menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019, september 2019, oktober 2019, november 2019, december 2019, januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020

Martin Rev - See Me Ridin' (1995) 3,0

afgelopen zaterdag om 16:54 uur

Het Duitse Bureau B is op dit moment het meest in het oog springende platenlabel welke zich richt op de vernieuwende elektronica releases. Niet zo verwonderlijk dus dat ze sterspeler Martin Rev binnen halen en twee oudere albums van hem van een frisse oppoetsbeurt voorzien. Als pionier van de cyberpunk scene maakte hij met Alan Vega naam als Suicide die met het gelijknamige debuut songs afleverde als het gedenkwaardige Ghostrider en het angstaanjagende Frankie Teardrop. See Me Ridin’ verscheen eerder in 1996 op het New Yorkse ROIR.

Door het ontbreken van de ruige doorleefde motorrijder stem van Alan Vega komt het stukken veiliger maar ook wat geamputeerd over. Martin Rev is simpelweg geen geweldige zanger, en daarin ligt het grote pijnlijke verschil. Opwekkende cafeïne synthpop katalyseren de stroef lopende zeurende eentonige vocalen. Zijn teammaatje was in Suicide toch wel de roekeloos rijdende chauffeur die keihard het rokende gaspedaal intrapt, terwijl zijn bijrijder zich uitleeft met de elektrische snufjes. Door het ontbreken van deze geladen krachtbron is See Me Ridin’ geen beangstigende roadtrip geworden, maar niet veel meer dan een onervaren stuntelende rijles ritje.

See Me Ridin’ is gekleurde toverballen geluk, doordrenkt met kitscherige synthesizer geluiden en licht sensuele elektrodrums. De veredelde kinderrijmpjes en onschuldige naïviteit worden aangevuld met eenvoudige minimalistische melodielijnen en lompe militaire olifantenpercussie. Het is een bekoorlijk verlangen naar radiovriendelijke liefdesliedjes die vanuit de woonkamer van het ouderlijke huis van Martin Rev in de vroege jaren vijftig hem weten te betoveren. In de tijd van de opkomst van stevige white man working class rock and roll wordt juist de aandacht getrokken door melodieuze Afro-Amerikaanse doowop, donkere swinging soul en zelfs fragmentarische geluidscollages van tekenfilms.

De egocentrische zelfverheerlijking in het titelstuk See Me Ridin’ is terug te voeren naar een langdurig gebruik van cocaïne. Het verval van een aftakelende popster die in zichzelf blijft geloven en steun zoekt bij het conservatieve beeld wat hij van New York heeft. Of Martin Rev deze waarneming aan zichzelf spiegelt wordt in het midden gelaten. De Amerikaanse Droom verpakt in kauwgumpapier, die als een grote zoete bel uit elkaar spat. Jeugdige flashbacks vertroebelen de realiteit en creëren een schijnwereld waarin verteerde junkies naast de overbevolkte speelplaatsen leven.

Eigenlijk is See Me Ridin’ feitelijk gezien inhoudelijk een prequel die resulteert in de magische chemie van Suicide. Een voorstudie gezien vanuit de zachtere romantische kant van dit gezelschap. Martin Rev gebruikt het invloedrijke verleden om zijn jeugdherinneringen te transporteren naar het heden, en dat maakt het allemaal zo interessant. De nieuwsgierigheid die het mysterieuze gezelschap oproept wordt hier maar gedeeltelijk vrijgegeven. Een paar jaar later zou het wel allemaal kloppen in het sterk overtuigende Strangeworld.

Martin Rev - See Me Ridin' (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Nouveau Vélo - Bogland (2020) 4,0

afgelopen zaterdag om 16:28 uur

stem geplaatst

» details  

Martin Rev - Strangeworld (2000) 4,0

afgelopen woensdag om 23:07 uur

Het Duitse Bureau B is op dit moment het meest in het oog springende platenlabel welke zich richt op de vernieuwende elektronica releases. Niet zo verwonderlijk dus dat ze sterspeler Martin Rev binnen halen en twee oudere albums van hem van een frisse oppoetsbeurt voorzien. Als pionier van de cyberpunk scene maakte hij met Alan Vega naam als Suicide die met het gelijknamige debuut songs afleverde als het gedenkwaardige Ghostrider en het angstaanjagende Frankie Teardrop. Strangeworld verscheen eerder in 2000 op het Finse PUU.

Het rond de eeuwwisseling uitgekomen Strangeworld is de typerende kijk op het hedendaagse visiebeeld van een metropool, waarbij de met retro eighties look op de albumhoes poserende Martin Rev vanzelfsprekend zijn thuisbasis New York als uitgangspunt heeft gebruikt. Hij mist het opjagende neurotische in zijn vocalen van Alan Vega, waardoor het toch stukken minder de rock & roll stadscowboy mentaliteit uitdraagt. De ontvlambare chemie die veroorzaakt werd door het opruiende spanningsveld van het markante tweetal wordt hier geamputeerd al is het brede scala aan provocerende elektronica wel een geschikte substitutie.

De exotica van My Strange World zoekt een doorgang tussen het labyrint aan flitsende oplichtende soundscapes die vervolgens onderbroken worden door de harde vernietigende techno beats van Sparks. Een verdwaalde Martin Rev die als een onherkenbare schim aanwezig is in de danceclubs waarbij hij jaren eerder het zaadje heeft ontkiemt. Als observator neemt hij in Funny ook de nodige hiphop invloeden mee in zijn betoog, een stroming die zich vrijwel gelijktijdig met de opkomst van Suicide in de wereldstad ontwikkelde. Hetzelfde randprincipe, met een andere uitwerking.

Dromerige nostalgische David Lynch achtige doowop fragmenten in Solitude, Cartoons en Reading My Mind gecombineerd met de zelfbewuste Rock and Roll van Trouble herinneren aan de onschuldige jeugd van een gefascineerde aan de radio gekluisterde Martin Rev. De eerste bewuste muzikale indrukken die als rode leidraad een stroperig door zweet veroorzaakt bloedspoor achter laten welke zijn verdere loopbaan stigmatiseert.

Het minimalistische One Track Mind kan niet de eenzijdige beperkte zangmogelijkheden van Martin Rev camoufleren. Momenten waarbij zijn voormalige partner Alan Vega het hardste gemist wordt, iets wat weer wel goed tot zijn recht komt bij de heftige aan Frankie Teardrop memorerende stemcollages in Chalky.

Splinters zit gevangen in een multiculturele smeltkroes van opgefokte Oosters vuurwerk ritmes en agressieve mechanisch hondengeblaf. Het ademt de gespannen sfeer van de arme voorsteden uit die je ook terug hoort in tracks als Unfinished Sympathy van Massive Attack en Suburbia van Pet Shop Boys. Een hittegolf aan opgekropte frustraties en ontbrandingspassie die tegen het kookpunt aanloopt. De puinhoop van een in een slob rakende New York City, samengevat in een track.

Er is weinig futuristisch aan Strangeworld. New York is voor Martin Rev een grote speelweide, waarbij de verlokkingen van het nachtleven een bestaan leiden langs het dagelijkse vaste regiem. Een wereld die continu in beweging is, en waarin de hoofdverteller vervreemd in zijn gedateerde outfit. De vervallen stad met zijn nachtelijke Gotham City schaduw. Het verloederende oude Manhattan uit de jaren zeventig welke centraal staat in de duistere DC Comics sprookjeswereld naast de kermis bubblegum pop die zich ondertussen in poptempel CBGB muteert tot de New Wave en de No Wave. Strangeworld is a trip down a dead end memory lane.

Martin Rev - Strangeworld (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Woodkid - S16 (2020) 4,5

afgelopen woensdag om 01:50 uur

Hoe mooi kan het zijn als je als veelvoudig gevraagde artiest je naam mag koppelen aan hedendaagse iconische sterren als Katy Perry, Taylor Swift, Harry Styles en Lana Del Rey. De Franse filmregisseur Yoann Lemoine observeert, visualiseert en reproduceert. Hij benut de natuurlijke omgeving om een aardse luchtigheid toe te voegen aan de importante clips die hierdoor overduidelijk zijn stempel dragen.

Het is wonderbaarlijk dat hij met zijn autobiografische debuut The Golden Age juist een zwaarmoedige licht deprimerende sfeer neerzet, die een tegenovergestelde kant van dit multi-talent tentoon stelt. Yoann Lemoire, de man achter Woodkid, laat zich hierbij leiden door klassieke composities, waarmee er een fraai hedendaags filmisch zwartwit gevoel opgeroepen wordt, gevormd door duizelingwekkende elektronica. Een belevenis die zijn climax bereikt in de indrukwekkende live registratie met de blazersselectie van het Metropole Orkest op het Holland Festival, waarmee ze in juni de tropische record brekende zomer van 2014 aankondigen.

Vervolgens wordt het steeds stiller rondom Woodkid, en beperkt hij zich voornamelijk tot gastbijdrages op andere platen. Een voorbeeld van te vroeg pieken om daarna in de vergetelheid te verdwijnen? Dan kondigt hij totaal onverwachts in december 2019 aan dat hij bezig is met nieuw materiaal. De single Goliath houdt zich sterk staande, maar wordt in april toch onderdrukt door het Corona virus die als David deze reus tot de grond dwingt. Er wordt gewerkt aan de wederopstanding die vorm krijgt met het indrukwekkende S16. De scheikundige benaming voor het chemische element zwavel; een giftige eenvoudige ontvlambare stof.

De beelden bij Goliath plaatsen je in de donkere uitzichtloze wereld van hardwerkende arbeiders, die onder slechte omstandigheden hun geld verdienen. Het industriële karakter ademt de verziekende duisternis uit, waarbij de kolenmijn uiteindelijk terugslaat en zich sterk tegenover de allesvernietigende mensheid opricht. Het milieuvraagstuk teruggebracht in de visie van Yoann Lemoine waarmee hij al zijn eerdere video ervaringen doet vervagen. Om dan vervolgens bij het tevens reactie oproepende Pale Yellow te benadrukken dat de mensheid ingehaald wordt door de technologie, geeft al aan dat S16 niet zozeer persoonlijk is als The Golden Age, maar dat hij zich nu op het maatschappij kritische vlak begeeft.

De hardheid van de techno beats krijgt tegengas door daar orkestrale in triphop gedoopte spookstad samplers en verstilde pianoklanken aan toe te voegen, waarmee Yoann Lemoine zich herplaatst in de verstikkende jaren negentig. Door het gebruik maken van lawaaierige eighties staalpercussie benadrukt hij nog meer de uitzichtloze achtergrond waar hij in opgegroeid is. De grimmige grijstinten verraden zijn afkomst, die liggen in Tassin-la-Demi-Lune, een gedeelte van de westelijke buitenwijken van Lyon.

De smekende hoge vocalen in Shift en gedragen somberheid van Woodkid ontbloten zijn kwetsbaarheid, waardoor hij verbaal zo naakt mogelijk zijn stem beschikbaar stelt voor de muzikale wetenschap die hij als volleerd architect heeft gecreëerd op S16. Een plaat die veel dieper gaat dan de innerlijke persoonlijke pijn op The Golden Age, en dit verbreed op mondiaal niveau. De innerlijke omhelzing op de albumhoes benadrukt nogmaals dat men de natuur niet moet uitpersen als een druif maar omarmen als een vriendschappelijke bondgenoot.

De kinderlijke engelenkoortjes staan voor de nieuwe generatie die genoodzaakt zijn om voor de geschepte problematiek van hun voorouders oplossing denkend te handelen. Die gezamenlijke kracht komt confronterend terug in de meerstemmigheid waarmee Minus Sixty One een nieuw hoofdstuk lijkt aan te kondigen, in een toekomst die beheerst wordt door de Greta Thunberg generatie.

Woodkid - S16 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Matt Berninger - Serpentine Prison (2020) 4,5

afgelopen woensdag om 00:22 uur

De prachtige geschilderde albumhoes van Serpentine Prison illustreert Matt Berninger alsof hij net precies heeft geposeerd voor het intieme televisieprogramma Sterren op het Doek. Een op leeftijd rakende oudere geest die zich comfortabel ontspannen settelt op een ongemakkelijke stoel. De sobere verzadigde tevreden ouwe lullen huisvader houding. Is Serpentine Prison dan ook een sobere ouwe lullen plaat geworden? Jazeker, maar wel eentje met de schoonheid van een bijzondere hoge klasse, zoals we van de frontman van The National gewend zijn.

Zijn eerste echte soloplaat, die veel sterker aansluit bij zijn identiteit dan de voor Matt Berninger begrippen springende popplaat Return to the Moon die hij samen met Brent Knopf onder de naam EL VY heeft uitgebracht. Toch werkt hij ook nu niet helemaal alleen, en krijgt hij hulp van de multi instrumentalist en tevens befaamde producer Booker T. Jones. Het is hierdoor echter geen standaard vintage soulalbum geheel geworden, maar wel een sfeervolle herfstplaat, die vreemd genoeg al in mei vrijwel afgerond op de plank belandde.

Werd de zanger op I Am Easy to Find nog getriggerd door de bijdrage van vrouwelijke gastzangeressen wat vrij luchtige songs opleverde, hier is de stemming weer kenmerkend somber. Alsof die manische uitspattingen nodig zijn geweest om vervolgens nog dieper in zijn fragiele ziel te duiken, op zoek naar de ware Matt Berninger. Een kwetsbare, licht neurotische persoonlijkheid die zijn singer-songwriterschap loskoppelt van het veilige The National.

Het warme bezielende seventies toetsenwerk van Booker T. Jones in One More Second en het met blazers en strijkers georkestreerde Loved So Little en het zonsverduisterende vredige violenspel van Collar of Your Shirt zorgen ervoor dat de hierdoor verwende vocalist in een heerlijk opgeschud en opgemaakt bedje beland. Het druilerige tijdloze niks moet, alles mag zondagochtend gevoel. Niet vooruit te branden, waarna je partner met een lekker warm kopje koffie komt aanzetten. Dat alles ademt Serpentine Prison in al zijn eenvoud uit.

Het is dan ook geen moeilijke complexe plaat geworden en dat hoeft ook niet. Matt Berninger heeft nog steeds dat breekbare van de underdog in zijn stem, die noodgedwongen de ring betreed. Het is geweldig hoe eerlijk typerend hij die voordeur wijd opent voor de buitenwereld en daarin die heerlijke slide gitaar klanken verwelkomt in de knusse huiskamer beleving van het zalige My Eyes Are T-Shirts. Talrijke verwijzingen naar de jaren tachtig zijn er in het krachtige opzwepende drumwerk en explosieve postpunk gitaaruitbarstingen van het overtreffende ultieme hoogtepunt Distant Axis. Betere popsongs zijn er voor mijn gevoel in 2020 niet verschenen.

Zijn er nog duidelijke verrassingen te horen op Serpentine Prison? Niet echt, al dwalen er op Oh Dearie wel de nodige basis countryrock gitaarakkoorden rond. Geen overduidelijk kampvuur liedje, daarvoor heeft het net teveel de charme van een huiselijke openhaard song. Met de Burt Bacharach achtige instrumentale maniertjes op het afsluitende titelstuk Serpentine Prison wordt op vriendschappelijke wijze de samenwerking met Booker T. Jones passend beëindigd.

De beeldende omgeving van de praat-zingende bariton vocalist is nog altijd gevuld met twijfelingen die in de teksten als stekende muggenbeten pijn blijven doen. Daarnaast zijn er genoeg kleine ongedwongen gelukmomentjes die zich als glinsterende vuurvliegjes in het donker laten vangen. Matt Berninger zal voor eeuwig die depressief ogende zeurende romanticus met een negatief zelfbeeld blijven, de gedeelde openheid siert hem. Serpentine Prison past perfect in deze tijd doordat de intimiteit ook zeker live het beste in een kleinere setting tot zijn recht komt. Het nieuwe beleven staat hierbij sterk op de voorgrond.

Matt Berninger - Serpentine Prison | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Dafgård - Note to Self (2020) 3,0

11 oktober, 23:42 uur

stem geplaatst

» details  

Al Season - Nobody Cares (2020) 3,0

10 oktober, 14:26 uur

stem geplaatst

» details  

Sorbet - Life Variations (2020) 3,0

9 oktober, 19:30 uur

stem geplaatst

» details  

Selma Juudit Alessandra - Rubicon Songs (2019) 4,0

9 oktober, 18:57 uur

stem geplaatst

» details  

Mikael Tariverdiev - Semnadtsat' Mgnoveniy Vesny (2020) 3,0

Alternatieve titel: Seventeen Moments of Spring, 9 oktober, 17:34 uur

stem geplaatst

» details  

Relling - Lower Your Guard (2019) 3,0

9 oktober, 17:33 uur

stem geplaatst

» details  

Ton Snijders - Solo (1*) (2020) 3,0

9 oktober, 17:33 uur

stem geplaatst

» details  

Pose Dia - Front View (2020) 3,5

9 oktober, 17:02 uur

stem geplaatst

» details  

Scotch - Losing My Mind (2019) 2,5

9 oktober, 16:57 uur

stem geplaatst

» details  

Mey - With the Lights Off (2019) 3,5

9 oktober, 16:57 uur

stem geplaatst

» details  

The Dandy Warhols - Distortland (2016) 4,0

9 oktober, 16:55 uur

stem geplaatst

» details  

Hunter Complex - Open Sea (2019) 3,5

9 oktober, 16:54 uur

stem geplaatst

» details  

LIFE - A Picture of Good Health (2019) 3,5

9 oktober, 16:53 uur

stem geplaatst

» details  

Tunng - Songs You Make at Night (2018) 4,0

9 oktober, 16:53 uur

stem geplaatst

» details  

Charles Watson - Now That I'm a River (2018) 3,5

9 oktober, 16:52 uur

stem geplaatst

» details  

Chastity - Death Lust (2018) 4,0

9 oktober, 16:51 uur

stem geplaatst

» details  

Vanishing Twin - The Age of Immunology (2019) 4,0

9 oktober, 16:51 uur

stem geplaatst

» details  

black midi - Schlagenheim (2019) 4,0

9 oktober, 16:50 uur

stem geplaatst

» details  

Lankum - Between the Earth and Sky (2017) 4,0

9 oktober, 16:49 uur

stem geplaatst

» details  

Akiko Yano - Iroha Ni Konpeitou (1977) 3,0

Alternatieve titel: いろはにこんぺいとう, 9 oktober, 16:48 uur

stem geplaatst

» details  

Fairuz - Wahdon (1979) 3,5

Alternatieve titel: وحدن, 9 oktober, 16:48 uur

stem geplaatst

» details  

Antoinette Konan - Antoinette Konan (1986) 2,5

9 oktober, 16:47 uur

stem geplaatst

» details  

Jon Hassell / Farafina - Flash of the Spirit (1989) 2,5

9 oktober, 16:46 uur

stem geplaatst

» details  

Sharon Van Etten - Are We There (2014) 4,0

9 oktober, 16:45 uur

stem geplaatst

» details  

Nick Ferrio - Amongst the Coyotes and Birdsongs (2015) 3,0

9 oktober, 16:44 uur

stem geplaatst

» details  

Drose - Boy Man Machine (2016) 3,0

9 oktober, 16:44 uur

stem geplaatst

» details  

Ryan O'Reilly - I Can't Stand the Sound (2018) 3,0

Alternatieve titel: Live & Out-Takes, 9 oktober, 16:44 uur

stem geplaatst

» details  

Howard Hello - Election Year (2017) 3,0

9 oktober, 16:43 uur

stem geplaatst

» details  

Alex Highton - Welcome to Happiness (2017) 3,5

9 oktober, 16:43 uur

stem geplaatst

» details  

Polen 10 Años en el Aire (2017) 2,5

9 oktober, 16:42 uur

stem geplaatst

» details  

Minyo Crusaders - Echoes of Japan (2017) 3,5

Alternatieve titel: エコーズ・オブ・ジャパン, 9 oktober, 16:42 uur

stem geplaatst

» details  

Con Brio - Explorer (2018) 3,0

9 oktober, 16:41 uur

stem geplaatst

» details  

The National Jazz Trio of Scotland - Standards Vol. IV (2018) 3,0

9 oktober, 16:30 uur

stem geplaatst

» details  

Park Jiha - Philos (2018) 3,0

9 oktober, 16:30 uur

stem geplaatst

» details  

Tropics - Nocturnal Souls (2018) 3,5

9 oktober, 16:30 uur

stem geplaatst

» details  

Poppy Ackroyd - Resolve (2018) 3,5

9 oktober, 16:29 uur

stem geplaatst

» details  

Saint Sadrill ‎ - Pierrefilant (2018) 3,5

9 oktober, 16:29 uur

stem geplaatst

» details  

Deaf Wish - Lithium Zion (2018) 3,5

9 oktober, 16:25 uur

stem geplaatst

» details  

Josienne Clarke & Ben Walker - Seedlings All (2018) 3,0

9 oktober, 16:25 uur

stem geplaatst

» details  

Kyle Craft - Full Circle Nightmare (2018) 3,5

9 oktober, 16:24 uur

stem geplaatst

» details  

King Tuff - The Other (2018) 3,5

9 oktober, 16:24 uur

stem geplaatst

» details  

Alexander Tucker - Don't Look Away (2018) 3,0

9 oktober, 16:24 uur

stem geplaatst

» details  

Thea Hjelmeland ‎ - Kulla (2018) 3,0

9 oktober, 16:23 uur

stem geplaatst

» details  

Gris-de-Lin - Sprung (2018) 3,0

9 oktober, 16:23 uur

stem geplaatst

» details  

Mathilde Santing - Troublemaker (2018) 3,0

9 oktober, 16:23 uur

stem geplaatst

» details  

Tyranni Flock - #2 (2019) 3,0

9 oktober, 16:22 uur

stem geplaatst

» details  

Tyranni Flock - Tyranni Flock (2018) 3,0

9 oktober, 16:22 uur

stem geplaatst

» details  

W.W. Lowman - This Form (2019) 3,0

9 oktober, 16:09 uur

stem geplaatst

» details  

Bruno Bavota - Get Lost (2019) 3,5

9 oktober, 16:09 uur

stem geplaatst

» details  

Amelie Lens - fabric presents (2019) 3,5

9 oktober, 16:09 uur

stem geplaatst

» details  

Tanaë - Talking to Myself (2019) 3,0

9 oktober, 16:08 uur

stem geplaatst

» details  

ni - Pantophobie (2019) 3,0

9 oktober, 16:08 uur

stem geplaatst

» details  

Go: Organic Orchestra and Brooklyn Raga Massive - Ragmala (2019) 3,0

9 oktober, 16:08 uur

stem geplaatst

» details  

UBLOT - Étranges Rumeurs (2019) 3,5

9 oktober, 16:07 uur

stem geplaatst

» details  

Daydream - Daydream (2019) 3,5

9 oktober, 16:07 uur

stem geplaatst

» details  

Bantou Mentale - Bantou Mentale (2019) 3,5

9 oktober, 16:03 uur

stem geplaatst

» details  

Los Pirañas - Historia Natural (2019) 3,5

9 oktober, 16:03 uur

stem geplaatst

» details  

Aziza Brahim - Sahari (2019) 2,5

9 oktober, 16:02 uur

stem geplaatst

» details  

Mills - Verletzt (2019) 3,0

9 oktober, 16:02 uur

stem geplaatst

» details  

Callboys 2 (2019) 3,0

9 oktober, 16:02 uur

stem geplaatst

» details  

Ronin - Bruto Minore (2019) 3,0

9 oktober, 16:01 uur

stem geplaatst

» details  

Picastro - Exit (2019) 3,5

9 oktober, 16:01 uur

stem geplaatst

» details  

Subduxtion - The Black Point (2019) 3,0

9 oktober, 16:00 uur

stem geplaatst

» details  

Micah Gaugh - Dreamcatcher (2019) 3,0

9 oktober, 16:00 uur

stem geplaatst

» details  

The End A.D. - Badlands (2019) 3,0

9 oktober, 15:59 uur

stem geplaatst

» details  

Wouter Dewit - Here (2019) 3,5

9 oktober, 15:59 uur

stem geplaatst

» details  

Shhe - Shhe (2019) 3,5

9 oktober, 15:58 uur

stem geplaatst

» details  

Loscil - Equivalents (2019) 3,5

9 oktober, 15:58 uur

stem geplaatst

» details  

Vibrant Pixel - Texture Droite (2020) 3,5

9 oktober, 15:57 uur

stem geplaatst

» details  

WHY? - AOKOHIO (2019) 3,5

9 oktober, 15:56 uur

stem geplaatst

» details  

Abram Shook - The Neon Machine (2019) 3,0

9 oktober, 15:56 uur

stem geplaatst

» details  

Andy Clark - I Love Joyce Morris (2019) 3,5

9 oktober, 15:56 uur

stem geplaatst

» details  

Wallis Bird - Woman (2019) 2,5

9 oktober, 15:55 uur

stem geplaatst

» details  

Veronica Swift - Confessions (2019) 2,5

9 oktober, 15:55 uur

stem geplaatst

» details  

mxmtoon - the masquerade (2019) 3,0

9 oktober, 15:55 uur

stem geplaatst

» details  

Fly Pan Am - C'est ça (2019) 3,5

9 oktober, 15:54 uur

stem geplaatst

» details  

Nickolas Mohanna - Smoke (2019) 3,0

9 oktober, 15:54 uur

stem geplaatst

» details  

Trrmà and Charlemagne Palestine - SSSSEEGMMEENTSS FRROOOM BAAARI (2019) 3,5

9 oktober, 15:54 uur

stem geplaatst

» details  

Tomrum - Mattimatti (2019) 2,5

9 oktober, 15:53 uur

stem geplaatst

» details  

Kaina - Next to the Sun (2019) 2,5

9 oktober, 15:53 uur

stem geplaatst

» details  

Fazer - Nadi (2019) 3,0

9 oktober, 15:52 uur

stem geplaatst

» details  

Coladera - La Dôtu Lado (2019) 3,0

9 oktober, 15:52 uur

stem geplaatst

» details  

Larsen - Arrival Vibrate (2019) 3,0

9 oktober, 15:51 uur

stem geplaatst

» details  

Too Slow to Disco NEO: En France (2019) 2,5

9 oktober, 15:51 uur

stem geplaatst

» details  

Qasim Naqvi - Teenages (2019) 3,0

9 oktober, 15:50 uur

stem geplaatst

» details  

Eluvium - Pianoworks (2019) 3,5

9 oktober, 15:50 uur

stem geplaatst

» details  

Juan Wauters - Introducing Juan Pablo (2019) 2,5

9 oktober, 15:49 uur

stem geplaatst

» details  

Laurence Pike - Holy Spring (2019) 3,0

9 oktober, 15:48 uur

stem geplaatst

» details  

JOYFULTALK - A Separation of Being (2020) 3,0

9 oktober, 15:48 uur

stem geplaatst

» details  

Lina_Raül Refree - Lina_Raül Refree (2020) 3,0

9 oktober, 15:47 uur

stem geplaatst

» details  

Soft People - Absolute Boys (2020) 4,0

9 oktober, 01:05 uur

Soft People, we hebben ze hard nodig in deze narcistische eenzame wereld nu de kwade maatschappij in een draaikolk van razernij verkeerd en de het egocentrisme zichzelf de vernietiging in helpt. Je laat je toch niet door anderen de les lezen, kom op zeg! Natuurlijk moet de weerbaarheid opgebouwd worden door juist die grenzen te verleggen, maar aan de andere kant is er misschien nog wel meer behoefte aan een zachtere aanpak, waarbij op een totaal vernieuwende wijze die visie tot escapisme wordt overgedragen.

Drie jaar geleden zetten Caleb Nichols en John Metz zich nog met American Men af tegen het kapitalisme. Het feit dat het presidentschap van de Verenigde Staten gewoon te koop is voor een rijke mondige zakenman levert genoeg inspiratie op voor het Californische retro dancepop duo, die de bezieling duidelijk in de eighties new wave zoekt.

De afgelopen periode is er veel gebeurt. Natuurlijk domineert Corona en het leiderschap van Donald Trump nog steeds het merendeel van het nieuws, maar ook de MeToo-beweging en het Black Lives Matter vraagstuk zorgen voor terechte opschudding. Hierdoor raakt wel een andere minderheid ondersneeuwt. De homoseksuele gemeenschap beland steeds verder onzichtbaar op de achtergrond, terwijl er nog steeds sprake is van discriminatie en geweld tegen deze kwetsbare doelgroep.

Absolute Boys is daardoor nog persoonlijker voor de twee mannen die als getrouwd stel hier met regelmaat mee geconfronteerd worden. De link met de jaren tachtig is nog passender, omdat er na het discotijdperk publiekelijk gestreden werd voor emancipatie van de mannenliefde, met op de achtergrond de dreiging van het dodelijke nog onbehandelbare AIDS virus.

De uitweidende slide gitaarlijnen in het dromerige New Moon sluiten aan bij het weemoedige begeren naar een ideale leefomgeving waarbij de oplopende hoopvolle soulzang dit verlangen alleen maar weet te versterken. Een hoogtepunt op de plaat welke later bijna geëvenaard wordt door Wish II, waar zagende shoegazer klanken hun intrede doen. Ze geven er een hypnotiserend psychedelisch randje aan, waardoor het nog meer een intens prettige oor suizende beleving wordt.

Na dit sterk staaltje inspelen op de emoties gaat het tweetal onverschrokken door in het creëren van gevoelige zang melodieën gecombineerd met sfeervolle dwarrelende gitaarakkoorden, gepassioneerde drumbeats en een breed scala aan caleidoscopen prikkelende mechanische geluidscollages. Alleen het kermisgehalte van het draaiorgel achtige Louis roept vervelende irritante jeugdherinneringen op, dit soort nostalgische waarnemingen is minder aan mij besteed.

Hierdoor komt een erotische synthpop nummer als het softcore Alex wat gewoontjes over, maar ook daarbij overheerst de drang om kwaliteit af te leveren. Het zijn bijna verboden liefdesliedjes die zich binnenhuis afspelen als de gordijnen gesloten zijn. Hoe triest kan het zijn als je dit soort romantiek voor de buitenwereld verborgen moet houden.

Dat betwijfelende gevoel vormt ook de oorsprong in het met sterk ritmische beats ondersteunende praatzang van het tegen de rap aanhangende nachtelijke ontmoeting in 22 Lunes. Met veel ruimtelijk gebruik van echo’s op de shoegazer pedalen, ijle dreampop keyboards en galmende soul koortjes wordt er vervolgens waardig afgesloten met Embering. En dan kom je nogmaals tot de ontdekking dat het wonderbaarlijk is welk geluid het tweetal Caleb Nichols en John Metz neer zetten in het overtuigend sterke Absolute Boys.

Soft People - Absolute Boys | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Future Islands - As Long as You Are (2020) 4,0

8 oktober, 19:34 uur

De uit de kluiten gewassen knuffelbeer Samuel T. Haring van Future Islands wekt in het verleden al veel indruk op te met zijn enthousiaste danspassen die vergelijkbaar zijn met de bewegingen van een professionele shorttrack schaatser die in winning mood de finishlijn afstormt. Triomfantelijk schrijft publiekslieveling Future Islands geschiedenis met de vierde plaat Singles waar ook Seasons (Waiting on You) opstaat, de single die in 2014 steevast bovenaan de lijstjes eindigt als song van het jaar.

Het springerige For Sure roept nog beelden op van een fanatiek bewegende frontman die zichzelf met een hoge aaibaarheidsfactor bij het massapubliek introduceert. Van datzelfde kaliber zijn tracks als de dansbare eighties disco van Plastic Beach en Born in a War. Nummers waar opvallend genoeg heel even die oerschreeuw van Samuel T. Haring weer aanwezig is. Niet te vatten dat dit dezelfde persoon is als de soulvolle doorleefde oude geest in Thrill. Het opbeurende ritme van Waking zoekt de diepgang op met de neerslachtige afgeschermde teksten die voor het sociale evenwicht zorgen.

En toch is het de stille kracht van William Cashion die zijn basgitaar bijna liefkozend een vergelijkbare rol toekent als van een melodieuze leadgitaar. Hoe hij Moonlight naar zichzelf toetrekt is van zulke ongelofelijke klasse. In combinatie met de hemelse keyboardlandschappen van Gerrit Welmers, de hartslagdrum van voormalige livekracht Michael Lowry en de zware vocalen van een bewust zuinig met woorden strooiende Samuel T. Haring kun je alleen maar concluderen dat ze je hier wel heel treffend in de ziel weten te raken.

Uiteraard is As Long As You Are veel meer dan alleen dat prachtige hoogtepunt. Samuel neemt je bijna aan de hand mee in het met een emotionele krakende snik gedragen Glada. Een nachtportier die laat in de duisternis het slot van de deur voor je opendraait in hotel Nostalgia, waar ook zijn jeugdige herinneringen steeds bepalender worden dan de onvoorspelbare toekomstverwachtingen. I Know You als het afgesloten verleden, City’s Face als het realistische beangstigende heden waar je als vreemdeling in binnen stapt.

Het retro new wave viertal uit Baltimore wijkt op hun zesde plaat As Long As You Are nergens af van de uitgewerkte synthpop formule, al is de toon een stuk ingetogener te noemen, breekbaar zelfs. De grunt geintjes van de zanger zijn vrijwel achterwege gebleven, waardoor Future Islands zich meer dan ooit naar voren schuift als serieuze muzikanten. Waar anderen sterk voor het pathetische gaan, wordt het hier stukken kleiner gehouden. As Long As You Are is het verlangen naar het ontastbare. De kinderlijke onschuldige onsterfelijkheid naast het volwassen besef van sterfelijkheid. Nu Samuel T. Haring ruim de dertig jaar gepasseerd is kijkt hij tegen de herfst van het leven aan. Diezelfde warme kilte vormt de schilderachtige basisachtergrond van de bladerbruin gekleurde plaat.

Future Islands - As Long as You Are | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

L7 - Smell the Magic (1991) 4,0

7 oktober, 18:44 uur

Het zou een mooie herfstavond moeten worden. Faith No More spelende in De Rijnhal te Arnhem met L7 in het voorprogramma. Helaas kwamen de dames op het laatste moment niet opdagen, waardoor Napalm Death op 21 november 1992 hun plek in zou nemen. Ongelofelijk dat dit alweer bijna dertig jaar geleden is. Net twee jaar eerder kwam Smell the Magic op de markt, wat nu gevierd wordt met de 30th Anniversary Editie van deze underground rock klassieker.

Smell the Magic is geen Nevermind, Ten of Siamese Dream. Die zitten hoe dan ook stukken sterker in elkaar. Toch mag L7 niet onderschat worden. Ze staan aan de basis van de Riot grrrl movement en ze zijn tevens de organisatoren voor de Rock for Choice concerten waarbij het abortusrechten vraagstuk centraal staat.

Geen bonustracks, gewoon de negen nummers in een strakkere mix. Niks meer, en niks minder. L7 staat net als hun mannelijke collega’s aan de oorsprong van de grungebeweging, alleen werd er toen nog onderscheid gemaakt door ze apart in een hokje onder te brengen. Door de gemeende boosheid en schreeuwerige agressiviteit werden ze ook nog betiteld als lastige feministen.

Zo’n kromme beredenering waarvan men gelukkig nu steeds meer van terugkomt, al was daar wel #MeToo voor nodig. Een goedmakertje tegenover de gitaarbands die in dezelfde periode in de spotlight gezet worden. Na het loeiharde punkdebuut L7 wordt er op Smells the Magic overgeschakeld naar een meer melodieus geluid.

Met Shove wordt nogmaals de onderdrukte positie in de muziek business benadrukt. Een vies smerig wereldje met konten knijpende platenbazen. Uiteraard wordt deze direct al als eerste single gelanceerd, waarmee ze gelijk al respect afdwingen bij andere gelijkgezinde muzikanten en de alsmaar doorgroeiende vrouwelijke volgelingen.

Shove staat voor verandering en bewustwording, en valt hierdoor in dezelfde categorie als Smells Like Teen Spirit. Door met een Jimi Hendrix-achtig intro om zich heen te schoppen, wordt er gemakkelijk gelinkt naar de opschudding die zijn protestversie van Star-Spangled Banner opriep. Ook hier vormde onderdrukking de leidraad.

L7 bewandelt steeds meer de psychedelische hardrock kant, waardoor de boodschap nog dreigender overkomt. Death Wish is keihard met de destructieve teksten, en het voortijdige verlangen naar de dood. Een uitzichtloos toekomstbeeld waaraan later verschillende rockiconen uit dezelfde (drugs)generatie aan ten onder gaan. Een vooruitziende realistische blik die frontaal uit de strot van Donita Sparks een weg naar buiten vind.

Het demonische Broomstick gaat nog een duistere stap verder en is met de nodige zelfspot tegen het duivelse occultisme aan. De haastige basakkoorden in Packin’ a Rod geven het een opgefokte lading mee, waarmee Jennifer Finch zich in het rijtje mag scharen tussen de dominante vrouwelijke bassisten, die zo overheersend in de jaren negentig aanwezig waren. Het muzikale orgasme wordt echter tot het einde bewaard. American Society is een kritische verzet song die zich richt tegen de opgelegde Amerikaanse Droom.

Smell the Magic zou vanwege de kijk op onderdrukte groeperingen en de machtspositie van de man zonder problemen zo in 2020 uitgebracht kunnen worden. Terecht dus dat er nu zoveel aandacht aan besteed wordt.

L7 - Smell the Magic (30th Anniversary edition) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cardigans - First Band on the Moon (1996) 4,0

7 oktober, 18:34 uur

Op de vinyluitgave van First Band On The Moon zat menigeen te wachten. De wazige live foto die de albumhoes siert, past perfect tussen de op rommelmarkten opgedoken klassiekers uit de jaren zeventig. Sommige albums lenen zich er meesterlijk voor om met de nodige precisie de naald op te plaatsen. Dit is zo’n treffend voorbeeld. Voor mij de meest geschikte plaat uit hun catalogus. Het grote internationale publiek maakt kennis met The Cardigans door Baz Luhrman. Deze Australische filmregisseur met roots in de theaterwereld weet ze te strikken voor de soundtrack van Romeo + Juliet. Deze moderne uitwerking van het klassieke Shakespeare verhaal laat zich op het doek presenteren als een meer gewelddadige variant van The West Side Story. Lovefool wordt als promotiemateriaal overal opgepakt, al lukt het ze niet om in de Benelux grootst te scoren. Dat Leonardo DiCaprio vervolgens wereldberoemd wordt door zijn rol in Titanic, zorgt voor de cultstatus die dit liefdesdrama met terug werkende kracht krijgt toegedeeld. Uiteraard profiteren The Cardigans daar ook optimaal van.

Op het derde studio album zijn de Burt Bacharach achtige melodieën nog wel aanwezig, maar ook de rockgitaar maakt zijn intrede. Your New Cuckoo leunt zeer sterk op de Amerikaanse jaren zeventig in opkomst zijnde Feel Good series. Uit het tijdperk dat rolschaatsen ook hier Rollerskates genoemd werden, en John Travolta bij gebrek aan kapstok zijn jasje maar aan de andere kant van de zaal gooit. Veel glitter en nog meer disco. Dit alles wordt nog sterker geaccentueerd met de aanwezigheid van fluitist David Wilczewski. Nina Persson weet zich steeds meer te ontwikkelen tot frontvrouw. Het onschuldige, speelse kinderlijke is ontgroeit tot een volwassen diva uitstraling. De bewustwording om de luisteraar te verleiden met een aangename mix van sensualiteit en jeugdigheid weet ze tot in perfectie uit te werken. Dat ze hierbij op een bewuste manier misbruik maakt van haar treffend passende kortgeknipte vintage coupe, is een slimme uitgekiende zet.

Het meer bubblegum Been It wil met het sterke ritmische gitaarspel aangenaam aansluiten bij de in opkomst zijnde rockchicks. Hoe lastig is het om je vast te houden aan een eigen geluid, en je toch door te ontwikkelen. First Band On The Moon is dan wel het doorbraakalbum. Muzikaal gezien is het een zoekend tussengeluid, welke pas op de volgende plaat de definitieve vorm zal krijgen. Het goed geoliede gezelschap weet ook probleemloos triphop elementen in het geluid te borduren. De originaliteit om daarbij niet gebruik te hoeven maken van samplers siert de uit Zweden afkomstige muzikanten, al zal de grote massa daar schijnbaar minimaal bij stil staan. Dat ze zich wel bewust zijn van op dit moment goed scorende acts, getuigt het aan Vanessa Paradis schatplichtige Step On Me. Een wat ondergewaardeerde naam, die net als Nina Persson moeilijk haar lolita verschijning van zich af kan schudden.

Het besef dat The Cardigans meer wereldse potentie hebben, wil hier een nadrukkelijke rol in spelen. Dat ze voor dit resultaat bijna een jaar lang in de studio bivakkeerden, is gelukkig in de frisheid die het uitstraalt niet terug te horen. Een half jaar na de release van Life sluiten ze zich voor een langere periode af van de buitenwereld, met een waanzinnig retro sound als resultaat. Vergeet niet dat ze al voor de derde keer jaarlijks een nieuw product afleveren, zonder te stagneren. Het vraagt een hoop discipline en zorgvuldigheid om dit vol te houden. Als tekstschrijver wisselen Peter Svensson, Magnus Svenningsson en Nina Persson elkaar af, maar het is de kwaliteit van de zangeres die de nummers op een eigen persoonlijke manier presenteert. De basis ligt wel heel erg in het verlengde van lift muziek, maar met een plaat als First Band On The Moon is het geen straf om met een storing een uurtje met Nina Persson op de achtergrond opgesloten te zitten. The Cardigans weten aan loungepop een nieuwe ruimdenkende dimensie toe te voegen.

The Cardigans - First Band On The Moon | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

New Primals - Horse Girl Energy (2020) 3,5

7 oktober, 18:18 uur

De tijd dat de eerste lichting hardcore punkband weet te provoceren ligt alweer mijlenver van het huidige muziekklimaat verwijderd. Wil je hier nog iets eigens aan toevoegen, dan moet je diep in je onvermogen graven en alle daarbij behorende belangen om hiermee daadwerkelijk te scoren opzij zetten. Vanuit deze basis kan er toegewerkt worden tot een pezig stukje muziekchaos, welke zich als een vlezige rottende substantie niet weg laat reinigen.

De baanbrekende voorgangers mogen opgelucht adem halen. Nergens vormt het opeisen van deze geoxideerde plek een gevaar, al aast het uit Minneapolis afkomstige ontvlambare branddriehoek New Primals wel op die toppositie, en laten ze zich niet eenvoudig uit de hardcore boksring slaan. Met een titel die veel weg heeft van een door een overschot aan suiker gevoede energydrink, welke vanwege het overschrijdende gehalte aan cafeïne onder de toonbank verhandeld wordt, presenteren ze hun debuutalbum. Zoals het bij een heuse punkplaat hoort, tikt ook deze plaat netjes binnen de limiet van een half uur af. Met tien verschroeiende puntige tracks als smullend eindresultaat.

Met het pittige Horse Girl Energy gooien ze werkelijk alles in de strijd om je omver te blazen. Met de indrukwekkende felrode albumhoes bewijzen ze al dat ze op oorlogspad zijn, en als een opgehitste stier bloed ruiken. En waar bloed is, is ook pijn voelbaar. New Primals is een allesvernietigende bulldozer die het conflict opzoekt en aanvecht. De blinde woede wordt uitgekermd door een getergde Sam Frederick die zijn vocalen in geen enkel opzicht lijkt te sparen. Het resultaat is een tornado van voorbij vliegende stijlen, waarbij buiten de hardcore de nadruk ligt op standje gehoorbeschadiging noise rock en doordachte versnellingswisselingen van de hoge school mathcore beweging.

Al vanaf het indrukwekkende opbouwende Blood & Water raakt de band verstrikt in een gesponnen web van onvoorspelbare maatwisselingen en onheilspellende krijsende zang, en is het een wonder dat ze hier naar ruim vier minuten uit weet te ontsnappen. Log wordt er roekeloos om zich heen geslagen tot een bijna funk metal dansbaar geheel. Zo ingewikkeld als hier wordt het vervolgens niet meer en met het zichzelf pijnigen met deze voor punkbegrippen lange tracklengte zijn we verder ook van verlost.

Horse Girl Energy is een oververhitte licht aangebrande ovenschotel waarin stukken gedreven ritmische hoekige postpunk vermengd worden met strak gestructureerde beats, smerige grungeriffs en waar zelfs met de titeltrack een vleugje blues als verzachtende kruidenmengsel aan de ingrediënten wordt toegevoegd. Zonder een snelheidslimiet wordt er door de korte songs heen gejaagd met hier en daar een verloren gegane geluidscollage die opgefrist nog prima tot dienst is.

New Primals - Horse Girl Energy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Young Gods - Data Mirage Tangram (2019) 4,0

7 oktober, 17:59 uur

The Young Gods wisten hier erg veel indruk te maken met het zwaar onderschatte T.V. Sky, waar ze de elektronische noise mixen met Industrial soundscapes. Net een stukje minder opgefokt dan hun tijdsgenoten, en misschien juist wel daardoor een stuk interessanter. Met de lang gerekte songs leunden ze tegen de jaren zestig psychedelica aan. Helaas hadden ze de pech dat op dat moment alles gedomineerd werd door de Amerikaanse grunge en andere hardere gitaarbands. De eigenzinnigheid van de Zwitsers werd wel algemeen gewaardeerd, maar ze bleven steken in de achterhoede. Opvolger Only Heaven gooide er nog meer dance invloeden tussen, maar vervolgens werd de aandacht voor dit drietal steeds minder. Na een stilte van bijna tien jaar zijn ze nu weer terug aan het front met het overtuigende Data Mirage Tangram. Natuurlijk zijn ze een stuk ouder geworden, en werden er in het verleden meer compacte nummers tussen gestopt. Hedendaags is de aandacht meer gericht op de opbouw, waar er langzamer naar een climax wordt toegewerkt. Het op korte termijn explosief willen knallen is er niet meer bij; verwacht geen hitgevoelige tracks als Our House, Gasoline Man en Skinflowers. Wat hebben ze dan anno 2019 te bieden?

Nou, meer dan genoeg! Zeer overtuigend worden we mee gevoerd met de opbouwende ambient soundscapes van Entre en Matière. De evolutie van The Young Gods gaat terug naar de meer aardse klanken, en daaruit volgt het scheppingsverhaal van deze Zwitserse Goden. Waar God er blijkbaar zeven dagen voor nodig had, voldoet hier hetzelfde aantal minuten. Zorgvuldigheid is hier het codewoord, en wat zou dit met de juiste belichting live een prettige trippende ervaring zijn. De fluisterende vocalen van Franz Treichler laten al direct zijn gebleven veerkracht horen, die gevolgd wordt door de aangename kenmerkende gitaarsamplers. Door het trage verloop is er meer ruimte voor de dreiging, die zich sluipend openbaart. De beats van drummer Bernard Trontin lijken het over te nemen, maar de interruptie maakt daar vervolgens onverwacht een einde aan. Een warmmakertje voor wat zal volgen?

In ieder geval nog niet bij Tear Up the Red Sky. Als een net geoliede machine lijkt deze met fusion voedende track op gang te komen. Stroperig als een nog niet voltooid in ontwikkeling zijnde proces. En dan na drie minuten begint het gewelddadig goed te lopen. Het geknetter van metaal op metaal geeft aan dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Maar waarom vervolgens weer die rem er op? Zo heerlijk als ze tegen het eind weer vol in de versnelling gaande in het rood belanden. Dit is het geluid waarop de liefhebber hoopt, al laten ze die kant nog maar minimaal horen. De donkerheid van Figure Sans Nom roept door de zware bas en lichte synth klanken van Cesare Pizzi de sfeer op van de pompende licht pulserende postpunk van de jaren tachtig. Treichler lijkt zich op de achtergrond warm te lopen met slecht verstaanbare spirituele vocalen. Als een boxer die voorbereid is om de ring te betreden. Hopelijk kan hij een flinke linkse hoekslag uitdelen en het muzikale geweld nog incasseren. Hier lijkt daadwerkelijk iets te gebeuren, maar wanneer is dat moment er?

De rommelige overgang naar Moon Above krijgt een vervolg van een log optredende Trontin, die moeite lijkt te hebben met het treffend raken van zijn drums. Als een cyber western vervolgen de geluidscollages die rond zweven zonder zich ergens aan te kunnen hechten. Maar het gitzwarte gevoel waarin de band lijkt opgesloten wil wel triggeren. Werd er voorheen erg terug gegrepen naar de psychedelica van The Doors bij All My Skin Standing hoor je meer het experimentele van Pink Floyd en krautrockers Can terug. De sound is moddervet als een bedwelmend moeras, en hier weet het vanaf de eerste secondes volledig mijn aandacht te trekken. Op het moment dat je dreigt weg te zinken in een eindeloze trip, wordt je wakker geschud door de harde scheurende gitaarsamplers. Dit weet zelfs het geweldige Summer Eyes te evenaren, en op langere termijn waarschijnlijk zelfs te overtreffen. Dit is de reden waarom The Young Gods nog steeds mee telt. Dit geeft hun eigenzinnige genialiteit aan. Het was eventjes afwachten, maar dan wordt je ook rijkelijk beloond. En dan zelfs zonder de aanwezigheid van de vocalist.

Nog nagenietend van deze aangename shocktherapie, ben je nog niet helemaal klaar voor het verdere verloop. Het zweverige You Gave Me a Name gunt je wel de kans om hier volledig van te herstellen, en net als bij Figure Sans Nom lijkt de inspiratiebron in de wave van de jaren tachtig te liggen. Zeker als hier nog de gejaagde felle gitaarakkoorden aan toe gevoegd worden. De spanning die in het eerste gedeelte van de plaat pijnlijk gemist wordt, is in het tweede stuk helemaal terug. Ook de onvoorspelbaarheid van Everythem, die je opzuigt als een defect zuurstof apparaat mag hier aangenaam op aansluiten. De adembenemende hoogtes van het Zwitserse landschap met de dodelijke kou en verborgen sneeuwwitte dieptes zouden hiervoor centraal kunnen staan. Ergens in de verte is het gevaar van overspelbare lawines aanwezig. Ondanks de vele vraagtekens die de eerste tracks oproepen, weten deze pioniers nog steeds te komen tot indrukwekkende resultaten. De extra lagen laten zich bij meerdere luisterbeurten pas goed openbaren.

The Young Gods - Data Mirage Tangram | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Methyl Ethel - Triage (2019) 3,0

7 oktober, 17:59 uur

Het uit Perth in Australië afkomstige Methyl Ethel is een popband die met hun derde album Triage overduidelijk de inspiratie zoekt in de discosound uit de jaren tachtig. Veel ruimte voor de georkestreerde synthesizers, en vette dominerende baspartijen. Het eigenzinnige stemgeluid van Jake Webb kan je ook verschrikkelijk tegen staan. Hij weet zich tegen het vrouwelijke aan te presenteren, met veel maniertjes in zijn vocale voordracht weggestopt. Met een hoog theatergehalte komt het absoluut wat kitscherig over, maar vergeet die nadrukkelijke opera invloeden, en je houdt een prima plaat over. Voor de prachtige cover van de plaat is Loribelle Spirovski verantwoordelijk. Dit schilderij heeft de naam Age Of Reason gekregen, en is treffend gebruikt door de band.

De met soulinvloeden gevormde grootst opgezette Ruiner laat mij terug verlangen naar de jeugdjaren. Trevor Horn domineerde als producer de hitlijsten met eigenzinnige acts die net dat commerciële duwtje in de rug nodig hadden, om zich met succes aan het grote publiek te presenteren. Die bombast hoor je bij het inleidende van deze albumtrack ook terug. Met heerlijke zomerse funky drums en meervoudige gemixte backing vocalen roept het de honger naar onbezorgdheid op. Aangename niks aan de hand muziek, met inderdaad de zang die net teveel de kopstem lijkt te gebruiken. Componerend wordt er geprobeerd om meer diepgang aan de sound toe te voegen, dit alles gegoten in een toegankelijke sound. Een feest van herkenning, al voelt het net te vaak als een mooi versierde slagroomtaart. Waarbij je na een aantal happen al het gevoel hebt dat je er genoeg van hebt. De luchtigheid en clichématigheid overheersen, maar inhoudelijk voegt het net te weinig toe.

Net als veel acts uit de jaren tachtig betreft het een band met een aantal hitgevoelige songs, waarbij de rest dient als prima decoratieve versierseltjes. Toch is het te kort door de bocht om de plaat ongeroerd weg te stoppen. Wel moet je er een hoop geduld voor hebben. Meer avontuurlijk zoeken ze de mogelijkheden van de keyboard op in het uitgerekte Post-Blue en het donkere Hip Horror. De meest memorabele track zit er op het einde verstopt. Met kerkelijke ruimtelijke orgeltoetsen en opzwepende drums wordt er naar een climax toe gewerkt in het ijzig sfeervolle No Fighting. Ze lijken hiermee het grote spirituele hemelse gebaar op te zoeken. Tekstueel zijn ze hiermee een stuk meer Down To Earth dan de bezwerende idolate self-mate hogepriesters van het New Wave tijdperk. Het cryptologische woordenboek mag gewoon in de kast blijven staan.

Methyl Ethel - Triage | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Strand of Oaks - Eraserland (2019) 4,0

7 oktober, 17:53 uur

Strand of Oaks is op papier het eenmansproject van de uit Indiana afkomstige Timothy Showalter. Deze woest uitziende langharige rocker levert met zijn zesde album Eraserland een prachtige verzameling van gevoelige popsongs af. Bij de belichaming van de uitgestrekte Amerikaanse sfeer is hij voornamelijk verantwoordelijk voor het stemgeluid. De muzikale beleving van het ondersteunende grootst opgezette filmscore achtige landschapsgevoel is van gitarist Carl Broemel, drummer Patrick Hallahan, bassist Tom Blankenship en toetsenist Bo Koster. Leden die normaal samen met zanger Jim James My Morning Jacket vormen. Dat deze band alweer vier jaar passief op de achtergrond opereert, geeft de leden de mogelijkheid om zich met andere projecten bezig te houden. Terecht, dat deze ruimte zo treffend wordt ingevuld als begeleidingsband van Timothy Showalter.

De zanger is samen met Kevin Ratterman verantwoordelijk voor de teksten en productie. Dit multi-talent nam ook plaats achter de knoppen bij de laatste My Morning Jacket plaat The Waterfall. Dat hij ook nu als mede bandlid genoemd wordt, zegt eigenlijk al meer dan genoeg over zijn toevoegende waarde. Ook de van Drive-By Truckers afkomstige gitarist Jason Isbell stelt zijn spel tot beschikking voor Strand of Oaks in Moon Landing. De van Twin Limb afkomstige Lacey Guthrie mag bijna zwijgzaam als achtergrondzangeres haar bijdrage leveren. Dat er de nodige energie, aandacht en werk in de uitvoering van Eraserland is gestopt blijkt dus een feit. Na de op rock gerichte laatste platen Hard Love en HEAL zoekt hij het nu weer in de folk kant van voor zijn naamsbekendheid. Dat het grote publiek steeds meer interesse heeft in de door Americana beïnvloede bands zal waarschijnlijk een rol hebben gespeeld in deze keuzes.

Showalter kiest niet voor een opbouwend geheel, maar wil al direct alle aandacht op zich richten. Dat hij hierin slaagt is terug te horen in het Springsteen achtige Weird Ways. Vergeet de zelfverzekerde mentaliteit van de working class hero, maar verdiep je in een ontdekkend backpacking avontuur. Gewapend met rugzak op zoek naar de roots in een vertrouwde omgeving. Natuurlijke spiritualiteit en zijn elementen lijken de kern te vormen. De ingehuurde muzikanten bewijzen al gelijk hun meerwaarde, en het overtuigende afsluitende gitaarspel van Broemel voegt er nog een extra dimensie aan toe.

Met lawaaierige drums wordt er vervolgd in het rockende Hyperspace Blues. De ruige sound sluit aan bij zijn vorige twee albums. Vocaal gaat het richting de positieve postpunkperiode van vorige eeuw terug, als groot liefhebber daarvan kan ik dit vreemde uitstapje wel waarderen. Alsof er niks gebeurd is halen we rustig adem met Keys. Duidelijk is terug te horen dat deze dertiger opgegroeid is met de meer melancholische dreampop uit de jaren negentig. Maar het is ook goed voor te stellen dat hiervoor de jongens achter My Morning Jacket verantwoordelijk zijn.

Totaal anders, maar net zo dromerig wordt er vervolgt in het trieste Visions. Subtiel treurig gitaarspel gaat over in aangename geluidsexplosies. Niet bedoeld om te provoceren en verstoren, maar om aangename warmte toe te voegen. De emotionele Timothy Showalter stelt zich kwetsbaar op, met zijn hoge bijna hemelse stem neemt hij als een Messias een zwaar verantwoordelijkheidsgevoel op zijn gespierde schouders.Het stukken toegankelijkere Final Fires straalt aangename positiviteit uit. Met de heldere productie en krachtige open vocalen lijkt Showalter een mooi standpunt te maken door de afwisseling in het verhalende kader op te zoeken. De gitaar die hier zomers doorheen wandelt blijkt een onbetwistbare logica.

Dat Moon Landing een dynamische sound laat horen komt door de arbeid van huurling Jason Isbell. Nog smeriger dan bij zijn oud-collega’s van Drive-By Truckers komt hij hier vol binnen scheuren. Gepassioneerde elektrische vuursalvo’s worden afgewisseld met voorbij vliegende soulvolle orgel patronen. De southern rock geeft de zang een verkoelend briesje. We ondergaan deze religieuze doop om herboren de reis te vervolgen.

De lichtere plattelandsrocker Ruby is een simpel liefdesliedje. Dat het niet altijd moeilijk hoeft te klinken wordt hier bewezen. Subtiel weet de mondharmonica hier aan het einde een vleugje blues toe te voegen voordat het instrumentale gedeelte het gaat afronden. A capella mag Showalter het vervolgens alleen oplossen in het sterke Wild and Willing. De ondersteuning door zijn mede compagnons die volgt is overbodig, maar stoort ook zeker niet. Eigenlijk was het al helemaal af.

Nu de carrière van Ryan Adams op de afgrond balanceert krijgt Strand of Oaks de mogelijkheid om die onstane ruimte in te vullen. Met krachtvoer als de titelsong Eraserland is dit een eenvoudige opgave. De belangstelling naar dit geluid blijft op grote schaal aanwezig. Vervolgens wordt er op het einde nog alles uit de kast gehaald om te overtuigen met het sfeervolle Forever Chords. Nog meer dan bij de overige songs mag Bo Koster hier met zijn toetsen de structuur inbrengen. Dat de gitaar een dominerend instrument is, blijkt ook hier weer. Die afwisseling weet zich ook probleemloos door dit langere slotakkoord te leiden. De dramatiek die naar het einde toe werkt vormt het hoogtepunt van de tegen de tien minuten durende track.

Toch is het een aanrader om op zoek te gaan naar de luxere editie van de plaat. Daar is namelijk het ruim een kwartier durende Cruel Fisherman het laatste nummer. Hier gaat het meer de experimentele kant op. Stijlvolle geluidscollages vormen gesampled de voedingsrijke bodem waarop zich drones als rondzwervende gieren wachten om toe te slaan. Dat deze aanpak niet leidt tot verveling is een pluspunt. Nadat er halverwege naar een climax is toe gewerkt, probeert de band je vervolgens onder hypnose te brengen om met volle overgave weg te dromen in het universum van leegte waar alle sensitiviteit met het bestaan afwezig lijkt te zijn. De waarneming waant zich aan de druggy kant. De psychedelica zit aan het randgebied van de spacerock. Als astronauten aan het lachgas beleven we een trip door het sterrenstelsel waar elke planeet leefbaar lijkt te zijn. Beschouw de track als een fijne bonus, losstaande van de plaat. De harmonie tussen folk en rock is op Eraserland helemaal in balans, wat een zéér goed resultaat oplevert.

Strand of Oaks - Eraserland | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Dave Simonett - Red Tail (2020) 3,5

7 oktober, 17:52 uur

Och, was het leven elke dag maar zo mooi en rustgevend als Red Tail van Dave Simonett. In deze onzekere tijden is de behoefte groot om in al het gemak je gedachten te laten vervagen door die heerlijke klanken die hij op zijn soloplaat weet te produceren. Terwijl de wereld rondom je heen dreigt te exploderen, heb jij je persoonlijke moment van stilte. Heel eventjes onthaasten. Revoked is dat warme kopje muntthee, waardoorheen de zalige stroperige stem van Dave Simonett de verfrissende zoete honing vormt.

Zes jaar nadat Razor Pony het licht heeft mogen aanschouwen komt er van deze Trampled By Turtles voorman eindelijk een volwaardige solo album. De Minnesota roots worden sfeervol omgezet in acht tracks die heel sterk het country gevoel uitdragen van het door de Mississippi gevoede natuurgebied. Doordat zijn collega’s van Trampled By Turtles veelal afwezig zijn, ontbreken ook de typerende instrumenten als banjo, viool en mandoline.

Hiervoor in de plaats krijg je een aangename puurheid cadeau, die omgezet wordt in klein gehouden songs, waarbij de nadruk veel sterker op de piano en gitaar gelegd wordt. Al zou It Comes and Goes eenvoudigweg omgezet kunnen worden in een bij die band passende song. Maar het is overduidelijk dat Dave Simonett gekozen heeft voor een persoonlijke aanpak, waarbij hij het dichtste bij de ideeën kan blijven die zich in zijn hoofd gevormd hebben. Petje af voor de verbluffende klanken die hij uit zijn akoestische gitaar weet te toveren.

Nadat hij het verdriet van zijn scheiding al van zich af gezongen heeft op Furnace van zijn andere sideproject Dead Man Winter, is er nu een tijd van luchtigheid aangebroken. De gebroken liefde voor zijn voormalige echtgenoot is omgezet in een universele liefde voor zijn geboortegrond. Vanuit die kern neemt hij de luisteraar mee de bosrijke omgeving van Minnesota in waar ook de studio zich bevind, waar de basis uitgewerkt wordt tot een volwaardige plaat.

Red Tail is een heerlijke folkrock plaat, waar de nodige Americana en country invloeden doorheen sijpelen. Hoe sterk kun je het Amerikaanse plattelandsbestaan samen vatten in melodieuze songs. De mooie behouden vocalen van Dave Simonett geven het net dat extra dromerige laagje sentiment mee, wat zich prima tussen de sfeervolle begeleiding laat nestelen.

Als in een illustratief Bob Ross landschapschilderij voegt Dave Simonett in elk nummer een nieuw element toe, waardoor Red Tail steeds voller klinkt. Zo is het in Pisces, Queen of Hearts de prachtige open pedal steelgitaar die wat lichte getinte lente kleuren in het geheel geeft en de donkere lagen komen onder andere door het regenachtige pianospel in In the Western Wind and the Sunrise. Een slepend hoogtepunt wat je ruim zes minuten lang laat genieten.

Het niemendalletje By the Light of the Moon is hem vergeven en voordat Silhouette ontaard in een vrolijk voorthuppelend deuntje, is daar toch die sterk bepalende karakteriserende typische eighties gitaarsound van Simonett die er zwaar versterkt een rockende wending aan toevoegt. Een soortgelijke twist is tevens voelbaar in de stevige akkoorden die You Belong Right Here versieren.

Met het opgeluchte applaus en gelach bij There’s a Lifeline Deep in the Night Sky bedankt hij zijn vriendengroep, welke het mede mogelijk hebben gemaakt om Red Tail in de juiste banen te leiden. De onbevangen sfeer die met samenzang nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om je samen als eenheid ergens met volle overgave in te storten.

Dave Simonett - Red Tail | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace (2019) 3,0

7 oktober, 17:43 uur

Andy Frasco noemt zichzelf een feestvierende blueszanger, nou dat blueszanger omvat absoluut niet al zijn kunnen, maar het vermogen om het publiek in beweging te krijgen voldoet wel degelijk. Zijn invloeden zijn stukken breder te noemen. Change Of Page bevat een groot scala aan stijlen, waar deze frontman als iemand met een hoog ADHD gehalte zichzelf al springend doorheen walst. Het werkt allemaal heel aanstekelijk, al vergt het wel erg veel energie. Leuk om je met een zomers festival met een grote groep vrienden al hossend mee te vermaken. Dat in Los Angeles vrijwel altijd de zon schijnt, hoor je dus sterk terug. Maar dat de verschillende culturen daar een broeiende sfeer weten op te roepen, vormt ook een herkenbare invloed. Andy Frasco & The U.N. wil verbroederen, een gezamenlijke eenheid vormend, waarbij afkomst geen rol speelt. Muziek is universeel, en laat zich niet in hokjes plaatsen. Het is een groot volwassen speelparadijs waar er kosteloos geshopt kan worden. Na Happy Bastards is Change Of Page het tweede album op het label Fun Machine Records welke toepasselijk die juist gekozen naam draagt.

De openingstrack Change Of Page weet zich onder te dompelen als een prettige gospel, waarbij de rauwe aftrappende percussie nog wel het blues gevoel weet op te roepen. Als harde werkers manifesteren ze die oer sound in het volgende vrolijke geheel. Dat hier alles uit de kast geplunderd wordt om aan dit beeld te voldoen is overduidelijk. Prettige vrouwelijk Praise The Lord backings met een hoog halleluja gehalte, waarna Andy Frasco als herborene de doop van zijn nieuw geborene aan het publiek weet te presenteren. Het moet allemaal niet te moeilijk of complex worden. Het amusementsgehalte blijkt de belangrijkste drijfveer. Als daarvoor blazers nodig zijn, dan worden deze toegevoegd. Een funky rinkelende gitaar? Ook prima! Door de onbezorgdheid verlang je naar hete zomeravonden, dansen tot de zon onder gaat, een verfrissend drankje, en vervolgens weer verder gaan met bewegen tot de eerste zonnestralen zich weer aandienen. De plaat is een aangename zoektocht naar liefde, geluk en een overdosering aan vrolijkheid.

Bij de swingende nummers zou het publiek moeten reageren als een kolkende flashmob. Elkaar aansporen om tot beweging over te gaan. Bij de soulvolle gospelsongs staat de eeuwige verbintenis centraal. Alles daartussen in wordt door toegevoegde blazers aan elkaar gegoten, met hier en daar een verfrissend orgeltje. Een polka in Don’t Let the Haters Get You Down, waar in plaats van de wodka de tequila de kelen smeert. Zonnige New Wave in Love, Come Down. Soul die tegen de ska aan schuurt in Find A Way. In de oververhitte snelkookpan mag vrijwel elk ingrediënt toegevoegd worden om tot een smeuïg geheel te komen. Een zeer relaxte plaat, waar ze niet mee afwijken van het debuut. Nu hoop ik dat Los Angeles een koude, regenachtige zomer tegenmoed gaat, met genoeg inspiratie voor een chagrijnige snipverkouden Andy Frasco. Dit kunstje kennen we nu ondertussen wel. Voor een langere houdbaarheidsdatum mag nu wel een andere weg ingeslagen worden.

Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Fil Bo Riva - Beautiful Sadness (2019) 3,5

7 oktober, 17:31 uur

Toen halverwege de jaren zeventig de wereld werd wakker geschud door de punk en de al snel daarop volgende postpunk veranderde het muzikale klimaat volledig. Londen en Manchester vormden de bakermat voor de jonge werkeloze arbeiders die een kans zagen om te overleven. Door eenvoudig een band te beginnen, waarin je de onvrede kan uiten aan de volgelingen die in het zelfde schuitje zitten. Een overvloed aan boosheid, frustraties, pessimisme en angst. Tegelijkertijd gebeurde er iets soortgelijks in Schotland en Ierland. Toch staat daar de trots centraal, het wantrouwende is veel minder op de voorgrond. Ook hier grote werkeloosheid, maar wel gevoel voor chauvinisme, en de beleving van de prachtige omgeving. Sterke familiebanden zorgden ervoor dat ze zich staande hielden, en er vloeide de nodige liters w(h)iskey. Dat men hierdoor spraakzamer werd zal zeker een rol mee gespeeld hebben, de volkeren daar zijn hoe dan ook temperamentvoller. Schotland en Ierland telden duidelijk mee in de alternatieve hitlijsten, en waren ook bij een groter publiek succesvol. Nadat de paradepaardjes Simple Minds en U2 hun aandacht op de Verenigde Staten gingen richten, leken de overige bands te leiden onder het verraad. Vanuit Ierland lukte het in de jaren negentig nog door The Cranberries om dit gevoel op te roepen, verder kregen ze weinig navolging.

En nu is er dan het gedeeltelijke fraaie melancholische folky debuut van Fil Bo Riva. Is het nostalgie wat Beautiful Sadness weet op te roepen? Filippo Bonamici is geen typerende Ierse naam, met een beetje cultuurkennis is al snel af te leiden dat dit Italiaans is. Geboren in Rome, maar verruilde die hoofdstad al snel voor een andere. In Dublin bracht zijn puberteit hem tot de uiteindelijke volwassen ontwikkeling. Ondertussen is Filippo woonachtig in Berlijn, waar hij uiteindelijk de aandacht wist te trekken met de EP If You’re Right, It’s Alright, nu ligt er drie jaar later eindelijk het debuut op de planken. Het kerngevoel wat het oproept is wel de zich open stellende jaren tachtig beleving vanuit Ierland. De passie van romanticus Bonamici krijgt ook een flinke dosering vanuit Italië mee. Dit uit zich in het meeslepende en uitrekkende met veel lalala versierde kitscherige dramatiek in songs als Is It Love?, hier is het einde net teveel over de top. Maar verder is het een stuk minder storend.

Met de akkoorden van een slide gitaar beginnen we in alle treurnis de reis aan de rand van cultureel Ierland. Sadness [Intro] is een onbedoeld afscheid, een compromis welke is afgesloten om tot persoonlijke groei te komen. De eenzaamheid die deze opoffering teweeg brengt, krijgt zijn eeuwige klankkleur in een sfeervolle opener. De tijdsdruk om iets van het leven te maken drukt als een geladen pistoolloop tegen zijn slaap aan. Het Russische roulette wordt hier in Time Is Your Gun gespeeld met twaalf mislukkingen en een enkele kans om zijn toekomst als singer-songwriter veilig te stellen. De wanhoop, maar ook de verstikkende drang om hier een geslaagde draai aan te geven krijgen hun kracht in de roffel die blijft terug komen. De gitaren geven het een extra lading met fraaie dromerige gotische uithalen, meer jaren tachtig kan je niet klinken. Bij Radio Fire wil de song het overnemen van de zanger, maar die roept hem tot bedaren, spaarzaam weet deze zich vervolgens pittig te openbaren. De sprookjesachtige sound krijgt vocaal impulsen van de klaagzang uit de jaren negentig. Dat opgroeien met verschillende culturen jezelf tot ontwikkeling kan dwingen bewijst Go Rilla. Nog steeds zit het hart in Ierland, maar weet de Italiaanse stamboom meer de wortels van voedsel te voorzien.

Baby Behave is een treurlied om zichzelf los koppelen. Het zou net zo gemakkelijk synoniem voor familie als geliefde kunnen staan. De totale overgave laat lang op zich wachten, eerst moet de emotionele diepgang in de vorm van pijnprikkels een passend plekje krijgen. Het soulvolle Head Sonata (Love Control) gaat vervolgens gejaagd van start. Laat het centraal staan voor de afleggende reis naar het vaste land van Europa. Door de zekerheid en het krachtige komt het allemaal een stuk minder sensitief over. De hardheid van de wereld wil het bestaan doen vervagen in gevoelloosheid. Heftig krijgt het vorm door het overstuurde spel van gitaar, bas en keyboard. Het theater van de sentiment wordt aangewakkerd door het al eerder genoemde Is It Love? Fil Bo Riva is definitief gevallen voor zijn oorspronkelijke geboorteland. Hier komt het direct een stuk zwakker over. De blues zitten verstopt in L’over, die weet te verrassen met de harde schreeuwen die tegenwicht geven aan de hoog ingezette kopstem. Toch komt er een gevoel van buikpijn opzetten als hier een liefdesachtig vervolg aan gegeven wordt. Nep als de gemiddelde soapserie. Ja, en het Middellandse Zee gebied leeft deze fake good feel beleving meer dan in het nuchtere Nederland. Eventjes genoeg tralala en lalala gehad.

Blindmaker heeft iets luchtigs en zomers, en mag zich hiermee voegen bij bands als Muse en Coldplay die op een bepaald moment in hun carrière ook de knieval maakten voor een meer commercieel geluid. Blijkbaar heeft ook deze act het nodig om gebruik te maken van de auto- tune. Je kan er tegenwoordig niet meer omheen, wat de meerwaarde hiervan is, blijft een groot vraagteken. De aandacht wordt bij L’impossibile op een verkeerde manier naar de song getrokken. Zonde, want onder die kunstige laag zit een aangenaam liedje verstopt. De kille sfeer op het einde komt als een smeltende sneeuwbal verfrissend binnen rollen. Het epische Different but One gaat terug naar de eerste helft van de plaat. Nachtelijke rust en opkomende dromen die op gedragen wolken terug vliegen naar mooie jeugdherinneringen. Al snel komt het met de akoestische gitaren de aandrift naar Ierse saamhorigheid en verbroedering terug. Leidend door hemelse engelenzang stap je binnen in iets wat nog het meeste wat van een compacte rockopera lijkt weg te hebben.

Vrijwel elke plaat heeft wel een totaal nutteloos liedje er op staan, hier heet dat kleine stukje ellende A Happy Song. Ondanks de Ierse folk invloeden moet je dit maar snel vergeten. Het bewust vals afgespeelde Beautiful [Outro] is vervelend, en wil al snel tegen staan, gelukkig is de lengte net als bij de voorganger beperkt gebleven. Zonde hoe Beautiful Sadness het aangename begin niet verder weet uit te bouwen. Wat een mooie ode aan het Ierland van de jaren tachtig had kunnen worden, ontwikkelt zich tot een chaotische puinhoop met een hoog kermis gehalte. De albumtitel weet het nog het beste te verwoorden; na een Beautiful begin volgt een hoop Sadness.

Fil Bo Riva - Beautiful Sadness | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sleeper - The Modern Age (2019) 3,5

7 oktober, 17:30 uur

In de jaren 90 was Britpop behoorlijk groot. Platenmaatschappijen gingen koortsig op zoek naar nieuwe veel belovende bandjes. Met de hoop de concurrentie voor te zijn. Eventjes was je de volgende hype, maar al snel verlegde de aandacht zich alweer naar een andere aandienende act. Wezenlijk is er weinig verschil met de talentenjachten die vanaf de nieuwe eeuw de televisie bevuilden. De kijker ervan te overtuigen enige inbreng te hebben. Door de keuze van opgelegde songs, het aankleden van de muzikanten, en de invloed van de jury wordt er vanaf het begin al naar een winnaar toe gewerkt. Een jaar later vaak alweer vergeten, en de nieuwe lichting mag zich presenteren. Sleeper maakte naam met hun tweede plaat The It Girl. Ze hadden ook nog het geluk dat ze een Blondie cover van Atomic mochten aanleveren voor de succesvolle Trainspotting soundtrack. Daar stonden ze wel mooi tussen de grotere namen en de hedendaagse beloftes. De bandleden hebben na de succesjaren hun aandacht gericht op het schrijversvlak. Louise Wener maakte vier romans en een biografie. Drummer Andy Maclure en gitarist Jon Stewart schreven columns in tijdschriften en gaven lezingen over moderne muziek om nieuwe muzikanten te inspireren.

Nu komen ze na ruim twintig jaar met een nieuw album. The Modern Age gaat verder waar ze ooit het verhaal stopten, tijd om er een hoofdstuk aan toe te voegen. Met andere vergeten Britpoppers als Dodgy, Space, Salad en The Bluetones verrasten ze in de zomer van 2017 op het Star Shaped Festival. Blijkbaar succesvol genoeg om aan nieuw materiaal te sleutelen. Als bassist werd de veelvoudige instrumentenbespeler Kieron Pepper aangetrokken. Oorspronkelijk ongeveer tien jaar live bij The Prodigy actief als drummer en daar verantwoordelijk voor de donkere beats. Erg veel is er niet veranderd. Louise Wener klinkt nog net zo fris en jeugdig als voorheen, en de instrumenten lijken ook alleen maar een poetsbeurt nodig te hebben. De laatste stofdeeltjes worden gelijk weg geblazen als het hardere Paradise Waiting wordt ingezet. Het gemak waarmee er een vervolg aan hun kenmerkende sound wordt gegeven, getuigd van het plezier hebben in het spelen. Vrijwel moeiteloos gaan ze op de door hun ooit ingezette weg verder. Geen uitgebluste band, die dit alleen uit financieel belang doet. Waarschijnlijk levert hun overige werkzaamheden genoeg salaris op, geen krampachtige poging om het hoofd boven water te houden.

Een stuk meer zweverig klinkt het intro van Look at You Now, om vervolgens flink het effectenpedaal in te trappen, zodat Jon Stewart met zijn gitaar totaal los kan gaan. Na het aangename gejank krijg je de nodige elektronica in The Sun Also Rises, maar hier blijft verder ook Stewart domineren. Natuurlijk heeft hij altijd in de schaduw gestaan van generatiegenoten, maar wat is hij eigenlijk meesterlijk in zijn uitvoering. Dig zit net op het randje van een snelle punksong, door de zang en het gedraai aan de knoppen, blijft het binnen het Britpop hokje. Wel een stuk pittiger en brutaler dan de gemiddelde band uit dit tijdperk. Meer gedurfder nog is het met dromerige percussie gevormde titelsong The Modern Age, waar Wener meerdere facetten van haar stembeheersing laat horen. Sterker nog wordt de popkant opgezocht, sporadisch ondersteund door de autotune, waardoor er blijkbaar ook ruimte in voor de hedendaagse technologische ontwikkelingen. Toch hoor ik ze liever een stuk rauwer zoals in Cellophane, waar ze ook de invloeden van de in de jaren negentig concurrerende Amerikaanse vrouwelijke rockende gitaarbands in mengen. Dit levert het bewijs op van respect voor wat er toentertijd aan de andere kant van de wereld gaande was.

Een stuk hedendaagser klinkt het door opzwepende postpunk drums gestuurde Car Into the Sea. Dit betekent dat Sleeper niet in het vroeger was alles beter verleden is blijven hangen, maar ruimte creëert voor nieuwe bevindingen in de muziek. Dat de drummer en gitarist vanwege hun werk nauw verbonden zijn met opkomende artiesten, pikken ze uiteraard zelf ook genoeg inspiratie op. Deze weten ze nu zelf treffend om te smeden in aangename songs. Hier weer wat dromeriger, bij andere nummers harder en directer. Met Blue Like You plaatsen ze zichzelf nostalgisch ergens in het einde van het laatste decennium van de twintigste eeuw. More Than I Do gaat nog wat verder terug in de tijd, dromerige New Wave staat hiervoor aan de basis. Louise Wener laat hoe dan ook genoeg horen dat ze zich op het schrijversvlak heeft ontwikkeld. Door de compactheid in haar zinnen, heeft het meer de uitwerking van pakkende slogans. Het komt beter binnen, en blijft gemakkelijker hangen. Het rommelige intro van Big Black Sun werkt niet in het voordeel, maar verder is het wel weer lekker. Dit heeft een van de sporadische momenten waarbij je hoort dat de zangeres ondertussen volwassen is geworden. Er zit een lichte heesheid en breekbaarheid in haar voordracht. Niks om zich voor te schamen, het wil alleen maar voordelig voor haar uitpakken. De hoge sensuele uithaal op het einde is een waardig slotakkoord.

Sleeper - The Modern Age | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) (2019) 3,0

7 oktober, 17:29 uur

Het gebruik van autotune en vocoder vervlakt iemands vocale mogelijkheden. Ben je niet in bezit van een mooie stem, dan is dit een aanwinst. Eenvoudiger kan je jezelf dan verschuilen achter het apparaat. Hierdoor is het in principe voor iedereen mogelijk om zanger te worden. Heb je die kwaliteiten wel dan is het een vreemde keuze hiervan gebruik te maken. Mijn eerste reactie op de laatste plaat van Lambchop is die van verbazing en onbegrip. De angst voor een verbijsterende ontwikkeling werd bij Flotus al genoemd. Wat wil de frontman van Lambchop hier mee bereiken? De songs van This (Is What I Wanted to Tell You) gaan hieraan ten onder. Emoties van Kurt Wagner zijn totaal vervormd tot een kunstmatig geheel. Hopend dat dit beperkt zou zijn tot een enkele track, blijkt in de praktijk helaas anders uit te vallen. Toch vraagt het direct al om de nodige verdieping. Op een indringende manier wil je weten wat er in hem om gaat. Je moet er dus extra veel moeite voor doen om de plaat te plaatsen. De vraag is alleen, ben je bereid om hier de nodige energie in te stoppen? Als je keuze positief uitvalt dan hoor je iemand die gevangen zit in zijn gevoel.

The New Isn’t So You Anymore lijkt hierdoor nog meer te gaan over vervreemding van een persoon. Alsof Wagner zichzelf observeert door de ogen van iemand anders. Prostaatkanker heeft een aantal jaar geleden zijn leven op de kop gezet. Dat de behandeling hiervoor ook andere cellen aantast is feitelijk een juiste reactie, de vervlakking kan gesymboliseerd worden door een meer monotoon geluid. Deze intense gebeurtenis heeft waarschijnlijk zoveel impact gehad, dat hij hier totaal door is veranderd. Medicatie om het te bestrijden hebben een soortgelijk effect als drugs. De waarneming van de omgeving ondergaat hierdoor een verandering, waar weinig invloed op uit te oefenen is. Buiten dit feit bereikt hij de leeftijd van zestig, en misschien ervaart hij het als bewonderingswaardig dat hij dit gehaald heeft. Het blijft speculeren, zichzelf helemaal bloot geven doet de zanger hier niet. Genoeg beargumenteerd om het te beschouwen als een experimentele ontwikkeling, en met dit gegeven stap je er een heel stuk gemakkelijker in. Breekbaarheid komt nu intensiever binnen, en het is vooral de treurnis die hier in terug te horen is. Juist door de hedendaagse effecten komt zijn stem ouder en geleefder over. Het verlangen naar rust krijgt hierdoor meer een plek.

Doordat bijna elke track, en ook de titel eindigt met het woord you lijkt het ook een liefdesverklaring aan een beminde persoon. Elk klein stukje geluk moet worden omgezet tot iets grootst en tijdloos. De teksten blijven visueel en inlevend. Lambchop leert om op een andere manier naar de hedendaagse muzikale ontwikkeling van het geluid te kijken. Concluderend gezien een mooi gegeven, al neemt het niet de irritatie weg welke autotunes weten op te roepen. Er zijn betere methodes om gevoeligheid op de plaat vast te leggen. Overige instrumentatie is overwegend sfeer bepalend, en sober gehouden. Van mij mag hij in het vervolg weer meer de alternatieve country kant op. Zou hij dit live kaler ten gehore brengen, dan komt het een stuk intiemer over. Oprechtheid zou ook de bepalende factor kunnen zijn om dit juist niet te doen. Of wil hij gewoon niet zijn ziel geheel openbaar stellen. Jammer, want het niveau van Mr.M wordt al twee albums lang ruimschoots niet meer gehaald.

Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Joni Void - Mise en Abyme (2019) 3,0

7 oktober, 17:28 uur

Wanneer noem je iets eigenlijk muziek? Wat de één muziek noemt, vind de ander een opsomming van klanken, die nergens naar toe leiden. Het blijft een interessant gegeven. Zo ook het begrip avant-garde. Wanneer is het nog experimentele muziek, en waar zit de grens? Stromingen ontstaan ook uit het feit dat iemand juist buiten de lijntjes durft te kleuren. Ideeën worden ook door anderen opgepakt, die hier weer op een eigen manier mee aan de slag gaan. Wat in een ver verleden ontoegankelijk werd genoemd, zou met terug werkende kracht als vooruitstrevend en baanbrekend worden beschouwd. Vaak hebben dit soort projecten een boodschap die ze willen uitdragen, welke nog belangrijker is dan de muziek. In dit schemergebied opereert ook Joni Void. Het misleidende is dat het hier niet om een vrouw gaat, iets wat je met zo’n naam zou verwachten. Dit is echter het alter ego van de Franse producer Jean Cousin. Door zijn studie richtte hij zich in eerste instantie op de filmwereld, maar blijkbaar vind hij de sfeer die het oproept een grotere inspiratiebron. Met dit gegeven gaat hij op zijn kamer aan het knutselen, gebruik makend van verschillende muziekstijlen, om te komen tot iets nieuws en unieks. In eigen beheer leverde dit vanaf 2011 al de nodige remixen en kleine releases op. Twee jaar geleden bracht hij voor het eerst via een platenmaatschappij een album uit; genaamd Selfless, nu is er de opvolger Mise en Abyme.

Ondanks het gebrek aan echte songs kan de plaat als een conceptalbum gezien worden. Paradox laat ons binnen stappen in een hedendaagse wereld. Er is bewust niet gekozen om de geluiden uit de omgeving te filteren, maar ze worden zelfs versterkt meer op de voorgrond geplaatst. De Oosterse jazzstem van Ayuko Goto wordt in Dysfunctional Helper benut als een waar instrument. Op de achtergrond meer afleidend geroesemoes, waardoor er hier een beeld ontstaat van een multiculturele gemeenschap. Een overbevolkt flatgebouw? geopende ramen in een drukke straat in een grote stad? De nieuwsgierigheid weet te intrigeren. Flarden aan jeugdherinneringen in de hiphop beats. Opstart moeilijkheden in de triphop van Lov-Ender, waarbij het geheugen steeds meer moeite moet doen om gedachtes te herervaren. Bij Abusers ontwikkelt zich zowaar een liedje. Nadat de vrouwelijke vocalen een plek hebben gecreëerd, worden ze versterkt door een man die daar met een zwaardere basstem tegenwicht geeft. Ritmes en refreinen van vroeger eisen ergens nog een plek op. Vanaf Non-Dit krijgt de vervreemding en het claustrofobische de overhand. De enige constante factor hier is de ritmische beat.

Een niet beantwoorde telefoonsignaal is de basis van No Reply. Het zou zo in een overvolle tram opgenomen kunnen zijn. Het beeld van personen, die allemaal druk zich afzonderen met hun smartphone, de omgeving totaal negerend. Een zeer realistisch beeld van de hedendaagse maatschappij. De stagnatie staat centraal in het bewust vast lopende Safe House. Cinetrauma gaat de strijd aan tegen de verandering. Onbekoorlijke industriële geluiden worden op een onbehaaglijke manier tot stopstand gedwongen. Het oorverdovende gezoem in Voix sans Issue gaat zelfs een stapje verder, nog dreigender weerklinkt de vervreemding van de omgeving, welke te snel aan het veranderen is. Een klok vecht tegen de toekomst, maar wordt ontvoerd door het paniekerige witte konijn uit Alice in Wonderland. Het verslag van een alles verslindende leefgemeenschap staat centraal in Deep Impression, waar er een toekomstig beeld wordt geschetst van een computer die uiteindelijk de stem van de verteller over neemt, Jean Cousin offert zijn eigen vocalen hiervoor op. Met het cineastische Persistence zoekt hij een rustpunt. Alle chaos die nog kenmerkend aanwezig waren in de overige tracks zijn vervlakt tot bijna een nulpunt. Uiteindelijk volgt in Resolve de overgave in het hedendaagse bestaan. Joni Void mengt zich tussen de menigte tot er in de verte nog zijn aanwezigheid te horen is, overkoepelend door andere gegalm. Mise en Abyme laat zich niet eenvoudig weg luisteren. Een niet geheel gelukte plaat, of een mooi eigenzinnig werkstuk. De keuze ligt bij de luisteraar.

