Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Alaska in Winter - Dance Party in the Balkans (2007)

4,5
0
geplaatst: 12 september 2007, 22:49 uur
Wonderlijke alaska-pop met slavische invloed
Het regent ineens fantastische platen. Laatst beschreef ik al Ghost van Radical Face (al weer enkele maanden oud), maar toppers van 2007 zijn zeker ook Close to paradise van Patrick Patrick Watson en Moments of dejection or despondency van Dez Mona. Aan dat rijtje voeg ik graag toe Dance party in the Balkans van Alaska in Winter. Vergeet de titel, maar onthoud deze plaat.
Alaska in Winter is het muzikale project van de Amerikaan Brandon Bethancourt, een jongen uit de staat New Mexico die zich liet inspireren tijdens een reis door Alaska - zo gaat de mare. Thuisgekomen schakelde hij onder meer Beirut-trompettist Zach Condon en violist Heather Trost van A Hawk and a Hawksaw in wat resulteerde in een wonderlijke combinatie van de Balkansound van Beirut en eighties-electronica die zijn weerga qua knulligheid en lulligheid niet kent.
Nu had Beirut al een bijzondere sound (zie de bespreking van topplaat Gulag Orkestar), Alaska in Winter gaat daar op door en geeft er weer een nieuwe draai aan. De muziek van Beirut werd gekenmerkt door een slavische zigeuner-feel met dank aan de trompet, de viool en de melancholieke, dreinende mannenzang. Alaska in Winter borduurt vooral door op de trompet en de viool. Maar hij creëert iets nieuws door dromerige, soms houterige drumcomputertjes, keyboards en stemvervormers (vocoders) eraan toe te voegen.
Aanvankelijk klinkt de muziek om nauwelijks serieus te nemen. Maar als je door dat gevoel heen bent, dan krijgt die eenvoudig gemaakte sound is aandoenlijks, iets kwetsbaars en teers. Hier uit een gevoelige ziel zich met de eenvoudigste middelen. Hij houdt het klein, maar schuwt het effect niet. Stemmige piano en een heuse zingende zaag maken Don't read Dostoyevsky bijvoorbeeld tot een tranentrekker.
De dertien nummers op de plaat vormen een prachtig geheel. Je kunt ook zeggen dat er weinig variëteit op het album aanwezig is. De stijl is uniform in al zijn wonderlijkheid en vervreemding. Dat kan een minpuntje zijn, maar misschien was meer afwisseling wel te veel van het goede geweest. Bij tijd en wijle leunt Alaska in Winter wel erg zwaar op Beirut, maar ach, die muziek is zo mooi, dat het het luisterplezier absoluut niet vergalt. De samenwerking met Beirut maakt van Close your eyes we are blind, de hekkensluiter op de plaat, eigenlijk een Beirut-nummer, maar desondanks is dat een van de favorieten.
Het regent ineens fantastische platen. Laatst beschreef ik al Ghost van Radical Face (al weer enkele maanden oud), maar toppers van 2007 zijn zeker ook Close to paradise van Patrick Patrick Watson en Moments of dejection or despondency van Dez Mona. Aan dat rijtje voeg ik graag toe Dance party in the Balkans van Alaska in Winter. Vergeet de titel, maar onthoud deze plaat.
Alaska in Winter is het muzikale project van de Amerikaan Brandon Bethancourt, een jongen uit de staat New Mexico die zich liet inspireren tijdens een reis door Alaska - zo gaat de mare. Thuisgekomen schakelde hij onder meer Beirut-trompettist Zach Condon en violist Heather Trost van A Hawk and a Hawksaw in wat resulteerde in een wonderlijke combinatie van de Balkansound van Beirut en eighties-electronica die zijn weerga qua knulligheid en lulligheid niet kent.
Nu had Beirut al een bijzondere sound (zie de bespreking van topplaat Gulag Orkestar), Alaska in Winter gaat daar op door en geeft er weer een nieuwe draai aan. De muziek van Beirut werd gekenmerkt door een slavische zigeuner-feel met dank aan de trompet, de viool en de melancholieke, dreinende mannenzang. Alaska in Winter borduurt vooral door op de trompet en de viool. Maar hij creëert iets nieuws door dromerige, soms houterige drumcomputertjes, keyboards en stemvervormers (vocoders) eraan toe te voegen.
Aanvankelijk klinkt de muziek om nauwelijks serieus te nemen. Maar als je door dat gevoel heen bent, dan krijgt die eenvoudig gemaakte sound is aandoenlijks, iets kwetsbaars en teers. Hier uit een gevoelige ziel zich met de eenvoudigste middelen. Hij houdt het klein, maar schuwt het effect niet. Stemmige piano en een heuse zingende zaag maken Don't read Dostoyevsky bijvoorbeeld tot een tranentrekker.
