MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Scott Matthew - Scott Matthew (2008)

poster
4,5
Jonge Bowie herleeft in minimalistische Matthew

Scott Matthew en Eels zouden wel eens een wedstrijdje kunnen houden. Wie is het neerslachtigst? Ik zou niet op een van beiden durven inzetten, want ze zijn zeer aan elkaar gewaagd. De zangstemmen lijken overigens totaal niet op elkaar, maar de minimalistische manier waarop een donkere kijk op het leven in muziek is omgezet, vertoont wel degelijk overeenkomsten.

Scott Matthew is een in New York wonende Australiër, die het beste in de scene van Antony en Rufus Wainwright te plaatsen is. De eerste keer dat ik zijn titelloze debuut draaide, raakte ik meteen verliefd op zijn stem die ongelooflijk veel op de jonge Bowie lijkt. Ik denk dat het komt door de combinatie van breekbaarheid, kwetsbaarheid en scherpte en zelfverzekerdheid. Ondanks de zwaaropdehand-zijnde muziek is Matthew geen huilebalk, maar er zit iets krachtigs en brutaals in zijn stem. Hij zingt alsof de wereld om hem draait.

Matthew verplaatst bij het zingen iets meer lucht dan we van Bowie gewend zijn, lees: hij heeft een wat hijgerige manier van zingen. Maar dat onderstreept de passie waarmee hij liefde, leugen en dood bezingt. Vaak zwaar aangezet, zoals The end waarin iemand de laatste adem uitblaast, terwijl de daarbij aanwezigen wachten op de dood:

"And as your first act begins
You realize they're all waiting
For a fall, for a flaw, for the end"


Maar soms ook zingt hij met een twist, met een grap met een scherpe ondertoon, zoals in Amputee:

"To ask is selfish of me
But when you leave my company
Do you sometimes feel like
An amputee?"


Als het misloopt in de liefde ("the mistake we call love") wil hij in Laziest lie niets van excuses weten:

"To apologize adds to insult (...)
Your words they scream
Beyond the blasphemy (...)
So please, please don't, please don't"


De muzikale basis voor Matthews liedjes vormen gitaar en piano. Soms begeleidt hij zichzelf op ukele, zoals op het zogenaamd vrolijke liedje Little bird. De muziek krijgt extra warmte doordat soms extra instrumenten worden toegevoegd. Dan weer klinkt er een hoorn, dan weer een accordeon of cello. Maar steeds met mate, op deze drumloze plaat. Het maakt de plaat tot een voorzichtig in elkaar gezet juweeltje, waar zorgvuldig gekozen is hoe met minimale middelen een maximaal effect kan worden bereikt. Wat mij betreft zeer geslaagd!

Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (2008)

poster
4,5
Magnifieke Sigur Rós vernieuwt, maar niet heus

De vier IJslandse postrockers van Sigur Rós zijn groot geworden. Op Rock Werchter waren ze volgens De Standaard het hoogtepunt en dit najaar treedt band op in Vorst Nationaal en de Heineken Music Hall. En dat is bijzonder, want Sigur Rós maakt zeer introverte en tegelijkertijd explosieve elvenmuziek. Breed uitwaaierende songs, ijle engelenzang, met een strijkstok bespeelde gitaren die voor dramatische effecten zorgt, dan weer ingehouden, dan weer ongegeneerd bombastisch, maar altijd onnavolgbaar en meer intuïtief dan rationeel.

Maar toch, de vonk is overgesprongen en het zij ze gegund, want de muziek van Sigur Rós behoort tot het beste wat dezer jaren te horen en zien is. Vooral spannend was hoe de band zich zou gaan ontwikkelen? Het tussendoortje Hvarf/Heim uit 2007 bracht veel akoestisch gespeelde bekende nummers. De laatste volwaardige plaat was Takk uit 2005 en daarop was al een grijpbaarder en meer poppy geluid te horen. Het was een mooie plaat, maar iets van de magie van toppers Agaetis byrjun en ( ) was verloren gegaan. Hoe zou het verdergaan met Sigur Rós nu ze naar het grote EMI zijn overgestapt?

Ik heb zeer goed nieuws (dat overigens niet zo nieuw meer is, gezien de talloze enthousiaste recensies die al verschenen zijn): Med sud i eyrun vid spilum endalaust (vertaald: 'with a buzz in our ears we play endlessly') is een prachtplaat die het mooiste van de klassieke albums en Takk combineert. Het is een plaat om geen genoeg van te krijgen. De nieuweling biedt afgeronde liedjes van 3, 4, 5 minuten én een paar languitgesponnen nummers die meer aan de klassieke Sigur Rós doen denken.

