MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Paulus_2 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jan Akkerman - Talent for Sale (1968)

Alternatieve titel: Guitar for Sale

poster
4,5
De oorspronkelijke LP heette 'Talent for Sale' en stamt uit 1968 (Imperial). Ik kreeg de LP destijds van een vriend. The Hunters, van 'Russian Spy and I', waren eind '67 wegens verminderd succes gestopt en Akkerman ging solo verder met begeleiders Ron Bijtelaar en Sydney Wachtel (ex-Hunters).

Akkerman speelt op dit album zowel covers als enkele eigen werkjes. Het geheel is een mix van instrumentale blues, soul en rock. Alle stukken worden retestrak gespeeld; er waren voor Akkerman niet veel geheimen meer over van goed gitaarspel.
Toppers zijn Bags Groove, Revival of The Cat, Mercy Mercy Mercy, On the Green Light, Green Onions, Ode to Billy Joe en Comin Home Baby met recht "wervelend" gitaarspel!
Fijn is ook de smartlap Hineimatov met de violen op de achtergrond en in Moonbeam laat hij op 0:41 even een blaffende hond op zijn gitaar horen.

Wat de geluidseffecten betreft; volgens mij gebruikt Akkerman in diverse nummers een lesley en daarnaast, meen ik, een flanger (ik weet niet of die er al waren).

De pianist op Bags Groove is Wim Jongbloed, de arrangeur (o.a. ook van The Cats) en oprichter/pianist van Atlantic Quintet - Wikipedia

Componisten.
1 - Milt Jackson
2, 3 - Jan Akkerman
4 - Joe Zawinul
5 - Steve Winwood
6 - Ray Charles
7, 9 - Booker T. & The M.G.'s
8 - traditional, arrangement Jan Akkerman
10 - Bobby Gentry
11 - Ben Tucker & Bob Dorough

Band.
Jan Akkerman: Gitaar
Ron Bijtelaar: Basgitaar
Sydney Wachtel: drums
Cocky Akkerman: Drums op "Slim Jenkin's Place"
Wim Jongbloed: Piano op "Bags Groove"

Opname.
Producent: Tim Griek
Technicus: André Hooning
Arrangeur: Wim Jongbloed

Vraag is alleen nog; wie verzorgen de vioolpartijen en wie zijn de blazers?

Jan Hammer - Snapshots (1989)

poster
5,0
Prachtig album, mannen.
Ik neem aan dat iedereen hoorde dat track 3 ook staat op het album van zijn muziekmaat Jeff Beck There & Back.
Schitterend sfeervol album. Goede melodieën. Inderdaad geen jazz of fusion, maar wat kan ons dat bommen. Klinkt allemaal erg goed. Hij speelt alles zelf en je hebt het idee dat er een complete band speelt.

Maar toch mis ik af en toe even de scherpe rand in de vorm van een gitaar. Jeff Beck had zeker niet misstaan in dit muzikale schilderij van zijn vriend en muzikant.

In één keer 5 sterren.
Het grappige is dat ik de cd op een christelijke vlooienmarkt vond. Tussen stichtelijk kerkgezang, obligaat orgelspel en de bekende klassiekers. 50ct.

Jethro Tull - Thick as a Brick (1972)

poster
5,0
Mssr Renard schreef:
"Thick as a Brick" was één de vroegste progressive rock-albums die ik ontdekte. Allereerst nog een geleend en ‘overgetapet’ exemplaar van de muziekbibliotheek, en kort daarna al snel de originele lp met de zestien pagina's tellende krant. Op dit moment kan ik niet meer tellen hoeveel versies ik in de afgelopen 35 jaar heb gehad, weer weggedaan en opnieuw gekocht. Op dit moment heb ik nog drie versies van dit album in mijn platenkast staan.
“Thick as a Brick” blijft een album dat mij, al sinds ik een jaar of dertien was, intrigeert en het is absoluut één van de weinige platen, die ik nooit ben ontgroeid of waar ik de interesse in ben kwijtgeraakt. Het is een plaat die ik al meer dan dertig jaar luister en waar ik -zelfs nu- nog steeds nieuwe inzichten in heb (in zowel de cryptische teksten als de complexe muziek).

