MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Damien Rice - O (2002)

poster
4,0
Damien Rice verveelt niet

Soms is singer-songwriter-muziek bloedsaai. Een eenzame man die een beetje op zijn gitaar pingelt. Soms klinkt het eerste liedje als het tweede als het derde enzovoort. Maar Damien Rice is een verrassende uitzondering. Zijn debuut O is al van 2003, maar ik had ‘m tot voor kort nog nooit gehoord, terwijl zijn naam al enige tijd ergens in mijn gedachten rondwaarde.

Damien Rice is een Ierse zanger die heel intieme en betoverende liedjes maakt. Hij weet te boeien met heel erg weinig middelen. Én, hij blijft afwisselend. Wat daarbij overigens helpt is dat er af en toe violen worden ingezet en soms ook een zangeres. Maar Damien en zijn gitaar spelen wel de centrale rol op deze plaat. Vreemde eend in de bijt is wel Eskimo waarop zelfs operazang te horen is. Als experiment wel aardig, maar na een paar keer draaien is de nieuwigheid eraf.

Dat geldt niet voor al die andere liedjes. Die kan ik voorlopig wel blijven horen. Allmusic.com vergelijkt Damien Rice met Bright eyes en Tom McRae. Daar kan ik me redelijk in vinden, al zijn dat nou precies voorbeelden van singer-songwriters die mij níet blijven boeien. Waarom Rice dan wel? Moeilijk te omschrijven. Er is een soort emotionele klik en die emotie mis ik bij onder andere deze twee eenzame zangers.

Zoals zo vaak heeft de site van 3 voor 12 geluidsfragmenten.

David Holmes - Holy Pictures (2008)

poster
3,5
Alleen Holmes' eenvoud raakt

De Noord-Ierse dj en producer David Holmes timmert vooral aan de weg met scores. Hij maakte filmmuziek voor onder meer Oceans Eleven en de daaropvolgende films en Out of sight. En af en toe maakt hij een solo-album. Acht jaar na zijn laatste soloproject is halverwege 2008 The holy pictures verschenen.

Terwijl hij in zijn muziek tot nog toe zichzelf vooral wegcijferde en de muzikant achter de schermen was, maakt hij nu zijn eigen levensverhaal tot thema. Aanleiding voor The holy pictures is het overlijden van Holmes' moeder (al was dat alweer in 1996) en later het sterven van zijn vader. Holmes heeft met deze plaat de sfeer van zijn jeugd in Belfast willen neerzetten.

Holmes weet op bijzondere wijze uiteenlopende muziekstijlen aan elkaar te verbinden. De basis voor veel tracks is een Krautrock-achtig voortstuwend tempo - denk aan Neu! maar dan iets toegankelijker. Daarbovenop legt hij zweverige gitaren, à la Jesus and Mary Chain. En dan is er de onvermijdelijke electro. Geen pompende beats, maar subtiele sferen zoals we die van Brian Eno kennen.

Dat levert een wonderlijke mix op die eerst verbaast, dan verrast en dan steeds normaler begint te worden. Oké, zo kan het ook. Daaroverheen zingt hij op bijna alle tracks met een zuchterige, ijle stem. Eigenlijk is het meer zingzeggen, want uithalen doet hij niet en de zang ligt ook niet dik bovenop de gitaren en keyboards.

De sferen die hij zo oproept doen nieuw aan, al zijn zijn invloeden overbekend. Het vergt aanvankelijk wel even uitzoekwerk om die lagen te ontwarren en te vatten waar je naar luistert. In die combi zit Holmes' vernieuwing. Jammer aan deze plaat is dat die bijna nergens echt raakt. En dat terwijl hij zijn eigen leven als bron voor deze muziek heeft gebruikt.

Gek genoeg raakt de plaat pas aan het eind, als gas is terug genomen en Krautrock en shoegaze afwezig zijn. Holmes sluit af met The ballad of Sarah & Jack, een ode aan zijn ouders. Het is een vrij eenvoudig, instrumentaal nummer. Maar hier weet hij pas een intieme sfeer te creëren. En de wetenschap dat zijn overleden ouders de inspiratie voor dit nummer vormden, maakt het meteen al persoonlijker. Hier is Holmes op zijn gevoeligst.

