MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

The Smile - Wall of Eyes (2024) 4,5

28 januari 2024, 09:41 uur

Nu Radiohead al langer dan een tijdje forfait geeft is elk nieuwtje over de wereld van Thom Yorke er tegenwoordig eentje dat via een rode loper regelrecht naar The Smile leidt en zo wordt een tweede release van het illustere ongrijpbare trio dan ook niet minder dan een gebeurtenis.
De band van Radioheaders Thom Yorke, Jonny Greenwood en Sons of Kemet-drummer Tom Skinner heeft immers eerder al bewezen zonder veel tierlantijntjes een heel stuk meer te zijn dan de som van hun afzonderlijke delen. Een pak nieuw materiaal groeide bovendien al direct tijdens het touren met hun eersteling 'A Light For Atrracting Attention' en het kreeg ook al onmiddellijk playtime op hun podium. Ze moesten dus nog enkel maar met producer Sam Petts-Davies, de man van Yorke's 'Suspiria', de Abbey Road Studios in Londen induiken en alles inblikken. Het feit dat ze in één vloeiende beweging met dit even Yorkeïaans somber als opwindend album als 'Wall of Eyes' zijn doorgegaan illustreert dat The Smile precies in dit nest zijn resoluut nieuwe ambitieuze bedoelingen wil gaan waarmaken. De nieuwe gouden eieren die ze in het onconventionele project hebben gelegd bewijzen dan ook alles en ze doen van bij de eerste luisterbeurt al monden van verbazing openvallen. Zware woorden dus al meteen, maar inderdaad, welke progressieveling gaat daar dit jaar nog over?

Een sterke openingstrack is de titelsong 'Wall of Eyes'. Bevallige akoestische gitaar leidt een vreemdsoortige relaxte samba in, een ijle Thom Yorke glijdt in een bad van vriendelijke etherische strijkers. Eenzaam dwalend in de menigte bezingt hij in zijn paranoia de veroordelende muur van ogen die mensen rondom hem creëren, resems uitgesproken meningen die de waarden, de moraal van anderen symboliseren. Ogen die Thom uiteindelijk uithollen. Alles kabbelt leidzaam dooreen als water, in in elkaar overvloeiende donkere lagen elektronica, samples en vreemd melancholisch gepingel.

De buitenaards klinkende harmoniumwolk 'Teleharmonic' voert Yorke vervolgens zachtdrijvend in een opeenvolging van onrust en onzekere mijmeringen. Fraai werk op de plank hier voor de mystieke bas, de harmonie van de gitaren, de als altijd in maffe maatsoorten buitelende percussie van Tom Skinner en al die psychedelisch opvliegende dwarsfluiten.

Een alarmerende gitaarlijn en een zalige Yorke trekken het tweeluik 'Read the Room' op gang, het weeft zich halverwege helemaal door elkaar, een complex rocknummer vol onregelmatige ritmes, vol elektriciteit, hectische drumbeats en een abstracte Yorke die warempel weer eens croont op de wijze van 'OK Computer'.

Met het proggy 'Under Our Pillows' belandt The Smile na een prikkelende openingsriff in het universum van kosmische jazz en heerlijk stromende repetitieve, broeierige ambient. Jim Morrison's hallucinantste trip.

Het melodieuze 'Friend of a Friend'. De dromerige falsetto van Yorke behendig zwevend tussen weidse jazzy pianoakkoorden en massa's warme strijkers. Een coronalied over herwonnen vrijheid, uit de tijd dat mensen vanaf balkons, vanuit tuinen en met hulp van technologie contact probeerden te houden en tegelijk ook weer dat fulmineren tegen corruptiepraktijken en politieke niet-correctheid. Hoe dan ook een geweldige compositie culminerend in een opstijgend 'A Day In The Life'-Beatles-sfeertje.

Het heerlijke 'I Quit', zet met trieste piano, stuiterend overslaande gitaren, zachte synths in de achtergrond en Yorke's zachte lijzigheid zijn verlichte reis naar het onbekende voort, hypnotiserende zoektocht weg uit de waanzin.

In het koninginnennummer, het epische 'Bending Hectic' ziet Thom Yorke in een bijna-doodervaring na een zelfmoordauto-ongeval weer fascinerende beelden voor zijn ogen. Als waren het gierende autobanden wordt een piepend ontstemde gitaar prominent een volwaardig instrument. Via de perfect gearrangeerde strijkers van het London Contemporary Orchestra zweeft het in groots crescendo de mythische Abbey Road Studio waardig naar een vintage Radiohead-gitarenexplosie. Regelrecht Antonioni 'Zabriskie Point'-moment dat tergend lang mag uitgalmen.

