menu

Hier kun je zien welke berichten RockAround als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jacle Bow - Whatever You Might Find (2019)

4,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

Hoe doe je dat, volwassen worden? En kan je dat eigenlijk ooit zijn? Jacle Bow denkt alleszins van wel. “Sit down, look up, it’s me, grown up”, zingt zanger Jonas Bastijns op Hideaway, een single die de groep voorafgaand aan hun nieuwe plaat Whatever You Might Find op de wereld losliet, twee jaar na hun eerste worp en vier jaar na hun deelname aan de Nieuwe Lichting van Studio Brussel.

Getreuzel is niet aan deze drie heren besteed: het titelnummer overrompelt de luisteraar meteen wanneer de plaat begint. Gitaren snerpen en gieren, het gaspedaal wordt ingeduwd en we zijn vertrokken voor een onvergetelijke rit. De zonnige rockabilly van hun debuut is zeker niet verdwenen en zanger Jonas Bastijns klinkt nog steeds even hees, maar het palet aan klanken en klankkleuren dat Jacle Bow bespeelt is veel breder geworden. Mysterious Guy swingt soulvol je oren binnen, alsof David Bowie ten tijde van Young Americans herrezen is, inclusief extatische achtergrondkoortjes. Alone baadt dan weer in een nachtelijke jazzsfeer. Hideaway rolt eerst wel met de spierballen, maar mondt uit in een bloedmooi en hoopgevend refrein dat nooit meer uit je hoofd verdwijnt.

Run Part #1 stond ten tijde van Jacle Bows deelname aan de Nieuwe Lichting in een liveversie op YouTube en dook sindsdien geregeld op optredens op, maar nu valt het voor het eerst op cd te bewonderen. “Ain’t it good to know your life is on the run”, zingt Jonas, nadat de statige strijkers die het nummer aankondigen hebben plaatsgeruimd voor swingende, soulvolle rock. Maar net zo goed is er ruimte voor breekbare, intieme nummers, zoals In Time, waar ene Raymond van het Groenewoud zijn opwachting maakt als pianist. Het getuigt van grote klasse dat Jacle Bow schijnbaar moeiteloos afwisselt tussen exploderen en mediteren, tussen rammen en dromen.

De groep klinkt dan ook rijper en uitgepuurder, maar daarom niet minder oprecht dan ten tijde van debuutplaat What’s All The Mumble About. Alleen afsluiter Jump Into The Fire, een cover van Harry Nilsson, slaat de plank volledig mis. Live werkt dit nummer wel, bewees de groep recent nog toen ze hun album voorstelden in de AB, maar op plaat misstaat deze eindeloze brok gitaargeweld, zeker als slotakkoord van de rijke verzameling prachtliedjes over opgroeien die Whatever You Might Find geworden is. Een laatste opstoot van groeipijnen misschien, maar die vergeef je deze heren omdat hun zelfverklaarde volwassenheid zo’n mooie plaat heeft opgeleverd. Eeuwig jong zijn is schromelijk overroepen.

Jaguar Jaguar - Madelyn (2020)

3,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

Dromerige, maar toch meeslepende ritmes, refreinen die uit twintig stemmen tegelijk lijken te komen, een rijke klankkleur met synthesizers en swingende instrumenten allerhande: Jaguar Jaguar heeft op Madelyn, hun tweede ep, duidelijk een geheel eigen geluid gevonden.

Tegelijk is dat ook het probleem van deze ep: alle nummers klinken min of meer hetzelfde. Een swingend geheel dat de luisteraar niet loslaat is Madelyn zeker, alleen heeft die luisteraar niet door wanneer het ene nummer gedaan is en het volgende begint.

Het sterkst is Madelyn daar waar Jaguar Jaguar de paden die ze net hebben platgetreden weer durft te verlaten en variatie opzoekt. Dat gebeurt in Weightless, halverwege laten ze het nummer voor wat het is en belanden we in een jungle vol jazzy klanken waar jaguars zich zeker thuis zouden voelen. Spannend, gedurfd en geslaagd. Ook de gastrol van Témé Tan op Out of Sight zorgt voor afwisseling. Met zijn Franstalige fluisterteksten voegt hij mysterie en avontuur toe.