Joni Void - Mise en Abyme | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Endon - Boy Meets Girl (2019) 3,0

7 oktober, 17:27 uur

Het excuus dat je de Japanse taal niet beheerst, en dat daardoor Boy Meets Girl lastig te luisteren is, kan niet als argument gebruikt worden. Dit overschrijd alle barrières op dat vlak. Hiermee worden niet de schoolboeken van onschuldige kinderen vol geschreven. Endon functioneert op een totaal ander niveau. Taichi Nagura is geen lief klein Pokémon schepsel maar een geluidstovenaar. Wat hij met zijn stem kan bereiken lijkt een bovennatuurlijke gave, die absoluut zeldzaam te noemen is. En dat is maar goed ook, de wereld zal niet klaar zijn voor deze vocale overmeestering, waar al zijn mogelijkheden als vernietigende aanvallen worden ingezet. Nagura schreeuwt, krijst, brult van zich af op een wijze waarop de gemiddelde black metal zanger zich zou afvragen of het ook wat minder kan. De Japanners staan er om bekend de grenzen op te kunnen zoeken, getuige de vreemde spellen die ze op televisie voorschotelen, ook op muzikaal gebied ligt dit op een ander level.

Genoeg gesproken over de zang. De muziek heeft een mooie duistere dreiging. Het titelstuk Boy Meets Girl leunt met zijn bas spel zelfs tegen de logge grunge aan. De versnelling wordt vervolgens ingezet bij het hardcore punk getinte Heart Shaped Brain, waarbij er zelfs ruimte is voor freaky jazz uitbarstingen. De noise explosie Born Again jaagt als overstuurde kamikaze piloten over je heen, om te vervallen in kerkklokken achtige drones. Tegen verwachting in is er in het half uur nog een plek voor een track van meer dan tien minuten. Het beginstuk van Doubts as a Source heeft zelfs een swingend funk metal intro. Nagura komt de boel onaangenaam verstoren met demonisch yoga gehijg, waarbij je jezelf afvraagt of hij in deze toestand het einde van de song zal halen. Dit staat in contrast tot de in verhouding zware en rustige muzikale omlijsting, welke onaards steeds meer richting de doom metal afzwakken. Onheilspellend wordt je weg gezogen in de draaikolk van vermorzelend industrieel drijfzand. Dat de Japanners wel degelijk tot iets in staat zijn bewijzen ze wel met het gemak waarmee er geswitcht wordt tussen verschillende stijlen. Het oorverdovende effect wordt dus vooral vocaal opgeroepen. Jankend werkt Nagura zich ook hier door de passages heen. Dat ze het zelfs kunnen afronden met een aangenaam eindstuk waar naar het klassiek neigende aanpassing wordt gebruikt, mag wonderbaarlijk genoemd worden.

De kerkklokken zijn nog sterker aanwezig in het vet groovende Love Amnesia. Doordrenkt met een kindermuziekdoosje laten deze brute geweldenaren zich van hun meest toegankelijk kant zien. Dat hiervoor ergens ver weg gestopt een hardrock basis uit de jaren zeventig is gebruikt, zou niet geheel onwaarschijnlijk kunnen zijn. Er wordt een poging wordt ondernomen om deze totaal de vernieling in te helpen, al lijkt dat niet helemaal te lukken. Er blijft genoeg menselijks overeind staan. Ook bij Final Act Out mankeert er weinig aan het muzikale gehoor van de veelzijdige muzikanten. Die van mij moet zich door de opgelegde pijngrens van standje teveel heen werken, het zal ze weinig interesseren. Uiteindelijk wordt je beloond door het heus dansbare mysterieuze Red Shoes, welke zelfs aangename luchtige aanwaaiende stoner rock invloeden verbergt. Stoffig en met modderige riffs zorgt het voor een aangename verrassing. Dat dit weer net zo gemakkelijk de kop ingedrukt wordt door het zwaar overspannen Not For You is niet meer vreemd te noemen. Als ze zichzelf zouden presenteren als immigranten die begin jaren negentig in Seattle zijn beland, dan zou het zelfs geloofwaardig klinken. De gitaarsound uit deze periode hoor je absoluut terug. Vergeet de zang, daar kan nog met een flinke moersleutel aan gewerkt worden tot iets aangenaams, en er staat een prima album over voor de geoefende luisteraar.

Endon - Boy Meets Girl | Metal | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ibibio Sound Machine - Doko Mien (2019) 3,5

7 oktober, 17:18 uur

Dat afrobeat zich prima weet te mengen in de postpunk muziek uit de jaren tachtig is in tal van voorbeelden terug te vinden. The Police deed dit op een commerciële wijze, Talking Heads meer kunstzinnig en dichter bij de basis, maar ook meer excentriekelingen als bij Public Image ltd. maakten hier onbeschaamd gebruik van. Ibibio Sound Machine heeft zijn oorsprong in Nigeria en wordt geleid door vocalist Eno Williams, woonachtig in het muziekcentrum Londen. Natuurlijk vergeet ze haar roots niet, maar op hun derde plaat weten ze de westerse invloeden een steeds meer dominantere rol toe te eigenen. In normale omstandigheden bevolkt de band met acht man het podium, maar sta er niet vreemd van op te kijken als hier zich gedurende het optreden nog een aantal gastmuzikanten bij voegen. Het is een heerlijke kolkende massa, die als een bruistablet alle problemen eventjes naar de achtergrond verband. Dat Eno Williams hier minder politiek getinte teksten geschreven heeft dan op Uyai , is een feit. Allemaal een stuk universeler, de problematiek van haar thuisland staat minder op de voorgrond. Het is voornamelijk een warm tot dansen oproepend gezelschap, die de menigte heerlijk wil laten zweten. Welke hier aangename herinneringen oproept aan de Nijmeegse Zomerfeesten van jaren geleden. Een stuk minder commercieel, en meer gericht op de grote culturele massa, die de stad een week lang bevolkt. Veel meer stonden toen soortgelijke internationale tradities centraal. Met een overschot aan blaasinstrumenten, keyboards en percussie laat deze soulvolle hogepriesteres je kennis maken met deze aangename ceremoniële sessie, genaamd Doko Mien. Ofwel vertaald in het Engels Tell Me.

Het zwaar door eighties keyboards bewerkte I Need You to Be Sweet Like Sugar (Nnge Nte Suka) krijgt een groovend funky vervolg in de herhalende pompende sound. Gitarist Alfred ‘Kari’ Bannerman kan met zijn eigenzinnige spel en ervaring bekende collega’s aardig wat bijleren. Met het nodige gemak mengt hij zich dominerend op de voorgrond. Niet vreemd dus dat hij zich vanaf de jaren zeventig al in de veelzijdigste projecten heeft gestort. De blazers introduceren zichzelf om vervolgens gereed te staan voor hun volgende assistentie. Ondanks dat Williams het niet nodig heeft krijgt ze verbale ondersteuning met soulvolle backings van Jaelee Small en Chantal Brown. Vetter hadden ze niet kunnen starten. Dat ze net zo gemakkelijk kunnen omschakelen naar dansbare souldisco met diepe bas bewijzen ze met Wanna Come Down. Het is bewonderenswaardig dat ze hiermee niet grootheden uit het desbetreffende tijdperk in de weg lopen. Ze onderscheiden zich overduidelijk van andere acts met hun persoonlijke benadering. Disco is al tijden niet meer zo smakelijk geserveerd. Meer vintage achterhaalde futuristische cybergeluidjes versieren als kleurrijke slingers het meer uptempo Tell Me (Doko Mien). Ze weten echte instrumenten te mixen met kunstmatige klanken, waar tussen de scheidingslijn niet te leggen is. Ruimte voor een donkere sfeervolle benadering is er in het dromerige I Know That You’re Thinking About Me. Als eenarmige slagwerkers wordt er een statisch ritme afgeleverd, minder gebruik makend van veelzijdige percussie mogelijkheden, maar alles in dienst van de dreigende track. Max Grunhard gooit er met zijn saxofoon nog de nodige new wave oproepende blaaspartijen door heen, om zorg te dragen dat het niet afsterft in een niks zeggende fade out.

De toekomst wordt vervolgens gecreëerd in de met Where The Street Have No Name, inderdaad van U2, raakvlakken hebbende I Will Run. Je kan het schaamteloos ontkennen, bij mij wordt het binnen gehaald als een groot compliment. Hopelijk doen de heren van de wereldband er niet moeilijk over, maar incasseren ze het met respect en trots. Dat de tango als basis genomen wordt in Just Go Forward (Ka I So) is verrassend, en al snel hoor je er weinig meer van terug. Je struikelt over de Shaft achtige filmtunes die vervolgen. Zo lijkt het dat je opeens midden in een foute nagesynchroniseerde gevechtsfilm bent beland. Dat ook nog Alfred Bannerman ten tonele verschijnt is altijd prachtig. Hij is over de hele linie te weinig in beeld, maar hierdoor zijn de spaarzame optredens alleen maar sterker. De nog in de kinderschoenen staande housebeat van She Work Very Hard zit in het duistere schemergebied tussen postpunk en synthpop. Daarmee lieten nog zoekende wave bands ons jaren geleden kennis mee maken. Zelf nog overrompeld door de mogelijkheden van deze rechthoekige machines. Al snel blijkt het dat het toch weer party time is. Ibibio Sound Machine beschouwt het niet als meerwaarde om in de deprimerende neerslachtigheid te blijven hangen. Een wereld die bewoont wordt door vrouwelijke huishoud robots waarbij rook uit de scharnieren komt, met voor de kunstmatige ogen een rood geletterd balkje met Information Overloaded. De angst voor een maatschappij die teveel eisen aan zichzelf stelt. Om hier dan toch weer die funky twist aan te geven is erg gaaf. De smerige rockende gitaarsound mag het weer allemaal ontregelen.

Nyak Mien is een overvloed aan blijheid en vrolijkheid, misschien net te veel. De stoelendans tussen stukjes ska en Latijns- Amerikaanse fragmenten vergt veel van de danspartners en heeft een vermoeiende werking. Anderzijds, met een paar glazen Malibu Coconut als opwarmertje, hou je jezelf wel staande. Toch krijg ik de indruk dat ze hierbij wel de gemakkelijkste weg hebben vervolgt. Het zweverige intro van Kuka had achterwege mogen blijven, het voegt weinig tot niks toe aan de indringende gothic sound die volgt. Meer psychedelisch wordt er weg gedroomd in de zomerbries van Guess We Found a Way, welke zich met gemak als titelstuk voor een bewerkte vintage James Bond film mag inschrijven. Zwoel, sensueel, maar tevens stoer. De verwijzingen naar Afrika komen nog het beste tot hun recht bij het jazzy Basquiat, waar een vingervlugge pianist het voorbereidend werk mag aanleveren. Het muzikale gevecht dat de bassist met de helder spelende gitarist aan gaat, wordt overtuigend gewonnen door de eerste. Als toegift krijgen we nog een instrumentale introductie van de gehele band. En om eerlijk te zijn, de namen voegen weinig toe, bij de aankondiging van de volgende muzikant, weet het merendeel van het publiek de vorige al niet meer te herinneren. Ibibio Sound Machine is klaar voor het naderende mooie weer. De jurkjes mogen weer uit de kast komen.

Ibibio Sound Machine - Doko Mien | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Nick Zammuto - We the Animals (2018) 3,5

7 oktober, 17:16 uur

Er zijn genoeg voorbeelden te vinden van popmuzikanten welke zich met succes wijden aan het maken van een geschikte soundtrack bij een film. Dat dit niet voor iedereen is weg gelegd is helaas ook waar. Een goede score blijft ook overeind staan zonder de beelden, of ze moeten wel heel erg goed bij bepaalde scenes passen. Nick Zammuto is de frontman van de naar hem genoemde indie rockband uit het Amerikaanse Readsboro. Eerder al was hij actief in The Books, een experimenteel duo, waar hij samenwerkte met de cellist Paul De Jong. Zoals de naam al aangeeft, heeft deze zijn oorsprong in Nederland. We The Animals stort zich in het leven van een ontwricht gezin, en volgt hierbij drie broers. De basis van dit verhaal ligt in de jaren tachtig, en de verfilming mag zich gelukkig prijzen met lovende recensies. Hier wordt alleen stil gestaan bij de muziek, los staande bij de beelden die deze oproepen.

Escapisme heeft een centrale functie in het geheel, en hoe zet je vluchtgedrag om in indrukwekkende klanken? Door je eigen ego centraal te stellen. Hierdoor komen de a capella gesproken woord gedeeltes zo sterk over. Het roept een beeld van eenzaamheid op, welke treffend worden verwoord in de sobere benadering. De angst en dreiging die hieruit naar buiten gebracht worden vinden hun plek in de muzikale omlijsting. Al zingend wordt er gezocht naar een persoonlijk rustpunt, om zichzelf af te sluiten van de onzekere omgeving. Soms met klanken die de spanning van een hartslag vorm geven, dan weer overwinningstonen van euforisch gestemde stukken. Maar over het algemeen wordt een droombeeld geschetst die zich afzet tegen het kleine ontregelde wereldje van de puberende hoofdrolspelers. Sfeerbepalend is het sleutelwoord. Het verlangen naar geborgenheid met de risico’s die de weg hier naar toe oproept. Letterlijke bloedbroeders die als eenheid willen communiceren met hun onzekere omgeving. De offers die voor de liefde voor elkaar en hun ouders gevraagd wordt.

Het moment dat je als buitenstaander dit lijkt te accepteren wordt ruw verstuurd door het boze onmacht oproepende Bad Bad Bad. En daar ligt de kracht van de soundtrack. De hele tijd heb je het gevoel dat er naar een climax wordt toe gewerkt, en op het moment dat je deze niet meer verwacht, slaat hij keihard toe. De scheidingslijn tussen euforie en angst valt helemaal weg. Dezelfde stukken muziek, maar nu gezien vanuit een andere invalshoek. Aandachtig luister je naar de rest van de plaat, en vervolgens zet je hem nogmaals op. Maar zelfs meerdere luisterbeurten weten het moment niet te benoemen waar het lijkt te exploderen. Ondanks de fragmentarische aanpak komt het wel confronterend binnen. Heb je dan als componist je doel bereikt? Ik dacht het wel.

Nick Zammuto - We the Animals | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Weyes Blood - Titanic Rising (2019) 4,0

7 oktober, 17:15 uur

Weyes Blood is Natalie Mering, een veelzijdige liedjesschrijver uit Californië, die tevens de nodige ervaring heeft in het bespelen van meerdere instrumenten. Vocaal ondersteunde ze Father John Misty in de titeltrack van God’s Favorite Customer, en werkte ze samen met Ariel Pink en Perfume Genius. Als startsein heeft ze niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. Haar eerste album The Outside Room is een prachtige, combinatie van folk met daarin statische doemgothic verwerkt, welke in de jaren 80 de kwalificatie ruimdenkend en veelbelovend zou krijgen. Totaal niet te vergelijken met haar nieuwe project Titanic Rising, alweer haar vierde plaat. Niet zozeer de ramp zelf staat hier centraal, maar meer de inspiratiebron die dit vormde voor de films waar dit thema centraal staat. Veel ultra white tandpasta kitch, een vleugje James Bond, ABBA riedeltjes, Carpenters dramatiek en foute seventies romantiek. Als basis werd de geflopte film Raise the Titanic genomen. Duidelijk dus dat de sfeer uit 1980 hoorbaar is. Dit jaar zal er in de zomer een sequel onder de naam Titanic Rising in de bioscoop verschijnen, al roept de muziek meer om een prequel. Het doet net een tikkeltje ouder aan. John Barry verzorgde voor de eerste film de muziek, en ik kan het niet anders zien als een ode aan zijn werk. Bewonderenswaardig is er dus niet gekozen voor Ian Flemmings beroemde karakter of ander hoog gewaardeerd werk, maar juist voor deze gigantische flop, waar de auteur Clive Cussler niet meer aan herinnerd wil worden.

A Lot’s Gonna Change heeft nog een heerlijk galmend oer postpunk intro, al is dat de enige referentie met haar debuut. Nadat de eerste piano klanken de lieve vocalen van Natalie Mering introduceren, is die vergelijking direct verdwenen, en zal ook niet meer terug komen. Daarvoor in de plaats komt een mooi singer songwriter basis geluid terug. Fabelachtige luistermuziek van een zangeres die onbescheiden durft uit te pakken. Heerlijke hoge koortjes geleend uit de jaren waarin we nog knus in de leefkuil, zittend op een poef Mens Erger Je Niet speelden. Het zijn de iets wat vreemde klanken die verraden dat het allemaal een stuk hedendaagser is, daar houden de vergelijkingen op. Het verlangen naar dit sentiment overheerst en is net zo levendig als de vintage Brabantia koffieblikken waar je nu bij een tweedehandszaak de hoofdprijs voor moet betalen. Soms hoor je het duistere verleden terug zoals bij het begin en einde van Everyday, om vervolgens over te schakelen naar de retro seventies. Hier en daar wat subtiele veranderingen in het stemmen van de instrumenten.

Het titelstuk Titanic Rising spreekt in anderhalve minuut op een symfonische manier de waardering uit voor synthesizer grootheden die vervolgens navolging kregen in de popmuziek. In die lijn vervolgt Movies het geheel. Ondanks de oproepende kilte, heeft het iets dromerigs en zweverigs. Zo dacht men jaren geleden dat futuristische muziek zou klinken. Vreemd dat dit juist nu zo gedateerd aanvoelt. Hoe verder het vordert, hoe groter het allemaal aanzet, met de uitbarsting als absolute hoogtepunt. Het ziet er naar uit dat het een lastige taak wordt om dit te evenaren, dus gaan we een rustige stap terug om het door engelenzang gevormde Mirror Forever te aanschouwen. Het niveau van de voorganger wordt wonderbaarlijk behaald met deze mix tussen folk, Efteling rock en commerciële jaren 80 Mike Oldfield songs. Vanaf Wild Time wordt weer aansluiting gezocht bij de eerste nummers. Een stuk minder avontuurlijker, maar wel stukken die moeiteloos blijven staan. Vergeet dat hele soundtrack idee, zoveel meerwaarde heeft dat namelijk niet, en er blijft een prima plaat staan, met halverwege twee geweldige uitblinkers.

Weyes Blood – Titanic Rising | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Boy Harsher - Careful (2019) 4,0

7 oktober, 17:14 uur

Het uit Northampton afkomstige synthesizer duo Boy Harsher weet te integreren met grimmige retro electropop. Achter dit project verschuilen zich zangeres Jae Matthews en producer Augustus Muller. Goed geproduceerde coldwave welke zich met gemak kan meten met de meer duistere New Wave uit de jaren tachtig. Met hun licht provocerende clips spelen ze in op de donkere kant van het bestaan. Het gotische sfeertje wordt nogmaals benadrukt in de honger naar bloed, zoals in video van Fate. Het nachtleven lijkt hierbij centraal te staan. De erotisch androgeen klinkende Jae neemt als dominerende meesteres de rol als frontvrouw erg serieus met aan haar zijde op het podium de muzikale partner Augustus als slaafse volgeling. Een sterk verbond die na hun debuut Yr Body Is Nothing nu hun tweede album Careful aflevert.

Weinig licht en heel veel leer. Clubmuziek voor nachtbrakers. Keep Driving introduceert je in een gemaakte unheimische schemergebied tussen realiteit en fantasie. Het alter ego staat hierbij centraal, niet de verslofte ware ik. Met op de achtergrond de ruis van passerend verkeer. Koortsig de grenzen opzoeken om het gelukmakend gevoel te krijgen. Sex, drugs en zelfvernietiging. Welkom in de verrotte wereld van Boy Harsher. Wees voorzichtig, je bent gewaarschuwd. Wantrouw de aantrekkingskracht van de hypnotiserende zang, gedirigeerd door keyboardklanken. Face The Fire heeft die klinische lompe beat; de dansbaarheid en overlevingsdrang van gevorderde navelstaarders. Ruimtes gevuld met nevelige kunstmatige mist van voor het rookverbod. Heerlijke adult darkwave disco.

Net als in de jaren tachtig leven we nu in een tijdperk gevuld met angst en onzekerheid. Probeerde men voorheen te verbroederen, tegenwoordig wordt er vooral voor zichzelf gekozen, met eenzaamheid als gevolg. Dat is het wezenlijke verschil. Boy Harsher vlucht weg in de postpunk en de daaruit volgende darkwave. De deprimerende sound krijgt impulsen van de Electric Body Music in Come Closer en Trevor Horn-achtige bigbeat samplers die LA laten ademen. De synths zijn bepalend in de klankkleur zoals in het loodzware Crush en titelstuk Careful waar mee wordt afgesloten. Om het allemaal sterker over te laten komen wordt de nodige dramatiek, geschreeuw en theatrale sound aan het geheel toe gevoegd. Zolang de ijzige sfeer maar rond het vriespunt blijft.

Boy Harsher - Careful | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Japanese House - Good at Falling (2019) 3,0

7 oktober, 17:13 uur

Het blijft wennen, die stemvervormer. Nog steeds afvragend of dit echt daadwerkelijk iets toevoegt aan het geheel. Maar goed, we leven in een tijdperk waar er veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Ook bij The Japanese House is dit het geval, al blijft het gelukkig beperkt. Went to Meet Her [Intro] heeft dit schijnbaar nodig, en voelt aan als een hedendaagse variant op de soft erotische sound van Enigma in de jaren negentig. De uit Buckinghamshire afkomstige Amber Bain weet met haar alter ego The Japanese House niet in deze valkuil te stappen, al snel voegt ze drum en gitaar toe aan het dromerige geluid. Ondanks dat ze al vier EP’s voor haar debuut heeft uitgebracht, horen we hier allemaal gloednieuwe songs. Door haar stem in meerdere lagen over elkaar heen te mixen ontstaat er een soort van koortje om het een wat voller geheel te geven. Gelukkig wil de gitaar nog regelmatig rocken, wat het net iets meer pit geeft. Anders is het goed bedoelde dreampop die geruisloos passeert, maar je niet als reiziger mee neemt. Good at Falling staat dus totaal los van haar eerdere werk. Over het algemeen ervaar je bij deze stroming voornamelijk romantiek. Hier staat thematisch verdriet centraal, en de eenzaamheid die dit tot gevolg heeft.

Dat trieste gevoel wordt nogmaals sterk geaccentueerd in de video van Maybe You ‘re the Reason . Ze leeft daarin samen met de eeuwige trouwe metgezel, haar eigen spiegelbeeld. Ook de scenes dat ze zichzelf omarmt komen erg zielig over. Wat is dat toch met vrouwen dat ze zo gemakkelijk hun ziel open en bloot durven te geven. Zelfs over de drang naar alcohol wordt schaamteloos bezongen in Everybody Hates Me. Ik heb er vaak moeite mee, hou het mooi allemaal bij jezelf. Geen haatgevoelens, of ze worden niet geuit. Is er dan de hoop die hier overheerst, dat de ex vriendin weer een rol in haar leven gaat spelen? Buiten dat gegeven hoor je een zeer getalenteerde muzikant, die misschien wel noodgedwongen alles op zich neemt. De teksten, de zang en het veelvoudig gebruik van instrumenten, ze doet het allemaal zelf. Wel krijgt ze de nodige support van twee leden van de band The 1975; Matthew “Matty” Healy zingt mee in f a r a w a y, en George Daniel wil als producer regelmatig bij springen.

Bewonderingswaardig hoe persoonlijk ze zich op de plaat opstelt, al zal de vroegere partner zich ongemakkelijk voelen, bij Marika Is Sleeping wordt ze zelfs bij naam genoemd. Lijkt mij een flinke inbreuk doen wat betreft de privacy. Hoogtepunt Somethingfartoogoodtofeel heeft een zwaardere benadering, die vooral in de meerstemmigheid is terug te horen. Realiteitsbesef en dit een plek kunnen geven, al zit ze duidelijk nog in de eerste fase van het verwerkingsproces. Blijkbaar is het niet alleen maar een break up plaat over het eindigen van een liefdesrelatie. Went to Meet Her [Intro], You Seemed So Happy en afsluiter I Saw You In A Dream handelen over zinloos geweld. Een goede vriend van Amber wordt in elkaar geslagen, en zal later aan de gevolgen hiervan overlijden. Ondanks dat de vocalen vaak erg lief en zalvend klinken, is het absoluut geen gemakkelijke plaat. Het nadeel is dat je zonder enige achtergrondinformatie niet het verschil ervaart tussen de twee soorten afscheid; die van de liefde, en die van het leven. Nu misplaatst je al snel essentiële lyrics.

The Japanese House - Good At Falling | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Dez Mona - Book of Many (2019) 4,5

7 oktober, 16:06 uur

Waarom heeft men de neiging om muziek onder te brengen in hokjes? Ook hier komt al snel de gedachte op om bands met elkaar te vergelijken, en ze te koppelen aan bepaalde stromingen of stijlen. Vaak is het wel overduidelijk te horen, maar ook met regelmaat weet een act daadwerkelijk iets toe te voegen, waarmee ze niet in een categorie te plaatsen zijn. Bewust zichzelf buitenspel opstellen. Dez Mona is zo’n groep. Zanger Gregory Frateur kreeg voorheen nog steun van de contrabas spelende Nicolas Rombouts. Niet alleen instrumenten kunnen na jaren versleten zijn, hier was het ook het geval bij de muzikant. Totaal leeg en stuk gespeeld. Book Of Many heeft hier niet echt onder geleden. Sterker nog, deze gedwongen impuls heeft zoveel moois opgeleverd, waardoor deze Belgen overtuigend het bewijs afleveren nog degelijk bestaansrecht te hebben. Dat ze hierbij ondersteuning krijgen vanuit het dEUS kamp, heeft geen invloed op het werk, maar moet meer gezien worden als een vriendendienst. Vorig jaar werd in West – Vlaanderen WOI herdacht. De Groote Oorlog eindigde 100 jaar geleden. Het project heette GoneWest, wat staat voor sterven in het westen; strijdend ten onder gaan. Dez Mona werd hierin betrokken en leverde hiervoor vijf songs af, die uiteindelijk ook de basis vormden voor Book Of Many. Hierdoor wordt er flink touw getrokken tussen hoop en verlies, maar ook schuld en pijn staan hierbij centraal.

Dat muziek een kunstvorm genoemd mag worden die de nodige waardering verdient hoor je terug in het culturele startstuk Half River Half Man. Na het minimale klankenpalet is het de accordeon die sturing aan het geheel geeft. Niet zozeer als instrument, maar meer als de tweede stem die probeert iets opbeurends te zeggen tegen de neerslachtige getekende Frateur, en hier wonderbaarlijk treffend in slaagt. De zanger eist zijn rol weer op in het naar hogere sferen gezongen How Beautiful. Met een onwaarschijnlijk gemak weet hij het hart van de meest geharde luisteraar open te splijten om recht in die kern te belanden. De toetsen tikken daarbij gevoelig op de pijnlijke plek. Poppies is een stuk aardser, met deze single lijken ze zich te richten op een groter publiek. Het refrein is kort en krachtig, maar weet zich daardoor wel effectief binnen te dringen. Er is ruimte voor warmte en roept op tot eenwording. De afwisseling door de Piano is prettig om met de volle aandacht te beginnen aan Journey Reunite. Met mooie harmonieuze samenzang worden we gezogen in iets krachtigs als een zeemanslied met cabaretachtige wendingen. Laat de drank maar rijkelijk vloeien, we proosten op het leven en drinken het verdriet weg. De stilte kan zo hard vallen als deze op de juiste manier benut wordt. Terwijl vocaal in Wolves een zo dromerig mogelijke weg wordt ingeslagen, wordt de overige ruimte vervuld met alleen de hoofdzakelijke klanken. De serene rust krijgt hierdoor meer diepgang. Pas tegen het einde wordt dit verdreven.

Het marcheren van doodse intrigerende drumslagen vormt de basis van het meer dreigende Another Kind of Life. De echo op de zang veroorzaakt de twijfel, alsof een innerlijk schizofreen stemmetje de hoofdpersoon hier toespreekt. Kwaad willend of goed bedoelend. Een gitaar schildert lange donkere strepen op het naakte witte doek, en bevrijd haar van de onschuld. Uiteindelijk domineert alleen de kleur zwart. Mystiek komt hiervoor in de plaats bij het geheimzinnige Lament. Door de meerstemmigheid krijgt ook deze song een duistere aanpak. De publieke boetedoening van Blame laat je met gesloten ogen terug denken aan vergeten zondes. Een moment van zelfmeditatie. De beloning hiervoor komt er vervolgens in het ontspannend werkende Accordio. De toegankelijkheid van High Up the Sky werkt als een exorcisme. Gezuiverd van alle blaam als een vernieuwde ik de wereld tegenmoed tredend. Bij Skai Blue heeft de accordeon de functie om het folkloristische gevoel op te roepen. Dit oer instrument is een van de dragers van de muzikale achtergrond van het Frans sprekende gedeelte van België. Een chauvinistisch eerbetoon. Zelfs tegen het einde lukt het Dez Mona om de volledige aandacht op te eisen. De opbouw van Darkest Hour wordt stukje bij stukje opgezet. Een schouwspel met de nodige dramatiek die momenten zonder enig geluid kent, om vervolgens weer vanuit die basis zich ontwikkeld tot een opera achtig einde. Zelfs met het weg vallen van een van de basisspelers weet Dez Mona meerdere malen te scoren.

Dez Mona - Book of Many | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Fluct - All the World Is Green (2018) 3,5

7 oktober, 16:06 uur

Van Tom Waits moet je af blijven. Zijn songs passen nu eenmaal bij die rauwe diepe stem, en verdienen geen andere benadering. Fluct heeft echter het geluk dat ik deze informatie niet bezat toen ik mijzelf aan de eerste luisterbeurt van All the World Is Green onderwierp. Er was wel herkenning, maar het duurde een tijdje voordat de link gelegd was. Dit Italiaanse duo kiest dan gelukkig ook niet voor het bekendere werk van de grootmeester. Zangeres Elena Tavernini en bassist Giacomo Papetti hebben een jazz achtergrond, die goed terug te horen is op de plaat. De benadering is meer pop gericht, maar dit verklaard in ieder geval waarom er voor Waits gekozen is. Hij weet jazz ook met pop en avant garde te combineren. Iets wat Fluct ook in een lichtere variant doet.

Met het dromerige Kiss Me wagen ze zich op glad ijs. Als een ware gothic koningin brengt Elena haar geschoolde stem ten gehore. Als je zo overtuigd bent van je eigen kunnen, dan mag je dit ook volledig uitbuiten. Het zit net op de grens van triphop, maar dan met minder nadruk op de beats. De meer zomerse aanpak van Rain Dogs is verfrissend. Mooi gebruik gemaakt van niet gangbare instrumenten, en als een ware overtuigende diva loopt de zangeres op een uitgesponnen toonladder het podium op. De vocalen prettig vervormd, wat een gruizig effect aan het geheel geeft. Qua sfeer probeert ze daardoor dicht bij het origineel te blijven. Het rauwe eigenzinnige van Waits wordt niet overtroffen, maar wel benaderd. Door de bas hoor je duidelijk de jazz invloeden terug, de percussie maakt er een dansbaar Zuid Amerikaans voorjaarscarnaval van.

Flowers Grave ondergaat als startpunt een psychedelische behandeling. Oosterse klanken die uit de gitaar getoverd worden, om in alle rust verder te gaan in een toegankelijk akoestisch poppy geheel, een prachtig zuiver zingende Tavernini zorgt voor de glans. Met volledige overgave ondergaan we de duisternis van het zwaardere Take It With Me. Het gitaarspel laat ontsnappende vluchtige akkoorden op ons los, die zich vervolgens aangenaam settelen in de warme sound. Het zijn de vocalen die er een luchtigheid aan toe voegen. Anywhere I Lay My Head ondergaat een stijlvolle gospelbehandeling inclusief de aangeslagen toetsen van een kerkorgel. Met wat boogie woogie accenten krijgt het de extra muzikale inkleuring. Alleen dat einde met die onlogische tempo versnellingen had achterwege moeten blijven.

Mooi hoe vervolgens Trampled Rose als dreampop aftrapt om vervolgens wat steviger met een vleugje postpunk uit te pakken. Al blijf ik hopen op een geweldige uitbarsting die helaas niet komt. Het had zich krachtiger kunnen ontwikkelen, alle elementen daarvoor zijn hier aanwezig. De ruimtelijkheid van titelstuk All The World Is Green laat weer nieuwe elementen horen. Het is een stuk deprimerender en slepender. De electronika weet dit goed naar zich toe te trekken. Wel moet ik concluderen dat de tracks aan de lange kant zijn, het volledig uitwerken komt niet altijd op een geslaagde manier over. Hier zou een meer compacte aanpak meer op zijn plek zijn. Little Trip To Heaven balanceert ergens tussen een slaapliedje voor jonge kinderen en een sfeervol klein trippend jazzliedje. Er wordt grootst uitgepakt bij Just The Right Bullets, en hier wil het wel werken. Schreeuwende begeleiding die de zang steeds verder de duisternis weten in te trekken. Hierdoor wagen ze zich net aan het grensgebied van noise en industrial, zonder er volledig aan over te geven. De gitaar is afgestemd op de lage akkoorden, en hier krijg je wel tegen het einde de gehoopte explosies. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.

Fluct - All the World Is Green | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019) 4,5

7 oktober, 16:06 uur

De excentrieke Amanda Palmer maakte naam met het cabareteske duo The Dresden Dolls. Samen met haar muzikale partner Brian Viglione presenteerden ze zichzelf als mime spelers, levende op de zelfkant van het bestaan. Ergens tussen Franse dramatiek en uitgerangeerde zwervers. Met Coin-Operated Boy wisten ze een bijna hitje te scoren. Na drie albums scheiden hun wegen.

Amanda ging alleen verder, waarbij ze qua presentatie en tekstueel probeerde te shockeren. Het was niet vreemd om haar totaal naakt op het podium waar te nemen, maar eigenlijk heeft ze dit helemaal niet nodig. Op haar eerste albums is ze lastig te plaatsen. Als een manisch depressieve flipperkast switch ze tussen haar emoties. Niet alleen met haar uiterlijk geeft ze zichzelf bloot, ook haar innerlijk deelt ze met de observator. Met The Legendary Pink Dots frontman Edward Ka-Spel wist ze erg veel indruk te maken met hun gezamenlijke plaat I Can Spin a Rainbow. Door het kille, sobere klimaat en het ontbreken van de vocale uitbarstingen werd daar een mooi intiem sfeertje neer gezet. Hierdoor werd er reikhalzend uitgekeken naar haar volgende album, die zich nu aandient als There Will Be No Intermission.

In All the Things wordt een prachtig, bijna Efteling achtig muzikaal landschap geconstrueerd. We worden welkom geheten in de wonderbaarlijke wereld van Amanda Palmer. Maak je gordels maar stevig vast en beleef een tocht van ruim een uur door de duizelingwekkende achtbaan door de kronkels van haar gedachtegang. De intermezzo’s tussendoor geven je de mogelijkheid om de voorafgaande track een plekje te geven, maar veel tijd wordt je niet gegund. Met de neus worden we op de feiten gedrukt. Wel zijn het eigenlijk ook allemaal schitterende pareltjes. The Ride begint lief en onschuldig en krijgt de omlijsting van warm pianospel. Halverwege worden de toetsen net te hard ingedrukt, waardoor je al weet dat er een wending in het geheel aan dreigt te komen. Wat volgt is een verslag over de angst van het leven. De mogelijkheid om er zo uit te stappen, seksueel machtsmisbruik en andere shit. Totale ondergang in een ritje stijl naar beneden. Drowning in the Sound is een regelrechte aanklacht tegen de niet opvolgende milieuwetten met overstromingen zoals bij Hurricane Harvey tot gevolg. Wanhoop in de ogen van een moeder. Ondanks dat hij niet genoemd wordt lijkt ze hier tegen de achterdeur van Trumps White House te schoppen. De pijn is voelbaar in het tegendraadse pianospel, waarmee ze gerust naast een Kate Bush of Tori Amos kan plaats nemen. Wat is dit een meesterlijke song.

Minimale huis, tuin en keuken middelen worden ingezet bij de biecht in de folksong The Thing About Things, die zich verrassend grootst ontwikkeld, om vervolgens weer terug naar de kleine basis te gaan. Bescheiden genieten we vervolgens weer van het pianospel in Judy Blume, met een groot #metoo gehalte. Tussen de regels door lijkt ook de zangeres een slachtoffer te zijn. Alleen een vrouw heeft het recht om zich zo te verwoorden. Niet vreemd dat ik op muzikaal gebied aan Nick Cave moet denken, ironisch genoeg wordt hij in het laatste couplet nog eventjes aangehaald. Het rammelende Bigger on the Inside is zo triest. De manische gedachtegang die zich als een neergaande spiraal lijkt te duizelen. Wil je daadwerkelijk zo dichtbij iemands emoties komen, die zich vanaf de jeugd ontwikkeld. Dit is leesvoer voor de psycholoog, van je af schrijven lijkt de beste therapie, al klinkt er nergens opluchting in voort. Opgeven is geen optie. Helaas is dat wel het geval in Machete. De oneerlijke strijd tegen kanker, gevolgd door het moment dat de lijdensweg de kracht om te vechten over neemt. Tot hier en niet verder. Een pompende beat die als een ontregelde hartslag dan weer opkomt, wegvalt, en in alle rust verder weg drijft. Een track die het ziekte bed en de psychische aftakeling goed weer geeft. Bewust niet voor de gemakkelijke weg gekozen, wil dit wel confronterend hard binnen komen.

Om je nog een stomp in je buik na te geven, roept Voicemail for Jill een misselijk makend gevoel op. Hoe ondersteun je een vriendin die onderweg is naar een abortuskliniek. Dat hierbij de eerste tonen iets van een kinderliedje oproepen is heavy. Het onderwerp is zo lastig, dat direct telefoneren te zwaar valt. Dan maar veilig de voicemail inspreken, om hierdoor de directe confrontatie te mijden. Om het zo sfeervol een plek te geven, komt over als een paradox. Hoe wrang is het dat Palmer in haar blog verteld in dezelfde situatie gezeten te hebben als 17 jarige jong volwassen vrouw. Haar eigen ouderschap veranderd alles. Zoon Anthony is genoemd naar de vriend die in Machete overlijd aan kanker. Omdat ik zelf kinderen heb kan ik mij prima plaatsen in A Mother’s Confession. Er is een leven voor, en een leven vanaf de geboorte van de eersteling. Alles waar je ooit voor stond vervaagd. Daarvoor in de plek komt iets unieks. Angst om je kind een bestaan te geven in een onbetrouwbare omgeving die zichzelf aan het vergiftigen is. Alle handelingen die terug te leiden zijn tot de trots van de ouder. Elk excuus, elke angst, elk genot. Alles is in orde, zolang die kleine maar niks mankeert. Hopelijk heeft hij het eeuwige leven.

Het musical achtige Look Mummy, No Hands gaat over los laten. Oorspronkelijk is deze song al zes jaar geleden geschreven, en toen was het nog rebelleren tegen het thuisfront. Zichzelf afzetten tegen het regiem en de eigen ik ontwikkelen. Nu zit Amanda in een andere fase, en is eerder ongerust dat haar kind zich van haar vervreemd. Een totaal andere lading, met hier en daar subtiele aanpassingen. Een afsluiter als Death Thing is meer dan waardig. Wat goed dat Amanda Palmer ook mooi durft te klinken, en het hysterische ontgroeit is, want dat heeft ze absoluut niet meer nodig. Als je zo’n stem hebt, mag je die ook als ge(s)temd instrument gebruiken. Mijn verwachtingen worden ruimschoots overtroffen. There Will Be No Intermission is een overtreffende trap van alles wat ze voorheen heeft laten horen. Haar meesterwerk!

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

TEEN - Good Fruit (2019) 3,0

7 oktober, 16:06 uur

Teen is niet genoemd naar een stel losbandige pubers die samen muziek maken, maar is de koosnaam van Kristina (Teen) Lieberson. Samen met haar zussen Katherine en Lizzie vormen ze de uit Brooklyn afkomstige vrouwenband die met Good Fruit hun vierde album afleveren. Als dochters van componist Peter Lieberson kregen ze van het thuisfront al de nodige bagage mee. Kristina heeft tevens in de folky rockband Here We Go Magic gespeeld, voordat ze de doorstart maakte met Teen. Muzikaal gezien ligt dit totaal niet in het verlengde van haar vorige project. De sound heeft een hoog bubblegum en rollerskate gehalte, wat grotendeels komt door de lieve met koortjes gevormde vocalen. Je hoort geen grote ontwikkeling terug, ze gaan door op de lijn van voorganger Love Yes. Dat ze het wel degelijk in zich hebben om een meer avontuurlijke richting op te slaan, hoor je een aantal keren terug, maar wordt te weinig uitgewerkt.

Met een foute aerobic beat kunnen we alvast warm lopen voor Popular Taste. Lekker de spieren helemaal los schudden in fluorescerende pakjes en gebreide beenwarmers. De song heeft een hoog disco gehalte, en nodigt je op een vriendelijke manier uit om te bewegen. Niks aan de hand muziek voor in de sportschool. Ripe springt er minder op los, maar heeft van die vette oldschool bliepjes. Het tempo gaat een heel stuk omlaag, maar sluit zich prima aan bij de voorganger. Om met gebruind strak lichaam zonder de overbodige kilo’s de zomer te trotseren. daar op het strand zouden de frisse klanken van Teen ook prima tot hun recht komen. Met de ABBA achtige samenzang van Only Water blijven we hangen in het vintage jaren zeventig geluid. Radar heeft zelfs mooie dreampop invloeden, en hiermee betreden ze de jaren tachtig. Het blijft wel behoorlijk toegankelijk. Connection heeft veel van de dwarsheid van een gedurfde New Wave track. Het is de zang die hier net te soepeltjes door heen wandeld. Mooi als je zo’n zacht kinderlijk geluid kan produceren. Bijna tegen de perfectie aan, maar het neemt ook alle spanning weg. Pas als halverwege de laag gestemde tweede stem toegevoegd wordt, gaat het de gewaagdere kant op.

Een relaxte laidback saxofoon en blikkerige percussie benadrukt nogmaals die Eighties feeling. Luv 2 Luv wil er wel meer inhakken. De heerlijke harde beat met daar overheen de vocalen die hier wat meer moeite nemen om niet hetzelfde te klinken. De aangename versnelling zorgt voor wat meer variatie. De synthballad Shaduw ondergaat door de samplebreaks een hip hop getinte behandeling. Ook hier voegen de wat opgepimpte zangpartijen iets stoers toe. Mooi hoe het tegen het einde tot broeiend warm weet te ontwikkelen. Al had het nog beter uitgewerkt kunnen worden. De Deephouse van Runner geeft het een lekkere dansbare sound , en ook hier ontbreekt gelukkig de wat krampachtige met maniertjes en tierelantijntjes verpakte samenzang. Genoeg durf om eigenlijk een hele plaat mee te vullen. Putney gaat aangenaam verder met een onder dompelende funky baslijn, waarmee ze zich in het verleden schaamteloos bij de Prince stal hadden kunnen voegen. Pretend wordt gered door de korte soundscapes tussendoor, maar is verder te zoetjes. Wie voor mooie op safe gespeelde harmonische stemmen houdt, met soms wat licht gewaagde uitspattingen komt prima aan zijn trekken op het speelse Good Fruit.

Teen - Good Fruit | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hugh Marsh - Violinvocations (2019) 3,0

7 oktober, 16:00 uur

De violist Hugh Marsh is in het filmmuziek wereldje al een gevestigde naam. Hij verleende zijn kwaliteiten aan grote, maar ook minder grote scores waarbij componisten als Harry Gregson-Williams en Hans Zimmer zich aan verbinden. Toch heeft de in Montreal geboren Canadees zijn oorsprong in de jazz en popmuziek. Na zijn samenwerking met Bruce Cockburn werd hij gevraagd door Dalbello, Loreena McKennitt, Iggy and the Stooges en Robert Palmer om nummers van een mooi arrangement te voorzien. Zelfs in het postpunk kamp was hij te vinden. Als trouwe metgezel van Bauhaus frontman Peter Murphy stond hij naast hem op het podium tijdens de Just For Love tour. Een veelzijdige muzikant dus, die zich niet laat onderbrengen in een stroming, al heeft hij zijn roots in de jazz, wat zeker terug te horen is op zijn album Violinvocations.

Violinvocations is een breed opgezette resultaat, waarbij de basis zich vormt in de door een viool gestuurde ambient soundscape. Dat Marsh hierbij zijn spel durft te onderdompelen in een meer elektronische benadering is een gedurfde maar zeker geslaagde opzet. Bij I Laid Down in the Snow hoort het gekraak van een oude versleten antieke langspeelplaat, om je vervolgens te laten mee voeren in een oase van totale rust. Hierdoor worden al je gedachtes opzij gezet om volledig geschoond van invloeden van buitenaf deze luisterbeurt te ondergaan. Wat volgt is een Wellness stilte al wordt er hier niet in kalm water gebaad, maar in de geluidsgolven.

Het met stemeffecten opgevrolijkte Miku Murmuration gaat met deze benadering de Japanse Casio kant op. Deze vervreemde retro eighties computerbliepjes werken niet in het voordeel, maar roepen irritaties op. Gelukkig wordt er vervolgens veel goed gemaakt als Thirtysix Hundred Grandview hier op aansluit. Ondanks dat de basis hier ook in de Oosterse wereld lijkt te liggen, gaat het verder waar I Laid Down in the Snow eindigde. Meer avontuurlijk wordt het na de toevoeging van de eenvoudige percussie. Daaraan gekoppeld wordt een breed uitgespannen licht symfonisch synthesizersound.

De kern van The Rain Gambler is klein gehouden. Meer minimalistischer wordt er gezocht naar een aangename aansluiting van het geluid. Met nieuwe toevoegingen als de vallende regendruppels vervolgen we de weg. Het hoogtepunt komt vervolgens met het geslaagde intro van A Beautiful Mistake, waar vlagen van hiphop samplers en een overstuurde gitaar terug te horen zijn. Die laatste krijgt vervolgens een aangename Hendrix achtige rol in de dominerende tegen de noise leunende effecten van de track. een grotere opbouw was hier wel degelijk op zijn plek geweest.

Meer pastoraal en met behulp van een orgel dwalen we af in Da Solo Non Solitario, hierbij is zijn achtergrond in de soundtracks duidelijker terug te horen. Op die positie zou het ook stukken meer tot zijn recht komen. Het gekraak waar Violinvocations meer begon is weer terug te horen in het overspannen intro van Across the Aether, ook hier lijken Oosterse instrumenten hun intrede te doen. Als een samenvatting van eerder horende invloeden wordt de reis in stilte vervolgt. Afsluiter She Will is met zijn Celtische geluidsvelden weer aangenaam filmisch. Helaas hoor je op de nummers weinig terug van zijn Jazz verleden. Vaak valt hij thematisch terug op dezelfde basis, terwijl hij het vermogen bezit om het meer uit te diepen.

Hugh Marsh - Violinvocations | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Vök - In the Dark (2019) 3,5

7 oktober, 15:56 uur

Dat de muziekscene van IJsland erg levendig is, en een stuk warmer dan het land doet vermoeden, hoeft hier niet meer vermeld te worden. Het uit Reykjavik afkomstige Vök doet alweer een aantal jaren mee, en wist zich vanuit sfeervolle triphop op de Tension EP te ontwikkelen tot de stukken dansbare electro sound die ze op hun nieuwe album In The Dark ten gehore brengen. Minder overduidelijk staat de saxofoon van Andri Már centraal, wel is het zangeres Margrét Rán die nog steeds haar prominente rol weet op te eisen. Hierdoor is het allemaal veel frisser, zeg maar gerust wereldser. Voor de beats die niet uit het kastje komen is percussionist Einar Hrafn verantwoordelijk.

Ondanks de albumtitel is In The Dark alles behalve een zwaar album. Elk verdriet is op termijn om te buigen tot iets moois als geluk. Het is een echte clubplaat geworden, waar de duisternis synoniem lijkt te staan voor het bruisende nachtleven. Ontwakende zonnestralen die de feestgangers in volledige euforie naar buiten begeleiden met op de achtergrond Night & Day. Misschien is het typerend voor het westen om de duisternis als iets zwaars te beschouwen. Hier wordt juist dat donkere met net zo’n luchtigheid bezongen als hoe men de zon vaak adoreert. Vanwege de dromerige oorsprong van Vök krijg je een aangename benadering van de stampende discosound met meer trippende effecten. Niet zozeer psychedelisch en druggy, maar juist zeer helder, scherp en verfrissend. Dat hier de hoofdrol wordt toegeëigend door de zangeres komt allemaal zeer logisch en spontaan over. Sterker nog, zou de elektronische invulling geëlimineerd worden, dan nog staat er een prima popgerichte basis, die klakkeloos met andere instrumenten een prima klankkleur kan krijgen.

Dat ze ook de diepte aan kunnen, bewijzen ze wel in het zwaardere Round Two. Juist die afwisseling maakt het een stuk sterker en serieuzer. Margrét Rán heeft vocaal aardig wat te bieden, en dat laat ze hier dan ook absoluut horen. Spend The Love leunt voornamelijk op haar sensuele uithalen, Fantasia krijgt mede dankzij haar kwaliteiten een meer jazzy aanpak. Dit nieuwe geluid van Vök zweeft ergens tussen de dreampop en deephouse in. De kracht zit hem in het niet krampachtig vast houden aan een geaccepteerde sound, maar daarin de breedte in te gaan. Fragmentarisch wordt hier terug gegrepen naar andere tijden. Autopilot waagt zich aan de hitgevoelige New Wave uit de jaren tachtig in de keyboard overschaduwende effecten en het muzikale landschap waarmee wordt afgesloten. Andere grenzen overschrijden ze duidelijk succesvol in het met fusion en rockgitaar flirtende Out Of The Dark. Ironisch gezien in parallel staande tot het titelstuk In The Dark, waar juist een speelse onverschilligheid centraal staat.

Vök - In The Dark | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Elder Island - The Omnitone Collection (2019) 4,0

7 oktober, 15:52 uur

Dat je als elektronische act afkomstig bent uit de triphophoofdstad Bristol hoeft niet altijd in je voordeel te werken. Sterker nog, probeer je maar eens staande te houden met een eigen geluid. Het trio Elder Island kiest voor een sterke soulvolle benadering. Zangeres Katy Sargent eist terecht vanaf Stranger Exchange alle aandacht op. Met zo’n timbre in bezit hebbende mag dit ook. David Havard en Luke Thornton volgen haar wel. De zeurende mannelijke backing vocals voegen zeker nog genoeg toe, al is de dame in kwestie overduidelijk het visitekaartje. Ze durft zich kwetsbaar op te stellen als ze bij de uithalen het hese randje van haar stem laat horen. Ondanks het dromerige begin van You And I betreft het hier een swingende dancetrack met donker tintje waarbij Moloko eerder als inspiratiebron genoemd kan worden dan de artiesten uit The Wild Bunch stal. De switch naar de soul is gemakkelijk gemaakt met Kape Fear. Met volle overgave laat Katy ons mee dwalen in de lichte stemmige discosound.

Ritmisch wordt er meer de Zuid-Amerikaanse kant opgezocht in het zomerse Wasteland. De beats en bas van Thornton maken dit mogelijk. De zangeres hoeft hier alleen maar in te springen, om weg te zweven op de dromerige klanken. Vocaal wat minder overtuigend, maar dat komt grotendeels vanwege het onderschikkende aandeel. In datzelfde schemergebied vaart het geheimzinnige dreigende Fortunate rond. Langzaam worden de lyrics voorgedragen met hierbij alleen het hoofdzakelijke te vermelden. Strak en overtuigend. Daar heb je heel even weer die mannelijke tweede stem in het als een gedateerde seventies dancevloer opkleurende Don’t Lose. Wat is dat een aangename aanvulling. Niet dat Elder Island hier om vraagt, wat wil je met zo’n geweldige vocalist, maar het geeft wel een smoothy injectie aan het geluid. De diepgang van I Fould You laat haar voor een moment uit de schaduw van the ladies of Soul treden, en een gelijkwaardig publiek aantrekken. De begeleiding zit meer in de dreunende jaren tachtig drums die door de sterke keyboardgolven een prachtig klanktapijt vormen. De meerstemmig gemixte gospeluithalen op het einde worden ingehaald door het voorbij denderende smaakvolle vioolspel. Het eerste hoogtepunt van het toch al geslaagde The Omnitone Collection.

Het speelse tussendoortje Vulture lijkt opgenomen in een gerenommeerde loungebar van een overvol viersterrenhotel met een geschoold jazzpianist die in de weekenden daar bijbeunt. Onverstoorbaar met een prettige voortgang gaat het gepraat op de achtergrond door. Het wonderschone door duisternis gevulde JPP is het tweede hoogtepunt van de plaat. De gejaagdheid van de percussie gaat over in een meer statische droge beat. Prachtig hoe de donkere synthesizers netjes op de achtergrond blijven tot het moment daar is om hun New Wave kreten te openbaren in de track welke perfect zou passen in een Miami Vice aflevering. Ook de saxofoon die het mag afronden roept herinneringen aan dat tijdsbeeld op. Om dan na zo’n krachtsexplosie af te sluiten met Find Greatness in the Small is een flinke stap terug. De vervormde blikkerige mechanische panfluitachtige tonen komen te kunstmatig over, en willen ook niet echt iets toevoegen.

Elder Island - The Omnitone Collection | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Komraus - Untie the Ropes (2019) 3,5

7 oktober, 15:52 uur

Bij het horen van de naam Komraus zit je al snel in de verkeerde hoek te zoeken Dit is geen Duitse foute hardcore techno act, maar een stel triphoppers die hun werkplek in Londen heeft. De namen van de leden maken het nog verwarrender. Zangeres Sara Rioja, drummer Giuseppe Grondona en toetsenist Miguel Ramires hebben hun oorsprong in Spanje. Untie The Ropes is hun debuutplaat, en roept aangename herinneringen op met de bruisende Bristol scene uit de jaren negentig. De albumtitel staat voor het zich los maken van het opgelegde patroon. De ene keer gericht op de persoonlijke ontwikkeling, dan weer zich distantiërend van de maatschappij.

Komraus weet zich al direct te onderscheiden van andere soortgelijke bands. Some Minutes opent organischer met echte drums en gespeelde keyboardpartijen. Er wordt minimaal gebruik gemaakt van samplers. Sara heeft niet dat doorrookte in de vocalen waar Beth Gibson indruk mee maakte, waardoor het minder duister klinkt. De associatie met het dreigende van film noir soundtracks is vrijwel afwezig. Vocaal is ze net wat niet zo sterk dan haar illustratieve voorgangers, die hun levenservaringen en bitterheid er volledig in kwijt kunnen. Hiervoor in de plaats komt de temperamentvolle sensuele Zuid Europese aanpak. Ze heeft een aangename diepte in haar stem, die weer met gemak de hoogte in kan gaan. Bij Gas zijn de effecten wel aanwezig, maar domineren het geheel niet. Het is stukken verhalender, en Sara weet hier de rol van croonende diva op zich te nemen.

Het sobere hoor je terug in Love Overdose. Traag en slepend trekt de toetsenist het voort, met de klaagzang van de zangeres als trieste ondertoon. Nog zwaarder vervolgt titelstuk Untie the Ropes, al geeft de percussie er een aangename draai aan. De invulling is meer jaren tachtig gericht met lichte New Wave en zwoele dreampop accenten. Het Massive Attack achtige If I am Dreaming waar duistere invloeden doorheen druipen, zou zo onder de noemer tripgoth geplaatst kunnen worden. Bij het rustige What We Were Once vormt de keyboard de oorsprong. Het tempo wordt ritmisch opgevoerd door de sterk spelende Gronona, die ondanks de sfeervolle toevoegingen netjes bij zijn basis blijft. De omschakeling van Sara van troosteloos naar wrang bijtend is een onverwachte wending, maar werkt wel in het voordeel. Vervreemding en verwarring wordt opgeroepen in Just Say My Name. Afwijkende geluiden die zich laten leiden tot een meer orkestraal geheel, waar wel meer de uitgebalanceerde kracht van de invloedrijke grondleggers te horen is.

Dat de drummer ook geluisterd heeft naar de postpunk puristen bewijst The Road, meer minimalistischer maar net zo nadrukkelijk, drukt het de stempel op het begin van deze track. Door de achtergrond van deze muzikant heeft het wel een zomers tintje, wat prima samen gaat. Gerust stellend maakt de toetsenist zijn intrede, waarna Sara harder vervolgt. Ze gaat daarmee de strijd aan met de terug kerende keyboard aanslagen. Je verwacht niet dat Untie The Ropes nog gaat rocken, maar Stolen Fate laat een vette gitaar de boel ontwrichten. Helaas blijft het beperkt tot het intro, maar wat is dit aangenaam. Wat Flying High kenmerkt is het heldere geluid van de toetsen, die tegengas geven aan de warme donkere zang. Komraus levert een goed werkstuk af,waar minder kilte in te horen is dan bij het merendeel van de triphop soortgenoten. Hun gepassioneerde achtergrond draagt hier positief aan mee. Wat ontbreekt zijn de mysterieuze, broeierige wendingen. Daardoor is het net een niet zo spannend en een stuk voorspelbaarder.

Komraus - Untie the Ropes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Henry Jamison - Gloria Duplex (2019) 3,5

7 oktober, 15:43 uur

Tegenwoordig wordt men al snel onder gebracht in het hokje singer-songwriter. Dat de basis hiervan ligt in verhalende traditionele folk weet men ondertussen niet meer. Als kudde dieren lopen we achter alles aan wat nu hip hoort te zijn. Als we maar met onze filosofische vrienden op een moeilijke manier mee kunnen praten over hoe puur een artiest klinkt, trouw blijvend aan zijn roots. Henry Jamison komt uit het Amerikaanse Nieuw Engeland, een gebied welke eeuwen geleden zoals de naam al doet vermoeden, is toegeëigend door de Britten. De originele cultuur is verdrongen door de Westerse nieuwe inwoners, en dit geluid hoor je terug in Gloria Duplex. Zo hoort een mix tussen Europese en Noord Amerikaanse invloeden te klinken. Dit is het leven van een Yankee, waarbij nog heel duidelijk zijn ware oorsprong terug te horen is. Henry Jamison is dus niet een persoon die krampachtig probeert om aansluiting te vinden bij het Brits-Ierse geluid van de kleinere plattelandsdorpjes. Dit is ook van origine zijn oorsprong, aan de andere kant van de wereld.

Gloria Deplex is een zoektocht naar de maatschappelijk kritische kant van het leven. Homoseksualiteit staat centraal in de persoonlijke songs Gloria en Boys. In de eerste beschrijft hij hoe zijn vrouwelijk gedragende neefje niet geaccepteerd wordt en als deze in elkaar geslagen wordt, zich niet bij zijn vader durft te vertonen. Het daarop volgende Boys gaat dieper in op de vriendschap met een goede vriend die niet beantwoorde erotische gevoelens voor hem heeft. Schizofrenie en het gewelddadig handelen wat hier op volgt bij Ether Garden. Dat dit zo lief bezongen wordt maakt het juist zo sterk. De hoofdpersoon lijkt zich niet bewust van het kwaad wat in hem heerst. Stars met de kind sterren die een onzekere toekomst tegenmoed gaan, opgeslokt door onwetende ouders en profiterende zakenmensen.

Het langere Florence Nightingale heeft een mooi afgerond met een dramatisch bijna klassiek instrumentaal einde, hierbij zijn woorden overbodig. In eerste instantie lijkt het alsof de poëet dicht bij zichzelf blijft, maar wie beter leest ervaart vaak dat hij zich verschuilt achter karakters. Onduidelijk of deze wel of niet een bestaande rol in zijn leven spelen. De pijn wordt vocaal weer gegeven, en op de momenten dat hij dit extra kracht wil geven, wordt de gitaar, piano en viool ingezet. De songs zijn over het algemeen klein en puur van opzet. Bij het door een stemvervormer gezongen Beauty Sleep wijkt hij daar op een niet geslaagde manier van af, maar dat is de zanger vergeven. Door de eenvoudige manier van performen is het lastiger om de gedachten er de hele tijd bij te houden. De geslaagde teksten krijgen hierdoor niet altijd de aandacht die ze verdienen. Het luchtige sfeertje is absoluut mooi, maar hierdoor mis je de ernst van de tracks.

Henry Jamison - Gloria Duplex | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Finn Andrews - One Piece at a Time (2019) 4,0

7 oktober, 15:43 uur

Met The Runaway Found maakte de wereld kennis met de vanuit Londen ontstaande The Veils. Finn Andrews wist het door groots uit te pakken juist klein te houden. Naast de viermansband waren er ook verschillende violisten als personeel aangesteld. Als zwanenzang werd de prachtige single Lavinia uitgebracht, en toen was het klaar. Althans voor drie bandleden. Vanwege heimwee naar het thuisfront vertrok Andrews al snel na de releasedatum van het album naar zijn veilige basis in Nieuw Zeeland. Daar zocht hij zijn schoolvrienden Liam Gerrard en Sophia Burn op om een doorstart te maken met zijn band.

Na de luchtig klinkende single Advice For Young Mothers To Be kwam vervolgens het veel zwaardere Nux Vomica uit. Een beklemmende prachtige duistere plaat, waarbij sfeer heel bepalend was. Door deze geuite spanning leverde dat memorabele concerten op; in positieve zin, maar zeker ook in negatieve zin. Na twee albums in deze stijl vervolgde in 2016 het meer elektronische hoogtepunt Total Depravity. Zo donker als daar hadden ze nog niet geklonken, en hoe er hier een vervolg op moet komen lijkt een onmogelijke opgave. Zijn vader Barry Andrews had uiteraard ervaren hoe het was om boven jezelf uit te groeien, een beter voorbeeld is er waarschijnlijk niet. Bij XTC was podiumangst van een van de kernleden de hoofdreden dat er al snel gestopt werd met optreden.

Niet geheel onlogisch dat de overgevoelige Finn Andrews in deze fase een flinke stap terug neemt. Meer naar de basis die hem ooit aanzette tot het maken van The Runaway Found. Bij One Piece At A Time staat zijn breekbare stem centraal. Met nieuw aangetrokken begeleiders lijkt hij op zoek te gaan naar zichzelf. Hij stelt zich letterlijk en figuurlijk erg open en bloot op. De mysterieuze kind figuur op de albumhoes, die schuchter opzij kijkt, is Finn op 9 jarige leeftijd. Weer lijkt hij Londen te ontvluchten, net als in de fase na het debuutalbum, en weer vormt hij nu ook een band met nieuwe muzikanten om hem heen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, hopelijk komt het bestaan van The Veils niet in het gedring.

Zelf beschouwt hij zijn soloplaat als een geheel van tracks die hij niet geschikt acht voor The Veils, al is die ervaring hier anders. Maar wie ben ik om tegen de mening van de artiest in te gaan. Oké, What Strange Things Lovers Do en Al Pacino / Rise And Fall laat een meer croonende kant van hem zien, waar we nog niet bekend mee zijn. Behangen met de nodige orkestrale kitch versierseltjes. De piano track Hollywood Forever heeft een wat tegendraadse drum, die storend over komt, maar de puurheid en het hese breekbare in de kwetsbare zang en ondersteunende cello maken veel goed. De ruimte op titelstuk One Piece At A Time wordt ook benut door de toetsen, al is de aanzet hier nog minimaler. De gospel spirit die hier op volgt, zal heus bij hem hogere krachten oproepen, ik voel ze niet zo.

Toch lijkt Finn Andrews net als bij de andere platen flink beïnvloed te zijn door Nick Cave. Het dreigende is ingeruild voor de meer rustige fase van deze grootheid, gelijk te horen in de opbouw van Love, What Can I Do en One By The Venom. Afsluiter Don’t Close Your Eyes zou zich ook prima settelen tussen de nummers van Caves laatste twee meer singer songwriter gerichte albums.

Uiteraard blijven raakvlakken met The Veils overduidelijk aanwezig. Stairs To The Roof gaat terug naar de periode van voordat de band de eerste keer uit de as van een feniks reïncarneerde. The Spirit In The Flame kan zich prima staande houden tussen de kampvuursongs die er verborgen op het toegankelijke Time Stays, We Go staan. De vrouwelijke backing vocals op A Shot Through the Heart (Then Down in Flames) zouden zo door Sophia Burn verzorgd kunnen zijn, zo identiek klinkt de stem.

Finn Andrews laat horen dat hij het alleen onder zijn eigen naam ook kan redden. Om hier te spreken van een solo plaat, lijkt mij te voorbaardig. Net als bij The Veils trekt hij wel aan de touwtjes, al is er nu net wat minder elastische veerkracht. Het eigenzinnige ontbreekt hierdoor, waardoor het allemaal erg safe over komt. De verwachting is wel dat er voor deze sound evenveel liefhebbers zullen zijn als voor het avontuurlijke van The Veils. Aan de composities zal het niet liggen, die zijn in ieder geval weer van hoog niveau.

Finn Andrews - One Piece at a Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Eerie Wanda - Pet Town (2019) 3,5

7 oktober, 15:43 uur

Als alter ego Eerie Wanda presenteert Marina Tadic na Hum nu haar tweede album Pet Town. Deze in Bosnië geboren zangeres heeft alweer een aantal jaren Nijmegen als thuisbasis. In haar begeleidingsband bevind zich bassist Jasper Verhulst, die net als Jacco Gardner zijn ervaringen heeft opgebouwd in het indierock bandje Lola Kite. De combinatie van de sixties psychedelica van Gardner, en de jaren tachtig postpunk van Lola Kite is absoluut terug te horen. Met het dromerige in echo’s verdrinkende stemgeluid van de frontvrouw geeft dit een mooi geheel. Samen met de dreampop elementen maakt het een sfeertje welke herinneringen oproept met de donkere Amerikaanse soundtracks die het meer gespecialiseerde publiek voor dit genre naar de filmhuizen trekt. Marina heeft de capaciteiten om zich te presenteren als een eigenzinnige singer-songwriter, die dwars tegen alle stromingen inzwemt. Op dit album wordt ze verder bijgestaan door Jeroen de Heuvel op keyboard en Nicola Mauskovic en Marnix Wilmink die de vaak minimalistische percussie verzorgen. Soms is simpel gebruik maken van de mogelijkheden van het eigen lichaam al meer dan voldoende. Het totaalbeeld vormt een aangenaam geheel, waarbij juist de minder toegankelijke invalshoeken zorgen voor een gemakkelijk in het gehoor liggende sound.

Al vanaf de opener Pet Town weet ze te verwarren. Met merseybeat klanken waar de gemiddelde Britse band eind jaren tachtig begin jaren negentig sier mee maakte laat Eerie Wanda je mee voeren. Om door middel van handgeklap een totaal andere wending aan de track te geven. De onvoorspelbaarheid geeft het een eigen karakter die je gedurende de ruim dertig minuten terug blijft horen. De ene keer door middel van het goedkope gebliep uit een gedateerde keyboard, dan weer het meer voort sjokkende country hoeftrap in Big Blue Bird. Het is lastig om bij deze titel niet aan de grote kindervriend Pino van Sesamstraat te denken. Met lichte bibberende vervorming in de vocalen swingen we door het passend genaamde Rockabiller heen. De eigen muzikaliteit van Marina staat centraal in Magnetic Woman. De akoestische gitaarklanken plaatsen je terug bij de zwaarmoedige wavebandjes waarbij de anti-depressiva hun beoogde targets hebben behaald, en er meer ruimte voor luchtigheid in de songs in de plaats kwam. Op zomerse wijze schudden we de zware kille jaargetijden van ons af. Met het dromerige Moon zou ze Jacco Gardner een goede dienst kunnen verlenen. Een song welke zich met gemak op zijn debuut Cabinet of Curiosities kan settelen. Toch gaat hier meer de voorkeur uit naar de veelzijdigheid van Pet Town. De variatie zorgt voor een aangenaam verrassingseffect.

De langzame begeleiding combineert lekker met de uptempo zang van Sleepy Eyes. Nadat het geklap wordt ingezet, gaat het meer swingend los. Hierbij lijkt het dat de inspiratie gezocht wordt in de eerste rockende platen die halverwege de jaren vijftig vanuit de Verenigde Staten via ouderwetse goederendiensten het Europese vasteland bereikten. Het herhalende The Intruder roept met zijn gitaarakkoorden een prettig warm kampvuur atmosfeer op. Dat wordt versterkt door de wat sobere keyboardklanken en een geprogrammeerde drumcomputer. deze geslaagde mix werkt niet tegendraads, al zou je dat in eerste instantie wel verwachten. Hier komt het zaterdagavond strandgevoel juist meer tot zijn recht. De holle percussie en pingelend gitaarspel van Couldn’t Tell sluit aan bij de country van Big Blue Bird. De dromerige twist maakt het iets eigens. Dat het gebruik van de mechanische percussie ook in het nadeel kan werken bewijst Hands Of The Devil. Hier wil het maar niet overtuigen. Verder allemaal prima gespeeld, maar dit leidt net teveel af. Dat er afgesloten wordt met het slaaplied achtige Truly maakt de cirkel rond. Pet Town is een album welke vraagt om een afgerond geheel, om het in alle rust af te sluiten. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.

Eerie Wanda - Pet Town | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Orville Peck - Pony (2019) 4,5

7 oktober, 15:43 uur

Als gecamoufleerde cowboy presenteert Orville Peck zich als een soort van hedendaagse Zorro aan het publiek. Vaak is de schrikreactie groter als je de artiesten zonder make-up of maskers ziet, en dat verklaard een hoop. Bij Orville Peck past het allemaal wel. Hier is niet zozeer de behoefte om het ware individu achter het kostuum te ontdekken. De muziek is al krachtig genoeg. Mooi hoe hij die duistere country invloeden weet te koppelen aan zijn wat tegen het lichte croonende stemgeluid. Met regelmaat wordt er terug gegrepen naar de New Wave sound, zonder zichzelf als een kopie te presenteren. Over de artiest is verder weinig bekend, behalve dat hij uit Noord Amerika komt. Laat het mysterie Orville Peck maar een groot vraagteken blijven, dat past ook het beste bij de muziek. Vanuit deze zijde geen koortsige zoektocht naar het personage, Pony heeft al genoeg aan de indrukwekkende geluid. Sub Pop oriënteert zich steeds breder, waardoor kansloze liedjesschrijvers via dit label de mogelijkheid hebben om een groter publiek aan zich te koppelen.

Spaarzaam komen de akkoorden tot zijn recht die de gitaar ontvluchten in het desolate Dead Of Night. Dat hier vervolgens een vintage shoegazer tintje aan toe wordt gevoegd werkt erg in het voordeel. Outlaw Orville Peck klinkt net niet stoer genoeg, en dat maakt zijn wat androgene zang mooi fragiel en kwetsbaar. Zijn openbaarheid van spreken zou zich perfect lenen voor een Brokeback Mountain achtige soundtrack. Muziek passend bij een niet alledaags liefdesverhaal. Ongelofelijk hoe lekker het allemaal in elkaar overloopt. Gelijk al voel je mee met de eenzaamheid en het verborgen leven van dit uitschot van de Amerikaanse maatschappij. Na deze introductie kan Pony alleen maar mooier worden. Met treurnis in het spel vervolgen we de weg door de woestijn, waar heerlijke countryklanken een opgejaagde begeleiding krijgen in het refrein van Winds Change. De momenten waarbij de nostalgie van de jaren tachtig samen met de vocalist de salondeuren opent van een spokende verlaten drankhol, waar oude postpunkhits uit een alsmaar door spelende jukebox weerklinken.

Het nergens bij horen en de strijd die dit hem oplevert staat centraal in het prachtige, melancholische Turn to Hate. Cowboy zijnde tegen wil en dank. Het verlangen om zich te nestelen, werkt tegen het gevoel van bindingsangst in. Deze stoornis is bepalende voor het verdere verloop, maar levert wel een mooi persoonlijk monument op. De hoed die niet van zijn hoofd verdwijnt staat symbool voor het zich nergens thuis voelen. Peck heeft een eigen kenmerkende manier van gitaar spelen, welke zich aangenaam bij tracks als deze laat ontplooien. Bij Buffalo Run laat hij meer psychedelische invloeden de song leiden. Het destructieve karakter van Velvet Underground lijkt hier te dienen als verrijkende voedingsbodem. Om vervolgens met totale overgave de gitaarnoise als afsluitend element toe te laten. Met de doffe drumslagen ploffen we weer relaxt het shoegazer tijdperk binnen met het straffe Queen of the Rodeo. Kilte die aangenaam wordt afgewisseld door warmte, terwijl een overspannen thermostaat probeert een passend klimaat hierbij te creëren.

De liefde voor het thuisland wordt aangenaam bezongen in het meer croonende Kansas (Remembers Me Now), een voorbode van de twist die volgt. Langzaamaan komt de jaren vijftig gerichte country binnen sijpelen, die zich voortzet in het korte Old River. In de tijd dat Johnny Cash het podium verlaat mag Orville Peck in zijn dromen het intermezzo opvullen. Terwijl Elvis Presley de laatste peppillen naar binnen werkt om hem af te lossen, zo eenvoudig lijkt hij te switchen tussen verschillende stijlen. Natuurlijk gaat het duistere Big Sky verder, waarmee hij zich in het gezichtsveld van filmproducer David Lynch wil opdringen. Helaas is deze grootheid al een tijdje van zijn pensioen aan het genieten, en wordt die plek nog niet opgevuld. De Europese benadering van de eerste helft van de plaat zijn nu definitief verruilt voor het Amerikaanse schemergebied. Nog meer als er een aangenaam huwelijk volgt tussen de zomerse surf met toegankelijke country in Roses Are Falling, en zich na Cash die andere Man In Black laat zien als inspiratiebron. Roy Orbison zal zich niet omdraaien in zijn graf, maar glimlachend met gevouwen handen zijn eeuwige slaap vervolgen.

De luchtigheid wordt opgezocht in het Folsom Prison bajeslied Take You Back (The Iron Hoof Cattle Call), waarbij de gevangenen al fluitend en met hun boots stampend als ritmesectie kunnen dienen. Het is bijna vanzelfsprekend te noemen dat Peck hier meer Rock and Roll in zijn vocalen weet te stoppen, om zich een stuk zwaarder te presenteren. Eigenlijk komt alles mooi samen in de ballad Hope to Die. Vocaal wisselt diep laag zich met hemels hoog af, croonend als een vergeten eighties idool, met ruimte voor de treurnis van de postpunk, ingekapseld door kitscherige country. Dat kermisgevoel zit ook verborgen in het afsluitende Nothing Fades Like the Light, maar wil niet storend over komen. In afzondering vervolgt de karaktiserende hoofdrolspeler zijn weg, zijn onzekere toekomst tegenmoed tredend. Hopelijk met mooie concerten op zijn weg.

Orville Peck - Pony | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ex:Re - Ex:Re (2018) 4,0

7 oktober, 15:36 uur

Heel veel veranderd er waarschijnlijk niet bij de consument. Het uit Londen afkomstige Daughter werd toch vaak beschouwd als die band van dat bleke meisje met half lang gitzwart haar. Elena Tonra maakt nu haar solo debuut onder de naam Ex:Re. Simpelweg uit te spreken als x-ray. In principe is dit een verslag van haar ervaringen in een beëindigde relatie. Een typische gebroken hart plaat dus. Of we hierdoor ons zorgen moeten maken over het vervolg van Daughter is tot heden niet duidelijk. Op hun site wordt er in ieder geval voornamelijk over dit zijproject gesproken, al is het los gekoppeld van de band. De benadering is net wat soberder van aard, en Tonra weet zich ook een stukje opgefokter te presenteren. Het heeft haar een jaar van haar leven gekost om de woorden als een verwerkingsproces treffend op papier te krijgen. Het opnameproces was in een veel kortere periode gepiept. Gelukkig is het met genoeg zorg afgeleverd, en niet als een gevalletje opgekropte frustratie. Het is overbodig om dieper op haar gevoelens in te gaan, deze zijn al duidelijk en persoonlijk genoeg, en is weinig aan toe te voegen. Liefhebbers van Daughter kunnen de plaat moeiteloos aanschaffen, maar ook degene die terug verlangen naar de vrouwelijke singer-songwriters die zich vanaf halverwege de eighties presenteerden, is dit ook geen miskoop. Fans hebben de plaat al lang gehoord, via de streamingsites is deze al vanaf eind november digitaal te beluisteren. 1 februari is de datum dat deze weer ouderwets bij de platenzaak te kopen is.

Je ruikt bijna het hout van de donkere klankkast die de akoestische gitaar van Where The Time Went vorm geeft. Zo dichtbij kom je bij dit kleine liedje. Je hoort de cellist Josephine Stephenson niet eens aanschuiven, omdat de aandacht direct al bij de song is. Elena Tonra laat zich niet afleiden door haar aanwezigheid en gaat onverstoorbaar door met haar liefdevolle spel. Door het hese in haar dromerige stem is het in Crushing eenvoudiger om venijnig te klinken. De bijna klappende begeleiding geeft het wat krachtigs. Nog steeds erg intiem en persoonlijk laat ze ons meevoeren in New York, waar de cello echter een komende dreiging lijkt aan te kondigen. De bespeler hiervan laat als een therapeut haar diep graven in haar emoties. De drum lijkt het opgeborgen kwaadaardige verlangen meer op te roepen.

Nog eventjes de intentie om stil te staan bij de goede in vergetelheid rakende momenten in de prima opzwepende single Romance. Hoe swingend en dansvloervriendelijk de eerste single is, zo zwaar komt de nieuwe single The Dazzler over. Blijkbaar is het noodzakelijk om luchtig van start te gaan, om zich hier te verbijten aan de wrange nasmaak. Door kleine subtiele klankveranderingen wordt hier de kern van de problematiek opgezocht. een overdosering aan gesproken gedachtes komen hier in hoog tempo voorbij. Het leven van anderen is zoveel aantrekkelijker als ze hun shit publiekelijk ten toon stellen. Too Sad wordt gegrepen door mooie pianotoetsen die vervolgens vervormen in een oorverdovende noise. instintmatig weet Elena Tonra vocaal hier zo mooi vrouwelijk te overtuigen. Misschien is ze hier zichzelf niet eens van bewust, maar wat kan ze een sensuele zwoelheid neer zetten.

Fabian Prynn is nog niet genoemd, maar de hedendaagse binnenhuisarchitect van 4AD weet in de studio wel de juiste ambiance te creëren, zonder zich op te dringen aan de artiest. Hij neemt Liar ruimtelijk onder handen, maar laat hierbij het fragiele fundament staan. De overige basis vormt hier de veelzijdigheid van de stem van de vocalist. De uptempo sound van de door dreampop opwekkende energieke I Can’t Keep You komt binnen als de eerste kop zwarte koffie na een rusteloze nacht. Bij de pianoballad 5Am klinkt ver op de achtergrond de rust van de voortstappende drum. Snel lopen we het verleden voorbij, niet stil staan, niet achteruit kijkend. Het jazzy vrijdagavond gevoel van verlaten winkelstraten wordt desolaat opgeroepen. Het vredige My Heart sluit het verrassend sterke Ex:Re af. Vanaf de eerste tonen is het echt genieten geblazen. Wat aardig dat we samen met Tonra dit stukje verdriet mochten delen. Het oprechte vertrouwen in de fans van Daughter om zich publiekelijk zo kwetsbaar op te stellen.

Ex:Re - Ex:Re | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Guided by Voices - Zeppelin Over China (2019) 3,5

7 oktober, 15:36 uur

Het totaal aan songs dat Guided By Voices frontman Robert Pollard ondertussen heeft uitgebracht zou aardig in de buurt komen van het aantal inwoners van een redelijk groot dorp. Afvragend hoe er bij een concert telkens weer een setlist keuze gemaakt wordt uit dit grote repertoire. Ook nagaande dat deze zeer productieve band de laatste tijd vrijwel elk jaar met een nieuw album komt. Hoe lukt het om je als bandlid hierin staande te houden. Dit ook door de aldoor maar wisselende samenstelling van de groep. Een gemiddelde muzikant zou al snel zwaar overspannen thuis zitten met zo’n berg aan huiswerk. Afgelopen week verscheen het ruim dertig tracks tellende Zeppelin Over China, in april zal Warp and Woof zich aan het publiek presenteren, en op hun website staat doodleuk alweer Street Party voor februari 2020 aangekondigd. We hebben de demo’s opgenomen, en kunnen de studio in voor de afrondende fase. De lo-fi indie band uit Dayton, Ohio heeft als enige constante factor boegbeeld Robert Pollard, die ook solo nog een duizelingwekkend aantal platen heeft uitgebracht. Menige artiest zal jaloers zijn op het eenvoud waarmee deze compacte pop juweeltjes geproduceerd worden, al zitten er weinig tracks tussen die de status tijdloos gekregen hebben. Het etiket cultband zullen ze ook nu niet ontstijgen. Met gemak maken ze een dubbelalbum welke zich zo tussen de gitaarpop van de jaren negentig kan plaatsen.

De geslaagde comeback met oer leden gitarist Tobin Sprout en drummer Kevin Fennell leverde goede resultaten als The Bears For Lunch en English Little League af. Des te verrassend dat er vervolgens weer een nieuwe band gevormd werd, in die samenstelling verschijnt met muzikanten gitarist Doug Gillard, drummer Kevin March en bassist Bobby Bare, Jr. in vier jaar tijd alweer hun vijfde de album. Zeppelin Over China komt absoluut niet over als een haastklus, ondanks dat de songs gemiddeld een lengte van nog geen drie minuten hebben, zijn het wel echt poppareltjes die hier voorbij komen. Er is weinig ruimte voor ongein. Veel pakkende jaren negentig gitaarpop, maar ook hierbij onderscheid maken tussen het unplugged gerichte werk en de meer grunge kant. Genoeg vrolijke songs welke beïnvloed zijn door de jaren zestig, met toegankelijke psychedelische elementen, en de hieruit voortkomende Paisley Underground. Licht verteerbaar naast wat duistere kost. Lo-fi en in de studio zorgvuldig uitgewerkte tracks wisselen elkaar hierbij af.

Wat wel heel erg goed naar voren komt is dat de basis duidelijk in het verleden ligt. Sterker nog, uitgaande dat er gewerkt en gedacht werd vanuit hun meest succesvolste periode, namelijk midden jaren negentig, met klassiekers als Bee Thousand en Alien Lanes. Guided By Voices leverde hun eerste album Sandbox af in 1987, en beschikken ondertussen aan een goed gevulde schatkamer aan songs waar ze hun inspiratie uit kunnen halen. Hierdoor zullen ze door andere bands niet snel van plagiaat worden beschuldigd. Zeppelin Over China is een goede plaat, al is het vanwege de lengte van het album en het grote aantal aan nummers lastig om deze te plaatsen. Je kan het bijna beschouwen als een best of verzamelaar, maar dan met alleen maar gloednieuwe tracks. Inwisselbaar voor ouder werk, zonder aan kracht te verliezen.

Guided by Voices - Zeppelin Over China | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Front Line Assembly - Wake Up the Coma (2019) 3,5

7 oktober, 15:34 uur

Front Line Assembly heeft een sterk in your face karakter. Niet afwachten, maar direct als in een militaire precisie toeslaan. Doel bereikt, mission complete. Zo ook weer in Eye On You. Nog meer dan voorheen lijken er Eurodisco invloeden als een bondgenoot zich hebben binnen gedrongen in het industriële kamp. Samen met de strijdlustige Electric Body Music wordt strategisch weer een muzikaal slagveld bestreden. Met Robert Görl van Deutsch Amerikanische Freundschaft als gezagvoerder wil dit klakkeloos slagen. Wat zullen deze elektro rockers Bill Leeb en Michael Balch uit het Canadese Vancouver blij zijn geweest met zijn bijdrage, toch wel een pionier die aan de basis staat van de sound.

Dat zijn moedertaal later op Wake Up the Coma nogmaals geëerd wordt in de Falco cover van Rock Me Amadeus, blijkt een pijnlijke misstap. Muzikaal komen ze er nog prima bij weg, en in Canada zal het gebrekkige Duits niet eens zo erg opvallen. Maar met een klein beetje achtergrond, is het niet beheersen hiervan, vooral in het refrein een vervelende constatering. Had een personele switch gemaakt tussen de gastvocalisten met Jimmy Urine in de opener, en Görl op zijn plek in deze eighties klassieker. Oneerbiedig gezegd, slaan ze de plank nu zelfs zo erg mis dat het bijna over wil komen als een Milli Vanilli bewerking van deze track. Er kan voor gekozen worden om dit brutaal te negeren, en alleen de aandacht te besteden aan de overige tracks. Bij een zichzelf serieus nemende act die dweept met zo’n wanproduct, welke zich prima leent voor de Oktoberfest feesten, moet je hier wel je conclusies stellen.

Laten we gelijk stil staan bij de overige gastmuzikanten, want daar zitten nog wel interessante keuzes tussen. Paradise Lost frontman Nick Holmes is bekend met deze industriële sound. Hij wist dit prima een plek te geven op de meer toegankelijke platen One Second en Host, al zijn de fans dolgelukkig dat er al snel werd terug gegrepen naar de donkere metal gothic sound. Ook hier heerst de teleurstelling. Ondanks dat de aanpak hem prima moet liggen, missen de vocalen zijn krachtige geluid, en wordt wat er enigszins blijft staan, ver naar de achtergrond gedrukt. Nee, de titeltrack Wake Up The Coma is niet bepaald het visite kaartje van de plaat te noemen. Wat over blijft is Chris Connelly, een van de drijvende krachten van Ministry tijdens hun doorbraakperiode met albums als The Land of Rape and Honey, The Mind Is a Terrible Thing to Taste en Psalm 69: The Way to Succeed & the Way to Suck Eggs. Natuurlijk niet te vergelijken met stadscowboy en bourgondisch ambassadeur van de zelfkant Al Jourgensen, maar wel een binnengehaalde naam om trots op te zijn. De dreiging van Spitting Wind is mooi, maar de gezapige Bowieaanse zang wil ook hier geen indruk maken. Kortom van de gastmuzikanten houdt alleen Robert Görl zich ruim voldoende staande.

Hoe valt Wake Up The Coma verder in de smaak? Arbeit is een heerlijke elektro stamper, waarbij de Duitse dictionaire wel op de juiste manier benut wordt, het zijn dan ook maar een paar woorden. De zang is wat minder dominant op de voorgrond, Front Line Assembly stelt zich meestal minder hard en confronterend op dan collega’s, met een minder afstraffende stereotype sound. Meer de ruimte zoekend in de gangbare deuntjes. Zo laat de band zich vaak horen, waardoor de geloofwaardigheid richting een doordachte klucht neigt. Grimmige noise werpt een donkere deken over het sterke Tilt, diep van binnen worden de vocalen opgeroepen, die zich hier in al hun onheilspellende duisternis openbaren. Mooie gelaagde overgangen, en treffender dan de door met andere vocalisten ondersteunende nummers.

De stuurloze lompe bulldozer Hateful gaat recht door alle songstructuren heen, en laat zich niet van de wijs brengen door invloeden van buitenaf, zo hoort deze eigenzinnige band vanuit de beginselen te klinken. Muzikaal gezien is Proximity een knieval voor de Europese jaren negentig benadering. Zeker niet slecht, al blijft het vreemd dat Front Line Assembly gezien wordt als een van de eersten die in de Electric Body Music golf doken, en niet bij de later volgende groepering hoorden. Een gevalletje van voor de finish ingehaald worden door volgelingen, en zich niets wetend weer daaraan koppelen. De sterke basis breekt af, tot lijmloze brokstukken. Het meer experimentele dansbare Living a Lie laat het geluid horen van tot de bot geripte tracks, die vervolgens tot een remix worden her geproduceerd. De meerwaarde van de maxi singles, die de betere synth acts in de jaren tachtig uitbrachten. Deze werkwijze lijkt hier centraal te staan.

