MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bang Gang - Ghosts from the Past (2008)

poster
4,0
IJslandse Bang Gang is dromerig en filmisch

In IJsland kun je risicoloos een platenzaak binnenstappen en om een stapeltje plaatselijk talent vragen. Amper 300.000 inwoners, maar een ongekend hoog aantal muzikale type waarvan alleen Björk en Sigur Rós behoorlijk internationaal bekend zijn (Björk nog een paar malen bekender dan Sigur Rós, maar daar wordt hard aan gewerkt). Maar er is ook nog electro/klassiek-experimenteerder Jóhann Jóhannsson, singer/songwriter Mugison, electorband Múm, danceformatie Gus Gus en indierockband Slowblow.

En dus ook nog popband Bang Gang. Something wrong uit 2003 was nog een vakantiesouvenir. Maar opvolger Ghosts from the past zag ik gewoon in een Brusselse platenzaak liggen en die moest dus mee naar huis. Want Something wrong had me destijds betoverd en nu was ik benieuwd hoe Bang Gang zich verder had ontwikkeld. En van een ontwikkeling is zeker sprake. Sterker nog, aanvankelijk viel de nieuweling me wat tegen, maar na een stevig aantal draaibeurten ben ik alsnog verkocht.

Bang Gang is de bandnaam van Bardi Johannsson, een multitalent dat naast deze eenmansband ook nog een zijproject met Keren Ann (Lady & Bird) heeft, korte films maakt en voor anderen muziek schrijft. Op voorganger Something wrong schakelde hij tal van gastzangeressen in, met een hoofdrol voor Karen Ann. De plaat staat vol dromerige, melodieuze en zweverige liedjes. Johannsson heeft een zachte, ijle stem en de aanvulling van vrouwenzang zorgde net voor de nodige afwisseling.

Nu heeft Johannsson een prominentere rol op zijn eigen plaat. Ghosts from the past wordt nu door zijn zang gedragen. Karen Ann zingt mee op het bloedmooie Don't feel ashamed, maar voor overige zijn de Bang Gang-vrouwen alleen op de achtergrond te horen. Tegelijkertijd is de muziek iets steviger geworden. Op I know you sleep en Black parade is een heuse gitaarriff te horen. De nummers zijn sneller, iets harder en stuwender.

Denk nu niet dat Bardi een rocker geworden is. Nog steeds is hij de tere ziel die breekbare en melodieuze liedjes maakt en die openlijk en aandoenlijk zijn liefdesverdriet bezingt (Ghost from the past). Het dromerige is gebleven, het zweverige is er iets af. Maar Bang Gang blijft bovenal de meester van de kunstige liedjes waarbij in een nummer als Ghost from the past het refrein even mooi (en lang) is als de coupletten. Alles even mooi in balans, evenwichtig, harmonieus. Met op dat nummer als verrassende afsluiter een emotioneel galmende operastem.

Dankzij de medewerking van M83's Anthony Gonzalez zijn de laatste twee nummers iets anders van karakter geworden. Gonzalez heeft zijn kunde om muziek filmisch te maken meegenomen en dat past wonderwel op de stijl van Bang Gang. Johannsson is er op een wonderlijke manier in geslaagd zijn eigen sound te behouden, maar toch iets nieuws neer te zetten. Iets minder toegankelijk dan de vorige plaat, iets minder poppy ook, maar uiteindelijk een wonderschone schijf die het verdient veel gedraaid te worden.

Beirut - Gulag Orkestar (2006)

poster
4,0
Beirut slokt je op in slavische sfeer

Deze plaat geeft zijn schoonheid niet zomaar prijs. Daarvoor moet je eerst investeren. En dat betekent draaien tot ie grijs is. Maar dan ontvouwt zich een bijzonder en gevoelig muzikaal landschap en kun je bijna niet meer begrijpen waarom deze plaat je niet meteen naar de keel vloog.

