Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Selecteer maand & jaar
Simple Minds - Life in a Day (1979) 4,0
31 augustus, 19:31 uur
Glamrock en punk domineren eind zeventiger jaren de alternatieve muzieklijsten als het wakker geschudde Simple Minds daar gretig gebruik van maakt en in de studio met de tracks van hun Life In A Day eersteling stoeien. Die plaat voldoet prima aan deze verwachtingen. Albumstarter Someone is een rip off van de hitgevoelige Roxy Music sound. Er is iets bijzonders gaande, al ervaren de Simple Minds leden dit zelf nog niet helemaal. Punk riffs openen het dramatisch aangezette Someone en camoufleren het theatrale uitnodigende van boegbeeld Jim Kerr, die hier nog niet geheel tot ontplooiing komt. Er zit veel tegendraads van Brian Eno afgekeken effectengedraai in de potige puntige Someone pubrocker. Het prettig gestoorde en net zo geflipte No Cure doet dit nog dunnetjes over en kan je gerust in diezelfde artrock hoek plaatsen.
Vooral Jim Kerr distantieert zich voor deze periode en beschouwt Life In A Day als een valse start. Dit zal er zeker mee te maken hebben dat ik het debuut pas jaren later aanschaf. Maar is Life In A Day echt zo’n slechte plaat? Zeker niet. Life In A Day is gedurfd, met absoluut half uitgewerkte ideeën, maar ook een handvol aan goud. Dat het vanaf Real To Real Cacophony beter op zijn plek valt is denk ik grotendeels aan het feit te wijten dat Life In A Day vooral een plaat van hechte schoolvrienden Jim Kerr, Charlie Burchill en drummer Brian McGee is. De rol van toetsenist Mick MacNeil en zeker bassist Derek Forbes is bij opvolger Real To Real Cacophony stukken groter. Dit blijkt wel dat als dit tweetal later afhaakt, er een essentieel stuk aan die bevlogen Simple Minds spirit verdwijnt. Het cruciale Destiny opent voorzichtig de Real to Real Cacophony deur, al is het op een kier. Elimineer de thrashende Destiny rockgitaar, en je bent binnen.
Natuurlijk komt de trieste Sad Affair tekst veel minder tot zijn recht in het springerige in orgelklanken gevangen new wave eindresultaat. Er ontbreekt nog wat zwaarte aan All for You, waar de nadruk net teveel op de lompe sturm und drang gezwalk ligt. Ook bij Wasteland botsen de ritmische aanslagen en het vet aangezette gitaargeweld met de zwaarmoedigheid van de pessimistische zwartgallige woordengolf van Jim Kerr. Dit ligt waarschijnlijk meer aan het uitgewerkte songmateriaal, het gebrek aan ervarenheid, ruimtelijk inzicht van deze beginnelingen dan aan het gladgestreken geluid. Het metal intro van Murder Story is wat misplaatst, het geeft wel de veelzijdigheid van Charles Burchill aan. Met het chaotische einde snijden ze zichzelf gruwelijk in de vinger, waarna ze verschrikt de stekker eruit trekken.
John Leckie valt niks te verwijten, die doet gewoon waar hij voor ingehuurd is. Het vertrouwen in de producer is ook niet geschaad, hij blijft dan ook de komende twee albums aan het Schotse gezelschap verbonden. Het heeft alles te maken met het pijnlijke gegeven dat Jim Kerr net na het afrondingsproces Unknown Pleasures van Joy Division ontdekt. Een stukje onwetendheid wat je nooit meer terug kan draaien. Deze mijlpaal veroorzaakt een ware aardverschuiving binnen het omvangrijke alternatieve rockklimaat, die impact dendert als een sneltrein door het hele postpunk gebeuren heen. Simple Minds zal altijd een zoekende band blijven, die helaas nooit goed beseft dat ze dat ijkpunt met New Gold Dream bereiken, en daarna het grote gebaar in winstbelang omzetten. Hier raken ze zichzelf langzaam kwijt.