Denison Witmer - Are You a Dreamer? (2005)

poster
4,0
Witmer houdt het klein

Lynn bracht mij op het spoor van Denison Witmer. Ze schreef over de laatste plaat van deze singer-songwriter en over de medewerking erop van onder meer Sufjan Stevens. Dat was reden genoeg om deze plaat te gaan beluisteren. Want voorlopig kan ik geen genoeg krijgen van Sufjan en ben ik nieuwsgierig naar alles waarop hij te beluisteren is.

Op deze plaat is het kenmerkende Sufjan-banjo-geluid terug te horen. Verder werkt hij op andere manieren mee aan de liedjes, maar vooral die banjo zorgt in bijvoorbeeld opener Little flowers voor een herkenbare sfeer. De plaat van Witmer doet me vooral denken aan Seven swans van Sufjan Stevens. Op de latere platen haalt Stevens veel meer instrumenten uit de kast, terwijl Sevens swans vooral een ingetogen singer-songwriter-plaat is. En dat is Are you a dreamer? dus ook. Verder is het echtpaar Don en Karen Peris van The Innocence Mission te horen, zowel met de karakterisitieke zang als met gitaar.

Witmer heeft een rustige stem die nauwelijks expressief is. Daarmee wil ik niet zeggen dat die stem niet mooi is, integendeel. Maar ook dat heeft hij gemeen met Sufjan, die de expressie en emotie vooral in teksten en melodieën zoekt en niet in vocaal geweld. Nog een overeenkomst met soulbrother Sufjan is de duidelijke aanwezigheid van religiositeit in de teksten. Mijn favoriete track Are you a dreamer? verwijst duidelijk naar Jezus. Hij vraagt onder meer:

Save
are you a saviour?


En om elke twijfel uit te sluiten over het onderwerp van zijn liedje besluit hij met:

Walk
walking on water
walking on water for you


Het mooie vind ik wel dat Witmer nogal de neiging heeft in dit liedje veel vragenderwijs te zingen. Het is geen regelrechte gospel, maar het gaat over geloofsvragen die hij blijkbaar heeft. Overigens blijft wel een beetje onduidelijk wat hij precies met dit liedje wil zeggen.

De plaat staat vol met dergelijke mooie en gevoelige liedjes. Rustig, ingetogen, ergens tussen folk en pop in. En ondanks de medewerking van artiesten die voor een deel hun eigen geluid meenemen, heeft Witmer op deze plaat toch een persoonlijke sound neergezet. Hij tokkelt er stilltjes op los en permitteert het zich pas in de finale (Finding your feet again) om een klein beetje uit te pakken. Het liedje wordt afgesloten met een klein beetje vocaal bombast. De muziek wordt ietsje zwaarder aangezet en Witmer en Karen Peris zingen in sacrale samenzang:

Go now in the light of your god
Go now in the love of your god
Go now in the peace of your god
Go now in the joy of your god


Hij had zoveel zwaarder kunnen uitpakken en daarmee zichzelf overschreeuwen. Nee, dit is een plaat voor liefhebbers van gevoel op de vierkante centimeter. Less is more, zal ik maar zeggen.

dEUS - Pocket Revolution (2005)

poster
4,0
Warmbloedige dEUS

Het is merkwaardig, maar twee liedjes op de nieuwe dEUS-plaat Pocket revolution klinken als die van JJ Cale. Net zo laid-back en ook de zang doet op deze liedjes (What we talk about (When we talk about love) en The real sugar) denken aan deze relaxte zanger. Het is tekenend voor de afwisseling op dit dEUS-album dat deze liedjes gecombineerd worden met echte knallers.

Alle muziekbladen en –sites hebben allemaal al beschreven dat de bevalling van deze CD moeizaam is geweest. Die duurde zes jaar en de bezetting van de band was ten tijde van de eerste opnames compleet anders dan bij de voltooing. Eén ding is zeker: het heeft een prachtig album opgeleverd. En ik vind ‘m ook erg goed klinken, productietechnisch gezien. Ik heb daar niet zo’n verstand van, maar bij deze plaat valt me wel op, dat de liedjes met zorg een aandacht zijn opgenomen. Zanger Tom Barman heeft dan ook allerlei mensen aangetrokken om mee te werken om zo van alle liedjes een zo mooi mogelijke versie op de schijf te krijgen.

