MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Capo Regime als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Salah Edin - WOII (2011)

poster
3,5
Dat Salah Edin met zijn muziek voor opschudding wil zorgen mag inmiddels duidelijk zijn. Zijn debuut Nederlands Grootste Nachtmerrie wist door de pittige teksten, gewaagde clips en de cover (waarop de rapper zich voordoet als Mohammed B.) flink wat controverse in de media te generen. In een oud interview met Hiphopleeft legt hij uit waarom: “Als je geen duidelijke stelling neemt in je muziek, gaan mensen niet reageren. Als dat niet gebeurt, dan ontstaat er geen dialoog. En zonder dialoog denken mensen er niet over na.” Na zijn Arabische uitstapje Horr is Salah klaar voor een nieuw Nederlands avontuur. Het album heet WOII en met tracks die namen als Auxwitz en De Ster dragen, is de verwachting dat ook deze plaat zal choqueren.

Wat het meest aan het album opvalt, is de mate waarin het concept ‘WO II’ daadwerkelijk in de muziek is gestopt. Natuurlijk verwijst de rapper in elke track wel sporadisch naar de Tweede Wereldoorlog en praat hij op onder andere Derde Rijk, ‘T Manuscript en Als Ik Nederlander Was over de huidige binnenlandse (rechts kabinet) en buitenlandse problemen (Palestina/Israël-kwestie). Toch lijkt het album vooral met de titel en de tracklist mensen tot een dialoog te moeten dwingen. Tracks als Generaal S, De Ster en E.V.A. verschillen qua thematiek nauwelijks van een doorsnee hiphopnummer. Zo is Generaal S een knallende brag & boast-track, De Ster een nummer over Salahs sterrenstatus en E.V.A. niets meer dan een liefdesbetuiging. Het gaat te ver om te zeggen dat WOII een oppervlakkig album is, maar toch blijft er een bittere nasmaak in de mond achter wanneer een concept expliciet naar de buitenwereld wordt uitgedragen en uiteindelijk maar in mondjesmaat in de muziek terugkomt.

Als je je over dit struikelblok heen kan zetten blijft er echter wel een aardige plaat over. Salah Edin heeft een rauwe en hese stem die prettig in het gehoor ligt. De flow van de rapper is niet altijd even vloeiend, maar dat wordt grotendeels gladgestreken door de ijzersterke, Jake-One-achtige beats. Vooral huisproducer Shroom - die ook met onder anderen Busta Rhymes en Mobb Deep samenwerkte - verzorgt uitstekend werk. Zijn melodieën zijn pakkend, en dat terwijl ze door snoeiharde drums worden begeleid. Toch wordt het muziekgeweld je nooit teveel, omdat de veelvuldige stemsamples en zangeressen die in de nummers zijn verweven het geheel verzachten.

WOII is door de controversiële titel voor de release al gespreksonderwerp geweest. Door de gevoeligheid van het concept ontstaat er bij een deel van de luisteraars over de inhoud een bepaalde verwachting, maar daar wordt niet aan voldaan. Salah Edin blijft een geëngageerde rapper die het niet schuwt om zijn mening te verkondigen, maar toch blijft er een gevoel achter dat hij om zijn albums heen harder schreeuwt dan in de muziek zelf. Ondanks dit nadeel staat WOII sterk overeind. De beats zijn pakkend en met veel gevoel gemaakt, terwijl Salah Edin met zijn zware stem en unieke manier van rappen de producties mooi aanvult. Nu het album is uitgebracht, is het afwachten of de bom zal inslaan.

Bron: Hiphopleeft

Short Bus Alumni - Mr. T's Revenge (2008)

poster
3,5
Wie het over Atlanta en hiphop heeft, denkt al gauw aan Lil Jon, grills en de snap. Maar wie denkt dat in de geboortestad van crunk alleen maar commerciële hiphop wordt gemaakt, zit ernaast. Tussen alle Cadillacs en verchroomde velgen zit een busje met geschoolde rappers die zich willen onderscheiden van hun stadgenoten, door met slimmere raps voor de dag te komen. Deze rappers noemen zich Short Bus Alumni.