Bij het Life In A Day titelnummer klopt het wel, daar is die kenmerkende Simple Minds eenheid geheel intact, en deze track blijft ook gelijk goed hangen. Is het toeval dat de kitscherige toetsen kermis tierelantijntjes van de Life In A Day single, gelijkenissen met het vrijwel gelijktijdige Permafrost van Magazine vertonen. Beide bands halen bij deze songs in ieder geval hun inspiratie uit de futuristische Krautrock beweging. Is het vloeken in de kerk als ik denk dat Simple Minds waarschijnlijk schatplichtig aan Magazine is. Ze liften als voorprogramma wel op de ervaring van de band van Howard Devoto mee. Life In A Day is een droomstart, welke echter magertjes ontvangen wordt. Het catchy zomerse Chelsea Girl doet het niet veel beter, Simple Minds zet zichzelf wel op de kaart. Wie beweert dat Simple Minds vanaf Sparkle In The Rain pas bombastisch en volumineus klinkt, moet nogmaals goed naar de Chelsea Girl single luisteren. Een passend eerbetoon aan Nico, de femme fatale die Velvet Underground verbind, maar tevens uit elkaar drijft.
Het Ierse Boomtown Rats wordt niet vaak als voorbeeld genoemd, maar die geven een gezonde rauwe kijk op het bestaan en voegen daar een rebelse twist aan. De stadse rockende veelzijdigheid van Bruce Springsteen, de antihelden en vernieuwers Joe Jackson en Elvis Costello, het dromerige Japan en uiteraard het eerder genoemde Roxy Music laten allen hun sporen achter. Niemand zal ontkennen dat eind jaren zeventig de rockmuziek totaal opnieuw geherdefinieerd wordt, en dat er meer gaande is dan de anarchistische punkexplosie van Sex Pistols. Jim Kerr heeft volkomen gelijk wat Joy Division betreft, de melancholische Ian Curtis is de tegenreactie op de opgefokte Johnny Rotten, het Yin Yang effect.
Het hoogtepunt van Life In A Day blijft voor mij de bijna Middeleeuws folky overwinnaarstrip van het eindeloze voortdurende hypnotiserende Pleasantly Disturbed. Simple Minds in topvorm, de Schotse roots vloeien als verbindende bloedgroep berustend door de aders heen. Voor mij staat het orkestrale epische Pleasantly Disturbed dichter bij Simple Minds dan het latere Belfast Child hitsucces. Het licht progressieve Pleasantly Disturbed is duister, meeslepend, met prachtig vioolspel van Charles Burchill. Pleasantly Disturbed is schimmig grimmig met goed uitgespeelde plotwendingen en een inzichtelijk arrangement welke blijkbaar vooral Jim Kerr op zijn conto mag schrijven. Het kan bijna niet anders dat The Cult Pleasantly Disturbed in gedachte heeft als ze jaren later met Edie (Ciao Baby) aan de slag gaan.
Life In A Day; het leven is betrekkelijk kort, dus haal hier het maximale uit. Life In A Day is net als het latere Empires And Dance een reisverslag, alleen halen ze hier hun inspiratie uit het vroegere adolescenten leven en pakt Empires And Dance vooral die vluchtige tourtourisme momenten op. Life In A Day bezit het duistere van opvolger Real to Real Cacophony maar ook die jonge honden mentaliteit van het magistrale New Gold Dream. Sterker nog, Life In A Day stijgt elke luisterbeurt in mijn aanzien. Het is voornamelijk Simple Minds zelf die minimale waardering uitspreekt. Life In A Day is de beste debuutplaat die ze op dit juiste moment kunnen maken.
» details » naar bericht » reageer
The Cure - Pornography (1982) 4,5
25 augustus, 16:50 uur
Na de Faith verwerkingsplaat zakt The Cure steeds dieper in een poel van verderf weg. Al dat persoonlijke leed doet de band geen goed en ze zoeken hun heil in buitensporig drugsgenot en drankmisbruik. Dit destructieve karakter wordt flink versterkt door het feit dat Robert Smith daadwerkelijk overweegt om uit het leven te stappen. Eerder verschijnt nog de Charlotte Sometimes single, die ondanks het zwaardere karakter toch ergens nog verlossing in de duisternis opzoekt. Charlotte Sometimes handelt over vervreemding van de omgeving en zichzelf in een suïcidaal eigen wereldje wegstoppen. Het heftige nummer is echter stukken toegankelijker dan de mokerslag waar ze vervolgens mee aan de slag gaan.