'You Know Me!', serene piano, strijkers, geklingel en een zachte drumbeat leiden tenslotte samen met Thom Yorke naar een vredig einde.

Ondanks de ideale combinatie met Greenwood en Skinner komt ook in dit 'Wall of Eyes' als altijd één man vol onder de schijnwerpers: Thom Yorke. 'Wall of Eyes', of hoe The Smile keer op keer zijn in moedeloosheid en angst gedompelde lyrics prachtig verwerkt tot één rustgevende, sfeervolle soundtrack. Daarin is het album, al bevat het niet meer de zoete Radiohead-broodjes van weleer, met al zijn weirde muzikaliteit zonder meer briljant. Hier is een betoverend trio aan het werk dat weet waar het mee bezig is, dat met zijn zeeën van ideeën en unieke combinaties zijn eigen weg gaat en met heel veel goesting experimenteert dat het een lieve lust is. Noem dit album dus maar gerust een nieuwe klassieker. The Smile heeft in een tijdspanne van twee albums een eigen dynamisch geluid gevonden dat zó welklinkend spannend en diepgaand is dat verder nostalgisch uitkijken naar een nieuwe Radiohead alleen al uit diep respect gewoonweg niet meer aan de orde is. Een album om eerst nieuwsgierig helemaal te doorgronden, te laten groeien, om eindeloos van te genieten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Het Zesde Metaal - Het Langste Jaar (2024) 5,0

24 januari 2024, 18:14 uur

Al wie Het Zesde Metaal een heel warm hart toedraagt wist het wellicht en zag de gitzwarte wolk al van ver komen aanschuiven. Hoe dan ook de albumtitel van hun nieuwste zegt genoeg. Wannes Capelle en zijn groep gingen in 2023 door hun diepste dal, beleefden er hun zwaarste jaar.

Na de albums 'Skepsels' en 'Wachten' zou Wannes eerst zoals de voorgaande jaren in de luwte gewoon een nieuwe soloplaat afwerken. Een zesde groepsplaat, daar was niet onmiddellijk haast mee gemoeid. Tot in april 2022 de mededeling kwam van de laat gediagnosticeerde darmkanker van gitarist-toetsenist krullebol Tom Pintens en de groep direct het roer omgooide. Een nieuw groepsalbum moest er komen. Wannes had dat jaar als steeds weeral wat schitterende songs klaar en onder meer het verpletterend titelnummer ontsproten naar aanleiding van het onverwacht overlijden eind 2021 van zijn Ijslandse schoonbroer Einar Egilsson stond nog in de steigers. Het is een talent dat Wannes al altijd beheerst als geen ander. Herinner je zijn topsong 'Ploegsteert', in rake trekken de pijn van het zijn, teloorgang en dood verankeren in pakkende, tijdloos poëtische songs.

Maar Tom toestand evolueerde in het najaar evenwel naar precair. Hijzelf vergoelijkte het, maar de familiale hommage aan Einar, waar het vijftal al samen aan werkte kreeg meer en meer een dubbel wrange inhoud. De band wilde hoe dan ook samen nog in allerijl het album afwerken in de intimiteit van de eigen kring. Bikkelharde opgave, niet alleen omdat het ineens veel vlugger moest gaan, ook omdat meerdere songtitels en tekstfragmenten voortdurend ongewild een eigen leven gingen leiden. Omdat ze telkens als een memoriaal naar de voor Tom aftikkende klok bleven refereren. En toch spande diezelfde man, ondanks zijn FOMO-gevoelens, met een haast bovenmenselijke wilskracht zichzelf nu voor het eerst als arrangeur en producer vóór het hele proces in de studio. Hij de ideeënman, improviseerde nu als nooit tevoren en speelde rond Wannes' teksten alleen verbluffende muziekpartijen in. Daarover bericht Bandcamp. "Gezien zijn fysieke toestand mag het een wonder heten dat hij de opnames nog kon bijwonen, maar zijn geest bleef vlijmscherp tijdens de intense sessies. Toen het begon door te dringen dat hij de mix niet meer zelf zou afkrijgen, riep Pintens de hulp in van het vertrouwde producersduo Jo Francken en Pieterjan Maertens ('Nie voe kinders', 'Calais', 'Skepsels'), die het werk binnen de uitgezette lijnen feilloos afmaakten." De strijdvaardige vriend-compaan van Het Zesde Metaal overleed amper enkele maanden later op 4 augustus 2023. Tijdens zijn rouwdienst bracht een automatische piano de exacte partij van 'Het Langste Jaar' die hij er zelf mee had opgenomen.

