MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

James Blake - James Blake (2011)

poster
4,5
Soul en electro gaan bijzonder goed samen op briljant debuut

Met nieuwe platen van PJ Harvey en Radiohead en die van Elbow en Patrick Wolf op komst, lijkt muziekjaar 2011 al bijna niet meer stuk te kunnen. Maar wat de nieuwe oogst pas echt waardevol maakt, is een splinternieuw debuut dat inslaat als een bom. En ook die is er al. De Brit James Blake (1989) heeft met zijn titelloze debuut een heel bijzonder werk afgeleverd dat ik maar blijf draaien en draaien.

Als je de muzikale referenties inventariseert die bij beluistering van deze plaat bij je opkomen, is duidelijk wat een wonderlijke combinatie Blake in zich verenigt. Zijn electronica doet denken aan Burial en Alaska in Winter, en misschien soms aan Fennesz, maar de postdubstep (want dat etiketje hebben kenners hem inmiddels opgeplakt) wordt tegelijkertijd gelardeerd met warme klanken die neigen naar de emo-zang van Antony en de soul van Nina Simone. Toch is hij vele malen ingetogener dan die twee zangvoorbeelden. Bij Blake is alles klein, stil en minimaal.

In kleine kring was Blake al bekend met drie EP's waarop hij vooral experimenteerde met electronica in de dubstep-stijl. Rustige dance, om het simpel uit te leggen. Op zijn eerste volwaardige plaat voegt hij daar een vernieuwend element aan toe: soul. Iets daarvan was al te horen op CMYK, maar toen waren het nog soulsamples. Nu zet hij ten volle zijn eigen warme stemgeluid in. Daarbij wisselt hij pure zang af met een door de vocoder vervormde zang. Wat dat betreft is Blake net zo'n vocoder-liefhebber als Alaska in Winter.

Maar op deze plaat blijkt dat zijn zang geen electronische vervorming nodig heeft om prima bij de electronische begeleiding te passen. Sterker nog, op de weergaloze cover van Feists Limit to your love vult hij zijn soulstem nog aan met gedragen piano. Dat maakt dit nummer een van de meeste toegankelijke van dit album. Maar Blake neemt geen genoegen met een louter mooi gezongen liedjes. Ook deze Limit to your love krijgt gaandeweg het nummer een bijzonder Blake-behandeling. Na wat gedragen pianowerk zet ook hier onherroepelijk de drumcomputer in en voert hij ons met piano en al richting vervreemdende geluidjes, vervormde stemmetjes en gekke drums.

Bovenal valt de stilte op. Blake neemt liever gas terug dan dat hij vol op het orgel gaat. Ook in Limit to your love zitten enkele heel spannende momenten van stilte. En ook in veel andere nummers gebruikt hij dit om te verwarren en te verrassen. Bij die aanpak hoort ook dat hij met flarden werkt. Nummers doen soms onafgemaakt aan, alsof je naar ruw materiaal zit te luisteren. Hij pakt muzikale thema's op en laat ze net zo gemakkelijk in een nummer weer vallen. Daarmee is niet elke song op dit album eenvoudige te verhapstukken. Maar vernieuwend is het absoluut en na een zekere gewenningsperiode blijkt dit een parel van een debuut te zijn.

John Grant - Queen of Denmark (2010)

poster
4,5
John Grant steekt Midlake naar de kroon

De muzikale carrière van John Grant, geboren in Denver, Colorado, is moeizaam op gang gekomen. Met zijn band The Czars wilde het niet vlotten. Tien jaar na de oprichting in 1994 was de band volledig leeggelopen. Voor Grant een reden om zich op een solocarrière te richten. Maar dat leidde pas dit jaar tot een concreet resultaat. En wat voor één.

Grant liep de jongens van Midlake tegen het lijf en werden op dit solodebuut zijn steun en toeverlaat. Doordat deze band de volledige muzikale begeleiding heeft verzorgd, heeft Queen of Denmark een onmiskenbare Midlake-sound gekregen. Maar wie zou daarom treuren? Midlake heeft immers nog maar twee schitterende platen uitgebracht en een derde (al is het maar semi-Midlake) kan ik alleen maar met open armen ontvangen.

Maar vergis je niet, Grant voegt meer aan Midlake toe dan louter zang. Meer nog dan Midlake maakt Grant heel persoonlijke liedjes. En dus is de persoonlijkheid Grant all over deze plaat. Daarbij vallen vooral de venijnige en ironische teksten op, die het heel goed doen tegen een folky-Americana-achtergrond. Verreweg het scherpste nummer is Jesus hates faggots, waarin Grant de homo-onvriendelijke sfeer beschrijft waarin hij opgroeit. Overigens leunt dit nummer het minst tegen de folk aan door het overvloedige gebruik van keyboards. Maar tegen een opgewekte deun zingt Grant wat zijn vader vroeger tegen hem zei:

"Cus Jesus, he hates faggots son.
We told you that when you were young.
Pretty much anyone you want him too, like niggers, spiks, redskins and kikes.
Men who cannot tame their wives"

En zo blijk Jezus aan wel meer zaken een hekel te hebben dan louter homoseksualiteit. Het is droog, het is komisch, maar achter die ironie gaat bittere ernst schuil.

