Hier kun je zien welke berichten unaej als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sam Rivers - Crystals (1974)

2,5
0
geplaatst: 23 juni 2009, 17:39 uur
Moeilijke kost, deze Sam Rivers, en dan nog mijn eerste jazz-plaat na een kleine maand zonder te hebben geleefd. Het "spirituele jaren '70-spul" leek me een goede optie om mijn reis te hervatten, want Sanders-achtige krachttoeren gaan er doorgaans nogal gemakkelijk in bij mij (kijk maar naar mijn waardering voor al zijn etnisch geëngageerde werk) maar hier mis ik de bewuste uitvergroting van emoties die leiden tot een soort transcendente ervaring. Zoals we tigers al aangaf is Rivers' aanpak meer eclectisch: groove-ritme hier, vrolijk getoeter daar, en nog wat hoekige solo's van de frontman ertussendoor...moet kunnen?
Ik heb het dus nogal moeilijk met het feit dat ik weinig lijn zie in het album. En natuurlijk is dat ook niet nodig, "mag" dat haast niet als we spreken over free-jazz (als er binnen het genre al do's en don't's zijn), maar het maakt de luisterervaring er niet aangenamer op.
Ook met het orkestrale gewriemel, zoals we horen bij aanvang van 'Exultation', heb ik intussen leren leven (dankzij diezelfde Paalhaas en zijn Jazz Composers Orchestra), maar vanaf dan blijft het nummer een beetje hangen, zonder grote ontwikkelingen. Veralgemeen deze vaststelling tot de ganse plaat, en je hebt een moeilijk gegeven waar ik mijn gedachten dwarrelende gedachten niet kan bijhouden.
Ik zie dat Sam Rivers geen albums heeft met langer uitgesponnen composities, zodoende mijn ontdekkingstocht wat betreft 's mans muziek hier voorlopig ophoudt. Niettegenstaande is 'Crystals' een prachtig bewijs dat jazz nog altijd "gewoon ongrijpbaar" kan zijn...een wijze les om terug wat meer te beluisteren dezer dagen.
Ik heb het dus nogal moeilijk met het feit dat ik weinig lijn zie in het album. En natuurlijk is dat ook niet nodig, "mag" dat haast niet als we spreken over free-jazz (als er binnen het genre al do's en don't's zijn), maar het maakt de luisterervaring er niet aangenamer op.
Ook met het orkestrale gewriemel, zoals we horen bij aanvang van 'Exultation', heb ik intussen leren leven (dankzij diezelfde Paalhaas en zijn Jazz Composers Orchestra), maar vanaf dan blijft het nummer een beetje hangen, zonder grote ontwikkelingen. Veralgemeen deze vaststelling tot de ganse plaat, en je hebt een moeilijk gegeven waar ik mijn gedachten dwarrelende gedachten niet kan bijhouden.
Ik zie dat Sam Rivers geen albums heeft met langer uitgesponnen composities, zodoende mijn ontdekkingstocht wat betreft 's mans muziek hier voorlopig ophoudt. Niettegenstaande is 'Crystals' een prachtig bewijs dat jazz nog altijd "gewoon ongrijpbaar" kan zijn...een wijze les om terug wat meer te beluisteren dezer dagen.

Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (2008)

