MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten SébastienY als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Angus & Julia Stone - Angus & Julia Stone (2014)

poster
4,0
Ik probeer al zes dagen vat te krijgen op dit album, tevergeefs. Niets bleef hangen, oorzaak kan zijn dat ik nog te veel met Down the Way in mijn hoofd zat en op zoek was naar overeenkomstige elementen. Maar deze ochtend viel het kwartje. Dit is geen Down the Way. Het soms minimale en fragiele spel van deze voorganger wordt voor een groot deel overboord gegooid. Angus en Julia gaan er nu heel direct en vooral groovy'er mee om. De albumcover, en vooral de kleuren die daarin worden gebruikt, geven eigenlijk perfect het beeld dat ik me vorm weer: een discotheek uit de jaren '70 met een caleidoscoop aan kleuren. Alles gaat wat tipsy, op het gemak. Niets moet, alles mag.

Dit is niet te vergelijken met Down the Way. Deze nummers zijn voller in productie en hebben mijn inziens ook wat meer lagen. En na een luisterbeurt of vijf blijven ze dus wel hangen, en dan ontvouwt zich een hele reeks aan prachtige songs.

Een 4* om te beginnen, maar er zit nog marge op.

Brihang - Casco (2019)

poster
4,0
Het debuut evenaren, het was op voorhand al duidelijk dat dat moeilijk zou worden. Maar Brihang is er toch in geslaagd om een meer dan verdienstelijke poging uit te brengen. Iets minder snediger, meer vullers (Alles Draait komt over als een verplicht nummertje), maar ook een paar nummers die kunnen wedijveren met Zolang Mogelijk (Steentje, Binnenkant, Pasgeboren).

4*. En daar is niets mis mee. Want zijn eerlijkheid en zijn zoektocht naar een unieke manier om zichzelf in de markt te zetten, verdient het grootste respect.

Buurman - Dans & Dwaal (2017)

Alternatieve titel: Dans en Dwaal

poster
3,5
Hoewel de teksten opnieuw erg vindingrijk zijn en de nummers ook instrumentaal goed in elkaar zitten, is me dit te weinig de Buurman van de vorige drie albums, die puurder en spontaner waren. De intrede van de elektronica en de vele up-temponummers en zelfs meezingers maken dat dit niet onder de huid kruipt om er maanden te blijven. De productie is daardoor te veel gepolijst geweest. Buurman moest het net hebben van die realistische en filmische setting, waar het soms kraakt maar nooit breekt. Deze zal jammer genoeg tussen mijn plooien van de tijd verdwijnen. Het is de eerste keer dat ik me trouwens stoor aan de meligheid, iets waar Buurman altijd al mee flirtte maar nooit te ver in ging. Nu dus wel.

Kortom: goeie nummers, en voor wie Buurman nog niet kende zal dit vast een sterk album zijn. Maar ik vergelijk kennelijk te veel met de Buurman van Middellandse Zee, Mount Everest en Fileleed en Liefde.

3,5*

Foxes in Fiction - Ontario Gothic (2014)

poster
4,0
Ambient hoeft niet altijd een abstracte bedoening te zijn. Het subgenre focust voornamelijk op de creatie van soundscapes, wat wil zeggen dat sfeerzetting de kerntaak is. Met andere woorden: een rijk gevuld muzikaal landschap. “Wat als we nu eens toegankelijke pop besprenkelen met een ambientsausje?” Dat moet de kronkel geweest zijn van Warren Hildebrand toen hij zijn tweede album samenstelde. Het resultaat mag er zijn en maakt van ambient op slag een toegankelijk muzikaal medium.

Foxes in Fiction is het artistieke alter-ego van New Yorker Warren Hildebrand. Vier jaar terug waagde hij zijn eerste stapjes in de muziekscène met Alberto (EP) en Swung from the Branches (LP). Swung… is een verborgen meesterwerkje van een goed uur, waarbij ieder nummer een bijbehorende foto op zijn MySpaceprofiel bevatte. Toen al experimenteerde hij met ambient enerzijds en dreampop anderzijds. Zij het wel als twee verschillende entiteiten.

