MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Dead Dads Club - Dead Dads Club (2026) 4,0

29 januari, 18:37 uur

Hoe fijn kan het zijn om naar onbezorgde jeugdherinneringen terug te grijpen en deze als inspiratie te gebruiken en deze met de buitenwereld te delen? In het geval van de voormalige Palma Violets bassist Chilli Jesson werkt dit echter niet zo. Aan de inspiratie zal het niet liggen, alleen wordt deze overschaduwd door pijn, waardoor hij deze memoires het liefste zo ver mogelijk wegstopt.

Echter bij zijn zus Georgie Jesson heeft het van zich afschrijven een therapeutisch effect, en bundelt ze deze poëtische stukken tot een boekwerk. Onbewust moedigt ze haar broer aan om met dit verdriet aan de slag te gaan. En dan ben je opeens weer die jongen van amper 13 jaar oud, die met onbegrip toekijkt hoe zijn vader zichzelf in een drugsverslaving verliest en hier uiteindelijk aan overlijdt. Natuurlijk speelt het tevens een rol dat Chilli Jesson nu zelf vader is, en wel het beste van de relatie met zijn kind wil maken. Het veredelde Dead Dads Club eenmansproject is vervolgens al snel een feit.

De afgelopen twee jaar staat hij als extra gitarist bij Fontaines D.C. op het podium en bouwt Chilli Jesson een hechte vriendschappelijke band met gitarist Carlos O’Connell op. Dit Fontaines D.C. bandlid gelooft wel in Dead Dads Club en duikt vijf dagen met Chilli Jesson de Parijse La Frette Studios in om de tracks verder uit te werken. Er zit heel veel Fontaines D.C. creativiteit in de songs verweven, wat de Dead Dads Club plaat nog interessanter maakt. Rupert Greaves van Blind Pilgrim mengt zich vanuit de zijlijn in dit proces en voegt ook nog de nodige gitaarpartijen toe.

Dead Dads Club is soms zwaar en donker, maar over het algemeen opbeurend. Het mijmerende It’s Only Just Begun staat niet op de rand van de wankele afgrond, het is een nieuwe stap vooruit in het leven, de hergeboorte. We wanen ons ergens in die alternatieve Amerikaanse muziekscene van de jaren negentig, Slacker rock in hun hoogtijdagen. Ondanks de Londense achtergrond voelt It’s Only Just Begun niet echt Brits aan.

Soms is het heerlijk om te verdwalen, in Volatile Child is het eerder bedreigend, onvoorspelbaar en vreemd. De licht croonende Chilli Jesson bewapend zichzelf met zijn basgitaar waar de mooiste melodielijnen uit ontsnappen. De elektronische ruis in Humming Wires geeft de afstandige chaotische sfeer een bittere grijze kleur mee. Zo duister kan het leven dus zijn. Het spookachtige Goosebumps zoemt lekker neurotisch op dit thema voort. Junkyard Radiator teert op een akoestisch gothic postpunk deuntje en daar maakt Chilli Jesson met zijn kopstemuithalen het grote verschil.

Bij de Running Out of Gas folkrock vinden opgefokte frustraties eindelijk een weg naar buiten. De onmacht die vanaf zijn puberteit geen recht tot betekenis krijgt. Running Out of Gas gooit al die opgekropte ellende eruit. Running Out of Gas is een levensles gericht aan een dierbaar persoon van hetzelfde vlees en bloed die gefaald heeft. Daarna kan het alleen maar beter worden. En dat is het That’s Life popdeuntje dus ook. Een lege ongeschreven witte pagina, een writer’s block als opluchting om gedane zaken te herstructureren. Het afsluitende Need You So Bad zoekt antwoorden in de herhaling en geeft exact dezelfde zinsdelen als in That’s Life kracht en betekenis.

Het rauwe van zich af rockende Don’t Blame The Son For The Sins Of The Father is daar nog niet aan toe. De plek op de plaat is wat misplaatst, omdat deze single al eerder het licht ziet. De dreunende industriële chaos van Don’t Blame The Son For The Sins Of The Father is confronterend omdat de moeder in de karaktertrekken van haar zoon de slechte eigenschappen van haar overleden zwakke echtgenoot ziet. Deze tegenreactie komt dus heftig binnen. Need This Around is het escapisme wat hieruit voortkomt. Muziek als drug, muziek als zalvende uitvlucht. Gezonder, met hetzelfde effect. Vervolgens nog eventjes ontspannen relaxen op de divan bij de psycholoog met een Hospital Pillow in de nek.