Hoe schrijf je een goede review voor één van de meest populaire progressieve rockplaten? Eén die wereldwijd tot op de dag van vandaag, al tot op het bot toe is geanalyseerd, beschreven en bediscussieerd? Er zijn boeken en weblogs volgeschreven over deze plaat, en elke re-issue die verscheen van dit album, bevat wel weer nieuwe ‘oude’ interviews met bandleden, studio-medewerkers en andere gerelateerde mensen.

.......[lees voor de rest zijn prachtige recensie]

In feite is deze plaat een satire op de progressieve rock in het algemeen en het conceptalbum in het bijzonder. Om de reden daartoe te kennen, moeten we één plaat terug; Aqualung. Aqualung een plaat die niet meer is dan een verzameling songs, met eventueel een terugkerend thema; de verhouding tussen de mens en god, maar vooral ook Ian's kijk op het leven en wat alledaagse zaken, zoals een bezoek aan zijn zieke vader. Een verzameling songs waarvan de muziekpers vond dat het wel een conceptplaat zou moeten zijn. Ian heeft dit altijd bestreden en gesteld dat de songs wellicht bij elkaar horen en dat er een dominant thema op de plaat zou zijn, maar niet dat alle songs samen een verhaal vertellen.

Als reactie hierop besloot Ian de 'mother of all conceptalbums' te schrijven; een albumlange suite van bijna drie kwartier, die enkel door de restricties van het lp-formaat in twee delen werd gepresenteerd. Het was ook een reactie op de progressive rockscene en Yes en Emerson, Lake & Palmer in het bijzonder. Ian vond de veel te lange songs met veel te langdradige solo's erg pretentieus en overdreven. Het album waar hij mee kwam kenmerkte behalve een stilistische verschuiving richting meer complexe muziek ook een verandering in personeelsbestand. Er was namelijk een nieuw bandlid aangetreden: Barriemore Barlow. Barrie verving daarmee Clive Bunker, welke trouwde en de band verliet na Aqualung. Barrie kreeg de naam Barriemore in de band, net als dat Jeffrey Hammond een tweede achternaam kreeg (Jeffrey Hammond-Hammond). Barriemore was een veelzijdiger drummer dan Clive en dankzij zijn drumspel kon de band meer ingewikkelde stukken, tempowisselingen en dynamiek toepassen die zo onmiskenbaar zijn voor het progressive rock-genre.

.......[lees voor de rest zijn prachtige recensie]

De muziek op Thick as a Brick is complexer dan voorheen waar al gelijk in het begin van de plaat losgebarsten wordt met 7/8- en 6/8-maatsooten en waar al direct blijkt hoe belangrijk de nieuwe drummer was voor de band, om deze uitdagingen tot een coherent geheel om te zetten. Barre en Evans (gitaar en toetsen) spelen ook veel virtuozer en op de top van hun kunnen dan op de voorgaande platen, die toch meer in recht-toe-recht-aan waren. Het minst virtuoze bandlid bleef Jeffrey Hammond, die een belangrijk lid van het gezelschap bleef, omdat hij ook erg humoristisch was ingesteld, maar Ian en Martin moesten de baspartijen altijd voordoen voor Jeffrey er mee aan de slag kon.
De muziekstijlen die de band vertolkt zijn erg divers en variëren van rustige folkmuziek tot heavy rock, bijna free jazz-achtige jams en pop. Want als je Ian moet geloven is Thick as a Brick net zo goed een verzameling popsongs, maar dan in één rits achter elkaar gespeeld met veel bruggetjes en overgangen. Ook leuk is dat Kant B bijna een spiegel is van Kant A. Kant B begint waarmee Kant A wordt afgesloten en eindigt waar Kant A mee begint. Om het gehele stuk ook meer coherent te maken worden bepaalde thema’s herhaald of een variatie van gespeeld.

De tekst, die volgens de grap geschreven is door wonderkind Gerald Bostock, verhaalt (zoals gewoonlijk) over de kijk van Ian op de samenleving in het algemeen en een thema dat door de plaat heenloopt is het opgroeien van de protagonist, die eigenlijk schilder en/of dichter wil worden, maar toch (net als zijn vader) het leger in gaat. Niet alle delen van de tekst zijn erg makkelijk te begrijpen, maar dat is wel vaker zo met teksten van Ian.

