch voorbeeld van de Zeuhl-stroming) sleurt je verder mee in het nummer, dwingt je verder te luisteren. Eigenlijk echt een nummer dat Zeuhl op zich beschrijft: ook de zangstijl bijvoorbeeld al. Sterk geïnspireerd door Carl Orff (wie ooit Latijn heeft gevolgd herinnert zich mans Carmina Burana ongetwijfeld).

Kobah dan vind ik persoonlijk een nummer dat de jazz-inspiratie van de band duidelijk maakt. Christian Vander (stichter & leider van Magma) was een groot bewonderaar van jazzlegende John Coltrane. Dat hoor je duidelijk terug in dit nummer.

Bij Hhaï wil ik kwijt dat het volgens Vander gaat over hoop, zorgen, plezier, etc. Hhaï zou ook zoveel betekenen als Alive. Persoonlijk hoor ik er niet veel hoopvols in, maar dat is de stijl van Magma zowat.

Mëkanïk Zaïn dan bevat een absolute hoofdrol voor de amper 17-jarige (!) violist Didier Lockwood. Ergens in het midden van het nummer doet hij een schitterende vioolsolo die echt door merg & been heen bijt. Nu is een vioolsolo iets waar ik sinds John Cale bij the Velvet Underground erg van hou, maar deze hier is echt enorm sterk. Een absolute belofte was Lockwood toen.

Samengevat is dit een live album dat een perfecte weergave geeft van hoe Magma live moet geweest zijn. Overall een vrij gewelddadige & hypnotiserende sound, zeer kundig ingespeeld met schitterende improvisaties (denk daarbij aan Didier Lockwoods solo) Dus is de plaat inderdaad een ideale instap voor Magma, maar voor mij al meteen een waar meesterwerk. Maar kan ook meteen dienen als instap voor het gehele Zeuhl-genre. Een absolute aanrader dit werkje. Jammergenoeg, net als heel het Magma-werk, niet te vinden in een 'klassieke' cd-winkel, je zal je tot gespecialiseerde verkoopsites moeten wenden hiervoor.

Pearl Jam - No Code (1996)

poster
5,0
No Code was alweer het 4e album van deze band, en misschien wel het minst ontvangen door de cd-kopers. Gezien mijn cijfers mag het duidelijk zijn dat ik het hier niet mee eens ben. Voor mij is No Code het beste Pearl Jam-album. Tevens is dit het eerste album met hun toenmalige nieuwe drummer Jack Irons (ex-Peppers).

Voor het eerst begint een Pearl Jam-album niet met een stevige opener. We hadden voorheen al Once, Go & Last Exit. Maar geen van dat alles nu; met Sometimes heb je een gevoelig kwetsbaar nummer dat opent. Rustig luisterliedje dat een Pearl Jam-album opent, kan het nog vreemder?
Dat wordt met Hail, Hail dan weer rechtgezet. Een harder nummer dat zich vooral in de stijl van het latere Yield bevindt. Who You Are sla ik even over, mooi nummer verder.

In My Tree dan vind ik persoonlijk 1 van hun mooiste, zoniet het mooiste nummer van Pearl Jam. Wat vooral opvalt hier is de drums van Jack Irons. Dit toont meteen aan dat deze toch nieuwe drummer al meteen een grote invloed had in de muziek. Verder is dit 1 van de meest persoonlijke nummers op deze plaat. Erg mooi.

Met Smile krijgen we toch weer een atypisch Pearl Jam nummer, het iets bizardere ritme, de Irons-drums, de zang van Vedder... Het maakt dit nummer toch een erg bijzonder geheel. Ook een nummer dat ik dit jaar op Werchter zag gebracht worden maar dan met Ament aan de gitaar & Gossard aan de bas; om het nog wat meer bijzonder te maken...

Off He Goes is het 2e persoonlijke nummer op deze plaat, een mooi gevoelig rustig akoestisch nummer gezongen door Vedder over Vedder. Samen met Black het meest kwetsbare nummer van Pearl Jam.