Door de combinatie van verslavingsdrang en een getergde gemoedstoestand maakt Robert Smith steeds onhandelbaarder. In zijn hoofd heeft hij al de conclusie gelegd dat Pornography de zwanenzang van The Cure wordt. Simon Gallup houdt zich tevens amper staande. Zijn verslechterde relatie met Robert Smith is zo verziekt dat het tweetal tijdens het einde van de Pornography tour met elkaar op de vuist gaat en een behoorlijk gefrustreerde Simon Gallup acuut een langere afkoelingsperiode inlast en voor een paar jaar genoeg van The Cure heeft.
Van al het opgebouwde Faith vertrouwen is dus niks meer over. Het drietal loopt elkaar in de studio gruwelijk in de weg. In plaats om te bemiddelen en het spanningsveld te doorbreken kiest het trio ervoor om tegenstrijdige paden te bewandelen. Juist op deze momenten pakt het voortreffelijk goed uit. Phil Thornalley krijgt de onmogelijke taak toegediend om het allemaal te rijmen. Deze producer heeft amper ervaring en slaagt er verrassend sterk in om van Pornography de anti-plaat te maken die Robert Smith voor ogen heeft. Het lukt Phil Thornalley om een sound te creëren die de wanhoop van Joy Division met het Oosters mystieke van het bevriende Siouxsie and The Banshees mixt. Er zitten heel veel Juju elementen in Pornography. Het is niet vreemd dat Robert Smith zijn visie met regelmaat op dit gezelschap loslaat en ze uit de brand helpt.
Robert Smith krijgt grip op de Cold zwartgalligheid door er een brommend cello intro aan te koppelen. Cold is een prachtig samenspel tussen blikken percussie en hemel verduisterende keyboardpartijen. Cold stuwt tegen de rotsen op, en is een dierbaar eerbetoon aan een ieder die ons ontvallen is. Thematisch sluit het sterk op het Faith trauma aan. Overmand door emoties lukt het Robert Smith om het verdriet een plek te geven. Cold is een bewustwording welke waarschijnlijk nog met het volle verstand geschreven is, iets waar ik bij de rest van het paranoïde Pornography mijn vraagtekens bij heb.
Er staat geen geschikte single kandidaat op Pornography. Uit pure wanhoop wordt de psychedelische rituele The Hanging Garden paringsdans naar voren geschoven. Ritmisch borduurt deze track sterk op het bezwerende demonische Voodoo Dolly van het eerder genoemde Siouxsie and The Banshees voort. The Hanging Garden doet het echter verrassend goed in de Britse Charts. Ondanks de cryptische tekstverwijzingen krijg ik de indruk dat bij The Hanging Garden de Ark van Noah hier het Hof van Eden als eindbestemming heeft uitgekozen, en de seksueel ontremde dieren zich daar als een dolle voortplanten.
The Hanging Garden is gejaagd en ontremd, dus zo vreemd is deze gedachte niet. Robert Smith verkeert toen echter in zo’n roeswaas dat hij daar weinig over los laat. Misschien kan hij het zich niet eens meer herinneren. Het rustige Siamese Twins is het ineensmelten van twee kronkelende lichamen, en gaat dieper op die lustgevoelens van The Hanging Garden in. Siamese Twins is het verliezen van maagdelijke onschuld, en het besef dat dit verwachtingspatroon niet geheel aan de werkelijkheid voldoet.