Er zit dus heel veel Fontaines D.C. in Dead Dads Club. Dit geeft het amicale vertrouwen van Carlos O’Connell in Chilli Jesson en de onderlinge verstandshouding weer. Dit is de plaat die laatstgenoemde moest maken. Het wekt de indruk dat het bij een eenmalige concept blijft. Het belangrijkste is dat Chilli Jesson een stukje leven een plek geeft en dit vervolgens afsluit. Dat dit tevens een fraaie plaat oplevert is een mooie bijkomstigheid.

Dead Dads Club - Dead Dads Club | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There (2026) 4,5

22 januari, 00:07 uur

Manchester zal altijd een stad met een grote muzikale vernieuwingsdrang blijven. Dat hebben ze daar in het verleden al ruimschoots bewezen. Op het moment dat de rock daar wat dreigt af te zwakken brengt Shaking Hand daar met een geweldige eersteling verandering in. Vrijwel gelijktijdig verschijnt So Much Country ‘Till We Get There, de ep van het tevens uit Manchester afkomstige Westside Cowboy. Deze net afgestudeerde academici zijn een stelletje veelzijdige getalenteerde muziekliefhebbers die elkaar bij de befaamde Johnny Roadhouse Music muziekwinkel troffen, en daar hun passie deelden en uiteindelijk deze in songs omsmeedden.

Westside Cowboy is een misleidende naam. Ze hebben het grote geluk dat Geese ze als voorprogramma inlijft, anders zouden ze niet direct mijn aandacht trekken. Natuurlijk speelt het mee dat So Much Country ‘Till We Get There door Loren Humphrey geproduceerd is, die recentelijk nog zijn medewerking aan Getting Killed van Geese verleende. Als twee kernleden ook nog eens Aoife Anson O’Connell en Paddy Murphy heten, dan leg je de link ook niet direct met Manchester. Er zal heus wel Iers bloed door de aderen vloeien. Oké, Reuben Haycocks en James Bradbury klinken minder Iers, maar die link is dus snel gelegd.

Strange Taxidermy mengt traditionele folk met rauwe postpunk. Zangeres en bassist Aoife Anson O’Connell heeft iets breekbaars kinderlijks in haar voordracht, en trekt direct alle aandacht naar zich toe. Qua songopbouw hebben ze goed naar het psychedelischere werk van Velvet Underground geluisterd, al geven ze er wel een eigen twist aan. Ja, dan word je wel eventjes van je stoel geblazen. Zou de rest ook zo goed zijn?

Dat blijkt dus inderdaad het geval te zijn. Sterker nog, Aoife Anson O’Connell is niet de enige vocalist binnen Westside Cowboy. Bij de springerige uptempo vintage Can’t See punkrock neemt gitarist Reuben Haycocks het eventjes van haar over. Hij zorgt voor de swagger, een tikkeltje nonchalant, maar net zo doeltreffend. Rommelig, maar wel op een prettige manier aanstekelijk rommelig. In het dromerige melancholische powerpopduet Don’t Throw Rocks delen ze de zangpartijen. Het is bijna een amicaal gebaar van elkaar iets gunnen. Prachtig hoe ze dit vanuit zoveel rust tot een explosief eindakkoord uitwerken.

The Wahs, met een jaren negentig, Amerikaans klinkend, indiepopgeluid, toont weer een andere kant van dit veelzijdige viertal. Bij dit soort stevige passages is het Reuben Haycocks die prominent de hoofdrol opeist. En dan geloof je bij de korte, bijna evangelische samenzang van In the Morning amper dat dit dezelfde band betreft. Simpel, doeltreffend en tegen het Do It Yourself principe aan. Zo lang de bandleden er zo onbevangen puur in blijven staan, heb ik de volste vertrouwen in Westside Cowboy. Een mooie aanwinst in het hedendaagse grijze muziekklimaat. Laat die volwaardige plaat maar komen!

Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Caleb Nichols - Stone Age Is Back (2025) 4,0

21 januari, 03:06 uur

Na een lange periode van stilte brengen twee voormalige Port O’Brien collega’s bijna gelijktijdig nieuw werk uit. Joshua Barnhart slaat genadeloos sterk toe met zijn project Strange Pilgrim. Caleb Nichols laat ik in eerste instantie links liggen; zijn homo-erotische poprockplaat Ramon is niet echt voor mij weggelegd. Totdat ik de eerste Awooo! klanken van zijn laatste werkstuk Stone Age Is Back hoor. Dit stevig retro-glamrocknummer nodigt mij meer dan voldoende uit om mij in Stone Age Is Back te verdiepen, veel meer dan voldoende zelfs! Dit soort tracks maken mij heel gelukkig.

Die glamrock is niet zozeer het uitgangspunt. De titelsong Stone Age Is Back teert vooral op het eind jaren tachtig indierock-gevoel. De Pixies zijn niet ver weg en dan kan ik mij helemaal in deze songbenaming vinden. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat deze baanbrekers vooral anderen op de kaart zetten. Een mooi eerbetoon aan het ‘voorprogramma van de jaren negentig’, waarna vervolgens gitaarbands en grunge het stokje over zouden nemen.

De tijd staat niet stil en vormt het hoofdthema. Die tijd heelt geen wonden maar woekert ook bij Caleb Nichols het collectief gedragen negativisme juist aan. De tijd is onderdeel van de maatschappij, van een angstcultuur en legt het schuldgevoel en woede juist bij zichzelf. Juist deze kijk maakt het mogelijk om zich empathisch op te stellen.

Die zachtheid zit diep van binnen en is absoluut op Stone Age Is Back nog hoorbaar. De Quartz Age countryfolk mijmert lekker weg en is net als het wat saaie Stone Age Is Now enigszins naar Ramon te herleiden. Het psychedelische, door avondrood gekleurde Love Lies laat de slidegitaar spreken. Dit instrument staat gelijk aan die innerlijke onrust; de triestheid van het bedrog. De liefde is universeler, en in Slate Age legt Caleb Nichols de nadruk niet meer op de gayscene. De pijn en het houden van zijn in elke relatie exact hetzelfde, ongeacht geslacht en geaardheid.

Stone Age Is Back rockt meer dan wat we van Caleb Nichols gewend zijn. Zo sterk als opener Awooo! en Stone Age Is Back wordt het vervolgens niet meer, al steken tracks als het Paisley Underground getinte Call Me If, de krassende ingetogen Big Soul surfrock en het prachtige opbouwende Car Park er wel ver bovenuit. En toch geloof ik dat Caleb Nichols tot zoveel meer in staat is dan wat hij tot nu toe laat horen.

Caleb Nichols - Stone Age Is Back | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Tender Ender - Black Swan (2025) 3,5

21 januari, 03:05 uur

Black Swan is letterlijk tot de schoonheid van het duistere te herleiden. Wees niet bang voor de nacht en omarm de dood als deze zich aandient. Een zwaar thema, eenmansproject Tender Ender geeft er door de overdreven tragiek een luchtige twist aan. Thomas Schmidiger is geen groot zanger, maar een performer die het vooral van zijn ongecontroleerde emoties moet hebben. Met hulp van fragmentarische verknipte geluidscollages, elektrocyberpunk, film noir slide gitaaruitbarstingen, afstompende beats en vooral de sturende piano geeft hij zijn nachtmerries weer. Is het een keuze om deze te overwinnen, of is het een toewijding, een overgave, waar elk mens ooit mee te maken krijgt?

Het is de kunst om die sereniteit in de chaos van de noise te bewaken. Thomas Schmidiger bewandelt niet de meest gemakkelijke weg. Het leven is dan ook niet eenvoudig. Met verschillende omwegen lukt het je toch om deze te trotseren. Zo kan je Black Swan ook het beste omschrijven. Het is een barre tocht, met een overschot aan pathetische dramatiek. Het is aantrekken en afstoten. Gelukkige sprookjes bestaan niet, deze worden zo voor de consument ontworpen. Uiteindelijk wil je toch met een goed gevoel gaan slapen.

