Hier kun je zien welke berichten dix als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
T.A.G.C. - Digitaria (1986)

4,0
0
geplaatst: 9 september 2013, 00:16 uur
Deze heb ik recent weer eens tevoorschijn gehaald. Dat had eerder moeten gebeuren ...
Het werk van TAGC is doorgaans een stuk minder toegankelijk dan ClockDVA, sommige releases zijn echt alleen voor de die-hards. Maar deze eerste volledige langspeler na het uiteenvallen van Adi Newton's originele band is eigenlijk verrassend muzikaal en zit niet mijlenver van Thirst vandaan. Expirimentele jazz? Adi en koper vormden altijd al een goede combi, maar het zijn juist de tribal ritmes die hier het geluidsbeeld domineren. Stel je een paar freejazz blazers voor die met Alan Lomax donker Afrika in trekken om een reeks jam-sessies op te nemen met lokale drummers. Het resultaat klinkt jachtig, claustrofobisch maar toch ook organisch. Zeker in vergelijking met de kille electronische trilogie Buried Dreams / Man Amplified / Sign die Newton hierna met ClockDVA maakte.
Het werk van TAGC is doorgaans een stuk minder toegankelijk dan ClockDVA, sommige releases zijn echt alleen voor de die-hards. Maar deze eerste volledige langspeler na het uiteenvallen van Adi Newton's originele band is eigenlijk verrassend muzikaal en zit niet mijlenver van Thirst vandaan. Expirimentele jazz? Adi en koper vormden altijd al een goede combi, maar het zijn juist de tribal ritmes die hier het geluidsbeeld domineren. Stel je een paar freejazz blazers voor die met Alan Lomax donker Afrika in trekken om een reeks jam-sessies op te nemen met lokale drummers. Het resultaat klinkt jachtig, claustrofobisch maar toch ook organisch. Zeker in vergelijking met de kille electronische trilogie Buried Dreams / Man Amplified / Sign die Newton hierna met ClockDVA maakte.
Test Dept. - The Unacceptable Face of Freedom (1986)

4,5
0
geplaatst: 28 september 2008, 23:21 uur
Anno 2008 blijkt het gebruikelijk om mensen aan te spreken op een eventueel verleden in het actiewezen van de jaren 80, dus dit is een mooi moment om Test Dept eens tegen het licht te houden. Muzikale activisten sloegen in die tijd graag hard met staal op staal, alleen had men steeds verschillende beweegredenen. Einstürzende Neubauten deden het om je pijn te doen, Laibach wilde je de stuipen op het lijf jagen, Foetus deed dat alleen ter meerdere glorie van z'n eigen persoontje en Test Dept tenslotte ...
...die sloegen het hardst, en wel omdat ze het publiek wakker moest schudden. Voor het meerendeel resulteerde dat in muziek en performance die indertijd live zijn gelijke niet kende en menig zieltje bekeerde, maar anno 2008 klinkt een en ander daar waar het de op communistische leest geschoeide boodschap betreft wel wat achterhaald.
Op deze plaat valt dat echter reuze mee! The Unacceptable Face of Freedom is Test Dept's eerste poging om mensen dansend een geweten te schoppen. De tracks 51st State of America, Fist, Crusher en vooral het fantastische Fuckhead (een passende ode aan Margaret Thatcher ) zijn ritmisch heerlijk doordenderende tracks die over je heen komen als een ouderwetse Sovjet-tankinvasie. Het Britse tintje ontstaat door de doedelzakpartijen die goed gedijen tussen het eindeloze geram op olievaten. Rustpunten zijn er bij het prachtige Comrade Enver Hoxha (met, heel leuk, stukjes van Radio Tirana uit de tijd dat Albanië nog op Mars lag) en het fragmentarische Victory.
Statement is een verhaal apart. Test Dept werkt hier met een 'gastvocalist', een woordvoerder van stakende mijnwerkers die verslag doet van de confrontatie tussen stakers en politie. De man spuugt z'n verhaal werkelijk op tape, de muzikale omlijsting doet z'n best hem te overstemmen maar ook die strijd wint hij met gemak. Eigenlijk is dit onbeluisterbare takkeherrie, maar gelukkig staat er aan het eind van de plaat een stuk véél beter geluidsactivisme waar de spanning je van begin tot eind de adem beneemt. Corridor of Cells is een bijtende collage van snerpend staal en sissende vocalen die subtiel naar een climax toewerkt waar het geschreeuw wél imponeert.
Ik weet niet waar het over handelt, maar dat het de heren ernst is wordt wel duidelijk. Zoals communisme hoort te zijn : verlammend, intimiderend en vrij van tegenspraak.
De CD eindigt met drie dancetracks die je kunt missen. Wat je echter niet mag missen is het artwork van de plaat. Het vinyl zat indertijd verpakt in een uitklaphoes waarop werk te zien was van beeldend kunstenaar Malcolm Poynter. Hij maakte sculpturen van omgesmolten tinnen soldaatjes. Verantwoorde anti-militaristische eighties-kunst dus.
...die sloegen het hardst, en wel omdat ze het publiek wakker moest schudden. Voor het meerendeel resulteerde dat in muziek en performance die indertijd live zijn gelijke niet kende en menig zieltje bekeerde, maar anno 2008 klinkt een en ander daar waar het de op communistische leest geschoeide boodschap betreft wel wat achterhaald.
Op deze plaat valt dat echter reuze mee! The Unacceptable Face of Freedom is Test Dept's eerste poging om mensen dansend een geweten te schoppen. De tracks 51st State of America, Fist, Crusher en vooral het fantastische Fuckhead (een passende ode aan Margaret Thatcher ) zijn ritmisch heerlijk doordenderende tracks die over je heen komen als een ouderwetse Sovjet-tankinvasie. Het Britse tintje ontstaat door de doedelzakpartijen die goed gedijen tussen het eindeloze geram op olievaten. Rustpunten zijn er bij het prachtige Comrade Enver Hoxha (met, heel leuk, stukjes van Radio Tirana uit de tijd dat Albanië nog op Mars lag) en het fragmentarische Victory.
Statement is een verhaal apart. Test Dept werkt hier met een 'gastvocalist', een woordvoerder van stakende mijnwerkers die verslag doet van de confrontatie tussen stakers en politie. De man spuugt z'n verhaal werkelijk op tape, de muzikale omlijsting doet z'n best hem te overstemmen maar ook die strijd wint hij met gemak. Eigenlijk is dit onbeluisterbare takkeherrie, maar gelukkig staat er aan het eind van de plaat een stuk véél beter geluidsactivisme waar de spanning je van begin tot eind de adem beneemt. Corridor of Cells is een bijtende collage van snerpend staal en sissende vocalen die subtiel naar een climax toewerkt waar het geschreeuw wél imponeert.
Ik weet niet waar het over handelt, maar dat het de heren ernst is wordt wel duidelijk. Zoals communisme hoort te zijn : verlammend, intimiderend en vrij van tegenspraak.
De CD eindigt met drie dancetracks die je kunt missen. Wat je echter niet mag missen is het artwork van de plaat. Het vinyl zat indertijd verpakt in een uitklaphoes waarop werk te zien was van beeldend kunstenaar Malcolm Poynter. Hij maakte sculpturen van omgesmolten tinnen soldaatjes. Verantwoorde anti-militaristische eighties-kunst dus.
That Petrol Emotion - Manic Pop Thrill (1986)

