MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Capo Regime als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tanya Morgan - Brooklynati (2009)

poster
3,5
Bijna een jaar na de EP The Bridge is het tijd voor het vervolg op het debuutalbum van Tanya Morgan. De drie rappers wisten met hun eerdere werk een bepaalde groep muziekliefhebbers positief te verrassen en trachten met Brooklynati hun schare fans nogmaals te vermaken dan wel uit te breiden. De ongewone samenwerking tussen Brooklyn en Cincinnati creëerde een opmerkelijke chemie op het eerder verschenen werk: de stemmen en scherpe lyrics van Donwill, Ilyas en Von Pea pasten goed bij elkaar en laatstgenoemde wist zijn luisteraars met soulvolle producties te boeien. Alleen de flow van Ilyas wekte op de voorgaande albums bij vlagen irritatie op, maar dat is op dit album verleden tijd. De beste man klinkt op Brooklynati simpelweg gedreven en houdt het niveau van de rest van de leden bij.

Het eerste geluid dat men op het album hoort is dat van een naald op een LP, gevolgd door een productie (van rapper en vaste producer Von Pea) die direct het sfeertje van Brooklynati weergeeft. De beat van On Our Way klinkt allesbehalve electronisch en de akoestische melodie brengt een warmte met zich mee die goed past bij deze tijd van het jaar. De lyrics zijn slim in elkaar gezet zoals men van de heren gewend is. Ilyas: “I’ve been feeling like Manute Bol and the roof too low//The box they put us in, ain't big enough for me to grow//Out of this world call me Pluto, but not a dog like you know.”

Plan B ademt eenzelfde zomerse sfeer. De beat is weer rustgevend en maakt gebruik van een sample van een vrouwenstem. De rappers hebben het over het feit dat ze zich volledig geven voor hun muziekcarrière en dat er geen plan B is voor het geval dat rappen mislukt. Ze schetsen daarbij ook hun leven vóór en naast het rappen. Von Pea bespreekt bijvoorbeeld zijn onafgemaakte studie. Hadden de MC’s een plan B, dan zouden ze waarschijnlijk niet hebben gekozen voor een onzeker muzikantenbestaan, maar ze doen nu waar ze goed in zijn en waarvoor ze zelfs claimen geboren te zijn. De track is goed uitgewerkt qua beat en lyrics en daarom is het te verwaarlozen dat het onderwerp misschien niet bijster origineel is. Op dit nummer laten de MC’s horen dat ze naast slimme punchlines ook zonder probleem een verhaal kunnen vertellen: “If I wasn’t hot I would 've slit my wrist//So once again mister Ilyas you don’t exist//And If Don didn’t spit//He and Von wouldn’t have met, on the internet//So simply from the fact I can see I exist//We look like three, but we are one, get my drift.”

De track Hardcore Gentleman is met zijn ruim anderhalve minuut één van de interessantere tracks op het album. De leden van Tanya Morgan stappen hier over op hun nieuwe alterego’s; de Hardcore Gentlemen. Deze fictieve groep wordt voorgesteld als een legendarische groep uit de niet bestaande stad Brooklynati. Met opgezette stemmetjes rappen Von Pea, Donwill en Ilyas over dames op een wat grovere manier dan je gewend bent van de doorgaans beschaafde rappers. Het nummer geeft wat afwisseling en een extra dosis humor aan het album.

Het niveau van de nummers op Brooklynati is verder constant en gezien de kwaliteit van de tracks is dit allesbehalve een slechte zaak. De zomerse laidbacktracks zijn op een uitzondering na allemaal door Von Pea geproduceerd, wat misschien ook de achilleshiel van de plaat is. Voor een aantal luisteraars zou het gebrek aan variatie wellicht voor verveling kunnen zorgen. De beats zijn namelijk duidelijk verschillend, maar wel in dezelfde categorie te plaatsen. Zo maakt Von Pea bijna geen uptempo-producties en wordt er vaak gebruikgemaakt van een stemsample.

Maar al met al kan worden gezegd dat Tanya Morgan na een jaar afwezigheid weer goed materiaal heeft uitgebracht. Het trio beloofde op de voorgaande EP dat Brooklynati hun fans ging bekoren en het lijkt erop alsof deze belofte met dit album wordt ingelost. Brooklynati weet het gevoel van lente en zomer feilloos naar muziek te vertalen. Tussen de heren is tekstueel gezien zeker een kwaliteitsindeling te maken: Donwill is duidelijk de betere en Ilyas de minste, met producer Von Pea in de middenmoot. Toch zijn ze allemaal kundig genoeg om goede teksten te schrijven en te spitten. Hetgeen Tanya Morgan ervan weerhoudt een hoger rapportcijfer te krijgen, is dat er voor sommige mensen te weinig variatie is. Voor de rest van de luisteraars is deze plaat een welkom geschenk in een kwalitatief gezien ietwat magere periode in hiphop. Brooklynati is een lekkere, rustige en soulvolle plaat die altijd wel geluisterd kan worden, maar er vooral om vraagt opgezet te worden op een zonnige dag tijdens het barbecueën in de tuin.

hiphopleeft.nl

Tanya Morgan - The Bridge (2008)

poster
4,0
Het eerste waar je aan denkt bij de naam Tanya Morgan is een soul- of een ouderwetse jazz-zangeres à la Billie Holiday. Het is dan ook gek om erachter te komen dat Tanya Morgan überhaupt geen zij is, maar een groep van drie mannelijke MC’s. De rappers Von Pea, Ilyas en Donwill zijn nog niet doorgebroken bij het grote publiek, maar hebben wel een kleine maar toch trouwe schare fans bij elkaar gespaard met hun debuutalbum Moonlighting (2006). Eén van die fans is niemand minder dan ?uestlove, drummer van The Roots, die hun cd in zijn top tien van het jaar 2006 had gezet. Alleen dit laatste is al reden genoeg om redelijk hoge verwachtingen te hebben van het nieuwe werk van de groep, The Bridge.

