Hier kun je zien welke berichten Capo Regime als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rare Villains - Embezzlementals (2010)

3,5
0
geplaatst: 18 april 2010, 10:45 uur
Voor een recensent is het vrij spannend om een schijfje in de bus te krijgen, waar hij helemaal niets over weet. Verrast worden is namelijk een zeldzaam goed in de muziekindustrie en dat maakt het beluisteren van het debuut van Rare Villains Embezzlementals des te spannender. Over het Amsterdamse producersduo is nog heel weinig bekend, behalve het feit dat ze met een zeer bescheiden cv toch een deal met het kleine Hight Lowlife Records uit Londen heeft kunnen sluiten.
Het is voor hiphopproducers sowieso vaak lastig om een instrumentaal album uit te brengen zonder dat de luisteraar het gevoel krijgt dat hij naar een halfproduct luistert. Om dit te omzeilen neemt Rare Villains - voor een debuterende act - dan ook een groot risico. In plaats van pakkende bonte beats te maken, waar de gemiddelde rapper een verse over kan spitten, proberen ze met wat rustigere producties een sfeervol album te maken. En al bij de eerste klanken wordt duidelijk waarom deze plaat bij het Britse label in de smaak viel. Lage, grimmige elektronische tonen schetsen op knappe wijze een donker sfeertje dat gedurende de nummers aanwezig blijft. Op Embezzlementals klinkt de muziek vaak kaal, maar zeker niet op een negatieve manier; met detailwerk weet Rare Villains de rustige beats in de vorm van een bepaald gevoel inhoud te geven. Druppelend water bij Harmony, subtiele windvlagen bij Status Angry of simpelweg een goedgeplaatst computerbliepje bij Prophet’s Walk die meer voor de track doet dan een wirwar van geluiden. Dychoned - één van de minst donkere beats van Embezzlementals - laat duidelijk horen dat Rare Villains ook bijzonder goed pakkende melodieën weet te produceren en er toch een eigen draai aan geeft.
Toch kent het sterke Embezzlementals ook zijn minpunten; op sommige tracks slaat het producersduo de plank mis. Zo lijken 264591 en East Berlin niet kaal, maar eerder leeg: het tekort aan geluiden accentueert de drums, die soms wat eenvoudig klinken, waardoor de luisteraar op een stem blijft wachten die de muziek een handje moet helpen. Daarnaast haalt de plaat de dertig minuten niet, waardoor het voor een volledig album toch ietwat karig oogt en eigenlijk meer de lengte heeft van een EP. De tracks - die zelden de drie minuten passeren - hadden zeker niet langer gemoeten, maar een nummer of twee meer had Embezzlementals net wat meer het gevoel van meer dan een tussendoortje meegegeven.
Toch kan Rare Villains tevreden terugblikken op Embezzlementals. Het duo heeft een risico genomen door geen populaire bombastische beats te produceren, en dit is niet zonder succes. De muziek is niet drukkend, maar toch sterk aanwezig. Het subtiel implementeren van details spreekt in het voordeel van Rare Villains en geeft de plaat haar unieke geluid. Met Embezzlementals heeft Rare Villains laten horen dat het zeker een eigen geluid heeft, maar om door te stromen naar een ietwat groter publiek zal het koppel ook voor rappers moeten gaan produceren.
Bron: Hiphopleeft
Het is voor hiphopproducers sowieso vaak lastig om een instrumentaal album uit te brengen zonder dat de luisteraar het gevoel krijgt dat hij naar een halfproduct luistert. Om dit te omzeilen neemt Rare Villains - voor een debuterende act - dan ook een groot risico. In plaats van pakkende bonte beats te maken, waar de gemiddelde rapper een verse over kan spitten, proberen ze met wat rustigere producties een sfeervol album te maken. En al bij de eerste klanken wordt duidelijk waarom deze plaat bij het Britse label in de smaak viel. Lage, grimmige elektronische tonen schetsen op knappe wijze een donker sfeertje dat gedurende de nummers aanwezig blijft. Op Embezzlementals klinkt de muziek vaak kaal, maar zeker niet op een negatieve manier; met detailwerk weet Rare Villains de rustige beats in de vorm van een bepaald gevoel inhoud te geven. Druppelend water bij Harmony, subtiele windvlagen bij Status Angry of simpelweg een goedgeplaatst computerbliepje bij Prophet’s Walk die meer voor de track doet dan een wirwar van geluiden. Dychoned - één van de minst donkere beats van Embezzlementals - laat duidelijk horen dat Rare Villains ook bijzonder goed pakkende melodieën weet te produceren en er toch een eigen draai aan geeft.
