Hier kun je zien welke berichten Capo Regime als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
David Banner - The Greatest Story Ever Told (2008)

2,0
0
geplaatst: 28 juli 2008, 15:19 uur
Hoewel hiphop uit het zuiden van de VS meestal niet goed te noemen is, stijgt haar populariteit de laatste jaren wel. Steeds meer mensen kopen cd’s van rappers in oversized T-shirts met grills en steeds vaker kiezen DJ’s voor deze rappers met simpele maar catchy teksten over bombastische beats.
Het is dan ook niet meer dan normaal dat meer mensen hiervan willen profiteren. Hoewel David Banner zich meestal onderscheidt door een mening te hebben over dingen als politiek, behoort hij zeker tot de groep profiteurs van de zuidelijke hype. De titels van de tracks op zijn vierde soloalbum The Greatest Story Ever Told laten alle hoop op innovatie onmmiddellijk verdwijnen. Suicide Doors, 9mm, Shawty Say, Cadillac On 22’s Part2 en ga zo nog maar even door. Het betekent allemaal één ding: een garantie voor mainstream dirty south-hiphop.
Mocht dit geen indicatie zijn over het geluid van het album, dan zijn de collabo’s dat misschien wel. Banner heeft namelijk zoals zoveel artiesten die een album uitbrengen in 2008 Chris Brown uitgenodigd. Lil Wayne komt zelfs twee keer voor op The Greatest Story Ever Told.
Wanneer The Greatest Story Ever Told begint, lijkt Banner een heuse verassing voor de luisteraar in petto te hebben. De rapper laat de gewonelijke brag & boast voor wat het is en begint over politiek te praten over op een hele redelijke beat van Get Cool. Met lines als “This is Bushanomics, George is a modern day Ronald Reagan//I pray to God in the midst of pagans – niggas I’m just sayin’//When do we stop playin’? When do we stop pimpin’ and start sprayin’?” laat Banner zich onverwachts van zijn serieuze kant zien, iets wat hem helemaal niet zo slecht afgaat.
Jammer genoeg verdwijnt de originaliteit als sneeuw voor de zon als de cd verder gaat. Al snel volgen de tracks Suicide Doors, 9mm, Get Like Me en Shawty Say, waar Banner teruggrijpt naar zijn welbekende dirty south-stijl. Het niveau van de tracks is bedroevend, omdat de lyrics niet verder gaan dan kinderrijmpjes. Een willekeurig voorbeeldje is deze regel uit Get Like Me: “Got a chip in my engine, 26 inch rims//Got fade away money, bitch i'm ballin out the gym//Got my old school pumpin, hit wheel, on recline//If you think a nigga broke, you out yo monkey ass mind.”
De thema’s van alle tracks zijn eigenlijk allerminst origineel te noemen. Banner en zijn gastartiesten hebben het vaker over auto’s dan de gemiddelde autohandelaar en mochten ze over iets anders willen rappen dan zijn geld en vrouwen de alternatieven. De track 9mm is nog het beste te pruimen in de categorie, maar helaas heeft dat weinig te maken met kwaliteiten van Banner zelf. Het nummer valt eerder op door de aanwezigheid van Lil Wayne, Snoop Dogg en Akon. Akon is erbij gehaald voor het refrein en zingt zoals altijd met zijn aparte stem. Op een gladde beat van Akon en Banner zelf, waar drums onder gezet zijn die iedereen aan het snappen moeten krijgen, komt Weezy met lines als: “Tool on deck, why would I lie//nigga you a pussy, hope you got 9 lives//The rapper is insane, flowing like a mad River//Make your ass quiver, like you naked at winter.” Zeker niet het beste werk van Lil Wayne, maar wel opvallend door de simpelheid van de tekst van de overige rappers.
Echt opvallend wordt het pas bij Shawty Say. Er staat namelijk op het hoesje van de cd dat hier sprake is van een samenwerking tussen David Banner en Lil Wayne, maar meteen blijkt dat dit niet om een echte samenwerking gaat. Banner heeft namelijk het stukje “Shawty said the nigga that she with ain't shit//And he can't do this and he don't do that” van Lollipop letterlijk overgenomen met auto-tune en al en vervolgens als refrein gebruikt. Het origineel was al niet om over naar huis te schrijven, maar dit slaat natuurlijk alles.
Net als de luisteraar denkt dat er echt geen hoop meer is voor The Greatest Story Ever Told , komt Banner met Freedom (Interlude). Hier lucht David Banner acapella zijn hart over serieuzere zaken als politiek en de positie van de zwarte man in Amerika. Hier laat Banner zien niet volkomen talentloos te zijn. Jammer genoeg blijft het bij één minuut en drie seconden afwisseling en vervalt hij snel hierna weer in de commerciële dirty south-hiphop waarmee hij begonnen is.