Frontman Wannes Capelle is sinds jaar en dag de creatieve duizendpoot die op muzikaal vlak van vele, ook solo, met Schubert en Mozart van klassieke markten thuis is en die ook met scenario-, tv- en acteerwerk hoge toppen scheert. Bij Het Zesde Metaal was er evenwel in meer dan tien jaar een hechte tandemwerking met Tom Pintens gegroeid, met de ego's volledig opzij. Tom, de ervaren klassiek geschoolde musicus ving Wannes' songs en teksten op, verlevendigde ze en voorzag ze mee van het gouden randje en de sound waarvan frisse popklassiekers zijn gemaakt. Waardoor Wannes' hele songbook vlug van de gestripte kleinkunst van 'Akkattemets' naar de alternatieve rock à la dEUS, Wilco, Damien Rice of The National evolueerde en de band met zijn songs nu uiteindelijk ook probleemloos vanaf de mainstage Rock Werchter overstag krijgt. Trapsgewijs is Wannes Capelle zo veel meer de veelzijdige Flip Kowlier geworden dan de legendarische West-Vlaamse bard Willem Vermandere.

'Het Langste Jaar', het album, is in één vloeiende beweging de vreemdste marcia funebre richting die ene finale titelsong.
Starten met afgemeten drums, een heerlijke weidse riff, Tom Pintens' grandpianogeluid en met Wannes' Schubertstemmetje vrij de lucht incirkelend. Een Het Zesde Metaal dat subliem afbijt met zijn derde single 'Nog Maar Begonnen', waarin Wannes scherpzinnig religieus-filosofisch zijn liefdesrelatie met zijn vrouw Alda analyseert en de sleutel aanbiedt voor durend samenzijn. Uitkomst: ondanks eeuwige ups en downs, samenzijn helpt. In een lange relatie kom je vaak op dezelfde problemen uit. Raak je er weer uit dan krijg je het gevoel dat je nog maar begonnen bent en dat het nog zoveel beter kan worden.

Het even grandioze funky 'Den Tijd Die Ons Nog Rest' doet onmiddellijk terugdenken aan Glen Hansard's recente topplaat 'All That Was East Is West Of Me Now' die dezelfde inhoud dekt. Banaal, het kwam bij Wannes op na een geweigerd scenario voor een tv-reeks waaraan hij een paar jaar kostbare tijd had gespendeerd. Hier wordt het een rustig, op klagende gitaarlijnen drijvend, romantisch terugkijken op wat voorbij is en positief peinzen over wat nog komen kan. Bucketlists afwerken of leven met de dag? In alle geval: "kin omhoge nu en schoeren rechte", zoals de West-Vlaming zou adviseren. "Het leven kan zo voorbij zijn." En Tom Pintens stond in de band en demonstreerde hierbij op zijn gitaar intussen verbeten de ene na de andere prachtige Cline- of Gilmour-bravoure. Indrukwekkend.

Het houdt niet op, want volgt op een dartel ritme een zachte ingetogen folksong, fraai gearrangeerd, 'De Storm'. Wannes' haast mystiek wijze bestaansallegorie over de onverschilligheid van de gemeenschap en verlies van houvasten, alles opgehangen aan het onzekere lot van een eenzaam zoekende dakloze naar een stek. Wat een compositie.

In de iets meer uptempo pianosong 'Alles Moet Veranderen' deelt Wannes vervolgens hoopvol zijn universele inzichten in wat zowel een relatiesong als een song over de stand van de wereld kon zijn. Stilstand is achteruitgang. "De gevaren zijn geweten/ De problemen zijn gekend/ Ze negeren als remedie/ Maakt ze stilaan resistent". Een song die vol finesse en raffinement enkel maar openbloeit.

Na Boudewijn de Groot op 'Aarde' is nu ook de protestzanger Wannes Capelle aan de beurt met een nog pakkender ode aan 'Moeder Aarde'. Door zijn meerduidigheid tegelijk lofzang aan alle moeders der aarde. Met welke domheid gaan we toch met onze planeet en onze eigen existentie om. Terecht daarom, Moeder Aarde, bid voor ons. Een aangrijpend poëtisch en muzikaal hoogstandje. Een als The Scene Wannes dramatisch volgende elektrische gitaar die opent en samen met een laatste "bid voor ons" afsluit.