Toch kent het sterke Embezzlementals ook zijn minpunten; op sommige tracks slaat het producersduo de plank mis. Zo lijken 264591 en East Berlin niet kaal, maar eerder leeg: het tekort aan geluiden accentueert de drums, die soms wat eenvoudig klinken, waardoor de luisteraar op een stem blijft wachten die de muziek een handje moet helpen. Daarnaast haalt de plaat de dertig minuten niet, waardoor het voor een volledig album toch ietwat karig oogt en eigenlijk meer de lengte heeft van een EP. De tracks - die zelden de drie minuten passeren - hadden zeker niet langer gemoeten, maar een nummer of twee meer had Embezzlementals net wat meer het gevoel van meer dan een tussendoortje meegegeven.
Toch kan Rare Villains tevreden terugblikken op Embezzlementals. Het duo heeft een risico genomen door geen populaire bombastische beats te produceren, en dit is niet zonder succes. De muziek is niet drukkend, maar toch sterk aanwezig. Het subtiel implementeren van details spreekt in het voordeel van Rare Villains en geeft de plaat haar unieke geluid. Met Embezzlementals heeft Rare Villains laten horen dat het zeker een eigen geluid heeft, maar om door te stromen naar een ietwat groter publiek zal het koppel ook voor rappers moeten gaan produceren.
Bron: Hiphopleeft
RB Djan - De Onderbaas (2011)

4,0
0
geplaatst: 9 februari 2011, 12:50 uur
Op het debuut van de negenkoppige rapcrew THC, Artikel 140 (2005), was hij al één van de meest opvallende verschijningen. RBDJAN kon met zijn raps het straatleven uiterst levendig beschrijven en combineerde dat met een bepaalde nonchalance en een charmant Amsterdams accent. Het is dan ook niet raar dat de aankondiging van zijn solodebuut De Onderbaas positief werd ontvangen. Maar zoals met veel andere projecten werd er met de releasedatum flink geschoven. Zes jaar na de eerste aankondiging ligt het schijfje nu eindelijk in de schappen.
Al vanaf de eerste seconde wordt de luisteraar gerustgesteld: dit is het vertrouwde geluid van RBDJAN waar de meeste mensen zo naar hebben gesnakt. Op De Onderbaas laat hij zich tevens van meerdere kanten horen: of hij nou dreigend is, rustig een vrouw toespreekt of zoals vroeger illegale praktijken beschrijft, de Amsterdammer weet het elke keer weer buitengewoon beeldend te doen. Zijn flow is ouderwets ongedwongen. RBDJAN beschikt over de kwaliteit om zijn woorden vloeiend aan elkaar te rijgen en om zonder echt moeite te doen zijn raps perfect op de beats te projecteren.
Wat ook tekenend is voor RBDJAN is de onvoorwaardelijke liefde voor zijn stad. De Onderbaas schreeuwt dan ook aan alle kanten ‘Amsterdam’ uit. Dat komt natuurlijk door de vele verwijzingen in de nummers, de duidelijke tongval van RB en gastartiesten Flex en Rocks, maar er is ook een hele track aan de hoofdstad gewijd. Hou van Amsterdam is een prachtige samensmelting tussen een Amsterdamse smartlap enerzijds - met een refrein van volkszanger Mick Harren - en een rapnummer anderzijds waarbij Lange Frans en RBDJAN gepassioneerd hun liefde voor hun stad uiten.
Toch zijn niet alle mensen die meewerken aan dit album in hun beste doen. Kempi klinkt wat futloos op Overal Om Me Heen en de raps van de andere gast op de track, Gers Pardoel, zijn niet doeltreffend. Zangeres en femcee Aisha werkt mee aan Zonder Jou, maar slaat met haar hakkelige raps en valse stemklank helaas bij beide disciplines de plank flink mis. Toch halen deze minpunten het album niet al te zwaar naar beneden. De reden hiervoor is dat deze bijdragen beperkt zijn en voornamelijk RBDJAN - die wel continu in goede vorm is - de aandacht blijft opeisen.