Herfstige chill-out

Op Ontario Gothic fusioneert Hildebrand beide werelden en komt hij op de proppen met herfstige chill-outnummers, zonder tekstueel al te diep te graven in zijn eigen ziel. Hij laat de sfeer voor zichzelf spreken, ook door de teksten te doen opgaan in een soort van shoegazeachtige mistbank. Onverstaanbaar dus bij momenten. Op die manier ligt de focus zo eerder op melodieën met enig oorwurmgevaar.

Vederlicht

March 2011, de opening van de plaat, doet denken aan een Grandaddy (een van de betere indiebands van de jaren ’90) met een vrouwelijker klinkende stem. Daarmee heeft hij wel een troef in handen. De muziek die hij maakt, kan niet afgestemd worden op een loodzware bas. Zo behoudt hij wel het vederlichte karakter van het album. Into the Fields kent een simpele maar tedere start en hakt meteen in op het hoge stressgehalte van de luisteraar. Relax dude, everything is gonna be alright.

Puzzelstukjes passen in elkaar

En zo blijven de nummers voorbij glijden. Glow (v079) plaatst Hildebrands' broze stem op een voetstuk en maakt er een heerlijke meezinger van en van dat succesrecept wil Hildebrand vooral meer. Ontario Gothic (het nummer) is misschien wel de beste reflectie van wat er op het gelijknamige album staat. De synthesizer blijft dezelfde akkoorden als voorheen uitsturen, maar die houden wel grip op het niveau en begeleiden zo op een subtiele manier de lichtvoetige drums. Het heeft iets weg van een rustiek sfeertje uit de eighties. Veel verandert niet tot en met de slotakkoorden van slotnummer Altars. Hoewel hij alle trucs die hij in de voorgaande songs bovenhaalde (bepaalde akkoorden die nu allemaal samen de dienst uitmaken, verschillende toonhoogtes bij elkaar gesampled…) nu allemaal in elkaar deed passen.

Dromerige popmelodieën

Foxes in Fiction is géén spannend noch opzienbarend muziekverhaal, maar het brengt wel een welgekomen rustpunt na een hectische werkdag. De sterktes van deze plaat zijn het homogeen geheel en de mogelijkheid om Ontario Gothic zowel op de voor- als achtergrond te beluisteren. De geslaagde combinatie van de sfeerschepping uit de ambientwereld en de dromerige popmelodieën bevatten geen dubbele bodems en zijn gemakkelijk verteerbaar. Eigenlijk beluister je dit album het best bij een bezoek aan de kapper. Dit moet in combinatie met een vakkundige hoofdmassage wonderen doen.

Deze recensie werd oorspronkelijk gepost op: REVIEW: Ontario Gothic van Foxes in Fiction - Quindo

Het Zesde Metaal - Calais (2016)

poster
4,5
Ik moet eerlijk zijn met mezelf. Ik zit nu bijna aan tien luisterbeurten, maar die synths... Voor mij doen ze afbreuk aan die typische sfeer die Het Zesde Metaal bij alle voorgaande platen ten berde kon brengen. Het klonk in het begin zeer impressionant, maar het zakt een klein beetje in elkaar. Nog altijd goed voor een 4*, maar zeker als ik de andere drie platen nog eens herbeluister, is dit een vrij radicale ommezwaai. Ik doe wel mijn hoed af dat Wannes het aandurft te experimenteren. Geslaagd is het wel, maar voor mij is de slinger toch te ver doorgeslagen.

Het Zesde Metaal - Skepsels (2019)

poster
4,0
Oef. Grote opluchting hier. Wederom een typische plaat van Het Zesde Metaal. De schrik zat er wel in met Tid van Ton, maar de singles slaan wel vaker niet aan. Ook Naar De Wuppe en Dag Zonder Schoenen zijn nooit bluvn hangen
Drie luisterbeurten achter de rug, en het is duidelijk dat Calais een geslaagd maar eenmalig uitstapje was met een (te?) vol geluid vol elektronica en zware bas. Dit ligt weer in het verlengde van Nie Voe Kinders.

Kortom, 4*. Hoog niveau blijft behouden, teksten zijn als vanouds herkenbaar en bij wijlen subliem, en Wannes’ roots worden nooit verloochend. Ik ben content.