5,0
0
geplaatst: 27 juni 2009, 23:50 uur
Vandaag deze weer 'ns uit m'n collectie gevist ... wat kun je soms toch een lol beleven aan releases die meer dan 20 jaar oud zijn.
Het Noord-Ierse That Petrol Emotion (riot-slang voor brandbom) kwam voort uit de resten van The Undertones toen Feargul Sharkey die band had verlaten. Waar FS de mainstream opzocht, werd TPE nog een tandje militanter in hun aanpak. Dit debuut heeft een werkelijk exact passende titel meegekregen : de plaat is buitengewoon hectisch, 100% pop en spannend tot de laatste tel. TPE maakt een soort punkpop op alle mogelijke wijzes, wat konden die lui spelen... Je kunt met gemak tien verschillende referenties uit die tijd geven (ik doe er een paar : Wire - XTC - Scars - Au Pairs - Gang of 4) maar eigenlijk zou de wat avontuurlijk ingestelde fans van Franz Ferdinand of Bloc Party dit ook kunnen boeien lijkt mij. Werkelijk geen een song doet voor de ander onder, alles is met evenveel vuur gespeeld. Mijn persoonlijke favorieten zijn Can't Stop, het uitbundige It's a Good Thing en het in een sixties-geluid gedrenkte Lettuce. Of wat daarna komt, het totaal haaks daaropstaande Cheapskate ...
Het Noord-Ierse That Petrol Emotion (riot-slang voor brandbom) kwam voort uit de resten van The Undertones toen Feargul Sharkey die band had verlaten. Waar FS de mainstream opzocht, werd TPE nog een tandje militanter in hun aanpak. Dit debuut heeft een werkelijk exact passende titel meegekregen : de plaat is buitengewoon hectisch, 100% pop en spannend tot de laatste tel. TPE maakt een soort punkpop op alle mogelijke wijzes, wat konden die lui spelen... Je kunt met gemak tien verschillende referenties uit die tijd geven (ik doe er een paar : Wire - XTC - Scars - Au Pairs - Gang of 4) maar eigenlijk zou de wat avontuurlijk ingestelde fans van Franz Ferdinand of Bloc Party dit ook kunnen boeien lijkt mij. Werkelijk geen een song doet voor de ander onder, alles is met evenveel vuur gespeeld. Mijn persoonlijke favorieten zijn Can't Stop, het uitbundige It's a Good Thing en het in een sixties-geluid gedrenkte Lettuce. Of wat daarna komt, het totaal haaks daaropstaande Cheapskate ...
The Blue Aeroplanes - Swagger (1990)

4,5
0
geplaatst: 18 oktober 2007, 00:52 uur
The Blue Aeroplanes klonken mij altijd in de oren als een soort Britse REM, zonder onaardig te willen doen. Deze plaat is eigenlijk best een erg goeie plaat die ik indertijd véél gedraaid heb en deze week weer eens ga opspitten.
De variatie tussen de nummers is groot, er staan korte bondige liedjes op, spanningsvolle langere stukken en tenslotte een mooi gesproken miniatuurtje in de vorm van Picture Framed.
What it is .. is inderdaad een hoogtepunt, maar er zijn er meer:
Cat-scan History is fraai traag en slepend, Jacket Hangs en The Applicant zijn stevig geconstrueerde rockers die toch complex genoeg zijn om op te vallen.
De variatie tussen de nummers is groot, er staan korte bondige liedjes op, spanningsvolle langere stukken en tenslotte een mooi gesproken miniatuurtje in de vorm van Picture Framed.
What it is .. is inderdaad een hoogtepunt, maar er zijn er meer:
Cat-scan History is fraai traag en slepend, Jacket Hangs en The Applicant zijn stevig geconstrueerde rockers die toch complex genoeg zijn om op te vallen.
The Fall - Perverted by Language (1983)

5,0
0
geplaatst: 16 januari 2016, 22:50 uur
buizen schreef:
Kan me dit herinneren als heel erg depri muziek.
Kan me dit herinneren als heel erg depri muziek.
Depri?
Subversief, intimiderend en irritant, zeker ... maar toch niet ontmoedigend. Nee ik zou The Fall niet depri willen noemen ...
The Fatima Mansions - Valhalla Avenue (1991)

3,5
0
geplaatst: 17 september 2007, 00:21 uur
via via ben ik hier terechtgekomen en verhip, deze plaat heb ik ook in de kast staan.
wat ik me van de Fatima Mansions herinner is dat er op deze plaat wellicht iets té veel hooi op de vork wordt genomen. De plaat waaiert dan ook uit in verschillende stijlen. Hoogtepunten te over, maar na een uur ben je er wel even klaar mee.
Als referenties zouden ook Pere Ubu en Julian Cope genoemd kunnen worden, vergelijkbare alleskunners.
De single Only Loosers take the Bus staat nog altijd in mijn audiogeheugen gegrift, en ik moet daar steeds aan denken als ik een Conexxion voorbij zie komen.
wat ik me van de Fatima Mansions herinner is dat er op deze plaat wellicht iets té veel hooi op de vork wordt genomen. De plaat waaiert dan ook uit in verschillende stijlen. Hoogtepunten te over, maar na een uur ben je er wel even klaar mee.
Als referenties zouden ook Pere Ubu en Julian Cope genoemd kunnen worden, vergelijkbare alleskunners.
De single Only Loosers take the Bus staat nog altijd in mijn audiogeheugen gegrift, en ik moet daar steeds aan denken als ik een Conexxion voorbij zie komen.
The God Machine - Scenes from the Second Storey (1993)