Het mag duidelijk zijn dat het geen goed teken is wanneer een artiest alleen in skits en interludes een hoofdgedachte heeft. Gelukkig eindigt het album wel goed, met als bonustrack de beste track van het album: Bonus Beat Drum. Ironisch gezien is dit ook het enige nummer zonder vocalen. Het is een jazzy instrumental van ruim zeven minuten, uiteraard gemaakt door Banner, en het bevalt prima om eindelijk verlost te zijn van die commerciële lyrics die al duizendmaal door andere rappers zijn gebruikt.
David Banner laat bij vlagen zien dat hij wel degelijk wat kan en ook serieuze onderwerpen kan aansnijden, maar stelt teleur door zijn keuze voor commerciële hiphop. Terwijl hij in skits zegt dat rappers uit het zuiden niet alleen maar gasten zijn in white T’s met grills, doet hij niets om die vooroordelen de wereld uit te helpen. Dit album kan niet anders dan een mislukking genoemd worden gebaseerd op de cliché teksten en de eentonige beats. The Greatest Story Ever Told is niet zo great, maar meer een uitgemolken verhaal.
Bron: http://hiphopleeft.nl
Het is dan ook niet meer dan normaal dat meer mensen hiervan willen profiteren. Hoewel David Banner zich meestal onderscheidt door een mening te hebben over dingen als politiek, behoort hij zeker tot de groep profiteurs van de zuidelijke hype. De titels van de tracks op zijn vierde soloalbum The Greatest Story Ever Told laten alle hoop op innovatie onmmiddellijk verdwijnen. Suicide Doors, 9mm, Shawty Say, Cadillac On 22’s Part2 en ga zo nog maar even door. Het betekent allemaal één ding: een garantie voor mainstream dirty south-hiphop.
Mocht dit geen indicatie zijn over het geluid van het album, dan zijn de collabo’s dat misschien wel. Banner heeft namelijk zoals zoveel artiesten die een album uitbrengen in 2008 Chris Brown uitgenodigd. Lil Wayne komt zelfs twee keer voor op The Greatest Story Ever Told.
Wanneer The Greatest Story Ever Told begint, lijkt Banner een heuse verassing voor de luisteraar in petto te hebben. De rapper laat de gewonelijke brag & boast voor wat het is en begint over politiek te praten over op een hele redelijke beat van Get Cool. Met lines als “This is Bushanomics, George is a modern day Ronald Reagan//I pray to God in the midst of pagans – niggas I’m just sayin’//When do we stop playin’? When do we stop pimpin’ and start sprayin’?” laat Banner zich onverwachts van zijn serieuze kant zien, iets wat hem helemaal niet zo slecht afgaat.
Jammer genoeg verdwijnt de originaliteit als sneeuw voor de zon als de cd verder gaat. Al snel volgen de tracks Suicide Doors, 9mm, Get Like Me en Shawty Say, waar Banner teruggrijpt naar zijn welbekende dirty south-stijl. Het niveau van de tracks is bedroevend, omdat de lyrics niet verder gaan dan kinderrijmpjes. Een willekeurig voorbeeldje is deze regel uit Get Like Me: “Got a chip in my engine, 26 inch rims//Got fade away money, bitch i'm ballin out the gym//Got my old school pumpin, hit wheel, on recline//If you think a nigga broke, you out yo monkey ass mind.”
De thema’s van alle tracks zijn eigenlijk allerminst origineel te noemen. Banner en zijn gastartiesten hebben het vaker over auto’s dan de gemiddelde autohandelaar en mochten ze over iets anders willen rappen dan zijn geld en vrouwen de alternatieven. De track 9mm is nog het beste te pruimen in de categorie, maar helaas heeft dat weinig te maken met kwaliteiten van Banner zelf. Het nummer valt eerder op door de aanwezigheid van Lil Wayne, Snoop Dogg en Akon. Akon is erbij gehaald voor het refrein en zingt zoals altijd met zijn aparte stem. Op een gladde beat van Akon en Banner zelf, waar drums onder gezet zijn die iedereen aan het snappen moeten krijgen, komt Weezy met lines als: “Tool on deck, why would I lie//nigga you a pussy, hope you got 9 lives//The rapper is insane, flowing like a mad River//Make your ass quiver, like you naked at winter.” Zeker niet het beste werk van Lil Wayne, maar wel opvallend door de simpelheid van de tekst van de overige rappers.
Echt opvallend wordt het pas bij Shawty Say. Er staat namelijk op het hoesje van de cd dat hier sprake is van een samenwerking tussen David Banner en Lil Wayne, maar meteen blijkt dat dit niet om een echte samenwerking gaat. Banner heeft namelijk het stukje “Shawty said the nigga that she with ain't shit//And he can't do this and he don't do that” van Lollipop letterlijk overgenomen met auto-tune en al en vervolgens als refrein gebruikt. Het origineel was al niet om over naar huis te schrijven, maar dit slaat natuurlijk alles.
Net als de luisteraar denkt dat er echt geen hoop meer is voor The Greatest Story Ever Told , komt Banner met Freedom (Interlude). Hier lucht David Banner acapella zijn hart over serieuzere zaken als politiek en de positie van de zwarte man in Amerika. Hier laat Banner zien niet volkomen talentloos te zijn. Jammer genoeg blijft het bij één minuut en drie seconden afwisseling en vervalt hij snel hierna weer in de commerciële dirty south-hiphop waarmee hij begonnen is.
