Kijk , die Erlend heeft het wat mij betreft goed gezien. Voor ieder soort muziekje dat hij op de markt wil brengen, verzint mijnheer een ander naampje. Hij verzint zelfs soms zijn eigen naam
Dat maakt dingen lekker duidelijk. Zo is er dus op het derde (of vierde, tis maar waar je begint te tellen) Kings of Convenience album werkelijk geen enkel afwijkend aanpakje te beluisteren in vergelijking met de eerdere releases. De nummers van Declaration of Dependance hadden net zo goed op een van de eerdere cd's kunnen staan...en andersom. Is dat erg. Tja, normaal best wel, maar hier niet. Kings of Convenience neemt wat mij betreft een vrij unieke plaats in het muziekspectrum. Ik bedoel...je hebt een bril...ziet er suffer uit dan de, met respect voor de beroepsgroep, sufste boekhouder, maakt liedjes die ook in 1970 gemaakt hadden kunnen worden en krijgt als meest genoemde vergelijking "Simon & Garfunkel" naar je hoofd. Dan heb je ongeveer wel voldoende kenmerken om door de "serieuze" muziekliefhebber verguisd te worden. En dat gebeurt dus niet. En ik weet waarom. Ik heb namelijk in geen jaren een act gehoord die met twee gitaartjes, een verdwaald derde instrumentje en fraai samenvloeiende stemmen mij met op het eerste gehoor simpele liedjes zo weet te raken. En kennelijk ben ik niet de enige voor wie dat geldt.
Zoals ook bij de eerdere albums, zijn alle nummers direct aangenaam om aan te horen en zijn er van die allemaal een aantal die helemaal raak zijn. Midden in de roos. Komt bij, en dat heb ik geloof ik eerder gemeld, dat je Kings of Convenience, en dus ook deze cd, immer veilig kunt opzetten, ongeacht het aanwezige bezoek. Ja ook als je schoonouders komen racletten. Voor hen is het aangename niets aan de hand muziek. Voor de fijnproever is het prettig dat Vive la France deel 14 niet op hoeft en als het gesprek een minder boeiende kant opgaat, kun je je stiekem een beetje verliezen in deze prachtplaat en verder zoeken naar de dubbele bodems en geniale subtiliteiten.