Een andere hoofdrolspeler is Soulsearchin’. Het collectief neemt al het productiewerk van De Onderbaas op zich. De beats zijn pakkend zonder de vocalen te overschaduwen. De muziek lijkt vooral in dienst te zijn van de raps en weet accuraat het verhaal dat wordt verteld van extra kleur te voorzien. Slaap Kindje Slaap wordt onheilspellend gemaakt door een benauwende keyboardmelodie, De Troon klinkt machtig door de snoeiharde drums en bij Zij Wil wordt met de gitaar een intiem sfeertje neergezet. De producties zijn zorgvuldig opgebouwd uit veel lagen en dragen door hun akoestische klank veel warmte uit.
Vooral voor degenen die de afgelopen zes jaar braaf op het debuut van RBDJAN hebben gewacht is er een interessant album uitgekomen. Op De Onderbaas bewijst hij nogmaals een ware verhalenverteller te zijn en door de beats van Soulsearchin’ worden de raps heel filmisch gepresenteerd. Het mooie van het geheel is dat de chemie tussen de twee partijen duidelijk aanwezig is - en ongedwongen aanvoelt - wat het geluid van het album alleen maar ten goede komt. Een paar gastartiesten weten hun niveau niet te halen, maar omdat RB zijn hoofdrol niet afstaat is dit geen kwalijke zaak. Met De Onderbaas wordt al vroeg in het jaar de lat hoog gelegd voor de rest. Nu is het afwachten hoe de concurrentie hiermee zal omgaan.
Bron: Hiphopleeft
Al vanaf de eerste seconde wordt de luisteraar gerustgesteld: dit is het vertrouwde geluid van RBDJAN waar de meeste mensen zo naar hebben gesnakt. Op De Onderbaas laat hij zich tevens van meerdere kanten horen: of hij nou dreigend is, rustig een vrouw toespreekt of zoals vroeger illegale praktijken beschrijft, de Amsterdammer weet het elke keer weer buitengewoon beeldend te doen. Zijn flow is ouderwets ongedwongen. RBDJAN beschikt over de kwaliteit om zijn woorden vloeiend aan elkaar te rijgen en om zonder echt moeite te doen zijn raps perfect op de beats te projecteren.
Wat ook tekenend is voor RBDJAN is de onvoorwaardelijke liefde voor zijn stad. De Onderbaas schreeuwt dan ook aan alle kanten ‘Amsterdam’ uit. Dat komt natuurlijk door de vele verwijzingen in de nummers, de duidelijke tongval van RB en gastartiesten Flex en Rocks, maar er is ook een hele track aan de hoofdstad gewijd. Hou van Amsterdam is een prachtige samensmelting tussen een Amsterdamse smartlap enerzijds - met een refrein van volkszanger Mick Harren - en een rapnummer anderzijds waarbij Lange Frans en RBDJAN gepassioneerd hun liefde voor hun stad uiten.
Toch zijn niet alle mensen die meewerken aan dit album in hun beste doen. Kempi klinkt wat futloos op Overal Om Me Heen en de raps van de andere gast op de track, Gers Pardoel, zijn niet doeltreffend. Zangeres en femcee Aisha werkt mee aan Zonder Jou, maar slaat met haar hakkelige raps en valse stemklank helaas bij beide disciplines de plank flink mis. Toch halen deze minpunten het album niet al te zwaar naar beneden. De reden hiervoor is dat deze bijdragen beperkt zijn en voornamelijk RBDJAN - die wel continu in goede vorm is - de aandacht blijft opeisen.
Een andere hoofdrolspeler is Soulsearchin’. Het collectief neemt al het productiewerk van De Onderbaas op zich. De beats zijn pakkend zonder de vocalen te overschaduwen. De muziek lijkt vooral in dienst te zijn van de raps en weet accuraat het verhaal dat wordt verteld van extra kleur te voorzien. Slaap Kindje Slaap wordt onheilspellend gemaakt door een benauwende keyboardmelodie, De Troon klinkt machtig door de snoeiharde drums en bij Zij Wil wordt met de gitaar een intiem sfeertje neergezet. De producties zijn zorgvuldig opgebouwd uit veel lagen en dragen door hun akoestische klank veel warmte uit.
