Hier kun je zien welke berichten Benos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bob Dylan - Highway 61 Revisited (1965)

0
geplaatst: 18 juli 2017, 22:54 uur
Review #10:
Bob Dylan is zeker niet de enige folkartiest / singer-songwriter die voor geen meter kan zingen, maar in tegenstelling tot anderen doet hij niet bepaald de moeite dit te verbergen. De productie zorgt ervoor dat op de momenten dat Dylan zingt, de overige instrumenten redelijk in de achtergrond geraken. Enerzijds wil ik de productie hiervoor bedanken, omdat de meeste instrumenten niet echt van hoogstaand niveau zijn; veel nummers missen een sterke hook en de mondharmonica is in 90% van de gevallen een verschrikkelijk instrument. Aan de andere kant erger ik me aan de productie, omdat de zang van Dylan niet bepaald een aspect is wat mijns inziens nu echt extra aandacht verdient.
Zelfs met deze punten zou ik dit album hoger waarderen dan dat ik het nu zou doen, maar ik heb het nog niet gehad over een belangrijk punt, dat direct bij de openingstrack duidelijk naar voren komt: een hoop nummers duren veel te lang. Waarom stopt Like A Rolling Stone niet na drie minuten? Waarom duurt Ballad Of A Thin Man in godsnaam zes minuten? Ik voel dat ik twee keer naar hetzelfde nummer aan het luisteren ben, en op dat moment gaat mijn aandacht van melodie en lyrics naar de zang. Kortere nummers hebben dit probleem niet: de melodieën zijn niet zeer sterk, maar goed genoeg om mij er een aantal minuten bij te houden. De title track is instrumenteel gezien sterk genoeg om mij af te leiden van de zang, maar zou als het vijf of zes minuten zou duren, hetzelfde probleem ondergaan zijn als de andere langere nummers. De langere nummers beginnen, met uitzondering van Desolation Row, na een paar minuten gewoon simpelweg te vervelen, en in sommige gevallen zelfs te irriteren.
Ik weet dat ik misschien een beetje te veel nadruk leg op de zang van Bob Dylan, maar het is wel het belangrijkste onderdeel in veel van de nummers. Een Dylan die zingt zoals op Blood on the Tracks (ook geen goede zang, maar beter dan dit), zou dit album zeker een punt opschroeven. Nu moet ik het doen met een dikke onvoldoende.
3,5 / 10
Beste Nummers: Highway 61 Revisited, Desolation Row
Bob Dylan is zeker niet de enige folkartiest / singer-songwriter die voor geen meter kan zingen, maar in tegenstelling tot anderen doet hij niet bepaald de moeite dit te verbergen. De productie zorgt ervoor dat op de momenten dat Dylan zingt, de overige instrumenten redelijk in de achtergrond geraken. Enerzijds wil ik de productie hiervoor bedanken, omdat de meeste instrumenten niet echt van hoogstaand niveau zijn; veel nummers missen een sterke hook en de mondharmonica is in 90% van de gevallen een verschrikkelijk instrument. Aan de andere kant erger ik me aan de productie, omdat de zang van Dylan niet bepaald een aspect is wat mijns inziens nu echt extra aandacht verdient.
Zelfs met deze punten zou ik dit album hoger waarderen dan dat ik het nu zou doen, maar ik heb het nog niet gehad over een belangrijk punt, dat direct bij de openingstrack duidelijk naar voren komt: een hoop nummers duren veel te lang. Waarom stopt Like A Rolling Stone niet na drie minuten? Waarom duurt Ballad Of A Thin Man in godsnaam zes minuten? Ik voel dat ik twee keer naar hetzelfde nummer aan het luisteren ben, en op dat moment gaat mijn aandacht van melodie en lyrics naar de zang. Kortere nummers hebben dit probleem niet: de melodieën zijn niet zeer sterk, maar goed genoeg om mij er een aantal minuten bij te houden. De title track is instrumenteel gezien sterk genoeg om mij af te leiden van de zang, maar zou als het vijf of zes minuten zou duren, hetzelfde probleem ondergaan zijn als de andere langere nummers. De langere nummers beginnen, met uitzondering van Desolation Row, na een paar minuten gewoon simpelweg te vervelen, en in sommige gevallen zelfs te irriteren.
Ik weet dat ik misschien een beetje te veel nadruk leg op de zang van Bob Dylan, maar het is wel het belangrijkste onderdeel in veel van de nummers. Een Dylan die zingt zoals op Blood on the Tracks (ook geen goede zang, maar beter dan dit), zou dit album zeker een punt opschroeven. Nu moet ik het doen met een dikke onvoldoende.
3,5 / 10
Beste Nummers: Highway 61 Revisited, Desolation Row
Brand New - Science Fiction (2017)

0
geplaatst: 21 augustus 2017, 12:11 uur
Review #14:
Het nieuwe album van Brand New toont een duidelijke afwiseling tussen redelijk cliche alternative rock en enorm sterke stemmingsopwekkende langzamere nummers aan. Nummers zoals Lit Me Up zijn bij uitstek degenen waar dit album schittert. De instrumentatie is minimaal, maar dat zorgt er juist voor dat elk stukje gedrum en elk stukje gitaarspel tot zijn recht komt en iets toevoegt aan de atmosfeer. 137 doet iets vergelijkbaars met het langzame dronende gitaarspel vlak voor de solo (wat een redelijke solo is, al ben ik nooit weg geweest van gitaarsolo's). Batter Up doet deze spanningsopbouw ook uitstekend doordat het nummer op de momenten vroeg in het nummer waar het al lijkt 'door te breken' terugkeert naar het langzame gitaarspel met een prima transitie. Slechts een aantal momenten waar je de drums hoort maar ze hebben een enorme impact op het nummer. Ook de meer cliche nummers falen er niet in om een redelijk duistere atmosfeer te creeëren. Waste weet dit bijvoorbeeld te bereiken met wederom een langzame, echoënde gitaar. De akoestische Could Never Be Heaven heeft een vergelijkbare impact.
Maar de nummers die niet een vergelijkbaar kenmerk hebben schieten wel echt tekort. Can't Get It Out en Same Logic/Teeth zijn enorm beneden niveau, zeker omdat ze teveel nadruk leggen op de lyrics. Out of Mana bevestigt mijn afkeer tegen gitaarsolo's door redelijk overdreven gitaarspel. Ik weet niet wat Brand New precies probeert te bereiken, maar het werkt in ieder geval niet voor mij.
Desert en No Control zijn ook niet bijzonder boeiend, zeker niet instrumenteel gezien. No Control lijkt nog een interessante outro te hebben totdat ze na 30 seconden stoppen en de track eindigt in wat klinkt als een schreeuwende jongen, maar het is zo 'niet op zijn plaats' dat het van alles zou kunnen zijn en absoluut niet zou werken. Het enige nummer waar ik niet echt een duidelijke mening over heb is In The Water. Aan de ene kant is het opnieuw een cliche alternative rock nummer, maar de spanningsopbouw is zo veel beter dan welke indie rock band je maar kan bedenken het zou kunnen. Het refrein is daarentegen wel vershrikkelijk.
Brand New neemt een rustigere aanpak dan met hun vorige klassiekers, en instrumenteel gezien werkt dit een aantal keer uitstekend. Het album probeert zeker een bepaalde stemming op te wekken, en buiten de standaard indie rock nummers slaagt de band daar verrassend goed in. Het album ontbreekt echter aan een consistent geluid en ik had ook niet het gevoel dat Brand New met dit album voor een samenhangend thema ging (vandaar ook de song-by-song benadering).
6,5 / 10
Beste Nummers: Lit Me Up, 137, Batter Up
Het nieuwe album van Brand New toont een duidelijke afwiseling tussen redelijk cliche alternative rock en enorm sterke stemmingsopwekkende langzamere nummers aan. Nummers zoals Lit Me Up zijn bij uitstek degenen waar dit album schittert. De instrumentatie is minimaal, maar dat zorgt er juist voor dat elk stukje gedrum en elk stukje gitaarspel tot zijn recht komt en iets toevoegt aan de atmosfeer. 137 doet iets vergelijkbaars met het langzame dronende gitaarspel vlak voor de solo (wat een redelijke solo is, al ben ik nooit weg geweest van gitaarsolo's). Batter Up doet deze spanningsopbouw ook uitstekend doordat het nummer op de momenten vroeg in het nummer waar het al lijkt 'door te breken' terugkeert naar het langzame gitaarspel met een prima transitie. Slechts een aantal momenten waar je de drums hoort maar ze hebben een enorme impact op het nummer. Ook de meer cliche nummers falen er niet in om een redelijk duistere atmosfeer te creeëren. Waste weet dit bijvoorbeeld te bereiken met wederom een langzame, echoënde gitaar. De akoestische Could Never Be Heaven heeft een vergelijkbare impact.
Maar de nummers die niet een vergelijkbaar kenmerk hebben schieten wel echt tekort. Can't Get It Out en Same Logic/Teeth zijn enorm beneden niveau, zeker omdat ze teveel nadruk leggen op de lyrics. Out of Mana bevestigt mijn afkeer tegen gitaarsolo's door redelijk overdreven gitaarspel. Ik weet niet wat Brand New precies probeert te bereiken, maar het werkt in ieder geval niet voor mij.
Desert en No Control zijn ook niet bijzonder boeiend, zeker niet instrumenteel gezien. No Control lijkt nog een interessante outro te hebben totdat ze na 30 seconden stoppen en de track eindigt in wat klinkt als een schreeuwende jongen, maar het is zo 'niet op zijn plaats' dat het van alles zou kunnen zijn en absoluut niet zou werken. Het enige nummer waar ik niet echt een duidelijke mening over heb is In The Water. Aan de ene kant is het opnieuw een cliche alternative rock nummer, maar de spanningsopbouw is zo veel beter dan welke indie rock band je maar kan bedenken het zou kunnen. Het refrein is daarentegen wel vershrikkelijk.
Brand New neemt een rustigere aanpak dan met hun vorige klassiekers, en instrumenteel gezien werkt dit een aantal keer uitstekend. Het album probeert zeker een bepaalde stemming op te wekken, en buiten de standaard indie rock nummers slaagt de band daar verrassend goed in. Het album ontbreekt echter aan een consistent geluid en ik had ook niet het gevoel dat Brand New met dit album voor een samenhangend thema ging (vandaar ook de song-by-song benadering).
6,5 / 10
Beste Nummers: Lit Me Up, 137, Batter Up
Henry Grimes Trio - The Call (1966)