We kunnen er lang en breed over praten: Black Swan dwingt in ieder geval een mening en respect af. Pas als de zanger zwijgt en de futuristische soundscapes het van hem overnemen, wordt het echt interessant. Zelfs zonder de doodskreet in No Way Out is er voldoende overtuiging. Op dit soort momenten zaait Tender Ender verwarring en gebruikt hij de onderliggende angst om een paniekaanval op te wekken. Trauma’s acclimatiseren nu eenmaal het beste aan de duisternis en openbaren zich op die spaarzame ogenblikken dat de stilte heerst. Het speeldoosje in het afsluitende The Wqave vormt de hartslag van Black Swan. Als die klanken doven, sterft tevens de ziel van de plaat.

Black Swan intrigeert vooral op het muzikale vlak. Een jammerende Thomas Schmidiger in slachtofferrol. De spin die in zijn eigen gesponnen web in de knoop raakt. Black Swan bezit die claustrofobische interesse en haakse desinteresse van het pandemietijdperk. Alsof deze op een beschimmeld zolderkamertje geïsoleerd van de buitenwereld door een uitverkoren kluizenaar in elkaar gezet is. Juist dat ongemakkelijke maakt de plaat zo puur.

De aantrekkingskracht van het onverwachte. Iedereen herkent dit soort situaties die hij het liefste zo snel mogelijk wil ontvluchten. Al houdt dezelfde magnetische aantrekkingskracht de luisteraar in de greep. Onbewust komt de boodschap beter over dan waar Thomas Schmidiger ooit van heeft kunnen dromen.

Tender Ender - Black Swan | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Grinderman - Grinderman (2007) 4,0

21 januari, 03:03 uur

Dat het al een tijdje niet meer echt botert tussen Nick Cave en Mick Harvey is tijdens het concert in het World Forum Theater te Den Haag in 2006 pijnlijk zichtbaar. The Bad Seeds spelen hard en agressief en er is weinig sprake van echte interactie. Niet vreemd dus dat Mick Harvey vervolgens The Bad Seeds verlaat om zich op zijn rol als sessiemuzikant bij andere artiesten te richten. Na het verwachte afscheid van Blixa Bargeld in 2003 is door deze aderlating The Bad Seeds zodanig geamputeerd dat er van de oorspronkelijke basis slechts alleen Nick Cave overblijft.

Het voortbestaan van The Bad Seeds hangt dus aan een zijden draadje, zeker als Nick Cave, de spin in het web, een ander project aankondigt, Grinderman genaamd. Door het gebrek aan echte gitaristen zien Warren Ellis, Martyn P. Casey en zelfs Nick Cave zich genoodzaakt die partijen voor hun rekening te nemen. Doordat deze stoelendans de bandsetting verandert, verschuift het accent naar een unieke garagerock gitaarsound. Een koortsachtige bluespunk-energie die we voornamelijk in de beginjaren van The Birthday Party hoorden. De basis bestaat verder uit percussionist Jim Sclavunos. Deze viereenheid werkt trouwens in diezelfde periode ook met Marianne Faithfull aan haar comebackplaat Before the Poison.

Het gezelschap verhuist voor een korte vijfdaagse opnamevakantie tijdelijk naar de Metropolis Studios te Londen. De naam Grinderman is van het Memphis Slim nummer Grinder Man Blues afgeleid. Nick Cave laat zich net als in de eerste The Bad Seeds jaren door oude bluesmuzikanten inspireren. Daar ligt in principe tevens de basis van de rock, de kern van The Bad Seeds. Grinderman is rommelig, maar wel oprecht gemeend rommelig. Het speelplezier is weer terug, zeker nu de druk van het kolossale monster The Bad Seeds eraf is.

De eerste single Get It On komt twee maanden voor het album van Grinderman uit en wordt bejubelend ontvangen. Het is vooral Nick Cave die met zijn sexy gitaarwerk herinneringen aan The Birthday Party bassist Tracy Pew oproept. Misschien is zijn snor zelfs een mooi eerbetoon aan deze vroeg overleden flamboyante persoonlijkheid, al is de gelijkenis met filmster Jack Nicholson treffender. Nick Cave dwaalt naar de krochten van zijn ziel af. Daar in de kelder treft hij zijn evenbeeld Grinderman. Opnieuw gaat hij de strijd met zijn innerlijke demonen aan. Al is het nu niet zozeer de verslavingsdrang die de hoofdrol opeist, het is eerder het verraad van zijn voormalige teamleden die hem op het moment van scoren verlaten.

