MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten unaej als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Manu Katché - Third Round (2010)

poster
2,5
Niet slecht, maar meer van hetzelfde...

Uitgebreide recensie.

Masada String Trio - Azazel: Book of Angels Vol. 2 (2005)

poster
4,0
Al sedert mijn kennismaking met Uri Caine’s interpretatie van de ‘John Zorn’s Book of Angels’-cataloog (Vol. 6), speel ik met het idee om de ganse serie ineens uit te pluizen. Het is er tot op heden echter nog niet van gekomen (“..want de jaren vlieden”, zoals Elsschot dan zou zeggen), en om die reden ben ik hoogst tevreden dat Heemskertollie mij - samen met u - nog eens op het geniale van de reeks heeft gedrukt. De vaste ingrediënten liggen nu immers met zekerheid vast: melancholische, maar vooral diep gewortelde composities laten de luisteraar eindeloos wegdromen…een stel briljante muzikanten vullen de leemtes en vervolmaken het kunstwerkje.

Dat Zorn zodanig ingebed is in de Joodse cultuur, en toch onversneden avant-gardistische jazz blijft maken, is een gegeven dat me tot op de dag van vandaag met verstomming slaat. Anderzijds voel je die ambiguïteit ergens ook aan: de werken uit ‘Book of Angels’ ademen geen sacrale geheelonthouding (these), maar een profane levensvreugde (anti-these). Op die (bijna contradictoire) synthese steunt juist de kracht van het album: ook al gaan de strijkers door merg en been, tegelijk wil je dansen en zingen van plezier.
Maar misschien schuilt daarin ook precies de kern van het Joodse geloof? Niet voor niets laat Tom Lanoye zijn chassidisch personage uit 'Fort Europa' zeggen: “Onze vroomheid schuilt in onze muziek, in de roes van de schoonheid, in de aanvaarding van het leven, zoals het leven is.” Die belijdenis van “de mystiek van het allermeest alledaagse”, ontstaan naar aanleiding van al het leed tijdens en na de Holocaust, is wat Zorn misschien uitdraagt, en zijn groepje strijkers met hem.

Maar wat maakt ‘Azazel’ dan juist zo superieur, buiten de reeds genoemde inbreng van Zorn? Enerzijds de enorme emotionele (of spirituele?) draagkracht die Feldman, Friedlander en Cohen uitdragen, die de muziek naar een nog hoger niveau tilt. Bovendien zit het samenspel tussen de muzikanten onderling ontzettend juist, zodanig dat het lijkt alsof ze alles van naaldje tot draadje vooraf hebben gerepeteerd – zonder aan spontaniteit te moeten inboeten, uiteraard.

En juist om al die redenen vind ik ‘Azazel’ voorlopig een behoorlijk grote brok om in één keertje doorgeslikt én verteerd te krijgen. Na iets meer dan een uur is het voor mij werkelijk welletjes geweest; en deze meerdere keren draaien per week zou ik evenmin willen of kunnen.
Desondanks heb ik het gevoel dat deze plaat nog veel kan groeien. Nog veel.

Miles Davis - Bitches Brew (1970)

poster
4,0
‘Bitches Brew’. “Psychedelic jazz”. Muziek waaruit de emoties zich niet zo eenvoudig laat destilleren. Moeilijke jazz die uiteindelijk toch alles waar jazz om draait belichaamt. Een smeltkroes van stijlen, geluiden, gedachten. Ieder wijst een andere richting uit; ieder gààt ook een andere richting uit. Niemand doet concessies; niemand strijkt de eer op. ‘Bitches Brew’ is dan ook één grote concessie. Aan het leven, aan de wereld aan de muziek. Leg dat maar eens uit.

‘Bitches Brew’. Ik denk aan wat de romantische filosofen bedoelden toen ze het hadden over de versmelting van het “ik” met het “alles”. Hier zouden zij blij mee geweest zijn – zonder twijfel. “Ik” besta hier immers niet. Dit is de absolute negatie van het ego, de ontkenning van ‘ik’ speel en jij begeleidt. Ik denk aan expressionisten die “organische poëzie” wensten te scheppen: regels die losstaan van auteur, moment, invloed. Is zoiets onmogelijk? ‘Bitches Brew’ zegt “nee”, bewijst het "nee". Eenmaal men iets collectief schept, zoals hier, gaat het zijn eigen leven leiden. Organisch, dus.

‘Bitches Brew’. Een kosmisch gegeven. Tegelijk heel groot én heel klein; tegelijk persoonlijk en zakelijk; tegelijk zwoel en afstandelijk. ‘Bitches Brew’, een creatie die alles behelst; een paradox zo immens als ons bestaan; een contradictie zo groot als “nee” “ja” is en “ja” “nee”. Een omgekeerde wereld die verrassend veel weg heeft van die andere wereld, waarin we mogen ontwaken als beide schijfjes afgedraaid zijn. We begrijpen er in elk geval even weinig van...

‘Bitches Brew’. De meest revolutionaire jazz-plaat ooit?


En moge het mij vergeven zijn dit “new age”-achtige schrijven af te vuren op het intelligente Musicmeter-publiek. Jullie hebben deze rommel niet verdiend.

Miles Davis - Kind of Blue (1959)

poster
3,5
‘Kind of Blue’, het is een plaatje waar we als prille jazz-liefhebbers allemaal wel onze intieme verhouding mee gehad hebben. Het integere klankenpalet van Evans en Miles openbaart zich als muziek die vanuit het hart komt, terwijl Adderley en Coltrane meer pit in hun solo’s leggen. En met Chambers en Cobb hebben we ons meteen een voorstelling gemaakt van wat een jazzy continuo eigenlijk moet voorstellen.

Maar wat hebben (zelfverklaarde) doorwinterde jazz-fans nog aan de plaat waarmee het ten dele allemaal begonnen is? Chambers en Cobb durven al snel gaan vervelen, en van Adderley, Coltrane en Evans is er beter werk te verkrijgen dan hun milde bijdrages hier. We moeten het dus stellen met de grote Miles Davis, die inderdaad een absoluut hoogtepunt bereikt; in die zin dat zijn geheel eigen, breekbare timbre hier als nooit tevoren volledig tot wasdom komt. Zijn subtiele solo’s zijn op een bepaalde manier ontzettend plechtstatig, bijna noodlottig zelfs. En het zachte diminuendo waarin ‘Kind of Blue’ zich langzaam naar het magistrale ‘Flamenco Sketches’ sleept, sluit perfect aan bij deze ode aan de tederheid van de ‘blue notes’.

Op ‘Kind of Blue’ werd een nieuw soort jazz uitgevonden (of toegepast, die discussie wil ik niet meer voeren), zonder het substantiële gevoel dat zo eigen is aan ‘jazz’ te verloochenen. Daarom alleen al kan de tand des tijds dit meesterwerk nooit inhalen: ergens zijn Miles en zijn intieme kring nog steeds actueel, gelijk in wat voor jazz-context we tegenwoordig ook floreren. En om diezelfde reden blijft zelfs de melomaan die zoekt naar extreme vernieuwing met een merkwaardig soort respect spreken over deze mijlpaal – want iedereen is er wellicht een beetje schatplichtig aan...

Moker - Moker (2009)

poster
3,5
Stevige jazz van eigen bodem, met een bijzonder eigenzinnige sound.

Uitgebreide review.