Afgaand op opener Gobbledigook en het daaropvolgende Inní mér syngur vitleysingur doen vermoeden dat het roer helemaal om is. Het eerste nummer is vrolijk en uptempo zoals we dat bij deze band nog niet eerder gehoord hebben. De vrolijkheid en uitbundigheid doen met name aan Animal Collective en Super Furry Animals denken. Dan volgt een Arcade Fire-achtig nummer, dat wel de extase en opzwependheid heeft die we van Sigur Rós kennen, maar dan niet de ijle, mysterieuze variant, maar de rijkgeïnstrumenteerde en uitbundige.

'...doen vermoeden...' schreef ik in de voorgaande alinea over de start van dit album. Want het lijkt zeven minuten lang alsof er een nieuwe Sigur Rós is opgestaan die de oude volledig achter zich heeft gelaten. Maar dat is gelukkig niet zo. De eerste twee nummers zijn visitekaartjes van de nieuwe band. Ze zeggen: dit kunnen we ook. Maar de band maakt ook nog steeds melancholische, ingetogen muziek. En ook dramatische, bombast zoals op hoogtepunt Festival. Het nieuwe geluid is de moeite, maar opvallend is dat dit nummer, dat zo op een oude plaat had kunnen staan, toch mijn favoriet is. Of dat iets over Sigur Rós zegt of over mijn conservatisme, weet ik eigenlijk niet.

Ik blijf gek op de Sigur Rós die er zwaar gitaargeweld, duistere drums, strijkers en engelenkoren bij haalt. En dat gebeurt op enkele nummers op het tweede deel van het album. Dan trekt zanger Jónsi zich weer terug in zijn onbegrijpelijke wereld, gaan zijn ogen dicht (zo stel ik me dat voor) en gaat zijn falsetstem de hoogte in. In 8, 9 minuten worden dan stiltes opgezocht om daarna de climax te zoeken en zonder ingetogenheid helemaal los te gaan, te zwelgen in het drama.

Soulsavers - It's Not How Far You Fall, It's The Way You Land (2007)

poster
4,0
Donkere en spirituele plaat

Het Britse electronicaduo Rich Machin en Ian Glover vormt de band Soulsavers. Maar ze maken geen plaat met z'n tweeën. Net als op het debuut, leunt de band ook nu weer zwaar op gastmuzikanten. En die gasten geven Machin en Glover dan meteen de hoofdrol. Op It's not how far you fall, it's the way you land (wat een onmogelijk lange titel is) is Will Oldham in de leadzang te horen, maar vooral Mark Lanegan die acht van de tien nummers heeft ingezongen. En daarmee is dit vooral ook een Lanegan-plaat geworden en daar is helemaal niets mis mee.

It's not how far... is een donker én een spiritueel album. Haal die diepdonkere stem van Lanegan voor de geest, concentreer je op het Jezusbeeldje op de hoes en je hebt meteen een eerste indruk van deze plaat. Opener Revival heeft een gospeltoon, inclusief koren, maar het is geen happydepeppie-muziek, zeker niet. De gordijnen moeten dicht, het licht gedimd en idealiter moeten de kaarsen of het haardvuur aan. O ja, een glas whiskey bij de hand ondersteunt de mood en de sfeer van deze plaat ook nog eens.

Hoogtepunt (en dieptepunt in sfeer en donkerte) is Spiritual, een cover van Spain die ook door Johanny Cash is gezongen. Lanegan roept Jezus zingend aan en laat hem in zijn diepste wanhoop weten dat hij niet alleen kan zijn: "Jesus. I don't wanna die alone." Het tempo is zeer laag, de tekst herhaalt zich en herhaalt zich en na vijfenhalve minuut ben je compleet in deze bede meegezogen. Nummers als deze nodigen vanzelf uit tot reflectie, introspectie, spiritualiteit. Het is lastig deze muziek met die van andere artiesten te vergelijken. Maar die combinatie van donker en spiritueel kom je bijvoorbeeld ook bij Daniel Lanois tegen en bij U2 op Achtung baby.

Op de tweede helft van het album staan meer covers, zoals Through my sails van Neil Young en No expectations van Rolling Stones. Gelukkig covert Soulsavers geen reeds afgekloven nummers en verder hebben ze een zo eigen stijl dat wat hoge covergehalte niet hinderlijk is. Het bijzondere aan die stijl is de veelzijdigheid. Elk nummer krijgt een eigen sfeer. Soms is dat soul, dan weer lounge, rock of donkere dance. Maar die stijlen liggen er wel steeds dik bovenop. Voor nuance en fijnzinnigheid is geen ruimte. Soulsavers smeert de muzikale boterham dik: vette geluiden, effecten, ritmes, gitaren. Lekker stevig aangezette muziek en lekker eigenzinnig.