De dertien nummers op de plaat vormen een prachtig geheel. Je kunt ook zeggen dat er weinig variëteit op het album aanwezig is. De stijl is uniform in al zijn wonderlijkheid en vervreemding. Dat kan een minpuntje zijn, maar misschien was meer afwisseling wel te veel van het goede geweest. Bij tijd en wijle leunt Alaska in Winter wel erg zwaar op Beirut, maar ach, die muziek is zo mooi, dat het het luisterplezier absoluut niet vergalt. De samenwerking met Beirut maakt van Close your eyes we are blind, de hekkensluiter op de plaat, eigenlijk een Beirut-nummer, maar desondanks is dat een van de favorieten.
Antony and the Johnsons - I Am a Bird Now (2005)

5,0
1
geplaatst: 24 maart 2005, 18:56 uur
Al tijdens het eerste nummer van de recente plaat I am a bird now was ik verkocht. Muziek om te janken, in de goede zin van het woord. Deze bizarre man legt met een joekel van een vibrato in zijn stem een partij verdriet in zijn muziek, dat is echt ongekend. De stijl en de zang lijkt nog het meest op Nina Simone, al is het niet jazzy. Nina Simone zong als het ware ook het levenslied en vooral de donkerte van haar stem hoor ik terug bij Antony.
Voor de plaat heeft hij hulp gekregen van niemand minder dan Lou Reed, Boy George en Rufus Wainwright (ook zo’n gevoelszanger). Antony heeft deze grote namen niet per se nodig, want hij blijft de plaat dragen. Maar het zijn wel bijzondere duetten geworden. De instrumentatie is niet bijzonder: akoestisch, dus piano, gitaar en af en toe strijkers. De muziek, die vooral drager is van zijn emotie, blijft puur. Al zou ik best eens een inventieve electronicaband horen samenwerken met hem.
De laatste dagen ben ik wat vrij gaan associëren over deze Antony. Want hij maakt muziek die zo persoonlijk klinkt, dat je een heel beeld van deze man gaat creëren in je gedachten. Bij zijn muziek kwamen de volgende woorden op: verdriet, homoseksueel, travestiet, onthechtheid, gekte, weltschmerz, identiteitscrisis, suïcidaal. In mijn fantasie heb ik een beeld gemaakt van een homoseksuele Antony die grote problemen heeft met zijn man-zijn (Man is the girl, You are my sister en For today I am a boy), die smacht naar liefde en aandacht (Fistfull of love) en die vastloopt en soms verlangt naar de dood (Hope there’s someone en What can I do).
Al met al vind ik dit een zeer goede plaat, en dan vooral vanwege de bijzondere artiest met zijn bizarre stem, gekke zang en zijn dieptreurige liedjes. Bij tijd en wijle beknelt al dit muzikaal verdriet mij ook wel weer. Wat dat betreft moet ik soms een beetje denken aan Leonard Cohens Hallelujah in de uitvoering van Jeff Buckley (op Grace). Het zal wel heel persoonlijk zijn, maar net als met dat nummer heb ik dat ook met deze hele plaat: soms is het zo beklemmend dat ik de CD even uit moet zetten om rustig naar adem te happen en bij te komen. Want al het leed dat deze man produceert ga ik echt niet allemaal meezeulen.
(overgenomen van mijn logje)
Voor de plaat heeft hij hulp gekregen van niemand minder dan Lou Reed, Boy George en Rufus Wainwright (ook zo’n gevoelszanger). Antony heeft deze grote namen niet per se nodig, want hij blijft de plaat dragen. Maar het zijn wel bijzondere duetten geworden. De instrumentatie is niet bijzonder: akoestisch, dus piano, gitaar en af en toe strijkers. De muziek, die vooral drager is van zijn emotie, blijft puur. Al zou ik best eens een inventieve electronicaband horen samenwerken met hem.
De laatste dagen ben ik wat vrij gaan associëren over deze Antony. Want hij maakt muziek die zo persoonlijk klinkt, dat je een heel beeld van deze man gaat creëren in je gedachten. Bij zijn muziek kwamen de volgende woorden op: verdriet, homoseksueel, travestiet, onthechtheid, gekte, weltschmerz, identiteitscrisis, suïcidaal. In mijn fantasie heb ik een beeld gemaakt van een homoseksuele Antony die grote problemen heeft met zijn man-zijn (Man is the girl, You are my sister en For today I am a boy), die smacht naar liefde en aandacht (Fistfull of love) en die vastloopt en soms verlangt naar de dood (Hope there’s someone en What can I do).
Al met al vind ik dit een zeer goede plaat, en dan vooral vanwege de bijzondere artiest met zijn bizarre stem, gekke zang en zijn dieptreurige liedjes. Bij tijd en wijle beknelt al dit muzikaal verdriet mij ook wel weer. Wat dat betreft moet ik soms een beetje denken aan Leonard Cohens Hallelujah in de uitvoering van Jeff Buckley (op Grace). Het zal wel heel persoonlijk zijn, maar net als met dat nummer heb ik dat ook met deze hele plaat: soms is het zo beklemmend dat ik de CD even uit moet zetten om rustig naar adem te happen en bij te komen. Want al het leed dat deze man produceert ga ik echt niet allemaal meezeulen.
