menu

Hier kun je zien welke berichten Tupelo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Alela Diane - The Pirate's Gospel (2006)

5,0
Fantastisch album met een heerlijk klein gehouden geluid. Bijna alle nummers hebben momenten die me diep raken. Sterke teksten, en een heel goed getimede voordracht - maar vooral: wat een prachtige, ontwapenende stem.

Met dank aan de CD-theek in Eindhoven, waar deze plaat op stond en ik hem na een halve minuut gehoord te hebben meteen kocht.

Eeuwig zonde dat Alela dit sobere geluid ingeruild heeft voor een poppier geluid met allerlei gejodel. Ook haar latere songs willen te "mooi" zijn en missen de brutale frisheid van dit album. Ik hoop dat ze ooit nog eens durft te giechelen op een album - dan weten we weer dat het goed zit.

Atoms for Peace - Amok (2013)

3,5
Wat Eraser deed met het meer minimalistische werk van Radiohead, doet Amok met King of Limbs - de vorm in een versoberde versie tot in extremis doorvoeren. Ik las een recensie waarin deze muziek "joggen op de plaats" genoemd werd, en dat vind ik een rake typering van het nerveuze geluid van Amok. Niet alleen binnen de nummers is er weinig ontwikkeling, veel nummers zijn ook redelijk inwisselbaar. Natuurlijk is het best mooi en sfeervol, en in de juiste stemming kan ik dit goed hebben, maar Ik hoop toch dat Thom hier een eindpunt heeft bereikt in de ijle-zang-met-bliepjesweg die hij deze eeuw is opgeslagen. De volgende fase zal immers klinken als gespartel in een doodskist.

Bassekou Kouyate & Ngoni Ba - I Speak Fula (2009)

4,0
Bassekou Kouyate & Ngoni Ba verenigt alles wat ik aan Malinese muziek zo waardeer: het virtuoze van Ali Farka Toure, het warme van Oumou Sangare en het prettig lankmoedige van Tinariwen. Dit is een fraaie selectie goede nummers, heerlijk swingende uptempo nummers en tragere woestijnblues - en geen concessies met knipoogjes naar Westerse muziek zoals Rokia Traore of Amadou & Mariam dat wel plegen te doen. Basskou's vrouw Amy Sacko heeft een heerlijke stem, die nummers als Musow doet groeien. Verder heeft deze plaat nog een keur aan gastartiesten. Kortom, er is geen enkel excuus om deze plaat niet in je verzameling te hebben als je van Malinese muziek houdt. Op mijn CD, die een andere (zwarte) hoes heeft, staat trouwens nog een extra verborgen nummer.

Bassekou Kouyate & Ngoni Ba - Jama Ko (2013)

4,0
Als we het nog niet wisten, dan laat Bassekou Kouyate hier opnieuw horen dat hij bij de beste Malinese muzikanten en songwriters behoort. Weer veel sterke nummers hier, een prachtig transparant geluid, vaak heel relaxed, met af en toe snijdende solo's op de ngoni. Amy Sacko zingt op het grootste deel van het album, en haar stem is weer geweldig. Neem het nummer Wagadou, dat mij echt kippenvel bezorgt.

Zoals men en Mali wel vaker doet, komt ook hier een hele sloot gastspelers opdraven, o.a. Taj Mahal op het bluesnummer Poye 2 - ook zal zo'n parel op dit album. Een andere gast is Zoumana Tereta, maar ik vind zijn stem niet erg sterk. Ondanks dat is ook Mali Koori een van de hoogtepunten van het album, met een apart haperend ritme.

Als je ook maar iets hebt met Malinese muziek, dan mag je Bassekou Kouyate niet missen,

Bonnie 'Prince' Billy & The Phantom Family Halo - The Mindeater (2011)

4,0
The Phantom Family Halo komt net als Will Oldham uit Louisville, Kentucky, en je zou zeggen dat het leuk is dat ze Will mogen begeleiden. Maar zo is het niet. Dit is duidelijk een Phantom Family Halo plaat, waar Will op mee mag zingen. De hoes is typisch PFH, het plaatje is uitgebracht op hun label, en Dominic Cipolla van PFH heeft de nummers geschreven (behalve de cover natuurlijk).