Vooral voor degenen die de afgelopen zes jaar braaf op het debuut van RBDJAN hebben gewacht is er een interessant album uitgekomen. Op De Onderbaas bewijst hij nogmaals een ware verhalenverteller te zijn en door de beats van Soulsearchin’ worden de raps heel filmisch gepresenteerd. Het mooie van het geheel is dat de chemie tussen de twee partijen duidelijk aanwezig is - en ongedwongen aanvoelt - wat het geluid van het album alleen maar ten goede komt. Een paar gastartiesten weten hun niveau niet te halen, maar omdat RB zijn hoofdrol niet afstaat is dit geen kwalijke zaak. Met De Onderbaas wordt al vroeg in het jaar de lat hoog gelegd voor de rest. Nu is het afwachten hoe de concurrentie hiermee zal omgaan.
Bron: Hiphopleeft
Rhymefest - El Che (2010)

3,0
0
geplaatst: 24 juni 2010, 18:28 uur
In 2005 en 2006 gaf Rhymefest een overtuigend visitekaartje af. De rapper uit Chicago schreef voor een groot gedeelte de Kanye West-hit Jesus Walks, wat hem een Grammy opleverde, en daarnaast werd zijn debuutalbum Blue Collar (2006) door velen positief ontvangen. Rhymefest wist op dit album grappige punchlines op een slimme wijze met elkaar te verbinden en werd ook nog bijgestaan door grote producers als diezelfde Kanye West, Just Blaze en No I.D. en gastartiesten als O.D.B. en Q-Tip. De vier jaar na Blue Collar bleef het relatief rustig rondom de rapper, maar nu mag het publiek dan eindelijk zijn tweede plaat El Che verwelkomen.
Wie denkt dat de naam El Che een voorbode is voor revolutionaire en/of politieke teksten heeft het mis. De titel moet vooral verwijzen naar de echte naam van Rhymefest (Che Smith) en als inspiratiebron dienen voor de skits. Want de rapper houdt het in zijn tracks luchtig: in Last Night worden dronken avonden beschreven, in Prosperity worden tv-evangelisten belachelijk gemaakt, op Agony, Chocolates en Say Wassup wordt het vrouwelijke geslacht besproken en dit alles wordt met elkaar verbonden door nummers waar Rhymefest voornamelijk bezig is met braggen & boasten. Dit is zeker geen stoorfactor, omdat hij deze clichématige thema’s in leuke komische raps verpakt, zoals: “A whole lot of hipsters, internets, and kids now//Took the Mario mushroom, oooh, you big now?//Well, let me show you ‘bout things//Take the Red Bull, so I can rip off ya wings,” uit de track Chicago, waar Rhymefest zijn hart lucht over de huidige hiphopscene.
Voor de beats heeft Rhymefest niet dezelfde bekende namen die hij op Blue Collar mocht inschakelen, en dit is duidelijk te horen. Alle producers hebben wel een prima eindproduct afgeleverd, maar alleen het werk van Scram Jones en BKS (Best Kept Secret) is memorabel. De rest van de producties vermaakt namelijk wel, maar wordt na afloop van een track meteen vergeten. Ook de meeste gastartiesten kunnen de nummers niet naar een hoger niveau tillen: Little Brother, Glenn Lewis en Phonte schaden de tracks op El Che niet, maar zijn op geen wijze van toegevoegde waarde.
Naar aanleiding van Blue Collar waren de verwachtingen voor het vervolgwerk van Rhymefest hooggespannen. El Che laat duidelijk horen dat de rapper uit Chicago ook met beperkte middelen een vermakelijke plaat op de markt kan brengen, maar hij zal sommigen ongetwijfeld ook teleurstellen. Het is jammer dat Rhymefest alleen over de standaard hiphoponderwerpen rapt, maar hij weet dit grotendeels goed te maken met humoristische punchlines en een charismatische vertoning. De teleurstelling is dan met name te wijten aan de producties, die maar niet kunnen blijven hangen, en de wat karakterloze gastartiesten.