Mesmerized weet het smerige onderbuik gevoel op te roepen, als brijerige diarree inclusief de bedorven ziektekiemen verspreid het zich vanuit de luidsprekers. Langzaam slopend met een verticale flatline als mechanische horizon. Vanuit het ontstaande niks komt dan tragisch de new born van de anti god in het bedrieglijke opslokkende Negative Territory. Zo komen de tracks wel als motorslagen oorverdovend binnen. Zelfs het onbezonnen melodieuze tussenstuk doet hier geen afbreuk aan. Het ambient gerichte Structures sluit het geslaagde drieluik af, zonder op enig moment maar zweverig over te komen. Eerder moet er hierbij aan de stugge statische coldwave gedacht worden. Hiermee distantieert de industriële groepering zich van de rest van de plaat, en weten ze nog een ruime voldoende te scoren. Ze hebben het nog steeds in zich, maar beperken zich helaas maar tot een paar aangename uitschieters.

Front Line Assembly - Wake Up the Coma | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Girlpool - What Chaos Is Imaginary (2019) 4,0

7 oktober, 15:34 uur

Girlpool uit Los Angeles trakteerde ons in 2015 met de spontane lo-fi plaat Before the World Was Big. Onschuldige puberliedjes welke hun oorsprong leken te vinden op een snoezige meidenkamer, om vervolgens tot uitwerking gebracht te worden op een zoldertje. Heerlijk onbevangen terug verlangen naar de kindertijd. Met af en toe een beetje tegen de maatschappij aan kicken. Met Powerplant werd de switch gemaakt naar zwoele dreampop met explosieve uitspattingen, en nu is er dan What Chaos Is Imaginary. Het leven is geen roze wolk, en het tienergeluk was maar schijn. Hun derde plaat is veel stoerder en volwassener. In eerste opzicht misschien wat vreemd, zeker als je niet op de hoogte bent dat transgender Cleo Tucker ondertussen gekozen heeft voor een geslachtsverandering, waarbij de hormoonkuren zorgen voor vocaal gezien een ander geluid. Knap dat je hiermee ook muzikaal bent ontwikkeld; vergelijk het maar met een jongen die rond de middelbare schoolleeftijd de baard in de keel krijgt, en een andere stem krijgt. Hier is het absoluut een meerwaarde. Het speelse onschuldige vrouwelijke is geëvalueerd tot een volgroeide meer mannelijke benadering. Hoe mooi zelfverzekerd en vertrouwd het klinkt laat zich lastig omschrijven. Uiteraard hoor je soms nog de twijfel door in de manier van zingen, dat geeft het ook een eerlijk persoonlijk tintje. Voorheen smolten de stemmen meer samen, nu hoor je duidelijk verschillen in de benadering per song. Harmony Trividad is tevens gegroeid, het kinderlijke heeft plaats gemaakt voor sensuele volwassenheid.

Toch ben ik vooral een groot liefhebber voor de meer dan geweldige verandering van Cleo Tucker. Vocaal is het zo puur en natuurlijk, iets wat al direct opvalt in opener Lucy’s. Chapeau hoe hier een missing link gevormd wordt tussen het stofzuigende shoegazer naar de daaropvolgende mellow Madchester sound. Als Tucker zingt, dan gaat het al snel meer richting de Merseybeat en jaren zestig psychedelica zoals in Swamp and Bay en Hire, stoer en ruig. Dat in deze korte periode al zo’n rauw en hees stemgeluid is ontwikkeld mag bijzonder genoemd worden. Harmony Trividad roept met haar hoge engelachtige vocalen de regionen van het bijna onaardse op. Treffend tot het recht komend in Hoax and the Shrine en het zwoele Stale Device. Ook het klein gehouden Josephs Dad is een diamantje. Maar verder is het nog steeds de dynamiek tussen beiden die bepalend is. Bij de Dreampop van Where You Sink smelt de zang samen in het gedeelte waar Tucker zich beschaafd ondergeschikt opstelt ten opzichte van Trividad.

Pretty roept herinneringen op aan de poppy gitaar spelende frontvrouwen van dromerige zelfverzekerde Britse bands die redelijk succesvol daar de charts wisten te bereiken. Meer donker gekleurd en zwaarmoediger weerklinkt Chemical Freeze en het door een orgel vorm gegeven Minute in Your Mind, welke naadloos over gaat in het hemelse trippende What Chaos Is Imaginary. Dan is All Blacked Out daar tegenover een zoet opwarmend kampvuurliedje. Maar echt opbeurend wordt het pas bij het vrolijke Lucky Joke, kriebelend als de eerste grassprieten. Als toegift krijgen we het ruimtelijke Roses cadeau, om vervolgens bijna als een baby te willen weg kruipen in moeders schoot. De noisy uitbarstingen op What Chaos Is Imaginary zijn sensitiever en minder overrompelend en lomp dan wat er in de jaren negentig gebracht werd. Een logische benadering hiervoor lijkt mij het bespelen van de instrumenten. Het vrouwelijke aspect hoor je voornamelijk terug in de beheersing, slanke ranke vingers raken de snaren natuurlijk anders dan ruwe werkershanden. Girlpool is meer in evenwicht, het plaatje klopt nu helemaal, alsof het nooit anders is geweest.

Girlpool - What Chaos Is Imaginary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Cherry Glazerr - Stuffed & Ready (2019) 4,0

7 oktober, 15:33 uur

Wat worden we hier te weinig mee verblijd. Die lekkere rockgitaar die probleemloos weet over te schakelen naar de donkere postpunksound. Daar overheen de typerende melodieuze dreampop zang, en dat allemaal in een enkel nummer. Een dagelijkse injectie als Ohio moet verplichte kost worden voor de muziekliefhebber. Eigenlijk komt hier alles in terug waar de muziek in mijn tienerperiode voor stond. Uitzichtloze deprimerende gothic, inclusief zwarte lange jas en puntschoenen, maar tevens de houthakkersbloezen en kistjes van de grunge. Cherry Glazerr weet in de opvolger van apocalipstick deze duizelingwekkende draaikolk van jeugdsentiment in een keer treffend te herleven. Dan heeft Daddi een meer hedendaagse benadering van de genoemde invloeden, en zitten we weer gewoon in het hier en nu. Hoor die gepassioneerde geluidsexplosies in de angst die Clementine Creevy weet te verwoorden, wanhopig en dwingend. Gevangen in een doolhof van emoties tussen verlangen en afgunst. Het roept een onprettig gevoel op, muzikaal versterkt door de noisy gitaar en zware bas. Als een nachtmerrie, die je telkens opnieuw wil beleven. Het zijn de hulpeloze ongemakkelijke kreten welke je weten te hypnotiseren. De uit Los Angeles afkomstige band spuugt het destructieve karakter van deze stad uit in het nonchalante Wasted Nun. De beleving van The City Of Angels als een mega grote escaperoom, men moet de verleidingen trotseren, drugs, wurgcontracten, verkeerde vrienden, verspilde tijd. Dit komt beter tot zijn recht door de smekende vrouwelijke zang, welke je helemaal mee voert tot in haar beïnvloedbare brein. Ergens op de achtergrond klinken rustgevende klanken, veel neonlichten en de freakshow waar deze tot rariteitencircus gedoopte plaats symbool voor staat. Excentrieke figuren die jagen op hun leven vol roem.

That’s Not My Real Life mixt in de sound nog een extra dosis surfrock, ska en Delicate Steve die de vervormde gitaar bijna als een blaasinstrument laat janken. Even terug schakelen naar het dromerige Self Explained, na de explosieve start dreigt het nu wat in te storten. Het is lastiger om dat heerlijke gevoel vast te houden, ondanks de opvulling van exotische avontuurlijke klanken. Deze veelzijdigheid eist dus wel de dynamiek op, wat jammer is. Het filmische sensuele Isolation is een open sollicitatie voor de rol van figuranten in een Twin Peaks achtige serie, wat weg gestopt hoor je de dreiging weer tegen het gesloten achterdeurtje kloppen, om als een tornado tekeer te gaan. Twijfelend weet Juicy Socks hier op in te haken met weer een hoofdrol weg gelegd voor de drukkende, benauwende jaren tachtig met shoegazer soundscapes. Pieces is te lieflijk en zoet, alsof de band zich uitleeft in een Candy shop, waar onder de toonbank verboden genotsmiddelen worden verkocht. Stiekem ben ik blij om het lawaaierige intro van Stupid Fish te horen, na het rustige vervolg mag het weer smerig worden. Zelfs de zang weet zich hier in de rode zone van het mengpaneel te bevinden. Distressor is beweeglijker, noem het gerust dansbaarder, al wil hier ook de noise als een donkere kleurenpallet zich mengen, om vervolgens weer de cleane kant op te zoeken. Zo powervol als in het begin wil Stuffed & Ready geen doorstart maken, het is net te vaak met de rem er op. Neemt niet weg dat het een aangename plaat is om de boel eens flink mee wakker te schudden.

https://writteninmusic.com/albumrecensie/cherry-glazerr-stuffed-ready/

» details   » naar bericht  » reageer  

The Beta Band - Hot Shots II (2001) 3,5

7 oktober, 15:24 uur

Op het tweede album van The Beta Band is duidelijk gekozen om de lange nummers te schrappen. Voor mij een reden om geconcentreerder de aandacht er bij te houden. Buiten dat hoor je op Hot Shots II ook een verrijking van het geluid, al gaat dit wel ten koste van de kenmerkende humor die er duidelijk op hun eerste plaat The Beta Band was. Het toegankelijke Squares wordt pas een song als deze na een minuutje over gaat in de betere triphop recycling proces, maar er net niet volledig door overgenomen wordt. Zelfs de rommelige pianotoetsen krijgen een frisse oppoets behandeling, dan pas is het klaar om getoond te worden. En nu ben je al snel niet meer dat eigenzinnige grappige bandje. Geen vreemde wengingen maar een logische overgang naar Al Sharp, er wordt door middel van echo’s en Indiase invloeden hetzelfde dromerige effect opgeroepen. Een duistere dagdroom die afgesloten wordt met een mantra.

Human Being zit erg sterk in elkaar. In eerste instantie gaat het door met het geschepte geluid, op de achtergrond een gitaartje. Dan komt er ruimte vrij voor beat, drum, en trompet. Al heel mooi natuurlijk, maar het wordt nog stukken beter. Tegen het einde gaat het langzaam aan ook weer de donkere kant op, met geweldige begeleiding en een heel vol geluid. Het orgeltje gaat ook nog volledig los, op het debuut zou dit ontaarden in totale anarchie, hier maakt het de song alleen maar sterker. De structuur wordt niet aangetast, maar blijft overheersend staan. Met gemak worden we de diepte in gezogen met Gone. Net als bij de voorganger zijn de teksten een stuk directer en persoonlijker. Nu worden gevoelens niet meer gemakkelijk weg gelachen, maar is er twijfel en onzekerheid. Het lollige karakter is blijkbaar een veilig schild, welke nu pas van zich af geworpen wordt. En dan behoor je dus al snel tot de gemiddelde doorsnee Britpop band. Het publiek slikt het allemaal wel, maar je bent nu een meer onzichtbare speler geworden. Het neigt zelfs heel erg naar de zware kant. Muzikaal staat het zeker weer als een huis.

Het zompige Dragon met de dance invloeden heeft wel wat van die fuck you houding, maar meer in de trant van arrogantie. Wat andere bands klaar spelen, kunnen wij net zo goed, of nog beter. Nee, dan hou ik op dit vlak meer naar de fuck you houding die ze hiervoor hadden. Bij elke muziekregel lieten ze zien dat deze niet heilig was, en de code met gemak gebroken kon worden. Toch zijn de tracks nu stukken beter uitgewerkt, en ontstaan er meerdere lagen die hier over elkaar heen lopen, en niet langs elkaar. Broke gaat heel sterk de avontuurlijke, zeg maar gerust spannende elektronische kant op met de daarbij aansluitende vette percussie, blieps en overige geluiden. De beatboxer staat langs de zijlijn te trappelen om in te vallen, maar coach Steve Mason kiest er uiteindelijk voor om hem geen rol in het geheel te geven.

Die heeft al lang zijn zinnen gezet op het oppeppende Quiet, waar met hallucinerende sfeertjes de geluidsbarrière wordt getrotseerd. Daardoor roept het sterk herinneringen op aan hun eerste album. Al is hier de gekte gedrogeerd door kalmerende middelen. Geen scherpe kantjes meer, maar heel erg doordacht allemaal. Het resulteert echter wel in een lekkere track met op het einde die swingende versnelling. Alleged zit ergens op de scheidingslijn tussen funk en psychedelica. Omdat hier geen duidelijke voorkeur te bekennen valt vervolgen we na een kleine pauze in erotische zwoele Franse dance, en hier hoor je de ontwikkeling misschien nog wel het beste terug. De bruggetjes die voorheen ontspoorden zijn nu in bezit van de juiste passende bouwstenen. Dat er dan een enkel ander kleurig blokje tussen zit, maakt niks uit. Als het maar past in het geheel.

Als een stoomwals kondigt het kolossale Life zich aan. Hier maken ze het verschil door de samenzang, maar het blijft wel een zwakke broeder in het geheel. Een stuk maatschappij kritischer. Blijkbaar moet deze hippie achtige boodschap geuit worden, al zijn de fans van het eerste uur hier er kennelijk niet de juiste doelgroep voor. Bij Eclipse willen ze de filosofische kant opzoeken met wel een tekst die tot denken oproept. Goed over nagedacht, maar wie zit hier op te wachten?

Met de structuur van de songs hebben ze een flinke stap vooruit gezet. De teksten zijn van een prima volwassen niveau, Daar ligt het niet aan. De knulligheid en bravoure waarmee ze met ons kennis lieten maken, ontbreekt hier. Het gemis maakt het allemaal een stuk minder bijzonder.

The Beta Band - Hot Shots II | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Bernhoft & The Fashion Bruises - Humanoid (2018) 3,5

7 oktober, 15:24 uur

Singer-songwriter Bernhoft, met soulvolle R&B benadering, is afkomstig uit het Noorse Nittedal. Vanaf 1996 is de veertiger actief in de muziek business. Eerst brengt hij drie albums uit met Explicit Lyrics, een vrij harde cross-over band met de nodige metal en funk invloeden. Vervolgens maakt hij met een aantal leden de overstap naar het nog heftigere rockende succesvolle Span. Hiermee maakt hij definitief naam in Noorwegen. Resultaten mogen er zijn met de twee Top 5 albums Mass Distraction en Vs. Time. De overgang naar het solowerk is een stuk minder groot dan wat in eerste instantie lijkt. Zijn basis blijft het warme geluid, en of hij zich nou hard of zacht presenteert, die blijft overeind staan. Na de opname van zijn derde plaat Islander verhuist Jarle Bernhoft voor een korte periode naar New York, waar zijn talent al eerder opgepakt werd. In zijn curriculum vitae mag hij optredens bij talk shows van Conan en Ellen DeGeneres bij schrijven, zeker niet de minste televisie persoonlijkheden. Humanoid brengt hij uit in groepsverband onder de naam Bernhoft & The Fashion Bruises. Ze bestaan uit oud Span collega’s bassist Vemund Stavnes en drummer Fredrik Wallumrød, aangevuld met keyboard speler Nicolay Tangen Svennæs. Bernhoft zelf is hoofdzakelijk actief als gitarist.

De korte geschiedenisles gaat vooraf om zonder vooroordelen te luisteren naar Humanoid. Er is wel degelijk een natuurlijk ontwikkelingsproces gaande waar de plaat het logische vervolg op is. Een goed gekozen titel trouwens die centraal staat voor de mechanische elektronica met het warme menselijke stemgeluid. Ondanks dat de track Humanoid aansluiting vind bij de Britse soul scene van halverwege de jaren tachtig, hoor je ook de meer Amerikaanse getinte invloeden van eerdere projecten terug. Het hedendaagse California is blijkbaar ook voor Bernhoft een grote inspiratiebron. Zeg je California dan kom je al snel bij de bloeiende Los Angeles scene uit; welke ondanks de zonnige vooruitzichten te maken hebt met een overheersende verlokkende drugscultuur en lugubere contracten van filmregisseurs en platenbazen. Het met mooi gitaarspel ingeleide Buried Gold wordt versierd door de Amerikaanse gast vocalist Raelee Nikole, die haar roots heeft in de hiervoor bezongen staat. Deze chemische reactie tussen beide zangers als brandstof, omgeven in de juiste atmosfeer komt tot een vlammend geheel. Dat Bernhoft net als de kleine grote man uit Minneapolis met gemak over kan schakelen naar de kopstem, hoor je bij het sterk op de funky soul klassiekers uit de seventies gebaseerde song Lookalike overduidelijk. Die invloeden zitten ook verwerkt in het Motown donker gekleurde ballad Beliefs. Helaas verdrinkt het wel in de langdradigheid zonder naar een duidelijke climax toe te werken. Of het zouden de denkbeeldige ruimteschepen moeten zijn, die langzaam vanuit de synths een landing inzetten. Tekstueel gezien zou dit prima kunnen passen.

Krijgen we dan opeens een donker getint gitaarliedje. Het lijkt er wel even op. For the Benefit heeft een heerlijke instrumentele aanpak met warme akkoorden. Het vocale rockrandje wordt hierdoor opgeroepen. Ergens diep in hem zit nog steeds een stukje Span verborgen gehouden. Fragmentarisch komt het hier boven drijven, al blijft het koor zich standvastig klampen aan het geloof in soul. Medication gaat een stapje terug. Leuk als je ergens op de rommelmarkt een tweedehands keyboard weet af te pingelen, maar had die hoofdzakelijk voor huiselijk gebruik bewaard. Het juichende Dreamweaver is een Eurovisie Songfestival achtige inzending. Prima gezongen, maar het bestaansrecht blijft beperkt tot de lengte van de song. Norway Zero Points! Hij herpakt zich vervolgens wel in het goede duistere murder ballad achtige duet met Alice Raucoules. Deze Franse femme fatale kruipt heerlijk in de ondersteunende bloedstollende rol. Met de gitaarsolo op het einde van Love Brings Us Further Apart wordt nog een laatste liefkozend zetje richting afgrond gegeven. De op engelen wijze hoog gezongen afsluiter Don’t Give Up geeft eigenlijk al het volgende duidelijk weer. Bernhoft is gegrepen door het virus om zich te ontwikkelen tot een Stepford Wives nietszeggende hitmachine. Zijn stoere verleden heeft hij van zich af geschud om aansluiting te vinden bij de gladde popcultuur. Het is allemaal net te mooi en gepolijst, je mist de freaky uitstapjes die hij volgens mij wel nog steeds bezit.

Bernhoft & The Fashion Bruises - Humanoid | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Guttersnipe - My Mother the Vent (2018) 2,5

7 oktober, 15:24 uur

In het bloemveld vol met mooie albumreleases ontwikkelt soms een zaadje zich tot een hardnekkig stuk onkruid. Maar Guttersnipe weet mij wel te triggeren. Terug naar de No Wave welke vanuit New York tegen de steunpilaren van de maatschappij schopten, om deze tot knieval te dwingen. Of naar de anarchopunkers welke zich vanuit het Britse vasteland gelijktijdig manifesteerden in kraakpanden. Na sluitingstijd binnen dringen in vervallen fabrieken. Gebruik makend van de kopieermachines zodat de idealistische boodschappen via pamfletten als parasieten verspreid kunnen worden. Zo bijtend kunnen de late jaren zeventig zijn. Kun je dit vertalen naar het nu? Blijkbaar wel! Hoe My Mother the Vent tussen mijn stapel te recenseren cd’s is beland, blijft een groot vraagteken. Feit is dat ze de kans hebben gekregen om hun gif te verspreiden. Onder Guttersnipe verschuilen zich Tipula Confusa op drum en zang en Uroceras Gigas, tevens vocalist en mishandelaar van gitaar en keyboards. Waarschijnlijk gebruik makend van aliassen, of in het bezit van ruimdenkende creatieve ouders. Ik moet al glimlachen bij een denkbeeldige reclame: Mensen die dit product aanschaffen tonen tevens interesse in een nieuwe boormachine.

Al vanaf het moment dat je Loaded from Vector Trap toe geworpen krijgt, wordt je vermorzeld door hysterische exorcistische kreten, platgewalst door onberekenbare noise. Totaal compromisloos gaan ze over de grens van de geluidsbarrière heen om kennis te laten maken met een demonische wereld waar menige blackmetal band jaloers op zal zijn. Het is een boosaardige trip van ruim een half uur waar geen einde aan lijkt te komen. Hoe leg je dit als artiest zijnde jaren later uit aan je kinderen. Niet de meest lugubere muzikale ervaring ooit, maar wel de meest vreemde. Want hoe krijg je het klaar gespeeld om elk gevoel voor ritme en melodie zo te verwerken tot hedendaagse shocktherapie. Is dit opgenomen op een vuilnis stortplaats waar een afvalverwerker het als een blender uitbraakt over de nog bruikbare producten? Afsluiter God’s Will to Gain Access is een misselijk makende rollercoaster van tering herrie. Maar aan het einde van het ritje wil je stiekem nog een keertje.

Guttersnipe - My Mother the Vent | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Yak - Pursuit of Momentary Happiness (2019) 4,5

7 oktober, 15:15 uur

Het uit Wolverhampton afkomstige Yak heeft weinig raakvlakken met de Britse muziekscene. Ruig, hard en lomp moet het klinken, doorweekt met een flinke dosis aan garagerock. Wat een geluk dat de jonge band werd opgemerkt door Jack White, toch wel de meester in het neerzetten van een ongepolijste maar toegankelijk geluid. Via zijn Third Man label wordt er een monsterlijke vette sound neergezet met het van de stoelen blazende Alas Salvation. Na dit overweldigende debuut wordt er een pauze ingelast om drie jaar later keihard terug te komen met de meer gevarieerde Pursuit of Momentary Happiness. Er werd gevraagd om een overdonderend vervolg, nou dat krijgt de platenmaatschappij bij deze.

Nog steeds is er genoeg ruimte voor de nodige ongein, maar zanger en tevens gitarist Oliver Burslem hoeft daarvoor niet meer een valse, druggy stem op te zetten. Het ligt allemaal een stuk dichter bij hemzelf, en niet bij het personage van gespeelde rockster. Als hij die rol op zich neemt, dan is het overduidelijk dat hij met de nodige humor fictieve figuren introduceert. De nieuwe bassist Vincent Davies heeft minder raakvlakken met seventiesrock dan voorganger Andy Jones, en dat hoor je absoluut terug. Nog steeds is het allemaal behoorlijk zweverig en spacey, maar dan wel met de strakheid van een geoliede band.

Bij Bellyache zet Burslem direct zijn kopstem op, met het wah-wah effectenpedaal flink ingedrukt blijft hij nog dicht in de buurt van grote voorbeeld Jack White. Die vergelijking vervaagd al snel door er een grote hoeveelheid aan glamrock toe te voegen. Als er een stroming is geweest die de sterrenstatus van rockers verheerlijkt, dan is het wel de tegen een gimmick aanleunende over de top houding van deze muzikanten. Door de uitvoering van Yak wil het allemaal een stuk ironischer over komen. Nee, echt serieus nemen ze zichzelf niet, en dat is maar goed ook. Deze bravoure past wel bij de jonge honden. Burslem straalt de speelsheid uit van een jeugdige Mick Jagger, terwijl Vincent Davies en drummer Elliot Rawson meer ondersteunend te werk gaan.

Achter de onverschilligheid verschuilt zich een wereld van doordachte songpatronen, waardoor het allemaal veel gevarieerder over komt dan bij het debuut. De snik in de singer-songwriter stem bij het intro van het vervolgens exploderende Fried komt terug in de croonende, tegen het tranendal zittende Pursuit of Momentary Happiness. Een waterval aan fifties invloeden roept herinneringen op aan het tijdperk van de doowop en tieneridolen die het hart van jonge bakvissen veroveren met hun kitscherige voordracht. De wending zit hem voornamelijk in het soulvolle einde, waarmee ze aangenaam verrassen. Words Fail Me is nog groter van opzet, de overtreffende stap van het titelnummer. Later komt het nog eenmalig terug in het zwaarder gezongen Pay Off vs. the Struggle, al is deze wel wat zwakker dan zijn voorgangers.

Na deze tegen een musical zittende voordrachten komt er gelukkig weer genoeg tegengas met pure recht toe, recht aan rock van Blinded by the Lies. Na het gigantische gave met blazers gevulde soul Interlude gaan ze onverstoorbaar door met het stuiterende heavy White Male Carnivore. In het tweede gedeelte is er nog veel meer plek voor hallucinerende Oosterse psychedelica. De doordringende bas akkoorden van Davies eisen de stuwende hoofdrol op. Het doet mij verlangen naar het waanzinnige debuut K van Kula Shaker. Die Britse roots wil ook domineren in Layin’ It on the Line, al zou deze track perfect te plaatsen zijn tussen de Madchester rage die de jaren negentig het geluid gaven.

Bijna traditioneel wordt er afgesloten met een lang eindstuk This House Has No Living Room. Wie een beetje doorzoekt op de naam J. Spaceman weet dat hiermee Jason Pierce bedoeld wordt. Het sfeervolle gitaarspel en herkenbare vocalen van de frontman van Spiritualized en Spacemen 3 wil het wel letterlijk en figuurlijk helemaal afmaken. Het wil wel wat zeggen als dit schuchtere boegbeeld zijn medewerking hieraan verleend. Als overkoepelende, bijna goddelijke kracht drukt hij zijn stempel op het geheel. Maar bovenal is het een prachtige mix tussen garage noise, experimentele psychedelica, zuigende grunge en foute etalerende glamrock. Yak stijgt ver boven zichzelf uit.

Yak - Pursuit of Momentary Happiness | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Perfect Son - Cast (2019) 3,5

7 oktober, 15:15 uur

Het vertrouwen moet groot zijn geweest toen Tobiasz Biliński zijn handtekening plaatste onder het contract van het meer op het gitaar gerichte beroemde platenlabel SubPop. Als eerste Poolse artiest krijgt hij de mogelijkheid om hier zijn werk te publiceren. Helemaal onbekend is hij daar niet. Bij zijn vorige project Coldair wist hij ze al te strikken voor de distributie van hun laatste album The Provider.

Perfect Son is de doorstart van deze uit Warschau afkomstige veelzijdige multi instrumentalist. De postpunk vormt hierbij een belangrijke inspiratiebron. Vergeet niet dat de impact van deze stroming ook in Polen vrij groot is geweest. In de gloriedagen van de jaren tachtig wist dit land zich los te koppelen van het communistische Oostblok. Perfect Son ligt in de lijn van toen de omschakeling kwam tussen de kille keyboard tonen en er gekozen werd voor meer warmere klanken met inmenging van de gitaar.

Cast is een gevarieerde plaat, welke zijn basis lijkt te hebben in de elektronische muziek. Vanuit daar worden de tracks opgebouwd, resulterend in songs die sterk bij dat ijkpunt blijven, of juist meer een andere weg lijken in te slaan. De scheidingslijn tussen herhalende samples zoals in It’s For Life, drumcomputers, elektronica en pure door heuse muzikanten gespeelde werkstukken is vrij dun en niet altijd herkenbaar. Dit maakt het allemaal een stuk avontuurlijker en interessanter. Bij Reel Me is deze opzet goed hoorbaar. Een minimalistisch herhalend bliepje laat zich vervolgens onder handen nemen door licht industriële geluidsexplosies. Als een cyberpunker laat Tobiasz emo invloeden toe in zijn belevingswereld. Op zijn zuivere hoge zang zouden veel New Wavers jaloers zijn geweest, zo onbedwongen weet hij zich te presenteren. Het is allemaal gruwelijk goed doordacht, zo ook de inkomende drums van Jacek Prościński.

Bij Lust wordt de hulp ingeroepen van de bij Setting The Woods On Fire spelende gitarist Marcin Buzniak. Deze song eist een meer donkere en melodieuze aanpak op. Op de overige nummers is alleskunner Tobiasz Biliński uitvoerder van de gitaarpartijen. Hier voegt juist die andere dynamiek wat toe. Buzniak is tevens verantwoordelijk voor de productie, die gedeeltelijk in Polen en voor het overige deel in de Verenigde Staten plaats vonden. De prachtige grimmige sfeer van So Divine springt er sterk uit, al had hier zelfs nog veel meer in gezeten. Hier borduurt het te lang voort rond hetzelfde thema. Dan is Promises veel toegankelijker en luchtiger, maar veel minder indrukwekkend. Old Desires heeft dat ook wel, al maakt het tegendraadse karakter het wel een stukje spannender.

High Hopes laat de ontstaande ruimte invullen door subtiel pianospel waardoor de gitaar halverwege effectiever kan toeslaan. Bij My Body Wants gaat het tempo heel wat omhoog met prima Oosterse aandienende exotische klanken. De zang weet het klein te houden. Wax wijkt met de trippende invloeden sterk af van de rest. Maar is in zijn veelzijdigheid wel een aangename warme song. Al liggen de vocale meer symfonische invloeden er wel erg dik boven op. Met de nodige soul en daarbij horende klappende percussie weet Almost Mine de aandacht te trekken. Cast is een prima album, al is de stem van Tobiasz wel erg iel en vlak, waardoor het al snel eentonig over dreigt te komen.

Perfect Son - Cast | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Motorpsycho - The Crucible (2019) 4,0

7 oktober, 15:15 uur

The Crucible is een stoere culturele Noorse egotrip die in de jaren negentig lijkt af te trappen. Spierballenrock waar het ontbloot bovenlichaam een gastrol bij vervult. Psychotzar begint gelijk met harde slaggitaar metal. Korte snel op elkaar volgende krachtige akkoorden die je direct nieuwsgierig de song in trekken. Powervolle zang die dat ruwe randje uitwerkenen en op de achtergrond is al minimaal iets van een mellotron aanwezig. De jongeling Tomas Järmyr op drums hoeft zichzelf met deze kwaliteiten niet te bewijzen. Zijn veelzijdige slagwerk geeft ruimte voor wat exotische elementen en klinkt alsof hij al jaren lang actief is bij de band. Het is prima en verantwoord dat Kenneth Kapstad zich definitief op Spidergawd is gaan richten. Järmyr doorstond op The Tower al ruimschoots de sollicitatieprocedure, en wist zich niet aan te passen aan het geluid. Nee, al vanaf zijn intreden mocht hij een mede bepalende rol opeisen. Hier direct duidelijk vanaf het moment dat de gong als een donderslag inslaat. Bij het soleren horen we al dat de begeleiding gaat grooven en duisterder zich voortbeweegt, de overgang naar het psychedelische vervolg is nog een kwestie van tijd. Smerige gitaaraanvallen volgen de steeds meer donderende bas van Bent Sæther op, na de rust van het akoestische gedeelte gaat de zang richting het snijdende van de grunge. Grootst wordt het vervolg aangegeven met razendsnelle passages en statische stukken, met op het laatst een episch slot, ondertussen beseffend dat dit nog maar de kortste track van de plaat is.

Mooie tweestemmigheid laat je al snel meevoeren in het sterk door de jaren zeventig beïnvloede progrock van Lux Aeterna. Verwacht geen tierelantijntjes en hoge vocale uithalen. Het uit Trondheim afkomstige Motorpsycho heeft nu eenmaal een dwarse ruige uitstraling, en daar verandert het prachtige akoestische inleidende gitaarspel niks aan. Er is veel meer ruimte voor goed gearrangeerde melodielijnen die zo nodig worden bijgeschaafd door de mellotron. Als er vervolgens grootst wordt uitgehaald met de symfonische poespas, krijg je al de ruige smerige gitaar er doorheen die je lekker maakt voor het vreemde psychedelisch zwaar aangezette vervolg. Hier ervaar je door de funky, jazz en fusion invloeden duidelijk waaraan Motorpsycho haar eigenzinnige naam aan te danken heeft. Deze technische sterk uitgespeelde wisselingen van stijlen is zo kenmerkend voor hun geluid. Alsof er in de tussentijd niks gebeurd is, gaan ze vervolgens weer net zo gemakkelijk verder met de rocksound die de jaren zeventig wisten te domineren. Na geweldige gitaarsolo’s wordt er in alle rust afgerond met weer de ondersteunende backing vocalen. Misschien is de verpakking net wat over the top, maar het siert de band van durf en lef.

Na minimale ruis op de bekkens wordt er vervolgens flink wat af gefreakt en gejamd op The Crucible. Alsof je midden op een kruispunt staat tijdens het spitsuur van de een of andere metropool. Zoveel geluiden passeren de revue. Dit is noodzakelijk om de roes op te roepen waarmee er een doorgang gezocht wordt tot het meer spanning opwekkende gitaarspel, die een flinke dreun op zijn achterste krijgt van de drummer. Hoe de bas zich hierbij nog staande kan houden lijkt een onmogelijke opgave. Heerlijk dat er dan toch weer de ruimte ontstaat voor het progressieve tussenstuk met prachtige bijna hippie achtige zang. Ritmisch krijgt het vervolgens meer vorm door de rol van Järmyr, en dan wordt er keihard toegeslagen met duivelse gitaren die als rond circelende demonen tot bedaren worden gebracht in een exorcistische bestrijding door de bas die zich niet van de wijs laat brengen. Zo herhalend blijft deze zich er tussen mengen. Bij het laatste stuk gaat het even de klassieke kant op met een klein momentje gitaarbeleving, om de uitstoot aan electrisch geweld nog voor de laatste keer de overhand te gunnen in een sterk gedeelte aan rockend hardrock met daarna het theatrale einde.

Een andere band zou dit waarschijnlijk verdelen over heel wat meer songs, maar Motorpsycho heeft aan een minimum van drie nummers genoeg om voor de zoveelste keer te overtuigen.

Motorpsycho - The Crucible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Chain Wallet - No Ritual (2019) 4,0

7 oktober, 15:15 uur

Chain Wallet maakt explosieve up-tempo dreampop met de nodige postpunk elementen. Het hoeft allemaal niet meer zo zwaar en treurig te zijn. Alsof men in Noorwegen zich niet wil mengen in de negatieve stemming die er in de rest van de wereld heerst. Deze band lijkt op een positieve manier vooruit te denken. Het is net een stukje lichter dan hun soortgenoten. Brede uitsluierende keyboardlandschappen die bewoond worden door vriendelijke groetende gitaren. Soms komt er nog een wat norse bas voorbij, die weer ingehaald wordt door een voorbij sprintende drum. Stian Iversen is de zelfverzekerde alles kunnende gids die vol passie zijn verslag doet, waarbij hij bij de lastige passages wordt bij gestaan door Chiara Victoria Cavallari.

Het Noorse Bergen in voornamelijk bekend geworden door de vele black metal bands die daar vandaan komen. Ook daarbij wordt met regelmaat terug gegrepen op sages en legendes, maar dan de duistere kant. Chain Wallet heeft tevens iets sprookjesachtigs, hier roept het vooral de wereld van feeën en elfjes op. Eigenlijk vergelijkbaar met wat zich halverwege de jaren tachtig wist te ontwikkelen. Door de dreampop die zich vanuit de gothic ingegroeide was er in de kleding ook steeds meer ruimte voor variatie. Zwart werd gekoppeld aan langere gewaden, wit en paars zag je meer terug, met zelfs bloemenmotieven. Dracula werd verdreven door Peter Pan. Deze inleiding is noodzakelijk om No Ritual te kunnen plaatsen. Met trots wordt vermeld dat er door Frode Bakken gebruik wordt gemaakt van de Yamaha DX7, Ronald Juno 60 en Korg Polysix synthesizers. Zeer bepalend voor de New Wave bandjes, en veelvuldig halverwege de jaren tachtig bespeeld. Blijkbaar hechten ze hier veel waarde aan, met welke gitaren, bas en drum er in de studio gewerkt is, wordt verder geen aandacht aan besteed.

Op deze plaat, welke net het half uur aantikt staan allemaal korte sfeerschetsen van nabij de drie minuten. Lost Somewhere verwelkomt je met een dominante pompende diepe elektronische bas, heldere backing vocals en een opzwepende drum, die op het juiste moment ruimte geeft aan de keyboards. De bas van Stian Iversen staat ook als basisspeler opgesteld bij Final Testament met ver weg in de mix de dromerige koortjes, die best wat meer op de voorgrond hadden mogen treden. Ride laat ons kennismaken met het totaalplaatje, de instrumenten zijn hier geheel in evenwicht, en vullen elkaars positie in om tot een sterke kern te komen. Dit levert een zeer toegankelijke popsong op. Is er dan helemaal geen plek voor een wat slepender bombastisch geluid? Toch wel, met Closer lijkt men in te spelen op de emotie, en gaat meer diepgang van uit. Maar echt de gevoelige kant laten zien dat niet, Closer had net zo goed closed kunnen heten. De afwisseling wordt wel degelijk gezocht met What Everybody Else Could Find, al sluit de track erg aan op de eerste tracks, met het wezenlijke verschil dat de frontrol van de bas hier is over genomen door de keyboard, verder scheelt het bar weinig in de opbouw. Hierdoor is het net een tikkeltje frisser.

In ieder geval dreigender komt het korte instrumentale Liminality over, helaas wordt er geen energie gestoken in een mooie overgang naar het springerige Knowing Eyes, waar er flink wat effecten zijn los gelaten om de echoënde gitaar. No Ritual laat slagwerker Marius Erster Bergesen de nodige tribal elementen toevoegen in zijn uitvoering. Fijn om een echte vakman aan het werk te horen, het geeft een warmere invulling dan wat jaren geleden zijn oudere voorgangers lieten horen met de mechanische drumcomputer. De zang bij World I Used to Call Mine is aangenaam vervormd om het meer in het opgeroepen tijdsbeeld van de postpunk periode te plaatsen. Een grote rol is hierbij weg gelegd voor producer Matias Teller, die dit feilloos lijkt aan te voelen. Inner Space is net wat rauwer en gedurfder dan de rest van de plaat, en vat de hoorbare ontwikkeling hier mooi samen. Een album welke inspeelt op verlangen. Altijd bewonderingswaardig hoe bandleden die schijnbaar niet eens in de rumoerige jaren tachtig geboren waren, het weten te verwoorden tot zoiets geslaagds.

Chain Wallet - No Ritual | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Roosevelt - Young Romance (2018) 3,0

7 oktober, 15:06 uur

Er zijn tig van voorbeelden te noemen van boybands waarbij na het uiteen vallen een van de bandleden een succesvolle carrière begint. Maar die garantie is er niet altijd. Verder blijft het opgelegd stigma regelmatig hangen, wat ook niet in het voordeel werkt. Veel idolen uit glorieuze jaren worden niet serieus genomen, ondanks het feit dat ze wel degelijk de instrumenten beheersen. Beat!Beat!Beat! heeft bij de tiener doelgroep wat naam opgebouwd in Duitsland, maar de houdbaarheid is beperkt. Dan kun je een serieuze poging ondernemen om mee te groeien met het publiek, of om dit helemaal los te laten, en je eigen weg in te slaan. De uit Viersen afkomstige Marius Lauber start opnieuw onder de naam Roosevelt, en weet vrijwel direct te scoren met het Second Summer Of Love jaren negentig getinte Elliot. Of de titel een knipoog is naar de broer van de Amerikaanse president, is mogelijk maar verder niet van belang. Deze stampende discoknaller heeft een aanstekelige zomerse beat. Met het naamloze debuut voldeed hij aan de verwachtingen, en Roosevelt wist zich gelijk te settelen in het hedendaagse popklimaat, en de nodige indruk te maken. Twee jaar later wordt er reikhalzend uitgekeken naar de opvolger, welke als Young Romance in 2018 verschijnt.

De eerste klanken van Take Me Back weten te boeien. De aanpak is een stuk zwaarder en meer experimenteel gericht. Zelfs heuse donkere industriële invloeden zijn aanwezig. Maar deze trip wordt al na een paar secondes onderdrukt door een jaren tachtig keyboard sound. De periode dat synthesizer acts met een alternatief popgeluid de hitlijsten domineren, maar hun eigen revolutionaire karakter wisten te behouden. Krachtige statements met betrekking tot koude oorlog, homoseksualiteit en milieuvervuiling waren met regelmaat de onderliggende gedachte. Dat laatste wordt hier pijnlijk gemist. Wat overblijft is dan een leeg omhulsel, zonder de deprimerende New Wave romantica. De toegankelijke dance van eerste single Under the Sun wil nog imponeren, qua sound sluit deze aan bij het opgezette geluid van de eersteling. Toch is het allemaal net wat minder verfrissend, en de aanpak doet mij wat denken aan de Italo Disco, waar over het algemeen de zware thema’s ook werden vermeden. Een album met een hit succes, en daar omheen zijn de overige songs geplaatst.

Dat er ook zomerse zonnestralen uit een mechanisch kastje getoverd kunnen worden bewijst Yr Love. Het perfecte vakantie eiland bij uitstek hierbij passend is Ibiza. Daar wanen we ons bij Illusions. Al werd daar in de hoogtijd dagen de inspiratie gehaald bij plaatselijke illegale farmaceutische shops. Die luxe dat alles financieel mogelijk leek te zijn hoor je terug bij deze opportunistische track. Over geldschieters gesproken, Losing Touch heeft gevaarlijk veel Stock, Aitken & Waterman invloeden. Gelukkig laat het dromerige vocaal hoog en sterke Pangea meer een eigen sound horen. De swing heerst absoluut in de pakkende begeleiding. Blijkbaar maken ze in Duitsland ook gebruik van een rijmwoordenboek, veel diepgang hoef je vervolgens niet te verwachten in het liefdesliedje Lucia. Het subtiele gebruik van de bas zo ook de Caribische gitaarklanken die invallen bij Better Days is een aangename aanvulling. Op deze manier lukt het ook om de zomer binnen te halen, daar is niet alleen elektronica voor nodig. Shadows heeft niet veel meer inhoud dan de gemiddelde mobiele telefonie reclame. Gooi er een paar gebruinde jongeren bij, die trots op verschillende locaties selfies maken met de desbetreffende smartphone en je bent klaar.

Bij Last to Know weet Roosevelt vooral indruk te maken met het pakkende drummende intro, welke wel in je hoofd blijft zitten. Vakkundig laat hij het vervolgens terug komen, maar weet het niet uit te bouwen in het verder saaie geheel. Forgive krijgt hulp van de Amerikaan Ernest Greene, opererend onder het alias Washed Out, maar van zijn aanpak hoor je weinig terug. Het avontuurlijke eigen indie geluid weet hij niet toe te voegen. Het cyberpunk achtige gedragen Getaway is het absolute hoogtepunt van Young Romance. Unieke postpunk invloeden met krachtige beats omlijst door prachtige synths en doordringende gitaar uitlopen. Toch weet Roosevelt met zijn tweede plaat niet echt te overtuigen. De gedurfdheid tot ontwikkeling hoor je bij het begin en einde terug. Verder is het een combinatie van Top 40 songs die aansluiten op het succes van Elliot, en op safe gespeelde dance invloeden uit de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Fans die hopen op een aansluitend vervolg van het debuut komen bedrogen uit, en degene die hopen op meer diepgang, komen ook te weinig aan hun trekken.

Roosevelt - Young Romance | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Spidergawd - Spidergawd V (2019) 4,0

7 oktober, 15:06 uur

Dat het zeer productieve Motorpsycho nog genoeg tijd heeft voor andere projecten mag haast een wonder wezen. Deze band met vaak zeer complexe songstructuren stopt al de nodige energie in eigen albums. Je zou bijna geloven dat deze Noren uit Trondheim de studio nooit verlaten, en daar leven, eten en slapen. Toch besluiten twee van de leden, zanger en tevens bassist Bent Sæther en drummer Kenneth Kapstad in 2013 Spidergawd op te richten, genoemd naar een track van het solo album Garcia van Grateful Dead frontman Jerry Garcia. Ondertussen richt Sæther zijn pijlen alleen op Motorpsycho, en Kapstad onderging juist de tegenover gestelde ontwikkeling. Hij besluit om Motorpsycho vaarwel te zeggen, maar blijft actief bij Spidergawd. Ondanks dat de huidige leden allemaal rond de veertig jaar oud zijn, hoor je veel invloeden terug van eind jaren zeventig. De metal domineert al jaren in Scandinavië, toen de Deense Metallica drummer Lars Ulrich in 1980 naar de Verenigde Staten verhuisde bloeide vervolgens in het thuisfront een indrukwekkende scene op. In Noorwegen waren het voornamelijk de Dark Metal bands die met hun muzikale scepter heersten. Spidergawd leden zijn dus te jong om dit bewust mee gemaakt te hebben. Spidergawd V is zoals de titel al aangeeft hun vijfde album.

Saxofonist Rolf Martin Snustad heeft het voorrecht te mogen aftrappen met All and Everything, waar Noorse folklore en tevens woeste wouden in terug te horen zijn. De overige Noormannen voegen zich al snel tot hem, waarna het tempo nog flink omhoog geschroefd wordt. Vergeet echter niet dat Snustad als geen ander in staat is om zijn instrument heavy en stoer te laten klinken, hier heeft hij geen andere bandleden voor nodig. Zo sterk zelfs dat het de twijfel oproept of hier een gitarist aan het werk is. Die komt er ook nadat Kapstad er eerst genadeloos inhakt. Inclusief het kenmerkende soleren, grijpen ze hier zeer sterk terug naar het vanuit het Verenigde Koninkrijk opkomende new wave of British heavy metal gebeuren van begin jaren tachtig. Toch blijft er ruimte voor symfonische invloeden, juist iets waar de rockers zich net als de punk zich toen tegen verzette. Op Ritual Supernatural aan bassist Hallvard Gaardløs de eer om te openen. Hier ook al direct bepalend voor de sound. Hij weet een geluid neer te zetten welke prima past bij de Amerikaanse rockbands. Meer stadion gericht en toegankelijker. De hele sfeer is ook een stuk soepeler, en zelfs wat minder verfijnd te noemen, al weet het wel te pakken.

Met het meer zoemende en grunge gerichte Twentyfourseven switchen ze met gemak naar een ander geluid. Net als Motorpsycho zijn ze meesters om hun invloeden plooibaar te verwerken in nummers, zonder dat het gemaakt of geforceerd over komt. Met datzelfde gemak gaan de vocalen van Per Borten meer de diepte in. Meedogenloos laten ze hier deze kant van hun vermogen horen inclusief het afstraffende gitaargeweld welke vervolgens wordt ingezet. Het epos klinkende begin van Green Eyes gaat al net zo snel richting de speedmetal als vervolgens het tempo behoorlijk wordt opgevoerd. Al varend trotseren we de oproepende golven van de kwaadaardige, bedrieglijke Noordzee om ons door middel van moshen en headbangen doorheen te slaan. Vol overgave zullen de lange blonde lokken van het thuispubliek hier aangenaam op tekeer gaan. Nog boven deze aangename agressie is er zelfs een plekje op de top voor de saxofonist. Het loodzware Knights of C.G.R. gaat nog verder terug in de tijd. Laten we het zo stellen, dit is heavy metal uit de periode dat deze stroming nog benaamd diende te worden. Traag, log gespeeld met het oer oproepende gevoel uit de prehistorie van de hardrock. De eigen injectie wordt toegediend in de speedkant die het vervolgens dreigt op te gaan.

Avatar heeft een swingende benadering. Het zou prima passen op de soundtrack van dit futuristische The Lord Of The Rings beïnvloedde verhaal. Het roept iets van gezonde strijdbare heroïsme op. Een uitnodiging van de band aan de filmmaatschappij om in het vervolg verder te kijken dan het Hawaiaanse Kauai Island als opname locatie. Strakker vorm gegeven en hierdoor met een meer commerciële aanpak. Zelf vind ik de saxofoon minder goed iets bijdragen, komt net wat zeurderig over. De sleazy benadering van het intro van Whirlwind Rodeo beloofd veel. We wanen ons eventjes in de jaren negentig, waar bands mogen genieten van hun sterrenstatus, en de wil tot te concurreren naar de achtergrond is verdwenen. De iconische grootheden zijn hier in gedachte aanwezig. Ook drummer Kenneth Kapstad krijgt zijn Fifteen Seconds Of Fame. Meer heeft hij niet nodig om indrukwekkend te openen bij Do I Need a Doctor…? Net als bij de voorganger is het voornamelijk de rocking nineties van getekende anti helden Beavis and Butthead die hier nostalgie oproepen. Niet zo gevarieerd als Motorpsycho, maar wel met dezelfde strakke precisie gespeeld. Maar te goed om afgedaan te worden als leuk bijproduct.

Spidergawd - Spidergawd V | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Mozes & The Firstborn - Dadcore (2019) 4,0

7 oktober, 15:06 uur

Mozes & The Firstborn introduceerde zichzelf alweer bijna zes jaar geleden in Nederland met de hippie achtige sing along protestsong I Got Skills. Deze jaren zestig pastiche waarbij flink werd afgekeken bij singer songwriters uit die tijd, bleek totaal niet representatief te zijn voor de rest van het debuut. Deze slackers waarbij het plezier maken de grootste inspiratiebron lijkt te vormen maken rammelende gitaarrock die zo omarmt kan worden door de skate cultuur. Niks aan de hand muziek, welke beïnvloed wordt door alles wat er in de familiare platencollectie te plunderen valt. De groei die ze ondertussen hebben door gemaakt is duidelijk terug te horen bij hun derde album Dadcore. Het sterke hoes ontwerp roept herinneringen op met het werk van Peter Te Bos voor Claw Boys Claw, maar is gemaakt door de uit Eindhoven afkomstige grafisch kunstenaar Wolf Aartsen. Inderdaad de broer van drummer Raven. De moeite waard om hier extra te vermelden.

Wat! Ze gaan toch niet heus de emo lo-fi kant op? Dadcore gaat gelukkig na het korte unplugged gedeelte vrij snel richting de surfpunk. Nog steeds niet bijster origineel, en lekker schaamteloos alles bij elkaar jattend. Het fun element is nog steeds aanwezig. Om vervolgens weer strak de grunge hoek op te zoeken in het zwaardere If I inclusief de vragende serieuze ondertoon. Smerig gooien Ernst-Jan van Doorn en zanger Melle Dielesen de gitaar riffs uit de speakers, en laten hierdoor hun muzikaliteit duidelijk gelden. De slide gitaar van Baldy kondigt een alternatief popliedje aan met een country inslag. De meerstemmige achtergrondzang neemt ons mee naar hun eerste succes I Got Skills. Nog steeds is dat onbevangen studentikoze gevoel van het debuut aanwezig. Sommige personen willen maar niet volwassen worden, en dat is maar goed ook. Maar wat zijn ze op muzikaal gegroeid! Heerlijk hoe vervolgens het drumstel beheerst wordt in Sad Supermarket Song. Zelfs als de duistere bas en gitaren invallen laat Raven Aartsen zich niet weg spelen.

Vervolgens denk je in de binnenstad van Eindhoven beland te zijn en een zwerver je kort toezingt in Fly Out. Om verder te gaan in het luchtige Blow Up, waar de zomerse beat je dat heerlijke festival gevoel geeft. Daar horen ze thuis, nog meer dan in het clubcircuit. Ga lekker buiten spelen, jongens! De powerpop van Hello is een heerlijke mix tussen de nerdy indiesound en het meer stoere mannen krachtrock. Onverschillig worden weer meerdere invloeden probleemloos aan elkaar gekoppeld, alsof het nooit anders is geweest. Na een van de vele leuke intermezzo’s springen we weer vrolijk verder met Scotch Tape / Stick with Me , waar halverwege de omschakeling volgt naar het zwaardere gedeelte. Veel woorden en net zoveel gemarcheer en vreemde geluiden die overgaan naar heerlijke noise explosies, met daardoor de zoemende bas van Corto Blommaert.

We gaan meer naar de jaren zestig met het duidelijk door het Lou Reed beïnvloedde spelplezier in We’re All Saints. Meesterlijk opgestuwd door de gitaar. Als dan een orgeltje zich hier vrolijk in probeert te mengen, wordt deze vakkundig snel weg gedraaid. Een geslaagde grap. Amen lijkt onder een brug opgenomen te zijn, waar aan de ene kant Anthony Kiedis heroïne aan het gebruiken is, en aan de andere kant een verdwaasde Kurt Cobain vriendschap aan het sluiten is met kakkerlakken. Daar ergens tussen in zit Melle Dielesen inspiratie op te doen. Een bak herrie die vanuit de railing over ons heen gestort wordt. Om dan Melle in de rol van gevoelige top 40 zanger te horen is lachwekkend, maar hij slaagt er in bij het met overdreven accent aangedikte Fly Out II. Och Ik wordt hier zo vrolijk van, prettig die zelfspot. Nee, de grootste band van Nederland zullen ze nu ook niet worden, maar What The Hell??

Mozes & The Firstborn - Dadcore | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Rustin Man - Drift Code (2019) 4,0

7 oktober, 15:06 uur

De nostalgische fotoalbums van weleer kunnen je helemaal herplaatsen in een tijdperk waarin de rust nog domineerde en er geen ruimte was voor de haastige medemens. De auto was een luxeproduct welke voornamelijk in het weekend gebruik werd voor het verplicht aanschaffen van de nieuwe zomercollectie aan kleding of familiaire uitstapjes.

In dat beeld valt Drift Code het beste onder te brengen. Een vergeelde ansichtkaart met daarop een draaiorgel uit Den Haag staat hierbij centraal. Zou Paul Webb deze gescoord hebben tijdens een bezoekje met zijn band Talk Talk aan Nederland, waar de tussenliggende tijd gedood wordt met een bezichtiging van een knus souvenirwinkeltje. Feit is wel dat dit typische Hollandse product als een mechanische reus de eerste soloplaat van de voormalige bassist van Talk Talk opsiert, duidelijk geaccentueerd met het bordje Rijswijk op de achtergrond.

Het alias Rustin Man gebruikte hij ook al ten tijden van de indrukwekkende samenwerking met Beth Gibbons van Portishead, wat resulteerde in het geslaagde Out Of Season. Daar borduurde hij voort op de minimalistische sound van de latere Talk Talk platen, en is zijn rol vooral die van muzikaal arrangeur. Een basis die hij samen met Tim Friese Greene en Mark Hollis gelegd heeft bij albums, waarvan pas later hun monumentale waarde juist werd ingeschat.

Na een stilte van zowat 17 jaar is daar totaal onverwachts het volledig op eigen artiestennaam verschenen Drift Code. Vanuit het typerende Britse graafschap Essex wordt er vanuit een geïmproviseerde studio in een landelijke stuur zorgvuldig gewerkt aan het veelzijdige eindresultaat. Paul Webb heeft zijn baspartijen uitgebreid met sfeervol toetsenwerk, waarbij hij gebruik maakt van instrumenten als de accordeon, keyboard en piano. Voor de jazzy percussie heeft hij de hulp ingeroepen van zijn voormalige collega Lee Harris, waarmee hij samen met Mark Hollis het basistrio van Talk Talk vormde. Hij weet dat opzwepende af te wisselen met het licht koesteren van het drumstel.

De enige connectie met het postpunk verleden is de karakteriserende stem van Webb, verder is het nergens meer te linken aan het synthpop verleden. De prachtige piano opbouw van Vanishing Heart eist net zo sterk als de albumhoes de aandacht op, en wil symmetrisch hierop aansluiten. Een eenheid die versterkt wordt als het sferische gitaarspel invalt. De gemene geluidsexplosies die uit het instrument ontsnappen geven zijn zachte stemgeluid dat extra stukje kracht wat deze verdiend. Hiermee laat hij een stuk respect horen voor Adrian Utley, die als smaakmaker bepalend is voor de film noir klanken van Portishead. Een band die hij na zijn project met Beth Gibbons duidelijk niet uit het oog verloren is.

Vanuit het station worden we te woord gestaan in Judgement Train. Weg stervende treinen vormen de introductie tot een dansbaar funky jaren zeventig sound. Waar verschillende gemixte vocalen gebroederlijk door elkaar heen wandelen, als druk bewegende passagiers op doorreis. De trage zang van Webb heeft dat hypnotiserende effect van een afremmende stoptrein in zich en neemt je mee in deze trip langs vergeten vintage kauwgumballen psychedelica.

Vredige engelenzang omlijst de soulvolle diepere eenmansgospel van Brings Me Joy, waarmee Webb de grens tussen kunst en kitsch lijkt op te zoeken, en welke in het voordeel van het eerste uitvalt. Het uit minimale begeleiding opbouwende Our Tomorrows mixt meerdere persoonlijke stemcollages tot een mooi duet wat hij hierdoor met zichzelf aangaat. Stoere blazers geven het een heerlijke duistere dimensie mee, waardoor het iets episch heeft. De aankondiging tot muzikale ontwrichting.

Dat onheilspellende gevoel komt nog sterker tot uiting in het instrumentale Euphonium Dream, met liefdevol accordeonspel wat uitmond in een angstaanjagende geluidshoorspel. Van totaal andere orde is The World’s in Town, dat met een oude stoffige sentimentele voordracht een prachtige emotionele lading weet toe te voegen. Tegen alle verwachtingen in eindigt het met een sfeervolle kosmische lichtgevoeligheid die je laat wegzweven in seventies psychedelica.

Het geschoolde pianotoetsenwerk op het lekkere uptempo Light the Light wordt vervolgd door filmische klanken. Een geestverruimende sluier van hallucinerende expressieve waarneming neemt je hierin aan de hand mee in de breed georiënteerde belevingswereld van Paul Webb. Als zanger past hij zijn stemhoogte aan bij het spookachtige Martian Garden. Lee Harris bezit de kwaliteiten om de track naar een hoger level op te drillen. Gegroeid in zijn slagvaardigheid voelt hij zich totaal in zijn element, en krijgt hij ook alle ruimte om die te benutten. Het einde hint op indrukwekkende wijze muzikaal aan het draaiorgel welke prominent op de albumhoes opgesteld staat.

Vervolgens durft hij zich kwetsbaar op te stellen in All Summer, wat in alles bijdraagt in de zomerse beleving welke ook in de titel verscholen zit. De ondergaande zon, en het beschutting zoeken in het versleten vest welke uit de kast tevoorschijn wordt gehaald. Drift Code is het terughalen van een stukje verlangen naar de jeugd, toen het onverwachte grote succes van Talk Talk nog nergens meespeelde.

Rustin Man - Drift Code | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Indian Askin - Another Round (2019) 4,0

7 oktober, 15:06 uur

Indian Askin werd met Sea of Ethanol al gelijk in een toppositie geplaatst in het lijstje veelbelovende nieuwe bands. Als dan ook nog bekend is dat de leden aardig wat tijd in de Amsterdamse cafés doorbrengen, lijkt het lastig om met deze druk om te gaan. Hoeveel binnenlandse acts zijn wel niet ten onder gegaan doordat ze zich lieten voeden door de toereikende genotsmiddelen. Om eerlijk te zijn waren de verwachtingen na hun eerste plaat net zo beneveld als de uitstraling van frontman Chino Ayala. Juist het feit dat hij zichzelf niet zo serieus lijkt te nemen is waarschijnlijk zijn redding. De psychedelische sixties zijn er nog steeds, maar lang niet meer zo dominerend. Nog meer is het nachtleven en de opgepikte culturen van het hedendaagse straatbeeld aanwezig. Hierdoor heeft het iets van internationale allure in zich. Hiermee weten plaatsen als Brussel en Antwerpen zich al jaren te onderscheiden, blijkbaar is er nu iets soortgelijks gaande in Amsterdam. In Vlaanderen heerst meer dat kunstacademie gevoel, hier meer dat ordinaire rockende van uitgerangeerde muzikanten. Het eigenzinnige karakter plaatst ze tussen de gitaarbands die zich halverwege de jaren tachtig wisten te ontwikkelen. Vergeet niet dat er een mooie opbloeiende scene was, totdat België halverwege de jaren 90 alles overnam.

Blijkbaar hebben ze aan Dennis van Leeuwen een goede manager. Alle valkuilen waar Kane in dreigde te vallen, worden nu vakkundig zoveel mogelijk vermeden. Daar werden ze na hun tweede album in het alles opslurpende gat genaamd mediacircus gezogen, en verdween steeds meer het eigen karakter. Ego’s die boven zichzelf uit stijgen, en daardoor op het randje balanceren. Deze gevaarlijke eigenschap moet je ook wel hebben, wil je wat bereiken, maar is vaak ook risky. Ondanks de overvloed van drank is Indian Askin daar te nuchter voor. Het grote verschil met Sea Of Ethanol is een ruimere kijk op het gebeuren. De psychedelica blijft aanwezig, maar het is allemaal een stuk gelaagder en donkerder. Zo hoort een rockband hedendaags te klinken te klinken, alsof ze zojuist uit een smerige oefenruimte zijn geplukt. Niks gepolijst en over geproduceerd. Juist die puurheid is zo heerlijk.

Een forse stap vooruit met gelijk al meer noise invloeden in de dromerige opener Another Round. Maar pas daarna hoor je de grote stappen die genomen worden. De gitaar is smerig aanwezig en mag ongegeneerd grooven in het funky On and On, een track duidelijk gericht op onze Zuiderburen. Duister laat de bas van zich horen in Keep It to Myself. Dezelfde postpunk invloeden waar een Nirvana duidelijk naar terug greep, maar totaal eigen gemaakt. For You is zelfs nog meer retro New Wave. Cyberpunk zit verwerkt in het swingende een tikkeltje over the top I Know How to Party en het Plastic Bertrand achtige Wheels. Niet echt serieus te nemen, daarvoor is het te vrolijk. Lome country sijpelt er door in het onder invloed klinkende orkestrale Beat74. Een nummer als I Feel Something zou zich nog kunnen nestelen op het debuut, al heeft het wel een andere benadering door de kinky beat. Gimme A Sign pakt alles samen; psychedelica, dreampop, postpunk, zuigende bas en wah-wah gitaarspel. Seperation is een hedendaagse catchy club stamper. Lekker voor diep in de zaterdagnacht, als alle lichten en hersencellen gedoofd zijn. Behave gaat geleidelijk vanuit de psychedelica de hardere rockkant op. Nog eventjes zittend op kussens after party trippen met Mr. Nick op de achtergrond. Een waardige afsluiter. Another Round is de goede tweede plaat van Indian Askin. Het gepraat tussendoor had achterwege moeten blijven, niet echt een meerwaarde en wat flauw, dan zou het allemaal nog beter op zijn plek vallen.

Indian Askin – Another Round | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Beta Band - The Beta Band (1999) 3,5

7 oktober, 14:57 uur

De Britten staan veelal bekend om hun goed getimede iet wat absurde humor. Dit is ook met regelmaat in hun muziek terug te horen. The Beta Band Rap is zo’n vreemd voorbeeld. Een hoop muzikale ongein waar tussendoor het ontstaan van de band op een komische manier wordt verteld. Je waant jezelf in een vooroorlogse pub waar toekomstige Korsakov patiënten dit klakkeloos meezingen. Heeft het enige inhoud? Zeker niet! Is dat dan belangrijk? Welnee! Het lo-fi gedeelte met slechte raps kan niet anders gezien worden als een goed geslaagde parodie op het genre. Zo ook de Elvis imitator die vervolgens deze Saturday Night karaoke tot een goed einde probeert te brengen. De straal bezopen plaatselijke dorpsgek krijgt een mondharmonica toe gestopt, welke hij vervolgens niet meer terug geeft. Dit allemaal in een nummer. Toch hoop je niet dat dit vervolgens nog negen tracks zo door rammelt. Het herhalende ritme van It’s Not Too Beautiful doet dit in eerste instantie wel vermoeden. Toch is de zang hier wel een mooie verwelkoming. Het is behoorlijk spacy en experimenteel. De kakafonie van oorlogssoundtracks of andere groots opgezette films voegt niet zozeer iets toe, maar storend is het ook niet. Het is wel allemaal te langdradig, en of ik dit als iets serieus moet ervaren, betwijfel ik. Het is een lange trip, die knipoogt naar de grote jaren zestig acts, die door toedoen van drugs de weg aardig aan het kwijtraken waren. Mei in de hoofdrol Sergeant Pepper die verdwaasd op een kinderboerderij de geitjes aan het voeren is.

Simple Boy is een kort liedje gesteund door een enkele bastoon en net zo minimale elektronische hi-hat. Het toppunt van totale verveling heet hier Round The Bend. Een verslag van grote plannen hebben, maar daadwerkelijk niet verder komen dan de plaatselijke supermarkt om drank en eten in te slaan, en vervolgens uit verveling maar een plaat op te zetten. Teksten die vroeger als geniaal werden betiteld worden hier door kleine aanpassingen weg gezet als heuse draken. Dat ze wel degelijk muzikaal tot iets in staat zijn blijkt wel uit het drumwerk met daar doorheen een lekkertje orgeltje. Om vervolgens dit weer totaal opzij te gooien, en ongeorganiseerd verder te gaan. De diepe vervormde zang van Dance O’Er the Border gaat verder in de jaren zeventig. Disco Rules, en de grootheden van de P-Funk murmelen hier wat doorheen. Go With The Flow. Ritmisch loopt het voor geen meter, ondanks dat de juiste samplers wel aanwezig zijn. Het gefluit en de beatbox zijn lachwekkend, zoals het bedoeld moet zijn.

Brokenupadingdong is heel sterk met die lekkere percussie. Mooi dromerig qua opbouw en hierdoor in de lijn van het Madchester gebeuren rond 1990. Maar The Beta Band zou The Beta Band niet zijn als ze hier niet op het laatst nog een rommelig einde aan toe voegen. Dat ze in staat zijn om goed te spelen, dat weet je ondertussen wel, maar ze doen er ook echt alles aan om niet serieus genomen te worden. Er wordt flink gestoeid met psychedelica, dub en Caribische instrumenten in Number 15, welke handelt over een niet houdbare relatie, vol met kleine irritaties, welke uiteindelijk groot weten uit te vallen. De opbouw naar het ritmische goed in het gehoor liggende Smiling is so jaren negentig. We stappen hier binnen in de magische wereld van Feel Good dance, waar blijkbaar goedkeurend van collega’s gejat wordt. Misschien is het wel omdat ze hierin niemand lijken te vergeten, dat het ze vergeven wordt. Het komt allemaal zo onschuldig en goed bedoeld over.

The Hard One neemt Totally Eclipse Of The Heart van Bonnie Tyler onder handen. Met de nodige bliepjes trippen we terug naar de jaren tachtig. De diva zelf zal zich hier niet zo druk over maken, lijkt mij. Het levert in ieder geval nog genoeg zakgeld op om haarlak te kopen voor haar kenmerkende haardos. Vervolgens worden alle mogelijkheden van de elektronica getest, en gaan we ongestoord verder waar ze waren gebleven met de nodige The Beatles invloeden die zich vreemd genoeg prima bij passen. Zelfs schrijver en componist Jim Steinman deed niet moeilijk over het gebruik van elementen van de track, wat uiteraard een hoop rompslomp scheelde. Overrompeld in effecten gaat The Cow’s Wrong net niet ten onder. Eigenlijk lijkt het zelfs nog enigszins een serieuze ondertoon te hebben, maar bij The Beta Band blijft dit lastig te beoordelen. Wel schudden ze met hun debuut de Britse muziekscene wakker, door de nadruk te leggen op dat in een band spelen vooral leuk moet zijn.

Deze Schotten uit Edinburgh hebben lak aan alle muzikale regeltjes, en doen gewoon waar ze zin in hebben. Juist dit gebrek aan structuur werkt erg in hun voordeel. Zelfs hun serieuze collega’s uit deze periode bejubelen hun aanpak. De langdradigheid en het oeverloos ploeteren heeft zeker zijn charme, maar begint ook wel teveel in hun nadeel te werken. Met wat minder tijdsverspilling had de gimmick nog meer effect gehad.

The Beta Band - The Beta Band | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cactus Blossoms - Easy Way (2019) 3,0

7 oktober, 14:57 uur

Bij The Cactus Blossoms heerst een heel sterk déjà vu gevoel, wat hier niet echt in hun voordeel lijkt te werken. Het is allemaal wel sterk beïnvloed door het geluid van rond 1960. Ooit, lang geleden was deze sound best revolutionair. Elvis Presley schudde de wereld wakker met zijn baanbrekende combinatie tussen country, blues en rock & roll. Min of meer kwam hier de benaming popmuziek uit voort, en een van de eerste die hier succesvol op in sprongen waren The Everly Brothers. Ook in Nederland wekte dit de nodige interesses, veel singles waren bewerkte vertalingen van nummers van dit tweetal. Ondanks dat de uit Minneapolis afkomstige muzikanten Page Burkum en Jack Torrey heten, hebben we hier ook te maken met broers. Het grote verschil is echter dat hun grote voorbeelden hit na hit wisten te scoren, en dat The Cactus Blossoms weinig naamsbekendheid hebben opgebouwd. Het is te gemakkelijk om dit af te doen met het cliché vooroordeel another time, another place. Klassiekers worden altijd geschreven, en zullen altijd in ons geheugen geprint blijven. Als de invloed van deze voorbeelden zo in je sound vervlochten zit, dan is het meer dan logisch dat de vergelijking met die grootheden benoemd wordt. Na het naamloze debuut wisten ze al de aandacht te trekken met You’re Dreaming en is er nu hun derde plaat Easy Way. Tegenwoordig wordt het vaak weg gezet als suffe muziek. Heeft dit heden nog bestaansrecht, of moet men dit weg stoppen in de archieven van een museum, om hoogstens bij een gerichte tentoonstelling tevoorschijn te toveren.

Easy Way is een mooi eerbetoon gericht aan de tijden van weleer. Middelbare schoolromantiek van je ouders of grootouders. Maar wie verder luistert hoort vooral goed gitaarspel met een ietswat droevige sound. De broers zijn met hun stemmen zo goed op elkaar ingespeeld, waardoor het eenvoudig over dreigt te komen. Maar de harmonieuze samenzang komt juist door het grote verschil in hun vocalen. Zoekt de een meer de laagte op, dan zorgt de andere ervoor dat de hoogtes gehaald worden. Het zal waarschijnlijk echt in de genen liggen, want er zijn tig van voorbeelden te noemen waar broers elkaar zo treffend kunnen aanvullen. Je zou hier ook met gemak de Finn Brothers ( Split Enz, Crowded House) kunnen noemen. Toch is het op Easy Way net wat minder indrukwekkend allemaal, het blijft te vlak. Jammer dat ze niet hun sterkste troef meer uitspelen. Soms durven ze wat meer te rocken zoals bij Please Don’t Call Me Crazy, maar verwacht geen onverwachte uitspattingen. Zeker geen slechte plaat, prima gitaarspel en dito zang, maar net wat meer variatie zou niet verkeerd zijn.

The Cactus Blossoms - Easy Way | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Dandy Warhols - Why You So Crazy (2019) 3,5

7 oktober, 14:54 uur

Dat deze band is afgeleid van eigenzinnige kunstenaar Andy Warhol zal iedereen bekend zijn. Buiten dat feit vervullen de uit Portland afkomstige The Dandy Warhols ook grotendeels zijn uitgekristalliseerde leefwijze. Met de kleine catchy novelty hit Not If You Were The Last Junkie On Earth hadden ze hun fifteen minutes of fame. Dit hebben ze als een eindeloze lange psychedelische trip weten uit te bouwen. Vervolgens wisten ze zich als goedkope prostitué te hoereren aan een mega groot mobiele telefonie bedrijf met Bohemian Like You. De frontman Courtney Taylor-Taylor is moeilijk te peilen. In interviews lijkt hij zich te verschuilen achter een mysterieus druggy imago. Een band die zo kan aanschuiven bij de glamour jetset met hun glossy lifestyle, maar ook de status uitstralen van een verlopen designer act. Uitgerangeerde stadsjunkies met de drang om te scoren. Verwacht met Why You So Crazy geen meesterwerk in je handen te hebben, maar een plaat die in het verlengde ligt van smaakvolle voorgangers als Distortland en This Machine. Deze modieuze punkers verzetten zich tegen de maatschappij door hun eigen weg te gaan, of dit nu succesvol is of niet.

Met de gedateerde dancesample trappen ze af in Fred N Ginger. Niks verkeerds mee, sterker nog, perfect om een concert mee te beginnen. De aandacht is getrokken, en vervolgens keihard toeslaan; bam! Dat vuurwerk wil best wel komen met het cyberpunky Terraform. Futuristisch van opbouw met een tegendraadse swing. Maar dit zijn toevallig wel The Dandy Warhols. Voor hun is het uncool om hier een gave draai aan te geven, dus laten ze het langzaam afsterven. Highlife heeft een vet rockende lekkere sound waarbij Zia McCabe niet onverdienstelijk haar zangtalent mag laten zien. Er wordt dus weer gemakkelijk heen en weer gesprint tussen een breed scala aan stijlen, inclusief een Yankee Doodle cowboy yell. De rommelige overgang naar Be Alright om vervolgens onder de punkrock ergens iets van een xylofoon achtig geluid te plaatsen is typerend voor deze band. Nog steeds afvragend of dit knulligheid is om het onderontwikkelde muzikale talent te camoufleren of juist heel doordacht geniaal. Het is stiekem allemaal best wel lekker, of mag dat niet zo uitgesproken worden. Zo ook de minimale beat die zich al funkend doorzet in het dansbare in Thee Elegant Bum. Met een eenvoudige basis wordt al snel iets kolkends neer gezet. Als er een track op de plaat hit potentie heeft, dan is deze dat wel.

De country is meer aanwezig in het steady Sins Are Forgiven. Bij Next Thing I Know weet je bij voorbaat al niet wat je vervolgens moet verwachten. Met een dominante beat zetten ze het beginsel neer, om vervolgens tegendraads zwoel verder te modderen. Elke zichzelf respecterende band zou kiezen voor een logisch te herleiden vervolg, maar juist de afstompende aanpak maakt The Dandy Warhols interessant. De lazy onverschillige uitstraling komt op Why You So Crazy minder over als een gimmick, de indierockers hebben het geperfectioneerd tot hun eigen geluid. Small Town Girl is stoere folk, niet door van die baard dragende would be hippie hipsters. The Dandy Warhols zijn op en top rock & roll, en dit hoor je overal doorheen. Bij het zeer vreemde To the Church wil het net niet helemaal werken. Een ontlede song, waar het hart is geplaatst op de plek van het hoofd, en het stuurloos lijkt te disfunctioneren. Soms moet je wel degelijk er met je gedachte bij zijn, en niet alleen het gevoel volgen. Motor City Steel is een schaamteloze Real Wild Child rip off van Iggy Pop, alleen met andere woorden. Zelfs de zang van Courtney Taylor-Taylor ligt er gigantisch dik bovenop.

Dat experimenteerdrang ook positief kan uitvallen bewijzen ze wel met het donkere Forever. Deze verrassende single met scary clip welke duidelijk een persiflage is op een wurgcontract, lijkt niet de meest voor de hand liggende keuze, maar maakt wel indruk. Het afsluitende pianostuk Ondine laat wel vakkundigheid horen, maar wil zich niet hechten tot een geheel. Ze flikken het weer, of ze flikken het weer niet. Zouden The Dandy Warhols geadopteerd worden door iemand als Damon Albarn, en als leden van zijn persoonlijke Apenheul, genaamd Gorillaz een flinke vinger in de pap hebben, dan zijn ze zelfs nog in staat om deze cultstatus te kunnen ontgroeien. Nu is het de zoveelste bijna geslaagde plaat.

The Dandy Warhols - Why You So Crazy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Good, the Bad & the Queen - Merrie Land (2018) 4,0

7 oktober, 14:42 uur

De tijd dat alles wat Damon Albarn aanraakte in goud veranderde lijkt voorbij te zijn. Na zijn succesvolle solo album Everyday Robots, en de geslaagde Blur comeback The Magic Whip vielen de laatste twee Gorillaz platen Humanz en The Now Now enigszins teleur. Alle hoop lijkt nu gevestigd op de onverwachte release van The Good, the Bad & the Queen; Merrie Land. Prachtige albumhoes, met daarop acteur Michael Redgrave als buikspreker in Dead of Night. Een horror die verscheen tijdens de nasleep van de tweede wereld oorlog, en feitelijk gezien worden als voorloper van de Child’s Play filmreeks. Ook hier wordt Albarn ondersteund door voormalig The Clash bassist Paul Simonon, meestergitarist Simon Tong en de Nigeriaanse drummer Tony Allen, bekend van Fela Kuti. Qua aankleding van de leden moet ik sterk denken aan die van de ska bandjes rond 1980. Een beetje het verlopen straatschoffie die zich een gangsterlook probeert aan te meten. Het sex, drugs en rock & roll leven heeft zichtbaar de sporen achter gelaten op de uiterlijke verschijning van de kernleden. Hier wist het debuut minder indruk te maken vanwege een te hoog tralala en kermismuziek gehalte, hopelijk werkt Merrie Land een stuk overtuigender.

And specially, from every shire’s end of England
The holy blissful Martyr for to seek
That them had helpen when they were weak

De naoorlogse stem die passend bij Introduction introduceert, sluit perfect aan bij het door de frontfoto opgeroepen sfeertje. Vervolgens komt het kitscherige foute wooncaravan gevoel, inclusief nep goud en grote porseleinen beeldjes weer op. Een sterk bubbelend gorgelend geluid waant mij in de Efteling te midden tussen de hier zo gehate waterorgel in het Carrouselpaleis. Door middel van sierlijk bewegende spuitstukken werd water op de maat van de muziek omhoog gespoten en belicht met gekleurde foute kerstboom lampjes. Gelukkig is deze verschrikking in 2010 gesloten, maar dat nostalgie nachtmerrie getinte herinneringen op kan roepen bewijst titelstuk Merrie Land. Het flowende tegen de rap aanleunende praatzang van Albarn zou passend zijn op een Gorillaz track, maar het is de zoete begeleiding die dit tegen houd. Wat zwaar op de hand gezongen, maar het past absoluut bij de weerzinwekkende sound, die juist hierdoor een bepaalde schoonheid weet op te roepen. Weer eens een geniale zet van dit creatieve muzikale wonder. Duidelijk verwoord door een kind van de Margaret Thatcher generatie, welke begon te puberen toen The Iron Lady aan de macht kwam, en alle daar uit voort komende ellende bewust heeft mee gemaakt. De angst voor een nieuwe kansloze situatie dreunt door in zijn achterhoofd.

Is het daadwerkelijk een neusfluit die je daar in het begin van Gun to the Head hoort? Het moet dus nog gekker worden. Dit als het toekomstbeeld van het Verenigd Koninkrijk. Dat men door de gevolgen van de Brexit financieel gezien alleen nog in staat bent om van die goedkope speelgoed instrumenten aan te schaffen. Na een oud relaxt klinkende interactie tussen drummer en bassist worden vervolgens Zuid Limburgs carnavalesk hoempapa tonen opgeroepen. Een muzikaal rariteitenkabinet met Albarn als kapitein in deze langzaam zinkende Titanic; And The Band Played On. Als een haperende rammelende wekkertune vervolgen we Nineteen Seventeen , met sterk drumwerk wordt deze symbolisch de kop ingedrukt. Wat volgt is zeer passende lyric, waar afscheid wordt genomen van een sterk kapitalistisch veel zeggende Verenigd Koninkrijk, bezongen als een stuk gelopen relatie van een geliefde. Muzikaal wil The Great Fire meer binnen komen, nog steeds dezelfde benadering, maar nu een heel stuk donkerder en spookachtig, de Ghost Town van The Good, the Bad & the Queen, alleen wordt hier niet een door werkeloosheid in de slop geraakte stad bekritiseerd, maar een heerschappij in verval. Albarn durft in ieder geval een duidelijk standpunt in te nemen, zijn milde God Save the Queen punk slogan.

Lady Boston gaat over in een kakofonie van door traag elkaar slaapwandelende kinderliedjes. Hierdoor heeft het iets onschuldigs en beschermends in zich. Die overgang naar het mannenkoor geeft het een mooi statisch einde. Lazy vervolgen we onze reis door een steeds verder afstompend nationalistische kijk op het gebeuren, waar een vermoeid klinkende zanger in Drifters & Trawlers hier verslag van doet. The Truce of Twilight gaat meer de new wave kant op. Exotische blazers, en tevens hoor je het stoerdere gebalde arbeidersklasse van Paul Simonons The Clash verleden terug in de lompe In Your Face backings. Met Ribbons wordt de intimiteit en warmte opgezocht. Klein van opzet, neer gezet als het statement welke de verbintenis oproept tussen Wales, Schotland en Engeland (dus niet het Verenigd Koninkrijk) in de duidelijke benoeming van de kleuren van de vlaggen. Deze eenheid lijkt vakkundig tot een einde gebracht te worden. Het verhalende komt nog terug in het als een dronkemanslied opgevoerde The Last Man to Leave. Havenarbeiders, scheepslui en soldaten discussiërend in een café. Allen beroepsmatig afhankelijk van een stabiel regerend Brits koninkrijk.

Op het einde staat de goed gekozen albumhoes synoniem voor de mond die gesnoerd wordt van het volk. Altijd als marionetten de lijntjes strak gehouden, maar bij enig verzet de verschrikte reactie. Als in een tijdmachine dwalen we af naar 1945, waar een start werd gemaakt aan de wederopbouw. Bij The Poison Tree volgt nog een allerlaatste sneer naar de Brexit. Men probeert de vruchten te plukken van een vergiftigde boom, om ziek gemaakt ten overgave het vernieuwde regime te volgen, en dat is echt heel triest. Damon Albarn wind er geen doekjes om. Heel duidelijk laat hij zijn mening horen, de ene keer meer gecamoufleerd, dan weer zeer treffend verwoord. Op muzikaal gebied kan Merrie Land zich niet meten met zijn klassiekers, maar van zijn juist gekozen woorden ben ik zwaar onder de indruk.

The Good, the Bad & the Queen - Merrie Land | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Rosie Carney - Bare (2019) 4,0

7 oktober, 14:42 uur

Een zware bevalling, is de eerste indruk die Bare van Rosie Carney oproept. De trots om moeder te zijn geworden van maar liefst elf nieuw geboren zuigelingen. En trots mag ze ook wezen. Ze heeft in haar puberteit op persoonlijk vlak de nodige obstakels overwonnen. Misschien wel daarom levert deze pas eenentwintigjarige singer-songwriter uit het Britse Hampshire een geloofwaardig volwassen debuut af. De basis krijg je vanuit thuis maar de ontwikkeling van het uiteindelijke zelf ontstaat veelal tussen de twaalf en twintig jaar. Bare heeft iets gevoeligs en puurs in zich. Fijn dat ze dit met ons wil delen. Wist een paar weken geleden de jonge zangeres Fenne Lily mij te raken, nu gebeurd iets soortgelijks met Rosie Carney.

Orchid springt er tekstueel gelijk sterk uit. Het zou een verbloeming kunnen zijn van de relatie met haar dementerende oma. Symbool staande aan het kwijt raken en stil afsterven als woorden niet meer binnen lijken te komen. Elke dag weer opnieuw het kontact proberen op te zoeken door middel met muziek. Een behoorlijk heftig zwaar nummer. Ook bij Thousand lijkt dit thema centraal te staan. Dan is daar opeens de ervaren Lisa Hannigan in een bemoederlijke rol. Prachtig, alsof ze Carney voorzichtig loslaat, en het nemen van haar eerste zelfstandige stappen. Ondersteunend op de achtergrond toekijkend. Alsof ze samen stil staan bij de steeds kwetsbaardere ouder en grootmoeder. Stilzwijgend naast elkaar toekijkend naar een persoon die steeds dieper in haar gesloten wereldje verzinkt. Omgeven door liefde van haar naasten, waarbij de zorg een onhoudbare situatie begint te worden. Krampachtig vast houden. Ook zo kan een familieband benoemd worden. De liefdesliedjes hebben ook te kampen met het nodige verdriet, maar zijn minder interessant. Tienertranen zijn al zo vaak geuit, dan val ik meer voor de lastig te verwoorden thuissituatie.

Carney houdt het graag klein, zo close mogelijk bij haarzelf. Minimaal begeleid, zodat haar stem de ruimte krijgt. Het overtuigende aan What You’ve Been Looking For zijn niet zozeer de lyrics, maar meer de jammerende, bijna huilerige woordloze zang tussendoor. Soms weet dat meer emoties op te roepen, en komt het binnen in je hart. Geen hysterische gejank vol met opgekropte woede. Vocaal zou je prima passen tussen de grootheden van de dreampop. De rust die ze hier uitstraalt is het gevolg van wat ze heeft mee gemaakt. Maar wel heeft het bij haar een plekje gekregen. Met volle overgave gunt ze ons een kijkje in haar openheid. Vaak met de gitaar in de rol van haar muzikale partner, soms mag de piano naast haar plaats nemen. De zuiverheid waarmee ze met gemak de hoogte in gaat bij titelsong Bare, toont haar sterkte. Veel artiesten weten dit absoluut niet te halen en dan wordt het getroffen diepgang genoemd. Eigenlijk een gebrek aan kwaliteit die ze wel kan oproepen. Met gemak, lijkt wel.

Rosie Carney zal Bare waarschijnlijk zien als een verslag van een proces tot het voltooien van volwassenwording. De mogelijkheid bestaat ook dat ze over twintig jaar terugblikt en concludeert dat het vooral een ode aan haar familie is.

Rosie Carney - Bare | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Blood Red Shoes - Get Tragic (2019) 4,0

7 oktober, 14:41 uur

Zo hard overdonderen als op de eerste albums lukt Blood Red Shoes al een hele tijd niet meer. Gelukkig zijn ze zelf ondertussen tot de conclusie gekomen om dan het geluid drastisch te veranderen. De lange pauze van bijna vijf jaar is blijkbaar voldoende om tot bezinning te komen. Het noisy indie duo uit Brighton heeft wat goed te maken, en mijn verwachtingen zijn dan ook belachelijk hoog. Reikhalzend werd naar deze release uitgekeken. Laura-Mary Carter mag het meest sensuele wat ze in haar heeft naar buiten brengen in de geloofwaardige Eye to Eye. Wat zal Garbage vamp Shirley Manson haar vlijmscherpe zwart gelakte nagels pijnlijk kapot bijten en haar gestylde haren uit haar hoofd trekken. Hier gaat een dametje met haar sound aan de loop. Als een gemene catwoman lukt het La Carter wel om het door Manson tevergeefs opgeroepen geluid als ingenieur vorm te geven. Niet geheel origineel wat Blood Red Shoes hier doet, maar met die zware donkere aangezette elektronisch aangezette instrumentatie zetten ze hier een zeer tevreden stellende overtuigende track neer.

Mexican Dress heeft ook een beat als basis, maar daar mag Steven Ansell een heerlijk exotisch jungle drumsound omheen wikkelen. Niet als een warme deken, maar meer een doorzichtige koele jurk. Naar het broeierige begin bewegen ze zich gaandeweg steeds meer de rockende kant op. Ongelofelijk dat deze sound door zo’n kleine groepering wordt neer gezet. Bangsar roept nog veel herinneringen op aan hun luidruchtige verleden. Schaamteloos pakken ze hier terug naar hun begin periode. Deze interruptie is van korte duur. Nearer gaat met gemak verder waar Mexican Dress eindigde. Om een meer garagesound te plaatsen wordt hulplijn The Wytches als joker ingeroepen. Deze rockers weten de jeukende onbereikbare plekken wel te behandelen, en hun kneedbare vingers in te zetten. Een aangename samenwerking waar beide bands niet in elkaars gezichtsveld weten te lopen en hierdoor genoeg speelruimte creëren. Beverly wordt ijzig toegezongen op een koude verstikkende wijze. Ed Harcourt mag vervolgens samen met haar ook nog eventjes buiten de lijntjes kleuren. De kilte waarmee Laura-Mary Carter haar partner hier overruled laat een muzikaal slagveld achter. Op een spookachtige manier weet ze je betoverend tot stilstand te bevriezen.