0
geplaatst: 6 juli 2008, 22:36 uur
'Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust' werd door de critici vanuit de Belgische pers met de nodige scepsis ontvangen. Terecht wat mij betreft, want 'Sigur Rós' lijkt van zijn eigen, diep melancholische stijl een karikatuur te hebben gemaakt. Het "eideloze gezoem" begint zelfs opvallend vrolijk, analoog met het visuele aspect van hun set op Werchter (gisteren): felle kleuren en witte pakken moesten een bepaalde hoop uitstralen. Maar wie grijpt naar onze Ijslandse vrienden voor een portie vrolijke muziek?
We mogen ons echter niet blindstaren op het feit dat 'Sigur Rós' als het ware "neergesabeld" werd. Alles bij elkaar is het zo slecht nog niet dat ze met deze lichte "stijlbreuk" op de proppen komen, maar het lijkt alsof de bandleden hun muzikaliteit moeten heruitvinden: het klinkt allemaal ontzettend homofoon en meer dan ooit lijken de instrumentalisten ondergeschikt aan de vocale lijnen. Ergens in het midden flakkert de hoop alsnog op, als 'Festival' ontaardt in een grootse drumsolo en ook de twee opvolgers de traditie van de vorige albums weer even oproepen. Helaas verzandt het album dan weer in een eerder oppervlakkige mijmering die mij niet mee over de streep krijgt...
We mogen echter niet teveel over onze schouders kijken naar wat is geweest. 'Sigur Rós' treedt met 'Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust' in een internationaal daglicht. Dat de oudere fans hun werk in vraag stellen zal waarschijn de nodige twijfel zaaien onder de groepsleden. De volgende plaat kan daardoor alleen maar beter worden...
We mogen ons echter niet blindstaren op het feit dat 'Sigur Rós' als het ware "neergesabeld" werd. Alles bij elkaar is het zo slecht nog niet dat ze met deze lichte "stijlbreuk" op de proppen komen, maar het lijkt alsof de bandleden hun muzikaliteit moeten heruitvinden: het klinkt allemaal ontzettend homofoon en meer dan ooit lijken de instrumentalisten ondergeschikt aan de vocale lijnen. Ergens in het midden flakkert de hoop alsnog op, als 'Festival' ontaardt in een grootse drumsolo en ook de twee opvolgers de traditie van de vorige albums weer even oproepen. Helaas verzandt het album dan weer in een eerder oppervlakkige mijmering die mij niet mee over de streep krijgt...
We mogen echter niet teveel over onze schouders kijken naar wat is geweest. 'Sigur Rós' treedt met 'Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust' in een internationaal daglicht. Dat de oudere fans hun werk in vraag stellen zal waarschijn de nodige twijfel zaaien onder de groepsleden. De volgende plaat kan daardoor alleen maar beter worden...

Spring Heel Jack - Amassed (2002)

3,0
0
geplaatst: 3 november 2009, 20:41 uur
Het is dankzij The Scientist en zijn jazz-album van de week dat ik de band ‘Spring Heel Jack’ weer oprakel. Het moet ergens na mijn ontdekking van Miles’ elektrische exprimenten (‘In a Silent Way' en wat daarop volgde) geweest zijn dat deze band op de proppen kwam en vervolgens weer werd opgeborgen wegens "te moeilijk". En inderdaad, de kolkende onderste laag van deze muziek, waarop de solist (wie ook) telkens vrijelijk beweegt, doet een beetje denken aan hoe Joe Zawinul en Chick Corea er op ‘Bitches Brew’ een mysterieus (onbegrijpelijk) zootje van maakten… 
Wat krijg je als verre nazaten van de psychedelisce jazz aan het jammen slaan? Inderdaad, een knotsgekke sound en een onnavolgbare plaat die bol staat van de ideeën, maar waarbij het nergens duidelijk wordt waar je nu precies heen wordt gebracht. Dat is ook net het spannende aan de muziek: logische paden en zuivere jazz-“oplossingen” worden vermeden. Juist het balanceren op de rand tussen verscheidene genres geeft de muziek de vrijheid die ze wil hebben. Dat de solisten, de meesten met een duidelijke achtergrond in de jazz tout court (Han Bennink bijvoorbeeld, al heb ik hem al beter gehoord dan hier), hun improvisaties hier nog suggestiever kunnen maken dan anders, illustreert de vruchtbare muzikale input van wat het duo "componeert".
Alleen, en u hoort mij al komen, schuilt daarin ook de grote moeilijkheid voor de luisteraar. Zich een uur lang “over geven” aan de muziek en aan de verbeeldingskracht van ‘Spring Heel Jack’ is niet eenvoudg, juist omdat het geluid constant wijzigt in iets anders, iets nieuws dat opnieuw kan prikkelen. Zelfs de nummers zelf vallen op die manier uiteen in aparte stilistische segmenten met een eigen sound en een eigen ideeënwereld. Boeiend, dat zeker, maar ook lastig voor ongeoefende oren..
De kracht van ‘Amassed’ is dat er toch lijn zit in het album, dat er toch iets wordt ontwikkeld over de nummers heen. Het tweede deel van de plaat bevat namelijk een opmerkelijke climax en vormt (wat mij betreft) het meest toegankelijke deel…al zal er nog veel geluisterd moeten worden om te achterhalen wat “hét verhaal” nu eigenlijk precies is.

