King Crimson - Live in Mainz, March 30, 1974 (2001) 3,0
afgelopen zondag om 22:26 uur
Mooie selectie en gedreven uitvoeringen, maar ik kan hier toch niet onverdeeld enthousiast over zijn. De eerste drie improvisaties doen me weinig, en John Wetton klinkt op Dr Diamond en Exiles soms bijna ademloos (hoewel hij zo eigenlijk wel vaker klinkt, en hij zingt altijd alles "op tijd" en haalt ook de hoge noten wel, dus dat is eerder zijn stijl van zingen dan een gebrek aan kunde). Het belangrijkste minpunt vind ik echter de sound: het klinkt allemaal vrij donker, en de bas is lekker zwaar maar ook zó dominant dat de viool soms gewoon ondergesneeuwd raakt, waardoor het groepsgeluid als geheel minder genuanceerd en "monochromer" is dan ik zou wensen. De hoogtepunten zijn natuurlijk subliem, met name The night watch en Starless, hoewel ik bij dat laatste nummer Mel Collins' sax prefereer boven David Cross' viool, maar het is aan de andere kant ook wel prijzenswaardig dat ze het arrangement van wat toch een prijsnummer is hier zo hebben durven omgooien. Dus al met al een waardevolle registratie die mij persoonlijk niet heel erg veel doet.
Wat een prachtige plaat! Vier nummers variërend van redelijk kort tot praktisch plaatkantvullend, steeds met een tekst die een inkijkje probeert te geven in de geest van een getroubleerde psychiatrische patiënt met diagnoses als dwangstoornis, narcisme, psychopathie en dissociatieve identiteitsstoornis ("gespleten persoonlijkheid"). Of tekstschrijver en zanger Hans Andreas Brandak daarbij diep in het DSM-handboek is gedoken weet ik niet, en het is ook onduidelijk of je wel in zulke goede handen bent bij de Commissioner in Lunacy, maar de teksten vormen in ieder geval een mooie kapstok voor de fraaie muziek die ergens uit de buurt van Marillion en IQ komt. De zang doet me bij toerbeurt aan Kaz Lux, Fish en Queensrÿche's Geoff Tate denken, en de muziek (want daar gaat het natuurlijk om) is superbe, met sterke melodielijnen, bijna subliminale bassen, stevige drums, en een gitaar die afwisselend stevig en lyrisch à la Steve Rothery is, plus op het slotnummer nog een arrangement voor orkest van Clive Nolan. Prachtig, moeilijk te verkrijgen want verschenen op het kleine Noorse Crime-label, maar voor prog-fans meer dan de moeite waard.