MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Eru Iluvatar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Anthrax - Worship Music (2011)

poster
4,5
Betere weergave via: Anthrax ? Worship Music (2011): Een furieuze terugkeer « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


Anthrax – Worship Music (2011): Een furieuze terugkeer

De laatste keer dat ik Anthrax live zag was vorige zomer in de Metropool te Hengelo. in deze relatief kleine zaal zetten de New Yorkse thrashers een geweldige show neer. Het publiek bestond uit zo’n duizend dolgedraaide headbangers. Een relatief klein aantal, vergeleken met de shows die Anthrax onlangs verzorgde met Metallica, Megadeth en Slayer: de zogenaamde ‘Big 4’ van de 80’s thrashmetalgolf. Maar dat mocht de pret in Hengelo niet drukken: onder leiding van de charismatische, sympathieke Joey Belladonna spuwde de band op energieke wijze de ene na de andere klassieker uit. De fans werden helemaal gek. Je waande je compleet in de jaren 80: in patchjas gehesen crowdsurfers vlogen je met hun hoge lipgympen om de oren. Met de recente wereldwijde successen van bands als Iron Maiden, Metallica en Judas Priest in mijn achterhoofd leek het alsof de glorietijden van heavymetal werkelijk waren teruggekeerd.

Anthrax heeft altijd een bijzondere plaats ingenomen binnen de geschiedenis van heavymetal. In de jaren tachtig maakte de band furore met hun mix van hardcore punk en traditionele metal. Binnen de opkomende thrashmetalscene wisten ze zich te onderscheiden dankzij het classic rock-geluid van zanger Joey, teksten over stripboeken (Judge Dredd) en horrorfilms en de samenwerking met hiphoplegende Public Enemy. Anthrax was één van de eerste bands die rap met metal combineerde en is daarmee één van de grondleggers van het alternative metal/crossover-genre in de jaren 90. Een decennium dat voor de band niet bepaald succesvol uitpakte. Onder leiding van de zeer vaardige nieuwe zanger John Bush daalde hun populariteit. Inmiddels lijkt na verschillende kortstondige reünies charismaticus Belladonna voorgoed te zijn teruggekeerd in het Anthrax-nest.

En nu komt de band voor het eerst sinds We’ve Come For You All (2003) met een nieuw album. Gezien de recentelijke retro-thrashgolf zullen velen denken dat nieuweling Worship Music een terugkeer naar het klassieke Anthrax-geluid is. NOT! Het bijdehante brutale sfeertje is zeker aanwezig, maar deze nieuwe plaat is geen pure thrashmetal. Evident zijn de invloeden uit de jaren 90: op Worship Music horen we veel groove- en alternative metal-elementen, met hier en daar grunge. Toch klinkt het allemaal heerlijk stampend en furieus, zoals Persistence In Time en Sound Of White Noise. Geen old school thrash, maar wel een keiharde plaat gezegend met een perfecte zware, maar heldere productie.

Worship Music is een heerlijk gevarieerd, genre-overstijgend album. De technische opener Hell On Earth grijpt je meteen naar de strot. The Devil You Know heeft een pakkend refrein; ‘Let The Right One In’. Een directe verwijzing naar de film waar het nummer over handelt, de Zweedse post-moderne vampierfilm Låt den rätte komma in. ’ “.. the bodies of the dead are rising from their graves and attacking the living“: met deze radio-omroep start Fight ‘Em Till You Cant, gevolgd door een door Municipal Waste zo uitgebuite riff. Een klassiek Anthrax-nummer over zombies. Heerlijk speels als vanouds, maar met een ongewoon groots refrein. Tijdens I’m Alive kunnen we even bijkomen. Een leuk meedeinend refrein, maar verder een niet-bijzondere compositie. De Hymn-onderbrekingen zorgen met intro Worship voor extra sfeer. In The End is een ode aan overledenen Ronnie James Dio en Dimebag Darrel (Pantera). Een massieve, monolithische stamper met een episch karakter. Het nummer leunt op één idee, maar is zonder twijfel één van de hoogtepunten van het album. Dat geld ook voor Judas Priest: een stoere, heroïsche (wederom-) ode aan de gelijknamige Britse band. Voorzien van een triomfantelijk refrein en een gave tempowisseling in de bekende Anthrax-traditie. Crawl is een sfeervol nummer in de stijl van bevriende grungers Alice In Chains. The Constant zou zo op State Of Euphoria hebben kunnen staan met zijn aanlokkelijke melodieuze refrein. Het album sluit keihard af met Revolution Screams, gevolgd door een verstopte coverversie van hardcoreband Refused’s New Noise.

Zoals de lengte van deze recensie doet vermoeden ben ik helemaal overdonderd door Worship Music. Een ijzersterke reünieplaat à la Iron Maiden’s Brave New World en met een hedendaagse ronkende productie als Accept’s Blood Of The Nations. Joey Belladonna’s zang is bijzonder verfrissend. Heerlijk om op een moderne plaat weer eens een klassieke rockstem te horen. De afwezigheid van zijn ijselijke uithalen zullen door oude fans als een gemis worden gezien, maar maakt het album wel toegankelijker. De middenstem van Joey is erg vooruit gegaan. De muziek is vooral ritmisch, vaak voorzien van aanstekelijke melodieuze refreinen. Pakkend, maar ook voorzien van exentrieke elementen die het spannend houden. Een plaat waarbij je voet automatisch gaat stampen en je vol overtuiging je vuist in de lucht heft! De betoverende, sfeervolle voorkant van de getalenteerde striptekenaar Alex Ross (check zijn majestueuze Kingdom Come!) maakt het geheel helemaal af. Eindelijk hebben we weer een echte tijdloze klassieker van een klassieke metalband die nog steeds relevant weet te klinken! (Eru)

9.0

Arch / Matheos - Sympathetic Resonance (2011)

poster
4,5
Betere weergave via: Arch/Matheos ? Sympathetic Resonance (2011): een klassieker in spe? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


Arch/Matheos – Sympathetic Resonance (2011): een klassieker in spe?


In tegenstelling tot wat velen denken, begon het progressive metalgenre niet rond 1990 met Dream Theater. Al vanaf begin jaren ’80 combineerden diverse obscure bandjes het pas-ontstane heavymetal met progressieve rock uit de jaren zeventig. Grote invloeden waren het op dat moment erg populaire Rush, maar eveneens Genesis, Yes, Jethro Tull en Queen. De heavymetalbands met deze nieuwe stijl kwamen lange tijd niet uit de schaduw van grootheden als Judas Priest en Iron Maiden. Rond midden jaren ’80 wisten twee bands naar een groter publiek door te breken: het uit Seattle afkomstige QueensrÓ±che en Fates Warning, uit Hartford, Connecticut.

Waarschijnlijk was het niet toevallig dat beide bands uit Amerikaanse backwaters kwamen en niet uit metal hotspots als San Fransisco, Los Angeles of New York. Dankzij deze isolatie zijn Fates Warning en QueensrÓ±che minimaal beïnvloedt door tijdgenoten. De laatste band brak eind jaren ’80 door in het mainstream-circuit en deed zelfs een akoestische MTV-show a lá Nirvana. Terwijl het mystieke Fates Warning onder leiding van componist/gitarist en zanger John Arch op de lange termijn een grotere invloed op het prog-metalgenre zouden hebben. Ze zijn zonder twijfel de directe voorvaderen van Dream Theater, die helaas dankzij hun successen Fates Warning overschaduwde.

