MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Slowgaze als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

S As In Assassins - S as in Assassins (2011)

poster
4,0
Voor wie Moss te braaf en te saai vindt (dat vind ik zelf overigens niet, maar dat terzijde) is er S As in Assassins. Die naam alleen al, probeer die maar eens uit te spreken. Ik heb het maar gehouden op ‘Doe ook maar de cd van het voorprogramma’ nadat ik ze zag openen voor Roosbeef. Ik vind het nog altijd niet de meest logische link, maar toch.

Zoals gezegd, Moss vind ik een betere vergelijking. Op het titelloze debuutalbum van S As in Assassins komen veel elementen en invloeden die Moss op Never Be Scared/Don’t Be a Hero verwerkte terug, zoals droompop, elektronica en Vampire Weekend, maar dan vaak al binnen één nummer. De twee licht hysterische waarmee het album opent, ‘Haunted’ en ‘Rocketrider’, hebben van die geometrische, cleane gitaarlijntjes waarbij je de gitarist al de gitaar in drie stappen van de linker- naar de rechterkant ziet schudden (denk aan Foals). De refreinen worden dan weer euforisch meerstemmig gescandeerd.

Na deze nummers wordt er wat gas teruggenomen. In ‘Holy Water’ duiken geregeld heel viezige gitaarpartijen vol distortion op, maar ‘Lost Without a Cause’ is op een prettige manier al helemaal niet vooruit te branden. Het klinkt bewust een beetje lo-fi, vol saillante bijgeluiden en de achtergrondzang is zo zacht ingemixt dat je bijna gaat twijfelen of je het nu wel of niet hoort. Het zijn zulke ingrediënten die de nummers behoorlijk sterk maken. Alleen ‘Pour L’ours’ is wel heel erg aan de lichte en frivole kant. Het is geen slecht nummer, maar het is wat jammer dat zo’n minder geslaagd liedje langskomt op een cd die nog geen vijfentwintig minuten duurt. De volgende keer twintig minuten langer lijkt me wat dat betreft een strak plan, op voorwaarde dat de schwung en mooie details weer van stal gehaald worden.

Sadistik x Kno - Phantom Limbs (2015)

poster
3,5
Tijdens de derde luisterbeurt houdt bandcamp er naar een paar liedjes mee op, met de mededeling dat het tijd wordt om mijn portemonnee te trekken. De rest van de EP heb ik via youtube geluisterd, en ik denk niet dat ik Phantom Limbs niet (veel) vaker ga draaien; er voor betalen al helemaal niet. Niet dat het een slechte EP is, maar ik ben wel lichtelijk teleurgesteld. Mijn portemonnee trekken je moeder.

Sadistik is de afgelopen tijd een van mijn favoriete mc’s geworden. Ook op Phantom Limbs is hij op dreef, al weet hij me minder te raken dan normaal. Zijn grote hoeveelheid verwijzingen is amusant; ik kwam onder meer Hellraiser, Nightbreed, Stephen King, Sylvia Plath en de onvermijdelijke Eraserhead tegen (het bekende ‘In Heaven’ uit laatstgenoemde film is gesampled voor het laatste nummer op de EP). De emohopstatus wordt weer eens bevestigd met ‘Sylvia [Plath] […] is my dream date’. Amusant zijn de teksten zeker, ze vormen ook prettig zoekplaatje, en de rijmschema’s zijn weer in orde, maar er lijkt iets te ontbreken. Ik kan er mijn vinger niet op leggen.

De beats zijn toch wel een beetje het probleem met de EP. Ik ben er niet zo negatief over als anderen hier, maar echt heel sterk zijn ze niet. Kno ken ik eigenlijk alleen van zijn werk met Sadistik, die te gast was op het mooie ‘Castles’ van CunninLynguists (dat ik eigenlijk aanvankelijk vooral wilde luisterden omdat Sadistik én Aesop Rock daar op één nummer staan), en van Sadistiks ‘Kill the King’, dat toch een van de mindere beats op Flowers for my Father had. Ja, op deze EP is ‘To Be in Love’ heel, heel mooi, en die countryaccenten werken goed, maar de rest is van minder niveau. De dromerige stijl ligt Sadistik goed, maar maakt hem ook een beetje lui. Hij trekt zich niet echt op aan de beats, en dat is jammer. In het verleden wisten ijzersterke producties als die van ‘Snow White’ of ‘Blue Sunshine’ het beste uit hem te halen. Nu blijft het allemaal wat in de dromerigheid hangen, waardoor het niveau van zijn laatste twee albums (beide staan op een flinke 4,5* en kwamen in mijn top 5 van respectievelijk 2013 en 2014 terecht) nergens wordt gehaald. (Vergelijk zijn verses op deze EP trouwens eens met de recent opgedoken fantastische verse op 'Teeth to Dust' van Early Adopted, waarop Sadistiks Heilige Vuur op volle sterkte brandt.)