Het is geen officieel groepsalbum maar slechts een zoethoudertje voor de tweede cd van het trio, getiteld Brooklynati. Deze naam is een samenvoeging van de plaatsnamen Brooklyn en Cincinnati, waar de rappers van de groep dan ook vandaan komen. Behalve een brug tussen beide platen van Tanya Morgan is The Bridge ook een goede indicatie van haar sound. De rappers willen zich onderscheiden als eloquente MC’s en dat doen ze het liefst op soul-achtige en jazzy beats.

De eerste track op The Bridge is de titeltrack en Von Pea neemt de taak van gastheer op zich; hij stelt de groep voor en nodigt je uit voor de rest van de cd. In de track wordt het thema van de terugkeer van Tanya Morgan goed uitgewerkt, waarbij alle drie de rappers hun wederkomst aankondigen. Zo zegt Donwill: “Long time comin’ so its gotta be priority//Record dealings//Label woes left a bunch of bitter foes//Band aid the band and we givin’ it another go.”

Een opmerkelijke track is Filthier A.K.A “Place”. Zeer opvallend eraan is de korte lengte van 1 minuut en 54 seconden. Op deze refreinloze track gebruiken alle drie de rappers een heerlijke beat met een sample van een mannelijke soulzanger. Ilyas, die op de eerste track vooral door zijn wat slaperige stem en nonchalante manier van rappen als de mindere van de groep naar voren kwam, weet door leuke lines als “But my verses reverses your blessings into curses//We’re in the curse of imperfect lettering//murdering veterans//My journey expands further than mexicans” en een snelle flow het meest te imponeren en een gretige indruk te wekken.

Tanya Morgan onderstreept op The Bridge in elke track dat het zijn eigen ding doet. De heren proberen op geen enkele wijze mainstream hiphop te maken. De beats klinken niet té gemaakt, maar eerder goed gemixed door een DJ, en de meeste punchlines zijn slim bedacht. Deze bewuste afscheiding van mainstream muziek gaat gepaard met een kritische kijk op de huidige hiphopscene, waarin ze teleurgesteld zijn. Op de track Hiphop Is Dead II komt dit het sterkst naar voren. Sommige mensen weigeren te geloven dat hiphop dood is, en beweren dat er nog steeds kwaliteitsrap wordt geleverd. Nadat Von Pea de track begint met een grappige en nauwkeurige imitatie van Kanye Wests eerste regels van de track Through The Wire, geeft de groep zijn kijk op de scene. Ook hier laat Tanya Morgan zien dat het tekstueel helemaal goed zit en komt het met goed bedachte lines als: “We all got knowledge on the block but we won't apply it//I give you food for thought and you decide to diet//This shit is getting tired//I should force you to try it.” De rappers hebben overigens wel hoop voor de game, die ze vooral uitspreken in het refrein: “Hiphop is dead? I just can’t believe it, I just can’t see it”.

Een grappige toevoeging aan de EP is de bonustrack How Low. De beat lijkt op geen enkele manier op de rest van de muziek. In tegenstelling tot de soul en jazzy beats van Tanya Morgan heeft de groep hier gekozen voor een dancetrack. Ook deze track is origineel vergeleken met de “clubbangers” van vandaag de dag. De beat heeft namelijk een vibe uit de jaren tachtig, door de bliepjes erdoor heen, maar vooral door de drums. How Low heeft als track iets heel nostalgisch. De beat zal beelden van breakdancers bij de luisteraar naar boven halen door het ouderwetse, rauwe geluid.

Tanya Morgan heeft niet alleen weten te verrassen met haar stagenaam, maar ook met de EP. De plaat van negen nummers smaakt naar meer door de goede lyrics over de rapgame op lekkere jazzy beats. The Bridge is gemaakt om de mensen weer eens wakker te schudden, en klaar te stomen voor Brooklynati. In dat opzicht is de missie geslaagd, de vraag blijft alleen of ze dit niveau vol kunnen houden op een plaat van volle lengte. De tijd zal het leren.

Bron: www.hiphopleeft.nl

Thavius Beck - Dialogue (2009)

poster
4,0
Terwijl sommige artiesten als The Game en Snoop Dogg het westen van de V.S. proberen te doen herrijzen met G-funk en gangsterrap, zijn er nog muzikanten die dat op een geheel andere manier doen. Een van deze mensen is Thavius Beck, een eigenzinnige man die van alle markten thuis is. Hij produceert, rapt en bespeelt verschillende instrumenten als de saxofoon en de basgitaar. Toch is de man uit L.A. niet heel bekend bij het grote publiek, omdat zijn muziek niet is afgestemd op wat de huidige trends dicteren. Al op vijftien albums brengt hij elektronische hiphop aan de man, waarvan twee soloprojecten, en nu is het tijd voor zijn derde eigen plaat: Dialogue.