0
geplaatst: 14 augustus 2017, 13:46 uur
Review #12:
The Call is opvallend verfrissend voor een free jazz plaat. Henry Grimes maakt gebruik van een klarinet/drum/bas-trio dat, zeker in free jazz waar enorm veel ruimte is voor improvisatie, uitstekend kan zorgen voor een comfortabele, verfrissende sfeer.
De klarinet is bij uitstek het hoogtepunt van deze plaat, iets wat wellicht het beste te horen is in de nummers For Django en The Call. For Django in het bijzonder laat de talenten van de spelers goed zien. Price drumt als een krankzinnige en het lijkt af en toe alsof hij niet kan stoppen. De bas volgt de melodie van de klarinet, wat resulteert in een relatief open geluid (natuurlijk te verwachten in een free jazz trio). Deze ruimte wordt soms uitstekend ingevuld door de drums, soms overrompeld door de drums tot het punt waar het toch net iets te veel van het goede is. Dan ben ik toch een grotere voorstander van de delen waar de drums een rustiger patroon volgen en de bas en klarinet de melodie overnemen, zoals in het laatste deel van For Django goed te horen is.
The Call is zeer verfrissend voor een free jazz album. Door het gebruik van slechts drie spelers is er enorm veel ruimte voor elke speler voor zijn toevoeging, iets wat slechts enkele keren ten koste gaat van de aangename, comfortabele sfeer die het album grotendeels met zich meedraagt.
Echter laat deze opzet zien dat free jazz trio's redelijk beperkt zijn in hun variëteit. Het gebruik van een klarinet in plaats van de piano, zoals gebruikelijker is in trio's, is in het bijzonder een keuze die de variëteit niet ten goede komt.
The Call verdient zeker aandacht binnen de free jazz. De opzet van het album is enerzijds een verademing en zorgt voor een van de meest aangename momenten binnen het genre, anderzijds is de opzet een valkuil die al gauw zorgt voor een gelijksoortig geluid, zeker in de kortere nummers. Dan is het niet alleen een verademing om zeer open free jazz zoals For Django en The Call te horen, maar dan is het ook een verademing wanneer de laatste noten op Son Of Alfalfa het album afsluiten.
6,5 / 10
Beste Nummers: For Django, The Call
The Call is opvallend verfrissend voor een free jazz plaat. Henry Grimes maakt gebruik van een klarinet/drum/bas-trio dat, zeker in free jazz waar enorm veel ruimte is voor improvisatie, uitstekend kan zorgen voor een comfortabele, verfrissende sfeer.
De klarinet is bij uitstek het hoogtepunt van deze plaat, iets wat wellicht het beste te horen is in de nummers For Django en The Call. For Django in het bijzonder laat de talenten van de spelers goed zien. Price drumt als een krankzinnige en het lijkt af en toe alsof hij niet kan stoppen. De bas volgt de melodie van de klarinet, wat resulteert in een relatief open geluid (natuurlijk te verwachten in een free jazz trio). Deze ruimte wordt soms uitstekend ingevuld door de drums, soms overrompeld door de drums tot het punt waar het toch net iets te veel van het goede is. Dan ben ik toch een grotere voorstander van de delen waar de drums een rustiger patroon volgen en de bas en klarinet de melodie overnemen, zoals in het laatste deel van For Django goed te horen is.
The Call is zeer verfrissend voor een free jazz album. Door het gebruik van slechts drie spelers is er enorm veel ruimte voor elke speler voor zijn toevoeging, iets wat slechts enkele keren ten koste gaat van de aangename, comfortabele sfeer die het album grotendeels met zich meedraagt.
Echter laat deze opzet zien dat free jazz trio's redelijk beperkt zijn in hun variëteit. Het gebruik van een klarinet in plaats van de piano, zoals gebruikelijker is in trio's, is in het bijzonder een keuze die de variëteit niet ten goede komt.
The Call verdient zeker aandacht binnen de free jazz. De opzet van het album is enerzijds een verademing en zorgt voor een van de meest aangename momenten binnen het genre, anderzijds is de opzet een valkuil die al gauw zorgt voor een gelijksoortig geluid, zeker in de kortere nummers. Dan is het niet alleen een verademing om zeer open free jazz zoals For Django en The Call te horen, maar dan is het ook een verademing wanneer de laatste noten op Son Of Alfalfa het album afsluiten.
6,5 / 10
Beste Nummers: For Django, The Call
Iceage - Plowing Into the Field of Love (2014)

0
geplaatst: 27 juni 2017, 16:14 uur
Review #8:
Deze plaat twee jaar geleden een aantal keer beluisterd nadat ik hem een aantal keer was tegengekomen op de zogenoemde 'album of the year' lijstjes. Een combinatie van meerdere mensen die dit een van de beste albums van 2014 noemden en de genre tag 'post-punk' zorgde voor redelijk hoge verwachtingen. Twee jaar geleden waren deze verwachtingen al te hoog. Het was ondanks een aantal leuke buildups een plaat die snel in de vergetelheid raakte, en doordat ik het toendertijd al niet al te hoog waardeerde (6/10), bleef ik het een goede twee jaar negeren als ik het toevallig tegen kwam in mijn muziekbibliotheek.
Toen ik een maand geleden met een vriend een listen-along chart deed en dit album toevallig op het lijstje stond, besloot ik toch nog een keer het album een kans te geven en niet direct een zesje in te vullen. Zelfs met niet al te hoge verwachtingen was dit album een nog grotere tegenvaller dan twee jaar geleden.
Ik beperk me tot twee nummers op dit album omdat deze een goed beeld geven wat je kan verwachten van de rest (en toevallig zien de MuMe gebruikers deze nummers als de beste op het album). On My Fingers is een duister door blues geïnspireerd punknummer dat nog lichtelijk meeslepend is door de gepassioneerde vocals. Voor een goede twee minuten is het een prima nummer, maar daarna is het enorm zoekende naar een uitbraak die er maar niet wil komen. De laatste 3 minuten klinken als een lange opbouw, maar waar de beloning ontbreekt. De vocals die in het begin van het nummer niet verkeerd zijn, zijn in het slot enorm irritant. Beide keren dat ik het album beluisterde de afgelopen maand kreeg ik na nog geen vier minuten de neiging door te spoelen.
Deze toon is typerend voor een hoop andere nummers op het album, tot het ietwat rustigere Forever. Meerdere malen in het nummer zorgen de drums voor een prima opbouw (1:40), maar wederom ontbreekt een definitieve uitbraak van het nummer. Daarentegen keert het nummer terug bij het begin en herhaalt dit trucje nog een keer (3:15). Wederom een opbouw dat tot niets leidt.
Note: ik heb er geen probleem mee als een nummer in het geheel een rustiger tempo behoudt en nooit echt tot een uitbraak kom. Waar ik wel een probleem mee heb is als een nummer mij als het ware lokt om vervolgens een punt te bereiken wat ook bereikt had kunnen worden zonder luidruchtige drums en schreeuwende vocals.
De andere nummers zijn grotendeels vergelijkbaar. Kortom: het album voelt aan als een grote tease. Af en toe leuke instrumentals die onnodig luidruchtig zijn en een zanger waar ik na tien minuten ook wel klaar mee was.
4,0 / 10
Beste nummers: Plowing Into the Field of Love en The Lord's Favorite
Deze plaat twee jaar geleden een aantal keer beluisterd nadat ik hem een aantal keer was tegengekomen op de zogenoemde 'album of the year' lijstjes. Een combinatie van meerdere mensen die dit een van de beste albums van 2014 noemden en de genre tag 'post-punk' zorgde voor redelijk hoge verwachtingen. Twee jaar geleden waren deze verwachtingen al te hoog. Het was ondanks een aantal leuke buildups een plaat die snel in de vergetelheid raakte, en doordat ik het toendertijd al niet al te hoog waardeerde (6/10), bleef ik het een goede twee jaar negeren als ik het toevallig tegen kwam in mijn muziekbibliotheek.
Toen ik een maand geleden met een vriend een listen-along chart deed en dit album toevallig op het lijstje stond, besloot ik toch nog een keer het album een kans te geven en niet direct een zesje in te vullen. Zelfs met niet al te hoge verwachtingen was dit album een nog grotere tegenvaller dan twee jaar geleden.
Ik beperk me tot twee nummers op dit album omdat deze een goed beeld geven wat je kan verwachten van de rest (en toevallig zien de MuMe gebruikers deze nummers als de beste op het album). On My Fingers is een duister door blues geïnspireerd punknummer dat nog lichtelijk meeslepend is door de gepassioneerde vocals. Voor een goede twee minuten is het een prima nummer, maar daarna is het enorm zoekende naar een uitbraak die er maar niet wil komen. De laatste 3 minuten klinken als een lange opbouw, maar waar de beloning ontbreekt. De vocals die in het begin van het nummer niet verkeerd zijn, zijn in het slot enorm irritant. Beide keren dat ik het album beluisterde de afgelopen maand kreeg ik na nog geen vier minuten de neiging door te spoelen.
Deze toon is typerend voor een hoop andere nummers op het album, tot het ietwat rustigere Forever. Meerdere malen in het nummer zorgen de drums voor een prima opbouw (1:40), maar wederom ontbreekt een definitieve uitbraak van het nummer. Daarentegen keert het nummer terug bij het begin en herhaalt dit trucje nog een keer (3:15). Wederom een opbouw dat tot niets leidt.
Note: ik heb er geen probleem mee als een nummer in het geheel een rustiger tempo behoudt en nooit echt tot een uitbraak kom. Waar ik wel een probleem mee heb is als een nummer mij als het ware lokt om vervolgens een punt te bereiken wat ook bereikt had kunnen worden zonder luidruchtige drums en schreeuwende vocals.
De andere nummers zijn grotendeels vergelijkbaar. Kortom: het album voelt aan als een grote tease. Af en toe leuke instrumentals die onnodig luidruchtig zijn en een zanger waar ik na tien minuten ook wel klaar mee was.
4,0 / 10
Beste nummers: Plowing Into the Field of Love en The Lord's Favorite
John Cale - Paris 1919 (1973)