Bij Find My Own Remorse lijkt de naald verdwaald op het vinyl steeds dezelfde uitzichtloze schrapende weg af te leggen voordat Steven Ansell hier aangenaam de leadvocalen gaat verzorgen. Het contrast met zijn warmte is groot met de hier geschepte coolness van zijn prachtige totaal tegenovergestelde evenbeeld. Die hier kreunend een minimale bijdrage vervult. Altijd nog meer dan die van geluidstovenaar Clarence Clarity, wiens aandeel niet duidelijk terug te horen is. De gastmuzikanten achter zich laten worden we getrakteerd op de Eurohouse van Howl, waar een springerige Laura-Mary Carter zich van een zeer luchtige kant laat horen. Ondanks het elektronische gedreun is de basis behoorlijk commercieel getint. Na een kort weinig zeggend rommelig [Interlude] volgt het overdonderende stereotype hoofdschuddende Anxiety. Een heerlijke rockende jaren tachtig doffe drum mag het aangenaam opsieren. Als vuurpijlen gaan de sticks halverwege tekeer. Vertigo heeft ook een hang naar de jaren negentig disco van Howl, maar is slepender en onheilspellender. De drang om te experimenteren overheerst in slotstuk Elijah. Alsof we ondertussen nog niet tot de conclusie gekomen waren dat hier sprake is van een wederopstanding krijgen we dit aangename toetje voor geschoteld. Get Tragic weet over de gehele linie te boeien. De voorzichtig nieuw ingezette weg valt naar de gehoopte verwachtingen ook daadwerkelijk goed uit. Blood Red Shoes pakt haar kwijt geraakte plekje in de toppositie van Britse indiebands hier overtuigend terug.

Blood Red Shoes - Get Tragic | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Twilight Sad - It Won/t Be Like This All the Time (2019) 4,5

Alternatieve titel: It Won't Be Like This All the Time, 7 oktober, 14:41 uur

Het uit het Schotse Kilsyth komende The Twilight Sad weet zich telkens weer te distantiëren van de sterk door postpunk beïnvloedde subcultuur. Geniale andere wendingen, maar toch ook verlangend naar het grote gebaar. Een benadering die ook hier weer op It Won/t Be Like This All the Time ontiegelijk goed werkt. Hoe meesterlijk is het om het verschil te laten ervaren, zodat het een onmogelijke opgave is om je ergens onder te brengen. Doe het dan niet, is het advies welke een stemmetje mij in mijn oor toe fluistert. Normaal nooit toegevend aan deze psychotische roeping, maar nu moet hierin de meerdere erkend worden. Wat fijn dat ze er nog steeds zijn. Muzikanten die durven te rebelleren tegen de gangbare orde, door hier keihard een dikke zwarte streep door te zetten. Al vijf albums lang wordt deze doordachte denkwijze toe gepast, met steeds genoeg ruimte tussen de releases om ideeën volledig uit te werken. Vreemd genoeg wordt de plek van opgestapte drummer Mark Devine niet ingevuld door Sebastien Schultz, die hun hielp met het ontstaande gat in het tourschema, en dit prima deed. In de studio nam sessie muzikant Jonny Scott plaats op de drumkruk, wederom met aangenaam resultaat. Wie dadelijk met de komende concerten uiteindelijk op het podium zal verschijnen is nog een groot raadsel.

Als een op tilt geslagen antieke Atari 2600 spelcomputer deuntje wordt [10 Good Reasons for Modern Drugs] opgeladen. Eenmaal warm gelopen volgt een sound die absoluut niet gedateerd aanvoelt, maar dus wel een hedendaags aan de New Wave verwant gevoel oproept. Zanger James Alexander Graham is een groot frontman, uiterlijk gezien de nodige raakvlakken met Ian Curtis, en daar houden de vergelijkingen op. Het tegenovergestelde van schuchter en deprimerend, meer open met een verwelkomend warme stem. Hij neemt je bij de hand tijdens een wandeling door het woeste begin van Shooting Dennis Hopper Shooting, de Glasgow regen trotserend om uit te waaien in de Schotse Hooglanden. De ruwe, dwarse kenmerkende van de inwoners weet zich al vrij snel op de plaat te doordringen. Geen muziek voor softies, maar meer voor open minded realisten. Als je goed luistert dan vallen de op de achtergrond aanwezige lage prachtige bastonen van Jonathan Docherty pas op. Met The Arbor lijken ze aan de basis te staan van de dreampop. Invloeden van voor de definitieve benaming die men deze sound later toedichtte. Bombastische bas en drum, omgeven door licht akoestische heldere gitaarakkoorden, in een gespreid bedje gevuld met luchtige synthesizerklanken.

Jonny Scott mag zich bewijzen bij het opzwepende VTr, en zoals verwacht hoor je hier een brok ervaring in terug. Niet verkeerd als hij zich definitief weet toe te voegen aan de band, want juist een sterke ritmische eenheid is oh zo belangrijk. Laat je alle mooie toegevoegde poespas weg, zelfs dan nog staat er een indrukwekkende kern. Die kan je weer niet elimineren bij Sunday Day13, daar vormen juist de keyboardpartijen van Brendan Smith het beginsel. De bandleden geven elkaar de ruimte en dringen zich niet op om een gelijkwaardig aandeel af te leveren. Oké, soms wordt wel degelijk de grimmige kant opgezocht, zoals in I/m Not Here [Missing Face], zoals bijna elke Schotse band willen ze hun woongebied samen vatten in een ultieme song. Grauw, mistig en regenachtig, weids als de hooglanden, en benauwend en uitzichtloos als het leven van de havenmedewerkers. Ook hier zal de Brexit uiteindelijk zijn sporen achter laten. Niet echt een positieve ode, maar meer de hang naar het ontvluchten. Geen stofzuiger die het Shoegazer gevoel oproept, maar zo’n mechanische robot die er een hedendaagse draai aan geeft. Minder ruis in het fraaie Auge / Maschine, momenten van stilte wisselen het lawaai af. Loodzwaar vervolgt het donkere Keep It All to Myself met duidelijke statische gothic invloeden. Alsof Scott in een hevige stortbui het drumstel probeert te bewerken.

Girl Chewing Gum heeft een dreigend mysterieus begin, maar dan gaat James Alexander Graham de hoogte in, en tijdens de refreinen is het een stuk luchtiger. Mooi bijna orkestraal omlijst vervolgen we de song, met op de achtergrond dat diepe zuigende. Let/s Get Lost is weer afhankelijk van de als basis aanwezige opdravende galopperende drumslagen, die er een aangenaam tempo in leggen. De rest van de muzikanten zijn meer sfeer bepalend. Andy MacFarlane lijkt zich om meerdere gitaren te ontfermen, die allemaal een stukje aandacht opeisen. Bij Videograms horen we een sound waar veel begin jaren tachtig postpunk bands jaloers op zouden zijn. De perfecte link tussen het ijzige en het dromerige, onderbroken door een paar rustgevende zachte keyboardklanken. It Won/t Be Like This All the Time weet niet eens meer te verrassen, zo verwend zijn we ondertussen geraakt aan het majestueuze niveau waar The Twilight Sad altijd op lijkt te functioneren.

The Twilight Sad - It Won/t Be Like This All the Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars (2019) 3,0

7 oktober, 14:41 uur

Wow, wat past die zang van Daybreak eigenlijk zo mooi bij de sfeer die Sarah Louise hier op Nighttime Birds and Morning Stars probeert neer te zetten. Jammer dat het alleen bij de eerste track blijft. Sterker nog, bij het duo House and Land, samen met Sally Anne Morgan verzorgt ze wel grotendeels de vocalen. Die komen daar een stuk minder sterk over. Natuurlijk wordt de nadruk gelegd op het gitaarspel van deze uit Asheville, Noord Carolina afkomstige vingervlugge muzikant. Met dit talent wist ze hiervoor al op Field Guide en Deeper Woods indruk te maken. Nu maakt ze ook meer gebruik van de keyboard. Als er genoeg ideeën in je hoofd zitten, dan is het prettig als je deze zelf tot uitvoering weet te brengen.

Net als bij de albumhoes weet R Mountain het verlangen naar heldere warme zomernachten op te roepen. De sterren tellend totdat je duizelig van vermoeidheid in slaap dreigt te vallen. Door haar tokkelende gitaar te vervormen en de over gebleven ruimte in te vullen met een muzikaal mechanisch speelveld wordt er een kosmisch, bijna futuristische atmosfeer opgeroepen. De wereldvreemde tonen als een onverstaanbare buitenaardse taal van wezens welke vanuit de ruimte ons vriendelijk toe kijken. Bij Ancient Intelligence wordt zelfs nog meer gebruik gemaakt van verdwaalde aparte geluidseffecten. Langzaam bouwt ze op totdat er Spaanse flamenco achtige akkoorden op een dromerige manier ogenschijnlijk moeiteloos uit de gitaar getoverd worden. De kracht om het juist zo eenvoudig te laten klinken siert Sarah Louise. Als een laag overvliegende vliegtuig zoemen orgelklanken van Rime over mij heen, met de bijna sederende kalmte tot uitwerking. Het repeterende met de nodige dreiging opbouwende karakter van Swarming at the Threshold gaat over in een oorverdovend rommelig, maar toch nog aangenaam geheel. Al weet ze hier soms wel het randje op te zoeken. De mooie uitlopende soundscape maakt het af.

We dwalen af, van boven zijn de contouren van de Chinese Muur zichtbaar. De denkbeeldige kolossale grens scheidende trappen wordt betreden. Een Oosterse wereld weerklinkt in Late Night Healing Choir. Woordloze zang in een soort van mediterende rol drukt de muziek naar de achtergrond, al neemt die op het einde als een lange krachtige ademhaling het over van de vocalen. Een kakofonie aan versnelde klanken roept een averechts effect op. Alsof een overspannen sitar speler aan het werk is bij Chitin Flight. De als rustgevende mantra bedoelde klanken overtuigen niet. Dat de kwaliteiten van Sarah Louise niet altijd resulteren tot een goede song is pijnlijk duidelijk. Eentonig gepingel als slagen van een klok die verschrikt stil blijft staan. De zang bereikt een opera achtige hoogte om dan langzaam met een paar stoere gitaar akkoorden af te sterven. Het traag opbouwende titelstuk Nighttime Birds and Morning Stars gaat helaas verder op deze lijn. Krampachtig wordt de gitaar bespeeld alsof er een Aziatische fanfare rammelend aan het werk is, al zijn de blaasinstrumenten vervangen door slaginstrumenten. De vredige New Age drone die volgt wil mij niet bekoren. Wat doelloos vervuld deze de ruimte als een uitgetrokken elastiek waar de rek er helemaal uit is. Sarah Louise probeert een nieuwe invulling aan haar geluid te geven, wat zeker lukt, al wordt het resultaat er niet mooier op.

Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Balthazar - Fever (2019) 4,5

7 oktober, 14:32 uur

Het dwarse karakter van de Belgische muziekscene blijft boeiend. Sinds ze zichzelf halverwege de jaren negentig op de kaart hebben gezet, hebben ze zich vervolgens op een passende manier weten los te koppelen van wat er verder in de wereld gebeurt. Niet meer afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk of wat er in de Verenigde Staten plaats vindt. België heeft iets bruisends, en avontuurlijks. Het is niet eens vreemd dat er in eenzelfde song ruimte is voor disco naast jazz. Daar gebeurt dat gewoon. Ondertussen heeft Brussel zich ontwikkeld tot multiculturele hoofdstad van Europa, en ook de verschillende gebruiken en tradities hebben zich ondertussen duidelijk vermengd in het straatbeeld van onze zuiderburen. Het uit Kortdijk en Gent afkomstige Balthazar wist in 2010 met het debuut Applause al gelijk het grote publiek voor zich te winnen, maar het succes kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Na als jong volwassenen in 2004 de Kunstbende te winnen en twee jaar later een soortgelijke prijs te behalen bij Humo’s Rock Rally, duurde het toch nog vier jaar voordat er een volwaardige plaat verscheen. Na deze muzikale handtekening werd er vervolgens een flinke mooie krul aan toegevoegd met opvolger Rats . Ook Thin Walls weet het hoge niveau gemakkelijk te vervolgen, en het nu verschenen vierde album Fever heeft nog steeds die lekkere jeugdige onbevangenheid, waar ze al vanaf 2010 indruk mee weten te maken.

Met een langzaam gespeelde funky baspartij weet Fever naam te maken. Stroperig en slepend wordt een koortsige hitte gecreëerd. De temperatuur overstijgt de koele junglegeluiden om stapvoets te vervolgen in een discobeat. Hierbij zou een warme zachte stem het beste tot zijn recht komen. Maarten Devoldere heeft het geluk dit in huis te hebben, en met het typerende jaren tachtig backing koortje krijgt hij de beste ondersteuning die deze track verdient. We zijn bevoorrecht dit in meerdere nummers op de plaat terug te horen. Dat er niet voor de gemakkelijkste weg gekozen wordt blijkt uit de overige onverwachte wendingen die vervolgens onderweg nog toegevoegd worden. De aandacht is alweer opgeroepen. Bij Changes is er absoluut sprake van een verandering van het geluid. Bij vrouwen weet je dat ze het vermogen hebben om sensueel te zingen, ook Devoldere kan dit bijna croonend bereiken. Een aanstekelijke popsong met de nodige exotische tribal begeleiding. Zo opzwepend hoort een klasse commercieel deuntje te klinken. Een lastige opgave, maar wel uitnodigend om te bewegen.

Nog dominerender en meer op de voorgrond geeft de bas van Simon Casier aan dat er met Wrong Faces nog dieper in de popgeschiedenis wordt gewroet met een jaren zeventig getint zwoel filmisch stuk. Vergelijkbaar met de basis waarmee menigeen Franse jaren negentig house act mee ging experimenteren. Alleen ontbreekt hier het gedateerde, simpelweg omdat alles zelf ingespeeld wordt. Dat is niet helemaal het geval bij Whatchu Doin’. De elektronische beat lijkt daar als een dub bewerkt te zijn. De kwaliteit van veel Belgische acts, zorgvuldig bekijken welke aanpak een track nodig heeft, en dit dan schaamteloos toe passen. Slome vocalen roepen het zomerse gevoel op van onverschillige Britse zangers uit de nineties, waar houding en uitstraling belangrijker hoort te zijn dan het bereiken van het publiek. Balthazar brengt het zonder arrogantie, het is puur feitelijk de benadering.

Phone Number sluit hier goed op aan, het is de soul van de achtergrondzang, welke het net weer een andere wending heeft. Maar om er op de voorgrond een Devoldere te hebben staan die de aandacht volledig tot zich kan trekken, is uiteraard een pre. De Madchester sound waarmee eind jaren tachtig de dansvloer veroverd werd van de door producers opgeëiste kunstmatig opgezette hitmachines geeft een flow aan het swingende Entertainment. Vermaken doen we ons zeker, en of ze nog gedoe krijgen met het van Sympathy For The Devil geleende woo-woo kan hier niet boeien. Muziek bestaat als basis uit goed gejatte ideeën waar zorgvuldig een eigen draai aan wordt gegeven. Dat was vroeger al zo, en dit zal ook in de toekomst niet veranderen. De jazzy blazers heb ik ook zeker eerder al gehoord, hier geven ze de vocalist tijd om op adem te komen. Heel eventjes lijkt zich een klein dipje te openbaren bij het zwakkere zoete begin van I’m Never Gonna Let You Down Again. De sterke ritmische percussie trekt het een heel stuk op, maar ondanks het zwoele prachtige gitaarspel van Jinte Deprez moet het hier als minste nummer van Fever beschouwd worden.

Meer dan ooit hoor je de strakke disco terug in Grapefruit. Flink wordt er vastgebeten in de sappige chique elitaire dancesound zonder platvloers over te komen. Twijfel je nog enigszins, dan heb je als smaakmaker nog wat oosterse invloeden als extra ingrediënten. Tijd om te rocken is er in Wrong Vibration, wat alles in zich heeft wat een heerlijke single hoort te hebben. Pakkend refrein, goede beat, eenvoudige woordloze backing en een overtuigende zanglijn. Verwikkeld in kleurig muzikaal inpakpapier. Dat Simon Casier te weinig van zijn kunnen heeft laten zien kan vervolgens wel geconcludeerd worden. Wat is hij een meester in het bespelen van zijn instrument. De bas kronkelt zich al slappend en plukkend een vluchtweg door het hitsige opgejaagde Roller Coaster. Ruimtelijk wordt het recht getrokken door het sfeervolle Aziatisch vervolg waar de grens tussen China en Arabië lijkt te vervagen. You’re So Real heeft iets achterhaald futuristisch. New Romantics die met glamrock-invloeden een mooiere toekomst proberen neer te zetten in een door kilte omgeven steeds kleiner wordende westerse wereld. Zelfs de saxofonist die als sollicitant vaak werd binnen gehaald mag niet ontbreken.

Balthazar weet het weer te flikken. Weinige acts houden vier albums lang het constante hoogwaardige niveau vast, zonder de neiging te hebben om op de automatische piloot te spelen. Blijkbaar is er nog genoeg kneedbaarheid en rek om te blijven overtuigen.

Balthazar - Fever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

And They Spoke in Anthems - Money Time (2019) 4,0

7 oktober, 14:32 uur

Het is te gemakkelijk om And They Spoke in Anthems te presenteren als het eenmansproject van Arne Leurentop. Natuurlijk is hij op Money Time de alles bepalende kracht, maar heeft hij de hulp ingeroepen van een hele berg aan ervaringsdeskundigen die de instrumenten perfect beheersen. Vijf jaar na June is hier dan eindelijk de opvolger. Nog meer een schemerlamp plaat met standje dimlicht. Het desolate leven van een popartiest die na een geweldig concert eenzaam de nachten doorbrengt in een luxe hotelkamer. Waar velourse rode vloerbedekking tegen de muren omhoog kruipt, en bij het bereiken van het plafond pas weet te stoppen. Als begin dertiger weet deze Antwerpenaar een schimmig sfeertje neer te zetten. De songs verraden door hun karakter al dat er voornamelijk tot de nachtelijke uurtjes aan gewerkt is. Voorzichtig en breekbaar begeleid, om de buren niet te ontwaken. Als de dagelijkse sleur weer wordt ingezet, lijkt Leurentop zich als een kluizenaar terug te trekken. Sterk overheerst hier de liefde voor het nachtleven.

Zo donker voelt ook het met jazz gevoede Soul of Man aan. Diep in zichzelf gaande naar de kern. En ondanks dat het vooral de duisternis is die hier heerst, komt het niet zwaarmoedig over. Oorspronkelijk zijn het best toegankelijke pop pareltjes, het is de benadering en keuze van de klankkleur van de instrumenten zoals in Leaving You Cold die het afmaakt. Veel donkerblauw, bordeaux rood en zwart. Bij Message from the Future stappen we binnen in een vintage zwart-wit movie. Het korrelige filmbeeld krijgt een hedendaagse behandeling door de toevoeging van geluid aan de stomme beelden. Muziek welke probleemloos te plaatsen valt in de jaren vijftig. Het galmende Dialogue for Pieces gaat langzaam over in een voort denderende popsong, met gitaren die al rockend steeds meer de vocalen van Leurentop op eisen. Om vervolgens in alle rust af te ronden. De akoestische tot aan het bot afgekloven benadering van One Wish is meer experimenteel gericht. Een tweede stem die zich statisch als een aangename stoorzender tussen weet te mengen geeft een mooie aanvullende waarde.

Zelfs op de momenten dat de gordijnen zich langzaam openen in Light & Distance , en de ruimte voorzichtig gevuld worden met zonlicht weet And They Spoke in Anthems nog steeds te overtuigen. De doordachte swing in Longer Days – Longer Nights roept iets rokerigs op. Hoogopgeleide elite die schijt hebben aan de opgelegde regels en achter gesloten clubdeuren hun eigen feestje beleven. In slow motion wordt er achter uit gedanst, een ritmische klok weerklinkt om de tijd terug te draaien naar de bruisende jaren negentig. Het is duidelijk dat Arne Leurentop een liefhebber is van de latere The Beatles sound, want deze invloeden weerspiegelen in het titelstuk Money Time. Veel groter van opzet, met heerlijke koortjes en een flinke dosis aan happiness met zelfs een enthousiaste vreugdekreet van de trompet bespeeld door Sam Vloemans, waarvan bekend is dat hij de zomer uit zijn blaasinstrument kan laten weerklinken. In het stoffiger en grauwer bespeelde bedwelmende spookachtige Hollow Parade wordt er flink naar lucht gehapt. Astmatisch verstikkend worstelen we ons door het bevreemde nevelige stijlvolle werkstuk. De kosmische afsluiter Always Alone laat ons weer aarden. Nog een keer gebruik makend van de kopstem om vervolgens in een dagdroom weg te ebben.

And They Spoke in Anthems - Money Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ben Khan - Ben Khan (2018) 2,5

7 oktober, 14:29 uur

Nog steeds wordt de dancescene door menige muziekliefhebber onderschat. Wat is er zo bijzonder aan een aantal samplers samenvoegen, een beetje op knopjes duwen en er nog eventjes snel een beat onder zetten. Dit kan toch iedereen? Lekker gemakkelijk en snel geld verdienen. Toch hebben het grotendeel van de artiesten wel degelijk een ruime muzikale achtergrond. Vaak wordt er eerst flink gesleuteld aan een track, zittend achter een ouderwetse piano. Akkoordenschema’s worden opgesteld, en uitgewerkt. Niet altijd gaat dit zo te werk, maar er zijn tig voorbeelden te noemen. De jonge Londenaar Ben Khan luisterde tijdens zijn puberteit naar oude blues, totaal niet hippe zeventiger jaren rock en grunge uit de jaren negentig. Zoals veel beginnende muzikanten probeerde hij de songs die hem inspireerden na te spelen op gitaar. Dus de breed georiënteerde liefde voor muziek is er altijd al geweest. Na eerst voorzichtig een plekje in de onderste regionen van de house opgeëist te hebben met de E.P.’s 1992 en 1000 verschijnt uiteindelijk Ben Kahn. Om zijn groei te laten horen staan hier alleen maar gloednieuwe tracks op.

2000 Angels past met de oosterse invloeden goed bij zijn naam. Omdat er ook op de albumhoes verwijzingen staan naar de maan en ster welke ook bij verschillende landen een belangrijk element vormt op hun vlag. Helaas komt het te weinig tot een mooie samenwerking tussen verschillende culturen. Veel old school bliepjes en beats overheersen op deze funky trip. Kahn heeft een eigen soulvol stemgeluid, die zich prima leent voor de nodige vocale kunstjes die hier op los gelaten worden. Het moet allemaal uitnodigen om op te bewegen, maar heel gemakkelijk heeft hij zich hier niet van afgemaakt. De complexiteit getuigt van zijn muzikale bagage, maar weet hij misschien hierdoor niet vaak om te zetten tot pakkende tracks. Als een dikke gebonden soep krijgen we het gepresenteerd, terwijl de ingrediënten voor een heerlijke heldere bouillon ook aanwezig zijn. Het is allemaal wat donkerder, maar liefhebbers van autotune en vocoder lopen hier waarschijnlijk mee weg, en vinden het een avontuurlijke plaat. Voor mij komt dit nog steeds wat goedkoop en gemaakt over. De meeste indruk maakt hij met a.t.w (against the wall) vanwege de lekkere beat, The Green met de zomerse saxofoon, de experimentele Prince funk van Our Father en het dromerige hijgerige Waterfall.

Ben Khan - Ben Khan | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

William Tyler - Goes West (2019) 3,5

7 oktober, 14:29 uur

Als Lambchop je basis is, dan mag je spreken van de nodige muzikale bagage. Deze alternatieve countryband is zeker geen onbekende naam. Als muzikantencollectief zijnde al de nodige releases achter je naam staande, en tevens Vic Chesnutt mogen begeleiden op diens The Salesman and Bernadette. Oud gediende William Tyler brengt met Goes West zijn vierde soloplaat uit. De gitarist waagt zich niet aan de zang, neemt ook geen andere vocalisten in de arm, maar blijft zich voornamelijk richten op zijn eigen kunnen. Dan moet je over het algemeen wel sterk materiaal af leveren om ruim een half uur te blijven boeien. Dit grote talent uit Nashville is echter niet de enige gitarist die je hoort op Goes West. Het volle geluid wordt mede bepaald door collega’s Meg Duffy en Bill Frisell. Ondersteund door bassist Brad Cook, die tevens verantwoordelijk is als producent, drummer Griffin Goldsmith en keyboardspeler James Wallace.

Goes West is een mooie filmische plaat geworden, een waardige opvolger van zijn derde soloplaat Modern Country. Niet dat hij gelijk vanaf Alpine Star je weet te verrassen, al wordt de ontstaande ruimte benut door andere elementen. Eerst met de aangename toevoeging hier van sfeervolle drums die er al roffelend inslaan. De basis voor het album ligt duidelijk in thuishaven en country hoofdstad Nashville. Dat die invloeden aanwezig zijn, is te verwachten. Toch maakt William Tyler vooral op de folk gerichte melodieën. De ene keer levert dit soepele huiskamer tracks op, maar bij Venus in Aquarius hoor je ook zeker een duistere ondertoon als de gitaar halverwege met lager gestemde akkoorden verder gaat waardoor het net wat extra glans krijgt.

Meer traditioneel gaat hij verder in Fail Safe, waar het leven van Robin Hood in Sherwood Forest op folky wijze tentoon lijkt te staan, zo erg wordt het middeleeuwse hier opgeroepen. Met Man in a Hurry zoekt hij op een geslaagde manier aansluiting bij de op dit moment nog steeds heersende indierock met jaren tachtig sfeertje, gevormd in de basis van Americana. Een met sterk tussengedeelte dromerige track welke helaas wel wat voort kabbelt. Zijn kundigheid leent zich echter voldoende om ook met een vocalist aan het werk te gaan. Misschien niet onder zijn eigen naam, maar meer in groepsverband. Al is de kans dan groot dat zijn rol beperkt blijft tot een goede teamspeler, verantwoordelijk voor de lastige voorzetten, die iemand anders dan mag inkoppen. Nu gaat hij vaak de veilige kant op. Laat ik het zo stellen, een sappige steak smaakt ook heerlijk met pittige chilisaus, niet altijd hoeft er voor barbecuesaus gekozen te worden.

William Tyler - Goes West | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

White Lies - Five (2019) 4,0

7 oktober, 14:29 uur

Om nou direct een album te beginnen met zo’n hele lange track is wel erg pretentieus. Toch komt het uit West Londen afkomstige White Lies er goed mee weg. Time To Give laat horen dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Na een van de mooiste debuten van deze eeuw afgeleverd te hebben met To Lose My Live… kwamen opvolgers Ritual, Big TV en Friends daar fragmentarisch in de buurt. Five laat een ander geluid horen dan hun eerste plaat, maar wel met een verfijnder volgroeid resultaat. Nog steeds overduidelijk een rockband met hun roots in de postpunk. Kwam voorheen de knallende drums in de mix sterk naar buiten, nu staat meer de harde gitaar op de voorgrond. White Lies werd in het verleden met regelmaat verweten een commerciële hitmachine te zijn. Op Five staan geen songs zoals Death, Farewell to the Fairground en To Lose My Life welke schaamteloos op een Eighties Revival Party gedraaid zullen worden. Zelf zien ze de plaat als een mijlpaal, het cadeautje voor de fans om hun tienjarige bestaan te vieren.

Des te verrassend is het dat ze in september al de single Time to Give propten. Ruim zeven minuten durend! En dat die dan nog vrijwel gelijk zo massaal wordt opgepakt, had het trio van White Lies waarschijnlijk ook niet verwacht. Wat maakt deze herfstplaat die de winter aankondigt dan zo bijzonder? De combinatie van de heldere keyboardklanken en het nostalgische? Is het gewoon simpelweg, de juiste single op het juiste moment, niet teveel bij nadenken. Een samenloop van onverklaarbare omstandigheden. Als hier een formule voor is, dan wil elke band die wel in bezit hebben. Maar om hier van het hoogtepunt te spreken; oh nee. Daar komen andere tracks eerder voor in aanmerking. Met een energieke discobeat laten ze zich van hun meest dansbare kant horen in het krachtige staaltje postpunk plezier Never Alone. Pianoakkoorden gaan gebroederlijk samen met de basgitaar van Charles Cave alsof het een uniek instrument is. Die toetsen komen op het einde van Kick Me op een meer genuanceerde manier als gastinstrument terug, al klinkt het nog net te voorzichtig. Zonde, want hierdoor gaat de hele opbouw een beetje de mist in; niet voor het zingen de kerk uit gaande, maar in een anti climax het hele gebouw vermijden. Reëel gezien had hier daadwerkelijk meer tijd in gestopt moeten worden, het is gewoon niet af, ondanks de aanwezigheid van doordachte sfeerschetsen. Finish Line wil pas echt op gang komen als de gitaar zijn intrede doet, eerst voorzichtig en nieuwsgierig, maar al snel meer aanwezig. Maar zo overrompelen als bij de eerste twee nummers wil het niet.

Revengeren doen ze gelukkig wel in Tokyo. Met de gedetailleerde electroclash gaan ze terug naar de bombastische campy synthpop van de jaren tachtig. Bijna fout genoeg om indruk te maken bij het Eurovisie Songfestival, zo catchy weet het je te raken. Het bullseye moment komt vervolgens in het spontane Jo? welke een stuk geraffineerde in elkaar blijkt te zitten. Stukken synthpop worden gekoppeld aan melodieuze gitaarexplosies, met zelfs neigend naar een stuk symfonische rock. Hoe groot kan je jezelf opblazen zonder tot ontploffing te komen, die scheidingslijn wordt net niet gehaald. De ingetogen ballad Denial weet op het juiste moment de hoogte in te gaan. Wist drummer Jack Lawrence-Brown op het debuut voornamelijk als een motor het tempo op te voeren, hier komt een meer afwisselende benadering naar boven. Door de ruimte die hij schept kan Harry McVeigh laten horen dat zijn kwaliteiten als gitarist tevens zijn toegenomen. Eventjes de vocalen in de pauze stand, om zo genadeloos toe te kunnen slaan. Believe It was de teleurstellende tweede single, teveel gericht op het gemiddelde platen kopende publiek. Wat gebracht had moeten worden als geslaagde marketing zet, blijkt in de praktijk terecht minder succesvol. Het duistere Fire and Wings blijkt het ultieme hoogtepunt van Five te zijn. De ingedutte vleermuizen worden in een seance tot ontwaken gedwongen. Log manoeuvreert de track zich tot een te voorspoedig einde. Hier hadden ze met gemak nog drie minuten aan vast kunnen koppelen. Five wil bij lange na niet zo overweldigen als hun intrigerende eerst geborene. Ze hebben met Time to Give de aandacht weer op zich weten te richten. Of Five een blijvertje zal zijn, durf ik hier niet met overtuiging uit te spreken.

White Lies - Five | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Beirut - Gallipoli (2019) 4,0

7 oktober, 14:25 uur

Om na vier prachtige albums als band zijnde nog steeds de status te hebben als het best bewaarde geheim van de muziekscene, daar ben je dan wel een keer klaar mee. Ook benamingen als veelbelovend en vernieuwend mogen ondertussen achterwege gelaten worden. Beirut gaat gewoon op de ingeslagen weg verder, omdat dit nu eenmaal hun kenmerkende geluid is. En hiermee weten ze al vanaf 2006 indruk mee te maken. Op Gallipoli geen knieval voor een meer specifieke benadering, nog steeds het mistroostige Balkan geluid welke Zach Condon als souvenir vanuit Europa mee nam naar thuisbasis New York. Deze schatten aan muzikale inspiratie hoefde hij niet achter te laten bij de douane, maar kon hij ongestraft de Verenigde Staten binnen smokkelen. Live op het podium blijken de muzikanten net zo inwisselbaar als het Nationale elftal van een gemiddeld voetballand. Elke plaat vraagt de inzet van andere sterspelers, al blijft Condon als doordachte trainer het geheel dirigeren.

Een begrafenisstoet die op een kruising van de straat feestelijke zomercarnaval vierders treft. In twee verschillende geschetste situaties maken we kennis met When I Die. Deze contrasten aan tegenstrijdigheden zullen vaker terug komen op Gallipoli. Beirut muteert zichzelf steeds meer tot wereldmuziek. Universeler dan op de eerste albums met ook Mexicaanse invloeden op titelcompositie Gallipoli. Een Europese fanfare verkleed als nomaden op doorreis in Noord Amerika sluit zich aan bij plaatselijke straatmuzikanten. De vriendschappelijke fusie van verschillende culturele invalshoeken tot gevolg. Varieties of Exile zou zo een folky benadering kunnen zijn van een jaren tachtig wave klassieker. De klagende melancholische toon van de neerslachtige navelstaarders mixt prima met de zomerse benadering op het einde. De kater veroorzaakt door de Passoa wordt hier vakkundig verdrongen. Een inheems kinderliedje die het proces van ontwikkeling tot een volwassen popsong ondergaat trakteerd ons op het onschuldig ogende On Mainau Island. Met zang van Condon welke steeds meer de popkant ontstijgt en zich bijna lijkt te vermengen met opera geeft I Giardini een troostende werking. Nog meer staat het gevoel hier op de voorgrond, met woorden die zelfs in een onbegrijpbare vreemde taal weten te raken. Na een kunstzinnig begin met ballettraditie komt er een heerlijke zomerse switch in Gauze Für Zah. Zo moet een geslaagde huwelijksdag van een deprimerende zwartkijker met een exotische buikdanseres er ongeveer uit zien. De drone achtige uitloop had prima achterwege mogen blijven.

Corfu eist een Zuid Amerikaanse broeierige jazzy benadering op, met wat scary uitspattingen op het einde. Landslide is overtuigend de meest toegankelijke track van de plaat. Niet vreemd dus dat er voor gekozen is om deze als single te presenteren. Als voorganger mag de trompettist het warme geluid van Family Curse aankondigen, een eenheid welke zich vervolgens als een geketend orkest om hem sluit. Bij Light in the Atoll pakken de instrumenten het moment om nog meer als de zang het droefgeestige gevoel op te roepen, voor Condon een eenvoudig inkoppertje om te scoren. Het grote brein achter Beirut mag het zichzelf ook eens makkelijk maken. De hedendaagse dance invloeden van We Never Lived Here hadden achterwege mogen blijven. Abrupt komt er een einde aan het pure karakter van de plaat, en daar weet het opwindende blaasorkest niet genoeg verandering in te brengen. Het sterk met Aziatische invloeden heersende Fin is de aftiteling. Rumoerig maakt men gestalte om weg te gaan. De lichten gaan aan, men rekt zichzelf nogmaals uit om vervolgens het hedendaagse huisje, boompje, beestje leventje weer op te pakken. Toepasselijk eindigend met een fade out. Gallipoli is een dromerige traditionele folk plaat geworden waarbij vooral de zang regelmatig lijkt terug te grijpen naar het zwaarmoedige van de jaren tachtig. De opbeurende muzikale begeleiding maakt dit tot een unieke eigen sound. Hierbij passeren als bij een geslaagde gepassioneerde stapavond verschillende dansstijlen sierlijk de revue.

Beirut - Gallipoli | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough (2018) 4,0

7 oktober, 14:24 uur

Mass Gothic, bij zo’n naam verwacht je iets zwaars, obscuurs en depressiefs. Nee, dat is hier niet aan de orde. Bij I’ve Tortured You Long Enough hoor je eerder een grote ongecontroleerde puinhoop. Dark Window gaat traag van start, en al snel wordt geconstateerd dat de beat te langzaam staat afgesteld. Och, dan draaien we gewoon het knopje meer naar rechts en gooien er wat overgebleven computergeluidjes doorheen. Maar als dan Jessica Zambri sensueel gaat zingen, wordt het wel erg lekker. De puristen zullen hier wel balen. De van Hooray for Earth afkomstige Noel Heroux is zijn frustraties kwijt, en gaat op het tweede Mass Gothic album niet solo verder. Samen met zijn echtgenote klinkt het weer een stuk frisser, en L’Amour is hier blijkbaar als derde persoon aanwezig. Het uitgaansleven van thuisbasis New York City vormt het vluchtoord waar de inspiratie vandaan lijkt te komen. Want dankzij de foute aanwezige discodeuntjes kan het bijna niet anders. Toch ragt de gitaar er de hele tijd wel flink doorheen, maar valt dit niet zo op.

Bij Call Me staat het geluid wel goed opgesteld. Stevige postpunk drum met een bungeejumpende bas, en Heroux die hier de weg naar de microfoon weet te vinden, Zambri meer in de rol van huppelende achtergrond zangeres. Gillende gitaren die overstuur, lomp en punky het nog meer een wave timbre geven, zelfs met de NYC noise echo’s wordt op het einde nog flink gesmeten. Afrikaanse percussie gaat geleidelijk over in sfeervolle ruimtegeluiden welke de popsound van J.Z.O.K. kleur geven. Zambri trapt af met haar toegankelijk geluid, de samenzang valt samen met de ervaren vocalen van Heroux. Voor het eerst krijg je de indruk de song eerder gehoord te hebben, zo hitgevoelig komt het op mij over. De twist komt tegen het einde uiteindelijk in het net buiten de melodielijnen stompende complexe rockgeluid.

Keep On Dying zou een vergeten, goed opgeborgen track van Hooray for Earth kunnen zijn geweest, al moet er wel reëel bij stil gestaan worden dat de veelzijdige instrumentalist grotendeels daar verantwoordelijk was voor de basis. Deze ontstemde disco knaller laat ons de zo fout mogelijke veilig weg gestopte herinneringen herbeleven. Bij het mierzoete How I Love You is daar dan eindelijk de tot nu toe minder gehoorde romanticus L’Amour, al wordt zijn aanwezigheid al snel verdrongen door de jaloerse gitaar. Hij houdt zich gelukkig wel net staande. Zo mag hij ook nog het titelstuk I’ve Tortured You Long Enough aankondigen. Een prettige mix tussen optimistische synthpop inclusief eighties toeters en bellen. Met New Work wordt genadeloos toe geslagen, een stuk vervreemder en dreigender. Opeens is de toon wrang en grimmig. De Koude Oorlog wint het hier van de liefde, want in die periode blijven we wel hangen. Al opent het de deur een kiertje naar het hoofdprogramma van de jaren 90; het begin van de Amerikaanse gitaarrock.

Er hangt iets sobers in de lucht bij The Goad. Hier wordt gedweept met adorabele postpunk, maar door Zambri heeft het iets liefs in de uitvoering. De onderbreking halverwege is niet geheel passend, maar het wordt ze vergeven. De overgang en wat volgt is minder overtuigend dan het eerste gedeelte, al heeft het harmonieuze kerkelijke naar het einde toe wel iets toevoegend. Bij Big Window mag er eindelijk weer gedanst worden, en worden trompetten die voor eeuwig lagen te rusten onder een flinke berg stof tot ontwaken gebracht. Zambri gaat nog eenmaal op de euforische toer met haar laatste sterke stemmige uithalen en dan is het klaar. Voor mij het hedendaagse antwoord op het geluid wat Pixies eind jaren 80, begin jaren 90 mee door braken, een veel groter compliment kan ik een band niet geven.

Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Minus the Bear - Fair Enough (2018) 3,0

7 oktober, 14:23 uur

Geen nieuw album van Minus The Bear, maar slechts een EP. Waarom dan toch de aandacht voor dit ruim een kwartier durend schijfje? De uit Seattle afkomstige band heeft te kennen gegeven te stoppen na een in het clubcircuit redelijk succesvolle carrière van 17 jaar. Halverwege vorige maand werd het laatste concert in hun thuisbasis gegeven, en twee maanden eerder verscheen nog dit definitieve wapenfeit, en nu is het echt klaar.

De Fair Enough EP trapt af met het dromerig begin, en al snel merk je dat er gekozen is om bij de eigen sound te blijven, en niet groots en afwijkend te eindigen. Doordachte prima rockmuziek met het aanwezige sfeervolle hardere randje. Die bescheidenheid hoor je gelijk terug in de sterke opener. Overstuurde gitaarbogen geven het de kenmerkende disbalans waarmee ze zich wisten te onderscheiden.

Viaduct pakt steviger uit, en weet ook gelijk de aandacht te trekken. Met dit geluid laten ze voor de laatste keer horen dat Seattle na de grunge golf niet dood gebloed is. Het deprimerende en uitzichtloze gevoel van de staat waar het aantal regenachtige uren de zon flink weet te overmeesteren. Een plek waar jongeren nog steeds vaak een kansloos bestaan zonder werk opbouwen, en nog steeds een hoog zelfmoordpercentage de grafieken domineert wordt duidelijk muzikaal verwoord. De gitaar op het einde heeft dezelfde impact als de vocalen, een prachtige instrumentale klaagzang.

Dinosaur heeft een uitgekiende start, waar de math rock roots nog het beste tot hun recht komen. De toon is zelfverzekerd, al mist de zang hier wel emotionele uitingen. Vlakker en meer uitgeblust tot gehore gebracht. Als een log tot uitsterven bedreigt monster beweegt het zich traag voort. Natuurlijk gebeurd er muzikaal gezien genoeg moois op de achtergrond, maar het is een stuk minder interessant dan de vorige twee tracks; al geeft het wel duidelijk het gevoel van niet meer verder kunnen weer.

Jammer dat is als afsluiting is gekozen voor een remix van Sombear. Deze artiest maakt aardige dance, en ondanks de duistere soundscapes vind ik het net niet goed genoeg passen bij Minus The Bear. Dit doet mij net teveel denken aan de Nu-metal acts die begin deze eeuw hun werk door soortgelijke geluidstovenaars onder handen lieten nemen. Invisible krijgt hierdoor wel ondersteuning met licht industriële invloeden, maar klinkt net te soft, terwijl Jake Snider als zanger wel heerlijk in zijn element lijkt te zijn.

Gedeeltelijk geslaagde zwanenzang beginnende met twee erg lekkere tracks, gevolgd door meer inspiratieloze nummers. De koek is blijkbaar echt op, en dat hoor je zeker pijnlijk terug.

Minus the Bear - Fair Enough EP | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Teleman - Family of Aliens (2018) 4,0

7 oktober, 14:23 uur

Teleman komt voort uit de in 2006 opgerichte Pete & the Pirates uit Reading; ja, de plaats bekend vanwege het beroemde festival. In 2012 wordt er na het opheffen van de band een doorstart gemaakt met Teleman. Welke duidelijk hun oorsprong heeft in de jaren tachtig. De broers Sanders staan garant voor de stabiele basis. Thomas neemt behalve de zang hier ook de gitaar onder zijn hoede en Jonny overhandigt zijn drumsticks aan Hiro Amamiya, en neemt plaats achter de toetsen. Pete Cattermoul blijft verantwoordelijk voor de baspartijen. Stuiterende pop met een hoog familie vriendelijkheids gehalte, voor alle leeftijden. Geschikt voor de arbeidsvitamines tijdens kantoortijden. Ondanks dat er veelzijdig gebruik wordt gemaakt van bas, gitaar en drum is het echt een retro band die terug grijpt naar de synthesizer acts uit de jaren tachtig. Family Of Aliens is niet een nieuwe sterke plaat van A-ha, al moet die wel gezien worden als grote inspiratiebron, welke op vrijwel alle songs, mede door de zang, zijn stempel drukt. Hierdoor vissen ze in dezelfde vijver als White Lies tijdens hun debuut, al lag daar de nadruk meer op de postpunk, hier op de pop kant.Het is een wisselvallige plaat geworden, met aan de ene kant erg aanstekelijke, lekker in het gehoor liggende popsongs, maar ook een overvloed aan minder knap uitgewerkte tracks. Het begin is in ieder geval bijzonder sterk te noemen.

De heerlijke jeugdige onschuldige popsong Family Of Aliens heeft al dat goede en toegankelijke van een geslaagd postpunk liedje. Samen gesmolten tot een heerlijk vrolijk geheel. Hiervoor zette je vroeger de radio harder, en hoopte het de volgende dag weer terug te horen. Dit heeft alles in zich om te ontwikkelen tot een terugkerende oorwurm. Bij het dromerige met harde synths toe slagende Cactus is echter gekozen om deze te begeleiden met een videoclip. Helaas is het hedendaags niet meer rendabel om fysieke singles uit te brengen,YouTube setlist heeft het gekreukte Top 40 blaadje reeds vervangen. Family Of Aliens opent namelijk met drie potentiële kandidaten. Mede door de zang krijg je sterk het gevoel dat je ondanks het bewust geleefd te hebben in de jaren tachtig, toen een belangrijke plaat bent mis gelopen. Teleman maakt geen originele muziek. Dit is echter wel het geluid welke jaren geleden graag gehoord werd. Over Song For A Seagull valt niks verkeerds te vermelden. Feel Good muziek waarbij er flink geshopt is in de platencollectie van een gepensioneerde diskjockey, die met pijn en moeite zijn oude singletjes te koop aanbied. Veel jatwerk uit vergaande gloriedagen.

Na nog een prima intro van Between The Rain komt echter het keerpunt. De overgang naar het vrolijke hoempapa gedeelte is tenenkrommend. De synthesizer klanken die dan wel minimaal aanwezig zijn, klinken zo kitsch als de prijzenkast van een gemiddelde schiettent op de plaatselijke kermis. Ook Always Dreaming blinkt niet uit in zijn eenvoud. De opzet is te simpel om indruk te maken met minimalistische fake pianospel. Pas halverwege gaat het meer open klinken al is het vervolg wat saai en ongeïnspireerd. Na het sterke begin van de plaat komt er nu de klad in. Submarine Life heeft een hoopvolle start; de beat is lekker, al zorgt de niet aangename vervormde robotzang er wel voor dat het snel afzwakt. Verder is het wel weer een prima track, het tussenstuk is erg sterk met die heerlijke opgepompte synths.

Dat ze wel degelijk tot meer in staat zijn bewijst het verrassende Twisted Heart. Al vanaf de eerste vette klanken zit ik aandachtig te luisteren. Mooie opbouw, met goed gebruik van de bas en veel aangename donkere overstuurde structuren. De ballad Somebody’s Island heeft ook die zwaardere elementen door de hol gestemde bas en droge drum. Thomas weet zijn vocalen ergens tussen zelfverzekerd en fragiel onder te brengen. Subtiel wordt er tussendoor nog met mooi keyboardwerk toegeslagen. Die krijgt vervolgens de hoofdrol toegezegd in het melodieuze Sea Of Wine, waar Jonny bewijst dat de switch van drums naar toetsen een geschikte ontwikkeling is. Bij Fun Destruction is de gitaar weer terug van weg geweest. Finishing touch Starlight begint niks zeggend en grijs, maar krijgt wel meer kleur. Wel te uitgerekt, flink ingekort zou het beter tot zijn recht komen.

Teleman - Family Of Aliens | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Vanished Souls - Vanished Souls (2018) 4,0

7 oktober, 14:22 uur

Het Franse Vanished Souls geeft weinig over zichzelf bloot. Het viertal bestaat uit zanger DriX, tevens op gitaar, Svein vervuld de overige gitaarpartijen en stuwende krachten Wil op bas en Julio achter het drumstel. Op groepsfoto’s zou je ze zo kunnen plaatsen als vier personages uit de Quentin Tarantino film; Reservoir Dogs. Inderdaad inclusief codenaam, genoemd naar een kleur; anonieme meneren. Muzikaal een stuk minder mysterieus, al laten ze zich niet in een hokje plaatsen. Het elektronische element komt voort uit een launchpad, een voor mij onbekend instrument. Het ziet er uit als een door Rubik uitgevonden kleurengrafiek, welke nog het meeste aan een kubus doet denken, maar dan in de vorm van een tablet. Tijdens het spelen hiervan heeft het raakvlakken met een miniatuur jaren zeventig dansvloer. Blijkbaar weet DriX deze goed te bespelen; het geeft letterlijk meer kleur aan het geheel. Maar goed, terug naar de muziek van Vanished Souls.

Ghosts heeft iets uitnodigend en vriendelijks. De zeer rustige start geeft je alle ruimte om met Vanished Souls kennis te maken. Semi unplugged neemt de zanger je samen met het gitaarspel mee op reis. Zomerse ritmes leiden je naar een onzichtbare deur die zich opent. Dan volgt na anderhalve minuut plotseling de wervelwind, en zit je als Alice gevangen in Wonderland. Spookachtige tonen en een meer grimmig vervolg met tripgoth invloeden. My Rom zal je vervolgens niet de stuipen op het lijf jagen. Nog steeds overheerst het lieve gevoel. De vocalen geven aan dat er meer dreiging op komst is, en dan barst het gitaargeweld los; eventjes maar, een glimp van de duisternis laat zich tot je richten. Stilte en dan de intense herhaling.

All Forget is een heuse dancetrack, luchtiger met een dreunende beat inbegrepen. Het mysterieuze is nog steeds aanwezig, al is de benadering hier een stuk commerciëler. Een dromerige trip vergezeld het ultieme overwinningsgeluid van You’re Not Alone. Typische hoopvolle jaren tachtig zang begeleid deze euforische track tot een sprankelend hoogtepunt. Toch is het fijn om je vervolgens weer in de Berlijnse discosound van Nauseous (Electro) te bevinden, welke gevormd wordt door een slepende stem waar menigeen post grunge band jaloers op zou zijn geweest. Wat een omslag opeens naar deze grimmige onheilspellende track. Am Your Shadow gaat verbitterd verder in de ingeslagen weg. Kerkelijke synths gaan over in een bijna Boyband achtige switch met gejaagde Nu metal gesproken rap. De boosheid komt hier wat geforceerd en gespeeld over.

Ambient house is het geschikte woord welke hier past bij het volwassen trippende slaapliedje Between Us and Everything. Het wegdromen op psychedelische genotsmiddelen. No Suffering is zalvend, en hierdoor ook bedrieglijk. Het kruipt als gestold bloed onder de huid, waardoor het lichaam verdoofd en levenloos achter blijft. De geknepen zang van 3mn42 gooit je opeens binnen in een Britse jaren 90 club, ergens aan de rand van een grote stad. Juist de plek waar ongeruste ouders van hopen dat je daar nooit naar binnen gaat. Smerig als hypnotiserende trance. De hedendaagse soul van Shame heeft een sterke religieuze basis. De backings en het geklap gooien er de nodige gospel feeling in; amen. Piano ballads doen het altijd goed, zullen de jongens van Vanished Souls wel gedacht hebben, en de meest geschikte plek is of op het begin, maar nog beter om een plaat mee af te sluiten. En zo gebeurde het ook. Aan Silencio die eer. De hoge geknepen koorknaap vocalen willen mij niet te grazen nemen; het zeer versterkte einde met noise gitaren gelukkig wel. Meer dan genoeg variatie op de plaat. Eigenlijk voor iedereen heeft het wel wat te bieden, de persoonlijke voorkeur gaat hier uit naar de meer explosieve tracks.

Vanished Souls - Vanished Souls | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Fenne Lily - On Hold (2018) 4,0

7 oktober, 14:22 uur

Singer-songwriter Fenne Lily wist op zestienjarige leeftijd al via YouTube een miljoenenpubliek te betoveren met haar performance van een zeer breekbaar gezongen Top To Toe. Enkel zichzelf begeleidend door een semi versterkte gitaar had ze alles in zich om gelijk al een kansrijke carrière te starten. Hoe gedurfd, of juist misschien wel hoe dom is het dan om hier niet voor te kiezen. Rustig zichzelf een paar jaar zonder de media verder ontwikkelen, en verdiepen in eigen kwaliteiten en mogelijkheden. Het risico is groot dat men je dan uit het gezichtsveld verliest. Anderzijds geeft het jezelf de mogelijkheid om te behoeden voor gevaren. Geldbeluste platenbazen die je trakteren op contracten met onleesbare kleine lettertjes. Niet de zoveelste Idols of The Voice vooruitgeschoven jong talent welke al snel weer vergeten is.

John Parish bleef in haar geloven en gaf de ruimte om zichzelf te ontdekken. Zelf had hij al de nodige ervaring opgedaan om PJ Harvey van ruwe diamant te vormen tot dezelfde ruwe diamant, maar dan juist met meer scherpe kantjes. Of hij nu in staat is om deze nuchtere plattelandsmeid als Assepoester te transformeren tot een diva, laat de tijd ons leren. Vier jaar na de kennismaking met de grote buitenwereld is nu het debuut On Hold van Fenne Lily verschenen. Laten we dat bewuste Top To Toe optreden eind oktober in 2015 als ijkpunt nemen en dit langs de versie leggen welke het album gehaald heeft. In eerste instantie lijkt er weinig veranderd; maar de subtiele meerstemmigheid en de minimale sfeervolle tonen geven het letterlijk en figuurlijk een extra dimensie. Het kale karakter blijft behouden, wat absoluut te danken is aan het inzicht van producer Parish.

Uitgaande van een paar jaar geleden verwacht je niet een sterk gerijpte stem te horen welke de dreampop van Car Park inzingt. Het kinderlijke heeft de transformatie naar volwassenheid volbracht. Parish heeft gekozen om het opnameproces te voltooien in Bristol. Dat daar de oorsprong ligt van de triphop hoor je in de warmte terug. Fenne heeft ook dat wat van de sound die Beth Gibbons van Portishead bekend maakte, inclusief de sigaretten. Three Oh Nine straalt uit van zelfverzekerdheid. Meerdere lagen geven de mogelijkheid om haar eigen stem in verschillende invalshoeken door elkaar te mixen. Hierdoor lijkt het alsof Lily begeleiding krijgt van backing vocalen. De toevoeging van drums en toetsen maken de omschakeling naar een meer Indie geluid compleet. Want hoe independent kun je zijn als je als grote belofte de album release in eigen hand houdt. Geen inmenging van een bekende platenmaatschappij.

The Hand You Deal ligt nog bij de basis welke vier jaar geleden werden ingezet. Maar op de momenten dat je denkt dat ze alleen voor jou aan het optreden is, vallen de drum en het gitaarspel in. Toch blijft het mooi klein en intiem. Het sprookjesachtige engelen geluid is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor volgroeide zachte tederheid. Nog beter hoorbaar bij More Than You Know. Het is mooie luistermuziek en blinkt uit in zijn eenvoud ; het liefst te ervaren in een kleine sfeervolle setting. Parish heeft prima werk afgeleverd, maar zo revolutionair als bij PJ Harvey weet Fenne Lily bij lange na niet te klinken.

Fenne Lily - On Hold | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Revivalists - Take Good Care (2018) 3,0

7 oktober, 14:22 uur

Er is een flink podium nodig om deze achtkoppige band uit New Orleans, Louisiana hun ruimte te geven. In Nederland heb je de Serious Talent op 3FM. Artiesten die extra geplugd worden op de radio, een schop krijgen in de juiste richting, met al vervolg A Minute Of Fame bij De Wereld Draait Door, en het met heel veel ploeteren de status van huisband daar toe geëigend krijgen. Muzikaal eens per maand zo genaamd de interviews aan elkaar breien met een intermezzo. The Revivalists zou zo’n kandidaat kunnen zijn. Zichzelf op allerlei fronten naar voren schuiven met het hitgevoelige, soulvolle All My Friends, net zo lang totdat het bij de luisteraar niet meer van het netvlies te branden is. De song bereikte met gemak de eerste plek van de Adult Alternative radio. Begrijpelijk dus dat deze single hier ook niet onopgemerkt bleef. Sterker nog, zelfs de rol van Alarmschijf kreeg toegekend en een aantal weken in de Top 40 mocht vertoeven. Een mooi krachtig statement achter latend.

Het vergelijkbare You Said It All is het tweede paard waarop gewed is, deze ligt in de lijn van die song. De echo van het zuchtmeisje als bonus ingegrepen.Toch komt dit niet zo maar uit de lucht vallen, er is absoluut geen sprake van beginners geluk. Take Good Care is het vierde album van de al in 2007 gevormde rockband, en met Wish I Knew You van Men Amongst Mountains wisten ze ook al bij de alternatieve lijsten flink wat indruk te maken. Ook daarmee haalden ze de eerste positie. Goed geluisterd naar wat nu het publiek aanspreekt, en hier een behoorlijke retro gedateerd Vinaigrette dressing sausje over gegooid. Best lekker, maar de smaak wordt bepaald door de toegevoegde ingrediënten. Een overvloed zorgt voor verbittering of wordt te zoet gevonden, te weinig geeft een flauw effect. En het moet ook niet te pittig worden.

De zang van David Shaw komt net wat te gemaakt over. Muzikaal kan het zich meten met Britse popbands die de nodige folk elementen in het geheel verstoppen. Hierdoor komt Otherside of Paradise over als een frisse douche, al remt de eentonige achtergrondzang het wel af. Maar goed, verder dik in orde. Het valt al snel op dat het vooral een feestje is, maar door de variatie ontbreekt ook wel een eigen identiteit. Door gebruik te maken van meerdere producers die tevens mede componisten zijn, wordt dit namelijk tegen gewerkt. Dave Cobb en Dave Bassett zitten in de singer-songwriter hoek, terwijl Andrew Dawson gewerkt heeft met grotere goed scorende namen. De geschiedenis heeft ons al geleerd dat een eenduidigheid veelal interessantere tracks oplevert. Waarom The Revivalists hier voor kiest is duidelijk. Je blijft de fans trouw maar richt je ook meer op de niet alternatieve markt.

Take Good Care is een retro jaren zeventig album, het opkomende (hard)rock geluid krijgt de soulvolle injectie uit die zelfde tijd. Dat dit tot gevolg heeft dat het prima minder gelikte tracks oplevert, met ruimte voor creativiteit, bewees voorheen The Black Crowes al. Die creativiteit is hier ingebracht door Cobb, Basset en Dawson, maar minder door The Revivalist zelf. Zoals een eeuw eerder bij blues artiesten gebeurde, de ziel is verkocht aan de duivel. Dat ze het zelf echter wel kunnen, bewijst het afwijkende maar sterk rockende Future. Alsof ze vanaf hier weer de touwtjes in eigen handen krijgen. Funky en ook vocaal een stuk rauwer, bluesy en beter gezongen.

The Revivalists - Take Good Care | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Joe Jackson - Fool (2019) 4,5

7 oktober, 14:17 uur

Joe Jackson, de angry young man die het televisie kijkend publiek shockeerde door in 1980 vanuit Pinkpop piss off toe te roepen. Dezelfde persoon die op dat festival in 1991 ons trakteerde op een broeierige zomerse set, waar ondertekende aanwezig was. In de tussentijd was veel gebeurd. Die verbitterende punkhouding paste niet echt bij hem, en met de muzikaal meer gevarieerde albums Body and Soul en Night & Day werd hij omarmt door het grote publiek, en scoorde flink met de hits Real Men en Is She Really Going Out With Him?

In interviews minder boos, eerder sarcastisch en vol humor, getuige ook zijn biografie A Cure For Gravity waar hij juist zijn leven beschrijft tot aan zijn eerste album Look Sharp!, en dus niet de daarop volgende carrière. Typerende Joe Jackson zelfspot. Bij Fool lijkt de cirkel rond te zijn. Op zijn debuut stond al het bekende Fools In Love, en blijkbaar is hij nog steeds zo’n liefhebbende idioot als veertig jaar geleden. Terug naar de basis, geen dan wel minimale uitstapjes naar andere genres. Dat Joe Jackson op muzikaal gebied een grote bagage mee draagt is bekend, Fool is echter een van zijn toegankelijkste albums geworden. Geen ruis op de stem van deze kettingrokende zanger, en is de zang hoger dan op het oudere werk. Al hoor je een heesheid welke het geheel wel een mooi randje mee geeft. De op leeftijd rakende vocalist klinkt nog steeds bijzonder goed.

Donderwolken symboliseren het begin van Big Black Cloud, vervolgt door het kenmerkende geluid van Joe Jackson, al mist het wel wat diepte. Het is allemaal een stuk minder laag gezongen, maar de kenmerkende sneer, het bijna knauwende is absoluut nog aanwezig. De piano heeft dezelfde stemming als wat hij voorheen bij Happy Ending en Real Man liet horen. Hier in de rol van beginnende regendruppels, die in hun weg naar beneden worden ingehaald en bijna vermorzeld door boze buien, vorm gegeven in mooi dreigend gitaarspel. Boogie Woogie is dan wel als basis genomen, maar hier kun je spreken van een echte popsong, waar voor de afwisseling eens niet een bepaald genre het geheel bepaald. En het valt verrassend goed uit. De scherpte die voorheen vooral in de teksten te vinden was, is hier vooral muzikaal aanwezig. Big Black Cloud zou voor de verharde buitenwereld kunnen staan, blijf niet binnen, maar ga in vertrouwen naar buiten, hopend op een betere toekomst. Op het eind krijg je nog als extraatje de donkere bas van Graham Maby voor het nadrukkelijke effect, en dan is dit nog maar de verwoording van de eerste track. Een verrassend sterke binnenkomer, waar hij schaamteloos zijn tournee mee zou kunnen beginnen, om gelijk de aandacht van het publiek volledig op te eisen.

Dan hakt Fabulously Absolute er lekker hard in met het gitaar intro van Teddy Kumpel, waardoor hij terug grijpt naar de punkroots die als basis gelden voor het debuut Look Sharp! Om de sfeer nog meer te benadrukken krijgt vervolgens ook drummer Doug Yowell vrij spel, en straalt er een frisheid vanaf waar menigeen beginnend indierock band jalours op kan zijn. De waanzin van Jackson vind de uiteindelijke vorm in de weirde keyboardpartijen van de meester himself. Perfect gekozen als introducerende single van Fool. Dave is een verhalende ballad, en hiermee benadrukt hij heel goed dat zijn roots Brits zijn. Want als ze daar ergens goed in zijn, dan is het wel de beschrijving van het leven van een ordinairy man, verschillende hits zijn in het verleden succesvol met dit uitgangspunt geschreven. Zijn wat treurige, klassiek aandoenlijke piano vult de rest in, zoals we gewend zijn.

Hoge flatgebouwen met een overschot aan veel, heel veel ramen, turend over de skyline van een in avondlicht verdwijnende metropool met de overheersende neonreclames. Strange Land zou prima passen op Night and Day, al heerst daar meer het enthousiasme, hier het meer realistische gevoel van heimwee. Alleen in een appartement, waar de straten geen naam hebben, en de buren ook niet meer dan een nummer zijn. De onbegrepen eenzaamheid van een popartiest. Friend Better lijkt geïnspireerd op het ontvluchten van het jachtige leven, drank als betrouwbare metgezel. Ondanks de luchtige toon, sluit deze perfect aan op de voorganger. Ook hier een vleugje jaren 80 sentiment, als een kers in een Martini cocktail.

Het titelnummer Fool heeft een spannend, scary Oosters beginstuk, vervolgt door een lawaaierige harde percussie, om het meer op te zwepen, waar Joe Jackson vervolgens vet versterkt overheen galmt. Hij is het nog niet verleerd, want met een kleine toevoeging van de piano betovert hij het geheel tot een lekker, nog meer swingend salsa geheel. Wat er allemaal in zijn hoofd omgaat is een groot vraagteken, maar de kracht om dit muzikaal zo om te zetten is nog steeds uniek. Daarna is er weer de terug schakeling naar het rustige 32 Kisses, een ode aan de ouderdom? Niet gekozen om angstig terug te kijken, maar het als een mooie rijkdom te ervaren, iets waar men juist vaak huiverig voor is. Niet een van de beste songs van Fool, maar hier wel ervaren als de meest herkenbare tekst. Met het nachtclub achtige Alchemy maken we ons klaar om de te genieten van het leven in een grote stad, als deze zich eigenlijk in een diepe slaap hoort te bevinden. Beelden van de clip van Stepping Out versterken als een feedback dit beeld.

Wat is dit een geweldige plaat geworden, welke niet onder doet voor zijn jaren 80 klassiekers Body and Soul en Night & Day. Een mooiere nieuwjaarsborrel om de start van een muzikaal 2019 te vieren kan ik mij niet voorstellen.

Joe Jackson - Fool | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Exploded View - Obey (2018) 4,0

7 oktober, 14:17 uur

Geen gemakkelijke kost dit Exploded View. Zwaarmoedige, hard binnen komende songs voorzien van de nodige minder toegankelijk postpunk invloeden. Bij de vervreemdende zang van Annika Henderson zou je haar het liefste door verwijzen naar de huisarts voor een passende dosering Prozac. Ze klinkt leeg, lusteloos en uitgeblust. En als je dan eerlijk moet zijn, dit soort wanhopige personen leveren vaak door hun problematiek erg boeiend materiaal. De band is ontstaan in Mexico City, waar de Britse, in Berlijn wonende zangers treft haar bondgenoten, of bandgenoten treft. Hugo Quezada en Martin Thulin geven haar psychische frustraties een grimmig klankbord. Doordat de Duitse vocale invloeden goed hoorbaar zijn, krijgt het een monumentaal, zeer strakke, statische uitstraling. Zwaarmoedig en uitzichtloos gaat ze de strijd aan met de horror die uit verschillende elektronische kastjes als demonen tevoorschijn komen.

Als een zware migraine wordt een lieflijk Lullaby pianospel begeleid met de dreampop van vocalist Annika als medicinale pijnbestrijding. Deze zuster des dood drijft je in haar ondoorzichtelijke poel van bederf van Open Road. De vocalen zijn een stuk intenser en vertwijfelender. Versteende gitaargepingel welke functioneel je laat mee voeren in de bedrieglijke draaikolk van vervormd gegalm. Dark Stains gaat verder op het keerpunt waar postpunk samensmelt met electric body music. Als een intelligente punkdichteres geeft Annika flarden van een van tranen doordrenkt dagboek vrij. Bladzijde na bladzijde verscheurend, afrekenen met het verleden. Ook Gone Tomorrow is een open sollicitatie naar de functie van gekwelde martelaar. Verdoofd sterven de emoties af, verkild en steeds vlakker wordend. Spaarzame drumslagen en hoge synths ontvormen de gevoelens. Titelstuk Obey volgt als een rusteloze bijna coldwave achtig geheel. Ontstemde postpunk die zich al wringend en aanvallend opdringt. Om je heen draaiende als een circulerende groep hongerige gieren, afwachtend om toe te slaan. De vervagende deprimerende vocalen van Annika wenden zich tot je als een definitieve openbaring.

Sleepers heeft iets opbeurends, een ode aan de ondertussen steeds verder weg gezakte ethereal wave. Een basgitaar die een voortdurende line creëert met daaroverheen verweven stijlvolle herhalende drums en opgewekte mechanische tonen. Het luchtige Letting Go of Childhood Dreams laat steeds sterker het gevoel achter dan de plaat zich in tweeën spitst. De paradox met de eerste vijf tracks is immens. Van uitzichtloze nachtmerries naar positievere toekomstbeelden. In eerste instantie lijkt Raven Raven dit beeld te verzieken, maar het hoge dansbaarheidsgehalte geeft het net nog een optimistische impuls. Prettig vluchtgedrag met alle ingrediënten voor semi bejaarde navelstaarders, die met pijnlijk gebogen rug voor een laatste maal een bezoekje aan de dansvloer wagen. Come On Honey is echte shoegazer met een bepalend industriële benaderingswijze. Herhalende beats die ook de kern van grimmige wave hier verwoorden. Heel even is het maniakale van de eerste vijf tracks weer terug. Verslagen wagen we ons aan het eindstuk. Als een ontspoorde sneltrein raast Rant zich naar het Oost Berlijn van voor de val van de muur. Station To Station, met de eindbestemming ergens in de vorige eeuw. Niet echt een album welke je aan het daglicht toe vertrouwd, maar als eenmaal laat in de avond de gordijnen zich sluiten heeft het meer zijn bestaansrecht.

Exploded View - Obey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Jacob Bellens - Trail of Intuition (2018) 3,0

7 oktober, 14:17 uur

De in Sneslev geboren Deense Singer Songwriter Jacob Bellens heeft al de nodige muzikale marathon kilometers opgebouwd. Bijna gelijktijdig maakt hij rond 2005 een start met het meer melancholische Murder en het stuk toegankelijkere I Got You On Tape. Bij deze bands is hij te horen op totaal zeven albums, maar zijn creativiteit blijkt verder te rijken. Het vermogen om hedendaagse verhaaltjes van hedendaagse personen om te smeden tot songs bezit hij als geen ander. Zijn observatie dwingt hem om zich af te sluiten van de buitenwereld en als een artiest zijn zichtwijze om te zetten tot tracks. Heel slim weet hij door deze werkmethode zijn eigen ik buiten beschouwing te houden. Verwacht daar geen autobiografische nummers, maar wel beschreven situaties waar Jacob Bellens als buitenstaander getuige van is geweest.

In 2012 komt zijn eerste solo album The Daisy Age uit, en ondertussen is afgelopen jaar nummer vier verschenen; Trail of Intuition. Hij heeft qua geluid een middenweg gevonden tussen de twee bandjes, en zet dit evenwichtiger om in eigen solo producties. De zelf bepalende rol geeft meer lucht, er moet minder rekening gehouden worden met andere muzikanten. Ondanks hele toegankelijke radiovriendelijke werkstukken als All The Songs en titelstuk Trail Of Intuition is gekozen voor variatie op deze plaat. Wel wekt het de indruk dat hij zich hier een stuk openlijker presenteert dan in groepsverband. Goed mogelijk dat het privé allemaal meer op rolletjes loopt, en dat hij zich niet achter andere karakters hoeft te verschuilen. Hoe mooi eigenlijk om deze kant van Jacob Bellens te mogen ervaren. Ida Marie Arendt en Kirstine Elise Pedersen geven met klassiek pianospel en strijkers bepaalde tracks meer zeggenschap. De rockkant verdwijnt nog meer naar de achtergrond, en juist deze geschoolde muzikanten geven het een onverwachte wending door het gelijk al in Sunrise in East meer als echte popmuziek te laten klinken.

Toch wordt er goed afgewogen wat elke song afzonderlijk nodig heeft, want de elektronica wordt ook niet genegeerd. Renegade is een zweverig, ruimtelijk geprogrammeerd stuk happiness met terug kerende oerknal. De vocalen van een Europe’s Burning doen mij minder, maar de synths en drums komen wel hierop het beste tot hun recht. Het gedragen More Than Anything en meer verstilde One of a Kind vragen juist om een aanpak, die meer in het verlengde zit van Murder. Jacob Bellens blijft het weemoedige nog steeds beheersen, hier grijpt hij er gericht naar terug. Bij Sound Of Laughter slaat hij de plank volledig mis. Had dit voor veel geld aan de een of andere Boyband verkocht inclusief de privileges om dit onder hun eigen naam uit te brengen.

Trail of Intuition is een behoorlijke gemakkelijke plaat geworden van een muzikant die tot veel meer in staat hoort te zijn. Zijn emotionele aanpak bij Murder wordt gewaardeerd, zelfs I Got You On Tape levert indrukwekkendere albums op. Hier vallen vooral More Than Anything en One of a Kind op, niet door hun veelzijdigheid, maar het zijn de puurste tracks. Laat het volgende project er alstublieft weer een met Murder zijn.

Jacob Bellens - Trail of Intuition | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Rock*A*Teens - Sixth House (2018) 4,0

7 oktober, 14:17 uur

The Rock*A*Teens heeft gekozen voor de sterretjes in hun bandnaam, anders zou je al snel terecht komen bij een Rockabilly band uit de jaren vijftig, en niet bij deze indierockers. Vanaf 1994 actief collectief welke hun oorsprong heeft in Cabbagetown, een oostelijk gelegen buurt van Atlanta in de Amerikaanse staat Georgia. Bekend vanwege de vele actieve graffiti artiesten. Eigenlijk was deze groep net zo passé als de tags uit verleden tijden, welke nog verschillende gebouwen versieren. Na de eeuwwisseling werd het stil, en verscheen er nog een plaat Sweet Bird of Youth en EP Noon Under the Trees, en vervolgens ruim zeventien jaar helemaal niks meer. Verrassend dat er dan vrij onverwacht nieuw werk verschijnt, in het vorig jaar uitgebrachte Sixth House.

Het begin is allemaal net zo donker en onheilspellend als hun oudere werk, maar het resultaat is een stuk minder hard en niet zo rommelig. Billy Really heeft het verfijnde Paisley Underground garagesound, zanger Chris Lopez weet hier de nodige dramatiek aan toe te voegen. Niet te vergelijken trouwens met de berg ellende die ons muzikaal ten gehore komt in het bezwerende Lady Macbeth, waar er dieper en pijnlijker in de ziel van de band gepord wordt. Het verfrissende dromerige Turn and Smile heeft een ander karakter. Heerlijke no nonsense rock, de woorden op punkwijze op ons bordje opgediend worden; gelijk de volle mep, zonder verdere poespas. Rauw als een niet goed doorbakken steak. Lekkere opzwepende drumpatronen vliegen ons om de oren in het toegankelijkere Go Tell Everybody, hoge backings zorgen voor het psychedelische element. Een doordachte dansbare track met een heel erg sterk wij gevoel, zou zich zo als publiekslieveling kunnen ontwikkelen tijdens concerten. Ook terug in de tijd ligt de inspiratie voor Baby’s on to Me. Hier zou je door de bevlogenheid je zo op een college party wanen, met beginnende acts hun plaatselijke minute of fame incasseren. Zo horen jonge honden te klinken, puur en onbevangen.

Stampende rock waar Chris Lopez nog net vocaal overheen kan komen, in het verder krachtige statement Closest to Heaven met alle verwijzingen naar de gitaarband van de jaren 90. Je zou bijna vergeten dat The Rock*A*Teens daar ook toe behoorden. Niks nieuws dus eigenlijk, alleen blinkend opgepoetst. Knap hoe juist de vocalen na al die jaren zo heerlijk jeugdig klinken. Ook de luistervriendelijke chaos die ze proberen op te roepen met Count in Odd Numbers gaat terug naar waar ze ooit hun aftrap hadden. Lost in Sound is een flink door de blender gegooide combinatie van gitaarrock, punk en Britpop; shaken en serveren. De romantische benadering van Listen, Sonny Boy verwacht je niet, dit zou zo zelfs door hipster meisjes massaal omarmt kunnen worden, al is dit geen compliment. Als er een stroming is geweest welke al vanaf het begin belachelijk over kwam, dan is het deze wel. Hip is in een paar jaar terug gebracht tot bordurende en breiende jonge verliefde stelletjes. De hippies van het heden. Gelukkig verder een prima track, ondanks de associaties die het oproept. Crystal Skies heeft raakvlakken met de do it yourself sound uit de jaren tachtig, al is hier de stofzuiger wel thuis gelaten. Blikkerig en rammelend, en zo komt dit het beste tot zijn recht. Na zoveel onproductieve jaren, gaat The Rock*A*Teens verder waar er jaren geleden gestopt werd. De aansluiting met nieuwe acts kan probleemloos gemaakt worden. Terug van weg geweest.

The Rock*A*Teens - Sixth House | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Astronauts, etc. - Living in Symbol (2018) 2,5

7 oktober, 14:16 uur

Dat men steeds meer een hekel krijgt aan een maatschappij welke gedomineerd wordt door Social Media is een feit. Al is het natuurlijk heerlijk dat de mogelijkheid bestaat om tijdens langdurig wachten hier naar terug te grijpen. Vanaf de basisschool leert men hier mee omgaan, en het door internet gecreëerde netwerk is groter dan wat wij ooit hadden kunnen dromen. De huidige generatie leert er al vroeg mee omgaan, en zoals bij vrijwel alles, zitten ook hier de nodige nadelen aan verbonden. Probeer het in breed daglicht te zien. Daarom heb ik enigszins wat moeite met het concept achter Living in Symbol. Hier staat de vervreemding van de maatschappij centraal. Valse vooruitzichten, isolement van de omgeving en een vorm van kunstmatige beleving. Grotendeels het gevolg van het leven als element in een wereld gedomineerd door Twitter en Facebook. Mooi om hier als uitgaanspunt mee aan de slag te gaan, maar ook Anthony Ferraro is afhankelijk van deze vooruitgang. Verder maakt hij gebruik van bandcamp om zijn albums aan de man te brengen. Voor mij de voornaamste reden om het hele idee achter de plaat links te laten liggen, en mij alleen te richten op de tracks.

Haal je de verpakking en het verkooppraatje weg, dan blijft er echter bar weinig over. De indruk dat Ferraro zich verbergt achter een vluchtig idee is groot. Het kabbelt allemaal wat voort, net te easy listening. Veel gebruik van echo’s op de vocalen in de songs welke verder voornamelijk een dromerige uitstraling hebben. Vaak wordt de basis gevormd bij jaren zeventig filmtunes met een luchtig zomers karakter zoals in het verder funky The Border. Totaal misplaatst opent Stray Observations verrassend met de James Brown sampler van Funky Drummer. Maar goed dat de uitvoerder Clyde Stubblefield in 2017 is overleden, hij zou zich omdraaien in zijn graf. Bij Symbol Land gaat men uit van een prima, maar wel traag opbouwend pianostuk. Verder zit er weinig spanning in de zwoele plaat. Gericht op een langdurende vertrouwde relatie waar er door middel van plastic kaarsjes inclusief batterij een sfeer opgebouwd wordt. Het liefste nog met een afstandsbediening waarmee de kleur veranderd kan worden. Net zo retro als de vormloze eerste badpakken uit de jaren vijftig. Hier wordt wel heel erg op safe gespeeld. Niet mijn definitie van romantiek. Zelfs zonder het genoemde concept in mijn achterhoofd, wil het maar niet pakken. Zelfs het mooie gitaarstuk van Kelly on the Moon wil hier geen verandering in brengen. Niet wij leven in een geïsoleerde maatschappij, maar juist Anthony Ferraro lijkt zich in zijn eigen wereldje te bevinden.

Astronauts, etc. - Living in Symbol | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Visible Cloaks, Yoshio Ojima & Satsuki Shibano - Frkwys Vol. 15 (2019) 4,0

Alternatieve titel: Seranitatem, 7 oktober, 14:06 uur

Het onafhankelijke Brooklynse platenlabel RVNG Intl. investeert veel in plannen waar ze voor de volle honderd procent achter staan. Zo hebben ze in het verleden het RVNG van de NRDS project opgestart, welke zich richtte op een vinylreeks van discobewerkingen. Daarna zijn ze aan de slag gegaan met artiesten uit eigen stal, welke ze aan elkaar koppelen. Deze FRKWYS reeks, want daar hebben we het over, is ondertussen al toe aan editie 15. Op Serenitatem gaat het uit Portland afkomstige duo Visible Cloaks de complexe uitdaging aan met de uit Japan afkomstige Yoshio Ojima en Satsuki Shibano.

Visible Cloaks heeft Spencer Doran en Ryan Carlile in de gelederen, en maakt elektronische new age waarbij echte instrumenten de basis vormt. Door de veelal Oosters getinte aanpak past deze perfect bij de meer rustgevende ambient sound van Yoshio Ojima, die in zijn pioniersrol tevens verantwoordelijk is voor baanbrekende geluidssystemen die te horen zijn in gerenommeerde Japanse openbare voorzieningen. De klassiek geschoolde pianist Satsuki Shibano heeft haar naamsbekendheid te danken aan haar indrukwekkende invulling van haar kijk op bestaande werken van Erik Satie en Claude Debussy.

Toi duikt diep de ambient in. Met vervreemde geluiden wordt contact gezocht in de universele wereld die geschept wordt. Het voelt aan als een ontdekkingsreis door het heelal. Het kalmerende geluidsscala geeft een ontspannen effect op de hersenen. Begrijpbaar dat Yoshio Ojima hiermee de altijd vluchtige Japanners tot een halt roept. Als een klankentovenaar laat hij voor een moment de tijd stil staan. Visible Cloaks benut de ontstaande speelruimte met hypnotiserende toevoegingen op het gebied van uitweidende soundscapes.

Anata krijgt hulp van een prettige stem die flink door een vocoder is gemangeld. Verscholen in de achtergrond zijn de lang uitrekkende harmonium achtige tonen hoorbaar, die een steeds meer dominerende rol opeisen. Satsuki Shibano mag haar kwaliteiten voor het eerst tentoon stellen in You. Haar ervaringen schikken zich probleemloos tussen de meer futuristische droombenadering van de overige drie muzikanten. Harmonieus wordt het vertwijfeld tot leven gewekt om zich te ontwikkelen tot een mooi samenspel.

Volledige diepgang ontstaat er in het tot in puntjes uitgewerkte Atelier. Met een aangenaam arcadisch geluidenpakket krijgt het pianospel de kans om zich subtiel te hechten aan het klein gehouden kunstwerkje. Om vervolgens te verzanden in de denkbeeldige oase van rustgevende klanken. Nog sterker wordt het pastoraal gevoel gepresenteerd in het door een kerkorgel begeleidende S’Amours Ne Fait Par Sa Grace Adoucir (Ballade 1) waarin Satsuki Shibano prachtig soleert.

De aanwezigheid van de inleidende stem bij Lapis Lazuli wordt zeer op prijs gesteld. Ze is een gids en neemt je stevig bij de hand in de mediterende trip die volgt. Schoon van gedachtes en ook innerlijke opgeruimd laat je volledig sensitief bewust de track op je inwerken. De computer gestuurde vocalen nemen het eventjes over om vervolgens je de vrijheid te gunnen om de beleving verder te ondergaan.

Minimalistisch gaat Stratum van start. Juist hier valt weer alles op zijn plek. De pianotoetsen worden voorzichtig aangeslagen om vervolgens af te dwalen in een sederende dagdroom, waarbij de traditionele Oosterse culturen zich laten inmengen in een prachtige climax. Met Canzona Per Sonare No.4 wordt het onschuldige kinderlijke naar boven gehaald. De verborgenheid van een vertrouwd slaapliedje wil een spirituele afrondende werking in gang stellen. Juist die laatste twee tracks willen de kracht van dit bijzonder samenwerkingsverband benadrukken.

Visible Cloaks, Yoshio Ojima & Satsuki Shibano - Serenitatem | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Pete Gow - Here There's No Sirens (2019) 4,0

7 oktober, 14:04 uur

Americana is een muziekstroming die zijn oorsprong heeft in de country. Eigenlijk kan het gezien worden als een hippere benaming om het oubollige gevoel wat country oproept te elimineren. Vanwege de naam wordt dit terecht gelinkt aan de Verenigde Staten. Maar er zijn tal voorbeelden te vinden van artiesten die vanuit een ander thuisland deze sfeervolle muziek maken. Hoe verwarrend is het dan om als Britse bevriende muzikanten een naam te nemen welke ook nog dezelfde is als die van een oudere Amerikaanse country zanger. Hoe lastig kan je het voor jezelf maken. De genoemde band Case Hardin, want daar hebben we het hier over, besluit om nu alle aandacht te richten op bandlid Pete Gow. Doordat zijn maatjes oprecht bedankt worden op zijn soloplaat, ziet het er naar uit dat het een tijdelijk uitstapje betreft.

In de Farm Music Studio van Joe Bennett te Oxfordshire wordt in de bloedhete zomer van 2018 in twee sessies van drie dagen tijd hard gewerkt aan wat uiteindelijk Here There’s No Sirens zal worden. Pete begeleid zichzelf op gitaar, Joe verzorgt de overige instrumenten, en voor het sfeervolle drumwerk is Fin Kenny verantwoordelijk. In de titeltrack Here There’s No Sirens gaat de gedachte uit naar Shane MacGowan, waarvan The Pogues klassieker A Rainy Night In Soho in samplevorm eventjes mag passeren. Voor het platenlabel Clubhouse Records is Pete Gow geen onbekende, ze hebben ook Case Hardin onder hun vleugels. Terecht dat ze zich met volle vertrouwen richten op deze stemmige singer-songwriter.

Eigenlijk had de plaat net zo goed onder de naam Gow & Bennett uitgebracht kunnen worden. De twee artiesten halen namelijk meer dan het beste in elkaar naar boven. De bescheidenheid van de producer is niet terug te vinden in zijn multi muzikale aanpak. In zijn basispakket zitten onder andere piano, bas, trompet, lapsteelgitaar en orgel opgenomen. Met gemak weet hij deze kwaliteiten toe te passen als een nummer daar om vraagt. Dit levert een sfeervolle zwoele avondplaat op, die zich prima laat beluisteren in de hete nazomerdagen.

Al direct weet Bennett in One Last One-Night Stand de sprankelende pianotoetsen af te wisselen met warm georkestreerde strijkers, die een aangenaam knus huiskamergevoel oproepen. Vervolgens stopt hij er in de volgende track Mikaela de treurnis van de trompet tussen om het later op Some Old Jacobite King te voltooien met slepend lapsteel gitaarspel. Wat is hij een ongekend groot talent die hopelijk groter opgepakt wordt. Zijn uitgekiende kluswerk zou veel soortgelijke artiesten naar een hoger level kunnen tillen.

Pete Gow werkt zich als een geroutineerde countryzanger door de songs heen. De autografische getinte songs als One Last One-Night Stand en Strip For Me komen binnen als reisverslagen. De eenzaamheid van verlaten hotelkamers, op zoek naar betaalde liefde en andere ellende waar een artiest mee te maken heeft. Elke dag op doortocht, waarbij het onmogelijk is om je te binden aan een partner en een stabiele toekomst op te bouwen. Met deze desolate oorsprong wil de spreker de aandacht op zich richten, al schuilt daarin wel het gevaar dat zijn voordracht wat eenzijdig over komt. Maar daarvoor staat Joe Bennett dus achter het mengpaneel. De grauwe geschetste wereld van Pete Gow die hij mag mengen in een grootst kleurenpallet. Net zo passend weet Veronica Casey de vocalist neer te zetten in de prachtig geschilderde albumhoes.

Pete Gow - Here There's No Sirens | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Beta Band - The 3 E.P.'S (1998) 3,5

7 oktober, 14:03 uur

Een goede platenzaak kent zijn klanten. Het is de kunst om in een aardig gevulde winkel een album te draaien, en die vervolgens ook nog te verkopen. Je hebt helemaal een goede dag als het je lukt om er zelfs meerdere exemplaren van te verkopen. Iedere muziekliefhebber is wel eens met plaat naar buiten gestapt, waarvoor het bezoekje eigenlijk niet bedoeld was. En over het algemeen zijn dit geen miskopen. Het bestaansrecht van dit soort shops is hiervan grotendeels afhankelijk. Vroeger hoorde daar nog een volle asbak met sigarettenpeuken bij. Tegenwoordig sporadisch nog een flinke kop koffie. En zo hoort het dus ook te zijn. Geen streamingsites, maar met een aantal albums naar de kassa luisteren, zelf handmatig skippen naar de volgende track, of voorzichtig de naald verplaatsen. Uiteindelijk tevreden weer huiswaarts keren. High Fidelity is een liefdesverhaal, of eigenlijk net geen liefdesverhaal. De hoofdrolspeler is een slimme verkoper in een soortgenoemde winkel. Het neurotische zich verheven voelen met muziekkennis boven de klant staat centraal. Verder veel gesnuffel in platenbakken en de nodige Top 5 lijstjes die de revue passeren. Een cultfilm met idem soundtrack. Liefhebbers kennen letterlijk elke conservatie uit de film. Zo ook die waar er binnen een korte tijd gepoogd wordt om een EP van een relatief onbekende band aan de man te brengen. De naam van de song; Dry The Rain. De naam van de band: The Beta Band. Toepasselijk uitgezocht voor op het witte scherm. Nick Hornby schreef het verhaal al voordat The Beta Band zich aandiende. Het was een treffende poging om ze onder de aandacht te brengen. Na drie geslaagde EP’s verslapte de aandacht bij het iets wat tegenvallende debuut. Met terugwerkende kracht wordt The 3EP’s beschouwd als hun eersteling. Meer dan terecht. Is het een geniale zet geweest, of gewoon domme pech?

Champion Versions:

Beter hadden ze zichzelf niet kunnen introduceren. Het genoemde Dry The Rain mag openen. Door de lazy benadering zoekt het nog meer aansluiting bij de crusties beweging dan bij de Britpop. Vies en lui zijn de sleutelwoorden. Dat deze het in de Verenigde Staten goed deed is niet zo vreemd, de lo-fi sound van een Beck is meer terug te horen. De overgang naar het vollere geluid maakt het wel af, gelijk klinkt het een stuk soulvoller. Ritmisch gezien gaat I Know meer de Madchester kant op, al wordt er hierbij veel minder gebruik gemaakt van dub. Net zo dromerig vervolgen we met B + A, duidelijk bedoeld aan aangename trippende opvuller. Om dan vervolgens zo sfeervol af te sluiten met Dogs Got A Bone verwacht je weer niet. Al zwiert het koortje alle kanten uit, en verwacht ik dat de nodige bedwelmende dampen de studio hier bevolken. Wat zal de schoonmaker er de volgende dag een flinke dagtaak aan overhouden om de puinzooi op te ruimen. Het resulteert wel in een aangenaam geheel.