Laat ik Habit & Lukin' even samen nemen. Het zijn namelijk 2 muzikaal erg vergelijkbare nummers. 2 nummers waar Pearl Jam op z'n 'Ramones' speelt, vooral snel dus. Nummers die je allebei niet bij Pearl Jam zou verwachten, maar er wel degelijk passen. Habit valt natuurlijk op gezien het net na het gevoelige Off He Goes geprogrammeerd staat. Lukin' valt uiteraard ook op door zijn lengte, ook dat is op zijn Ramones dus. De laatste is ook in de loop der jaren uitgegroeid tot een publieksfavoriet.

In Mankind mag Stone Gossard zowaar eens zingen, en het is een zeer geslaagd experiment geworden, wat hij heeft verder doorgetrokken naar een erg sterk solo-album (Bayleaf). Muzikaal is dit nummer eigenlijk niet zo bijzonder. Het feit dat Gossard zingt, is voor mij eigenlijk het enige dat dit nummer bijzonder maakt.

De overige nummers (Red Mosquito, Present Tense, I'm Open, Around The Bend) ga ik niet apart beschrijven, laat duidelijk zijn dat dit ook 4 verschrikkelijk mooie nummers zijn. Maar samengevat kan je No Code als meest experimentele album van Pearl Jam beschrijven, misschien wel samen met Vitalogy het meest persoonlijke album.

Ray Wilson - Change (2003)

poster
5,0
Het mag me eigenlijk niet verbazen dat net dit album werd uitgekozen door lukas voor het recensietopic. Gezien mijn algemene smaak en de meerderheid van de 5*-albums, mag dit album gerust als een vreemde eend in de bijt gezien worden.

Ray Wilson dan... De man heeft begin jaren 90 vooral bekendheid geoogst met de groep Stiltskin en de monsterhit Inside. Later zagen we hem terug bij Genesis. Volgens mij, en met mij ongeveer niemand, was dit een zeer geslaagde zet van de heren Banks & Rutherford (vooral Banks neem ik aan). Calling All Stations vond ik een zeer goed album waarbij ook Wilson zeer positief opviel. Jammergenoeg dacht (en denkt nog steeds) de meerderheid daar anders over. In elk geval stond Wilson dus weer op straat. Hij is niet meer bij een andere band gaan zingen, hoewel hij op een blauwe maandag ook bij The Scorpions heeft gezongen (erg kort dat wel). Maar hij begon een solo-carrière, waarbij hij live nummers van zijn eigen Stiltskin, Genesis, Peter Gabriel & Phil Collins ten hore brengt.

In 2003 kwam mans eerste studio-album er dan eindelijk aan, wat meteen het onderwerp van mijn schrijven is. Change is een erg mooi album geworden waarin je nergens meer Genesis of - de op de vleugels van de grunge opererende - Stiltskin in terugvindt. Maar gewoon 11 (+1 instrumentaal & 1 intro) mooie akoestisch begeleide nummers die voornamelijk drijven op Ray Wilsons warme stemgeluid.

Toen ik voor het eerst de titeltrack Change hoorde, verbaasde me het eigenlijk dat dit geen hit was geworden. Want dit nummer bevat alles om dat te hebben. Je bent er meteen mee mee, maar toch is het geen plat commercieel, om te scoren, nummer, maar een gevoelige stevige (voor de plaat toch) song.

Als ik even een ander sterk nummer eruit wil halen, kom ik bij het wondermooie Beach aan. Dit is zulk een mooi nummer dat het meteen in een top 10 van nummers (mocht ik die hebben) zou terechtgekomen. Het is een erg gevoelig rustig nummer dit, ook hier weer vrij eenvoudig, maar een zeer mooie melodie, gedragen door Wilsons stem. Ik was ook volledig mee met de gevoelens die de man voor ons openlegt.

Op naar een volgend hoogtepunt dan, Cry If You Want To (and don't cry if you don't want to gaat de zin verder) begint zo mogelijk nog gevoeliger dan het voorbije Beach. Het gaat over een man die een vrouw terugziet een lange tijd na de breuk in hun relatie net op moment dat hij over die breuk heen was. De rustige gevoelige melodie mag dus eigenlijk niet verbazen. Naarmate het nummer vordert, na het 2e refrein, wanneer hij schuldgevoelens begint op te halen, wordt het nummer iets harder.