Het mag duidelijk zijn dat het geen goed teken is wanneer een artiest alleen in skits en interludes een hoofdgedachte heeft. Gelukkig eindigt het album wel goed, met als bonustrack de beste track van het album: Bonus Beat Drum. Ironisch gezien is dit ook het enige nummer zonder vocalen. Het is een jazzy instrumental van ruim zeven minuten, uiteraard gemaakt door Banner, en het bevalt prima om eindelijk verlost te zijn van die commerciële lyrics die al duizendmaal door andere rappers zijn gebruikt.
David Banner laat bij vlagen zien dat hij wel degelijk wat kan en ook serieuze onderwerpen kan aansnijden, maar stelt teleur door zijn keuze voor commerciële hiphop. Terwijl hij in skits zegt dat rappers uit het zuiden niet alleen maar gasten zijn in white T’s met grills, doet hij niets om die vooroordelen de wereld uit te helpen. Dit album kan niet anders dan een mislukking genoemd worden gebaseerd op de cliché teksten en de eentonige beats. The Greatest Story Ever Told is niet zo great, maar meer een uitgemolken verhaal.
Bron: http://hiphopleeft.nl
Dizzee Rascal - Tongue N' Cheek (2009)

2,0
0
geplaatst: 27 november 2009, 17:20 uur
Op 18-jarige leeftijd heeft hij zijn landgenoten al weten te overtuigen van zijn talent met het debuut Boy in da Corner (2003). Dizzee Rascal rapte en produceerde, en als een echte ‘uomo universale’ wist hij op alle vlakken te excelleren. Voor zijn vervolgalbum Showtime wist de jongeling de lijn door te trekken en liet hij Europa verder kennismaken met zijn eigen geluid. De volgende stap was de V.S. en die wist hij uiteindelijk te bereiken met zijn derde plaat Maths + English. Om dit laatste te bewerkstelligen liet Dizzee zijn grime-achtergrond wat meer los en werkte hij samen met Amerikaanse rappers als Bun B en Pimp C. Toch wist de Londenaar een bepaald evenwicht te bewaren om een nieuw publiek aan te spreken, zonder de oude doelgroep te verliezen. De producties werden toegankelijker terwijl de raps even gretig bleven. Nu is het tijd voor alweer het vierde album van de Brit, waarbij hij beloofde dat Tongue ’N Cheek een nieuw hoofdstuk in zijn carrière zou inluiden.
Voordat men überhaupt het album opzet is er een aantal zaken dat de aandacht trekt. Ten eerste blijkt Tongue ’N Cheek een bijzonder kort album te zijn, dat maar elf nummers telt. Ten tweede is één van die tracks Dance Wiv Me, dat al uit 2008 dateert. Als laatste is de derde single Holiday net uit, terwijl de zomer net is geëindigd en iedereen zijn school of werk weer heeft herpakt. Om het album nu al te veroordelen op deze fouten is wellicht voorbarig, maar dat er sprake is van wat nalatigheid mag duidelijk zijn.
Maar wanneer men de plaat opzet blijkt de vrees op een tegenvaller juist. De muziek lijkt met dezelfde nonchalance te zijn gemaakt als de planning. Op productiegebied laat zo ongeveer iedereen het afweten, maar Cage is toch wel de grote schuldige. De boezemvriend van Dizzee laat inspiratieloze bliepjes bij elkaar komen en probeert de luisteraars ervan te overtuigen dat het beats zijn. Dat er bij Dirtee Cash en Money Money samples van het vorige album worden gebruikt, getuigt trouwens ook niet van grote ijverigheid. De Nederlandse inbreng van Tiësto op Bad Behaviour en Armand Van Helden op Bonkers is wel amusant, maar niet meer dan dat. Calvin Harris is met zijn funky dancemelodieën op twee nummers te horen, maar weet de plaat niet naar een hoger niveau te tillen. Zelfs drum & bass-legende Shy FX weet op Can’t Tek No More slechts een clichématig jungledeuntje af te leveren. Dizzee Rascal heeft tijdens interviews beweerd te kunnen rappen over elke beat die hem gegeven wordt, maar blijkbaar mogen slechte producties ook tot die categorie worden gerekend.
De rapper weet zich qua flow nog redelijk staande te houden. Dizzee laat nogmaals zien met alle gemak van de wereld zijn woorden aan de muzikale ondersteuning te kunnen laten kleven. Toch zijn de raps inhoudelijk flink uitgehold: als hij het niet over geld heeft, praat hij over welke seksuele handelingen vrouwen bij hem verrichten en anders beschrijft hij wel een willekeurig feestje. De onderwerpen zijn zeer eenzijdig en lijken puur voor de massa gemaakt te zijn. Men kan er ook niet omheen Tongue ‘N Cheek te vergelijken met de muzikale prestaties die reeds op zijn cv staan.