Short Bus Alumni is een vijfkoppige rapformatie uit Atlanta die met weinig financiële hulp muziek maakt en Mr. T’s Revenge is haar debuutalbum. De reden voor deze titel wordt snel duidelijk als men de cd opzet. Het eerste dat je hoort is namelijk de stem van Mr. T, het icoon van de serie The A-Team. Hij laat er meteen een hem zo kenmerkende oneliner op los: “I’m scared and when I’m scared I tend to get mean and you don’t ever want to see me mean.” Hier zal het niet bij blijven, want Mr. T komt vaker voor op het album en dient als afwisseling met zijn typische zinnetjes.

Short Bus Alumni heeft een aparte stijl die sterk doet denken aan The Bridge EP van Tanya Morgan. Dit heeft niet alleen te maken met de jazzy soulbeats waarop beide groepen het liefst rappen, maar ook de flows en in sommige gevallen zelfs de stemmen tonen overeenkomsten. Deze gelijkenis met Tanya Morgan is helemaal geen slechte zaak, integendeel.

Het is wel jammer dat de uitvoering minder goed is dan bij Tanya Morgan. Daar waar Tanya Morgan met goed bedachte punchlines en metaforen komt, weten de rappers van Short Bus het niveau van een leuk narratief verhaal niet te ontstijgen. Ook instrumentaal is het minder goed, want de zelfgeproduceerde beats van Short Bus Alumni weten op de een of andere manier de luisteraar niet te pakken en klinken net iets te druk. Het lijkt of er teveel geluid wordt geproduceerd in een (te) korte tijd. Zelfs wanneer de beat niet hectisch lijkt, krijgt de luisteraar het gevoel dat er iets niet klopt, ook al kan hij zijn vinger niet op de zere plek leggen. Het gevoel verdwijnt wel na een aantal luisterbeurten, maar de vraag is of de gemiddelde luisteraar dan niet al is afgehaakt.

Een erg catchy track met hitpotentie is Go Team Go, met als rode draad Short Bus Alumni. Het is een boast & brag-track waarbij het niet gaat om dikke auto’s, maar over de kwaliteit van de muziek van de groep en het succes dat volgens de leden zal volgen. Zoals de titel al doet vermoeden is het refrein een aansporing voor de groep om er honderd procent voor te gaan in de rapgame. Op een beat van Raydar Ellis weten de rappers met leuke regels te komen, zoals deze van Catch Phrase: “You pop shit, then apologize like kobe//You so weak, we don’t do menstruals and nosebleeds//We take it to the end of the roll, like cold cheeks.” Aan het eind van de track komt Mr. T weer even langs om een grappige en verder betekenisloze oneliner te droppen.

Een andere opvallende track is Genacix. De track trekt de aandacht door de goede serieuzere teksten en de simpele maar melancholische pianomelodie van de beat. Het thema is de binnenlandse problematiek in de VS en de achtergesteldheid van de zwarte bevolking. Hoewel dit onderwerp al vaker is aangesneden, denk aan Nas met zijn album Untitled, is het niet vervelend om ernaar te luisteren. Aardig bedachte teksten (“The mediaman act like a meteorman//Had needle jammed in his vein when he saved the fan//When in actuality they throw us all in the same boat//Sounds familiar, they paint us with the same stroke”) en een toepasselijke beat zorgen ervoor dat dit een van de betere nummers van het album is geworden.

De rappers van Short Bus Alumni laten op Mr. T’s Revenge zien dat ze met beperkte middelen nog een aardige plaat kunnen maken. Bij de eerste paar luisterbeurten lijken de beats net een piep of een drumslag teveel te hebben, maar dat hoor je na een tijdje niet meer. De voorspelling is dat de gemiddelde luisteraar hier niet op zal wachten en cd opzij zal leggen voordat hij gewend is aan het geluid, wat heel jammer is omdat het verder een heel degelijke plaat is. De oneliners van Mr. T zijn origineel gebruikt en een leuke toevoeging aan het geheel. Short Bus Alumni heeft met haar debuutalbum niet weten te verassen, maar wel duidelijk gemaakt dat er rekening gehouden moet worden met deze groep.

