Het is 2022 als de Amerikaanse singer-songwriter Sam Burton met zijn band, buiten hun schuld om, betrokken raakt bij een ernstig auto-ongeluk. Iedereen overleeft het ongeluk, maar Burton kan de gebeurtenis niet loslaten en worstelt met gevoelens van schuld. En zoals een goede songwriter betaamt, verwerkt hij deze ervaring in nieuwe muziek en een nieuwe plaat getiteld Fairweather Friend. Een plaat waarop verstilling over het ongeluk de boventoon voert, maar ook over wat er daarna komt: de verwerking, veranderende relaties en het opnieuw vormgeven van je leven.
Een auto-ongeluk waarbij je ternauwernood aan de dood ontsnapt, kan je verhouding tot mensen ingrijpend veranderen. Daarover gaat het eerste lied dat tevens de naamgever is van het album. Fairweather Friend als lied stelt in wezen de vraag: wat betekent vriendschap eigenlijk als je alle vanzelfsprekendheden wegneemt? Wat in deze en volgende tracks opvalt, is dat de sound van Burton wat meer country- en americana-invloeden heeft gekregen. Het klinkt wat voller dan voorganger Dear Departed uit 2023 zonder dat het afbreuk doet aan de desolate grandeur die van nature in zijn stemgeluid huisvest.
After Days Slip Away is daarvan een sterk voorbeeld. De nasleep van een ingrijpende gebeurtenis en de poging om jezelf aan de haren uit het dal te trekken zitten prachtig verweven in zinnen als: ‘When everything has changed, I still remain/I’m coming home again’. Minstens zo sterk is Start Over. In compositie, arrangement en sfeer misschien wel het beste dat Burton de afgelopen zes jaar op plaat heeft gezet. Het lied gaat over hoe je binnen een relatie ook tot het besluit kunt komen om samen opnieuw te beginnen. Je gunt niemand een ernstig auto-ongeluk, wel de inzichten die daaruit voortkomen.
Al eerder verscheen het lied I’m A Stranger over het zoeken naar manieren om je weer thuis te voelen op de plek waar je ooit thuis was. Het karakteristieke stemgeluid van Burton leverde voorheen vergelijkingen met Roy Orbison en John Denver op. Maar op deze track, zeker in de wat snerpend gezongen delen, horen we een beetje Neil Young. De sound mag dan licht verschoven zijn, elk lied roept onverminderd filmische sferen op: uitgestrekte Ierse herfstlandschappen met gewichtige loodgrijze luchten, aanschouwd vanuit de troostende geborgenheid van een lokale pub met een knisperend openhaarvuur. En ja, de eerdere kritieken over de muziek van Burton gaan ook op voor deze elf nieuwe songs: ze lijken nergens haast lijkt te hebben en bieden wat weinig variatie. Dat wordt soms als saai ervaren.
Je kunt het ook horen als een artiest die binnen een beperkt emotioneel bereik, bewust verdieping zoekt. Het resulteert misschien in weinig verrassing in tempowisseling of vocale uitspatting, maar het bouwt daarmee tegelijkertijd aan het bestendigen van stemming. Je raakt in een soort muzikale roes met als bijzonder effect dat je songs als nieuw ervaart ondanks dat je de plaat al meerdere keren beluisterd hebt.
Met een stem gedoopt in melancholie en een muzikale omlijsting die beschutting biedt leert Sam Burton ons met Fairweather Friend vooral hoe verstilling klinkt. Verstilling vraagt niets. Het is geborgenheid in verlatenheid met hoogstens een glas hot toddy* tussen je handen.
* (whisky, heet water, honing, een schijf citroen en kruidnagel in de juiste verhouding, opgediend in een groot theeglas)
In de zomer van 2025 bracht de Britse singer-songwriter Michael Kiwanuka naar buiten dat hij te kampen had met gezondheidsproblemen, waardoor hij meerdere optredens moest afzeggen. Naar nu blijkt gaat het om beroerte (onbekend of het hier een herseninfarct of -bloeding betreft), waarvan hij nog steeds herstellende is. De release van zijn album FUDGE (dat al voor hij ziek werd was afgerond) werd uitgesteld naar vandaag.