3
geplaatst: 6 juli 2017, 19:41 uur
Review #9:
Er zijn twee aspecten binnen de discografie van de Velvet Underground waardoor ik zeer geïnteresseerd raakte in John Cale. Ten eerste doet een vergelijking tussen de eerste twee Velvet Underground albums, waar John Cale nog aanwezig was, en de daaropvolgende twee Velvet Underground albums al gauw vermoeden dat John Cale het experimentele brein was binnen de Velvet Underground. Iets wat overigens verder onderstreept wordt door het feit dat mijn eerste kennismaking met Lou Reed's solowerk (Transformer) een meer pop gerichte aanpak had.
Verder beschouw ik het vioolspel van John Cale in The Velvet Underground & Nico (onder andere op de nummers Sunday Morning en Venus in Furs) als een van de hoogtepunten van het album.
Ik rekende op een soortgelijk album toen ik Paris 1919 voor het eerst beluisterde, maar de eerste kennismaking was voor mij niet veel meer dan een tegenvaller. Het was pas toen ik het album binnen een andere context bekeek voordat het mij echt wist te raken.
Deze context was niet de voorgeschiedenis van Cale binnen de Velvet Underground, die zorgt voor hoge verwachtingen, maar de context van andere albums waar Paris 1919 op geïnspireerd is. Het gebruikt vergelijkbare composities bekend van grote invloeden als Brian Wilson, Jacques Brel en Nick Drake, maar weet ze onder andere door zijn warme stem en eerdergenoemd vioolspel een eigen geluid te geven. Het resultaat is een mix van enerzijds speelse, romantische composities; anderzijds van een duistere ondertoon in nummers zoals Hanky Panky Nohow en Half Past France.
Lyrics zoals ''nothing frightens me more than religion at my door'' hebben een duistere ondertoon door de voorgeschiedenis van Cale, wat echter niet direct naar boven komt omdat het als het ware verbloemd wordt door instrumentals zoals we gewend zijn in baroque pop. Waar baroque pop af en toe een overschot aan instrumentele complexiteit brengt (lees: teveel instrumenten waardoor het nummer zijn focus verliest), is de balans tussen de zang enerzijds en het gebruik van instrumenten zoals de tamboerijn uitstekend.
Het album wordt echt interessant wanneer we bij de tweede helft aankomen. Net na het meer rock-klinkende Macbeth, een prima afwisseling na vier rustige popnummers, volgt het middelpunt van het album: Paris 1919. Niet enkel het middelpunt vanwege de positie binnen het album, maar ook het middelpunt van mijn belangstelling door de uitstekende kwaliteit. Wederom schitterend gebruik gemaakt van de instrumenten, met een herhalende piano en het speelse 'la la la la' (speels totdat je je herinnert dat het nummer Paris 1919 heet).
Er zijn een aantal nummers die het niveau van de title track, Child's Christmas en Half Past France toch zeker niet weten te halen. Macbeth werkt prima als afwisseling, maar als een standalone nummer is het toch minder indrukwekkend dan de grotere namen op het album. Graham Greene doet de 'snellere' rock beter mijns inziens, maar heeft een zwakker refrein. Antarctica Starts Here heeft goede lyrics, maar ik ben persoonlijk geen fan van de zang op dit nummer. Verder kan ik eigenlijk weinig minpunten noemen.
8,0 / 10
Beste nummers: Paris 1919, Child's Christmas In Wales
Note: ik beschouw dit album als een groeier. Ik heb met meerdere mensen over dit album gesproken en de meesten vonden, net als ik persoonlijk, dat dit album pas echt zijn charme laat zien na een goed aantal luisterbeurten. Ik zou zeggen: geef het nog een kans als je het eerst niet super vond. Het is toch maar 30 minuten lang
Er zijn twee aspecten binnen de discografie van de Velvet Underground waardoor ik zeer geïnteresseerd raakte in John Cale. Ten eerste doet een vergelijking tussen de eerste twee Velvet Underground albums, waar John Cale nog aanwezig was, en de daaropvolgende twee Velvet Underground albums al gauw vermoeden dat John Cale het experimentele brein was binnen de Velvet Underground. Iets wat overigens verder onderstreept wordt door het feit dat mijn eerste kennismaking met Lou Reed's solowerk (Transformer) een meer pop gerichte aanpak had.
Verder beschouw ik het vioolspel van John Cale in The Velvet Underground & Nico (onder andere op de nummers Sunday Morning en Venus in Furs) als een van de hoogtepunten van het album.
Ik rekende op een soortgelijk album toen ik Paris 1919 voor het eerst beluisterde, maar de eerste kennismaking was voor mij niet veel meer dan een tegenvaller. Het was pas toen ik het album binnen een andere context bekeek voordat het mij echt wist te raken.
Deze context was niet de voorgeschiedenis van Cale binnen de Velvet Underground, die zorgt voor hoge verwachtingen, maar de context van andere albums waar Paris 1919 op geïnspireerd is. Het gebruikt vergelijkbare composities bekend van grote invloeden als Brian Wilson, Jacques Brel en Nick Drake, maar weet ze onder andere door zijn warme stem en eerdergenoemd vioolspel een eigen geluid te geven. Het resultaat is een mix van enerzijds speelse, romantische composities; anderzijds van een duistere ondertoon in nummers zoals Hanky Panky Nohow en Half Past France.
Lyrics zoals ''nothing frightens me more than religion at my door'' hebben een duistere ondertoon door de voorgeschiedenis van Cale, wat echter niet direct naar boven komt omdat het als het ware verbloemd wordt door instrumentals zoals we gewend zijn in baroque pop. Waar baroque pop af en toe een overschot aan instrumentele complexiteit brengt (lees: teveel instrumenten waardoor het nummer zijn focus verliest), is de balans tussen de zang enerzijds en het gebruik van instrumenten zoals de tamboerijn uitstekend.
Het album wordt echt interessant wanneer we bij de tweede helft aankomen. Net na het meer rock-klinkende Macbeth, een prima afwisseling na vier rustige popnummers, volgt het middelpunt van het album: Paris 1919. Niet enkel het middelpunt vanwege de positie binnen het album, maar ook het middelpunt van mijn belangstelling door de uitstekende kwaliteit. Wederom schitterend gebruik gemaakt van de instrumenten, met een herhalende piano en het speelse 'la la la la' (speels totdat je je herinnert dat het nummer Paris 1919 heet).
Er zijn een aantal nummers die het niveau van de title track, Child's Christmas en Half Past France toch zeker niet weten te halen. Macbeth werkt prima als afwisseling, maar als een standalone nummer is het toch minder indrukwekkend dan de grotere namen op het album. Graham Greene doet de 'snellere' rock beter mijns inziens, maar heeft een zwakker refrein. Antarctica Starts Here heeft goede lyrics, maar ik ben persoonlijk geen fan van de zang op dit nummer. Verder kan ik eigenlijk weinig minpunten noemen.
8,0 / 10
Beste nummers: Paris 1919, Child's Christmas In Wales
Note: ik beschouw dit album als een groeier. Ik heb met meerdere mensen over dit album gesproken en de meesten vonden, net als ik persoonlijk, dat dit album pas echt zijn charme laat zien na een goed aantal luisterbeurten. Ik zou zeggen: geef het nog een kans als je het eerst niet super vond. Het is toch maar 30 minuten lang

Jorge Ben - Fôrça Bruta (1970)

7
geplaatst: 24 augustus 2017, 20:18 uur
Review #15:
Jorge Ben weet wat in eerste instantie klinkt als een bovengemiddeld Braziliaanse pop / samba-rock album om te toveren tot een van de beste Braziliaanse albums die ik ooit heb gehoord. Wat Força Bruta onderscheidt van veel andere soortgelijke albums zijn twee zeer belangrijke aspecten in bijna elk muziekgenre.
Ten eerste wordt er gebruik gemaakt van een grote diversiteit aan instrumenten, iets wat doet denkend aan de baroque pop die rond dezelfde tijd in Engelstalige landen enige popularitiet verkreeg. Ondanks dat alle baroque pop catchy, toegankelijke popmuziek wist om te bouwen tot majestueuze composities, ontbrak er aan veel van deze baroque pop toch een afwisseling binnen de compositie. Jorge Ben weet à la The Beach Boys niet alleen geweldig gebruik te maken van indrukwekkende instrumenten, maar slaagt er tevens in dit te combineren met een goede afwisseling in tempo en instrumentatie.
Charles Jr. heeft een typische baroque pop instrumentatie, maar Jorge Ben laat de zweverige instrumentatie na een goede minuut los en wisselt uit het niets naar een sneller tempo om daarna weer feilloos terug te keren. Het zijn dit soort keuzes binnen de nummers van Força Bruta waardoor het afwijkt van andere MPB en Engelstalige alternatieve pop. Alle vergelijkbare keuzes in tempowisseling in combinatie met de orchestrale instrumentatie werken. Keer op keer.
Het tweede aspect is de kracht en emotie in de stem van Jorge Ben. Het is een onderdeel waar niet in ieder nummer gebruik van wordt gemaakt, maar wanneer Jorge Ben een stapje hoger gaat, gaat dit ook altijd zonder fouten. De opener laat de emotie van de stem van Ben direct zien op het moment dat hij in het laatste deel van het nummer meer kracht zet. Ook het laatste nummer sluit het album af op vergelijkbare wijze. Het hoogtepunt in de zang van Jorge Ben komt in het nummer O Telefone Tocou Novamente, met een van de meest indrukwekkende falsetto's die ik ooit heb gehoord.
Het zijn de plotselinge wisselingen die dit album maken. Op het moment dat ik de orchestratie in Charles Jr. of de falsetto in O Telefone Tocou Novamente hoor, ben ik verkocht. De nummers die deze afwisselingen niet zo prominent gebruiken zijn alsnog zeer goede nummers, maar schieten in vergelijking met de overige nummers toch tekort.
8,5 / 10
Beste Nummers: Oba Lá Vem Ela, Charles Jr., O Telefone Tocou Novamente, Força Bruta
Jorge Ben weet wat in eerste instantie klinkt als een bovengemiddeld Braziliaanse pop / samba-rock album om te toveren tot een van de beste Braziliaanse albums die ik ooit heb gehoord. Wat Força Bruta onderscheidt van veel andere soortgelijke albums zijn twee zeer belangrijke aspecten in bijna elk muziekgenre.
Ten eerste wordt er gebruik gemaakt van een grote diversiteit aan instrumenten, iets wat doet denkend aan de baroque pop die rond dezelfde tijd in Engelstalige landen enige popularitiet verkreeg. Ondanks dat alle baroque pop catchy, toegankelijke popmuziek wist om te bouwen tot majestueuze composities, ontbrak er aan veel van deze baroque pop toch een afwisseling binnen de compositie. Jorge Ben weet à la The Beach Boys niet alleen geweldig gebruik te maken van indrukwekkende instrumenten, maar slaagt er tevens in dit te combineren met een goede afwisseling in tempo en instrumentatie.
Charles Jr. heeft een typische baroque pop instrumentatie, maar Jorge Ben laat de zweverige instrumentatie na een goede minuut los en wisselt uit het niets naar een sneller tempo om daarna weer feilloos terug te keren. Het zijn dit soort keuzes binnen de nummers van Força Bruta waardoor het afwijkt van andere MPB en Engelstalige alternatieve pop. Alle vergelijkbare keuzes in tempowisseling in combinatie met de orchestrale instrumentatie werken. Keer op keer.
Het tweede aspect is de kracht en emotie in de stem van Jorge Ben. Het is een onderdeel waar niet in ieder nummer gebruik van wordt gemaakt, maar wanneer Jorge Ben een stapje hoger gaat, gaat dit ook altijd zonder fouten. De opener laat de emotie van de stem van Ben direct zien op het moment dat hij in het laatste deel van het nummer meer kracht zet. Ook het laatste nummer sluit het album af op vergelijkbare wijze. Het hoogtepunt in de zang van Jorge Ben komt in het nummer O Telefone Tocou Novamente, met een van de meest indrukwekkende falsetto's die ik ooit heb gehoord.
Het zijn de plotselinge wisselingen die dit album maken. Op het moment dat ik de orchestratie in Charles Jr. of de falsetto in O Telefone Tocou Novamente hoor, ben ik verkocht. De nummers die deze afwisselingen niet zo prominent gebruiken zijn alsnog zeer goede nummers, maar schieten in vergelijking met de overige nummers toch tekort.
8,5 / 10
Beste Nummers: Oba Lá Vem Ela, Charles Jr., O Telefone Tocou Novamente, Força Bruta
King Gizzard & The Lizard Wizard with Mild High Club - Sketches of Brunswick East (2017)