'Geweun Nen Dag', nog zo'n glinsterende tekstuele en muzikale parel. Over de dag dat het nieuws van het overlijden van schoonbroer Einar bij Wannes insloeg en uiteindelijk de onvermijdelijke vermenging met de melding van Tom's doodsvonnis. Spaarzame akoestische gitaar leidt Wannes hartverscheurende verhaal in. Steeds meer instrumenten komen beschroomd en onderdanig bij de fabuleus vertellende Wannes bijschuiven, triestgalmende gitaarlijnen, onheilspellend repetitieve pizzicato's duiken op vanuit de achtergrond, één beangstigend samenspel. Fenomenaal geschenk is hier Tom Pintens' outro, alles zelf ingebracht, naast zijn jankende gitaren, de steeds wilder aanzwellende achtergrondakkoorden tot en met Tom's complexe drumpartijen. Het langste jaar, de langste song. Enkel kippenvel.

De weemoedig kabbelende gitaarakkoorden van de tweede single 'De Zaden van Morgen' roepen onwillekeurig de desolate stilte van 'Duizend Soldaten' op van Wannes' grote voorbeeld Willem Vermandere. De boodschap is evenwel hoopgevender en krachtig. Welke miserie en oorlogsellende ook, de zaden van het herstel vind je onuitroeibaar in de grond. Wannes' stem gaat doordringend hoger, trekt met de galmende slidegitaar mee crescendo. Tot energiek "De zee houdt 'em goed/ Vindt weeral de moed /Om de kusten te bestoken" weet af te ronden.

En dan moet finaal de eerste single 'Het Langste Jaar' nog komen, pianosong die uiteindelijk dan toch het laatst af was. Gitaarsnaren raspend akoestisch opstartend. Een muzikaal uitgekleed sluitstuk in mineur, vol van Wannes' uiterste gevoeligheid en dubbele rouw. De ondraaglijke pijn van het absolute verdriet, samen met de vaststelling dat alles niet in een oogwenk overgaat en doorgaan met leven niet onmiddellijk aan de orde is. Klaagstemmen in de achtergrond vallen Wannes bij, als een namens velen meehuilend koor. In het langste jaar.

'Het Langste Jaar', het album dat onbedoeld een hevig, krachtgevend rouwalbum werd. Voor de bandleden, ook al klinkt het veelvuldig niet echt zo, werd het gaandeweg meer schreien zonder tranen. Omwille van de rots Tom Pintens die als een Mozart mee aan zijn eigen requiem schreef, die waardig zelfs de rouw voor achterna op de meest passende wijze mee organiseerde, die tot het einde vasthield aan het leven en met de levenslijn die muziek voor hem was met de rug naar de dood toe is gewandeld. 'Het Langste Jaar' blijft over als een schitterend melodieus en poëtisch testament van schoonheid, zonder verbittering, een op en top muzikale plaat met met voorheen nooit gehoorde geweldige instrumentale passages. Het meesterwerk van een nog nooit zo gefocust Het Zesde Metaal.

In de Tootssessies op de Vlaamse VRT-Canvas op 22 januari 2024 zien we dan de vier overblijvende leden van Het Zesde Metaal voor het eerst in een live-setting terug. Nu is het Wannes die op grand piano Tom Pintens' pianosolo overneemt, voor een aangrijpend 'Het Langste Jaar'. Filip Wouters (gitaar/pedal steel/lapsteel), Robin Aerts (bas) en Tim Van Oosten staan bij.
Kasper Cornelus werd als Tom Pintens opvolger aangesteld en neemt vanaf de start van de tournee in februari over. Kasper speelde al met Flip Kowlier en is ook frontman van de popband Lip Service.

Het Zesde Metaal besloot de Tootssessies met een schitterende West-Vlaamse versie van een klassieker van dEUS. Het ultieme bewijs dat Het Zesde Metaal zijn leegten heeft opgevuld, niet enkel met dankbaarheid, maar ook met veerkracht. 'Nothing Really Ends'.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Breath - Land of My Other (2023) 4,0