(overgenomen van mijn logje)
Antony and the Johnsons - I Fell in Love with a Dead Boy (2001)

5,0
0
geplaatst: 30 maart 2005, 22:59 uur
I find you
With red tears in your eyes
I ask you “What is your name?”
You offer no reply
Should I call a doctor?
For I fear you might be dead
But I just lay down beside you
And held your hand
Met deze tekst begint het nummer I fell in love with a dead boy van Antony & the Johnsons. Nadat Antony met de plaat I am a bird now mijn hart stal, ben ik op zoek gegaan naar andere muziek van hem. Daarbij stuitte ik onder meer op deze EP uit 2001. Er staan drie prachtige nummers op, waarvan vooral deze me aanspreekt.
Het is een bizar, macaber liefdeslief. Antony beschrijft hoe hij verliefd raakt op een dode jongen. In plaats van de dokter te roepen gaat hij rustig naast hem liggen en houdt zijn hand vast. Na dit eerste couplet neemt Antony even rust. Het is een paar tellen stil en dan vervolgt het liedje waarin ronduit de liefde aan de jongen wordt verklaard.
I fell in love with you
Now you’re my one and only
‘Cause all my life I’ve been so blue
But in that moment you fulfilled me
I tell all my friends
“I fell in love with a dead boy”
And I tell my family
I wish you could have met him
Hoe bizar het ook is dat de zanger zijn verliefdheid op een dode jongen bezingt, morbide wordt het nergens. Het klinkt gek genoeg heel normaal en natuurlijk. De dode jongen die in mijn gedachten verschijnt is dan ook geen koud, kil lijk, maar een eerder een mooie opgebaarde knappe jongen, meer een soort mannelijke Sneeuwitje. En dat het misschien echt Sneeuwitje-achtig is, blijkt tegen het eind van het lied als Antony de jongen verder bezingt en zich daarbij afvraagt of het nou eigenlijk wel een jongen is. Net als in veel andere liedjes speelt ook hier transseksualiteit een belangrijke rol.
Net als op zijn laatste plaat, zingt Antony ook hier met veel passie en emotie. En hoewel je misschien niet kan meevoelen met de onderwerpen waarover hij zingt, kun je wel meevoelen met de emotie door zijn gevoelige zang. Dat hij je als luisteraar meesleept in een wereld waar je verliefd kan raken op een dode jongen, die misschien ook wel een meisje is, is dan een onwaarschijnlijke prestatie.
With red tears in your eyes
I ask you “What is your name?”
You offer no reply
Should I call a doctor?
For I fear you might be dead
But I just lay down beside you
And held your hand
Met deze tekst begint het nummer I fell in love with a dead boy van Antony & the Johnsons. Nadat Antony met de plaat I am a bird now mijn hart stal, ben ik op zoek gegaan naar andere muziek van hem. Daarbij stuitte ik onder meer op deze EP uit 2001. Er staan drie prachtige nummers op, waarvan vooral deze me aanspreekt.
Het is een bizar, macaber liefdeslief. Antony beschrijft hoe hij verliefd raakt op een dode jongen. In plaats van de dokter te roepen gaat hij rustig naast hem liggen en houdt zijn hand vast. Na dit eerste couplet neemt Antony even rust. Het is een paar tellen stil en dan vervolgt het liedje waarin ronduit de liefde aan de jongen wordt verklaard.
I fell in love with you
Now you’re my one and only
‘Cause all my life I’ve been so blue
But in that moment you fulfilled me
I tell all my friends
“I fell in love with a dead boy”
And I tell my family
I wish you could have met him
Hoe bizar het ook is dat de zanger zijn verliefdheid op een dode jongen bezingt, morbide wordt het nergens. Het klinkt gek genoeg heel normaal en natuurlijk. De dode jongen die in mijn gedachten verschijnt is dan ook geen koud, kil lijk, maar een eerder een mooie opgebaarde knappe jongen, meer een soort mannelijke Sneeuwitje. En dat het misschien echt Sneeuwitje-achtig is, blijkt tegen het eind van het lied als Antony de jongen verder bezingt en zich daarbij afvraagt of het nou eigenlijk wel een jongen is. Net als in veel andere liedjes speelt ook hier transseksualiteit een belangrijke rol.
Net als op zijn laatste plaat, zingt Antony ook hier met veel passie en emotie. En hoewel je misschien niet kan meevoelen met de onderwerpen waarover hij zingt, kun je wel meevoelen met de emotie door zijn gevoelige zang. Dat hij je als luisteraar meesleept in een wereld waar je verliefd kan raken op een dode jongen, die misschien ook wel een meisje is, is dan een onwaarschijnlijke prestatie.
Antony and the Johnsons - The Crying Light (2009)

4,5
0
geplaatst: 30 januari 2009, 21:44 uur
Drie prachtplaten op een rij: Antony is here to stay
Ik zal het eerlijk toegeven: het duurde even voordat ik Antony's laatste worp kon waarderen. I am a bird now, zijn tweede plaats, was Antony's grote doorbraak en van die plaat was ik destijds echt kapot. Zo mooi, zo kwetsbaar, zo over the top, zo anders. Later bleken zijn debuut en EP's ook wonderschoon en zeer de moeite waard. Superemotionele zang begeleid door klassiek-aandoende muziek is zijn handelsmerk. En ik kon er lange tijd geen genoeg van krijgen.