Het album is veel minder springerig dan bijvoorbeeld In a bar, under the sea uit 1996. Je zou het jammer kunnen vinden dat er minder geëxperimenteerd wordt en minder gefreakt, maar een band als dEUS mag ook wel eens ergens arriveren en de experimenten bewaren voor de oefenruimtes en de beste versie op plaat zetten. Dat lijkt nu gebeurd te zijn.

Toch zijn er nog wel degelijk liedjes waarin dEUS lekker uit de band springt. Zo is Sun Ra een heerlijk onstuimig nummer dat een beetje doet denken aan The roses van In a bar, under the sea. In een tergend tempo bouwt de band het liedje op om na pas na anderhalve minuut de heerlijk jengelende gitaar in te zetten. Als het volume is opengetrokken en de stoom er vanaf slaat, neemt dEUS forse gas terug en begint de opbouw als het ware opnieuw onder zachte zang van Barman. Telkens komt het liedje terug in het stuwende ritme en zwelt de muziek weer aan.

Iets dergelijke gebeurt op opener Bad timing dat een van de beste liedjes van de CD is, wat mij betreft. Er worden zeven heerlijke minuten uitgetrokken om een doordenderend en dreinend thema op te bouwen tot een geweldige climax. Dan is dEUS op zijn best. Tenminste, de dEUS zoals ik die tot voor kort kende. Want ik heb ook een andere dEUS ontdekt. Niet alleen in de “JJ-Cale-nummers” maar ook in juweeltjes van balads als The real sugar en Nothing really ends. Hier zet Barman zijn meest zwoele en sexy stem op en schuift melancholicus Barman rocker Barman resoluut opzij. Op Nothing really ends wordt een sfeervolle xylofoon niet geschuwd en zo ontstaat een warm liedje dat qua sfeer bijna jazzy wordt.

Dez Mona - Moments of Dejection Or Despondency (2007)

poster
5,0
Antwerpenaren maken plaat van het jaar

Een enkele keer, hooguit een keer of twee in een jaar en soms weer een heel jaar niet, blaast een plaat je echt van je stoel. In mijn geval gaat het dan bijna altijd om platen die een glimp van geniale gekte hebben weten te vangen, muziek die aantrekt en afstoot tegelijkertijd. Muziek waaraan je moet wennen, maar waaraan je je eigenlijk ook subiet gewonnen geeft.

Robert Wyatt, Tim Buckley, Jeff Buckley, Antony & the Johnsons, Patrick Wolf, dat zijn zo van die geniale gekken die een geheel eigen muzikale wereld bouwen rondom hun persoonlijke merkwaardigheden, hun persoonlijke belevingswereld, hun persoonlijke levensverhaal. Zij geven je meteen het gevoel dat wat zij zingen diep doorleefd is en niet bedacht. Heb je hun liedjes eenmaal gehoord, dan laten die je niet meer los.

De Antwerpse band Dez Mona kan moeiteloos in dit rijtje worden geschaard. Zanger Gregory Frateur en contrabassist Nicolas Rombouts hebben enkele muzikanten bij elkaar gezocht waardoor een unieke mengeling ontstaat van singer-songwriter, kroegmuziek, tango, chanson, jazz. Met in de hoofdrollen de zeer opmerkelijke, gekwelde zang, piano, contrabas, accordeon en drums. Bijzondere bijrol is er voor de prachtige tenorsax-solo op Murderers home.

De zang van Frateur is de belangrijkste reden dat rijtje referenties te noemen. Ook deze Belg heeft een geheel eigen wijze van zingen die de muziek flink extra zeggingskracht geeft. Frateur heeft deze androgyne, knijperige manier van zingen zichzelf aangeleerd. Hij zocht bewust een zanggeluid dat het beste paste bij de emotie en het gevoel dat hij wilde overbrengen.

De bandnaam is afgeleid van Desdemona, de tragische figuur uit Shakespeares toneelstuk Othello. In dat stuk jut Iago iedereen op en zet personen tegen elkaar op. Uit wraak voor een misgelopen promotie maakt hij Othello wijs dat diens vrouw Desdemona hem ontrouw is. Dankzij de slinkse insinuaties en suggesties van Iago gaat Othello de leugen geloven. In zijn diepe verdriet brengt hij zijn eigen vrouw vervolgens om het leven.