De muziek is over de gehele lengte prachtig, spannend, enerverend, mysterieus, heftig, rustig, dromerig en pakkend. Wat ik één van de mooiste stukken op de plaat vind, is op Kant B waar na een druk free jazz-stuk en wat gebrabbel van Jeffrey Hammond, na twee cymbaal-klappen het allereerste gitaar tokkel-thema, maar dan een variant op daarop, wordt ingezet. Het gedeelte dan begint met ‘In the clear white circles op morning wonder..’ totdat ‘Let me tell you the tales of your life’ een wat heftiger stuk inluidt, is wat mij betreft het mooiste wat ooit op muziek is gezet. Het is een bijna hypnotiserend stuk, met prachtige, ietwat melancholische zang van Ian.

Behalve dat de muziek al overdonderend en vooruitstrevend was, was het artwork dat ook. Ian wilde na het tegenvallende artwork van Aqualung (Ian wilde niet op de zwerver op de voorkant lijken, maar iedereen dacht dat hij het was op de hoes), wilde hij het artwork ditmaal zelf verzorgen. Dit tegen de wil van Chrysalis’ Chris Ellis in. Het samenstellen van de krant, het schrijven van onzinstukjes en het nemen van gekke foto’s nam meer tijd in beslag dat het opnemen van de plaat. En zelfs nu nog lach ik om de stukjes in die krant en ontdek ik weer nieuwe grapjes. Veel elementen uit de tekst van de verzonnen Gerald Bostock, komen ook in de kleine krantenartikeltjes terug (poet, painter, sandcastles, wiseman etc.).

Ook de liveshows waren helemaal over the top. Het schijnt dat het 45 minuten durende Thick as a Brick live wel 3 of 4 uur in beslag kon nemen. Helemaal in de stijl van Monty Python was de band verkleed, waren er grappige interludia etc.

.......[lees voor de rest zijn prachtige recensie]

Er is recentelijk voor de 50ste verjaardag van het album een nieuw versie verschenen met het originele krant-artwork. Ik heb trouwens de Steven Wilson-remix-editie die het krant-artwork in een vierkant boekwerk heeft gevat. Ik heb deze vergeleken met de rechthoekige krant van de 1972-versie, en het grootste verschil is dat de krantenartikelen op andere plekken staan en de tekengrootte is aangepast. Ik weet niet hoe dat bij cd-versies is opgelost. In elk geval komt de krant het best tot zijn recht in de rechthoekige variant. Het is echt heel leuk om die krant te lezen, en dat mist de streaming-generatie, maar ik denk dat de cd-koper het ook nooit echt heeft kunnen ervaren.

Het is weer een belachelijk lang stuk geworden, en ik heb nog niet genoeg geschreven en kunnen aangeven waarom en hoe diep deze plaat mij nog op dagelijks niveau weet te raken. Misschien moet ik een tekstuele analyse, een muzikale analyse en de geschiedenis van het album en al dat eromheen van elkaar scheiden en in verschillende delen schrijven, want ik heb nu ook het idee dat het een erg onsamenhangend verhaal is. Maar soit.


Volkomen eens met deze prachtige recensie van een mijn lievelingsplaten uit de 70-er jaren. Een dubbel LP met schitterende hoes. Ik heb hem nog! Kocht hem direct toen ik hoorde dat ie uit was. Complexe muziek, zoasl je dat ook kon horen op de Frank Zappa albums (realiseer ik me nu pas!) Tja ik was ruim 15 jaar ouder dan jij en was helemaal in de symfonische rock van de jaren 70. Maar goed het is als of ik mijn eigen recensie lees, die ik ooit over dit album schreef, maar, jij hebt het beeld en de indruk van T.A.A.B. uitgebreider en zeer goed gevangen!!
Mijn recensie ooit:
Jethro Tull - Thick as a Brick (1972) - MusicMeter.nl

Jethro Tull - War Child (1974)

poster
Droombolus schreef:

Alle ergenernis en frustratie kwam er uit op deze plaat met bijna louter geweldige songs met bijtend cyniese teksten die to the point ( en regelmatig met het nodige fanatisme ) opgenomen zijn.