Ik denk dat het oorspronkelijke idee is om het psychedelische A Strange Day lichtgewicht als single te lanceren. Het dromerige A Strange Day sluit beter op Charlotte Sometimes aan en ligt in het verwachtingspatroon welke het publiek van The Cure heeft. A Strange Day ontvlucht de wereld en is hierdoor een afscheidssong. Er ligt echter tevens een positieve onderliggende omslag onder verborgen. Het kan tevens als schakelpunt tot een wederopbouw beschouwd worden. Wat komt er na de verwoestende stilte, Robert Smith ontwaakt en neemt een objectieve houding aan. Puur om te overleven. Het is een glimp die de verstandsverbijstering doorbreekt, het licht aan het einde van de tunnel.
Ondersteund door mechanische militaire postpunk ritmes slaat The Cure genadeloos hard met het beklemmende destructieve One Hundred Years toe. Het bestaan is zinloos en Robert Smith uit zijn onvrede. In het klagende ego is er vooral plaats voor opgekropte woede en frustraties. Verder ontstaat er een leegte die enkel door noise opgevuld kan worden. The Figurehead stopt daar de positie van een opgelegd iconisch sleutelfiguur aan toe. Een antiheld rol die de verlegen schuwe frontman niet geheel waar kan maken. Juist dat ongemakkelijke kenmerkt vervolgens Robert Smith.
De geest van Joy Division zanger Ian Curtis hangt als een loden last boven A Short Term Effect. Alsof producer Martin Hannett de losgeslagen verwoestende drumaanslag van Lol Tolhurst dirigeert en de band als het ware getergd onder stroom laat opereren. Hoe bijzonder is het dat Phil Thornalley met beperkte middelen een soortgelijk dwars effect oproept. De spoken die voorheen nog diep in het hoofd van Robert Smith afzijdig verscholen zijn, vechten zich nu via zijn gitaarspel een weg naar buiten. A Short Term Effect is de verdovende drugsroes en de waanzin die hier uit voortvloeit. A Short Term Effect is loslaten en overgave, maar dan in het negativisme.
In het kakofonische griezelige Pornography eindspel botsen een veelvoud aan tegenstrijdige stemmen op elkaar. Het is duidelijk de opzet dat Robert Smith de luisteraar in verwarring achter laat en dwingt om de plaat voortijdig af te zetten. Het zijn de geestenstemmen die hem al vanaf A Forest achtervolgen, bij Other Voices binnendringen en bij Pornography de zanger definitief claimen. Er zit amper structuur in, het zijn de angstkreten die vanuit de krochten van de ziel door terreur bestreden worden. Een anarchistische aanval met een afzwakkende Robert Smith die langzaam in de schaduw wegkwijnt, verdwijnt tot er niks tastbaars meer over is. De laatste stuiptrekkingen. Hij trekt bijna letterlijk de stekker uit The Cure. Onbegrijpelijk dat ze vervolgens met vrolijkere gestemde songs op de The Walk EP en The Top revanche nemen.
» details » naar bericht » reageer
The Cure - Faith (1981) 4,5
22 augustus, 15:10 uur
A Forest levert in het Verenigde Koninkrijk niet het gehoopte succes op. Eigenlijk wordt de single vooral in Nederland goed opgepakt. Robert Smith beseft zelf maar al te goed dat hij goud in handen heeft. In de loop der jaren groeit dit nummer mede door de indrukwekkende live uitvoering op Rock Werchter, waar ze Robert Palmer een hak zetten wel tot de gehoopte klassieker uit. The Cure heeft op Seventeen Seconds hun sound ontdekt, en zoekt naar geschikte wegen om daar op voort te borduren. Toetsenist Matthieu Hartley kan zich hier niet in vinden, en zegt de band vaarwel. Onbewust is hij zeker bepalend voor de sfeerzetting, waardoor opvolger Faith vaak net wat drukkender en beklemmender klinkt, zelfs soms geamputeerd minimalistisch klinkt.
