Hier kun je zien welke berichten Slowgaze als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Odd - Not All Birds Fly with Ease (2005)

3,5
0
geplaatst: 4 augustus 2010, 18:14 uur
Mooie plaat, maar inconsistent. Naast een aantal prachtige nummers (ik noem Madness, Song for Daddy, Beautiful en zelfs een versie van Row Your Boat die emotioneel iets met me doet), staan er ook een aantal mwoah-nummers op. Awake is bijvoorbeeld een saai rocknummer met irritante uithalen. Zijn de wat tradtionelere singer-songwriternummers veel beter, met als toppunt Awake, met de regels "to who I was before, a little girl"
Referentiepunten: Radiohead qua geluid in een redelijk aantal nummers, evenals een klein beetje dEUS (die hardere gedeelten die soms opduiken) en Odds stem heeft zowel iets van Damon Albarn als Matthew Bellamy (qua uithalen en maniertjes).
Erg mooi artwork trouwens ook.
Referentiepunten: Radiohead qua geluid in een redelijk aantal nummers, evenals een klein beetje dEUS (die hardere gedeelten die soms opduiken) en Odds stem heeft zowel iets van Damon Albarn als Matthew Bellamy (qua uithalen en maniertjes).
Erg mooi artwork trouwens ook.
Opgezwolle - Eigen Wereld (2006)