De moeilijkheid zit 'm in de toon van de plaat. Die wordt volledig beheerst door slavische klanken, gespeeld door een Oost-Europees aandoend zigeunerorkest. Droevige klanken van doorleefde trompetten klinken al vanaf de eerste tel van deze plaat. Ze herhalen keer op keer de melodie en worden ondersteund door stemmige mannenzang. Er wordt wat afgetreurd op Gulag Orkestar en de melancholie slaat in grote porties je om de oren.

Het valt bij de eerste paar keer draaien niet te geloven dat dit niet het werk is van een Hongaars dweilorkestje, maar van een 19-jarige Amerikaan, Zach Condon. Het duurt dan ook een poosje voordat je de popsongs in deze muziekstijl ontdekt. En als die prachtsongs eenmaal ontdekt zijn, raak je vanzelf verslingerd aan de plaat. Tenminste, dat overkwam mij.

Zoals gezegd dus heel veel trompetten, maar ook andere volksinstrumenten zoals de accordeon spelen een dominante rol. De dikke slavische saus die is uitgegoten over de muziek geeft die een bijzondere sfeer. En die sfeer is zeer overtuigend neergezet. Geen kraakheldere klanken, maar doorleefde muziek. In de opnames is er een bepaalde klank over de plaat heengelegd die ervoor heeft gezorgd dat dit verre van kil klinkt, maar juist levensecht, melancholisch, treurig en authentiek.

Condon zingt met veel gevoel en heeft daartoe een klagelijke Rufus Wainwright-achtige stem in huis. Hij maakt zodoende een plaat waarin je kan verdrinken. Pas dus op dat je niet al te vaak naar de wodka grijpt bij beluistering. De stijl van de plaat is uniform en de liedjes vormen daardoor een mooi geheel. Toch maakt Condon wel eens een opvallend uitstapje. In dat opzicht is Scenic world een meldenswaardig nummer. Waar heeft Condon deze ouwbollige keyboard vandaan gehaald? En toch komt hij met deze pompiedom-electronica-klanken weg omdat hij die onverwacht combineert met trompet en accordion.

Beiruts debuut Gulag Orkestar is ongetwijfeld een van de merkwaardigste platen van dit jaar tot nu toe. Merkwaardig, maar ook hartveroverend mooi. Langzaam en stapje voor stapje pakt Condon je helemaal in. Hij slokt je op in de sferen die hij zo mooi heeft neergezet. En ineens ben je om en blijk je liefhebber te zijn van wodkadrinkende mannen die onzuiver hun toeters bespelen. Een ongelooflijke prestatie.

Beirut - Lon Gisland (2007)

poster
3,5
EP aardig extraatje na verrassend debuut

Beirut verraste met debuutalbum Gulag Orkestar, een volwassen plaat van een zeer jonge (19 jaar!) muzikant. Lon Gisland (beetje flauwe titel) is de EP die dit jaar bij het debuut wordt geleverd. En het is niet meer dan dat: een extraatje bij Gulag Orkestar.

Ook op Lon Gisland voeren de zigeuner- en slavische invloeden de boventoon. Dat betekent popliedjes in een dweilorkestsetting, gespeeld door accordeon, trompet, ukelele. Ook nu is het weer melancholie ten top, al lijkt de toon op deze EP iets opgewekter dan op het debuut. De zang is weemoedig, tegen het zeuriderige aan. Eerder vergeleek ik die zang met Rufus Wainwright, al doet de stijl van de muziek zelf daar in het geheel niet aan denken.

Op Lon Gisland staat één nummer (Scenic world) dat ook al op de vorige plaat stond. Toen was dat al een pareltje, nu is het dat ook. Het is zelfs het beste nummer van de EP. Dat is jammer, want als het beste nummer een nummer is dat al bekend was, moet de rest een beetje tegenvallen. Daarbij heeft Scenic world nu niet het verrassende dat het op Gulag Orkestar wel had. Toen werd het, heel tegendraads, gespeeld op een gammel keyboardje, nu is het in dezelfde stijl als het hele album gedaan, namelijk met accordeon en trompet.