Als laatste nummer wil ik het zo mogelijk nóg gevoeligere She Fades Away aanhalen. Een nummer dat in al zijn eenvoud prachtig de stijl van Wilsons muziek karakteriseert.

Om She Fades Away nog eens terug aan te halen, wil ik m'n laatste alinea beginnen met te zeggen dat voornoemd nummer samen met Change de perfecte instapnummers zijn om Ray Wilsons muziek te leren kennen. Met prog of grunge heeft het allemaal niet veel te maken, het is gewoon een erg mooi album geworden, dat altijd net niet in mijn top 10 staat. Zoals Mark reeds zei: verplichte aanschaf!

Raymond van het Groenewoud - De Minister van Ruimtelijke Ordening (1994)

poster
4,0
In het kader van het recensie-topic krijg ik deze als opdracht. Een redelijk geniaal album van onze eigenste Raymond dit, een half live-half studio-album & mede daardoor ook uniek. Het bevat enkele klassiekers (neem bijvoorbeeld Liefde voor Muziek) in een ander jasje, maakt deze plaat erg aangenaam om naar te luisteren.

Het 2e nummer, Brussels By Night, vind ik persoonlijk al meteen een hoogtepunt in mans carrière. Een mooi rustig nummertje met een erg sterke tekst & zelfs een kleine sneer naar Clouseau 'Aan de jassen die hangen, 't etiket van Louise, Clouseau kocht er ook één, maar die past niet precies' Ook het 'nederlands-engels' dat Raymond hier bezigt, vind ik ook erg leuk. Topnummer!

Arme Penis is zoals hierboven al eerder werd gemeld idd ook een volgend hoogtepunt, gevoelige tekst, leuke muziek & die sax... De sax vinden we trouwens nog wel meer terug, zoals op het einde van Madame Praline (waarvan ik vroeger, lang geleden, dacht dat het iets met samson te maken moest hebben) & de intro van L'étranger C'est Mon Ami. Ook een erg mooi nummer, hoewel ik het refrein een beetje minder vind tegenover de rest van het nummer. Jammer is wel dat dit nummer 13 jaar na dato nog steeds zo brandend actueel blijft.

Sensatie dan is alweer het volgende hoogtepunt, en niet alleen vanwege de meer dan prachtige sax-solo (alweer!) op het einde, maar ook de tekst is ook best leuk. Maar eerlijk gezegd, draaide het in dit nummertje voor mij vooral om de sax.

Zoals hier ergens ook al werd vermeld, is Jarig een heel erg gevoelig & mooi nummertje. Voor mij 1 van de gevoeligste & mooiste nummers van Raymond. Sfeer is daar echt uniek, klein meesterwerkje dat. Valt op zich weinig over te zeggen, het is zó gevoelig, zó mooi, zó uniek...

Ze Weet Niet Wat Ze Doet is een volgend hoogtepunt, lang nummertje dat erg mooi blijft, maar voor mij zo mooi omdat ik het eerder in een iets andere versie kende. En toen ik deze hoorde erg verrast was door deze versie. Die vind ik namelijk erg gelijkwaardig met degene die ik al kende, of misschien zelfs wel beter. 'Ze doet dat zo verschrikkelijk goed', altijd al willen weten hoe 'zij' eruitziet ...

Om te eindigen krijgen we nog 2 rasechte Raymond-klassiekers: Liefde voor muziek, dat we hier in een andere, erg leuke versie geserveerd krijgen & Toujours L'amour. 2 nummers waar op zich niet al te veel meer over te zeggen valt, net omdat ze zo bekend zijn.

Om tot een conclusie te komen is dit zonder twijfel 1 van Raymonds sterkste albums van 1 van België's grootste artiesten. Een aanrader als je van nederlandstalige of gewoon goede muziek houdt.