0
geplaatst: 18 augustus 2017, 12:58 uur
Review #13:
King Gizzard neemt op hun nieuwe album afstand van hun garage rock formule, neemt duidelijk invloed uit jazz-funk en jazz-rock en vermengt deze met de bekende psychedelische pop zoals gewend van de band. Het gebruik van deze psychedelische effecten was binnen de discografie van King Gizzard nog geen een keer zo sterk als op dit album. Het goede gebruik hiervan is het beste te merken in de meer popgerelateerde nummers Tezeta, The Book and The Spider and Me, waar in tegenstelling tot Countdown de vocals van Stu Mackenzie veel beter passen bij de rustige ondertoon van de instrumentatie.
Het gebruik van psychedelische effecten was binnen de discografie van King Gizzard nog geen een keer zo sterk als op dit album. Aan de andere kant, het is duidelijk dat we hier niet te maken hebben met geweldige jazzmusici en het lijkt af en toe alsof de jazz-rock/jazz-funk er meer is als een aangename afwisseling dan als een echte artistieke toevoeging.
Het is daarentegen ook te horen dat we hier niet te maken hebben met geweldige jazzmusici. Het lijkt alsof de jazzinvloed vaker wordt gebruikt als een aangename afwisseling dan als een echte artistieke toevoeging. Daar komt bovenop dat een aantal nummers toch redelijk onafgewerkt klinken. A Journey To (S)Hell heeft net als een hoop andere nummers geweldige kleine toevoegingen, maar het gebrek aan diversiteit is duidelijk te blijken. Op dat moment zou een grotere input van de jazzinvloeden zoals te horen op de korte tussenstukken (D-Day en Cranes, Planes, Migraines) zorgen voor een meer compleet plaatje.
Het lijkt alsof King Gizzard op dit album enorm heeft lopen twijfelen welke kant zij op zullen gaan na drie toch wel vergelijkbare albums van Nonagon Infinity tot Murder of the Universe. Af en toe botsen de ideeën en passen alle puzzelstukken niet helemaal lekker in elkaar (Countdown), af en toe zou je zeggen dat een aantal ideeën die eerder in het album te horen zijn, wel vaker terug mogen keren (A Journey to (S)Hell). Verrassend? Zeker niet. Met de ambitie om vijf albums in een jaar tijd uit te brengen is het niet verrassend dat er een hoop nummers tussen zitten die gehaast klinken. Desalniettemin weet King Gizzard met dit album zich af te zetten tegen de oude King Gizzard-formule en een zeer, zeer comfortabel album te presenteren. Hopende is dat zij de nieuwe formule bewaren en in 2018 de ideeën gebruiken om een meer compleet album te maken, in plaats van vijf goede, maar gehaaste en incomplete albums. De potentie om een van de beste albums van dit decennium te maken is er in ieder geval wel.
7,0 / 10
Beste Nummers: Tezeta, Sketches of Brunswick East II, The Book
King Gizzard neemt op hun nieuwe album afstand van hun garage rock formule, neemt duidelijk invloed uit jazz-funk en jazz-rock en vermengt deze met de bekende psychedelische pop zoals gewend van de band. Het gebruik van deze psychedelische effecten was binnen de discografie van King Gizzard nog geen een keer zo sterk als op dit album. Het goede gebruik hiervan is het beste te merken in de meer popgerelateerde nummers Tezeta, The Book and The Spider and Me, waar in tegenstelling tot Countdown de vocals van Stu Mackenzie veel beter passen bij de rustige ondertoon van de instrumentatie.
Het gebruik van psychedelische effecten was binnen de discografie van King Gizzard nog geen een keer zo sterk als op dit album. Aan de andere kant, het is duidelijk dat we hier niet te maken hebben met geweldige jazzmusici en het lijkt af en toe alsof de jazz-rock/jazz-funk er meer is als een aangename afwisseling dan als een echte artistieke toevoeging.
Het is daarentegen ook te horen dat we hier niet te maken hebben met geweldige jazzmusici. Het lijkt alsof de jazzinvloed vaker wordt gebruikt als een aangename afwisseling dan als een echte artistieke toevoeging. Daar komt bovenop dat een aantal nummers toch redelijk onafgewerkt klinken. A Journey To (S)Hell heeft net als een hoop andere nummers geweldige kleine toevoegingen, maar het gebrek aan diversiteit is duidelijk te blijken. Op dat moment zou een grotere input van de jazzinvloeden zoals te horen op de korte tussenstukken (D-Day en Cranes, Planes, Migraines) zorgen voor een meer compleet plaatje.
Het lijkt alsof King Gizzard op dit album enorm heeft lopen twijfelen welke kant zij op zullen gaan na drie toch wel vergelijkbare albums van Nonagon Infinity tot Murder of the Universe. Af en toe botsen de ideeën en passen alle puzzelstukken niet helemaal lekker in elkaar (Countdown), af en toe zou je zeggen dat een aantal ideeën die eerder in het album te horen zijn, wel vaker terug mogen keren (A Journey to (S)Hell). Verrassend? Zeker niet. Met de ambitie om vijf albums in een jaar tijd uit te brengen is het niet verrassend dat er een hoop nummers tussen zitten die gehaast klinken. Desalniettemin weet King Gizzard met dit album zich af te zetten tegen de oude King Gizzard-formule en een zeer, zeer comfortabel album te presenteren. Hopende is dat zij de nieuwe formule bewaren en in 2018 de ideeën gebruiken om een meer compleet album te maken, in plaats van vijf goede, maar gehaaste en incomplete albums. De potentie om een van de beste albums van dit decennium te maken is er in ieder geval wel.
7,0 / 10
Beste Nummers: Tezeta, Sketches of Brunswick East II, The Book
King Gizzard and The Lizard Wizard - Polygondwanaland (2017)

0
geplaatst: 17 november 2017, 16:48 uur
Review #16:
Ik had het vorige album van King Gizzard in eerste instantie iets te hoog ingeschat. Sketches of Brunswick East miste ambitie en hoewel het af en toe zeer relaxende bossa nova-achtige psych rock vertoonde, bestond het grotendeels uit redelijk zinloze achtergrondmuziek.
Polygondwanaland heeft zeker geen gebrek aan ambitie, maar heeft dezelfde problemen als een hoop vroege psychedelic-beïnvloede prog en moderne prog bands. Crumbling Castle, een van de weinige hoogtepunten hier, doet er een goede acht minuten over totdat het van zinloze gitaarspel overschakelt naar een clichématige bombastische uitbarsting. Het klinkt niet verkeerd, maar de uitdaging die King Gizzard aanging op albums zoals Microtonal Flying Banana ontbreekt hier.
De rest bestaat grotendeels uit kortere, onzinnige psych rock nummers waar vrijwel niks gebeurd. In hun vorige album gebeurde ook geen zak maar daar werd in ieder geval niet de pretentie gewekt dat de band uit was op meer dan slechts 'guitar noodling'. Wat dan wel het doel is van het vierde album dit jaar van King Gizzard ontgaat mij een beetje, maar als het punt was om een leuke progressive rock plaat te maken zijn ze er wonder boven wonder nog slechter in geslaagd dan The Mars Volta (m.u.v. De-Loused) en ELP
Ik heb al eerder gezegd dat King Gizzard de potentie heeft om een van de beste rockalbums van dit decennium af te leveren in de toekomst, maar dan moeten ze wel terug naar hun Fuzz/Nonagon geluid en een ruwere aanpak à la Index en The Red Crayola volgen. Landfill moderne psychedelic/progressive rock gaat hem in ieder geval niet worden voor mij
4,0 / 10
Beste Nummers: Crumbling Castle, Inner Cell
Ik had het vorige album van King Gizzard in eerste instantie iets te hoog ingeschat. Sketches of Brunswick East miste ambitie en hoewel het af en toe zeer relaxende bossa nova-achtige psych rock vertoonde, bestond het grotendeels uit redelijk zinloze achtergrondmuziek.
Polygondwanaland heeft zeker geen gebrek aan ambitie, maar heeft dezelfde problemen als een hoop vroege psychedelic-beïnvloede prog en moderne prog bands. Crumbling Castle, een van de weinige hoogtepunten hier, doet er een goede acht minuten over totdat het van zinloze gitaarspel overschakelt naar een clichématige bombastische uitbarsting. Het klinkt niet verkeerd, maar de uitdaging die King Gizzard aanging op albums zoals Microtonal Flying Banana ontbreekt hier.
De rest bestaat grotendeels uit kortere, onzinnige psych rock nummers waar vrijwel niks gebeurd. In hun vorige album gebeurde ook geen zak maar daar werd in ieder geval niet de pretentie gewekt dat de band uit was op meer dan slechts 'guitar noodling'. Wat dan wel het doel is van het vierde album dit jaar van King Gizzard ontgaat mij een beetje, maar als het punt was om een leuke progressive rock plaat te maken zijn ze er wonder boven wonder nog slechter in geslaagd dan The Mars Volta (m.u.v. De-Loused) en ELP
Ik heb al eerder gezegd dat King Gizzard de potentie heeft om een van de beste rockalbums van dit decennium af te leveren in de toekomst, maar dan moeten ze wel terug naar hun Fuzz/Nonagon geluid en een ruwere aanpak à la Index en The Red Crayola volgen. Landfill moderne psychedelic/progressive rock gaat hem in ieder geval niet worden voor mij
4,0 / 10
Beste Nummers: Crumbling Castle, Inner Cell
LCD Soundsystem - Sound of Silver (2007)

1
geplaatst: 13 juni 2017, 14:15 uur
Review #5:
LCD Soundsystem maakt nooit een enorm geheim van hun invloeden. Echter, in tegenstelling tot veel andere artiesten met soortgelijke invloeden haalden, hebben veel LCD Soundsystem nummers een duidelijk eigen geluid. Zeker in het beste en bekendste werk van LCD Soundsystem, Sound of Silver, is er een perfecte balans tussen het gebruiken van invloeden en het creeëren van een eigen geluid. Zeker op This Is Happening en de nieuwe LCD Soundsystem singles lijkt deze balans zwakker (te weinig een eigen geluid)
Openingstrack Get Innocuous! heeft een duidelijke Krautrock invloed, met een drumbeat die je ook op een album van Neu! zou kunnen vinden en dezelfde opbouw die Kraftwerk enorm bekend maakte. All My Friends zou qua opbouw en lyrics een nummer van New Order kunnen zijn, maar James Murphy distantieert zich hier van door een meer Eno/Bowie-esque gebruik van de synthesizers en een unieke stem.
Over de stem, het is niet mijn favoriete aspect van het album. Murphy's stem is niet slecht, maar ook niet geweldig. Bepaalde vocals klinken geforceerd of enorm getraind, zoals op Us v Them. Desalniettemin passen de vocals in de meeste gevallen prima binnen de nummers, zeer waarschijnlijk omdat de instrumentals geschreven zijn met de stem van Murphy in het achterhoofd.
De instrumentals zijn het beste deel van het album. Van de unieke instrumenten zoals een koebel, een duimpiano en een glockenspiel tot het geweldige gebruik van drums, synths en piano levert ieder instrument een uniek, goed en bruikbaar geluid. Geen instrumenten klinken overbodig, iets wat bijvoorbeeld bij Bowie's Lodger (waar dit album mij qua productie enorm aan doet denken) wel voor kwam.
Sound of Silver begint enorm sterk, zeker met de streak van North American Scum tot All My Friends. Echter daalt de kwaliteit hierna hevig met drie zwakkere nummers. Us v Them duurt veeeeeel te lang; Watch the Tapes is een leuke track met goede drums, maar brengt niets interessants in vergelijking met de andere nummers en de title track is ook niet enorm boeiend. New York... is niet het meest geliefde nummer van het album, maar ik vind het persoonlijk een van de betere nummers. Een prima ballad om het album af te sluiten.
8,5 / 10
Beste Nummers: Get Innocuous!, All My Friends, New York, I Love You...
LCD Soundsystem maakt nooit een enorm geheim van hun invloeden. Echter, in tegenstelling tot veel andere artiesten met soortgelijke invloeden haalden, hebben veel LCD Soundsystem nummers een duidelijk eigen geluid. Zeker in het beste en bekendste werk van LCD Soundsystem, Sound of Silver, is er een perfecte balans tussen het gebruiken van invloeden en het creeëren van een eigen geluid. Zeker op This Is Happening en de nieuwe LCD Soundsystem singles lijkt deze balans zwakker (te weinig een eigen geluid)
Openingstrack Get Innocuous! heeft een duidelijke Krautrock invloed, met een drumbeat die je ook op een album van Neu! zou kunnen vinden en dezelfde opbouw die Kraftwerk enorm bekend maakte. All My Friends zou qua opbouw en lyrics een nummer van New Order kunnen zijn, maar James Murphy distantieert zich hier van door een meer Eno/Bowie-esque gebruik van de synthesizers en een unieke stem.
Over de stem, het is niet mijn favoriete aspect van het album. Murphy's stem is niet slecht, maar ook niet geweldig. Bepaalde vocals klinken geforceerd of enorm getraind, zoals op Us v Them. Desalniettemin passen de vocals in de meeste gevallen prima binnen de nummers, zeer waarschijnlijk omdat de instrumentals geschreven zijn met de stem van Murphy in het achterhoofd.
De instrumentals zijn het beste deel van het album. Van de unieke instrumenten zoals een koebel, een duimpiano en een glockenspiel tot het geweldige gebruik van drums, synths en piano levert ieder instrument een uniek, goed en bruikbaar geluid. Geen instrumenten klinken overbodig, iets wat bijvoorbeeld bij Bowie's Lodger (waar dit album mij qua productie enorm aan doet denken) wel voor kwam.
Sound of Silver begint enorm sterk, zeker met de streak van North American Scum tot All My Friends. Echter daalt de kwaliteit hierna hevig met drie zwakkere nummers. Us v Them duurt veeeeeel te lang; Watch the Tapes is een leuke track met goede drums, maar brengt niets interessants in vergelijking met de andere nummers en de title track is ook niet enorm boeiend. New York... is niet het meest geliefde nummer van het album, maar ik vind het persoonlijk een van de betere nummers. Een prima ballad om het album af te sluiten.
8,5 / 10
Beste Nummers: Get Innocuous!, All My Friends, New York, I Love You...
Lorde - Melodrama (2017)