Uiteindelijk is dit een degelijke EP, maar wel eentje die aanvoelt als een tussendoortje in de categorie ‘dit had beter een gratis download kunnen zijn’. De prijs/kwaliteitverhouding is nu erg scheef, gezien dit een ietwat mager zeventje is geworden. Gezien die hoeveelheid filmverwijzingen zou Sadistik misschien eens rond kunnen hangen met de producers (en als het even kan, ook met de mc’s) van Doomtree. Dat lijken mij betere partners in crime dan Kno. Die haalt toch een beetje de angel uit Sadistik. Afijn, dat wordt stiekem ‘To Be in Love’ draaien, en verder lijkt het me sterk dat ik dit werkstuk nog vaak ga draaien.

Scorn - Vae Solis (1992)

poster
3,5
Scorn, een van die bands die ik alleen van naam kende en ondanks dat ik als jongeman van rond de 15 van alles wilde pindakazen dat ik in de Oor Popencylopedie onder de kopjes "Avant-garde" en "Industrial" tegenkwam, ben ik hier eigenlijk nooit naar op zoek geweest.

En natuurlijk, hoe kom je bij zo'n album terecht? Toevallig gevonden op een rommelmarkt bij ons in het dorp, een afgeschreven bibliotheek-cd, maar vraag me niet van welke bieb, dat is niet meer terug te vinden. Apart dat ze bij onze bieb niet van die cd's aanschaften, hoewel ik daar een jaar terug een aantal pareltjes van wat bekendere artiesten heb gevonden.

Afijn, ik dwaal af, laten we het eens over de muziek hebben. Metal is het niet echt meer, op de openers "Spasm" en "Suck and Eat You" na (leuke titels trouwens). Scorn klinkt hier een beetje als het wat minder serieus te nemen broertje van Swans, dat van metalelpees houdt. "Hit" (ironische titel) begint ook zo, maar gaat over in een hoop noisy ambient. Drugs, zeg ik u, drugs.

Dat is een beetje het probleem met het album, veel nummers slepen zich maar traag voort in een soort ruisende, hermetische wereld waarbij de noise niet opwindend is (zoals bij Neubauten) en ook niet rustgevend. Gewoon, achtergrondnoise en dat kan niet de bedoeling zijn geweest. Af en toe wordt het wat bruter aangepakt en gaat de beuk er in, maar de echte opwinding blijft uit, al doet het fijn beroep op de subwoofer. Jammer.

Ondanks dat het prettig is om naar te luisteren (hoewel vijf kwartier wel erg aan de lange kant is), mis ik wat op dit album. De meeste nummers zijn het net niet, op albumhoogtepunt On Ice na. Deze track is, ondanks de wat slappe vocale samples, erg sterk en knalt er flink in. In retrospectief had dit nummer een mooie toekomst van de dance kunnen zijn.

Sef - De Leventje EP (2011)

poster
4,0
Het EP van Sef valt me honderd procent mee: het hiphop wordt gelardeerd met synthesizers die in foute jaren 80-discopop horen en dat is zeker fijn. De intro van de liedje Flashy doet me ontzettend aan Doctor Who denken, kan precies in een oude aflevering daarvan. In die liedje is het tekst erg amusant, net zoals bij het andere liedjes. Vooral "Het Ruler" zit vol amusante punchlines: "Soms is ie iets te avant-gardistisch/hij is flyer dan frisbees/frisser dan Fristies", echt eindbaas. Verder is het gastrol van Jiggy Djé ook heel vermakelijk ende amusant, maar dat geldt voor dit hele EP wel, het is allemaal zo leuk en aardig, maar het muziek steekt ook nog erg goed in elkaar. Vier sterren en een grote glimlach op deze gezicht.

Ski Leraar Bruin Money Gang - Ski or Die (2011)

poster
4,0
De eerste plaat van Ski Leraar Bruin Money Gang is een classic, instant als noodles, niet zozeer om de muziek, maar natuurlijk om de bandnaam en de teksten, die zich allemaal centreren rond de Heilige Drie-eenheid skieën, Jägermeister drinken en andermans moeders neuken. Dit al erg smakelijke concept wordt aangekleed met woordgrapjes en een grote dosis onzin.

Wat waar is is waar, het is zeker humor om te lachen, maar de nummers steken toch ook wel verrassend goed in elkaar. Sef (hij wordt aangevuld met SpaceKees en FaberYayo, die allebei helaas én wit én niet Pools zijn) die dit jaar debuteerde met z'n even zo intsante classic 'De Leventje EP', liet al zien dat hij talent had voor én absurde teksten én sterke nummers. Liedjes als 'Zet je Skibril' en 'Fysio' hebben besmettelijke refreinen, ook vanwege de heerlijk stupide teksten ('Als je je nek breekt heb je niks aan de fysio', eet dat bitch, ontkennen kan niet).

Dat Mr. Polska, één van mijn persoonlijke helden sinds het briljante 'Berghuis', ook even langskomt, dat is al helemaal feest. Want een feestje, dat is het eigenlijk wel. Ik ga even mijn lipgloss goed doen en met mijn boek over hiphop komen, want het is dat ik geen Jägermeister meer heb gedronken sinds ik door flinke inname er van m'n hele bed onderkotste; toch raak ik nu behoorlijk dorstig en ga ik de straat op voor moeders die ik achterop mijn sneeuwscooter mee zal nemen. Deze plaat is zo hip dat je er bijna een eindlbaasontsteking van krijgt.