The Patty Patty Sound:

De tweede EP laat een verandering van het geluid horen. Met de nodige psychedelische invalshoeken wordt er binnen getreden in een meer experimenteel kamertje. Inner Meet Me heeft een volle sound met een ritmisch gitaartje en gesamplede bliepjes die spaarzaam begeleid worden met eenvoudige percussie. Het is voornamelijk de ongedwongen uitstraling waar kracht uit gehaald wordt. Een soortgelijke speelsheid vergezeld ook The House Song, al wil het net te traag opstarten. De discotrack die er in verscholen zit werkt wel op de steeds soepele wordende benen. De baslijn helpt ons als een partner de dansvloer op. Het rapgedeelte had achterwege mogen blijven, hierdoor krijg je net teveel onprettige boyband associaties. De Britten bezitten wel de nodige soul, maar ze missen de flow om als een hiphopper aan de gang te gaan. Liever vijf Britpoppers vet onder invloed die proberen te zingen, dan eentje die zichzelf The King Of Rapmusic waant. De Zuid Amerikaanse invloeden in Monolith zijn lekker, maar waarom steeds dat gehakketak in dit nummer. Op het ene moment zit je midden in een oerwoud, dan weer vast in het verkeer van een wereldstad. Natuurlijk kun je een track als een restje pindakaas uitsmeren over twee boterhammen. Alles wordt geraakt, maar de smaaksensatie is tot een minimum gebracht. Deze jamsessie had de studio niet mogen verlaten. Compactheid leid tot mooier resultaat, zoals in het sterke She’s the One. Hier weet de zweverigheid wel te overtuigen. De pimpende zang is zelfverzekerd en stoer. De switch halverwege wordt logisch ingeleid. Om dan nog overtuigend te finishen in retro sixties expressies is een aangenaam gegeven.

Los Amigos del Beta Bandidos:

Nog steeds zoekende naar wat uiteindelijk hun kenmerkende eigenwaarde zal worden horen we weer iets nieuws in Push It Out. Je weet weer niet hoe het zich zal ontwikkelen. En dat is bepalend voor The Beta Band. ze leggen zichzelf geen regeltjes op door het experiment uit de weg te gaan. Een gegeven wat de stempel zal worden op al hun producties. Dat dit niet altijd goed uitpakt, kan ze weinig schelen. Door deze vrijheid levert het interessante brokken muziek op. Helemaal niet vreemd om een jazzy basgitaar te horen in It’s Over. Het zijn dan ook helemaal geen verkeerde muzikanten. Tussen de ongein hoor je tevens geschoolde kwaliteiten terug. Nonchalant wordt John Lennon van de pianokruk geduwd op Dr. Baker. En dan verwacht je een peace and happiness protestsong, maar het blijft bij simplistisch gepingel. Meer druggy sluiten ze af met het meer dan geslaagde Needles in My Eyes. Een groep welke collega’s oproept om zichzelf niet te serieus te nemen, en dat siert ze.

The Beta Band - The 3 E.P.'S | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lamb - The Secret of Letting Go (2019) 4,0

7 oktober, 14:02 uur

Al vanaf de eerste klanken van The Secret Of Letting Go krijg je de indruk dat Lamb de kant op gaat waarmee Louise Rhodes zichzelf solo op de kaart zette. Niks is minder waar. Een fractie lang gaat de gedachte door je heen dat je bij Phosphorous naar een Ierse traditionele folk band aan het luisteren bent. Dan mag Andy Barlow de duisternis oproepen met aangename keyboard akkoorden. De gespannen sfeer binnen de band was het startpunt van de plaat. Sterker nog, met de titeltrack zouden ze eigenlijk een dikke punt zetten achter hun creatieve relatie. Blijkbaar leverde het juist genoeg inspiratie op om verder te gaan. Het klinkt allemaal een stuk grimmiger. Het poeslieve stemgeluid van Rhodes heeft zich ontwikkeld tot een meer volwassene benadering. De aansluiting met de donkere beats is meer dan treffend te noemen, en ze geeft haar muzikale evenbeeld ook meer mogelijkheden om zich uit te leven.

Phosphorous mixt de Clannad achtige ambient perfect met de kerkelijke gotische strakke jaren tachtig sound. Het belooft gelijk al veel goeds. Hier hoor je nog wat terug in de toegankelijke vocalen, vervolgens wordt het verder stap voor stap verder afgebroken. Vervreemding staat centraal in Moonshine. Rhodes kronkelt nog alle kanten op, waarbij ze de hoge regionen ook treffend weet te raken. Het geflirt met het rapgedeelte levert een aangename break op, waardoor het net die push krijgt waardoor het boven zichzelf uit stijgt. Op deze manier blijven ze schatplichtig aan hun triphop verleden. Dat ze Armageddon Waits dropten als eerste single is een juiste keuze. Hiermee leveren ze een visitekaartje af, en laten ze horen welk ontwikkelingsproces ze zijn ondergaan. Naar eerst wat van de basis terug te laten horen, gaan ze halverwege helemaal los. Nog steeds is het filmische dominant aanwezig, maar er wordt gekozen voor zwaarder werk, zonder de geloofwaardigheid te verliezen. Absoluut representatief voor het totaalplaatje. Ideaal voor een James Bond score, waar de hoofdpersoon het niet overleeft.

Drum-‘n-bass beats staan centraal bij Bulletproof, al gaan die al snel hun eigen onverschillige weg. Met de nodige bliepjes en getingel worden ze tot halt geroepen. Strak in het regiem marcheren ze door de elektronica heen. Dat de titeltrack The Secret Of Letting Go de basis vormde hoor je niet duidelijk terug. Om eerlijk te zijn komt het eerder over als een probeersel welke nog niet geheel is uitgewerkt. Er zitten prachtige elementen in verwerkt, zeker met de orkestrale instrumentatie, maar het begin past er niet treffend bij. Door deze dwarsheid is er ruimte gecreëerd om verder aan de slag te gaan. Dat ze het verleden niet helemaal kunnen laten rustig beluister je in het gevoelige Imperial Measures. Het zou zich weer prima staande houden op het debuut. Hier is het mij net teveel down to earth. De onvoorspelbaarheid van The Other Shore gaat meer de diepte in. Het vraagt meer aandacht, juist vanwege het onheilspellende. Terwijl Rhodes in principe weinig verandering in haar voordracht brengt, mag de waarde van Barlow niet onderschat worden. Gevoelens krijgen in de juiste ambiance meer kleur. De triestheid van de blazers moet je gesteldheid nog verder naar beneden trekken, maar wil het ook extra glans geven.

In Deep Delirium gaat de dance van de jaren negentig een verbond aan met de uitspattingen van tien jaar eerder. Met veel bombastisch getoeter richten ze zich met deze clubtrack op het feestende publiek. Wat zouden house producenten hier graag mee aan de slag willen gaan. Dat Rhodes hier rustig haar kopje thee mag benutten, heb ik totaal geen moeite mee. De energie die dit oproept weet Barlow heerlijk extravert naar buiten te brengen. Absoluut het hoogtepunt van dit album. De rol eist de zangeres wel weer terug in Illumina,ook hier zijn het de noise fragmenten en harde drumslagen die de opbouw bepalen.
De vocalist laat de song ademen, maar het is wel degelijk haar partner die de zuurstof aan levert. The Silence in Between overstijgt nogmaals alles wat er tot nu toe gebracht werd. Een bloedmooie ballad waarbij Rhodes zichzelf naast Kate Bush en Tori Amos een podiumplek weet te benutten. Muzikaal gezien heeft het veel weg van traditionele Schots of Iers materiaal. De stilte van het zilvergrijze landschap wordt wijselijk ingevuld. Dat we hierna ook nog getrakteerd worden op het gelijkwaardige One Hand Clapping is mooi mee genomen. Vaak wordt er reikhalzend uitgekeken naar nieuw werk als een act voor langere tijd uit de running is. Hier kan terecht gezegd worden dat ze helemaal terug zijn. Waar een crisis toe kan leiden.

Lamb - The Secret of Letting Go | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Steve Gunn - The Unseen in Between (2019) 4,0

7 oktober, 08:29 uur

Sinds het succes van War On Drugs wordt de hele scene rondom Adam Granduciel uitgepluisd. Ieder die enige connectie met de band heeft, wordt er bij gehaald. Eerst Kurt Vile, die behoorlijk aan de weg timmert. En nu is Steve Gunn aan de beurt. Als voorprogramma van de band van Granduciel, en met het samenwerkingsproject met Kurt Vile genaamd Parallelogram is de link te leggen. Niet zo memorabel als de genoemde artiesten. Maar op de achterhoede een mooi tijdsbedrijf, welke ook de mogelijkheid heeft om hier bij de bekende namen aan te sluiten. De bandleden van The War on Drugs komen allemaal wat schuchter over, zo ook tijdens de uitgerekte lange muzikale stukken. Als de aandacht maar gericht is op het instrument, hoef je niet meer de zaal in te kijken, en al het contact negeren. De een ziet het als betrokkenheid met de precieze gecontroleerde uitvoering van de tracks, terwijl iemand anders meer moeite heeft en het ervaart als desinteresse. Deze gevoelige folkpop emo’s staan nu volledig in the picture. Steve Gunn heeft in ieder geval alleen al een ruiger uiterlijk. Donkere bril, de haren kort en stijlvol. Hier op The Unseen in Between zijn het allemaal mooie luisterliedjes begeleid door gitaar. Uiteraard zijn er raakvlakken met War On Drugs. Nu ga ik iets zeggen, waar de liefhebbers absoluut niet blij mee zijn. Steve Gunn heeft de vocalen van een man, niet die onvolgroeide uitstraling van Adam Granduciel. Nee, hier geen liefhebber van dat hoge gemummel, Steve is net een stuk minder zweverig.

New Moon blinkt uit in gedurfdheid, een geslaagde combinatie van country met dreampop elementen. Nooit geweten dat dit zo treffend over kan komen, maar het gevoel op de prairie aanwezig te zijn wordt hierdoor versterkt. Toch gaat het niet de softe kant op, het heeft nog steeds iets stoers. Bij Vagebond hoor je de invloeden van War On Drugs zeker terug in het heldere gitaarspel, maar de link naar de Paisley Underground sound is net zo sterk aanwezig. Net een stuk opgewekter allemaal. Prima hoe ook hier wordt terug gegrepen naar de jaren tachtig. De mooie backings worden verzorgd door Meg Baird, al jaren geleden actief bij collega Kurt Vile, op diens album Smoke Ring for My Halo. Daar wist ze Baby’s Arms vorm te geven. De veelzijdigheid op The Unseen in Between is te herleiden naar jaren zeventig countryrock, welke weer sterk van invloed is op het rustigere Change, ja inderdaad een grote verandering ten opzichte van de vorige track met het mooie versterkte tussenstuk Stonehurst Cowboy. Deze grijpt terug naar de basis, kaler van opzet, dicht bij de roots van de americana. Dit staat ook voorop bij het nog meer op het akoestische spel gevormde Luciano, waar aarzelend backing vocals, drums, en echo’s worden toegevoegd tot een sterk pakkend geheel.

Dan is ook het Oosters getinte New Familiar een aangenaam warm welkom, door eerst hypnotiserend in trance te zijn gebracht komt Steve Gunn als gastheer zijn rol vervullen. Door het opnameproces doet het nog meer gedateerd aan dan de overige tracks. Een mooi gebaar dat gedateerd niet altijd synoniem met oubollig hoeft te zijn. Zijn kwaliteiten als rockgitarist netjes voor het einde gereserveerd. Lightning Field heeft meer aansluiting bij de dromerige aftrap van New Moon al mag hier de gitaar tussendoor net wat meer zijn stem verheffen. Het met geluidseffecten pakkend begin van Morning Is Mended geeft een betere invulling aan het ontwakende gevoel dat het oproept. Minimaal gebruik met maximaal effect. Bij de piano ballad Paranoid krijg ik een fout kerstgevoel, de belletjes tussendoor en de wat orkestrale begeleiding versterken dit alleen maar. Rond die tijd kan ik er prima naar luisteren, maar nu de feestdagen alweer achter de rug zijn, heb ik dat minder. Al moet ik bij de tekst regelmatig glimlachen, ze roepen herinneringen aan het televisieprogramma Het Familiediner op, waar het uiteindelijke verwachtingspatroon vaak niet positief is. Hogelijk voor Steve Gunn krijgt ook de waardering die Vile tevens toegekend kreeg. The Unseen in Between is er eentje die dat verdient.

Steve Gunn - The Unseen in Between | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Trevor Powers - Mulberry Violence (2018) 4,0

7 oktober, 08:29 uur

Als een artiest het lukt om gelijk al na een paar seconde van de openingstrack de aandacht te trekken, dan heeft hij al een flinke voorsprong opgebouwd. Deze indruk is van belang bij hoe je verder de plaat beleefd. Ga je er voor zitten, of is het achtergrondmuziek; arbeidsvitamine. Mulberry Violence valt onder de eerste categorie. Trevor Powers verruilt zijn werkveld van de dreampop gerichte Youth Lagoon naar meer toegankelijke avant garde onder zijn solo naam. Wetende dat Youth Lagoon al een eenmansproject was, blijft de uitvoerende hetzelfde. Vanuit San Diego in Californië weet hij ons ook nu te betoveren.

De kracht van XTQ Idol zit hem in de combinatie van abstracte klanken met vervreemde geluidseffecten op de stem. Het volgen van pianolessen op zeer jeugdige leeftijd blijkt zijn nut te hebben. De natuurlijke manier hoe hij zichzelf hierop begeleid getuigd van muzikale kunde. De ruis op het geheel roept geen irritatie op, maar laat je nieuwsgierig worden naar wat er allemaal nog volgt. Nergens komt het te moeilijk of gemaakt over. Op het laatste nog even de knipoog naar de dreampop om daarna de reis te vervolgen. Mijn aandacht heeft hij te pakken. Wat er vervolgens gehoopt werd blijkt in Dicegame daadwerkelijk uit te komen. De sound is somberder, Trevor duikt meer de diepte in. De gesamplede schreeuw laat je intense pijn en verdriet ervaren. Het sterke pianospel moet ook hier weer genoemd worden, alsof al de witte toetsen zijn vervangen door alleen maar zwarte, zo duister eindigt de track.

Het ritmische tussenstuk Pretend It’s Confetti wordt vervormd door obscure geluiden, er wordt zelfs de indruk gewekt dat er een hartmassage apparaat in verwerkt is. De duisternis staat ook centraal in het triphoppende soulvolle Clad in Skin, de nacht doet zijn intrede, de verlokkingen van een sensuele avond achter zich laten. De jazzy saxofoontonen versterken het zomerse karakter. Trevor Powers bewijst hiermee dat hij ook geslaagde popliedjes weet te produceren. Het mysterieuze Playwright krijgt de invulling die het verdiend. Rustgevende aanrakingen van een liefkozend instrument met hier en daar een industriële bevlieging. Zo hoor je een jeugdliefde te behandelen. Film It All wordt zwaarder en meer orkestraal ingezet. Het sfeertje is filmisch, zoals in de titel. Gecontroleerde drums die een grondige aanpak krijgen tot een opzwepende krachtige beat.

Zoveel harder wordt op ons gevoel ingespeeld met het ontoegankelijke industrial Squelch, avant garde, avant la lettre. Onverwachte wendingen met een trieste openbaring in het therapeutisch bestrijden van je nachtmerries. Om vervolgens zo toe te slaan met het speelse Ache, werkt hier vreemd genoeg prima. Ook roept het cineastische beelden op, maar in een publieksvriendelijke context. Plaster Saint is grimmig, het veelzijdige gebruik van stemcollages geeft het een vertekend beeld, alsof er met meerdere zangers wordt gewerkt. De zwerm van oorverdovende soundscapes die vervolgende intro zijn noodzakelijk om vervolgens het slepende dramatiek van Common Hoax te vervolgen. Uiteindelijk afsluiten in een meditatieve werking van het dromerig eindsignaal.

Trevor Powers - Mulberry Violence | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? (2019) 4,5

7 oktober, 08:29 uur

De uit Atlanta afkomstige indie rockband Deerhunter bracht het debuut album Turn It Up Faggot uit vlak nadat eerste bassist Justin Bosworth overleed ten gevolge van de opgelopen verwondingen bij een skate ongeval in 2004. Deze eigenzinnige band heeft zich vervolgens ontwikkeld van een lastig te plaatsen groep muzikanten tot een levendig aandeel in de huidige alternatieve scene. Met Why Hasn’t Everything Already Disappeared? brengen ze hun achtste album uit, als je de alleen met de tour verkrijgbare Double Dream of Spring van vorig jaar mee telt.

Thematisch weet Death in Midsummer al gelijk de boel flink wakker te schudden. Wat zich ontwikkeld als een prima indie popliedje met de nodige Britse invloeden blijkt een meer politieke statement te hebben. Foto’s van dodelijke slachtoffers in het boek Revolution In The Streets of St. Petersburg, July 1917 maakt zoveel los, dat er een heel nummer aan gewijd wordt. Niet zozeer met het oplezen van namen proberen ze indruk te maken, er wordt gekozen voor het noemen van beroepen. Juist hierdoor komt het waarschijnlijk nog harder binnen bij de gewone man. Een fabrieksarbeider van het heden kan zich gemakkelijker identificeren met iemand die datzelfde werk honderd jaar geleden verrichtte. Een strijdlied waarbij stil wordt gestaan bij de gruwelen die een opstand van het volk kunnen oproepen. Eigenlijk van toepassing bij elke vorm van revolutie. De boosaardige sneer in de zang, geeft het nog meer kracht, al werd dit al door de tekst bereikt. Niet dat No One’s Sleeping gelijk een stuk vrolijker is. De hoop wordt uitgesproken dat na de zinloze moord op Helen Joanne Cox in juli 2016 de goegemeente wakker geschud wordt, en ontwaakt. Het verdwaalde gitaarschot als onverwacht schrikeffect, vervolgd door een alledaags muzikale luchtigheid. Het leven gaat gewoon door, na een moment van opschrikken. Deerhunter is maatschappelijk betrokken, en hun grenzen reiken verder dan die van de al vreemde Verenigde Staten waar al genoeg politieke inspiratie te vinden is.

Greenpoint Gothic zou in de jaren tachtig futuristisch hebben geklonken, hier is het een kil woordloos verslag. Een ode aan de ontwikkeling van Krautrock tot modieuze synthesizer bandjes. Bij Element moet ook wel deze tijd centraal staan. Het effect van vervuiling verwoord in oranje wolken. De plasticsoep welke bestreden dient te worden, net zo actueel als jaren geleden. Psychedelische jaren zestig invloeden druipen als zure regen zich een weg door de track. De aanklacht tegen de egoïstische leefwijze, waar men zichzelf opsluit in kapitalistische woningen, afwacht om oud wordend weg te rotten, lieflijk bezongen in het met cynische sterke ondertoon What Happens to People? Een groots orkestrale song met mooie sfeervolle pianobegeleiding, die je op een dwaalspoor moet brengen.

Een voorgeprogrammeerde stem probeert ons te hersenspoelen in Détournement. Als een wekkerradio welke ingesproken is door Big Brother, want we leven toch in een geweldige wereld? Zonne-energie heeft ondertussen ook de echte lichtstralen vervangen. De dreiging die gekoppeld wordt aan de steeds verder vervormende stem is spookachtig, en griezelig realistisch. Toch is het lekker om weer terug in de tijd te gaan met Futurism, ook hier de nodige verwijzingen naar hoe we onze aarde de laatste jaren gruwelijk de vernieling in geholpen hebben. Verwoord als een vrolijk huppelende folk geheel. Als een slaapliedje met Oosterse invloeden wordt er een beter Europees leven geschept in het door vrouwenstemmen versierde Tarnung. Het kitsch werkstuk Plains benoemd de eeuwige jonge held James Dean in zijn zorgeloze bestaan, waar al snel abrupt een einde aan komt. Kill Your Idols, And Dream On! Het zeer weirde Nocturne is een zeer gevarieerd, maar lastig te plaatsen afsluiter. Door een zwaar bezopen crooner worden we in een lege nachtclub te woord gestaan, en wat zijn we blij als de instrumenten het over nemen. Vrolijk worden we nog gebrainwasht in een heerlijk warm bad.

Why Hasn’t Everything Already Disappeared? is een aanklacht, een pamflet welke vroeger nog ondergronds verspreid werd door idealisten, die strijden voor een gezonder bestaan. Niet de muziek staat hier centraal, al is die niet misselijk. Alle aandacht wordt opgeëist door de doordachte woorden, waar de meeste voorbereidingen aan besteed lijken te zijn. Het is voornamelijk een kijk van deze Amerikanen op het Europa van nu, maar ook dat van vroeger. En dit beeld weten ze verdomd goed neer te zetten.

Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Avec - Heaven / Hell (2018) 3,5

7 oktober, 08:29 uur

Het folky singer songwriter werkveld is tegenwoordig erg breed, met alleen maar een mooie stem begeleid door gitaar red je het niet meer. Tenzij er sprake is van de buitencategorie, dat is maar voor weinigen weg gelegd. De Oostenrijkse Miriam Hufnagl heeft ook net niet die kwaliteit, maar weet dit prima te verbloemen. Onder de naam Avec bracht ze afgelopen jaar haar tweede plaat Heaven/Hell uit. Stilistisch aansluitend bij de grote dames in dit genre, probeert ze zich er tussen te wringen. Ondanks dat Hufnagl de katalysator hier is, mag je spreken van een heuse band. Overal wordt ze als enige constante factor genoemd, zonder de hulp van Andreas Häuserer op gitaar en keyboard, bassist Ross Stanciu en drummer Lukas Klement zou de chemie ontbreken.

Laten we Heaven/Hell beschouwen als een liefdesplaat met alle facetten van deze gevoelens. Het charmante Love, waarin de keuze om samen iets van het leven te maken. Luchtig zichzelf begeleidend wordt de deur geopend, waarna de luidruchtige aanwezigheid volgt van een tweede persoon, die in de vorm van versterkte klanken warmte binnen brengt. Voorzichtig elkaar af tasten met de tokkelende gitaar in Over Now. De klik die dit veroorzaakt krijgt vorm in het blije swingend vervolg. Het los laten van het vertrouwde verleden om zich aan te passen in de opgelegde nieuwe situatie wordt verwoord in het tekstueel sterke folky Under Water. Na eerst kennis gemaakt te hebben met Heaven, sluipt hier het eerste stukje Hell binnen. Niet alles is zo rooskleurig als het lijkt. De dominante rol van de partner wordt treffend benoemd, met tevens het gevolg tot los laten.

De smeekbede Close is een heel stuk zwaarder. Vocaal lager en twijfelend. De piano creëert een grauwe, regenachtige sfeer. Heel veel tranen, en nog meer pijn. Alle warmte welke gedragen werd door de vorige tracks is in een zucht vervaagd tot een meer serieuzere aanpak. Maar eens zal de zon blijven schijnen verwoorden de heldere synthesizer toetsen. Een angstige sampler die Heaven Hell onder verdelen in de spreekwoordige duivel en engel op de schouder. Is het mogelijk om jezelf te zijn, of gebruik je de bouwstenen juist om een muur om je heen te creëren. Het snakken naar adem in Breathe, alsof je totaal opgeslokt wordt door iemand anders. Zwijgzaam komt de tekst er uit, als een objectieve benadering van je eigen leven, waar je geen deel meer van uit lijkt te maken. Een hernieuwde poging met kansen in het dramatische Still, de toon van Hufnagl is smekend, tegen het huilen aan. Het hoge woord is er uit. Na eerst te vluchten in de eigen gedachtes, gaat Leaving wel degelijk over het definitief kappen van een gezamenlijke overeenkomst.

Opeens gaat de tienerproblematiek over in een volwassen benadering, dat proces hoor je terug in de krachtige gitaar akkoorden. Alone doet beseffen dat je weer van voor af aan moet beginnen. De angst om te falen is groter dan de hunkering naar een nieuw leven vol zekerheden. Deze sfeer vraagt een meer akoestische benadering om vervolgens om te schakelen naar de holle doemgeluiden en uitgekiende piano klanken. Een mooi persoonlijk verwerkingsproces. Om vervolgens toch te kiezen voor een terugkeer in Yours komt best shocking over. Wrang en verbitterd weet de vocalist dit ongelukkige sprookje te eindigen. Liefde als een slopende ziektekiem.

De bonustracks Body en Dear staan los van het verhaal. Gelukkig is er niet voor gekozen om deze er maar tussen te frommelen. Beschouw het als een extraatje.

Avec - Heaven / Hell | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Chemical Brothers - No Geography (2019) 4,0

7 oktober, 08:20 uur

Mag een band die zichzelf weet te definiëren met de term chemical beat schaamteloos shoppen op het gebied van dance? Natuurlijk mogen ze dat. Na de tweede Summer Of Love in 1988, gevoed door de acid house, volgde al snel de Britse illegale raves. Het werd allemaal een stuk agressiever en opgefokter. Madchester combineerde de sound in het indie gebeuren waarmee ze zichzelf op de kaart zette. Uit deze invloeden volgde een uniek dance geluid. Pioniers als The Prodigy, Orbital en The Chemical Brothers behoeden ervoor dat het niet dood bloedde, maar zorgden voor een succesvolle doorstart. Laatst genoemde bleven zichzelf vernieuwen, maar ook hierbij was er op den duur sprake van muzikale bloedarmoede. Door het gebrek aan verse zuurstof werd het stollingsproces ingezet, stagnatie tot gevolg. De chemie was verdwenen, en na het overlijden van een van de sleutelfiguren van The Prodigy leek het einde van een tijdperk definitief dichtbij te komen. Door snoeihard toe te slaan met veelzijdige singles wist The Chemical Brothers de aandacht weer op zich te richten. De vraag is of No Geography aan de verwachtingen voldoet, en ze weer zo’n positieve herwaardering oplevert als jaren geleden met de voortreffelijke comeback track Galvanize.

Free Yourself werd al ruim een half jaar geleden gelanceerd. De song ligt erg in het verlengde van Hey Boy Hey Girl, maar dan net een stuk minder bijtend. Ook in de video liggen de raakvlakken er vet boven op. De dansende skeletten zijn hier vervangen door robots, die verder weinig ontwikkelingen laten zien in hun mouvement. Een ingedut elektronisch geluid welke symbolisch ontwaakt uit de dood om een revolutie te ontketenen. Overrompelen doen ze hiermee niet, maar dat er iets moois gaande is, hoor je zeker terug. Na een stilte van een aantal maanden verscheen in januari hun tweede single. Met het meer funky MAH welke ondersteund wordt door confronterende soulvolle vocalen eren ze de oerbeginselen van de disco. Met beelden van een live registratie waar op de achtergrond een demonisch wezen op gigantische schermen de rol van ceremoniemeester op zich neemt, weten ze op een bijna lugubere manier de aandacht te trekken. Hiermee moet het met gemak haalbaar zijn om het euforische publiek in extase te brengen.

Vrij snel volgde het retro old school getinte Got To Keep On, welke hier voor de nodige verwarring zorgde. De hedendaagse benadering van the seventies past nog het beste bij Daft Punk, dan wel geholpen door Nile Rodgers. Of hier sprake is van een heuse waardering, of snel succesvol willen scoren, laat ik in het midden. Het heeft de potentie van een ware zomerhit. Vreemd genoeg is er gekozen om deze in de winter op de markt te brengen. Zo zou Boney M moeten klinken als Giorgio Moroder en niet Frank Farian ze onder zijn hoede had genomen. Op een satirische wijze laten ze je in We’ve Got to Try met een heftige, maar doordachte clip nadenken over de dreigende technische ontwikkelingen. De chemical beats zijn helemaal terug in de vierde single, al verwacht je door het triphop begin een andere wending. Vrijwel gelijktijdig verscheen het negende studio album No Geography.

Ondanks de veelzijdigheid in de songs is er warempel wel degelijk sprake van een eenheid op de plaat. De jaren tachtig bombastische Trevor Horn beats in Eve of Destruction gaan prima samen met de Lil Louis chicago house die daar op volgde. Met overgangen die vrijwel niet hoorbaar zijn, laat No Geography zich eenvoudig als een geheel luisteren. Het is een stamppot van fijne tot moes geslagen ingrediënten waar uiteindelijk de oorsprong te verwaarlozen is. Het gaat hier om het smeuïge smakelijke eindresultaat. Eigenlijk is het nog het beste te vergelijken met de grandmixen waar Ben Liebrand ons jaren geleden mee verraste. Toen zaten we gewapend met een dubbel cassettedeck en de TDK bandjes voor de radio, om maar niks te missen. Deze nostalgische beleving is wat deze plaat hier op roept. The Chemical Brothers weten niet meer zo te knallen als voorheen. Als totaal product laten ze wel hun meest evenwichtige kant horen. Nooit eerder sloten de tracks zo heerlijk op elkaar aan. Zou het nodig zijn dan hebben ze nog een potentiele single klaar staan met The Universe Sent Me, al is het prima om No Geograpy niet als een citroen uit te persen. Deze bittere nasmaak werkt niet in het voordeel.

The Chemical Brothers - No Geography | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 (2019) 4,0

7 oktober, 08:20 uur

De periode dat het uit universiteitsstad Oxford afkomstige Foals zich als strak gekapte emo nerds presenteerde ligt alweer een tijdje achter ons. Yannis Philippakis heeft al lang niet meer het uiterlijk van een schriel verlegen mannetje, maar is volgroeid tot brede zelfverzekerde gast. Toch blijkt het muzikaal gezien allemaal een stuk stabieler. Het is allemaal niet meer zo zenuwachtig en strak dicht gemetseld. Nog meer dan voorheen staat de ruimtelijke sfeer centraal. Dat ze dit moesten voltooien zonder bassist Walter Gervers blijkt voor de luisteraar niet eens zo’n groot gemis. Met meer dan genoeg materiaal wordt Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1 afgerond. Uiteindelijk wordt het geen dubbelaar, maar twee enkele albums, die waarschijnlijk in elkaars verlengde zullen liggen. Sinds kort ligt het overtuigende eerste deel op de markt, in het najaar gevolgd door Part 2. Een nieuw hoofdstuk in de carrière van de band die ons al zo aangenaam wist te verassen met Holy Fire en What Went Down.

Foals is net zo maatschappij kritisch als de artiesten uit de jaren tachtig. Bijna cryptisch wordt er verwezen naar het einde van de wereld. De actuele vijanden die bestreden worden zijn Trump, Brexit en Social Media. Met het strijdbaar gezongen Moonlight vraagt de zanger om vergiffenis voor alle ellende. Een lichtgewicht plastic deeltje zwerft als stille getuige door het luchtruim van de aarde. In de kilte die tracks als Exits doen verstenen wordt tevens terug gegrepen naar dat vroegere tijdperk. Veel Oosterse klanken, en hard getimmer op metalen voorwerpen. De boodschap wordt niet over gedragen in korte slogans, maar vanuit een intelligente zijde benadrukt. Doordat de mogelijkheid ontbreekt om gebruik te maken van een bassist, gaat Foals misschien wel noodgedwongen de meer synthpop kant op. De geweldige uitloop naar het einde toe wil dit nogmaals krachtig bevestigen.

Door de versnelde beats in White Onions voorkomen ze dat het weg zakt in een deprimerend zwaar postpunk geheel. De gejaagdheid geeft op een andere manier de boosheid en wanhoop aan. Lang blijft Foals hierin niet hangen. In Degrees heeft de drang om vooruit te sprinten. Met meer hedendaagse klanken streven we een idealer toekomstbeeld na, al wordt het verleden niet vergeten. De leegte van Syrups wordt aangenaam opgevuld door een huppelende diepe bas, waardoor het aangenaam als een hervonden vriend de gitaarsound kan omarmen. Yannis mag het dan met de gerichtheid van een sluipschutter vocaal afmaken. Weer net zo eenvoudig wordt er in On The Luna omgeschakeld naar de dromerige eighties. Waar hoog gewaardeerde gitaarneuzelaars zich in allerlei bochten wringen om dit op te roepen, gaat het Foals ogenschijnlijk gemakkelijk af.

Dat de Oosterse percussie probleemloos aansluiting vind met versnellende jungle breaks, blijkt een briljante vondst. Welkom in Cafe D’Athens, waar elke cultuur zich thuis hoort te voelen. De zon dreigt onder te gaan, maar binnen wordt in alle warmte en licht gepoogd om hem nog heerlijk mee te laten stuiteren als een kleurrijke strandbal. De afwisseling van het maanlicht geeft hem een aangename verschijning van een natuurlijke discobol. Het druilerige Sunday eist de leadzang op, natuurlijk weer prachtig. Het vervelende is dat ze hiermee zichzelf wel heel erg in de midden hoede opstellen. Vrijwel elke Britse band heeft dezelfde inruilwaarde. Weg met het eigen karakter, en swingend de polonaise in, verdwijnend in de hossende menigte. Het sentimentele I’m Done with the World (& It’s Done with Me is hard, en treffend. Groot Brittannië leeft in een alles vernietigende herfst, en het is de vraag of er ooit een nieuwe Britse lente zal volgen.

Foals heeft het steeds minder nodig om de hardere kant van zichzelf te laten zien. Hierdoor lopen ze wel het gevaar een risicoloze act te worden. Gelukkig is het hier nog niet het geval, maar ik hou mijn hart vast voor Part 2.

Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Eve Libertine - Sea (2019) 3,5

7 oktober, 08:20 uur

Wat waren die gasten van Crass boos en maatschappij kritisch. Durfde je bij een punk purist Sex Pistols te noemen als belangrijke invloedrijke band, dan werd je wel onderworpen aan een uurtje Crass, en je slikte de namen van Johnny Rotten en zijn rebellenclub al snel in. Sex Pistols werd genoemd als een bij elkaar gezocht zootje, een veredelde boyband. Wat in principe ook het geval is, al blijf ik altijd Never Mind the Bollocks koesteren. Sterker nog, zelfs de meest hardcore punkers uit Groot Brittannië hebben hun status grotendeels aan deze plaat te danken, en zullen hem stiekem in de kast hebben staan. Eve Libertine kotste haar walging in gefrustreerde woorden over haar volgelingen uit als zangeres van de anarcho punkers van Crass. Tegenwoordig houdt ze zichzelf nog steeds staande in de voor haar verrotte maatschappij. Ondertussen heeft de vernietigende begeleiding van dreigende noise plaats gemaakt voor zelfs meer klassieke instrumenten zoals piano en cello. Dat men hiermee een soortgelijk effect kan oproepen zou Eve Libertine waarschijnlijk in 1980 bespottelijk weg gelachen hebben. Als reactie hierop zou de beloning hooguit een vette klodder spuug in je nek zijn geweest.

Jack Kerouac vormden samen met William S. Burroughs en Allen Ginsberg de kern van het schrijverscollectief genaamd De Beat Generation. Door hun verruimende blik, waarbij de nodige genotsmiddelen werden ingezet om het effect te bereiken, ontketenden ze min of meer de hippie revolutie uit de jaren zestig. Voor de eerste keer durfden jongeren zich te verzetten tegen hun ouders en met eigen idealen aan de slag te gaan. On The Road van Kerouac werd gezien als een soort van hedendaagse bijbel, waar de jeugd hun inspiratie uit haalden. Misschien kan Jack Kerouac wel beschouwd worden als The Godfather Of Punk, een titel die nu Iggy Pop is toegedeeld. Zeker gezien de invloed die de schrijver met terug werkende kracht op de roerige jaren zestig heeft gehad. Mooi hoe dit nu tot verbintenis komt in het door Kerouac geschreven Sea, op een bijna lugubere wijze voorgedragen door punkdichteres Libertine. Dat ze hiermee zichzelf weet te presenteren in de jazz hoek is niet eens zo vreemd. Al voordat de punk zijn intrede deed bleef deze stroming zich vernieuwen, en nu punk grotendeels dood en begraven is, blijkt jazz zich staande te houden. Door de mogelijkheid tot improvisatie blijft dit een breed vlak waarop er te opereren valt, al verwacht ik dat weinig toeschouwers op de hoogte zijn van Libertines achtergrond.

Sea rammelt, intrigeert en laat je mee voeren in de poëtisch geschepte wereld van Kerouac. De wanhoop en dramatiek in de stem van Libertine geeft het iets krachtigs mee. Maniakaal voert ze je mee in de in de knoop rakende gedachtekronkels van een kwaadaardige reisleidster. De stemverheffingen zorgen voor het schizofrene karakter waarmee ze de hersens van de luisteraar penetreert. Net zo belangrijk is de geïmproviseerde muzikale begeleiding. Kate Shortt weet met haar cello de hardheid te verwoorden, en heeft als komiek de nodige podiumervaring. Het speelse element wordt verzorgd door het pianospel van Justina Curtis. De bas van Davide Mantovani huppelt zorgeloos door al dit geweld. Paul Clarvis heeft als drummer de meeste samenwerkingen op zijn CV staan, en schuift net zo gemakkelijk aan bij het perfectioneren van een soundtrack als bij hoogstaande popartiesten als Paul McCartney, Elton John en Mick Jagger. Ook hier weet hij huiverend de nodige chaos te veroorzaken; alles in dienst van de muziek. Zo hoort een voordracht te klinken; schurend en inspirerend. Dat Eve Libertine na haar punkverleden niet stil is blijven staan, wordt hier wel bewezen.

Eve Libertine - Sea | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Aldous Harding - Designer (2019) 4,0

7 oktober, 08:20 uur

De Nieuw Zeelandse zangeres Hannah Harding uit Lyttelton brengt als Aldous Harding haar derde langspeelplaat uit. Na haar gelijknamige debuut verruilde ze met Party van maatschappij. Het vertrouwelijke Flying Nun Records werd het toepasselijke 4AD. Alsof ze het broednest heeft verlaten om haar vleugels uit te slaan, om de wereld te verkennen.

Uitgaande van de nieuwe single The Barrel verwacht je dat ze meer de elektronische kant op gaat. Toch is dit niet representatief voor de rest van Designer. Fixture Picture heeft die subtiliteit waarmee ze zichzelf bij het vorige werk al mee op de kaart zette. Uiteraard zijn dit haar heldere vocalen, waarmee ze schijnbaar meer dan genoeg indruk maakte bij het 4AD label. Ze past hiermee perfect tussen de acts die zich in de hoogtijdagen van de platenmaatschappij aan het publiek presenteerden. Verder gebruik makend van minimale drums en een terug kerend gitaar melodietje. De strijkers zijn het extra folky element.

Nog meer schud ze het grimmige imago van zich af, door een meer toegankelijkere sound. Waren de eerste twee albums vooral perfect gemaakt om in de avond en nacht te draaien. Nu durven planten hun knoppen te openen, en verlaten dieren uitgerust van de winterslaap de holen. Het is allemaal veel vrolijker en toegankelijker. Deze kan het zonlicht een stuk beter verdragen. Het is veel lichter verteerbaar, al krijg je wel het gevoel dat ze zich steeds meer schikt aan het label. Gelukkig zonder haar eigenheid te verliezen.

Designer zet je op het verkeerde been, na een roots getint intro wordt er vervolgens een zijstap gemaakt naar meer hedendaagse beats en zomerse percussie. Je krijgt steeds sterker het gevoel dat de singer-songwriter het stoffige zolderkamer bestaan verruilt voor een open vriendelijke benadering.

Het belangrijkste vernieuwende element lijkt een bijna overdosering aan vitamine D. Het is vooral zonlicht en warmte wat terug te horen is. Het is allemaal meer ruimtelijk georkestreerd. Door het klein te houden komt het allemaal nog meer tot zijn recht. De pianoklanken zijn de voedende katalysator die de vocalen als een dynamo aansturen.

The Barrel past beter tussen de overige tracks dan wat de single release deed vermoeden. Alleen de kinderlijke tweede stem had achterwege mogen blijven, maar verder is het een prima track om de zomer mee in te luiden. Het verleden kan ze nog niet helemaal van zich afschudden. Het afsluitend tweetal Heaven Is Empty en Pilot hebben nog genoeg zwaarmoedigheid in zich, maar ook hierbij ontbreekt het beklemmende van haar vorige werk. Een nieuwe lente met een herboren Aldous Harding.

Aldous Harding - Designer | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Alice Tambourine Lover - Down Below (2019) 4,5

7 oktober, 08:11 uur

Toen in de jaren 90 vurig rockgeweld domineerde in de charts, kregen ze vooral in de Verenigde Staten tegengas met meer dromerige luisterliedjes. Soms lukte het een band zoals Smashing Pumpkins om dit geslaagd te combineren. Over het algemeen was er een duidelijke scheidingslijn tussen beide. Het Italiaanse gitaar gerichte Alice Tambourine Lover is duidelijk beïnvloed door de dreampop. Ook het in dit tijdsbeeld bepalende akoestische rage vormt een inspiratiebron. Gooi hier nog wat sporadische country en blues elementen bij, en je komt aardig in de buurt van wat dit duo op Down Below probeert neer te zetten. De uit Bologna afkomstige Alice Albertazzi en Gianfranco Romanelli klinken met hun donkere sound totaal niet Europees. Met het creëren van broeierige muziekschetsen waan je jezelf ergens in de druilerige moerassen van deprimerend Noordelijk Amerika. Het is wonderbaarlijk te noemen dat Alice Tambourine Lover totaal genegeerd wordt, hopelijk krijgt hun vierde plaat de welverdiende waardering.

Het titelstuk Down Below kan zich schaamteloos meten met de betere MTV Unplugged sessies van topbands die op internet terug te vinden zijn. Hoe de grilligheid hier in combinatie met de warmte van de instrumenten samensmelt is kenmerkend voor de succesformule van de toen nog bruisende jongerenzender. De prachtige samenzang geeft het een aangenaam folky karakter mee. Het enige wat hier ontbreekt is het kenmerkende gejuich aan het einde van de track. Probleemloos zetten ze op Dance Away deze behandeling door, waardoor het live gevoel nogmaals versterkt wordt. Vocaal eist Romanelli hier met zijn rauwheid de hoofdrol op, gevolgd door de serieuze ondertoon van muzikale partner Albertazzi. Ook Blow Away zou treffend passen in het repertoire van een betere grunge act, de eigenheid behoed zich ervoor om als een copycat te klinken. Uiteraard zijn ze hieraan schatplichtig, maar wat weten ze er een aangename eigen draai aan te geven. Moeiteloos stoppen ze er een swingend slidegitaar in, waardoor het een licht rockend tintje krijgt. Wil tegenwoordig menige band hun geluid perfectioneren met de studio variant van waar ooit de Americana voor stond, weet Follow zich bij de kale basis te houden. Zonder allerlei mixtechnieken blijft de ongedwongen puurheid veel meer staande. Misschien minder helder, maar wel overtuigender. Het enige hulpmiddel wat wordt toegevoegd is de mysterieuze e-bow.

Pas vanaf Into The Maze wordt de neerslachtigheid enigszins van zich afgeschud. De toegankelijkheid laat zich openbaren als een poging om contact te zoeken met de luisteraar. Opeens lijkt het dat je te maken hebt met new born hippies, die met een hoog lalala gehalte je proberen mee te voeren. Hierdoor ontwikkelt het zich als de slechtste song van de plaat, maar dat is ze vergeven. Muzikaal gezien is het namelijk zeker oké. Gelukkig revengeren ze zich met het zwaar psychedelische up-tempo Rubber Land, waarbij je jezelf op Woodstock waant, omgeven door op LSD trippende festivalgangers. Een mooi gebaar naar de invloedrijke jaren zestig. De blues klanken van de mondharmonica hechten zich vastberaden hieraan vast. Train grijpt vertrouwd terug naar het geheimzinnige verdwalende van de eerste helft van Down Below, met ook hier slepend en slopend gitaarspel, waarmee ze de stoner rock treffend waarderen. Op boogie woogie wijze sluiten ze passend af met het verzonken Surround You, inclusief engelachtige hoge uithalen. Man, man, man, wat een prachtige plaat hebben deze twee Italianen gemaakt.

Alice Tambourine Lover - Down Below | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Guided by Voices - Warp and Woof (2019) 3,5

7 oktober, 08:10 uur

Met het gemak waarmee de gemiddelde liefhebber een album beluisterd, en tot zich door laat dringen brengt Guided By Voices haar platen uit. Voor de luisteraar wordt het praktisch onmogelijk gemaakt om er een goede indruk van te krijgen. Als vluchtige one night stands geven ze een kort moment van genot om vervolgens snel ruimte te maken voor een nieuw avontuur. Warp and Woof is alweer het derde in ruim een jaar tijd, en volgt het in februari verschenen Zeppelin Over China op. Toen werd er tevens bekend gemaakt dat er volgend jaar februari nieuw werk zal verschijnen onder de naam Street Party. Ondertussen is die werktitel alweer veranderd in Rise Of The Ants, en volgens de laatste geruchten zal er gekozen worden voor Sweating The Plague als naam voor het nieuwe kindje van Robert Pollard. De releasedatum zal waarschijnlijk eerder worden dan wat in de planning staat aangegeven. Er wordt nu reeds gesproken over eind oktober, nog in dit jaar. Gelukkig zitten ze verder ook niet stil, en is er zelfs ruimte voor een tour, waar ze gemiddeld ook nog vijftig nummers per avond ten gehore brengen. Maar goed, laten we niet op de feiten vooruit lopen, eerst verschijnt deze week dus het gloednieuwe Warp and Woof.

Met Bury the Mouse laten ze gelijk een harder geluid horen dan bij de voorganger. Waren het daar nog vooral indie luisterliedjes met soms een diepere benadering, hier lijken ze het grunge tijdperk te eren. En dan doel ik niet op de hit successen, maar meer op de obscure achterhoede. Of het nu komt door de snelheid waarmee de songs geschreven en opgenomen zijn, het heeft in ieder geval een meer punk gerichte benadering. Nog korter en pakkender, met licht agressief verantwoord gitaarspel. De songs zijn net wat minder inwisselbaar dan op de vorige plaat. De voorkeur gaat uit naar het meer onvoorspelbare Warp and Woof. De intentie van dat het een haastklus betreft wordt totaal weg genomen. Meer dan bij Zeppelin Over China lijkt dat er meer zorg en aandacht in de tracks gestopt is. Zoals vaak het geval is bij kunstwerken, maken de schetsen meer indruk dan het gepolijste eindresultaat. Hier moet ook niet langer aan gesleuteld worden, dat zou ten koste gaan van de rauwheid en oprechtheid. Al moet de over-productiviteit geen gimmick worden. Ze weten zich hiermee te plaatsen tussen Sonic Youth en The Pixies, niet alleen muzikaal, maar meer met de jeugdigheid en het onverschillige karakter. Grootheden die jaren lang het jonge honden gevoel wisten vast te houden.

Toch mogen ze in de toekomst een langere pauze inlassen, zodat er meer reikhalzend wordt uitgekeken naar nieuw werk. Zoals al eerder aangegeven, krijg je nu bijna niet de kans om te genieten. Guided by Voices is ook geen band die op deze manier onder een vast gesteld wurgcontract probeert uit te komen, door de markt te overspoelen met een overschot aan materiaal. Dit omdat ze alles netjes op hun eigen label min of meer in eigen beheer uitbrengen. Anderzijds hebben ze ook een punt om ervoor te kiezen om de creativiteit niet in te kapselen. Het bruisende begin van Warp and Woof weten ze ook niet over de hele linie vast te houden. Halverwege zakt het als een bierbuik van een veertiger wat meer in. Je kan jezelf wel strak presenteren, al snel zullen de gebreken voor de buitenwereld zichtbaar zijn. Toch krijgen bands als Guided by Voices het voordeel van de twijfel. Liever aan de lopende bank prima albums afleveren dan het eindeloze geploeter in een studio, om vervolgens met allerlei uitgekiende praatjes het niet behaalde niveau te verklaren. Hopelijk is het geen voorbode van Robert Pollard om ons nu nog even te trakteren op dit moois, om vervolgens als zestiger van zijn pensioen te gaan genieten, dat zou zonde zijn.

Guided by Voices - Warp and Woof | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Band of Skulls - Love Is All You Love (2019) 3,5

7 oktober, 08:09 uur

Met hun vijfde langspeelplaat slaan de rockers uit Southampton nieuwe wegen in, wat ze zeker niet door iedereen in dank zal worden afgenomen. Love Is All You Love is een halfslachtige geslaagde poging van Band Of Skulls om af te wijken van hun retro seventies rocksound. Waarschijnlijk is men na het vertrek van drummer Matt Hayward verder gaan kijken naar de muzikale mogelijkheden. Dat men daarbij de elektronica niet schuwt is hedendaags minder verrassend te noemen. Maar met een stoere naam die meer past bij een gemiddelde motorclub verwacht je wel een harder geluid. Prima dat ze er voor kiezen om hun grenzen te verleggen, dit maakt het opnameproces een stuk aantrekkelijker. Bij opener Carnivorous krijg je een sterk Second Love reclame gevoel. Ik ben gelukkig getrouwd, maar toe aan wat meer uitdaging. Schaamteloos wordt er geëxperimenteerd met Industrial. Deze flirt met dance levert een heftige track op. De nieuwe van Eagles Of Death Metal overgenomen drummer Julian Dorio heeft er duidelijk veel zin in en hakt er aangenaam op los. Voor het eerst worden de deuren naar de gothic metal geopend, en daar past uiteraard ook de huilende wolf bij welke als gastzanger halverwege zijn zuiver klinkende rol mag vervullen. Hier wil het zeer aangenaam werken.

Al pakt die formule bij tracks als het catchy Cool Your Battles totaal anders uit. Door de tweestemmigheid en disco flow wanen we ons nog steeds in de jaren zeventig, al zitten ze hier eerder in het campy vaarwater van ABBA dan de soortgelijke artiesten als The Raconteurs en The Black Keys waar ze voorheen mee vergeleken werden. En dan is dit nou net de enige keer waarbij het positief uitvalt. Vanaf het dromerige trippende Sounds Of You vervallen ze in een toegankelijk dance geluid. Of het de juiste keuze is om met producer Richard X samen te werken roept vanaf hier de nodige vraagtekens op. Dat hij verantwoordelijk is voor de hit Freak Like Me van Sugababes is duidelijk hoorbaar. Perfect passend bij dit commerciële vrouwentrio, maar zijn bijdrage op Love Is All You Love valt duidelijk anders uit. De jaren tachtig synthpop van Thanks A Lot valt ook onder de categorie Top 40 meuk, en We’re Alive doet daar nog een schepje bovenop. Speed Of Light is ook een geslaagde poging om zich van de status rockband te verlossen. Die twijfel wordt nu helemaal weg genomen, ondanks de prima lang uitgerekte gitaarsound halverwege. Het funky Gold wil nog aardig wat goed maken, maar daar kiezen ze uiteindelijk ook voor een toegankelijke benadering.

En toch is de plaat niet helemaal verkeerd. Het vet aangezette That’s My Trouble wil meer aansluiten bij wat ze al vier albums lang laten horen, krachtig en met de precisie van een mitrailleur . De verborgen soul invloeden geven het net dat extra pit wat de song verdiend. Blijkbaar is het nog steeds helemaal hip om te croonen. Het duistere geluid van Love Is All You Love heeft meer het verhalende, waarmee vooral charmeur Russell Marsden de nodige indruk wil maken. Het gaat hem prima af, maar dit kunstje is al in een recent verleden door collega’s beter uitgevoerd. Met het punky Not the Kind of Nothing I Know laat rockdiva Emma Richardson aangenaam van zich horen. Wat wordt haar brutale stem gemist op de plaat. Lekker fel weet ze de song zich helemaal toe te eigenen. Haar onverschillige houding kickt heerlijk tegen de rest van het materiaal aan. Hierdoor weten ze met ongeveer de helft van de plaat voldoende te overtuigen, al liet het ijzersterke begin mij hopen op een prachtige voortzetting. De schedels klinken hier net wat minder gevuld met frisse ideeën die in hun hersenen meer vorm hadden moeten krijgen.

Band of Skulls - Love Is All You Love | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Staches - This Lake Is Pointless (2019) 4,0

7 oktober, 08:08 uur

Wat is er mooier dan met een vriendengroep een band te beginnen. Lekker in de vrije tijd een beetje aanklooien. Gewoon voor de lol, zonder de druk van platenmaatschappijen die verlangen dat er op korte termijn een geweldig product aflevert wordt. Want je bent de nieuwe hype, en dat bezorgd veel geld in het laadje. Hoe vaak gaat dit fout, doordat artiesten bezwijken onder de hoge druk. In het positiefste geval maken ze een goede plaat, maar nog regelmatiger bereiken ze dit doel niet eens. Een minuscuul aantal krijgt de sterrenstatus toegedeeld, de rest is bij het ontwaken van een nieuwe dag alweer vergeten. Vriendschap is het sleutelwoord voor de uit Zwitserland afkomstige viertal, en daar promoten ze zichzelf mee. Ondertussen proberen ze hun publiek vanuit Leipzig te bereiken. This Lake is Pointless is het derde studio album. The Staches is net zo fout als het langharig kapsel van de gemiddelde Duitse retro schlageract. Met als groot verschil dat hier de overdosering aan invloeden wel zijn positieve werking kent.

Bij een eerste luisterbeurt is het allemaal lastig in te delen. Circus 01 beslaat een door amateurisme overgoten korte jamsessie. Als dan ook nog een van de bandleden het tempo opschroeft, blijft de rest verschrikt achter. Het moet haast wel de bedoeling zijn geweest om te misleiden. Great Depression heeft die geniale doordachte funkrock waar de gemiddelde cross-over band jaloers op zou zijn geweest. Maniakaal vervolgt Lise Sutter haar compromisloze jeugdige levendige zang. Op de momenten dat ze op adem probeert te komen, laat ze haar orgelpartijen de vrij gekomen ruimte invullen. Dit alles onder toeziend oog van het ritmisch begeleidend werk van bassist Charlotte Mermoud en drummer Martin Burger. Na het typerende eins zwei drei vier stopt gitarist Léo Marchand er nog een flinke dosis aan postpunk in. Het startsein is gegeven, nu proberen ze bij te benen.

Moeiteloos slaan ze een overkoepelende brug tussen korte snelheidsduiveltjes en studentikoze intellectuele nerveuze popjuweeltjes. Alsof er met een stopwatch aan de zijlijn geklokt wordt, trappen ze af met heftig gedrum. Savory Savoir eindigt netjes binnen de heilige twee minuten die garant staan voor een pittige punksong. Weirde synths proberen het nog bewust te ontregelen, passend in het chaotisch gestoorde geheel. Uitgekiende overwegingen of verbazende prettige gekte? Eigenlijk vatten ze precies samen waar de punk halverwege de jaren zeventig in New York zich bevond. Toevluchtsoord CBGB stond garant voor kwaliteit. Zou je die mix aan veelzijdige artiesten in een hedendaags product proberen te vangen, dan kom je een heel eind bij This Lake is Pointless uit. The Staches zijn overduidelijk schatplichtig aan deze grootheden, een groter compliment kunnen ze niet krijgen.

The Staches - This Lake Is Pointless | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Andrew Bird - My Finest Work Yet (2019) 4,5

Alternatieve titel: MFWY, 7 oktober, 08:02 uur

Met het gefluit op Sisyphus vervangt Andrew Bird in principe de mondharmonica door hiermee een soortgelijk folk gevoel neer te zetten. Het is te gemakkelijk om een opmerking over zijn achternaam te plaatsen, dus dat doe ik niet. Beschouw het als een vermogen vergelijkbaar met het geluk om een goede stem te bezitten; hij heeft beide. Toch ben ik hier over het algemeen zeker geen liefhebber van, en de in de jaren zeventig gedoopte opener heeft het ook niet zozeer nodig. Och, het zal een van de weinige personen zijn waarbij vrouwen dit tolereren, zonder hem hiervoor aan te klagen. De gemiddelde puisterige hipster zal smelten bij zijn zelfverzekerde donkere doordringende ogen. Het zou prima passen op een western soundtrack van een goed gehumeurde Ennio Morricone. Bij mij gaat het vooral om de songs op My Finest Work Yet, en die zijn zoals vanouds overtuigend goed. Het is wel een pretentieuze titel, welke zelfs een Tenacious D met hun zelfspot niet zou durven te gebruiken. Zo, nu zijn de twee grootste afknappers genoemd, en kan er stil gestaan worden bij het zestiende album van deze singer songwriter uit Illinois.

Andrew Bird probeert met de opnametechnieken aansluiting te vinden bij de hoog gewaardeerde bards uit halverwege vorige eeuw. Het warme geluid wordt gevangen in een decor van heimelijke nostalgie naar de eerste goed geproduceerde stereo platen. Een vergeeld door nicotine versierd gouden laagje die essentieel in de tijdsgebonden studio’s terug te vinden is. Het pianospel geeft het een trieste ondertoon die treffend de droefgeestige sound versterkt. Nog meer laat hij je wegdromen in de mellow psychedelische geluiden van Bloodless. Mooi hoe hij hier als vriendendienst ondersteund wordt door prachtige backing vocalen en een bijna tijdloos filmisch arrangement. Dit is zoals triphop hoort te klinken als deze niet uit een leeg geplunderde platenkast komt. Overtuigend neemt de soulvolle Andrew Bird vervolgens weer het heft in handen, om het krachtig een passend einde te verzorgen met zijn kenmerkend vioolspel. Het getokkel op Olympians komt door zijn klassieke veelzijdige geschooldheid tot zijn recht. Dat hij niet de hele tijd ingetogen wil klinken bewijst de hosanna achtige hoge uitroep halverwege. De weg naar de hemel wil hij verkorten in het sfeervolle Cracking Codes, waar het meer ingetogen gefluit wel wil binnen komen. Vol verwachting luister je naar de ontwikkeling van het meer gedurfde Fallorun; inclusief zijn mysterieuze kitscherige bijklanken. Het kleurt echter prima bij dit grootst opgezette project, net als de ritmische overgangen. Echt verdwalen doe je in het muzikale landschap Archipelago waar Bird melancholisch zijn viool het grotendeel van de arbeid laat verrichten.

Door slagwerk welke als het tikken van een aftellende tijdsklok Proxy War inluid ervaren we het ouder worden van geest en ervaring. De intimiteit van Tyler Chester achter de piano doordrenkt de vintage benadering. Het zowat vrolijke niemands dalletje Manifest probeert dicht bij de kern te blijven. Waar Madison Cunningham als mede vocalist laat horen dat haar aandeel meer is dan de vermelde naam in de lay-out van bijdragende muzikanten. De overgang naar het zwaardere tragiek van Don The Struggle geeft Bird de mogelijkheid om meer van zijn intensiteit te laten horen. Verrassend in de klinkslag naar het versnellende tussenstuk, wat meerdere luisterbeurten vraagt om hiervan de waardering te durven uitspreken. Deze manische uitspatting had ook zeker achterwege mogen blijven. Eindpassage Bellevue Bridge Club heeft de puurheid van dragende folk, met hierbij de gelukkig geprezen zalige meerstemmige achtergrondzang. Ondanks dat ik moeite blijf houden met de naam die Andrew Bird zijn laatste werkstuk mee geeft, kan er van deze zijde niet ontkend worden dat hij een van de beste platen van het jaar aflevert.

Andrew Bird - My Finest Work Yet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering (2019) 3,5

7 oktober, 08:01 uur

De Britse Frank Carter lijkt zich muzikaal steeds sterker van zijn hardcore punk verleden te distantiëren. De voormalige frontman van Gallows houdt zich ondanks zijn kleine gestalte en vrijwel volledige getatoeëerde lijf prima staande met dit meer toegankelijke geluid. De powerrock heeft eerder raakvlakken met Manic Street Preachers, zoals het snelle punk rockende Heartbreaker en het latere exploderende Supervillain. Uit de tijd dat die nog in hun provocerende slogans en idealen geloofden. Er is zelfs ruimte voor sfeervolle toetsenbegeleiding in het sterk door de postgrunge beïnvloedde titelstuk End of Suffering. Samen met zijn begeleidingsband The Rattlesnakes zet hij de op voorgangers Blossom en Modern Ruin ingezette lijn voort. Dat hij nog steeds zijn stembanden weet te smeren met een buitensporig volume laat hij minder vaak horen, verleerd is hij het zeker niet.

Natuurlijk houdt hij zichzelf in bij Why a Butterfly Can’t Love a Spider, zelfs als de gitaren de geluidsmuren trotseren blijft hij gecontroleerd achter. De fans van voorheen zijn al lang afgehaakt, tenzij ze de status van burgerlijke volwassenwording behaald hebben. Door het afspelen van deze plaat veroorzaak je geen burenruzie. Tyrant Lizard King is wel een stuk zwaarder maar dat Tom Morello van Rage Against The Machine hier zoveel aan toe weet te voegen, betwijfel ik. Als vaste gastgitarist bij Bruce Springsteens E Street Band zijn de scherpe kantjes er ondertussen wel afgeslepen. Op het einde mag hij de effectenpedalen flink indrukken, maar dit zal live niet zo’n aardbeving als op Pinkpop 1994 veroorzaken. Met Crowbar willen ze vriendjes worden met een band als Muse, al ontbreken hier gelukkig wel de hoge uithalen. Nog toegankelijker zetten ze een stap richting het grote publiek met het soulvolle Love Games.

De tienerproblematiek in het tekstueel erg zwakke Anxiety gaat niet verder dan puistendepressies, welke het beste met Clearasil bestreden kunnen worden. Heel herkenbaar voor emo pubers die zoekende zijn naar hun eigen ik. Soms komt het allemaal schrikbarend dicht bij Linkin Park zoals hoorbaar in Angel Wings. Van verre afstand zou Meneer Carter ook door kunnen gaan als vervanger van Chester Bennington. Niet alleen zijn uiterlijk maar zeker ook vocaal komt hij wel erg dicht in zijn eeuwige op de festivalvelden dolende aura. Als hij zijn verleden bezingt in Kitty Sucker, verliest hij de geloofwaardigheid. Punk wordt hier als lichtvoetige cyberdisco weg gezet. End of Suffering is een prima rockalbum. Al zal het bij zijn oude volgelingen eerder aanzetten om bij de plaatselijke drogist Loperamide of een andere diarreeremmer te gaan kopen.

Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Barrie - Happy To Be Here (2019) 3,0

7 oktober, 08:00 uur

Dat de zomer niet meer zo lang op zich laat wachten is steeds meer op te merken in de aankomende releases. Het is duidelijk tijd voor de luchtigere albums. Barrie weet op een prettige manier hun dreampop te vermengen met een factor 50 aan zonsgevoeligheid. Doseer dit met mate om tot een aangenaam resultaat te komen. Happy To Be Here is meer dan een uit de hand gelopen soloproject van de uit Brooklyn afkomstige Barrie Lindsay. Dit jeugdig ogende vijfmans project verblijd de muziekliefhebber met popliedjes die overheerst worden door zweverige jaren tachtig invloeden, verpakt in een hedendaags kleurig zomerjasje. Hierin is tevens ruimte voor lichte funky gitaareffecten uit dezelfde periode, wat zich duidelijk laat terug horen in opener Darjeeling. Jazzy gepingel wil Clovers verfrissing toedienen. Het is allemaal behoorlijk snoezelig en pluche verpakt in toverballen songs. Met af en toe een muzikaal kleurtje welke je op dat moment niet verwacht; zoals de synthgitaar in Chinatown.

Hun softpop mixt prettig op de gemoedstoestand. Dat het allemaal flinterdun klinkt is niet storend. Het is nostalgie wat overheerst. Walkman aan, repeatfunctie, zonnebril op, met op de verre achtergrond kinderen spelend op het strand. Ogen dicht, en genieten maar. Een knipoog naar ouderwetse Italodisco. New Age dominantie in het ambient opgeleukte Casino Run. Radiovriendelijke nietszeggendheid waarbij de diepgang bewust lijkt geëlimineerd. En het werkt allemaal prima. Na een drukke werkdag wil je geen schreeuwerige diskjockeys horen die je door de files heen werken. Er is meer behoefte aan rust in je hoofd, om ontspannen thuis te komen. Fijn om dan die voordeur weer te openen; Happy To Be Here. Barrie heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Nergens springt de plaat er bovenuit, waardoor het allemaal behoorlijk vlak blijft. Het is mij allemaal te blij. Vergelijkbaar met het ontwaken uit een prettige droom, en die na vijf minuten alweer vergeten zijn.

Barrie - Happy To Be Here | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Julia Kent - Temporal (2019) 4,0

7 oktober, 07:59 uur

Met het hoge kenmerkende falset stemgeluid van Antony Hegarty zet de transgender Antony and the Johnsons op de kaart. Wat men vaak vergeet is dat deze veel besproken persoonlijkheid uiteraard niet alleen verantwoordelijk is voor de omlijstende sferische sound. Hij wordt bijgestaan door hoog gewaardeerde muzikanten welke de eigenzinnige muzikale visies en gedachtegang op een aangename manier vorm geven. In de begeleidingsband van het met gastartiesten ondersteunde groot opgezette I am a Bird Now is Julia Kent een van de smaakmakende drijvende krachten. Deze uit Vancouver afkomstige cellist wist eerder al naam te maken in de gothic band Rasputina. Als een van de kernleden van het vervolgens steeds van samenstelling wisselende cello ensemble maakten ze al indruk met het duistere Thanks For The Ether. Dat dit mijlenver verwijdert staat van haar negende plaat is niet eens zo verrassend te noemen. Hiertussen staan ook haar gecomponeerde soundtracks voor The Boxing Girls of Kabul, A Short History of Decay, Birthplace en Oasis. Vooral deze invloeden zijn terug te horen op het pas verschenen Temporal. Totaal onafhankelijk van anderen levert ze een indrukwekkend geheel af, waarmee ze zich prima staande houdt als neoklassiek gerichte artiest.

The Last Hour is een sterk uitgebouwd filmisch instrumentaal epos. Vanuit een mistig schemergebied betrekt Julia Kent je in een muzikale reis. De rust vormt de basis van dit dreigende drone achtig landschap. Deze liefkozing van het instrument vertaalt zich in tederheid en buitengewone hardere passages. Het verleden van Rasputina heeft haar getekende sporen na gelaten. Door meer te minimaliseren komt het net een stuk doeltreffender over. Waar artiesten er vaak voor kiezen om hiermee af te sluiten plaatst Julia Kent deze frontaal vooraan op haar album. Met deze gewaagde, gevaarlijke zet weet ze gelijk al het kamp der luisteraars te splitsen. Of je bent nieuwsgierig geraakt door haar spraakmakende vakkundigheid, of je bent ondertussen halverwege de track al afgehaakt.

Zo grootst presenteert ze zichzelf vervolgens niet meer. Het dromerige Imbalance heeft een sterk ritmische ondersteuning, welke zich als een pulserende hartspier gedreven en grimmig manifesteert in een nog donkerdere schuilwereld. Kwaadaardig als verontrustende openbarende donderwolken leid het tot een imponerende krachtexplosie, welke zich net staande houdt aan de toegankelijke zijde van de geluidsbarrières. De cellist laat daar horen dat ze ook prima zou functioneren als invaller bij het rockende Finse Apocalyptica. Er is bij Conditional Futures duidelijk gebruik wordt gemaakt van verloren gewaande postpunk invloeden. Hard confronterend met verdwalende prijstinten. Dat hier gekozen wordt voor een weg geplamuurde rol voor de cello is verrassend te noemen.

Deze is wel weer aanwezig in de met softpop elementen versierde Floating City, welke zich zelfs voorzichtig aan de ambient dance durft te wagen. Na het veerkrachtige begin van Sheared wil het zich steeds meer ontwikkelen met spookachtige solerende uithalen. De electrobeat leent zich prima als begeleidingsbron. Het meer georkestreerde Through the Window leunt op een aangename herhalende melodie. Mistroostend sleept ze je steeds dieper de melancholische kant op. Door regen beslaande ruiten die je beletten om door zelfgevormde tranen naar buiten te staren. De treurnis blijft op de achtergrond aanwezig in het prachtige Crepuscolo, waar meer klassieke klanken het tot een waardige afsluiter maken. Temporal is een mooi album voor ieder die wat verder wil kijken dan de populaire muziek.

Julia Kent - Temporal | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Greys - Age Hasn't Spoiled You (2019) 4,0

7 oktober, 07:57 uur

Greys maakt met Age Hasn’t Spoiled You een kamikazesprong zonder parachute. De overstuurde explosie van A-440 zet je gelijk al op het verkeerde spoor. Waar hebben we hier in hemelsnaam mee te maken? Deze uit Toronto afkomstige rockers zoeken met gestrekt been hard de confrontatie op. Al piepend wordt de gehoorgang bloot gelegd aan nagalmende herrie, om vervolgens over te gaan in het trage tegen de Nu-Metal nieuwe stijl aanleunende laag gestemde basklanken van Arc Light. Ondanks het motorolievette industriële geluid willen ze verantwoord heerlijk log om zich heen slaan. Dat hun muzikale catalogus verder rijkt dan minder toegankelijke metal is al direct hoorbaar. Het wil allemaal net een tikkeltje meer grooven en funken in het potige, druggy Constant Pose. Op het moment dat je de band netjes denk in te delen tussen zompige, Amerikaanse metal bands, distantiëren ze zich van deze sound door met These Things Happen via big beat aansluiting te vinden bij harmonieuze meerstemmige Britpop.

Ego trippend laten ze vervolgens horen waartoe ze verder nog allemaal toe in staat blijken te zijn. Zit je als luisteraar nog beklemmend gevangen in de psychedelica, dan heeft Greys alweer een flinke stap gemaakt. Dit is als schaken met voorkennis. Onnavolgbaar wordt er een spelletje op het zintuigelijke gehoorvermogen uitgevoerd. Met vooruitziende blik wordt de waarneming bedrogen. Met gemak wordt het tempo opgevoerd tot een hoog beats per minute gehalte, zonder enige aarzeling in het slagtreffende drumwerk van Kill Appeal. Deze postpunk benadering wordt relaxed afgeremd door dromerige gitaarstukken, om vervolgens onverwachts helemaal los te gaan. Met het toegankelijke poppy dreampop Western Guilt lassen ze een verdiende rustpauze in.

Dat dit nodig is blijkt uit de ontlading in Aphantasia. Net zo gemakkelijk wordt er omgeschakeld tussen dansbare new wave en meer gewelddadige noise. Dat hier zelfs plotseling nog wat triphop en hoge vocalen aan toegevoegd wordt, lijkt voor de band vanzelfsprekend. De overdosering aan lome Madchester arrogantie verwoord in pretentieuze zang maakt van Tangerine weer een nieuw hoofdstuk op deze lastige, maar meesterlijke plaat. Met de nodige expressie gaat het met stevige gitaaruithalen Burning Chrome van start. De minimalistische coldwave van Shelley Duvall in 3 Women gaat met drammerige precisie over in vervreemdende exotische Oosterse new wave. Na zoveel verrassende wendingen valt Static Beach wat tegen. Dit drijfzandlied lijkt steeds dieper weg te zakken. Drumsticks als toereikende reddingsboeien willen het niet tot een waardige afsluiter naar boven trekken. Neemt niet weg dat de muziekwereld verrijkt wordt door dit soort eigenzinnige bands.

Greys - Age Hasn't Spoiled You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Steve Moore - Beloved Exile (2019) 3,5

7 oktober, 07:54 uur

Hoe dankbaar is de taak om beelden te voorzien van een soundtrack en daarmee bepaalde gevoelens bij de kijker op weet te roepen. Vreugde, liefde en verdriet zijn kernwoorden die versterkt worden door uitgebalanceerde muziek. Goed gewaardeerde films hebben meestal aansluitende songs en geluiden die hiervoor beloond worden. Ook minder bekend werk heeft baad bij passende composities. Steve Moore richt zich vooral op die laatste, en kiest hierbij ook nog voor een van de lastigste genres, de horrorverhalen. Schrikeffecten dienen versterkt te worden door onverwachte wentelingen. Die onvoorspelbaarheid hoor je terug in het solowerk van deze multi instrumentalist. Als bassist in de progressieve rockbanden Zombi en Titan heeft de nodige ervaring met lang gerekte sfeervolle stukken. Deze invloeden zijn allemaal terug te vinden op zijn nieuwste solo album Beloved Exile.

Achter de dromerige opbouw van Your Sentries Will Be Met with Force gaat een wereld schuil die inheemse culturen vermengt met klassieke klanken. Dit alles omgeven door een indringende bas en vluchtig gespeelde new age. De dramatische ontwikkeling brengt mysterie samen met realiteit in een mooi afsluitend klankenspel. Het oproepen van spanning en dreiging is de kwaliteit die zich maar niet laat losmaken van het duistere In the Shelter of the Dunes. Door het kiezen voor herhaling wordt telkens opnieuw stil gestaan bij een passage, waarbij het verlangen om dit het te doorbreken het verliest van het overheersende angstgevoel.

Dan wil het ritmische titelstuk Beloved Exile een meer meditatieve werking oproepen. Exotica lijkt zich te mengen met erotica in deze zwaartekracht loze slaapkamertrack. Dan moet er wel gezorgd worden voor waardig evenwicht. Met een rumoerig dronelandschap mag Throne Lane zich ontwikkelen tot kristallisering van het aanwezige geluid. De klanken cirkelen als een universeel samenzijn rondjes in het aanwezige luchtruim.

Dit alles lijkt in dienst te staan voor het beklemmende My Time Among the Snake Lords. Als een afgekeurd filmisch slotakkoord weerkaatst het al stuiterend rond. Te mooi om te laten liggen. Het lijkt zich uit het niks te ontwikkelen, maar hier is uiteraard de sturende hand van Moore verantwoordelijk voor. Met zijn muzikale achtergrond weet hij de dark ambient een sterk postrockrandje te geven. Zo geslaagd zelfs dat het bijna een vernietigende werking heeft. Als bij een waar slachtveld neemt de percussie het over en begeleid de track naar een mooi vorm gegeven episch einde, waar het wordt aangestuurd door hitgevoelige bas akkoorden en eighties percussie.

De actieve jaren als componist hebben onuitwisbare sporen nagelaten. Een verbintenis tot concrete songs is ver te zoeken. De mogelijkheden om de overgang tussen dag en nacht vast te leggen komt terug in de afwisseling tussen lichte en zware momenten. In deze schemerzone bevind zich Beloved Exile.

Steve Moore - Beloved Exile | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

She Keeps Bees - Kinship (2019) 4,0

7 oktober, 07:53 uur

She Keeps Bees blijft met hun nieuwe vijfde plaat netjes in de veilige luisterfolk zone. Het Brooklynse duo verbreed haar ingeslagen pad wel door vaker de keyboard in hun geluid toe te laten. Ze kiezen nu in ieder geval voor een andere invalshoek om de sound te perfectioneren. Gedurende een langere stilte is er zorgvuldig nagedacht over welke benadering het beste bij ze past. Was hier daadwerkelijk vijf jaar voor nodig, en werpt het hun vruchten af? De verwachting is van wel, Kinship is een prachtige klein gehouden plaat geworden, die net het half uur voorzichtig aantikt. De vocalen van Jessica Larrabee weet nog steeds aangenaam te ontroeren.

Hawk is nog dreigend, met een gitaar in stemstand komt het direct binnen. Dat er hier gekozen is voor minimale begeleiding, geeft het een prettig groovend a capella sfeertje. Het meer unplugged opgeroepen Coyoye werd terecht opgedragen als paradepaardje, om triomfantelijk op de plaat vooruit te lopen. Door deze mooie single werden de verwachtingen alleen maar hoger. Verwacht echter geen album vol met passende strijkers, maar wel met de hier al aanwezige intimiteit. Bij Dominance mag de gitaar nog op de achtergrond soleren, maar de tendens ligt al veel meer bij de opkomende elektronica. Met de meer jazzy ritmische begeleiding maken ze hier hun eigen triphop song.

De overgang naar het sobere Breaking Weight is zowat perfect te noemen. In de afgelopen vijf jaar is de stem van de zangeres gerijpt en volwassen geworden. Ze wil al meer in de richting komen van de door haar zo bejubelde diva PJ Harvey, al ligt die met haar stemvermogen wel mijlen op haar voor. Jessica weet wel sensueel in je gehoorgang te krioelen als een verborgen gehouden geheime minnares. Queen Of Cubs zoekt in Coyote haar compagnon. Terug zijn de sprookjesachtige donkere klanken, en ook Jessica gaat veel meer de laagte in. Als de vertolkster van een veredeld slaapliedje wiegt ze je tot rust.

De futuristische begeleiding van het zwaarmoedige Longing versterkt het dwarse karakter van een op haar reserves zingende Mevrouw Larrabee. Hierdoor wil het uitgeblust over komen, wat schijnbaar de bedoeling moet zijn geweest. Veel minimalistische is het nachtclub uitje First Quarter Moon. Het warme donkerrood klanktapijt wil hier net als bij Dominance een sterk gemarkeerde triphop stempel op drukken. Door de hard inkomende drums van Andy LaPlant valt titelsong Kinship net buiten deze categorie. Verder is het kwalitatief vergelijkbaar, op een mooie gedreven wijze.

Dan is daar opeens weer de verloren gewaande gitaar. Loom akoestisch na een sabbatical van een paar tracks mag deze de golvende bewegingen van Ocean al ruisend vorm geven. Fijn om het instrument hier weer te mogen verwelkomen. Subtiel mogen aangename orgelklanken deze rol vervullen in het droomlandschap van het sobere nachtstilleven Sea Ice. Mooie geslaagde plaat, als deze bij het komende jaargetijde past, dan wordt het een druilerige, gure, koude zomer.

She Keeps Bees - Kinship | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Foxygen - Seeing Other People (2019) 4,0

7 oktober, 07:51 uur

Foxygen weet zichzelf al vijf albums te presenteren als een eigenzinnige band die schaamteloos shopt uit het repertoire van andere artiesten en dit weet te verwerken tot een eigen geheel vol aangename songs. Vergelijkbaar met een in de supermarkt gekochte groentemix waar thuis nog wat extra peper, zout en andere specerijen aan toegevoegd worden. Bij Seeing Other People hoort de getrainde luisteraar de invloed van Bruce Springsteen, Elvis Costello en Orange Juice terug. Maar wat dit zo’n leuke plaat maakt is het feestvierende party gevoel wat er als regenboog boven hangt. Sam France en Jonathan Rado zijn een vreemd duo. Al verschillende malen hebben ze aangegeven te stoppen met dit project, maar als ze dan de volgende dag ontwaken uit hun druggy roes, zijn ze dit alweer vergeten. De discussie of deze uit Californië afkomstige Would Be popsterren een gimmick zijn, of zichzelf als serieuze muzikanten beschouwen, wil ik hier niet aanzwengelen. Daarvoor is hun ontgrondbare karakter met speelse eigenschappen te amusant. Vergeet niet dat Seeing Other People gewoon weer een geweldige bloemlezing uit de popgeschiedenis is.

Al vanaf de kenmerkende ritmische jaren tachtig samplers van Work zit je al direct in het fluorescerende kleurige tijdperk van goedkope haarlak en ozonlaagaantasting. Inhoudelijk net zoveel te bieden als een luchtige zomerse aardbeientaart, maar wat wordt je hier vrolijk van. Geweldig hoe Sam hier in de tekst een sneer uitdeelt naar zijn collega Jonathan. Het conflict dat aanzet tot songwriting wordt hier volledig satirisch uitgewerkt. Met Mono begeven ze zich op het veld van afgekeurde retro soundtracks. Niemandalletjes die dienst doen om clichématige b-films op te leuken. Met de diepere vocalen imiteren ze de white soul uit vergaande glorie tijden. Sensueel werkt Sam zich door Seeing Other People heen, je gaat bijna geloven dat het een aangenaam liefdesliedje betreft. De humorvolle lyrics gaan in principe weer nergens over, heerlijk dat dit gewoon mogelijk is. De funkende discostamper Face The Facts laat weer een andere schizofrene uiting zien van deze vroegrijpe pubers, die als een Siamese tweeling met een vreemde hersenenkronkel aan elkaar verbonden lijken te zijn. Vaak heb je het gevoel dat er vooral naar woorden en zinsdelen gezocht worden die voor de vorm prima op elkaar aansluiten. Het quasi intellectueel klinkende Livin’ a Lie inclusief sentimenteel intermezzo is daar een duidelijk voorbeeld van.

Het potige The Thing Is laat de mouwen flink opstropen om de spierballen te laten zien. Deze arbeidersrocker wil chauvinistisch Amerika vol trots laten paraderen met hun Stars and Stripes. Met een lekkere flow bluft Sam France zich door de foute synthesizerbegeleiding van News heen, al kan ik niet ontkennen dat de vette bas en solerende gitaar er wel heel strak doorheen klinken. Met de gospel betuiging van Flag at Half-Mast raken ze de juiste snaar, al is die wel heel losjes aangespannen. Ergens tegen het einde lijken er onbewust nog wat vrijgekomen melodietjes tussen gestopt te worden, vanwege het ontbreken van een passend einde. Opgepompte funk mag op een Funkadelic wijze het stoere The Conclusion swingend laten afsluiten. Een gewaagd nummer om de te verwachten reünietournee over twee jaar mee te starten. Zoals te verwachten is Seeing Other People alles behalve origineel, maar slecht wordt het nergens. Foxygen is zo’n band waarvan men verwacht dat ze tot veel meer in staat horen te zijn. Volgens mij weten ze juist hun beperktheid te camoufleren door de komische invulling van de songs.

Foxygen - Seeing Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Deadbeat & Camara - Trinity Thirty (2019) 2,5

6 oktober, 22:12 uur

Wil je als band zijnde de nodige aandacht op je richten, dan zal dit zeker lukken door een eigen draai aan een album van een andere artiest te geven. Beck deed dit in het verleden regelmatig met zijn Record Club. Klassiekers van Velvet Underground, Leonard Cohen en INXS kregen een oppoetsbeurt. Eerlijk gezegd heeft dit weinig indruk gemaakt. Fluct wist met het Zuid Amerikaans klinkende All the World Is Green de songs van Tom Waits tot een jazzy zomercarnaval om te dopen. Behoorlijk leuk, en soms ook nog serieus geslaagd. Nu probeert elektro producer Scot Monteith samen met Fatima Camara hun Canadese landgenoten van Cowboy Junkies te eren met hun benadering van het magische kerkgebouw product The Trinity Sessions. Margo Timmins heeft zo’n heerlijk lazy gevoelig stemgeluid, en het live gevoel wat deze charismatische meesterlijke plaat uitademt is lastig te evenaren. Want hoe verwoord je de kilte van een statisch koud opnamegebouw met de warmte en onzekerheid van deze persoonlijkheid? Voor dat eerste wordt de elektronische klanken van Deadbeat ingezet. Camara offert zichzelf op als vocalist.

Het aangename country sfeertje vervalt door de aanwezige beats. Mining For Gold wil positief van start gaan. Door de aangename ruis en de hemelse zang heeft het iets overstijgends. Feit is hierbij wel dat de vocalen soms op het randje zit, maar nog net wat vaker er net overheen duikelt. Hierbij is het prima om je kwetsbaar op te stellen, maar als gelijk al bij de openingstrack valse noten domineren, dan maak je het jezelf lastig om vervolgens te revengeren. Qua muzikale begeleiding is er niks mis mee. Misguided Angel krijgt een synthetisch souljasje aan, wat net nonchalant te ruim aanvoelt. Ook nu is Camara pijnlijk gezien een erg zwakke rammelende schakel. Zonde, dat hier overheersend de aandacht naar toe wordt getrokken. Met het aardedonkere Blue Moon Revisited (Song for Elvis) wanen we ons op het Graceland kerkhof, wenend naast de kenmerkende grafsteen van De King Of Rock. Te sentimenteel weerklinkt de roep van de vocalist die net zoveel indruk weet te maken als het gejammer van een oude vrijster.

De prachtige triphop van I Don’t Get It After Midnight (Medley) wekt je nieuwsgierigheid. Schijnbaar heeft Scot Monteith bij dezelfde slechthorende gepensioneerde zanglerares les gehad als zijn muzikale partner. Wat is dit zo jammer, de sfeerbepalende omlijsting is namelijk zo treffend gevormd. Zelfs Cowboy Junkies spitte met hun Hank Williams cover van I’m So Lonesome I Could Cry al erg diep in de heilige grond, maar wist daar op een wonderbaarlijke manier een schoonheid aan toe te voegen. Deadbeat schept recht door de vergaande botten heen, en beseft niet dat ze hiermee bijna aan heiligschennis doen. Pas met To Love Is to Bury valt het warempel aardig op zijn plek. De zangkwaliteiten zijn net enigszins acceptabel en vervullen voldoende diepgang. Of het gehoor is er ondertussen aan gewend geraakt. Met medelijden luister ik naar de geniale kwaliteiten van Scot Monteith. Hij weet een sprookjesachtig goed bedoeld landschap neer te zetten; waar Camara zinloos met te grote zevenmijlslaarzen doorheen zwalkt.

Welke strafrechtelijke boete staat op het onrecht wat ze Dreaming My Dreams with You aandoet. Voor drama kan ik hier de enige ruime voldoende toekennen. Want wat is dit een drama. De zang wil nergens goed uit de verf komen. Uit armoe wordt Monteith weer naar voren geschoven om 200 More Miles als een verschrikte nachtkaars uit te laten doven. De Oosterse triestheid van het mysterieuze Working on a Building past prima in een aangename spaghettiwestern, met in de hoofdrol een ladderzat cowboystel. Bij Postcard Blues komt voor de zoveelste keer de gedachte op dat dit een prachtig geheel zou zijn geweest als ze het instrumentaal hadden gehouden. Dan klopt het gewoon, en hiermee zou Deadbeat elke sollicitatie als soundtrackproducent met goed resultaat kunnen voltooien. Hier zit zoveel meer in. Om in de filmwereld vervolgens af te sluiten. Sweet Jane wist zoveel indruk te maken bij Natural Born Killers. Bij deze uitvoering zullen Woody Harrelson en Juliette Lewis zweren om hun leven als geheelonthouder te vervolgen. De kater dendert nog dagen door in hun zieke geesten. Ik kan niet echt een positieve switch aan het verhaal geven, ondanks dat hier de stemmen nog het meest evenwichtig klinken.

Deadbeat & Camara - Trinity Thirty | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Flamingods - Levitation (2019) 4,0

6 oktober, 22:11 uur

Flamingods, een muzikaal gezelschap afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk en Perzië, hield het heen en weer reizen drie albums lang vol, maar zijn dat nu schijnbaar helemaal zat. Als thuisbasis is bij de opnames en afronding van Levitation definitief gekozen voor Londen. Niet dat dit veel aan hun werkwijze veranderd. Nog steeds is het een fijne samenloop van psychedelische Britpop met een aardig vleugje Oosterse exotica. Paradise Drive wil nog flink wat Electro clash laten fuseren met vrij toegankelijke Britpop. De snelle jongens in maatpakken baslijnen geven het een yuppie flow. Dit is niet geschikt voor het bier drinkend arbeidersvolk, maar meer voor de trendy dure cocktails verorberende hogere klasse. Stijlvolle disco vermengt met hypnotiserende strak gewoven oriëntaalse klanktapijten, waarbij de kleuren zich als een drugtrip mengen tot een hemels geheel. Dan is de overgang naar het retro Madchester geluid van Koray een kleine stap. Wat was deze sound een verademing toen er na de deprimerende jaren tachtig werd overgedragen naar de snellere jaren negentig. Door het gebruik van inheemse instrumenten kan de wah-wah gitaar hier vervolgens een aangename draai aan maken. Dit had zo nog wel een paar minuten door mogen gaan, de totale staat van extase wordt net niet bereikt.