Inmiddels is Antony op tal van andere platen opgedoken. Bij CocoRosie, Björk, Hercules and Love Affair, Current 93, Joan as Policewoman, Marc Almond. En vaak was het duet met Antony een van de mooiste nummers op die platen. De magie van Antony heeft velen besmet. Het breidde Antony's roem alleen maar verder uit. Maar inmiddels staat hij allang op eigen benen en heeft hij plaat nummer drie gemaakt: The crying light. In tegenstelling tot I am a bird now geen duetten meer, maar allemaal eigen nummers. En dit album teert ook niet meer op langer bestaande songs, Antony heeft dit werk allemaal recent geschreven.
Daarmee is ook het thema van de travestie en de transgender min of meer weg. Daar stonden de eerdere platen nog vol mee. Maar dat was problematiek waar Antony al vele jaren geleden mee worstelde. Deze plaat gaat over Antony nu. Met als thema: mens en aarde, het meest expliciet verwoord in Another world, waarop hij op prachtige, bijna psalm-achtige wijze de problematiek van klimaat en milieu bezingt. Zonder onheus effectbejag, zonder goedkoop te zijn. Geen gemakkelijke Greenpeace-reclame, maar pure bezorgdheid vanuit een diepe mens-aarde-relatie.
Maar om terug te komen op het begin, het vergde dus even om aan deze nieuweling te wennen. Want, waren de liedjes op I am a bird now nog redelijk gestructureerd, behoorlijk klassiek zelfs, op deze plaat laat Antony de teugels vieren. Niet meer voor de hand liggende songs met coupletje en refreintje, maar een meer vrije aanpak. Absoluut niet chaotisch of verwarrend avantgardistisch, zeker niet. Maar wel een vorm waarop je bij de eerste beluisteringen minder makkelijk greep krijgt. De meezingfactor is bij de eerste tien draaibeurten niet erg hoog, zeg maar.
Gebleven is de zeer klassieke instrumentatie. Veel piano, violen, celli, dwarsfluit, maar ook een electrisch gitaar (Aeon) en een prachtige sax (One dove). Ook de zangstijl is hetzelfde. Al is het een tikje minder larmoyant, minder over het randje. Misschien mis ik dat wel, want dat onbeschaamde over the top zingen op I am a bird now (of op EP I fell in love with a dead boy) kon mij zeer bekoren. Hoewel voor Antony's doen misschien ingetogen, nog steeds snijdt hij diep in je ziel. Deze mannelijke Nina Simone raakt met zijn love-it-or-hate-it supervibrato emoregisters waar bijna geen enkele zanger of zangeres komt. En dat kan je nog steeds doen huiveren en trillen. Zet het volume op tien en je kunt onmogelijk onberoerd blijven.
Het is een kwestie van smaak welk album van Antony je meer apprecieert. Ik vind de vorige net een tandje beter. Maar een ding staat buiten kijf: drie prachtplaten op een rij, Antony is here to stay!
Ik zal het eerlijk toegeven: het duurde even voordat ik Antony's laatste worp kon waarderen. I am a bird now, zijn tweede plaats, was Antony's grote doorbraak en van die plaat was ik destijds echt kapot. Zo mooi, zo kwetsbaar, zo over the top, zo anders. Later bleken zijn debuut en EP's ook wonderschoon en zeer de moeite waard. Superemotionele zang begeleid door klassiek-aandoende muziek is zijn handelsmerk. En ik kon er lange tijd geen genoeg van krijgen.
Inmiddels is Antony op tal van andere platen opgedoken. Bij CocoRosie, Björk, Hercules and Love Affair, Current 93, Joan as Policewoman, Marc Almond. En vaak was het duet met Antony een van de mooiste nummers op die platen. De magie van Antony heeft velen besmet. Het breidde Antony's roem alleen maar verder uit. Maar inmiddels staat hij allang op eigen benen en heeft hij plaat nummer drie gemaakt: The crying light. In tegenstelling tot I am a bird now geen duetten meer, maar allemaal eigen nummers. En dit album teert ook niet meer op langer bestaande songs, Antony heeft dit werk allemaal recent geschreven.
Daarmee is ook het thema van de travestie en de transgender min of meer weg. Daar stonden de eerdere platen nog vol mee. Maar dat was problematiek waar Antony al vele jaren geleden mee worstelde. Deze plaat gaat over Antony nu. Met als thema: mens en aarde, het meest expliciet verwoord in Another world, waarop hij op prachtige, bijna psalm-achtige wijze de problematiek van klimaat en milieu bezingt. Zonder onheus effectbejag, zonder goedkoop te zijn. Geen gemakkelijke Greenpeace-reclame, maar pure bezorgdheid vanuit een diepe mens-aarde-relatie.
