De eerste platen van Yello zijn eigenlijk allemaal niet te versmaden en deze vierde is wat mij betreft de meest geslaagde.
Stella was werkelijk liefde op het allereerste gezicht - of zoals het bij een plaat gaat ... bij de eerste tonen. De fraai galmende pulserende beat waarmee Desire opent ... ik was werkelijk meteen verkocht.
Yello maakt wat je noemt eclectische muziek. Alles kan een plek krijgen in hun mix, reggae, salsa, heavy metal, een Ry Cooder akkoord, een spoken word a la Cohen, het blijft Yello. Wat de muziek voor mij ook zo speciaal maakt is de werkelijk uitmuntende productie (we schrijven hier 1985) die zijn gelijke niet kent in mijn onproffessionele oren. Het geluid van de opnames van Yello is nadrukkelijk niet gelaagd, je hoort alles in één keer kristalhelder en ruimtelijk in balans ... bij een tweede beluistering blijken er volstrekt geen nieuwe geluiden of lagen te zijn die je niet eerder gehoord had. Een cliche maar het past hier : zwitserse precisie.
Goed, de nummers. Desire is zondermeer een van de hoogtepunten, een nummer dat voorbijglijdt als een nachtelijke rit op een verlaten snelweg. Monotoon, perfect in cadans, en ingekleurd met stemmige Paris-Texas achtige gitaarakkoorden.
Het tweede nummer Vicious Games was indertijd tamelijk hippe dansmuziek. Een jaar eerder had Yello een vergelijkbaar hitje met "I love you", dit nummer is enigszins vergelijkbaar. Stijlvolle disco met hitsige vrouwelijke vocalen. Bij Yello waren gastvocalisten altijd welkom, en ze gingen nooit kopje onder in het Yello geluidsbad. Afsluiter Angel No is er ook zo één, hier voegen de vrouwelijke vocalen zich in een punky setting op z'n Yello's. O Yeah is een nummer waar vooral de stemmanipulaties van Dieter Meier in het oor springen. Het klinkt alsof een gorilla de leads hier doet. Desert Inn en Koladi-la zijn iets minder boeiend, vlotte deuntjes waarin Boris Blank onder andere akoestische gitaren heel hard voorin de mix zet. Twintig jaar later had Basement Jaxx met zo'n aanpak ook succes. Sometimes is nog het meest conventionele lied, waarin Dieter Meier vocaal de ruimte krijgt. Heel anders zijn Stalakdrama en verderop Ciel Ouvert, hier maakt het duo mini-soundtracks voor doodenge filmscenes. Krakende deuren, tikkende hakken, gillende vrouwen en vooral loodzware orgels. En dat alles in een geluidsbeeld dat je huiskamer tot een kathedraal omtovert. Met de nummers Domingo en Let me Cry voegt Boris Blank een scheut metal aan de mix toe. Dit zijn twee uitstekende nummers, waarin Meier in het eerste het atheïsme lijkt te propageren, en in het tweede in stijl mijmert over een liefde die niet mocht zijn. Gelukkig scheuren de gitaren dat het een lust is. Als je trouwens wilt horen hoe Yello écht helemaal over de top metal speelt, check dan 'Si Señor the Hairy Grill' van de niet misselijke en al even bonte opvolger "One Second'