De eerste twee nummers zijn het typische sixtiesgeluid van Phantom Family Halo, en met Will als zanger wordt het allemaal nog net iets mooier. De live opname van de Everly Brothers cover I Wonder If I Care As Much is de echte parel van deze EP, met schitterend uitgesponnen gitaarwerk en een heerlijke groove. Het slotnummer is fraai en vreemd - het is Palace Brothers-achtige country, en je zou zweren dat het door Will Oldham geschreven is, maar ook deze is van de hand van Cipolla - misschien wel een eerbetoon aan zijn Palace Brothers stadsgenoten.

Charles Mingus - Jazzical Moods, Vol. 1 (1955)

4,5
Geen stemmen, geen berichten. Natuurlijk, de titel "Jazzical Moods" klinkt minder sexy dan "Pithecanthropus Erectus", en ja, dit is conventionelere jazz dan die op PE, maar rechtvaardigt dat het gigantische verschil in aandacht en waardering?

Jazzical Moods bevat prachtig uitgesponnen nummers met een rijkdom aan instrumentatie. Drie blazers die prachtig samenspelen, en dan ook nog die heerlijke cello erbij. Pak alleen het door Mingus geschreven Minor Intrusion - een schitterend nummer dat echt een voorbode is van waartoe Mingus nog meer in staat zou zijn. Of de intro van What Is This Thing Called Love? waarbij het lijkt of de ritmesectie op een ander tempo speelt dan de blazers. Of de klassieker Stormy Weather, hier in heel goede handen - prachtig.

Dr. John - The Sun, Moon & Herbs (1971)

4,5
Gris-Gris mag dan de eerste plaat zijn met dit moerasgeluid - en daardoor terecht de meeste credits en aandacht verdienen - maar dit album doet niet onder voor Gris-Gris, en ik denk dat ik het nog mooier vind. Ook hier krijgen we een stroperige mix van blues, jazz, soul en wereldmuziek met herhalende refreintjes die bezwerend werken. Een hele sloot artiesten heeft meegwerkt aan dit album, waaronder Eric Clapton op gitaar en Mick Jagger als achtergrondzanger.

De zogenaamde "voodoo-sound" van Gris-Gris horen we hier vooral terug in Craney Crow en Zu Zu Mamou. Pots on Fiyou etc is een apart nummer dat jazz en wereldmuziek moeiteloos tot een eigen mix maakt. Verscheidene nummers hebben heerlijke intro's, Craney Crow en Familiar Reality in het bijzonder. Where ya at mule klinkt als een zompige Fats Domino - ik bleek het nummer nog te kunnen van een oude verzamelelpee ("New Age of Atlantic" - ooit gekocht omdat het het zeldzame "Hey, Hey, what can I do" van Led Zeppelin bevatte en een album dat me de weg wees naar Loudon Wainwright III want het bevatte ook Motel Blues).

Maar ik dwaal af. Dit album is zo schitterend als zijn hoes en je moet het gewoon kopen als je Gris-Gris weet te waarderen.

Ed Kuepper - Exotic Mail Order Moods (1995)

4,5
Geen bericht, geen stem. Misschien omdat ie niet makkelijk te krijgen is? Ik kan er niks aan doen: dit is het fijnste Ed Kuepper album dat ik ken. Een heerlijk warm geluid, lekker gitaarwerk en de meeste nummers met een aparte big-bandachtige synthesizerintro.

Het songmateriaal bestaat uit covers en klassiekers - en Ed Kuepper brengt hier fantastische versies van Nick Cave's Do You Love Me, Bowie's Man Who Sold the World.of When I was Young van The Byrds. Gewoonweg schitterende versies.

Sam Hall ken je wellicht van o.a. Johnny Cash, Cindy van Cash en Cave en vele anderen, en Stagolee is een versie van Stagger Lee / Stackalee, ook al bekend van Cave, Dylan en anderen. Het is een beetje miraculeus dat dat nummer er twee keer op staat, temeer omdat ik het verschil tussen de twee versies niet hoor.