5,0
1
geplaatst: 28 februari 2025, 22:11 uur
Bij mij draait ie inmiddels ook weer rondjes en wel beduidend meer dan de opvolger. Beiden aangeschaft, beiden vijfsterrenplaten maar Scenes verdient er eigenlijk zes. Dust In The Wind intro's, Bulgaarse vrouwenkoortjes en een hallucinatie track van ruim een kwartier. Als Robin PS 'I'm Tired' zingt in The Blind Man dan weet ik dat hij al zijn energie hier juist aan ons schonk. Wát een Gesanmtkunstwerk en waarom heb ik deze plaat de afgelopen jaren links laten liggen.
Mocht er in het hiernamaals een rewind knop ter beschikking zijn dan spoel ik onmiddellijk naar Paradiso 10-04-1993. Let Me Out!
Mocht er in het hiernamaals een rewind knop ter beschikking zijn dan spoel ik onmiddellijk naar Paradiso 10-04-1993. Let Me Out!
The Horse Flies - Human Fly (1987)

5,0
2
geplaatst: 18 april 2008, 01:59 uur
Human Fly van The Horse Flies was mijn eerste en tot nog toe enige poging om op mume een plaat toe te voegen. Na een crash of acht bij het uploaden ben ik ermee gekapt. Maar ziedaar, Dutch Viking heeft het voor me gefixt. Da's mooi, want deze plaat verdiend enige aandacht omdat ie zich op unieke wijze onderscheidt van die andere 120.000 op mume
The Horse Flies maken iets dat het midden houdt tussen folk en bluegrass. Echter (nu niet meteen wegklikken) dat leverde in hun geval onnavolgbare en bij vlagen verontrustende muziek op. Dit klinkt dus niet als Alisson Kraus.
Het titelnummer is een cover van -hands up- The Cramps, dus met de credibility zit het wel snor. The Horse Flies kleuren dit nummer in met tribal ritmes, superstrak banjogetokkel en vioolspel. Het resultaat doet Psycho-Afrikaans aan en brengt ook Steve Reich in gedachten. Kan dat waar zijn?
Hush little Baby is het nummer dat me twintig jaar geleden bij deze plaat deed belanden. Dit catchy wiegeliedje heeft indertijd enige airplay gehad, ook op de Nederlandse radio. De melodie nestelt zich onmiddelijk in je hoofd en je komt er niet eenvoudig vanaf.
Jenny on the Railroad is -net als Cornbread en Link of Chain- een traditional, furieus gespeeld maar nooit slordig. Deze nummers fungeren als het cement dat het album doet staan als een huis.
Rub Alcohol Blues ... ik heb uitgevonden dat The Fiery Furnaces hier iets mee gedaan hebben en ik hoop dat ze voorzichtig zijn geweest. Dit is echt een hemeltergend mooi lied over verloren liefde. Op een traag, maar toch vrolijk deuntje, zet de ik-figuur uit de song uiteen dat alleen doorgaan voor hem zinloos is, het leven had hem sowieso al niets gebracht. "The river is fast, the river is deep, but most the river is ... wide'. Hij haalt het einde van de song dan ook niet, wij gaan nog even door.
Who throwed Lye on my Dog begint met stemmige vioolklanken, en ontwikkelt zich naar een uptempo song met een wat onbegrijpelijke tekst. Wederom een goed nummer, maar er komt een betere.
I live where it's grey is een zeldzame hybride in de popmuziek. The Horse Flies hebben ervoor gekozen om onder dit lied over uitzichtloosheid een trage Front 242 achtige beat te plaatsen. De banjo en violen leveren echter geen terrein in, het totaalplaatje klinkt als een stuk industrial bluegrass van een minuut of acht. Onnavolgbaar en hypnotiserend mooi. 'I will never get skin cancer, I live where it's grey'
Na een derde traditional eindigt plaat met Bluemans Daughter,een verstild countrydeuntje dat geconcentreerd gebracht wordt. Goedbeschouwd het meest conventionele nummer van de plaat, maar een dosis lef hebben The Horse Flies dan al lang getoond.
The Horse Flies maken iets dat het midden houdt tussen folk en bluegrass. Echter (nu niet meteen wegklikken) dat leverde in hun geval onnavolgbare en bij vlagen verontrustende muziek op. Dit klinkt dus niet als Alisson Kraus.
Het titelnummer is een cover van -hands up- The Cramps, dus met de credibility zit het wel snor. The Horse Flies kleuren dit nummer in met tribal ritmes, superstrak banjogetokkel en vioolspel. Het resultaat doet Psycho-Afrikaans aan en brengt ook Steve Reich in gedachten. Kan dat waar zijn?
Hush little Baby is het nummer dat me twintig jaar geleden bij deze plaat deed belanden. Dit catchy wiegeliedje heeft indertijd enige airplay gehad, ook op de Nederlandse radio. De melodie nestelt zich onmiddelijk in je hoofd en je komt er niet eenvoudig vanaf.
Jenny on the Railroad is -net als Cornbread en Link of Chain- een traditional, furieus gespeeld maar nooit slordig. Deze nummers fungeren als het cement dat het album doet staan als een huis.
Rub Alcohol Blues ... ik heb uitgevonden dat The Fiery Furnaces hier iets mee gedaan hebben en ik hoop dat ze voorzichtig zijn geweest. Dit is echt een hemeltergend mooi lied over verloren liefde. Op een traag, maar toch vrolijk deuntje, zet de ik-figuur uit de song uiteen dat alleen doorgaan voor hem zinloos is, het leven had hem sowieso al niets gebracht. "The river is fast, the river is deep, but most the river is ... wide'. Hij haalt het einde van de song dan ook niet, wij gaan nog even door.
Who throwed Lye on my Dog begint met stemmige vioolklanken, en ontwikkelt zich naar een uptempo song met een wat onbegrijpelijke tekst. Wederom een goed nummer, maar er komt een betere.
I live where it's grey is een zeldzame hybride in de popmuziek. The Horse Flies hebben ervoor gekozen om onder dit lied over uitzichtloosheid een trage Front 242 achtige beat te plaatsen. De banjo en violen leveren echter geen terrein in, het totaalplaatje klinkt als een stuk industrial bluegrass van een minuut of acht. Onnavolgbaar en hypnotiserend mooi. 'I will never get skin cancer, I live where it's grey'
Na een derde traditional eindigt plaat met Bluemans Daughter,een verstild countrydeuntje dat geconcentreerd gebracht wordt. Goedbeschouwd het meest conventionele nummer van de plaat, maar een dosis lef hebben The Horse Flies dan al lang getoond.
The Horse Flies - Until the Ocean (2008)

