menu

Hier kun je zien welke berichten RockAround als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Band - The Band (1969)

4,5
Een groep die The Band heet, dat zou zijn als een café dat De Kroeg heet. Wel, hier in Leuven heb je er effectief zo één. En er is dus ook een band genaamd The Band. Gelukkig is hun muziek iets origineler dan hun naam. Dit titelloze album is een weergaloze onderdompeling in de muziek van Amerika. Niet het hippe Amerika van Manhattan of L.A., maar het platteland waar de boer moet zwoegen voor zijn oogst en de bergen waar het leven al even hard is. Het Amerika waar folk, country en blues geboren zijn. Nu eens opzwepend en swingend, dan weer ingetogen en gevoelig bezingen deze rasmuzikanten dat land. Luisteren naar deze plaat is een ontdekkingstocht in de wilde natuur, waarbij je dan plots stuit op een enorme rijkdom aan muziek en teksten. Nu begrijp ik waarom deze heren zich The Band noemen: alle andere bands kunnen beschikken, zij zijn The Band.

The Hold Steady - Boys and Girls in America (2006)

3,5
Heb je essentiële muziekgeschiedenis meegemaakt na het beluisteren van dit album? Nee. Maar dat neemt niet weg dat het een overheerlijke plaat is, vol opgewekte, sfeervolle muziek die met merkbaar plezier gespeeld wordt. Nummers als Stuck Between Stations, First Night en Chill Out Tent geven mij telkens het gevoel dat het een zomeravond is, zo'n zomeravond die we misschien alleen kunnen meemaken als we jong zijn. Een album dat erin gaat als friet met mayonaise.

The Lighthouse - Whatever Comes Our Way (2019)

3,5
Mijn recensie op Luminous Dash:

The Lighthouse, dat zijn toch die vrolijke jongens uit Leuven die twee jaar geleden de Nieuwe Lichting van Studio Brussel wonnen met hun aanstekelijke synthpop? Op hun eerste langspeler hadden ze dus net zo goed die heerlijke meezingers van toen kunnen plakken. Toch valt er op Whatever Comes Our Way geen spoor te bekennen van Hollywood en Down They Go. Lof voor de groep dat ze niet op veilig spelen, maar pakt dit risico ook goed uit?

Sfeervol steekt de groep van wal met Cover Story. De bekende ingrediënten zijn aanwezig: gouden synthesizers, kristalheldere stemmen, een meeslepende beat en een refrein waar netjes naar opgebouwd wordt. Met dat recept is meer dan de helft van de plaat bereid: wie op zoek gaat naar muziek voor herfstige avonden vol vallende bladeren is dus aan het foute adres. Op de planeet waar The Lighthouse vandaan komt, lijkt het alsof het altijd (na)zomer is, al weten ze hun teksten telkens ook iets melancholisch mee te geven.

Toch is er ook plaats voor het bijna volledig instrumentale Redwing Pt. 1 (gevolgd door het iets spraakzamere Redwing Pt. 2): filmisch, prikkelend, tintelend, gerijpt, ook dat kan The Lighthouse aan. Afsluiten doet de groep in alle sereniteit met het prachtige Tundra, waarin ook de albumtitel duidelijk naar voren treedt. Een hoopvol nummer, dat tegelijk weemoed uitstraalt. Want ook de zomer kent elk jaar weer een einde, en ook vrolijke jongens worden ooit geacht volwassen te worden.

Met Whatever Comes Our Way levert The Lighthouse een plaat af die geen enkel slecht nummer bevat, maar ook niets dat zo energiek en explosief is als hun singles Hollywood en Down They Go destijds. Wat er ook op de heren afkomt, ze slaan er zich doorheen met hun perfect in het gehoor liggende popmuziek, maar met een welgemikte knaller was dit album helemaal af geweest.

The Smiths - The Queen Is Dead (1986)

4,5
Wat een tragiek allemaal, wat een donkerte. Melancholie, afscheid, frustratie, het gevoel kansen gemist te hebben, of helemaal niets gehad te hebben, het gevoel om altijd een doorn in je lichaam mee te dragen. En toch wordt deze plaat nooit één groot jammerfestijn. Dat komt door de muzikale virtuositeit van Johnny Marr, die zijn gitaar dienst laat doen als een tweede stem, en hier en daar strijkers laat binnenkomen om de achtergrond in een andere klankkleur te schilderen. Maar vooral door Morrissey. Zijn teksten zijn tijdloze poëzie. Misschien is hij wel de laatste échte romanticus, de laatste bloedverwant van verlangende zielen als Arthur Rimbaud, John Keats en Guido Gezelle. Die net als zij op zoek gaat naar dat ene stukje schoonheid, en vasthoudt aan die ene avond en die roos, in lang vervlogen tijden. Toch zie ik hem meer als een pierrot, de clown met de traan. Tragisch, maar door zijn charme weet hij er toch altijd een draai aan te geven. Hij nodigt ons uit om de wereld door zijn ogen te zien, zodat we kunnen ontdekken dat het net de anderen zijn die zielig zijn. Zo wordt dit unieke kunstwerk dan ook nooit helemaal donker. Er is immers een lichtje dat nooit zal doven.

Tristan - Delidomia (2019)

4,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

Hoe vang je muziek in woorden? Hoe beschrijf je heel precies hoe een bepaald nummer klinkt? Hoe breng je de ervaring van een goddelijke luisterbeurt over naar het papier? Niemand die het echt weet. Een mogelijkheid is de vergelijking: je schrijft aan welke bekende artiesten een nieuw talent doet denken.

Wel, begin er maar eens aan. De tweeëntwintigjarige Tristan laat zich immers in geen enkel hokje wurmen. Op Olso, de opener van haar eerste ep, vervelt ze op iets meer dan vijf minuten tijd van een bezwerende sirene tot een schuchtere jazznimf en een ontketende triphopdiva die zich een weg baant tussen de breakbeats, om te eindigen als een nachtclubzangeres in een rokerige film noir. Dat deze wonderlijke trip niet uitmondt in een desoriënterende kakofonie, getuigt van Tristans grootse klasse. Zoveel kunde, zoveel rijpheid, en toch nog zo jong.

In het echte leven blijkt Tristan in Gent te wonen en Isolde te heten – deze Keltische prinses koos als artiestennaam dus de naam van haar mythische minnaar. Eind vorig jaar liet ze haar eerste single Weslanda los, een razendspannende nachtrit vol donkere synthesizerklanken waar Tristans goddelijke stemgeluid zich omheen kronkelt, terwijl ze steeds maar herhaalt: ‘I don’t need people, but I’m the kind who needs them around, without them needing me.’

En dat zijn dan nog maar twee van de zes wonderlijke nummers die deze ep sieren. Plankton, een collage van zeegeluiden en gekke bliepjes, had ze beter achterwege gelaten, maar wanneer we haar stem wel horen, is Tristan onnavolgbaar. De teksten zijn mysterieus en meeslepend, maar nergens nietszeggend (‘Once again I promised myself to leave and never come back,’ zingt ze in Maljaande, en ‘I know we’re safe here, but somehow I choose to be afraid’), en nummers als Lolaluli en Interdimi solliciteren openlijk naar een plekje op de soundtrack van een David Lynch-film. Tristan is een sirene bij wiens goddelijke gezang je wél dicht in de buurt mag komen.