Snowstar Records 10 Year Anniversary Compilation (2013)

poster
3,0
Snowstar, sympathiek label, maar de sfeer van ‘op dat label komt echt kwaliteitsmuziek uit’ die eromheen hangt, daar kan ik wat minder mee. Soit, Herrek en Luik zijn erg goed, maar de hele verering voor vlaggenschip I Am Oak heb ik nooit helemaal begrepen. De gratis compalitie-cd ter ere van het tienjarige jubileum van het label, pleit ook weer voor Snowstar, maar het gaat uiteraard om de muziek. Wat dat betreft valt de cd toch wat tegen.

Kim Janssen vind ik een prima artiesten, fijne stem, mooie arrangementen, maar geen echte hoogvlieger. Doet er niets aan af dat bijdrage ‘City of the Dead’ tot de geslaagdere nummers van deze compilatie behoort. Het heeft zo’n typische ‘brede, maar toch niet te brede want we zijn indie, niet stadionrock’-sfeer, een beetje a la wat al die navolgers van The Arcade Fire doen, maar het werkt wel. 3,5*

Tower of Saints komt daarna met het wat vervelende ‘The Endless Unknown’ aanzetten. Het is een degelijk nummer, klinkt best catchy, maar is nadat het afgelopen is allang en breed weer vergeten. De tekst is nogal vervelend wijsneuzerig en pretentieus en muzikaal is het typisch dat lelijke kindje dat folk en indie helaas voort hebben gebracht en de laatste tijd veel te vaak z’n gezicht laat zien. Daardoor klinkt het nummer nogal geforceerd en verre van authentiek, juist omdat het zo erg authenticiteit uit moet stralen, maar dat is het hele probleem met veel van die moderne Giel Beelenfähige ‘folk’. Mijn voorspelling is dan ook dat een heel album van Tower of Saints uitzitten echt geen pretje gaat worden. 2,5*

The Secret Love Parade is gelukkig wel wat prettiger. Ik heb wel eens een album van ze geprobeerd en dat vond ik nogal wisselvallig, edoch sympathiek. De uitschieters waren ook gewoon best sterk. Bijdrage ‘Street With Nothing’ is een heel prettig popliedje, niet meer en zeker niet minder. Lang leve de zeventjescultuur! 3,5*

Herrek vind ik zoals gezegd een absoluut goede band, al is ‘Sight’ niet hun meest sterk uitgewerkte nummer. Het laat wel goed de Herrek-esthethiek horen: traag en onheilspellend, met die typische exotische saus over de slowcore heen. Mooie gitaaruitbarstingen en absoluut mooie percussie (<3 voor de percussie), maar het nummer had wel wat pakkender gemogen en sterker opgebouwd worden. Desondanks ben ik bereid 4* te geven.

Bart van der Lee, zo’n naam klinkt natuurlijk niet erg opwindend en muzikaal is het evenmin opwindend. Het is nogal standaard en braaf, hoewel het echt niet heel vervelend wordt. Desondanks geldt ook hier: geluisterd en direct weer vergeten. 3*

‘Jack Bottleneck’ van Lost Bear kan ik weinig mee; sowieso eigenlijk met die band. Ik vind de zang zwak en het geluid weinig origineel. Dat laatste is niet heel erg een probleem, laten we wel zijn, wel meer bands zijn onorigineel, maar de zwakke zang staat me nogal tegen. Hetzelfde geldt helemaal voor ‘Jack Bottleneck’. 2,5*

Van The Subhuman heb ik ooit een mini-album gehoord, maar ik kon er weinig mee. Misschien dat juist daarom ‘The Great Fall’ zo ontzettend meevalt; sterker nog, het is één van de sterkste nummers van het album. Mooie opbouw, goede synths, prima gitaarwerk en, doet me zelfs een beetje aan persoonlijke favoriet Blimey! denken. (Zou daar nog nieuwe muziek van verschijnen?) Dit is tenminste nog eens een potje meeslepende muziek. Uitstekend werk Wat zeg ik? Wat mij betreft het albumhoogtepunt. 4,5*

Luik was vorig jaar verantwoordelijk voor de nummer 9 in mijn jaarlijst met hun sterke album Owls, een album vol sterke slowcore geënt op blues en jazz. Vooral het geraffinneerde gitaarwerk en de technisch niet sterke, maar o zo mooie vocalen maakten indruk, maar het songmateriaal was daar ook debet aan. ‘Pollen from the Plains’ is een I Am Oak-cover en ik zou bijna zeggen: daarom niet zo’n goed nummer als Luiks eigen nummers. Het steekt gewoon wat minder knap in elkaar dan Owls. Het is bovendien veel te snel afgelopen; als het nummer tegen het einde wat zachter wordt, verwacht je een wat typische Luikachtige vertraging, om daarna weer ietsjes sneller te gaan, maar dan is het al afgelopen. Daar ga ik wel een half puntje van aftrekken hoor, maar 4* is nog steeds een mooie score.