De titel Dialogue wekt het vermoeden dat er minstens twee mensen aan het woord komen, maar dit is niet waar. Het meest indrukwekkende aan dit album is juist dat Thavius Beck het allemaal in zijn eentje doet. Eigenaardige maar toch intrigerende zelfgeproduceerde beats creëren een passende omgeving voor de woorden van de rapper/producer. Thavius veroordeelt hedendaagse muzikanten, maar ook hun luisteraars die hen geld geven voor die slechte muziek. Daarnaast beschrijft hij zijn eigen kritische en ongecensureerde kijk op de wereld, waarbij vooral de mensen zonder eigen mening of identiteit het moeten ontgelden. De beats versterken deze boodschap omdat zij origineel zijn en een unieke klank hebben. Bliepjes, harde drums en vioolmelodieën komen harmonieus bij elkaar. Zware computergeluiden worden vaak ook verlicht door de nodige stemsamples. Dat de instrumentaties op zijn minst even belangrijk zijn als de boodschap van zijn raps wordt aangetoond door het feit dat hij op sommige tracks de woorden achterwege laat en de muziek voor zichzelf laat spreken.

Dialogue heeft ondanks het positieve verhaal hierboven toch een aantal minpunten. Zo zijn de tracks aan de korte kant: veertien nummers weten samen de veertig minuten niet eens te halen. Hoewel de plaat nog van een respectabele duur is (zevenendertig minuten), wordt de luisteraar toch vrij abrupt onderbroken wanneer hij net in het sfeertje van Dialogue begint te komen. Daarnaast klinkt de flow van Thavius Beck op elk nummer precies hetzelfde. Met oog op de korte duur van het album is dit geen groot probleem, maar toch zullen sommige mensen verveeld kunnen raken door de wijze waarop hij de raps scandeert.

Thavius Beck heeft met Dialogue een indrukwekkende plaat uitgebracht. Hoewel er geen sprake is van een dialoog in de klassieke zin van het woord, is de monoloog die hij houdt doordacht en interessant om naar te luisteren. Naast het rappen laat Thavius ook horen dat hij het produceren perfect onder de knie heeft. De mengeling van computergeluiden, instrumenten en zangsamples past goed bij elkaar en creëert een geheel dat zich het best laat omschrijven als elektronische muziek met een ziel. Hoewel Thavius Beck de Westcoast niet op de conventionele manier in een positief daglicht zet, is hij er op zijn eigen manier toch feilloos in geslaagd.

Bron: Hiphopleeft

The Black Eyed Peas - The E.N.D. (2009)

Alternatieve titel: The Energy Never Dies

poster
2,0
The Black Eyed Peas maakt al veertien jaar muziek. De undergroundcrew bestond uit will.i.am, Taboo en Apl.de.ap, maar groeide uit tot een hitmachine sinds de komst van zangeres Fergie. Sterker nog, de groep heeft het record gebroken van de meeste hits in de Top-40 in het laatste decennium en laat Nickelback en The Backstreet Boys achter zich. De “hippop” die de groep maakt, heeft bewezen bij het grote publiek aan te slaan. Lekkere beats van Will.I.Am met bekende samples en makkelijke teksten vormen de vaste succesformule voor The BEP. Met haar nieuwste plaat The E.N.D (The Energy Never Dies) wil de groep haar toppositie in de lijsten wederom claimen.

The E.N.D is een album met een duidelijk thema. Producer will.i.am flirt als nooit tevoren met house-muziek en probeert met de uptempoproducties zijn weg naar de clubs te banen. Elk nummer heeft een electrobeat en als de muziek versneld zou worden, zou het house zijn geweest. Tracktitels als Boom Boom Pow, Rock That Body, Ring-A-Ling, Rockin To The Beat en Party All The Time proberen dit gegeven dan ook niet te verhullen. Alle tracks klinken door de commercialiteit als potentiële singles. Zo bestaan alle producties uit tamelijk simpele deuntjes die in het hoofd van de luisteraar blijven spoken en elke keer als de mond van een BEP lid opengaat, vliegt er een clichézin uit. Slechts een select aantal liedjes heeft het in zich om hoog te klimmen in de charts. Deze zijn ook commercieel, maar hebben dan toch net een lekkerdere beat en pakkende teksten die niet zo stom klinken dat niemand zal willen meezingen.