Stormy Six - L'Apprendista (1977)

poster
5,0
Tja, in m'n top 10 & nix geschreven dat kan natuurlijk niet... Daarom deze recensie maar eens. Stormy Six zal bij het grote prog-publiek misschien niet zo bekend, maar het is toch 1 van de bands die van grote invloed was. Zij zijn namelijk 1 van de 8 bands die het RIO-charter ondertekenden (verder hadden we Henry Cow, Univers Zero, Samla Mammas Manna, Etron Fou Leloublan, Aksak Maboul, Art Zoyd & Art Bears). Een charter waarin onder andere stond dat de bands onder elkaar probeerden concerten te regelen (zo regelde Stormy Six een 4 dagen-durend concert voor de 7 (Henry Cow bestond niet meer) bands.

Nu is Stormy Six niet gestart als RIO-band (in tegenstelling tot de anderen (m.u.v. Henry Cow die als canterbury-band startten)). In hun begin speelden ze een soort folk-achtige muziek. Maar later vanaf 1975 met Un Biglietto del Tram begon ze iets meer te experimenteren met hun muziek. Dat leidde dan in 1977 tot deze L'Apprendista, een volledig RIO-album (samen met Macchina Maccheronica overigens bands enige).

De muziek is hier uiterst complex maar toch niet te moeilijk. Want moeilijk is iets waar veel bands uit dit genre wel van beschuldigd worden. Maar met L'Apprendista valt dit eigenlijk erg goed mee. Zo wordt bijvoorbeeld het titelnummer in het begin gedragen door een erg fijn melodietje. Vergis je nu niet, ondaks wat ik hierboven heb geschreven is dit geen eenvoudige progplaat. Complexe ritmes komen genoeg voor... L'Orchestra Dei Fischietti is eigenlijk de moeilijkste track van dit album, je kan er zoveel genres in terughoren, het is zo complex, maar toch zo mooi. Wat dit album ook leuk maakt is het feit dat het tegelijk complex & niet complex is. Ik weet het, dat klonk even moeilijk, maar daar wil ik mee zeggen dat dit voor de gemiddelde mainstream progger nog vrij toegankelijk is, terwijl het voor de RIO-liefhebber ontoegankelijk genoeg is.

Er rest me overigens nog wat te vertellen over Stormy Six, de bandleden waren nogal linkse rakkers. Ze hadden zich aangesloten bij een communistisch verbond in Italië. En die politieke mening was iets dat zij mee in het RIO-charter brachten. Overigens ook een reden dat RIO zo snel stopte met bestaan... Stormy Six beschuldigde Univers Zero ervan teveel met de vorm (de muziek dus) bezig te zijn & te weinig met politiek, Univers Zero dan beschuldige Stormy Six van te weinig met kunst (de muziek) bezig te zijn & te veel met politiek. Stormy Six beschuldigde dan weer Samla Mammas Manna ervan 'a-politiek' te zijn, & op hun beurt beschuldigde Samla Mammas Manna Stormy Six ervan teveel met politiek bezig te zijn... Dus een robbertje ruziën dat leidde tot het einde van RIO.

Nu is dat politieke idealisme dus zeer belangrijk voor Stormy Six. Hun eerste pop/rock/folk albums stonden dan ook vol met protestsongs. Gezien dit politieke idealisme een thema is bij Stormy Six komt dit hier ook voor. Jammergenoeg is, ondanks dat ik Italiaans zo'n mooie taal vind, m'n kennis van het Italiaans zwaar ondermaats. Dus kan ik over de teksten weinig nuttigs vertellen... Maar laat geweten zijn dat deze linkse rakkers geen gelegenheid onbetogen zouden laten om hun mening te laten weten.

Samengevat is dit een erg mooi album, van een historisch erg belangrijke band. Maar ook van een erg moeilijke band. Een aanrader voor de avontuurlijk ingestelde progliefhebber, maar ook de mainstream progliefhebber zou dit moeten proberen. Zou een introductie tot dit wondermooie genre (RIO/Avant-Prog) kunnen zijn. Erg mooi dit!

Talk Talk - The Colour of Spring (1986)

poster
4,5
Men heeft blijkbaar de gewoonte om mij postrock-platen te laten reviewen. Dit zal ondertussen al de 3e zijn in dat subgenre. Nu is dat natuurlijk niet erg, want deze The Colour Of Spring is een waar meesterwerkje.