0
geplaatst: 21 juni 2017, 19:45 uur
Ondanks dat ik absoluut geen fan ben van standaard top 40 pop heb ik een aantal jaar geleden toch een luisterbeurt gegeven aan Lorde's debuutalbum Pure Heroine. In Pure Heroine was er een grote rol weggelegd voor langzamere nummers zoals Tennis Court en het o zo populaire Royals. Doordat de nummers redelijk rustig verliepen, kwam de stem van Lorde op een positieve eigen manier naar boven. Nadat ook Melodrama enorm veel aandacht kreeg en Pure Heroine mij voor een popplaat niet heel verkeerd viel, besloot ik ook Melodrama ook een kans te geven.
In Melodrama is er voor de rustigere nummers een minder prominente rol weggelegd. Daarentegen is de focus meer komen te liggen op cliché top 40 Dance Pop / Synthpop. De stem van Lorde verliest in deze nummers het unieke, persoonlijke geluid dat Pure Heroine nog ietwat aangenaam maakte. Deze nummers kunnen als het ware door elke willekeurige popzangeres worden gezongen met dezelfde uitkomst. En voor de uitkomst 'standaard top 40 dancepop' ben ik niet bereid een cijfer boven te 1,5 te geven.
Ik geef het album toch nog een iets hoger cijfer omdat de rustigere nummers best redelijk klinken, denk aan de tweede track Sober en de ballad Liability. Ik hoop dat Lorde in de toekomst terugkeert bij de 'slow burners' en de dancepop aan een van de andere dertig popvrouwen overlaat; misschien is er dan toch nog een top 40 popzangeres met een unieke (in de goede zin van het woord) stem en persoonlijkheid.
4,0 / 10
Beste Nummers: Sober en Writer In The Dark
In Melodrama is er voor de rustigere nummers een minder prominente rol weggelegd. Daarentegen is de focus meer komen te liggen op cliché top 40 Dance Pop / Synthpop. De stem van Lorde verliest in deze nummers het unieke, persoonlijke geluid dat Pure Heroine nog ietwat aangenaam maakte. Deze nummers kunnen als het ware door elke willekeurige popzangeres worden gezongen met dezelfde uitkomst. En voor de uitkomst 'standaard top 40 dancepop' ben ik niet bereid een cijfer boven te 1,5 te geven.
Ik geef het album toch nog een iets hoger cijfer omdat de rustigere nummers best redelijk klinken, denk aan de tweede track Sober en de ballad Liability. Ik hoop dat Lorde in de toekomst terugkeert bij de 'slow burners' en de dancepop aan een van de andere dertig popvrouwen overlaat; misschien is er dan toch nog een top 40 popzangeres met een unieke (in de goede zin van het woord) stem en persoonlijkheid.
4,0 / 10
Beste Nummers: Sober en Writer In The Dark
Pink Floyd - Animals (1977)

0
geplaatst: 20 juni 2017, 21:40 uur
Review #6:
Animals is zowel muzikaal als qua lyrics een belangrijk omslagpunt in de carrière van Pink Floyd. In tegenstelling tot wat ik beschouw als de eerdere omslagpunten (Saucerful / Ummagumma, die de eerste duidelijke sporen bevatten van progressive rock Pink Floyd en Meddle, waar de progressive rock de boventoon boven het psychedelische rock geluid begint te voeren) is dit echter geen punt waar ik altijd enorm fan van was.
Mijn favoriete Pink Floyd periode is de beginperiode. En ondanks dat ik het psychedelische geluid van Pink Floyd enorm kan waarderen, was al na twee albums duidelijk dat het niet het geluid was wat nog lang houdbaar was, zowel op muzikaal kwalitatief als experimenteel niveau. Neem bijvoorbeeld See-Saw: een nummer dat de Barrett-periode probeert te imiteren, maar waar al snel duidelijk wordt dat dit wellicht niet past bij de toenmalige formatie. Het tweede omslagpunt liet duidelijk zien waar de talenten van de non-Barrett formatie zat. Pink Floyd was nog steeds in staat mooie space rock te maken (One Of These Days), maar presenteert ook hun meesterwerk ''Echoes'' op dezelfde plaat. Zowel Echoes als hun latere Wish You Were Here zijn nog steeds gevuld met het experimentele rock geluid waar Pink Floyd mee begon. Invloeden uit onder andere Krautrock worden vermengd met Saucerful-achtige Space Rock en prachtige Ambient tussenstukken.
Animals slaat een volledig andere weg in. Enerzijds wordt er enorm veel teruggegrepen op de formules die Wish You Were Here interessant maakten, maar de toevoegingen op WYWH worden vervangen met karakterloze Hard Rock. Animals doet mij in zekere zin denken aan Rush: het is grotendeels saai. There I said it: het heilige Animals is voor mij niets meer dan een enorm 'by the numbers' album dat schittert in middelmatigheid. Sure, deze middelmatigheid probeert Pink Floyd nog interessant te maken met maatschappijkritische lyrics en 'epische' gitaarsolo's van Gilmour (ben persoonlijk nooit fan geweest van Hardrock-David Gilmour, maar ik begrijp de charme), maar het slaagt er niet in om het daadwerkelijk meeslepend te maken.
Neem Dogs, dat door het gitaarspel op het begin nog wel enigszins mijn aandacht weet te trekken, maar niet genoeg materieel heeft om mij 17 minuten mee te slepen. Yes slaagt er met Close To The Edge wel in door gebruik te maken van soortgelijke ambient tussenstukken. Jethro Tull (Thick As A Brick) kan mij 40 minuten meeslepen door de rustigere folkstukken en Caravan (Nine Feet Underground) doet hetzelfde met een meer Jazz-Rock vibe.
En dat werkt omdat rustigere delen logischerwijs goed samengaan met rustigere instrumenten. Hard Rock heeft zeker een plekje in prog, zelfs Rush had zijn goede momenten, maar niet voor lange nummers. Was een nummer als Dogs ingekort en zo meer aandacht kwam voor het begin- en eindstuk, zou dit wellicht een van mijn favoriete Pink Floyd nummers zijn. Alsnog een prima nummer; zelfs met de 5-6 minuten die mij niets kunnen schelen. Ik zal niet in gaan op de andere nummers omdat de kritiek min of meer overeen komt met de kritiek op Dogs. Al wil ik er wel graag bij vermelden dat Sheep net als Dogs een prima concept heeft, maar gewoon niet is uitgewerkt zoals Meddle/WYWH Pink Floyd het uit zou werken.
Wederom: ik begrijp de charme van dit album. De nummers zijn catchy, de lyrics zijn in-your-face en het is duidelijk dat alle leden uitzonderlijk veel talent hebben. Ik had echter liever gehad dat ze dit talent gebruikten om óf met vernieuwende elementen te komen, óf terug te grijpen op het vroege Space-rock geluid. Als ik muziek wil waar de muzikanten goed gitaar kunnen spelen en tegelijkertijd kritiek willen hebben op alles en iedereen, kan ik nog altijd terecht bij de subgenres van punk. En als ik Pink Floyd wil luisteren, dan luister ik wel naar de eerder genoemde albums
En for the love of God, laten we het niet hebben over het vierde omslagpunt van Pink Floyd.
6,0 / 10
Beste Nummers: Dogs, Sheep
Animals is zowel muzikaal als qua lyrics een belangrijk omslagpunt in de carrière van Pink Floyd. In tegenstelling tot wat ik beschouw als de eerdere omslagpunten (Saucerful / Ummagumma, die de eerste duidelijke sporen bevatten van progressive rock Pink Floyd en Meddle, waar de progressive rock de boventoon boven het psychedelische rock geluid begint te voeren) is dit echter geen punt waar ik altijd enorm fan van was.
Mijn favoriete Pink Floyd periode is de beginperiode. En ondanks dat ik het psychedelische geluid van Pink Floyd enorm kan waarderen, was al na twee albums duidelijk dat het niet het geluid was wat nog lang houdbaar was, zowel op muzikaal kwalitatief als experimenteel niveau. Neem bijvoorbeeld See-Saw: een nummer dat de Barrett-periode probeert te imiteren, maar waar al snel duidelijk wordt dat dit wellicht niet past bij de toenmalige formatie. Het tweede omslagpunt liet duidelijk zien waar de talenten van de non-Barrett formatie zat. Pink Floyd was nog steeds in staat mooie space rock te maken (One Of These Days), maar presenteert ook hun meesterwerk ''Echoes'' op dezelfde plaat. Zowel Echoes als hun latere Wish You Were Here zijn nog steeds gevuld met het experimentele rock geluid waar Pink Floyd mee begon. Invloeden uit onder andere Krautrock worden vermengd met Saucerful-achtige Space Rock en prachtige Ambient tussenstukken.
Animals slaat een volledig andere weg in. Enerzijds wordt er enorm veel teruggegrepen op de formules die Wish You Were Here interessant maakten, maar de toevoegingen op WYWH worden vervangen met karakterloze Hard Rock. Animals doet mij in zekere zin denken aan Rush: het is grotendeels saai. There I said it: het heilige Animals is voor mij niets meer dan een enorm 'by the numbers' album dat schittert in middelmatigheid. Sure, deze middelmatigheid probeert Pink Floyd nog interessant te maken met maatschappijkritische lyrics en 'epische' gitaarsolo's van Gilmour (ben persoonlijk nooit fan geweest van Hardrock-David Gilmour, maar ik begrijp de charme), maar het slaagt er niet in om het daadwerkelijk meeslepend te maken.
Neem Dogs, dat door het gitaarspel op het begin nog wel enigszins mijn aandacht weet te trekken, maar niet genoeg materieel heeft om mij 17 minuten mee te slepen. Yes slaagt er met Close To The Edge wel in door gebruik te maken van soortgelijke ambient tussenstukken. Jethro Tull (Thick As A Brick) kan mij 40 minuten meeslepen door de rustigere folkstukken en Caravan (Nine Feet Underground) doet hetzelfde met een meer Jazz-Rock vibe.
En dat werkt omdat rustigere delen logischerwijs goed samengaan met rustigere instrumenten. Hard Rock heeft zeker een plekje in prog, zelfs Rush had zijn goede momenten, maar niet voor lange nummers. Was een nummer als Dogs ingekort en zo meer aandacht kwam voor het begin- en eindstuk, zou dit wellicht een van mijn favoriete Pink Floyd nummers zijn. Alsnog een prima nummer; zelfs met de 5-6 minuten die mij niets kunnen schelen. Ik zal niet in gaan op de andere nummers omdat de kritiek min of meer overeen komt met de kritiek op Dogs. Al wil ik er wel graag bij vermelden dat Sheep net als Dogs een prima concept heeft, maar gewoon niet is uitgewerkt zoals Meddle/WYWH Pink Floyd het uit zou werken.
Wederom: ik begrijp de charme van dit album. De nummers zijn catchy, de lyrics zijn in-your-face en het is duidelijk dat alle leden uitzonderlijk veel talent hebben. Ik had echter liever gehad dat ze dit talent gebruikten om óf met vernieuwende elementen te komen, óf terug te grijpen op het vroege Space-rock geluid. Als ik muziek wil waar de muzikanten goed gitaar kunnen spelen en tegelijkertijd kritiek willen hebben op alles en iedereen, kan ik nog altijd terecht bij de subgenres van punk. En als ik Pink Floyd wil luisteren, dan luister ik wel naar de eerder genoemde albums