Daarna komt I Am Oak zelf langs. Mijn problemen met de band: ik vind de zang wel erg indiefähig, of neen, dat geldt voor de hele band, maar vooral de zang. Zodra het gas ingedrukt wordt vind ik het echter best goed te doen; de trage momenten zijn niet zo aan mij besteedt, omdat ik de liedjes op die momenten vaak gewoon door de mand vind vallen. De zware gitaren die na drie minuten binnenvallen doen het nummer dan ook veel goed en verdorie, ’t is gewoon een meeslepend stukje muziek geworden. 4*

Sophia - People Are Like Seasons (2004)

poster
5,0
Muziek is emotie. De emoties waarmee het gemaakt is en de emoties die de luisteraar er aan hangt. Robin Proper-Sheppard, want hij ís Sophia, is geen lachebekje. Deze band (is dat het eigenlijk?) is opgericht nadat de bassist van Robins vorige band, The God Machine, overleed. Veel muziekstukken op de eerste platen handelden dan ook over diens dood. Dat leverde beklemmende teksten op. Ook liefdesverdriet wist Robin om te vormen tot aangrijpende, donkere nummers.

Muzikaal raakte het dan ook ver verwijderd van het doemgeluid van The God Machine. Dat ligt hem eigenlijk alleen in de aanpak. Sophia is ook so(m)ber, deprimerend, ongemakkelijk en zwaar. Alleen zijn is het loeiharde ingeruild voor een ingetogenere aanpak. Het muzikale universum waar Robin zich nu bevindt, refereert heel erg in de verte aan namen als Leonard Cohen en Nick Cave & The Bad Seeds. Hij is namelijk, zoals dat zo mooi heet, niets minder dan een oorspronkelijk talent. De etiketjes singer-songwriter, slowcore, lo-fi, post-rock en shoegazing kun je er ook op plakken, om enige richting aan te geven.

"People are like Seasons" is nog steeds bijzonder donker. Alleen, het is troostend. Ik kan er alles van weten, dit is de soundtrack van mijn puberleventje als onvervalste romanticus. Het ondragelijke lijden, met dank aan een aantal onbeantwoorde liefdes, deze plaat sleepte me er door heen. Simpele, directe en vooral eerlijke zinnen die deze overgevoelige jongeman de steun gaven die hij nodig had.

"Listen, don't beat yourself up
Someday you will find someone to trust
And just remember that all is not always black
Yeah, people are like seasons"

Dit wordt verpakt in muziekstukken die vooral op (akoestische) gitaar en piano leunen en verder aan worden gekleed met lichte synthesizers, percussie en strijkers. Vooral de bizar mooie cello's mogen genoemd worden. In drie nummers laat Robin ook nog smerig, shoegazing-esqua gitaarspel horen, maar allemaal in dienst van het liedje natuurlijk. Soms wordt Robin namelijk gewoon kwaad om de hele situatie, zoals ik dat ook kon worden. Onbegrip en een diepe woede die zowel sterk naar buiten, als naar binnen gericht is. Dan zegt Robin dat "Life's a bitch and then you die" en dan geloof ik hem. Dan heb ik dat zelf ook ondervonden (afgezien van het sterven dan).

Het is een o zo herkenbaar pubergevoel, die zanger die jou precies begrijpt en zingt wat jij denkt. Robins teksten zijn namelijk fenomenaal. Zoals gezegd, ze zijn simpel, direct en vooral eerlijk. Ze zijn echter ook subtiel ambigue gehouden, waardoor natuurlijk iedereen zijn interpretatie er aan kan hangen. Een beproefde truc, maar gezien de tekstuele openheid is dit toch een prestatie van formaat. Ook al gaat het ontroerend mooie nummer "I Left You" over een verbroken relatie, enkele zinnen daarin geven ook weer aan hoe ik me voelde toen ik worstelde met de gevoelens die ik nog had voor het meisje waar ik voor het eerst écht verliefd op was. De pijnlijke, negatieve sfeer tussen ons, terwijl we elkaar negeerden, is dan ook precies te beschrijven met behulp de volgende zinnen.

"And if I will be closer,
can you feel the presence of my thoughts?
And you don't say much now,
but what you say just tears,
yeah, it tears my world apart
And are you waiting,
are you waiting for the end,
before it begins?
And are you waiting,
are you waiting for the end?"

Ondertussen denk ik stiekem dat Robin dit album special voor alle andere ongelukkige mensen heeft gemaakt. Hij zingt het je ook zo toe, hij legt zijn arm om je schouder en zegt dat alles wel goed komt. Als je zoiets nodig hebt en je bent er vatbaar voor, dan grijpt dit je echt. Dit album is zo verstrengeld met de herinnering aan mindere periodes in mijn leven, waarin ik de grip op de situatie compleet kwijtraakte omdat ik werd overvallen door mijn emoties. Daar is dan deze cd, met pareltjes als "Swept Back":

"Swept back to all the grief and the worry
Swept back
Swept back
But I know you don't deserve to be broken
So just focus on the light
Focus on the light"