De eerste klassiekers van Fates Warning, The Spectre Within (1985) en Awaken The Guardian (1986) hebben een mysterieus, dromerige atmosfeer. Deze wordt bewerkstelligt door spannende, melodieuze composities, escapistische fantasy-teksten en de hoge, ‘zwevende’ zang van John Arch. Op deze twee platen gebruikt Arch zijn stem niet alleen als vertolker van de boodschap achter de nummers, maar ook als extra instrument. Zo ‘aaahaaat’ Arch veel van de gitaarlijnen die door Jim Matheos worden gespeeld. Helaas kwam medio eind jaren 80 een einde aan de samenwerking tussen de beide heren. John Arch maakte plaats voor Ray Alder – zeker niet een onverdienstelijke zanger – en Fates Warning kreeg een volwassener, serieuzer geluid. De band werd populairder – het nieuwe geluid sloeg aan; Arch’s stem was altijd een love it or hate it- geval geweest – maar bleef gedurende de jaren ’90 en ’00 altijd in de schaduw van Dream Theater staan.

De relatie tussen Jim Matheos en John Arch is ondanks het vertrek van de laatste uit Fates Warning altijd goed gebleven. In 2003 kwam het tot een nieuwe muzikale samenwerking in de vorm van de Twist of Fate-EP. Deze bevatte een tweetal uitgesponnen nummers met intern veel variatie en dynamiek. En nu hebben de heren een heuse langspeler geproduceerd, genaamd Sympathetic Resonance, onder de noemer Arch/Matheos. Hoewel een nummer als Stained Glass Sky erg Oosters klinkt, is de dromerige, mystieke sfeer van vroeger grotendeels verdwenen. De teksten zijn niet meer zo fantasierijk van aard, maar handelen over serieuze menselijke worstelingen.

John Arch’s ‘aahaa’s’ zijn verdwenen, maar het is verbazingwekkend en zeer bewonderenswaardig hoe goed de beste man nog klinkt. Ondanks dat Arch sinds 1986 alleen in 2003 en nu weer in 2011 een album heeft ingezongen, behoort hij zonder twijfel tot de beste rockzangers van het moment. Voor ondergetekende is zijn zang een waar genot om naar te luisteren. Anderzijds heb ik er geen twijfels over dat vele leken zijn stem niet zullen trekken.

Sympathetic Resonance is gezegend met een productie die ruimte biedt voor zowel de melodieuze zanglijnen van Arch als de krachtige riffs van Jim Matheos. En laten we absoluut het spel van gitarist Arresti, bassist Vera en sterdrummer Jarzombek niet vergeten. De plaat bevat een tweetal mooie ballades, maar de kern van Sympathetic Resonance zijn een drietal nummers met een duur van meer dan 10-minuten, waarvan Any Given Day het absolute hoogtepunt is. Deze compositie begint met Mastodon/Baroness-achtige gitaarlijnen en eindigt met kwetsbare zangstukken van Arch die doen denken aan die van Buddy Lackey (Psychotic Waltz). Het nummer klinkt modern en relevant, maar tegelijkertijd worden ook herinneringen opgehaald aan het oude Awaken The Guardian.

De andere nummers liggen meer in de ‘traditionele’ progmetalstijl. Fates Warning heeft natuurlijk het patent op deze stijl als één van haar grondleggers, maar soms mocht het wel wat korter, concreter en gewaagder. Ondanks dat de nummers wat meer interne variatie mochten hebben, vervelen ze geen ogenblik. Wat dat betreft lijkt het soms alsof we te maken hebben met een moderne, hardere versie van Yes. Het technische spel van Fates Warning weet die van deze oude Britse band te evenaren. Toch mis ik een beetje de gevoelige kant van twee andere Britse grootheden, Genesis en Jethro Tull. Jammer, gezien deze vroeger grote invloed hadden op Fates Warning.

Ondanks het gemuggenzift van hierboven ben ik heel tevreden met hernieuwde samenwerking tussen Jim Matheos en John Arch. Sympathetic Resonance is een moeilijke plaat om in te komen, maar je doorzettingsvermogen zal zeker beloond worden. Arch bewijst dat hij moeiteloos de concurrentie met een Geoff Tate en James Labrie aankan en de composities van Matheos laten de recente uitspatting van Queensrÿche en Dream Theater ver achter zich. De plaat heeft nog wat meer verteertijd nodig, maar de kans is groot dat Sympathetic Resonance uitgroeit tot een ware progmetalklassieker. (Eru)

8.9

Goat - World Music (2012)

poster
4,5
Goat – World Music (2012)
(Betere weergave via Goat ? World Music (2012) | tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com )

In Zweden zijn er in de afgelopen vijf jaar tientallen bands ontsproten die wereldwijd faam weten te maken. Bands die hun eigen niche uitbeitelen en een bestaand, maar bijna vergeten sentiment en geluid perfect weten te emuleren. Niet bepaald origineel, maar Zweden klinken vaak beter dan het origineel. Vooral in de hardrock/heavy metal-scene zijn de voorbeelden eindeloos. Wat te denken van de seventies heavy rock van Graveyard, de occulte horror-act van Ghost en Dr. Living Dead!, de Suicidal Tendencies-kloon die meer als het origineel klinken dan Suicidal Tendencies zelf.

Goat is een nieuwe Zweedse band in dit straatje. Niet qua geluid, maar wel in het laten herleven van een vergeten sentiment. De mysterieuze occulte band klinkt uitermate origineel in de huidige tijd, maar toch enigszins vertrouwd. Om meer bekendheid te generen blijven de bandleden á la Ghost anoniem en creëerden een legende rondom hun bestaan. De gehele bandbio is uit de duim gezogen, maar één regel kwam zonder twijfel eerlijk over: de leden zijn opgegroeid met muziek uit alle windstreken en wil dat ook ten gehore brengen – vandaar de titel World Music.

Die albumnaam wordt zeker eer aangedaan. Ik had het net al over een bestaand sentiment: Goat laat op World Music de jaren zeventig-mentaliteit van nieuwsgierigheid van westerse muzikanten voor niet-westerse muziek herleven. We moeten dan denken aan diverse Duitse krautrock-bands uit de periode, maar vooral aan Santana’s magnum opus Abraxas. De Latijns-Amerikaanse- en Caribische, voodoo-achtige invloeden kan men niet ontgaan, maar het zijn de West-Afrikaanse elementen die, aangevuld met hier en daar een Andes-vluitstuk, het album een mystiek en uitermate psychedelisch karakter geven. Luister maar eens naar opener Diarabi, een cover van een Malinees folk-nummer, vaak vertolkt door bekende inheemse muzikanten als Salif Keita en Ali Farka Touré. Het ten gehore brengen van West-Afrikaanse muziek door middel van rommelige, gruizige wah-wah-gitaren kennen we al van Sun City Girls’ Torch of the Mystics, maar is een vinding die meer zo moeten worden uitgebuit!

Maar dit is niet pure dromerige muziek. De tribale ritmesectie en elektronische toevoegingen uit seventies disco maken World Music tot een swingend geheel, waardoor het – in combinatie met de aanstekelijke vocalen van de zangeres – bij vlagen doet denken aan Earth & Fire of zelfs Boney M. Dit amalgaam van seventies pop, psychedelische rock en wereldmuziek is bijzonder fris en origineel en tegelijkertijd vertrouwd en verslavend. Het maakt mij erg nieuwsgierig hoe het volgende album van Goat gaat klinken, maar met World Music heeft de band in ieder geval een werkje afgeleverd dan dit jaar qua kwaliteit en authenticiteit moeilijk te overtreffen is! (Eru)

8.8/10

Gold - Interbellum (2012)

poster
4,0
Gold – Interbellum (2012)
(Betere weergave via: Gold ? Interbellum (2012) | tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com )

Weer een nieuwe Nederlandse band in het hardrockspectrum: Gold. Banden met de twee prominentste zware gitaarbands van ons land, Vanderbuyst en The Devil’s Blood, zijn overduidelijk. Zo speelde de oprichter van Gold, gitarist, Thomas Sciarone, ooit bij de duivelsaanbidders uit Eindhoven en produceerde Vanderbuyst-leider en naamgever, Willem Verbuyst deze debuutplaat van Gold, genaamd Interbellum.