Na Thick As A Brick ben ik Jethro Tull uit het oog verloren, tot ik een paar jaar geleden hem weer zag en hoorde optreden. Steengoed. Dit album heb ik gewoon mee genomen op een speurtocht in de bakken met aanbiedingen.
Helaas heb ik alleen al het werk tot en met bovengenoemd album als referentie materiaal. De songs die ik hoorde lagen wat minder goed in het oor als van TAAB, maar qua muzikaliteit minstens hetzelfde niveau. Ik heb hem nu een aantal keren beluisterd en het wordt steeds beter. Voorlopig 3.5 sterren. Als ik meer vertrouwd ben met de songs, zal ie wel hoger scoren. Ik ben nu ook benieuwd naar A Passion Play. Volgens AllMusic iets minder goed als TAAB.

John Mayall - Jazz Blues Fusion (1972)

Alternatieve titel: Performed and Recorded Live in Boston and New York

poster
5,0
Dit album heeft nog geen recensie?

Wel, dit mag zonder meer het beste live album van John Mayall genoemd worden. De volstrekt relaxte sfeer waarin met grote precisie swingend werk ten gehore wordt is wellicht pas enkele malen beluisteren voor de blues-liefhebber hoorbaar. De sober op de achtergrond gehouden reacties uit publiek zijn al aanwijzingen dat er op hoog niveau muziek wordt gemaakt.
De titel van dit album is wat overdone. De muziek is duidelijk blues, maar wel met fraaie jazzy boventonen. Dit verleent de songs een soepelheid die je op zijn andere albums maar af en toe hoort.

Wie heeft hij hier bij zich op het podium:
Freddy Robinson, een blues gitarist die o.a. met Howlin Wolf en Ray Charles speelde. Heeft een melodieuze ragfijne speltechniek. Tegenwoordig laat hij zich Abu Talib noemen.
Blue Mitchell, een trompettist met een hard bob stijl. Speelde ook met Ray Charles en Jimmy Smith.
Clifford Solomon, een tenorsaxofonist die met jazz mensen en cross-over muzikanten speelt
Larry Taylor, basgitaar. Wel het meest bekend als bassist van de fameuze Canned Heat
Ron Selico, drums. Voor de geintereseerden, hij is niet de minste en speelde bij Frank Zappa o.a op Hot Rats

Het album opent met een layed back Country Road. Een blues die als een trein langzaam op gang komt. Let vooral op Ron Selico, hoe die in de gitaarsolo met een paar rake klappen, nét voor de tel, de solo omhoog duwt. Mooi nummer, fraai omlijst door trompet frases en subliem mondharmonica spel.
Mess Around, up-tempo boogie achtig nummer. Mooie subtiele gitaarakkoorden. Vette sax, nummer zou zo van Ray Charles kunnen zijn. Overigens is John Mayall een fan van Ray Charles.
Good Times Boogie, fraaie communicatie; tijdens de aankondiging roept iemand in het publiek "Room To Move!". Mayall: "No, there is no more room to move. That's a way in the past". "What do you wanna hear? An old record or something?" Tsja, duidelijker kan het niet en hop, daar de gaat band in volle vaart los onder luid applaus. Weer met fraai akkoordenspel en een mooie saxofoonpartij. Swingend duet van mondharmonica met een lyrische trompet (lijkt af en toe op Arturo Sandoval!).
Change Your Ways met een pittig instrumentaal intro, waarin de band zo strak speelt dat je niet stil kunt zitten. Even laten horen wat men in huis heeft, heet dat.
Dry Throat, mooie ballad, zoals alleen John Mayall dat kan.
Exercise In C Major For Harmonica, hier laat hij toch even wat Room To Move om de hoek kijken. Mooie bassolo. Iedereen kent die solo in Fried Hockey Boogie van Boogie With Canned Heat. Wel, hier mag Taylor weer even, beheerst, loos gaan. Gevolgd door een korte knappe drumsolo van Selico. Daarna wordt het gaspedaal weer in getrapt. Swinging all over.
Got To Be This Way laatste nummer. Een samenvatting van het eerder ten gehore gebrachte. Fijn om nog één keer die trompet te horen!

