MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Get Well Soon - Rest Now, Weary Head! You Will Get Well Soon (2008)

poster
4,5
Onwaarschijnlijke variatie op Berlijns debuut

De creativiteit en kwaliteit van mensen kan me nog steeds blijven verbazen. Ik heb grote bewondering voor artiesten die op jonge leeftijd iets neer kunnen zetten. En met dank aan de techniek zijn dat lang niet altijd meer singer/songwriters. Muzikanten/eenmansprojecten als Patrick Wolf, Alaska in Winter, Radical Face, Loney Dear, Beirut, Andrew Bird en Bright Eyes kunnen mij met stomheid slaan. Hoe is het mogelijk dat één artiest zoveel vernieuwing en creativiteit in zich heeft? En hoe is het mogelijk dat iemand in zijn eentje zo'n rijke, volle plaat kan maken?

Aan dit rijtje kan gerust het Berlijnse project van Konstantin Gropper (25 jaar!) worden toegevoegd. Hij heeft onder de naam Get Well Soon een briljantje van een debuutplaat uitgebracht, met de merkwaardig lange titel Rest now weary head, you get well soon. Gropper heeft nagenoeg de maximumlengte van de cd benut en is afgekomen met zeventig minuten prachtige, maar vooral zeer veelzijdige muziek, die het midden houdt tussen folk, rock en zigeunermuziek.

Veel van eerder genoemde namen zijn terug te horen in de muziek van Get Well Soon. Er is de folky klank van Bright Eyes, de drukte van Arcade Fire, de trompetten van Beirut, de emotionele warmte van Madrugada en de ijle melodiën van Radiohead. Is de sound dan bij elkaar gejat? Of ben je dan vooral heel breed en gevarieerd? Het laatste, lijkt me. De eigenheid van Get Well Soon is de rijkdom aan stijldom, de variatie aan emotie en melodie, de afwisseling van melancholie en gekte.

Die variatie is met recht de sterkste troef van Get Well Soon. Gropper haalt zoveel uit de kast dat de plaat overkomt als een proeve van bekwaamheid. "Luister maar, wereld, dit is wat ik kan!", lijkt hij ons wel toe te roepen. Met alle bijbehorende branie vandien. Maar dankzij die variatie zakt de plaat niet door zijn hoeven van pretenties. Bij tijd en wijle is de muziek namelijk loodzwaar en bijna emo, dat dit gekkigheid een goede compensatie is.

Het sterkste is dat in If this hat is missing, I have gone hunting (die maffe titels doen mij nog een beetje puberaal aan). Stemmige, Argentijns getinte accordeon zet in, zangere viool neemt het over en dan zet Gropper krachtig in met zijn donkere Glen Hansard-stem. De emotie gaat diep als hij zijn vriendin toezingt dat hun leven zinloos is en dat er niets anders rest dan er samen een eind aan te maken. En dan komt er een breuk in het nummer en komt er een spreekkoor tussendoor, die op kinderlijke wijze de schietopdracht geeft: 'Shoot baby, shoot baby, pull the trigger.' Met deze lichtvoetige interventie behoudt het nummer een prachtige balans. En het wonderlijke is dat het spreekkoor aanvankelijk een vreemde onderbreking is, maar dat de emozang en het koortje aan het eind van het nummer prachtig samengaan en naar een ongekende climax stuwen.

In de categorie geintjes schaar ik ook Born slippy, een laidback cover van de oorspronkelijk pompende Underworld-song, en Witches! witches! rest now in the fire, een onbestemd meanderend middle of the road-nummer. Daar staat zware melancholie tegenover zoals in I sold my hands for food so please feed me, dat zelfs een snerpende gitaarclimax kent die we van Sigur Rós kennen. Meermaals klinkt Grobber als Radiohead's Thom Yorke. Grappig genoeg niet vanwege zijn stem, die heeft duidelijk een andere klankkleur, maar vanwege de melodielijnen. Die hebben soms datzelfde zangerige, zeurderige als die van Yorke (denk aan: Street spirit, You never wash up after yourself, Knives out). Maar de typische Radiohead-sound in We are safe inside while they burn down the house gaat bij Gropper weer moeiteloos samen met zigeunertrompetten waardoor het nummer een heel verrassend verloop krijgt.

Girls in Hawaii - Plan Your Escape (2008)

poster
4,0
Ik ben dus iets enthousiaster dan Aero, lees hieronder:

België stikt van de getalenteerde Vlaamse bands: dEUS, Zita Swoon, Dez Mona, Daau, Gabriel Rios, Soulwax, Front 242. Maar van het Waalse front wordt veel minder vernomen. Girls in Hawaii lijkt het Waalse vlaggenschip te worden. Hier en daar wordt deze band al de Waalse dEUS genoemd, niet vanwege de stijl van de muziek maar vanwege de status.