Een van die tracks is de eerste single Boom Boom Pow. De electronische beat maakt gebruik van een sample van de houseklassieker Be (van Steve Angello & Laidback Luke) en bevestigt nogmaals dat de muziek je aan het dansen moet krijgen. De titel is een omen van het niveau van de teksten op het hele album. Het schrijven van de zang en rapteksten vraagt geen greintje talent. Maar in sommige gevallen, zoals bij de eerste single, zijn deze lyrics die weinig breinactiviteit vergen: wat men bij het uitgaan nodig heeft. Terwijl Jay-Z autotune al dood heeft verklaard lijken de heren van The BEP op The E.N.D niet zonder de robotische stemmen te kunnen. Naast Boom Boom Pow kunnen Rock That Body en I Gotta Feelin op positieve feedback rekenen. Bij beide tracks heeft David Guetta zich bemoeid met de productie en de hand van de ervaren Franse house-DJ is duidelijk herkenbaar. De beats bevatten meer geluiden dan de meerderheid van de andere tracks, maar zijn toch harmonieus afgemixed.

Op het overige deel van het album zijn nog een paar lekkere tracks te vinden, maar voor de rest is het heel erg slecht. Naast autotune die in 2008 tot in den treure is gebruikt, zijn de onderwerpen van de tracks in slechts twee groepen te onderscheiden: liefde en feesten. Ook is geen enkel akoestisch instrument te horen, maar slechts elektronische booms en pows. Hoewel dit geen probleem hoeft te vormen, begint het album saai te worden wanneer de artiesten het zelfde trucje zeventien keer achter elkaar toepassen.

The Black Eyed Peas heeft met The E.N.D weer een album samengesteld dat ongetwijfeld veel hits zal opleveren. Dat er bijna geen variatie te horen is op de plaat en dat er vrij weinig talent voor nodig was om het grootste gedeelte van de tracks te maken, is een gegeven dat gemiddelde TMF-kijker niet zal beïnvloeden. Naast een paar nummers die men met het verstand op nul en een glas alcohol wel kan pruimen is The E.N.D vooral een verzameling tracks die het album niet had mogen halen.

Bron: hiphopleeft

The Notorious B.I.G. - Notorious (2009)

poster
3,5
Twaalf jaar na zijn dood blijkt Christopher Wallace, beter bekend als The Notorious B.I.G., nog steeds niet uit de harten van de hiphopluisteraars te zijn verdwenen. Om die reden probeert een aantal mensen nog wat geld te verdienen aan de raplegende uit Brooklyn. Nadat er albums zijn gereleased na zijn dood met bekende commerciële artiesten is het nu tijd voor een Biggie-film. Notorious moet het leven van Big schetsen en een groot publiek aantrekken. Helaas is na de trailer één ding met zekerheid te zeggen: hoofdacteur Jamal Woolard is géén Biggie. De acteur is, evenals de rapper die hij moet vertolken, groot, dik en afro-amerikaans, maar daar houdt de vergelijking tussen beide heren op.

Het is ook niet makkelijk om Biggie te spelen, want hoe legt men de vinger op wat deze rapper zo speciaal maakte? Het had niet alleen met zijn grote gestalte te maken, maar het ging om het geheel. Zo kon The Notorious met zijn slowflow en dikke stem toch venijnig uit de hoek komen. De rapper zag eruit als een grote knuffelbeer en tegelijkertijd als iemand die je niet in een donkere steeg wilde tegenkomen. Hoewel het woord swagger in 2008 meerdere malen verkracht is geweest, is het op Biggie zeker van toepassing. Hiermee wordt bedoeld dat hij een volledige eigen stijl heeft, die een meerwaarde geeft aan zijn muziek. Notorious zou bijvoorbeeld sneller weg komen met matige lyrics door de manier waarop hij het brengt. Biggie heeft zijn legende status behalve aan zijn skills ook aan zijn dood te danken. Maar de conclusie is dat de sound van The Notorious B.I.G niet na te apen is.

Gelukkig is er voor de soundtrack van Notorious ook bijna alleen origineel materiaal gebruikt van Biggie. Men kan voor negentig procent de bekendere tracks van de rapper op het album verwachten: Hypnotize, Notorious B.I.G., Juicy en The Warning. Dit is op zich goed en logisch, omdat dit gewoon het beste werk van Biggie is. Helaas is het ook zo dat de mensen die al bekend zijn met zijn muziek niet echt naar het album hoeven uit te kijken. Naast de tracks van de raplegende zelf zijn er ook twee tracks die naar hem zijn gericht. Ook is er een remix van One More Chance/The Legacy met de zoon van Biggie CJ die over en door zijn vaders stem rapt. De luisteraar hoort als het ware twee stemmig gerap van vader en zoon en soms neemt CJ het zelfs over van zijn overleden ouder.

Op de bekende nummers komen Biggies kwaliteiten als rapper naar voren. Hij wist goed verhalen te vertellen op catchy beats van Badboy records. Zo heeft hij bijvoorbeeld op The Warning ook personages bedacht en laat hij ze rappenderwijs een dialoog aangaan. Op Juicy krijgt de luisteraar een begeleiding door het leven van Biggie en weer weet hij het goed te brengen. Ook kon B.I.G agressief klinken zonder te hoeven schreeuwen als bijvoorbeeld DMX en dat gaf hem een extra kwaliteit als gangsterrapper. Ook zijn deze nummers op het album grijsgedraaid in clubs en heel vaak op tv gekomen, waardoor ze heel vertrouwd aanvoelen.

