MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RockAround als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Naaz - Never Have I Ever (2023)

poster
4,0
Ze is terug. Vijf jaar geleden was ze plots overal: Naaz, het Koerdisch-Nederlandse meisje dat schijnbaar moeiteloos prachtnummers als Someday en Words uit haar mouw schudde. Even abrupt als ze verschenen was, verdween ze ook weer uit de schijnwerpers. Tot ze vorig jaar opnieuw op de radar opdook. Als volwassen vrouw deze keer, maar met hetzelfde gevoel voor meeslepende melodieën en teksten die onder je huid kruipen.

Sad Violins, het weergaloze nummer waarmee de zangeres in mei vorig jaar een nieuw leven begon, ontbreekt gek genoeg op dit album. Never Have I Ever ontvouwt zich immers als één lang verhaal en Sad Violins paste niet helemaal in die verhaallijn. Jammer, maar geen paniek: vertrouw op Naaz, zij heeft het perfecte oor.

Luister maar naar subliminal message, dat openklapt tot een groots en meeslepend popnummer met hollywoodiaanse sfeer in de refreinen. Moeiteloos zweeft ze daarna naar de akoestische pracht van hyper independence en de indierockinvloeden van one day en alive.

Meer nog dan een oor heeft Naaz echter een stem. En dan doel ik niet alleen op haar stemgeluid dat fluistert, bezweert en overrompelt: deze zangeres heeft ook iets te vertellen. In het titelnummer bijvoorbeeld, waarin ze heen en weer geslingerd wordt tussen verplichtingen en verwachtingen en haar wens om een vrije vrouw te zijn: "And I try to be a good wife / to be a nice daughter / but free like water". Of daughter, met die regels die nog lang door je hoofd blijven spoken: "I got the blessings of my father / to end the man who killed his daughter."

In de taal van haar ouders en voorouders zingt Naaz azadî, ongetwijfeld haar belangrijkste nummer, een ingetogen protestlied dat alleen maar aan betekenis heeft gewonnen sinds de tragische dood van de Iraans-Koerdische Jina Amini en de daaropvolgende opstanden tegen het repressieve regime in Iran. "How many years can some people exist before they’re allowed to be free?" vroeg ene Bob Dylan zich in de jaren zestig af. "Er is geen leven zonder vrouwen en daarom is er geen vrijheid tot alle vrouwen vrij zijn", verkondigt Naaz op dit eigenste moment.

De titel komt dan ook van het Koerdische gezegde "Jin, Jiyan, Azadî", oftewel "vrouw, leven, vrijheid". Zoek de vertaling van de tekst op, als je net als ik het Koerdisch niet machtig bent, maar luister eerst naar het gevoel dat de zangeres in haar stem legt en alle taalgrenzen overstijgt.

"Born in the west but still see mountains wherever I go", schrijft Naaz over zichzelf. Ook al zag ze in Nederland het levenslicht, toch neemt ze haar roots overal mee naartoe. Dat zie je ook op de hoes van dit album: aan de horizon van de Hollandse polders tekenen zich de bergtoppen van Koerdistan af. Naaz is dus nog lang niet uitverteld en ik hoop dan ook dat ze nu voorgoed is teruggekeerd naar de wereld van de muziek en we haar bevrijdende stem nog veel mogen horen.

(Mijn recensie op Luminous Dash)

Nabou - You Know (2021)

poster
3,5
Geloof nooit mensen die zeggen dat ze niet van jazz houden. Of beter: laat hen eens wat dingen beluisteren. Geen genre is immers zo veelzijdig. De afgelopen jaren mochten we getuige zijn van de prachtigste klanken op de dwarsfluit, kora, tuba en drums, bij N∆BOU is het de trombone die centraal staat. Nabou Claerhout tovert wonderlijke melodieën tevoorschijn uit haar instrument, maar net zo onmisbaar zijn de gitaar van Roeland Celis, de bas van Trui Amerlinck en de drums van Mattias Vercammen.