Karnivool - Asymmetry (2013)

poster
3,0
Valt me wat tegen moet ik zeggen. Alles wat Sound Awake zo goed maakte (lange, epische opbouwnummers met twee krachtexplosies Change-Deadman) mis ik hier een beetje. Op het eerste gehoor klinkt het allemaal wat oppervlakkig. Een langgerekt nummer zonder pieken, maar ook zonder dalen. Duidelijk wat meer gebruik van de synthesizer ook. En toch hoor je meteen dat het Karnivool is. The Last Few leunt misschien nog het dichtst naar Sound Awake.

Een 3* na de eerste luisterbeurt, maar ik wil Karnivool nog wel krediet geven. Hopelijk groeit het nog wat.

Mutual Benefit - Love's Crushing Diamond (2013)

poster
3,5
Jammer genoeg moet ik wat voor tegenwind zorgen:

“Mutual Benefit is the sound of everything making sense, if just for a second. It is the magic of ordinary moments”. Zo, dan weten we waarvoor Mutual Benefit staat: een flinke portie muzikaal realisme. Frontman Jordan Lee doet zo een poging om ons zijn licht op z’n eigen werk op te dringen. Maar die “ordinary moments” klinken wel heel feeëriek en magisch, met veel tierlantijntjes. Misschien is het een poging de schoonheid van het leven te construeren op een album van een halfuur?

De goede recensie op Pitchfork, toch wel een behoorlijk invloedrijke hipstersite (kwestie van een kat een kat te noemen), heeft Mutual Benefit de nodige bekendheid om een plaat deftig te verkopen bezorgd. Het debuut dan nog. Na vier EP’s in 2010 en 2011 komen ze eindelijk met een album op de proppen. Een plaat waarop vaak roze eenhoorns, rondhuppelende feeën en zweverige goeroes op te vinden zijn. Toegegeven: Radiohead deed het met Kid A ook, het pad van het bovenaardse opzoeken. Het resultaat daarvan is geschiedenis. Maar het is duidelijk dat Lee met Love’s Crushing Diamond een simpele doch mooie kant van het leven wil tentoonspreiden. Luisteraars overtuigen dat ons bestaan niet allemaal kommer en kwel is.

De toon wordt al in het beginspel gezet. Strong River is een bonte verzameling van boeddhistische belletjes en violen die rechtstreeks uit het land van de rijzende zon komen. De natuur op z’n mooist laten overkomen. Althans, dat is toch de bedoeling. Het wordt meteen duidelijk dat dit eerder om een experimenteel album gaat dan het lo-fi label dat het opgeplakt krijgt van andere reviewers. En dat vraagt een inloopfase. Gelukkig roept Golden Wake de intro een halt toe aan al die overdreven psychedelica. Lee voelt zich opgesloten in zichzelf en zoekt naar oplossingen. Een sterk en toegankelijk nummer, dat weliswaar de sprookjesachtige toon niet achterwege laat, maar deze keer stoort het niet.

Advanced Falconry probeert op dat elan probeert door te gaan. Jammer dat het tekstueel de clichés niet mijdt. Want ja hoor: ons hoofdpersonage wordt verliefd! Buiken gevuld met vlinders, roze brillen… Het klinkt allemaal gemaakt en doet veel aan de “ik-heb-dit-al-eens-eerder-gehoord perceptie”. Zonde, want op zich is de muziek best wel aangenaam, maar inderdaad weinig origineel en variatie is er eigenlijk niet te vinden. Je krijgt de indruk dat je naar één langgerekte serenade luistert van natuurliefhebbers en levensgenieters. Niets mis mee, het hoeft niet allemaal zwartgallig te zijn. Maar het verveelt na een eindje wel.