Als er wordt gekeken naar wat Dizzee Rascal de muziekwereld heeft gebracht, is het zeker niet gek om hoge verwachtingen te hebben van zijn vierde wapenfeit. Tongue ’N Cheek is echter een hele zwakke plaat gebleken. Naast de korte duur ervan en de slecht geplande release van de single is er muzikaal weinig goeds te ontdekken aan het album. De tracks doen het optimistisch gezien redelijk als achtergrondmuziek, maar dat kan niet de bedoeling zijn geweest. De super hongerige ‘Boy in da Corner’ op de snoeiharde eigenbeats heeft plaatsgemaakt voor een geldwolf die wat makkelijke beats probeert aan te kleden met bijna even simpele raps. Hopelijk verloochent Dizzee Rascal zijn wortels niet helemaal en zal hij het in de toekomst nog goedmaken.
Bron: www.hiphopleeft.nl
Voordat men überhaupt het album opzet is er een aantal zaken dat de aandacht trekt. Ten eerste blijkt Tongue ’N Cheek een bijzonder kort album te zijn, dat maar elf nummers telt. Ten tweede is één van die tracks Dance Wiv Me, dat al uit 2008 dateert. Als laatste is de derde single Holiday net uit, terwijl de zomer net is geëindigd en iedereen zijn school of werk weer heeft herpakt. Om het album nu al te veroordelen op deze fouten is wellicht voorbarig, maar dat er sprake is van wat nalatigheid mag duidelijk zijn.
Maar wanneer men de plaat opzet blijkt de vrees op een tegenvaller juist. De muziek lijkt met dezelfde nonchalance te zijn gemaakt als de planning. Op productiegebied laat zo ongeveer iedereen het afweten, maar Cage is toch wel de grote schuldige. De boezemvriend van Dizzee laat inspiratieloze bliepjes bij elkaar komen en probeert de luisteraars ervan te overtuigen dat het beats zijn. Dat er bij Dirtee Cash en Money Money samples van het vorige album worden gebruikt, getuigt trouwens ook niet van grote ijverigheid. De Nederlandse inbreng van Tiësto op Bad Behaviour en Armand Van Helden op Bonkers is wel amusant, maar niet meer dan dat. Calvin Harris is met zijn funky dancemelodieën op twee nummers te horen, maar weet de plaat niet naar een hoger niveau te tillen. Zelfs drum & bass-legende Shy FX weet op Can’t Tek No More slechts een clichématig jungledeuntje af te leveren. Dizzee Rascal heeft tijdens interviews beweerd te kunnen rappen over elke beat die hem gegeven wordt, maar blijkbaar mogen slechte producties ook tot die categorie worden gerekend.
De rapper weet zich qua flow nog redelijk staande te houden. Dizzee laat nogmaals zien met alle gemak van de wereld zijn woorden aan de muzikale ondersteuning te kunnen laten kleven. Toch zijn de raps inhoudelijk flink uitgehold: als hij het niet over geld heeft, praat hij over welke seksuele handelingen vrouwen bij hem verrichten en anders beschrijft hij wel een willekeurig feestje. De onderwerpen zijn zeer eenzijdig en lijken puur voor de massa gemaakt te zijn. Men kan er ook niet omheen Tongue ‘N Cheek te vergelijken met de muzikale prestaties die reeds op zijn cv staan.
Als er wordt gekeken naar wat Dizzee Rascal de muziekwereld heeft gebracht, is het zeker niet gek om hoge verwachtingen te hebben van zijn vierde wapenfeit. Tongue ’N Cheek is echter een hele zwakke plaat gebleken. Naast de korte duur ervan en de slecht geplande release van de single is er muzikaal weinig goeds te ontdekken aan het album. De tracks doen het optimistisch gezien redelijk als achtergrondmuziek, maar dat kan niet de bedoeling zijn geweest. De super hongerige ‘Boy in da Corner’ op de snoeiharde eigenbeats heeft plaatsgemaakt voor een geldwolf die wat makkelijke beats probeert aan te kleden met bijna even simpele raps. Hopelijk verloochent Dizzee Rascal zijn wortels niet helemaal en zal hij het in de toekomst nog goedmaken.
Bron: www.hiphopleeft.nl
DJ Khaled - Kiss the Ring (2012)

2,0
0
geplaatst: 5 september 2012, 13:30 uur
Het recept voor een DJ Khaled-album is inmiddels bij iedereen bekend: de meeste populaire rappers en producers van het jaar worden bij elkaar gepropt op twaalf potentiële singles en dan wordt er door Khaled met onnodige adlibs en superlatieven gestrooid. Door deze transparante manier van werken is de inhoud van Kiss the Ring allesbehalve een verrassing.
De meeste tracks zijn het bespreken eigenlijk niet eens waard. De producties van onder anderen Mike Will, Hit-Boy en Jahlil zijn opzwepend en gepolijst - met goed getimede drops die het in het uitgaanscircuit goed zouden doen - maar voor de rest klinkt het geheel even inspiratieloos en routineus als de lyrics. Die gaan voor de zoveelste keer over geld, feesten en andere poch-attributen, maar het ergste is dat ze ook nog eens in doorsnee flows zijn gegoten.