Bron: hiphopleeft.nl

SirOJ - Goed Ontmoet (2010)

poster
3,0
Noah's Ark heeft het afgelopen jaar met het aantrekken van Hef, het uitbrengen van De Kassier en de Bang Bros-tour goede zaken gedaan. Maar in plaats van frontaal de confrontatie met rivaal Top Notch op te zoeken kondigden beide partijen een samenwerking aan voor het solodebuut van producer SirOJ. Goed Ontmoet is de naam die de plaat draagt: een verwijzing naar de mensen die hij de afgelopen jaren heeft ontmoet, ontmoetingen die hebben geleid tot succesvolle samenwerkingen.

Na een aantal jaar in de scene werkzaam te zijn geweest, heeft SirOJ inmiddels al aardig wat bekende namen voor zijn album weten op te trommelen. Eén van de grotere verrassingen is de hereniging van Boyz in de Hood. De broers Hef, Crooks en Ado’nis (Adje) bundelen hun krachten om meteen de beste track van het album af te leveren: Wat Wil Je. Een uptempo beat met een aanstekelijke keyboardmelodie ondersteunt de gebruikelijke levensbeschrijvingen van de broers met grappige lines als “Je ziet me lachen met die nigga’s die geen grap maken” of “Een young boy met een baard als Sean P//Ben on point, je pompt nooit meer die nigga van toen”.

Een andere verassing staat op naam van Önder. De rapper trekt op Hoofdrolspeler qua thematiek de lijn van De Kassier door en levert samen met Winne dan ook een matige track waar veel teksten herkauwd klinken. Maar de Eindhovenaar laat wel een andere kant van zich zien op Waar Het Begon, waar hij zijn ontmoeting met OJ en het verloop van beide carrières op leuke, maar vooral levendige wijze weet te beschrijven. Oude bekende Mike Tibbert vormt een team met Akwasi voor Zelfverheerlijking; een zeer rustige sfeervolle jazzy track waar beide heren kalm, zelfverzekerd en vakkundig zichzelf op borst kloppen.

Helaas zijn prominente namen geen garantie voor kwaliteit of überhaupt een meerwaarde voor de plaat. Zo komen Dio, Leeroy, Kraantje Pappie en Hairo allemaal met gevoelige nummers en weet geen van allen de spijker op zijn kop te slaan. Dio beschikt nog steeds over een snelle en veel te blije poppy flow die te vaak wordt doodgegooid met stopwoordjes als ‘uh’ en ‘yeah’. Leeroy verrast door zijn keuze voor een rustige beat, maar helaas valt hij onmiddellijk door de mand omdat hij (in tegenstelling tot Akwasi) zich geen raad weet met het lage tempo van de track, en de gevoelige inhoud heel onwennig uit zijn mond komt. Kraantje Pappie en Hairo zijn grijze muisjes op hun nummers en weten met hun oninteressante cliché gerap als: “Jij bent een godswonder en ik heb er voor gezondigd//Mijn levensstijl hangt tegen het ongezonde//Ik was niet opzoek en toch heb ik het nu gevonden//Gevoelens waarvan ik niet wist dat ze bestonden//gevoelens waarvan ik niet weet hoe te verwoorden” geen seconde de aandacht op zich te vestigen. De titels, respectievelijk Zo Speciaal, Zij Zei, Met Jou en M’n Meid, getuigen overigens ook niet van al teveel originaliteit. Maar een absoluut dieptepunt van Goed Ontmoet is wel Fel van SpaceKees. Een wat kale, maar zeker niet lege filmische beat van SirOJ smeekt erom door nadrukkelijk aanwezige raps te worden aangevuld, maar in plaats daarvan sust SpaceKees met een halffluisterende stem, een hakkelige flow en kinderrijmpjes de luisteraar gegarandeerd in slaap.

De rappers op Goed Ontmoet lijken de grootste dooddoeners voor het album, maar het zou ook te makkelijk zijn om de producer van alle schuld kwijt te schelden, want ook hij slaat hier en daar de plank mis. De beats van Zo Speciaal en Wat Ik Doe kennen weinig eigen persoonlijkheid en gaan zo het ene oor in en het andere uit, terwijl een aantal andere beats niet krachtig genoeg is om de misstappen van de vocalisten te verhullen. Maar SirOJ toont qua muziek ook veel variatie. Rustige muzikale nummers worden afgewisseld met snellere gepolijste tracks, terwijl blazers, violen en piano’s ook zo worden ingeruild voor duidelijk door computer gegenereerde geluiden. En zelfs de ruimte tussen de losse nummers wordt bekwaam geplaveid door lange meeslepende outro’s. Het is daardoor heel jammer dat de ijver van de producer op sommige tracks door de rappers of zangers wordt tenietgedaan.

