Hier kun je zien welke berichten RockAround als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Maps - Colours. Reflect. Time. Loss. (2019)

4,0
0
geplaatst: 12 mei 2019, 09:52 uur
Mijn recensie op Luminous Dash:
Statige blazers weergalmen door de kamer wanneer je deze plaat afspeelt, voordat een fluwelen stem naar boven komt gedwarreld. En net wanneer het nummer alweer stilvalt en je denkt dat dit een onbeduidend snippertje was dat enkel diende om de plaat op gang te trekken, klapt een prachtige melodie open. Hoopvol, filmisch en meeslepend: zo klinken Surveil, de opener van dit album, en ook de rest van de nummers.
Colours. Reflect. Time. Loss. is de vierde langspeler van Maps, het alter ego van de Brit James Chapman. Net als bij zijn vorige platen sloeg Maps aan het knutselen met samples en synthezizerklanken, tot hij het roer volledig omgooide en op avontuur trok met echte instrumenten. Het voorschot dat hij van de platenmaatschappij had opgestreken, spendeerde hij volledig aan de honoraria van het Echo Collective, een bont allegaartje klassiek geschoolde muzikanten uit de hele wereld, met thuisbasis in Brussel. Voor de arrangementen tekende Maps zelf: componisten als Tsjaikovski, Sjostakovitsj en Ralph Vaughan Williams wezen hem de weg, maar net zo goed The Beach Boys met hun tijdloze plaat Pet Sounds.
Het resultaat is meer dan zomaar een probeerseltje. De dromerige melodieën, het orkest met strijkers en toeters en bellen, de hemelse vrouwenkoren die Maps’ boterzachte stem ondersteunen: alles valt perfect op zijn plaats. Hier en daar schemert zelfs iets door van Sufjan Stevens’ meesterwerk Illinois. Hoewel Colours. Reflect. Time. Loss. nergens zo memorabel wordt, is het een tentoonspreiding van Maps’ muzikale talenten, een geslaagde heruitvinding van zichzelf en bovenal een bijzondere verzameling prachtnummers, die nog lang blijven nagalmen.
Statige blazers weergalmen door de kamer wanneer je deze plaat afspeelt, voordat een fluwelen stem naar boven komt gedwarreld. En net wanneer het nummer alweer stilvalt en je denkt dat dit een onbeduidend snippertje was dat enkel diende om de plaat op gang te trekken, klapt een prachtige melodie open. Hoopvol, filmisch en meeslepend: zo klinken Surveil, de opener van dit album, en ook de rest van de nummers.
Colours. Reflect. Time. Loss. is de vierde langspeler van Maps, het alter ego van de Brit James Chapman. Net als bij zijn vorige platen sloeg Maps aan het knutselen met samples en synthezizerklanken, tot hij het roer volledig omgooide en op avontuur trok met echte instrumenten. Het voorschot dat hij van de platenmaatschappij had opgestreken, spendeerde hij volledig aan de honoraria van het Echo Collective, een bont allegaartje klassiek geschoolde muzikanten uit de hele wereld, met thuisbasis in Brussel. Voor de arrangementen tekende Maps zelf: componisten als Tsjaikovski, Sjostakovitsj en Ralph Vaughan Williams wezen hem de weg, maar net zo goed The Beach Boys met hun tijdloze plaat Pet Sounds.
Het resultaat is meer dan zomaar een probeerseltje. De dromerige melodieën, het orkest met strijkers en toeters en bellen, de hemelse vrouwenkoren die Maps’ boterzachte stem ondersteunen: alles valt perfect op zijn plaats. Hier en daar schemert zelfs iets door van Sufjan Stevens’ meesterwerk Illinois. Hoewel Colours. Reflect. Time. Loss. nergens zo memorabel wordt, is het een tentoonspreiding van Maps’ muzikale talenten, een geslaagde heruitvinding van zichzelf en bovenal een bijzondere verzameling prachtnummers, die nog lang blijven nagalmen.
Martha Da'ro - Cheap Wine & Paris (2020)

3,5
0
geplaatst: 26 mei 2020, 13:24 uur
Mijn recensie op Luminous Dash:
Martha da Rossa Canga Antonio verschijnt in vele vormen. In de bioscoop was ze te zien in Black, in het theater in De Wereld Redden met Pieter en Johannes Genard en op concertpodia eerst met haar groep Soul’Art, nu gewoon als Martha Da’ro. Eerder dit jaar bracht ze een eerste ep uit: Cheap Wine & Paris. Het klinkt als de samenvatting van een millennialvakantie, maar het zijn vijf nummers vol eerlijkheid, soul, elektronica en zwoele sfeer.
Opener Ayuwe is meteen een voltreffer. Het is even wennen aan Martha’s unieke timbre: moeiteloos gaat ze van een hoog register over soulvolle mijmeringen naar stevige uitvliegers. Eens je dit gewoon bent en je laat meeslepen in het verhaal dat ze vertelt, word je beloond met opwindende beats en een openhartige tekst. “I’m not gonna lie: I still smoke my cigarettes in the morning”, zingt Martha voor een geliefde van lang geleden.
“Shut the fuck up, yeah” klinkt het op STFU: met haar schattige stem klinkt dat niet helemaal geloofwaardig, hoe sterk de muziek ook opgebouwd is. Trippin sleurt ons mee door de nacht: verdwalen voelde nog nooit zo zalig aan. Tegelijk betoont Martha eer aan haar Angolese roots. Let Me is een collage van flarden en snippers waarin Martha telkens haar talenten tentoonspreidt. Hoe ze met zware stem “Let me dream a little dream for me” zingt, dat willen we uitknippen en boven ons bed hangen.
“I know I’ve been a fool for letting you go”, opent Martha’s stem afsluiter Fool. Dat hebben we al zo vaak gehoord in de muziekgeschiedenis, maar Martha maakt er iets moois van. De beats klinken dromerig en zowaar zonnig, een soulkoor uit de jaren zestig echoot “Such a fool, baby” en Martha begint met haar hoge parlando om toch te eindigen als een jazzzangeres in een rokerige nachtclub uit een onverslijtbare romantische film. We’ll always have Paris en goedkope wijn, zo is tenslotte het leven.
Martha da Rossa Canga Antonio verschijnt in vele vormen. In de bioscoop was ze te zien in Black, in het theater in De Wereld Redden met Pieter en Johannes Genard en op concertpodia eerst met haar groep Soul’Art, nu gewoon als Martha Da’ro. Eerder dit jaar bracht ze een eerste ep uit: Cheap Wine & Paris. Het klinkt als de samenvatting van een millennialvakantie, maar het zijn vijf nummers vol eerlijkheid, soul, elektronica en zwoele sfeer.
Opener Ayuwe is meteen een voltreffer. Het is even wennen aan Martha’s unieke timbre: moeiteloos gaat ze van een hoog register over soulvolle mijmeringen naar stevige uitvliegers. Eens je dit gewoon bent en je laat meeslepen in het verhaal dat ze vertelt, word je beloond met opwindende beats en een openhartige tekst. “I’m not gonna lie: I still smoke my cigarettes in the morning”, zingt Martha voor een geliefde van lang geleden.
“Shut the fuck up, yeah” klinkt het op STFU: met haar schattige stem klinkt dat niet helemaal geloofwaardig, hoe sterk de muziek ook opgebouwd is. Trippin sleurt ons mee door de nacht: verdwalen voelde nog nooit zo zalig aan. Tegelijk betoont Martha eer aan haar Angolese roots. Let Me is een collage van flarden en snippers waarin Martha telkens haar talenten tentoonspreidt. Hoe ze met zware stem “Let me dream a little dream for me” zingt, dat willen we uitknippen en boven ons bed hangen.
“I know I’ve been a fool for letting you go”, opent Martha’s stem afsluiter Fool. Dat hebben we al zo vaak gehoord in de muziekgeschiedenis, maar Martha maakt er iets moois van. De beats klinken dromerig en zowaar zonnig, een soulkoor uit de jaren zestig echoot “Such a fool, baby” en Martha begint met haar hoge parlando om toch te eindigen als een jazzzangeres in een rokerige nachtclub uit een onverslijtbare romantische film. We’ll always have Paris en goedkope wijn, zo is tenslotte het leven.
Meis - Een (2021)

3,5
1
geplaatst: 7 mei 2021, 09:01 uur
Mijn bespreking op Luminous Dash:
Als eigen liedjes zingen altijd een beetje jezelf blootgeven is, dan is zingen in het Nederlands dat toch nog net iets meer. Er is minder om je achter te verstoppen. Elk woord voelt zoveel directer aan. Zinnen die mank lopen, vallen meteen op. Meis is echter onbevreesd: met zeven Nederlandstalige nummers over grote verwachtingen en kleine overwinningen levert ze een debuut-ep af om jaloers op te zijn.
Met Wacht begint het allemaal rustig en mijmerend. En net wanneer je denkt dat het gaat kabbelen, schudt Meis een prachtig refrein uit haar mouw. Met evenveel naturel glijdt het muzikaal van tintelende synths over dromerige snaren naar weemoedige blazers. In Alsof schildert Meis dan weer een stilleven of knutselt ze een kijkdoos, enkel met haar woorden: “De ruimte is smal, de kamer valt naar binnen / alsof het zonlicht vergat dat dat zijn taak was”. Hier is iemand aan het werk die weet welke kant ze uit wil.
Er bestaat zo’n spreekwoord over een appel en een boom. Meis heet eigenlijk Aysha de Groot en mag opa zeggen tegen de man die ons Testament, Verdronken Vlinder en Avond leerde kennen. Toch zou het oneerlijk zijn om Meis’ nummers met die van haar illustere grootvader te vergelijken. Ze is jong in andere tijden, grasduint in eigen thema’s en timmert aan haar eigen weg, stijl en stem.
Met Zee heeft ze alvast een instantklassieker gepend. “Ik ben heus niet bang voor water, ik weet alleen niet wat eronder zit”: kijk, met zo’n intrigerende openingsregel heb je onmiddellijk onze aandacht. Het diepe water waar Meis in het donker door waadt, is een metafoor voor al onze angsten en onzekerheden. En toch kneedt ze er een geruststellend lied van dat nog lang blijft nazinderen.
Waarom we meteen daarna Zee nog eens te horen krijgen, maar dan in een rustige akoestische versie, is niet helemaal duidelijk. Van een sterk nummer krijg je nu eenmaal nooit genoeg, maar deze versie sleept net te veel. Met Bram krijgt de ep echter wel een mooie, hypnotiserende afsluiter.
Meis blijft uiterst intiem en ingetogen op haar debuut. Live bewees ze echter al dat snedige rock haar ook als gegoten zit. Een gezapig nummer als Veel hadden we dan ook graag omgeruild voor wat stevigers. Hopelijk horen we Meis in de toekomst ook die kant van zichzelf meer verkennen, om haar muziek nog rijper en kleurrijker te maken.
Als eigen liedjes zingen altijd een beetje jezelf blootgeven is, dan is zingen in het Nederlands dat toch nog net iets meer. Er is minder om je achter te verstoppen. Elk woord voelt zoveel directer aan. Zinnen die mank lopen, vallen meteen op. Meis is echter onbevreesd: met zeven Nederlandstalige nummers over grote verwachtingen en kleine overwinningen levert ze een debuut-ep af om jaloers op te zijn.
Met Wacht begint het allemaal rustig en mijmerend. En net wanneer je denkt dat het gaat kabbelen, schudt Meis een prachtig refrein uit haar mouw. Met evenveel naturel glijdt het muzikaal van tintelende synths over dromerige snaren naar weemoedige blazers. In Alsof schildert Meis dan weer een stilleven of knutselt ze een kijkdoos, enkel met haar woorden: “De ruimte is smal, de kamer valt naar binnen / alsof het zonlicht vergat dat dat zijn taak was”. Hier is iemand aan het werk die weet welke kant ze uit wil.
Er bestaat zo’n spreekwoord over een appel en een boom. Meis heet eigenlijk Aysha de Groot en mag opa zeggen tegen de man die ons Testament, Verdronken Vlinder en Avond leerde kennen. Toch zou het oneerlijk zijn om Meis’ nummers met die van haar illustere grootvader te vergelijken. Ze is jong in andere tijden, grasduint in eigen thema’s en timmert aan haar eigen weg, stijl en stem.
Met Zee heeft ze alvast een instantklassieker gepend. “Ik ben heus niet bang voor water, ik weet alleen niet wat eronder zit”: kijk, met zo’n intrigerende openingsregel heb je onmiddellijk onze aandacht. Het diepe water waar Meis in het donker door waadt, is een metafoor voor al onze angsten en onzekerheden. En toch kneedt ze er een geruststellend lied van dat nog lang blijft nazinderen.
Waarom we meteen daarna Zee nog eens te horen krijgen, maar dan in een rustige akoestische versie, is niet helemaal duidelijk. Van een sterk nummer krijg je nu eenmaal nooit genoeg, maar deze versie sleept net te veel. Met Bram krijgt de ep echter wel een mooie, hypnotiserende afsluiter.
Meis blijft uiterst intiem en ingetogen op haar debuut. Live bewees ze echter al dat snedige rock haar ook als gegoten zit. Een gezapig nummer als Veel hadden we dan ook graag omgeruild voor wat stevigers. Hopelijk horen we Meis in de toekomst ook die kant van zichzelf meer verkennen, om haar muziek nog rijper en kleurrijker te maken.
Mercury Rev - Deserter's Songs (1998)

4,0
0
geplaatst: 5 januari 2015, 22:29 uur
Wondermooie, Pink Floyd-achtige plaat die je door dikke wolken van muziek meevoert naar dromerige sferen. Moeilijk te beschrijven wat er nu net zo goed aan is: de melodieën liggen bijzonder in het oor, de teksten zijn prachtige mysterieuze gedichten en de zang is apart, maar past er gewoon bij. Iets meer variatie had dit album goed gedaan, maar nu is het een zalige trip op de grens van wakker zijn en slapen, met Holes, Hudson Line en Goddess on a Highway als hoogtepunten onderweg. Als een droom die door je hoofd blijft spoken, zelfs uren nadat je eruit wakker bent geworden door een snerpende wekker.
Meskerem Mees - Julius (2021)

4,0
3
geplaatst: 12 november 2021, 11:57 uur
Het is echt nog maar een jaar geleden dat Meskerem Mees Humo’s Rock Rally won. Intussen was ze te zien op zowat elk podium en bracht ze vier singles uit. De inspiratie lijkt nog lang niet opgedroogd, want vandaag laat ze een dertien nummers tellend album op de wereld los. Dat is nog eens een manier om te debuteren.
In haar reiskoffer neemt Meskerem enkel haar stem, haar akoestische gitaar en celliste Febe Lazou mee. Niets wereldschokkends, zou je zeggen op het eerste gehoor. En toch schuilt er in die eenvoud van haar muziek iets wat niet makkelijk te ontleden is. Het zijn haar teksten. Meskerem Mees zingt geen liedjes, maar vertelt kortverhalen in drie minuten. Dat zeg ik niet enkel omdat één van de nummers op deze plaat toepasselijk The Writer heet, maar omdat ze daar in de huid kruipt van een schrijver die zijn eenzaamheid verwerkt in fictie en de waardering die hij daarvoor krijgt, dan maar aanziet voor liefde.
Hoewel ik destijds helemaal ondersteboven was van Joe, de single waarmee het allemaal begon (en die uiteraard niet ontbreekt op dit album), lijkt het alsof Meskerem nu lichtjaren verder staat in haar muzikale en lyrische ontwikkeling. Zeker wanneer ze dat verhaal over een prille verliefdheid laat voorafgaan door Man Of Manners, een ijzersterk vertelde protestballade over een broer die naar het front wordt gestuurd om te vechten en te doden, zoals het een beschaafd man betaamt.
Zo krijgen we nog meer perfect gesmede vertellingen voorgeschoteld. Parking Lot blikt bedrieglijk lieflijk terug op high worden met een uit het oog verloren jeugdvriend. Blue And White begint met meeuwen en een verloren gewaand celloconcerto, voor het uitmondt in een hemelse hymne. Where I’m From is een magisch-realistisch portret van het verre land waar Meskerem vandaan komt.
Enkel afsluiter How To Be Alone is voorbij voor het goed en wel begonnen is. Meskerem grijpt ons daar meteen bij ons nekvel met de regels “You’re going to have to learn to be alone / ‘cause where we are headed, you’ll be on your own,” verovert daarna ons hart met “When you hold my hand I can no longer feel the difference between your fingers and mine”, maar gaat dan plots verder met een slaapliedje dat een krachtig slotakkoord mist.
Julius bevat geen nummers die je elke dag op de radio zal horen. Je moet even gaan zitten om alles zorgvuldig te beluisteren. Meskerem laat immers elk liedje openbloeien als prille bloesem. En toch blijft ze altijd zichzelf. Want met de titel van dit album verwijst ze niet naar een Romeinse veroveraar, maar naar het gelijknamige ezeltje dat graast in de weide naast het huis van haar ouders.
(Mijn recensie op Luminous Dash)
In haar reiskoffer neemt Meskerem enkel haar stem, haar akoestische gitaar en celliste Febe Lazou mee. Niets wereldschokkends, zou je zeggen op het eerste gehoor. En toch schuilt er in die eenvoud van haar muziek iets wat niet makkelijk te ontleden is. Het zijn haar teksten. Meskerem Mees zingt geen liedjes, maar vertelt kortverhalen in drie minuten. Dat zeg ik niet enkel omdat één van de nummers op deze plaat toepasselijk The Writer heet, maar omdat ze daar in de huid kruipt van een schrijver die zijn eenzaamheid verwerkt in fictie en de waardering die hij daarvoor krijgt, dan maar aanziet voor liefde.
Hoewel ik destijds helemaal ondersteboven was van Joe, de single waarmee het allemaal begon (en die uiteraard niet ontbreekt op dit album), lijkt het alsof Meskerem nu lichtjaren verder staat in haar muzikale en lyrische ontwikkeling. Zeker wanneer ze dat verhaal over een prille verliefdheid laat voorafgaan door Man Of Manners, een ijzersterk vertelde protestballade over een broer die naar het front wordt gestuurd om te vechten en te doden, zoals het een beschaafd man betaamt.
Zo krijgen we nog meer perfect gesmede vertellingen voorgeschoteld. Parking Lot blikt bedrieglijk lieflijk terug op high worden met een uit het oog verloren jeugdvriend. Blue And White begint met meeuwen en een verloren gewaand celloconcerto, voor het uitmondt in een hemelse hymne. Where I’m From is een magisch-realistisch portret van het verre land waar Meskerem vandaan komt.
Enkel afsluiter How To Be Alone is voorbij voor het goed en wel begonnen is. Meskerem grijpt ons daar meteen bij ons nekvel met de regels “You’re going to have to learn to be alone / ‘cause where we are headed, you’ll be on your own,” verovert daarna ons hart met “When you hold my hand I can no longer feel the difference between your fingers and mine”, maar gaat dan plots verder met een slaapliedje dat een krachtig slotakkoord mist.
Julius bevat geen nummers die je elke dag op de radio zal horen. Je moet even gaan zitten om alles zorgvuldig te beluisteren. Meskerem laat immers elk liedje openbloeien als prille bloesem. En toch blijft ze altijd zichzelf. Want met de titel van dit album verwijst ze niet naar een Romeinse veroveraar, maar naar het gelijknamige ezeltje dat graast in de weide naast het huis van haar ouders.
(Mijn recensie op Luminous Dash)
Mirek Coutigny​ - The Further We Ventured (2020)

4,0
0
geplaatst: 30 januari 2021, 10:23 uur
Mijn recensie op Luminous Dash:
Klankkleur, het blijft een vreemd concept. Maar als Mirek Coutigny een schilder was, dan zou hij droomlandschappen in weelderige, levendige kleuren borstelen, vol subtiele schakeringen en ontroerende details. Is dit jazz of hedendaagse klassieke muziek? Niemand die het weet, misschien moeten we het houden op de soundtrack van een ingebeelde film.
De beelden mogen we zelf verzinnen als we onze ogen sluiten en ons laten meeslepen door de wonderlijke, sfeervolle klanken die Mirek en zijn muzikanten hier uit hun instrumenten toveren. Een epische actiefilm zal dit bij niemand opleveren, daarvoor is de plaat bij momenten te rustig, te meditatief. Een roadmovie vol melancholie des te meer.
Enkel The Stairs valt uit de toon. Dit soort vredevolle pianomuziek met weinig franjes hebben we simpelweg al te vaak gehoord en speelt te veel op veilig om echt te verrassen. The Further We Ventured onderscheidt zich net wanneer toetsen, elektronische klanken, strijkers en percussie samen een geheel smeden dat ons meeneemt in de avondzon.
Klankkleur, het blijft een vreemd concept. Maar als Mirek Coutigny een schilder was, dan zou hij droomlandschappen in weelderige, levendige kleuren borstelen, vol subtiele schakeringen en ontroerende details. Is dit jazz of hedendaagse klassieke muziek? Niemand die het weet, misschien moeten we het houden op de soundtrack van een ingebeelde film.
De beelden mogen we zelf verzinnen als we onze ogen sluiten en ons laten meeslepen door de wonderlijke, sfeervolle klanken die Mirek en zijn muzikanten hier uit hun instrumenten toveren. Een epische actiefilm zal dit bij niemand opleveren, daarvoor is de plaat bij momenten te rustig, te meditatief. Een roadmovie vol melancholie des te meer.
Enkel The Stairs valt uit de toon. Dit soort vredevolle pianomuziek met weinig franjes hebben we simpelweg al te vaak gehoord en speelt te veel op veilig om echt te verrassen. The Further We Ventured onderscheidt zich net wanneer toetsen, elektronische klanken, strijkers en percussie samen een geheel smeden dat ons meeneemt in de avondzon.
Mondingo - We Are, Aren’t We? (2019)

3,0
0
geplaatst: 29 april 2020, 13:13 uur
Mijn recensie op Luminous Dash:
Mondingo: de naam klinkt als een exotisch muziekfestival ergens te lande. Het blijkt echter het project van producer Domien Cnockaert te zijn, die al bij Hooverphonic en WWWater achter de knoppen zat en nu zijn debuut-ep uitbrengt. Naar eigen zeggen gaat op dit album ‘wereldmuziek hand in hand met elektronica.’
Toch mag het met Mondingo ook feest zijn. Het titelnummer schippert vrolijk tussen strakke beats en oriëntaalse uitbundigheid. Dat laatste horen we ook terug in het tweede nummer, Road To Tibet, al heeft dat gek genoeg ook iets Afrikaans of Latijns-Amerikaans. En zo gaat het altijd maar verder.
Af en toe gaat de voet van het gaspedaal, zoals op Lullaby Of Lybia, dat perfect nachtelijke filmscènes in de wildernis zou kunnen ondersteunen, en ook daar houdt Mondingo dapper stand. Minder fan zijn we echter van de zangstem. Eén Oscar and the Wolf op deze wereld is al meer dan genoeg, zo niet te veel. We Are, Aren’t We? is dan ook op zijn best in de instrumentale gedeelten: kleurrijk, meeslepend en altijd bijzonder sfeervol.
Mondingo: de naam klinkt als een exotisch muziekfestival ergens te lande. Het blijkt echter het project van producer Domien Cnockaert te zijn, die al bij Hooverphonic en WWWater achter de knoppen zat en nu zijn debuut-ep uitbrengt. Naar eigen zeggen gaat op dit album ‘wereldmuziek hand in hand met elektronica.’
Toch mag het met Mondingo ook feest zijn. Het titelnummer schippert vrolijk tussen strakke beats en oriëntaalse uitbundigheid. Dat laatste horen we ook terug in het tweede nummer, Road To Tibet, al heeft dat gek genoeg ook iets Afrikaans of Latijns-Amerikaans. En zo gaat het altijd maar verder.
Af en toe gaat de voet van het gaspedaal, zoals op Lullaby Of Lybia, dat perfect nachtelijke filmscènes in de wildernis zou kunnen ondersteunen, en ook daar houdt Mondingo dapper stand. Minder fan zijn we echter van de zangstem. Eén Oscar and the Wolf op deze wereld is al meer dan genoeg, zo niet te veel. We Are, Aren’t We? is dan ook op zijn best in de instrumentale gedeelten: kleurrijk, meeslepend en altijd bijzonder sfeervol.