Uiteindelijk komt alles toch goed, merkte Robin, merkte ik. Het werd vaak niet wat ik hoopte, maar ik kon het soms gewoon laten varen. Dan herstelde het contact dan maar niet, maar was het ook gelukkig geen probleem meer voor me. Of er kwam een liefdevolle vriendschap, waar ik nog steeds zo gelukkig van wordt. Daarom citeer ik de gehele tekst van het laatste nummer, tegelijkertijd het meest intieme pareltje van de hele cd, het volledig akoestische en lo-fi "Another Trauma":

"I wanna sit on the edge of a gentle stream,
watching paper boats float to the sea
and I wanna sit in the sun
with my new shirt on
Drinking a beer I'd salute
another trauma I've out run
before another's begun
and God I just wanna rest a while
and I promise tomorrow I'll start again
with a smile,
yeah yeah"

Spank Rock - Everything Is Boring and Everyone Is a F---ing Liar (2011)

poster
3,5
Het had zo mooi kunnen zijn, op basis van de prachtsingle 'Energy', waarin een soort kruising tussen Amon Tobin en TV on the Radio te horen is. Het openingsschot 'Ta Da' is wat ruwer en levendiger dan op het nog mooier getitelde YoYoYoYoYo, wat ook prijzingswaardig is. 'Nasty' is al wat minder. Ook 'Car Song', met een geweldig refrein van Santigold, is erg sterk.

En daarna kakt de boel nogal in. Het is zeker niet slecht, maar het blijft toch echt achter op YoYoYoYoYo. De biets zitten minder sterk in elkaar, de teksten zijn een pak minder en het mist de intense opwinding die de vorige bij vlagen wel liet zien. Zo gaat het allemaal vrij aardig, maar niet bijzonder, door, totaan afsluiter en absolute hoogtepunt 'Energy': het moment waarop de drums binnenvallen, die funkfalset, toch nog een stukje rappen aan het einde; het is wat mij betreft één van de beste nummers van 2011. Alleen jammer dat de rest er zo bij verbleekt.

Spank Rock - YoYoYoYoYo (2006)

poster
4,0
Wonderlijk album is het toch, het briljant "YoYoYoYoYo". Postmodern mag het zeker genoemd worden: drukke, minitieus geconstrueerde biets, die regelmatig naar i.d.m. a la Autechre overhellen, vormen de achtergrond voor ruwe mannenpraat. De titel "Bump", dat overigens aan een heerlijk stuiterend nummer gegeven is, laat niets aan de verbeelding over, maar als Amanda Blank de spotlights opeist blijkt het dat de dames ook absolute hedonisten zijn en geen gewillige slaven. Of zoiets.

Fijn, nu gaat die hele recensietoon ook al de verkeerde kant op, maar wat er hier toch gedaan wordt, als een soort reactie op de Britse grime, ja vet jullie hebben Dizzee Rascal maar wij Amerikanen hebben 2 Live Crew uitgevonden, is erg verfrissend, zo'n vijf jaar later nog steeds, en als ik het zo hoor, vindt dit geluid steeds meer weerklank; denk aan het dit jaar verschenen "Alziend oor" van Nouveau Riche, of het snoepje van gisteren, Die Antwoord. En eigenlijk is het gewoon prima, die hele gerichtheid op de uiteindelijke coïtus, als dat zulke dikke bassen en geweldige quotables oplevert ("Behind my Game Boy I got game girl") en dat er af en toe wat vrouwonvriendelijke dingen langskomen, dat is gewoon humor joh. Als er dan ook nog een goede dosis punkfunk toegevoegd wordt, zoals in het geweldige "Sweet Talk" of "Touch Me", is het feest helemaal compleet.

Toch zijn er helaasch wat mindere momenten, want na het euforische "Sweet Talk" zijn de resterende nummers allemaal net wat tammer, hoewel ze ook erg vermakelijk zijn. De zinsnede "Coke 'n wet bitch guns nigger holler" vat de plaat zelfs goed samen. Afsluiter "Screwville USA" is zelfs nog een eerbetoon aan meesterviespeuk Isaac Hayes, als ik dat goed hoor zo.

Sparklehorse - Bird Machine (2023)

poster
4,5
Eerlijk is eerlijk, bij zo'n beetje elke andere artiest, of wanneer dit album gewoon bij Mark Linkous' leven was uitgekomen, had ik geklaagd over een gebrek aan vernieuwing. Dan had ik een in een andere versie uitgebracht nummer zeker geen sterretje gegeven. Hier is het echt 'Daddy's Gone' dat me eraan herinnert dat Dark Night of the Soul gewoon níét de laatste Sparklehorse had moeten zijn, want te atypisch en qua kwaliteit niet in de buurt komend van de eerste drie albums. Ik hield ook wel even mijn hart vast: dit zou toch geen Thanks For the Dance-achtige plaat worden, waarop de laatste kliekjes nog eens zijn opgewarmd, met een flinke dot saus eroverheen?

Bird Machine is goddank de plaat die me wél het gevoel geeft dat het oeuvre nu echt afgerond is. Dat komt denk ik ook grotendeels door de omstandigheden: je hoort Linkous nog één keer door zijn bekende stijlen en thema's gaan. Hij grijpt bijvoorbeeld terug op de taartetende hond van 'It's a Wonderful Life'. Havikken en spoken, ze bewoonden al eerder zijn nummers. Bij het intro van 'Kind Ghosts' moet ik steeds denken aan 'More Yellow Birds'; na het slot van 'O Child' verwacht ik zo'n vijftien luisterbeurten later nog elke keer dat 'Sick of Goodbyes' wordt gespeeld. De lappendeken van country, noisepop, punk, psychedelica en vervreemdende elektronica: ze zijn bekend. Maar wat is het fijn om ze toch weer te horen.