Bron: Hiphopleeft
Wie denkt dat de naam El Che een voorbode is voor revolutionaire en/of politieke teksten heeft het mis. De titel moet vooral verwijzen naar de echte naam van Rhymefest (Che Smith) en als inspiratiebron dienen voor de skits. Want de rapper houdt het in zijn tracks luchtig: in Last Night worden dronken avonden beschreven, in Prosperity worden tv-evangelisten belachelijk gemaakt, op Agony, Chocolates en Say Wassup wordt het vrouwelijke geslacht besproken en dit alles wordt met elkaar verbonden door nummers waar Rhymefest voornamelijk bezig is met braggen & boasten. Dit is zeker geen stoorfactor, omdat hij deze clichématige thema’s in leuke komische raps verpakt, zoals: “A whole lot of hipsters, internets, and kids now//Took the Mario mushroom, oooh, you big now?//Well, let me show you ‘bout things//Take the Red Bull, so I can rip off ya wings,” uit de track Chicago, waar Rhymefest zijn hart lucht over de huidige hiphopscene.
Voor de beats heeft Rhymefest niet dezelfde bekende namen die hij op Blue Collar mocht inschakelen, en dit is duidelijk te horen. Alle producers hebben wel een prima eindproduct afgeleverd, maar alleen het werk van Scram Jones en BKS (Best Kept Secret) is memorabel. De rest van de producties vermaakt namelijk wel, maar wordt na afloop van een track meteen vergeten. Ook de meeste gastartiesten kunnen de nummers niet naar een hoger niveau tillen: Little Brother, Glenn Lewis en Phonte schaden de tracks op El Che niet, maar zijn op geen wijze van toegevoegde waarde.
Naar aanleiding van Blue Collar waren de verwachtingen voor het vervolgwerk van Rhymefest hooggespannen. El Che laat duidelijk horen dat de rapper uit Chicago ook met beperkte middelen een vermakelijke plaat op de markt kan brengen, maar hij zal sommigen ongetwijfeld ook teleurstellen. Het is jammer dat Rhymefest alleen over de standaard hiphoponderwerpen rapt, maar hij weet dit grotendeels goed te maken met humoristische punchlines en een charismatische vertoning. De teleurstelling is dan met name te wijten aan de producties, die maar niet kunnen blijven hangen, en de wat karakterloze gastartiesten.
Bron: Hiphopleeft
RJD2 - The Colossus (2010)

2,0
0
geplaatst: 14 februari 2010, 13:08 uur
Als hiphopproducer is het vaak lastig om een succesvolle eigen tape uit te brengen. Hiphopbeats bevatten vaak repetitieve melodieën en klinken om deze reden makkelijk eentonig. De DJ/producer/singer/songwriter RJD2 heeft tot nu toe echter altijd weten te boeien, of het nou ging om tracks met vocalen of producties die voor zichzelf mochten spreken. Hij heeft zijn muziek tot nu toe bij Definitive Jux en XL Records uitgebracht, maar is sinds vorig jaar zijn eigen label begonnen: RJ's Electrical Connections. Met een eigen label heeft RJD2 totale artistieke vrijheid weten te creëren, en zijn nieuwste album The Colossus illustreert dit gegeven.
The Colossus is overigens geen volledig instrumentale plaat. Het album bevat veertien nummers, waarvan zes van zang zijn voorzien en slechts één van raps. De meeste begeleidingen vormen helaas geen meerwaarde voor het geheel, en dan met name de tracks waar de producer zelf zijn stembanden op de proef stelt. Op nummers als The Glow en Gypsy Caravan probeert RJD2 tevergeefs hoge noten te halen, maar hij komt niet verder dan wat schelle kreten. Zijn stem draagt overigens - net zoals alle gastartiesten behalve Phonte Coleman - weinig soul, waardoor The Colossus wordt weggedreven uit het hiphop/r&b-hoekje en meer als een poprock-album klinkt. A Son’s Cycle (het enige nummer met raps) biedt een welkome afwisseling van de instrumentale en gezongen nummers, maar op zichzelf is de track ver van speciaal qua productie, en zijn de teksten van The Catalyst, Illogic en NP ook niet echt bijzonder te noemen.