Op het eerste gehoor klinkt Gold als een moderne versie van oude Haagse bands als Golden Earring, Shocking Blue en Earth & Fire. Typische Nederlandse radiovriendelijke hardrock die wellicht ook fans van Anouk kan aanspreken. De bezwerende vocalen van zangeres Milena Eva zal velen over de streep trekken, maar voor anderen wellicht wat te nasaal klinken.

Voor de liefhebbers van hardere gitaarmuziek heeft Gold aanvankelijk weinig op het lijf. Strak georganiseerde composities, ingehouden met weinig gewaagde variatie. Maar als je het gros van de nummers meerdere malen luistert, zullen toch de pakkende pop-refreinen van uptempo-nummers als Antebellum, North en Medicine Man blijven hangen en om meer draaibeurten smeken.

Naarmate Interbellum vordert zal de doorgewinterde metalfan zonder twijfel de (voor hem) krenten uit de pap halen. Het door ijselijke uithalen en gierende solo’s gezegende Gone Under is een must, evenals het stampende The Hunt. De riffs van deze nummers doen denken aan de stijlen van gitaristen Willem Verbuyst (Vanderbuyst) en Selim Lemouchi (The Devil’s Blood), die ooit beiden in heavy metal-belofte Powervice speelden. Vooral de uitgesponnen afsluiter Ruby refereert sterk (als een lichte variant) naar de psychedelische epics van The Devil’s Blood.

Aanvankelijk dus een vrij tamme plaat, maar de zachtere nummers geven uiteindelijk prijs in de vorm van aanstekelijke pop-refreinen, terwijl de hardere composities Interbellum het nodige excentrieke randje geven. Hoewel Gold er duidelijk naar lonkt zouden tv-optredens en radio-uitzendingen zeker niet misstaan. (Eru)

7.8 /10

Hammers of Misfortune - 17th Street (2011)

poster
5,0
(Betere weergave via http://tastelessenterprise.wordpress.com/2011/10/24/hammers-of-misfortune-%e2%80%93-17th-street-2011/)

Hammers Of Misfortune – 17th Street (2011)

Vanaf 24 oktober ligt 17th Street in de winkels, de nieuwe plaat van Hammers Of Misfortune. In het huidige popmuzieklandschap is deze band uit San Fransisco een vreemde eend in de bijt. Hun eclectische, moderne versie van theatrale hardrock uit de school van Queen, Meat Loaf en Genesis is voor de doorsnee metalhead te soft en te exotisch. Voor de gemiddelde indie- liefhebber waarschijnlijk te hard en te bombastisch. Daarmee blijft een nichepubliek over van ware muziekliefhebbers. Vooral degenen die veel affiniteit hebben met verschillende rockgenres uit de jaren ’70 hebben met 17th Street het beste en meest essentiële album van 2011 in handen.

Het sextet onder leiding van frontman en componist John Cobbett weet zich in de eerste instantie te onderscheiden door knap gearrangeerde nummers die klinken als ouderwetse klassiekers. Een beetje van het niveau ‘de hardere liedjes van Radio 2’. Op 17th Street treffen we bijvoorbeeld The Day The City Died aan; een uitbundig theatraal nummer waarin Genesis met ELO samensmelt. En dan hebben Summer Tears, een fantastische ballade. Echte seventies Queen, met een melancholisch snufje Pink Floyd en de dreiging van Phantom of the Opera.

Hebben we hier dan te maken met een schaamteloze nostalgie-act? Nee, dat zeker niet. Hammers Of Misfortune hoort thuis in de hedendaagse golf van bands die terugkeren naar het oude analoge vinylgeluid. Geen kille Pro Tools-producties, maar een warme, eerlijke atmosfeer. Hierin laat de Californische band zich vergelijken met Neerlands trots The Devil’s Blood. Evenals deze occultisten hebben de Hammers zonder twijfel een eigen gezicht. Ze refereren niet alleen naar de grootmeesters van weleer, maar durven ook te experimenteren. Met het nummer The Grain laat Hammers of Misfortune een andere kant van zichzelf horen. Een schitterende compositie die associaties oproept met bands als Arcade Fire en Kings of Leon.

Het geluid van de band blijft uniek: het gitaarspel van Cobbett valt technisch te omschrijven als een mix van jazzy riffs en harmonieën in de stijl van Thin Lizzy. Van niet te onderschatten belang is de melodie en dreiging van het Hammond-orgel, bedient door Sigrid Sheie. Het drumwerk van Chewy Marzolo is bij vlagen bigband-achtig en geeft de muziek een nog exotischer karakter. Maar bovenal wordt het geluid van 17th Street gekenmerkt door de gepassioneerde baritonzang van Joe Hutton. Op de vorige langspeler Fields/Church of Broken Glass overheerste zangeres Jess Quattro. Dit maal is de zanger dominant, met hier en daar sfeervolle achtergrondzang van gitarist(e) Leila Abdul-Rauf. De dynamiek tussen de vocalen van man en vrouw is niet zo sterk als op de vroegere Hammers of Misfortune-albums. Jammer, want dit gaf toch een sonisch-erotisch randje.

17th Street is tekstueel gezien een los conceptalbum over teloorgang en verandering op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld de transformatie van metropolen, waarin de centra hun unieke, rommelige karakter verliezen. Kraakpanden en oude flats met lage huren worden gesloopt om plaats te maken voor dure high-tech kantoorgebouwen. Het leven in de steden wordt duurder en de romantiek die Parijs, Berlijn en New York eens zo aantrekkelijk maakte voor beginnende kunstenaars gaat verloren. Nergens is deze achtergang zo evident als in Amerikaanse steden als Boston die zwaar getroffen werden door de recessie. Maar ook Berlijn moet er aan geloven, waar het iconische kraakpand Kunsthaus Tacheless gesloopt zal worden. Het lijkt wel het oprukkende ‘niets’ uit Neverending Story.

John Cobbett beschrijft deze zwaarmoedige thema’s dan ook op fantasierijke wijze. De abstracte metaforen die hij gebruik zullen niet iedereen aanspreken, maar velen zullen getroffen worden door hun inherente poëtische aard. Met 17th Street levert Hammers Of Misfortune wederom een bijzonder sfeervol album die je meevoert naar verschillende plaatsen en gemoedstoestanden. De grote variatie tussen de nummers doet deze nieuwe langspeler denken aan oude hardrockplaten van weleer, zoals Queen’s A Night At The Opera. En vanuit een hedendaagse visie kan 17th Street dan ook zo worden toegevoegd aan de galerij van dit soort klassiekers! (Eru)

9.4

Hammers of Misfortune - The Locust Years (2006)

poster
5,0
HAMMERS OF MISFORTUNE – The Locust Years (2006)

Ongetwijfeld één van de origineelste bands van hun tijd, dat bewezen de Hammers of Misfortune al met het uitbrengen van hun debuutalbum The Bastard (1998) en het magistrale tweede album, The August Engine (2003). Hun derde album, The Locust Years uit 2006 is werkelijk een pareltje en het beste wat de band heeft uitgebracht.