Nochtans begon het voor mij & Talk Talk niet al te best. Vooreerst vind ik dat ze een ronduit belachelijke groepsnaam hebben... Nu geldt dat natuurlijk wel voor meerdere bands, maar Talk Talk spant daarin wel de kroon. Maar m'n grootste probleem dat ik vroeger had, was dat ik vooral de hits als Such A Shame & It's My Life kende. En dat is eigenlijk niet echt de meest ideale instap voor Talk Talk...

Gelukkig kreeg ik van iemand Spirit Of Eden & was ik meteen verkocht voor dit bandje. Schitterende plaat was dat. Maar gezien de opdracht The Colour Of Spring was en niet Spirit Of Eden, ga ik me wél aan de opdracht houden en het daarover hebben. Dit album leunt inderdaad sterk aan bij Spirit Of Eden, dus ook voor mij is er amper sprake van radicaal het roer omgooien. Nee, beide platen zijn logisch gevolg/voorganger van elkander.

In tegenstelling tot wat Lukas hierboven zegt, vind ik Happiness Is Easy meteen al een waar hoogtepunt. Voor mij zelfs (& hier ga ik waarschijnlijk wat mensen mee verbazen) het allerbeste nummer van Talk Talk. Ik stoor me dus dan ook niet aan de kinderstemmetjes. Nee, zij horen er absoluut bij! Dat draagt bij tot de wat grimmige sfeer van het nummer, want vrolijk is het allemaal niet moet ik zeggen. Wat me idd bij het beluisteren van de tekst ook opvalt, is dat dit nummer (& niet alleen dit, kijk naar Life's What You Make It) een positieve semi-religieuze boodschap meedragen. Maar dat stoort mij niet (het is geen Neal Morse die perse in elk nummer z'n liefde voor god wil betuigen). De muziek is er niet minder om.

I Don't Believe In You bouwt een beetje verder op dezelfde sfeer die ook al in Happiness Is Easy te vinden was. Een zeer sterk nummer dan ook.

Het volgende nummer op de plaat is Life's What You Make It & dat nummer sluit terug wat aan bij de meer 'poppy' Talk Talk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat dit een slecht nummer is. Want ook dit nummer baadt in een heerlijke grimmige sfeer, ondanks het feit dat het eigenlijk iets vrolijker klinkt. Altijd dat dubbele gevoel gehad bij dat nummer. Is het nu vrolijk of grimmig? Eigenlijk een gevoel dat bij wel meer nummers op deze plaat voorkomt.

Give It Up klinkt dan weer heel wat zwaarder voor mij. Daar twijfel ik niet aan, dat is niet vrolijk. Maar wel een schitterend nummer. Dit is voor mij na Happiness Is Easy het 2e hoogtepunt van het album. Het ligt alleen veel zwaarder op de maag dan het 'lichte' Happiness Is Easy.

Chameleon Day is hierboven nogal erg bewierookt. Ik wil het nummer dan ook meteen tot 3e hoogtepunt van The Colour Of Spring benoemen. Dat minimalistische zullen we bij Spirit Of Eden nog meer tegenkomen, maar niet zoals hier. En zeker niet gebald als hier. Verder voor dit nummer & ook voor April 5th & Time It's Time kan beter hierboven even gekeken worden. In grote lijnen ben ik het daarover eens met Lukas.

Concluderend kan ik eigenlijk alleen maar dit zeggen: The Colour Of Spring is een waar meesterwerk. Een aanrader voor iedere postrock-fan, maar ook voor de 80s-fan. Deze plaat bevat voor iedereen wel wat. Historisch is ie misschien niet, en misschien is dat maar goed ook, maar een geniaal fenomenaal meesterwerk is het wel absoluut.

Tortoise - Millions Now Living Will Never Die (1996)

poster
4,0
Tortoise is een band die ik heb leren kennen door het internet-radio-programma Dreams Wide Awake & mede door Omayyad. Ik hoorde voor het eerst een nummer uit, ik dacht TNT, wat me ongelooflijk boeide. Ik dacht hier moet ik meer van zoeken. Bleek dat Millions Now Living Will Never Die de volgende dag toevallig in de plaatselijke bibliotheek te liggen. Meenemen dus, en dit heb ik me nooit meer beklaagd.