Wat krijg je als verre nazaten van de psychedelisce jazz aan het jammen slaan? Inderdaad, een knotsgekke sound en een onnavolgbare plaat die bol staat van de ideeën, maar waarbij het nergens duidelijk wordt waar je nu precies heen wordt gebracht. Dat is ook net het spannende aan de muziek: logische paden en zuivere jazz-“oplossingen” worden vermeden. Juist het balanceren op de rand tussen verscheidene genres geeft de muziek de vrijheid die ze wil hebben. Dat de solisten, de meesten met een duidelijke achtergrond in de jazz tout court (Han Bennink bijvoorbeeld, al heb ik hem al beter gehoord dan hier), hun improvisaties hier nog suggestiever kunnen maken dan anders, illustreert de vruchtbare muzikale input van wat het duo "componeert".
Alleen, en u hoort mij al komen, schuilt daarin ook de grote moeilijkheid voor de luisteraar. Zich een uur lang “over geven” aan de muziek en aan de verbeeldingskracht van ‘Spring Heel Jack’ is niet eenvoudg, juist omdat het geluid constant wijzigt in iets anders, iets nieuws dat opnieuw kan prikkelen. Zelfs de nummers zelf vallen op die manier uiteen in aparte stilistische segmenten met een eigen sound en een eigen ideeënwereld. Boeiend, dat zeker, maar ook lastig voor ongeoefende oren..
De kracht van ‘Amassed’ is dat er toch lijn zit in het album, dat er toch iets wordt ontwikkeld over de nummers heen. Het tweede deel van de plaat bevat namelijk een opmerkelijke climax en vormt (wat mij betreft) het meest toegankelijke deel…al zal er nog veel geluisterd moeten worden om te achterhalen wat “hét verhaal” nu eigenlijk precies is.

Steve Lacy & Mal Waldron - At the Bimhuis 1982 (2006)

3,5
0
geplaatst: 24 augustus 2008, 16:02 uur
Steve Lacy, het is een naam die mij, sedert ik zijn vrij recente album ‘Work’ gehoord had, als een nachtmerrie in de oren klonk. Onterecht, zo blijkt nu, want de man is niet bepaald een jazz-icoon die zijn titel gestolen heeft. Zijn hese toon klinkt indringend, zelfs benauwdend, in de benepen Bimhuis-setting. Waldron zet daar een monumentale pianomuur tegenover waar de noten tussen dwarrelen. Een festijn voor het oor, mits de luisteraar zelf een bepaalde tegemoetkoming wil doen.
Immers, echt gemakkelijk heb ik het hier niet mee: Lacy tast zorgvuldig zijn saxofoon af, zonder een duidelijk vooropgezet plan waar zijn improvisatie naartoe moet. Bij Waldron heb ik echter juist het tegenovergestelde gevoel: bij hem komt elke noot perfect waar die moet komen, en hij gaat zich nimmer te buiten aan getoeter naast de kwestie. Is de indruk van dit optreden dan contradictoir? Nee, toch niet, want ook op dit niveau levert dat spanningsveld tussen twee tegengestelde polen een homogeen niemandsland op waar echt alles mogelijk is – zonder dat de musici misbruik maken van de vrijheid die ze zelf creeëren. Een spannend gegeven dus, los van de fundamentele tegenstrijdigheid.
Primair draait het hier overigens duidelijk om de ontroering; niet om de noten zelf, maar om wat die teweeg brengen. De moeilijke bezetting leent zich (volgens mij) gemakkelijk tot een plaat waar de dialoog het hoogste goed is, en waar alles in het teken staat van een rechtstreekse communicatie tussen A en B (zie bijvoorbeeld hier). Steve Lacy en Mal Waldron zijn echter onafhankelijk veranderlijken die tot een verschillend stelsel behoren, waardoor een gegeven als “dialoog” bij voorbaat overstegen wordt. Maar wat is ‘Live at the Bimhuis 1982’ dan wel, anders dan een innige ontmoeting? Ik blijf u het antwoord schuldig... tot we het album wat beter kennen. En voorlopig kunnen we nog op ons dooie gemakje genieten.
Immers, echt gemakkelijk heb ik het hier niet mee: Lacy tast zorgvuldig zijn saxofoon af, zonder een duidelijk vooropgezet plan waar zijn improvisatie naartoe moet. Bij Waldron heb ik echter juist het tegenovergestelde gevoel: bij hem komt elke noot perfect waar die moet komen, en hij gaat zich nimmer te buiten aan getoeter naast de kwestie. Is de indruk van dit optreden dan contradictoir? Nee, toch niet, want ook op dit niveau levert dat spanningsveld tussen twee tegengestelde polen een homogeen niemandsland op waar echt alles mogelijk is – zonder dat de musici misbruik maken van de vrijheid die ze zelf creeëren. Een spannend gegeven dus, los van de fundamentele tegenstrijdigheid.
Primair draait het hier overigens duidelijk om de ontroering; niet om de noten zelf, maar om wat die teweeg brengen. De moeilijke bezetting leent zich (volgens mij) gemakkelijk tot een plaat waar de dialoog het hoogste goed is, en waar alles in het teken staat van een rechtstreekse communicatie tussen A en B (zie bijvoorbeeld hier). Steve Lacy en Mal Waldron zijn echter onafhankelijk veranderlijken die tot een verschillend stelsel behoren, waardoor een gegeven als “dialoog” bij voorbaat overstegen wordt. Maar wat is ‘Live at the Bimhuis 1982’ dan wel, anders dan een innige ontmoeting? Ik blijf u het antwoord schuldig... tot we het album wat beter kennen. En voorlopig kunnen we nog op ons dooie gemakje genieten.