Hoeveel er al af was, ik weet het niet precies, dus het is moeilijk om te zeggen of Linkous zich niet echt meer aan het ontwikkelen was, of dat zijn nabestaanden de plaat zoveel mogelijk in zijn geest hebben afgerond. Waarschijnlijk gaat het om een beetje van beide. Maar bovenal: dit is geen sleetsere Sparklehorse, zoals toch wel het geval was op Dreamt for Light Years in the Belly of a Mountain. Dit zijn veertien liedjes op zijn slechts heel behoorlijk zijn en op hun best hartverscheurend mooi.

Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995)

poster
5,0
Deze bespreking van Vivadixiesubmarinetransmissionplot is geen bespreking van Vivadixiesubmarinetransmissionplot, maar gaat over de zomer en vooral over alcohol. Er zijn namelijk weinig albums die ik qua sfeer met een roes associeer, of die ergens zelfs bijna een roes oproepen, als dit Sparklehorsedebuut, of het moet de derde van de Velvets zijn, waardoor ik me vaak ook al snel wat aangeschoten ga voelen. Vivadixie lijkt nergens over alcohol te gaan, maar ademt de veel te hete zomer van 2008, mijn mislukte date vlak daarvoor (op de terugweg zong ik ‘I left my baby on a Saturday highway/She just couldn’t see things my way’ om moed te blijven houden; ik wist niet dat het ‘Side of the highway’ was), de tequilaroezen van vorig jaar; eigenlijk elke zomer waarin ik me weer aan een sterke drang tot drinken overgeef.

Hoe dat er zo ingeslopen is weet ik niet, maar ik herinner me wel dat ik tijdens mijn eerste dronkenschap de openingsregels van ‘Weird Sisters’ zong. Misschien dat het daar door komt, maar misschien ook niet. Het kan zijn door die kloterige rotzon die me elke zomer weer vreselijk langzaam maakt, dat het grootste deel van de nummers doen denken aan met een dronken tequilakop op de bank liggen, maar dat een ander deel, het hardere deel zo u wilt, doet vermoeden dat de klei wel heel snel opgedroogd en hard geworden is door de zon die maar de godganselijke dag schijnt.

Bovendien zijn daar die teksten waar soms geen touw aan vast te knopen is. Er wordt wat Shakespeare aangehaald, Neil Young, maar auto’s vliegen, miljonairs die van de trap af donderen. Ergens moet ik dan ook een beetje aan het Spinvisdebuut denken, dat ik denk ik leerde kennen toen Vivadixie al een grote favoriet was. Ondanks de referenties aan alcohol is het net een iets mindere roesplaat dan dit, misschien een goede plaat om te draaien als je al gedronken hebt, maar dan heb je uiteindelijk nog alcohol nodig. Voor Vivadixiesubmarinetransmissionplot heb je dat niet nodig, maar het mag wel. Ik ga binnenkort maar weer een flink glas tequila inschenken, deze plaat draaien en wachten tot die benzinepaardjes me eens een keer mee zullen nemen.

Spinvis - Spinvis (2002)

poster
4,0
Van die dingen om over na te denken: ‘Bagagedrager’ is eigenlijk de signature song van Spinvis, hoewel je ook kunt stellen dat ‘Ik Wil Alleen Maar Zwemmen’ dat is. Soit, voor mijn gevoel is ‘Bagagedrager’ toch wel de signature song, maar waarom eigenlijk? Is het niet eigenlijk gewoon omdat het het eerste nummer op de eerste Spinvisplaat is en velen zo kennis leerden maken met het typerende Spinvinsgeluid?

‘Bagagedrager’ was met dank aan een tv-uitzending over zoveel jaar Nederpop mijn eerste Spinviskennismaking denk ik, maar toch, dat eerste-track-op-het-eerste-albumverhaal gaat voor mij dus niet op en toch weer wel. Het kan er ook aan liggen dat de tekst een oplossing biedt: in het eerste couplet wordt het al duidelijk dat er een droomscene in zit. Klinkt het een beetje gek, dan is dat omdat het een droom is. Op dat moment zijn we klaar voor het middenstuk, waarin alledaagse beelden gekoppeld worden aan een soort moderne variant op Gorters ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid.’ En we zijn klaar voor Spinvis.

Eigenlijk zijn de liedjes soms nog raadselachtiger als er verklaringen of excuses worden gegeven voor de parades van beelden die voorbijtrekken. Narcose, dementeren of gewoon de twijfels die het astronautschap met zich meebrengt. En ik vergeet ook wel eens dingen, al heb ik een opmerkelijk goed geheugen voor allerlei triviale onzin en losse zinsflarden, maar dat dit debuut ook absoluut iets indierockerigs heeft, en dan ook zeker iets rockerigs met gitaren en zo, leek ik eerst niet eens op te willen merken.