Na het veelbejubelde debuut From here to there is sinds kort nummer twee uit: Plan your escape. Met deze plaat, die hier in Brussel in grote stapels opgetast staat in de betere platenzaken, heeft deze band mij als fan gewonnen. Girls in Hawaii's muziek is een mooie combi van sfeer en doordachtheid. Je kunt de plaat niet meteen geheel bevatten waardoor je wordt uitgenodigd het schijfje keer op keer te draaien. Maar je hebt ook niet het idee naar een studeerkamerwerkje te luisteren. Er zit voldoende sfeer en gevoel in om van meet af aan te boeien en te intrigeren.

Het is moeilijk Girls in Hawaii in een hokje te plaatsen. Nu hoeft dat natuurlijk ook niet, maar referenties aan andere bands geven wel een indruk van de sfeer en de stijl. Na regelmatig draaien kom ik op een combinatie van Johan, The Shins en Flaming Lips. Van Flaming Lips hebben ze de verrassing, het ongrijpbare. Van The Shins hebben ze het dromerige. En van Johan én van The Shins hebben ze de hang naar het perfecte popliedje.

Vooral het begin van de plaat, met The farm will end up in fire, doet aan de Nederlandse band Johan denken. Het aardige is alleen dat dat niet meteen het geval is. De plaat begint met een repeterend ritme, zachtige zang en vervreemdende refreintjes. Al met al een nummer waar je weinig greep op krijgt. Maar dan, na drie minuten, breekt de zon door (in de muziek en in de tekst) en komt Johan om de hoek kijken. Dit lastig te vatten nummer krijgt dan ineens een zeer melodieus einde en in het herhalend refreintje met opgewekte gitaren klinkt Johan door.

In hun streven naar mooie pop doet de muziek soms Beatlesesque en Beach Boyish aan. Maar die invloeden zitten diep in de muziek, die druipt er niet van af. Girls of Hawaii heeft vooral een eigen sound. Met veel verschillende instrumenten (o.a. klokkenspel, accordeon) en allerlei achtergrondgeluiden (zoals het levensechte hondengeblaf in 05.20.22) creëert de band een bijzondere sfeer. De ondertoon is steeds: melodieus, opgewekt, dromerig, mysterieus.

Hoogtepunt is wat mij betreft Fields of gold, dat ondanks de voortdurende herhaling 6 minuten en 17 seconden lang blijft boeien. In dit nummer wordt over de volle lengte hetzelfde couplet herhaald en herhaald. Weliswaar met andere tekst, maar de melodie en het tempo zijn steeds hetzelfde. Alleen de instrumentatie wordt er spanning in het nummer gebracht. Dan weer zet er drum en bas in, dan is er weer een stukje bijna acapella. En steeds met als voortstuwende kracht de eenvoudige akoestische gitaarklanken.

Goldenboy - Blue Swan Orchestra (2002)

poster
4,0
Sfeervolle plaat met tien prachtige popliedjes

Vrijdagavond wipte ik nog even platenzaak Sounds in Rotterdam binnen. Altijd de moeite waard om daar even door de bakken te struinen. Ik kwam een plaat van A hawk and a hawksaw tegen, de evenknie van Beirut. Ik pikte de nieuwe PJ Harvey mee. En ik stuitte op een sfeervol uitziende plaat van Goldenboy. Ik had er nooit van gehoord, maar het stickertje dat melding maakte van de medewerking van Elliott Smith trok m'n aandacht. Grappig genoeg maakte ik de verkoper helemaal gelukkig door met dit onbekende werkje naar huis te gaan.

En hij had gelijk, want Blue Swan Orchestra is een prachtig plaatje. Het verscheen oorspronkelijk in 2002 en is onlangs opnieuw gereleased. Shon Sullivan, de man achter Goldenboy, komt uit Californië en hij heeft gewerkt met onder meer Elliott Smith en Neil Finn. Met de eerste nam hij in 2001 het nummer Summertime op, dat op dit debuut van Goldenboy staat. Het heeft de Elliott-sfeer all over it.

Dat Sullivan met Elliott Smith en Neil Finn heeft gewerkt, is te horen. Beide mannen waren sterren in de kwalitatieve pop. Korte nummers die snel je aandacht trekken. Sfeervol, knap in elkaar gezet, melodieus, tussen niksig en pretentieus in, niet snel vervelend. Al deze kenmerken zijn ook van toepassing op de tien nummers die op deze Goldenboy-plaat staan.

Opener Wild was the night heeft Grandaddy-trekken. Het klinkt aanvankelijk minimalistisch, maar op tweede gehoor is het mooi gelaagde muziek. Met name de distortion-gitaren die nergens overheersen doen aan Grandaddy denken. Andere nummers hebben meer de Belle and Sebastian-feel. Eenvoudige folk, zonder opsmuk, maar met veel gevoel en sfeer. Veel nummers worden gedragen door eenvoudig gitaarwerk, Sunlight through the fog voelt op door de sferische pianoklanken.

Goldenboy heeft een prachtige, uitgebalanceerde plaat gemaakt die terecht opnieuw is uitgebracht. De tien liedjes zijn allen sterk en kunnen het goed hebben om keer op keer gedraaid te worden.