Black Light, de opener van hun eerste plaat, sleept je alvast mee van een onheilspellend woestijnlandschap naar een ochtendlijke grootstad in luttele minuten. Tot het allemaal wat te veel begint te slepen, maar dan komen alle instrumenten weer netjes samen en schudt het kwartet er toch nog een fascinerend slot uit.

Titelnummer You Know is een instantklassieker. Meteen bij de eerste luisterbeurt werd mijn duistere jazzhart gegrepen, van de film noir-achtige intro tot het swingende slot. Ook K.I.P. is zo verslavend. Wat een zonde dat dit duivels dansbare ritme afklokt op anderhalve minuut! Om een cold turkey te vermijden, zit er maar één ding op: meteen na afloop dat nummer opnieuw draaien.

Niet alles op dit album is even schitterend. Zo vormt In The House Of F. (introduction) een wel heel lange aanloop naar het volgende nummer, In The House Of F. Gelukkig ontploft de groep daar wél compleet. Ook Chill is minder memorabel en wat te repetitief. Dat vergeef je N∆BOU echter als je Will We Remember You hoort, de ideale soundtrack bij een filmscène over een afscheid in een mistige haven. Of afsluiter Who Owns What, waarin het perfect op elkaar ingespeelde viertal acht minuten lang nog eens alles uit de kast haalt. Robuuste ritmes, ragfijne melodieën, melancholie die van elk instrument druipt en de ideale climax, zo zorgvuldig opgebouwd en uitgevoerd dat het één vloeiende suite wordt.

(Mijn recensie op Luminous Dash)

Ndugu - Ndugu (2020)

poster
3,5
Mijn recensie op Luminous Dash:

Er gebeurt iets magisch wanneer een bende energieke muzikanten elementen uit verschillende stijlen samenvoegt en er volledig hun eigen weg mee uitgaat. Neem de kracht en het ritme van hiphop, maar vergeet de samples en de synthesizers: Ndugu brengt haar eigen instrumenten mee én haar Afrikaanse melodieën. Akoestisch, maar daarom niet minder funky en opzwepend.

Opener Idwil kregen we eerder al als single voorgeschoteld. Hoewel de zomer al lang gaan liggen is, blijft dit een ongelooflijk zonnig nummer dat je meteen de plaat in katapulteert. We zijn vertrokken voor een wonderlijke reis door het universum van Ndugu, want ook het tweede nummer, Mad, staat je geen seconde toe stil te zitten.

De naam van de groep betekent ‘broer’ in het Swahili en Ndugu klinkt dan ook als een groepje broers, of toch zeker vrienden, die samen aan het musiceren slaan. “Snakes are sneaking through the grass, if you don’t know, they’ll bite your ass” horen we aldoor op Snakes. Het aanstekelijke plezier dat de bandleden beleven spat uit de luidsprekers. Op Moon zorgt Témé Tan mee voor een heerlijk mysterieuze sfeer. “Papa was the sun and mama was the moon”, fluistert de groep. Alsof we in een sprookje of een eeuwenoude Afrikaanse mythe beland zijn.

Ook Ylls kregen we al eerder te horen. Na al dat geweld is het even wennen aan dit ontspannen nummertje, dat zelfs een tikje melancholisch aanvoelt. “You look like someone who looks like you”, klinkt het in dit verhaal over vriendschap, over iemand die je zo hard mist dat je die overal op straat ziet opduiken. De volgende nummers verkennen verder muzikale horizonten. River klinkt als rauwe oerblues, op Time worden jazzsferen opgezocht en krijgen we uitstapjes naar spoken word, al haalt dat laatste de vaart er wat uit.

Enkel afsluiter Ill, waar de Belgisch-Boliviaanse producer en multi-instrumentalist Susobrino nóg meer kleur komt toevoegen, valt wat uit de toon. Het meer dan acht minuten durende nummer zit boordevol spannende, opwindende, fascinerende klanken, maar weet er nergens een geheel van te smeden. Live levert dit misschien vuurwerk op en als filmmuziek zou het perfect zijn, maar op dit album loopt het wat verloren. Al blijft het lovenswaardig dat Ndugu zo het experiment opzoekt.

