MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten unaej als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ulrich Gumpert & Günter Baby Sommer - Das Donnerende Leben (2009)

poster
3,0
Voorspelbaar, maar bijzonder amusant album van 2 oude jazz-rotten die zichzelf eindeloos relativeren.

Uitgebreide recensie.

Uri Caine - Dark Flame (2003)

poster
3,5
“Uri Caine vulgariseert Mahler”, dat is, in een notendop, hoe we ‘Dark Flame’ zouden kunnen karakteriseren. In de componist wiens symphoniën overlopen van tintelende thema’s en dialogerende orkestgroepen, waar tragiek en grootheidswaan ten top worden gedreven en wiens melodische kracht zijn weerga amper kent, vindt Uri Caine inspiratie om met een kamerorkest vol jazzmuzikanten pittoreske, soms zelfs gratuite stukjes muziek te maken. Voor wie zich daar al iets bij kan voorstellen, oordeel vooral niet te vroeg: ‘Dark Flame’ overtreft uw stoutste dromen.

Caine laat immers zijn ongebreidelde fantasie de vrije loop: schrik dus niet als u nu eens een zwoele vrouwenstem dichterlijk nonsens aan elkaar hoort rijmen, dan weer een Chinese vertelling moet aanhoren en nog een andere keer in een Duits schlager-festijn terechtkomt. Klinkt vreselijk, en voor al wie zonder een greintje humor in zijn lenden is geboren zal het dat ook zijn: een verschrikking.
Wie zich echter openstelt voor deze clowneske karikatuur van jazz en klassiek, die zal zich kostelijk weten te amuseren met ‘Dark Flame’. Immers, het is best spannend om een jazzy of een klassiek uitgangspunt omgebogen te zien tot ware “volksmuziek”, terwijl het oorspronkelijke genre nog nagalmt. In dit album komt dus werkelijk alle muziek naar voren, en gering is die verdienste niet. Gierende gitaren vloeien immers moeiteloos over in subtiele geluidspoëzie van DJ Olive – slechts weinigen komen daar mee weg, denk ik.

Amusement hoort echter ook gepaard te gaan met een beetje diepgang, of moet op zijn minst stijlvol zijn uitgevoerd. Wat dat eerste betreft vrees ik ervoor, wat de stijl aangaat hoeven we echter niet te twijfelen. Caine roept zijn vrolijk zeverende orkest op tijd en stond een halt toe, om met zijn trio even te gaan swingen, of om een heftige sax- of klarinetsolo een kans te geven. En ook de strijkers van dienst laten af en toe onversneden kamermuziek horen.
Binnen de karikatuur van jazz en klassiek, schermt ook de zuivere toepassing ervan door. Probeert Uri Caine via de karikatuur een ode te brengen aan muziek an sich, aan klank in al haar variëteit? Luistert u, en oordeelt zelf!

Uri Caine - Moloch: Book of Angels Vol. 6 (2006)

poster
4,5
Mensen, je hebt ze in vele soorten en maten. Sommigen vieren hun erotische escapades bot op honden of paarden, anderen verminken zichzelf louter voor het plezier en nog anderen willen na het beleven van een ultiem kunstwerk niets dan eenzaamheid en een donkere kamer, om in een heftig snikken uit te barsten. Hoe moet de maatschappij reageren op deze categorie van klinisch depressieven en gestoorde jazz-liefhebbers – moeten zij in therapie? Of zal men ‘Moloch, Book of Angels’ veiligheidshalve uit de rekken nemen? Het had me in elk geval veel tranen bespaard – maar of ik daar echt bij gebaat was geweest...?

De artiest, moet die nog voorgesteld? Uri Caine is een muzikale duizendpoot die zijn voorliefde voor klassieke muziek niet onder stoelen of banken steekt. Zijn herwerkingen van Bach, Beethoven, Wagner, Mahler en Schumann zijn (niet onterecht) de hemel in geprezen, maar wat is het publiek toch klein voor deze humoristische transcripties. De man is dus genoodzaakt om tegelijk andere paden te bewandelen, paden waar men toch iets van munt uit kan slaan. Met Bedrock heeft hij een experimentele fusion-band op zijn conto, en enkele jaren terug speelde hij loepzuivere avant-garde met onze vaderlandse bigband ‘Flat Earth Society’. Maar daarmee hebt u nog niet alles gehoord: zijn Duitse label 'Winter & Winter' helpt musici met nieuwe ideeën aan de bak en brengt regelmatig interessante releases uit. Een held, een God, denkt u – ik stel u teleur: achter de mythe zit een schriel mensengedaante.

