Roosbeef maakt alledaagse dingen surrealistisch
In het laatste stukje 2008 verscheen nog een prachtige plaat die niet veel eindejaarslijstjes heeft gehaald. Puur vanwege de datum, niet vanwege de waardering. Want Roosbeefs
Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten heeft hoge ogen gegooid onder critici. En ook muziekliefhebbers kunnen Roosbeef wel waarderen, getuige de reacties die de band kreeg op Noorderslag.
En al die enthousiaste reacties zijn wat mij betreft terecht, want deze plaat met de wonderlijke naam is één van de beste Nederlandse platen van de afgelopen jaren. Noem het de jongemeisjesversie van Spinvis en je hebt het idee met een kloon te maken te hebben. Maar dat is niet het geval. De referentie Spinvis dringt zich alleen maar op, omdat ook Roosbeef zo moeilijk in een hokje te duwen is, net zomin als Spinvis. Overeenkomst is verder dat beiden woordkunstenaars zijn, waarbij de Nederlandstalige zang een bijzondere meerwaarde heeft. Gelukkig zijn de teksten van Roos Rebergen ook nog eens heel goed te verstaan. De zang zit lekker vooraan in het geluidsspectrum.
Want haar teksten zijn de helft van het plezier, en dat is in de popmuziek heel bijzonder. In een lofzang op de voorbije zomer zingt Roos: "Ik draag graag blote benen". Als ze verliefd is op een foute jongen, stelt ze haar moeder gerust: "Mamaatje, mamaatje, geen loverboy wil me hebben. Al leg ik er zelf een gouden ketting bij." Ze roept de sfeer van de middelbare school op in Buitenboord: "Ik ruik de geur van schimmelbroodjes. In plastic zakjes. In prullebakjes." En zo zit het vol met kleine, poëtische beschrijving van heel gewone dingen.
Roosbeef verbindt surrealisme aan het gewone. Haar liedjes gaan over normale dingen, over verliefdheid, over dronkenschap, over een beugel, over haar oudelijk huis. Maar ze geef er een dromerige sfeer aan. Ze vertelt vanuit de beleving van een naïef meisje dat op de rand van volwassenheid staat. Als haar vriend haar inruilt voor een meisje uit de Randstad zingt ze bijna kinderlijk: "Ze zegt: ik kom uit de Randstad. Nou, wat moet je dan met hem? Heb je 'n OV of zo?" Maar haar opmerkingsgave en vooral haar taalgevoel zijn die van een volwassene.
Aanvankelijk was ik bang dat de truc van grappige teksten na een draaibeurt weer uitgewerkt zou zijn. Maar gelukkig, gelukkig is dat niet het geval. Roosbeef blijft vertederen. Én haar muziek is sterk genoeg om te blijven boeien. Er is duidelijk langere tijd gewerkt om een mooi, volwassen geluid neer te zetten. De vernieuwing zit misschien niet in die muzikale omlijsting, maar doorsnee is die zeker ook niet. De variatie tussen stijlen is groot. De gemene deler is de minimale stijl. Geen overdosis geluid, maar een smaakvolle begeleiding van de piepende, hoge en door merg en been gaande stem van meisje Roos.