Toch besluiten dat ik nog naar Spinvis wilde heeft me weer aan het debuut gezet en ondanks dat ik uit mijn hoofd nog weet hoe de nummers gaan, merkte ik wel dat ik nog wat moeite had met de teksten precies mee te zingen en in ‘Limonadeglazen Wodka’ (de prachtige uitsmijter weet ik nog wel) was ik zelfs ‘Ik had zelfs een echte traan/De as kwam in mijn oog’ eigenlijk vergeten. En dan nog weet ik nog precies hoe de plaat ging en heb ik genoeg gaten in mijn geheugen om me te laten verrassen. De teksten zitten vol met dingen die ik absoluut niet zou pikken in een gedicht, maar hier werkt het gewoon geweldig.

Dat die soms cut-upachtige teksten (ergens las ik dat iemand Spinvis er van verdacht dat hij z’n teksten van zijn kinderen jatte) vaak ook een coherent verhaal vertellen, soms redelijk aan de oppervlakte (‘Ronnie Gaat Naar Huis’, ‘Limonadeglazen Wodka’) en soms moet je wat puzzelen (‘Voor Ik Vergeet’, ‘In de Staat van Narcose’) zorgt er voor dat het geheel niet fragmentarisch wordt. De muziek is op een soortgelijke manier opgebouwd: samples (waar komen ze toch vandaan?), knip- en plakwerk en eigen partijen. Dit vormt ondanks soms inderdaad ‘tegenstrijdige’ partijen een geheel (ik herinner me m’n eerste Spinvisoptreden waar Erik met loops werkte, hij gebruikte een bijzonder lomp vervormde synthesizertoon in ‘Bagagedrager’ waar iedereen een beetje van schrok, Erik incluis, maar ook die partij vond zijn weg in het nummer en stoorde nergens). Zo is er uiteindelijk toch een touw aan vast te knopen, al is het soms even goed kijken hoe je naar boven moet klimmen.

Spinvis - Tot Ziens, Justine Keller (2011)

poster
4,5
Tot Ziens, Justine Keller was zo’n album van een oude held waarvan ik bijna vergat om er naar te gaan luisteren. Wat gaat dat snel; op mijn zestiende, zeventiende als een gek naar Spinvis en Tom Waits geluisterd; van die laatste heb ik Bad Like Me nog steeds niet geluisterd. Gelukkig maar dat Justine Keller toch nog bij me op bezoek kwam, eigenlijk nadat we elkaar leerden kennen in een Zwols studentenkamertje. Mocht je allergisch zijn voor allerlei sentimentele anekdotes die weinig met Spinvis, maar meer met de recensent in kwestie te maken hebben, dan kun je met een gerust hard heel wat van deze bespreking overslaan.

Het begon met mijn toenmalige vriendin die me zeker drie keer heeft verteld dat ‘Oostende’ haar zo deed denken aan ons uitstapje naar Den Haag, waar we na een bezoek aan het Gemeentemuseum wodka gingen drinken op het strand. Afijn, een paar weken later luisterden we dus samen naar de nieuwe Spinvis. Als ik het me goed herinner waren het liedjes als ‘Heel Goed Nieuws’ en ‘Club Insomnia’ die me destijds enorm verrasten, op tekstueel vlak vooral. Conclusie: deze moest ik nog snel op station Zwolle kopen voor ik weer naar huis zou gaan, de laatste week van december was al begonnen en dit was eindlijstmateriaal. Afijn, die cd was er dus niet. Daarna is het er gewoon ook niet meer van gekomen.

Nu de cd uiteindelijk toch in bezit is en mijn langeafstandsrelatie al een paar maanden geleden implodeerde, werd het een mooi excuus voor een melancholisch vooruitzicht op de zomer en de daar geregeld mee gepaard gaande alcoholconsumptie. Er is al heel wat geschreven over alcohol op deze plaat en telkens wordt er één specifiek zinnetje aangehaald. Die ga ik nu niet aanhalen, maar ik krijg er verdomd zin in tequila van. ‘Koning Alcohol’ is zelfs nog een liefdesgeschiedenis in iets meer dan vier minuten, een liefdesgeschiedenis tussen een ‘ik’ en de drank. Hij was overal bij, maar ze blijven ook graag thuis in de keuken zitten.

Ondertussen klinkt Spinvis tegenwoordig bedaard, al zijn ‘Club Insomnia’ en vooral ‘Heel Goed Nieuws’ nog behoorlijk uitbundig. In ‘De Grote Zon’ zit Spinvis zelfs dichter tegen Leonard Cohen aan dan ooit. Ook op tekstueel vlak is alles wat minder onstuimig, maar concreter en verhalender. Er zitten nog wel briljante tekstvondsten in (‘Ik scheer me in bad zoals een cowboy doet/met een spiegel in mijn hand en een fles op de rand’), maar het blijft eenvoudigweg overzichtelijk, al is het nog steeds niet altijd duidelijk wat er nu eigenlijk gebeurt.