Dit diep doorleefde drama klinkt door in Dez Mona's muziek. Met originele middelen - de onconventionele instrumenten, de uiteenlopende stijlen - bouwt de band op deze plaat een emotionele achtbaan, waar je niet onaangedaan uitstapt als de laatste track is afgelopen. Sterker nog, als toetje (de hidden track) gaat de emotie- en agressiemeter nog eventjes op twaalf en giltschreeuwt Frateur de plaat uit.

Het is ongelooflijk hoe deze muziek klinkt als een kruising tussen de emosound van Antony en de kroegmuziek van Tom Waits, pathetisch en rauw tegelijkertijd. Bijzonder is verder die mengeling van jazz en rock, waarbij ook de tango-stijl accordeon er lustig op los rockt. Moments of dejection or despondency is gedurfd, vernieuwend, aangrijpend, afwisselend, gevoelig, doorwrocht en prachtig en professioneel uitgevoerd. Ik geef 'm vijf sterren. Deze plaat heeft eeuwigheidswaarde en de tijd zal leren hoe goed ie werkelijk is. Tot die tijd: plaat van het jaar 2007.

Dungen - Ta Det Lugnt (2004)

poster
4,5
The Scientist schreef:
De meeste nummers die erop staan zijn behoorlijk goed maar zo bijzonder is het nou ook weer niet. Op een of andere manier missen veel nummers voor mij toch een bepaalde sfeer.


Je kon weinig met de loftuitingen op MuMe. Misschien kun je hier wat mee:


Dungen is een project van Gustav Ejstes, die via zijn vader (violist en muziekleraar) muziek met de paplepel kreeg ingegoten. Hij was een tijdje gefascineerd door samples maken en hip-hop, maar koos uiteindelijk voor psychedelische rock. Met Ta det lugnt heeft hij dan ook een zwaar psychedelische, avontuurlijke plaat gemaakt. De plaat vergt wel wat tijd voordat ie goed en wel landt. Maar voor wie muzikaal gezien wel van een avontuurtje houdt is die tijd een zeer zinvolle investering. Ta det lugnt is een intrigerende en zeer onderhoudende plaat.

Muzikaal gezien put Dungen uit tal van stijlen. Zowel rock, folk als jazz komen in de nummers voorbij en vaak zelfs binnen een nummer. Zo slaan de langere liedjes zoals Du e for fin for mig en Ta det lugnt halverwege om qua stijl om na een pop- of rockgedeelte ineens over te gaan in een stukje fijne dromerige jazz om later weer terug te vallen op scherpe en vinnige rock. Binnen de liedjes van Dungen kan dat allemaal.

De meeste liedjes zijn voorzien van onbegrijpelijke Zweedse zang die het geheel nog net een slagje exotischer maken. Een enkele track is geheel instrumentaal. Op de plaat komen flarden The Beatles, The Who, Jimi Hendrix, maar ook Sigur Rós voorbij. De jazz-fragmenten doen me soms denken aan Keith Jarett. Instrumentaal trekt Dungen ook van alles uit de kast. Vaak hoor je een klassieke rockband met een belangrijke rol voor snerpende gitaren. Maar Dungen schrikt ook niet terug voor piano, orgel, viool en zelfs dwarsfluit.

Deze melting pot van stijlen en instrumenten zet Dungen om in een authentieke, meeslepende en onvermijdelijke plaat. Hoewel Dungen de sound van allerlei bands in zich heeft, klinkt de plaat absoluut niet gedateerd en al helemaal niet onecht retro. Het is een soort innerlijke tegenstelling waar de recensent van Pithfork (waardering: 9,3) ook mee worstelde:

To be sure, there's a major difference between retro and somehow embodying your parents' vintage zeitgeist: It's damn-near impossible to believe that the humming tubes, crackling drums, smoky backdrop, and complexly interwoven melodies on Ta Det Lugnt were birthed in a quick-fix iPod age. But perhaps even more impressive is that, despite the music's headiness and intricacy, its anachronistic results feel unusually effortless, earnest, and unpretentious: Dungen seem driven to this sound not for bloodless cred points, but out of a very sincere devotion to the music from a bygone era.”