En for the love of God, laten we het niet hebben over het vierde omslagpunt van Pink Floyd.

6,0 / 10
Beste Nummers: Dogs, Sheep
Pink Floyd - The Dark Side of the Moon (1973)

2
geplaatst: 1 juni 2017, 14:04 uur
Review #1:
Waar Meddle en vooral Atom Heart Mother bij de kortere nummers nog duidelijk sporen bevatten van het vroege Pink Floyd geluid, wordt dit in The Dark Side of The Moon volledig vervangen door een radiovriendelijker geluid. Het is kenmerkend voor de overgang van het vroege experimentele, psychedelic rock Pink Floyd naar een meer progressive rock Pink Floyd. Het resultaat is zonder twijfel een klassieker. Het is een album dat iedereen zeker een keer in zijn leven gehoord moet hebben, en waarschijnlijk ook gehoord heeft. Ik ben daar geen uitzondering van: als 16-jarige puber die voor het eerste de wereld van rock instapte, was Pink Floyd een van de bands die er uit sprong. Het resultaat was dat Pink Floyd naar alle waarschijnlijkheid de band was die ik het meeste speelde, The Dark Side of the Moon voorop.
The Dark Side of the Moon is echter ook een van mijn eerste ervaringen geweest met een album dat 'overplayed' is. Te vaak gehoord, waardoor de meeste magie er vanaf is. En ik verwacht ook niet dat ik ooit de magie die ik jaren geleden ervaarde terug zal krijgen met dit album. En hier verschilt dit album van andere Pink Floyd albums die ik hoger waardeer (Piper, Saucerful, Meddle, WYWH). Met uitzondering van WYWH is de experimentatie veel interessanter dan op The Dark Side of the Moon. Het zorgt er niet alleen voor dat je altijd iets 'nieuws' zult ontdekken aan een album (een langere houdbaarheidsdatum als het ware), maar ook dat het zorgt voor verfrissende nummers tussen cliché poppy nummers die normaal de revue passeren.
Een nummer als Brain Damage is een uitstekend voorbeeld van een nummer waar het gebrek aan experimentatie (in verhouding met andere nummers op het album en vroegere PF albums) ervoor zorgt dat er voor mijn gevoel weinigbijzonders overblijft. Het nummer kan, mede doordat ik het zo vaak gehoord heb, geen bepaalde atmosfeer creëren, iets waar Piper en Saucerful in uitblinken (voor de duidelijkheid: ik heb beide albums ongeveer even vaak gehoord als DSOTM, maar ik zou ze niet 'overplayed' noemen)
Us and Them is daarentegen een prachtig nummer en zonder twijfel een van de betere van het album (en een van Pink Floyd's mooiste in het algemeen). De tekst laat een duidelijke progressie zien van het speelse karakter van Barret-Pink Floyd naar een serieuzer karakter van Waters/Gilmour Pink Floyd. Naast Us and Them zijn Breathe en Any Colour You Like de nummers die uitblinken voor mij. Breathe begint met vocals die vergelijkbaar zijn met veel nummers op Meddle: zachte vocals die niet proberen teveel op de voorgrond te treden, iets wat wel gebeurt in onder andere The Wall. Het is een rustgevend nummer dat goed de toon zet voor het album, met uitzondering van het zeer matige Money. Us and Them en Any Colour You Like bouwen voort op dit rustgevende karakter dat dit album mijns inziens overeind houdt. Andere nummers slagen hier al tijden niet meer in. Het is jammer, omdat de nummers die ik noem de nummers zijn die goed in de context van het album passen. Slechts als losse nummers zijn deze nummers bij lange na niet zo goed als in de context van het hele album, maar voordat je aankomt bij Us and Them / Any Colour You Like, moet je je nog eerst langs Speak to Me en Money zien te werken. Mede daardoor is The Dark Side of the Moon geen album dat ik waarschijnlijk dit jaar nog een keer zal beluisteren, maar het blijft desalniettemin een klassieker.
6,5 / 10
Beste nummers: Breathe, Us and Them, Any Colour You Like
Waar Meddle en vooral Atom Heart Mother bij de kortere nummers nog duidelijk sporen bevatten van het vroege Pink Floyd geluid, wordt dit in The Dark Side of The Moon volledig vervangen door een radiovriendelijker geluid. Het is kenmerkend voor de overgang van het vroege experimentele, psychedelic rock Pink Floyd naar een meer progressive rock Pink Floyd. Het resultaat is zonder twijfel een klassieker. Het is een album dat iedereen zeker een keer in zijn leven gehoord moet hebben, en waarschijnlijk ook gehoord heeft. Ik ben daar geen uitzondering van: als 16-jarige puber die voor het eerste de wereld van rock instapte, was Pink Floyd een van de bands die er uit sprong. Het resultaat was dat Pink Floyd naar alle waarschijnlijkheid de band was die ik het meeste speelde, The Dark Side of the Moon voorop.
The Dark Side of the Moon is echter ook een van mijn eerste ervaringen geweest met een album dat 'overplayed' is. Te vaak gehoord, waardoor de meeste magie er vanaf is. En ik verwacht ook niet dat ik ooit de magie die ik jaren geleden ervaarde terug zal krijgen met dit album. En hier verschilt dit album van andere Pink Floyd albums die ik hoger waardeer (Piper, Saucerful, Meddle, WYWH). Met uitzondering van WYWH is de experimentatie veel interessanter dan op The Dark Side of the Moon. Het zorgt er niet alleen voor dat je altijd iets 'nieuws' zult ontdekken aan een album (een langere houdbaarheidsdatum als het ware), maar ook dat het zorgt voor verfrissende nummers tussen cliché poppy nummers die normaal de revue passeren.
Een nummer als Brain Damage is een uitstekend voorbeeld van een nummer waar het gebrek aan experimentatie (in verhouding met andere nummers op het album en vroegere PF albums) ervoor zorgt dat er voor mijn gevoel weinigbijzonders overblijft. Het nummer kan, mede doordat ik het zo vaak gehoord heb, geen bepaalde atmosfeer creëren, iets waar Piper en Saucerful in uitblinken (voor de duidelijkheid: ik heb beide albums ongeveer even vaak gehoord als DSOTM, maar ik zou ze niet 'overplayed' noemen)
Us and Them is daarentegen een prachtig nummer en zonder twijfel een van de betere van het album (en een van Pink Floyd's mooiste in het algemeen). De tekst laat een duidelijke progressie zien van het speelse karakter van Barret-Pink Floyd naar een serieuzer karakter van Waters/Gilmour Pink Floyd. Naast Us and Them zijn Breathe en Any Colour You Like de nummers die uitblinken voor mij. Breathe begint met vocals die vergelijkbaar zijn met veel nummers op Meddle: zachte vocals die niet proberen teveel op de voorgrond te treden, iets wat wel gebeurt in onder andere The Wall. Het is een rustgevend nummer dat goed de toon zet voor het album, met uitzondering van het zeer matige Money. Us and Them en Any Colour You Like bouwen voort op dit rustgevende karakter dat dit album mijns inziens overeind houdt. Andere nummers slagen hier al tijden niet meer in. Het is jammer, omdat de nummers die ik noem de nummers zijn die goed in de context van het album passen. Slechts als losse nummers zijn deze nummers bij lange na niet zo goed als in de context van het hele album, maar voordat je aankomt bij Us and Them / Any Colour You Like, moet je je nog eerst langs Speak to Me en Money zien te werken. Mede daardoor is The Dark Side of the Moon geen album dat ik waarschijnlijk dit jaar nog een keer zal beluisteren, maar het blijft desalniettemin een klassieker.
6,5 / 10
Beste nummers: Breathe, Us and Them, Any Colour You Like
Robert Wyatt - Rock Bottom (1974)