21 januari 2024, 12:10 uur

Gisteren kwam The Breath de nieuwe plaat waarmee ze uit de pandemie zijn gekomen, 'The Land Of My Other', voorstellen in De Spil in Roeselare. The Breath, dat is een onwaarschijnlijk folkduo uit Manchester, bestaande uit de zachtaardige gitarist Stuart McCallum van The Cinematic Orchestra en de onstuimige zangeres/fluitiste Ríoghnach Connolly van Afro Celt Soundsystem, arafatsjaal, volslank, krols en met een enorme presence. Met z'n tweeën in een gestripte, fantastische show. McCallum is vlakaf een briljante muzikant die uit zijn akoestische gitaar zomaar in zijn eentje een hele wereld van geluid, riffs en arrangementen opdelft. Connolly, die deed laatst zelfs nog mee op Peter Gabriels bejubelde i/o. Want niet voor niets is zij momenteel BBC Folk Singer Of The Year. Haha, op het podium verrast ze je enerzijds als een grappend en grollende, schunnig grommende duivelin. Maar van zodra ze zich vanaf haar stevige stoeltje met haar kaleidoscopische stem aan het zingen zet wordt ze een en al freel poëtische pracht, de nieuwe koningin-moeder van de folk. Ze vertedert je terwijl ze met haar houten dwarsfluit in haar zij haar eerlijke, tijdloze liedjes zingt of liefdevol neuriënd aan haar minuscuul pomporgeltje trekt. Terug naar haar trauma's, haar niet zo rooskleurige kindertijd. Ze zingt ook in het Donegal-Iers, waarmee ze haar verknochtheid aan de taal van haar Ierse voorouders uitademt. Met de ogen dicht zweef je mee het water over, naar 'the land of my mother', 'the land of my other'. Evengoed ga je op in het blaffende en bijtende van haar lyrics, de epische songs waarin het duo dan ook evengoed wat energie weet te ontwikkelen. Ze zegt het zelf, ontwapenend, Ríoghnach, "I'm enthousiastic about my rage".
Overrompelende plaat, indrukwekkend optreden, met zo weinig brengt dit zelfverzekerde The Breath, alleen maar meer. Meer opwinding, onbelemmerde diepte en schoonheid. 'The Land Of My Other' daardoor. Een ontdekking.

» details   » naar bericht  » reageer  

Bill Ryder-Jones - Iechyd Da (2024) 4,5

18 januari 2024, 20:35 uur

De Brit Bill Ryder-Jones was als jonge tiener al de mede-oprichter en leadgitarist van het guitige The Coral vóór hij als singer-songwriter succesvol solo ging en daaropvolgend even geslaagd producer werd van o.a. Arctic Monkeys en Michael Head. Neem het meesterwerk 'Dear Scott' van deze laatste er dus ooit ook maar eens bij, hier heeft hij bovendien een cameo in de song '... And The Sea...', waar hij een stukje Ullysses van James Joyce voorleest. Gewapend met dat pak technische muzikale bagage en vijf jaar na zijn vorige soloplaat brengt Ryder-Jones nu trots dit 'Iechyd Da' uit, door Google voor ons bemoedigend uit het Welsh vertaald als 'Gezondheid! Proost'. Verder ook nog de net zo hartelijk klinkende slotsong in 't Welsh. 'Nos Da', 'Welterusten!'

Van Ryder-Jones is nochtans geweten dat hij al van kindsaf zwaar getraumatiseerd werd, dat hij zijn broer Daniel een gruwelijke doodsmak zag maken vanaf een klif. Sindsdien teisterden hem depressies, paniekaanvallen, agorafobie. Ook recenter nog, een niet aflatende stroom muizenissen, relatiebreuk en het koortsachtig weer rechtkrabbelen tijdens de coronalockdown. En dan nóg dit alles imponerend, stijlvol en statig muzikaal kunnen uitspreiden op het haast optimistische, hoopvolle klanktapijt van dit 'Iechyd Da'. Hoe fragiel, bijna fluisterend en vol melancholie hij daar ook staat, vanuit zijn ongrijpbare droefheid vloeit alles rustig en relaxt naar je toe. Alles is heel divers ook, met die met samples, spoken-wordintermezzo's, violen en sierlijke piano opgesmukte ballades, tot en met die jengelende brokken folkrock en pop. Je vangt heel verscheiden flarden op van verrukkelijke Coldplay, Grandaddy, Mercury Rev, Pavement of weelderig georkestreerde Sufjan Stevens. En koren, ja, aangrijpende, verheffende kinderkoren, zo op 'We Don’t Need Them' of 'Nothing to Be Done'.