Spinvis - Dagen van Gras, Dagen van Stro (2005)

poster
4,5
Spinvis geeft veel te genieten

Het tweedealbumcomplex blijft volgens mij niet beperkt tot artiesten. Ook als luisteraar kun je er last van hebben. Wie zich drie jaar gelegen prettig liet verrassen door de Nieuwegeinse Spinvis (Erik de Jong) en zich helemaal kon verliezen in prachtige, zweverige en dromerige liedjes als Bagagedrager, Astronaut en Herfst en Nieuwegein heeft een groot verlangen opnieuw zo te kunnen opgaan in een reeks nieuwe werkjes van deze huisvlijtkunstenaar. Nu, drie jaar later, zijn die nieuwe werkjes er en ze staan op Dagen van gras, dagen van stro. En terwijl Spinvis een heel zelfverzekerd tweede album heeft gemaakt, ben je als luisteraar voortdurend aan het vergelijken. Welke is nu beter, het debuut of deze opvolger?

De vraag is niet te beantwoorden. De meningen over het debuut zijn sterk beïnvloed door de complete verrassing van deze onverwachte muziek van eigen bodem. Dat staat een objectieve vergelijking danig in de weg. Je kunt nog zo reikhalzend naar de tweede plaat hebben uitgekeken, je mond valt er niet meer van open, zoals nog wel kon gebeuren bij de eerste. Laat ik daarom de tweede plaat op zijn eigen waarde schatten en ophouden de beide platen aan elkaar te meten.

Spinvis heeft een album afgeleverd met elf nummers, waarvan negen “gewone” liedjes. Explicateur is een sfeervol instrumentaal nummer. En Lotus Europa is experimenteel: in tien minuten tijd wordt een absurdistisch verhaal verteld met enkel wat geluiden en muziek op de achtergrond. Als experiment is het interessant en de tekst is ook intrigerend, maar als nummer op een mooie luisterplaat misstaat het een beetje.

Op deze tweede plaat vallen opnieuw de knip-en-plakteksten op. De teksten hebben zo weinig samenhang, maar worden met grote vanzelfsprekendheid gebracht. Het is vervreemdend en poëtisch tegelijkertijd:

de stad kleedt zich uit
zuipt als een bruid
” (uit Ik wil alleen maar zwemmen)

kijk
iemand zwaait en roept
en blauw staat je zo goed
er gaat een telefoon
je boek ligt in de tuin
’t is zo te zien nog vroeg
” (uit Aan de oevers van de tijd)

dit is het begin
maar het lijkt wel een einde
ik weet niet wat het is
ik voel me woest en leeg tegelijk
” (uit: Bijt mijn tong af)

Tekstueel valt er dus weer veel te genieten. Heel veel zinnetjes die achteloos klinken, maar die aan elkaar geplakt vreemd genoeg zeggingskracht krijgen. Maar ook intrigerende vergelijkingen die veraf staan van het cliché. “Zuipt als een bruid” is daar een mooi voorbeeld van, maar ook de bijbelverwijzing van de aarde die woest en ledig was voor de schepping: “ik voel me woest en leeg tegelijk”. In de meeste gevallen hebben de teksten geen eenduidige boodschap of verhaallijn. Wel is duidelijk dat ze erg beschouwend zijn. Spinvis observeert het leven, maar ook zijn eigen leven als het ware van een afstandje. Terugkerende onderwerpen zijn de tijd en menselijke relaties. Hoe verhoud je je zelf tot die tijd en gebeurtenissen en hoe verhoud je jezelf tot de mensen om je heen?

Muzikaal gezien is deze tweede plaat minder knutselwerk dan de eerste. Spinvis heeft verschillende muzikanten om zich heen verzameld, zodat er nu meer leven in de muziek zit. Echte drumpartijen, trompet- en cellosolo’s maken de liedjes net iets warmer dan louter computerwerk. Toch is het juist Spinvis’ kunst om met electronica sfeer en gevoel te creëren. Dat doet hij op deze plaat nog volop. Al moeten de liedjes het deze keer wat minder van rare geluidjes en sampletjes hebben.

De plaat staat vol met mooie liedjes, zoals Ik wil alleen maar zwemmen, Bijt mijn tong af en Kom in de cockpit. Het zijn liedjes die een lekker stuwend tempo hebben en zelfs een beetje swingen. Op de typische Spinvis-manier zijn hiermee toch heel melodieuse nummers ontstaan. Hij deinst ook niet terug voor een pittig drumritme of zware (bas)synthesizerklanken. Het is niet zo dat Spinvis alleen maar makkelijk in het gehoor liggende liedjes heeft gemaakt. Sterker nog, het duurt even voor bij de verschillende nummers het kwartje valt. Aan de oevers van de tijd is een breekbaar, dromerig liedje dat je direct raakt. Maar het meer fladderige Flamingo heeft even de tijd nodig om te landen. Zulke nummers maken het album meer dan de moeite waard. We hebben er weer een serie prachtige Spinvis-liedjes bij. Met nieuwe intrigerende melodieën, geluiden en teksten.