Tortoise vooreerst is geen lekkere wegluistermuziek of een pop of rock bandje zoals er 13 in een dozijn zijn. Bij deze muziek moet je geconcentreerd zijn (tenzij je bijvoorbeeld recensies kan schrijven tijdens het album te beluisteren, zoals ik nu doe). Algemeen wordt deze band geplaatst in het vakje van de post rock, een genre waar we ook Radiohead sinds Kid A kunnen plaatsen. Nu om het genre van Tortoise te bepalen, wil ik even iets dieper ingaan op progressieve rock. Een genre dat namelijk voor velen een verschillende betekenis heeft. Want wat is nu prog-rock? Is dit de muziek die Genesis en consoorten maakten in de jaren 70 (& daarbij vernieuwend/progressief waren), en dat nu door bands als Spock's Beard, Arena, Pendragon, etc. wordt verdergezet. Of is het muziek die steeds vernieuwend/progressief blijft zijn (zoals bijvoorbeeld King Crimson telkens opnieuw zichzelf uitvindt)? Als we de 2e betekenis volgen, dan is dit Tortoise 1 van de ware erfgenamen van de progressieve rock in de 90s. Hun sound is absoluut vernieuwend & zeker niet elk album klinkt hetzelfde (vergelijk bijvoorbeeld eens het jazzy TNT & deze Millions Now...). Wat Tortoise overigens ook niet heel toegankelijk maakt is het gebrek aan vocals. Nergens wordt er hier gezongen. Dit benadrukt vooral het muzikale vakmanschap van de mannen van Tortoise. Stuk voor stuk zijn ze allen multi-instrumentalisten.

Het album zelf start met het langste nummer, Djed. Nu is een album openen met het langste nummer niet altijd ideaal. Het kan ertoe leiden dat de rest van het album in de vergetelheid geraakt (een euvel waar onder andere Relayer van Yes zeker last van heeft). Bij dit album is dit niet het geval. Ondanks het feit dat Djed buiten het langste ook daadwerkelijk het beste nummer is, valt de rest van dit album ook zeer goed mee.

Toen ik Djed voor de eerste keer hoorde, had ik bijna de cd alweer weggesmeten. Het zit namelijk zo: iets voor de 14 minuten in Djed, lijkt het alsof er een kras zit in de cd & het nummer verspringt. Ik dus mijn exemplaar gaan kuisen (het was eigenlijk al brandschoon) & opnieuw opzetten. Bleek natuurlijk net hetzelfde te gebeuren... Uiteraard was dit gewoon deel van het nummer, wat ik pas de 2e keer begreep. Het illustreert voor mij de muziek waar Tortoise voor staat volledig. Het is geen simpele voorgekauwde pop of rock, het is muziek die verdergaat. Waarvan je zelfs even denkt dat er een fout op de cd zit, maar wat je daarna wondermooi vindt.

Maar na Djed bevinden zich nog 5 nummers. Voor sommigen zijn die nummers er een beetje te veel aan, of doen ze iets af aan de kwaliteit van Djed en op die manier van heel Millions Now Living Will Never Die. Maar niets is minder waar voor mij. Ze maken het geheel nog iets mooier. Zo is er The Taut And Tame dat drijft op een telkens herhalend thema. Dit geeft weer een hypnotisch effect, waar Magma bijvoorbeeld eerder al heel sterk in is. Overigens geen toevallige namedropping van Magma hier. Zijn beide bands niet fel geïnspireerd door de jazz-cultuur?

Nu moet ik toegeven dat ook niet elk nummer hierop perfect is. Zo vind ik Dear Grandma And Grandpa eigenlijk niet zo geweldig. Het thema waar dat nummer rond draait, doet me niet al te veel moet ik zeggen. Maar het album eindigt dan weer wel heel mooi. Along The Banks Of Rivers is zo'n track waarbij je je ogen kan sluiten en je heerlijk kan wegdromen. Je voelt jezelf in het nummer zitten... Schitterende manier om de plaat af te sluiten. Alleen als het gedaan is, wordt je weer wakker uit je dagdroom om tot je spijt te ontdekken dat je weer uit de wondere wereld van Tortoise bent gestapt.

