menu

Hier kun je zien welke berichten RockAround als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sara Bug - Sara Bug (2021)

3,5
geplaatst:
Mijn bespreking op Luminous Dash:

Geboren in Mississippi, opgegroeid in Louisiana, blijven plakken in Nashville: als je jezelf zo omschrijft, heb je meteen mijn aandacht. Sara Bug heeft de perfecte snik in haar stem en brengt een soort americana die als een film voor je ogen ontvouwt.

Southern kitsch, zo noemt Sara het zelf. Wanneer je debuutplaat begint met de woorden “My whole life through, I want to die with you” en je dat nummer dan nog eens lardeert met strijkers, schurk je inderdaad tegen de kitsch aan. Toch vliegt Sara nergens uit de bocht. Daarvoor zijn haar emoties te oprecht, haar stem te verfijnd en haar teksten te vakkundig gesmeed.

In Rosebank neemt ze je mee achterop de motorfiets, een wilde rit over bochtige wegen waar Sara gek genoeg helemaal van tot rust komt. Andere hoogtepunten zijn Lotta Pride, Ride on Sundys en de maffe musical Back in Nashville, waarmee de plaat eindigt.

Niet elk nummer is even prachtig. Zo had Lost Track ook echt verloren mogen gaan. Ook Purgatory is wat te gezapig. Dat vergeef je Sara wanneer je de rest van dit album hoort. Of alleen al de vertederende manier waarop ze in Doo Doo Song zingt “Lately I’ve been sleeping in your sweater.”

Sara Bugs eerste album is als een tocht door dat broeierige zuiden van de VS, of toch zoals ik me dat voorstel: eindeloze wegen, slaperige stadjes tussen kronkelende rivieren en her en der diners waar de serveerster droomt van een bestaan als superster terwijl ze je koffie bijschenkt. Met deze plaat komt die droom voor Sara Bug alvast heel dichtbij.

School Is Cool - Entropology (2011)

4,0
Bands die nummers van wereldformaat voortbrengen hebben we in België zeker (Absynthe Minded, The Van Jets, The Black Box Revelation). Maar bands die een album van wereldformaat voortbrengen? Dat is een zeldzaamheid. School is Cool doet dus in mijn ogen iets ongeziens: een frisse popplaat vol variatie afleveren met de tegenwoordig obligate folkinvloeden, grandioze elementen uit de klassieke barokmuziek en sterke teksten, dat bovendien een heel krachtig geheel vormt. The World is Gonna End Tonight, New Kids in Town en Warpaint zijn dijken van nummers, maar op de plaat vallen ze samen met de andere puzzelstukjes mooi op hun plaats. Het geheel is adembenemd, opwindend, alsof het einde van de wereld écht vanavond zal aanbreken.
Hier hoor je een groep aan het werk die iets te vertellen heeft, een groep waarvan de ambities verder reiken dan optredens voor een pils in plastic bekers slurpend publiek op het door de gemeente ingericht festival op het dorpsplein. Ik ben benieuwd naar wat dit gezelschap in de toekomst nog gaat doen, want ze verdienen het om verder door te stoten dan de parochiezalen van Aalst, Peutie, Zwevezele en Genoelselderen.

Schroothoop - Klein Gevaarlijk Afval (2020)

3,5
Mijn recensie op Luminous Dash:

De toekomst van de muziek is er één van recycleren, wordt al jaren georakeld. Ik dacht altijd dat die zin verwees naar de eindeloze samplewoede van veel artiesten. Het Brusselse trio Schroothoop interpreteert dat net iets anders en ging aan de slag met de inhoud van vuilnisbakken, tuinhokken en containerparken om hun instrumenten te recycleren. Ja: ze knutselden klarinetten uit pvc-buizen, duimpiano’s uit stangen van een tuinhark en hihats uit conservenblikken. Het aloude punkadagium ‘do it yourself’ krijgt plots een volledig nieuwe betekenis.