Om die monotone stemming te doorbreken is het wachten op een stijlbreuk binnenin het album. Een nieuw element waar Jordan Lee zijn polyvalentie kan tentoonspreiden. Maar de verwachting wordt niet ingelost. In tegendeel. Er wordt nog altijd kwistig met rozen gestrooid op de platgetrapte paden van de sprookjeswereld. Het voelt soms zelfs te onrealistisch en geveinsd aan. Altijd dat tikkeltje te veel feëriek. Best paradoxaal als het de bedoeling was van de frontman een realistisch beeld van de kleine dingen des levens op muziek te zetten. C.L. Rosarian is best aardig, net als de voorgangers, maar het houdt niets spannends in. Het halfuurtje natuur wordt zo toch een moeilijke zit. Ook slotnummer Strond Swimmer kan die trend niet doorbreken. Lee bezingt hier wel dé boodschap van dit album: dat je een steengoede zwemmer moet zijn om tegen al die negativiteit weerwerk te kunnen bieden. Misschien zoekt Lee in Love’s Crushes Diamond net een manier om uit de cynische en pessimistische spiraal te komen. Maar op een of andere manier komen de lyrics niet echt overeen met de sfeer die de muziek opwekt. Alsof het twee verschillende entiteiten betreft.

Love’s Crushes Diamond is absoluut geen slecht album, maar actieve luisteraars komen niet echt aan hun trekken. Een achtergrondplaat die de zomer nog wat in de huiskamer probeert vast te houden. Toegegeven: je wordt er behoorlijk vrolijk en goedgeluimd van. Maar de houdbaarheid van dit album valt nog serieus af te wachten. Een aardige plaat om eventjes tot rust te komen met een boek in de hand, niet meer en niet minder. Niet iedere release hoeft een grensverleggende instant-klassieker te zijn, maar frisse ideeën klinken altijd fijn. De eentonigheid zal ervoor zorgen dat mensen dit maken of kraken.

3,5*

Pearl Jam - Lightning Bolt (2013)

poster
3,5
Ik las de recensie van De Morgen, waarin werd aangekondigd dat Pearl Jam een afspraak had met de begin jaren '90. Back to the roots. Wel, eigenlijk ligt het kwalitatief gezien gewoon in de lijn van de laatste albums. Degelijk, maar allemaal zo voorspelbaar. Ok, natuurlijk hoeft niet ieder album vernieuwend te zijn. Maar langs de andere kant: waarom luisteren naar een album dat je al tientallen keren hebt gehoord, in een andere vorm weliswaar. Pearl Jam is allesbehalve een band op de dool, maar wel een band die uitbolt. Het blijft een fantastische groep, maar instant-klassiekers maken ze niet meer sinds Vs. in mijn ogen.

3,5 sterren.

Radical Face - The Family Tree: The Branches (2013)

Alternatieve titel: The Branches

poster
4,0
Geef een begenadigd muzikant als Ben Cooper een gitaar en hij puurt fascinerende akkoorden uit zijn instrument. Cooper’s derde LP laat zich zoals zijn andere twee catalogeren als makkelijk verteerbare indie folk, gekruid door wat elegante nonchalance. Niets nieuws onder de zon, hij bezit zeker geen monopolie binnen zijn genre (denk maar aan collega’s Gregory Alan Isakov en Benjamin Francis Leftwich). Maar de productie, sfeer en uitvoering flirten toch met de benadering van perfectie.

‘Cause the Earth don’t give a damn if you’re lost

‘The Family Tree: The Branches’ is deel twee van de Family Tree-trilogie. Eerder kwam ‘The Roots’ uit in 2011. De titel van de serie doet al vermoeden dat Cooper op zoek gaat naar de basis van zijn familie. En zoals hij zelf meervoudig bezingt: die familie is van een niet alledaagse aard. Hij haalt met sprekend gemak zijn nostalgische ervaringen naar boven en presenteert ze op een fraai dienblad. ‘The Branches’ ligt gewoon in het verlengde van zijn voorganger, maar wat hoogstaand is blijft dat. Ook na tientallen draaibeurten. Na de prelude ‘Gray Skies’ komt meteen al de primus van het album aangedraafd. ‘Holy Branches’ is een instant oorwurm en ondanks de weinig vernieuwende muziek van Cooper slaagt hij er in een eigen draai te geven aan zijn nummers. Het is het begin van de trektocht onder leiding van Cooper. Hij neemt je mee naar zijn jonge jaren in thuisstad Jacksonville, Florida.