Heeft iemand met zoveel bezigheden wel nog tijd voor zichzelf, voor spiritualiteit, voor religie? Wat Uri Caine met John Zorn’s ‘Moloch – Book of Angels’ doet, bewijst van wel: in elk nummer weet hij een transcenderend gevoel te pompen, hij is als het ware een verlengstuk van de mens in contact met God. Verlangen, liefde, pijn, melancholie, om kort te gaan alles wat ons menselijk bestaan zo overdonderend “humaan” maakt, het zit er allemaal in. Uri Caine heeft het in wezen niet over Goden, maar over dat andere "transcenderende": onze eigen geest, onze existentie. De man vertelt heel lyrisch al wat op zijn eigen hart ligt in 19 briljante segmenten - een autobiografie van een genie, als u wilt. De herkenbaarheid is nijpend, maar evenzeer exalterend. Plots zijn alle mensen (van gelijk welke soort of maat) één. Met ‘Moloch, Book of Angels’ legt Uri Caine de vinger op “het universele”. Hulde.

Wie nu nog niet overtuigd is vraagt zich misschien af hoe het allemaal klinkt; en of het album in se wel onder “jazz” in de kast hoort, in plaats van naast de Gregoriaanse gezangen. Ik kan u, profetisch als ik ben met de eerste review bij dit album, een hart onder de riem steken: jazz is nooit ‘jazzyer’ geweest dan hier. Uri Caine laat ons sidderen, schudden en beven, ontpopt zich tot een virtuoos eerste klas, maar nergens verliest hij dat essentiële gevoel uit het oog dat jazz tot jazz maakt. Dit is groot.
Kom, laten wij aanbidden.

Uri Caine & Bedrock - Plastic Temptation (2009)

poster
4,0
Heerlijk gevarieerd album waarop Uri Caine zichzelf eindeloos varieert. Veel gevoel voor humor, maar ook tal van vette grooves en vooral bijzonder origineel.

Uitgebreide recensie.

Uri Caine Ensemble - Wagner E Venezia (1997)

Alternatieve titel: Wagner in Venice

poster
3,5
Ah, wat zou ons aller Uri Caine toch wezen zonder zijn humor? ‘Wagner e Venezia’ is zeker niet het meest amusante album uit Caine’s indrukwekkende discografie, maar er is – zoals steeds – ruimte genoeg om alle zorgen weg te lachen.
En toch… Deze relatief vroege Wagner-interpretatie smaakt – naar Uri Caine-“standaard” althans – vrij zwaar. Het monumentale dat Wagner vaak in zich draagt, muteert Caine tot een reeks gevoelige stukken voor piano quintet, uitgebreid met accordeon – maar de muziek an sich wordt er niet lichter op. De bombastische ‘Liebestod’ uit Tristan & Isolde klinkt bijvoorbeeld verrassend fris en levendig - typisch overigens voor het kamermuziek-repertoire -, doch nog steeds smachtend. Ook het legendarische ‘De rit van de Walküren’ ('Apocalypse Now', iemand?) laat zich plots moeiteloos verteren, al moet Uri Caine er daartoe een geestig arrangement van maken.

Toch zal het vooral de melancholie zijn, die na ‘Wagner in Venice’ blijft hangen. Met veel gevoel voor stijl wil Uri Caine immers de melodie van Wagner tot bij het grotere publiek brengen, en het cliché van diens bombast langs de kant schuiven. Met verve slaagt hij in zijn opzet, maar toch had het album nog beter kunnen zijn. Enerzijds stoort het dat het publiek applaudisseert vóór de laatste maten van de cadens (waarom deze tedere muziek hoegenaamd live opnemen?), en anderzijds zouden klassiek geschoolde interpreten het geheel tot een transparanter en flexibeler geheel kunnen omtoveren.

Een warm en lyrisch album, om te nuttigen op het Rialto met de blik pathetisch op oneindig, in het laatste licht van de uitstervende zon. Of kortweg: voor de romantici onder ons.