Ook riekt de lijst van rappers op Kiss the Ring naar overkill. Rick Ross heeft nog maar net een soloplaat met een ontelbaar aantal clips uitgebracht en toch staat hij op een kwart van de tracks. Lil Wayne hoeft men voorlopig ook niet te vragen. Het paradepaardje van Ca$h Money heeft geen één keer weten te boeien sinds hij is gestopt met hoestdrank drinken en een skateboard heeft opgepakt. Nicki Minaj heeft na haar verdienstelijke verse op Monster gekozen voor een eurodancecarrière en ook zij heeft teveel in de schijnwerpers gestaan, waardoor niemand zit te wachten op een gastbijdrage van deze doorgedraaide barbiepop.
Toch zijn er een paar nummers die erbovenuit springen. Zo heb je bijvoorbeeld de samenwerking tussen veteranen Scarface, Nas en DJ Premier op het nummer Hip Hop, waarin de rappers laten horen dat ze op tekstueel gebied de meesten op Kiss the Ring de baas zijn. They Ready is een pareltje waarin talenten Big K.R.I.T., Kendrick Lamar en J. Cole op een vermakelijke manier met rappe flows en een abnormaal gretige delivery met elkaar wedijveren op een soulvolle beat van de laatstgenoemde.
De hitsingle Take It to the Head hoort ook bij de betere tracks. Het nummer weet, vooral door de aanstekelijke beat met snoeiharde drums van The Runners, de hele zomer de voetjes van de vloer te krijgen. Als laatst is er ook nog Suicidal Thoughts van dancehallzanger Mavado. Natuurlijk valt de artiest op omdat hij niet in de hokjes van rap of r&b past, maar dat is zeker niet het enige wat de track speciaal maakt. Mavado heeft een prachtige stem waarmee hij teksten over wiet of het kapotschieten van iemands hoofd even gemakkelijk van een extra lading gevoel kan voorzien.
De albums van DJ Khaled blonken nooit uit in originaliteit, maar tot aan Kiss the Ring werd het plan om hits te maken altijd goed uitgevoerd. De schreeuwlelijk wist constant de grootste artiesten bij elkaar te brengen en ook nog eens zover te krijgen dat ze hun beste beentje voor zouden zetten. Vooral die gretigheid om de charts te veroveren lijkt te zijn afgenomen: de grootheden die op het album staan lijken alles op de automatische piloot te doen. Misschien heeft Khaled het trucje te vaak herhaald, misschien heeft hij de verkeerde artiesten gevraagd, maar Kiss the Ring is één van de meest clichématige en plichtmatige albums van het jaar, waarbij zo’n zestig procent makkelijk had kunnen worden geschrapt.
bron: Hiphopleeft - DJ Khaled - Kiss the Ring
De meeste tracks zijn het bespreken eigenlijk niet eens waard. De producties van onder anderen Mike Will, Hit-Boy en Jahlil zijn opzwepend en gepolijst - met goed getimede drops die het in het uitgaanscircuit goed zouden doen - maar voor de rest klinkt het geheel even inspiratieloos en routineus als de lyrics. Die gaan voor de zoveelste keer over geld, feesten en andere poch-attributen, maar het ergste is dat ze ook nog eens in doorsnee flows zijn gegoten.
Ook riekt de lijst van rappers op Kiss the Ring naar overkill. Rick Ross heeft nog maar net een soloplaat met een ontelbaar aantal clips uitgebracht en toch staat hij op een kwart van de tracks. Lil Wayne hoeft men voorlopig ook niet te vragen. Het paradepaardje van Ca$h Money heeft geen één keer weten te boeien sinds hij is gestopt met hoestdrank drinken en een skateboard heeft opgepakt. Nicki Minaj heeft na haar verdienstelijke verse op Monster gekozen voor een eurodancecarrière en ook zij heeft teveel in de schijnwerpers gestaan, waardoor niemand zit te wachten op een gastbijdrage van deze doorgedraaide barbiepop.
Toch zijn er een paar nummers die erbovenuit springen. Zo heb je bijvoorbeeld de samenwerking tussen veteranen Scarface, Nas en DJ Premier op het nummer Hip Hop, waarin de rappers laten horen dat ze op tekstueel gebied de meesten op Kiss the Ring de baas zijn. They Ready is een pareltje waarin talenten Big K.R.I.T., Kendrick Lamar en J. Cole op een vermakelijke manier met rappe flows en een abnormaal gretige delivery met elkaar wedijveren op een soulvolle beat van de laatstgenoemde.