Ach, de EP telt maar vijf nummers, waarvan een instrumentaaltje. Niet te hoog gespannen verwachtingen hebben dus. Gewoon genieten van dit toefje op de slagroom. Maar the real thing blijft toch het debuut. Nu maar hopen dat Beirut niet te lang wacht met het maken van een volwaardige opvolger.

Ben Folds - Songs for Silverman (2005)

poster
4,0
Ben Folds kan serieus doen, blijkt nu

Al jaren luister ik met plezier Whatever and ever amen uit 1997 van het trio Ben Folds Five. De band maakt op deze plaat springerige, bozige kwajongens-pianopop. Leuk, snel, geestig, maar af en toe ook hoogst irritant. Andere platen van de band ken ik niet. Maar onlangs heeft deze piano man mijn aandacht weer getrokken met een solo-plaat. En deze plaat is nog net zo slim en geestig, maar het is allemaal iets volwassener. En daardoor is er meer ruimte voor gevoelige liedjes en weet Ben Folds net iets meer maat te houden.

Op allmusic zag ik als inspiratie voor Ben Folds ondermeer Joe Jackson en Billy Joel genoemd en dat vind ik een rake observatie. Hij is een soort kruising tussen beide. Joe Jackson is misschien nog iets springerig en extrentrieker, Billy Joel vind ik melodramatischer en meer candle light. De mix levert een originele liedjes met pit en zonder plat te worden.

Dominant in de muziek van Ben Folds is de piano die naar hartelust bespeeld wordt. Voortdurend is die op de voorgrond hoorbaar. En Folds weet ‘m in te zetten om liedjes een vrolijkheid mee te geven, maar laat op deze plaat ook andere kanten zien. Soms zwiert er een jazzy pianomelodietje door zijn liedjes, dan weer houdt hij zijn piano in toom en wordt de gevoelige snaar geraakt. Hoogtepunt van dat laatste genre is Late, een liedje over muzikant Elliott Smith die in oktober 2003 zelfmoord pleegde:

Elliott, man, you played a fine guitar
And some dirty basketball
The songs you wrote
Got me through a lot
Just wanna tell you that


De clip van single Landed is te zien op de de site van Ben Folds, bij promos onder footage.

Bertrand Burgalat - The Sssound of Mmmusic (2000)

poster
4,5
Corsicaanse romantiek

Bertrand Burgalat is een ongelofelijke creatieveling. Als je zijn plaat The sssound of mmmusic luistert, spat die creativiteit er tenminste vanaf. Deze Corsicaan werkt voornamelijk op de achtergrond. Hij heeft gewerkt met onder meer Soul II Soul, Jamiroquai en Depeche Mode. Verder zong hij op een remix van Sexy boy van Air en tourde met Air als bassist.

Met zijn debuutplaat The sssound ot mmmusic kwam hij in 2000 uit zijn schulp. En gelukkig maar. Want wat is dat een fijne plaat. Romantisch, rustig, dromerig, lounge-achtige electro-pop. De sfeer van de plaat doet sterk denken aan Moon safari van Air, nog zo’n Franse electronica-band. Ik vind het zelfs moeilijk om te zeggen welk van beide platen ik beter vind. Misschien is The sssound of mmmusic net iets te gelijkmatig, waardoor het minder verrassend is. Maar het kan ook zijn dat ik niet zo verrast ben omdat ik die sound al van Air ken. Wel maakt de muziek van Burgalat een wat fijnzinniger indruk en is het wat minder zwaar aangezet en minder pathetisch als dat van Air. Vergeleken met Burgalat is Air toch een beetje van dik hout...

De meeste nummers op de plaat zijn instrumentaal. Op een enkel nummer wordt gezongen, zoals opMa rencontre. Bertrand zingt daarop zachtjes en heel sfeervol. Het lome tempo en dito percussie van het liedje doet zelfs een beetje denken aan de Franse protestzanger George Moustaki, die eind jaren zestig opkwam. Het kabbelende liedje krijgt over de helft een geestige draai als een supervalse sax-solo wordt ingezet.