Als je van Ed Kuepper houdt: ga op zoek naar deze plaat - hij zal je niet teleurstellen,

Eric Dolphy - Vintage Dolphy (1986)

4,0
Het is echt waar: Eric Dolphy heeft zoveel meer fraais gedaan dan Out to Lunch! Dit album is een verzameling live opnamen uit 1962 en 1963. Het valt uiteen in drie delen:

De eerste drie nummers, met twee Dolphy composities, zijn van een Carnegie Hall concert uit 1963, en geven Dolby alle ruimte voor virtuositeit op respectievelijk bass clarinet, fluit en alt sax. Met name de eerste twee nummers vind ik schitterend.

De volgende drie nummers zijn atonale avant-garde composities van Gunther Schuller, die zich ergens tussen modern klassiek en free jazz bewegen. Ook hier weer een zeer herkenbare Dolphy in spannende nummers - Abstraction bijvoorbeeld, met prachtige strijkers. Overigens is er een nieuwe CD-uitgave van dit album waar nog 15 minuten meer aan Schullercomposities op staat.

Het slotnummer is Charlie Parker's Donna Lee, een meer conventioneel nummer met een hele sliert solisten waaronder (uiteraard) Dolphy. Past eigenlijk niet zo goed op deze plaat, die mooi werk bevat, maar dus niet echt een geheel vormt.

Helen Merrill - Merrill at Midnight (1957)

3,5
Toegegeven, dit album, deze keer met begeleiding door het orkest van Hal Mooney, is niet het beste van de Mercury periode. Het zijn alleen maar ballads, en gaandeweg het album ga je de afwisseling met luchtiger nummers, die eerdere albums zo typeert, toch wel missen. Neemt niet weg dat hier enkele parels op staan: Black Is the color..., It's a lazy afternoon, I'll be around - Helen Merrill op haar best. Haar stem is af en toe breekbaar (If love were all), en soms is het allemaal iets te musicalzoet (After you). Al met al 3,5 dus, maar dit is een relatieve score - Helen Merrill heeft een wereldstem, en die heeft ze ook hier.

Lisa Germano - Geek the Girl (1994)

5,0
Een van de mooiste en meest aangrijpende albums ooit gemaakt. Bovendien is het een heel aparte plaat wat betreft het geluid, en is de som nog eens meer dan de delen omdat alles thematisch en ook muzikaal een perfect geheel vormt. Een plaat die ontroert, je bang maakt en je van je stuk brengt. Pijn, schaamte, schuld en een sprankje hoop. Je moet maar durven,

Liss Ard Vol. 1 (1999)

3,5
Compilatiealbums met live opnamen van een festival zijn zelden echt interessant – hier en daar en artiest die je weet te waarderen, afgewisseld met artiesten die je echt niet wil horen. Leuke albums voor wie er bij was, of voor de echte verzamelaars die alles van een artiest op plaat wil hebben.

Dit Liss Ard album was veelbelovender, met maar liefst 3 nummers van Nick Cave en drie van Patti Smith. Het is met meer zorg samengesteld dan andere festival-CD’s – ook wat betreft de sfeer. Na de eerste van Patti Smith wordt het steeds rustiger, met singer-songwriters die toon voeren. De Ierse artiesten, en de Ierse opening- en slotnummers versterken de eenheid op dit album.

De nummers van Nick Cave en Patti Smith zijn prima, met als hoogtepunten toch wel de piano versie van The Birthday Party’s “Dead Joe”, en “Last Call”, waar zowaar Michael Stipe op meezingt. Van de andere artiesten, die ik nog niet kende, valt David Gray mij niet tegen, al vermoed ik dat Dylan’s Blood on the Tracks een van zijn favoriete albums is. Helaas ontbreekt ook op deze compilatie weer niet een artiest die ik liever oversla: Jack Lukeman doet mij geen plezier met zijn gezwollen stem.

Al met al een prima CD als je van Patti Smith en Nick Cave houdt.

Lou Reed - Rock n Roll Animal (1974)

5,0
Schitterend live album. Het is ongelofelijk hoeveel stijlen Lou Reed in de jaren 70 wist te spelen. Ze zouden eigenlijk van elke tour een live album hebben moeten uitbrengen, want dezelfde nummers klonken nooit hetzelfde.

Ja, dit is wellicht een hard rock album, maar wat mij betreft geen echte "hardrock". De opening van Sweet Jane met schitterend gitaarspel staat als een huis, en het is absoluut kippenvel als dan het thema van Sweet Jane inzet. De versie van Heroin, met die ijskoude zang en die zinderende finale wist mij dertig jaar geleden al te boeien en doet het nog steeds. Ook Rock 'n Roll is geweldig, met dat spetterende middenstuk als de gitaren even zonder begeleiding aan de gang gaan.