Maar om terug te komen op het begin, het vergde dus even om aan deze nieuweling te wennen. Want, waren de liedjes op I am a bird now nog redelijk gestructureerd, behoorlijk klassiek zelfs, op deze plaat laat Antony de teugels vieren. Niet meer voor de hand liggende songs met coupletje en refreintje, maar een meer vrije aanpak. Absoluut niet chaotisch of verwarrend avantgardistisch, zeker niet. Maar wel een vorm waarop je bij de eerste beluisteringen minder makkelijk greep krijgt. De meezingfactor is bij de eerste tien draaibeurten niet erg hoog, zeg maar.
Gebleven is de zeer klassieke instrumentatie. Veel piano, violen, celli, dwarsfluit, maar ook een electrisch gitaar (Aeon) en een prachtige sax (One dove). Ook de zangstijl is hetzelfde. Al is het een tikje minder larmoyant, minder over het randje. Misschien mis ik dat wel, want dat onbeschaamde over the top zingen op I am a bird now (of op EP I fell in love with a dead boy) kon mij zeer bekoren. Hoewel voor Antony's doen misschien ingetogen, nog steeds snijdt hij diep in je ziel. Deze mannelijke Nina Simone raakt met zijn love-it-or-hate-it supervibrato emoregisters waar bijna geen enkele zanger of zangeres komt. En dat kan je nog steeds doen huiveren en trillen. Zet het volume op tien en je kunt onmogelijk onberoerd blijven.
Het is een kwestie van smaak welk album van Antony je meer apprecieert. Ik vind de vorige net een tandje beter. Maar een ding staat buiten kijf: drie prachtplaten op een rij, Antony is here to stay!
Arcade Fire - Neon Bible (2007)

4,5
0
geplaatst: 25 maart 2007, 17:11 uur
Arcade Fire grijpt je bij de lurven
De Canadese veelmansband Arcade Fire is geen grote belofte meer, maar staat definitief op de kaart. Met hun debuut Funeral in 2004 oogste de band veel lof. En met hun opvolger Neon bible bewijst de band tot zeer veel in staat te zijn. Het debuut was geen toevalstreffer, Arcade Fire is here to stay. Want critici worden het er niet over eens welke plaat van beide nu de beste is. Oftewel: het ongekend sterke debuut is stomweg geëvenaard. En dat zonder dat de band een Funeral 2 heeft gemaakt.
Funeral was de meer folky plaat met in zichzelf gekeerde teksten. Dood in familiekring was de rode draad van dat werk. Nu is de blik naar buiten gericht, al blijft de somberte onverminderd voortduren. Nu maken de bandleden dood en verderf van de boze buitenwereld tot thema. Op Neon bible is de stijl aangepast. Niet meer de folk, maar meer bombast en majestueuze muziek. Maar ook zingeving speelt nog steeds een rol en daarmee krijgt de muziek iets spiritueels, iets religieus.
Dat religieuze is het meest expliciet hoorbaar - afgezien van de teksten - op Intervention en My body is a cage waar een heus kerkorgel op te horen is. Op Intervention zelfs in een stevige hoofdrol. Het nummer begint met stevig orgelspel en gaat daarna moeiteloos over in een zeer verslavende rocksong. Dit moet je op volume 10 horen en een keertje draaien volstaat niet, Intervention draai je keer na keer en dan nog verveelt het niet. Op My body is a cage wordt het orgel ingezet in de tweede helft om de climax van het nummer kracht bij te zetten. Het begint als een verstilde song, maar halverwege gaat het roer om en begint een grande finale.
Arcade Fire haalt alles uit de kast. Neon bible is een overdadige, extraverte, orkestrale plaat geworden. Bombast en kitsch wisselen elkaar af. Maar de Canadezen hebben zoveel in huis dat er binnen al dat muzikaal geweld ongekend gevarieerd wordt. Elk nummer staat stevig op zichzelf en is even karaktervol. Bijna nergens zakt de plaat weg. Natuurlijk zijn er nummers die iets minder indruk maken, maar dan nog zijn die charmant en de moeite waard.
Ondanks de orkesten, orgels en koperblazers is Neon bible gewoon een rockplaat. Alleen is de rock verbreed en verrijkt. Net als op Funeral heeft de muziek ook hier steeds een rauwrandje, alles klinkt in mineur. De zwalkende en ongrijpbare zang (van zowel Win Butler als Régine Chassagne) klinkt even zeurderig en jankend als we van het debuut gewend zijn. Het is juist de zang die de muziek een echt David Byrne-feel (je weet wel, de zanger van Talking Heads) geeft.
Neon bible zal ongetwijfeld een van de beste platen van dit jaar blijken te zijn. De band heeft een ongekende hoeveelheid gevoel in zijn donder en het knappe is nu juist dat dat ook overgebracht wordt. Als emotie muziek wordt ontstaat er iets moois. Dan wordt er niet gecomponeerd met de rekenmachine of de drumcomputer, maar dan stuurt het gevoel de muziek aan. Het lijkt wel of Arcade Fire patent heeft op die manier van musiceren. Gevoelens, emoties, twijfels, angsten worden één op één muziek. Dat levert een onvoorstelbare intense plaat op die de luisteraar wreed bij de lurven grijpt.