0
geplaatst: 3 juni 2017, 16:24 uur
Review #3:
Een van progressive rock's onbetwiste meesterwerken. Ondanks het beruchte ongeluk waardoor Robert Wyatt voor de rest van zijn leven in een rolstoel belandde, werd Wyatt geen kasplantje. Hij besloot de emotie in de muziek te stoppen. Het is naar mijn mening onmogelijk om het ongeluk van Wyatt los te zien van dit album. Zeker, een groot deel van de muziek was al voor het ongeluk geschreven, maar er was nog geen noot gezongen. Het zorgt ervoor dat de lyrics niet specifiek verwijzen naar het ongeluk, maar juist een mysterieus karakter met zich meedragen. Gecombineerd met de meeslepende vocals resulteert het in een zeer emotioneel album, zonder té persoonlijk te worden.
Rock Bottom start met Sea Song. Het begint als een dromerige ballad, tot de synthesizers een meer prominente rol krijgen en de vocals omslaan in een intense gibberish. Zeker op een moment als dit is de achtergrondinformatie van het album van belang, omdat het duidelijk maakt hoe enorm veel emotie er in de vocals zitten.
A Last Straw is een meer bekend geluid binnen de Canterbury Scene. Het bevat nog duidelijke sporen van jazz en op het eerste gezicht lijkt het geschreven als een vrolijk nummer. Echter, door de sombere vocals zorgt het juist voor een zeer duistere, surrealsitische atmosfeer. De instrumentals geven het nummer de tijd rustig af te sluiten en vloeiend over te gaan naar Little Red Riding Hood Hit The Road. Het begint net als Sea Song dromerig, ditmaal door de meerdere trompetlagen. Het slagwerk zorgt voor een geweldige overgang naar de vocals van Wyatt. Het nummer bevat de beste vocals van het album, met het beeldschone ''I didn't mean to hurt you'', wat qua intensiteit klinkt alsof Wyatt alles uit zijn stem haalt wat er te halen valt, maar qua geluidsniveau versmelt tussen de trompetten. Wat overblijft zijn openhartige vocals die niet op de voorgrond treden, maar samen met de instrumentatie werkt. Het is een geweldig geluid wat slechts enkele progressive rock zangers zo mooi kunnen brengen als Wyatt.
Alifib is Robert Wyatt op zijn sterkste. Het is een nummer dat in eerste instantie niet als aantrekkelijk klinkt als de eerdere nummers, maar na loop van tijd ben ik het nummer steeds meer gaan waarderen. Het nummer is duidelijk abstracter en simplistischer dan de eerdere nummers (de piano waar de eerste 3 minuten uit bestaat is niet heel bijzonder). De simpliciteit zorgt echter niet voor een vermindering van kwaliteit, maar zorgt wederom voor een soepele overgang naar het vervolg van het nummer.
Little Red Robin Hood Hit The Road is naast A Last Straw het zwakste nummer van het album (als ik er toch een moest kiezen). Geen enorme fan van het eerste gedeelte van het nummer. Het tweede deel is daarentegen een prima afsluiting van het album: abstracte spoken word met mooi vioolspel in de achtergrond.
De originaliteit zegeviert in Rock Bottom. Het getuigt van ontzettend veel talent om een werk te maken dat zo enorm verschilt van de standaard progressive rock, maar toch enorm goed klinkt. Ook wel jammer natuurlijk, omdat het moeilijk is iets vergelijkbaars te vinden.
Als ik toch een minpunt moest noemen: een aantal nummers zijn voor mijn gevoel ietwat gerekt, bijvoorbeeld de piano-intro van Alifib, die na een aantal keer beluisteren niet interessant genoeg is om 4 minuten als intro te dienen.
9,0 / 10
Beste nummers: Sea Song, Little Red Riding Hood Hit the Road, Alifib
Een van progressive rock's onbetwiste meesterwerken. Ondanks het beruchte ongeluk waardoor Robert Wyatt voor de rest van zijn leven in een rolstoel belandde, werd Wyatt geen kasplantje. Hij besloot de emotie in de muziek te stoppen. Het is naar mijn mening onmogelijk om het ongeluk van Wyatt los te zien van dit album. Zeker, een groot deel van de muziek was al voor het ongeluk geschreven, maar er was nog geen noot gezongen. Het zorgt ervoor dat de lyrics niet specifiek verwijzen naar het ongeluk, maar juist een mysterieus karakter met zich meedragen. Gecombineerd met de meeslepende vocals resulteert het in een zeer emotioneel album, zonder té persoonlijk te worden.
Rock Bottom start met Sea Song. Het begint als een dromerige ballad, tot de synthesizers een meer prominente rol krijgen en de vocals omslaan in een intense gibberish. Zeker op een moment als dit is de achtergrondinformatie van het album van belang, omdat het duidelijk maakt hoe enorm veel emotie er in de vocals zitten.
A Last Straw is een meer bekend geluid binnen de Canterbury Scene. Het bevat nog duidelijke sporen van jazz en op het eerste gezicht lijkt het geschreven als een vrolijk nummer. Echter, door de sombere vocals zorgt het juist voor een zeer duistere, surrealsitische atmosfeer. De instrumentals geven het nummer de tijd rustig af te sluiten en vloeiend over te gaan naar Little Red Riding Hood Hit The Road. Het begint net als Sea Song dromerig, ditmaal door de meerdere trompetlagen. Het slagwerk zorgt voor een geweldige overgang naar de vocals van Wyatt. Het nummer bevat de beste vocals van het album, met het beeldschone ''I didn't mean to hurt you'', wat qua intensiteit klinkt alsof Wyatt alles uit zijn stem haalt wat er te halen valt, maar qua geluidsniveau versmelt tussen de trompetten. Wat overblijft zijn openhartige vocals die niet op de voorgrond treden, maar samen met de instrumentatie werkt. Het is een geweldig geluid wat slechts enkele progressive rock zangers zo mooi kunnen brengen als Wyatt.
Alifib is Robert Wyatt op zijn sterkste. Het is een nummer dat in eerste instantie niet als aantrekkelijk klinkt als de eerdere nummers, maar na loop van tijd ben ik het nummer steeds meer gaan waarderen. Het nummer is duidelijk abstracter en simplistischer dan de eerdere nummers (de piano waar de eerste 3 minuten uit bestaat is niet heel bijzonder). De simpliciteit zorgt echter niet voor een vermindering van kwaliteit, maar zorgt wederom voor een soepele overgang naar het vervolg van het nummer.
Little Red Robin Hood Hit The Road is naast A Last Straw het zwakste nummer van het album (als ik er toch een moest kiezen). Geen enorme fan van het eerste gedeelte van het nummer. Het tweede deel is daarentegen een prima afsluiting van het album: abstracte spoken word met mooi vioolspel in de achtergrond.
De originaliteit zegeviert in Rock Bottom. Het getuigt van ontzettend veel talent om een werk te maken dat zo enorm verschilt van de standaard progressive rock, maar toch enorm goed klinkt. Ook wel jammer natuurlijk, omdat het moeilijk is iets vergelijkbaars te vinden.
Als ik toch een minpunt moest noemen: een aantal nummers zijn voor mijn gevoel ietwat gerekt, bijvoorbeeld de piano-intro van Alifib, die na een aantal keer beluisteren niet interessant genoeg is om 4 minuten als intro te dienen.
9,0 / 10
Beste nummers: Sea Song, Little Red Riding Hood Hit the Road, Alifib
Thinking Fellers Union Local 282 - Admonishing the Bishops (1993)

1
geplaatst: 2 augustus 2017, 15:56 uur
Review #11:
TFUL282 staat er om bekend redelijk veel filler te hebben in hun albums. Het is daardoor een verademing wanneer ze met deze EP eindelijk een zeer consistente plaat uitbrengen. Niet alleen de consistentie zegeviert hier, maar ook het gitaarspel van maarliefst drie gitaristen behoort tot de beste binnen de geschiedenis van de band. Hurricane laat dit direct duidelijk blijken met geweldig samenspel tussen de bandleden tussen de dromerige zang door. Het nummer toont aan dat TFUL282 erin slaagt om bepaalde bekende geluiden (shoegaze in dit geval) een duidelijk eigen geluid te geven, waardoor de band zich onderscheidt van andere indie rock bands uit de 90s die hetzelfde probeerden maar in enorm veel gevallen faalden.
De overige nummers zijn niet zo goed als Hurricane, maar tonen wel het consistente geluid van de EP aan, met elk een bepaalde eigenschap waardoor het toch niet je gemiddelde indie rock nummer is. In Undertaker zijn dit wederom het samenspel van de gitaristen en de hypnotiserende drums, in Million Dollars zijn dit de instrumentele delen tussen de refreinen in (bv. 1:20 tot 2:00), die prima weten te zorgen voor een spanningsopbouw. TFUL282 slaagt er echter niet in deze opbouw om te bouwen in een goed, passend slot. Het slot van Father is een van de beste momenten in de discografie van de band, maar de opbouw is deze keer niet zo interessant als een boel andere TFUL282 nummers.
Dat de laatste drie nummers allen er niet volledig er in slagen zich te ontplooien, zoals wel lukte in veel andere experimentelere, meer punkgerichte nummers van TFUL282 zoals Socket, Cup of Dreams, Gentleman's Lament en Lizard's Dream, heeft mijns inziens voornamelijk te maken met het feit dat, buiten de gitaristen, de instrumentatie minder meeslepend is dan in andere TFUL282 albums. De vreemde, eigenzinnige vocals van Strangers from the Universe zien we hier minder terug, de drums komen in enkele nummers minder goed naar voren (zeker in vergelijking met Mother of All Saints) en het gebruik van minder alledaagse instrumenten zoals de banjo doet het ook al minder goed dan op de 1992-1996 EPs.
Op dat moment ben ik toch geneigd te voorkeur te geven aan een ietwat inconsitente plaat met een aantal hoogtepunten over een consistente plaat die, met uitzondering van het geweldige Hurricane, toch een gevoel van 'is dit alles?' weet achter te laten. Consistent is het zeker, maar misschien is incompleet een beter woord om dit album te beschrijven.
7,5 / 10
Beste Nummers: Hurricane (!!), Father
TFUL282 staat er om bekend redelijk veel filler te hebben in hun albums. Het is daardoor een verademing wanneer ze met deze EP eindelijk een zeer consistente plaat uitbrengen. Niet alleen de consistentie zegeviert hier, maar ook het gitaarspel van maarliefst drie gitaristen behoort tot de beste binnen de geschiedenis van de band. Hurricane laat dit direct duidelijk blijken met geweldig samenspel tussen de bandleden tussen de dromerige zang door. Het nummer toont aan dat TFUL282 erin slaagt om bepaalde bekende geluiden (shoegaze in dit geval) een duidelijk eigen geluid te geven, waardoor de band zich onderscheidt van andere indie rock bands uit de 90s die hetzelfde probeerden maar in enorm veel gevallen faalden.
De overige nummers zijn niet zo goed als Hurricane, maar tonen wel het consistente geluid van de EP aan, met elk een bepaalde eigenschap waardoor het toch niet je gemiddelde indie rock nummer is. In Undertaker zijn dit wederom het samenspel van de gitaristen en de hypnotiserende drums, in Million Dollars zijn dit de instrumentele delen tussen de refreinen in (bv. 1:20 tot 2:00), die prima weten te zorgen voor een spanningsopbouw. TFUL282 slaagt er echter niet in deze opbouw om te bouwen in een goed, passend slot. Het slot van Father is een van de beste momenten in de discografie van de band, maar de opbouw is deze keer niet zo interessant als een boel andere TFUL282 nummers.
Dat de laatste drie nummers allen er niet volledig er in slagen zich te ontplooien, zoals wel lukte in veel andere experimentelere, meer punkgerichte nummers van TFUL282 zoals Socket, Cup of Dreams, Gentleman's Lament en Lizard's Dream, heeft mijns inziens voornamelijk te maken met het feit dat, buiten de gitaristen, de instrumentatie minder meeslepend is dan in andere TFUL282 albums. De vreemde, eigenzinnige vocals van Strangers from the Universe zien we hier minder terug, de drums komen in enkele nummers minder goed naar voren (zeker in vergelijking met Mother of All Saints) en het gebruik van minder alledaagse instrumenten zoals de banjo doet het ook al minder goed dan op de 1992-1996 EPs.
Op dat moment ben ik toch geneigd te voorkeur te geven aan een ietwat inconsitente plaat met een aantal hoogtepunten over een consistente plaat die, met uitzondering van het geweldige Hurricane, toch een gevoel van 'is dit alles?' weet achter te laten. Consistent is het zeker, maar misschien is incompleet een beter woord om dit album te beschrijven.
7,5 / 10
Beste Nummers: Hurricane (!!), Father
This Heat - Deceit (1981)