Ik doe ook graag een goed woordje voor de hoes (voor- en achterkant) die voor mij bijdragen aan de mystiek van deze plaat - die zo'n unieke combinatie van heel koud en heel warm is.

(Even terzijde: wat ik jammer vind is dat de CD-uitgave met bonusnummers deze niet aan het eind gezet heeft. Ik vind de bonusnummers minder sterk, en ze breken de perfecte eenheid die het originele album voor mij is.)

Martina Topley-Bird - Quixotic (2003)

3,5
Martina Topley-Bird kan best een lekker gevarieerde plaat maken, af en toe terugkijkend naar de Tricky-tijd (Need One, Ragga), wat lounge & soul geluiden, wat PJ-Harveyachtig ruiger werk (I wanna be there), en wat poppy nummers zoals het mindere I still feel. Voor elk wat wils, zou je bijna zeggen. Dit alles wordt een beetje onderkoeld gezongen - alsof ze nadrukkelijk niet wil benadrukken dat ze een fenomenale stem heeft. Correctie: kan hebben.

Helemaal niet zo slecht, dit album, maar waar is de Martina die mij op allerlei Trickynummers zo diep weet te raken dat ik wel kan huilen? In geen velden of wegen...

Mick Harvey - One Man's Treasure (2005)

3,5
Een sympathiek album met een heel aardige selectie nummers, vakkundig uitgevoerd door multi-instrumentalist Mick Harvey, maar echt spannend wordt het niet.

Dat komt vooral door de lauwe zang. Mick heeft wat dat betreft geen keus - zijn stem is niet goed genoeg om het avontuur op te zoeken, en hij blijft dus braaf binnen de grenzen van wat hij zich kan veroorloven. Bijzonder sprankelende nummers als Mother of Earth krijgen zo toch iets gezapigs.

Bij de Gainsbourg cover albums werkte dat onderkoelde geluid beter - het paste bij de humor van de liedjes, en bovendien had hij regelmatig Anita Lane aan zijn zijde, en dat zorgde ook voor afwisseling. Hier, bij deze mooiere nummers, blijf je verlangen naar iets meer - en in geval van de covers dus vooral naar de originelen.

Nick Cave & Warren Ellis - The Road (2009)

3,5
Dat Nick Cave en Warren Ellis prachtige klanken weten neer te zetten zal hier geen betoog behoeven. Nick Cave en John Hillcoat werken al jarenlang samen. Nick Cave is ook nog eens fan van Cormack McCarthy, dus alle ingredienten voor een goede soundtrack van The Road zijn aanwezig.

Het boek The Road schept een desolaat, dreigend en mistroostig beeld van een post-apocalyptische wereld. De film vind ik lichter van toon, en misschien draagt de soundtrack daar wel aan bij. Als ik dit album beluister, hoor ik vooral heel troostrijke muziek. Thema's van hoop, zoals in mooie nummers als The Real Thing of The Journey.

Dit album volgt de film volgens mij in chronologische volgorde, en de "mooie" sfeer verdwijnt in enkele nummers die bij dreigende scenes horen (The Cannibals, The House, The Cellar), nummers met krassende violen en soms Neubauten-achtige percussie. Die afwissseling tussen troostende en dreigende muziek maakt het een apart album om naar te luisteren, waarvoor je in de stemming moet zijn.

Nits - Les Nuits (2005)

4,5
Heel fraai album. Kalm, verstild, gevoelig. Zelfs de uptempo nummers brengen je een gevoel van rust - berusting - meer steeds blijft het muzikaal spannend. Heel, heel mooite nummers zijn Les Nuits, The Rising Sun (ooit zoiets gehoord?), The Hole, of het fraaie met kopstem gezongen Launderette.

Mindere nummers staan er niet op - ik vergeef hen zelfs dat The Key Shop en The Wind-Up Bird behoorlijk als The Beatles klinken. Blind kopen en dan de ogen dicht houden bij het beluisteren.