Het brutale Marigold met zijn coke achtige arrogantie doet net iets te zelfverzekerd aan. Energiek en lazy weten de rijk gevulde orgelpartijen een rusteloze stemming op te roepen. De junglepercussie maakt het identiek aan de experimentele vooruitstrevende bands uit de bloeiperiode. Ze maken hier onderscheid vanwege inmenging van eigen culturele waardes. Door het tempo op te schroeven in Astral Plane krijgt het meer een doorsnee beladenheid, waarbij de gitaarvervormer wordt ingezet als geheime wapen. Dat er hierdoor zelfs wat progrock invloeden kans maken om er de perfecte swing in te brengen lijkt wonderbaarlijk ogenschijnlijk, maar is tot in perfectie uitgevoerd. Peaches weet het mysterieuze gepingel te vermengen met een zwaar zoemende repeterende in herhaling terug komende bas, waar de nodige elektronische effecten aan toe zijn gevoegd. De trance veroorzakende climax weten te hier wel te behalen. De slidegitaar in Moonshine On Water geeft het een gospelinslag, met ruimte voor lang gerekte uithalen. Olympia weet de boel op een minder prettige storende manier te ontregelen. De overdosering aan bliepjes en huppelende beats maakt het te chaotisch. Ondanks dat het vlekkeloos gespeeld wordt, wil het niet overtuigen.

Met net zoveel vaart zet Club Coco in. Dat het hier wel wil werken komt hoofdzakelijk door de sixties orgeltoetsen en de relaxte, wat slome zang. Maar net als voorgaande track niet behorende tot de hoogtepunten van Levitation. Veel beter en stukken avontuurlijker is het gedragen Mantra East. Er is meer zorg besteed aan de trage, maar passende opbouw. Er lijkt weer flink gegraaid te zijn in de snoeptrommel van de plaatselijke apotheek. Vanaf stand twee wordt er halverwege probleemloos over geschakeld naar de vijfde versnelling. Deze natuurlijke roes racet aan het zichtveld voorbij, en is een regelrechte uitnodiging om je op de dansvloer te bevinden. Al wordt het geluksmoment door het vage einde al snel weer afgeremd. We vergeten bijna dat Flamingods ook een traditionele Perzische achtergrond heeft, maar die cultuur wil Nizwa sterk domineren. Met goed gebruik van echo’s en klappende percussie waan je jezelf in de sprookjeswereld van 1001 nachten. Als in een gebedsvoering worden we opgeroepen om in stilte te luisteren naar de mantra achtige woorden van titelstuk Levitation. We worden daadwerkelijk naar boven getrokken om ergens te zweven in een zwaartekracht loos schemergebied, waar er haast sprake lijkt te zijn van een samensmelting van alle bestaande geloofsovertuigingen, universeel samen gesmolten tot een ultiem geheel. Mooi om met deze gedachtegang af te sluiten.

Flamingods - Levitation | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Peter Wolff - Breath (2019) 3,5

6 oktober, 22:10 uur

Bij de naam Peter Wolf ging hier wel een belletje rinkelen. Dat is de zanger van de J. Geils Band, welke na hun hit successen met een flinke ruzie vertrok. Daarmee kwam al een einde aan beide carrières. Tot een verzoening heeft het nooit mogen leiden. Twee jaar geleden overleed J. Geils. Maar hier hebben we te maken met een andere artiest, namelijk Peter Wolff met dubbel f. Dat deze sfeervolle keyboardspeler voorheen mede oprichter was van de Duitse black metalband Downfall of Gaia is misschien zelfs nog ongeloofwaardiger te noemen, maar feitelijk wel juist. Vanuit zijn basisplaats in Hamburg brengt hij een jaar na zijn debuut Repeat nu al zijn tweede eenmansproject Breath uit. Als je de gitaren, vocalen en overige woestenijen weg laat bij zijn vroegere collega’s dan blijft er een kale sfeervolle basis over waarvoor Peter Wolff verantwoordelijk was. Dit ligt niet geheel in het verlengde van Breath, maar de invloeden zijn wel terug te horen. Daarom is er belangrijk om voorgaande te vermelden.

Het broeierige Standing in the Sea wil nog probleemloos aansluiten bij de dreigende metal achtergrond van Wolff. Wel is er hier in het ritme al gekozen voor meer lichtere elementen. Na de onhoorbare overgang naar We Will Survive komen hier al softe dream house partijen bij, die als een zomerse regenbui de zwarte geluidswolken laten verdwijnen. Gedurende Breath zal dit samenspel regelmatig terugkeren. Een natuurverschijnsel tussen twee aardse krachten; Yin en Yang. Harde pianotonen reflecteren zichzelf tegen de terugkaatsende houten klankkast in het herhalende Shadows Crave to Drown. Een stuk avontuurlijker weerklinkt het sensuele Lust Suffer Starving Bane met de epische, bijna cineastische opbouw. Het gebruik van drones in Waves Carry You wil een meer weidse beleving oproepen. Sluimerend wikkelt de industriële percussie zich om het geheel, om vervolgens de track geheel open te scheuren.

Bij Swallow Black Despair wordt een geslaagde poging ondernomen om kleine natuurlijke elementen te laten samensmelten tot iets groots universeels. Dat hierbij de grens tussen ambient house en klassiek in het geding komt is alleen al een mooie waarneming. Nog dromeriger vervolgt Far from Cold Air. Ruimtelijk zweeft het als een sterk sfeervol tussenstuk als koppelende factor tussen de nummers. Wel is de behoefte steeds meer aanwezig om meer van de in het verleden gevormde kunsten van Wolff te horen. Aan die wens voldoet From Darkness You Breathe. Onverwachts wil het halverwege weer meer terug gaan naar de luchtige variant. Grimmig ontplooit I Will Swim zich beangstigend kwaadaardig om afwachtend als een roofdier toe te slaan. Hier komt eigenlijk al het goede samen. Dat er voor deze track gekozen is om Breath aan het publiek te presenteren, is een logische zet, maar laat niet geheel de juiste indruk achter van wat men van de plaat kan verwachten.

Dit ligt wel nog het meeste in het verlengde van Downfall of Gaia, en stijgt ver boven de rest uit. Forsake the Tearing Rage wil zich daar bij aansluiten, en laat nogmaals de kracht horen van deze alleskunner. De toegankelijke dansbare begeleiding wil het een prettige after party flow meegeven, om bijna traditioneel af te sluiten met heuse klassieke pianoklanken. Follow You, Hold You Love is een nachtmerrie die indrukwekkend laat ervaren hoe Wolff in het verleden zijn schetsen inleverde bij de rockende medemuzikanten. Niet onbegrijpelijk dat hieruit een prachtig stuk metal zich kan ontplooien. Dan is And We Chase the Light absoluut een prima rustige afsluiter. Mooi dat Peter Wolff de balans tussen hard en zacht weet op te zoeken. Al neigt de rustige kant wel heel erg naar soft erotica filmmuziek, en blijkt hij meer uit te blinken in de inspannende duistere uitwerkingen. Net niet helemaal geslaagd dus, maar zijn gedurfde opzet wordt gewaardeerd.

Peter Wolff - Breath | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Siskiyou - Not Somewhere (2019) 4,0

6 oktober, 22:09 uur

Dat het Canadese Vancouver meer te bieden heeft dan schaatsen en omgeven is van een prachtig landschap weet lang niet iedereen. Maar degene die bekend zijn met de muziek van Great Lake Swimmers kunnen hiervan wel een voorstelling maken. Hun indiefolk ademt het lastig trotseerbare berglandschap uit, wat voor schilder en televisiepersoonlijkheid Bob Ross als inspiratiebron had kunnen dienen voor zijn kitscherige kunstwerken. Genoemde band heeft ook wat van dat oubollige wollige in zich. Als basis aan het daaruit voort komende Siskiyou staan hier oer leden Colin Huebert en Erik Arneson. Eerstgenoemde verliet na hun meest succesvolste periode de band, om zich te richten op dit nieuwe project.

Op de vierde plaat Not Somewhere blijkt dat er hier ondertussen sprake is van een soloproject. Colin Huebert speelt vrijwel alles zelf in. De folk is hier voornamelijk de basis, zeker niet het uitgangspunt. De groei is hoorbaar in de meer donker gekleurde indierock invloeden. Waar Great Lake Swimmers vooral breekbaar was, laat hij hier bewust wat rauwere elementen toe. Schoonheid zit niet alleen gevangen in perfectie, maar juist veel meer in het avontuurlijke en vooruitstrevende. Stop Trying zou muzikaal nog prima te plaatsen zijn op een Great Lake Swimmers album, maar de fluisterende zang maakt bij mij meer indruk dan de kenmerkende hoge vocalen. Bijna verhalend introduceert Huebert zichzelf, om vervolgens in volle rust de song af te ronden.

Hierna trekt hij ons de diepte in. Onheilspellend krijgen we duistere countryrock voorgeschoteld, waarbij de ruwe zang op What Ifs zelfs herinneringen aan de donkere cocaïne periode van David Bowie oproept. Not Somewhere is niet zomaar luisterpop. Om de meerdere lagen te doorgronden wordt er gevraagd om de aandacht er volledig bij te houden. Dit kost weinig extra inspanning, de onverwachte wendingen zijn zo overduidelijk aanwezig, dat het een natuurlijk proces vormt. The End II /// Song of Joy laat zich door de sensuele samenzang wegluisteren als een muzikaal eerbetoon aan de Canadese popdichter Leonard Cohen. Dat hier juist de viool voor het rockrandje zorgt en daardoor de gitaar vervangt is een van de geslaagde wentelingen die de plaat rijk is. De rammelende begeleiding maakt het een knus lo-fi project, waarbij je het gevoel krijgt dat het met een groep vrienden op een druilerige avond is opgenomen.

Het spookachtige Nothing Diseaseinclusief jengelende achtergrondzang wordt hier beschouwd als een van de hoogtepunten van de plaat. De vooruitziende blik van Huebert laat ook typerende Europese elementen toe, hoorbaar in het Britpop gitaarspel van Her Aim Is Tall. De treurnis van het vervolgens ontregelende instrumentale Unreal Erections /// Severed Heads [Alternate Outro] zou zeker niet passen op het veilige werk van Great Lake Swimmers, hier is het een verademing. Siskiyou verbreed zichzelf door meerdere invloeden en stijlen te omarmen, waardoor ze zichzelf verzekeren van groeimogelijkheden in de toekomst.

Siskiyou - Not Somewhere | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The National - I Am Easy to Find (2019) 4,5

6 oktober, 19:48 uur

Lukt het een band als The National nog steeds om te verrassen? Getuigende de laatste single Hairpin Turns had ik wel heel sterk mijn twijfels. Natuurlijk ligt de nadruk altijd wel al bij het kenmerkende eigen stemgeluid van Matt Berninger. Hier duurde het wel een tijdje voordat het gewenningsproces werd omgezet tot de terechte waardering. De tegendraadse zang gaat haaks tegen de muzikale omlijsting in, maar weet bij meerdere luisterbeurten wel weer te overtuigen. Zou de band het op hun achtste studio album I Am Easy to Find dan toch weer flikken? Laten we hierin eerlijk zijn. De tot in perfectie afgeleverde popplaten als Boxer en High Violet werden niet meer geëvenaard. Trouble Will Find Me volgde na de definitieve doorbraak. De verwachte eis om in deze lijn door te gaan, werd niet gedurende de hele plaat bereikt. Het speelse elektronische EL VY uitstapje van de frontman, beschouw ik als zoekende bron voor het revancherende Sleep Well Beast. Daar zijn de postpunkinvloeden dominant aanwezig, terwijl ze op het oudere werk voornamelijk ingezet werden om de sfeer een mooi retro jaren tachtig gevoel te geven.

Het misleidende country-intro van You Had Your Soul With You hakt er op een vreemde manier in. De misdruk benadering doet je direct al flink transpireren. De verwachting is dat veel boze cd kopers met de kapotte nieuwe plaat verontwaardigd een ongepland versneld bezoek aan de platenzaak zullen brengen. Maar degene die verder luistert, hoort vervolgens dat het weer perfect past in het geheel. The National haalt hier vrijwel hetzelfde geintje uit als Low deed op Double Negative met openingstrack Quorum. De door David Bowie bekend geworden bassiste Gail Ann Dorsey mag hier vocaal een aangename bijdrage leveren. Van die ervaring maakte haar voormalige werkgever al gebruik in bloedstollende liveversies van Under Pressure, maar haar grootste kwaliteiten liggen toch wel in haar instrumentbeheersing. Het bezwaarlijke aan de prima opener is echter dat ze weinig origineel zijn met de te kenmerkende drums. Het klinkt als een mash-up van eigen oud werk vermengd met een gloednieuwe track. Toch misstaat het niet in deze opbeurende song, waarmee The National duidelijk de lente lijkt te aanbidden. Ook het benauwende is geheel afwezig bij Quiet Light met sfeervolle tegen ambient house leunend einde. Geheel tegen de verwachtingen in, weet The National de intimiteit achter zich te laten. Dat de elektronica hierbij een grote rol vervult, is de erfenis vanaf het EL VY project ingezette koerswisseling. Al mijmerend werkt Berninger zich door de song heen, waarbij er een kanttekening geplaatst kan worden of het afsluitende karakter in zijn voordeel werkt. Een beetje minder was passender geweest. Vanaf het dromerige Roman Holiday is hij juist verrassender meer geaard in het heden. Hier heeft zijn stem dan ook de prachtige dragende functie. Dat hij zich daadwerkelijk als rocker opvoert in Where Is Her Head is een van de vele cadeautjes die hij in petto heeft.

De afwisseling is voornamelijk te vinden in de meer georkestreerde passages die voor een open geluid zorgen of in de pianoklanken van het titelstuk I Am Easy to Find en het afsluitende Light Years. Maar de voornaamste toevoeging is absoluut het gebruik van de vele gastzangeressen. Hierdoor lijkt het alsof Berninger beter zijn best doet. Vrouwelijk schoon roept toch andere kwaliteiten in een man op. Het haantjesgedrag wil ook in deze business een inspirerende impuls geven. Dat hij zijn diepe zwaarmoedige geluid zo eenvoudig weet om te wisselen voor dit prachtig in hogere regionen te bevinden vocalen in het door sterk gitaarwerk stuwende The Pull Of You is een verademing. Sharon Van Etten hielp The National in het verleden al vaker op weg, maar nu overtreft ze alles wat ik eerder van haar gehoord heb. Lisa Hannigan was mede verantwoordelijk voor het succes van Damien Rice, al wordt die naam helaas te weinig in combinatie met deze singer songwriter genoemd. Ook hier mag ze een prominente rol vervullen op vier albumtracks. Folkzangeres Mina Tindle is als echtgenote van gitarist Bryce Dessner in het verleden al vaker in beeld geweest, hier krijgt ze in Oblivions de hoofdrol toegedeeld. Hoe bijzonder is het dat juist de perfectionistisch ingestelde Berninger zich kwetsbaar en onderschikkend durft op te stellen, door zichzelf veel minder prominent te presenteren. Het partnerschap is er een van compromissen afsluiten. De draagkracht wordt opgesplitst, en het siert hem dat hij juist aansluiting zoekt bij de dames en niet andersom. Op een legale #Me Too wijze worden ze volledig misbruikt. Dominerend zijn ze aanwezig op I Am Easy to Find. De ene keer meer leading als hoofdvocalist, dan weer in de backings of als krachtig koor in Dust Swirls in Strange Light.

Al tijden heeft The National niet zo ruimdenkend en inspirerend geklonken. Alleen het sentimentele Not In Kansas bevind zich op het randje van zoete kauwgomballenpop, maar weet zich wel passend staande te houden. Dit buitenbeentje is geen eigen productie, maar een bewerking van indie collega’s Thinking Fellers Union Local 282 die het onder de naam Noble Experiment al eerder op Strangers from the Universe zetten. The National blijft zoekende naar andere wegen om zichzelf te herdefiniëren. Deze gewaagde nieuwe stap maakt van I Am Easy to Find een van de hoogtepunten van dit jaar. Van een band van dit kaliber wordt verwacht dat ze altijd maar in staat zijn om te overtuigen, vernieuwingsdrang wordt vaak afgerekend, tevens het blijven hangen in het eigen geluid. De tussenweg die hier bewandeld wordt, pakt overtuigend verfrissend goed uit. De aan de plaat gekoppelde indrukwekkende korte film van Mike Mills is een bijkomstige overbodige luxe. The National laat horen dat het mogelijk is om na een aantal herfstalbums positief te verrassen met een heerlijk lentegeluid.

The National - I Am Easy to Find | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

SONS - Family Dinner (2019) 4,0

6 oktober, 19:47 uur

Dit is zo’n plaat waarmee je het liefste met de auto de grens over gaat. Bij het gebrek aan lange uitzichtloze woestijnen je geluk beproeven op de Duitse snelwegen. Zompige gitaarrock in de hoogste versnelling die ondanks het geweld een aangename swing weet af te dwingen. Vol gas door de eindeloze nacht. Wel verantwoord uiteraard. Of dit een regelrechte sollicitatie is aan het adres van Josh Homme, lijkt mij sterk. De vuige rock & roll leent zich prima voor een nieuw hoofdstuk in The Desert Sessions. Het zal niemand ontgaan zijn dat hij in het verleden al gecharmeerd was van Belgische bands, waarbij er volledig los gegaan werd. De uit Melsele afkomstige band laat met hun eerste volwaardige album Family Dinner een aangenaam visitekaartje achter, waarmee ze zich direct lijken uit te nodigen voor de aankomende festivals. Met deze agressieve energie verwacht je niet dat ze ooit gevraagd worden bij het vrijwel gelijknamige televisieprogramma Het Familiediner van Bert van Leeuwen. Daar zal alles stuk gaan, een vriendelijke lijmactie zal het niet kunnen redden.

SONS vestigt zijn naam in de grijze zone tussen de opgefokte punkrock en primitieve garagerock. Door zich niet krampachtig vast te houden aan inrichtingsverkeer, leveren ze een bijzondere bijdrage af met hun jonge honden identiteit. In een sneltreinvaart passeert vrijwel alles de revue. De jeugdige leden weten conditioneel dit tempo probleemloos vast te houden zonder te vervallen in eindeloos gepiel. Up tempo country, fragmentarische harmonieuze samenzang of melodieuze metal, het is allemaal mogelijk. Dit is een explosie welke we na de industriële revolutie van de jaren negentig minimaal terug hebben gehoord. Door het strakke swingende drumwerk vermengt met psychedelisch gitaarvervormingen blijft het continu in beweging. De voortreffelijke gitaarsolo laten ze horen dat ook de hardrock uit de seventies van invloed is geweest op hun ontwikkeling. Het klotst alle kanten op, zonder enig verlies van daadkracht. Zo hoort oer postpunk te klinken, als een groepering die zich principieel afscheid van de kortzichtigheid van dit beperkte punk genre. Op het moment dat je ervan overtuigt bent SONS te doorgronden, gooien ze er op het laatst in de vorm van Sneaky Snake een heuse duistere gothic killer in. Juist hierdoor benadrukken ze dat ze een naam zijn die je in de toekomst zeker in de gaten moet houden. Family Dinner is veel meer als een aangenaam debuut.

SONS - Family Dinner | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Cold Showers - Motionless (2019) 3,0

6 oktober, 19:46 uur

Sinds de opkomst van bands als Bauhaus, Echo & the Bunnymen en The Sisters Of Mercy heeft de gothic zich ontwikkeld als een stevig op zichzelf staande subcultuur van de postpunk. Zo sterk zelfs dat de daaruit voort komende darkwave en coldwave in de jaren 90 meer aanzien hadden dan de basis leveranciers. Ondertussen is dat beeld sterk veranderd, maar blijven gothic acts stabiel actief op de achtergrond. Getuige het aanbod is er nog steeds vraag naar festivals voor deze doelgroep, en nemen gevestigde namen vaak meerdere support acts mee op tournee. Het vanuit Los Angeles voort komende Cold Showers heeft ondertussen de opnames van hun derde plaat Motionless afgerond, en laat tien nieuwe songs los op het alsmaar hongerige donker geklede publiek. Met hun nieuwe plaat blijven ze trouw aan de fans, en zetten ze de met shoegazer elementen ontwikkelde muziek door. Geen grote veranderingen dus, maar een mooi herkenbaar geluid.

Untitled overheerst met het luidruchtige benauwende van wereldstad Los Angeles. Door de politiesirenes en overvliegende helikopters krijgen we de indruk in een real life soap te zijn beland, met de metropool als hoofdpersoon. Communicatie met camera’s in de aanslag om alles op beeld vast te leggen. Het koude oorlog gevoel wordt op een treffende wijze gelinkt aan het net zo rumoerige heden. Met de donkere rondcirkelende bas van Tomorrow Will Come worden we onder gedompeld in de donkere wereld van Cold Showers. Zanger Jonathan Weinberg geeft een eigen invulling aan het geheel, zonder zijn leermeesters uit het oog te verliezen. Zijn stem mist wel de kenmerkende overtuigingskracht, welke de volgelingen emotioneel weten te raken. Dat het deprimerende nachtleven een parallel vormt met het bruisende dag gebeuren, horen we op het album Motionless terug. Los Angeles lijkt al decennia gevangen in een stagnerende ontwikkeling. Nog steeds overheerst een kansloos bestaan van werkeloze muzikanten en filmsterren. De decadentie en het zinloze vooruitzicht wordt treffend verwoord.

Of Cold Showers zich bewust is van het cynisme dat ze uitstralen met hun gedateerde sound, betwijfel ik. Maar het staat hierdoor symbool voor een conservatieve blik op de wereld. Daar veranderen de luchtige klanken van Shine weinig aan, ondanks het meer positieve karakter. Door de opzwepende drum en pianogepingel in Measured Man weten ze er hoopvolle twist aan te geven, maar na het dreampop getinte Motionless gaan we weer de ijzige diepte in. Voor de zanger een verademing, vocaal ligt de duistere grafstemming meer in zijn straatje. Bij de destructieve opbouw van de songs hoort een meer verontrustende voordrager, dit weten ze met vlagen over te brengen in het verstikkende Faith. De Sandy Rogers cover van Black Sidewalk wijkt door het popgehalte en vrouwelijke zang van Emily Rose Epstein erg af van de overige tracks. Wat Weinberg niet weet op te roepen, lukt haar dus wel. Voor de navelstaarders met ontplofte haardos en overdosering aan zwarte make-up zal het allemaal niet veel uitmaken. Muzikaal gezien zit er genoeg potentie in om de nachten al dansend door te brengen.

Cold Showers - Motionless | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Swimming Tapes - Morningside (2019) 3,0

6 oktober, 19:44 uur

Je hebt moeilijke, doordringende muziek, en er bestaat ook zoiets als gemakzuchtige, saaie muziek. Swimming Tapes lijkt op dat laatste begrip patent te hebben, en er een super lichte variant daarvan op de markt gebracht te hebben. Morningside is een niks aan de hand plaat. Alsof de vijf leden in de ochtend genieten van de eerste opkomende zonnestralen, en bewegingloos op die plek blijven staren, totdat uren later de zon weer onder gaat. In de speeltijd van ruim een half uur gebeurt er vrijwel niets. Deze zinloze ervaring komt nog het dichtste in de richting van een filosofisch consulent van twee zwaar onder invloed zijnde studenten. De enige weg die deze jongeren lijken af te leggen is van de bank tot aan de koelkast, en weer terug. Met een biertje in de hand kijken of er iets gebeurd.

En toch luistert het allemaal prima weg. Natuurlijk is er in deze dreampop plaats voor zwevende gitaargolven die de ruimte aangenaam bevolken. Morningside ademt het gevoel uit van thuis komen. Na een drukke werkdag schoenen uit, en met de beentjes op de bank. Een warme kop thee, en verder tot rust komen. Niks avontuurlijks, maar eerder met een mediterende werking. Het uit Londen afkomstige vijftal laat hun geheimen de eerste paar luisterbeurten nog geconserveerd rond dwalen in vrolijk verpakte liedjes. Pas dan ontdek je de schoonheid van het sterk door de jaren tachtig new wave georiënteerde gitaarspel. Het suffe karakter maakt plaats voor innerlijke warmte. De eenvoud is meer schijn, en daaronder zitten genoeg lagen die zo perfect in elkaar over gaan, waardoor er een natuurlijke sound ontstaat. Morningside is de onschuld van een kleuter, die elke belevenis als iets nieuws ervaart. Waar een volwassene gejaagd door het leven gaat, wordt hier stil gestaan bij elke kleine subtiele verandering.

Eigenlijk zouden er meer bands als Swimming Tapes moeten zijn. Vergeet de haastige skip maatschappij, en wordt gedwongen om je meer te richten op het bezinnige tijdloze. Het is juist niet nostalgie waar hiervan sprake is, het is meer een vorm van stil blijven staan in het heden, de omgeving in je opnemen, een plek geven, en vol zekerheid de volgende stap durven zetten. Ondanks deze aangename bewustwording blijft het een plaat welke erg gemakkelijker verteerbaar is. Uiteindelijk verlang je naar het kauwen en proeven van voedzame stukken, niet in een fijn gepureerde hap slik weg maaltijd.

Swimming Tapes - Morningside | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Holy Moly & The Crackers - Take a Bite (2019) 4,0

6 oktober, 19:43 uur

Met een flinke overdosering aan enthousiasme weten Holy Moly & the Crackers gelijk al uit de luidsprekers te knallen. De indierockers uit Newcastle lukt het met zes man sterk een unieke eigen sound neer te zetten. Take A Bite is ondertussen al hun derde plaat, waar ze hun powerrock aangenaam tentoonstellen met invloeden uit andere culturen. Om ze te presenteren als hedendaagse folkies is te kort door de bocht. Daarvoor zijn ze net te veelzijdig. Het boegbeeld Ruth Patterson heeft een brutaal stemgeluid, waarmee ze de songs helemaal naar zich toe weet te trekken. Met de hulp van producer Matt Terry wordt er vervolgens een sprankelende plaat afgeleverd.

Met een heerlijke luide sixties beat trappen ze oorverdovend hard af met het swingende All I Got Is You. Het zangplezier is nog het beste te vergelijken met gepromoveerde schoolbandjes die de stap naar een platenmaatschappij durven te maken. Maar Holy Moly & the Crackers is meer. Tegen de grondbeginselen van de indiepop ingaande, hoor je halverwege de opener een accordeon terug. Het retro vlammende Upside Down en Kiss Me Before You Go hebben de glamrock als basis, maar weten er een gedurfde originaliteit aan te geven. Het effect van een koud blikje frisdrank, waarbij tijdens het sissende openen de nodige koolzuur weet te ontsnappen. De exotische Balkische klanken en het vioolspel benadrukken het zomerse vakantiegevoel, en geven perfect weer waar de band voor staat. Een feestje voor de multiculturele samenleving, met een hoog spring gehalte.

Er wordt geflirt met jazzy soul en seventies filmmuziek inclusief trompet in Can’t Get Enough, gedweept met de Oosterse spiritualiteit van Take A Bite, die met de stuwende baspartijen binding met het Westen blijft houden. De samenzang tussen Ruth Patterson en Conrad Bird levert in Naked In Budapest een gezonde spanning op. Dat er zelfs nog ruimte overblijft voor een gevoelige ballad als I’d Give It All is verrassend, omdat hiermee de vreugdestemming wat wegebt. Neemt niet weg dat het een prachtig staaltje luisterplezier oplevert, waar het vioolspel van Ruth Patterson het grote verschil maakt. Met het dansbare Zuid Amerikaanse This Little Light neemt Patterson voor de laatste keer de zang op zich, en dan zit het er helaas alweer op. Take A Bite is niet hoogstaand, maar een geslaagd album om de zonnige uren mee door te brengen.

Holy Moly & the Crackers – Take A Bite | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Honeyblood - In Plain Sight (2019) 4,0

6 oktober, 19:42 uur

De uit Glasgow afkomstige Stina Tweeddale heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt met In Plain Sight. Nadat in eerder stadium al voordat de eerste plaat het licht ziet, mede oprichtster Shona McVicar de band Honeyblood verlaat, lukt het haar uiteindelijk om een prima doorstart te maken met Cat Myers als vaste kracht achter het drumstel. Op 7 februari jongstleden werd er een contract getekend met het onafhankelijke Marathon Artists label en de single The Third Degree gepresenteerd. Dat dit samen valt met de kennismaking van Myers om zich van de band los te koppelen, is een zeer pijnlijke aderlating. De kracht zit hem namelijk zeker ook in de mooie samenzang met de tweede stem. Hoe Tweeddale dit nu alleen op gaat lossen met de komende concerten is nog een groot vraagteken. Hopelijk vind ze snel een vrouwelijke compagnon die deze rol weet te vervullen. De derde langspeelplaat verdient het om door het grotere publiek gehoord te worden, en het perfecte platform daarvoor blijft toch absoluut het podium.

Wat is het heerlijk om gewoon een lekker popdeuntje te horen als het aanstekelijke garage uit surfende The Third Degree. De samenzang roept zeer prettige herinneringen op aan de tijd dat Phil Spector zijn sound nog wist te perfectioneren, en tot uiting liet komen in gevormde meidenbands met een autoritaire leadzangeres. Niet voor niks ligt de titel wel heel dicht tegen het Philly Sound van het in de jaren zestig mateloos populaire band The Three Degrees. Om vervolgens met gemak om te schakelen naar de retro glamrock van A Kiss from the Devil. Wat er vooral uitspringt is de heldere productie van John Congleton, zelfs in de gruizige passages. Of dit de contractverplichting is van Marathon Artists, of de ervaring van Tweeddale hier meespeelt, daar heb ik geen overtuigend oordeel over. Maar het komt wel zo verdomd lekker binnen.

Dat het beëindigen van de muzikale samenwerking niet pijnloos is gegaan loopt als een rode draad door de plaat heen. Thema’s als bedrog en verraad komen zeer nadrukkelijk terug. Een zin als I’m a dormouse and she’s the cat waarmee de opener She’s A Nightmare eindigt zegt al genoeg. Stina beschouwde haar rol onderschikkend aan die van Cat Myers, en zag zichzelf meer als speeltje. Vrouwen winden er minder doekjes om dan mannen, en wraakgevoelens worden directer uitgesproken. Het kwetsen is veel meer doelgericht en eerder een machtsmiddel. Geen gedraai, maar rechtstreeks op het doel af. Het blijft zwaar balen dat je samen een mooi product hebt afgeleverd, en je op het laatste moment in de steek wordt gelaten. Het zal mij niet verbazen dat de teksten vervolgens nog sterk aangedikt worden, voordat de buitenwereld er kennis mee mag maken.

Honeyblood weet het eigenzinnige van de Britpop te combineren met sterke zelfverzekerde Amerikaanse frontvrouwen die in de jaren negentig indierockbandjes naar een hoger level weten te tillen. Nadat ze naar het zelfde getitelde debuut met het tweede album Babes Never Die meer gingen richten op een ruigere gitaarsound, zoekt Stina Tweeddale hier onder meer met elektronica de eenvoudige puurheid op. De songs moeten als basis gewoon goed klinken, en al die andere geintjes er omheen worden minimaal toegepast. De zangeres verbergt een vibrerende kwaadheid in haar stem die net genoeg tegengas krijgt van de lieve backing vocalen. Wat is dit een lekkere feministische punkplaatje geworden, waarbij de aanval voor de afwisseling niet alleen aan de dominante mannenwereld gericht is; hebben we net nodig.

Honeyblood - In Plain Sight | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

White Denim - Side Effects (2019) 4,5

6 oktober, 19:39 uur

Wat blijft het uit Austin, Teaxs afkomstige White Demin toch een energieke band. Tegen het therapeutische aan gaan deze hyperactieve jongens eindeloos door. Hun vette mix van funkrock, fusion, psychedelica en zelfs country openbaart zich alsof er nooit iets anders heeft bestaan. De onvoorspelbare breaks zetten je schaakmat voordat je over hun volgende zet hebt nagedacht. Nog steeds sluiten ze geen compromis om een meer toegankelijke sound neer te zetten. De dynamiek draaft onverschrokken door met het in precisie uitgevoerde slagwerk van Greg Clifford. Met zijn hypnotiserende percussie vormt hij een speelveld waar de overige muzikanten eindeloos op mogen improviseren. De invloed van deze meesterlijke drummer is net zo van belang als zijn ondertussen grotendeels naar de eeuwigheid verbannen voorgangers uit de rockende jaren zeventig.

Door de korte duur van Side Effects is het in principe een veredelde mini album. Neemt niet weg dat er genoeg spannends staat te gebeuren. Het retestrakke Small Talk (Feeling Control) is het rond slingerende visitekaartje en sluit feilloos aan op het vorig jaar verschenen Performance. Door de effecten op de pedalen van James Petralli ontstaat een gitaarsound welke in de seventies de benaming futuristisch zou mee krijgen. Anno 2019 kwalificeren we dit als een nostalgische retro geluid. Met Afrikaanse elementen weet Clifford er een aangename draai aan te geven. De opgestapelde en aangekoekte stofdeeltjes in de versterkers hebben hun weg naar de verstikkende buitenwereld al snel gevonden.

Het herhalende zompige fullspeed Hallelujah Strike Gold is een opzwepende woestijnrocker waar de funky lijnen een weg uitstippelen voor de te volgen smerige gitaarakkoorden. Shanala heeft een clichématiger weinig afwijkend verloop. Lomp en dreigend komt het frontaal op je af, om dwars door je heen te gaan. Is het vervolgens verwarring of nagenieten? Weinig tijd om hierbij stil te staan, de overspannen orgelklanken van NY Money dringen zich alweer op. Bijna zeven minuten lang krijgt de track de mogelijkheid om zich op te bouwen, en neemt hier een vertraagd tempo voor. Toch bijzonder dat het zonder een duidelijke climax de hele tijd blijft boeien. Natuurlijk krijgt de gitaar vrij spel, maar gooit er geen complexe solo’s tussendoor. Meer in de vorm van sfeerbepaling krijgen we de nodige jaren tachtig verwijzingen te horen.

Het country tussendoortje Out of Doors vormt de aanzet tot het bluesy Reversed Mirror. Dat de blues aan de basis staat van de rock wordt hier muzikaal benadrukt. Met de switch naar de dromerige softporn kitsch weten ze er net een onverwachte wending aan te geven om vervolgens in stijl af te sluiten. Dat er in James Petralli een groot zanger schuilt mag hij in het warme So Emotional nogmaals benadrukken. De song wentelt zich vooral om zijn zwoele zelfverzekerde vocalen die op een totaal andere wijze gebruikt worden in de garagepunk van het opgefokte Head Spinning. De soul van het met dub echo geplaatste Introduce Me laat de vervreemding met de muzikale tradities nogmaals aangeven. White Denim laat zich niet in hokjes plaatsen. Dat lieten ze al horen tijdens het voortreffelijke Corsican Lemonade en daarvan wijken ze ook nu geen seconde van af.

White Denim - Side Effects | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Alice Merton - Mint (2019) 3,0

6 oktober, 19:39 uur

Beste lieve Alice Merton, wat vervelend dat je niet jaren eerder geboren bent, dan had je zeker jouw toptijd gehad in de vrouwvriendelijke jaren 90. Toen straalden de zelfverzekerde vrouwen nog heuse girl power uit, en was het nog niet noodzakelijk om je gelijk te halen in een juridische procedure. Het # Me Too gebeuren maakt de dames weer kwetsbaar, terwijl ze jaren geleden nog strijdbaar de Top 40 weten te domineren, en zoals Alanis Morrisette met wraakgevoelens haar ex bijna bijtend toe durft te zingen. Hedendaags sta je als brutaal zangeresje al direct met 1-0 achter. Probeer hier maar een gelijkspel uit te halen, of zelfs nog te winnen in deze harde mannenmaatschappij. Deze wereldreiziger heeft op jeugdige leeftijd al in verschillende landen gewoond, maar heeft al een hele tijd het Duitse Frankfurt als vaste verblijfsplaats. Mint is de geboorte van de eersteling van Alice Merton.

Mint staat voor frisheid, en is hierdoor ook een toepasselijke benaming voor het dansbare debuut van deze aangename zangeres met een groot bereik. Toch zit het allemaal net te veel aan de veilige talentenjacht kant. Met een inwisselbare begeleidingsband wordt rock en funky beats aan het swingende geluid toegevoegd. Een eigen identiteit wordt gemist op deze radiovriendelijke plaat. Het luistert allemaal lekker weg, en er zitten genoeg potentiele hit successen tussen. Het is stilletjes hopen dat er meer song als No Roots door het grote publiek opgepakt worden. Maar ondanks dat Alice Merton echt wel een goede vocalist is, mis ik een flinke dosis aan overredingskracht. Het springt alle kanten op, en ze kan zich net zo gemakkelijk presenteren als een would be punkmeisje als een jong mainstream huisvrouwtje. Dat dit een geslaagd commercieel product is geworden, kan niet ontkent worden.

Het advies is eenvoudig, laat je niet kneden door anderen. Wordt flink bedrogen, verwerk je verdriet met een flinke borrel, en zing, schreeuw desnoods de shit van je af. Want deze mooie stem heeft het in zich om alle kwaadheid naar buiten te gooien. Moet Mint dan simpelweg beoordeeld worden als een slecht album. Nee, natuurlijk niet. Er is zijn duidelijk spaarzame momenten waarop ze alles probeert los te laten, en wel heel dicht bij zichzelf staat. Het prachtige gedurfde I Don’t Hold a Grudge steekt met grote hoogte boven de rest uit. Door de emoties op te zoeken, en deze ook binnen te laten, lukt het haar om te overtuigen. Ook het daarop volgende Honeymoon Heartbreak weet ondanks de kleine onzuiverheid en het koorgedeelte genoeg los te maken. Hierdoor zal ze niet afgeschreven worden, maar zal de naam in de toekomst de nodige nieuwsgierigheid oproepen.

Alice Merton - Mint | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Death and Vanilla - Are You a Dreamer? (2019) 4,0

6 oktober, 19:34 uur

Dat het steeds lastiger wordt om bij Zweden te denken aan donkere dreampop, waarbij de indruk gewekt wordt dat je verdwaalt in de woeste wouden aldaar, hebben we aan IKEA te danken. Tegenwoordig leg je de associatie bij Songesand, Bostrak en andere mysterieuze productnamen. Het bosrijke gebied wordt steeds meer uitgedund om onze steriele huiskamers stijlvol op te vrolijken. En toch is daar nog steeds ergens ruimte voor het vanuit Malmö afkomstige Death And Vanilla, die ons al verschillende keren trakteert op aangename sprookjesmuziek, welke zich leent voor de lugubere verhalen van Hans Christian Andersen. Marleen Nilsson verleid je met haar feeërieke vocalen en lokt je steeds dieper haar onheilspellende wereld in. Samen met Anders Hansson is ze mede verantwoordelijk voor de score van Roman Polanski’s The Tenant. Are You A Dreamer? is de opvolger van het tweede album To Where the Wild Things Are….. In de studio werd het duo bijgestaan door het sfeervolle slagwerk van drummer Måns Wikenmo.

Met een heerlijke triphop ruis op de achtergrond gaat A Flaw in the Iris van start. Door veel galm aan de zang van Marleen Nilsson toe te voegen en mooi snaarinstrument gepingel creëer je een warm ruimtelijk geluid. De luide duistere klanken gaan heerlijk samen met de hoge vogel tonen. Dat ze hiermee het koude, altijd in beweging zijnde landschap van het moederland verwoorden, lijkt een logische verklaring. Met het fabelachtige Let’s Never Leave Here weten ze de sages en legendes van het bosrijke omgeving op te roepen. Dat dit de inspiratiebron is voor de vele mooie geschiedenisvertellers die dit gebied rijk is. De invulling is zoet en speels met een hoog kosmisch jaren zeventig gehalte.

Een stuk avontuurlijker weerklinkt Mercier, waar de vocalen van Marleen Nilsson bijna verdrinken in het moeras van overweldigende stemeffecten. Hierbij hoor je overduidelijk de filmische achtergrond van Death And Vanilla terug. Een stukje aantrekkelijke sfeerbepaling met dromerige gitaarlijnen. Eye Bath overstijgt de triphop door niet van een sobere basis uit te gaan. De sprankelende uptempo beats geven het een aangename positieve dansbare vibe. Zelfs het gebruik van dubs en claps wordt toegepast om er een gave clubsound aan te geven. Door de uitgewerkte mix lijkt het net alsof je een obscure maxisingle uit de jaren tachtig in handen hebt.

Met het gothic werkstuk The Hum blijven we in hetzelfde tijdsbeeld hangen, maar begeven we ons op het volgroeide bospad ergens tussen Dead Can Dance en Cocteau Twins in. Met aan de ene kant onkruid, en aan de andere zijde verwilderde bloemen. Death and Vanilla weet er een eigen invulling aan te geven, waardoor ze niet het gevaar lopen van plagiaat te worden beschuldigd. Het toegankelijkere Nothing Is Real wordt begeleid door fraaie zuigende postpunk bas en holle drums, om vervolgens er een verlichtende helderheid aan te geven met new wave synthesizers eindigend met een mooie fade out.

Het dieper gezongen Vesperine laat een meer zwoelere Marleen Nilsson horen. Met de bijna tegen het hese aanleunende stemmige vocalen maakt ze er een regenboog dagdroom van, waarin alle wensen in vervulling kunnen gaan. Wallpaper weet zelfs nog fragmenten shoegazer te verwerken in een New Age achtige setting. De ijle wegzwevende keyboard akkoorden geven het een bijpassend klankbedje. Are You A Dreamer is een hedendaagse Scandinavische opvatting van waar dreampop daar voor staat. Door de groene natuurlijke omgeving heeft het een andere voedingsbodem dan de treurnis van de door zure regen aangetaste klassiekers in dit genre.

Death and Vanilla - Are You a Dreamer? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Frenship - Vacation (2019) 3,0

6 oktober, 19:32 uur

Als je al een paar op muzikaal vlak wat aan het heen rommelen bent, en dan plotseling een aardige hit weet te scoren, dan liggen de verwachtingen opeens een stuk hoger. Dit overkwam drie jaar geleden het uit Los Angeles afkomstige Electro pop duo Frenship. James Sunderland en Brett Hite lukten het vrij onverwacht met de single Capsize alle aandacht op zich te richten. Deze song die mede geschreven is door singer songwriter Emily Warren bereikt via Spotify een miljoenen publiek. Blijkbaar is de behoefte groot naar deze warme zomerse klanken met een heus jaren tachtig ritmisch tintje. Het geeft de muzikanten in ieder geval de mogelijkheid om op hun debuut Vacation samen te werken met de popsensatie Bastille. Verder bieden ze op de plaat de nog onbekende Yoke Lore een platform om zich aan een groter publiek te presenteren.

Na de harde op zichzelf staande beat van Breathe Deeper, See Brighter, Feel Better, Hear Now openen ze groots met vocalen die de hele wereld lijken te omarmen. Je moet er een liefhebber van zijn, ik heb minder met dit pompeuze gebaar. Door je direct al zo te presenteren, moet deze ingeslagen weg gedurende de plaat geclaimd worden, anders werkt dit niet. Met het aangenaam swingende nieuwe single Remind You weten ze dus wel degelijk die aandacht vast te houden. Ik moet eerlijk toegeven dat dit totaal niet mijn ding is, maar het lukt ze wel degelijk om goed van start te gaan. Inhoudelijk gebeurd er niet bijzonder veel, maar ze maken hiermee wel gebruik van de vrij gekomen kansen.

Won’t Let You Down is een mooi samenspel met Bastille, die hiervan juist niet een eigen song weten te maken met een beat er onder. Knap hoe ze het niet naar zich toe weten te trekken, maar zich juist bescheiden in de gastrol opstellen. Het zal er mee te maken hebben dat er daadwerkelijk een soort van vriendschap is ontstaan in de periode dat Frenship mocht optreden als voorprogramma. Yoke Lore pakt hier wel zijn minute of fame, Wanted A Name heeft een meer dominantere invloed van de jonge artiest, en geef hem eens ongelijk.

Onderschat de muzikaliteit van dit tweetal niet. Productioneel zit het allemaal heel lekker in elkaar, en daar is James Sunderland zelf verantwoordelijk voor. Het zou niet vreemd zijn als hij in de toekomst met dit talent ook andere artiesten wil laten mee profiteren. Met de steriele sound haken ze in op de vraag van het publiek. De massale downloaders van Capsize kunnen probleemloos Vacation aanschaffen, en voelen zich zeker niet bekocht.

Frenship - Vacation | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Allusinlove - It's Okay to Talk (2019) 4,0

6 oktober, 19:32 uur

Dat de naam Allusondrugs niet echt positief gedragen wordt, komen de rockers uit Leeds na twee albums ook achter. Om nou direct alles totaal te veranderen, en een vernieuwende doorstart te maken, gaat ze ook te ver. Door de cruciale beslissing wordt het met een kleine aanpassing omgedoopt tot Allusinlove. Muzikaal veranderd er bar weinig op It’s Okay to Talk. Nog steeds maken ze slepende songs met een duister emocore randje. Al is het net wat minder zwaar en schreeuwerig. Of we ze nu moeten benaderen als een nieuwe grote belofte, of als een groep muzikanten die al een tijdje in het circuit mee lopen; het maakt eigenlijk niks uit. Feit is dat ze mij wel weten te overdonderen en weg te blazen naar de andere hoek van de kamer, om het volume een standje hoger te zetten.

Denkbeeldig kun je de drummer een, twee, drie vier horen roepen, vervolgens wordt er gelijk bruut afgetrapt met het pittige Full Circle. De zelfverzekerde zang van Jason Moules dwingt gelijk al genoeg respect af. Er klinkt een verbitterdheid in door, waardoor je al kan aanvoelen dat hij nog gretiger toe zal slaan. De ingehouden boosheid wordt in toom gehouden door de achtergrondzang en het stevige doorhakkende akkoorden van gitarist Andrej Pavlovic. Met de nodige effectpedalen draaft deze als een dolle door de track. Met hard van zich af meppende heipaal drumslagen van Connor Fisher-Atack wordt het aan de grunge herinnerende All My Love ingeluid. De zang doet nog Amerikaanser aan, tegen het geforceerde aan zelfs. Door de psychedelica in Lucky You weerklinkt een hardere variant van de shoegazer die jaren geleden het Britse vasteland overheerste. De gitaar heeft zijn hoopvolle postpunk uithalen, die zorgen voor menthol frisheid en het niet allemaal te neerslachtig over laten komen.

De dreigende rol van de bas speler Jemal Beau Malki in Sunset Yellow laat de vocalist tot adem komen, zodat hij voorbereid de oerkreten uit zijn binnenste weet op te roepen. Wat moet dit verlossend werken. Gillend dringt de gitaarsolo zich aan het begin van All Good People op, om vervolgens plaats te maken voor zompige smerige moerasklanken. De vocalist werkt zich als een David Grohl met flinke keelontsteking door de ruige recht toe recht aan Foo Fighters achtige rocker heen. Niet vreemd als je weet dat Alan Moulder garant staat voor de productie van deze single. Wetende dat hij in het verleden al fraai werk heeft afgeleverd met Nine Inch Nails, The Smashing Pumpkins en Queens Of The Stone Age. Vocalist Jason Moules is dreigend als in een Industrial klassieker met het door herhalende riffs overdonderende Bad Girls. Het grote verschil met deze stroming is dat hier de instrumenten wel degelijk echt bespeeld worden, en niet eerder geprogrammeerd zijn.

Na perfect drumwerk met een hoog beats per minuut gehalte vervolgt het dromerige Lover I Need a Friend, die zelfs worden afgewisseld met boogiewoogie passages. Gelukkig wil ook hier de brutale gitarist nog heerlijk meesterlijk soleren, een meerwaarde in het al voortreffelijke It’s Okay to Talk. Het poppy I’m Your Man is het meest toegankelijke nummer van de plaat. Een compacte song met minimale uithalen, met een prachtig melodieus gitaarwerk met wat melancholische eighties folk invloeden. De gelaagdheid in de vocalen van Happy Eyes geven het een meer optimistische uitstraling in de overheersende duisternis. Het prachtige intieme woordeloze gezang in het tussenstuk maakt het helemaal af. Het hedendaagse It’s OK to Talk laat horen dat Allusinlove zich ook prima kan settelen tussen de postpunk beweging. De sentimentele zang ligt er misschien net te dik bovenop, maar ze komen er verder prima mee weg. Om zo stijlvol in alle rust af te sluiten met het hoog gezongen The Deepest laat de groeimogelijkheden van de band horen.

Blijkbaar hebben we hier nog maar een stukje Allusinlove mogen ervaren. It’s Okay to Talk is minder gericht op het Engelse publiek. Het is een recht toe recht aan album waar er in de Verenigde Staten meer liefhebbers voor te vinden zijn. Of ze daar een plek kunnen opeisen in het massale aanbod betwijfel ik. Kwalitatief gezien zit het zo sterk in elkaar dat ze tussen de vaandeldragers wel een vaste standplaats verdienen. Voor de Britse invulling zorgt verder indie producer Catherine Marks, ook niet de minste.

Allusinlove - It's Okay to Talk | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower (2019) 4,0

6 oktober, 19:32 uur

Wat levert het op als je een pure hardcore punker bij een folkie zet met een liefde voor stevige black metal. Dan krijg je een vreemde donkere gewaarwording; genaamd Droneflower. De uit Boston afkomstige Marissa Nadler laat haar muzikale talenten uitbuiten, en weet zelf ook misbruik te maken van andere muzikanten. Nou heeft ze ook een aparte, wat spookachtige verschijning; niet alleen vocaal, maar ook qua uiterlijk. Ze laat zich graag gebruiken door de duistere krachten in het wereldje. Collega’s staan ook in de rij om haar te voorzien van aangename bijdrages. Niet de minste namen als John Cale, Sharon van Etten en Father John Misty, hebben allen een samenwerkingsverband met haar op hun curriculum vitae staan. Hier kiest ze ervoor om met oud Cave In gitarist Stephen Brodsky aan de slag te gaan, wat resulteert in het avontuurlijke sprookjesachtige doemplaat Droneflower.

Space Ghost I heeft dat verwerpelijke gedesillusioneerd gevoel van leegte. Gelijk al maken we kennis met overheersende onbehagelijke verdriet. Zelfs Marissa Nadler durft zich vocaal hier niet aan te wagen. Met ingehouden adem bereid ze zich voor om na het aangename pianospel hard toe te slaan in het grillige For The Sun. Vanuit de krochten van ons bestaan, diep in het binnenste van de ziel wordt ze opgeroepen. Ruw verstoord door het zware industriële slagwerk op laag gestemde gitaren. De demonische triphop krijgt al gedurende de song zijn vernietigende vorm. Opeens ben je een metgezel in de opgeroepen nachtmerrie. De lieflijke zang van Watch The Time dwingt je om niet meegesleurd te worden in de als Sirene fluisterstem van een erotisch geladen Marissa Nadler, die hier figureert als verleidende halfgodin.

Space Ghost II blijkt nog slepender te zijn dan zijn eerste variant. De piano sterft een eenzame dood, omgeven door een klagende zangeres, die met haar griezelige stemgeluid weer alle aandacht opeist. Meer instrumenten gaan de strijd met haar aan, maar zijn niet bestand tegen de treurnis en het botte afwijzende gevoel. De Oosterse akoestische klanken laten je verstikken in de drooggelegde Fata Morgana van Dead West. Bijna opzwepend wordt je uitgenodigd door exotische buikdanseressen, die ingehuurd zijn om je met hun blikken te verslinden. Bij de eerste luisterbeurt valt gelijk de totaal naar zich toe getrokken cover van de Guns N’ Roses klassieker Estranged op. Er wordt ruim de tijd genomen om dit aangenaam stukje voor stukje op te bouwen. De vervreemding komt door de twijfel in de stem van Marissa Nadler. Open solliciteert ze hier naar de vrijgekomen vacature van ijskoningin, nu Siouxsie Sioux al een aantal jaren van haar pensioen aan het genieten is.

Hoe verwarrend is het dan om vervolgens meegezogen te worden in het country getinte lieve kampvuurliedje Shades Apart. Prominent staat hier de prachtige gitaar centraal, en zelfs voor een momentje de zangeres weet te temmen is magistraal. Met onderdrukte ruisgeluiden weerkaatst Buried In Love in een oceaan van diepe stem vervormers, gesmoord door de fade out. Met het filmische Morbid Mist werkt het duo zich naar het einde toe. Ook hier met noodzakelijke echo’s op het gitaarspel. Die afsluiting komt er uiteindelijk in het toegankelijke zuchtmeisje gebaseerde In Spite Of Me. Bijna kaal weet Marissa Nadler te benadrukken dat ze het op eigen kracht ook wel weet waar te maken. Hierdoor sluit ze zo persoonlijk mogelijk af in deze geslaagde aanwinst van 2019.

Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Ballet - Matchy Matchy (2019) 3,0

6 oktober, 19:32 uur

The Ballet geeft ons een kijkje in het moderne hedendaagse homoseksuele leven in New York. De spanning van het uitgaansleven is totaal niet aanwezig. Eerder een vorm van truttige burgerlijkheid, alsof de emancipatie daar al eeuwen geleden zich voltrokken heeft. Schijn bedriegt uiteraard, de acceptatie is nog steeds geen gemeengoed. Op veel plekken in de wereld is de worsteling met de geaardheid waarschijnlijk een stuk lastiger, zelfs een dagelijkse strijd. Ondanks dat Matchy Matchy veel raakvlakken heeft met de homoseksuele synthbands uit de jaren tachtig, wordt hier veel minder een statement uitgedragen, en zijn ze ook niet uit om te provoceren. Het lijkt wel alsof het duo Greg Goldberg en Craig Willse op een roze wolk leven, ergens ver rijkend boven de rest van de wereld. Met hun muziek richten ze zich vooral tot “the incrowd”, hun eigen kleine groep volgelingen, die een soortgelijk leventje hebben opgebouwd. Al ligt de nadruk meer op het scheppen van een vrije maatschappij, waar geen onderscheid wordt gemaakt.

In principe veranderd er weinig in wat het duo hier laat horen, en borduren ze in handwerkpatronen voort op het knusse huis, tuin en keuken gevoel van hun vorige drie albums. En misschien is het juist wel goed zo. Door juist op deze manier de nadruk te leggen krijg je een totaal andere visie op hun leven. Met een hoog knuffelgehalte wordt de spanning bezongen van het eerste bezoek aan een ontmoetingsplaats in First Time in a Gay Bar. Het is voornamelijk een lieve plaat geworden, met een hoog speelse tederheid. Door de zangpartijen krijgt het ook iets zachts, nergens enige vorm van stemverheffing, om zichzelf krachtig te presenteren. De kilte van vroegere tijden ondergaat een verfrissende wasbeurt. Door een scala aan hedendaagse dance en trance bliepjes toe te voegen aan de degelijke gedateerde, maar oh zo herkenbare eighties basis, ontstaat een kindvriendelijke sound. Al moeten die toch regelmatig hun oren dicht houden, wat betreft de ontboezemingen van Greg Goldberg. Sporadisch weet hij er een mooi rauwer randje aan toe te voegen, zoals in het springerige But I’m A Top. Verder is het voornamelijk toegankelijke dreampop.

Als je goed luistert naar de verhalende voordracht, dan hoor je toch genoeg twijfel terug. Het is allemaal wat minder rooskleurig wat we hier voorgeschoteld krijgen. De verpakking is echter zo baby roze, waardoor je dit direct al vergeet. Ook wordt er genoeg stil gestaan bij de pioniers uit de New Wave periode in de heerlijke felle gitaarklanken die baden in het spetterende keyboard golfslagbad. Alles zo veilig mogelijk. Pas echt los gaan ze bij het afsluitende You’re Mine. Met flinke doorhakkende gitaren hoor je opeens een totaal andere sound. Eerlijk gezegd, had ik gehoopt op meer van dit soort aangename explosies. Dat de sympathieke zweverige vocalen hier ook aansluiting bij vinden, is verrassend en een verademing. Matchy Matchy is een slaapkamerplaat, maar dan eentje om rustig bij weg te dromen. Verwacht geen opgewonden nachten, maar vooral lekker met het duimpje in de mond vredig de oogjes sluitende onschuldigheid.

The Ballet - Matchy Matchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Deer - There's No Future (2019) 4,5

6 oktober, 19:32 uur

Deer is een dreigend toekomstperspectief gezien door de ogen van het Mexicaanse duo Adriana Martinez en Miguel Bastida. Het levert een statisch monument op, welke al direct het verval inluidt. Dat hiervoor uitgeweken wordt naar het overbevolkte Hong Kong is niet eens zo vreemd. Hoe dicht kan je bij de bron zijn. Een metropool welke door overbevolking zichzelf aan het muteren is. De omliggende eilandjes staan centraal als afbrokkelende stadsdeeltjes, die een scheuring symboliseren. Het omzetten van dit beangstigende vooruitzicht, zonder helemaal een deprimerend beeld neer te zetten, lijkt een onmogelijke opgave. Deer waagt zich aan deze zware klus, resulterend in het fraaie There’s No Future.

Alarmfase 1 wordt ingezet met het titelstuk There’s No Future. Het zware drumwerk ondersteund de duistere keyboardklanken. Een subliem klankdecor voor Adriana Martinez om haar teksten over te verspreiden. Hier wordt de rust toegepast om de zang krachtiger toe te laten. De dramatiek weet ze volledig uit te bouwen, door steeds fellere stemverheffing. Met retro beats vervolgen we de steeds harder wordende track om vervolgens af te sluiten met de wijzers van het mengpaneel in Code Rood. De toekomst is aan het balanceren, en houdt zich nog net staande. Deer zal er alles aan doen om deze te laten omvallen. De afwisseling tussen melodieuze stampende industriële geluiden met meer aardse vocalen laten in Deaf een ander geluid horen. De veelzijdigheid van Adriana Martinez openbaart zich in toegankelijke hogere uithalen, zonder zich enigszins aan te passen aan de gevestigde orde.

Dat ze met het uitbuiten van hun emoties geluisterd hebben naar Trent Reznor van Nine Inch Nails is voor iedereen duidelijk. Maar doordat de draagkracht hiervan bij een vrouw ligt, krijg je een totaal andere beleving. Waarbij er bij mannen meestal heen en weer geslingerd wordt tussen hard en zacht, bezit het andere geslacht meer laagtes en dieptes. Het is een kwestie van zich open durven te stellen, en de ongeremdheid daarin zorgt voor totaal andere kijk op de vernietigende wereldproblematiek. De beats krijgen kleur door de aanwezigheid van pianotoetsen, waardoor er een meer organisch geheel ontstaat. Met gemak wordt er geswitcht naar orkestrale filmische triphop passages, waar de vocalen de bindende factor zijn. De temperamentvolle Zuid Amerikaanse beleving wil door de achtergrond van de band daarbij wel helpen.

Toch wil het vervormen tot een computer gestuurd geheel van Biting A Spectrum in het voordeel werken. Het futuristische karakter schakelt probleemloos over in de angstige frustrerende vocalen, waardoor het gevecht met een digitale toekomst treffend wordt geprojecteerd. Dead Souls ademt nog het meeste de jaren tachtig spirit uit. Principieel is er weinig veranderd. Stond toen meer het dunner worden van de ozonlaag centraal door de vervuilende gassen en zure regen, op dezelfde plek zou je nu de plastic soep kunnen plaatsen die de oceanen verteerd, en dichter bij huis, de aardbevingen in Groningen door de jarenlange gaswinning. De invloed van wereldleiders met de dreiging van oorlogen is vrijwel identiek met vroeger, daarbij is er de afgelopen 35 jaar weinig veranderd. Al met al, een overdonderend debuut van deze nieuwe lichting doemdenkers.

Deer - There's No Future | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ideomotor - In and Out of Time (2019) 3,5

6 oktober, 19:24 uur

In het Finse Helsinki vormen vijf jaar geleden twee jeugdvrienden, Erkka en Kimmo een synthpop duo, waar die goede ouwe tijd centraal staat. Niks eigen geluid, waarom niet dezelfde weg inslaan als de succesvolle voorgangers? Wat heb je er aan als hun baanbrekende werk totaal genegeerd wordt.Tegenwoordig is het normaal dat hedendaagse bands terug grijpen naar de donkere postpunkperiode. Alsof ze strak staan van de Prozac of een ander anti depressie middel. En dan vol blijven houden dat er genoeg eigenheid in de resultaten verwerkt zit. Om zich maar te distantiëren van de al jaren voortwoekerende nieuwe lichting navelstaarders. Ideomotor doet niet mee aan deze onzin. In and Out of Time is een album welke zich schaamteloos kan plaatsen tussen de meer populaire New Wave klassiekers. Kwalitatief wat minder, het gevoel is er wel degelijk.

Het wordt grootst aangepakt. Luchtige songs met een flink aangedikt accent, waardoor de Engelse taal een hoog aaibaarheidsgehalte bezit. Hold On veegt de vloer aan met alle negativiteit, hoopvol wordt er naar de toekomst gekeken, al is het wel vanuit een gedateerd jaren tachtig perspectief. Een retro gevalletje Back To The Future, al zaten in die film genoeg elementen verwerkt, die men jaren later wel in het straatbeeld terug ziet. Dan zijn de dromers van Ideomotor een stuk minder vernieuwend. Maar ik hou hiervan. Een verademing tussen de zware moeilijk te verteren versteende opgebouwde muren. Dit is een smakelijk chocolade pindarotsje, die je vroeger bij je oma op de druilerige zondagmiddag krijgt voorgeschoteld. Een heerlijk tussendoortje. Bij Seven Days wordt er openlijk geflirt met Kraftwerk, een statische track met krautrock invloeden.

Interference heeft genoeg experimenteerdrift en wijkt hierdoor af van de rest. Alsof hier met het cursusboek Synthesizer voor Beginners de handleiding uitgebreid tot een inspectie wordt onderworpen. Bijna mellow wordt het tempo omlaag gehaald, waardoor de song nog langdradiger wordt. Een verkapte versie had zich beter staande gehouden. Pas als de zang zich aandient komt er enigszins beweging in. Met het pluche zachte Hummer blijven we steken in nietszeggende toegankelijkheid. De gitaar wil hier toeslaan, maar komt met moeite boven het liefdadigheidskoortje uit. Gelukkig wordt hij daarin ondersteund door de dreigende stem, die als een stoorzender wel weet te overdonderen. Het wachten is het waard, want Do It Again is een momentje van hit vreugde. Hiermee hadden ze zich een paar decennia geleden standvastig een definitieve plek in de internationale Finse muziekgeschiedenis kunnen opeisen. In 2019 is het niet meer dan een lekker nummertje.

Dat ze zich zelfs twee keer aan een uitgerekt stuk wagen, is tactisch gezien een misstap. Drift, Pt. 2 krijgt nog door gastvocalist Hanna-Maaria Tuomela een reddingsboei toe geworpen, maar verdrinkt uiteindelijk in het overschot van onuitgewerkte ideeën. Gelukkig weten ze deze misstap te corrigeren met het daarop volgende Away from the Streetlights. De vintage grimmigheid laat zich door nieuwere beats de deuren van de jaren 90 openen. Op het moment dat je de club binnen stapt is het helaas afgelopen. Uit die periode stamt ook de coldwave, welke hier zijn invulling krijgt in Helsinki100. Echt neerslachtig wordt het niet, al zit het aardig op het randje. Makebeliever heeft alleen in het begin wat onverwachte stotterende wendingen. Ondanks dat de zang ruim boven gemiddeld klinkt, ontbreekt hier de echte emotie. Die zit wel weg gestopt in het verder vrolijke One Last Time. Helaas is het niet vloeiend genoeg, wat voor ingehouden geremdheid zorgt. In and Out of Time is net zo onvoorspelbaar als een gemiddelde weersverwachting, meer dan een leuk plaatje kan ik er niet van maken.

Ideomotor - In and Out of Time | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cardigans - Gran Turismo (1998) 4,5

6 oktober, 19:24 uur

Nog veel meer dan op The First Band On The Moon wil de Zweedse band het onschuldige imago van zich afschudden. Het effect van de filmbeelden bij Lovefool maakt vanuit MTV veel indruk. Deze media wordt doelbewust ingeschakeld om Gran Turismo te promoten. De gewelddadige roadmovie clip van My Favorite Game laat een totaal andere Nina Persson zien. Gehavend met arm in verband staat ze symbool voor een meer stoerdere aanpak van The Cardigans. Gehuld in leer en met een vette tatoeage op haar arm heeft ze de heuse uitstraling van een rockchick. Haar rol als boegbeeld bereikt hiermee een definitieve status. Met het stukken zwaardere geluid trekken gitarist Peter Svensson en bassist Magnus Sveningsson een dikke lijn door vanuit hun heavy metal verleden naar deze bijzonder aangename vierde plaat van The Cardigans.

De sound op Gran Turismo is erg sterk door de elektronica beïnvloed. Al direct bij Paralyzed zijn het de industriële breakbeats die de dromerige trance stem van Nina Persson wat meer karakter geven. Erase/Rewind wil nog aardig aansluiten bij de vorige plaat, maar het mooie samenspel tussen drum en bas geeft het een lekkere dansbare sound. De lome verslavende zang van Persson leent zich hier prima voor net als de tegen het unplugged gebaseerde gitaarwerk van Peter Svensson. De sobere clip staat met het donkere decor centraal voor het meer strakke stijlvolle geluid waarmee The Cardigans zich presenteren. Die ingetogenheid is zeker terug te vinden op het door zuigende kerkorgel gevormde Explode, waar de titel wordt uitgebeeld in kleine lieve muziekdruppeltjes.

De inleidende drums van Starter geven Nina Persson de mogelijkheid om de song te introduceren. Steeds meer is zij de katalysator van de liedjes, en huppelt ze niet voornamelijk vrolijk mee op de door haar collega’s gelegde basis. De jaren zestig soft pop maakt steeds meer plaats voor broeierige triphop. Dat ook Peter Svensson hier volledig in zijn element zit, bewijst hij met zijn smerige gitaarakkoorden. Daarmee is hij ook van dienst in het tegen de Amerikaanse gitaarrock aan liggende Hanging Around. Deze derde single deed het alleen in de Britse hitlijsten redelijk goed. Dat ze hier wel heel erg de vloer leeg vegen voor het op hetzelfde moment populaire Garbage zou juridisch de nodige problemen kunnen opleveren. Maar die laten simpelweg niks van zich horen, al wetende dat ze zelf ook niet geheel origineel te noemen zijn.

Higher mag de B-kant openen. De zoete dreampop laat alle ruimte vrij voor de sensuele Nina Persson, die zelfverzekerd aardig de hoogte in gaat voor dit prachtige rustmomentje. De doem tonen van Marvel Hill geven het een mooi zwart randje waar de zangeres zich als een onbetrouwbare feeks bijna sprookjesachtig op lompe Dr. Martens door heen wandelt. Het hoogtepunt is toch absoluut het belachelijke goede My Favourite Game. Na het rustige intro gaat het volledig los. Op de achtergrond hoor je vreemde demonische geluidjes die het net wat extra geheimzinnigheid mee geven. De afwisseling van stevig rockwerk met trage passages werkt voortreffelijk. Met terug werkende kracht staat dit keerpunt centraal in de ontwikkeling van de band. Het smoezelige imago zal niet meer terug komen. Vanaf nu zal Nina Persson als een echte vamp betiteld worden; passende tussen de sterke frontvrouwen van de jaren negentig.

Do You Believe mixt retro disco stampende beats met uit 1998 komende provocerende dance. De kerkorgel van Explode wordt weer tevoorschijn getoverd. De pijpen zwellen aan om onder begeleiding van de vocalen van Nina Persson tot een muzikaal orgasme te komen. Het nadruppelen van de gitaar en bas verzorgt een passend eindspel. Er wordt vervolgens een prettige droomwereld gecreëerd in het zalvende Junk of the Hearts, al komt ook hierbij de explosiviteit heerlijk vrij in het rauwe gitaarspel. Mooi hoe het op een slide manier weet voort te zetten. De spookpiano van Nil lijkt ontsnapt te zijn uit de balzaal van het hotel, dat centraal staat in het toneel van The Shining, waar de alcoholistische Jack Nicholson bezoek krijgt van zijn innerlijke kwelgeesten. The Cardigans zullen vervolgens een langere rustperiode inlassen, waar ze voornamelijk samen met Tom Jones van zich laten horen in de geslaagde Talking Heads cover van Burning Down The House.

The Cardigans - Gran Turismo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Kishi Bashi - Omoiyari (2019) 4,5

6 oktober, 19:23 uur

Kaoru Ishibashi is de naam achter het eenmansproject Kishi Bashi. Deze uit Seattle afkomstige multi – instrumentalist met Japanse voorouders weet al voor de vierde keer te betoveren. Omoiyari bevat schone kleine folky luisterliedjes. De albumtitel is vrij vertaald een Japanse benaming voor klantenwinning, waarbij de behoefte van de consument, hier dus de luisteraar centraal staat. Je talenten tot inlevingsvermogen te gebruiken om er samen beter door te worden. Blijkbaar ervaart de muzikant een dringende behoefte aan kennisoverdracht om anderen te verbreden in hun levensbeleving. Zo klinkt het allemaal erg spiritueel en New Age gericht, maar er moet hier eerder gedacht worden aan de invulling gezien vanuit een andere cultuur. Noem het een zelfsprekende overdracht van generatie op generatie van de kernbegrippen waarden en respect. Iets wat hier in Nederland krampachtig gepoogd wordt ook te idealiseren, en daar in Japan nog steeds hoog aangeschreven staat. Hierdoor ga je anders kijken naar de met wierrook benevelde singer- songwriter droomplaat.

Het is een typerende Westerse kleine liedjesplaat, maar dan wel benaderd vanuit het Oosterse gedachtengoed. Naast de sprankelende gitaar is er ook meer ruimte voor een breder assortiment aan instrumenten. Ishibashi kan zich ook aardig redden met prachtig vioolspel, en verder krijgt hij hulp van Mike Savino op bas en banjo, en Nick Ogawa voor de stemmige cello, die het een orkestraal tintje geeft. De hoge zangpartijen sluiten aan bij de baanbrekende indiefolkplaten van Bon Iver, Red House Painters en Great Lake Swimmers. Ook hier overheerst het backpackers gevoel van een te zijn met de natuur. Een vorm van avonturisme waarbij vaak gepoogd wordt om met jezelf in het reine te komen. Bezinning die ook treffend centraal staat in de cult movie Into The Wild. Song For You is met het fluitend gedeelte het toegankelijke prijsnummer, welke vreemd genoeg niet als single is gepresenteerd. Prachtig qua opbouw met een rockende gitaar die er een aangename eighties flow aan weet te geven.

In de vorm van verhaaltjes weet hij zijn kijk op de wereld te benadrukken. Het begint in eerste instantie met een kinderlijk sprookje, waarin de nodige symboliek verwerkt zit, die een duidelijke kijk op het hedendaagse leven geeft. Op bijna traditionele wijze weet hij hierin een grotere boodschap te verwerken. Het is tevens de soundtrack bij de gelijknamige film die Ishibashi heeft afgerond, waarbij de Japans Amerikaanse gemeenschap centraal staat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Immigranten die uiteindelijk hun bestaan moeten opbouwen in dit nieuwe thuisland. Het onschuldig gevangenneming en de impact die dit heeft gehad, bij een volk welke zich niet kon uiten. In dit tijdperk hoorde je niet over je emoties te praten. Psychische hulp ontbrak, waardoor het getekende littekens op de ziel achterlaten, die nooit verwerkt werden. Nog steeds terug te koppelen naar het heden, waar soldaten een innerlijke strijd voeren met posttraumatische stressstoornissen, opgelopen tijdens oorlogen.

Penny Rabbit and Summer Bear laat zich gemakkelijk herleiden tot een ontmoeting tussen twee personen die beiden een andere cultuurbeleving en geloofsovertuiging hebben. Nadrukkelijk komt hier het verlangen naar wederzijdse acceptatie naar boven in een maatschappij waarbij iedereen gelijk is. Het hier op aansluitende F Delano benoemd de machtsstrijd tussen wereldleiders. Eigenlijk geven deze eerste twee tracks een perfecte samenvatting weer van waar het om draait. Thema’s die gedurende Omoiyari blijven terug komen. Ondanks het duidelijke standpunt is het zeker geen aanvallende plaat geworden, integendeel. Hoopvol wordt er uitgekeken naar een vredige samenleving, waarbij er vanuit de kern gewerkt dient te worden. Dicht bij jezelf. Door de luchtige wijze waarmee het gepresenteerd wordt geeft Ishibashi de luisteraar de regie in eigen handen. Bij de een zal het lekker wegluisteren als een zomerse plaat met pakkende refreintjes, terwijl iemand anders juist meer waarde hecht aan de teksten. Hiermee speelt de uitvoerder dus in op de behoeftes van de consument, en is het geslaagd terug te voeren tot het begrip Omoiyari.

Kishi Bashi - Omoiyari | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Rome - Le Ceneri di Heliodoro (2019) 4,0

6 oktober, 19:23 uur

Rome is een bijzonder muzikaal project dat zich eigenlijk nergens onder laat plaatsen. En dat benadrukt Jérôme Reuter nogmaals op het schitterende nieuwe vaandel dragende hoofdstuk Le Ceneri di Heliodoro, als een epos over alle vormen van heldhaftigheid, gezien vanuit het communisme, fascisme, maar ook de hedendaagse rechtse westerse maatschappij. Met een overschot aan middeleeuwse neofolk geluiden, stoere Viking rock, en verhalende minstreel zang, weet Rome weer adembenemend te overtuigen. Of je nu een liefhebber bent van het theatrale van Ghost, het confronterende van Type O Negative, meer houdt van het volkse New Model Army of verlangt naar de romantiek van The Mission, dan ligt dit in alle gevallen in je straatje. Met duidelijke linken naar het heden en verleden zet Rome een statisch monument neer. Alsof Nostradamus vanuit de middeleeuwen zijn voorspellende alles vernietigende kijk op de wereld los laat, gedomineerd door onheil en tragiek. De verhalen vertellende bard wordt muzikaal bij gestaan door Tom Gatti. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het breed gearrangeerde speelveld.

Het is bijna beangstigend hoe Sacra Entrata wordt aangekondigd. Na de trieste kerkklokken echoot er een harde stem door de luidsprekers. Het doet bijna fascistisch aan, en je moet hierbij onbewust terug denken aan de wereldleiders ten tijden van De Tweede Wereldoorlog. Die indruk wekt ook de adelaar op de albumhoes, deze staat symbool voor een keizerrijk. Niet alleen het Romeinse Rijk, maar dus ook later bij het Duitse Rijk komt deze frontaal terug. Met de slang als tegenpool, die meer als aardse tegenstander het gevecht aangaat, kan het ook beoordeeld worden als het volk wat zich verzet tegen een maatschappij geheerst door dictators. Het provocerende karakter treft je wel direct vol in je gezicht. Over het hele concept is nagedacht. Er wordt gestoeid met Franse, Duitse, Italiaanse passages tussen het verder Engelstalige geheel. Vergeet hierbij niet dat in Luxemburg verschillende talen gesproken worden, dus erg vreemd is dit niet.

Wat overeind blijft staan is de muzikale veelzijdigheid. Het harde begin krijgt navolging van het meer sterfelijke A New Unfolding en Who Only Europe Know, de neo folk is terug te brengen tot het gewone arbeidersvolk, welke zich verzet tegen de dominante leiders. Het koor roept iets strijdbaars op. Tevens is het een aanklacht gericht op het monddood maken van het onderschikte gewone volk. Voorheen werd de propaganda verspreid via pamfletten, tegenwoordig speelt Social Media die rol. Nog meer is men hiervoor gevoelig, ook vanwege het misbruik door nepnieuws te verspreiden, waardoor er steeds meer twijfel ontstaat over wat de waarheid is. Min of meer letterlijk bezongen in het refrein van Feindberührung. Zo sterk weerklinkt I Don’t Believe A Word You Say – Alles Luege. Hierdoor zal de betrouwbaarheid in een eerlijke toekomst alleen maar afnemen, wat waarschijnlijk de uiteindelijke opzet is.

Het euforische gevoel overheerst in het positieve Fliegen Wie Vögel is met gemak te vertalen tot Free Like A Bird, vrijheid van meningsuiting in woord en daad. Het keerpunt op deze indrukwekkende plaat. One Lion’s Roar is een toegankelijk poëtisch popliedje, gevolgd door het krachtig akoestisch gespeelde Black Crane. Dan verwacht je niet dat door harde donderslagen het einde der tijden wordt aangekondigd in het La Fin d’Un Monde. Hierop volgend hoor je de verbitterende vocalen van Jérôme Reuter die zijn volgelingen te woord staat in het door tranen geraakte The Legion of Rome, waar de fado klaagzang zich er doorheen worstelt. Desinvolture rekent af als een nieuw universeel Europees volkslied, inclusief operastem. Le Ceneri di Heliodoro is vrij te vertalen naar de asresten van het geschenk van de zon; wat verder te herleiden is tot de afbreuk van een gouden periode. het einde van het kapitalistische Europa. Wantrouwen in elkaar, Brexit en de instortende economie. Reuter schetst geen rooskleurig realistisch beeld, maar weet wel te beroeren en ontroeren.

Rome - Le Ceneri di Heliodoro | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

CNJR - WSTLND (2019) 4,0

6 oktober, 19:23 uur

CNJR staat voor conjure wat min of meer betoveren betekent. Achter dit project gaat de naam van Chris Richards schuil. Als platenbaas van het onafhankelijke label Future Archive Recordings geeft hij jonge kunstenaars de kans om zichzelf door te ontwikkelen. Met de nodige tijd en opname apparatuur tot beschikking is het maar een kleine stap om je hobby tot uiting te brengen; muziek maken. Uiteraard is het geweldig om voor anderen achter de knoppen te zitten, maar de beste inspiratie wordt gevormd in een muzikaal brein, met de mogelijkheid om zelf de buitenstaanders te verrassen met een eigen creatie. En die ziet het daglicht als het retro synthesizer album WSTLND verschijnt. Eigenlijk is het meer een plaat voor laat op de avond. Te duister en niet bestendigd tegen felle zonnestralen. WSTLND laat zich gemakkelijk lezen als Westland, een futuristische wereld gedomineerd door de zinspelen van programmeur en uitvoerende Chris Richards.

Gedeprimeerd geraakt door het kille leven om zich heen, besluit hij om zijn teleurstellingen een plek te geven. Dat WSTLND een bijna therapeutische werking heeft hoor je in het donkere eindresultaat zeker terug. Een muzikant die worstelt met zijn seksuele geaardheid, en zelf blijkbaar nog niet in de acceptatie fase beland is. Om jezelf ervoor te behoeden dat het geen ongrijpbare traumatische trip wordt, belicht hij de dagelijkse frustraties die moeten leiden tot erkenning van zijn homoseksualiteit. Jammer dat dit nog steeds zo zwaar weegt. Persoonlijk vind ik het ook wel een zwakte om het zo sterk te benadrukken. Een artiest die een heteroseksuele relatie heeft, zal dit ook niet de hele tijd als argument gebruiken. Uiteindelijk draait het allemaal om de muziek, en die is absoluut de moeite waard.

De liefde voor oude science fiction soundtracks komt thematisch sterk tot uiting in de tot drie letters terug gebrachte songs. De tracks komen het beste tot zijn recht door het gewoon te ervaren. Geen afleiding door teksten die je onbewust een bepaalde richting op duwen. Ook het ontbreken van duidelijke titels weerhoud je ervan om daardoor een mening te vormen. Hoe puur kun je het houden. Het dreigende intro wordt omgeven door verdrinkende soundscapes, een draaikolk van ingehouden gevoelens. Brommend diepe ruis krijgt ondersteuning door een futuristische robotstem gevormd door een vocoder. Bewust zo vlak en emotieloos mogelijk gehouden. De trance begeleiding zit fragmentarisch dicht tegen de darkwave en dreamhouse aan. Met synthesizers die proberen om pianoklanken te vormen, maar door de gevoelloosheid van het levenloze instrument juist afstandig en doods klinken. De zwaardere bastonen pompen er nog enigszins warmte in. Maar vervolgens stompt de drumcomputer het weer af.

De basis ligt overduidelijk in de jaren tachtig. Het beeld wat men toen van de toekomst schetst wordt gezien als startpunt. Doordat de ontwikkelde techniek hier als een bulldozer overheen walst ontstaat er een achterhaalde sound. Het blikkerige roept herinneringen op aan hoe de eerste robots zich onderontwikkeld voort bewegen. Juist dat grootse, ongecontroleerde komt nu meer als een dreiging over. Het zielloze tijdperk staat als basis voor de gevoelens van Chris Richard. Hoe beter kun je leegte verwoorden door juist de vocabulaire kennis te vermijden. WSTLND is een dagboek gevuld met lege pagina’s, afgesloten voor de buitenwereld, maar omgeven door indringende gedachtes.

CNJR - WSTLND | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovoka Gentle - Start Clanging Cymbals (2019) 4,5

6 oktober, 19:23 uur

Na de wereld al verblijd te hebben met drie EP’s is het nu tijd om een volledig album te presenteren. Het uit Londen afkomstige trio Wovoka Gentle maakt hedendaagse enthousiaste hippiemuziek. De tweeling Imogen en Ellie Mason vormen hoe dan ook al een eenheid, en worden bijgestaan door William J. Stokes. Dat het geëxperimenteer met folk niet door iedereen gewaardeerd wordt, ondervond Bon Iver al met hun derde album. Ook Wovoka Gentle loop het risico dat het zorgvuldige sample werk met passende bliepjes een soortgelijk lot ondergaat. Start Clanging Cymbals is een gedurfde plaat, gericht in het nu. Juist die brede benadering levert een mooi resultaat op waarbij vrijwel voor alle muzikale stromingen ruimte is.

Alsof het een foute ouderwetse reclame betreft gaat Salient Point de ether in. Eigenlijk verwacht je na het Good New Music nog een verkoop praatje van een gladde, snelle jongen. Door de zoekende geluiden lijkt het net of er op jacht wordt gegaan naar de juiste radiofrequentie. De drastische verandering komt met het jengelende meerstemmige psychedelische vervolg, waarbij nog de nodige space sound wordt toe gevoegd. En dat is pas het eerste nummer, waarbij zoveel gebeurd, zonder dat er enige lijnvorming in te vinden is. Wat moeten die gasten allemaal geconsumeerd hebben om dit resultaat te bewerkstelligen. Een heerlijke tripping beat verwelkomt in het zonnige harmonieuze samenzang van Punxsutawney Phil. Door het pallet van verschillende traditionele instrumenten ontstaat er een mooie klankkleur die zich heerlijk laat uitsmeren op het muzikale doek. Ongeorganiseerde blazers die met het ritme strijden voor de prominente vooraanstaande rol, gevolgd door weirde herhalende breaks.

Met Small Victory verlaten we nog net niet de folk hoek, al vind er zeer sterk een scheuring plaats. De rust waarmee het begint wordt vervolgens sterk door elkaar geschud. Met de lichtvoetige percussie schommelt het al bungelend in het disco tijdperk. Het gesproken intermezzo [I Saw a Bright White Light] kondigt een grootse verandering aan die onmiddellijk doorzet in 1,000 Opera Singers Working in Starbucks. Totale vervreemding van alle muzikale hokjes gaat vooraf aan de zeer swingende sterke retro glamrock song met genoeg ruimte voor afwijkende geslaagde uitstapjes. Elke andere band zou hier niet mee weg komen, hier klinkt het zo natuurlijk allemaal. Het feestende Peculiar Form of Sleep (Tiresias Theban) jaagt ook alle puristen de gordijnen in, ikzelf heb de neiging om eens lekker aan die rails te hangen en mij als een geoefende toestelturner flink uit te leven. Deze anarchistische tegenstrijdigheid is toch genieten? Zo moeten meer bands zich opstellen, een kleine aardbeving veroorzaken, geleidend tot opschudding in de ingedutte geitenwollen hipstercultuur.

Met de ouderwetse foxtrot [It’s All OK] als tweede tussenstuk gaan we weer een nieuwe fase in. Dromerig, maar net zo dreigend pianospel begeleid de zang in het langzaam opbouwende Gennesaret, waar de climax zich openbaart in de gepassioneerde blazers. De croonende uitloop wil alle twijfelaars overtuigen in het vakmanschap van Wovoka Gentle. Deze band heeft alles in zich om door een breed publiek opgepakt te worden. Met subtiel gitaarwerk spelen ze op de liefhebbers van fingerpicking gitaarwerk in. Dat hier in Tell ‘Em, Makoto! ook nog een geweldige vrouwelijke soulstem haar intrede doet, verwacht je in normale omstandigheden niet. Maar wat is er hier nog normaal te noemen op Start Clanging Cymbals, helemaal niks, of eigenlijk juist alles. De vertrouwdheid waarmee je gehoor gestreeld wordt is hemels. Kunnen ze dan nog iets verkeerds doen? Blijkbaar niet. Ook de hoge vocalen in Oystercatcher zijn buitengewoon schitterend, en laten ons de jaren zeventig herbeleven. Kleine minimale toevoegingen zijn het bewijs dat we ons niet in dat verleden bevinden. Aan alles is gedacht, zelfs het orkestrale einde is tot in de puntjes verzorgd.

Het volume wordt behoorlijk terug gedraaid om plaats te maken voor het kinderkoorzang van Kids Club Kampala Children’s Choir in Xerxes ‘19, ze zullen zichzelf waarschijnlijk niet meer herkennen in het gesampelde eindresultaat. Het geeft de song een prachtige Afrikaans tintje, al wordt die vervolgens doordacht weg gedrukt door harde gitaren. Met de hoofdzakelijke New Wave invloeden word ik voor de zoveelste keer van mijn stuk gebracht. Wat ze hier klaar spelen gaat tegen alle verwachtingen in. Nog eenmaal een pauze inlassen met het voorwerk van [‘Josh, Shout Something!’] om vervolgens rockend van start te gaan met de zwaardere soul van Sin Is Crouching at Your Door(Sad Puppy!!!1!). Dat muziek hoort te ademen, bevestigen ze hier voor de laatste keer. Voor de afwisseling gooien ze er nog een dosis aan grillige postpunk doorheen. Dan kun je na afloop maar een duidelijke conclusie stellen; repeat!!

Wovoka Gentle - Start Clanging Cymbals | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Com Truise - Persuasion System (2019) 3,0

6 oktober, 19:23 uur

Com Truise is een fictief figuur. Een tijdsreiziger die zich ergens in het heelal bevind. Natuurlijk heeft hij die ontleent aan steracteur Tom Cruise. Alleen al zijn eigen naam Seth Haley is mooi genoeg om als hoofdpersoon in dit verhaal te dienen. De uit New York afkomstige diskjockey heeft vanuit de drum & bass de nodige ervaring in clubs opgebouwd, maar is de laatste periode meer actief in de futuristische dromerige synthesizer landschappen. De oorsprong hiervoor haalt hij uit zijn jeugdherinneringen, gevormd in de New Wave van de jaren tachtig. Het sluit allemaal goed aan bij zijn vorige werk. Net als op zijn debuut acht jaar geleden met Galactic Melt ziet het er naar uit dat hij nog steeds onderweg is naar verre sterrenstelsels. Tijdsbepaling is niet van belang. Blijkbaar is die jaren geleden stil blijven staan.

Persuasion System is een ruimtereis die begint in de jaren tachtig. Met kosmische klanken wil hij ons meenemen in de trip genaamd Worldline. Het roept herinneringen op aan de Japanse science fiction cartoon series zoals Captain Future en Strijd Der Planeten. Gelijk al haalt de componist knap dit stukje nostalgie uit het onbewuste omhoog. Met een doordringende bas in titelstuk Persuasion System zoekt hij aansluiting bij de exotische souldisco. Treffend weet hij uit de keyboard pianoklanken te produceren, die het gepast afsluiten. Meer dreigend en een stuk bombastischer is het kamer vullende synthpop geluid van Gaussian. Met Ultrafiche of You koppelt Haley zware drums aan Oosterse misvormde klanken.