Waren de twee voorgangers al zeer geslaagde albums die geroemd werden vanwege ingenieuze song-composities en het unieke geluid dat de Hammers of Misfortune lieten horen, The Locust Years gaat hier kwalitatief nog eens overeen. Het album valt het beste te beschrijven als een rockopera met als thema democratie, met daaraan verbonden de onderwerpen van machtsstrijd en corruptie. De band vallen met hun teksten uit tegen het Bush-regiem en handelen op indirecte wijze over o.a. de Irak-oorlog en de doden die deze strijd kost (zie het nummer ‘Windows Wail’).

De verklaring voor de in metal-land curieuze keuze voor politiek geladen teksten is misschien te vinden in de hardcore-achtergrond van de leden van Hammers of Misfortune. Gedurende de jaren tachtig waren de bandleden actief in diverse hardcore punk-formaties, terwijl ze een sluimerende liefde koesterden voor heavy metal. In de jaren negentig werd deze liefde geuit in het oprichten van Hammers of Misfortune. Als muzikanten uit de hardcore punk-scène nemen de leden van Hammers of Misfortune hoorbaar een andere ‘take’ op heavy metal muziek dan de veteranen.

Het resultaat is een uniek, verfrissend geluid. Hier en daar zijn in de melodieën en riffs wel typische Iron Maiden-invloeden te horen, maar over het algemeen is het geluid van Hammers of Misfortune moeilijk te vergelijken met andere bands. De band is qua intensiteit een typische heavy metal-band, maar de basis voor de muziek is niet pure metal of zelfs rock, maar een unieke rauwe, ongepolijste mix van elementen uit de jazz, folk en progressieve jaren zeventig rock (Rush, Jethro Tull, Pink Floyd en Queen) .

Ondanks hoorbare jaren zeventig invloeden (Hammondorgel!) is The Locust Years als album absoluut niet typerend voor een bepaalde tijd, het staat qua geluid los van elk muziekdecennium. De composities die de band laat horen zijn zeer ingenieus en origineel, met name in de opbouw. Bij de eerste luisterbeurten mogen de nummers op veel luisteraars vervreemdend overkomen en veel concentratie kosten om een duidelijk structuur te ontwaren, maar na meerdere luisterbeurten zullen vrijwel alle nummers van het album een zeer verslavende uitwerking hebben op de geduldige luisteraar.

‘The Locust Years’ grijpt je bij de keel en zal je niet meer loslaten. Hammers of Misfortune leveren met deze plaat één van de beste en meest originele heavy metal albums van de afgelopen twintig jaar en verdienen daarmee alle aandacht die krijgen en nog meer. Het is wachten op een grootste Europatour en optredens op grote toonaangevende festivals als Wacken Open Air. Als een van de weinige bands binnen het genre laten Hammers of Misfortune met ‘The Locust Years’ de onuitputtelijke mogelijkheden van heavy metal in de toekomst horen. (Eru)

10

ICS Vortex - Storm Seeker (2011)

poster
4,5
Betere weergave via ICS Vortex ? Storm Seeker (2011): Album-van-het-jaar-materiaal « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


ICS Vortex – Storm Seeker (2011): Album-van-het-jaar-materiaal

Simen Hestnæs maakte furore als ICS Vortex, de bassist en tweede (‘normale’) stem van Dimmu Borgir. Als een ware muzikale duizendpoot had hij daarnaast nog andere projecten lopen. Zo diende hij als zanger bij onder andere het psychedelische Lamented Souls en het avantgardische Arcturus. Niet voor niets is Hestnæs (of beter gezegd Vortex) populair bij de elitebands van Noorwegen: zijn zangstem klinkt werkelijk uniek. Bijna ombeschrijfbaar, maar een mix tussen Serj Tankian (System Of A Down) en Sinéad O’Connor (met een snufje John Arch; Fates Warning) komt misschien in de buurt van de realiteit.

De zang is dan ook het eerste wat opvalt bij de eerste luisterbeurt van ICS Vortex’s eerste soloalbum, Storm Seeker. Zijn heldere, overstijgende operazang zal menigeen de haren recht overeind doen staan. Ondergetekende word er in ieder geval direct door gegrepen. Deze ondergewaardeerde zanger verdiende echt een soloalbum en deed er goed aan de rangen van Dimmu Borgir te verlaten. Want anders werden wij als luisteraars niet getrakteerd op Storm Seeker: zonder twijfel één van de beste albums van 2011.

Het instrumentale werk is naast de zang in uitstekende handen. Steinar Gundersen en Asgeir Mickelson van de Noorse tech/prog-metalband verzorgen het bas- en drumwerk. Opvallender is het gitaarspel van Borknagar’s Jens Ryland. Allemaal bijzonder getalenteerde muzikanten die het album niet tergen met egoistisch gesoleer: ze stellen duidelijk hun vaardigheden in dienst van de composities. Storm Seeker bestaat uit tien goed van elkaar te onderscheiden nummers die bijzonder origineel in de oren klinken. De muziek klinkt ontzettend fris en vernieuwend, maar tegelijkertijd ook toegankelijk en vertrouwd.

Het album is zonder twijfel progressief, maar zonder bijzonder complex of klinisch te klinken. De nummers zijn buitengewoon origineel en weten je tegelijkertijd direct aan te spreken. De productie voelt aan als een warm bad. Een organisch, vinyl-achtig geluid, maar de composities klinken geenzins ‘70’s achtig zoals de laatste Opeth. Storm Seeker is werkelijk een tijdloos album en een instant klassieker. De eerste twee nummers klinken als een enerverende heruitvinding van klassieke speedmetal, maar latere nummers laten vele andere, ver uiteenlopende invloeden horen. Van psychedellische stoner en krautrock tot post-punk en alternatieve 80’s rock (in de stijl van Hüskür Du en Sonic Youth). Misschien wat vergezocht, maar het authentieke geluid laat zich dan ook lastig omschrijven. Je drijft van de ene droomsfeer naar de andere. Bovenal voelt de muziek verslavend vertrouwd en bovenal positief aan.

De teksten mogen er ook zeker zijn: geen nodeloos escapistisch geleuter, maar veel introspectie. Vooral het ballad-achtige Windward blinkt uit. Een nummer overigens met een zekere radio-gevoelligheid. Evenals Bilateral van de langenoten van Leprous is Storm Seeker een must voor de échte muziekliefhebber. Mensen met een brede smaak komen hier zeker aan hun trekken. De zang is een ‘love-it-or-hate-it’-geval, maar als je daar voor bij bent zul je dit album voortdurend op ‘repeat’ hebben staan! Ik in ieder geval wel! (Eru)

9.0

Leprous - Bilateral (2011)

poster
4,5
Geschreven voor Leprous ? Bilateral (2011): spontane prog « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Leprous – Bilateral (2011): spontane prog

2011 is een goed jaar voor liefhebbers van progressieve rock en metal: absolute highlights zijn de nieuwe albums van Queensryche, The Devin Townsend Project en de aankomende 70’s-plaat van Opeth. Misschien wel interessantere verrassingen komen uit Noorwegen. Wat dit Scandinavische landje met 5 miljoen inwoners op muzikaal gebied presteert mogen wij ons in Nederland voor schamen. Niet te missen platen zijn het debuutalbum van de clean-zingende ex-Dimmu Borgir bassist ICS Vortex en het derde album van Ihsahn’s (Emperor) tourband Leprous.

De jonge Noren van Leprous wisten op hun vorige plaat Tall Poppy Syndrome (2009) al te overtuigen. Een tour met het Zweedse Therion deed in 2010 de rest. Leprous (wiens bandleden live overkomen als een mix van punkers en klassieke componisten) speelden de poppenkraam van Therion compleet omver. De successen van de band gingen niet onopgemerkt: Leprous tekende een deal met progcultlabel InsideOut, waarvan metalgigant Century Media de wereldwijde distributie verzorgt. Nu is er dus een nieuwe, derde plaat: Bilateral. De cover is direct al schitterend: een fantasierijke, psychedelische setting gecreëerd door The Mars Volta huistekenaar Jeff Jordan.