Goed Ontmoet heeft veel media-aandacht weten te vangen doordat het de eerste plaat is die door Noah’s Ark én Top Notch samen wordt uitgebracht. Op deze wijze nadrukkelijk in de belangstelling staan schept hoge verwachtingen en in dat opzicht voelt het album aan als een teleurstelling. Omdat dit geen instrumentaal album is, spelen vocalen een niet te ondermijnen rol. Waar goede vrienden als Jiggy Djé en Mike Tibbert het album goed doen, helpen kompanen als Hairo en Kraantje Pappie de plaat om zeep. Voor elke goede rapverse is er één matige; rappers verpesten maar al te vaak fatsoenlijke beats, waardoor de plaat ook de middelmaat niet kan ontstijgen. Toch zijn de producties van SirOJ veelzijdig en kwalitatief degelijk tot goed. Daarnaast tonen ze ook dat hij sinds de Turkse Pizza EP is gegroeid. Met dit in het achterhoofd mag er worden uitgekeken naar een volgend project, waar de producties hopelijk beter tot hun recht komen.

Bron: Hiphopleeft

Skinto - Speeltijd Is Over (2011)

poster
3,5
Skinto was één van de eerste Nederlandstalige rappers die grimmige dubstep- en drum-‘n-bass-beats gebruikte om over te rappen. Deze aparte combinatie en zijn energieke manier van optreden bezorgden hem de nodige aandacht. Daarnaast was zijn affiliatie met het populaire Zwart Licht ook goed voor zijn naamsbekendheid. Na twee positief ontvangen mixtapes, Vuurstarter (2008) en Roekeloos (2009), beloofde de rapper twee jaar geleden in diverse media met zijn debuutalbum te komen. Na wat vruchteloos geflirt met labels heeft Skinto er genoeg van en besloot hij een EP in eigen beheer uit te brengen. De titel Speeltijd Is Over moet aangeven dat de rapper aan een nieuwe fase in zijn carrière begint.

In een interview met Hiphopleeft beweerde Skinto dat het hem op Speeltijd Is Over allemaal gaat om de mensen te verrassen. Op deze EP is Skinto de enige die vocalen verzorgt, waardoor de producers meteen de enige gastartiesten zijn. De grootste verrassingen komen vooral van de kant van SirOJ en FS Green. Beiden staan bekend om hun pakkende en bombastische hiphopbeats, maar op deze EP verzorgt OJ een melodieuze dubstepsymphonie, terwijl FS Green een snoeiharde drum-‘n-bass-productie met een sample van klassieke muziek voortbrengt.

Huisproducer Craz-E staat ook een paar keer op de EP. De grimemaker is niet zozeer verrassend, maar lijkt wel beter te zijn dan op de voorgaande tapes. Vooral de drum-‘n-bass-beats die hij samen met DJ Promo heeft gemaakt wekken door de hardheid en snelheid een hoge dosis adrenaline op. De zorgvuldig geplaatste bridges en stemsamples verzachten de beats op de juiste plekken.

Skinto zelf verrast enigszins. Op zijn oude tapes leek hij zijn raps vooral te gebruiken als een manier om wat afwisseling aan de beats te geven en mensen op te hypen. Ook al moet de rapper het nog steeds hebben van zijn opzwepende flow, hij heeft ook nummers waarop hij de nadruk op de tekst legt. Serious en Mo Faya hebben een wat rustigere beat waardoor de woorden beter te verstaan zijn. Deze kalmte gebruikt hij om te praten over de onzekerheden en tegenslagen die hij heeft moeten trotseren om op dit punt in zijn carrière te belanden. Hij durft zelfs zo ver te gaan als: “Vond mezelf even dope, maar was mezelf niet//Het zelfvertrouwen was er niet, vond mezelf triest.”