4,5
2
geplaatst: 28 september 2008, 22:37 uur
Until the Ocean is een onverwachte come-back die qua tussenliggende tijd Portishead in de schaduw stelt. Gravity Dance stamt uit 1991... en als je dan meeneemt dat er op deze nieuwe plaat 3 traditionals staan dan hebben ze dus iedere twee jaar een nieuw liedje weten te maken. Een lekker tempo.... 
Affijn ... het tempo van de plaat ligt wél hoog, de opnames klinken uitermate verzorgd (mag het na 17 jaar) en het niveau van de composities is zeer constant. Ten opzichte van het debuut uit 1987 mis ik wel de variatie en avonturiersgeest die dat tot een heel speciale plaat maakte, maar het geëtaleerde vakmanschap compenseert dat zeker.
Twintig jaar geleden was de muziek van de Horse Flies moeilijk met andere acts te vergelijken, maar nu zijn er wel parallellen te trekken. 16 Horsepower is soms een aardige referentie, en ik hoor ook overeenkomsten met The Black Heart Procession. Toch is de wijze waarop er met ritmes wordt omgesprongen (sommige songs klinken bij vlagen echt als een Noord Afrikaanse raï-plaat) weer iets dat hun geluid uniek maakt ten opzichte van voornoemde twee. Uniek zijn ook de songteksten, die onderscheiden zich vooral in eenvoud. Er spreekt hier en daar een naïviteit uit die haast onnozel te noemen is. Vooral in het anti oorlogslied Baghdad Children (wel een goeie song verder) wordt ongetwijfeld onbedoeld een link gelegd tussen vallende torens in NYC en bommen op Baghdad. Wellicht is het The Horse Flies -druk bezig met wéér een song- ontgaan dat juist de grootste oorlogshitsers dat verband zonder succes hebben willen leggen. Het is wat curieus om dat nu in zo'n gevoelig liedje op deze manier terug te horen, maar gelukkig staan er ook ijzersterke instrumentals op Until the Ocean.

Affijn ... het tempo van de plaat ligt wél hoog, de opnames klinken uitermate verzorgd (mag het na 17 jaar) en het niveau van de composities is zeer constant. Ten opzichte van het debuut uit 1987 mis ik wel de variatie en avonturiersgeest die dat tot een heel speciale plaat maakte, maar het geëtaleerde vakmanschap compenseert dat zeker.
Twintig jaar geleden was de muziek van de Horse Flies moeilijk met andere acts te vergelijken, maar nu zijn er wel parallellen te trekken. 16 Horsepower is soms een aardige referentie, en ik hoor ook overeenkomsten met The Black Heart Procession. Toch is de wijze waarop er met ritmes wordt omgesprongen (sommige songs klinken bij vlagen echt als een Noord Afrikaanse raï-plaat) weer iets dat hun geluid uniek maakt ten opzichte van voornoemde twee. Uniek zijn ook de songteksten, die onderscheiden zich vooral in eenvoud. Er spreekt hier en daar een naïviteit uit die haast onnozel te noemen is. Vooral in het anti oorlogslied Baghdad Children (wel een goeie song verder) wordt ongetwijfeld onbedoeld een link gelegd tussen vallende torens in NYC en bommen op Baghdad. Wellicht is het The Horse Flies -druk bezig met wéér een song- ontgaan dat juist de grootste oorlogshitsers dat verband zonder succes hebben willen leggen. Het is wat curieus om dat nu in zo'n gevoelig liedje op deze manier terug te horen, maar gelukkig staan er ook ijzersterke instrumentals op Until the Ocean.
The Knife - Shaking the Habitual (2013)

5,0
1
geplaatst: 19 januari 2014, 23:24 uur
Ik zou deze nooit aangeschaft hebben als ik 'm niet her en der hoog in lijstjes had zien staan.
Silent Shout vond ik altijd wat overroepen, dus ik had niet direct hoge verwachtingen...
Maar wát een fantastisch en veelzijdig album is dit zeg. Dit gaat heel wat verder dan die succesvolle voorganger. Zó zet je dus een ambitieuze dubbelaar in elkaar, beste Butler.
Silent Shout vond ik altijd wat overroepen, dus ik had niet direct hoge verwachtingen...
Maar wát een fantastisch en veelzijdig album is dit zeg. Dit gaat heel wat verder dan die succesvolle voorganger. Zó zet je dus een ambitieuze dubbelaar in elkaar, beste Butler.
The National - Sleep Well Beast (2017)

3,0
1
geplaatst: 4 december 2017, 20:11 uur
Gisteren opnieuw gedraaid, maar ik ben toch wat teleurgesteld in dit zoveelste meesterwerk van The National. De bliepjes zijn een eigentijdse toevoeging, maar ik hoor ook veel behoudzucht in de composities. Carin at the Liquorstore ... dat is gewoon je reinste zelfplagiaat. Alleen het titelnummer is een mooie stap vooruit maar al met al toonde Arcade Fire in 2017 méér lef dan The National hier met Sleep Well Beast doet.
En met mijn waardering in punten zakt ie ook nog eens nét onder gemiddeld 4.0 zie ik. Eigen schuld.
En met mijn waardering in punten zakt ie ook nog eens nét onder gemiddeld 4.0 zie ik. Eigen schuld.
The National - Trouble Will Find Me (2013)

4,0
0
geplaatst: 23 mei 2013, 22:47 uur
Nu twee keer in de auto beluisterd, maar het wil me nog niet echt pakken. Die monotone voordracht van Matt Berninger maakt dat in potentie goede liedjes allemaal nogal eenvormig gaan klinken. Bij High Violett zorgde de provocerende productie voor de nodige levendigheid, maar hier is alles juist tot in de kleinste details verzorgd. Een groeiplaat zegt u? Verdomme, daar heb ik helemaal geen tijd voor.
The Screaming Blue Messiahs - Totally Religious (1989)

3,5
0
geplaatst: 23 juli 2007, 21:30 uur
the screaming blue messiahs ... indertijd een beetje tussen de wal (pop) en het schip (alternative) gevallen.
dit is hun laatse van 3 platen die eigenlijk alle drie best de moeite zijn. de mini-hitjes zijn op de andere twee te vinden, deze plaat is grimmiger. kennelijk zagen de heren de bui al hangen.
met 4 engines burning is de toon meteen messcherp gezet, het nummer knalt uit je speakers.
mijn hoogtepunt is het epische Wall of Shame, dat uiteindelijk ook genadeloos rockend eindigt.
goeie plaat, net als die andere 2
dit is hun laatse van 3 platen die eigenlijk alle drie best de moeite zijn. de mini-hitjes zijn op de andere twee te vinden, deze plaat is grimmiger. kennelijk zagen de heren de bui al hangen.
met 4 engines burning is de toon meteen messcherp gezet, het nummer knalt uit je speakers.
mijn hoogtepunt is het epische Wall of Shame, dat uiteindelijk ook genadeloos rockend eindigt.
goeie plaat, net als die andere 2
The Slow Show - Dream Darling (2016)