1
geplaatst: 1 juni 2017, 16:16 uur
Review #2:
Deceit is hét album dat ik mij voorstelde te horen toen een vriend van mij post-punk introduceerde aan mij. Het genre werd beschreven als een genre dat qua 'spirit' enorm dicht in de buurt zit bij punk (ruwe, agressieve, do-it-yourself muziek, vaak met politieke teksten), maar qua vorm veel meer weg heeft van onder andere Krautrock. De snelle, simplistische stijl van punk wordt vervagen door een experimentele benadering.
Het was voor mij derhalve enigszins een teleurstelling toen ik bij mijn introductie van het genre, onder andere met Unknown Pleasures, Marquee Moon en Turn On The Bright Lights, de combinatie van experimentele rock en maatschappijkritische teksten miste. Het is dus geen verrassing dat je met deze definitie van post-punk al gauw bij Deceit uitkomt. Het is echter geen standaard post-punk album. Deceit is zo uniek, dat er in 1981 niets was dat zo ver van 'normale rock' af stond, maar toch duidelijk een rock album was (enkel The Ascension van Glenn Branca zou naast Deceit op deze titel aanspraak mogen maken).
Het album begint met Sleep, een spookachtig nummer dat á la Gang of Four kritiek levert op het consumentisme. Het is duidelijk dat het nummer qua structuur enorm ver van punk rock uit de late jaren '70 af staat, maar qua onderwerp had het op het debuutalbum van Crass kunnen staan.
Het hoogtepunt van het album volgt direct na Sleep, met het duistere Paper Hats. Het nummer barst vanaf seconde 1 open met zeer indrukwekkend gitaarspel, gevolgd door vocals die langzamerhand steeds intenser worden. Na twee minuten gaat het nummer over naar een instrumentele plaat, waar voornamelijk de drums de toon zetten.
Het album vervolgt met maatschappijkritische thema’s in S.P.Q.R. en Cenotaph. De onderwerpen waarover gezongen wordt zijn niet bijzonder voor haar tijd. Toch ontstaan door de instrumentatie twee zeer unieke nummers, het soort muziek dat ik verwachtte uit mijn speakers te komen bij Unknown Pleasures en Marquee Moon. Side A in zijn geheel is een van de hoogtepunten van experimentele post-punk.
Side B begint met een aantal relatief zwakke nummers. Shrink Wrap is Sleep met extra toevoegingen om het nog geschifter te maken. De toevoegingen zijn echter niet enorm nodig en zorgen zelfs voor een vermindering van kwaliteit ten opzichte van Sleep. Ook Radio Prague probeert de grenzen van de experimentele rock te verleggen, en komt zo angstaanjagend dicht in de buurt van This Heat’s debuutalbum. Maar qua kwaliteit komt het niet in de buurt van het gemiddelde This Heat / Deceit nummer. Makeshift Swahili is mijns inziens het meest overgewaardeerde nummer op het album, al heb ik wel bewondering voor de productie van het nummer, waarbij meerdere recordings bij elkaar zijn gevoegd. Het noisy effect dat hierdoor ontstaat is niet het effect dat nummers zoals S.P.Q.R. zo interessant maken. Independence is het eerste nummer dat het niveau van Side A behaalt. De lyrics zijn niet enorm innoverend, maar het gebruik van wat denk ik een klarinet is, past prima tussen de drums en de sombere vocals. A New Kind of Water is een ander hoogtepunt van het album. Het begint gematigd, maar vooral de drums worden steeds intenser, terwijl de gitaar op de achtergrond prachtig door blijft spelen. De vocals op dit nummer zijn samen met Cenotaph de beste op het album.
Deceit is wel een album dat je een aantal keer moet horen voordat het echt klikt. Het album heeft in tegenstelling tot het debuutalbum van This Heat veel meer lyrics. Het is daardoor makkelijker beluisterbaar, maar het zorgt er ook voor dat de kwaliteit van het drum- en gitaarwerk niet direct naar boven komt. Als je Deceit echter de tijd geeft, zul je niet teleurgesteld worden. Toch zorgen nummers als Triumph, Shrink Wrap en Radio Prague voor een lichte daling in de kwaliteit, waardoor ik dit album niet ‘het magische nummer’ kan geven.
8,5 / 10
Beste nummers: Paper Hats, Cenotaph, A New Kind of Water
Deceit is hét album dat ik mij voorstelde te horen toen een vriend van mij post-punk introduceerde aan mij. Het genre werd beschreven als een genre dat qua 'spirit' enorm dicht in de buurt zit bij punk (ruwe, agressieve, do-it-yourself muziek, vaak met politieke teksten), maar qua vorm veel meer weg heeft van onder andere Krautrock. De snelle, simplistische stijl van punk wordt vervagen door een experimentele benadering.
Het was voor mij derhalve enigszins een teleurstelling toen ik bij mijn introductie van het genre, onder andere met Unknown Pleasures, Marquee Moon en Turn On The Bright Lights, de combinatie van experimentele rock en maatschappijkritische teksten miste. Het is dus geen verrassing dat je met deze definitie van post-punk al gauw bij Deceit uitkomt. Het is echter geen standaard post-punk album. Deceit is zo uniek, dat er in 1981 niets was dat zo ver van 'normale rock' af stond, maar toch duidelijk een rock album was (enkel The Ascension van Glenn Branca zou naast Deceit op deze titel aanspraak mogen maken).
Het album begint met Sleep, een spookachtig nummer dat á la Gang of Four kritiek levert op het consumentisme. Het is duidelijk dat het nummer qua structuur enorm ver van punk rock uit de late jaren '70 af staat, maar qua onderwerp had het op het debuutalbum van Crass kunnen staan.
Het hoogtepunt van het album volgt direct na Sleep, met het duistere Paper Hats. Het nummer barst vanaf seconde 1 open met zeer indrukwekkend gitaarspel, gevolgd door vocals die langzamerhand steeds intenser worden. Na twee minuten gaat het nummer over naar een instrumentele plaat, waar voornamelijk de drums de toon zetten.
Het album vervolgt met maatschappijkritische thema’s in S.P.Q.R. en Cenotaph. De onderwerpen waarover gezongen wordt zijn niet bijzonder voor haar tijd. Toch ontstaan door de instrumentatie twee zeer unieke nummers, het soort muziek dat ik verwachtte uit mijn speakers te komen bij Unknown Pleasures en Marquee Moon. Side A in zijn geheel is een van de hoogtepunten van experimentele post-punk.
Side B begint met een aantal relatief zwakke nummers. Shrink Wrap is Sleep met extra toevoegingen om het nog geschifter te maken. De toevoegingen zijn echter niet enorm nodig en zorgen zelfs voor een vermindering van kwaliteit ten opzichte van Sleep. Ook Radio Prague probeert de grenzen van de experimentele rock te verleggen, en komt zo angstaanjagend dicht in de buurt van This Heat’s debuutalbum. Maar qua kwaliteit komt het niet in de buurt van het gemiddelde This Heat / Deceit nummer. Makeshift Swahili is mijns inziens het meest overgewaardeerde nummer op het album, al heb ik wel bewondering voor de productie van het nummer, waarbij meerdere recordings bij elkaar zijn gevoegd. Het noisy effect dat hierdoor ontstaat is niet het effect dat nummers zoals S.P.Q.R. zo interessant maken. Independence is het eerste nummer dat het niveau van Side A behaalt. De lyrics zijn niet enorm innoverend, maar het gebruik van wat denk ik een klarinet is, past prima tussen de drums en de sombere vocals. A New Kind of Water is een ander hoogtepunt van het album. Het begint gematigd, maar vooral de drums worden steeds intenser, terwijl de gitaar op de achtergrond prachtig door blijft spelen. De vocals op dit nummer zijn samen met Cenotaph de beste op het album.
Deceit is wel een album dat je een aantal keer moet horen voordat het echt klikt. Het album heeft in tegenstelling tot het debuutalbum van This Heat veel meer lyrics. Het is daardoor makkelijker beluisterbaar, maar het zorgt er ook voor dat de kwaliteit van het drum- en gitaarwerk niet direct naar boven komt. Als je Deceit echter de tijd geeft, zul je niet teleurgesteld worden. Toch zorgen nummers als Triumph, Shrink Wrap en Radio Prague voor een lichte daling in de kwaliteit, waardoor ik dit album niet ‘het magische nummer’ kan geven.
8,5 / 10
Beste nummers: Paper Hats, Cenotaph, A New Kind of Water
Wipers - Youth of America (1981)

0
geplaatst: 8 juni 2017, 19:31 uur
Review #4:
Deric raven gaf in zijn review al aan dat Wipers een prima voorbeeld is van een band die de schakel tussen Amerikaanse punk en hardcore/alternative rock laat zien. Vooral de eerste nummers houden het ruwe, simplistische beeld van punk in stand. Taking Too Long is een standaard punk nummers, die door het gitaarspel nog wel enigszins interessant klinkt. Pushing The Extreme schittert in middelmatigheid. Doet me enorm denken aan late 70's garage punk, maar niet op een goede manier. Het is vooral een enorm veilig nummer, dat ik alleen kan herinneren doordat de naam tien keer herhaald wordt.
Youth of America wordt pas interessant bij de langere nummers, omdat daar meer ruimte wordt gelaten voor het gitaarspel van Greg Sage. When It's Over is een frisse, maar vooral duistere, wind na de snellere, ruwere nummers op het begin van het album. Het laat zien dat de vocals veel beter passen als een duistere ondertoon, na een sterke instrumentele opbouw, dan een direct punkgeluid vanaf seconde 1 zoals de eerdere nummers lieten zien.
Youth of America is zonder twijfel het beste nummer van het album en een van punk's mooisten. In tegenstelling tot Taking too Long en Can This Be is het nummer veel geavanceerder dan simpel gitaarspel. Geweldige riff die niet domweg herhaald wordt, maar prachtig door het nummer beweegt. Niet moeilijk om te zien dat dit nummer enorm veel invloed heeft gehad op hardcore punk en alternative rock.
Als ze slechts de laatste drie nummers hadden uitgegeven op een EP had ik dit een hoger cijfer kunnen geven. Nu zit ik met drie nummers waar ik na een aantal keer beluisteren wel klaar mee ben.
7,0 / 10
Beste nummers: When It's Over en Youth of America
Deric raven gaf in zijn review al aan dat Wipers een prima voorbeeld is van een band die de schakel tussen Amerikaanse punk en hardcore/alternative rock laat zien. Vooral de eerste nummers houden het ruwe, simplistische beeld van punk in stand. Taking Too Long is een standaard punk nummers, die door het gitaarspel nog wel enigszins interessant klinkt. Pushing The Extreme schittert in middelmatigheid. Doet me enorm denken aan late 70's garage punk, maar niet op een goede manier. Het is vooral een enorm veilig nummer, dat ik alleen kan herinneren doordat de naam tien keer herhaald wordt.
Youth of America wordt pas interessant bij de langere nummers, omdat daar meer ruimte wordt gelaten voor het gitaarspel van Greg Sage. When It's Over is een frisse, maar vooral duistere, wind na de snellere, ruwere nummers op het begin van het album. Het laat zien dat de vocals veel beter passen als een duistere ondertoon, na een sterke instrumentele opbouw, dan een direct punkgeluid vanaf seconde 1 zoals de eerdere nummers lieten zien.
Youth of America is zonder twijfel het beste nummer van het album en een van punk's mooisten. In tegenstelling tot Taking too Long en Can This Be is het nummer veel geavanceerder dan simpel gitaarspel. Geweldige riff die niet domweg herhaald wordt, maar prachtig door het nummer beweegt. Niet moeilijk om te zien dat dit nummer enorm veel invloed heeft gehad op hardcore punk en alternative rock.
Als ze slechts de laatste drie nummers hadden uitgegeven op een EP had ik dit een hoger cijfer kunnen geven. Nu zit ik met drie nummers waar ik na een aantal keer beluisteren wel klaar mee ben.
7,0 / 10
Beste nummers: When It's Over en Youth of America