De aftrap van het iets meer dan een uur durende album wordt verzorgd door de Amerikaanse jazzpianist Chick Corea. Hij legt in het lied Summer Clothes een paar zinnen uit wat voor hem de kern van muziek maken is. Geparafraseerd zegt Corea: wat jij mooi vindt, ís mooi. Kiwanuka slaat hiermee een piketpaal in de grond die dienstdoet als artistiek manifest voor het album dat hij zelf produceerde. FUDGE is, vergeleken met de lovend ontvangen voorganger Small Changes (2024), “kleiner en persoonlijker”, zoals hijzelf eind september aangaf in een zeldzaam interview met de Engelse krant The Guardian.
In het lo-fi opgenomen California klinkt wat onbestemde wanhoop door, mede door de wrange tekst in de wetenschap dat Kiwanuka ten minste vijf maanden in het ziekenhuis heeft gelegen alvorens hij naar een revalidatiecentrum ging: ‘I need love, love, love to take me home/I’ve been gone, gone, gone for way too long.’ Love In My Heart is zo’n typische Kiwanuka-song waar hij inmiddels bijna patent op heeft: warme, gedragen soul die gedurende de zeven minuten die deze track duurt, langzaam overgaat in psychedelische vervoering. De arrangeur van de strijkpartijen is Rosie Danvers. Zij werkte eerder samen met Kiwanuka, bijvoorbeeld op Cold Little Heart (2016); een song die internationaal als een van de grootste moderne klassiekers wordt gezien.
Toch bevat FUDGE ook een aantal dertien-in-een-dozijn-liedjes. Geen slechte songs, allerminst, maar songs die minder beklijven en meer tot doel lijken te hebben een bepaalde sfeer te bestendigen. Kiwanuka beheerst het creëren van sfeer inmiddels tot in de puntjes, maar soms gaat hij zo op in zijn comfortabele muzikale universum dat een nummer daardoor niet echt een eigen identiteit weet te ontwikkelen. Across The Sky is hierin exemplarisch. Ook You Sent Me Flying doet een duit in het zakje. Hier geldt dat de track prima in elkaar zit, maar de Kiwanuka-ingrediënten van een warme bas, lome groove, de gelaagde zang en de melancholie die (met behulp van een steelgitaar) als een waas over alles heen liggen, verrassen inmiddels weinigen meer.
Sing tapt op dat punt uit een heel ander vaatje. De breekbare manier waarop Kiwanuka zingt mede door gebruik te maken van zijn kopstem, doet ergens denken aan de veel te jong overleden Nick Drake. Drake had het vermogen om bijna terloops te zingen en je toch het gevoel te geven dat er iets heel persoonlijks op het spel stond. Bij Kiwanuka, specifiek in dit lied Sing, gebeurt iets soortgelijks. Zijn stem heeft datzelfde terloopse, maar met meer warmte en soul. Alsof je even niet naar een zanger luistert die iets voor je uitvoert, maar naar iemand die hardop denkt. Wat beiden ook bewerkstelligen als hun kopstem tegen het valse aanschurkt, is je het gevoel geven dat ze iets proberen uit te drukken waarvoor hun stemmen eigenlijk tekortschieten. Bij Drake zit daar iets eenzaams in. Bij Kiwanuka hoor je eerder een soort wanhopige hoop.
Dan tot slot het lied Swings and Roundabouts. ‘Life has a way/Swings and roundabouts’, zingt Kiwanuka. Vrij vertaald: het leven gaat zoals het gaat, met zijn ups en downs. Woorden die met de kennis van nu bijna troostend profetisch klinken. FUDGE als album heeft meer van dat soort optillende uitschieters, maar zal desondanks niet bij iedereen het water in de mond doen lopen. Daarvoor is het album net te lang en niet elke track rechtvaardigt deze speelduur. FUDGE is grotendeels prachtig, maar ook bitterzoet. Soms bijna op het profetisch wrange af. Zelfs van een lekkernij gemaakt van boter, suiker en melk kan een mens te veel consumeren.