De hitsingle Take It to the Head hoort ook bij de betere tracks. Het nummer weet, vooral door de aanstekelijke beat met snoeiharde drums van The Runners, de hele zomer de voetjes van de vloer te krijgen. Als laatst is er ook nog Suicidal Thoughts van dancehallzanger Mavado. Natuurlijk valt de artiest op omdat hij niet in de hokjes van rap of r&b past, maar dat is zeker niet het enige wat de track speciaal maakt. Mavado heeft een prachtige stem waarmee hij teksten over wiet of het kapotschieten van iemands hoofd even gemakkelijk van een extra lading gevoel kan voorzien.
De albums van DJ Khaled blonken nooit uit in originaliteit, maar tot aan Kiss the Ring werd het plan om hits te maken altijd goed uitgevoerd. De schreeuwlelijk wist constant de grootste artiesten bij elkaar te brengen en ook nog eens zover te krijgen dat ze hun beste beentje voor zouden zetten. Vooral die gretigheid om de charts te veroveren lijkt te zijn afgenomen: de grootheden die op het album staan lijken alles op de automatische piloot te doen. Misschien heeft Khaled het trucje te vaak herhaald, misschien heeft hij de verkeerde artiesten gevraagd, maar Kiss the Ring is één van de meest clichématige en plichtmatige albums van het jaar, waarbij zo’n zestig procent makkelijk had kunnen worden geschrapt.
bron: Hiphopleeft - DJ Khaled - Kiss the Ring
DJ Khaled - Victory (2010)

1,0
1
geplaatst: 12 april 2010, 19:20 uur
Als een DJ of producer een album uitbrengt kan hij in principe twee kanten opgaan: hij releast een instrumentaal album of hij nodigt minimaal één rapper uit om over zijn beats te rappen. DJ Khaled heeft zo’n vier jaar geleden echter iets nieuws uitgevonden. Hij brengt een “volwaardig soloalbum” uit en verzorgt dan vocalen noch beats (op één of twee uitzonderingen na). De producties worden door verschillende mensen verschaft, opdat Khaled alleen nog populaire rappers en zangers hoeft uit te nodigen. Hij gaat daarna nog even voor de cover poseren en klaar is kees. Tot nu toe hebben al deze albums (Listennn... the Album, We the Best en We Global) het aardig goed in de Billboard Charts gedaan en dus is er voor Khaled geen reden om zijn businessplan te veranderen. Het resultaat hiervan is zijn nieuwe plaat: Victory.
Al snel blijkt dat een intro niet aan Khaled kan worden toevertrouwd, zelfs niet als hij daarin wordt bijgestaan door Diddy en Busta Rhymes. Door de aanwezigheid van deze twee namen ontstaat er vooraf - tegen beter weten in - bij de luisteraar hoop op een niet rampzalige introductie van het album, maar tevergeefs: na een slap verhaal van DJ Khaled over hoe hij geschiedenis schrijft en hoe zwaar hij het heeft, komen er twee geluidsfragmenten van een paar seconden van de gastartiesten. Daarnaast zijn beide gastverzen letterlijk overgenomen van de al bestaande track Victory van Diddy en Biggie. Hiermee hebben de heren wellicht de slechtste en makkelijkste featuring ooit achter hun naam staan. Dit alles wordt ondersteund door een ongeïnspireerde overdreven dramatiserende beat van Khaled (een uitzondering: één van de twee producties op het hele album). En ook al is deze beat wel door Khaled gemaakt, toch staat de intro symbool voor de gehele plaat. Hij laat namelijk op elke track horen dat hij niets kan, behalve smijten met lege woorden, en daarom heeft hij namedropping maar tot een kunst op zich verheven. De producties moeten vooral komen van Schife en The Runners, en de muziek is bijna te cliché om te beschrijven: bombastische drukke beats met overdadig synthesizergebruik moeten de tracks hardhandig naar de clubs stoten. Voor de rest zijn Rick Ross, Usher, T-Pain, Nas, Lil Boosie en Soulja Boy maar een kleine greep uit de drieëndertig genodigde artiesten. En zelfs de beste onder hen weten voor het kansloze Victory een beschamende prestatie te leveren.
DJ Khaled heeft met Victory hetzelfde recept toegepast als bij al zijn andere misbaksels. Dit is hem overigens niet echt kwalijk te nemen, als je nagaat dat hij veel albums weet te verkopen puur en alleen door zijn behendigheid om te netwerken. Voor de rest is de plaat niet om aan te horen: de raps zijn uitgekauwd en de beats zijn te gewoon en te druk. Victory is tevens nergens vernieuwend, maar zelfs in de stijl die wordt nagestreefd weet ze niet te imponeren. Nu is het te hopen dat mensen dit soort onzin niet meer gaan luisteren, want als de consument het blijft kopen zal DJ Khaled de mensen troep blijven voorschotelen.