Net als tijdens het Three Imagionary Boys proces bestaat The Cure weer uit een trio. Robert Smith, Lol Tolhurst en Simon Gallup vormen voor een zeker tijdsvlak het fundament. Ondanks dat Faith voor vertrouwen staat, straalt de plaat eerder een sombere onzekerheid uit. Faith is dus het terugwinnen van het gekwetste vertrouwen en het wantrouwen welke deze vrijgekomen positie inneemt. Faith is met vlagen aardeduister, maar op de momenten dat Robert Smith genoodzaakt als toetsenist optreedt ook hemel rijkend mooi. Dat zijn de momenten dat hij met dromerige vocaalecho’s die twijfel laat spreken. Faith opent deuren, al zijn het wel de deuren van donkere kelders, beschimmelde zolders en vergeten achteraf kamertjes.
De Primary single haakt op het eerder verschenen A Forest in, en geeft er een uptempo punkrock twist aan. Primary is het versneld ouder worden. Door het indrukwekkende A Forest verwacht het publiek een serieuze volwassen band te volgen. Robert Smith beantwoordt deze vraag met een diepgang en een inkijk van zijn ego waarin hij zijn ziel bloot legt. Het is net te persoonlijk allemaal, en valt bij zijn labiele gemoedstoestand in het nadeel uit. De luisteraar vind het prachtig.
De ironie van Three Imagionary Boys is geheel geëlimineerd. The Cure presenteert zich noodgedwongen als boegbeeld van de opkomende gothic rock beweging. Eerst nog voorzichtig, al passen ze daar al snel hun uiterlijk met treurwilg kapsels en een overschot aan overtollige begrafenismascara en bloedrode lippenstift op aan. In Primary verliest The Cure hun onschuld. Het is een melancholische romantiek met uitstekende doornenstruiken weerhaken. Doeltreffend hard soms. Het zal tot het Japanese Whispers tussendoortje duren voordat er weer licht in de duisternis lonkt, en luchtige humor het zwartgallige gevoel doorbreekt.
Voor mij is echter het schizofrene Other Voices de geschikte meest waardige A Forest opvolger, die thematisch daar het dichtste bij staat. Zijn het daadwerkelijk andere stemmen die Robert Smith wenken, of hebben die vreemdelingen hier de status van vrienden verworven. Ze zijn in ieder geval het bos ontvlucht en dringen zich als winterse bezoekers in de wereld van de frontman binnen. Het is Simon Gallup die als een parasiet de strijd aangaat. Zijn vingers kronkelen als spinnententakels over de basgitaar, een sluipmoordenaar die de indringer met dit gif injecteert. Door de bezwerende hypnotiserende Oosterse trance die Robert Smith vervolgens uit de gitaar tovert, krijgen ze het gevaar klein. Je moet compromissen sluiten, maar niet ten koste van je eigen inbreng en ideeën.
Staat Other Voices bij mij voor A Forest, dan geeft openingstrack The Holy Hour die identieke Seventeen Seconds sfeer neer. Flarden aan mistige neveldampen, ergens boven een door bomen omgeven groen moeras. Het zijn de herhalende basgitaarklanken van Simon Gallup die net als bij Other Voices het omliggende onkruid vakkundig kortwiekt. The Holy Hour is sacraal met de nodige evangelische verwijzingen. De nacht voedt zich met het leven en eist in de duisternis zijn slachtoffers op. The Holy Hour is het onbegrip, het zoeken naar een bevredigend antwoord.
Het sombere vervreemdende afstandige All Cats Are Grey en het statische monumentale The Funeral Party tweeluik worden op dezelfde avond door Robert Smith geschreven en zijn de logische voortzetting van The Holy Hour. De band verkeert in een mineurstemming en probeert het overlijden van de moeder van Lol Tolhurst te verwerken. Een therapeutische sessie. De All Cats Are Grey uitdrukking staat voor het feit dat uiterlijk niet belangrijk is. Het is in dit geval tevens de fysieke leegte die een lichaam achterlaat waar de ziel uit verdwenen is. Robert Smith werkt de sobere dromerige regentrack op een keyboard uit, en compenseert op passende wijze het gemis van toetsenist Matthieu Hartley. Beter kan hij zijn emoties niet verwoorden.