5,0
1
geplaatst: 4 april 2012, 23:06 uur
Bij het beluisteren van Eigen Wereld moet ik steeds denken aan een anekdote over It Takes a Nation of Millions to Hold Us Back van Public Enemy. Terwijl die formatie op tour waren brouwde het productieteam, de legendarische Bomb Squad, beats die eer moesten doen aan de enorme vocale kracht van Chuck D. Het resulteerde in zinderende collages van James Brown-beats, piepende saxofoons en noise die qua intensiteit en zeggingskracht absoluut niet achterbleven op voorganger Chuck D. Naast die Public Enemy-klassieker ken ik eigenlijk maar weinig albums die zowel op gebied van beats als rappers zo’n hoog en zo’n evenwichtig niveau bereiken; vaak is één van de twee toch net wat sterker, om maar te zwijgen van platen waarop alleen de rapper deugt, of juist alleen de begeleiding.
Bij ‘Hoedenplank’ weet ik het eigenlijk al. Hoe Delic dat gedaan heeft, geen idee, maar de beat klinkt zo ruimtelijk, alsof er een enorme ruimte tussen de drumslagen zit. En zulke prachtige vondsten blijven opduiken: melancholische zigeunerinstrumentatie, steeldrums, zwaar vervormde synthesizers, tekenfilmsamples die als het ware op de gerapte tekst reageren (als Rico ‘Kijk uit, malloot, een kokosnoot’ rapt, volgt er een sample uit Ovide en zijn vriendjes), heerlijk. In elk liedje blijf ik kleine details ontdekken, van die geluidjes die me eerst helemaal niet opvielen. Maar toch, die rijke gedetailleerdheid en inventiviteit van de muziek viel me wat later pas op.
Eerst waren het namelijk vooral de teksten die me bleven boeien. Overal woordspelingen, punchlines die ik daarvoor niet gehoord had, of ik had ze al wel gehoord maar ze bleven leuk. Het is en blijft één grote explosie van taal, elk hoekje en gaatje wordt als het ware volgestopt. Bij sommige rappers krijg je om de tien regels eens een leuke punchline, hier wordt originele vondst op originele vondst gestapeld. Deze tekst wordt ook nog eens verdeeld over twee rappers waarvan beiden over een karakteristiek, donker stemgeluid beschikken. Daarnaast wordt er ook ongezouten en terechte maatschappijkritiek geleverd, zoals in het heerlijke ‘Elektrostress’ waarin Rico een bibberstemmetje opzet en paranoïde samenzweringstheorieën koppelt aan kritiek op de verdigitalisering van de samenleving. Het is wat minder leuk als het een beetje ouwezakkerig herinneringen ophalen wordt aan toen hiphop nog underground was, Extince nog helemaal te hip was en dat The Chronic uitkwam; dan wordt het soms zelfs wat belerend. Gelukkig wordt daar vaak opgevolgd door strakke punchlines waardoor het toch niet al te storend is. Daarnaast fungeren ook seksualiteit (‘Passievrucht/Bosmuis’) en de wereldpolitiek (‘Gekkenhuis’ met een fantastische bewerking van het Onze Vader) als onderwerpen.
De muziek is zelf is ook zo godsgruwelijk vet dat ik me geregeld van blasfemische taalgebruik bedien om aan te geven hoe goed het allemaal in elkaar steekt. Die zoef aan het begin alleen al en die drums, dat is al onbetaalbaar, maar er zijn ook nog veel meer prachtige muzikale vondsten terug te vinden. Ook op muzikaal vlak bleef ik details ontdekken zoals de Nas-sample in ‘Ogen Open’ of de in ‘Gekke Gerrit’ binnenvallende synthesizer die me om de een of andere reden eerst niet opviel. In de tweede alinea van dit stuk heb ik al ruwweg opgesomd waaruit het geluid op dit album bestaat, maar ook qua stijl is het album mooi uiteenlopend, van grimeachtig tot melancholisch in afsluiter ‘Park’. Toch vormt het album duidelijk één geheel waarin zwakkere punten moeiteloos wegvallen. Ik hou niet zo van het adjectief ‘organisch’, maar elk adjectief is potentieel inzetbaar om Eigen Wereld te beschrijven. Eigen Wereld is naast caleidoscopisch ook absoluut organisch: het is een orgasme dat geregeld boos is en zijn tanden laat zien, maar dat ook over een gevoel voor humor beschikt en zo af en toe ook knap melancholisch uit de hoek komt in deze imponerende hiphopsuite die moeiteloos zeventig minuten lang de aandacht vasthoudt.
Bij ‘Hoedenplank’ weet ik het eigenlijk al. Hoe Delic dat gedaan heeft, geen idee, maar de beat klinkt zo ruimtelijk, alsof er een enorme ruimte tussen de drumslagen zit. En zulke prachtige vondsten blijven opduiken: melancholische zigeunerinstrumentatie, steeldrums, zwaar vervormde synthesizers, tekenfilmsamples die als het ware op de gerapte tekst reageren (als Rico ‘Kijk uit, malloot, een kokosnoot’ rapt, volgt er een sample uit Ovide en zijn vriendjes), heerlijk. In elk liedje blijf ik kleine details ontdekken, van die geluidjes die me eerst helemaal niet opvielen. Maar toch, die rijke gedetailleerdheid en inventiviteit van de muziek viel me wat later pas op.
Eerst waren het namelijk vooral de teksten die me bleven boeien. Overal woordspelingen, punchlines die ik daarvoor niet gehoord had, of ik had ze al wel gehoord maar ze bleven leuk. Het is en blijft één grote explosie van taal, elk hoekje en gaatje wordt als het ware volgestopt. Bij sommige rappers krijg je om de tien regels eens een leuke punchline, hier wordt originele vondst op originele vondst gestapeld. Deze tekst wordt ook nog eens verdeeld over twee rappers waarvan beiden over een karakteristiek, donker stemgeluid beschikken. Daarnaast wordt er ook ongezouten en terechte maatschappijkritiek geleverd, zoals in het heerlijke ‘Elektrostress’ waarin Rico een bibberstemmetje opzet en paranoïde samenzweringstheorieën koppelt aan kritiek op de verdigitalisering van de samenleving. Het is wat minder leuk als het een beetje ouwezakkerig herinneringen ophalen wordt aan toen hiphop nog underground was, Extince nog helemaal te hip was en dat The Chronic uitkwam; dan wordt het soms zelfs wat belerend. Gelukkig wordt daar vaak opgevolgd door strakke punchlines waardoor het toch niet al te storend is. Daarnaast fungeren ook seksualiteit (‘Passievrucht/Bosmuis’) en de wereldpolitiek (‘Gekkenhuis’ met een fantastische bewerking van het Onze Vader) als onderwerpen.
De muziek is zelf is ook zo godsgruwelijk vet dat ik me geregeld van blasfemische taalgebruik bedien om aan te geven hoe goed het allemaal in elkaar steekt. Die zoef aan het begin alleen al en die drums, dat is al onbetaalbaar, maar er zijn ook nog veel meer prachtige muzikale vondsten terug te vinden. Ook op muzikaal vlak bleef ik details ontdekken zoals de Nas-sample in ‘Ogen Open’ of de in ‘Gekke Gerrit’ binnenvallende synthesizer die me om de een of andere reden eerst niet opviel. In de tweede alinea van dit stuk heb ik al ruwweg opgesomd waaruit het geluid op dit album bestaat, maar ook qua stijl is het album mooi uiteenlopend, van grimeachtig tot melancholisch in afsluiter ‘Park’. Toch vormt het album duidelijk één geheel waarin zwakkere punten moeiteloos wegvallen. Ik hou niet zo van het adjectief ‘organisch’, maar elk adjectief is potentieel inzetbaar om Eigen Wereld te beschrijven. Eigen Wereld is naast caleidoscopisch ook absoluut organisch: het is een orgasme dat geregeld boos is en zijn tanden laat zien, maar dat ook over een gevoel voor humor beschikt en zo af en toe ook knap melancholisch uit de hoek komt in deze imponerende hiphopsuite die moeiteloos zeventig minuten lang de aandacht vasthoudt.
Oxford Collapse - BITS (2008)

3,5
0
geplaatst: 27 februari 2012, 21:45 uur
BITS van Oxford Collapse is een degelijke, prettige plaat. Het referentiekader is de vroege R.E.M., Pavement, Buzzcocks en in sommige liedjes ook wel een beetje shoegazing. Daarnaast begint afsluiter 'I Hate Nobody' behoorlijk Kinks-achtig (denk eens aan iets anders dan 'Lola' bij de eerste paar seconden). Het is wat mij betreft ook een fijne ode aan Britse (indie)pop op een voor Amerikaanse bands typisch rommelige wijze. Het wordt nergens echt bijzonder, maar het is niet vervelend om naar te luisteren. De liedjes nemen af en toe een gekke afslag en ondanks het wat vervormde geluid is het soms ook nog wel goed meezingbaar. Gewoon zo'n album waar weinig op aan te merken is, maar waar je dus ook weer niet stormachtig verliefd op kunt worden.