Met hun eerste album laat Ndugu een frisse wind door het Belgische hiphoplandschap waaien, en meteen ook door de hele Belgische muziekwereld. Onweerstaanbaar en onnavolgbaar, hier kunnen horden artiesten wat van leren.

Newmoon - Nothing Hurts Forever (2019)

poster
3,5
Mijn recensie op Luminous Dash:

Shoegaze, zo werd Newmoons debuut drie jaar geleden overal genoemd. Volgens een vermaledijde internetencyclopedie is dat grootse en sfeervolle gitaarmuziek waaronder dromerige melodieën schuilgaan. Met moeilijk te onderscheiden stemmen en teksten over liefde, dood en drugs, bij voorkeur gespeeld met de blik strak naar de schoenen gericht. Toch kijken de heren van Newmoon soms ook voor zich uit, want met hun tweede plaat zetten ze een grote stap verder in hun carrière.

Opener Let It End sleurt ons meteen bij ons nekvel de plaat in: de gitaren werpen nog steeds een overweldigende muur op, de sfeer is die van een droom op een bloedhete zomernacht en de zang komt van diep, alsof de heren van Newmoon de tekst recht uit hun ziel scheuren.

“Let’s get somewhere”, horen we weergalmen in het tweede nummer, Rapture. Newmoon sleurt ons inderdaad ergens naartoe: in een draaikolk, op plaatsen waar roes en extase hand in hand gaan. Dit is muziek waardoor je je moet laten meeslepen en die live ongetwijfeld nog veel intenser overkomt, wanneer het buiten al stikdonker is, maar nog niemand aan slapen denkt.

Het enige minpunt aan deze plaat is tegelijk zijn grote troef. Waar debuutplaat Space gekenmerkt werd door één enorme uitschieter, het bloedmooie Skin, is het hier net andersom: alle nummers op Nothing Hurts Forever zijn van dezelfde (hoge) kwaliteit, maar er is geen uitschieter die zo hard aan de ribben blijft kleven als Skin destijds. Misschien moeten ze dat er maar als bonusnummer aan toevoegen, en dan hebben de Nieuwmaners een prachtplaat in handen die hen nog naar veel podia zal leiden.

Nicholas Lens / Nick Cave - L.I.T.A.N.I.E.S (2020)

poster
4,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

“Een bescheiden kameropera van slapende dromen”, zo doopt de Brusselse componist Nicholas Lens zijn verzameling breek- en kostbare liederen waarvoor hij samenwerkte met Nick Cave. Kan je de grandeur van opera in de intimiteit van een kamer vatten? Dit verbluffende kunststuk bewijst het met verve.

Als kind van de Westhoek groeide Lens op tussen de graven van duizenden en duizenden soldaten. Een fascinatie die in 2014 uitmondde in de opera Shell Shock, waarin de stemloze slachtoffers van de oorlog een stem krijgen: de soldaat, de verpleegster, de weeskinderen, de eenzame moeder. Voor het libretto, de tekst dus, klopte hij verrassend genoeg aan bij Nick Cave. Zes jaar na hun huzarenstukje hebben de twee nu een nieuwe samenwerking uit. Cave tekende voor de teksten en Lens voor de muziek, maar in de praktijk ontstond een wonderlijke synergie.

Toch horen we Cave hier nergens zingen. Nicholas Lens’ diepe stem doet je wel wat aan de Australische bard denken, maar de grote ontdekking is Lens’ dochter Clara-Lane. Haar kristallen stem maakt van Litany Of The Forsaken het hoogtepunt van dit album. De titel voorspelt weinig opbeurends, maar wie eenmaal die fonkelende diamant heeft beluisterd, wil dat alleen maar nog eens doen. Voor wie niet vertrouwd is met opera, zullen nummers als Litany Of Fragmentation wat meer moeite vergen.

Maar die moeite wordt beloond. Caves teksten zijn als vanouds duizelingwekkend sterk (“I constructed a strange mask from the pieces of me” krijgen we nooit meer uit ons hoofd) en Lens borstelt daar composities van in een weelderige klankkleur. Omwille van de afstandsregels moest elke instrumentalist zijn bijdrage afzonderlijk komen opnemen, maar daar valt niets van te merken. De muziek is verweven tot een naadloos geheel.