Letter to Big van Jadakiss (met Faith Evans) moet een brief voorstellen aan de overleden rapper. Op deze monoloog van Kiss komt alles terug wat de luisteraar had kunnen verwachten. Naast aardige woorden voor en over de nabestaanden, en de verheerlijking van Biggie kon Jadakiss het niet laten om zichzelf nog even op de schouder te kloppen: “The game got cheaper// Rappers is more commercially successful now, but the heart’s a lot weaker//You know me still got the flow that’ll pop speakers//First option on offense the top feature.” Deze matige track stoort echter niet veel omdat het een beetje afwisseling geeft van de tracks van Biggie, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

In Brooklyn (We Go Hard) horen we een Jay-Z op automatisch piloot over een heerlijke beat van Kanye West. Jay doet misschien niet zijn best op deze track, maar de beat en het begeleidende gezang van Santogold krikken het niveau van deze track flink omhoog. Men hoeft naast de Biggie-tracks geen geniale tracks te verwachten, maar commerciële nummers die snel zijn gemaakt en gemakkelijk wegluisteren.

Naast de al uitgebrachte tracks van Biggie zijn er drie onuitgebrachte demo tracks toegevoegd van de “King of New York”. Microphone Murder, Guarenteed Raw en Love No Hoe zijn qua geluid van een minder goede kwaliteit dan de andere tracks, maar zijn zeker een welkome toevoeging aan het album voor de mensen die de rest van tracks al kenden. De demotracks zijn precies wat je van een jonge Biggie verwacht. Rauwe raps die moeiteloos over lekkere beats worden gespit.

Het album Notorious kan gezien worden als een tweede Greatest Hits of The Notorious B.I.G. De grote hits van de raplegende uit Brooklyn komen nogmaals uit op dezelfde plaat. Dit is opzich niet erg, maar doet wel af aan de originaliteit van het album. De tracks van Jay-Z, Jadakiss en ook die met CJ luisteren makkelijk weg, maar zijn zeker geen muzikale hoogstandjes. De mensen die het werk van Biggie niet goed kennen, zullen deze plaat kunnen waarderen, maar de rest hoeft helaas niet veel nieuws te verwachten. Hoewel Notorious op zichzelf een goede plaat is, voelt het aan alsof de legendarische status van Biggie voor de zoveelste keer wordt misbruikt door Badboy records om gewoon extra inkomsten te genereren.

Bron: www.hiphopleeft.nl

The Streets - Everything Is Borrowed (2008)

poster
3,5
The Streets is, anders dan de meervoudsvorm van het woord doet vermoeden, geen groep, maar slechts één persoon: de bijna dertigjarige Mike Skinner. Hij ziet eruit als een gewone Engelse jongen en ook zijn stem is niet speciaal. De muziek van Mike is echter alles behalve doorsnee: de Brit heeft een grote lading originaliteit in de hiphopwereld gepompt met zijn album Original Pirate Material uit 2002. De grote mengelmoes van stijlen maakte zijn geluid op dit album apart. Zo gebruikte hij bijvoorbeeld opgewekte pianomelodieën, maar ook breakbeats, waardoor de muziek toch wat van grime weg had. The Streets weet zich ook te onderscheiden door zijn Britse taalgebruik. Woorden als “mate”of “geezers” zijn een leuke afwisseling van de Amerikaanse slang die de rapscène overheersen.
Daarnaast is de flow van Mike op zijn zachtst uitgedrukt opmerkelijk te noemen: hij rapt op een rustige wijze en ook langzaam, daardoor lijkt hij bijna te praten in plaats van te rappen..Dit zou men als een minpunt kunnen interpreteren, maar niets is minder waar. Door spoken-word heeft The Streets een eigen geluid weten te creëren en op de inhoud is niets aan te merken. Zijn muziek is dan ook heel goed ontvangen in Engeland. Mike Skinner wordt weleens de Britse Eminem genoemd door zijn succes als blanke rapper. Daarmee is de vergelijking tussen beide heren dan ook gedaan, want voor de rest lijken ze op geen enkele wijze op elkaar.

Everything Is Borrowed is in veel opzichten anders dan zijn haar drie voorlopers. The Streets lijkt van grime op hiphop te zijn overgestapt en maakt bijna geen gebruik meer van breakbeats. Ook qua inhoud is hij veranderd. Waar hij vroeger over bijvoorbeeld de effecten van drugs praatte zijn de teksten op Everything is Borrowed filosofisch en serieus. Onderwerpen als religie komen veelvuldig voor en zelfs het einde van de mensheid wordt niet onbesproken gelaten (The Way Of The Dodo).

Qua muziek is er op Everything is Borrowed voor ieder wat wils: aan de ene kant staat de gospelachtige track Heaven For The Weather en aan de andere kant het jazzy On The Edge Of A Cliff. Deze muzikale diversiteit is nog knapper wanneer men weet dat The Streets zijn eigen muziek produceert. Ondanks het brede aanbod aan instrumenten, dat uiteenloopt van een gewone piano tot een elektrische gitaar en meer, klinkt het nooit misplaatst: de verschillende geluiden weten maar al te goed samen te werken naar een mooi geheel.

