Patrick Wolf creëert wonderlijke muzikale wereld
The magic position is de derde plaat van de 23-jarige Patrick Wolf. En op deze jonge leeftijd maakt hij al zeer volwassen muziek. Diep, doorleefd, creatief, verrassend, oftewel een nieuwe plaat om naar uit te kijken. Met
Lycanthropy gaf hij vier jaar geleden zijn visitekaartje af. Daarop was eigenzinnige electropop te horen. Ruwe liedjes met een buslading emotie en gevoel. De verfijning en vervolmaking vond plaats op
Wind in the wires uit 2005.
Nu is de Londenaar toe aan verbreding en (een kleine) verandering. De hardheid en de ruwheid van de eerste twee platen is wat afgezwakt. De nieuwe plaat is iets minder extravert, wat niet wil zeggen dat Wolf nu een zachtaardig en in zichzelf gekeerde artiest is geworden. Maar de emotionele oerschreeuw die doorklonk op nummers
The childcatcher op zijn debuut en
Tristan op de tweede plaat is op plaat nummer drie bijna niet meer te horen. De muziek, en vooral de zang, is iets beheerster.
Wat rest is nog steeds een overemotionele plaat, vol gevoelens, creativiteit, kracht en energie. Maar Wolf neemt nu vaker wat gas terug. Nummers als
Enchanted en
Magpie (met Marianne Faithfull) zijn zeer zachtzinnig. De gekte zit nu minder in de uithalen en de schreeuwen, maar vooral in de instrumentatie. Opvallende geluiden (vuurpijlen in
Bluebells, game-bliepjes in
(Let's go) Get lost) uit zijn pc worden gekoppeld aan de warmte van piano en blazers.
Daarmee is de muziek ook minder kaal. Waar eerst volstaan werd met een laptop, een drumcomputer, een ukelele en een viool is de waaier aan instrumenten nu groter. Dat levert meer orkestrale muziek op, rijker, voller en warmer. Maar de knetterritmes uit Wolfs laptop komen ook hier terug, zij het spaarzamer. Het orkestrale uit zich ook in de opbouw van de plaat die overkomt als een klassiek stuk. De plaat opent met
Overture, sluit af met
Finale en neemt halverwege gas terug in intermezzo
X, zodat de plaat echt in twee delen verdeeld is.
Het is jammer dat de ruwe emotie weggepolijst is op deze plaat. De andere platen van Wolf blonken daardoor uit in authenticiteit en overtuigingskracht. De doorklinkende emotie was zó levensecht dat de muziek je werkelijk bij de kladden greep. Dat effect is op deze plaat minder aanwezig. Bijzonder is nu de verwerking van de verschillende sferen en stijlen. Nog beter dan voorheen combineert Wolf de hardere electronica en de warmte van klassieke, akoestische instrumenten.
(Let's go) Get lost is het toonbeeld daarvan. Hier gaan kille bliepjes, pacman-achtige geluidjes en een blazerssectie prachtig samen. Zo smeedt Wolf een wonderlijk monsterverbond tussen klankkleuren, instrumenten en sferen waarmee hij een nieuwe muzikale wereld creëert. Nu spreekt hij niet direct via zijn gezongen emotie, maar indirect via dit creatieve proces dat een zo eigen muziek oplevert.