MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Slowgaze als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jackamo - Fully Tropicalized (2011)

poster
4,0
Soms is er zo verdomd weinig nodig om een goede plaat te maken. Jackamo bestaat uit een drummer/wasbordspeler en een toetsenist (piano, orgel, accordeon), die allebei ook zingen. Terwijl het muzikaal onvervalste rhythm-and-blues en vroege rock ’n roll is, met links naar oude bekenden als Dr. John en Fats Domino, doet hun overduidelijk blanke samenzang nogal denken aan Britse beatbands uit de jaren zestig.

Zo werkt het overigens Nederlandse duo zich door een aantal covers (o.a. Allen Toussaint, Jelly Roll Morton en de eerder genoemde Dr. John) en een knap authentiek én hitgevoelig uitgevoerde eigen nummers. Het zijn de kleine dingetjes die de nummers zo prettig maken, zoals de tweede stem in ‘High Blood Pressure’, de zanglijn in ‘Trouble Never Got Owner’ of de naïef-lieve tekst van ‘I’m So Glad’. Het hoogtepunt is evenwel de instrumental ‘Femme Fatale’, dat zowel prima kan fungeren als een spannende orgelsoundtrack voor een spionagefilm, als een illustratie van wat Sven Figee verkeerd deed op het toch wat tegenvallende The Marmalade Sessions.

Jacqueline - Good Life (2010)

poster
1,0
Mwoah, er is heel veel mis aan overschat worden en dit album is knap waardeloos, maar het meeste glijdt gewoon voorbij zonder echt te irriteren. Overrated, Forgive Me (jij-persoon, vergeef haar gewoon! Dan houdt ze wel op met de titel herhalen) en vooral Honey B zijn extreem ergerlijk. Laatstgenoemde nummer is "o zo integer", een slaapliedje voor je zoontje. Zing dat kind in godsnaam in het Nederlands toe! En waarom in godsnaam zo'n liedje op je cd zetten? Om kort samen te vatten: een ergerlijk kutnummer, muziek om op repeat Guantamo Bay-gevangenen mee te martelen.

James Blake - James Blake (2011)

poster
4,0
James' eersteling is een aparte. Een tijdje terug heb ik zijn vorige twee EP's beluisterd en die bevielen bij eerste beluistering niet zo. Ook hier is de sfeer duister, worden de vocalen geregeld vervormd en verknipt en is de dubstep-link er zeker nog wel, maar hier vaart Blake (familie van William?) naar het hart van de luisteraar en dat doet hij bij vlagen met groot succes.

De single "Limit To Your Love", de Feist-cover die omgebouwd werd tot minimalistische pianosoul mét een bas waar de plaatselijke hardcorejeugd doodsbang er bang van werd, was eigenlijk ook meer een valse indicatie. Liedjesgericht vind je het namelijk niet op dit album, want daar lijkt James ook niet zo goed in te zijn. In sfeer des te meer, want in plaats van songstructuren biedt hij ons hier koortsige sfeerschetsen die toch wat minder ijl zijn dan je zou verwachten. Tweede single "The Wilhelm Scream" is exemplarischer: de flinke bak electronica en de licht-vervormde stem van James die ongeveer acht regels tekst blijft herhalen levert een spookachtig gevoel op dat me op een bepaalde manier ook emotioneel weet te raken.

In het albumhoogtepunt "To Care (Like You)" wordt deze lijn doorgezet. Een vrouwenstem, waarvan ik niet doorheb of het hier om een gastzangeres gaat, om samples of om James' eigen stem, geeft me echt de kriebels; een soort "Baby, It's Cold Outside" voor dubstepliefhebbers. Het andere hoogtepunt is "I Never Learnt to Share" dat met zijn einde precies op de laatste Portishead had gekund. De gehele tekst van dit nummer is "My brother and my sister don't speak to me, but I don't blame 'em", gezongen met een huilstem van hier tot Tokio. Heerlijk nummer.

Helaas kent het album ook een aantal mindere momenten, zoals de Antony-pastiche "Give Me My Month" die bepaald niet overtuigt. Ook is de lengte van "Lindisfarme I" twijfelachtig, ruim twee-en-een-halve minuut naar een a-capella vocoder luisteren is wat te veel van het goede, vooral als meneer daar ook flink wat vibrato doorheen haalt. Toch kan ik het nummer niet helemaal missen: "Lindisfarme II" klinkt nameijk niet zonder de overgang tussen die track en zijn voorganger. Eveneens vrijwel geheel a-cappela is de afsluiter "Measurements" waarin James in zijn eentje een soort gospelkoor is. Interessant experiment, maar een heel goed nummer levert het nou ook weer niet op.

Blake's debuut is voor het grootste deel zeker geslaagd, maar zijn excercities in minimalisme pakken niet altijd even goed uit. Toch weet hij in een groot deel van de nummers te demonstreren dat één zinnetje als hele tekst, één stukje stem of één basknor al meer kan zeggen dat een afgeronde songstructuur: een essentieel onderdeel van minimalisme en ook van dance in het algemeen. De teller slaat goed uit naar het positieve door een aantal zeer sterke nummers die de mindere broers wel wat doen vergeten. Er moet wel gezegd worden dat James Blake zeker niet de Messias van de moderne muziek is, maar op zich wel een goed eind komt.

Jamie Woon - Mirrorwriting (2011)

poster
3,5
Het schijnt inmiddels al een hele beweging te zijn: De Nieuwe Arrenbie. Dit laat zich even kort door de bocht kenschetsen als hijgerig gekweel over dubstep heen. James Blake, die qua stemgeluid meer Bill Withers is dan Justin Timberlake of Craig David, schijnt de grote voorloper te zijn, maar Jamie Woon was er ook al verdomd vroeg bij: zijn versie van het aloude Wayfaring Stranger werd in de remix van Burial goed opgepikt.

