MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten unaej als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Charles Mingus - Epitaph (1990)

poster
3,5
Ik kende het album ‘Epitaph’ al voor korenbloem het introduceerde in ons dierbare topic en besloot de dvd-versie eens een kans te geven, kwestie van het reilen en zeilen van zo’n megalomane bigband met eigen ogen te aanschouwen.
De gelijknamige dvd laat zich echter afraden. De geluidskwaliteit is immers niet helder genoeg naar huidige standaarden en voor dit soort optreden, waarin transparantie binnen de complexe structuur juist het hoofddoel zou moeten zijn, stoort dat. En natuurlijk valt aan de beeldkwaliteit van 20 jaar terug nu eenmaal niet te sleutelen, maar ook zij zit er ouder dan ze eigenlijk is.
Wie maximum wil genieten van wat Gunther Schuller in zijn liner notes Mingus’ meesterwerk noemt, doet dus beter de ogen dicht al luisterend naar die goede oude cd-opname.

Echter, de ontgoocheling was niet alleen van visuele aard. Ook muzikaal vind ik ‘Epitaph’ plots een stuk minder interessant. Compositorisch zit het stuk nogal chaotisch in elkaar en vaak trekt Mingus zich eenvoudig uit de slag: schelle trompetten of pompeuze trombones moeten de nummers naar de climax brengen, maar dat werkt nu eenmaal niet altijd.
Ook de continuïteit in het geheel is zoek. Logisch, aangezien Mingus’ ‘Epitaph’ in feite een bundeling losse composities is, die hij zelf wou opgevoerd zien als een grote suite. Zijn idioom zou dat probleem echter moeten oplossen, maar daarvoor is het te beperkt en is de nogal enge instrumentatie een extra euvel dat blijkbaar niet kan overwonnen worden.

Wel bijzonder geslaagd zijn de solo’s. Mingus slaagt erin deze bijzonder natuurlijk te laten klinken (de liner notes melden immers dat een vibrafoon-solo de enige improvisatie is uit het hele stuk) en ook de muzikanten leggen de grootst mogelijke “jazzy nonchalance” aan de dag om hen spontaan te laten klinken. Geloof het of niet, maar de swingende, lyrische of juist heel bruuske solo’s missen hun effect niet – zie maar hoe het publiek reageert op wat John Handy, George Adams (die verassend explosieve uit de hoek komt, toch naar Mingus-standaarden) en Bobby Watson neerzetten. Juist dat element houdt ‘Epitaph’ overeind.

Dit Mingus’ meesterwerk noemen is me een brug te ver. Geef mij maar de swingende bassist met een eindeloos gevoel voor humor, of dat bescheiden duiveltje achter de piano, in plaats van deze halfslachtige poging om een muzikaal leven in een alles overkoepelend werk om te zetten…

Craig Taborn - Junk Magic (2004)

poster
2,5
Pianist Craig Taborn doet begin december Antwerpen aan met zijn trio, en om nu reeds te proeven van zijn sound besloot ik ‘Junk Magic’ te proberen. De bezetting is hier weliswaar volledig anders (viool en saxofoon “vervangen” wat eigenlijk een bassist zou moeten zijn), toch houd ik zijn jongste album als zijnde representatief voor wat we er live van kunnen verwachten. En het kan beter meteen gezegd: onder de indruk ben ik niet.

Met Dave King achter de drums en enkele lovende recensies verspreid over het net, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Dat de muziek best experimenteel zou zijn was een vaststaand feit, maar bij ‘Junk Magic’ dient men eigenlijk de term muziek terug in vraag te stellen. Naast wat elektronisch gewriemel over en weer, waartussen de sax stilletjes mag interfereren, wordt er bitter weinig gemusiceerd. Waar is de communicatie tussen de musici, de interactie die jazz juist zo interessant maakt?
Craig Taborn lijkt veeleer een op hol geslagen kleuter die met allerlei knopjes zit te spelen, of, minder beledigend, een puber die gewoon niet van ophouden weet. Waar bijvoorbeeld ‘The Golden Age’ als een meditatieve, sluimerende trip begint, dreigt het nummer kopje onder te gaan in de overdaad aan effecten.

Echt lelijk is het echter allemaal niet, alleen ontgaat het nut mij totaal – laat staan dat er enige vorm van coherentie valt te ontdekken. Door de drums van King hier en daar bruut af te kappen en altviolist Maneri bijzonder weinig screentime te geven, gaat zelfs het ambachtelijke aspect (dat jazz verheft) verloren.
Niettegenstaande spreekt het label Thirsty Ear mij wel aan (want ook mijn oor dorst naar meer), omwille van de nagestreefde symbiose tussen jazz, elektronica, en loepzuivere avant-garde. Toch maar eens een vroeger album van Taborn proberen dus…?