Ook muzikaal pikten de drie alles op wat ze maar konden gebruiken. Ze leerden elkaar kennen bij een Brusselse fanfare, spelen elk in meerdere jazz-, folk- en popgroepen, en sowieso is onze hoofdstad een smeltkroes waar je op straathoeken al eens Marokkaanse chaabi, Balkanritmes en oosterse melodieën tegemoet waaien. Het unieke genre dat hieruit voortkwam, doopten ze toepasselijk ‘junkjazz’. Maar levert het ook goede muziek op?

Opener Obsolescence Programmée is het ideale visitekaartje voor Schroothoop. Mysterieus, swingend, funky, meeslepend: ongelooflijk dat je dit kan maken met dingen die andere mensen weggooien. De vingerafdruk van postproducer Dijf Sanders is duidelijk te horen: hij kreeg carte blanche om de muziek nog kleurrijker en voller te laten klinken. Mammoettanker is helaas lichtjes vervelend: de snerpende geluiden trekken te veel de aandacht, in negatieve zin. Gelukkig gaat Magnetron weer de richting uit die het eerste nummer was ingeslagen.

Op Rostfrei lijken we verkouden strijkers te horen. Is dat de street-i-varius die Schroothoop bricoleerde uit bezemstelen en vislijnen? De hypnotiserende percussie van Sluikstort, de razende melodie van Plastic Is Burning en de zonnige coda Asbest In Huis maken het geheel helemaal af. Klein Gevaarlijk Afval is een album zoals je nog nooit gehoord hebt, volkomen geschift en overlopend van creativiteit en goesting. Heel even lijkt de groeiende afvalberg geen bedreiging, maar een wondere wereld vol mogelijkheden.

Sheer Mag - III (2016)

3,5
Gaat erin als friet met mayonaise. Verrassen doet dit wat te weinig, daarvoor klinkt het allemaal wat te jaren zeventig - maar klinkt álle muziek vandaag niet alsof die in de jaren zeventig is gemaakt? Heel fijne groep dus met liedjes tjokvol energie waar het speelplezier van afspat en waarin de gitaarriffs mogen rollen als veertig jaar geleden, zeker op Nobody's Baby. Een verademing, na al die midtempo synths die ik tegenkwam tijdens een hele dag nieuwe muziek zoeken op het wereldwijde web. En wat 'n vrouw, die zangeres.

Spinvis - Spinvis (2002)

3,5
Er loopt een dunne lijn tussen geniale absurditeit en klinkklare onzin. Zo heb ik ooit, geïnspireerd door de Amerikaanse dichter John Ashbery, een surrealistisch gedicht geschreven waarvan ik nog steeds niet weet ik welke categorie het thuishoort. Het overkomt zelfs de allergrootsten, getuige teksten van Bob Dylan (Subterranean Homesick Blues) en David Bowie (Life on Mars?). En van Spinvis. Ik ben een vrouw van veertig met een sigaret, ik heb een buitenaardse stof in mijn bloed: heeft deze eigenzinnige bricoleur hiermee in de muziek bereikt wat David Lynch in de film en René Magritte in de schilderkunst bereikten? Of is het slechts kletspraat uit de kroeg, verteld door een idioot, vol geraas en gebral dat niets betekent? Wie zal het zeggen? Feit is dat Spinvis een bijzonder sfeervol plaatje heeft afgeleverd waar je lang op kan kauwen. Met zijn aparte stemgeluid en de hypnotiserende klanken van muzieksnippers die hij her en der gevonden heeft, knutselt hij op zijn zolderkamertje een warm, dromerig, meeslepend geluid in elkaar, dat doet denken aan triphop, psych- en progrock en pure pop, maar eigenlijk iets volkomen unieks doet. De nummers lijken uit een andere wereld te komen, maar tegelijk heel dicht van bij ons vandaan. Een nummer als Bagagedrager slaagt erin dat gevoel over te brengen van wakker worden en niet weten waar je de avond ervoor geweest bent en wat nu een herinnering is en wat een droom. Dan vergeef je de heer Spinvis dat de tweede helft van zijn album wat eentonig klinkt. Mijn vader bracht ook veel tijd door op zijn kamertje, maar met zoiets moois als dit is hij toch nooit naar buiten gekomen. Hij is ook niet teruggekeerd met een geniale plaat die Graceland heet toen hij in zijn midlifecrisis naar Zuid-Afrika trok.