Eenmaal daar aangekomen voel je de warmte die Cooper wil uitstralen met zijn eenvoudige maar efficiënte manier van muziek maken. Kamervullend. Opvallend hoe zijn opgewektheid snel overslaat naar de luisteraar. Je krijgt spontaan zin om die feeërieke maar ontastbare beekjes, beboste heuvels en brugjes op te zoeken. Dit album kleedt je uit en neemt de in de plaats gekomen schaamte weg. ‘Summer Skeletons’ beukt dan definitief de deur open naar die zorgeloze jeugd, waar vuilmaken een luxe was.

We were sun-burned and shoeless kids
It was the dead of July
We were skippin' stones in the failing light
I smelled the fire place
Although we were miles away
We were infinite
There was no time in those days

‘Summer Skeletons’ is als het ware een resumé van het album dat draait rond die jeugd. Onbezonnen de tijd laten tikken. Een soort van anarchistische levensstijl: alles mag, niets moet. En dat loopt ook wel eens fout af. Ravotten betekent pijntjes opdoen. Geschaafde knieën, een buil, meisjes plagen en liefde vragen (‘From The Mouth of An Injured Head’) … Het hoort er allemaal bij en het doet volgens Cooper ons aan herinneren dat de kindertijd de funderingen van het leven vormen. Momentopnames die je jammer genoeg enkel in herinneringen kan terughalen.

Maar de pubertijd maakt een drastisch einde aan de zorgenloze levensstijl, in het album ingezet vanaf ‘Southern Snow’. Je wordt stilaan een onderdeel van een gigantisch geheel: de maatschappij. De mens wordt meer en meer een machine. Die samenleving duwt ons in een onomkoopbare richting. Wie langs de lijntjes loopt valt genadeloos af. En net op het moment dat je zelf je eigen weg moet zoeken in het leven heb je die eeuwige houvast nodig. Familie. Wanneer de lucht te zwaar wordt en de grond klaar is om je op te slorpen.

Het moge duidelijk zijn dat Cooper zijn familiale liefde wil overbrengen naar zijn luisteraars. En daar slaagt hij voortreffelijk in. Door zijn duidelijke en herkenbare structuur doet zijn open einde hunkeren naar meer. Cooper bevestigt hiermee nog maar eens zijn groot muzikaal talent. Belangrijk om te vernoemen is het ontbreken van zwartgallige melancholie. Want ook vrolijkheid kan oprecht mooi zijn. Een perfecte herfstplaat om de druilerige weersomstandigheden en dwarrelende blaadjes zonder kleerscheuren te overleven.

4,5*

Songs: Ohia - The Lioness (2000)

Alternatieve titel: Love & Work: The Lioness Sessions

poster
5,0
Vorige week was het vier jaar geleden dat Jason Molina overleden is. Ik draai hem nog steeds vaak, drie albums van Songs:Ohia staan integraal in mijn geheugen gegrift. The Lioness blijft een soort baken van standvastigheid in mindere periode. Ja, het kan allemaal nog erger. Molina's leven leest nu eenmaal niet als een sprookje. Uiteraard moet ik in de mood zijn, die zwartmoedigheid moet je kunnen doseren. Maar eenmaal ik luister naar The Lioness, neem ik iedere klank, ieder woord in mij op. Jason, je was een grote meneer.

Sun Kil Moon - Benji (2014)

poster
4,0
Van tijd tot tijd kun je een muzikant inhuren om je beste vriend te zijn. Frequent zijn die momenten niet. Maar als het zover is, lijkt het wel of die stem die je toezingt de problemen waar je mee kampt kan voelen, begrijpen, zalven en bezweren. Maar een muzikant die jou leent als beste vriend? Daar schrik je toch van. Sun Kil Moon (alias van Mark Kozelek) smeekt je om te luisteren naar al zijn verzuchtingen en smarten in een openhartige monoloog.

Wie de kerker der muzikale zwartgalligheid een beetje kent weet wel dat Mark Kozelek zwart als de mooiste kleur op aard ziet. De Amerikaan, die naam maakte met dream pop-band Red House Painters, is met Benji aan zijn zesde studioalbum toe, en telkens weer kan hij het niet laten om het leven te verachten. Gelukkig vloeit daar telkens broze maar geloofwaardige en vooral goede muziek uit. Benji borduurt voort op de vorige plaat Among The Leaves, die doorspekt is met anekdotes over zijn leven als wereldreiziger met een gitaar in de hand, al gaat hij nu nog dieper. De lyrics alleen al zijn een boek waard, zowel naar kwaliteit als kwantiteit.

