MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Elbow - Leaders of the Free World (2005)

poster
4,5
Weer zo'n goeie Elbow

Hoe doen die mannen van Elbow dat? Na Asleep in the back en Cast of thousands hebben ze alweer zo’n steengoede plaat afgeleverd. Mijn eerste kennismaking met deze Britse band was hun tweede plaat Cast of thousands en toen ik die hoorde, was ik meteen verkocht. Maar wat is hun geheim?

Het is onzin om Elbow te vergelijken met Coldplay en Radiohead, zoals sommigen wel doen. Op die manier maak je er een soort wedstrijd van, net als wanneer Coldplay voortdurend met U2 wordt vergeleken. En daarbij, Elbow lijkt helemaal niet op deze bands. Maar hoe klinkt Elbow dan wel en wat maakt de band bijzonder?

Dat is niet zo eenvoudig. De enige referentie die ik heb is Peter Gabriel. Hier en daar vind ik de zang van Elbow op Gabriek lijken. Zanger Guy Garvey heeft ook een zeer karakteristieke stem, donker, een beetje hees en in de lage tonen vol, in de hoogte ijl. Die stem is alvast heel bepalend voor de sound van Elbow. De band maakt melodieuze muziek, waarin ze vaak de wat sombere tonen opzoeken. Ze schuwen er ook niet voor om een lage bromstem als tweede stem in te zetten. Het levert stemmige, melancholieke gitaaliedjes op. Maar dan absoluut niet gitzwart of in een heel laag tempo. Ook kun je wel zeggen dat het wat dromerige muziek is, niet heel scherp of catchy, maar vooral sfeervol zonder sloom te worden.

Gut, wat is dat lastig zeg om die muziek te beschrijven. Makkelijker is het om deze plaat uit te roepen tot een absolute aanrader. Alle liedjes zijn erg goed en het kiezen van één favoriet is dan ook ondoenlijk. Toch maar gekozen voor opener Station approach, omdat dit liedje zo prachtig wordt opgebouwd en Elbow door middel van herhaling en langzaam aanzwellend volume er een heel spannend liedje van maakt. Overigens is dat puur persoonlijke smaak, want gisteren beschreef ik iets vergelijkbaars maar toen van de hand van dEUS. Ik ben nu eenmaal dol op liedjes die zo’n spanningsboog hebben en waarbij met minimale middelen een maximaal effect wordt bereikt.

Elliott BROOD - Ambassador (2005)

poster
4,0
Wel potentie, niet top

Dit is death-country van de bovenste plank. Death-country? Ja, je leest het goed. Ik heb het niet bedacht, de heren van de Canadese band Elliott Brood noemen hun muziek zelf zo. En het is eigenlijk wel een goede benaming. Je zou het ook zwartekousenfolk kunnen noemen of Americana voor gedeprimeerden, maar death-country vat het geluid nog wel het beste samen. Duimendikke country- en folkinvloeden, maar dan ondergedompeld in een bad van zwartgalligheid.

Het debuutalbum Ambassador (een eerdere EP voor het gemak niet meegerekend) is vorig jaar in thuisland Canada uitgekomen en ligt sinds dit voorjaar ook in Nederland in de schappen. Zojuist hebben ze het Nederlandse deel van hun tour afgerond, waarbij ze dan wel mijn hometown Rotterdam aandeden, maar toen was ik net op vakantie – en eerlijk gezegd kende ik de muziek toen nog niet.

De kennismaking met Elliott Brood smaakt naar meer. Muzikaal gezien lijkt de muziek het meest op die van 16 Horsepower, ook al niet van die lachebekjes, al maakt Elliott Brood de muziek net iets minder zwaarbeladen. Al moet ik zeggen dat de vrolijk pingelende banjo een beetje maskeert dat de muziek in essentie helemaal niet zo vrolijk is.