Tal van songs over vele variaties van liefde en vriendschap. Valse romantiek in het bedwelmende 'I Know That It’s Like This (Baby)', verpakt in luchtige sixties pop, die na de ritmeverandering halverwege op- en neergaat door zelftwijfel. Het ontroerende 'A Bad Wind Blows in My Heart Pt. 3' is een terugkeer naar zijn tweede solo-album. Het zit vol intense Coldplay-piano. Part 1 en 2 stonden op het gelijknamig album van 2013 en nu vormen ze een prachtig drieluik. Wie ze kent, ook de toenmalige personages Christinha en Anthony keren terug in het nieuwe verhaal. Een van de mooiste songs is 'If Tomorrow Starts Without Me', nochtans verpletterend somber, maar met breekbare stem dansend op zalige cello's en strijkers.

Wanhoop in de liefde, verlies, pijn en vaak een diepe duisternis groeien met 'Iechyd Da' uit tot een meesterlijk album, gegoten in supergevoelige, intieme liedjes, middenin een betoverend opstijgend klankenpalet. Een golf van tederheid en vreugdevolle weelde weze dit als groot soulaas voor wie er nood aan heeft. Een majestueuse overwinning op zijn persoonlijke black dogs is het al. Een muzikale triomf bovendien waar Ryder-Jones' zegevierend zijn hele grote producerstalent kon in neerleggen.
'Iechyd Da'. Een buitengewone luisterervaring om niet te laten voorbijgaan. Hier is de eerste grote singer-songwriterplaat van 2024. Gezondheid en welterusten!

» details   » naar bericht  » reageer  

Therion - Leviathan III (2023) 4,0

16 januari 2024, 18:41 uur

Therion, dat is een Zweedse band die zich met zijn oprichter-gitarist Christofer Johnsson als geniaal grootmeester al jaren  intens uitslooft om ons, bescheiden rock-/metalliefhebbers ook bij de wereld van de ambieuze, grandioze, symfonische rockopera te betrekken. Meer zelfs, hij houdt er een onbevangen vorm van opera buiten categorie op na, die meteen ook verder gaat dan al het in dit wat muffe genre normaal gangbare. Met bekwame hulp daarbij telkens van minstens de hemels hoge vrouwelijke sopraanstem van Lori Lewis, de even geweldige tenor van Thomas Vikström en met veel meerstemmige zang waarmee er altijd weer volmaakt bombastisch over en weer gebotst wordt tussen progrock/-metal en verrukkelijke erupties van klassieke muziek. Zo gaat vooral hun absolute meesterwerk uit 2018, het driedelige neoklassieke 'Beloved Antichrist', buitenbeentje van 46 nummers in een compositie van drie uren (!), hier nog steeds op regelmatige basis in één vloeiende extase-beweging door de boxen. Dit Therion op zijn best, versterkt dus met 29 individuele zangers, orkest en koor, één magistrale onderneming, werd door velen weggehoond en uitgespuwd. Nochtans, parels voor de zwijnen, driemaal helaas.
Sindsdien is het onversaagde Therion weer meer naar de behapbare compacte composities aanleunend bij hun metalroots teruggekeerd, zonder evenwel zijn hang naar het neoklassieke te verloochenen. Tijdens de corona-lockdown zagen zo - verbazend toch andermaal - een massa nieuwe songs het levenslicht, deze keer zonder dat specifiek concept dat het ene netjes met het andere verbindt, maar met zoals zo vaak diverse oude mythologieën en religies als thema. Daarmee zitten ze nu intussen aan het finale derde deel van wat een succesvolle 'Leviathan'-cyclus mag worden genoemd. Met dit laatste album van de trilogie vieren ze overigens ook hun binnenkomst op Napalm Records. Met een perfect geproduceerd avontuurlijk 'Leviathan III' dat met zijn uiteenlopende stijlen zelfzeker danst op de koord van het theatraal symfonische en hardrock met een overschot aan power.

Met een krachtig melodieus 'Ninkigal' als starter kom je dus weer helemaal knus thuis bij Therion. Lekkere, donkere parade van metal-instrumentatie, hete drums, als de bliksem vingervlugge gitaren, flitsend dansende polka's, grunts vanuit het hellegat mogen ook eens weer en als tegengewicht uiteraard die verfijnde sopraan. Kort maar potig en schitterend gearrangeerde opener!

Tweede single, het machtige 'Ruler of Tamag', ten dele met zijn fraaie Turkse koorzang is daaropvolgend een regelrecht hoogtepunt. Een opzwepende song van de hand van het duo Johnsson-Vikström over Tamag, heerser van de Turkse onderwereld - zie hierbij ook de knappe video - en net zo sprookjesachtig ingezet als een folky-akoestische Ayreon. Genieten weer van Lori Lewis' engelenstem. 'Ruler of Tamag' groeit ijzersterk uit tot een duivels symfonisch Oosters miniatuurtje vurig op weg naar zijn bonkende, bruisende finale.