Op het eerste gehoor klinkt Bilateral als een mix van de organische, softe kant van Opeth en de hektiek van het Noorse avantgarde-genre. De mid-range zang van de gedreadlockte frontman Einar Solberg doet erg denken aan die van Mikael Akerfeldt. Op dit punt heeft Leprous wel wat weg van de vergeten Nederlandse band Dis. Maar vergis je niet: op Bilateral horen we een originele insteek, verwacht geen kloon. Daarvoor biedt Leprous veel te veel energie en dynamiek. De stem van Solberg is sowieso heel veelzijdig: hij kan erg bombastisch, maar ook ingetogen emotioneel klinken a la Matthew Bellamy van Muse.

Instrumentaal is de band ook zeer gevarieerd en veelzijdig. ‘Hard-zacht’ songdynamiek uit de school van de alternative metal van Faith No More en Polkadot Cadaver worden versierd met typische groovende progmetalriffs in de stijl van Symphony X en het stampwerk van een Devin Townsend. Leprous biedt uitgesponnen nummers die echt een verhaal vertellen, met bombast en emotie (soortgelijke formule als Queen en Muse). Maar daarnaast krijgen we ook instant hits aangeboden in de vorm van krakers als Restless, Wasted Air (met een Alchemist-achtig psychedelisch intermezzo) en Cryptogenic Desires, waarbij staccato riffs worden afgewisseld met jazz-achtig geswing. Dat nummer is typerend voor de band: als een spannende film of boek zet Leprous je voortdurend op het verkeerde been en blijft verassen.

Bilateral van Leprous is een zeer aangename verrassing. Zonder twijfel één van de beste progressieve platen van het jaar (dat geld ook voor debuutplaat Storm Seeker van ICS Vortex) en dat zegt wat gezien de concurrentie. Het is de jonge Noren in ieder geval gegund. Nu maar hopen op een paar concertdata in de Lage Landen! (Eru)

8.8

Mastodon - Once More 'Round the Sun (2014)

poster
4,0
Once More 'Round The Sun heeft een intigrerende zomerse voorkant. Toch is deze nieuwe plaat geen exotische tropische verassing van een vreemde planeet, zoals de voorkant doet vermoeden. Mastodon is op deze plaat gewoon Mastodon. De band uit de Amerikaanse staat Georgia consolideert hier haar geluid onder supervisie van Nick Raskulinecz (ja, de drummer van Nirvana). De topproducer, die Rush's weer ballen gaf op Clockwork Angels en Snakes & Arrows pakte datgene dat volgens hem de essentie van Mastodon is en liet de rest er uit.

Pakkende composities, vernuftig gitaarspel en het herkenbare flexibele drumwerk Brann Dailor staan centraal. Het breekbare, kabbelende gitaarspel en vocalen van Brents Hinds blijf grotendeels achterwege. Daarmee worden de psychedellische en progressieve tendensen van Crack The Skye overboord gegooid. Dat geld eveneens voor de zowel exeperimentele als pop-achtige inslag van voorganger The Hunter.

Het resultaat is een plaat die technischer en meer instrumentgeorienteerd is geworden dan veel meer recente Mastodonfans zouden verwachten. De vocalen staan lager in de hierarchie, met minder zangstukken en vooral minder van die typische herkenbare refreinen. Gek genoeg is de zang van de diverse bandleden wel vooruit gegaan. Toonvaster en helderder dan voorheen. Toch wordt het bijna Mark Shelton (Manilla Road)-achtige stemgeluid van Hinds wel gemist.

Hoewel een select aantal nummers naar poprock neigende refreinen bevat (The Motherload en Ember City) en de psychedelica niet helemaal verdwenen is (luister de bijna Psychotic Waltz-achtige intro van Chimes At Midnight), is dit vooral een aanstekelijke metalplaat geworden. Hoge tempo's met veel instrumentale variatie. Niet veel van de kenmerkende tempowisselingen van de band, maar soms wel bijna swingende passages, zoals op Aunt Lisa. Door de minder sterke rol van de vocalen, met name in de refreinen en het gebrek aan progressie wordt het album wel wat eentonig, de pakkendheid van de nummers ten spijt. Daar kan zelfs de heldere, bijna beukende productie van Raskulinecz weinig aan veranderen.

Once More 'Round The Sun is in vergelijking met zijn twee voorgangers een relatief conservatief album. Weinig geexperimenteer en minder geflirt met ander muziekgenres. Daarentegen is dit wel een harder album geworden dan The Hunter, een makkelijke instap voor instrumentgeorienteerde metalfans die Mastodon niet eerder een serieuze kans hebben gegeven. Voor bredergeorienteerde muziekliefhebbers en meer mainstreamluisteraars zal het een hogere drempel zijn. Mastodon komt niet met wederom een klassieker, maar wel met een over de gehele lengte uitermate pakkend metalalbum.

Mastodon - The Hunter (2011)

poster
4,5
Betere weergave via: Mastodon ? The Hunter (2011): Trip door de droomwereld van een stel ?metal geeks? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


Mastodon – The Hunter (2011): Trip door de droomwereld van een stel ‘metal geeks’


De afgelopen twintig jaar is metal als muziekgenre verdeeld geraakt in ontelbare subgenres. Mastodonten (!) van weleer als Metallica en Iron Maiden maken nog steeds de dienst uit en sieren menig festival als headliner. Aan de horizon is er op het eerste gezicht geen erfgenaam te ontwaren die liefhebbers van de vele metal-subgenres kan verenigen. Misschien is die tijd wel voorbij. Maar als er één metalband is die een aanhang van een diverse pluimage weet te verwerven, dan is het Mastodon wel.

De leden van deze relatief jonge band uit Atlanta, Georgia zien er met hun vurige tatoeages en flamboyante kapsels nogal woest uit. We hebben hier echter niet te maken met een bende stompzinnige bikers, maar met zachtaardige geeks met een grote voorliefde voor Star Wars, fantasy en klassieke horrorfilms als The Creature of the Black Lagoon. In 2009 verraste Mastodon vriend en vijand met Crack The Skye: een intelligent, progressief album met cleane vocalen. Uitgesponnen nummers met een hypnotiserende sfeer.

Nu keert Mastodon terug met The Hunter. Een album met dertien relatief korte nummers, met een totale duur van 53 minuten. Vanaf stoere starter Black Tongue tot en met de melancholieke afsluiter The Sparrow is het een uitermate boeiende, frisse reis door de fantasiewerelden van Mastodon. De nummers zijn concreet, maar bevatten erg leuke ideeën die elke compositie zowel verslavend als uitdagend maken. Hoewel ze veel compacter zijn dan die op Crack The Skye ademen ze veel meer. De luisterervaring is veel relaxter, maar tegelijkertijd spannend. Dat is mede te danken aan de hoop variatie en dynamiek waarop we als luisteraars getrakteerd worden.

Zo doen bepaalde nummers denken aan het vorige album. Bijvoorbeeld titelnummer The Hunter met het typische pingel-gitaarwerk (fans weten wat ik bedoel). Mastodon speelt in rare tempo’s, die echter verbazingwekkend goed weten uit te pakken. De band schuwt er daarnaast bijvoorbeeld niet voor om typische blackmetal-gitaarlijnen te combineren met ronkende stoner-rock. De vele elektronische elementen dragen bij aan een uitermate psychedelische sfeer. Het lijkt alsof we te maken met een mish-mash van genres, maar het werkt, en belangrijker nog: het klinkt tegelijkertijd fris, uitdagend, maar ook typisch Mastodon.

