MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Slowgaze als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Woody & Paul - Home (2007)

poster
4,0
Woody & Paul is een Nederlands roots-duo. Ze zijn vriendjes met het een stuk bekendere Stuurbaard Bakkebaard (beiden uit Eindhoven) en delen met hen de neiging om zeer eigenzinnig americana opnieuw te intepreteren. "Home" is zo'n album waarvan je weet dat het klopt, nog voordat je de muziek hebt gehoord en alleen nog in het boekje hebt gebladerd. Als het opgenomen is op een cassetterecorder, iemand "trappist glass" 'bespeelt' en de producer nog eens een Thaise banjo er bij haalt, weet je al dat het goed zit.

De muziek zelf valt zeker niet tegen. De opener "Bedtime" is nog redelijk vervreemdend vanwege het erg psychedelische karakter. Aan het einde komt er zelfs nog een flinke Sonic Youth-noisewolk langs. Ook in de afsluiter "In the Morning" is het een geestverruimende bedoening, muzikaal refereert dit nummer voor mijn gevoel aan "The End" van The Doors.

Vroeg albumhoogtepunt "Keep on Walkin" blijft akoestisch, maar laat precies horen waar voor mij het grote talent van de heren ligt. Het gitaarwerk is behoorlijk virtuoos, maar bescheiden en illustreert het nummer op prachtige wijze. De lijnen worden steeds dreigender, de stemmen worden verhefd, om zo tot climax te komen. Rauw, bluesy en indrukwekkend. Dit wordt ook gedaan in "Jesus Glow in the Dark", waarin de verknipt religieuze tekst een beetje aan dat van Nick Cave doet denken. Ook de sfeer in dit, en een aantal andere nummers, refereert aan deze man.

Vervolgens zijn er ook een aantal wat lichter aandoende folkliedjes, zoals "He Eats Faces", waarin de trompet zeker voor toegevoegde waarde zorgt. In "Riddles, Tales + Lies" wordt de Amerikaanse westkust ook nog even verlaten voor een uitstapje naar vrolijke Britse folk. Sowieso is elk nummer gezegend met knap gitaarspel, goede teksten en fijne stemmen om naar te luisteren. Dat verder de instrumentatie van vrij kaal tot prettig psychedelisch varieert, lijkt een detail, maar elk nummer krijgt precies de behandeling die het nodig heeft volgens de heren. Wie zijn wij als luisteraars om hen tegen te spreken?

Wu-Tang Clan - Enter the Wu-Tang (36 Chambers) (1993)

poster
5,0
Dat deze plaat zoveel verkocht heeft, het is een wonder, maar er kleeft ook iets van gerechtigheid aan. Het is natuurlijk een vrij vreemde plaat, die drijft op vrij lo-fi producties (even schrikken toen ik de cd voor het eerst draaide, het klonk allemaal wat dof), met paranoïde pianootjes, slepende biets, samples uit kung fu-films en een vrij donkeres sfeer. Gelukkig is er ook plaats voor humor, veel humor zelfs, en niet zozeer alleen in de vrij associatieve teksten ("Let's get on this mission like Indiana Jones" tovert elke keer weer een glimlach op mijn gezicht), maar ook de torture skit is stiekem toch best wel grappig.

Hier zit het leuke van de plaat: neem "Wu-Tang Clan Ain't Nuthing Ta Fuck Wit", wat een waarheid als een koe is, heeft bijna een overdreven opgefokt en dreigend karakter, maar uiteraard met een knipoog. Vooral de aanwezigheid van Ol' Dirty Bastard is gewoon uitermate plezant: deze held komt er af en toe met zijn hoogst opmerkelijke stem, een soort Tom Waits van de hiphop, even doorheen lullen, heerlijk.

Maar toch, echt humor om te lachen is het allemaal ook weer niet: zoals gezegd is de sfeer donker, erg donker. Veel nummers doen op rauwe, ongemakkelijke manier verslag van het straatleven. Soulheldin Wendy Rene zingt dan ook: "After laughter comes tears" (check ook de originele nummer zeker eens, erg mooi, soul gekruist met Kurt Weill), maar ook de andere samples zijn goed in orde: blazers, piano's, de legendarische "The Grunt"-sample van de J.B.'s, ze dragen allemaal bij aan een geweldige post-moderne bluesplaat.

Hier zit hem ook de grap in: omdat de rappers van die aandoenlijke types zijn, een soort André van Duin-typetjes maar dan hiphop-stijl, ze zijn allemaal wat overdreven en theatraal, maar dat is juist zo leuk, sluit je ze gemakkelijk in je hart, blijven hun taalgrapjes leuk en zo groeit deze plaat en gaat over je heen liggen als Bukowski's deken achter je aanloopt en over je heen kruipt, een beetje ongemakkelijk is het wel, maar een heerlijk warme deken is het uiteindelijk wel, ook al stinkt ie toch een beetje. Maar je raakt zo gewend aan en gesteld op die geur, nietwaar?