Eveneens juweel van rock, metal en symfonische bravoure is 'An Unsung Lament', een gouden galop van heerlijk pure koorzang recht het morgenlicht in, gaandeweg vervat in een rollercoasterende structuur waarin tussen de melodieuze stijlen, muzikale golven zelfs een elektrisch versterkt bolero-ritme niet ontbreekt. Een progressieve diamant met talloze flitsende kantjes en majestueus zonder meer.

Het levendige 'Maleficium' is een operaduet in regelrechte carmina burana-stijl met vocaal tegen elkaar opstrijdende protagonisten en dit had in zijn grootsheid evengoed op 'Beloved Antichrist' kunnen staan.

Het vurig rituele 'Ayahuasca' dan, derde single, riffend openend met een strakke Purple-hardrockinslag en diep in de song Johnsson warempel met Jon Lord-orgeltje stromend onder het mannenkoor, een rush die openbloeit in een mystieke ceremoniële roes. Want ja, 'Ayahuasca' da's een sterk hallucinogeen goedje, op dit met acht minuten langste nummer ga je er als vanzelf trippend mee de lucht in.

Net zo 'Baccanale', euforische ode aan Dionysios, één doordenderend bacchanaal met hemelse Lori Lewis en haar dramatisch koor in de achtergrond, weer een opera in het klein met zwaar riffende rockopstart, wild erdoorheen beukende drums, fladderende gitaararpeggio's. Kan niet anders dan finaal uitmonden in het magistrale bloedoffer 'Midsommarblot' met zijn meeslepende riffs en agressieve gitaren onder de feilloze zanglagen.

De schitterende complexiteit van 'What Was Lost Shall Be Lost No More' doet die song in alle richtingen uiteenwaaieren, maar fier zijn evenwicht houdend is het een en al dynamiek, harmonie en spanning tot op het einde.

De verrassing van het album landt met het sierlijke folky 'Duende'. Duistere, demonische klassieke flamenco, in het Spaans volbloedig kracht bijgezet door een passioneel uitzingende Rosalía Sairem. 'Duende', of hoe sierlijk een metalgroep als Therion zijn Spaanse nacht inclusief met zuiderse trompetten opzet en er perfect mee wegkomt.

Ook het buitengewone 'Nummo' is buitenaardse opera op speed, over een onbekende Dogon-religie. Klassieke zang, koor, drum- en gitaarexplosies en complexe riffs broederlijk verenigd.

Afsluiten met de apocalyptische eerste single 'Twilight of the Gods', donkere epische compositie gedrenkt in rauw zwalpende doomsound, maar die theatraal geholpen door Lewis' sinister koketterende sopraan , Mats Leven's diepdreigende tenor en het dramatisch aanzwellende koorzang zomaar naar een hoger plan wordt getild. Marsbeats trekken op naar een indrukwekkende finale vol drums, vuur en duisternis en Johnsson's visionaire warriors die uiteindelijk toch de nieuwe era bereiken.

Therion is al 35 jaar een terechte vaandeldrager in het symfonische rock-/metalgenre. Zoveel decennia later blijft Christofer Johnsson zijn muzikale dromen waarmaken. Ook in het luisterrijke slotstuk van deze trilogie, megaproject met 33 songs, blijft Therion experimenteren en op verbluffende wijze grenzeloze creativiteit en passie koppelen aan veelzijdigheid en ervaring. Op deze 'Leviathan III' met zijn elf van elkaar losstaande composities sloeg Therion nog nooit zoveel verrukkelijke kleuren tegelijk uit. Virtuoos en met een geweldige groove doorploegen ze alles wat hen in het verleden al zo groot maakte, een ongelooflijk divers muzikaal landschap vol melodieuze deathmetal, hardrock, gothic, progrock, opera en neo-klassiek. Zoals Johnsson het zelf uitlegde, dit 'Leviathan III' is als een buffet, met een verscheidenheid aan gerechten die allemaal tegelijk worden geserveerd. Een finale van een trilogie dus om dankbaar van te smullen en om heel erg van te houden.

De line-up van Therion op 'Leviathan III' : op gitaar/keyboards Christofer Johnsson. Zang Thoman Vikström en Lori Lewis. Extra tenorvocalen Mats Levén (Candlemass) en Piotr Wawrzeniuk (ex-Therion). Gitaar Christian Vidal. Bas Nalle Påhlsson. Drums Sami Karppinen en Snowy Shaw (Mercyful Fate).