Burgalat schurkt met de plaat tegen de jaren zestig aan. Daardoor ontstaat een fijne combinatie van warme pop en frisse electronica. Overigens – en daarin is Burgalat echt sterker dan Air – trekt hij niet alleen computers en keyboards uit de kast. Diezelfde warme, poppy sfeer kan hij ook met “echte” instrumenten creëren. Op Chaque jour speelt hij akoestisch gitaar, op L’observatoire is het intro fluit te horen en wordt ook electrisch gitaar gespeeld en het prachtige Le pays imaginaire sluit zelfs heel fraai af met strijkers.

Dat maakt deze plaat toch wel heel bijzonder. Burgalat heeft veel in huis: hij verwerkt veel stijlen en invloeden en hij combineert op een heel natuurlijke manier electronica en akoestische instrumenten. Toch nog maar eens Moon safari gaan luisteren om zeker te zijn dat die plaat overeind blijft nu ik deze Franse meester ken.

Boeijen Hofstede Vrienten - Aardige Jongens (2008)

poster
3,5
1+1+1 is helaas niet meer dan 3

1+1+1. Is dat automatisch meer dan 3? Ik vrees van niet. Trio Frank Boeijen, Henk Hofstede en Henny Vrienten, het klinkt als een droomgezelschap. En hoe mooi hun stemmen elkaar ook aanvullen, de plaat is niet beter dan het solowerk van de drie mannen. Hoe mooi sommige liedjes ook zijn, het totaal heeft geen magische meerwaarde omdat hier drie Nederlandse grootheden samenwerken.

De zangers van de Frank Boeijen Groep (al jaren solo), The Nits en Doe Maar koesterden al lang de wens eens een gezamenlijke plaat te maken. In de jaren tachtig kwamen ze elkaar tegen in clubs en op festivals. In 1991 waren zowel Henny Vrienten als Henk Hofstede op Boeijens plaat Wilde bloemen te horen. Het leverde de prachtige liedjes Twee gezichten en Het ijs op. De magistrale plaat Nacht, de soundtrack (2006) van Vrienten stond vol verrassende samenwerkingen, en dus ook met Hofstede (Nachtzwemmen) en Boeijen (De maan van Antwerpen).

De combi werkt dus goed, maar niet een hele plaat lang. Alledrie schreven vier nummers en steeds is goed te horen wiens lied het is. Bleekwater zou je aan de titel al kunnen herkennen als een typische Hofstede. Ronda is echt iets van Boeijen, maar dan helaas van het mindere soort. Het is een vakantieherinneringslied dat qua sfeer niet had misstaan op het mindere Vaderland. Vrouw voor het raam heeft een herkenbaar Doe Maar-ritme en zou je kunnen aantreffen op Klaar.

Goed, drie liedjesschrijver met elk vier eigen nummers. Dan nog kunnen de zangers en muzikanten elkaar dermate goed aanvullen dat er iets nieuws ontstaat. En juist dat gebeurt slechts ten dele. De achtergrondzang van Boeijen op Vrientens De bruid is prachtig. Hij geeft het lied nog net iets meer dramatiek mee. Het gezamenlijk gezongen refrein op Zonder mij wint aan kracht door de samenzang. Maar voor het overige gebeurt er niet veel extra's, zoals bij eerdere incidentele samenwerkingen wel gebeurde.

Wat resteert? Een verzameling aardig en soms meer dan aardige liedjes. Jammer voor Boeijen, maar Vrienten en Hofstede zijn duidelijk zijn meerdere. In deze combi steekt Boeijens zwoele romantiek wel magertjes af bij de creativiteit en scherpte van zijn collega's. Hofstede is daarbij, zoals altijd, het meest out-of-the-box. Luister: Bleekwater. Maar met Ik dwaal u wacht is hij dan ineens veel klassieker singersongwriterig en ook daarmee verrast hij weer.