Akkoord, het is allemaal niet zo origineel. Wijlen Jason Molina (Songs:ohia!), oppervertolker van de tristesse, kan zo naast Kozelek staan. Maar daar zit de kracht dan ook niet. Muziek moet raken en dienen als een boodschapper van gevoelens. En als je diep vanbinnen ondervindt hoe de zender zich voelt, dan weet je dat het oprecht is. Resultaat: een brok in de keel. Van Carissa tot Ben’s Friend wil Kozelek zijn leven uit de doeken doen. Een muzikaal dagboek vol jeugdherinneringen en –trauma’s.

Genoeg rond de pot gedraaid. Dat doet Kozelek namelijk ook niet. Opener Carissa is al meteen vrij expliciet. “Carissa was thirty-five, raised kids since she was fifteen years old and suddenly died”. De harde feiten, waar Kozelek denkt door nuchter te blijven zijn verdriet te kunnen ventileren. Het doet Kozelek beseffen dat hij zonder de steun van zijn moeder nooit zou kunnen functioneren. In onze wereld verwacht je van een 47-jarige man dat hij zich ondertussen heeft losgerukt van zijn moeder. Dat de navelstreng onderhand wel doorgeknipt is. Maar in deze situatie zie je dat door de vingers. Je troost Kozelek. Hij heeft het al zwaar genoeg

En zo groeit Benji toe naar een ode aan diegenen die hij een warm hart toedraagt. Horen daarbij: zijn oom (“my uncle died in a fire on his birthday”), zijn kalverliefdes (Kary, Patricia, Shelly…) die hij kennelijk nooit heeft kunnen verwerken, de slachtoffers van de schietpartij in Newtown, zijn vader… Het lijkt een monotone opsomming, maar je blijft Kozelek wel bijstaan en de dodelijke stopknop blijft toch onaangeroerd. Die gebroken man heeft immers hulp nodig.

En toch wordt het op geen enkel moment té, wat toch al een fraaie overwinning is in dit genre. Muzikaal gezien kan het sferisch maar soms wat eentonig genoemd worden. Kozelek met de gitaar, soms ondersteund door fraaie drums. Maar deze muziek is gebouwd op de tekst en niet omgekeerd. Al komt slotnummer Ben’s My Friend plots met een melodieuze intro en een behoorlijke mindfuck af. Metamorfose! Een dansbaar nummer zowaar, zonder tekstueel de vreemde eend op Benji te zijn. De heerlijke saxofoon is de kroon op het werk. Een bedankje van Kozelek om zolang zijn hand vast te houden en te zeggen dat het allemaal wel goedkomt. Sublieme afsluiter.


Benji naar waarde schatten is lastig. Puur op muzikaal vlak valt er weinig te ontdekken, maar het past wel perfect in de sfeer die de teksten creëren. Die zijn van een heel hoog niveau door hun expliciet karakter. De reden dat je het een uur lang volhoudt. De songwriter in Kozelek heeft sinds Among The Leaves nog meer stappen voorwaarts gezet en heeft met Benji een uitstekende plaat afgeleverd. Eventjes flirtend met een overdaad aan verveling en meligheid, maar de volharding in de boosheid loont. Geef Benji tijd om te groeien en je zal zien dat het iedere keer weer beter wordt. Kozelek komt eerst over als een klein kind zonder relativeringsvermogen, maar zijn nuchterheid zal vroeg of laat wel doordringen. Hij leert stilaan gewoon leven met al die tegenslagen.

4*

The War on Drugs - Lost in the Dream (2014)

poster
4,5
The War on Drugs verwelkomt de lente

Je kunt met een soundtrack de emoties die bij bepaalde momenten loskomen versterken. Dat is niet anders met seizoenen. En laat de eerste lentezonnestralen net nu tot bloei komen. The War on Drugs (waar Kurt Vile nog gitarist was) zorgt deze keer voor de soundtrack met een plaat die ruikt naar lentebloesems, vers gemaaid gras en aanvoelt als het definitieve einde van de duistere winter. Maar laat ons niet te vroeg victorie kraaien vooraleer het klimaat ons weer eens te grazen neemt. Geniet er met andere woorden nu van voor het weer te laat is.