Het heeft even geduurd, maar Skinto heeft eindelijk zijn eerste officiële wapenfeit uitgebracht. Er staan maar zes tracks op deze gratis EP, wat uitstekend is omdat er geen onnodige opvulling lijkt te zijn en alle nummers kwalitatief goed zijn. Vooral op productioneel niveau is Speeltijd Is Over een waar juweeltje. De hiphopproducers verbazen de luisteraar door zich op nieuwe artistieke gebieden te begeven, terwijl de gebruikelijke namen simpelweg goede grimey beats leveren. Daarnaast wordt er een prettig evenwicht gevonden tussen melodie en hardheid, en dit kan lastig zijn bij genres als dubstep en drum-‘n-bass. Skinto doet het door zijn soepele en rappe flow vooral goed als hypeman, wat wil zeggen dat er niet teveel van de inhoud moet worden verwacht en de vocalen vooral opzwepend zijn. Toch laat de rapper op sommige tracks doorschemeren dat hij langzamerhand meer in zijn muziek wil vertellen. Wat dit precies te betekenen heeft voor de volgende platen, is nog onduidelijk. Het is wel te hopen dat we daar minder lang op hoeven wachten dan op Speeltijd Is Over.

Bron: Hiphopleeft

Snoop Dogg - Malice N Wonderland (2009)

poster
2,0
Muziekpioniers zijn niet per definitie de beste artiesten in hun vak, maar ze zijn er wel vanaf het eerste uur bij geweest en hebben daarnaast een pad vrijgemaakt voor de mensen die na hen kwamen. Snoop Dogg zit al bijna twintig jaar in het vak en mag tot deze categorie worden gerekend: de legende uit L.A. is namelijk een beperkte rapper, maar hij klampt zich (na bijna twee decennia) nog steeds vast aan zijn significante positie in de scene. De muziek die hij tot nu toe heeft gemaakt is weliswaar van wisselende kwaliteit en met fluctuerend succes, maar toch is een hiphopcultuur zonder hem ondenkbaar. Zijn herkenbare stemgeluid en geheel eigen flow scheppen de icoon van Snoop. Daarnaast heeft de boomlange rapper een aparte en ook charismatische vertoning: hij weet zijn gevaarlijke gangsterimago te behouden, terwijl hij zich - vooral in de media - toch vaak clownesk gedraagt. Anno 2009 is Snoop klaar om zijn tiende soloalbum, genaamd Malice N Wonderland, uit te brengen. Het is nu de vraag of het behalen van dit magische aantal een even magische plaat tot gevolg zal hebben.

Het album begint tamelijk goed; na een korte intro (ingesproken door zijn zoontje) knalt het album met de single I Wanna Rock meteen door de speakers. Het is een klassieke Snoop Dogg-track waarin hij stijlvol met inhoudloos gezwets over de beat heen walst. De productie van Scoop DeVille en Dr. Dre is tevens pakkend en heeft tegelijkertijd iets onheilspellends. Op 2 Minute Warning toont The Doggfather in één minuut en drieënvijftig seconden zijn spreekwoordelijke tanden aan het publiek, en op 1800 laat hij zich op een degelijke beat van Lil Jon volledig gaan. Tot dan toe is de plaat nog goed te beluisteren, alhoewel het geleuter van Snoop over pimps, ho’s en bitches langzaamaan steeds meer begint te vervelen.

Maar vanaf Gangsta Luv begint de ellende pas echt. De beat van The-Dream is niet de boosdoener: de productie is niet bijzonder, maar heeft wel een herkenbare melodie en zal bij het uitgaan ongetwijfeld wat mensen ophitsen. Het zijn de gezongen refreintjes van de producer die de track de das om doen. Het is dus bedroevend dat The-Dream zijn gesmeerde vaseline-stem op Luv Drunk voor een tweede keer mag laten horen. Het dieptepunt van de plaat is de samenwerking met Soulja Boy. Alsof het al niet erg genoeg is dat Snoop hem voor Pronto heeft uitgenodigd, grijpt de jonge miljonair ook nog eens naar de autotune. Wanneer Soulja Boy de robotische stem eens niet gebruikt, scandeert hij ingenieuze teksten als “Mic check zero, one, two three//I don’t freestyle cause my style ain’t free//Soulja no limit, but I ain’t talking bout Master P.” De enige track op de tweede helft van de plaat die wel goed is, is Upside Down met Nipsey Hussle. Op een sterke minimalistische beat van Terrace Martin lijkt Snoop Dogg opgezweept te worden door de aanwezigheid van zijn look-a-like. De jonge Nipsey klinkt ook in zijn eigen couplet uiterst gretig, wat het hele liedje naar een hoger plan tilt en de inhoudloze raps enigszins goedmaakt.