0
geplaatst: 8 oktober 2016, 16:48 uur
michello01 schreef:
De vergelijk met The National ben ik wel klaar mee eerlijk gezegd. Het is nooit de bedoeling geweest van The Slow Show een National-light te worden, de naam is alleen in dat kader ongelukkig gekozen.
De vergelijk met The National ben ik wel klaar mee eerlijk gezegd. Het is nooit de bedoeling geweest van The Slow Show een National-light te worden, de naam is alleen in dat kader ongelukkig gekozen.
Misschien moeten ze een Viet Congetje overwegen in plaats van op eigen site tekst en uitleg te geven...
Maar even met argumenten: de vergelijking vind ik toch terecht. De stemmen lijken niet zoveel op elkaar, maar net als Beringer hanteert Goodwin heel veel repetitie in zijn teksten. Woorden, halve en hele zinnen ... Daarnaast klinkt het drumwerk ook erg Nationalesk. De veelvuldige inzet van kamerinstrumenten maakt dat het allemaal wat salonfähiger wordt. Zeg maar light

The Triffids - Australian Melodrama (1994)

4,0
0
geplaatst: 27 januari 2008, 12:24 uur
Inmiddels een paar keer beluisterd ... de nummers waren gotendeels al bekend, maar het is wel goed om ze als overzicht van een carriere tot je te nemen.
Echter, dan valt wat mij betreft wel duidelijk op dat het hoogtepunt van de Triffids niet aan het einde van de rit zat. Ik vind de nummers van The Black Swan echt gezocht modern, Mccomb probeert hier en daar iets te doen wat op rap lijkt, en het geluidsbeeld is electronischer dan op andere platen. Beluister dit naast 'In the Pines' en je hoort twee verschillende bands.
Wat wel fier overeind blijft is het vakmanschap waarmee McComb cs songs schreven, de variatie is enorm en de kwaliteit constant hoog. Variatie is er ook in de wijze waarop nummers geproduceerd zijn, en wat mij betreft ligt het hoogtepunt dan eenvoudig bij de nummers van Born Sany Devotional. Wat ervoor kwam is soms te spartaans, wat erna kwam vaak te barok.
Echter, dan valt wat mij betreft wel duidelijk op dat het hoogtepunt van de Triffids niet aan het einde van de rit zat. Ik vind de nummers van The Black Swan echt gezocht modern, Mccomb probeert hier en daar iets te doen wat op rap lijkt, en het geluidsbeeld is electronischer dan op andere platen. Beluister dit naast 'In the Pines' en je hoort twee verschillende bands.
Wat wel fier overeind blijft is het vakmanschap waarmee McComb cs songs schreven, de variatie is enorm en de kwaliteit constant hoog. Variatie is er ook in de wijze waarop nummers geproduceerd zijn, en wat mij betreft ligt het hoogtepunt dan eenvoudig bij de nummers van Born Sany Devotional. Wat ervoor kwam is soms te spartaans, wat erna kwam vaak te barok.
The Triffids - Beautiful Waste and Other Songs (2008)
Alternatieve titel: Mini-Masterpieces 1983-1985

4,0
0
geplaatst: 2 januari 2009, 00:31 uur
Drie oude EP's van de Triffids samengeveegd op een CD : goeie actie.
The Triffids uit Perth, Australie (waarschijnlijk de meest geisoleerde stad op aarde) werden ooit geacht heel groot te worden. Deze drie EP's zijn nog opgenomen in Sidney, daarna verhuisde de band naar London. En waar zijn ze geeindigd ? Net als hun platen beek de mate van succes wisselvallig ; Bassist Martin P Casey heeft uiteindelijk een vaste stek gevonden bij The Bad Seeds van mede-australier Nick Cave, dus voor hem kwam de verwachting uit. Lead-zanger David McComb is na de succesvolle implantatie van een ruilhart uiteindelijk overleden aan de gevolgen van een ogenschijnlijk niet al te ernstig verkeersongeval. Da's wreed ... Godzijdank is de muziek van z'n band er nog.
Raining Pleasure is de EP met de meest memorabele songs, met als hoogtepunt natuurlijk de live-favoriet Property is Condemned. Met de tweede EP Lawson Square Infirmary was ik helemaal niet bekend, maar hij bevalt wel redelijk. Qua geluid doet ie wat denken aan In The Pines : een folky en ontspannen geluid zij het af en toe wat melig. Bij Fields of Glass is die meligheid volledig afwezig, dit zijn de Triffids zoals ik ze het meest waardeerde: spooky, zweterig en opgejaagd. Buitengewoon verhelderend als je in de liner-notes terugleest waar dat freaky geluid ineens vandaan kwam.
The Triffids uit Perth, Australie (waarschijnlijk de meest geisoleerde stad op aarde) werden ooit geacht heel groot te worden. Deze drie EP's zijn nog opgenomen in Sidney, daarna verhuisde de band naar London. En waar zijn ze geeindigd ? Net als hun platen beek de mate van succes wisselvallig ; Bassist Martin P Casey heeft uiteindelijk een vaste stek gevonden bij The Bad Seeds van mede-australier Nick Cave, dus voor hem kwam de verwachting uit. Lead-zanger David McComb is na de succesvolle implantatie van een ruilhart uiteindelijk overleden aan de gevolgen van een ogenschijnlijk niet al te ernstig verkeersongeval. Da's wreed ... Godzijdank is de muziek van z'n band er nog.
Raining Pleasure is de EP met de meest memorabele songs, met als hoogtepunt natuurlijk de live-favoriet Property is Condemned. Met de tweede EP Lawson Square Infirmary was ik helemaal niet bekend, maar hij bevalt wel redelijk. Qua geluid doet ie wat denken aan In The Pines : een folky en ontspannen geluid zij het af en toe wat melig. Bij Fields of Glass is die meligheid volledig afwezig, dit zijn de Triffids zoals ik ze het meest waardeerde: spooky, zweterig en opgejaagd. Buitengewoon verhelderend als je in de liner-notes terugleest waar dat freaky geluid ineens vandaan kwam.
The Triffids - Stockholm (1990)
Alternatieve titel: The Triffids Live