Kortom is dit een mooie plaat, die vooral gedragen wordt door Djed, maar waarbij de kortere tracks zeker niet te verwaarlozen zijn. Al bij al een heerlijk album om in te vertoeven. Tijd om maar weer m'n ogen te openen & iets anders op te zetten...

Tortoise - Standards (2001)

poster
4,0
Standards is reeds het 5e album al van Tortoise, de progressieve rockband bij uitstek volgens mij (dit indien je mijn recensie bij Millions Now Living Will Never Die hebt gelezen). Ik weet niet wat de reden was, maar dit album blijkt minder te scoren dan zijn 2 voorgangers (Millions... & TNT). Niets van dat bij mij terug te vinden.

Standards is na Millions Now Living Will Never Die het 2e album dat ik hoorde van Tortoise. (later ontdekte ik via Dreams Wide Awake ook nog geheel TNT) Nu is er een groot verschil met de 2 voorgaande albums. Dat verschil heeft te maken met het soort band dat Tortoise eigenlijk is. Een progressief, zichzelf vernieuwend band. Vergeleken met de voorgaande albums hoor je hier meer electronische invloeden in. Dat is natuurlijk een evolutie die je ziet voorkomen. In TNT kwam er een wat meer jazzy invloed. De oorzaak daarvan is mede door de wissel Pajo-Parker bepaald. Jeff Parker is namelijk meer jazz geïnspireerd dan David Pajo was. Nu blijven deze jazz-invloeden ook op Standards nog steeds van kracht. Alleen wordt er hier meer gebruik gemaakt van electronica.

Het voorgaande maakt ook voor mij het album net zo sterk. Het gebruik van die verschillende invloedsferen dient hier om Tortoise's eigen sound vorm te geven. Want dat zal Tortoise natuurlijk ook blijven behouden: zijn eigen typische sound. Alleen doordat ze zelf verder evolueren, evolueert hun sound mee met hen. Waar ik bij het einde van Millions Now Living Will Never Die nog schreef dat je heerlijk kon wegdromen & toch geconcentreerd blijven, lukt dat hier niet. Dat wegdromen dan: deze plaat is iets drukken dan Millions..., vooral drukker dan het einde van de voorgenoemde. Dat hoeft geen nadeel te zijn natuurlijk. Deze plaat neemt je gewoonweg op een andere manier mee naar de diepere Tortoise-muziekwereld. Want dat doet ze voor mij nog steeds.

Een nadeel aan deze verder perfecte plaat vind ik wel dat de nummers die voor mij het beste zijn, aan het begin zitten: Seneca & Eros. Vaak beschouw ik deze 2 dan ook als 1 nummer. Het muzikale thema van beide nummers kan aaneensluitend zijn, indien er geen pauze tussen de nummers had gezeten (om ze van elkaar te scheiden), zou je niet merken dat je met een ander nummer bezig bent. Toch zie ik bijvoorbeeld in de titel wel een vorm van tegenstelling. Was Seneca niet de voorstreven van het Stoïcisme in het Romeinse Rijk? En was Eros niet de god van de liefde? Nu kan liefde wel in het stoïcisme, het is niet louter op de ratio (de reden) gebaseerd, maar toch zijn het 2 begrippen die men niet vaak naast elkaar zal zien. Toch staan ze hier wel zo gerangschikt. 2 Begrippen die elkaar tegengestelde kunnen zijn, maar die ook onlosmakelijk bij elkaar horen, want werd Seneca ook niet door Nero (zijn leerling waar hij van hield) gedwongen de gifbeker te drinken? Zo voel ik ook beide nummers aan: nummers die bij elkaar horen, maar toch weer niet.

Ondanks dat ik het amper heb aangeraakt, is op deze plaat het vakmanschap van de mannen van Tortoise weer zeer groot. Perfect ingespeelde plaat, waar elke invloed (jazz, electronica, krautrock, etc.) perfect in hun geluid wordt ingebracht.

Afsluiten wil ik met te zeggen dat ondanks het feit dat deze plaat mij niet wegvoert, het een waar meesterwerk is geworden. Ook een album waarover je telkens blijft nadenken, en dat je ook blijft opzetten. Beklemmend...