Ronnie keert terug, maar heeft ingezien dat de maan niet van zilver is. Het hele album is doortrokken van dit soort melancholie, dit soort berusting na een toch vrij pijnlijke ontdekking van hoe het leven in elkaar steekt. Mocht je dat nog niet helemaal begrijpen: ‘Kom Terug’ is een handzame handleiding voor het leven. Het titelnummer is ook een soort lijstjesliedje, maar dan vol wensen. Vooral als het refrein aanzwelt ben ik gewoon verliefd op Justine, al heb ik nu nog steeds geen enkel idee van wie ze is. Maar dat is het mooie van verliefd zijn op iemand die je niet kent: op haar kun je van alles projecteren.

Tot Ziens, Justine Keller is geloof ik een ode aan de waanzin van de liefde of andersom, of er is vast iets met melancholie. Ja, er is zeker iets met melancholie: de vriendelijke Spinvis-gekte werd steeds meer en meer ingeruild voor een traditionelere aanpak, die misschien niet echt meer deed en doet verbazen, maar ontroeren en gewoonweg mooi zijn des te meer.

Stevie Wonder - Hotter Than July (1980)

poster
3,5
Redelijke plaat met een aantal sterke nummers, maar ook veel platte, bijna banale nummers. Wat dat betreft is "I Ain't Gonna Stand for It" een dieptepunt, al zit er een pedal steel in: Stevie moet een gek stemmetje opzetten en klinkt hier als een soort cuntry-Elton John (en Elton is best een baas, laat dat duidelijk zijn) die het vervelende refrein tot vervelens toe herhaalt. Andere nummers gaan dan weer richting Michael Jackson ("All I Do", mwoah...) en daar heb ik het niet zo op. Nee, best aardige nummer, maar gewoon echt goed wordt het in de funky opener, de mooie ballad "Lately" en vooral het ijzersterke, ingehouden "Rocket Love". Juist die beheersing laat zien dat de meeste nummers nogal plat zijn, edoch vermakelijk.

Suzanne Vega - Suzanne Vega (1985)

poster
4,5
Soms is er weinig voor nodig om dat hoofd van je eens aan de gang te zetten. Zo kan het lezen van een gedichtenbundel je geestelijke vermogens tijd op tijd weer eens activeren, al dan niet met de bedoelingen die de dichter voor ogen had. Zo struikelde ik tijdens het lezen van "de hand boven het hoofd" van hans kloos (inderdaad, de cummings-spelling) over het volgende mij zo ontzettend bekend voorkomende citaat:
I believe right now if I could
I would swallow you whole
I would leave only bones and teeth
We could see what was underneath
And you would be free then


Ik wist zeker dat het van Suzanne Vega was (kloos gaf er geen bronvermelding bij). "Undertow"? Ik wist het niet zeker. Op zo'n moment is wat je nodig hebt, ofwel een platenspeler en de elpee (niet aanwezig, ik zat in de trein), ofwel een mp3-speler (kapot) het enige wat uitkomst kan bieden aan dat vervelende geknaag, "ik weet het zeker, maar toch". Thuis heb ik het de plaat natuurlijk gelijk weer gedraaid, allemaal vanwege die magische regels, de mooiste regels uit die hele gedichtenbundel, die een soort wrange, vreemde intimiteit en tederheid uitdrukken. Welkom in de wonderbaarlijke wereld van Suzanne’s debuut.

Half pratend, half zingend en sprekend in een combinatie van gewone taal en metaforen, een combinatie die aan Leonard Cohen doet denken en met een speelsheid waarin in de verte die al eerder genoemde cummings wat doorechoot, verkent Suzanne onderwerpen als intimiteit, relaties, de buitenwereld en de psychische gesteldheid van een jonge vrouw. Wat betreft dat laatste: in het op een wonderlijke manier tegelijkertijd verstild en gehaast praatgezongen “Freeze Tag” gaat het om de ik-persoon die op het punt van een emotionele uitbarsting staat.

Zo komt er steeds iemand aan het woord die ze niet honderd procent op een rijtje heeft, nou ja, op die ene soldaat na, maar die wordt door een gekke vrouw een kopje kleiner gemaakt, zo gaat dat. Maar je weet hoe het is met vrouwen die Suzanne heten: “you know she’s half crazy and that’s why you want to be there”. Ook de jij-personen zijn niet helemaal goed bij hun hoofd: ergens klinkt het zelfs verwijtend:
Do you love any, do you love none,
Do you love many, can you love one,
Do you love me?

Zo ontaardt dit in een soort ware samenzwering van idioten, maar zo is het leven en Suzanne laat het leven zien zoals het is, al dan niet ondersteund door sterke beelden.

Het mooiste liedje is “Small Blue Thing”, dat zich makkelijk laat analyseren als een moeilijke beschrijving van een relatie, paradoxaal ook wel, maar dat hoort bij het gevoel van verliefdheid, verlangen en intimiteit. Maar toch, Suzanne’s eigen verklaring dat het een bijna kinderlijk spelletje is van “stel je voor, je bent een klein blauw iets, hoe zou je zijn en wat zou je doen?” werpt een ander, minstens zo sterk, licht op de zaak. Zo blijven de teksten intrigerend en gelaagd en voor je het weet spookt er weer zo’n fragment als dat uit “Undertow” door je hoofd.