Bron: Hiphopleeft
Al snel blijkt dat een intro niet aan Khaled kan worden toevertrouwd, zelfs niet als hij daarin wordt bijgestaan door Diddy en Busta Rhymes. Door de aanwezigheid van deze twee namen ontstaat er vooraf - tegen beter weten in - bij de luisteraar hoop op een niet rampzalige introductie van het album, maar tevergeefs: na een slap verhaal van DJ Khaled over hoe hij geschiedenis schrijft en hoe zwaar hij het heeft, komen er twee geluidsfragmenten van een paar seconden van de gastartiesten. Daarnaast zijn beide gastverzen letterlijk overgenomen van de al bestaande track Victory van Diddy en Biggie. Hiermee hebben de heren wellicht de slechtste en makkelijkste featuring ooit achter hun naam staan. Dit alles wordt ondersteund door een ongeïnspireerde overdreven dramatiserende beat van Khaled (een uitzondering: één van de twee producties op het hele album). En ook al is deze beat wel door Khaled gemaakt, toch staat de intro symbool voor de gehele plaat. Hij laat namelijk op elke track horen dat hij niets kan, behalve smijten met lege woorden, en daarom heeft hij namedropping maar tot een kunst op zich verheven. De producties moeten vooral komen van Schife en The Runners, en de muziek is bijna te cliché om te beschrijven: bombastische drukke beats met overdadig synthesizergebruik moeten de tracks hardhandig naar de clubs stoten. Voor de rest zijn Rick Ross, Usher, T-Pain, Nas, Lil Boosie en Soulja Boy maar een kleine greep uit de drieëndertig genodigde artiesten. En zelfs de beste onder hen weten voor het kansloze Victory een beschamende prestatie te leveren.
DJ Khaled heeft met Victory hetzelfde recept toegepast als bij al zijn andere misbaksels. Dit is hem overigens niet echt kwalijk te nemen, als je nagaat dat hij veel albums weet te verkopen puur en alleen door zijn behendigheid om te netwerken. Voor de rest is de plaat niet om aan te horen: de raps zijn uitgekauwd en de beats zijn te gewoon en te druk. Victory is tevens nergens vernieuwend, maar zelfs in de stijl die wordt nagestreefd weet ze niet te imponeren. Nu is het te hopen dat mensen dit soort onzin niet meer gaan luisteren, want als de consument het blijft kopen zal DJ Khaled de mensen troep blijven voorschotelen.
Bron: Hiphopleeft
Dret & Krulle - New Skool Mc's (2009)

3,5
0
geplaatst: 21 december 2009, 10:32 uur
Amsterdam Zuid-Oost is letterlijk en figuurlijk het buitenbeentje van onze hoofdstad. In de media kent het twee gezichten: aan de ene kant is het een opkomend stadsdeel waar steeds meer bedrijven zich willen vestigen, aan de andere kant is het een achterstandswijk waar de jeugd te snel naar het pistool grijpt. Wat de werkelijkheid ook moge zijn, de Bijlmer is steeds meer een muzikale kweekvijver waar veelbelovende vissen rondzwemmen. Bijlmer Style is een beweging die de creatieve jeugd helpt bij het vormen van haar artistieke vaardigheden. De moeite die erin wordt gestopt werd vorig jaar terugbetaald door de overwinning van M.O. & Brakko bij De Grote Prijs van Nederland (GPVNL). In de nieuwste editie van deze prijs heeft de Bijlmer in de personen van Dret en Krulle weer twee ambassadeurs erbij. In een nagenoeg volle Paradiso wisten ze overtuigend de titel te veroveren en de beker nog minstens een jaartje in Zuid-Oost te houden. De tracks die werden opgevoerd waren afkomstig uit New Skool MC’s: het eerste wapenfeit van het duo en daarnaast het visitekaartje van de heren.
De EP begint met een track die toepasselijk de titel ‘T Startschot draagt. Het duo kondigt met de nodige toeters en bellen haar opkomst in de scene aan, terwijl er een opsomming wordt gegeven van de plaatsen waar ze zullen optreden. Dit gaat gepaard met een flinke tentoonstelling van zelfvertrouwen van beide heren. New Skool MC’s is dan ook goed gevuld met de nodige borstklopperij en open dreigementen naar dwarswerkers en skinny jeans-dragers. Dat de rappers in zichzelf vertrouwen hebben kan ze natuurlijk niet kwalijk worden genomen, maar wanneer men naar hun cv kijkt lijkt het egocentrisme wel iets te vroeg gekomen. Daarnaast mist de plaat op deze manier de nodige tekstuele afwisseling. Het wordt echter wel tot een bepaalde hoogte goedgemaakt door de passie die duidelijk van de raps afspat en de flows waar weinig op valt af te dingen. Dat Dret en Krulle uit de Bijlmer komen wordt nergens onder stoelen of banken gestoken: bij elke gelegenheid wordt de Amsterdamse wijk luidkeels genoemd en ook de manier van rappen is tekenend voor de buurt: op New Skool MC’s is namelijk hoop en overlevingsdrang te horen. De heren zijn ervan overtuigd dat ze de moeilijkheden des levens zullen overwinnen en succesvol zullen zijn in hun vakgebied.