De spacerock van Honey Bee (Lets Fly to Mars) klinkt als Sonic Youth on acid. When My Love Comes Down sluit bij de manische funkfreak van het dan zeer populaire alternatieve Belgische rockscene aan. Met het elektronische bouzouki van Warren Ellis in Electric Alice onderscheiden ze zich in de doem-postpunkstroming die weer in opkomst is. De jankende Love Bomb cross-over bezit dat repeterende jammende waar ooit Velvet Underground naam mee maakt. Alleen het melancholische, sobere, voor zijn vroeg overleden vader geschreven Man in the Moon is nog enigszins naar het latere werk van The Bad Seeds te herleiden. Nou vooruit; het avondschemerige I Don’t Need You (To Set Me Free) mag je gerust als voorwerk van Jubilee Street beschouwen.

No Pussy Blues ligt qua structuuropbouw bangelijk dicht in het verlengde van Papa Won’t Leave You, Henry, een van de prijsnummers van Henry’s Dream. Tekstueel handelt het zelfspotnummer over de frustraties van een midlife crisis als iemand vanwege zichtbare toenemende ouderdomskwalen afgewezen wordt. Het is Nick Cave zelf die zichzelf smerig rockend op gitaar prominent op de voorgrond plaatst. Grinderman is het personage dat je laat in de avond niet in donkere steegjes wilt tegenkomen. De nachtmerrie van verontruste ouders waarvan de dochter het nachtleven ontdekt.

Zo vreemd is die eerder genoemde Jack Nicholson vergelijking dus niet. De huisman die in The Shining in een zieke psychopaat verandert. Nick Cave heeft die zelfkant geleefd en dreigt ook hier vanwege de omstandigheden daarin weg te zakken. De Grinderman noiserock is een moordaanslag op Nick Cave & The Bad Seeds die de betrokkenen ternauwernood overleven. Het is de plaat die ze moeten maken om zichzelf weer te rangschikken. Een ruwe uitlaatklep die een paar jaar later nog een vervolg in Grinderman II krijgt.

Grinderman - Grinderman | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Shaking Hand - Shaking Hand (2026) 5,0

21 januari, 02:18 uur

Met hun Amerikaanse inslag distantieert Shaking Hand zich van hun stadsgenoten uit het muzikale broeinest Manchester. Sterker nog, Shaking Hand is letterlijk afgeleid van een songtitel die op het gelijknamige debuut van de band Women te vinden is. Dit Canadese cultgezelschap heeft hun roots in de postrock maar gaat verder waar Slint jaren eerder de basis legde. Shaking Hand richt zich echter niet op complexe math rock, maar levert op hun debuutalbum Shaking Hand wel heerlijke doordachte songs af.

Shaking Hand is nog enigszins met de Black Country, New Road ten tijde van de aftrap For the First Time te vergelijken. Net zo gedurfd, maar dan zonder de met een zenuwinzinking worstelende frontman. Shaking Hand wordt bovendien niet als nieuwe hype gepresenteerd, en voelt die druk veel minder. Feit is wel dat ze met het gelijkwaardige debuut Shaking Hand de meest interessante release van begin 2026 afleveren, want hier is absoluut iets bijzonders gaande.

Het verhaal begint ergens in het begin van de zomer van 2025. Shaking Hand brengt de dromerige single Over the Coals uit. De indrukwekkende clip maakt gebruik van in verval rakende nostalgie. Jeugdherinneringen die door onkruid en betonrot overwoekerd worden. Een fraai zwartwit visitekaartje met een herkenbaar heimelijk verlangen naar betere tijden. Over the Coals haalt de eersteling niet, al schetst het absoluut die identieke sfeer. Over the Coals zou prima op het album passen. George Hunters laat de track eerst ademen en aarden, voordat hij er zijn verbale zachtmoedige rust inmengt.