De titeltrack Everything Is Borrowed is een schoolvoorbeeld van Mike Skinners filosofische kant. Als een echte stoïcijn rapt hij hier over zijn ware bezittingen en volgens hem behoren de materiële zaken daar niet toe. Hij zingt in het refrein: “I came to this world with nothing and I leave with nothing but love//Everything else is just borrowed.” Hiermee wil hij zeggen dat de mens van de dingen om zich heen moeten genieten en dat materiële dingen als geleend moeten worden gezien. Orgelgeluiden geven de beat hier iets plechtigs.

The Streets zingt niet alleen in het refrein van de eerste track, alhoewel hij duidelijk geen zanger is. Zijn pogingen tot zingen zouden een Idols-jury dan ook genoeg munitie kunnen geven om een blooper-dvd mee te vullen. Zijn gezang is dus allesbehalve goed te noemen, maar toch wordt het nooit vervelend om naar te luisteren. Door de volle overgave waarmee Mike zingt, heeft zijn stem iets eerlijks en oprechts en voegt het gezang veel warmte toe aan de meestal kille Britse hiphop.

Relaties en de complicaties die erbij komen kijken worden besproken in het wat droevige I Love You More (Than You Like Me). The Streets legt uit hoe moeilijk het is iemand lief te hebben als de gevoelens niet wederzijds zijn. Hij weet de inhoud van de track muzikaal prachtig te onderstrepen met een productie die bestaat uit een prachtige melodie van fluit en piano, plus een vrouwenstem die de beelden van een regenachtige zondag weten op te wekken. Hij sluit de track uiteindelijk af met een blues pianosolo en weet daarmee een welkome rust te scheppen.

Als Everything Is Borrowed in de cd-speler gaat, horen we een en al Mike Skinner met zijn onmiskenbare stijl. The Streets valt niet echt in een hokje te plaatsen: hij klinkt immers alleen zoals zichzelf. De rapper klinkt volwassen in zijn teksten en qua muziek laat hij maar weer eens zijn diversiteit zien. Het Britse druipt af van de plaat door het accent en het Britse vocabulaire en daar moet men nou eenmaal van houden. Dit geldt ook voor de manier van rappen van Mike. Door het feit dat hij eigenlijk praat op de tracks zou hij saai kunnen klinken voor de een maar voor een ander zou het als een pluspunt kunnen worden gezien omdat het een manier is om zich te onderscheiden. Helaas ontsnapt The Streets niet aan de vloek die rust op iedere muzikant met een uitzonderlijk debuutalbum. Everything Is Borrowed is een heerlijke plaat, maar de luisteraar zal zich er niet van kunnen weerhouden het te gaan vergelijken met het ijzersterke Original Pirate Material. Uiteindelijk moeten de luisteraars van The Streets accepteren dat zulk bijzonder werk niet te reproduceren valt en dat niveau bijna niet te halen is. Gelukkig probeert Mike Skinner dat ook niet waardoor de plaat op zichzelf kan staan. De originaliteit en de typische Streets sound maken van Everything Is Borrowed een heerlijke plaat.

hiphopleeft.nl

Trife Diesel - Better Late Than Never (2009)

poster
3,5
Trife Diesel, ook bekend als Trife Da God, is een rapper met connecties. De geboren New Yorker groeide op te midden van de Wu-Tang Clan en kon van dichtbij zien hoe kwaliteitshiphop gemaakt werd. Al snel nam Ghostface Killah hem onder zijn hoede en begon Trife zelf rapvaardigheden te leren. Dit deed hij goed, maar altijd als gast of als lid van een crew. Acht jaar na zijn eerste verschijning op Bulletproof Wallets van Ghostface is het eindelijk tijd voor zijn solodebuut. Het heeft lang geduurd, maar zoals de titel van het album beweert: Better Late Then Never.

De plaat begint met een sterke productie van Blunt, die een samenvatting van Trife’s leven muziekaal ondersteunt. Op deze titeltrack worden warme saxofoongeluiden gemengd met een zangsample om het zomerse effect te maximaliseren. Blues en soulsamples komen overigens bijna op elke track terug, ook daar waar Blunt het produceren delegeert aan een andere beatboer. Het feit dat de beats in hetzelfde straatje passen smeedt de losse tracks tot een geheel, maar kan het album voor sommige mensen eentonig maken. Qua teksten hoeft de luisteraar geen dubbelzinnige punchlines te verwachten: op alle tracks toont Trife zich vooral sterk in narratieve raps. Dit past goed bij hem, omdat de rapper een prettige stem heeft die de luisteraar begeleidt door het verhaal.

De onderwerpen die Trife aansnijdt lopen flink uiteen. Terwijl hij op Better Late Then Never zoals gezegd zijn leven tot dusver beschrijft, rapt hij in Blind Men over blinde muzikanten zoals Ray Charles die ondanks hun handicap het ver hebben geschopt. In Powerful Minds zet hij samen met Royce Da 5’9’’ de problemen van de wereld overzichtelijk op een rijtje en in Mother Like You staat zijn moeder centraal. Deze grote diversiteit aan onderwerpen is goed voor de plaat, want het houdt de luisteraar scherp. Ook de persoonlijke wijze waarop Trife deze onderwerpen aansnijdt is van toevoegende waarde. Op meer dan de helft van de nummers wordt de hoofdartiest bijgestaan door een of meerdere gastartiesten: sommigen hiervan zijn bekender dan anderen, maar bijna allemaal presteren ze gelijkwaardig. Hoewel deze samenwerkingen niet per se kwaliteit toevoegen aan de plaat schaden ze hem ook nergens.