Wie Dret en Krulle ongetwijfeld kunnen helpen bij het halen van hun doelen, zijn de producers die allemaal een sterke indruk wekken. New Skool MC’s kent een hoog aantal beatmakers: zes producers(groepen) op acht nummers. Dit resulteert in een grote diversiteit van geluiden; van het sfeervolle getokkel op ’T Starschot van Soulsearchin’ en de minimalistische maar toch overtuigende keyboardakkoorden op Niet Mijn Stijl van Killing Skills tot de Grimey-productie van Craz-E en de donkere, maar verslavende beat van Hayzee op Reload. Natuurlijk mag het sterke gesample van Raven Bros op de single Verder niet op het lijstje ontbreken. Hoewel de beats heel verschillend klinken, lijkt de hoge kwaliteit ervan toch een eenheid van het geheel te smeden.
Dret en Krulle hebben tijdens De GPVNL zeer verdiend gewonnen. Dit is deels te danken aan hun optreedvaardigheden, maar ook aan het werk dat ze hebben verricht op New Skool MC’s. Op alle acht nummers van deze EP maken de rappers een gretige indruk en is de drang om zich te bewijzen hoorbaar. Helaas lijkt de inhoud van de teksten iets te vaak op elkaar, waardoor de raps eenzijdig worden. Daarnaast lijkt het geboast door het feit dat het duo net in de scene komt kijken hier en daar misplaatst. De producers die aan dit project hebben meegewerkt hebben daartegenover uitmuntend werk geleverd, en dat ze dit voor een gratis EP hebben gedaan maakt het alleen maar indrukwekkender. Met New Skool MC’s geven Dret en Krulle een goede introductie van wie ze zijn, maar nu moeten ze ook eens andere onderwerpen aansnijden en een nieuwe kant van zichzelf belichten. Na dit leuke visitekaartje is het nu tijd voor het echte werk.
Bron: Hiphopleeft
De EP begint met een track die toepasselijk de titel ‘T Startschot draagt. Het duo kondigt met de nodige toeters en bellen haar opkomst in de scene aan, terwijl er een opsomming wordt gegeven van de plaatsen waar ze zullen optreden. Dit gaat gepaard met een flinke tentoonstelling van zelfvertrouwen van beide heren. New Skool MC’s is dan ook goed gevuld met de nodige borstklopperij en open dreigementen naar dwarswerkers en skinny jeans-dragers. Dat de rappers in zichzelf vertrouwen hebben kan ze natuurlijk niet kwalijk worden genomen, maar wanneer men naar hun cv kijkt lijkt het egocentrisme wel iets te vroeg gekomen. Daarnaast mist de plaat op deze manier de nodige tekstuele afwisseling. Het wordt echter wel tot een bepaalde hoogte goedgemaakt door de passie die duidelijk van de raps afspat en de flows waar weinig op valt af te dingen. Dat Dret en Krulle uit de Bijlmer komen wordt nergens onder stoelen of banken gestoken: bij elke gelegenheid wordt de Amsterdamse wijk luidkeels genoemd en ook de manier van rappen is tekenend voor de buurt: op New Skool MC’s is namelijk hoop en overlevingsdrang te horen. De heren zijn ervan overtuigd dat ze de moeilijkheden des levens zullen overwinnen en succesvol zullen zijn in hun vakgebied.
Wie Dret en Krulle ongetwijfeld kunnen helpen bij het halen van hun doelen, zijn de producers die allemaal een sterke indruk wekken. New Skool MC’s kent een hoog aantal beatmakers: zes producers(groepen) op acht nummers. Dit resulteert in een grote diversiteit van geluiden; van het sfeervolle getokkel op ’T Starschot van Soulsearchin’ en de minimalistische maar toch overtuigende keyboardakkoorden op Niet Mijn Stijl van Killing Skills tot de Grimey-productie van Craz-E en de donkere, maar verslavende beat van Hayzee op Reload. Natuurlijk mag het sterke gesample van Raven Bros op de single Verder niet op het lijstje ontbreken. Hoewel de beats heel verschillend klinken, lijkt de hoge kwaliteit ervan toch een eenheid van het geheel te smeden.
Dret en Krulle hebben tijdens De GPVNL zeer verdiend gewonnen. Dit is deels te danken aan hun optreedvaardigheden, maar ook aan het werk dat ze hebben verricht op New Skool MC’s. Op alle acht nummers van deze EP maken de rappers een gretige indruk en is de drang om zich te bewijzen hoorbaar. Helaas lijkt de inhoud van de teksten iets te vaak op elkaar, waardoor de raps eenzijdig worden. Daarnaast lijkt het geboast door het feit dat het duo net in de scene komt kijken hier en daar misplaatst. De producers die aan dit project hebben meegewerkt hebben daartegenover uitmuntend werk geleverd, en dat ze dit voor een gratis EP hebben gedaan maakt het alleen maar indrukwekkender. Met New Skool MC’s geven Dret en Krulle een goede introductie van wie ze zijn, maar nu moeten ze ook eens andere onderwerpen aansnijden en een nieuwe kant van zichzelf belichten. Na dit leuke visitekaartje is het nu tijd voor het echte werk.
Bron: Hiphopleeft