De twee mooiste liedjes zijn voor rekening van Vrienten. Hij is niet alleen creatief, maar raakt ook nog. Hij brengt het echte leven in en geeft zijn liedjes een reëel zwart randje. Zonder mij is een indrukwekkende ode aan Hugo Claus, gebaseerd op het gesprek dat beiden hadden tijdens hun laatste diner, enkele dagen voor Claus' zelfgekozen dood. "Het allerergst is de rat in mijn hoofd die vreet aan m'n woorden", citeert hij Claus uit dit intieme afscheidsgesprek. Als je de tekst tot je door laat dringen, gaat er een huivering door je heen.

Hoogtepunt is De bruid, het dramatische relaas van het einde van een huwelijk. Man kan niet meer voldoen aan de verwachtingen van Vrouw. Zij verlaat hem, hij blijft achter, nog steeds vol liefde. Het huwelijk was altijd onevenwichtig. Vrienten noemt in een toelichting het voorbeeld van een oudere boer die trouwt met een jongere vrouw en hoopt een mooi leven samen te kunnen kopen. Maar het werkt niet en aan het eind blijft die arme boer alleen achter. Die eenzaamheid is in dit lied voelbaar, hoe eenvoudig en klassiek ook de melodie en de instrumentatie.

Bon Iver - For Emma, Forever Ago (2007)

poster
4,5
Pareltjes, geboren uit ellende en wanhoop

Justin Vernon zat al in allerlei Indi-bandjes waarvan ik nog nooit had gehoord. Maar na de breuk met de zoveelste band besluit hij het op zijn eentje te proberen. Hij sluit zichzelf vier maanden op in een blokhut in Wisconsin en slaat aan het componeren en spelen. De spookachtige mooie debuutplaat For Emma, forever ago is in 2007 het resultaat. Hoewel de sfeer van de muziek dicht aan ligt bij een reeks andere gevoelsartiesten (Elliott Smith, Nick Drake, Iron & Wine, Bonnie 'Prince' Billy) draagt de plaat heel nadrukkelijk een eigen stempel.

Om te beginnen heeft Vernon een prachtige stem. Met een andere zang was deze plaat nooit geworden wat het nu is. Vernon zingt zowel heel warm als dun, ijl en daardoor wat spooky. Aan de zangpartijen is op de plaat ook veel aandacht besteed, want in verschillende nummers zijn meerdere zanglagen op elkaar gelegd waardoor de muziek in de verste verten niet meer op een eenmansproject lijkt. Hoewel de basis misschien man met gitaar is, klinkt zijn muziek veel voller en afwisselender dan die van basic singer/songwriters.

Vrolijk zijn de liedjes eigenlijk nergens. Op deze plaat bezingt en verwerkt Vernon de breuk met zijn bands, de breuk met diverse liefdes. Veelal zijn de teksten heel beelden, maar lang niet altijd erg duidelijk. Wel is de treurigheid direct voelbaar. En als hij in The wolves (act I & II) zingt: "Someday my pain / will mark you (...) What might have been lost - don't bother me", dan is wel duidelijk dat hier een in de liefde diep gewonde man aan het woord is.

Het is ongelofelijk hoeveel zeggingskracht uitgaat van muziek met zo minimale instrumentatie. Dankzij de betovering voert Vernon je mee en slechts zelden gebruikt hij iets extra's. Soms wat percussie hier, of wat koper (For Emma) daar. Maar in de meeste gevallen is het simpel, en zoekt hij de afwisseling in een ander tempo en vooral in zijn bijzondere stembuigingen. Vooral het repetitieve, bijna scanderende, refrein van Skinny love is meeslepend. Wat begint als klein en zacht, krijgt pit en tempo en gaat zelfs bijna vrolijk te klinken. Maar dan ligt toch de wanhoop snel weer om de hoek en zoekt Vernon de overvloedige stemmingsbron. Een echt vrolijke boel wordt het daardoor nooit. Maar dat uit iets verdrietigs zoiets moois voort kan komen, is een dijk van een cliché, maar Bon Iver bewijst dat dit cliché waarheid is.