Mantras verscheen afgelopen herfst, en was de daadwerkelijke introductie waarmee ze hun debuutplaat aankondigden. Mantras tikt met ingecalculeerde precisie secondewerk af. De stem van George Hunters geeft er een folky twist aan. Muzikaal zoeken ze de grenzen van de noise op om er soms gepast net overheen te stappen. Het codewoord op Mantras is controle. Hoe bijzonder is het dat dit trio, dat buiten zanger/gitarist George Hunter uit drummer Freddie Hunter en bassist Ellis Hodgkiss bestaat, zo een vol geluid creëert en continu net in evenwicht blijft.

Het herhalende Mantras is tot hun repeterende werkwijze te herleiden; het verschil maken met kleine genuanceerde veranderingen. Je kan in een draaikolk verdwalen of juist daar naar die kern op zoek gaan. Het glinsterende Sundance geeft een eindeloze zomerbeleving glans. Broeierig schroeit de band de oververhitte, verbrande delen verzachtend dicht. Het gaat om die onderhuidse interactie, die niet direct aan de oppervlakte zichtbaar is, maar die je dus wel degelijk voelt. Producer David Pye kanaliseerde deze energie in een tot studio omgebouwde kerk in Leeds. Daar kregen de klanken genoeg ruimte om te settelen. Daar kwam de heilige drie-eenheid Shaking Hand volledig tot ontplooiing.

Shaking Hand is de keerzijde van Manchester. Als leeftijdsgenoten zich op de dansvloer uitleven, sluit het drietal zich in de nacht van de buitenwereld af om hun tracks af te ronden. Shaking Hand laat zich het beste als geïsoleerde duisternis omschrijven. Littekens uit de lockdown, die sierlijk in stereotype bewegingen de ruimtes opvullen. Daarom komt de plaat ook zo goed in het donker tot zijn recht. Het vergt de nodige concentratie om de diepere lagen uit te pluizen, praktisch chirurgisch te ontleden.

Staccato haperend gitaargeweld, opruiende marcherende ritmes en een diepe doordenderende bas laten In for A… Pound! voorzichtig swingen. Het blijft secuur afgepast maatwerk, maar dan wel de meest avontuurlijke variant. Het scherpe opzwepende Night Oil doet zijn naam eer aan. De nacht als de natuurlijke vertrouwde habitat, waar het trio de mogelijkheden tot structureren en componeren verder aftast. Hierin vragen de muzikanten het uiterste van elkaar.

In het griezelig krassende Up the Ante(lope) zoeken ze enigszins aansluiting bij de postpunk. Het melodieuze Up the Ante(lope) is zo ruw en puur als een demo, met een hoog Do It Youself gehalte. De doordachte mathrock-riffs zijn geraffineerd en doeltreffend, en George Hunters gooit er nog een paar bescheiden gitaarsolo’s doorheen. Het dagdromende Italics zet je op het verkeerde spoor. Onbewust dwaal je prettig gestemd af en neem je de omgeving gedetailleerd in je op. Ook dit is een krachtige vorm, waarmee Shaking Hand zich juist helemaal in het nu plaatst.

Shaking Hand trakteert je vervolgens nog op het indrukwekkende eindspel Cable Ties. Ze vragen het onmogelijke van zichzelf en spannen de koorden suïcidaal strak destructief aan. De schoonheid in het diepzwarte erkennen. Mooier dan deze Shaking Hand plaat zal het niet worden. Shaking Hand is een geheim verbond, de missie is geslaagd en volwaardig afgerond. Daarom gun je de mythische band bijna een kortstondig bestaan. Wat moeten ze hier in de toekomst nog aan toevoegen? Het is af, een groter compliment kan ik ze niet geven.

Shaking Hand - Shaking Hand | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Twilight Sad - It's the Long Goodbye (2026) 4,5

13 januari, 22:42 uur

stem geplaatst

» details  

Mansun - Six (1998) 4,5

10 januari, 18:36 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Dry Cleaning - Secret Love (2026) 4,0

6 januari, 00:43 uur

Na het voortreffelijke en overrompelende postpunkdebuut New Long Leg en de net zo goed ontvangen opvolger Stumpwork wordt Dry Cleaning door Nick Cave ingepalmd om tijdens de Wild God tour voor hem te openen. De dromerige, zachte en wat beperkte praatzang van Florence Shaw komt daar niet volledig tot zijn recht maar het biedt de band in ieder geval meer dan voldoende speeluren, die ze gretig benutten. Daarna duiken ze weer de studio in om aan Secret Love te werken. Het is een voorrecht dat leden van Gilla Band zich hierin mengen. In deze sessie ontstaan een twintigtal nummers.