Al met al doet Better Late Then Never zijn titel eer aan, want Trife Diesel heeft een aantal goede keuzes gemaakt. De rapper weet namelijk interessante verhalen op persoonlijke te vertellen over verschillende onderwerpen en daar heeft hij elke keer weer de juiste beat voor uitgekozen. Ook de keuze voor de gastartiesten was niet verkeerd. Ze passen allemaal bij hem en hun aandeel vindt heel harmonieus zijn plaats in het geheel. Toch is Better Late Then Never zeker geen klassieker. Daarvoor zou er meer variatie moeten komen op productioneel gebied en zou hij het zich wat lastiger kunnen maken op rapgebied door wat ingewikkeldere zinsconstructies te gebruiken of dubbelzinnige punchlines. Het album is overal leuk en lekker, maar nergens verrassend of vernieuwend. Desondanks is Better Late Then Never een prima debuutalbum en het is te hopen dat fans niet weer acht jaar moeten wachten op een vervolg.

Link: hiphopleeft.nl

Two Fingers - Two Fingers (2009)

poster
4,0
Braziliaan Amon Tobin en Brit Joe “Doubleclick” Chapman zijn producers en DJ’s die vooral elektronische muziek maken. In 2009 besloten beide heren om hun gedeelde liefde voor electro een eigen geluid te geven op een gezamenlijk album. Op dat moment is het producerduo Two Fingers geboren, dat een scala aan muziekstijlen combineert en zodoende muziek maakt met een speciale sound. De voornaamste stijlen zijn hiphop, dubstep en grime, waarnaast zijn ook Spaanse gitaren en oosterse snaarinstrumenten als de sitar te herkennen in de beats. Voor het debuutalbum, dat geen titel heeft, is grime/hiphop rapper Sway Dasafo uitgenodigd om de beats van vocalen te voorzien. Naast Sway moeten ook gastartiesten Ce’Cile en Ms Jade de producties een extra dimensie geven.

Op de cover staat ‘Two Fingers featuring Sway’ en dat is precies de hiërarchie die muzikaal is te onderscheiden. Hoewel tien van de twaalf nummers voorzien zijn van stembegeleiding (waarvan zeven keer rapper Sway) is dit niet waar het album om draait: op alle tracks zijn knallen de producties en zijn ze zo duidelijk aanwezig dat de luisteraar wel moet gaan geloven dat de raps slechts gastbijdragen zijn. De teksten zijn niet slecht, maar dragen amper een boodschap met zich mee. De raps versterken de muziek meer door het stemgeluid dan door de inhoud ervan. Op de track High Life is het zelfs zo dat de tekst van Sway onverstaanbaar door de muziek is gemixt door Two Fingers. In dat opzicht is Dasafo dan ook de geknipte persoon om te figureren op dit album. De MC uit Londen heeft namelijk al op zijn eigen platen laten horen dat hij naast woorden ook rare geluiden gebruikt bij het rappen. Daarnaast kan Sway in een hoog tempo rappen, waardoor hij de snelle producties makkelijk kan bijbenen.

Individuele nummers gaan bespreken heeft weinig zin op een album waar de tracks zo van elkaar verschillen qua instrumentatie. Toch is op productiegebied een aantal zaken dat herhaaldelijk terugkomt: alle tracks zijn voorzien van een redelijk hoge BPM (Beats Per Minute) en maken gebruik van veel lage geluiden en baslijnen die een donkere sfeer creëren. Het geluid van het album is misschien het beste te beschrijven als een combinatie van Boy In Da Corner van Dizzee Rascal en de muziek van dubstepartiest Benga. De beats zijn meestal dan ook druk en rijk aan ruwe geluiden en bovendien een mengelmoes van stijlen. Dit kan afschrikwekkend werken bij mensen die niet gewend zijn aan dubstep en grime, maar voor de luisteraar die wel raad weet met dit soort genres is de kunde van Two Fingers duidelijk te herkennen. Ongepolijste computergeluiden worden mooi ritmisch geplaatst op een skelet van breakbeats en een dikke bas. Chaotische geluiden worden door dubstepdrums afgeremd om toch een mooi geheel te vormen.

Het duo heeft al aangegeven meer albums te gaan uitbrengen en een serie te willen maken. Two Fingers heeft met dit debuutalbum in elk geval prima visitekaartje afgegeven. De geheel eigen stijl van de heren en de wat experimentele geluiden kunnen een hoge drempel vormen voor sommige mensen om dit album te gaan beluisteren. Maar toch kan deze muziek geïnterpreteerd worden als frisse windvlaag en een geslaagde poging om origineel te klinken. De keuze voor Sway als “hoofd-rapper” van het album is goed te onderbouwen: de beste man heeft een aparte manier van rappen en een snelle flow die perfect past bij de electronische productie van Two Fingers. Deze plaat zou perfect kunnen passen bij de luisteraars die mainstream muziek beu zijn en verder willen kijken dan hun neus lang is.

Bron: hiphopleeft.nl

Tyga - No Introduction (2008)

poster
1,0
De achttienjarige Tyga kiest op arrogante wijze voor de titel No Introduction, terwijl een introductie juist wel op zijn plaats zou zijn geweest. Bekend is de rapper uit Compton namelijk niet. Tyga is het neefje van Travis Mccoy van de Gym Class Heroes en staat onder contract bij twee labels: Young Money Entertainment, het label van Lil Wayne en Decaydance Records, het label van Pete Wentz (bassist van Fall Out Boy). Tyga’s muziekstijl past precies in dit plaatje: commerciële hiphop met hier en daar emo-rock invloeden en hooks. Mocht Tyga nu klinken als een vernieuwende rapper, dan is dat onterecht. De jonge rapper klinkt als een standaard commerciële rapper en zijn debuut is ook nog eens niet om aan te horen.

De eerste single Coconut Juice is al een dieptepunt. De titel is nog het beste van het liedje, want verder valt er niets te beleven. Zo laat de jonge rapper het woord club vier keer rijmen op het woord…club. Voor de rest hoor je in Coconut Juice eigenlijk weinig rap, maar meer een soort dancehall-gezang van de half Jamaicaanse rapper. Naast de gebrekkige “raps”, gaat de tekst van het liedje helemaal nergens over. Het liedje bestaat alleen maar uit lines als: “Put the lime in the coconut and twist it all up//Twist it all up//Twist it all up//I'm back, DJ - can I get a replay?// Ay, ay, ay HEY//Ay, ay, ay HEY”. Een kind van vijf had ze geschreven kunnen hebben.

Gelukkig worden de teksten iets beter in andere liedjes, maar ze bereiken nog lang niet het gewenste niveau. Een van de minder slechte tracks is Don’t Regret It Now met Patrick Stump (zanger van Fall Out Boy). Wat al heel snel blijkt, is dat Tyga op de achtergrond raakt en dat de leadsinger van Fall Out Boy de hoofdrol opeist in de track. Het was niet eens erg geweest als Tyga zijn vocalen had weggelaten, zo erg wordt hij overschaduwd door de zanger.

Een ander redelijk liedje is Diamond Life, waar Tyga rapt over onder meer zijn vroege verslaving aan tatoeages en de faam waarover hij droomt. Voor de rest is er niets speciaals aan het liedje en de lyrics halen hoogstens een modaal niveau. De track valt alleen op omdat de rest van de cd van een bedroevend laag niveau is.

Om dit nog maar eens aan te geven, kijken we naar wat Tyga rapt op Supersize Me: “Jet lag//Louis Vuitton bags//Under the I.C.//They don’t recognize me?//So are, you following me?”. Voor het overige heeft Tyga voor zijn plaat kinderrijmpjes gebruikt als: “She know I spend c-notes on all my people//Well done//Ain’t nothing like that pool party fun//I got plenty drink//Give the pool party some.” (-Summertime)

Een rode draad in het album is het American High School gevoel. In elk nummer komt er wel iets kinderlijks en jeugdigs naar voren. Een titel als Cartoonz helpt ook niet echt om de man te zien in Tyga. Hoe tof hij ook wil overkomen met de Z op het eind van Cartoon, regels als “Meet me//the Looney Tune 17 from the CPT//Ed, Edd, and Eddy couldn’t beat me in more D’s//Roll 22’s on the whip//they call them Fantastic Four’s//Whoa I’m sick” zijn niet indrukwekkend en helpen hem zeker niet om hard over te komen. De beste man rapt hier immers op een kinderlijk eenvoudige manier over tekenfilms, niets meer dan dat.

Het thema tienerliefde komt verder meerdere keren voor op No Introduction, wat de toch wel misselijkmakende commerciële factor maar weer eens onderstreept. In liedjes als Pillow Talkin zegt Tyga zoetsappige en afgezaagde dingen als “Thinking, you was my golden token//Now I’m feeling frozen //Looking like my life is hopeless.”

De meest ironische track op dit album moet wel Woww zijn. In deze track durft Tyga te beweren dat hij vernieuwend is en dat niemand als hem klinkt. Grappig, omdat het meest opvallende aan de cd de non-originaliteit van Tyga is. Het enige wat hem onderscheidt van de basis commerciële rapper is de hoge stem die hij heeft - maar dat is nou niet iets om over op te scheppen.

Het is overduidelijk dat No Introduction snel is samengesteld om snel wat geld te verdienen. Het gevolg: een non-origineel album waarbij de X-factor ver te zoeken is. De zogenaamd aanstekelijke hooks zullen de luisteraar eerder een oorinfectie bezorgen, dan dat ze hem zullen bekoren. Als ik iets positiefs wil halen uit de luisterervaring kan ik zeggen dat Tyga nog maar achttien is en heeft dus genoeg tijd om zich te ontwikkelen en te beslissen of hij zulke troep aan mensen wil gaan voorschotelen. Maar duidelijk is dat Tyga op zijn eerste album zich op geen wijze heeft weten te onderscheiden van zijn concurrenten en een ongeïnspireerde plaat heeft uitgebracht. No Introduction van Tyga is het beste te vergelijken met de zoveelste High School-movie: het is uitgekauwd, uitgemolken en bovendien zit er een kinderachtig sausje overheen.

Bron:www.hiphopleeft.nl