Het kwartet uit Philadelphia, met als bezieler en frontzanger Adam Granduciel, probeert met Lost in the Dream verschillende genres te vermengen in een toegankelijk maar origineel geluid. Beginpunt is het universele indiegeluid. Lost in the Dream schiet met Under the Pressure uit de startblokken en zet meteen de toon voor wat komen zal. Indie met shoegazewalmen, een vleugje psychedelica, ronkende gitaren (Red Eyes) en nuchtere ambient (The Haunting Idle). Meteen kun je bands als Phosphorescent en DIIV naast The War on Drugs zetten, en misschien zelfs die van kleppers als Dire Straits (gitaarspel!) en Arcade Fire (swingen!). Dit is hoe indie echt moet klinken. Het zomergevoel gaat waar het niet kruipen kan.

Contradictorisch

Het eerste wat de aandacht trekt is dat Granduciel klinkt als een jonge Springsteen, doordrenkt met een heesheid die perfect past in het indiegevoel. Beetje zweverig, zonnig en vooral opgewekt. Het best komt dat tot zijn recht in Red Eyes, meteen ook dé klepper van de plaat en bij uitbreiding een van de nummers van het prille jaar. Maar het is ook een contradictorisch nummer. De tekst is doorweven van eenzaamheid en nachtelijke heimwee, maar de muziek zelf klinkt opvallend fris. Let vooral op het fantastisch drumwerk. Het lopend karakter daarvan zorgt voor het hoge tempo in de nummers. Granduciel doet zijn best om alles van zich af te schudden en gewoon een kickassnummer te maken en al zijn frustraties weg te zingen (let op 1:47, een alleszeggende schreeuw). Die contradictie komt eigenlijk telkens terug op Lost in the Dream. Enkel The Haunting Idle is door het hoge ambientgehalte wat moeilijker te appreciëren en dient vooral als sfeerschepper. Een aanpassing is wel vereist door het grote contrast met wat vooraf ging.

Huilende gitaren

Ook in An Ocean Between the Waves is Granduciel opvallend droevig en melancholisch, wat op het eerste zicht niet strookt met de muziek. Maar na enkele luisterbeurten hoor je dat huilerige, zoals een moederwolf die haar kleintjes zoekt. Beatle George Harrisson kon dat geluid als geen ander overbrengen (While My Guitar Gently Weeps…). De wanhoop dringt stilaan door, maar door het constant hoge tempo kun je gewoon niet stilzitten. Het is rocken met een grote R.

Route 66

Ander hoogtepunt is Eyes in the Wind. Een stijlbreuk, want de akoestische gitaar wordt bovengehaald, maar wordt nog altijd vergezeld van de synthesizer en de steeds weer opzwepende drums. Hier waan je je weer in dat alomtegenwoordige muziekbeeld van een rondrit door de desolate Amerikaanse wegen, omgeven door woestijn. De wind in de haren, de zon op de snoet en cruisen door de godverlaten Route 66’s van deze wereld. Hier komt ook het instrumentale meer naar boven, wat een aanzet heeft tot het minst toegankelijke nummer van het album. The Haunting Idle is pure ambient die evolueert naar zoemende shoegaze. Sfeerscheppend, absoluut, maar het doet de ware identiteit van Lost in the Dream geen goed. Het enige moment om de forwardknop in te drukken. Gelukkig heeft Burning geen last van een dissociatieve identiteitsstoornis en blijft Lost in the Dream tot op het eind op een hoog niveau rondcirkelen.

Nog meer dan hun vorige en tweede album Slave Ambient klinkt Lost in the Dream als een geheel. De instrumenten zijn allemaal zorgvuldig gekozen en komen in ieder nummer terug. De mengelmoes van stijlen is geen asociale kakafonie geworden waar niemand iets mee is maar een perfect in elkaar passend mozaïekpalet. Wie de lente en bij uitbreiding de zomer vroegtijdig in de huiskamer wil halen moet The War on Drugs een kans geven. De naam klinkt gevaarlijker dan dat ze in werkelijkheid zijn.