De Canadese veelmansband Arcade Fire is geen grote belofte meer, maar staat definitief op de kaart. Met hun debuut Funeral in 2004 oogste de band veel lof. En met hun opvolger Neon bible bewijst de band tot zeer veel in staat te zijn. Het debuut was geen toevalstreffer, Arcade Fire is here to stay. Want critici worden het er niet over eens welke plaat van beide nu de beste is. Oftewel: het ongekend sterke debuut is stomweg geëvenaard. En dat zonder dat de band een Funeral 2 heeft gemaakt.
Funeral was de meer folky plaat met in zichzelf gekeerde teksten. Dood in familiekring was de rode draad van dat werk. Nu is de blik naar buiten gericht, al blijft de somberte onverminderd voortduren. Nu maken de bandleden dood en verderf van de boze buitenwereld tot thema. Op Neon bible is de stijl aangepast. Niet meer de folk, maar meer bombast en majestueuze muziek. Maar ook zingeving speelt nog steeds een rol en daarmee krijgt de muziek iets spiritueels, iets religieus.
Dat religieuze is het meest expliciet hoorbaar - afgezien van de teksten - op Intervention en My body is a cage waar een heus kerkorgel op te horen is. Op Intervention zelfs in een stevige hoofdrol. Het nummer begint met stevig orgelspel en gaat daarna moeiteloos over in een zeer verslavende rocksong. Dit moet je op volume 10 horen en een keertje draaien volstaat niet, Intervention draai je keer na keer en dan nog verveelt het niet. Op My body is a cage wordt het orgel ingezet in de tweede helft om de climax van het nummer kracht bij te zetten. Het begint als een verstilde song, maar halverwege gaat het roer om en begint een grande finale.
Arcade Fire haalt alles uit de kast. Neon bible is een overdadige, extraverte, orkestrale plaat geworden. Bombast en kitsch wisselen elkaar af. Maar de Canadezen hebben zoveel in huis dat er binnen al dat muzikaal geweld ongekend gevarieerd wordt. Elk nummer staat stevig op zichzelf en is even karaktervol. Bijna nergens zakt de plaat weg. Natuurlijk zijn er nummers die iets minder indruk maken, maar dan nog zijn die charmant en de moeite waard.
Ondanks de orkesten, orgels en koperblazers is Neon bible gewoon een rockplaat. Alleen is de rock verbreed en verrijkt. Net als op Funeral heeft de muziek ook hier steeds een rauwrandje, alles klinkt in mineur. De zwalkende en ongrijpbare zang (van zowel Win Butler als Régine Chassagne) klinkt even zeurderig en jankend als we van het debuut gewend zijn. Het is juist de zang die de muziek een echt David Byrne-feel (je weet wel, de zanger van Talking Heads) geeft.
Neon bible zal ongetwijfeld een van de beste platen van dit jaar blijken te zijn. De band heeft een ongekende hoeveelheid gevoel in zijn donder en het knappe is nu juist dat dat ook overgebracht wordt. Als emotie muziek wordt ontstaat er iets moois. Dan wordt er niet gecomponeerd met de rekenmachine of de drumcomputer, maar dan stuurt het gevoel de muziek aan. Het lijkt wel of Arcade Fire patent heeft op die manier van musiceren. Gevoelens, emoties, twijfels, angsten worden één op één muziek. Dat levert een onvoorstelbare intense plaat op die de luisteraar wreed bij de lurven grijpt.
Architecture in Helsinki - In Case We Die (2005)

3,5
0
geplaatst: 6 februari 2006, 13:30 uur
Van de hak op de tak
Gezien de bandnaam zal dit Autralische achttal wel liefhebber zijn van Finse bouwkunst. Wat de diepere betekenis van de naam Architecture in Helsinki ook zal zijn, de naam doet wel recht aan het soort muziek dat deze acht jongens en meisjes maken. Vol en onnavolgbaar, zo is hun muziek op de plaat In case we die het snelst te typeren. Als deze muziek bouwkunst was dan was het bouwkunst waarbij gothiek, renaissance, Bauhaus en vooral Barok dwars door elkaar heen gebruikt werd.
Alle acht bandleden zijn multi-instrumentalist en ze zingen ook allemaal op deze plaat. Ze maken een bonte verzameling aan liedjes, waarbij ze er en voorkeur voor hebben te wisselen van stijl, tempo en instrumentatie binnen een en hetzelfde liedje. Zo opent de plaat apocalypyisch met Nevereverdid om na anderhalve minuut over te schakelen op een soort polka waarbij allerlei blaasinstrumenten uit de kast worden getrokken. De opener is typerend voor de hele plaat: liedjes van nog geen vijf minuten waarin minstens twee, drie keer van stijl wordt gewisseld.
Daarin hebben ze wel iets weg van de IJslandse band Múm, alleen is die veel rustiger, feërieker en uitgesponnener. Architecture in Helsinki gebruikt graag een beetje bombast wat vooral vorm en kleur krijgt met de vele trompetten, tuba’s en trombones die worden bespeeld. Nadeel is dat de muziek van de hak op de tak gaat en je als luisteraar nooit rust wordt gegund. Dat kan nogal vermoeien. En de samenhang ontbreekt. De enige samenhang die er is, is dat er geen samenhang is. Dat kan ook een overkoepelend instrumentaal thema zijn.