The Funeral Party viert de dood door het leven te eren. The Funeral Party staat in alle opzichten misschien wel het dichtste bij het ultieme Disintegration meesterwerk. The Funeral Party is het voorwerk voor deze latere herfstbuien. Er gebeurt veel in het leven van de bandleden. In dezelfde periode dat de moeder van Lol Tolhurst sterft, overlijdt de grootmoeder van Robert Smith. Het is een trieste bewustwording van de vergankelijkheid. The Funeral Party is voor hem dan wel persoonlijker dan All Cats Are Grey, het roept hetzelfde verdriet op.
Robert Smith is hoe dan ook bang voor de aftakeling van de ouderdom. Deze gebeurtenissen maken de zanger volwassener. De ene generatie valt weg, de volgende schuift een stap dichter naar het einde op. Het zinloze agressieve punkende Doubt is de antireactie. De boosheid, de frustraties en het onbegrip. Een wrede uitlaadklep welke structureel enigszins op Primary aansluit. Sterker nog, als je goed luistert, hoor je exact dezelfde songstructuur terug. Robert Smith geeft later toe dat hij weinig met Doubt opheeft, voor mij is het zeker ook de zwakste broeder op Faith.
The Drowning Man zijn de echo’s uit het verleden. Net als bij All Cats Are Grey haalt Robert Smith hier de tekstuele inspiratie uit de Gormenghast fantasiereeks van gothic schrijver Mervyn Peake. Het gaat helemaal terug naar de Middeleeuwen. De kracht is dat fictieve sprookjesfiguren zoveel mogelijk vermeden worden, waardoor de boeken eerder een historisch realistisch karakter uitstralen. Het licht theatrale The Drowning Man is een geromantiseerde murder ballad, waar de dood de enige uitweg is. Een familiedrama, waar een jaloerse minnaar de bemoeienis van de vader van zijn geliefde niet kan verdragen. Uiteindelijk eist The Drowning Man slechts slachtoffers op. Een band als The Mission claimt vervolgens deze sound en voegt daar wel een veelvoud aan mythische verwijzingen aan toe.
De afsluitende Faith eindconclusie is een beknopte samenvatting van de barre deprimerende omstandigheden waarin de plaat tot stand komt. De bandleden hebben elkaar nodig en zoeken die steun in de studio op. Hoe bizar is het dat deze heftige levenservaringen gelijk staan aan de meest gelukkige eenheidsperiode binnen The Cure. Er is weinig gedoe, er heerst vooral begrip. In het Faith titelstuk neemt bassist Simon Gallup het voortouw en trekt hij Lol Tolhurst en Robert Smith uit een diep dal. Ze bouwen hier met de bouwstenen van een wankele toekomst, een toekomst die enkel door vertrouwen bestaansrecht heeft. De wegdromende Faith song is een grote favoriet voor de fans die vooral het Seventeen Seconds, Faith en Pornography waarderen, en dit trio tot het beste The Cure werk beschouwen.
» details » naar bericht » reageer
The Cure - Three Imaginary Boys (1979) 4,0
18 augustus, 20:31 uur
Als op 8 mei 1979 debuutalbum Three Imaginary Boys van The Cure verschijnt, is Robert Smith niet te spreken over de volgorde van de albumtracks op de plaat. Sterker nog, er staan zelfs nummers op, die hij liever helemaal niet op Three Imaginary Boys terugziet. Zo is de flauwe door bassist Michael Dempsey gezongen rommelige Jimi Hendrix cover van Foxy Lady niet meer dan een grappig demo geintje, en wil Robert Smith Object en World War ook het liefste vergeten. Zelfs het instrumentale The Weedy Burton niemendalletje wat Three Imaginary Boys afsluit heeft geen toevoegende waarde, en mag je zo snel mogelijk vergeten.