Om te voorkomen dat je door de eentonigheid niet zelf wegzweeft in het grote zwarte gat wordt er met Kontex meer diepgang opgezocht. Klassiek toetsenwerk wordt aangenaam afgewisseld met vette doordrammende beats en freakende bliepjes. Existence Schematic zit met zijn door Prince beïnvloede drums ook overduidelijk in de jaren tachtig. Voorzichtig wordt er een eigen sausje over heen gegoten, waar hij wel wat meer mee uit had mogen schieten. Na de donkere inleiding van Laconism hoor je overduidelijk het drum & bass verleden terug. Dit soort spanning zit er net te weinig in de uitzichtloze tracks. Dat Haley zijn kwaliteiten wel degelijk bezit laat hij hier sporadisch aan de luisteraar horen.

Het eerste gedeelte van Privilege Escalation gehoord tot het betere werk. De combinatie tussen drumcomputer en synths roept de meer duistere kant op. Met dit als uitgangspunt zou het allemaal een stuk avontuurlijker en spannender hebben geklonken. Toch is het een kunst om het geheel in iets meer dan vijf minuten helemaal dood te laten bloeden. Dat hierin geslaagd wordt is niet te bevatten. Met het vervreemdende Departure, waar wel dromerige postpunk zit verweven is de reis alweer afgelopen. Je komt tot de ontdekking dat je de hele tijd in een afgekeurde ruimtesimulator hebt gezeten. Met een afgespeelde film en geschud van medewerkers aan de buitenkant van het kunstmatige vaartuig probeert men het effect van een ruimtetocht op te roepen. Er lijkt weinig progressie in de muzikale ontwikkeling te zitten. Het zit aan de veilige kant omringt door airbags die elke afwijkende beweging proberen op te vangen.

Com Truise - Persuasion System | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

SOAK - Grim Town (2019) 4,0

6 oktober, 19:23 uur

De Noord-Ierse uit Derry afkomstige singer-songwriter Bridie Monds-Watson maakt onder haar alter ego SOAK een mooie tweede plaat, nadat Before We Forgot How to Dream vier jaar geleden het levenslicht zag. Grim Town belichaamt het hedendaagse maatschappelijke bestaan. Romantiek wordt naast het vreemdgaan op de weegschaal gelegd. Geluk en verdriet zijn kernbegrippen die evenwijdig aan elkaar terug komen. Het uitzichtloze leven van arme uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden ouderen wordt een plek gegeven in de fictieve kleurloze stad Grim Town. In All Abourd verwelkomt een verhalende reisleider Fabien Monds, uitgevoerd door de grootvader van de zangeres, de kansloze toekomstzoekenden in een treinrit naar het uiteindelijke eindstation. Sfeervolle begeleidende orgelklanken moeten het monotone praatje bewust meer swing geven. Het roept herinneringen op aan arbeiders en gezinnen die in oorlogstijd verbannen worden naar werkkampen, maar ook aan originele bewoners die weg gestopt worden in reservaten. Ondanks de prachtige muzikale invulling is het toch een sobere plaat geworden, waarbij de storytelling van Bridie Monds-Watson nog meer diepgang krijgt.

Met Get Set Go Kid gaat de plaat daadwerkelijk van start. De hoge kinderlijke heliumstem van Bridie weet de songs prachtig te dragen. Deze dromerige invalshoek geeft het iets onschuldigs jeugdigs. De ingehuurde sessiedrummer Liam Hutton weet er een mooie opzwepende indie begeleiding aan toe te voegen. Door gebruik te maken van geschoolde muzikanten krijgen de songs door cello, viool en trompet een klassieke filmische aanpak, waarbij violiste Kirsty Mangan een prominente rol krijgt om het totaalstuk te orkestreren. Met het erg aan The Cure herinnerende new wave vrolijkheid van Knock Me Off My Feet kan ze zich distantiëren van de eentonigheid, en gaat ze de zwaarmoedigheid uit de weg. Het sferische Maybe weet hier moeiteloos op in te haken. De stevige gitaren bij I Was Blue, Technicolour Too weten SOAK uit de ingedutte huismusmodus te rukken, en genoeg karakter aan de song te geven.

Ondanks haar jonge leeftijd vermijd ze geen onderwerpen die in haar bestaan nog geen recht horen te hebben. De ontevredenheid en de lusteloosheid van een vrouw die al een langere relatie achter de rug heeft, wordt passend door haar verwoord. Uiteindelijk zal de hoofdpersoon gedesillusioneerd het plaatsje weer met de trein verlaten. Grim Town is een melodieus goed uitgevoerd scrapbook geworden, gevuld met te verwerken teleurstellingen en persoonlijke winstmomenten. De volwassenheid in de songs geeft Bridie Monds-Watson de mogelijkheid om aan te sluiten bij het sterke door vrouwelijke singer-songwriters gedomineerde jaar 2019. Knap om je zo als begin twintigjarige op de kaart te zetten.

SOAK - Grim Town | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hand Habits - placeholder (2019) 4,0

6 oktober, 19:13 uur

Hand Habbits is het solo project van meestergitarist Meg Duffy. Deze veelzijdige artiest heeft al een aardig muzikaal avontuur achter de rug, met bijdrages aan tracks van The War On Drugs, en het nu op grotere schaal opgepakte Weyes Blood. Een prominent aandeel is haar toegedeeld als sfeermaker in de begeleidingsband van Kevin Morby. Geboren in het New Yorkse Amsterdam; niet te verwarren met onze hoofdstad en New Amsterdam, maakt Meg nu onder het alter ego Hand Habits een tweede soloplaat. Wist ze met Wildly Idle (Humble Before The Void) al te verrassen door af te wijken van het kenmerkende psychedelische werk, en juist minder de nadruk te leggen op haar artistieke kwaliteiten, gaat ook Placeholder de intieme klein gehouden selfmade kant op. Nog meer krijgt haar geweldige zang de mogelijkheid om gehoord te worden, want die heeft ze ook in haar bezit.

Mooi om te ervaren dat ze met haar sober gespeelde spel weer een ontwikkeling laat horen. Ze tovert grimmige klanken tevoorschijn uit haar instrument, welke zich kunnen hechten aan in de jaren negentig populaire dromerige gitaarbands. Was het debuut nog een zolderkamerplaat, dit kan meer gezien worden als een huiskamer project. Ondanks de deprimerende sound stelt Meg zich meer open voor een groter publiek. Placeholder is persoonlijk, een afgerond dagboek. Met een duidelijke link naar het afsluiten van processen, om een volgende stap in het leven te maken. Er wordt terug gekeken op haar jeugd, oude geliefdes, en de mogelijkheid hiervan afstand te nemen om door te groeien. Dat het allemaal depressief klinkt is dus niet vreemd. Elke vorm van verlaten worden neemt verdriet met zich mee.

Gelukkig zijn er nog die aangename momenten zoals in Can’t Calm Down waar ze de gitaar laat huilen, en de tranen vorm krijgen in schitterende akkoorden. Echt ouderwets scheuren kan ze nog steeds, ongeremd gaat Meg Duffy los in het prachtige Jessica. Ondanks de donkere teksten en tevens net zo zware omlijsting geven de hogere slepende vocalen er een warm harmonieus gevoel aan. Door het overdubben van haar stem krijgt het een aangenaam meerstemmig karakter, en vermijd ze de zoektocht om een passende backing toe te voegen. Al zit ze soms wel op het randje, waardoor het net niet in een galmende massa verdwijnt. Op andere momenten weet ze zich weer aangenaam kinderlijk te presenteren als in het lieflijke What’s The Use. Het enige minpuntje is het vervreemdende intermezzo Heat waar disco afgewisseld worden met vage orgelklanken. Placeholder is een prachtige aanwinst in het alsmaar doorgroeiende singer-songwriter landschap, waarin de vrouwen een steeds belangrijkere rol opeisen.

Hand Habits - Placeholder | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Luis Francesco Arena - High Five (2019) 3,0

6 oktober, 19:13 uur

De prachtige Italiaans klinkende naam Luis Francesco Arena is niet degene die zijn ouders aan Pierre-Louis François hebben meegegeven. Al maakt deze Fransman wel verschillende platen onder dit natuurlijk klinkend alter ego. Voor zijn vijfde plaat High Five heeft hij de hulp ingeroepen van Nicolas Cueille. Je kan daardoor niet meer spreken van een solo project, maar wel degelijk van een groepsverband. Het kenmerkende geniale gitaarspel van Cueille maakt hier plaats voor zijn plek achter het drumstel en synthesizer. Zijn wonderbaarlijke muzikale kwaliteiten komen daar ook goed tot zijn recht. Pierre-Louis François presenteert met trots zijn nieuwe speeltje, de Fender Bass VI. Dit klassieke rockinstrument komt stijlvol in alle songs in een prominente rol naar voren. De warmte in de nummers wordt voornamelijk gecreëerd door de donkere dragende sound die subtiel vanuit de dikkere snaren weet te ontsnappen.

High Five laat zich lezen als een muzikaal geboortekaartje, met op de achterkant in kleine letters de gebruiksaanwijzingen voor het ouderschap. De impact van het vernieuwde gezinsleven wordt in al zijn facetten toegelicht en zelfs verklaard. De pauze van zes jaar heeft de singer-songwriter nodig gehad om zich voor te bereiden en uitvoeren van een nieuwe fase in zijn leven, namelijk die van ouder. Uit eigen ervaring kan ik gerust zeggen dat er een leven voor het vaderschap is, en een totaal andere invulling als die kleine eenmaal geboren is. Alles waar je jezelf voorheen druk over maakte vervaagd. Daarvoor in de plaats komt een wereld van andere zorgen, problematiek en angsten. Het kind blijft over het algemeen altijd centraal staan.

De meerwaarde van vinyl is dat er daardoor sprake is van een a en b kant. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om aan beide zijdes een andere sfeer te creëren. Willen de eerste vrolijke songs nog vol staan met vreugdevol enthousiasme wat de gezinsuitbreiding van de frontman met zich mee brengt. In al zijn gelukzaligheid neemt hij de luisteraar mee in zijn bestaan. Een wervelwind aan weidse instrumentatie volgt elkaar in groot tempo op. Gedurende de plaat komen de slapeloze nachten vol vermoeidheid en onzekerheden ook aan bod. De drang om een nazaat in alle veiligheid op te laten groeien, en te behoeden voor het gevaar wat de grote wereld voort brengt.

High Five is een klein gehouden luisterplaat geworden. Na de zielsblije start lijkt het net alsof er in alle stilte in de avonduren aan de plaat is gewerkt, zich bewust wordend dat de jongeling rust nodig heeft, en niet hoort te ontwaken. Na tederheid en onschuld vervolgt breekbaarheid en kwetsbaarheid. De impact van de verandering verwoord in tekst en muziek. De duidelijk voelbare intieme kenteling maakt van High Five een bovengemiddelde droomplaat, en moet Luis Francesco Arena zich tevreden stellen met deze positie in de subtop.

Luis Francesco Arena - High Five | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ela Orleans - Movies for Ears (2019) 3,0

6 oktober, 19:11 uur

Als artistiek kunstenaar wacht je op de mogelijkheid om je beste werk te exposeren in een galerie. Flink sorteren en vervolgens concluderen dat niet alles thematisch geschikt is. Wat doe je dan, kies je voor de indrukwekkendste werken, of voor een aantal sterk bij elkaar passende producties. Dat laatste heeft Ela Orleans willen bereiken met haar album die de prachtige titel Movies For Ears draagt. Al kiest een schilder er niet voor om zijn doeken voor de tentoonstelling over te verven, Ela doet dat dus wel. De Poolse in Auschwitz geboren multi instrumentalist is opnieuw aan de slag gegaan met viool, gitaar en piano. Ze voegt nieuwe dieptes toe, meerdere lagen over elkaar, en werkt de oneffenheden weg. Van oorsprong is het geen nieuw werk, maar is het een samenvatting van nummers die ze gedurende de periode van 2001 tot en met 2012 gemaakt heeft. In 2015 was er al sprake dat het project zou verschijnen, maar blijkbaar is de uitvoerende pas nu helemaal tevreden met het eindresultaat. Ze heeft in het verleden vooral credit weten op te bouwen met het muzikaal inkleuren van oude stomme films, door daar een nieuwe belevingsdimensie aan toe te voegen.

Het herfstachtige The Season mag zeer aangenaam het geheel openen. Door de sterke elektronische begeleiding, heerlijke orgelklanken en haar zwaardere zangstem roept het postpunk gevoelens op. Het is te kort door de bocht om haar daar onder te brengen, al weet ze dat sfeertje later nogmaals treffend op te roepen in I Know. Door de vocalen krijgt het vrolijk gestemde Walkingman een naargeestige invulling. Met een dronken weemoedig accent in haar voordracht laat ze horen dat de kwaliteiten niet op dat gebied gezocht moeten worden. Verrassend genoeg gaat ze flink de hoogte in het Franse chanson achtige Light At Dawn, welke zich prima kan nestelen in een Twin Peaks episode. Hierbij verraad ze overduidelijk dat het een collage aan songs betreft, gemaakt in een langere periode. Het hoogtepunt is absoluut het retro sixties gerichte In The Night, waar heerlijke psychedelische hoogstaande gitaarakkoorden er een prettige swing aan weten te geven. Ook het mysterieuze Planet Mars weet met de ondergedoopte zang gevolgd door grimmige ska flows aardig wat indruk te maken. Die invloed komt net een stuk minder tot zijn recht bij het daarop aansluitende Apparatus.

Gedurende het overige aanbod blijft ze met de goed gevonden drumsamplers te weinig overtuigen. Ondanks het vele geknutsel aan de tracks is de afronding met regelmaat slordig en wil het niet veel indruk maken. De werkwijze gericht op een coherent eindresultaat wordt niet behaald. De oorzaak hiervan is voornamelijk terug te herleiden tot het gebrekkige zangtalent wat Ela bezit. Movies For Ears is niet het toegankelijke geheel geworden, waar de artiest op gehoopt had. Te vaak wordt er gebruik gemaakt van bestaande composities, die in gesamplede vorm niet genoeg toevoegen. De kille keyboard klanken verraden haar Oost Europese afkomst, maar daar overheen ligt een afdekkende warme deken die ze gebreid heeft in haar nieuwe regenachtige basis, het Schotse Glasgow. Juist hierdoor krijgen de verstikkende tracks niet de mogelijkheid om te ademen. Je hoort overduidelijk de muzikaliteit terug van Ela Orleans, maar om een breed gerichte popplaat te produceren is ze niet in geslaagd.

Ela Orleans - Movies for Ears | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lungbutter - Honey (2019) 4,0

6 oktober, 19:11 uur

Voor de liefhebbers van compromisloze manische gekte is het chaotische Lungbutter een verademing. Alsof Kim Gordon zichzelf na het opdoeken van Sonic Youth gekloond heeft en haar drie nazaten nu genoeg gerijpt vind om ze kennis te laten maken met The World Of Noise. De verhalende performance van punk poëet Ky Brooks wordt bijna gewelddadig begeleid door haar twee partners in crime. Kaity Zozula, die de gitaar in bedwang probeert te houden en haar berijd als een ontembare galopperende hengst. Drummer Joni Sadler, die met vakkenvullende precisie de ene na de andere stevige slagen op elkaar stapelt of het blikken voedingsmiddelen zijn. Met Honey lukt het om dit stoere rockchick trio afkomstig uit het Canadese Montréal hun hedendaagse kijk op de punkbeweging te etaleren. Het is absoluut geen vlekkeloze plaat geworden, maar wel eentje die een groot charme offensief weet op te roepen door de aantrekkingskracht van deze jeugdige onverschilligheid.

Titelstuk Honey trotseert zichzelf door de geluidsbarrières heen als een hoestende Vespa scooter waarbij het kickstartpedaal weigert. Na ruim een minuut ontstaat er pas voor Ky Brooks de mogelijkheid om haar teksten tot de luisteraar te richten. Gedurende het af te leggen slachtveld wordt het haar lastig gemaakt door de noise om zich verstaanbaar te maken. De bijna schizofrene emoties staan centraal op deze gedurfde plaat, waar woorden al schreeuwend en gevangen in druggy mistwolken zich openbaren. Sporadisch horen we een echt liedje terug, zoals in het lekker groovende Flat White. Het tegen de hysterie grenzende voordracht geeft je een kijk in het complexe gedachtekronkels van de niet altijd even zuivere vocalist. Is haar verhaal te volgen? Nee, dat belang mag achterwege gelaten worden. Daar ligt ook niet de kracht van Lungbutter. Voor een hedendaagse hipster zal het allemaal vernieuwend en artistiek verantwoord klinken.

Deze band gaat verder terug in de tijd, en zit meer in het verlengde van de opkomende No Wave artpunk die rond 1980 zich vanuit New York als tegenreactie van de New Wave zichzelf op de kaart zette. Minder origineel en provocerend als wat de eerste indruk oproept, wel een waardige ode aan deze vergeten shockerende subcultuur. Met iets meer dan een half uur weet Lungbutter na vijf jaar ploeteren een geslaagd energiek eindresultaat af te leveren. Zonder de experimenteerdrift van hun voorouders zou het muzikale klimaat er tegenwoordig totaal anders uitgezien hebben. De opkomst van eigenzinnige gitaarbands die vanaf de jaren negentig als een plaag zich verspreiden, toonden vrijwel allemaal hun respect voor deze explosieve stroming. Honey weet het weer allemaal terug te herleiden tot de kern, en deze zoetstof als rauw onverteerde bedrieglijke voedselbron op ons bordje te presenteren. Geen ruwe diamant, maar een brok graniet.

Lungbutter - Honey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

VR Sex - Human Traffic Jam (2019) 4,0

6 oktober, 19:09 uur

Het uit Los Angeles afkomstige Vr Sex is een donkere gevalletje vleermuizen gothic, tegen het ziekelijke hondsdolheidsvariant aan. Er wordt de luisteraar een negatief zelfbeeld aangepraat, waarbij de illustratieve doom het nog lekker zwart inkleurt. Het brein achter deze band is de duizendpoot Noel Skum, een pseudoniem voor Andrew Clinco, die buiten de zang ook voornamelijk zelf de overige muzikale bagage inbrengt. Volgende maand zal hij onder weer een ander alter ego, namelijk dat van Deb Demure actief zijn. Dan verschijnt Modern Mirror, de nieuwe plaat van moederschip Drab Majesty. Als een parasiet verplaatst hij zich van het ene project naar een ander. Op Human Traffic Jam krijgt hij hulp van Z. Oro op drums en Mico Frost die verantwoordelijk is voor de bas en keyboardpartijen. Namen die zo zouden passen bij duistere actiefiguren die van onder de toonbank aan de volwassen bezoeker van een gespecialiseerde speelgoedzaak worden verkocht. Human Traffic Jam is de eerste bloederige nageboorte.

Na de overwaaiende echo soundscapes van Surrender waan je jezelf al na een halve minuut in de kelders van een alternatieve club. Vergezeld door identiek donker geklede menselijke bloedzuigers wordt er stereotiep gedrag vertoont op de kapotte neon dansvloer. Met monotone bewegingen wordt je bedwelmd door de naargeestige postpunk. Vr Sex laat een hardere dromerige sound horen, met daarin ruimte voor ontregeld gitaarwerk en statische drums. Als een ontwaakte zoon van Dracula voegt Noel Skum daar de nodige diepe vocalen aan toe. Welkom in zijn persoonlijke nachtmerrie. De meer tot noise vermurwde industriële klanken en drumcomputer gevormde Downgrade haakt hier als bindend prikkeldraad prettig op in. Een pijnlijke geluidsexplosie vervolgt in het instrumentale vernietigende Epiphany in Gridlock, wat muteert in het dansbare door de bas gedragen Sacred Limousine. De cybertrash van het punkie Maiden China wil met de rockende begeleiding enige variatie toevoegen. Hier komt de boodschap van het beoogde concept nog het beste naar voren. De machine die het denkvermogen van de mens bepaald en beïnvloed.

De voice over in Psycho Cybernetiks is van de revolutionaire vooruitstrevende mindfulness aanhanger Maxwell Maltz. Deze naar hem genoemde therapeutische aanpak om met een positief zelfbeeld aan de slag te gaan, dateert al uit 1960, maar is pas de laatste tien jaar groter opgepakt. Blijkbaar komt Noel Skum tot de ontdekking dat hij de toehoorder moet behoeden voor een opkomende depressie. Hiermee benadrukt hij dat er altijd een uitweg te vinden is in een vastgelopen bestaan. Met een New Age getinte zwaar aangezette omlijsting wordt dit nogmaals benadrukt. Met gemak wordt hier de nodige dreiging aan toegevoegd, waardoor alle goede voornemens al snel zijn plat gewalst in het cyberpunk werkstuk Cheek Detritus. De kille synths van Facts Without Faces worden door de blikken percussie een stuk luchtiger opgeklopt tot een toegankelijke song. Al blijft de regenboog verscholen achter grijze donderwolken. Die breken langzaam doormidden om plaats te maken voor het hemelse lang uitgewerkte instrumentale Corridor (Epilogue). Al badend in het zweet ontwaak je, niet wetend of je deze trip daadwerkelijk hebt mee gemaakt of dat het een vervelende ervaring van gezichtsbedrog is geweest.

Human Traffic Jam belichaamt het vervreemdende nachtleven van praktijken die het daglicht niet kunnen verdragen. De keerzijde van de overdag zo bruisende metropool. Sinds actrice Peg Entwistle in 1932 zelfmoord pleegde door van de H van Hollywood Sign te springen, blijkt dat deze plaats ook een andere duistere kant heeft. Noel Scum vertaalt de achterkamer seks uit de jaren tachtig naar het dagelijkse eenzame internet gebeuren. Ondanks dat iedereen steeds individueler leeft, heeft men via de digitale netwerken juist steeds meer contact met de anonieme buitenwereld. De leefbaarheid van de scene, getuige de vele darkwave festivals, wil ook de bij Vr Sex aanwezige overheersende galmende brei niet in het voordeel werken. Gelukkig stoppen ze er halverwege genoeg variatie in, wat in het voordeel uitvalt. Een goede hedendaagse visie op het treurloze bestaan, maar dan wel gezien door het achterhaalde retro Big Brother Is Watching You van George Orwells 1984.

Vr Sex - Human Traffic Jam | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Into Orbit - Kinesis (2019) 4,0

6 oktober, 19:09 uur

Nieuw Zeeland maakte bij ons koningspaar veel indruk door de boos uitziende culturele welkomstceremonie van de Maori. Flink geschrokken vervolgden ze hun bezoek. Deze energie en woestenij hoor je ook terug in Into Orbit. Hoe krijgen ze het voor elkaar om met twee man sterk zo’n geweldig geluid neer te zetten. Het uit hoofdstad Wellington afkomstige duo bestaat uit gitarist Paul Stewart die als een jonge tovenaarszoon van Gandalf de meest waanzinnige akkoorden tevoorschijn laat komen, en drummer Ian Moir met zijn bezetene slagvaardig vakmanschap. Het ontbreken van zang is geen gemis, en valt dan niet eens direct op. Kinesis is ondertussen hun derde instrumentale trashende postrock plaat. Ouderwetse melodieuze headbanger muziek voor gevaarlijk uitziend langharig tuig. Al weten ze zich duidelijk te onderscheiden door doordachte geschoolde onverwachte wendingen, welke de geniale unieke sound nogmaals benadrukken.

Het epische Shifter gaat gelijk voluit als een veldslag sage van start, al is er halverwege ruimte voor aangename melodieuze Metallica achtige riffs en soleerwerk die zich prima kunnen meten met Ride the Lightning. Plaats jezelf 35 jaar terug in de tijd, bedenk er wat krachtpatserig drumwerk bij, en je komt een heel eind bij Kinesis uit. Dat het vervolg nog een stuk steviger is blijft mij verbazen. Niet dat ik dit niet gewend ben, maar puur vanwege het onbegrip van hoe twee muzikanten in staat zijn om zoiets grootst neer te zetten. Steeds maar krijg je de indruk dat hier minstens een vierkoppige muzikale vuurspugende draak aan het werk is. Zo strak zijn ze op elkander ingespeeld. Met aangenaam inheems geroffel vestigen ze de aandacht op het door meerdere gitaren overgedubde Between Stars. Zo bijzonder dat ze door de hardere drone achtige passages steeds aan de rockzijde verblijven, en niet de industriële kant op gaan. Natuurlijk laat Paul Steward de effectenpedalen het nodige werk verrichten, maar de katalysator is wel zijn vingervlugge gitaarspel.

Toch is er meer dan genoeg ruimte voor afwisseling. Met het funkende Crystallise wordt er gekozen voor een fraai rustige uitbouwende geheel, halverwege kunnen ze het toch niet laten om volledig los te gaan. Die variatie is ook terug te horen in het zwaardere brokstuk Summoning, wat ergens in de krochten van de aarde lijkt open te scheuren. Het verlichtende soleerwerk zorgt voor de nodige tegengas. Het korte Nil ademt de opnamestudio uit, nog behoorlijk clean zonder veel toevoegingen heeft het de basis van een ongepolijste demoversie. Emergence wil zich traag opdringen tot een dynamische kernexplosie. Hoe gedurfd is het dan om met Burial Mask de postpunk kant op te gaan. Met typerend hoge gitaarsluiers en doffe slagen wanen we ons weer eventjes in de jaren tachtig. Dit alles onder toeziend oog van de metal goden. Het compactere symfonische Pale Sky heeft zelfs nog meer hit potentie. Ergens wordt er een aangename basliin tevoorschijn getoverd, die er nog meer swing aan geeft. Het theatrale gotische van Horus is een machtige eindstuk met hoofdzakelijk doommetal invloeden. Zwaar drukkend sluit Into Orbit hiermee hun voortreffelijke derde langspeelplaat af.

Into Orbit - Kinesis | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hot Chip - A Bath Full of Ecstasy (2019) 3,5

6 oktober, 19:09 uur

De elektronisch gerichte Londenaren zijn helemaal klaar om de discovloer te heroveren. Met hun zevende album A Bath Full of Ecstasy lijkt de doelstelling simpel en eenvoudig. Dansen totdat je er bij neervalt. Feit is dat de band meer tijd neemt voor het opnameproces en de uitwerking hiervan, tussen Why Make Sense? en de nieuweling zit vier jaar. Voorheen hadden ze aan twee jaar genoeg om hun muzikale ideeën vorm te geven. Zeker geen haastklus dus. Verwacht geen ander geluid, maar een aangename aanvulling op hun catalogus. Zou het een voorbede zijn voor een nieuwe Summer Of Love? Als het aan de gabbers van Hot Chip ligt zijn we daar wel weer eens aan toe.

Zoals te verwachten hoor je direct al de zomerse houseklanken terug in het kenmerkende Melody of Love. Dat er tevens de nodige energie is gestoken in de aangename zang blijft een mooi gegeven. De hoop op het voorrecht om weer getrakteerd te worden met drie kwartier aan heerlijke bliepjes en beats, die het in de clubs net zo goed gaan doen als in de oververhitte festivaltenten. Dat hier al gelijk een opzwepende ceremoniemeester in verwerkt wordt, benadrukt direct al het effect wat ze willen oproepen. Zweten, en in beweging blijven tot de benen het begeven. Het robotachtige Spell is meer statisch qua opbouw, en roept met het lagere tempo herinneringen op die aansluiten bij de herbeleving van de synthesizer hits uit de kleurrijke jaren tachtig. Gaaf hoe ze halverwege er meer dance invloeden van een decennia later doorheen weten te mixen.

De autotune van Bath Full of Ecstasy is even flink schrikken. Ik had gehoopt dat deze hedendaagse invloed mij bespaard zou blijven. Laat de eigenheid domineren, en je niet mee sleuren door een hype waar we op dit moment mee dood gegooid worden. Hot Chip is geen R&B act die dit nodig heeft. Inhoudelijk is het direct een flinke stap terug. Veel wordt er vervolgens wel goed gemaakt met Echo, maar het geeft nog niet de aansluiting bij de betere openingstracks. Dat ze het wel waar kunnen maken bewijzen ze vervolgens met de eerste single Hungry Child. Mooi sfeervolle opbouw met retro Madchester funky beats. En dan los gaan met het aanstekelijke ritme. Toch lijken ze steeds meer een knieval gemaakt te hebben voor de commercie, het is net te braafjes allemaal. Ze pakken sterk door met het intro van Positive. Vervolgens nog steeds geen vuurwerk, maar haperende rotjes die in de rebound geen vlam willen pakken. Is het rustmomentje tegen het einde dan toch een goed teken?

Met Why Does My Mind laten ze horen dat ze in staat zijn om mooie gevoelige popsongs te schrijven, waarbij de dansbaarheid in het belang van de track weg gecijferd wordt. De emotionele kant eist echter veel van de zang op, die daar net niet helemaal bij aan weet te sluiten. Dat randgevalletje onzuiverheid is ze vergeven. Sfeervolle ambient laten Clear Blue Skies toepasselijk openen, om baan te maken voor de wat zeurderige vocalen. Wil dat nou net het grootste minpunt zijn, al komt de uitgerektheid ook aardig in de buurt. Het groeiproces zit hem dan toch in het afleveren van compacte nummers. Iets waar ze zich bij No God ook aan wagen. Terug van weg geweest is het muzikale evenbeeld van de mellow ravende benadering waarmee ze treffend bij A Bath of Ecstasy van start gingen. Concluderend blijken ze vooral in conflict te zijn met de uitvoerende richting die ze op de plaat presenteren. Een te hoog safety first gehalte met weinig echte uitblinkers.

Hot Chip - A Bath Full of Ecstasy | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Julia Shapiro - Perfect Version (2019) 4,5

6 oktober, 19:02 uur

Het uit Seattle afkomstige Chastity Belt liet op hun prachtige magnum opus I Used to Spend So Much Time Alone al een meer ingetogen geluid horen. Waarschijnlijk waren ze het gewoon zat om telkens weer in de Riot Grrrl hoek geplaatst te worden. De groei vanaf het debuut No Regerts is immens, het schreeuwerige karakter is totaal verdwenen. Ondanks de aanstekelijke gitaarliedjes besluit frontvrouw Julia Shapiro om een andere kant van haar te laten horen. Totaal uitgeput en gebroken kiest ze ervoor om halverwege de laatste tournee van Chastity Belt te kappen. De impact van het rondreizen vergt lichamelijk en psychisch teveel energie, wat gezondheidsklachten en een stuk gelopen relatie tot gevolg heeft. Op haar solo album Perfect Version horen we een herboren vrouw, die het verwerkingsproces op plaat heeft gezet, en dit openbaar deelt.

Met meer bescheiden songs zoekt ze de grenzen van de dreampop op, welke tot ontwikkeling komt in het broeinest van het 4AD label, en vanaf de jaren tachtig tot diep in de jaren negentig zoveel schitterende resultaten opleverde. Dat is het gevoel wat Perfect Version op weet te roepen. Gezang welke zich schuchter tussen de prominente shoegazer klanken voortbeweegt, omgeven door rustgevende ambachtelijke gitaarlijnen. Door de sobere benadering is het een door en door triest geheel geworden. Het uitgebluste gevoel komt indringend naar voren, maar weet zich perfect te binden aan de ruimtelijke klanken die de nummers opsieren. Zelf blijft ze trouw aan het Hardly Art label, welke ook het laatste bravourestuk van Chastity Belt onder hun hoede had.

De serene oase van rust die over Natural heen hangt roept de volgende vraag in mij op. Hoe zou Julia Shapiro zo’n eerste persoonlijke luisterbeurt ervaren. Zou ze breken? Alle opgekropte emoties de vrije loop laten? Of zou ze berustend het over zich heen laten komen? Een gemeende nieuwsgierig naar het verhaal achter het opnameproces. How can somebody be so blindly confident? I wanna know that trick. Die eerste zin weerspiegelt haar kwetsbaarheid en onzekerheden. Ze maakt zich zo klein mogelijk, waardoor direct de aandacht naar haar getrokken wordt. Met de gitaar en keyboard als enige remedie tegen haar troosteloosheid. De neerslachtigheid overmeesterd je en grijpt de strot dicht.

De zang van Julia Shapiro verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Het is bijna een geestverschijning welke haar beklag doet. Maar de puurheid hiervan is zo wonderschoon. Terwijl de begeleidende instrumenten zich als een ijzeren maliënkolder om haar heen vlechten. Het schild om zich te beschermen tegen de pijnlijke buitenwereld. Het is overduidelijk dat ze nog niet klaar is in het verwerkingsproces, maar het levert zo’n ontiegelijke mooie muziek op.

Sporadisch wel het nog heerlijk ontvlammen. Harder To Do is het tegenstrijdige antwoord op haar trieste bewoordingen. Hier zuigt de noise de vocalist leeg, die niet eens moeite lijkt te doen om het geluid te overstemmen. Al wil er vanaf Around The Block meer hoop in de voordracht weerklinken.

Bij de titelsong Perfect Version krijgt een aangenaam hoog stemgeluid de overmacht. Niet dat het hierdoor een positieve draai aan gegeven wordt, nog steeds beheerst depressiviteit de plaat. De klaagzang wil in ieder geval niet je adem ontnemen. I Lied ligt meer in het nu met langgerekte gitaargolven die in de hedendaagse indie scene een plek opeisen. Perfect Version is een ellendige kijk op het leven, waar je bijna beschamend van aan het genieten bent.

Julia Shapiro - Perfect Version | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Mac DeMarco - Here Comes the Cowboy (2019) 4,0

6 oktober, 19:02 uur

Mac DeMarco is het publieke vermakelijke indie lievelingetje. Met zijn koprollen en onderbroekenlol probeert hij vooral een glimlach op je gezicht te laten verschijnen. Een muzikale nar met een hoog amusementsgehalte. Was de rest van de wereld maar zo mooi en relaxt als hoe Mac DeMarco zichzelf presenteert, wat zou dat een genot zijn. Toch loopt de goedlachse Canadees een grote kans om ten onder te gaan aan zijn gespeelde maniertjes. Live blijft het een feestje, heerlijk in het zonnetje bijkomen met aangenaam vermaak op het podium. Genietend van het ingelaste pauzemoment, om vervolgens gevuld met vocht en voedsel verder te sjokken naar de volgende act. Zit ik te wachten op een hele plaat gevuld met easy listening slowrock? Na het ietwat serieuzere This Old Dog is Here Comes the Cowboy de vijfde plaat waarmee hij vooral op de festivals zieltjes hoopt te winnen.

De clips bij de plaat hebben iets griezeligs. De verlopen dierenmaskers met menselijke trekjes roepen een triest gevoel op. Iets wat totaal niet te plaatsen valt bij zijn uitbundige presentatie tijdens concerten. De track Here Comes the Cowboy is een echte country song waarbij de titel de enige tekst vormt. Een typisch geval van humor die afgekeken lijkt ze zijn van het op dit moment niet actieve Ween. Wat volgt is een mengeling aan stijlen met overheersend de mellow flow. Zonder het visuele spektakel blijft er een after party gevoel over, en dat kan ook lekker zijn. De toon is een stuk somberder, waarmee het een parallel vormt met de levenslustige uitstraling. Het is allemaal veel melancholischer dan wat we van Mac DeMarco gewend zijn. Zou hij dan eindelijk de puberteit ontgroeien, en is het een smeekbede om in de toekomst als een volwassen singer-songwriter behandeld te worden?

De sfeer is adembenemend prachtig weer gegeven. Het heimwee gevoel van Nobody wil zelfs bij iemand die de Engelse taal niet beheerst binnen komen. Een depressieve worsteling van de zanger die met zijn neus keihard op de feiten wordt gedrukt. De clown met de lach en de geschminkte traan. De cowboy staat centraal als de wereldreiziger die elke muzikant is, continu op doorreis, stad na stad. Een eenzaam bestaan in troosteloze hotelkamers. Het optimisme in de songs lijkt voornamelijk bedoeld om zichzelf op te beuren. De hoogtepunten zijn de schaarse momenten dat de instrumenten een belangrijkere rol krijgen toegedeeld zoals dat het geval is met de bluesy gitaarklanken in Preoccupied en de funkende denkbeeldige stoomlocomotief in Choo Choo, waar halverwege een gong het tussenstation vormt.

Here Comes The Cowboy is een heavy plaat geworden, bijna zelfs een conceptalbum waarbij het thema ouder worden een belangrijke rol speelt. Niet meer elke dag feesten, vastigheid zoeken in een relatie en onzekerheden openbaar stellen. Ook zijn vriendschap met de aan drugs bezweken rapper Mac Miller wordt verwerkt in de passende eerbetoon Skyless Moon, en het tevens aan hem opgedragen troostende Heart To Heart. Het zou niet vreemd zijn als die gebeurtenis het breekpunt is geweest, waar vanuit Here Comes The Cowboy uit voort is gekomen. Het incognito zichzelf verstoppen achter maskers in de video’s staat averechts op de eerlijke openheid in de songs. Mooi dat juist een artiest als Mac DeMarco zijn kwetsbaarheid op deze zelf reflecterende wijze deelt. Dan mag je jezelf oprecht een goede artiest noemen. Nu nog passend de grappen en grollen afbouwen, en meegroeien met het ouder wordende publiek.

Mac DeMarco - Here Comes the Cowboy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sadgirl - Water (2019) 3,5

6 oktober, 19:02 uur

Misha Lindes is de zoon van Hal Lindes, een naam die weinigen bekend in de oren zal klinken. Deze gitarist heeft het begin van de grote doorbraak van Dire Straits mogen ervaren. Na een prominente rol vervuld te hebben op Love Over Gold verdwijnt hij vervolgens van het toneel en gaat zich richten op het maken van soundtracks. Inspiratie hiervoor ontstond tijdens de opnames van Local Hero, waar hij Mark Knopfler beroepsmatig mocht ondersteunen. Zijn zoon heeft net als zijn vader als gitarist ook voor het muzikale vak gekozen. Na het publiek voorzichtig kennis te laten maken met aangename singles brengt hij nu als lid van het surftrio Sadgirl uit Los Angeles het eerste volwaardige album Water uit. Sadgirl bestaat verder uit bassist Dakota Peterson en drummer David Ruiz.

Sadgirl opent met het The Honeydrippers achtige The Ocean, een aangename ode aan de surfmuziek uit de periode dat de bikini het badpak verving als blikvanger op de zomerse stranden. Verkoeling zoekende akkoorden voor na een inspannende dag met een hoog rustgevend amusementswaarde. Het tempo blijft vervolgens laag in het door kerkelijke pianoklanken gevormde Chlorine. De soulvolle toevoeging van blazers is een voortreffelijke meerwaarde, waardoor er meer warmte wordt gecreëerd. Bij het ultra light swingende instrumentale Hazelnut Coffee wordt er een xylofoon uit de kast gehaald die er als in een espresso koffie er een klein beetje verfijning aan toe voegt. Het croonende Miss You is een ouderwetse tearjerker, welke prima zou passen op de bubblegum soundtrack van het tienersucces Grease.

Met de rhythm-and-blues die bij Breakfast For 2 uit de slaggitaar getoverd worden, vertoeft Sadgirl zich op het denkbeeldige strand, omgeven door de kenmerkende palmbomen van LA. Het tokkelwerk dient als passerende geluidsgolven waarop de zang als standvastige surfer balanceert. Uiteraard is er een plek voor de retro ontstemde orgel, die het identieke jaren vijftig gevoel oproept. Dit instrument mag ook aangenaam de vrij gekomen ruimte invullen in de eerbiedige soul van Little Queenie, waar op de achtergrond de seventies funk verraad dat het een nieuwere track is. Met een vleugje aan psychedelica wil Muholland net wat avontuurlijker over komen, de coole bas en opzwepende drum zorgt net voor genoeg variatie, al had de subtiliteit wel minder op de voorgrond mogen staan. Het risico om als saai betiteld te worden dringt wel steeds meer op.

Daar brengt de volgroeide soul van Strange Love gelukkig genoeg verandering in. Sterker dan de overige nummers wil deze in de lijn van de jaren negentig Britpop zich presenteren. Door meer swing in de ritmische drums benadrukt de track nogmaals waarom deze stroming het jaren geleden zo goed deed. Het is net allemaal een stuk brutaler en nonchalanter, iets wat op het overwegende veilige Water teveel ontbreekt. Met de vrolijkheid van de jeukende Hawaii bloemenkrans oproepende Avalon heb ik minder. Om in slaap te vallen is blijkbaar geen wiegende hangmat nodig. Ook het afsluitende Water wil het zouttekort van de plaat niet aanvullen. Er wordt te krampachtig geprobeerd om een zomerse Lennon compositie te produceren. Al met al is Water geen slechte plaat, maar hopelijk wil het aankomende zomerklimaat meer verbazen.

Sadgirl - Water | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

JR JR - Invocations / Conversations (2019) 3,0

6 oktober, 19:01 uur

Als band zijnde ben je verheugd als een grote platenmaatschappij jou al in vroeg stadium wil inpalmen. Dat zo’n contract tevens een grote druk met zich mee brengt door de verplichtingen en beperkingen ervaren ook zanger Joshua Epstein en gitarist Daniel Zott van het uit Detroit afkomstige Jr Jr. Deze band opereerde voorheen onder de naam Dale Earnhardt Jr. Jr. Genoemd naar een bekende Amerikaanse autocoureur. Door de hele rompslomp rond de switch naar het in eigen beheer uitbrengen van materiaal duurde het vier jaar voordat ze zich totaal onafhankelijk van Warner Bros konden opstellen, om met het kleinere meer bij de band passende eigen label Love Is EZ een doorstart te maken. Invocations / Conversations is gewoon op CD verkrijgbaar, maar moet gezien worden als een dubbel LP. Twee verschillende albums die beide een ander verhaal vertellen. Invocations is de afgekeurde plaat die oorspronkelijk nog bedoeld was om door Warner Bros op de markt gebracht te worden, maar werd waarschijnlijk door de aanwezige strubbelingen tussen beide partijen afgekeurd. Conversations is het eerste echte eigen resultaat waar ze vanaf track NYC vol trots mee naar buiten treden. Het tweetal wordt ondersteund door Mike Higgins op drum, keyboardspeler Jon Visger en Bryan Pope voor de overige muzikale invulling.

Invocations is een aangename verzameling songs geworden met de heerlijke ontspannen zang van Joshua Epstein. Vreemd dat er voor deze titel is gekozen, normaal wil je juist dat de aandacht gaat naar het in eigen beheer uitgebrachte eindproduct. Anderzijds is het zonde om niks te doen met de volwaardige songs, dus genoeg begrip op te brengen voor deze te vervolgen stap. Met Day In, Day Out wordt de liefde voor het ultieme popdeuntje bezongen, zo’n lied wat maar in je hoofd blijft hangen. Het aanstekelijke refrein vervuld prima deze functie, dus daarin zijn ze geslaagd. Ook in Pull You Close en het donkere basgitaar stuk Won’t Last Long zitten hints verwerkt die zich richten op het uitbrengen van een klassieker. In de vorm van prettige liefdesliedjes wordt stil gestaan bij de loskoppeling van het gigantische mediaconcern. All Around You verwijst naar het durven los laten en een nieuwe start maken. Een directe link naar de ingeslagen weg van JR JR. Wat de band hierin uniek maakt is dat er niet met bittere gevoelens allemaal verweten worden geuit. Een professionele afronding van de samenwerking met een werkgever. Schijn bedriegt. Conversations wil wel gelijk in de eerste twee tracks NYC en Low flinke sneren uitdelen naar het kapitalisme. Een maatschappij waarbij het voornamelijk om het geld draait, en minder om de eigen creativiteit. Blijkbaar zit diep van binnen de pijn er wel degelijk.

De toegankelijke popsongs zitten allemaal aan de gepolijste kant. Met de elektronica wordt wel variatie in de indie soul aangebracht, de uitspattingen ontbreken in de vlekkeloze presentatie. Daardoor is het nergens slecht, maar ook nergens memorabel genoeg. Wild Child heeft een lekkere zomer feeling met een Zuid Afrikaans tropisch Paul Simon sausje. Het springerige meerstemmige karakter draagt een jeugdige onbevangenheid uit, die dus in de lyrics wordt tegengesproken. De hoop is gevestigd op Conversations, waar dan de artistieke ontwikkeling in terug te horen moet zijn. De vocoder in NYC zorgt voor een verrassend warmer stemgeluid. Bijzonder, omdat dit apparaat over het algemeen een klinische kilte oproept. Was op Invocations de soul nog ondergeschikt aan het popliedje, hier is hij de genetische dominante factor. De groei is merkbaar, maar openbloeien wil het te sporadisch. Net iets te vaak is er gekozen voor de veilige omlijsting. Op het einde gooien ze er met volle overtuiging in de vorm van Rip RnR nog een hitgevoelige song tegenaan. Toch ervaar ik te weinig verschillen om te spreken van een gewaagde omschakeling. Neemt niet weg dat er in de toekomst genoeg kansen liggen voor deze indie poppers.

JR JR - Invocations / Conversations | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Mountain Goats - In League with Dragons (2019) 4,5

6 oktober, 18:54 uur

Om bij The Mountain Goats van een echte band te spreken is wel erg voorbarig. Het spil wordt gevormd door John Darnielle met als enige constante factor bassist Peter Hughes. Verder is het een komen en gaan van inwisselbare sterspelers, die allemaal hun aandeel drukken op de groepsalbums. Want we hebben het bij In League With Dragons ondertussen al over de zeventiende plaat van dit uit het Amerikaanse Claremont afkomstige gezelschap. Werd er bij voorganger Gothic nog geflirt in stijl en titels met de duistere postpunk en frisse new wave uit de jaren tachtig, nu is er weer sprake van een meer puur folk geluid. De lo-fi sound waarmee ze in 1991 zichzelf presenteerden is al jaren geleden vervangen door een strakkere aanpak. Het natuurlijke groeiproces is een geslaagde zoektocht naar elementen die genoeg weten toe te voegen.

Done Bleeding is een keiharde klap in het gezicht. John Darnielle heeft een verslavingsachtergrond, maar ook als hulpverlener gekeken naar de uitzichtloze situaties. De onmogelijkheid om ergens anders een bestaan op te bouwen, omdat je hiermee ook de veiligheid van een vertrouwde omgeving moet achter laten. Door zijn ontwikkelde kwaliteiten als schrijver weet hij als geen ander dit te verwoorden. Het besef van deze periode krijgt extra kracht door het doeltreffend slagwerk van drummer Jon Wurster, die toevallig ook een aardig verhaal op papier kan zetten. Met zo’n openingsessay dwingt Darnielle af om in alle rust als toeschouwer verder te luisteren, elk oordeel achter je latend. Hiermee legt hij de lat zo hoog, dat het onmogelijk is om hem te raken in zijn kwetsbaarheid. Daarvoor ontstijgt hij alle vormen van kritiek.

Younger wil met vlotte gitaarakkoorden een stuk vrolijker over komen, maar is in principe een aansporing om negatieve ervaringen om te zetten tot een positief toekomstbeeld. Dat Darnielle hiervoor zijn eigen verleden als startpunt heeft gebruikt is vanzelfsprekend. Eigenlijk is alles al gezegd, de saxofoon van Matt Douglas mag het nogmaals als epiloog accentueren. Passaic 1975 handelt over persoonlijke held Ozzy Osbourne, en zijn ondergang aan drank en drugs. Met een biografie over deze rockheld op zijn curriculum vitae, is het niet lastig om daaruit te putten. Eigenlijk is het toe te passen op veel artiesten die bezwijken aan de roem, met in het achterhoofd zijn eigen ziekelijke drang naar zelfvernietiging. Hoe tegenstrijdig is het dan om het bezongen leven van deze metal goeroe in een licht Americana jasje te stoppen. Het bevrijdende Clemency for the Wizard King is nodig om in reine met jezelf te komen, de eindigheid accepteren en deze te omarmen.

Het typerende Amerikaanse Possum by Night is een sentimentele lofbetuiging aan De Heer. Iets waar wij ons veel minder een voorstelling van kunnen maken. Een pianoballad met de nodige grootse gebaren, waar de tekstschrijver schijnbaar hoop uit haalt. Hier wil de ongelukkig getimede song niet binnen komen. Een ommezwaai volgt met de luchtige countryrock van het titelstuk. De slide gitaar wil heerlijk soleren in het verder tekstueel zwakkere In League With Dragons. De heilige grond van Seattle staat centraal in de uptempo gitaartrack Doc Gooden, waarbij muzikaal alle verwijzingen met de grunge of Jimi Hendrix ontbreken. Zware orgeltoetsen van Going Invisible 2 kondigen een nieuw adembenemend soulvol hoogtepunt aan. Om een stap verder te gaan moet je het verleden achter je laten. Wees niet bang om het desnoods totaal te vernietigen. Een hard oordeel waar absoluut een confronterende kern van waarheid in schuilt.

Waylon Jennings Live! is zo gigantisch over de top waardoor het onmogelijk is om hier serieus naar te luisteren. Alle clichés van de countryzangers komen aan bod; verboden wapenbezit, cocaïne en straalbezopen op het podium staan. Het gevoel voor humor is John Darnielle gelukkig nog niet kwijt, al is er nu weinig ruimte voor absurditeit. Het lugubere Cadaver Sniffing Dog handelt over honden die ingezet worden om in ontbinding zijnde lijken op te sporen. Wat gaat er in het brein van de pop poëet om, hoe kom je op de gedachte daar een nummer over te maken. Al zal hij van dichtbij hebben ervaren dat junkies verdwenen, en ze ergens wegterend aan een overdosis werden terug gevonden. Met gemak zet hij het om in een swingende toegankelijke popsong. Voor het eerst hoor je een gitaar aangenaam scheuren en concludeer je dat deze niet eens gemist werd. Maar wat een aangename aanvulling.

Tegen het einde aan wordt het niveau van de eerste drie tracks weer gehaald. An Antidote for Strychnine is wrang en verbitterend. Voor wie het niet weet, strychnine is van oorsprong een dodelijk rattenverdelgersmiddel. Doordat het geurloos is, en de dood snel optreed door verlammingsverschijnselen met ademhalingsstilstand tot gevolg werd het in het verleden met regelmaat toegepast om een moord te plegen. Met het tegengif wordt de genezing op zielenpijn bedoeld. Zichzelf weer waardevol voelen, en niet met een betonnen hart verder leven. De serene stilte wil door de spaarzame begeleiding meer diepgang krijgen. Het wil ontroeren, maar ook je ongemakkelijk laten voelen. Prachtig hoe dit opbouwt tot een prachtig ritmisch geheel, met de toegevoegde instrumentatie. Het hoogdravende musical einde van Sicilian Crest koppelt de feelgood Americaanse sitcoms uit de jaren tachtig aan het even veilige pop milieu uit die periode. Muziek voor de working class die na een vervelende werkdag op de bank wil ontspannen.

In League With Dragons bezit genoeg memorabele songs om zich tot de beste albums van The Mountain Goats te rekenen. Toch wil dit niet tot een meesterwerk betiteld worden. En dat is maar goed ook. Zolang John Darnielle genoeg geprikkeld wordt om met nieuw materiaal aan de slag te gaan om zichzelf te overtreffen mag je tevreden zijn. En die behoefte om te ontplooien is nog steeds aanwezig.

The Mountain Goats - In League with Dragons | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Kate Tempest - The Book of Traps and Lessons (2019) 4,5

6 oktober, 18:54 uur

Kate Tempest is een eigenzinnige muzikale first lady uit het kapitalistische centrum van Londen; Westminster. Ze dwingt met haar derde solo album The Book of Traps and Lessons weer veel respect af. In haar tracks weerklinkt het depressieve en kille terug van jaren tachtig poëet Anne Clark. Het heeft iets jeugdigs rebels wat deze dwarse brutale songdichter ons voor schotelt. De aanpak is een stuk somberder dan het sterk bejubelde Let Them Eat Chaos waar de felle beats domineren. Ze doet op dat gebied een flinke stap terug, maar weet wel al vanaf het begin van Thirsty te imponeren. Ze heeft de muzikale omlijsting niet nodig, al geeft deze wel het krachtige vlammende in de songs.

Productioneel is de keuze gevallen op Rick Rubin met zijn kalere aanpak. Hij slaagt erin om deze dertiger ook een stuk ouder te laten klinken. Met de bagage van een geleefde blueszangeres geeft ze de nodige levenslessen mee, gevuld met een flinke dosis aan drank en sex. Ze beleeft de zelfkant als een observator, maar ook als een uitgenodigde gast. Tussen de uitzichtloze toekomst die de Brexit voorschotelt, probeert ze kleine momenten van positiviteit te vangen en op te sluiten in haar gedachtes. Als zeldzame geraamtes van dode insecten, tentoon gesteld in collectorskasten. Die triestheid straalt het uit. De schoonheid van beklemmende persoonlijke teksten, omgeven door de teneurgang in spaarzame pianoklanken en zorgvuldig gesorteerde samplers. Vreemd genoeg moet ik regelmatig aan de Los Angeles Rodney King rellen uit de jaren negentig denken. Die het gevolg waren van een verhitte broeierige sfeer die daar tot een alles vernietigende explosie kwam.

Kate Tempest heeft wat simpele begeleiding nodig om warm te lopen. met sfeervolle pianotoetsen en vervreemdende trippende synthesizerklanken geeft Thirsty haar dat moment. Wil daar nog onschuldige twijfel doorklinken, al snel volgt een stormvloed aan verbaal geweld met een kwaadaardige flow. Genadeloos gaat het over in een onderdrukkende beat van Keep Moving Don’t Move die haar de mogelijkheid biedt om zichzelf te etaleren. Met de zorgvuldigheid van een stoere geconcentreerde bokser wacht ze in de hoek af om met haar moves in overtreffende trap toe te slaan. Halverwege deze waanzinnige track deelt ze verbaal al haar eerste knock out uit. BAM!! Eenmaal gevloerd laat ze je met een emotionele geladenheid even tot adem komen, om definitief haar mannetje te staan in het overrompelende Brown Eyed Man. Hoe confronterend is haar blik op het uitzichtloze bestaan van junkies, zwervers en ander uitschot.

De tripgoth van Three Sided Coin geeft perfect het streetlife gevoel weer. Engeland aan de rand van de afgrond. Zo centraal als Groot Brittannië op de albumhoes staat opgesteld als een afbrokkelende eilandgroep, verwoord het de tweescheiding. Wrang en bijna uitzichtloos, met haar vaderland in een denkbeeldige slachtofferrol. Op het moment dat je dreigt verzwolgen te worden in de negatieve vibes is daar plotseling het vrolijker gestemde I Trap You waar duidelijk gesmeekt wordt om iets nieuws en unieks op te bouwen. Het is echter maar van korte duur. Met All Humans Too Late staan we met beide voeten in de wereld waar racisme een steeds sterkere hatende rol speelt. De maatschappij waar oogkleppen dwingen tot egocentrische afsluiting. Continu mobiel online, whatsapp als vervanging van sociaal contact. Zichzelf vervreemdend van familiebanden. Het conflict wordt overstemd door diepe orgelmuziek in het deprimerende Hold Your Own gevolgd door de uitdragende smeekbede tot fysieke en psychische aanraking. De koude postpunk van Lessons wil dit herplaatsen in de armoede van de jaren tachtig. De angst om nu op eens soortgelijk vriespunt te zijn beland.

Firesmoke kondigt de terugkeer naar haar roots aan. Doordringende hiphop beats met oldschool samplers. Die kwaliteiten laat ze volledig tot de luisteraar komen in het heftige Holy Elixer, wat een regelrechte uitnodiging lijkt om de mannelijke collega’s rappend te overtroeven. Met het gevoelige People’s Faces maakt ze gebruik van haar vrouwelijkheid. Door de boosheid heen ademt in de woorden een liefdevolle hunkering naar hoop door. Met geladen trillingen in de stem roept ze nogmaals op tot samenhorigheid. Blijf hier maar eens ongevoelig voor. Kate Tempest stelt zich kwetsbaarder op dan in op de voorganger, en wil daardoor met The Book of Traps and Lessons weer een statig monument aan haar kunstzinnige uitspattingen toevoegen.

Kate Tempest - The Book of Traps and Lessons | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Amazons - Future Dust (2019) 3,5

6 oktober, 18:53 uur

De uit Reading afkomstige The Amazons zitten erg dicht bij het naar hun geboorteplaats genoemde festival. Via de daar neergezette Dixie toiletten zullen de afvalstoffen zich wel in het plaatselijke grondwater vermengd hebben. Deze heavy indieband ademt het rock & roll gevoel in, welke zich vanuit de poriën al zwetend weet te presenteren aan het geamuseerde publiek. Met frontman Matt Thomson op gitaar en zang, gitarist Chris Alderton, bassist Elliot Briggs en op drums Joe Emmett gaan ze terug naar de basisopstelling van een rockband. Net als op het debuut, welke de groepsnaam draagt, wordt er flink geshopt tussen de invloedrijke andere acts. Niet geheel origineel dus, maar dat maakt geen bal uit, als het maar goed gespeeld wordt. Future Dust is de lastige tweede plaat, die voor de definitieve sterrenstatus en doorbraak moet zorgen. Met producer Alan Moulder achter de mengtafel moet dit principieel eenvoudig haalbaar zijn.

Mother knalt er direct lekker in. Gevoed door Oosterse druggy invloeden gaat het al snel de stoffige zompige stoner kant op. Het is de wat nette zang die verraad dat het hier geen stoere woestijncowboys betreft, maar een Britse jonge groep gestylde muzikanten. Neemt niet weg dat het gitaarwerk een aangenaam visitekaartje achter laat met al direct doordringend te zuigen en te soleren. Het is de stem van Matt Thomson die er een te toegankelijke sound aan toevoegt. Waardoor ze in Nederland al snel ondergebracht zouden worden in de Serious Talent hoek. Een koosnaam waar je hedendaags niet trots meer op hoeft te zijn, vanwege het mainstream karakter. Fuzzy Tree ramt er tevens compromisloos hard op los, stevige gitaarakkoorden dragen krachtig de lekkere track. Helaas passeren hier ook de toegankelijke tussenstukken, die daardoor het tempo drastisch omlaag schroeven.

Vanaf het swingende 25 wordt het avontuurlijke ruwe geluid naar de achtergrond verdrongen. Daarvoor in de plaats komt een brok toegankelijkheid, die perfect in evenwicht is met de vocalen van Matt Thomson. De heerlijke uitbarstingen zijn minder dominant op de voorgrond, maar ontbreken gelukkig niet. Ondanks het verrassend sterk gespeelde startpunt van Future Dust, is dit wel de richting die ze hopelijk vervolgen. Niet alles is uiteraard even goed. De vrolijke juichende zang van Dark Vision is net een te commerciële overtreffende stap. Daar tegenover staat wel de duistere postpunk vermengt die zich met lichte Nu Metal in het aangename Warning Sign. Met het symfonische hoogtepunt Georgia willen The Amazons nogmaals hun veelzijdigheid tonen. Erg mooi, maar in het vervolg verwacht ik een eenduidige richting. The Amazons leveren een puike plaat af voor de muziekliefhebber die gezellig met het hele gezin een zomerfestival wil bezoeken.

The Amazons - Future Dust | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Love Language - Baby Grand (2018) 3,5

6 oktober, 18:53 uur

The Love Language brengt breekbare songs met een breed scala van begeleiding. Als een nummer vraagt om minimale benadering, dan wordt dat toegepast, is er behoefte aan een hardere overstuurde aanpak; ook prima. Energie wordt omgezet door de aanwezige vibes, er volgt een natuurlijk proces. Het eindresultaat wordt zorgvuldig en doordacht op de juiste plek geplaatst. Deze veelzijdigheid die het oplevert is een aangenaam geheel, waar er geleend wordt bij verschillende muzikale stijlen. Dit vierde album Baby Grand van de band uit Raleigh in Noord Carolina sluit prima aan bij het vorige platen, al heeft Stuart McLamb gekozen om meer tijd in het proces te stoppen, waardoor het meer kan rijpen. Samen met zijn broer Jordan op drum en Miss Thangs op keyboard geeft hij zelf het geheel vorm op bas en gitaar.

Zwaar met noise aangezet komt Frames je huiskamer binnen. De elektronica ondergaat een fuzz behandeling, waardoor het ergens zweeft tussen de dreampop uit de jaren negentig , maar laat tevens het distortion stofzuigergeluid van tien jaar eerder herbeleven. De koorknaap zang van McLamb geeft het iets magisch. Afbreken en weder opbouwen tot iets nieuws, alleen al de songkeuze van titel is passend gekozen. De springerige tonen van New Amsterdam vormen het startsignaal van de geluidsbuien die als verfrissende Indian Summer Rain ruimte creëren voor de zang die zich halverwege durft te openen en de dominerende sound naar de achtergrond dwingt. De kerkklokken luiden een andere fase in. Hier is gekozen voor meer rust in het dragende Southern Doldrums. Een gedirigeerde piano met gevoel gespeeld, harmonieus gesteund door de tweede stem. Al is de hoofdrol hier weg gelegd voor de emotionele diepgang van de hoofdzanger.

Juiceboxx past helemaal qua sfeer bij de frontfoto van de plaat. Vintage seventies soul net zo groots opgezet als de letters die de voorkant versieren. Speels gebruik gemaakt van de muzikale kleuren uit deze periode. De heldere hoge zang van Shared Spaces laat ons kennis maken met invloeden uit the eighties, de keyboard partijen en bas schakelen probleemloos over, en zelfs de blikkerige computer gestuurde drums zijn aanwezig. Paraty is een voorbeeld van de kunst van het weg laten, doordacht en soft van vorm. Independence Day heeft nog een toegankelijker niks aan de hand aanpak, maar de safe factor neemt ondertussen wel erg de overhand. De avontuurlijke spanningsboog van de twee openingsnummers hoor je helemaal niet meer terug, wat wel een minpunt is.

Gelukkig komt er dan eindelijk de versnelling in Castle in the Sky. Na vocaal in stilte te starten komen vervolgens de gitaren, het uptempo drumwerk en sfeervolle synths in de compacte gejaagde popsong; zo kan het dus ook! Het golvende intermezzo Rain / Delay omgeven door soundscapes van kenmerkende gitaarakkoorden begeleiden ons in het laatste gedeelte van Baby Grand. Jammer dat vervolgens weer de soulkant wordt opgezocht. Het trage, slepende Let Your Hair Down is niet slecht, maar wil hier niet boeien. Maar zeker geliefd bij liefhebbers voor de meer melancholische gemoedelijke popkant. Door de slide gitaar gaan we de folky countrykant op met Glassy. De rol van singer songwriter bevalt mij beter dan de soulkant, maar als dit album een sollicitatie zou zijn, dan laat McLamb alle facetten van zijn kunsten zien. Warmte overbrengen kan hij als geen ander. Door de blazers zie je Lucky Luke al naar de horizon rijden met Jolly Jumper, waarna de woorden The End verschijnen.

Demo’s zijn vaak wel interessant, hier wordt een kijkje in de keuken genomen, om te zien welke basis ingrediënten er toegepast worden, en welke richting er in eerste instantie gedacht werd. Midlife heeft een jaarwisselingsgevoel. Iedereen is lief voor elkaar en daar past deze krachtige pure pianoballad tussen. Het swingende Cellophane is niet af, maar de lo-fi benadering bevalt zeer goed. Vergeet al de kunstmatige soul die aanwezig is op Baby Grand, hier raken ze pas echt de kern midden in het hart.
Uiteindelijk vallen vooral de openingstracks in de smaak. Die gedurfdheid hoor je vervolgens niet meer terug. Pas in de kale afsluiter wordt dit niveau weer gehaald. Hoe belangrijk kan het wezen om niet de geluidsmuur dicht te metselen.

The Love Language - Baby Grand | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Drab Majesty - Modern Mirror (2019) 3,5

6 oktober, 18:47 uur

Andrew Clinco wist nog recentelijk indruk te maken met zijn sideproject Vr Sex. Nu al is er tijd vrij gemaakt voor het stukken toegankelijkere Drab Majesty. Er wordt minder geflirt met schimmige donkere achterkamer sekspartijen, en andere vreemde gekte en buitensporige fantasieën. Al verraad de hoesfoto met de albino inclusief zonnebril dat het hier ook een gimmick betreft. Dit is uiteraard te linken naar dat vampiers niet tegen daglicht kunnen. Feit is dat Deb Demure, zo noemt de veelzijdige gitarist en drummer Clinco zich op dit project, veel meer oog voor humor en zelfspot heeft dan verwacht. Tenzij hij zijn bands juist als diepe ernst beschouwt, maar dat betwijfel ik. Modern Mirror is de derde plaat van deze uit Los Angeles afkomstige gothic romantici, welke verder bestaat uit Mona D op keyboard en backing vocalen.

Modern Mirror laat in tegenstelling tot de frontfoto veel meer daglicht toe. De postpunk wordt afgewisseld met lichtere New Wave dreampop klanken en een ritmisch verfrissende sound. Geen kille doodslaande drumcomputer, maar juist een sfeervol organisch levendig geluid. Er lijkt bewust een keuze gemaakt voor de afwisseling op deze toegankelijke dansplaat. Het beklemmende gevoel in een metropool te leven vervaagd door een breed uitwaaiende muzikaal bloemenveld. Alsof je in een prachtig natuurschilderij binnen stapt, gevuld met prachtige beeldende kleuren, om maar niet oog in oog komt te staan met een stoffig in de kelder weggestopt kunstobject. Hier is een ander publiek voor aan te trekken dan bij Vr Sex. Dat smerige onderbuik gevoel wil het nu niet oproepen. Het is te voorzichtig en lijkt op de automatische piloot ingespeeld.

Had ik voorheen de indruk dat de volledige aandacht gericht zou zijn op Drab Majesty. Nu verbaast het mij niks als de energie zich in het vervolg meer zal richten op Vr Sex. Tracks als het Electric Body Music dansvloer uitje The Other Side, de laagtes van Out of Sequence en het diep gaande voortslepende Noise of the Void willen imponeren, maar daar houdt het bij op. De synthpop songs hebben zelfs een hoog toegankelijk postpunk boyband uitstraling. Een imago waarmee de frontman hopelijk niet geassocieerd wenst te worden. De sporadische uitbarstingen worden zelfstandig de mond gesnoerd. Van Modern Mirror ervaar ik een lager klanttevredenheidsgevoel terug te horen, neemt niet weg dat het voor wave begrippen een uitstekende plaat is. De krochten van de ziel worden echter vakgericht vermeden.

Drab Majesty - Modern Mirror | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Claim - The New Industrial Ballads (2019) 4,0

6 oktober, 18:47 uur

De Brexit roept nostalgische herinneringen op naar het Thatcher tijdperk. Geen leuk beeld, gerund door kansloze werkeloze jongeren die maatschappelijk in benarrende leefomstandigheden verkeren. Blijkbaar is dit het geschikte tijdperk om je mening te verkondigen. Zo is er totaal onverwachts een nieuwe plaat genaamd The New Industrial Ballads van het Britse The Claim; afkomstig uit het in Kent gelegen Cliffe. Vanaf 1985 maakten de tot de Medway scene behorende melodieuze indierockers twee aangename platen, gevolgd door een handvol aan geslaagde singles. Tot een derde langspeelplaat leek het niet te komen, al werd vanaf 1993 de deur nooit definitief dicht gehouden. Het viertal bestaat hedendaags uit zanger en gitarist David Read, tweede gitarist David Arnold, drummer Martin Bishop en Stuart Ellis op bas. Terwijl collega’s de ene na de andere plaat op de markt brengen wacht The Claim geduldig op het juiste moment om toe te slaan.

Na het weeldig gespeelde instrumentale Johnny Kidd’s Right Hand Man komt het kritische Journey, waar tussen de wrange regels door het optimistische I will stand and fight for what I know is right klinkt. Deze zin wil zich zo in mijn hoofd printen, dat ik mij sterk afvraag of dit de boodschap is die ze ons mee willen geven. Sta op en verzet je tegen het geamputeerde Groot Brittannië, waar de bloedsomloop het hart niet meer dreigt te halen. Londen sterft af van de rest van de wereld. Nadat al eerder onder andere Test Dept en The Good, The Bad & The Queen zich met duidelijke standpunten opstelden, is het nu hier de beurt aan The Claim. Ondanks het chauvinistische rebelse karakter van deze song, klinkt The Claim hier zeker niet standaard Brits. De mooie melodieuze zang en sprankelende psychedelische gitaarakkoorden liggen meer in het verlengde van de Amerikaanse Paisley Underground scene. Het rammelt allemaal zo heerlijk waardoor het de indruk wekt dat er hier een jonge studentenband aan het spelen is.

Och, het is allemaal net zo lekker wat The Claim hier laat horen. Heerlijk onderuit hangen met het sixties georkestreerde Smoke And Screens op de achtergrond, meedeinen op het uptempo Motown swing van The Haunted Pub of je laat je ontroeren door de warme zang in de postpunk van Music / Pictures, allemaal net zo zalig. Het rauwere straatgevoel komt meer bovendrijven in de zang van David Read in het verhalende Working Class mentaliteit van Light Bending. Ook de Merseybeat van Just Too Far wil de innerlijke straatschoffie in de vocalist oproepen, vereenzelvigd met het arbeidsvolk. Hercules heeft zijn achtergrond in de dansbare beats van de Madchester scene, welke nog in volle bloei verkeerde rond de tijd dat The Claim tot het besluit kwam om geen muziek meer uit te brengen. Maar zo dicht als met deze track hebben ze nooit bij die stroming gestaan. De dreampop uit die periode staat tevens centraal in het korte zalvende Gamma Rays.

De pompende bas van When the Morning Comes roept herinneringen op naar het Franse discotijdperk, al vervagen die zodra de zanger zijn woordje doet. Nadat de piano zijn intrede doet bij Mrs. Jones breekt het helemaal open door de heldere mondharmonica waardoor het opeens een emotioneel beladen soulsong wordt. Estuary Greens and Blues blijkt waarschijnlijk wel de meest veelzijdige track van The New Industrial Ballads, waarmee ze veertig jaar popgeschiedenis in viereneenhalve minuut samenvatten, afrondend in een potig stukje gitaarspel. Het gedurfde 30 Years is een opsomming van wat Read toen allemaal uitvoerde op het moment dat ze enige naamsbekendheid kregen. Het gevoel voor humor overheerst hier, terwijl het ook een verlangen trip down to memory lane is. De gevoeligheid van het afsluitende Under Canvas is tevens een reële toekomstblik op het einde van een leven. Wat min of meer benadrukt dat The New Industrial Ballads een eenmalige uitspatting is.

The Claim - The New Industrial Ballads | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lady Lamb - Even in the Tremor (2019) 3,0

6 oktober, 18:47 uur

Aly Spaltro is al een tijdje actief onder de artiestennaam Lady Lamb. Voorheen stond daar nog netjes the Beekeeper achter vermeld, maar op de laatste plaat heeft ze zich losgekoppeld van de bezige bijtjes. De uit het Amerikaanse Maine afkomstige singer-songwriter trakteert de muziekliefhebber op een elftal aan prima popliedjes. Ondanks dat Aly het merendeel van de muzikale omlijsting zelf verzorgd met gitaar, keyboard en percussie heeft ze de hulp ingeroepen van andere muzikanten. Met de veelzijdige Benjamin Lazar Davis op bas, piano en meletron, drummer Jeremy Gustin, Emily Hope Price op cello, Emily Jane Price op viool en de pedal steel gitaar van Ben Lester staat er een volwaardige band achter haar, welke wel degelijk veel weet toe te voegen. Even in the Tremor is haar vierde plaat, en laat weer een ander geluid horen dan op het smaakvolle als EP uitgebrachte Tender Warriors Club.

Lady Lamp is een verhalenverteller die je meeneemt het leven in. Dat ze al langer actief is merk je duidelijk in haar teksten. Deze gaan een stuk verder dan het puberale liefdesverdriet en de strijd met het ongewild volwassen worden. Liedjes die niet letterlijk zijn overgenomen uit een gesloten dagboek. De aangename kronkelende vocalen praten zich al half croonend door het eighties gerichte synthesizer klankbord Little Flaws dat een verslag opsomt van een gesetteld stel dat onbewust in de sleur van een standaard relatie is beland. Tussen de romantiek door is het een gepland leventje geworden. Met lichte paniek vervolg ik aarzelend de luisterbeurt. De teksten doorbladerend concludeer ik dat Aly Spaltro haar levensvreugde heeft gevonden in het geloof. Zou de Heer het toestaan dat de gitaar explosief gaat knallen, en dat hier overheen de hysterische zang van Lady Lamb weet te domineren?

Die toestemming lijkt ze te krijgen in het souluitstapje Untitled Soul. Deze openbaring is bijna hemels, het vertrouwen is gelukkig terug. Muzikaal wil ze nog steeds vlammen, met gemak gooit ze er een flinke dosis cyberpunk doorheen bij Strange Maneuvers. Die invloed hoor je tevens terug in de mix van soul en seventies retro kitsch van Oh My Violence. Hierin heeft ze nog steeds genoeg uitdaging gevonden. De luistersongs kunnen ook genoeg boeien. Het volume gaat fors omhoog in het orkestrale Without a Name, wat een soortgelijk krachtigheid oproept als in haar oudere gitaarliedjes. Ook als ze vocaal los gaat op het hardere Prayer of Love is een genot. Even in the Tremor getuigd weer volgens verwachtingen. Nu alleen nog in de toekomst wat gemeende drama inbrengen, dit beheerst ze namelijk wel, hoorbaar in de melancholische triphop van July Was Mundane.

Lady Lamb - Even in the Tremor | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Reptaliens - Valis (2019) 3,0

6 oktober, 18:47 uur

Reptaliens wil ons een futuristische zomersound voorschotelen. Flitsende nummers in een fel schitterend ultraviolette plastiek verpakking. We accepteren de milieuproblematiek en dansen door alsof er niks aan de hand is. Het is toch geweldig dat het klimaat verstoord is. Alle dagen hoge temperaturen, altijd feest in de kunstmatige zonneschijn. Dit is het beeld dat Valis bij mij oproept. Och, het uit Portland afkomstige echtpaar Bambi en Cole Browning leven nog steeds op hun roze suikerspinnenwolk. Ver zwevend boven de aarde kleurt het allemaal heel anders. Hoe mooi zijn dan de verlichtingen van druk bezochte steden, waar de energie zoveel warmte oproept dat men gericht zorgen moet maken voor ons bestaan. De planeet waar Reptaliens op woont heeft dit vraagstuk geen rol. Samen met Julian Kowalski op gitaar en Tyler Verigin achter het drumstel stappen we de dreampop wereld van Valis binnen. Is er dan helemaal geen kritische noot te kraken bij dit vrolijke gezelschap?

De opvolger van FM-2030 is nog een stuk luchtiger dan het debuut. Daar waren de tracks een tikkeltje trager en meer vermengd met donkere postpunk invloeden. Sunset, Sunrise is alles wat de titel aangeeft. Ontwakende synthesizer zonneklanken met een zwoel surfend gitaarbriesje. Daardoorheen wandelt de zwaardere bas als logge voetstappen door het hete zand. Bambi is geen geweldige zangeres, maar haar gereserveerde stem leent zich prima voor de coole ontspannen sound. Het accent ligt op de dromerige New Wave uit de jaren tachtig; licht beïnvloed door de Italodisco uit dezelfde periode.

Sporadisch springt er een track boven uit. Na het al eerder genoemde Sunset, Sunrise is het pas met Baby Come Home dat ze door het prachtige intro indruk weten te maken. Deze zou zich ook thuis voelen op FM-2030, maar is hier de volgroeide zwaan tussen de kwetterende eendjes. Changing is overduidelijk een meer naar de jaren zeventig dromerige Franse zuchtmeisjes gehint nummer, wat qua opzet zich prima staande weet te houden. De herhalende knusse baspartijen van Bambi mogen hier de hoofdrol opeisen. Zelfs het zware verlies van een vriendin door zelfdoding wil in het opgewekte bewierookte Heather weinig indruk maken. Of de vocalist zit nog gevangen in de ontkenningsfase, wat zeker mogelijk kan zijn. Valis is een standaard zomer plaatje, welke net zo gemakkelijk wegsmelt uit je gedachtes als een lekker vanille-ijsje.

Reptaliens - Valis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Kyle Craft - Showboat Honey (2019) 4,0

6 oktober, 18:39 uur

Dat Sub Pop het imago van leverancier van zompige en smerige gitaarrock is ontgroeid is een feit. Toch zullen velen het label blijven associëren met de in de jaren negentig opbloeiende grunge scene. Terecht, omdat er in die periode zoveel baanbrekend werk op het label is verschenen. De grote successen kwamen echter nadat de gitaarbands bij andere labels werden ondergebracht, al bleef de vraag naar de eerdere opnames natuurlijk groeien.

De uit Portland afkomstige Kyle Craft maakt heerlijke rockmuziek, maar zijn basis gaat net een stap verder terug dan die van de grunge pioniers. Verwacht geen jaren zeventig georiënteerde hardrock, de roots liggen net in de andere hoek. Met de nodige wat verwijfd gezongen glamrock en stevige soultracks die doordrenkt zijn met een vleugje psychedelica waagt hij zich in een niet totaal leeg geroofd werkveld. Met Showboat Honey zet hij een verfijnde lijn voort die nog steviger zijn positie als hedendaagse excentrieke singer songwriter bepaald. Geen radicale switch ten opzichte van voorgangers Dolls of Highland en Full Circle Nightmare. Die sound is zijn handelsmerk geworden, waar hij trouw aan blijft. Het is net een tikkeltje stoerder en gewaagder.

Showboat Honey is een compact muzikaal tijdverslag van de roerige jaren zeventig. De funky aftrap door bassist Billy Slater in Broken Mirror Pose belooft al veel goeds. Omgeven door een psychedelisch vliegend klanktapijt, laat je jezelf terugvoeren naar het India van omstreeks 1970. Het beeld van medicatie goeroes, Afghaanse jassen en heel veel LSD. Trippend neemt de reisleider je bij de hand in het al even geestverruimende O! Lucky Hand. Om vervolgens een flinke stap vooruit te maken naar het stevig rockende 2 Ugly 4 NY. Alsof gitarist Jeremy Kale samen met Keith Richard flink van de genotsmiddelen gesnoept heeft in de kelders van de Franse Nellcôte villa, tijdens het opnameproces van Exile on Main St. Waar al jammend als vriendendienst deze song als einderesultaat gevormd wordt. Dat Kyle Craft zich buiten de vete houdt wie er nu beter zijn, The Stones of The Beatles weerlegt hij nogmaals in het sterk naar de laatste neigende Johnny (Free & Easy).

Het folky pianospel in Blackhole / Joyride is de toegangspoort naar de retro glamrock die vervolgens prominent aanwezig zal zijn zoals in de afsluiter She’s Lily Riptide, waar Kevin Clark als een dolle tekeer gaat op de piano.. De opbouw is niet beschamend platvloers. Het laat horen dat dit genre meer inhoud dan het imago van dik gevreten Elvis imitators in te strakke glitterpakjes, die zichzelf voortbewegend op plateauzolen. Een soultempel opent zich om tot bezinning te komen met het hemelse Bed of Needles #2.

Kyle Craft durft de grenzen te overschrijden. Dit bewijst hij in de soul pastiche Deathwish Blue. Deze tegen het wansmaak aan leunende tranentrekker bevind zich net nog aan de acceptabele scheidingslijn tussen goed en heel fout. Wat dus absoluut kenmerkend is voor deze periode. Muziek die direct binnenkomt maar ook het sentimentele weet op te roepen. Het korte Blood in the Water geld als intro voor de compacte rockopera Buzzkill Caterwaul met de heerlijke solerende uithalen van Jeremy Kale. Die zijn rol vervolgens ook opeist in Sunday Driver. Waarbij Haven Mutlz zich niet laat opjagen, en ontspannen het ritme aangeeft.

Absoluut een zeer goede ambitieuze plaat van een vrijgevochten zanger, die op Showboat Honey wordt bijgestaan door gepassioneerde huurmuzikanten met een voorliefde voor de rocking seventies.

Kyle Craft - Showboat Honey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hoodna Orchestra - OFEL (2018) 4,5

6 oktober, 18:39 uur

Fela Kuti is net zo’n grootheid als Bob Marley, en net zo invloedrijk geweest. Wist Marley de Reggae op de kaart te zetten, Kuti deed hetzelfde voor de Afrobeat. Beiden waagden het leven door de aanhangende politieke ideeën strijdbaar tot uiting te brengen. Na het overlijden in andere omstandigheden, maar net zo indrukwekkend leeft hun gedachtengoed en muzikale erfenis voort. Het twaalfkoppige Hoodna Orchestra weet vanuit thuisbasis Tel Aviv in Israël zich te presenteren als een spannende variant op de Afrobeat, doordrenkt met een flinke dosis aan slepende funk. Om het geheel nog voller te laten klinken wordt de hulp ingeroepen van twee extra trompettisten, Arthur Krasnobaev en Sefi Zisling. Ofel is na het in 2015 verschenen Let Go het tweede volwaardige album. Om zo dicht mogelijk bij het beoogde geluid te komen, leent Hoodna Orchestra de productie en distributie uit aan het toonaangevende kleinere wereldmuziek label Agogo Records. Gitarist Ilan Smilan mag zich de rol van kopstuk toe eigenen, met naast hem een ensemble aan diversiteit in muzikanten, ieder in een bepalende positie.

Veel belovend gaat het spookachtige Intro over in een laidback aan zwoele blaasinstrumenten. De mellow klanken maken ruimte voor de drukkende bas van Amir Sadot die als dirigent het ritme aangeeft voor de volgende blazers en percussie. Al swingend wordt de Afrobeat naar Israëlische maatstaven gedefinieerd in Ofel I. Tomer Zuk weet er met zijn toetsenwerk een Hammond orgel achtig sausje overheen te gieten, die smeuïg geserveerd wordt met gillende saxofoon uithalen. De voedende krachtbron van elektrokillers The Prodigy wordt vastgelegd in de aangename cover van Breathe. Want wat is dat van oorsprong al een verdomd lekkere track. De baspartijen blijven dicht bij de basis, met de toevoeging van stevig blaaswerk als dansbare smaakmakers. Ondergedompeld in een mix aan hypnotiserende slangenbezweerders gefluit weet men de mysterieuze oosterse cultuur te mengen aan westerse harde beats.

De seventies luiden met het rockende orgelgeluid de vette funk van Rexico in. Door het zorgvuldig gebruik maken van exotische percussie gaat men terug naar de basis beginselen van de Afrobeat. Het lijkt een regelrechte aanbidding van oppergod Kuti, die daar in trance zeker zijn goedkeuring over zou uitspreken. Door het tempo als een tikkende klok aan te passen in het herhalende Power Ballad kan er in alle eenvoud toegewerkt worden naar een jazzy explosieve saxofoonsolo. Die mag jankend overgaan in weer een heerlijke garnering van het volgende hoofdgerecht Ofel II. De uptempo funk van Ef-M zou zo van dienst kunnen staan in een achtervolgingsscene van een remake van de filmklassieker Shaft.

De bandleider van The Dirty Dozen uit Tel Aviv heeft nog maar sporadisch van zich laten horen, maar laat als een charmeerde gangsterbaas zijn bekwaamheid tot ons richten in het lange sterke Beit Lechem. Waarin er een hedendaagse voorstelling wordt gegeven van de Palestijnse plaats Bethlehem. Vuile misvormde gitaarakkoorden voegen een vies slijmerig tintje toe aan het verder sterk georkestreerde hoogtepunt van deze geweldige plaat. Blues, geblazen treurnis en heuse hardrock weten in duizelingwekkend tempo in het tweede gedeelte de luisteraar nogmaals te overbluffen. Het dromerige Outro bevestigt dat kwalitatief goed geschoolde instrumentisten geen dure producers en een toonaangevend platenlabel nodig hebben om tot een goede plaat te komen. Deze eigen productie kan zich moeiteloos meten met hoog aangeschreven klassiekers.

Hoodna Orchestra - Ofel | World | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Normil Hawaiians - What's Going On? (1984) 3,0

6 oktober, 18:23 uur

What’s Going On? van Normil Hawaiians is eigenlijk totaal niet terug te leiden naar het heden. Niet vreemd als je nagaat dat dit een vergeten experimentele postpunk plaat is uit 1983. En dat hoor je absoluut terug. Niet zozeer een gemakkelijk album, maar wel een die gedoemd was om ten onder te gaan. Nadat het label Illuminated Records de opnames had afgerond, en het resultaat klaar was om gereleaset te worden, kwam naar buiten dat het label dreigde om te vallen vanwege financiële tekortkomingen. Hierdoor was het onmogelijk om aan de promotionele verplichtingen te voldoen, en de band werd opgescheept met iets meer dan een handvol platen, ongeveer 250 stuks aan exemplaren. Platenzaken waren bekend met de ondergang van Illuminated Records, en toonden wantrouwig gedrag naar de band. Met als gevolg dat What’s Going On? niet in de winkels terug te vinden was. Upset The Rhythm is in bezit gekomen van de mastertapes en besluit on ruim 35 jaar later de band een herkansing te gunnen. Met het nodige aan bonusmateriaal wordt de speellengte van een kleine drie kwartier opgerekt tot ruim zeventig minuten.

Normil Hawaiians wisselde regelmatig van bezetting. De enige constante factor is zanger en gitarist Guy Smith. Rond het opnameproces van de plaat was het een komen en gaan van bassisten. Wel bleven gitarist Simon Marchant, drummer Noel Blanden en Mark Tyler op synthesizer toen stabiel aanwezig. Wat hebben we dan de afgelopen 35 jaar gemist? What’s Going On? opent de plaat met het minimale Quiet Village, waar bezwerende woordloze klanken een onheilspellend vervolg aankondigen. Martin plaatst zichzelf direct terug in de postpunk van begin jaren tachtig. Dromerige geluidsgolven die bestuurd worden door de strakke monotone drum van en uitmonden in hysterisch gitaarspel. Alleen al om deze track is het prettig om met de band kennis te maken. De leegte, maar ook de onzekerheid van het Thatcher tijdperk komt hierin volledig tot bloei.

Toch wil het allemaal niet volledig tot ontwikkeling komen. De dwarsheid van de band staat hierin centraal. Een anarchistische bloemlezing waarbij er bewust flink gehakt wordt in de songs om maar te provoceren. Korte passages worden afgewisseld met langdradige vreemde geluidscollages. Wat enigszins nog doorgaat voor een track wil net teveel de avant-garde kant opgaan zoals het gesproken Louise Michel, welke ondersteund wordt door ongecontroleerd metaalslagwerk. Baanbrekend is het ook niet te noemen, daarvoor smeden bands als Public Image Ltd. en Wire al de bouwstenen. Nee, echt veel heb je hieraan niet gemist.

Van het bonusmateriaal weet de als single verschenen Outpost wel te overtuigen. Een prachtige donkere wave klaagzang waar de instrumentatie er een aangenaam zwart randje omheen weet te leggen. De bas stuwt het op het juiste moment nog extra op, om de aarzelende drums het vakkundig af te laten maken. Ook Oggere, waar weer die bas een prominente rol vervult mag er wezen. De live opnames van de afgelopen jaren waarmee afgesloten worden, laten wel een groei horen. Als het materiaal opnieuw onder handen wordt genomen door de kernleden, zou het waarschijnlijk verbazen met soepele lopende songstructuren. De spoken words van Louise Michel krijgen met de verbitterende voordracht meer daadkracht. Ook de meer rockende versie van Big Lies komt meer tot zijn recht. Feit is wel dat dit een mooie ontwikkeling is. De belangstelling naar oud werk van postpunk bands is blijkbaar erg groot. Dan liggen er in Nederland talrijke platen klaar die een kans verdienen om opnieuw openbaar gebracht te worden. Al is het alleen maar om het publiek kennis te laten maken met Nasmak, De Div of The Tapes.