4,5
0
geplaatst: 15 januari 2008, 20:49 uur
Op de dag dat jij dit hebt gepost, lag ie bij mij in de postbus. Via e-bay voor 5 euri. Ik kende de plaat al heel goed, maar vinyl is sinds de laatste verhuizing wat problematisch geworden dus ik ben blij dat ik deze vanavond weer eens kon laten spinnen (CDs draaien niet - die spinnen)
Contractuele verplichting ? Mag zo zijn, maar dat hoor ik er geen seconde aan af. Er wordt met passie gespeeld, en uit ervaring weet ik dat de band ook niet zonder passie kón spelen. Niet alles komt even goed uit de verf, maar Wide Open Road (wat is dat toch een in en in triest nummer), Lonesome Hobo en inderdaad de covernummers vind ik nog steeds onweerstaanbaar goed. Ik heb inmiddels begrepen dat deze plaat meer een live in de studio met vrienden is dan een echte live, maar dat neemt niet weg dat ze duidelijk maken dat het podium hun plek was. Wat is het jammer dat deze band nooit meer live te zien zal zijn.
Contractuele verplichting ? Mag zo zijn, maar dat hoor ik er geen seconde aan af. Er wordt met passie gespeeld, en uit ervaring weet ik dat de band ook niet zonder passie kón spelen. Niet alles komt even goed uit de verf, maar Wide Open Road (wat is dat toch een in en in triest nummer), Lonesome Hobo en inderdaad de covernummers vind ik nog steeds onweerstaanbaar goed. Ik heb inmiddels begrepen dat deze plaat meer een live in de studio met vrienden is dan een echte live, maar dat neemt niet weg dat ze duidelijk maken dat het podium hun plek was. Wat is het jammer dat deze band nooit meer live te zien zal zijn.
The Triffids - Wide Open Road (2010)
Alternatieve titel: The Best Of

4,5
0
geplaatst: 22 april 2010, 17:45 uur
As said, de verzamelaar voldoet zoals ook de andere verzamelaars van The Triffids altijd al voldeden. Logisch als je songmateriaal zo hoog van kwaliteit is.
Met al die andere CDs uit de box kom ik een beetje in een emotionele achtbaan terecht. The Triffids hadden het in zich om echt 'heartbreaking' te zijn, wie ze ooit live zag weet wat ik bedoel. Met disc 8 in de lade komt er iets terug van toen en dan realiseer je dat het niet altijd een voorrecht is met herinneringen achter te blijven. Wat waren ze uniek, wat speelden ze goed en wat is het jammer dat 't alleen digitaal terug te halen is.
De CDs met de eerste opnames op tapes maken ook gevoelens los. Vanzelfsprekend, je hoort een band zoekend en stoeiend, met voorbeelden en met poses. Maar je hoort steeds ook hoe oprecht symphatiek dit clubje was en altijd gebleven is. Dat moet toch het resultaat zijn van de volslagen outcast positie die ze hadden begin jaren tachtig: Een band van reizende rock-nomades, afkomstig uit de verste uithoek van het land gelegen in de verste uithoek van de westerse wereld.
Met al die andere CDs uit de box kom ik een beetje in een emotionele achtbaan terecht. The Triffids hadden het in zich om echt 'heartbreaking' te zijn, wie ze ooit live zag weet wat ik bedoel. Met disc 8 in de lade komt er iets terug van toen en dan realiseer je dat het niet altijd een voorrecht is met herinneringen achter te blijven. Wat waren ze uniek, wat speelden ze goed en wat is het jammer dat 't alleen digitaal terug te halen is.
De CDs met de eerste opnames op tapes maken ook gevoelens los. Vanzelfsprekend, je hoort een band zoekend en stoeiend, met voorbeelden en met poses. Maar je hoort steeds ook hoe oprecht symphatiek dit clubje was en altijd gebleven is. Dat moet toch het resultaat zijn van de volslagen outcast positie die ze hadden begin jaren tachtig: Een band van reizende rock-nomades, afkomstig uit de verste uithoek van het land gelegen in de verste uithoek van de westerse wereld.
The Young Gods - Data Mirage Tangram (2019)

5,0
1
geplaatst: 29 maart 2025, 19:45 uur
Nu ruim een jaar staat er hier een set nieuwe speakers, maar Data Mirage Tangram was nog niet gepasseerd. Tot vandaag, alles vouwt zich open. Wat een geweldenaren zijn die Zwitsers toch. Nooit eerder klonk één enkel gitaarakkoord zo allesverzengend als in All My Skin Standing. En mijn onderbuurman onderschrijft dit volledig.
Edit: wat lees ik, 2025, nieuwe plaat, tour in najaar. Daar ben ik bij.
Edit: wat lees ik, 2025, nieuwe plaat, tour in najaar. Daar ben ik bij.
Thin White Rope - Exploring the Axis (1985)

5,0
0
geplaatst: 31 juli 2008, 16:41 uur
Een track getiteld 'Down in the Desert' als opener voor je debuutplaat, de heren Thin White Rope verloochenen hun herkomst niet. Exploring the Axis kent meer van dit soort lekker galopperende tracks (Eleven, het hilarische Dead Gramma's), maar er is volop afwisseling. Disney Girl is een spooky song (volgens sommigen hun beste) met prachtig duellerend gitaarwerk. Nog sterker vind ik Soundtrack, dat conventioneel begint als een soor ZZ-top nummer met hier en daar een tempoversnelling ... totdat na een minuut of twee het licht op groen gaat en de meters in het rood. Guy Kyser zakt een octaaf en de band schiet plots met scherp....heerlijk. Roger's Tongue is een knikje richting geestverwanten The Meat Puppets, het titelnummer vormt op vinyl de epische afsluiter. Op latere CD re-issues tref je ook Rocket USA aan, een cover van Suicide. Geweldig hoe ze dat nummer (origineel alleen synths) met fuzz en feedback tot een soort zandstorm weten te transformeren.
Thin White Rope is altijd populairder geweest in Europa (check hun afscheidsconcert in Gent op dubbelCD ) dan in het thuisland. Dat zal iets te maken hebben met het feit dat ze Amerikaanse Rock op een Europeese manier vastlegden in ruimtelijke, atmosferische producties. Een track als Disney Girl had heel goed door Martin Hannett geproduceerd kunnen zijn. Fans van Joy Division of bijvoorbeeld The Wipers die wel eens iets vrolijkers willen horen, kunnen dan ook hier terecht.
Thin White Rope is altijd populairder geweest in Europa (check hun afscheidsconcert in Gent op dubbelCD ) dan in het thuisland. Dat zal iets te maken hebben met het feit dat ze Amerikaanse Rock op een Europeese manier vastlegden in ruimtelijke, atmosferische producties. Een track als Disney Girl had heel goed door Martin Hannett geproduceerd kunnen zijn. Fans van Joy Division of bijvoorbeeld The Wipers die wel eens iets vrolijkers willen horen, kunnen dan ook hier terecht.
Thin White Rope - In the Spanish Cave (1988)