De andere helft van The Colossus bestaat dus wel uit instrumentale nummers. Deze producties bevatten veel factoren die de beats in principe spannend zouden moeten houden; er wordt naar climaxen toegewerkt, verschillende instrumenten passeren de revue en repetitieve melodieën worden vaak vermeden. Toch weten de producties totaal niet te boeien. De muziek klinkt prima, maar gaat vooral langs de luisteraar heen. Een duidelijk punt van kritiek is niet makkelijk aan te wijzen, maar toch zullen de meeste beats eerder een gevoel van onverschilligheid wekken, dan iets anders, meer positiefs.
The Colossus is het eerste project dat RJD2 voor zijn gloednieuwe label heeft gemaakt, helaas is het resultaat heel matig geworden. De producties zijn prima en tonen geen aanwijsbare gebreken, maar weten de luisteraar nooit te raken. Men zal dan ook ongetwijfeld bij The Colossus vaker zijn schouders ophalen voor de muziek, dan meeknikken met de beat. De nummers die wel van vocalen zijn voorzien lijken niets met hiphop te maken te hebben. Dit hoeft in principe de kwaliteit van de muziek niet negatief te beïnvloeden, maar hier klinkt het gezang vaak cliché en in het geval van RJD2 zelfs onzuiver. The Colossus is al met al een matige plaat met weinig gevoel, die het cd-rek na één luisterbeurt waarschijnlijk niet snel zal verlaten.
Bron: Hiphopleeft
The Colossus is overigens geen volledig instrumentale plaat. Het album bevat veertien nummers, waarvan zes van zang zijn voorzien en slechts één van raps. De meeste begeleidingen vormen helaas geen meerwaarde voor het geheel, en dan met name de tracks waar de producer zelf zijn stembanden op de proef stelt. Op nummers als The Glow en Gypsy Caravan probeert RJD2 tevergeefs hoge noten te halen, maar hij komt niet verder dan wat schelle kreten. Zijn stem draagt overigens - net zoals alle gastartiesten behalve Phonte Coleman - weinig soul, waardoor The Colossus wordt weggedreven uit het hiphop/r&b-hoekje en meer als een poprock-album klinkt. A Son’s Cycle (het enige nummer met raps) biedt een welkome afwisseling van de instrumentale en gezongen nummers, maar op zichzelf is de track ver van speciaal qua productie, en zijn de teksten van The Catalyst, Illogic en NP ook niet echt bijzonder te noemen.
De andere helft van The Colossus bestaat dus wel uit instrumentale nummers. Deze producties bevatten veel factoren die de beats in principe spannend zouden moeten houden; er wordt naar climaxen toegewerkt, verschillende instrumenten passeren de revue en repetitieve melodieën worden vaak vermeden. Toch weten de producties totaal niet te boeien. De muziek klinkt prima, maar gaat vooral langs de luisteraar heen. Een duidelijk punt van kritiek is niet makkelijk aan te wijzen, maar toch zullen de meeste beats eerder een gevoel van onverschilligheid wekken, dan iets anders, meer positiefs.
The Colossus is het eerste project dat RJD2 voor zijn gloednieuwe label heeft gemaakt, helaas is het resultaat heel matig geworden. De producties zijn prima en tonen geen aanwijsbare gebreken, maar weten de luisteraar nooit te raken. Men zal dan ook ongetwijfeld bij The Colossus vaker zijn schouders ophalen voor de muziek, dan meeknikken met de beat. De nummers die wel van vocalen zijn voorzien lijken niets met hiphop te maken te hebben. Dit hoeft in principe de kwaliteit van de muziek niet negatief te beïnvloeden, maar hier klinkt het gezang vaak cliché en in het geval van RJD2 zelfs onzuiver. The Colossus is al met al een matige plaat met weinig gevoel, die het cd-rek na één luisterbeurt waarschijnlijk niet snel zal verlaten.