Afijn, op Woons debuut doet Burial de productie van een aantal nummers, waaronder het mooie "Night Air". Woon mag dan vocaal van het type Timberlake zijn, het refrein is gewoon heel sterk. Dit wordt allemaal ondersteund met futuristisch (niet Italiaans of Russisch overigens) aandoende dubstep.

Ook zonder Burial komt Woon een eind. Sommige nummers zijn wat aan de flauwe kant, maar het erg vocale "Spirits" is één van de beste nummers van het album, samen met het akoestische "Waterfront". Ondanks dat een aantal nummers maar net voldoene zijn en die arrenbie-sfeer wat tegen gaat staan, blijkt het dat Woons nummers het best op een pakkend refrein draaien. Prettige plaat, dat zeker.

Jay-Z - Chapter One (2002)

poster
3,5
Wat is Jantje-Z toch eigenlijk oerdegelijk. Naast dat ie niet echt knap is en ook niet echt lelijk is zijn muziek ook niet heel goed, maar ook niet bepaald slecht. Bij deze presenteert Jantje-Z veertien oude successen, met drie compleet nutteloze remixen er nog bij, hoewel ik die toch altijd oversla en die ook niet meeneem in mijn beoordeling.

Daar komt die degelijkheid weer om de hoek: het wordt bijna nergens echt mooi, sterk of opwindend op deze plaat. Over het algemeen is er een zogeheten biet waar Jantje-Z dan over heen rapt, met tussendoor refreintjes van er-en-bie-zangerts of -zangeressen. Af en toe mag er iemand anders ook een stukje rappen, zoals droeftoet Ja Rule, die het niet eens zo heel slecht doet hier.

Maar ja, die refreintjes, al zijn ze bij vlagen verdomd catchy ("Sunshine", "Ain't No Nigga", etc.) ze missen meestal echte soul. En Jantje's teksten missen ook echte scherpte (er wordt snel te gemakkelijk voor clichés gekozen), net zoals de biets meestal niet echt gek boeiend zijn. De Annie-sample is overigens wel puur goud, evenals het hoogtepunt "Dead Presidents II" (die Nas-sample, wederom puur goud). Het luistert allemaal lekker weg, maar het is wel een beetje hap-slik-weg wat dat betreft. Nochtans biedt Jantje-Z oerdegelijke kwaliteit.

Jonathan Richman and The Modern Lovers - Modern Lovers 'Live' (1977)

poster
4,0
Als The Velvet Underground een voorliefde had gehad voor reggae-ritmiek, dinosaurussen en insecten en ongeveer tien jaar hadden gedebuteerd, waren ze The Modern Lovers geweest. Waarbij gezegd moet worden dat Jonathan Richman, ofschoon niet bepaald zuiver, wel mooier zingt dan Lou Reed. Mooier is relatief.

De negen live opgenomen liedjes zijn rommelig, maar doeltreffend gespeeld. Simpelheid is hier troef, maar humor is het onweerstaanbare toefje slagroom. Bovendien is Egyptian Reggae een fijn instrumentaaltje dat precies biedt wat de titel zegt. Bovendien is The Morning Of Our Lives een echt ontroerende klassieker, of klinkt dat nummer tenminste zo in mijn oren.

*4

Joy Division - Unknown Pleasures (1979)

poster
5,0
Omdat ik het idee heb gekregen om de albums in mijn top 10 een stukje mee te geven, ben ik aangekomen bij "Unknown Pleasures". Een album waar al zoveel over geschreven, geluld en gefilosofeerd is, dat ik me afvraag wat ik er nog überhaupt aan toe kan voegen. Liever had ik tussen de negen recensies (valt me alsnog hard mee) die hier staan ook maar eentje gezien die de plaat compleet afzeikt, in plaats van de hemel inprijst. Dat Ian Curtis klinkt alsof hij door een wc-rolletje zingt en dat het muziek is om je cavia bij te wurgen. Helaas zal ik het album niet afzeiken, ik zal het loven.

Even kort weer de samenvatting: leven ingeblazen door de energie van punk, muzikaal een kruising tussen psychedelica, krautrock en dub, met af en toe wat spoortjes punk op deze plaat, Ian Curtis die zichzelf verhing, maar pas vlak voor tweede album, een hoop mythevorming, etc. Ook daarom was het fijn dat "Control" Ian terugbracht tot de man die hij was, geen opgeblazen rockicoon dat velen van hem maken: hoe kan iemand als halfgod geprezen worden, als hij groot is geworden door zijn onzekerheden en imperfecties te verwoorden? Hier zit hem de crux: Joy Division is geen band, Joy Division is een gevoel. Zelfs Dan le Sac vs. Scroobius Pip durfden niet te stellen dat "Joy Division... Just a band"

"Unknown Pleasures" is voor mij herfstmorgens en -middagen fietsen over industrieterreinen, met de wind die tranen in mijn ogen plant. Het meisje waarmee ik nooit "we'll share a drink and step outside" kunnen doen, tot mijn spijt. "If got the spirit, but lose the feeling": de momenten van isolatie, dat er zeep tussen mij en de rest van de wereld leek te zitten. Het verlangen om een puur leven te leiden, maar tegelijk de angst voor Sartre's existentialistische walging als het leven puur op je af komt. "Unknown Pleasures" is lijden, lijden, lijden. Daarom heeft deze plaat zo'n diep litteken in mijn broze hart gekerfd; "Closer" leerde ik eigenlijk kennen toen ik al te gelukkig was om die boven eerstgenoemde te preferen.