De grond van Stoke-on-Trent, een Engelse stad met zo’n 260.000 inwoners, blijkt muzikaal vruchtbaar. Onder anderen Robbie Williams groeide er op en ook Guns N’ Roses-gitarist Slash woonde er de eerste jaren van zijn leven voordat hij met zijn moeder verhuisde naar Amerika. Minder bekend is Dan Croll. Deze singer-songwriter en multi-instrumentalist lanceert zijn vijfde studioalbum getiteld Winning Streak.
De muziek van Croll is een bijzondere mengelmoes. Een combinatie van seventies Brill Building-tekstschrijven (Carole King, Neil Sedaka), McCartney-achtige melodielijnen, gezongen met een stem die de ene keer de sfeer heeft van Neil Finn (Crowded House) en de andere keer meer hangt richting Tom Chaplin (Keane). Op zijn eerdere werk voegde hij daar nog wel eens elektronische beats of andere ritmische elementen aan toe, maar die blijven op Winning Streak van bescheiden inbreng.
Best Laid Plans is de eerste van in totaal twaalf sfeervolle herfstliedjes. Het zet de stemming van het album direct klemvast met een gitaarintro van James Taylor-kwaliteit. Wat meteen opvalt is zijn close-to-mic opnamestijl en daardoor hoorbare stemdetaillering: ademhaling, kleine verschuivingen in articulatie, de aanzet van een klinker. Het lied krijgt daarmee iets intiems, alsof Croll vlak naast je in de woonkamer zit te zingen. Een knisperend haardvuur kunt u er naar behoefte (vrij eenvoudig) bij fantaseren.
De tweede track, Most Of All, valt op een vergelijkbare manier met de deur in huis. Het intro duurt een seconde, waarna de zang inzet met een soepele McCartney-kopstem. Luister ook vooral naar de wijze waarop Croll klinkers uitrekt en de bijna achteloos gezongen melodische wendingen. Hij is zich volstrekt bewust van zijn Beatle-achtige sound, getuige de tekstuele knipoog in dit lied: ‘Taking a moment down a winding road…’ Voor de niet-Beatles-kenner: de laatste keer dat de vier bandleden samen in de studio aan een nummer werkten (april 1970) was aan het lied The Long & Winding Road.
Wat meer tempowisseling en daarmee een wat energieker geluid, is het als Roy Orbison-klinkende Peace And Quiet. Wat meer tempo kon Winning Streak ook wel even gebruiken om te voorkomen dat de luisteraar weg dut. Het lied heeft een opvallende sfeer die op hetzelfde moment zowel melancholiek als voorzichtig psychedelisch klinkt. Het heeft iets van een sprookjesachtig bospad zonder meteen knus en kneuterig te worden. Die bospad-associatie was de producer blijkbaar ook opgevallen, want Peace And Quiet gaat vervolgens zowel in tekst als sfeer vloeiend over in Birdsong, waarbij de blokfluiten die het lied openen fungeren als zangvogels.
In Try Try Try zal menigeen het Crowded House-geluid van eind jaren tachtig en begin jaren negentig herkennen en valt wederom op hoe catchy de refreinen zijn die Croll produceert. Alsof ze al in je geheugen gegrift stonden voordat je ooit gehoord had. Dat geldt ook voor het lied All To Be Loved By You, hoewel daar ook iets anders gebeurt. De tweede regel van deze track luidt: ‘A man like me needs all the help he can get.’ Leg dit eens naast de tweede regel uit het lied Somewhere Only We Know van Keane (2004) en hoor de gelijkenis in zowel klankkleur, gebruik van een elektrische piano als in melodielijn. Het zal niet resulteren in een plagiaataanklacht, maar het zit er ook weer niet heel ver van af.
Titel- en slotstuk Winning Streak heeft nog een one-liner in petto waarvan je je bij het horen afvraagt hoe het kan dat deze, zo enorm voor de hand liggende zin, nog nooit eerder in een songtekst is voorgekomen: ‘No sound sweeter than my love’s applause.’ Applaus voor Dan Croll die voor dit album veel meer erkenning verdient dan hem tot nu toe ten deel is gevallen. Wat een heerlijk herfstalbum.