Grants stem doet soms denken aan Rufus Wainwright. Hij heeft ook dat zeurderige, nasale en tegelijk iets scherps en dominants. Alleen al met die stem drukt hij een enorm stempel op de muziek. Maar hij heeft ook een zacht timbre in huis, waardoor hij soms verrekte dicht tegen de klank van Midlake aan zit (TC and honeybear). Beatelesk wordt het met Silver platter cup, wederom een scherp cynisch liedje, dat het komische ritme heeft van Maxwell's silver hammer (van de plaat Abbey road).

Het onbetwiste hoogtepunt is It's easier, als John Grant heel dicht bij zichzelf blijft en beschrijft hoe bang hij is zich in een relatie te storten. De tekst is al bijzonder, omdat hij zowel beschrijft hoe gek hij op iemand is als de beslissing om zich niet aan die persoon te binden:

"I do not know who I thought I was fooling
Must have felt invincible in your arms
Like I could take the whole world on

But it’s easier for me
to believe that you are lying to me
When you say you love me
And when you say you need me"

Maar afgezien van die indringende tekst is It's easier gewoon een prachtig nummer. Het is rustig en beheerst, de zang is laag en zacht en daardoor intiem, de instrumentatie is goed gedoseerd en het totaalresulaat is meeslepend en sfeervol. Zeker een van de mooiste nummers die ik dit jaar heb gehoord.

Johnny Cash - American V: A Hundred Highways (2006)

poster
4,5
Sterke afsluiter

De laatste plaat uit de serie American recordings is een plaat die je meteen in je hart sluit. Het is ondertussen alweer tweeënhalf jaar geleden dat Johnny Cash overleed, maar gelukkig heeft producer Rick Rubin het levenswerk van de man in black afgemaakt. Hoewel alleen Cash' zang op band stond toen hij overleed - en Rubin dus geheel op z'n eigen houtje de begeleiding heeft toegevoegd - past deel vijf uitstekend bij de vier voorgaande delen.

Bijzonder aan deze plaat is dat hij niet los te koppelen is van de toestand waarin Cash destijds verkeerde. Hij was oud geworden, bewust van zijn naderende einde en nog steeds kapot van het recente overlijden van zijn vrouw June Carter. Enerzijds maakt deze ontstaansgeschiedenis een kwalititatieve beoordeling van de plaat nogal moeilijk, anderzijds biedt dit ook juist de meerwaarde aan de plaat. In alle liedjes is iets van Cash' levensverhaal terug te horen. Je hoort een oude man, die niet altijd even goed bij stem is. En hij zingt over het levenseinde en over verloren gegane liefde. Het zorgt ervoor dat Cash authentieker klinkt dan ooit en dat de liedjes zeer ontroerend zijn.

Neem nou On the evening train, een reeds bestaande klassieker die gaat over een man en zijn kind dat het verlies van hun vrouw en moeder verwerken. Hoewel de tekst dus niet over Cash en Carter gaat, hoor je wel Cash' verdriet in het nummer terugkomen:

"I pray that God will give me courage
To carry on til we meet again
It's hard to know she's gone forever
They're carrying her home on the evening train"


Het kan niet anders of Cash heeft bij dergelijke zinnen zijn overleden vrouw in gedachten. Als luisteraar lopen daardoor de rillingen over je lijf. Hier passen zanger en lied zo onwaarschijnlijk goed bij elkaar.

Bijzonder zijn ook de momenten dat Cash hoorbaar een oude zanger is geworden. Op Like the 309 (het laatste nummer dat Cash schreef) en If you could read my mind hoor je hoe kwetsbaar en breekbaar zijn stem geworden is. Het maakt de liedjes nog geloofwaardiger en levensechter.

American V is een plaat van bezinning geworden, vol met religieuze verwijzingen en bezongen nederigheid richting God. Help me en God's gonna cut you down tonen een Cash die zich bewust is van zijn aanwezigheid onder Gods zicht. Love's been good to me is een soort terugblik op het leven, waarin noden en verdriet onder ogen worden gezien, maar waarin ook een optimistische conclusie wordt getrokken:

"I have been a rover
I have walked alone
Hiked a hundred highways
Never found a home
Still in all I'm happy
The reason is, you see
Once in a while along the way
Love's been good to me"


Opvallende covers zijn er niet echt, in tegenstellig tot eerdere delen (waarop onder meer de bijzondere covers Hurt van Nine Inch Nails, One van U2 en Personal Jesus van Depeche Mode te horen waren). Wel valt het Bruce Springsteen-nummer Further on (up the road) op, maar verder is het een coherent geheel van eigen werk van Cash en andermans werk dat duidelijk in het verlengde van Cash-muziek ligt.

Rubin heeft met zorg en smaak de plaat geproduceerd. Mooie, diepe piano en cello begeleiden de nummers. En bovenal is er een plaats voor de gitaar waarmee Cash zelf natuurlijk vergroeid was. Het is een gelijkmatige plaat zonder zwakkere momenten. Geen opvallendheden zoals op de delen III en IV, maar wel van een gelijke kwaliteit als deze sterkste delen van de serie. En, belangrijker nog, een prachtig afscheidscadeau van deze zanger van het Amerikaanse levenslied.