5,0
0
geplaatst: 20 juli 2008, 14:04 uur
Steve McQueen van Prefab Sprout begint met een countryriedel, enigszins verwarrend in verhouding tot wat erna komt. Op deze derde plaat van Thin White Rope wordt eenzelfde misleidende openingszet gedaan. Mr Limpet is een aanstekelijke en vlotte countrydeun, maar je vraagt je wel even af of deze meligheid doorgezet zal worden.
Nee dus, Timing volgt als opmaat voor het geruststellende derde nummer, toepasselijk It's OK getiteld. De gitaren bulderen weer, en Guy Kyser buldert daar met gemak bovenuit. Thin White Rope wordt weleens geplaatst in de hoek van de Paisley Underground uit de jaren 80, maar eerlijk gezegd hoor ik in hun muziek meer garagerock dan psychedelica terug. Zeker op deze plaat wordt er een stevige sound neergezet in Elsie crashed the Party en in het zinderende Wand. Beste nummer van de plaat is Red Sun, indertijd ook als mini uitgebracht met een aantal erg leuke covers daaraantoegevoegd. Red Sun drijft op een denderende riff waar de tweede gitaar de melodie omheen vouwt. Mariachi-trompetjes, refererend aan de Californische roots maken het tot een uitbundige track behorend tot het beste dat de band voortbracht.
Gelukkig zitten er tussen het gebulder een aantal mooie rustpunten, die mij persoonlijk het meest bevallen. Ahr-Skidar is een virtuoos akoustisch miniatuurtje, schatplichtig aan Leo Kottke. De nummers Astronomy (heerlijk loom) en July (de melancholieke afsluiter) brengen balans aan in een plaat die van begin tot eind boeit.
Nee dus, Timing volgt als opmaat voor het geruststellende derde nummer, toepasselijk It's OK getiteld. De gitaren bulderen weer, en Guy Kyser buldert daar met gemak bovenuit. Thin White Rope wordt weleens geplaatst in de hoek van de Paisley Underground uit de jaren 80, maar eerlijk gezegd hoor ik in hun muziek meer garagerock dan psychedelica terug. Zeker op deze plaat wordt er een stevige sound neergezet in Elsie crashed the Party en in het zinderende Wand. Beste nummer van de plaat is Red Sun, indertijd ook als mini uitgebracht met een aantal erg leuke covers daaraantoegevoegd. Red Sun drijft op een denderende riff waar de tweede gitaar de melodie omheen vouwt. Mariachi-trompetjes, refererend aan de Californische roots maken het tot een uitbundige track behorend tot het beste dat de band voortbracht.
Gelukkig zitten er tussen het gebulder een aantal mooie rustpunten, die mij persoonlijk het meest bevallen. Ahr-Skidar is een virtuoos akoustisch miniatuurtje, schatplichtig aan Leo Kottke. De nummers Astronomy (heerlijk loom) en July (de melancholieke afsluiter) brengen balans aan in een plaat die van begin tot eind boeit.
Thin White Rope - Moonhead (1987)

5,0
0
geplaatst: 19 juli 2008, 16:07 uur
Dit was het eerste dat ik ooit hoorde van Thin White Rope (een Burroughs-metafoor voor sperma). Not Your Fault begint met rake drumklappen en een verontrustende valse gitaar ... en dan die zang ! Guy Kyser heeft een hele karakteristieke stem en bovenal zingt hij met een ongekende kracht. Da's noodzakelijk, want de band zelf is ook verre van bescheiden met veelal in elkaar gevlochten gitaarpartijen en heavy ritmewerk.
Hoogtepunten van deze tweede van Thin White Rope zijn het openingsnummer, de ballad 'Thing' waarin Guy fluisterend verslag doet van de relaties die om hem heen verdampen, het titelnummer dat na een zorgvuldig opgebouwd intro van twee minuten toch in heerlijk logge rock ontspoort, en tenslotte de afsluiter (vinyl) Crawl Piss Freeze. Dit nummer is juist lekker fuzzy en larmoyant, een welkome afwisseling van de veel heavier songs die eraan voorafgingen.
Op CD tref je nu nog enkele songs van de mini 'Bottom Feeders', die in hetzelfde jaar uitkwam, en ze voegen zich dan ook makkelijk bij de rest van Moonhead.
Hoogtepunten van deze tweede van Thin White Rope zijn het openingsnummer, de ballad 'Thing' waarin Guy fluisterend verslag doet van de relaties die om hem heen verdampen, het titelnummer dat na een zorgvuldig opgebouwd intro van twee minuten toch in heerlijk logge rock ontspoort, en tenslotte de afsluiter (vinyl) Crawl Piss Freeze. Dit nummer is juist lekker fuzzy en larmoyant, een welkome afwisseling van de veel heavier songs die eraan voorafgingen.
Op CD tref je nu nog enkele songs van de mini 'Bottom Feeders', die in hetzelfde jaar uitkwam, en ze voegen zich dan ook makkelijk bij de rest van Moonhead.
Thin White Rope - Sack Full of Silver (1990)