Om eerlijk te zijn denk ik niet dat Mastodon met deze plaat veel nieuwe fans uit diverse metal-subgenres zal aantrekken. Daar is dit publiek doorgaans te conservatief voor. Dat gezegd zal The Hunter zonder twijfel luisteraars van buiten het metal-genre aanspreken. Liefhebbers van alternatieve muziek als Queens of the Stone Age zouden zeker deze plaat eens een kans moeten geven. Voor mij maakt muziek drugs onnodig (of is zelf een verdovend middel). De tripperige ervaring die Mastodon’s The Hunter is, bewijst dat weer eens. (Eru)

9.1

Opeth - Heritage (2011)

poster
3,5
Betere weergave via Opeth ? Heritage (2011): Ode aan de seventies « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


Opeth – Heritage (2011): Ode aan de seventies

Opeth: ik moest lange tijd niets van de Zweden hebben. Aanvankelijk vond ik het een pretentieuze, overhypte band. Totdat ik in 2008 in een muziekzaak The Lotus Eater hoorde. De typische grunts (die mij altijd irriteren) waren grotendeels verdwenen en hadden plaats gemaakt voor meer invloeden uit de alternative metal (Faith No More) en progressieve rock (King Crimson bijvoorbeeld). Ik was meteen verkocht. Het meest recente Watershed is voor mij een klassieker, met ingenieuze composities die van zachte sferen via een spanningsboog naar een bombastische climax opbouwen.

Toen ik hoorde dat Opeth een album in de stijl van de progressieve rock van de jaren zeventig ging maken, waren mijn verwachtingen hooggespannen. Albums als Foxtrot van Genesis, Close To The Edge van Yes, Pink Floyd’s Dark Side of the Moon en Jethro Tull’s Thick As A Brick gaan er hier in als pap. Tegenwoordig zijn er veel bands die terugkeren naar het warme, organische geluid van het vinyltijdperk. Zou Opeth boven deze massa retrobands uitweten te klimmen en met Heritage een relevant stukje muziekgeschiedenis schrijven?

Heritage bestaat uit een tiental nummers met een speelduur van tegen het uur. Wat meteen opvalt is de totale afwezigheid van grunts. Voor mij eerder een pre dan een min, maar waarschijnlijk zullen niet alle fans er zo over denken. De zang van frontman Mikael Akerfeldt is duidelijk vooruitgegaan. Over het algemeen heeft het album een perfecte productie. Alle instrumenten zijn zeer goed van elkaar te onderscheiden. Heritage wordt gekenmerkt door een kabbelend, dromerig karakter, met ingetogen zang en een prominente rol voor de akoestische gitaar.

De eerste compostie (het titelnummer) en afsluiter Marrow Of The Earth zijn grotendeels akoestische nummers met piano. Het zijn in feite een rustige intro en outro: onnodig op een album dat al relatief rustig is. The Devil’s Orchard en Feel The Dark doen erg denken aan Watershed. Vooral de laatste is erg pompeus, met de typische hard-zacht dynamiek van het vorige album. Heritage barst goed los met Slither, een snelle rocker in de stijl van Rainbow’s Kill The King. Helaas is de zang van Åkerfeldt veel matter dan Ronnie James Dio’s. Nepenthe is een rustig nummer, met speelse jazz- en funkachtige onderbrekingen. Haxprocess heeft een kamerorkestachtig begin, waarna we getrakteerd worden op een portie mooi (akoestisch) gitaarspel. Helaas blijft een climax uit. Famine is voorzien van een voor Opeth typische spanningsbouw. We krijgen doomriffs te horen met Hammond-orgel en dwarsfluit. Een soort van Hammers of Misfortune-meets-Jethro Tull. Daarna volgt The Lines In Hand, een sneller en relatief kort nummer met dat typische Oosterse, dromerige Opeth-geluid. Erg sfeervol en één van de betere nummers van het album. Tenslotte Folklore, weer een overwegend klam nummer, met een triomfantelijk, bombastische afsluiting,

Heritage is voor Opeth-begrippen een vrij rustig, degelijk album. Kalme passages zijn we natuurlijk gewend van de Zweden, maar ik mis toch bij veel nummers bombastische overgangen en muzikale climaxen. Het album heeft geen duidelijke overgangen en komt daardoor nogal gefragmenteerd over. Leuke muzikale ideeën zijn evident aanwezig, maar deze zijn geïsoleerd in vrij matige, langdradige composities. Persoonlijke hoogtepunten zijn Slither, Famine en The Lines In Hand, de juist wat meer ronkende, rockerige nummers op het album. Deze composities maken dit Heritage voor mij de moeite waard. Opeth’s ode aan de seventies was leuk bedacht, maar een veel minder bekende bands als de Hammers of Misfortune (luister hun nummer Train maar eens) doen dit stukken beter, maar krijgen daarvoor niet de erkenning en bekendheid. Opeth-fans doen er goed aan Heritage eerst eens te luisteren voor eventuele aanschaf. Fans van jaren zeventig (prog-)rock zouden eerst eens The Devil’s Blood, Graveyard en de Hammers of Misfortune moeten checken. (Eru)

7.0

Queensrÿche - Dedicated to Chaos (2011)

poster
4,0
(Oorspronkelijk door mij geschreven voor Tasteless Enterprise )

Queensrÿche – Dedicated To Chaos: Not To Metal

Toen zanger Geoff Tate aangaf dat Queensrÿche op hun nieuwe album Dedicated To Chaos beïnvloed is door Lady Gaga vreesden fans van het eerste uur het ergste. Vernietigende recensies van Metalfan.nl en ZwareMetalen volgden. Op Internet werd het album door honderden internationale blogs en e-zines neergesabeld. De van oorsprong Amerikaanse metalband hield gedurende haar hele bestaan van experimenteren, maar in de algemene opinie was de band uit Seattle nu echt compleet doorgeslagen. Ook spreekt men over een commerciële knieval. Al deze berichten stemden mij erg somber: toen ik ook nog eens met videoclip van het nieuwe, Hip Hop/R&B-achtige nummer Wot We Do werd geconfronteerd, was de maat vol.

Na enkele weken stak mijn nieuwsgierigheid de kop op: ik wilde Dedicated To Chaos toch eens in zijn geheel luisteren en zelf een eindoordeel vellen. Was dit daadwerkelijk zo’n slecht album? Sinds het commerciële, maar zeer pakkende Empire uit 1990 bracht het progressieve Queensrÿche albums van wisselende kwaliteit uit. Het was onredelijk te verwachten dat de band ooit nog het kwaliteitspeil van Operation: Mindcrime (1988) zouden bereiken – één van de beste conceptalbums aller tijden – maar albums als het voorlaatste American Soldier waren wel heel mager. Is de nieuwe telg in de lange discografie van Queensrÿche het ultieme dieptepunt of wellicht een creatieve opleving, zoals de bandleden zelf beweren?

Toen ik Dedicated To Chaos voor het eerst opzette werd ik meteen gegrepen door het toepasselijk getitelde intronummer Get Started. Een optimistische pakkende rocker à la Rush’s Far Cry. Het daaropvolgende Hot Spot Junkie – met kritische tekst over de verslavende invloed van Internet en andere technologieën – is experimenteler van aard, maar tegelijkertijd ook catchy. Het psychedelische U2/Beatles-getinte Around The World is wat kort door de bocht, maar wel hitgevoelig. Het hypnotiserende Retail Therapy brengt ons terug naar de dagen van Empire en is misschien wel het beste Queensryche-nummer sinds Silent Lucidity. At The Edge heeft een nostalgische Operation: Mindcrime-achtige intro en Drive heeft een feel die doet denken aan het gothic-achtig Rage For Order-album uit 1986, doch allemaal in een modern jasje.