Opener Twill is het beste nummer. In dat nummer slaagt de band er het beste in spanning op te bouwen. Het nummer krijgt daardoor veel meer intensiteit dan alles wat erna komt. Hier lijkt de muziek dan ook eerder op Wilco die er ook een meester in is intense en spannende muziek te maken. Jammer wanneer het eerste nummer van een plaat meteen de beste is. De verwachtingen zijn dan hooggespannen en iets van teleurstelling vanaf nummer 2 kan ik dan toch niet onderdrukken.

De plaat sluit af met drie nummers die wat uit de toon vallen bij de rest. Het zijn absoluut geen mindere liedjes, maar de stijl lijkt wat omgeslagen. Hier en daar klinkt de band als Black Rebel Motorcycle Club (maar dan minder heftig) en zijn lo-fi-invloeden te horen. Zeker als aan het eind van het album achtergrondgeluidjes en –stemmetjes onder de muziek worden gezet.

Sterke plaat dus, maar getuige het spannende openingsnummer en de meer experimentele afsluiters heb ik het gevoel dat er meer in zat. Een topalbum is het dus niet geworden, daarvoor blijft toch net te weinig hangen. Maar potentie is er wel, dat heeft Elliott Brood met dit debuut wel bewezen.

Engineers - Three Fact Fader (2009)

poster
4,0
Harmonische perfectie van nieuwe shoegazers

2005 was een geweldig muzikaal jaar. Ik ontdekte Sufjan Stevens (Illinois), Patrick Wolf (Wind in the wires) én Antony & the Johnsons (I am a bird now). Tussen deze alltime favorites kwam ook nog het debuut van de Britse band Engineers uit. In dit topzware jaar wat kwaliteitsmuziek betreft, kon dit er bijna niet meer bij. Toch is hun titelloze eersteling me dierbaar gebleven.

Engineers maken dromerige gitaarmuziek met lichte electro-invloeden. Je zou het nieuwe shoegaze kunnen noemen - al heeft elk etiket meteen zijn nadeel - naar de muziekstroming van de langslepende gitaarmelodieën, waarbij weinig mediagenieke muzikanten tijdens de introverte nummers vooral naar hun schoenpunten staren. Nu dekt dat niet helemaal de lading, maar beïnvloed door de shoegazers van My bloody Valentine zijn de Engineers zeker.

Hun muziek is zacht,introvert en liefelijk. En opvallend is dat hun liedjes heel gelijkmatig zijn. Geen gespring, geen onverwachte wendingen of zwaar aangezette climaxen. Elk nummer drijft op een duidelijk thema, een fraaie melodie en dat wordt dan keurig uitgewerkt. De zang is zacht en zalvend. Alle emotie en gevoel zit daarmee onderhuids. Het klinkt wellicht als het recept voor oersaaie muziek, maar dat is het zeker niet. Daarvoor is de muzikale pracht te fraai. Ook in ingetogenheid kan veel gevoel en schoonheid zitten. Die geeft zich misschien wat minder makkelijk prijs, maar nestelt zich wel gaandeweg in je poriën.

Pas vier jaar na hun wonderschone debuut brengt Engineers hun tweede plaat uit, Three fact fader. Opnieuw kunnen we à la Spiritualized zweven op Brighter as we fall, genieten van een meeslepende melodie à la Elbow op International dirge, maar ook genieten van net wat steviger aangezette gitaarmuziek op Hang your head.

Die stevigheid - al is dat bij Engineers een zeer relatief begrip - onderscheidt deze plaat van hun vorige. De muziek is net wat scherper aangezet en blijft minder in de lagere volumes hangen. Daardoor is het geheel net iets pittiger zonder aan heerlijk zwevende dromerigheid in te boeten. En ook aan deze tweede plaat kleeft weer die harmonische perfectie die zo opvallend was aan het vorig album. Alleen in afsluiter What pushed us together permitteert de band zich enige frivoliteit - er komt een snufje Super Furry Animals om de hoek kijken. Misschien aardig om op album drie daar eens op voort te borduren.