5,0
1
geplaatst: 18 juli 2008, 02:29 uur
Nog geen enkele plaat van Thin White Rope heeft comments mogen ontvangen op mume - tijd voor actie.
Thin White Rope was goed ! De beste rockband die ik ooit live aan het werk zag, en ik heb er redelijk wat gezien. Hun geluid is zelfbewust en op en top Amerikaans, met sterk duellerend gitaarwerk en een zanger die ooit de treffende omschrijving 'amplified Tom Waits' meekreeg.
Ik zou niet willen zeggen dat deze vierde hun beste is. De vijf platen van TWR doen niet veel voor elkaar onder, kennen geen zwakke songs maar wel steeds uitgesproken uitschieters. Deze Sack full of Silver opent modaal met Hidden Lands, een slepend nummer met veel drama gebracht. Je hoort wel meteen dat de band kan spélen. Het titelnummer is van een heel ander kaliber, spaarzame instrumentatie begeleid een bizarre tekst over apen die zich op een neergestorte cessna werpen. Je hoort al snel, deze band kan in verschillende modussen spelen. De plaat wordt beter met het derde nummer, de cover You Doo Right van ... Can. Een desert-rockband die Can doet ... en ze doen dat goed met stuwend drumwerk en hypnotiserende baslijntjes. Thin White Rope koos altijd met smaak hun covers, zo hebben ze nummers van Suicide en Lee Hazlewood met ongekende kracht gespeeld. Na dit derde nummer zou je overtuigd moeten zijn van het bizondere vermogen dat Thin White Rope heeft om nummers een heel eigen sfeer mee te geven.
Ook de rest van de plaat is goed, er passeren nog wat stijlen (country, in Americana/The Ghost, feedback in Diesel Man) maar zoals bij al hun platen springen er nummers bovenuit. Behalve de Can-cover is dat op deze plaat het slotnummer 'On The Floe' . Thematisch wat verwant aan 'Het Kleine Café in de Haven' van onze Vader Abraham en gezegend met eenzelfde melancholiek. "We're smart enough to realize we got no business here...But not smart enough to rise above our bitterness and fear" .
Iedere plaat van TWR is geschikt als instap-plaat, dus deze ook. Wie al 200 Amerikaanse indie-rockbands gehoord heeft maar hier nog nooit mee in aanraking is geweest, zou eens een poging moeten wagen. Het loont. En als je dan weet dat ze al twintig jaar geleden hun ding deden, dan relativeert dat ook het werk van latere bands als Kyuss en QOTSA enigszins. Ruim vóór deze bands speelde Thin White Rope namelijk de woestijn al plat.
Thin White Rope was goed ! De beste rockband die ik ooit live aan het werk zag, en ik heb er redelijk wat gezien. Hun geluid is zelfbewust en op en top Amerikaans, met sterk duellerend gitaarwerk en een zanger die ooit de treffende omschrijving 'amplified Tom Waits' meekreeg.
Ik zou niet willen zeggen dat deze vierde hun beste is. De vijf platen van TWR doen niet veel voor elkaar onder, kennen geen zwakke songs maar wel steeds uitgesproken uitschieters. Deze Sack full of Silver opent modaal met Hidden Lands, een slepend nummer met veel drama gebracht. Je hoort wel meteen dat de band kan spélen. Het titelnummer is van een heel ander kaliber, spaarzame instrumentatie begeleid een bizarre tekst over apen die zich op een neergestorte cessna werpen. Je hoort al snel, deze band kan in verschillende modussen spelen. De plaat wordt beter met het derde nummer, de cover You Doo Right van ... Can. Een desert-rockband die Can doet ... en ze doen dat goed met stuwend drumwerk en hypnotiserende baslijntjes. Thin White Rope koos altijd met smaak hun covers, zo hebben ze nummers van Suicide en Lee Hazlewood met ongekende kracht gespeeld. Na dit derde nummer zou je overtuigd moeten zijn van het bizondere vermogen dat Thin White Rope heeft om nummers een heel eigen sfeer mee te geven.
Ook de rest van de plaat is goed, er passeren nog wat stijlen (country, in Americana/The Ghost, feedback in Diesel Man) maar zoals bij al hun platen springen er nummers bovenuit. Behalve de Can-cover is dat op deze plaat het slotnummer 'On The Floe' . Thematisch wat verwant aan 'Het Kleine Café in de Haven' van onze Vader Abraham en gezegend met eenzelfde melancholiek. "We're smart enough to realize we got no business here...But not smart enough to rise above our bitterness and fear" .
Iedere plaat van TWR is geschikt als instap-plaat, dus deze ook. Wie al 200 Amerikaanse indie-rockbands gehoord heeft maar hier nog nooit mee in aanraking is geweest, zou eens een poging moeten wagen. Het loont. En als je dan weet dat ze al twintig jaar geleden hun ding deden, dan relativeert dat ook het werk van latere bands als Kyuss en QOTSA enigszins. Ruim vóór deze bands speelde Thin White Rope namelijk de woestijn al plat.
Thin White Rope - The Ruby Sea (1991)

5,0
0
geplaatst: 19 juli 2008, 15:10 uur
Dit is de laatste release van Thin White Rope. Ten ten opzichte van de platen en EP's die voorafgingen kun je vaststellen dat de band zonder koers te wijzigen, toch progressie boekte. The Ruby Sea is zeker de meest veelzijdige van allemaal.
Net als bij de voorganger Sack Full of Silver laat TWR al in de eerste drie nummers horen dat ze uit verschillende vaatjes tapt. De opener is tamelijk straight-forward rock, het tweede nummer rammelt lekker als The Fall ten tijde van The Wonderfull & Frightening World, maar bij het derde nummer gaan in huize dix de speakers nog wat harder. Puppet Dog begint als een akoestisch miniatuurtje, maar het hondje blijkt al snel een heuse pitbul. Prachtig, zo hoor ik ze het liefst.
Iets verderop vinden we Dinosaur, anderhalve minuut Swans-drums maar met een relativerende tekst in twee regels : "I was watching TV, the announcer said they'd found your bones...I'm too sad to be horrified but I'm glad you're coming home". Thin White Rope klinkt als band al heavy genoeg, ze kunnen zich wel wat humor permitteren. The Fish Song is ook zo'n relativerende track over grote vissen die ze maar niet op het droge kregen. Of zou het toch over ontrouwe vrouwen gaan ?
Het beste nummer van de plaat is Hunter's Moon, maar dat kun je niet los horen of zien aan wat vooraf gaat. Up to Midnight is een duet, waarbij het karakteristieke superlage stemgeluid van Guy Kyser (denk Feargul Sharkey die een grunt opzet) wordt begeleid door een engelachtige vocaal. "Every day is long climb up to midnight, and from there a roll and tumble into sleep..." Maar TWR is geen band om lang met engeltjes te stoeien, en na middernacht struint Guy de deserts af op zoek naar zijn verloren geliefde. Hunter's Moon is als zoveel TWR nummers uit dezelfde elementen opgebouwd: simpele bas, stuwende drums, een killer riff en een meanderend gitaartje daaromheen. Dit nummer heb ik live ervaren - pure trance, stoner-rock avant la lettre.
Net als bij de voorganger Sack Full of Silver laat TWR al in de eerste drie nummers horen dat ze uit verschillende vaatjes tapt. De opener is tamelijk straight-forward rock, het tweede nummer rammelt lekker als The Fall ten tijde van The Wonderfull & Frightening World, maar bij het derde nummer gaan in huize dix de speakers nog wat harder. Puppet Dog begint als een akoestisch miniatuurtje, maar het hondje blijkt al snel een heuse pitbul. Prachtig, zo hoor ik ze het liefst.
Iets verderop vinden we Dinosaur, anderhalve minuut Swans-drums maar met een relativerende tekst in twee regels : "I was watching TV, the announcer said they'd found your bones...I'm too sad to be horrified but I'm glad you're coming home". Thin White Rope klinkt als band al heavy genoeg, ze kunnen zich wel wat humor permitteren. The Fish Song is ook zo'n relativerende track over grote vissen die ze maar niet op het droge kregen. Of zou het toch over ontrouwe vrouwen gaan ?
Het beste nummer van de plaat is Hunter's Moon, maar dat kun je niet los horen of zien aan wat vooraf gaat. Up to Midnight is een duet, waarbij het karakteristieke superlage stemgeluid van Guy Kyser (denk Feargul Sharkey die een grunt opzet) wordt begeleid door een engelachtige vocaal. "Every day is long climb up to midnight, and from there a roll and tumble into sleep..." Maar TWR is geen band om lang met engeltjes te stoeien, en na middernacht struint Guy de deserts af op zoek naar zijn verloren geliefde. Hunter's Moon is als zoveel TWR nummers uit dezelfde elementen opgebouwd: simpele bas, stuwende drums, een killer riff en een meanderend gitaartje daaromheen. Dit nummer heb ik live ervaren - pure trance, stoner-rock avant la lettre.