Bruce Springsteen - Devils & Dust (2005)

poster
4,0
Mooie opvolger van The rising

Deze plaat is een paar maanden oud en nu begin ik ‘m ineens te waarderen. Ik weet eigenlijk niet waarom ie me eerst tegenviel. Misschien moest ik The rising nog uit mijn gedachten wegwerken. Dat vond ik namelijk een sterke plaat, vooral omdat die op een zo mooie en integere manier over Amerika na 9/11 ging. Hoe kon Springsteen dat nou nog evenaren?

De laatste dagen pakte ik het album weer op en luisterde nog een paar keer rustig en aandachtig. Dit album heeft hij zonder E Street Band opgenomen. Daardoor is het een minder stevig rockalbum dan we van Springsteen gewend zijn. Maar het is ook niet zo’n ingetogen solo-album zoals hij er ook al een paar heeft gemaakt. Het zit er een beetje tussenin en de sfeer lijkt toch best veel op The rising.

Springsteen opent meteen ambitieus met het liedje Devils & dust dat gaat over soldaten die vechten in Irak. Ze hebben dan wel God aan hun zijde (zoals ze zelf geloven) maar als hun leven in gevaar komt, resteert er niets dan duivels en zand. Springsteen zet heel scherp de bijna religieuze missie van de VS tegenover de individuele verschrikkingen en angsten van de soldaat die die missie moet uitvoeren.

I got God on my side
I'm just trying to survive
What if what you do to survive
Kills the things you love
Fear's a powerful thing
It can turn your heart black you can trust
It'll take your God filled soul
And fill it with devils and dust


Een liedje als dit benadert de beste liejdes op The rising al is het niet iets minder. Op The rising greep de vertolking van het persoonlijke leed me toch meer naar de keel. Zeker op liedjes als Into the fire over de brandweermannen in de WTC-torens en You’re missing over een geliefde die niet meer thuis is gekomen.

Toch staan er op deze nieuwste plaat wel degelijk heel erg mooie liedjes. Reno bezingt een man die verlaten is door zijn vrouw en van pure ellende een hoer bezoekt. Het schuurt en het wringt, zeker omdat de sex zo expliciet beschreven wordt. En de hoer denkt het heel goed te hebben gedaan, maar de man is in gedachten alleen maar bij zijn verloren geliefde. Jesus was an only son beschrijft de moeder-zoon-relatie tussen Jezus en Maria. Mooi hoe hij juist deze bijzondere band tussen twee mensen belicht. Het liedje eindigt ermee dat Jezus zijn huilende moeder troost als hij stervende is aan het kruis.

Matamoros banks gaat over een Mexicaan die probeert te vluchten naar Amerika. Ik begreep uit de begeleidende tekst dat er jaarlijks heel veel Mexicanen omkomen tijdens deze barre vluchttocht. Ook de hoofdpersoon heeft het niet overleefd. Springsteen vertelt het verhaal achterstevoren en begint bij de dode man die is verdronken in de rivier:

For two days the river keeps you down
Then you rise to the light without a sound
Past the playgrounds and empty switching yards
The turtles eat the skin from your eyes, so they lay open to the stars


De gruwel blijft ons niet bespaard.

Al met al tekstueel heel mooie liedjes die doorgaans redelijk sober worden gebracht. O dit album doet Springsteen nog het meest denken aan zijn inspirator Bob Dylan. Vooral op een liedje als The hitter dat helemaal in het begin eventjes op The times they are-a-changin’ lijkt. Dit liedje is een echte Dylan omdat het zo’n nummer is met alleen maar coupletten en geen refrein en waarin een compleet verhaal wordt verteld met veel spreekzang en weinig instrumentale fratsen. Op andere liedjes is Springsteen iets uitbundiger en wordt er ook nog wel eens een achtergrondkoortje uit de kast gehaald. En op Leah komt zelfs een schoon trompetsolootje voorbij. Het is jammer voor de jongens, maar ik heb de E Street Band op deze plaat eigenlijk niet gemist.

Te beluisteren op deze site.