Sun Ra - Monorails and Satellites (1968)

3,5
0
geplaatst: 20 september 2008, 18:24 uur
Het duurde blijkbaar enige jaren voor Sun Ra het aandurfde een solo-plaat te maken. Het kostte mij om die reden een kleine maand om tot dit punt van 's mans gigantische oeuvre door te dringen, en zijn meest interessante plaat (tot nog toe) te ontdekken. Het is een kruising van pure avant-garde en traditionele bop, een smeltkroes van intieme lachbuien en fysieke mokerslagen, een allegaartje van licht verteerbare lyriek en onnavolgbare free jazz. Je moet al van een andere planeet komen om zoiets te kunnen maken, dacht u niet? 
Toch krijgt Sun Ra te kampen met een relatief ernstig probleem: een gebrek aan variatie. De man is er zich echter absoluut niet van bewust, en moeiteloos legt hij zijn plaat na een klein half uur neer, met dezelfde intensiteit als hij eraan begonnen was. Dat maakt ‘Monorails and Satellites’ vooral een lastige rollercoaster, waarin de luisteraar nooit echt op adem kan komen. Waarom het album niet cyclisch opvatten, waarom geen kleine intermezzi invoegen, waarom niet toewerken naar een bepaald punt (en dan eventueel terug afbouwen)?
Het antwoord ligt waarschijnlijk besloten in het individu; de onwrikbare figuur achter de piano. Sun Ra doet lekker waar hij zin in heeft, en ware het niet zo geweest, dan was ‘Monorails and Satellites’ niet zo’n goeie plaat geweest.
Zoals leven slechts bestaat bij de gratie van de dood, zo kan Sun Ra niet zijn zonder bijhorende exentrieke kuren. Een understatement van jewelste...

Toch krijgt Sun Ra te kampen met een relatief ernstig probleem: een gebrek aan variatie. De man is er zich echter absoluut niet van bewust, en moeiteloos legt hij zijn plaat na een klein half uur neer, met dezelfde intensiteit als hij eraan begonnen was. Dat maakt ‘Monorails and Satellites’ vooral een lastige rollercoaster, waarin de luisteraar nooit echt op adem kan komen. Waarom het album niet cyclisch opvatten, waarom geen kleine intermezzi invoegen, waarom niet toewerken naar een bepaald punt (en dan eventueel terug afbouwen)?
Het antwoord ligt waarschijnlijk besloten in het individu; de onwrikbare figuur achter de piano. Sun Ra doet lekker waar hij zin in heeft, en ware het niet zo geweest, dan was ‘Monorails and Satellites’ niet zo’n goeie plaat geweest.
Zoals leven slechts bestaat bij de gratie van de dood, zo kan Sun Ra niet zijn zonder bijhorende exentrieke kuren. Een understatement van jewelste...