Swans - Holy Money (1986)

3,5
Bruut, traag, slopend en monotoon zoals alle vroege Swans. Je waant je vastgeklonken in de kerker van een abdij en je weet dat de meedogenloze monniken De Sade heel wat dichter bij hun hart dragen dan het Oude Testament. De laatste opmaat naar het meesterwerk "Children of God" dat een jaar later zou volgen. Holy Money is een beproeving, een confronterende ervaring, ideaal voor het wegjagen van ongewenste bezoekers of een te vrolijke gemoedstoestand.

Swans - The Seer (2012)

5,0
Onvoorstelbaar, wat een verrassing. Dat Michael Gira na 30 jaar zijn magnum opus nog zou maken, nota bene binnen het muzikale jargon dat hij al jaren hanteert - nee, dat had ik niet verwacht na "My father will..." - de voorganger van deze plaat die mij minder kon overtuigen.

Dit album biedt alles waar Swans voor staat - het is bruut, monotoon, lelijk en prachtig - en meedogenloos. Geen stomp in je maag, nee, dit is een afranseling. Maar wat een heerlijke. Het geluid is rijker dan ooit tevoren, de grooves zijn verslavend en hoewel alles onmiskenbaar Swans is, klinkt het toch als muziek die je nooit eerder hoorde. (En het gaat maar door - net als het laatste live concert dat ik zag in Antwerpen - 6 of 7 nummers zonder toegift, maar het duurde wel 165 minuten.)

Ted Nugent - Free for All (1976)

3,0
Hij begint best lekker, deze plaat, met de eerste twee pakkende nummers die (ook blijkens de stemmen hier) ieders favorieten zijn, gevolgd door Stanglehold deel II: Writing on the Wall.

Meat Loaf op vocals is naar omstandigheden zo slecht nog niet, maar mooi kan ik het ook niet vinden. Ik moet zeggen dat ik Ted zelf veel liever hoor - hij zal minder goed kunnen zingen, maar ik vind zijn stem veel prettiger. Writing on the Wall is minder dan Stranglehold omdat de zang het niet haalt bij die van Derek (en ook Ted op Stranglehold), en ook simpelweg omdat het instrumentele stuk er teveel op lijkt. Ik meen trouwens ook hier en daar in een solo stukken te horen die later live in solo's bij andere nummers verwerkt zijn.

Deze plaat laat net als het debuut ook weer goed zien waarom een pakkend nummer meer moet zijn dan een lekkere riff, een gitaarsolo en een refrein dat je bijblijft. Er is ook hier weer teveel "vulmateriaal" van deze soort. Pak je de 5 beste nummers van dit album met de 5 beste van zijn debuutalbum, dan heb je een wereldalbum - zoals Double Live Gonzo dat is. Nu blijf je aan het eind van de plaat met die nare nasmaak van een paar 13-in-een-dozijnrefreintjes die nog in je hoofd zitten - het mooie begin ben je dan al haast vergeten.

The Beasts of Bourbon - Low Life (2005)

4,0
Wanneer je ooit genoten hebt van een liveconcert van The Beasts of Bourbon, dan is dit een verplichte aanschaf. Dit album is nog een gradatie ruiger dan je je het concert herinnert. En na het draaien van deze plaat zul je je net zo uitgeput voelen.

Dit is zulke heerlijke, rauwe rock: Birthday Party meets the Stooges meets Dead Moon of zoiets. Een vet geluid, pakkende nummers - de meeste uptempo, sommige blues, en een Tex Perkins die tekeer gaat of zijn leven ervan af hangt. Een live concert uit de reunietour van 2003 - met de jaren heeft de band helemaal niets aan kracht ingeboet.

Will Oldham - Western Music (1997)

4,5
Vier kleine liedjes met een krakkemikkig geluid. En wat zijn ze prachtig. De triestheid van Western Song for J.L.L., met slechts 5 regels tekst, is niet te beschrijven. Het is voor mij een van de mooiste nummers die Will Oldham opgenomen heeft. Fans van het oude Palace geluid zullen zeker genieten van deze EP - het slotnummer bijvoorbeeld zou zou op hun debuutalbum gepast hebben. Three photographs is net zo kort als de tijd di nodig is om drie foto's te bekijken, een kleine sfeertekening - en je voelt dat er iets mis was met dat verblijf aan de West Coast.

Dit EP-tje is tergend kort, maar zeer de moeite waard. Verplichte kost voor de fans.