Toch hebben deze Australiërs wel iets interessants neergezet. Ze variëren behendig en zijn rete-muzikaal. Al zou ik wel hopen dat ze op den duur het conservatorium-niveau ontstijgen. In die zin, dat de muziek nu nogal bedacht aandoet. Muziek wordt pas echt interessant en meeslepend als je niet meer hoort dat erover nagedacht is, maar wanneer er vooral passie en gevoel in doorklinkt. Die passie zit nu vooral in het enthousiasme waarmee ze spelen, maar ik hoor graag een innerlijke drang en behoefte bij muzikanten om zich muzikaal te uiten. De drang om de luisteraar iets mee te geven, te vertellen. Dat ontbreekt op deze plaat, maar ondanks dat is In case we die een spannende plaat die verrast, vermaakt (de muziek is soms ronduit komisch) en op het verkeede been zet.
Gezien de bandnaam zal dit Autralische achttal wel liefhebber zijn van Finse bouwkunst. Wat de diepere betekenis van de naam Architecture in Helsinki ook zal zijn, de naam doet wel recht aan het soort muziek dat deze acht jongens en meisjes maken. Vol en onnavolgbaar, zo is hun muziek op de plaat In case we die het snelst te typeren. Als deze muziek bouwkunst was dan was het bouwkunst waarbij gothiek, renaissance, Bauhaus en vooral Barok dwars door elkaar heen gebruikt werd.
Alle acht bandleden zijn multi-instrumentalist en ze zingen ook allemaal op deze plaat. Ze maken een bonte verzameling aan liedjes, waarbij ze er en voorkeur voor hebben te wisselen van stijl, tempo en instrumentatie binnen een en hetzelfde liedje. Zo opent de plaat apocalypyisch met Nevereverdid om na anderhalve minuut over te schakelen op een soort polka waarbij allerlei blaasinstrumenten uit de kast worden getrokken. De opener is typerend voor de hele plaat: liedjes van nog geen vijf minuten waarin minstens twee, drie keer van stijl wordt gewisseld.
Daarin hebben ze wel iets weg van de IJslandse band Múm, alleen is die veel rustiger, feërieker en uitgesponnener. Architecture in Helsinki gebruikt graag een beetje bombast wat vooral vorm en kleur krijgt met de vele trompetten, tuba’s en trombones die worden bespeeld. Nadeel is dat de muziek van de hak op de tak gaat en je als luisteraar nooit rust wordt gegund. Dat kan nogal vermoeien. En de samenhang ontbreekt. De enige samenhang die er is, is dat er geen samenhang is. Dat kan ook een overkoepelend instrumentaal thema zijn.
Toch hebben deze Australiërs wel iets interessants neergezet. Ze variëren behendig en zijn rete-muzikaal. Al zou ik wel hopen dat ze op den duur het conservatorium-niveau ontstijgen. In die zin, dat de muziek nu nogal bedacht aandoet. Muziek wordt pas echt interessant en meeslepend als je niet meer hoort dat erover nagedacht is, maar wanneer er vooral passie en gevoel in doorklinkt. Die passie zit nu vooral in het enthousiasme waarmee ze spelen, maar ik hoor graag een innerlijke drang en behoefte bij muzikanten om zich muzikaal te uiten. De drang om de luisteraar iets mee te geven, te vertellen. Dat ontbreekt op deze plaat, maar ondanks dat is In case we die een spannende plaat die verrast, vermaakt (de muziek is soms ronduit komisch) en op het verkeede been zet.
At the Close of Every Day - If You Spoke to Me (2003)

4,5
0
geplaatst: 29 maart 2005, 21:44 uur
Na de CD Zalig zijn de armen van geest kwam At the close of every day in 2003 met een mini-opvolger, de EP If you spoke to me (wat betekent EP eigenlijk?). Op deze plaat staan vier nummers, niet veel vergeleken met het volwaardige debuut. Toch vind ik deze mini-plaat eigenlijk mooier en beter dan Zalig zijn de armen. Ik kan moeilijk aangeven waarom. Een poging: alle vier de nummers zijn supergoed, ze zijn persoonlijk, gevoelig en zeer origineel.
Helemaal verzot ben ik op het eerste nummer, The Jesus heart. Vooral het einde is prachtig als Minco Eggersman bijna hypnotisch de laatste tekstregel blijft herhalen (“I don’t think you’d understand why the shadows still dim your eyes”). Dan zet ook nog een hoornkwartet in en wordt een verstild einde van de song bereikt.