Therion is te zien op 21 februari in Poppodium 013 in Tilburg, op 22 februari in Het Entrepot in Brugge en op 23 februari in Metropool in Enschede.

» details   » naar bericht  » reageer  

SPRINTS - Letter to Self (2024) 4,5

5 januari 2024, 15:42 uur

Je kan 2024 maar best zo dampend rockend mogelijk inzetten en dan word je met een memorabel debuutalbum als dat van SPRINTS als vanuit het niets ineens perfect bediend. Een viertal brutaaltjes met intussen al een verschroeiend stevige live-reputatie in Dublin en heel ver in de omstreken.

Ja, ze schrijven behoorlijk sombere rocksongs, maar wel knallend, ritmisch, melodisch als de beste popsongs van Garbage, vol doelgerichte opwinding, taai volhoudende power en krachtig zuiverende emoties.

Al van bij de doortastende opener 'Ticking', onheilspellend als een tijdbom bovendien, met die kwetsbare, van oorsprong Duitse frontvrouw Karla Chubb die we het keer op keer als een ziedend op en neer over het podium rollende Frank Black van Pixies horen uitschreeuwen. Net zo in het schrikwekkende, tot aan zijn hartverscheurende explosie langzaam doortikkende 'Shadow of a Doubt', eerst even als PJ Harvey de spanning opbouwen en vervolgens een vier minuten lange angstige ontladingsschreeuw als na welk trauma of depressie ook. Of zoals in een der hoogtepunten, de sneltrein 'Literary Mind', een jachtige queerlovesong met veel gruizige gitaren en The Strokes-vibes, meezinger, met een altijd furieuze Chubb, hier vocaal ondersteund door bassist McCann. In 'Cathedral' ook, met queervrouw Karla als een bezwerende Jim Morrison hevig tegen de vastgeroeste Ierse moraal aanschoppend.
Ook de referenties naar U2 zijn niet van de lucht, neem het rauw exploderende 'Heavy', met Chubb weer vol in mantra-modus, dat 'Desire' oproept. Of in het goedkeuring zoekende 'Adore Adore Adore'. Evengoed is deze laatste dankbare knipoog naar 'Adore Life' van Savages, hun inspiratieband. Na de katharsis van een witheet album besluiten ze in de finale woeste titelsong toch met positieve lyrics: we hoeven niet op elkaar te lijken om elkaar te aanvaarden. En in het slotparlando, Chubb's allerlaatste woorden "Any night can become day."

'Letter To Self', een kolkend album met een heel pak uitmuntende, opzwepende ADHD-songs op rij, met in zich, hoe kan het anders, een diep kwetsbare Ierse bodem. Ze borrelt daar in Dublin dus mooi verder die bron van bruisende creativiteit, van steengoede bands op zoek naar bevestiging. Een muzikale tsunami als SPRINTS hoort in al zijn frisheid bij diegenen die in dit jonge 2024 zeker de grote sprong verdienen. Karla Chubb, zang-gitaar, Colm O'Reilly, gitaar, Sam McCann, bas, Jack Callan, drums, traag maar zeker groeien ze uit tot een band van niet meer te negeren drieste gitaarhonden.

'Ze zeggen dat ze goed is voor een groentje', zingt cynische Karla Chubb over zichzelf in 'Up and Comer'. Maar samen vormen ze intussen een ambitieus, meedogenloos kwartet, dat niet in de pas wil lopen en dat drie jaar, in singletjes en epeetjes, dit glorieus debuut met zijn fantastische soundmuur van wegschurende gitaren en doordollende bassen en drums hebben gewikt en afgewogen. Tot het hier dan ook helemaal goed zit. Met dank daarvoor ook aan producer Daniel Fox, bassist van de even wild confronterende Gilla Band.

Een knetterend debuut, op het City Slang-label notabene, van energievreters die hun bandnaam niet hebben gestolen, die als een Usain Bolt sprint na sprint weten te trekken. Met als uithangsbord hun ongeremd intense zangeres wiens vocals tot lang nadien blijven nagalmen als in één lange bevrijdende schreeuw. Losgeslagen verslavend plaatje, zoveel is duidelijk. Het wordt lekker druk rond Fontaines D.C. en The Murder Capital, al zo helemaal aan het begin van het jaar.

» details   » naar bericht  » reageer