Rest mij nog te melden dat het geluid van de remastered cd zeer goed is. Uitstekend live opgenomen concert. Natuurlijk zullen er mensen zijn die de zangstem van John Mayall niet kunnen waarderen, maar dat is de aard van het beestje zullen we maar zeggen. M.a.w, je went er aan. De rest maakt zoveel goed.

Ik had het album destijds direct op LP. Als beginnend gitaristje een fijne studieplaat ook, niet in de minste plaats door de open stijl van spelen door de band. Je kunt zo je gitaar inpluggen en mee jammen.
Vijf sterren natuurlijk.

John Mayall with Eric Clapton - Blues Breakers (1966)

poster
5,0
woutorrmusic schreef:
John Mayall is op zich geen geweldig getalenteerde bluespianist maar hij heeft wel veel voor andere artiesten betekend. Bedankt voor het vele luisterplezier John!

Hoe is het mogelijk toch, dat er niet zo goed geluisterd wordt. John Mayall is beslist meer dan een verdienstelijk pianist of organist.

In What I'd Say en Steppin'Out laat ie horen dat ie een goede organist is. In Rambling on My Mind klinkt een lekkere piano.
Pak Crusade en draai "Driving Sideways" of "Streamline". Vervolgens nog even The Blues Alone in de CD speler en luister naar "Sonny Boy Blow" of "Broken Wings" en je krijgt een andere mening.

John Scofield - Country for Old Men (2016)

poster
4,5
Tijdens een bezoek aan de Media Markt loop ik altijd even langs de cd en dvd afdeling. Ooit daar alle albums van ELP gescoord voor een belachelijk lage prijs. Prima heruitgaven, uitstekend geluid.
Nu zag ik dit album staan. Ik ken John Scofield van zeer sofistisch complex gitaar jazz en fusion werk. Maar wel een zeer begenadigd artiest met een prachtige heldere en volle klank in zijn gitaarspel. Twijfelde of dit nou wel iets was om aan te schaffen. Een jazz gitarist, die country songs van bekende artiesten gaat spelen. Loopt zijn eigen werk niet zo goed? Te krap pensioen?
Maar integendeel! Een gaaf album. De gecoverde countrymen and -women mogen vereerd zijn met dit mooie, wat ik maar een tribute, album zal noemen. Hier was ik net naar op zoek; mellow laidback gitaaralbum, uiterst relaxed, met een paar scherpe randjes. Wat heeft deze man een toch een beheersing van zijn instrument. Zijn bandleden begeleiden hem rustig en regelmatig mogen Larry Goldings en Steve Swallow, kort, soleren.
Je hoort duidelijk dat Scofield een hang naar blues heeft. Hank Williams I’m So Lonesome I Could Cry krijgt de meest opvallende bob uitvoering. Da's effe wennen, want de openingstrack is een laidback countrybluesje Mr. Fool van George Jones.
Gaat daarna over in James Taylor's Bartender's Blues en je hoort dat het nog laat gaat worden aan de bar. Wildwood flower van The Carter Family is een mooi uptempo stuk. Als Wayfaring Stranger van Johnny Cash geen blues is. Mooie gitaar uithalen en een fijn kort bas solootje, top. Daarna weer uptempo verder met Mama Tried van Merle Haggard.

Eigenlijk wil ik 2 nummers naar voren halen: Jolene en Red River Valley. Het eerste nummer is een mooie lange improvisatie op Dolly Parton's lijflied. Prachtige uitvoering, heel fijn pianospel, mag van mij de volle 8 minuten duren. Red River Valley is een country song door veel artiesten gezongen en weinigen weten dat dat nummer de basis was voor Red Rivier Rock van Johnny & The Hurricanes' signature rocker, die zelf vanwege het enorme succes besloten diverse country en folksongs in een rock&roll jasje te steken. Ook Scofield & co benadrukken dit feit met een stevige riff ala de Hurricanes.

Afijn, beluister het album zelf. Er staan wat zeikerige commentaren op het internet, met name in Trouw. Alsof Scofield uit deze nummers de ziel heeft weggehaald. Integendeel, je hoort hem genieten om deze songs in zijn stijl te kunnen spelen.

John Scofield - guitar en ukulele op track 12
Larry Goldings - piano op track 1, 5, 6, en Hammond organ on 2-4, 7-11
Steve Swallow - bass, double bass
Bill Stewart - drums