Na het voormalige PJ Harvey maatje John Parish, die de eerste twee albums produceerde, mag nu producer Cate Le Bon het geheel passend maken. Ze onderzoekt de mogelijkheden om de demo-probeersels in kant en klare songs te gieten. Hierdoor verdwijnt het hoekige, traditionele, vroege jaren tachtig postpunkgeluid wat meer naar de achtergrond. Niet dat de eighties volledig verdwenen zijn, maar het mag net wat sensueler en vrouwelijker klinken. De drums zijn droog en blikkerig, waardoorheen de stevige new wave gitaarklanken zich een weg wringen. Voor de releasedatum sneuvelen nog een aantal tracks, waarna er een veelzijdig elftal overblijft.

Ondertussen hebben we wel geleerd om niet teveel diepgang achter de cryptische teksten van Florence Shaw te zoeken. Het is aan de luisteraar om deze naar behoefte verder uit te pluizen. Dry Cleaning plundert het muziekverleden en in het groovende Hit My Head All Day is de invloed van Prince en één van zijn muzikale leermeesters Sly Stone overduidelijk voelbaar. Het door Robert Fripp beïnvloede gitaarspel wekt de indruk dat Nile Rodgers aan de touwtjes trekt. Het zijn allemaal tekenen aan de wand dat Cate Le Bon samen met Dry Cleaning voor een wat commerciëlere invalshoek kiest, al geldt dit zeker niet voor de gehele plaat.

Cruise Ship Designer bezit nog dat statige en tegenstrijdige funkende van de eerste twee albums. Hier is bassist Lewis Maynard de meest geschikte kandidaat om bijna drukkend monotoon verbaal tegengas te geven. Zangeres Florence Shaw bewandelt gewoon haar eigen pad dat ze vervolgens bij de late jaren tachtig punkrock van My Soul / Half Pint brengt. Jeff Tweedy van Wilco is hierbij de grote verrassing; hij levert het merendeel van de stevige gitaarakkoorden aan. Het wekt in ieder geval sterk de indruk dat de Londenaren zich verbreden en zich duidelijk op de Amerikaanse markt richten. Er zit in ieder geval meer dan voldoende New Yorkse No Wave in Secret Love verwerkt.

Het is een kleine stap naar de indierock van het voortkabbelende, bijna gezongen Secret Love (Concealed in a Drawing of a Boy) en ook in het afsluitende Joy onderneemt Florence Shaw een heuse poging om melodielijnen aan de voordracht toe te voegen. Met de eenvoud van Let Me Grow and You’ll See the Fruit staat Dry Cleaning volledig in het nu, het acclimatiserende, bedankende rustpunt van het album. Bij het ritmische Blood staan de drums van Nick Buxton op migraine/oorlogsstand opgesteld. Gedurfd, maar net iets teveel van het goede. Bij het logge kruipende gedrocht Evil Evil Idiot werkt dit echter wel. Avontuurlijk met het duellerende samenspel tussen bassist Lewis Maynard en de krassende gitaarinterrupties van Tom Dowse.

De primitieve punk van Rocks haakt op het stampende Blood in. Niet eerder drukt Gilla Band zijn stempel zo op een albumtrack. Ook hier waan je jezelf in een slachterij waar aan de lopende band kant en klare, voor consumptie bedoelde en op maat gemeten, messcherpe brokken aan industrieel postpunkgeweld worden aangeleverd. De ouderwets swingende en ruige The Cute Things folkpunk is luchtiger van toon. De publieke schijt aan de wereld-liefdesverklaring van I Need You schetst een beeld van simpele minimalistische voldoening. Op muzikaal vlak valt er in de toekomst genoeg winst te halen, al lijkt het er wel op dat Florence Shaws’ stembereik het plafond behaald heeft. Dit kunstje kennen we nu wel, benieuwd of ze er in de toekomst een andere twist aan geeft.

Dry Cleaning - Secret Love | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer