Eenmansband Loney dear melancholiek en orkestraal
Veruit het onbelangrijkste nieuws dat de plaat Dear John oplevert is dat Loney, dear zijn komma is kwijtgeraakt. De Zweed Emil Svanängen gaat voortaan als Loney dear door het leven. Waarvan acte.
Veruit het belangrijkste aan deze plaat is dat die een volwassen geworden muzikant laat horen. Loney, noir was ook al een topplaat, maar Dear John overtreft die nipt. De muziek klinkt voller, het tempo ligt hier en daar wat hoger, Loney dear is definitief hobbyist af. Waren zijn eerdere platen oorspronkelijk nog bedoeld voor vrienden en bekenden en pas later op een volwaardige CD gezet, Dear John is een plaat van een reeds breed gewaardeerde artiest.
Hij lijkt op deze plaat iets meer te durven. Under a silent sea is daarvan het treffendste voorbeeld. Het is weliswaar traditioneel opgebouwd, zoals we van de Zweed gewend zijn, langzaam naar een explosie werkend. Maar die explose is meestal nog ingetogen, maar op dit nummer leunt Loney dear nota bene tegen de trance aan. Dat is, getuige de voorzichtiger voorgaande platen, een onverwachte wending.
Loney dear is een eenmansproject. Hij nodigt op deze plaat een enkele andere muzikant uit, waarvan Andrew Bird als violist op I got lost de bekendste is. Maar Loney dear klinkt niet als een eenpitter. En daar zit de wonderlijke kracht van zijn muziek. Hij is in staat de suggestie wekken alsof hij een hele band om zich heen heeft, en soms zelfs een heel orkest. Want deze plaat is boven alles vooral heel orkestraal.
Dat hij alleen werkt, is wel te horen in de composities. Net als andere eenmansprojecten die verder gaan dan zingen en gitaar spelen, bouwt ook Loney dear lagen muziek op elkaar. Hij werkt in loops waarbij het steeds een nieuwe loop van instrumenten toevoegt. Zo komt een nummer ieder keer in stapjes op gang en wordt dat ook vaak weer in vergelijkbare stapjes afgebouwd. Het spannende in deze manier van werken is dat (bijna) elk nummer naar een heerlijk hoogtepunt toewerkt. Risico dat om de hoek ligt is de verrassing op den duur weg is. Op deze plaat heeft Loney dear daar nog absoluut geen last van overigens.
Doordat hij werkt in laagjes muziek, zit er veel herhaling in de liedjes. Dat repetetieve doet nogal eens aan Philip Glass denken, zoals ook de muziek van Sufjan Stevens wel eens die invloed laat horen, al is hij toch meer de man van refreintjes en coupletjes. Verder heeft Emil Svanängen een prachtige, hoge stem, waarmee hij zijn liedjes een melancholie sfeer meegeeft. Wanneer die melancholie dan raakt aan de extase van zo'n muzikaal hoogtepunt gaandeweg een song, dan gebeurt er iets moois. En zijn kracht is dat hij dat 'moois' bij elk nummer weer weet te herhalen. Zo ontstaat een aanstekelijk album waar je maar geen genoeg van kunt krijgen.