Op Malice N Wonderland bewijst Snoop Dogg nogmaals een eenzijdige rapper te zijn. Na maximaal drie nummers beginnen zijn raps te vervelen, omdat hij alleen maar strooit met woorden als bitch, nigga, pimps en ho’s. Dit zijn wel woorden die de rapper uit South Central sinds het begin van zijn carrière gebruikt, maar na tien albums begint het wel flink uitgekauwd te klinken. Als hij zichzelf niet kan blijven vernieuwen is het misschien tijd om een pensioen te overwegen. De producties zijn over het algemeen het aanhoren waard, maar zeker niet sterk genoeg om de zwaktes van Snoop te verhullen. In dit soort gevallen was het handig geweest als hij werd bijgestaan door een aantal capabele gastartiesten die voor een evenwicht kunnen zorgen. Helaas kan dit niet verwacht worden van mensen als The-Dream, R. Kelly en Soulja Boy. Snoop Dogg laat op Malice N Wonderland zijn oude trucjes zien, maar helaas blijft het alleen bij wat slap geblaf en is het venijn er bij deze oude hond nu echt vanaf.

Bron: Hiphopleeft

Strong Arm Steady - Arms & Hammers (2011)

poster
2,5
Na het debuut Deep Hearted (2007) maakte Strong Arm Steady (SAS) met het goed ontvangen In Search of Stoney Jackson (2009) een uitstapje naar een nieuw geluid. De formatie uit L.A. liet haar bombastische, gepolijste beats achter zich en werkte een heel album lang met producer Madlib. Dit resulteerde in toffe producties die voornamelijk bestonden uit doffe soulsamples, vinyl gekraak en andere warme geluiden. Na twee jaar keren Phil da Agony, Mitchy Slick en Krondon terug met Arms & Hammers, waarop de heren naar hun eigen sound teruggrijpen.

Al bij de eerste track Had Enough zetten speelse keyboardakkoorden, piepende synthesizers en een gezongen refrein het Westcoast-sfeertje neer. Deze componenten worden door onder anderen DJ Khalil, Blaqthoven en Jellyroll behalve op dit nummer eigenlijk op de hele plaat in de beats verwerkt. En ook gastartiesten als Game, Too $hort en Kurupt dragen bij aan deze ambiance. Dus klinken zowel de producties als de gastverzen naar verloop van tijd enigszins plichtmatig en vooral ongeïnspireerd. De beats zijn kleurloze pogingen tot bangers en ook de grote rappers die voor Arms & Hammers zijn uitgenodigd wekken de schijn alleen bereid te zijn geweest hun restjes aan SAS te schenken. Ook de vocalen van Phil da Agony, Mitchy Slick en Krondon zelf weten de nummers niet omhoog te krikken. De mannen komen voornamelijk met doorsnee straatraps en opschepperij die het prima als beatopvulling doen, maar nergens vernieuwend of verfrissend klinken. Hierdoor ontstijgt slechts een handvol tracks - Had Enough, Make Me Feel, Chiba Chiba Pt. 2 en When Darkness Falls - het niveau van middelmaat, omdat op deze nummers alle personages hun rol wél passievol weten te vervullen.

Al met al levert SAS met Arms & Hammers geen slechte, maar wel saaie plaat af. Met In Search of Stoney Jackson had de groep een prima album afgeleverd, maar nu wordt duidelijk dat het vooral kwam door de ijzersterke producties van Madlib. De heren hadden duidelijk een klassieke Westcoastplaat voor ogen en hebben ook op deze wijze de beats laten maken en de gastartiesten uitgekozen. Helaas klinkt het geheel uitgekauwd: de producties lijken al eerder en beter de revue te zijn gepasseerd en ook de grote gastartiesten maken hun gewichtige naam niet waar. Nu is het maar hopen dat SAS voor het volgende project een inspiratievolle producer kan strikken om het nieuwe werk van de groep naar een hoger niveau te tillen.

Bron: Hiphopleeft