De bovenstaande nummers zijn behoorlijk pakkend en niet commerciëler dan de hits van Empire. Het klassieke Queensrÿche-geluid (de typerende solo’s zijn er nog steeds) wordt gecombineerd met alternatieve rock, een uitstekende mix die het ook goed doet in het 60s/Britpop-achtige The Lie en het groovende Luvnu. Het al eerder genoemde (op het eerste gehoor absurde) Wot We Do is geen slecht nummer, maar erg middelmatig. Dat geld ook voor I Believe, Hard Times en Big Noize, die de vaart en de consistentie uit het album halen.

Queensrÿche stond altijd bekend als ‘the thinking man’s metalband’. Dat de band nog steeds intelligent is laten ze met de teksten op dit album wel horen; metal is het echter niet meer. De band is dan ook nooit een echte heavymetalband geweest. Godzijdank niet! De band heeft zich nooit laten beperken door genres en zijn daardoor progressiever dan bijvoorbeeld een Dream Theater, die progressiviteit als een stijl zien in plaats van een mentaliteit. Op Dedicated To Chaos experimenteert Queensrÿche het meest sinds Rage For Order. De aanpak werkt, getuige de vele pakkende en originele nummers. Gezien de uitstekende geluidskwaliteit had de band een goede producer in handen; deze had echter wel een viertal matige nummers weg mogen laten. Had hij dat gedaan, dan had de band een ijzersterke come-back gemaakt.

De grote kritiek uit de metal-community op Queensrÿche is onterecht: de band heeft weer een zeer origineel, creatief en degelijk album afgeleverd. Het is duidelijk dat er geprobeerd wordt een groter publiek aan te spreken. Helaas – hetzelfde geld ook voor een band als Anathema – krijgt een band als Queensrÿche geen voet aan wal buiten de traditionele metal-kanalen. Met dit album gooien ze hun reputatie in de waagschaal. Maar uiteindelijk is dit album voor de doorgewinterde open-minded muziekliefhebber wel een must. (Eru)

8.0 (met groeipotentieel!)

The Devil's Blood - The Thousandfold Epicentre (2011)

poster
5,0
Betere weergave via: The Devil?s Blood ? The Thousandfold Epicentre (2011) « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

The Devil’s Blood – The Thousandfold Epicentre (2011)

In het mooie zonrijke najaar van 2008 leerde ik The Devil’s Blood kennen: Neerlands hoop in bange dagen als het gaat om diepgaande, intrigerende hardrock. De Eindhovenaren kwamen uit de duisternis met hun EP Come, Reap. Tekstueel waren de nummers op dit schijfje doordrenkt met occulte, satanistische symboliek. Heksige toverdranken werden gereciteerd, maar los van de teksten vond ik het vijftal nummers energiek en enerverend. In de eerste instantie wist vooral de White Faces-cover van Roky Erikson mij te verslaven, maar later werd ik meer gebonden aan de mystiek en sfeer van nummers als Voodoo Dust en River of Gold.

Een jaar later zag ik de band hun LP-debuut presenteren in de Vera te Groningen, één van de laatste popmonumenten van het land. Ik had de band al eerder gezien, als special guest op Fortarock in Nijmegen, maar tijdens deze noordelijke live-première van The Time Of No Time Evermore raakte ik werkelijk gehypnotiseerd. De platencollectie werd hierna meteen gecomplementeerd en merchandise aangeschaft. Ik was om: evenals Mastodon, Baroness, While Heaven Wept, Pagan Altar en Hammers of Misfortune was The Devil’s Blood één van de weinige bands die mij met hun sfeervolle muziek nog echt emotioneel wist te raken . Niet alleen als simpel vermaakt, maar als transcendent escapisme. Ik zou zelfs mogen spreken van een intrinsieke spirituele ervaring. Een waar ritueel.

En nu is daar The Thousandfol Epicentre, de tweede langspeler waar ik reikhalzend naar heb uitgekeken. Het eerste wat opvalt is dat de nieuwe plaat over het algemeen minder concreet, minder afgebakend en minder riff-georiënteerd is dan zijn voorganger. Daarentegen voelt het meer aan als een daadwerkelijk album. Nummers zijn uitgesponnen en vloeien op natuurlijke wijze in elkaar over. Op de helft vinden we een aantal meer afgebakende nummers, namelijk She, het titelnummer en Fire Burning. Ondanks hun relatief concrete karakter in vergelijking met de rest van de plaat, ademen ze veel meer de muziek op The Time Of No Time Evermore. Dromerige, maar herkenbare nummers die waarschijnlijk een vast onderdeel zullen worden van de rituelen van The Devil’s Blood.

Het zijn echter eerdere nummers zoals On The Wings Of Gloria en latere als Everlasting Saturnalia die dit album een speciaal karakter geven. Dankzij de onconventionele structuur van deze nummers en de inherente passie en liefde wordt je als luisteraar bevroren. Het is alsof je stilstaat in tijd: het verleden en de toekomst zijn irrelevant. Op dit moment telt alleen de muziek. De occulte inhoud van de teksten doet er voor mij niet toe – wat van belang is, is dat deze muziek mij naar plaatsen voert waar warmte is en hoop gloort. In deze zin is The Thousandfold Epicentre werkelijk psychedelisch, maar zonder dat er maar een grammetje drugs aan te pas hoeft te komen.

Zonder twijfel zullen andere recensies deze nieuwe plaat van The Devil’s Blood vergelijken met vele obscure bands uit eind jaren zestig en de jaren zeventig. Met dit album – die zich laat beluisteren als een organisch geheel – doet deze Nederlandse band haar illustere voorgangers vergeten. The Thousandfold Epicentre is één van de beste platen van 2011 en absoluut een hoogtepunt in de vaderlandse popgeschiedenis! (Eru)

9.3

Twisted Tower Dire - Make It Dark (2011)

poster
4,5
TWISTED TOWER DIRE – Make It Dark (mei 2011): verslavende zomerplaat

De Amerikaanse heavy metal-band Twisted Tower Dire ontstond diep in de jaren ’90 van de vorige eeuw: een periode waarin de traditionele variant van het metal-genre bijna in de vergetelheid raakte.In Europa probeerde een band als HammerFall hier verandering in te brengen; in de Noord-Amerika waren het bands als Twisted Tower Dire die de muzikale stijl van grootheden als Judas Priest en Iron Maiden weer als een feniks uit de as deden herrijzen.

Hieruit moet men niet herleiden dat Twisted Tower Dire geen originele band is: al vanaf het debuut uit 1996 heeft de band sterk aan een eigen geluid gewerkt. Op hun nieuwste en vijfde plaat, Make It Dark, is deze ontwikkeling compleet. Er zitten hoorbare Maiden-invloeden in de muziek, maar Twisted Tower Dire laat zich beter vergelijken met melodieuze Amerikaanse heavy metal-bands als Steel Prophet, (oude-) Fates Warning en Jag Panzer.

Op Make It Dark laat de band een achttal nummers horen die simpelweg de beste composities zijn die Twisted Tower Dire sinds hun debuutplaat in 1996 hebben geschreven. Alle songs hebben een snelle drive, avontuurlijke gitaarlijnen en zeer aanstekelijke zanglijnen; check bijvoorbeeld het refrein van Snow Leppard maar eens. Opener Mystera zet direct een heerlijke positieve noot die tegenwoordig vrij zeldzaam is in metalalbums. Schrik niet: men hoef niet te vrezen voor een happy Europese power metal-inslag!