De herinnering aan Three Imaginary Boys roept bij de zanger nog steeds vooral een aversie op. Het vertrouwen in producer Chris Parry is behoorlijk geschonden, zodanig zelfs dat Robert Smith in het vervolg het heft in eigen handen houdt. Een meesterzet, een bepalende factor die van grote invloed op het latere The Cure geluid is. Zelf vind ik de voor de internationale markt uitgebrachte sterke verzamelaar Boys Don’t Cry stukken beter, vooral vanwege de aanwezigheid van songs als het latere opnieuw uitgebrachte Boys Don’t Cry, het vluchtige Jumping Someone Else's Train en het tegenwoordig in Killing Another omgedoopte Killing An Arab, toch wel de heuse vroegere klassiekers van The Cure. Deze singles ontbreken helaas op Three Imaginary Boys.
Maar goed, laat ik mij vooral op Three Imaginary Boys, waar The Cure zeker nog niet als een volgroeide band klinkt. Een breed contrast met het superieure Seventeen Seconds, de opvolger waarmee ze met publieksfavoriet A Forest zichzelf definitief op de kaart zetten. Robert Smith zingt op Three Imaginary Boys nog erg schel, en eerlijk gezegd is hij hier nog maar een middelmatige jeugdige punkzanger, die al snel forse stappen vooruit zet. Ondanks dat ontevreden schoolvriend Michael Dempsey een prima bassist is, ontstaat de definitieve The Cure magie pas als Simon Gallup hem vervangt. Na de Jumping Someone Else’s Train single komt een einde aan zijn verhaal, al maakt Michael Dempsey vervolgens een goede geslaagde doorstart bij The Associates en The Lotus Eaters.
Three Imaginary Boys, de fantasierijke dagdroom van drie vrienden, die hun onzekere toekomst uitstippelen. Het staat voor het onverwoestbare Robert Smith, Michael Dempsey en Lol Tolhurst fundament, een amicale eenheid, een meestertrio, waarbij echter al tijdens het studioproces scheuren en barsten ontstaan. Robert Smith laat die harde artiestenbestaan kanten tijdens de titeltrack in zijn gitaarspel gelden. Om The Cure verder te ontwikkelen, moet je offers brengen. Deze onderliggende zwarte gedachte zal gedurende de hele The Cure carrière terugkomen.
Ondanks dat ik weinig met Dire Straits opheb, vind ik Private Investigations wel geniaal. Thematisch borduurt de track echter sterk op het drie jaar eerder verschenen 10:15 Saturday Night van The Cure voort. Ook hier maken ze amper van zanglijnen gebruik en benutten de kracht om de stilte op het juiste moment daadkrachtig te doorbreken. Beide bijna ziekelijke crime passionnel songs, waar Dire Straits wat romantiek aan toevoegt. The Cure elimineert juist die romantiek, waardoor er vooral wantrouwen en haatgevoelens overblijven. The Cure in topvorm, en hier is die herkenbaarheid wel al aanwezig. Zeker in het minimalistische gitaarintro van Robert Smith, die deze sfeerschets vervolgens bepalend in Seventeen Seconds reproduceert. Simon Gallup pakt daar die basis van Michael Dempsey op, en maakt er zijn handelsmerk van. De geschoolde bassolo van Michael Dempsey definieert 10:15 Saturday Night, al kiest hij verder wel voor een minimalistische aanpak.
Het is dezelfde ongemakkelijke ijzige stilte die je op een andere wijze in Accuracy ervaart. Twee geliefdes zitten zwijgend tegenover elkaar en niemand durft het gesprek om de doodlopende relatie te beëindigen op gang te brengen. Accuracy is de wals van een zinkend schip. Het klotst alle kanten op. It's Not You is de uitbarsting die hier op volgt, al stelt hij dat vervelende moment wel bijna tot het einde van Three Imaginary Boys uit. Het gehate Object is tevens tot dit mindere drieluik te herleiden. Het relatie onvriendelijke Object is een gefrustreerde punkuitspatting, waar Robert Smith zijn walging later van uitspreekt. Hij heeft totaal niks met Object, al is het begrijpelijk dat hij zich hier van zijn meest duistere kant laat zien. Zelf heb ik de meeste moeite met de kinderlijke zang. Zou hij Object later met volwassen stemgeluid uitvoeren, dan heeft Object zeker recht van spreken. Ik heb dus wel een zwak voor Object.