De dagen zijn kort, de straten kil, maar in een wereld die enkel nog uit kamers lijkt te bestaan, biedt de kameropera van L.I.T.A.N.I.E.S. de troost die we nodig hebben.

NOIA LLUNA - Pillow Fights (2020)

poster
4,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

Krasse gitaren trappen Pillow Fights op gang, de opener en meteen ook het titelnummer van deze ep. Dat klinkt heerlijk stekelig, maar gelukkig is er de hemelse stem van zangeres Alexandra Gadzina die ons erdoorheen loodst. Net wanneer het nummer verzandt in een lange outro en je denkt dat het stilaan mag eindigen, drukt zij het gaspedaal weer in en weet ze ook op het juiste moment weer te stoppen.

Echoes begint dan weer met dromerige klanken, alsof we wel ontwaken maar niet hoeven op te staan. Toch is dit nummer allerminst lui te noemen: het samenspel van de zang en de instrumenten die alle kanten op kaatsen klinkt heerlijk fris. Roof ademt net zo’n sfeer: een surrealistische tekst leidt hier naar een fantastisch refrein dat nog lang nazindert.

Alsof ze dit alle dagen doen, gooit NOIA LLUNA er als afsluiter echter nog een Nederlandstalig nummer tegenaan. Op Binnenstebuiten valt alles in de plooi: hier klinkt Alexandra’s stem op haar krachtigst, echoën de snaren het weemoedigst en wordt een ongrijpbare schoonheid het prachtigst bezongen, terwijl voortdurend de fatale afloop van een film noir om de hoek loert. Regels als “Denk aan haar irissen die scheuren en het hemelsblauw van haar ogen op papier, tot een stilleven bedaard” en “Wanneer ze met haar blik urenlang doolhoven tekent op ’t plafond” klinken uiterst theatraal, maar wel buitengewoon meeslepend. Tot de laatste gitaar zachtjes uitgehuild is en NOIA LLUNA ons weer achterlaat, bij een uitgestorven motel aan de eindeloze snelweg, in de bloedrode zonsondergang.

Not a Citizen - 13189 (2021)

poster
4,0
In de muziek bestaan er geen grenzen. Not A Citizen is afkomstig uit Chili, verdeelt zijn tijd tussen Londen en Berlijn… en toch doet zijn geboortenaam, Cristóbal Jimenez Van Cauwelaert, Belgische roots vermoeden. Zo divers klinkt ook zijn muziek. Meteen vanaf het eerste nummer neemt hij ons mee op reis door de nachtelijke straten. Trams razen voorbij, uit een keldergat hoor je beats opstijgen waar rappers op tekeer kunnen gaan, in de bar ernaast bezweert een garagerockband het uitzinnige publiek, in de verte freestylet een jazztrio.

Niets bereidt je echter voor op Broke Again, een verschroeiende trip langs een straatmuzikant die het beste van zichzelf geeft op saxofoon, een jazzdrummer die in zijn eentje zit te oefenen, een jonge rocker die net een nieuwe gitaar aan het uitproberen is en een vervallen kapel waar een koor repeteert. En nergens mondt dit uit in een kakofonie, omdat Not A Citizen de touwtjes stevig in handen houdt.

Toch is het niet enkel het geraas van de wereldstad dat we hier voorgeschoteld krijgen. Sin Tus Ojos, Yo No Te Puedo Ver (een zin om op een kaartje voor je geliefde te schrijven) en Andes laten ons met heimwee dromen van Zuid-Amerika. Voor even dan toch, want met de jazzrock van Black And Blue Cheese ontwaken we weer uit het gemijmer. Het enige jammere is de al te gezapige en langdradige afsluiter The Last Dusk. Een plaat als deze verdient immers een gepastere coda. “Hey, that’s no way to say goodbye,” zou Leonard Cohen zeggen, maar misschien zegt Not A Citizen ons helemaal geen vaarwel. Misschien zegt hij gewoon tot gauw.

(Mijn recensie op Luminous Dash)