Met een duidelijke knipoog zingt frontman Jonny Aune falsetto-vrij over typische escapistische onderwerpen die heavy metal als sinds den beginne plagen: helden, horror en fantasy. In combinatie met het luchtige, maar ingenieuze gitaarwerk is Make It Dark een zichzelf-niet al te serieus nemende interpretatie van het heavy metal-genre. Deze frisse blik zorgt voor een uitermate vrolijk klinkende zomerplaat die zich misschien wel het beste laat omschrijven als een muzikale versie van een onschuldige fantasy- of superhelden-blockbuster. De schitterende comic-cover van Make It Dark zegt al genoeg!

Als je goed je zomer in wilt gaan kan ik iedereen aanraden om de recente misbaksels van bands als HammerFall en Dragonforce links te laten liggen en Twisted Tower Dire’s Make It Dark zo snel mogelijk te checken! Eru

8.8

While Heaven Wept - Fear of Infinity (2011)

poster
4,5
WHILE HEAVEN WEPT - Fear Of Infinity (2011)

Kenners van het eerste uur zouden niet verwacht hebben dat While Heaven Wept na Vast Oceans Lachrymose uit 2009 in 2011 al weer zouden opduiken met een nieuw studio-album, Fear of Infinity. Voorheen deed de epic doom-formatie namelijk minimaal een half decennium over het produceren van een album.

Nadat het zeer progressieve Vast Oceans uitgebracht was, bleek hoofdcomponist, bandoprichter en gitarist Tom Phillips nog een hoop relatief oude nummers over te hebben voor een volgend studio-album. Deze nummers zouden de basis gaan vormen voor Fear of Infinity.

Zoals bijna alle platen van While Heaven Wept handelt deze uitstekende nieuwe plaat over het omgaan met verlies; in fases van woede, wanhoop, verdriet en tenslotte acceptatie. Dit maal spreekt Tom Phillips zelfs van een heus conceptalbum: Fear of Infinity handelt over een verloren gegaande liefde van de gitarist en zijn worsteling met het verlies.

Wie denkt dat deze misschien wat narcistische autobiografische insteek het ideale recept is voor een uitermate treurig, maar vooral saai, ongevarieerd album heeft het helemaal mis. Een topband als While Heaven Wept brengt dit thema niet alleen op zeer emotionele authentieke wijze, uiteindelijk is de muziek ook erg spannend, dynamisch en vooral verslavend.

De Amerikanen weten op perfecte wijze bombast met integriteit te combineren (ook in metal-land toch een vrij zeldzame combinatie) wat leidt tot een episch majestueus eindgeluid, op het album fantastisch gesymboliseerd door de 11-minuten durende afsluiter Finality.

Dit album mag dan niet zo dynamisch, progressief en enerverend zijn als zijn voorganger uit 2009, het is wel weer een terugkeer naar kippenvel bezorgende melancholie van Sorrow of the Angels, het debuutalbum van de band. Treurnis en melancholie is dan natuurlijk ook het essentiële thema van While Heaven Wept. Een cliché voor doombands, maar uiteindelijk is WHW veel meer dan alleen doom. Met zijn genre-ontstijgende muziek – met uiteenlopende bands als Fates Warning, Candlemass, Arcturus en Bathory als referentiekader – is de band één van de origineelste en – nota bene – hoopgevende bands in het metalcircuit. (Eru)

9.0

Year of the Goat - Angel's Necropolis (2012)

poster
5,0
Year of the Goat – Angels’ Necropolis (2012)

(Betere weergave via: Year of the Goat ? Angels? Necropolis (2012) | tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com )

Het Zweedse antwoord op The Devil’s Blood: zo zou je Year of the Goat in één regel kunnen beschrijven. En daarmee doe ik de Zweden niet te kort: een vergelijking met The Devil’s Blood is – gezien de hoge kwaliteit van de studioplaten en live-optredens van de Eindhovenaren – eerder een kwaliteitsstempel dan een schandvlek. Wat betreft originaliteit scoort Year of the Goat niet hoog: de band streeft overduidelijk een bestaand geluid na, dat van de ‘occulte rock’ en slaagt daar vanuit compositioneel oogpunt met verve in.

Wat is dan wel dat ‘occult rock’-geluid? Wel, dat hoef ik luisteraars van bands als The Devil’s Blood, Jex Thoth en Blood Ceremony niet te vertellen: gemetalliseerde hardrock beïnvloedt – in tegenstelling tot ‘retro’ bands als Wolfmother, The Sword en Rival Sons – door obscure, mystieke seventies-bands, als het met satanisme-flirtende Coven, Black Widow en Dust en bevangen door plechtige teksten over rituelen, zwarte magie, duivelsaanbidding en esoterisme. Sommige hedendaagse vaandeldragers van de occult rock, zoals Uncle Acid & The Deadbeats en Ghost, flirten met de (voor de leek-) duistere thematiek, maar Year of the Goat hoort duidelijk tot de serieuze genre-aanhangers.

De serieuze Satan-verering in een evidente overeenkomst met The Devil’s Blood, maar ook het feit dat Year of the Goat een sextet is met drie gitaristen en wisten te overtuigen met een EP, Lucem Ferre (2011), alvorens deze maand de eerste langspeler, Angels’ Necropolis, uitkomt; een conceptalbum over de gevallen engel Lucifer. Qua invloeden, in met name het gitaarspel, doet Year of the Goat aan The Devil’s Blood denken, maar de Nederlandse band dient in dit geval als een katalysator van vergane bands en artiesten waardoor beide bands geïnspireerd zijn: de New Yorkse legende Blue Öyster Cult, de twin-guitar helden Wishbone Ash, horror singer-songwriter Roky Erickson en spaghettiwestern-componist Ennio Morricone. Met hun majestueuze gitaarspel, de luchtige, totaal niet volgepakte productie en de breekbare stem van zanger Thomas Eriksson (die doet denken aan Muse’s Matthew Bellamy) refereert Year of the Goat sterker naar deze vier bovenstaande artiesten dan soortgenoten The Devil’s Blood.

Angels’ Necroplis opent niet geheel overtuigend met For The King, gekenmerkt door een Thin Lizzy-achtige instrumentaal intermezzo. Year of the Goat pakt vervolgens uit met het titelnummer; we worden eerst getrakteerd met een sfeervolle uitgesponnen intro, waarna het de ware aard van het nummer ontpopt: een klagend, maar tegelijkertijd gelukzalig refrein, ondersteund door pakkend riff-werk; Angels’ Necropolis is zonder twijfel één van de hoogtepunten van het gelijknamige album. Nummer drie, Spirits of Fire is hitgevoelig, maar bijna een exacte kopie van Blue Öyster-klassieker Don’t Fear The Reaper. Daarna word er met het spannende en bezwerende A Circle Of Serpents stevig op ingehakt. Het lange Voice Of A Dragon is instrumentaal erg dynamisch, met wederom een aanstekelijk refrein. This Will Be Mine en I’ll Die For You zijn weer korte nummers; pakkend, maar weer evident op de Don’t Fear The Reaper-blueprint gebaseerd. Tenslotte eindigt het epische Thin Lines of Broken Hopes het album met veel bombast.

Niet iedere compositie weet helemaal te overtuigen, maar doordat de nummers organisch in elkaar overvloeien vormt Angels’ Necropolis wel een coherent geheel. De missie van Year of the Goat voor een klassiek conceptalbum is wat dat betreft geslaagd. De Zweden zullen in de toekomst hun geluid nog wat moeten verfijnen en streven naar meer originaliteit. Maar op dit moment mogen we Year of the Goat prijzen voor de authentieke majestueuze refreinen, het ingenieuze harmonische gitaarspel en de hitgevoelige composities, verpakt in één van de onderhoudendste albums van 2012. (Eru)

8.5/10