Het Accuracy akkoordenschema is in de verte wel tot A Forest te herleiden, al wordt Accuracy speels en luchtig gespeelt. Hier camoufleren ze de onderliggende problematiek. Dan is de uptempo paniekerige punk ska van verlatingsangst track Grinding Halt stukken doeltreffender. Als kind zijnde haalde ik Robert Smith en Terry Hall van The Specials ook door elkaar. En door een nummer als Grinding Halt valt dat wel op zijn plek. Zeker als Terry Hall vervolgens bij Fun Boy Three ook nog eens bijna het identieke kapsel als Robert Smith heeft. Bijzaken, maar wel leuke bijzaken.
Another Day verlangt naar de koude gure najaar dagen. Dat Robert Smith gevoelig voor stemmingswisselingen is, is algemeen bekend. Seizoenswisselingen spelen hier sterk op in. De frontman heeft meer met de deprimerende wintertriestheid dan de manische lentevreugde. Deze Oosterse wazige Another Day mystiek hoor je tevens in het latere werk terug. Er zitten de nodige prille in ontwikkeling zijnde zaadjes in Three Imaginary Boys, de plantjes zijn nog te jong om vruchtbaar van te oogsten. In het zweverige Another Day is de scheidingslijn tussen optimisme en neerslachtigheid onduidelijk en onzichtbaar. Het landschap is volledig grijs, het is de vraag of bruin of juist groen de perfecte kleur is om deze in te kleuren, of het gewoon grijs moet blijven.
Het jazzy met prachtig door Robert Smith op harmonica geblazen Subway Song is de tegenhanger van 10:15 Saturday Night. Wacht in 10:15 Saturday Night de onwetende partner nog op zijn vrouw, en verdenkt hij haar van ontrouw. Subway Song is de verklaarbare verschrikkelijke opsomming van haar plotselinge afwezigheid. Het beklemmende angstige Subway Song gaat over een gestalkte vrouw, die op het laatste moment in alle duisternis vermoord wordt. De doodskreet wordt in eerste instantie op de Boys Don’t Cry verzamelaar weggelaten. Jammer, want dit schrikeffect maakt Subway Song juist sterker. De band Suicide past een soortgelijk effect al eerder in het Frankie Teardrop nummer toe. Bij latere versies is deze gelukkig wel aanwezig.
Het komische jazzy Meathook brengt je op een dwaalspoor. Gaat dit over een bloeddorstige slager, de vrouw als lustobject of liefdesverdriet. Volgens Robert Smith is het echter een reactie op het feit dat de producer klaagt over het ontbreken van een catchy hookline in dit nummer. De zwakte van Three Imaginary Boys zit hem dus vooral bij Foxy Lady en Meathook, al kan ik die laatste tegenwoordig stukken beter verdragen. In het onbenullige So What is Robert Smith het opnameproces zat, en uit zijn vermoeidheid door behoorlijk beschonken demonstratief anarchistisch de tekst op een suikerzakje voor te lezen en daar een eigen draai aan te geven. The Cure loopt hierdoor echter wel het risico dat de luisteraar vervolgens de plaat afzet.
Zonde, want dan loop je wel een van de hoogtepunten van Three Imaginary Boys mis. De melancholische licht politieke Fire In Cairo punkrock blues song is een blauwdruk van de verzegelde The Cure stempel. Robert Smith verwijst hier tevens naar de rellen in 1952 in de Egyptische hoofdstad, waar een aanslag op de Britse bemoeienis gepleegd wordt, verschillende dodelijke slachtoffers vallen en vele toonaangevende gebouwen verwoest worden. Voor Robert Smith staat Fire In Cairo echter gelijk aan een opwindende seksdroom en is de uitbarsting een synoniem voor de ejaculatie. Three Imaginary Boys is kinderschoenen postpunk. Dat The Cure vervolgens al snel tot pioniers van dit genre uitgroeien, verwacht je dan nog niet.
» details » naar bericht » reageer