Sommige groepen zoeken jarenlang naar een eigen onmiskenbaar geluid, Jaguar Jaguar heeft het op hun tweede ep al gevonden. Wie vanaf nu een nummer uit Madelyn hoort voorbijwaaien, herkent de groep meteen. Om welk nummer het gaat, zal echter een raadsel blijven. Maar geen paniek, met wat meer geëxperimenteer zoals in Weightless en Out of Sight komt dat heus wel goed.

Jason Isbell - Something More Than Free (2015)

4,0
Op een dag maak ik een reis door het zuiden van de Verenigde Staten. Van Nashville naar New Orleans, bijvoorbeeld, naar de roots van zoveel mooie muziek. Om daar laat op de avond in schimmige kroegen met bierschuim op de vloer te luisteren naar een compleet onbekende country-, folk- of bluesartiest die hart en ziel steekt in zijn liederen. Over afscheid nemen, onderweg zijn en thuiskomen. Zoals Jason Isbell dat doet. Het zijn liederen van een man die ervaring heeft met het leven, maar nog niet genoeg om blindelings zijn weg te vinden. Hij vertelt over hoe je leert opgroeien en over wat er gebeurt met herinneringen als ze niet langer tastbaar zijn. Over wie we geworden zijn en wie we ooit dachten te worden. En over geloof, dat een houvast kan zijn in het leven, maar tegelijk ook een beperking. You thought God was an architect, now you know he’s something like a pipe bomb ready to blow. En dat allemaal in een hemelse muzikale omlijsting. Something More Than Free is een heel persoonlijke plaat van iemand die zichzelf heeft zien veranderen.

Joanne Shaw Taylor - Diamonds in the Dirt (2010)

3,5
Deze dame afgelopen zomer aan het werk gezien op Blues Peer. Wat ze daar klaarspeelde was ongelooflijk, vooral tijdens het goddelijke Jealousy (dat niet op deze plaat staat), een nummer dat voor mij eeuwig mag duren. Wat een stem! Wat een gitaarspel! Wat een zonde dat het grote publiek haar niet kent! Op deze cd laat ze zeker zien wat ze in haar mars heeft, met het openingsnummer en het titelnummer als hoogtepunten. Héérlijke blues waar je niet veel over moet zeggen, maar waar je gewoon naar moet luisteren.

Joni Mitchell - Blue (1971)

4,5
De eerste keer dat ik wat nummers van dit album beluisterde, vond ik er niks aan. De stem van Joni Mitchell leek me nog minder aangenaam dan een kat die met haar staart tussen de garagepoort geklemd zit.
Maar nu, enkele jaren later, probeer ik deze plaat opnieuw, ditmaal in z 'n geheel en nu kom ik tot de conclusie dat dit echt een prachtalbum is. De wonderlijke teksten en de zang van Joni, die ik nu blijkbaar wél kan appreciëren, komen perfect tot uiting in een minimale (maar daarom niet minder belangrijke!) muzikale begeleiding. Tien wondermooie liedjes vol weemoed, ongelooflijk prachtig gebracht, zonder ook maar ergens melig te worden.

Jonny Polonsky - Hi My Name Is Jonny (1996)

3,5
Een schrijnende, maar tegelijk prachtige documentaire is dat. Als 18-jarige hoorde Otto-Jan Ham dit album in een Brusselse platenzaak en was meteen verkocht. Vierentwintig jaar later slaagt hij erin Jonny Polonsky naar België te halen en een aantal optredens voor hem te regelen. Maar het publiek kent Jonny niet of niet meer, en bij de man zelf is de fut er duidelijk ook uit.

En dat is jammer, want Hi My Name Is Jonny is zeker geen slecht album, dat je verbazingwekkend genoeg zelfs op Spotify vindt (al komt dat niet helemaal overeen met de tracklijst hierboven: It's Good to Sleep en I Don't Know What to Dream at Night zijn omgewisseld, Uh-Oh ontbreekt en I'm Incontinent is toegevoegd). Het heeft rammelende rockers van een typisch jaren negentig-kaliber, zoals de eerste drie nummers. Er is maffe humor over incontinentie. Maar net zo goed vind je hier het Nirvana-achtige Half Mind terug, dat met heerlijk gitaarwerk in je hoofd blijft rondspoken. Of het zonnigere Gone Away, met een ritme dat iets Zuid-Amerikaans heeft waar ik de vinger niet kan opleggen. En dat allemaal gespeeld met jeugdige branie en onversneden enthousiasme.

Ik ging naar de eerste kleuterklas in 1996. Ik was er dus niet bij toen Jonny Polonsky heel even aan het venster kwam piepen en meteen weer uit de schijnwerpers verdween. Waarom maakt de ene artiest het waar en de andere niet? Waarom moet Jonny vierentwintig jaar na zijn debuut spelen voor anderhalf man en een paardenkop in een tochtige Limburgse kelder en een smoezelige Amsterdamse kroeg? Ik heb geen idee. De wereld is al even raar als Jonny Polonsky zelf.

Justin Bieber - Purpose (2015)

1,0
We moesten hem haten, alsof het onze grondwettelijke plicht was. Dat broekventje, nauwelijks ouder dan wij, dat muzikale diarree als Baby voortbracht, moesten we een langdurig verblijf in de hel toewensen. Nu moeten we plotseling van zijn muziek houden. Plots moet ik aanhoren hoe mijn bloedeigen vrienden zeggen ‘Sinds wanneer maakt Justin Bieber kwaliteitsmuziek?’ en ‘Eigenlijk is hij wel een muzikaal talent, he.’ 'The power of Christ compels you!' wil ik dan steeds uitschreeuwen. Want om het met één van Biebers songtitels te zeggen: sorry. Sorry, ik vind dit nog steeds afgrijselijk gekweel.

Want bij Bieber hoor ik geen enkele passie, geen hart en geen ziel. Bruce Springsteen gaf alles op voor muziek, hij stak zijn allerlaatste cent in de opnames van Born to Run. Dat zou Bieber nooit doen. In zijn vlakke stem hoor ik iemand die met zijn dure wagen naar de studio rijdt, verveeld de lijnen die voor hem klaarliggen inzingt en weer naar zijn villa snelt om te gaan niksen aan het zwembad en wijffies te neuken.

Nu was Elvis ook een product van een gewiekste manager en heeft hij ook nooit één letter van zijn teksten geschreven, maar toch. Als je liveversies van Hound Dog of Heartbreak Hotel bekijkt, dan zie je iemand die het méént. Tijdens de lange helletocht die ik met Biebers nieuwste album doorbracht ben ik niemand tegengekomen die het meent. Enkel een rotverwend ventje dat zijn stem levert aan lopende bandmuziek, om daarna snel te gaan cashen, als een Europarlementariër die zijn vergoedingen komt incasseren. Bieber is niet eens het equivalent van Royco Minute Soup of opwarmlasagna, hij is een aan huis bezorgde pizza.

In de discussie hierboven zie ik het eeuwige argument dat de Beatles ook maar commercieel waren. Natuurlijk is dat waar. Alle muziek is immers commercieel, die muzikanten moeten ook ergens van leven, net als de bakker brood bakt. Maar de Beatles staken hart en ziel in hun muziek. Zij schonken de wereld onvergetelijke melodieën, terwijl bij Bieber steeds dezelfde voorgekauwde loungebeats en -bliepjes voorbijkomen. En de Beatles hadden téksten. Leg In My Life, For No One, Norwegian Wood, Eleanor Rigby en Something maar eens naast ‘Is it too late to say I’m sorry? ‘Cause I’m missing more than just your body.’ Méén je dat nou, Justin? Straks ga ik me nog niet eens hoeven te schamen voor de poëzie die ik als hopeloos verliefde en hopeloos onbegrepen tiener schreef. Toen mijn vrienden nog geen burgermannetjes met een vriendin en jobaanbiedingen waren die naar jouw gegeeuw luisterden.