Die hoorns zitten ook heel subtiel in het laatste nummer, Happiness of a son. Dat lied is sowieso prachtig opgebouwd. Na twee minuten zet heel voorzichtig de drum in, dan volgen later de hoorns en vanaf drie minuten is een subtiele bas te horen. Misschien is dat wel de magie van deze EP, de subtiliteit van de diverse instrumenten. Want groots is het allemaal niet, At the close of every day gaat voor soberheid. Ook vallen op deze plaat de drumpartijen weer op. Ik weet niet hoe die Eggersman dat doet, maar hij maakt van de drum echt een volwaardig muziekinstrument.
4,5*
Helemaal verzot ben ik op het eerste nummer, The Jesus heart. Vooral het einde is prachtig als Minco Eggersman bijna hypnotisch de laatste tekstregel blijft herhalen (“I don’t think you’d understand why the shadows still dim your eyes”). Dan zet ook nog een hoornkwartet in en wordt een verstild einde van de song bereikt.
Die hoorns zitten ook heel subtiel in het laatste nummer, Happiness of a son. Dat lied is sowieso prachtig opgebouwd. Na twee minuten zet heel voorzichtig de drum in, dan volgen later de hoorns en vanaf drie minuten is een subtiele bas te horen. Misschien is dat wel de magie van deze EP, de subtiliteit van de diverse instrumenten. Want groots is het allemaal niet, At the close of every day gaat voor soberheid. Ook vallen op deze plaat de drumpartijen weer op. Ik weet niet hoe die Eggersman dat doet, maar hij maakt van de drum echt een volwaardig muziekinstrument.
4,5*
At the Close of Every Day - Zalig Zijn de Armen van Geest (2002)

4,5
0
geplaatst: 29 maart 2005, 21:46 uur
At the close of every day is een Nederlandse band, bestaande uit Minco Eggersman en Axel Kabboord. Hun muziek zou je (heel oneerbiedig) kunnen omschrijven als brompop. Ik kom op die term door de manier van zingen van Eggersman, laag, sonoor en enigszins monotoon. Hun muziek wordt nogal eens vergeleken met die van Sparklehorse. Wat betreft volume en verstildheid klopt dat, maar Sparklehorse is toch iets freakeriger dan At the close of every day die weer meer melodieus is. Verder is hun muziek te omschrijven als donker, dramatisch en spiritueel.
Hun debuutalbum is Zalig zijn de armen van geest dat in 2002 is uitgekomen. De titel suggereert dat ze Nederlandstalig zijn, maar dat is niet zo. Op de titelsong na zijn alle liedjes in het Engels gezongen. Overigens staat er een nieuwe plaat op stapel die voor het eerst wél Nederlandstalig is, inclusief een cover van Doe Maar.
De basis van hun muziek vormen gitaar en drums. Vooral de drums vormen een opvallend onderdeel van de muziek. Eggersman bedient zich van originele ritmes en gebruikt drums als meer dan alleen de maataangever. Op deze plaat staan ook een paar instrumentale nummers (The glory of ignorance, Dealing with hatred en Weltschmerz konzept) waarop het gitaarspel van Kabboord goed uitkomt. Verder ben ik verzot op nummers als The drive-way, Zalig zijn de armen van geest (letterlijke tekst van Jezus’ bergrede uit Mattheüs 5) en The truth is always one step behind.
De VPRO heeft At the close of every day ook helemaal ontdekt. Er is al een documentaire over de band uitgezonden door het kunstprogramma RAM. En ook 3voor12 besteedt aandacht aan de band. At the close of every day trad bij 3voor12 op en won vorig jaar de 3voor12-Award. De aandacht voor At the close of every day is ook met sprongen gestegen nadat ze vorig jaar in het voorprogramma speelden van 16 Horsepower. At the close of every day zit bij platenmaatschappij Volkoren waar nog meer prachtbandjes zitten.
Hun debuutalbum is Zalig zijn de armen van geest dat in 2002 is uitgekomen. De titel suggereert dat ze Nederlandstalig zijn, maar dat is niet zo. Op de titelsong na zijn alle liedjes in het Engels gezongen. Overigens staat er een nieuwe plaat op stapel die voor het eerst wél Nederlandstalig is, inclusief een cover van Doe Maar.
De basis van hun muziek vormen gitaar en drums. Vooral de drums vormen een opvallend onderdeel van de muziek. Eggersman bedient zich van originele ritmes en gebruikt drums als meer dan alleen de maataangever. Op deze plaat staan ook een paar instrumentale nummers (The glory of ignorance, Dealing with hatred en Weltschmerz konzept) waarop het gitaarspel van Kabboord goed uitkomt. Verder ben ik verzot op nummers als The drive-way, Zalig zijn de armen van geest (letterlijke tekst van Jezus’ bergrede uit Mattheüs 5) en The truth is always one step behind.
De VPRO heeft At the close of every day ook helemaal ontdekt. Er is al een documentaire over de band uitgezonden door het kunstprogramma RAM. En ook 3voor12 besteedt aandacht aan de band. At the close of every day trad bij 3voor12 op en won vorig jaar de 3voor12-Award. De aandacht voor At the close of every day is ook met sprongen gestegen nadat ze vorig jaar in het voorprogramma speelden van 16 Horsepower. At the close of every day zit bij platenmaatschappij Volkoren waar nog meer prachtbandjes zitten.