Strand of Oaks - Eraserland (2019)

4,0
Mijn recensie op Luminous Dash:

Wie op zoek gaat naar foto’s van Strand Of Oaks, stuit niet op idyllische plaatjes van een kustlijn verborgen achter een eikenwoud, maar ontdekt de man die schuilgaat achter deze naam: Timothy Showalter, een zesendertigjarige Viking met een droeve blik die met Eraserland zijn zesde plaat op de wereld loslaat.

Toch lijken we ons op het openingsnummer Weird Ways op een strand te bevinden, maar dan wel eentje mijlenver van de bewoonde wereld, waar de ochtendmist langzaam optrekt boven het aangespoelde wrakhout. “The more I burn, the less I’ve got to show”, zingt Timothy, maar in dit lied laat hij zien dat hij nog genoeg heeft om te tonen: zo stijlvol van een ingetogen ballade naar een bij het nekvel grijpende rockhymne gaan, het is slechts weinigen gegeven.

Rockend gaat de plaat verder, wat moeilijk anders kon gezien de heren van My Morning Jacket dienstdoen als begeleidingsband, maar tegelijk legt Timothy hier zijn ziel helemaal bloot. De teksten ademen melancholie, verdriet en teleurstelling. Een wrak was dan ook hoe Timothy zich voelde na zijn vorige plaat, maar hij hervond toch de nodige energie en steun om verder te gaan.

Die boodschap wil hij ons hier meedelen, maar dat leidt ertoe dat zijn stem hier en daar wat zalvend gaat klinken, alsof hij voor de eindeloze oceaan staat te prediken. Een nummer als Visions is zelfs opvallend slepend. Gelukkig staan daar de opgewektheid van Final Fires, dat je het leven plots veel positiever laat bekijken, de scherpe pit van Moon Landing en de hoopvolheid van Ruby tegenover. Aan het eind van Eraserland wil je enkel nog applaudisseren voor de manier waarop Timothy weer is rechtgekrabbeld. “Can you drive me to the shore? There’s something there, I know there’s more”, zingt hij, en daar is geen woord van gelogen.

Sufjan Stevens - Illinois (2005)

Alternatieve titel: Sufjan Stevens Invites You To: Come on Feel the Illinoise

5,0
Cd-recensies in tijdschriften als Knack en Humo zijn altijd vreselijk irritant omdat de recensent het album steeds moet vergelijken met zijn volledige platenkast, wat leidt tot een nietszeggende vloedgolf aan namen. Als we het dan toch ergens mee willen vergelijken, hoe klinkt dit wonderlijke album van Sufjan Stevens dan? Als Bob Dylan zonder grain in z’n stem? Als een samenwerking van the Byrds, the Beach Boys en een symfonisch orkest onder leiding van Bach zelf? Alsof Paul Simon z’n midlifecrisis niet in Zuid-Afrika is gaan verwerken, maar een tocht maakte langs repetitieruimten van klassieke koren in onooglijke dorpjes, verborgen in het landschap van Illinois?
Want Illinois, daar gaat deze plaat over: Sufjan Stevens schildert in een geheel eigen stijl de dorpjes, de steden, de inwoners en de (kritisch besproken) geschiedenis van deze staat met elk instrument dat hij kan vinden, een hemels koor en zijn eigen falsetstem, die nergens irritant klinkt (ga snel Thom Yorke eens wat bijles geven, Sufjan!) Nummers als Chicago, Jacksonville en The Man of Metropolis springen ertussenuit, zowel muzikaal als tekstueel, maar eigenlijk is deze plaat grandioos als zoemend, bruisend, ademend geheel. En of deze hedendaagse bard nu ooit de overige negenveertig staten zal bezingen of niet, dat maakt niet uit: dit geniale werk over Illinois pakken ze ons niet meer af.