Bron: Hiphopleeft
Roots Manuva meets Wrong Tom - Duppy Writer (2010)

2,0
0
geplaatst: 30 oktober 2010, 01:13 uur
Het is alweer twee jaar geleden sinds Roots Manuva zijn luisteraars heeft verblijd met nieuw materiaal. Zijn laatste album Slime and Reason kwam in 2008 uit en werd door media en fans goed ontvangen. De rapper uit Zuid-Londen combineerde weer eens feilloos zijn zware stem met aparte, maar toch pakkende beats. Op dit moment ligt Duppy Writer in de winkel, het nieuwste wapenfeit van Roots Manuva waarop hij de samenwerking aangaat met producer Wrong Tom. Maar voordat het beoordelen van de plaat begint, moet het begrip ‘nieuw’ even verder worden toegelicht. Op Duppy Writer staan namelijk - op enkele uitzonderingen na - geen nieuwe nummers van de rapper. Het gaat hier, net zoals bij Brainpowers Dub & Dwars, om oud werk dat voorzien is van een nieuwe naam en een reggaebeat.
Ondanks het feit dat het hier gaat om reeds uitgebracht materiaal, zijn de producties van Wrong Tom zo anders dan de originele muzikale ondersteuning, dat de luisteraar even vergeet dat de vocalen zijn gerecycled. Zo worden bijvoorbeeld de violen van Motion 5000 en de elektronische symfonie van Buff Nuff vervangen door kalmerende reggaedrums en basklanken. De diepe stem en de wat monotone flow van Roots Manuva passen uitstekend bij het nieuwe genre en zijn licht Jamaicaanse accent versterkt alleen de authenticiteit van de nummers.
Toch heeft het album één groot probleem: de reggaeproducties vertonen onderling zoveel gelijkenissen dat ze na een paar tracks al amper uit elkaar zijn te halen. Los zijn ze zeker vermakelijk, maar al snel is de eentonigheid niet meer uit te houden. Omdat de stem van de rapper constant hetzelfde klinkt, moeten de oude klassiekers van Roots Manuva de originaliteit vooral uit de beats putten. Helaas wordt dit maar al te grondig door het nieuwe genre tenietgedaan.
Wie het concept van Duppy Writer hoort, zal vooral vrezen dat het album herkauwd klinkt omdat het niet gaat om volledig nieuw materiaal. Dit is zeker niet het geval: de nieuwe producties onderscheiden zich zonder meer van het oude oeuvre van Roots Manuva. Jammer is het wel dat diezelfde beats van Wrong Tom juist niet genoeg van elkaar verschillen. Wat een verfrissende plaat had moeten worden, wordt daardoor een versuffende zit van bijna drie kwartier. Het is nu te hopen dat Roots Manuva na dit matige tussendoortje ons snel het echte werk zal voorschotelen.
Bron: Hiphopleeft
Ondanks het feit dat het hier gaat om reeds uitgebracht materiaal, zijn de producties van Wrong Tom zo anders dan de originele muzikale ondersteuning, dat de luisteraar even vergeet dat de vocalen zijn gerecycled. Zo worden bijvoorbeeld de violen van Motion 5000 en de elektronische symfonie van Buff Nuff vervangen door kalmerende reggaedrums en basklanken. De diepe stem en de wat monotone flow van Roots Manuva passen uitstekend bij het nieuwe genre en zijn licht Jamaicaanse accent versterkt alleen de authenticiteit van de nummers.
Toch heeft het album één groot probleem: de reggaeproducties vertonen onderling zoveel gelijkenissen dat ze na een paar tracks al amper uit elkaar zijn te halen. Los zijn ze zeker vermakelijk, maar al snel is de eentonigheid niet meer uit te houden. Omdat de stem van de rapper constant hetzelfde klinkt, moeten de oude klassiekers van Roots Manuva de originaliteit vooral uit de beats putten. Helaas wordt dit maar al te grondig door het nieuwe genre tenietgedaan.
Wie het concept van Duppy Writer hoort, zal vooral vrezen dat het album herkauwd klinkt omdat het niet gaat om volledig nieuw materiaal. Dit is zeker niet het geval: de nieuwe producties onderscheiden zich zonder meer van het oude oeuvre van Roots Manuva. Jammer is het wel dat diezelfde beats van Wrong Tom juist niet genoeg van elkaar verschillen. Wat een verfrissende plaat had moeten worden, wordt daardoor een versuffende zit van bijna drie kwartier. Het is nu te hopen dat Roots Manuva na dit matige tussendoortje ons snel het echte werk zal voorschotelen.
Bron: Hiphopleeft