Normil Hawaiians - What's Going On? | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Fruit Bats - Gold Past Life (2019) 3,5

6 oktober, 18:22 uur

Als je midden tussen het muzikale talent staat, en zelf ook aardig goed vocaal en met instrumenten uit de voeten kan, dan heb je uiteraard een groot voordeel. Eric D. Johnson hield als instructeur op de Old Town School of Folk Music in Chicago zijn ogen, en vooral zijn oren wijd open. Niet alleen voor de leerlingen ontstaat er een mogelijkheid om hun talent te ontwikkelen, ook hijzelf zal hier veel geleerd hebben. Via het experimentele Califone, bestaande uit folky rockers raakt hij bevriend met de indie band The Shins. Daar vervult hij een prominente rol op het elektrisch getinte popalbum Wincing the Night Away. Ondertussen is hij al een tijdje actief in het uit Califone voortkomende Fruit Bats. Dit project staat vanwege verplichtingen met The Shins even op een zijspoor, maar heeft dan in de scene al vier indrukwekkende albums afgeleverd. Na een stilte van drie jaar verschijnt net op tijd zijn soundtrack voor een voortreffelijke zomer, genaamd Gold Past Life. Een plaat die tevens zijn geschoolde achtergrond uitstraalt in elf eenvoudige, maar oh zo treffende popliedjes.

Na de soulbiecht The Bottom of It vervolgt de oprechtheid van de zanger, die de problematiek van een dreigende midlife crisis omzeilt. Het geluk om met weinig problemen schijnbaar terug te kijken op de eerste fase van zijn voltooide leven. Die opbeurendheid staat zoals de titel al aangeeft centraal op Gold Past Life. Een positieve beleving van het verleden, gewaardeerd met een gouden randje. De zorgeloosheid kan het positivisme oproepen, maar ook net zo gemakkelijk beschouwd worden als een tegenstaande eigenschap. Het is allemaal wel erg blij en vrolijk. Ikzelf sta er wat sceptisch tegenover, ben zelfs wat wantrouwig over de geloofwaardigheid hiervan. Het bekende schoolmusicalverhaal met een happy ending. Maar voor wie er gebrainwasht wil worden door de mooie woorden van Eric D. Johnson, is dit een heerlijke warme douche. De eerste tracks gaan terug naar het kind in de zanger, met hoge disco uithalen gevolgd door een glamrock koortje.

Wat ben ik blij dat het geluk verstoord wordt in Drawn Away. Hierbij wordt stil gestaan bij de afbraak van het ziekenhuis waar hij het levenslicht ziet. De basis is weg, waardoor er ruimte is voor het verwerken van een stukje verlies. Met op de achtergrond kenmerkende new wave keyboardklanken. Ook de gitaarsound plaatst zich meer in de jaren tachtig. Het kind staat aan de vooravond van de pubertijd en moet zich klaar maken om de volwassen wereld in te stappen. De daarbij horende twijfels vormen de voedingsbodem voor het licht gedirigeerde Cazadera. In het folky Ocean weerklinken de woorden van een man die pas rond zijn vierentwintigste levensjaar zijn beschermde geboortegrond vaarwel durft te zeggen. De oude man staat synoniem aan wijsheden en goede raad. Doordat zijn grootvader reeds is overleden ontstaan er hiaten in het bestaan, waarvan de oorzaak niet meer te achterhalen valt. Het uptempo Your Dead Grandfather wordt omringt door mistige droomklanken met een vleugje country. Wil dat nou net de stroming zijn die het beeld oproept van op leeftijd zijnde bebaarde opa’s met hun opgebouwde kennis. A Lingering Love is de uiteindelijke grote stap om het verleden te laten rusten.

Barely Living Room weerspiegelt de confronterende eenzaamheid. Zichzelf afsluiten en na het ontwaken beseffen dat de vervelende terugkerende nachtmerrie de realiteit is, de dagdroom het vluchtgedrag. Omgeven door treurigheid vormt dit muzikaal en tekstueel het hoogtepunt van Gold Past Life. Grappig dat de eerste echte liefde Mandy from Mohawk (Wherever You May Be) woonachtig is in Nederland. Een mooi excuus om deze vrolijke gitaarsong daar ooit tot uitvoering te brengen. De heavy metal muziek die ze in haar flatje draaide heeft helaas geen invloed gehad op Gold Past Life. Het is allemaal vrij rustig met de slide gitaar die deze track mag begeleiden. Eventjes een lichte irritatie; het is The Netherlands, niet The Nether lands, maar het is ze vergeven. Gesetteld met zijn uiteindelijke geliefde omzeilen ze alle passie in het vruchteloze Dream Would Breathe. Nee die Two Babies in Michigan zijn niet het prille kindergeluk, maar een gesetteld stelletje op ontdekkingsreis in hun nieuwe woonplaats. De uitvoering is net zo zoetsappig als de uitleg, al wil de soulgitaar het aardig tot een einde brengen. Uiteindelijk is Gold Past Life een typerend Amerikaanse feelgood story, met een paar prachtige uitstapjes.

Fruit Bats - Gold Past Life | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) (2019) 4,0

6 oktober, 18:21 uur

De Noorse uit Stavanger komende singer-songwriter Aurora Aksnes maakt een razendsnelle ontwikkeling door. Al direct met haar tweede single Running with the Wolves weet ze in 2015 de aandacht te op zich te richten. Snel volgt het onder haar voornaam uitgebrachte All My Demons Greeting Me as a Friend als volwaardig album. Vorig jaar liet ze het publiek kennis maken met de eerste plaat van een tweeluik; Infections of a Different Kind (Step 1). Ontwakend uit een cocon presenteert ze zichzelf als een kleurrijke vlinder. Niet alleen muzikaal, maar ook haar uiterlijk ondergaat een bijzondere verandering.

Met motorisch een hoge bewegingsvrijheid raast ze als een verdwaalt ADHD Efteling elfje over het podium. Live verraad ze met regelmaat dat ze is opgegroeid in het land van de duistere black metal. Met de zelfverzekerdheid van een ice queen beweegt ze mee op de zwaardere stukken. Het net verschenen A Different Kind of Human (Step 2) verschilt qua albumhoes minimaal met de voorganger. Muzikaal is het net weer een tikkeltje gekker en gedurfder met de toevoeging van de prominent aanwezige elektronica.

The River weet een eerlijk ambient gevoel op te roepen. Haar hoge stem leent zich prachtig voor deze verheugende uitingen van blijdschap. De new age beats zetten de folk invloeden om in een hedendaagse dreampop benadering. De koudheid van haar geboortegrond wordt omgeven door de mystiek van de vele legendes die Noorwegen rijk is. Het begin van een spirituele speurtocht door de bijzondere gedachtegang van deze excentrieke zangeres met een kinderlijke theatrale uitstraling. Animal bouwt zich op tot een in extase rakende dance.

Al na twee tracks bind ze een breder publiek aan haar exclusieve sound. Het alternatieve rockpubliek zal hiervan net zo genieten als de meer dance georiënteerde luisteraar. De lieve songs worden ondersteund door de dance uit de jaren negentig. Veel tribal invloeden die versneld worden tot standje drum and bass. Alsof je aanwezig bent op een illegale rave, met hippie achtige crusties waar AURORA als kleurrijk boegbeeld doorheen beweegt. De samensmelting van culturen is het terugkerende thema op A Different Kind of Human. De universele gemeenschappelijke wereld dient hiervoor als basis.

De hoogtepunten vormen de wat afwijkende songs. Zo is het geheimzinnige somber omlijste Soulless Creatures het eerste bijzondere moment op de plaat waarmee ze haar eigenzinnigheid tot buitenaards niveau weet op te werken. De gothic rock roots staan centraal in het verbale hoogstandje In Bottles, het bewijs dat ze alles met haar stem aandurft. Met de totale gekte in het begin van Apple Tree waagt ze zich op het pad van de sensuele rapmuziek, om er vervolgens weer haar eigen invulling aan te geven.

Het absolute climax komt tegen het einde met The Seed, waarbij alles wat je gehoord hebt samensmelt. De spookachtige vocalen roepen de hardere begeleiding tot rust om vervolgens tot een artistieke aardbeving te komen in het openbarstende slotakkoord. Bij Mothership gaat de hemelpoort wijd open en laat AURORA je binnen in haar avontuurlijke sterrenstelsel. Door de aanwezigheid van een aantal minder bijzondere songs blijkt A Different Kind of Human (Step 2) zich niet tot een meesterwerk te ontwikkelen. Dat er momenten zijn die wel deze kwalificatie verdienen mag duidelijk zijn.

AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Imperial Teen - Now We Are Timeless (2019) 3,5

6 oktober, 18:19 uur

Op het moment dat Faith No More hardnekkig aan het kwakkelen is, en het geloof in het voortbestaan steeds onzekerder aanvoelt, kijken de bandleden al voorzichtig verder naar een nieuw project. Keyboardspeler Roddy Bottum gaat zich verdiepen in het spelen van gitaar. Samen met gitarist Will Schwartz, de van Sister Double Happiness afkomstige Lynn Truell achter het drumstel en bassist Jone Stebbins start hij Imperial Teen op. Nog voordat Faith No More definitief de stekker er uit trekt komt in 1996 het debuut Seasick al uit. Als Faith No more vanaf 2009 weer actief is met tournee en een nieuwe plaat uitbrengt, verslapt de aandacht voor Imperial Teen. Zelfs zo erg dat men zich afvraagt op de groep nog steeds bestaat. Geheel onverwachts verschijnt er na een pauze van zeven jaar dan toch deze zomer Now We Are Timeless van het uit San Francisco afkomstige gezelschap.

Met I Think That’s Everything plaatst Imperial Teen zich direct tussen de synthpop van de jaren tachtig. Waar bands uit die periode krampachtig een comeback proberen op te eisen, haken deze indie rockers moeiteloos in op deze sound. Het is misschien net wat minimalistischer van opzet, maar het is stukken pakkender dan de probeersels van de helden uit vergaande tijden. Jammer dat Roddy bij Faith No More nooit de mogelijkheid kreeg om met zijn dromerige zang tegengas te geven bij het verbale geweld van Mike Patton. Ook bij Imperial Teen plaatst hij zichzelf vervolgens op de achtergrond om ruimte te maken voor de twee vrouwen. Sporadisch eist hij de hoofdrol nog op zoals in het sixties achtige Parade.

Toch laten ze zichzelf net als Faith No More niet in een hokje onderbrengen. De gekte is aanwezig vanaf We Do What We Do Best. Zware postpunk dreunen mengen zich met harmonieuze bubblegum zang en instrumentatie. Prachtig hoe hier de keyboard meer aanwezig is. Flink afgestoft heeft deze zijn dienst bewezen in de tour van Faith No More. Het voegt net genoeg veelzijdigheid toe om met kille klanken de strijd aan te gaan met de brutale meerstemmige vocalen, die dan weer stoer, dan weer liefdevol klinken. Ondanks de trutterige burgerlijke uitstraling van de bandleden wil het muzikaal onverwacht jong overkomen. De ingelaste pauze heeft zijn vruchten afgeworpen. Het is allemaal even energiek en overtuigend. Het spacende Timeless laat de akkoorden zweven in een zwaartekrachtloze ruimte. Het is een clichématige afsluiter, maar wel een die perfect past op het rustige Now We Are Timeless. Nu Faith No More schijnbaar weer ten ruste is maakt Roddy Bottum een voortreffelijke doorstart met zijn Imperial Teen.

Imperial Teen - Now We Are Timeless | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Billy Meier - Sounds from Erra (2019) 3,0

6 oktober, 18:18 uur

De uit Zwitserland afkomstige schrijver Billy Meier is zijn hele leven al gefascineerd geraakt door het leven op andere planeten. Hij kwam regelmatig in het nieuws vanwege foto’s van UFO’s. Zijn visie raakte regelmatig in opspraak vanwege het gerommel met zijn bewijsstukken, waarvan bij vele waarnemingen achteraf bewezen werd dat het hier om trucage ging. De psychedelische Noorweegse band Billy Meier heeft zich genoemd naar deze schijnbare ziekelijke fantast.

Op Sounds from Erra staat de denkbeeldige planeet Erra centraal. Dit vreemde conceptalbum heeft raakvlakken met het baanbrekende werk van het zwaar door drugs beïnvloedde Gong van Daevid Allen. Billy Meier mengt traditionele instrumenten als viool en fluit met gitaar, drums en synthesizer. Hierdoor ontstaat er een toekomstig beeld van een leefgemeenschap in het verre sterrenstelsel, welke als basis terug gaat naar de sprookjesachtige Middeleeuwen, met zijn sages en legendes. Uiteraard zijn er ook raakvlakken met Tolkiens Midden-Aarde, welke centraal staat in de In De Ban Van De Ring verhalen.

Door de exotische New Age van het sterke Leaving Planet Earth waan je jezelf in een proefrit van een pas geopende Efteling attractie. Het wekt genoeg nieuwsgierigheid op om deze psychedelische trip te vervolgen. Met een yoga achtige voice-over wordt je tot rust gebracht om helemaal zen in de wereld van Billy Meier te stappen. Waarbij de traditionele westerse volkscultuur de basis lijkt te vormen voor de oosterse uitstapjes.

Woeste tribal percussie ontfermen zich over lieve knuffeldieren bliepjes in het bijzonder springerige Contact. Vervormde violen spannen samen met aangename gitaarecho’s onder een mantra beat van zwoele donkere drumpartijen in Semjase’s Cry (To Her Lost Lover Billy). Steeds als er iets dreigt te gebeuren gaat vervolgens de rem er op met ambient soundscapes. De introducerende reisleidster is leuk, maar mag vervolgens achterwege blijven. Dit geeft afbreuk aan het avontuurlijke, waardoor de ruimte om zelf de muziek te ontdekken wordt geminimaliseerd.

Het funky bas gefreak van Plejarens By The River is misschien wel minder futuristisch, en meer retro seventies gericht. Het wil wel de vertroebelde aandacht wegvagen. Direct is de focus terug naar deze Noorweegse muzikanten. Met gedurfde jazzy snapshots vervolgt een meer improviserende lijn. Een heerlijke lijn waarvan alle logica lijkt te ontbreken. Speels is daar het Casio klinkend electronisch orgeltje waar heel basic op gepield wordt in het zwaar bezopen Space Train. Helaas gaat dit te lang door tot een effectloos einde. Al snel zwakt het af tot een opgedroogde bron van inspiratie.

Het jengelende banjo gitaartje dat overgaat in aangenaam bas en fluit gejam maakt van Billy’s Night Out een overheersend hoogtepunt. Dit weten ze tot in alle finesse uit te bouwen, om volledig los te gaan met repeterende trompet spel. De gestoorde drones in Double Full Moon overschrijden de irritatie grens, zeker als daar amateuristisch synth geklooi aan toegevoegd wordt. Verschrikt gaan we op zoek naar andere levensvormen op Leaving Planet Erra, concluderend dat ze daar minder ontwikkeld zijn dan op onze Aarde.

Sounds from Erra wil teveel rondcirkelen. Verder dan de belevingswereld van twee dementerende goudvissen die rondjes zwemmen in een vissenkom komt het niet.

Billy Meier - Sounds from Erra | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Ona - Full Moon, Heavy Light (2019) 3,0

6 oktober, 17:52 uur

De uit het bergrijke West Virginia afkomstige Ona mag met hun tweede album Full Moon, Heavy Light zich voegen in de stal van het kleine onafhankelijke Hickman Holler label van Tyler Childers. Deze singer songwriter die de roots heeft in de folk en country weet hoe lastig het is om zonder platencontract je aan het publiek te presenteren. Ona is zijn eerste binnengehaalde aanwinst, die na het in eigen beheer verschenen American Fiction, heerlijk heeft kunnen sleutelen aan hun geluid. Wie droomt er nou niet van om samen met een groep jeugdvrienden een band te beginnen. In negen van de tien gevallen blijft het daarbij, maar Ona werkt zijn plannen daadwerkelijk uit. Er wordt natuurlijk een sterke basis gevormd als je elkaar al van kinds af aan kent. Je weet elkaars talenten te benutten, bent op de hoogte van de eigenaardigheden en karaktertrekken van de overige bandleden. Wat misschien wel het kenmerkendste is van Ona is het gevoel van rust wat ze uitstralen. Er is totaal geen spanning te bespeuren op het lazy Full Moon, Heavy Light.

En dat wil nu net de grootste valkuil zijn; het ontbreken van spanning. Gitarist Bradley Jenkins wil met zijn dunne vocalen een prima aangename sfeer creëren, waarbij mede gitarist Zack Owens, bassist Zach Johnston, keyboardspeler Brad Goodall en drummer Max Nolte het vijftal voltooien. Als de zachtheid van een pakje boter versmelten de songs zich tot een stabiel geheel. Met wat verdwaald saxofoon geblaas werken ze zich door de bewust voor de zomer uitgebrachte single Summer Candy heen. De gitaar die tegen het einde los barst bewijst dat er muzikaal gezien genoeg mogelijkheden zijn. De goed bedoelde soul van True Emotion zit ergens aan de oppervlakte, maar komt maar niet tot bloei. Zo blijft Full Moon, Heavy Light veilig aan de popkant. Het gevolg is dat het allemaal prima deuntjes zijn, zonder echte uitschieters naar boven, of naar beneden. Het lijkt wel alsof iedereen een gelijkwaardig aandeel opeist, waarbij teveel rekening met elkaar wordt gehouden.

Als sessiemuzikanten zouden ze een perfecte aanvulling kunnen vormen bij een artiest van naam, al moet deze ze dan wel de juiste kant op buigen. Vooral de kwaliteiten van een Zack Owens moeten hierbij niet onderschat worden. De momenten die hij zichzelf toegeëigend weet hij aangenaam te vervullen, maar in zijn totaliteit blijft hij geheel onzichtbaar op de achtergrond aanwezig. Het lijkt net alsof ze bang zijn om labelbaas Tyler Childers en producer Drew Vandenburg teleur te stellen. Het bezitten van een volwaardig platencontract is van meer belang dan om hun eigen sound volledig tot zijn recht te laten komen. De tracks die daarbij nog het beste in de buurt komt is het moderne Americana van Golden Highway Deserter , het bijna op een jam uitlopende Quito gevolgd door de psychedelica van With You All Along. Een luisterplaat voor een lui publiek, welke weinig energie wil stoppen om dit groepsverband te doorgronden. Eigenlijk zijn alle elementen aanwezig, maar wil het grootst opgezette kampvuur net nog niet vlammen.

Ona - Full Moon, Heavy Light | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Irina Nëstor - One Day You’ll Miss Today (2019) 4,0

6 oktober, 17:51 uur

Het uit Rome afkomstige Irina Nëstor is nog maar twee jaar als eenheid actief. De aangename mix van postrock en donkere new wave doemgeluid wordt overgoten door sterke ritmische begeleiding. Met het ontbreken van zang en lyrics gaat de aandacht volledig uit naar de hoogstaande instrumentale nummers, die feilloos in elkaar overlopen. De sfeer is jaren tachtig verbitterend, kristalheldere gitaarpartijen openbaren zich in sprankjes hoop. Het spel klinkt geroutineerd en tevens geïnspireerd. Met het in eigen beheer uitgebrachte One Day You’ll Miss Today brengen de Italianen hun eerste album op de markt. Dat ze allemaal hun muzikale bagage meedragen, opgedaan in eerdere bands, mag duidelijk zijn. Gelukkig gaat deze professionaliteit niet ten koste gaan van de passie die ze tot uiting brengen. De veelal lange stukken verzanden niet in zwaar psychedelisch fröbelwerk, maar behouden een bewandelbare lijn.

Na zichzelf geïntroduceerd te hebben met kunstmatig aanvoelende blikkerige percussie gaat het vervolgens een heel stuk steviger van start. Prettige oriënterende geluidsvelden wisselen zich af met meer rockgericht gitaarspel. De ondertoon is die van de deprimerende jaren tachtig, waar synthesizers het gevoel van eigenwaarde nog dieper de afgrond in wisten te drukken. Dat hier overheen mistige, woest geperformde muziekstukken tot uiting komen is een fijne aanvulling. Het boek ‘Night Mr. Lenin van de Italiaanse schrijver Tiziano Terzani over het falen van het communistische Russische rechtssysteem staat centraal in het gelijk genoemde openingsnummer. Verbittering en hoop zijn tevens de grondbeginselen die deze track weet op te roepen. Niet altijd is zang noodzakelijk om het gevoel weer te geven; hier weet een duidelijke songtitel als deze het te versterken.

Bij het sterk improviserende Arpeggio Means Nothing eist de gitaar zijn hoofdrol op. Arpeggio betekent letterlijk gebroken akkoord; een speeltechniek met opeenvolgende noten, veelal toegepast in de jazz, klassiek en metal. Ook daar zit de triestheid in verscholen, verwoord in de mineurgang van het doordringende stemmige gitaarstuk. Allemaal erg doordacht en mooi, al komt de beleving pas echt op gang bij de explosieve eindpassage, waar grauwe donderwolken tevoorschijn getoverd worden. Het fris aanstekelijke Milgram wil met zijn drum and bass achtige beats weer een nieuwe laag toevoegen. De verschillende achtergronden van de muzikanten benadrukken nogmaals hun veelzijdigheid.

Door het opzoek gaan naar variaties ontstaat er een fascinerend geheel, waarbij de eigenzinnigheid het verdere verloop niet in de weg staat. Doordachte tempowisselingen en onverwachte climaxen, waarbij de droompop aansturing krijgt van kunstzinnige strakke percussie. Die drums klinken vervolgens weer aanstekelijk poppie in de electric body music begeleiding van Hawaii, halverwege veranderend in een ware oldschool clubtrack. Vanaf het swingende Now zakt de aandacht eventjes weg, om zich volledig te herpakken in het opbeurende Pride of Nations. Irina Nëstor weet te behagen met dit geslaagde debuut, waar de postrock dubieuze, maar treffende wendingen laat horen.

Irina Nëstor - One Day You’ll Miss Today | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Olympia - Flamingo (2019) 3,5

6 oktober, 17:50 uur

De in de hoogtijdagen van de new wave geboren Olivia Jayne Bartley staat met beide voeten in deze vruchtbare voedingsgrond. Met punkie catchy liedjes brengt de Australische zangeres vanuit Melbourne haar tweede album Flamingo uit. Net als haar debuutplaat Self Talk onder de artiestennaam Olympia. De stekelige popdeuntjes worden met een handvol aan singles aan het publiek gepresenteerd, en piekte in het thuisland rond de 25e plek in de album charts. Het opgewekte vertrouwen bij mega platenconcern EMI is zo groot dat ze ook nu weer met haar aan de slag gaan. In de afgelopen drie jaar heeft de singer-songwriter gewapend met haar gitaar, piano en percussie de nodige speelervaring opgedaan in de festivalweides. Live mocht ze haar stem en gitaarspel warm houden tijdens de tour van de van Something for Kate afkomstige zanger Paul Dempsey.

Dynamische elektronica en statig gitaargeweld doet dienst om de overslaande stemgymnastiek van Olympia te onderscheppen. Met een hoog enthousiasme weet deze zangeres het stoere rockchick geluid van de vorige eeuw op te roepen. Natuurlijk past de stijlvolle coupe en zwoele uitstraling van Olivia Jayne Bartley perfect bij dit tijdsbeeld. Alles wijst er op dat de talentvolle muzikant smeekt om verder dan haar uiterlijk te kijken. Krachtig weet ze zichzelf in duizelingwekkend tempo te begeleiden op Flamingo. De verwachtingen zijn dan ook hoog door het in de zomer van vorig jaar uitgebrachte Star City, de single die de plaat mag openen.

Het zwaardere Easy Pleasure wordt gedragen door een bonkig postpunk ritme, en de bijna hese klaagzang van Bartley. Met de nodige grimmigheid wordt aansluiting gezocht bij de depressieve navelstaarders. Wel een absoluut hoogtepunt op Flamingo, zeker als ze ook nog de gitaar aardedonker laat janken. De in dit voorjaar uitgebrachte Hounds zou zich moeiteloos tussen de springerige Britpop kunnen plaatsen, en is net als Star City gericht op het rusteloze vakantiegevoel. Hier is nog het beste hoorbaar dat ze tijdens het opnameproces met producer Burke Reid in Manchester heeft vertoefd. Voor Two Hands zou Debbie Harry een moord willen doen. Een Blondie song gekneed in de creatieve handen van Olympia.

Flamingo is een volwassen verwerkingsplaat. De tragiek van verlies en de pijnlijke sporen die littekens in de ziel branden staan hierbij centraal. De evenwichtigheid van deze dame leert je in te zien hoe ze met haar verdriet weet om te gaan. Soms bijtend, dan juist hulpeloos emotioneel. Ze weet er genoeg luchtigheid in te stoppen, waardoor het geen zielige uiting van wanhoop is geworden. Olympia bewandelt een weg af die haar kaarsrecht over de scheidingslijn tussen alternatief en pop laat lopen. Top 40 muziek met een rafelend randje waar de ultraviolette jaren tachtig kleuren de beginselen vormen.

Olympia - Flamingo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Stella Donnelly - Beware of the Dogs (2019) 3,0

6 oktober, 17:50 uur

De tijd dat boze feministen van zich laten horen in luidruchtige confronterende demonstraties ligt al mijlenver achter ons. Pamfletten worden vervangen door sterke blogs en statements die zich via internet verspreiden. De macht om zich aan een grote groep te binden is alleen maar toegenomen. Al roept deze anonieme vorm wel de nodige breekbaarheid op. Via Social Media wordt je met gemak aangevallen en monddood gemaakt. Als je dan ook nog in de positie van kwetsbare vrouw verkeerd, kan het lastig verlopen. Door de hele #MeToo kwestie wordt er terecht aandacht besteed aan het machtsmisbruik van de man en de onderschikte rol van de vrouw in hun maatschappelijke posities. Een vruchtbare voedingsbodem voor artistieke kunstenaressen die hiermee de aandacht op deze beweging weten vast te houden, en met scherp gevijlde nagels verbaal de aanval in durven te zetten.

Ook de uit het Australische Perth afkomstige singer-songwriter Stella Donnelly haalt de inspiratie voor haar debuutalbum Beware of the Dogs uit de oprukkende terecht toegeëigende vrouwenrechten. De titel kan gemakkelijk staan voor de verslindende platenbazen en ander heersend onbetrouwbaar gespuis, die als hongerige honden neer kijken op de kansloze positie van een jong hulpeloos meisje, welke carrière wenst te maken. Dit thema werkt ze nog geheel uit in het daarop aansluitende met sfeervol gitaarwerk opgeleukte Tricks. Het naakte vrouwenlichaam op de albumhoes die door een mannenhand een stuk zeep krijgt aangereikt, is met gemak te herleiden tot een slachtoffer die zich na een ongewenste vrijpartij met haar partner schoon moet wassen.

Verder put ze veel uit persoonlijke ervaringen, waarmee ze de shockerende verkrachting van een vriendin weet te verwoorden in het heftige Boys Will Be Boys. Hier overheerst wel het kippenvel moment, door de trieste gedragen zang, welke zich passend als teleurgang in deze rol weet te mengen.

Your father told you that you’re innocent
Told ya, “Women rape themselves”
Would ya blame your little sister
If she cried to you for help?

Ja, dat wil wel direct scherp binnen komen.

Met de luchtig gestemde gitaar akkoorden en lieve stem wil het vervolgens helaas allemaal minder overtuigen. Bij Old Man vraagt ze aan de gerichte toehoorder of ze angstgevoelens bij hem oproept.

Oh, are you scared of me, old man?
Or are you scared of what I’ll do?.

Om heel eerlijk te zijn. Er zit geen gepassioneerde kwaadheid in haar voordracht. Geen geschreeuw, geen gegil, nergens een overslaande stem. De teksten weten wel degelijk te overtuigen, maar het is het dromerige in de uitvoering waarmee ze niet genoeg indruk maakt. Dat ze het vervolgt met een heus slaap wiegend liefdesliedje in de vorm van Mosquito wil ook niet mee werken. Met een overdosering van vriendelijk gezongen scheldwoorden en seksuele handelingen slaat ze dan ook finaal de plank mis. Alsof ze stiekem iets heel stouts doet, in de hoop dat niemand het ontdekt. Als boegbeeld voor de gekwetste doelgroep weet ze zich niet te presenteren.

Buiten dit gegeven heeft Stella Donnelly wel een heel prachtig stemgeluid. Zoals ze bijna klassiek de hoogte in weet te gaan bij Allergies is adembenemend mooi. Daar ligt het dan ook niet aan. Het is puur de wat gemaakte wijze waarmee ze de teksten aan de man (sorry, ik kan het niet laten) brengt. Soms wil het perfect werken om juist averechts de lyrics tot uiting te brengen. Dit is een duidelijk voorbeeld waarbij dit niet opgaat. Alleen bij het titelstuk Beware of the Dogs is het enigszins in evenwicht.

Stella Donnelly - Beware of the Dogs | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Charly Bliss - Young Enough (2019) 3,0

6 oktober, 17:48 uur

Charly Bliss is niet de naam van een enkele persoon, maar hier staat een volwaardige band die trots deze naam draagt. Goed gekozen, het zou zo een vooraanstaand kopstuk uit de New Romantic beweging kunnen zijn. Daar staat deze groep uit Brooklyn echter mijlenver van verwijderd. Wel hebben ze absoluut hun oorsprong gezocht in dezelfde periode, maar is deze eerder te vinden in het toegeëigende New Yorkse artiestenbolwerk CBGB. Rauwe punkie postpunk met sprankelende uptempo zangpartijen.

Gitarist en tevens vocalist Eva Hendriks en haar drummende broer Sam krijgen van hun muziek liefhebbende ouders al snel alle vrijheid om zich te ontwikkelen op dit inspirerende vlak. Met Spencer Fox op gitaar wordt in 2011 de vaste basis gevormd. Deze heeft al de nodige ervaring opgedaan in de film business als kind acteur met filmster Carey Fox als vader, maar besluit een totaal andere artistieke kant op te gaan. Dan Shure vervangt in 2014 Kevin Copeland op basgitaar, en is ook alweer vijf jaar een stabiele factor binnen deze indieband. Na het twee jaar geleden goed ontvangen debuut Guppy verschijnt dit jaar Young Enough.

Het is eventjes wennen, die smurfenstem op heliumgas van zangeres Eva Hendricks in Blown To Bits. Gelukkig gaat het vervolgens wel de goede kant op en wil de krachtige begeleidende powerpop het pakkend overnemen. Met ouderwets stampende drums en dromerige keyboards wanen we ons eventjes in de jaren zeventig, waar ze hard op de deur bonken van het komende decennia. Capacity is een stuk voorzichtiger en gaat de wat donkere pop kant op. Door de kinderlijke zang van Eva blijft het aan de veilige kant, al wordt er zorgvuldig geswitcht tussen krachtige statements en lieflijke wiegende liedjes.

De eigenzinnigheid zit hem wel in het karaktiserende van de frontvrouw. Zich presenterend als een jong zusje van de een of andere rockchick, die voor de spiegel thuis haar best doet om maar in de buurt van haar grote oudere voorbeeld te komen. Charly Bliss plaatst zich met een voet nog duidelijk in de New Wave, terwijl de andere een forse stap maakt richting de punkrock van de jaren negentig. Het is te hopen dat persoonlijkheid Eva Hendriks in de toekomst een meer volwassen geluid weet te ontwikkelen. De muziek is al springerig en jeugdig genoeg, daar past best een sterker stemgeluid bij. Young Enough? Old Enough!

Charly Bliss - Young Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Efrim Manuel Menuck & Kevin Doria - Are Sing Sinck, Sing (2019) 4,5

6 oktober, 17:47 uur

Met Efrim Manuel Menuck als hoofduitvoerende artiest verwacht je uiteraard geen gemakkelijke plaat. Deze noise goeroe uit het Godspeed You! Black Emperor en Silver Mt. Zion kamp weet geluiden tevoorschijn te toveren waarvan het bestaan voorheen niet bekend is, of die het merendeel van de luisteraars niet op hun pad wenst tegen te komen. Vanuit het muziekhol van de leeuw; het Canadese Montreal zwemt hij haaks tegen alle stromingen in met zijn experimentele uitdagingen. Kevin Doria heeft zijn sporen verdiend bij het relatief onbekende Growing en Total Life. Zijn basis wordt gevormd in Washington, met zijn stadse invloeden. De samenwerking is niet helemaal nieuw, maar voortgekomen uit het elkaar vinden in het uitvoeren van de live ervaringen tijdens de tournee van Menucks solo uitstapje Pissing Stars.

Deze coöperatie levert een bijzonder project af, waarbij zelfs ruimte is voor toegankelijke stukken. Het is hoe dan ook een stuk minder duister en bewolkt dan wat Menuck normaal ten gehore brengt. Laat jezelf niet afschrikken door het gezoem en gebrom waarmee Do the Police Embrace? opent. Van een overbevolkt bijennest is de stap niet zo groot naar een kolkende metropool. Wat wil muziek anders binnen komen als er dus teksten aan toegevoegd worden. Doordat er afgeweken wordt van de normale instrumentale benadering krijgt de luisteraar vrijwel geen kans om het zelf in te vullen. Hoe duidelijk kun je de mening verkondigen tegen het harde optreden van de politie eenheid, welke al sinds de Rodney King rellen in Los Angeles; alweer daterend van 1992, plaats vinden. Nog steeds is er weinig veranderd, ergens moet er toch wel een humane ingang te vinden zijn. Een duidelijke protestsong gericht op het alsmaar falende rechtssysteem. Door aan de dramatische voordracht rustgevende klanken toe te voegen werkt het effectiever dan met volle agressie stuk te gaan op de problematiek. Steeds zwakker sterven de vocalen af tot een in twijfel trekkende hulpvraag. Een geweldige binnenkomer van deze bijzondere track die op het einde wordt bijgestaan door een overheersend achtergrondkoor van loeiende politiesirenes.

Juist de woorden verklaren de stiltes. In Fight The Good Fight wordt een trieste voorstelling gemaakt van een kapitaal loze maatschappij. De herrie is een voorbode tot een explosief einde, en wat volgt er dan? Helemaal niets. Hoe doeltreffend is het om iemand te raken met subtiel gebruikte korte zinnen. De meerwaarde hiervan is gevonden in de zoektocht van het gebruik van zware drones en andere donkere soundscapes. Door op zoek te gaan naar die grenzen, en er zelfs overheen te stappen, is het mogelijk om dit om te zetten tot rust en stabiliteit. Alsof er een hemels licht zijn intrede doet, zo mooi! Zonder deze aankondiging is het niet mogelijk om tot bezinning te komen in het hierop voortvloeiende A Humming Void an Emptied Place. De zelfontplooiing en berusting lijken kernbegrippen die in volle overgave gepresenteerd worden. Het overheersende gedreun is totaal niet meer vervelend, maar juist ontspannend te noemen.

And human words do not suffice

Precies, het belang van woorden zal uiteindelijk ook vervagen, zoals wordt aangekondigd in Joy Is on Her Mount and Death Is at Her Side. Er is meer nodig. Waarom schreeuwen en op pannen slaan als de doordringendheid zijn kracht vind in een gedoseerde combinatie van dit alles. De afstervende klaagzang van Robin Wattie werkt naar een climax toe om in zijn cocon terug te kruipen, wachtend om zich als een grauwe nachtvlinder tentoon te stellen. Dat de vernietigde bossen als inspiratiebron gelden komt goed naar voren, maar het mag gerust breder benaderd worden. De zure tranen van het vergiftigende milieu en de opwarming daarvan staat ook als statement overeind. We Will mag zelfs gezien worden als een postpunk song. Dezelfde deprimerende zwartgalligheid dringt zich op in dit adembenemend naar de strot grijpend slotakkoord.

Are Sing Sinck, Sing lijkt zich te presenteren als een conceptalbum, waarbij een geordende wereld centraal staat. Door het oude af te breken ontstaat er ruimte voor iets nieuws. Efrim Manuel Menuck weet een baanbrekend hoofdstuk toe te voegen in zijn omvangrijk oeuvre. Alsof er geheimschrift ontcijfert is, en er opeens een ontrafeling ontstaat van zijn eerdere werk. Prachtig, prachtig, prachtig.

Efrim Manuel Menuck & Kevin Doria - Are Sing Sinck, Sing | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Gus Dapperton - Where Polly People Go to Read (2019) 2,5

6 oktober, 17:47 uur

Dat Gus Dapperton zich ontwikkeld heeft tot het publiekslieveling van de indie dancescene komt mede door zijn totaal eigen manier van zich presenteren. Als een popiejopie hiphopper zonder ritme gevoel die zijn handicap misbruikt door er moderne dance invloeden te vermengen, brengt hij schaamteloos een ongeëvenaarde performance in zijn vrolijke clips. Of hij zich bewust is van zijn mankementen, betwijfel ik, maar de lef die hij hiermee uitstraalt werkt aanstekelijk op je in. De souplesse waarmee hij zich beweegt, getuigt van een kinderlijke liefdevolle aantrekkingskracht. Vreemd genoeg moet ik bij de goedaardige jongeman telkens terug denken aan de geblondeerde kort gewiekte Eminem lookalike in de Stan video. Al was zelfs die nog een stukje meer straight.

Dwars tegen alle verwachtingen in verschijnen de dansbare eerder uitgekomen prima singles My Favourite Fish en Fill Me Up Anthem niet op het nu verschenen debuut Where Polly People Go to Read. Qua tijdslimiet had het gemakkelijk gepast, wetende dat het album net het half uur weet aan te tikken. Brendan Rice is de naam waarmee hij zo’n 22 jaar geleden door zijn ouders op de wereld gezet werd, ondertussen omgezet in zijn als artiest werkzame alter ego Gus Dapperton. Vanuit thuisbasis New York is hij verantwoordelijk voor zijn eigen teksten waarbij hij zichzelf begeleid op gitaar en keyboard; op muzikaal vlak zit het dus allemaal wel goed.

Probeer maar bewegingloos te blijven zitten bij de heerlijke donkere herhalende baslijnen van Verdigris. Vrijwel een onmogelijke opgave, tenzij je stoïcijns de spieren in bedwang weet te houden, en chagrijnig je gedachtes kan afsluiten. Dat gevoel weet hij in deze openingsdans sterk vast te houden. Het is een tikkeltje gecontroleerder en rustiger dan zijn eerdere nummers, maar door de vooruit staande rol van bas en drum click clack beats weet hij het allemaal prettig in beweging te houden. Als er dan na drie clubtracks voor de serieuze kant gekozen wordt vanaf het met tempo spelende witte boorden soulvolle Eyes For Ellis, zwakt het direct een stuk af.

De uitgebalanceerde dreampop van Sockboy wil met zijn vlakke stemeffecten weinig toevoegen. Het is in het verleden allemaal vaak genoeg beter uitgewerkt. Wat hoopvoller klinkt Roadhead, waar het ritme en de bas de dienst uitmaken. Ook de eenvoudige op het randje liggende synthgolven weten hier goed op aan te sluiten. De waardering van de slowpop single My Favorite Fish kan hier maar niet binnen komen. Het middelbare school musical gedrocht I Ascend wil met de sentimentele aanpak geen goed einde aan het geheel breien. Gelukkig zijn we er na een minuut van verlost.

Where Polly People Go to Read zou kunnen doorgaan voor een artistieke slechte dag van een goede muzikant, waarbij het net iets te vaak niet dreigt te lukken. De maniertjes komen steeds in een vicieuze cirkel terug, waardoor je telkens denkt dat de track al eerder gepasseerd is. Reëel gezien weet hij de hoopvolle start met Verdigris niet vast te houden.

Gus Dapperton - Where Polly People Go to Read | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Gauche - A People's History of Gauche (2019) 3,0

6 oktober, 17:46 uur

Het uit Washington afkomstige Gauche weet luchtige punkrock te vermengen met zenuwachtige postpunk. Bewust is hier een flinke ruimte bewaard gebleven voor Adrienne CN Berry. Die mag met haar heldere saxofoonpartijen en de nodige frisheid in blazen. Door de retro sound vallen ze hierdoor al snel in de onderkant van de in de jaren tachtig opbloeiende ska beweging te plaatsen. Dit alles aangevuld met een dosis aan studentikoze hoekige gitaar riffs en heerlijk rond dolende baspartijen. In de juiste banen geleid door de springerige vocale hoogstandjes van bassist Mary Jane Regalado.

Met A People’s History of Gauche weten ze zich voor de tweede keer aan het publiek te presenteren na het eerder verschenen Get Away with Gauche. Het is allemaal een stuk minder stevig en meer controleerbaar dan het vlambare hitsige Downtown Boys van Mary Jane Regalado en de disco noise van Priests, waar alleskunner Daniele Yandel haar eerder ingeslagen muzikale loopbaan opstartte. Net als voorheen mag ze ook nu weer als roffelaar optreden achter het drumstel. Downtown Boys en Priests zijn dus de twee bands die de bouwstenen vormen van dit prettig gestoorde kleurrijke gezelschap dat verder aangevuld wordt door stergitarist Jason P. Barnett en Pearie Sol voor het orgel en keyboard vakmanschap.

Mary Jane Regalado weet zich op een fijne hysterische manier te presenteren. Nonchalant geeft ze een eigen draai aan haar eigenzinnige stemgeluid. De vrouwelijke vocalen passen perfect in de new wave van vroeger. Iets wat Gauche ook wel weet op te roepen door de keuze van flitsende kleding en felle make-up, die bijna pijn aan de ogen doet. Typisch zo’n sprankelende groep die vroeger als huisband had kunnen dienen tussen de absurde humor van de Britse The Young Ones komedieserie. Een gevalletje van komische kraakpanden lol en regenboogkleuren geverfde Dr. Martens.

Eigenlijk is er bar weinig op aan te merken. Het is gericht aan een jonge doelgroep, waarbij het plezier maken in het leven standvastig op de eerste plek van de bucketlist staat. Vervolgens een hele lange tijd niks, met ergens onderaan het lijstje gekrabbeld “Ooit een opleiding afronden”. Feesten en dansen in het gevormde web van roze suikerspinnen ragdraden, waarbij No Future hetzelfde betekend als jezelf niet druk maken over de toekomst.

A People’s History of Gauche gaat verder op de onverschillige weg van The B-52’s. Waar het bij hun vanwege het grote succes steeds gemaakter vrolijk werd, ademt Gauche wel nog het jeugdige huis, tuin en keuken knutselen gevoel uit. Dat we hier niet te maken hebben met beginnende muzikanten komt in het veelzijdig beheersen van verschillende stijlen komt echter wel boven drijven. Door het veelvuldig gebruik van koortjes belichamen ze de stoere meidenbands van weleer met vamps die wel een instrument kunnen bespelen.

Gauche - A People's History of Gauche | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club (2019) 3,0

6 oktober, 17:45 uur

Faye Webster maakt muziek om de opgelopen lichte kater bij weg te drinken. Lome schommelstoel songs om op de veranda bij weg te dromen, of juist in alle wazigheid te ontwaken. Voor de dagen dat je geniet van de warme ondergaande zon, en met een knippering van de ogen de eerste zonnestralen zich alweer aandienen. Met op de achtergrond dicht begroeide bossen en het overstijgende Appalachen gebergtes, en voor haar de skyline van blokkendoos Atlanta, de hoofdstad van Georgia. De folk georiënteerde singer-songwriter weet door haar fotografische verleden al gebeurtenissen vast te leggen. Deze eigenschap weet ze om te buigen tot volmaakte breekbare songs. Want in principe zijn ook dat gewoon momentopnames. Atlanta Millionaires Club laat zich lezen als een groot plaatjesboek met de liedjes als omgeslagen pagina’s. Met een breed arsenaal aan muzikanten brengt ze Atlanta een stap dichter naar je toe.

Met de nodige knipogen naar het stadsleven in het broeierige Come To Atlanta verraad ze haar straat gebonden hiphop roots. Niet dat ze er direct op los rapt, integendeel, maar de flow is wel degelijk aanwezig, dan wel in een Burt Bacharach vintage smoking. In Flowers wordt ze daadwerkelijk ondersteund door rasartiest Father, die zijn rhymes er op los laat gaan en enig spanningsveld weet te creëren. Verder weet ze zich vooral te binden aan de Country met een licht Americana accentje. Faye Webster weerspiegelt een conservatieve kijk op haar zorgeloze leven. Met een mentaliteit van een arrogante dame die verwacht dat alles haar komt aanwaaien. En misschien is dit ook wel zo. Als een souldiva weet ze Jonny te verleiden tot in haar slaapkamer, zonder er enige moeite voor te doen. De kracht ligt verborgen in haar trage sensuele stem, waar in de reprise nog eventjes een zwoele saxofoon wordt toegevoegd.

Het zijn kampvuur juweeltjes, songs die zo gemakkelijk je naar ze toe laten trekken. Gevangen in een droomwereld laten ze iemand hypnotiseren, terwijl de vlammen een heuse bosbrand veroorzaken. Ondertussen laat je jezelf in trance meevoeren, zonder enig besef van wat er rondom gaande is. Ondanks het persoonlijke karakter lijkt Faye het als een buitenstaander te ervaren. Veel meer dan vervaagde retro Polaroid kiekjes zijn het eigenlijk niet. Wonderbaarlijk dat haar iets wat verkouden dicht geknepen neus stem hier fier overeind blijft staan. Met haar derde soloplaat lijkt ze hierdoor te verzanden tot een ingestort zandkasteel, waarvan de eb de laatste resten wegspoelt en er de volgende dag niet eens meer een herinnering aan zal zijn.

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lucette - Deluxe Hotel Room (2019) 3,5

6 oktober, 17:44 uur

Lucette is het alter ego van de beeldige jongedame Lauren Gillis, een veelbelovende zangeres uit Canada. Met Deluxe Hotel Room laat ze voor de tweede keer van zich horen, na vijf jaar geleden Black Is the Color als debuut uitgebracht te hebben. Lag daar nog nadrukkelijk het accent op wat steviger alt-country werk, dat heeft ze nu grotendeels achter zich gelaten. De muzikale omlijsting is een stuk soulvoller van toon wat alleen daarom al een totaal andere plaat oplevert. Hierdoor is het wel een stuk lastiger om Lucette te peilen, hopelijk heeft ze nu haar definitieve richting gevonden.

Het titelstuk Deluxe Hotel Room lijkt te verhalen over een dure escortdame die de eenzaamheid van haar bestaan bezingt. Wachtend op haar klant voor een nieuwe liefdeloze nacht. De trieste situatie wordt stijlvol opgevangen door prachtige pianospel en op de achtergrond gemixte vocalen. Je ruikt de hotelkamer en ervaart de pijn, en dat is precies wat de desperate zangeres hierbij hoopt op te roepen. Samen met Ben Stevenson weet ze de aandacht te trekken op het verhalende element wat een net zo treurig vervolg krijgt.

Met de broeierige slepende bastonen van Out Of The Rain wordt ze gedwongen om het tempo laag te houden. Soulvolle orgelklanken en de hemelse saxofoonpartijen van de uit jazz hoofdstad New Orleans afkomstige Brad Walker leiden haar stap voor stap verder naar een stukje persoonlijke verlichting. Die samenwerking is er ook in het nog ernstiger van toon klinkende Fly To Heaven. Toevallig net de twee sombere songs waaraan Charlie Pate mee geschreven heeft. Deze stemmige drie-eenheid wil het sterkste op de plaat domineren. Het zou niet verkeerd zijn als het trio zich zou concentreren op een verder vervolg. Hier halen ze het beste van elkaar naar boven.

Het is niet een en al ellende wat we voorgeschoteld krijgen. Soms wil de zon toch nog schijnen, wat dan brutale popliedjes oplevert in het ritmische naar de popkant gaande Full Moon Town en het door Motown beïnvloedde sixties oriënterende Angel waarbij Brad Walker fel uitblazend zich mag uitleven. Als Ben Stevenson alleen aan de slag mag gaan levert het een track als California op, waar de minimalistische vormgeving verder al het credit aan Lucette laat toe eigenen. Het weirde Crazy Bird heeft zelfs een heus postpunk ritme wat de zang en vreemde keyboardklanken meedraagt. Op deze basis legt Lucette een dragende soulsong neer. Hierbij mag Lucas Chaisson zijn songsmeedkracht laten gelden. Om haar vervolgens ook live bij te staan tijdens de concerten.

Lucette lijkt volledig in haar element met de gerust stellende soul aanpak van Deluxe Hotel Room. Afrondend gooit ze er met de gospelsoul van Talk To Myself en het warme Lover Don’t Give Up On Me nog twee prima in het gehoor liggende songs uit. Zou ze het solo niet redden, dan bied haar stem genoeg mogelijkheden om zich te verlenen aan een grotere band als zuivere achtergrondzangeres. Daar moet ze zich met deze kwaliteiten zich staande kunnen houden.

Lucette - Deluxe Hotel Room | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sarasara - Orgone (2019) 4,0

6 oktober, 17:43 uur

Als je op de albumhoes jezelf neer zet als een in mist gehulde R&B zangeres, dan is de kans groot dat je hier niet snel wordt opgepakt. Dit beeld roept de mij zwoel toelachende Sarasara op. Zo’n plaat welke niet snel een luisterbeurt wordt gegund. Hoe spijtig is het dat Orgone pas vrij laat de kans krijgt om mijn gehoor te strelen. Je doet deze zangeres flink te kort om haar daarbij onder te verdelen. Het is beter om haar weg te zetten in de triphop hoek, al is ze zelfs nog een stuk veelzijdiger te noemen. De in Fourmies geboren Française Sarah Filleur wist met haar cover van David Bowies Heroes de nodige aandacht te trekken. Met als gevolg dat ze uit Frankrijk emigreerde om haar geluk te beproeven in het Verenigde Koninkrijk.

Dat geluk had ze wel nodig, haar leven bestaat uit de tragiek van trieste familieaangelegenheden. Sara’s ouders kwamen om toen ze veertien jaar oud was bij een dodelijk auto ongeluk . Opgevangen door haar grootouders bleef de ellende haar achtervolgen. Op achttienjarige leeftijd waren al haar dierbaren overleden. Via Björks One Little Indian platenlabel bracht ze haar debuut Amor Fati uit. Met vier goed ontvangen singles is ze klaar om nu tweeëneenhalf jaar later haar tweede plaat uit te brengen; Orgone, wat staat voor spirituele levensenergie.

Met deze pijnlijke achtergrondinformatie wil een titel als Flatline hard binnen komen. Toch heeft deze prachtig gezongen track met de inleidende hartmassage beats iets geruststellends en zalvends. Dat ze zo pakkend opent heeft als voordeel dat ze direct alle aandacht weet op te eisen. Het gevolg hiervan is wel dat ze een gigantisch verwachtingspatroon oproept. De vraag is dan als volgt, weet ze die gedurende Orgene waar te maken?

Blood Brothers knalt er nog harder in, en door haar vocalen ingehouden te vervolgen roept het een aangenaam mystiek gevoel op. De Franstalige achtergrond geeft het een prettig vervreemdend karakteriserend geluid mee. Nog meer zet ze haar handtekening neer. Hier staat ze voor, en daar moeten we mee dealen. Producer Liam Howe kan Sarasara volledig volgen, en stopt haar zwoele vocalen de nodige instrumentatie toe. Dan weer meer uptempo, met haar stem uitgesmeerd in meerdere echoënde lagen. Dan weer zo kaal mogelijk, om schijnbaar eenvoudig bij de kern van haar kunnen blijvend.

De enige smet die er valt op te merken is gevormd bij Tinkertoy. Sara zelf is hier niet verantwoordelijk voor. In de vorm van een duet durft ze het aan om met het enfant terrible Pete Doherty aan de slag te gaan. Gewaagde keuze, zijn wispelturigheid sijpelt hier ook doorheen. Het gebrek aan stemvastigheid wekt de indruk dat er een track is opgebouwd waar zijn onder invloed zijnde gemurmel het basisgegeven is. Hier omheen is met de nodige plakwerk iets van een net niet passende song gedrapeerd. Het wil net niet geheel schikken. Jammer, want verder valt er totaal niks op Orgone aan te merken. Misschien is er naast pionier Tricky nog een huis te koop, dan wel te huur. Beter dan met een verlopen gastzanger in zee te gaan.

Sarasara - Orgone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Minor Poet - The Good News (2019) 3,5

6 oktober, 17:42 uur

In de jaren zestig waren muzikanten bijna koortsachtig op zoek naar het ultieme popgeluid. Phil Spector legde zijn sterke basis met de Wall of Sound. Deze vrijwel volledig georkestreerde aanpak maakte veel indruk, zo ook bij opkomende grootheden als The Beatles. Een latere samenwerking tussen beiden zou min of meer pijnlijk falen. Maar even een stap terug. The Beatles wisten in navolging van deze methodische aanpak The Beach Boys te inspireren tot hoogtepunten, met hierop volgend de creatieve teloorgangen van beide bands. Vervolgens werd het stil, en niemand waagde zich meer aan het tot in perfectie uitbouwen van albums.

Wat heeft dit alles te maken met het onbekende Minor Poet. De kristalheldere sound van de genoemde voorbeelden komt op kleinere schaal terug in de vorm van het gelaagde mini album The Good News. Achter dit project gaat maar een naam schuil, namelijk die van Andrew Carter. Deze uit Richmond afkomstige Amerikaan beademt in alles het jaren zestig gevoel. Gooi hier nog de hitgevoelige zomerse flow van The Mamas & the Papas bij, en dan krijg je een duidelijke indruk waar Minor Poet voor staat. Om de nodige strubbelingen tegen te gaan is Carter alleen verantwoordelijk voor het eindresultaat. Live heeft hij wel een volledige band op het podium staan. Net als zijn debuut And How! is het een relatieve korte plaat, waarmee je direct het grootste struikelblok benoemd. Dit talent hoort eigenlijk in staat te zijn om met een langer werkstuk het publiek te verblijden.

Hoe uitgedokterd weerklinken de donkere bongo’s in samen menging met de zomerse cleane gitaarakkoorden van het perfecte popliedje Tabula Rasa, wat eindigt in een ouderwetse Doo-Wop uitloop. Met de nodige radio airplay zou dit in de jaren tachtig revival van the sixties een gigantisch succes kunnen opleveren. In het tijdperk dat radiostations minder bepalend zijn, blijft het een lastige opgave. Mede doordat het vooral nostalgische gevoelens op wil roepen bij de conservatieve veertigers. In de vroeger was alles beter mentaliteit is weinig ruimte voor nieuwe artiesten. Voor het hippe jongere publiek is het te saai en traag. Als veredelde single inclusief bonustracks zou het nog een beter waardeoordeel opleveren.

Tropic Of Cancer klinkt door de bas, gitaarriff en elektronica net wat eigentijdser, maar is in zijn totaliteit het zwakkere broertje van de sterke opener. Met het licht psychedelische ritme van Museum District wordt gepoogd een wat avontuurlijke track te maken, maar komt nu wat oubollig over. Daar willen de soulblazers en clichématige einde weinig aan veranderen. Reverse Medusa vat samen wat de vorige nummers al lieten horen. Ondanks de goede productie van Adrian Olsen is deze veilige constatering wel de feitelijke waarheid. Nogmaals, had het uitgebracht als single, en bij drie songs gehouden. De wat donkere theatrale aanpak en surfkoortjes van Bit Your Tongue / All Alone Now en de dromerige door saxofoon geprikkelde Nude Descending Staircase moeten het afleggen tegen het betere eerste trio.

Minor Poet - The Good News | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island (2019) 3,5

6 oktober, 17:41 uur

Stanley Brinks and The Wave Pictures is een samenwerkingsverband tussen Stanley Brinks en de Britse rockband The Wave Pictures. Stanley Brinks die in een ver grijs verleden nog gewoon André Herman Düne heette en samen met zijn broer David-Ivar de naar de achternaam gelinkte popduo Herman Dune oprichtte. André besluit uiteindelijk de band te verlaten. Na vele rondzwervingen settelt hij zich uiteindelijk in Groot Brittannië. Verschillende solo albums rijker stuit hij in het burgerlijk dorpje Wymeswold op de veelzijdige muzikanten van The Wave Pictures. Uit die ontmoeting komen ondertussen al vijf platen uit voort, waarvan Tequila Island het laatste verschenen is.

Voor de inspiratie van Tequila Island lijkt het dat ze niet verder zijn gekomen dan een bezoek aan de plaatselijke drankhandel. De wazige teksten zijn doordrenkt door alcohol, en de frontman klinkt als een verlopen straatmuzikant. Zijn sjofele uitstraling werkt hierbij ook niet in het voordeel. Live gebeurt er altijd van alles op het podium. De drinkebroers en zusters verschijnen schaamteloos op het podium om al dansend en zingend de band bij te staan. Niemand die zich hier verder druk om maakt.

Met de vrolijke klanken van Song of Siggi in mijn achterhoofd moet ik denken aan Summer in Siam van The Pogues. Het roept memorabele herinneringen op aan uit de hand gelopen bloedhete vakanties met exotische cocktails. Toch is het allemaal niet zo negatief bedoeld. De romantiek van verlate terrassen alleen bevolkt door een verliefd stelletje wordt met datzelfde gemak uit de gitaar getoverd. Dan is het Bob Dylan achtige Living Without You een stuk zeurderiger. Wanneer laat men de invloeden van deze volksheld eens achterwege. Een aanklacht gericht op vele folkies. Ook het uptempo swingende Like a Fool ligt tevens teveel in het verlengde van deze grootheid.

Met het door mondharmonica versierde prairie tranentrekker Underwater laat meer de gevoelige country kant horen. Zo ook het klompen stampende farmerslied Like a Song. Zo gemakkelijk wordt de overstap gemaakt van de Britse afgelegen landweggetjes naar het werkende plattelandsleven in de Verenigde Staten. Het fluitende titelstuk Tequila Island leid als gehaaide propper in de vorm van de rattenvanger van Hamelen alcoholisten elke avond weer naar de plaatselijke kroeg. Na een paar nikszeggende composities is de aandacht gewekt door het banjo gepingel in het barfly lijflied Gin in Me. Mooi somber ervaar je de drang naar de verboden vruchten.

De samenwerking heeft iets magisch. De trieste verhalende singer-songwriting zang van Stanley Brinks krijgt door de veelzijdige verbitterende begeleiding een gouden randje. Dat is nog het beste hoorbaar in de uitgerekte weg mijmerende blues van Four Times We Kissed en het daarop volgende Little Irene. Waar in tranen doorweekte gitaarakkoorden ondersteuning krijgen van de in Mexicaans mineur gestemde blazers. Vertellingen die overduidelijk handelen over de zelfkant van het leven. Stanley Brinks heeft genoeg droefheid als zware bagage meegedragen in zijn bestaan.

Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Anthony Laguerre - Myotis (2019) 3,5

6 oktober, 17:25 uur

Veel is er niet te melden over de Franse drummer Anthony Laguerre behalve dat hij van Nancy afkomstig is. Voorheen actief is geweest in de noiserock van FiliaMotsa, waar ook ene G.W. Sok een belangrijke rol in vervuld. Ja, hij is goed bevriend met de oude frontman van The Ex. Alleen daarom is het interessant om meer te weten te komen van de muzikale uitspattingen van deze excentrieke geweldenaar. Hij houdt het zelf het liefste zo eenvoudig mogelijk. Geen tracktitels, maar verfijnd tot de aanduiding van Romeinse cijfers. Zo telt Myotis in zeven totaal verschillende nummers. Als je een album naar het geslacht der vleermuizen noemt, dan verwacht je iets duisters wat het beste in het donker af te spelen is. Zo min mogelijk licht binnen latend en de totale concentratie liggend bij de zintuigen, met het gehoor als belangrijkste informatiebron.

Is Like It Is, de meest verse plaat van FiliaMotsa nog goed gearrangeerd tot een gemakkelijk verteerbaar product, bij Myotis is dit een stuk minder het geval. Het ondergrondse eerste hoofdstuk zou zich zo diep mogelijk in de voor publiek ontoegankelijke grotten kunnen afspelen. De schuilplaats van de gevleugelde familie, die vooral bekend staat als gevaarlijke ziektebron. Een minder vriendelijke uitstraling werkt ook niet in het voordeel. Dat is ook precies wat deze track oproept; onheilspellend en onbetrouwbaar. Luister je daar doorheen dan hoor je een sterk herhalend ritme en prachtige noise collages.

De geluidsstorm van het tweede gedeelte vergt al meer van het inlevingsvermogen van de luisteraar. Door een hoop gedraai aan knoppen waan je jezelf in het beklemmende gevoel wat totale weersverandering weet op te roepen. Was de eerste track nog gitzwart, deze is moerasgroen. Niet te doorgronden. Met de spaarzame slagen van het korte derde passage komen mijn gedachtes niet verder dan de glasbak naast de kerk, waar kwajongens op oudjaarsavond stiekem rotjes in gooien. Een hoop geknal, maar totaal stuurloos.

De vierde compositie is een terugkerende nachtmerrie. Meegesleurd worden de dieptes in. Door het minimale gebruik van industrieel geweld wordt juist nog meer op de innerlijke angst ingespeeld. De kunst van het weglaten met horribel effect. Door het volume op te voeren wordt het nog minder draaglijk. Dat lijkt mij precies de doelstelling van de kunstenaar. De schrikbare aanpak moet afschuw oproepen, waar hij treffend in slaagt. De passage die het meeste bijblijft. Dan is er onverwachts die explosieve overgang naar het zwaar industriële vijfde werkstuk. De roots van Laguerre mogen tot uiting komen in oorverdovend olievaten in herinnering roepend weerkaatsende krachtig drumwerk.

De totale stilte van de zesde track wordt omgezet door snel opeenvolgende percussie, geen rekening houdend met maten en ritme. Juist die dwarsheid roept het beeld van de free jazz op, waar ook zo min mogelijk vast wordt gehouden aan de geregelde structuur en vaste akkoordschema’s.

Die vrije invulling domineert ruim een kwartier lang in de door gongslagen introducerende finale. De hardheid staat synoniem aan de levensklok. Elke krachtige slag komt het definitieve einde dichterbij. Steeds doordringender en luider. Pas na ruim vijf minuten versuft de inleiding om plaats te maken voor gillende aanvallen op de geluidsbarrières. Met een hoop pijnlijk gepiep en klotsende drumpartijen worden de experimentele grenzen bijna strafbaar overtreden. In de laatste vijf minuten gebeurt er iets wonderbaarlijks. Onverwacht wordt ik helemaal meegesleurd door de meesterlijke veldslag van Laguerre achter zijn hoofdinstrument, het drumstel.

Anthony Laguerre kiest voor de minst gemakkelijke methode om zijn muziek tot de mens te brengen. En eigenlijk weet je na veertig minuten nog steeds niet concreet te benoemen waarvan je getuige van is geweest.

Anthony Laguerre - Myotis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Patience - Dizzy Spells (2019) 3,5

6 oktober, 17:25 uur

Het uit Londen afkomstige Veronica Falls zette zichzelf in 2011 op de kaart als veelbelovende nieuwe indie shoegazer act. De prachtige door de donkere jaren tachtig beïnvloedde sound leidde tot twee aangename albums. Na het verrasende gelijknamige debuut volgt al te snel de zwanenzang Waiting for Something to Happen In 2014 werd er ruimte gemaakt voor andere projecten en komt Veronica Falls op een laag pitje te staan. Nadat vier jaar later definitief de stekker er uit gaat wordt een maand later het trieste bericht naar buiten gebracht dat drummer Patrick Doyle onverwachts is overleden. Zangeres Roxanne Clifford gaat uiteindelijk voorzichtig verder met haar solocarrière. Het wachten wordt beloond, onder de treffende naam Patience brengt ze met het synthpop getinte Dizzy Spells haar eerste solo album uit.

Zou deze luchtigheid noodzakelijk zijn om totaal schoon aan een nieuwe fase in het leven te beginnen, of wil het rouwproces domineren. Ondanks dat er in de zang van Roxanne nog steeds wat dromerigs en neerslachtigs verborgen zit, zorgt de pompende elektronica voor een heerlijk ouderwets synthesizer gevoel. Lekker heen klooien met de herhalende Roland TR-505 drumbeats en de minimale mogelijkheden die de voorgeprogrammeerde discodeuntjes te bieden hebben. Veel meer was er vroeger niet nodig en ook nu stemt het tevreden. Het zijn allemaal compacte songs die de lengte hebben van een gemiddelde 45 toeren singeltje. Ze laat niet helemaal het verleden van Veronica Falls achter zich. Bassist Marion Herbain mag tevens plaats nemen achter de microfoon. Roxanne met haar hemelse hoge bereik gevolgd door Marion met de diepgaande rustige zware vocalen. De twee stemmen matchen prachtig met elkaar, waarbij Marion de frontvrouw weet te overtroeven in Aerosol, ondanks de onzekere zuiverheidsfoutjes.

Door haar zang distantieert Patience zich van haar mannelijke collega’s die met hun liefdesliedjes vooral de vrouwelijke fans tot zich wilden winnen. Want het was in de jaren tachtig veelal haantjesgedrag. Terwijl de boybands uitgroeiden tot serieus gewaardeerde artiesten, blijven de dames achter. Wilden ze iets bereiken dan was daar voornamelijk de Top 40 producer die de songs kant en klaar aanleverde. Dizzy Spells is helemaal uitgedacht door Roxanne Clifford. Ze straalt een brutale zelfverzekerdheid uit in The Girls Are Chewing Gum. Ooit was het stoer om meisjes die fel gekleurde hubba bubba kauwgom te zien kauwen. Het liefste inclusief de knappende bellen waarvan resten in de getoupeerde haren blijven zitten. Mierzoete tracks gezongen door een assertieve vrouw.

De onderdrukte twijfels laten Dizzy Spells zwaarder ademen. Nog steeds is het gemis van goede vriend Patrick Doyle hoorbaar in het sentimentele verloop. Zo’n impact bepaald je leven, het kost de nodige tijd om het verlies voor alle bandleden een plek te geven. Al is gitarist James Hoare de enige die zich nog wat afzijdig opstelt. Ondanks de verschillende kijk op de tracks laat ze pas bij de laatste track Silent House de elektronica meer los. Met de barokke pianobegeleiding verkent Patience de meer traditionele folk hoek. Zou dit de nieuwe richting worden? We wachten geduldig af. De opzet is dat Dizzy Spells de basis vormt van een allesomvattende live ervaring, waarbij de klinische sound vorm krijgt met de nodige gastmuzikanten. Ook de aankleding, belichting en een goede geluidsinstallatie krijgen de aandacht. Mooie idealen, hopelijk lukt het ze om ze waar te maken.

Patience - Dizzy Spells | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lettuce - Elevate (2019) 3,5

6 oktober, 17:25 uur

Lettuce is niet zo maar een band die eventjes aan komt waaien, al brengen ze wel een verfrissende wind in het uitgebreide funk landschap. Dit broeinest bestaande uit de meest creatieve muzikanten brengt ook orgelspeler Jeff Bhasker voort. Hij is degene die Mark Ronson bij mag staan in het opleuken met zijn Uptown Funk, en productionele bijdrages levert bij de meest uiteenlopende artiesten als Fun., Kanye West en Jay-Z. Dat zijn bijdrage gemist kan worden in deze uit Boston afkomstige formatie zegt meer dan genoeg. Vrijwel alle bandleden klussen nog bij in het broederschap Soulive, al staat het werk daarbij al zo’n tien jaar op een laag pitje. Elevate is het zevende album van dit speelgenootschap, die nog steeds het uiterste weet te vragen van hun kunnen, en waarbij grenzen gemaakt zijn om open te breken.

Het meest opvallende is wel hun zwoele soulbenadering van de Tears For Fears klassieker Everybody Wants To Rule The World. Man, wat zullen de heren Orzabal en Smith zich vereerd voelen met deze prachtige ode aan een van hun grootste hits. Toch wel een andere benadering als hoe Gary Jules Mad World aanpakte. Nu zitten we alweer jaren opgescheept met zijn zaaddodende afbraak van wat van oorsprong een geweldige song is. Laat de wereld zich dan de versie van Lettuce omarmen in het collectieve geheugen. Het is te gemakkelijk om deze eenheid te beoordelen door middel van een enkele cover, dus laten we het daarbij. Elevate heeft zoveel meer te bieden.

De futuristische knuffeldieren bliepjes vormen de basis voor Trapezoid. Daar gooit de diepe funk bas er nog een extra laag overheen en zorgen salsablazers voor het pittige evenwicht. Een prima ontvangst, maar het is wachten voor het echte baanbrekende werk. Die komt er vervolgens in het lazy slapping bastechnieken van Mister Erick “E.D.” Coomes in Royal Highness. Zijn onnavolgbare breaks laten zich al swingend volgen door de sax van Ryan Zoidis, die niet zoveel nodig heeft om zich te laten gelden. Met zes sterspelers in de gelederen ontstaat er normaal al snel jaloezie, Eric “Benny” Bloom dwingt met zijn trompet in het Bill Cosby achtige eindstuk ook nog al het respect van zijn collega’s af.

Meer heb je eigenlijk niet nodig, maar het vlamt er vervolgens van af in het ritmisch hoogstandje Krewe. Alsof er buiten op het vuurtje verschillende pannen staan te pruttelen. Gevuld met hete brij en exotische kruiden en specerijen. Het Hammond orgeltje van Neal Evans is samen met de trompet het toegevoegde uitheemse element, die het smeuïg tot je laat komen. Het mysterieuze Shmink Dabby ontwikkelt zich met de nodige big beat breaks tot een heerlijke laidback track. Zo klinken big beats dus als deze niet uit een kastje komt. Puur en eerlijk. Wat zou het geweldig zijn als een formatie als Lettuce live zou aanschuiven als special guest bij een bekende dj-set. De festivalgrond zou schudden van genot.

De zomerjam van Gang Ten kabbelt heerlijk voort. De ritmische basis van drum en bas vormt de springplank naar de verfrissende duik in de soul en funk catalogus. Steeds komen er andere instrumenten boven drijven, om vervolgens weer onder te dompelen in de zee van geluid. Ready to Live transformeert zich in een dansvloerklassieker, waarop je zo hard op los gaat totdat de dof uitslaande retro weerspiegelende tegels in barsten en scheuren uiteen vallen. Het spelen met spektakel en rust beleeft in de laatste categorie met Larimar weer mooi kalm stukje psychedelische P-funk op. De blazers verstoren het uiteindelijk toch nog, maar dit wordt niet als vervelend ervaren.

Je zou verwachten dat de blues net een trede te hoog gegrepen is voor deze alleskunners, maar dan heb je het mis. Voor Love Is Too Strong roepen ze de krachten op van hulplijn Marcus King. Deze veelbelovende bluesgitarist met rauwe hese stem die ergens zweeft tussen de soul en blues trekt de track volledig naar zich toe. Bij iedere andere act zou het niet passend zijn, de veelzijdigheid op Elevate vraagt duidelijk wel om deze bonus.

De dromerige fusion klanken van het futuristische Purple Cabbage gaan vreemd wel terug in de tijd naar hun uit 2002 afkomstige debuutalbum Outta Here. Het moederschip heeft het basisstation bereikt. Met gemak wordt hier ook de duistere swingbeat toegevoegd, waarna het weer ouderwets episch los gaat. Met in de hoofdrol de waanzinnige dolende bas van Coomes. De afsluiting wordt gecreëerd met een dubversie van het huzarenstuk Trapezoid Dub waarmee ze ook het startpunt vormden. De cirkel is weer gedicht.

Lettuce - Elevate | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Bleached - Don’t You Think You’ve Had Enough? (2019) 3,5

6 oktober, 17:25 uur

Vanuit het zonnige Californië lachen de twee assertieve zusjes Clavin ons toe. Don’t You Think You’ve Had Enough? is de derde plaat van de brutale Jennifer en Jessica die hier het meer ruigere bestaan achter zich gelaten hebben. Geen ingehouden woede, of de gefrustreerdheid van een gebroken nagel. Zelfs voor zoiets kleins is geen plek meer. Die wordt met gemak gepolijst of vervangen door een kunstnagel.

De nadruk van Bleached, want daar hebben we het hier over, is steeds sterker op het vlak van rock georiënteerde songs komen te liggen dan op Welcome The Worms. Er is door het uit Los Angeles afkomstige duo behoorlijk wat gesleuteld aan het inhoudelijk facet van de tracks waardoor het net allemaal een tikkeltje volwassener en professioneler overkomt. Voor de een is dit een verademing, voor de ander een afbreuk aan hun jonge honden mentaliteit. Dat drummer Spencer Lere ook nog een rol in het geheel heeft, wordt zowat verzwegen. Op de bandfoto’s is hij nergens terug te vinden.

Zou je bij opener Heartbeat Away nog wat meer aandacht voor de drums besteden en er donkere keyboardklanken aan toevoegen, dan zit deze zowat in de gothic rock zone. Al direct is duidelijk dat ze steeds meer van het punkrock imago af willen. De nadruk bij Hard to Kill ligt veel meer op de gestructureerde gestileerde jaren tachtig, met de hoofdrol voor de funkende discosound omlijst met een heerlijk stukje synthpop.

De vrolijke skatonen van I Get What I Need roepen tevens herinneringen op aan Robert Smith van The Cure in een vrolijke bui. Ook de met koortjes gevulde Somebody Dail 911 kan je feilloos in dezelfde periode plaatsen. Steeds meer putten ze de inspiratie uit de rijkelijk gevulde Britse nostalgische popencyclopedie. Met Valley to LA laten ze horen in staat te zijn om kant en klare echte popsingles te kunnen schrijven. Vijfendertig jaar geleden zou dit garant staan voor succes.

De catchy punkpopliedjes zoals Rebound City zitten nog in de lekkere rockchick hoek met duidelijke Amerikaanse nineties gitaarband invloeden. Wat inhoudt dat ze het stoere karakter nog niet kwijt zijn, maar wel een stuk doordachter in het leven staan. Nog steeds staan er genoeg recht toe recht aan songs, maar zo frontaal face smashend is er niet meer bij.

Wat moet het dan geweldig zijn om op het einde terug te verwijzen naar het gemodder en geploeter van de beginperiode. Shitty Ballet zou gezien kunnen worden als de definitieve afsluiting van de puberale ongein. Geweldig toch om op het slotakkoord nog eventjes alles te geven. Toch hou ik mijn hart vast, alwetende hoe het in verleden verliep met acts als The Bangles en Belinda Carlisle. Niet de soort toekomst die ik ze toewens, al brengt het financieel veel meer in het laadje.

Bleached - Don’t You Think You’ve Had Enough? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Bobby Oroza - This Love (2019) 3,0

6 oktober, 17:19 uur

Er is helemaal niks mis met gelikte soul. Vaak wordt zo’n album uit de kast gehaald als men veel plezier in de slaapkamer wil beleven. Goed hard gedraaid, zodat de buren de dag erna wel flink klagen, maar dan gelukkig alleen maar over de muziek. Soul had zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig, het krijgt nog een periode van her-erkenning in de jaren tachtig, en verdwijnt vervolgens steeds meer naar de achtergrond. En dan is er nu vanuit Helsinki opeens Bobby Oroza. Deze Finse artiest is verantwoordelijk voor het verrassende debuut This Love. Welke voornamelijk gezien kan worden als zijn voorliefde voor de grote artiesten die er in het verleden succesvol weten te scoren met hun klassiekers. De swing is aanwezig, maar tot het minimum terug gebracht. Hierdoor is er vooral ruimte vrij gekomen voor de sensualiteit.

Met zijn intellectuele ogende looks en iets wat gladde uiterlijk lijkt alles in zijn voordeel te werken. Staande achter een grote aardbol maakt hij zijn doel al kenbaar; de wereld veroveren. Je moet ook iets van arrogantie uitstralen, wil je rol als verbale ladykiller overtuigend over komen. Ondanks dat het dus erg smooth gepresenteerd wordt, staat er wel een klasse product. Het is allemaal perfect tot in de puntjes getimed. Door de vintage seventies orkestratie maakt hij zeker indruk. Met gemak wordt er in intro’s tevens een basis gelegd voor een vette raptrack. Toch gaat de voorkeur uit naar de meer swingende songs met opzwepend slagwerk. Zijn bekwaamheid om zelf veel te arrangeren en uit te werken is een prachtig gegeven, zeker in het verleidende orgelspel.

Wel mis je een stuk variatie, zeker bij de drums van grote naam Jukka Sarapää vervalt deze regelmatig in hetzelfde ritme. Met zijn achtergrond en bagage had hij er meer uit moeten halen. Nu komt het niet veel verder dan bekende hiphop breaks. De van oorsprong Reggae artiest Seppo Salmi weet dit echter recht te zetten met zijn gitaarakkoorden, die stevig de blues oproepen, maar ook kinky funky kunnen klinken. De bekende saxofonist Jimi Tenor is afwezig met zijn geblaas, maar laten horen dat hij een prachtig staaltje vintage gefluit kan neerzetten. De zichzelf toegeëigende titel van Soul King past absoluut bij de coole basloopjes van Sami Kantelinen.

Muzikaal is het dus allemaal dik in orde, zijn zang is ver bovengemiddeld, maar net wat zeurderiger. Hierbij blijft hij toch in de schaduw staan van zijn talrijke grote voorbeelden. In de vocalen moet er diepere rust en zelfverzekerdheid uitgestraald worden. Als lustopwekkend middel voldoet This Love meer dan genoeg. Als je alleen oog hebt voor je partner en een romantische avond dan kan deze prima gedraaid worden. Wil je een bredere analyse, dan is het niet zo bijzonder.

Bobby Oroza - This Love | Soul / Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Angie McMahon - Salt (2019) 4,0

6 oktober, 17:18 uur

Het lijkt wel alsof er afgelopen jaar bijna alleen maar albums zijn verschenen van vrouwelijke singer-songwriters. Het aanbod is immens, en bestaat ook nog uit een tig aantal geweldige eindresultaten. En ook de uit Melbourne afkomstige Angie McMahon kan er wat van. Met een dieper gelaagde donkere stem past ze perfect bij de ruwe schetsmatige begeleiding. Als ze hiermee de rokerigheid van kleine ouderwetse concertzaaltjes wil oproepen, dan is het haar treffend gelukt. Salt geeft het ultieme zaterdagavondgevoel neer. Op het laatste moment ergens in een barretje aanschuiven achter een tafeltje. Met het zicht op het podium, waar een zangeres met al haar hebben en houwen je probeert te raken.

Salt is een overheersende zachte plaat, die je dwingt tot luisteren. De begeleiding is zo intiem mogelijk gemaakt. Ondanks dat haar gitaar zo nu en dan aardig de nummers mag vergruizen met brekende uithalen, laat Angie McMahon standvastig ingetogen de songs beleven. Er staan alleen maar eigen fragiele composities op, de meer dan geslaagde cover versie van Neil Youngs Helpless ontbreekt, gelukkig maakt het overige aanbod alles goed. Het zijn allemaal tracks die ze solo live kan performen. Of ze krijgt hierbij hulp van bassist en tevens eindproducer Alex O’Gorman en drummer Lachlan O’Kane. Zo basic mogelijk zonder verdere maniertjes, om maar de aandacht bij de kern te houden, en dat blijft, ondanks haar aangename verschijning, toch de muziek.

Na de somberheid van Play The Game, krijgen we in Soon het eerste keermoment. Als het gitaarspel meer opent klinkt, past Angie McMahon direct haar vocale kunsten hier op aan. Het grote voordeel van jezelf begeleiden. Keeping Time heeft een heerlijk Americana vibe. Dit zijn de gelukzalige momenten waarbij alles perfect samen komt. Hierbij verheft ze haar stem tot kunstvorm, prachtig hoe diepte en hoogte elkaar afwisselen. Push is het volgende hoogtepunt, daar evenaart ze het soulgevoel van Greg Dulli van Afghan Whigs. Een groter compliment kan ik haar niet toedienen. Pasta krijgt een snelle retro postpunk behandeling door de fabuleuze straffe gitaarrock.

Het zijn de spaarzame momenten dat ze zich afkeert van de compactheid van Salt, die je vooral bij blijven. Neemt niet weg dat het een prachtig verzorgde plaat is. Het enige waar wat op aan te merken is, blijft de ongelukkige gekozen hoesfoto. Hierdoor zet ze zichzelf neer als een onverzorgde boerentrien, gekleed in tuinbroek. Dit staat zo ver af van het geluid waarvoor ze gekozen heeft. Weer eentje om in de gaten te houden.

Angie McMahon - Salt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

De Kift - Yverzucht (1989) 4,0

6 oktober, 17:16 uur

De Kift rammelt in eerste instantie voort met een sterk anarchopunkgeluid, dat beïnvloed is door de vaandeldragers The Ex, Balthasar Gerards Kommando en Svätsox. Die laatste band heeft tevens later boegbeeld Ferry Heijne in de gelederen. Vanuit de gekraakte voormalige directeurswoning van een papierfabriek in Wormer, Villa Zuid, broeien leden van The Ex en Svätsox op hun creatieve uitwerpselen waarmee ze het jonge anarchistische publiek hopen te besmetten tot uiting van onvrede tegen de kapitalistische maatschappij en hen toe zetten tot daden. Nadat The Ex zich steeds meer ging richten op de hoofdstad Amsterdam, blijft Ferry Heijne trouw aan zijn Zaanse geboortegrond. In 1987 richt hij De Kift op, waarvan twee jaar later het rauwe Yverzucht verschijnt.

Met de van Rondos en The Ex afkomstige creatief kunstenaar Wim ter Weele en zijn kenmerkende dravende drumspel, schreeuwlelijkerd Maarten Oudshoorn die zijn teksten over het publiek heen spuugt en de strak over de bassnaren heen wandelende Jacco Butter vormen ze de basiseenheid. Ferry richt zich voornamelijk nog op het gitaarspel. Sporadisch haalt hij de trompet te voorschijn en eist nog niet de rol van theatrale frontman op. Nog voordat het debuut het licht ziet brengen ze een jaar eerder een single uit die hun bandnaam draagt. Alleen Nat & Stinkend Stroo zal de release van Yverzucht halen. De Dag en Haat vallen uiteindelijk af. Nat & Stinkend Stroo is nog echt een klassieke punksong, met het schelle gitaargeluid en dreigende opzwepende drums. Maarten Oudshoorn bewijst een bovengemiddelde punkzanger te zijn, waarbij de logica in de voordracht duidelijk terug te horen is. De Kift wil verstaanbaar de boodschap overbrengen; iets waar ze gedurende hun carrière standvastig achter blijven staan. Al zal het in het vervolg een minder negatief beeld schetsen, de teksten op Yverzucht sluiten perfect aan op de idealen van de anarchistische beweging, gericht tegen de decadente teleurgang van het Westen, met licht communistische verwijzingen.

Code het alfabet ramt er hard op los. Hier wordt de ruimte al ingevuld door de later oh zo belangrijke blazers. Hier zijn ze actief als verlengstuk van de punk. Swingend weten ze net als bij de skabeweging een extra dimensie aan toe te voegen maar de band is nog een flinke stap verwijderd van het latere fanfaregeluid. Het zaadje is geplant, en het ontkiemingsproces wordt in gang gezet. De onstuitbare energie vormt het belangrijkste terugkerende basiselement. Het tegenstrijdige geklooi in Vlijt is de voorbode van wat er nog zal volgen. Met Staal op staal hoor je voor de eerste keer de latere richting duidelijk terug. Een herhalende groove van drum en bas met daaroverheen al de fanfareklanken en krassend gitaarspel van Ferry Heijne. Doordat hij zich nog niet op de zang hoeft te concentreren krijgt hij alle ruimte om zijn muzikale verleden te laten horen.

De vervolgens totaal uit het zicht verdwenen Jacco Butter mag met zijn trillende basloopje Blind naar zich toe trekken. Het enigszins ontstemde gitaargeweld mag hierbij tegengas geven. De gemeende boosheid van de zanger krijgt vorm in zijn krachtige uithalen. Sokke met gaten is vervreemdend, met op de achtergrond het krolse aanwezige blaaswerk als gapende, vervelende toeschouwers. De muzikale pamfletten die Dwars bewoorden gaan ondersteund door de psychobilly weer terug naar de oerkern van het punkverleden. Ook het rammelende snelle Ademnood ligt geheel in de verlenging van de voorganger, met vurige verlangens naar eerdere punkidealen waar zware legerkistjes in een-twee-drie tempo het ritme aangeven.

Bokke ze neer is waarschijnlijk wel de bekendste track van Yverzucht. Met duistere fanfareklanken van een orkest dat voor de duivel lijkt te spelen is dit de absolute voorbode van het latere zo kenmerkende geluid. Alsof er na de ochtendmis flink wordt doorgezakt in de plaatselijke kroeg om vervolgens grimmig aan de wekelijkse verplichtingen te voldoen. Een huilende trompet begeleidt het zootje ongeregeld naar de rand van de afgrond. Wat moet er door de hoofden van de bandleden heen zijn gegaan toen ze het nummer voltooid hadden? Hebben ze het besef gehad dat dit een bloeiende periode van alweer dertig jaar oplevert? De totale gekte van de Hollandsche salsa in Adrenaline overdosis laat de onverschillige schijt aan de wereld mentaliteit nogmaals horen. Hiermee laat De Kift horen dat in het koude Nederland ook exotische nummers gemaakt kunnen worden, lomp, snel en eerlijk.

Met (Hartstikke) gek wordt vanuit akoestische gejam naar overspannen gefreak toegewerkt. Opvallend zijn hier de geschoolde blazers die gearrangeerd een vet tussenstuk verzorgen. Met een heuse tornado aan percussie-instrumenten waait De passie van de slager tegen alle windrichtingen in. Boven deze oorverdovende explosies ratelt Maarten Oudshoorn in volle vertrouwen door met zijn gemeende voordracht terwijl slager Wim ter Weele hem alle hoeken van de studio laat zien. Het griezelige intro van (Hou je) oren (open) overstijgt het punkverleden. Doordreunende baspartijen krijgen ondersteuning van gitaar en blazers, werkend tot aan een spannende climax. Dit korte hoorspel is een treffend eindstuk van de plaat. Yverzucht is vanwege het zoekende karakter misschien wel de meest veelzijdigste plaat van De Kift, al klinkt deze ook het meest gedateerd. De noodgedwongen groei die ze ondergaan na het wegvallen van de leadzanger zal hun kenmerkende sound tot gevolg hebben.

De Kift - Yverzucht | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Mega Bog - Dolphine (2019) 3,5

6 oktober, 17:16 uur

Nadat Meg Duffy net haar persoonlijke shit van zich af gezongen heeft onder haar alter ego Hand Habits op Placeholder, verschijnt ze nu weer in haar begeleidende rol als gitarist op het vijfde Mega Bog album Dolphin. Haar aandeel is ook nu weer zo bepalend. Het lijkt wel dat de in mineur gestemde rol haar goed beviel, getuigende het meer ingetogen spel. Toch is Mega Bog nog steeds voornamelijk de band van de uit Seattle afkomstige singer-songwriter Erin Birgy, al zorgt haar exotische aanpak bijna voor het etiket chansonnière. De band bezit verder met bassist Matt Bachmann, James Krivchenia voor de sfeer makende percussie en Derek Baron op drums een sterke basis. Bijgestaan door een overschot van verschillende gastmuzikanten zijn ze verantwoordelijk voor het swingende geluid van Dolphin.

Al vanaf For the Old World gaat Erin Birdy er vol in met een opener, zeg maar gerust wereldser geluid. Na het postpunk begin shopt ze met gemak tussen verschillende invloeden en culturen waardoor het net wat lastiger te plaatsen valt. Het komt alles behalve rommelig over, de statische gotische uithalen halverwege laten haar vocale capaciteiten de eerste keer duidelijk gelden. Dit weet ze op Diary Of A Rose op dezelfde prachtige manier op te roepen. Dolphin is bedoeld om in weg te dromen, maar laat ook meer donkere kanten van zich horen. Met een basis van dreampop schakelen ze met gemak om naar funky luisterliedjes en meer steviger rockwerk, en dit allemaal feilloos verwerkt in de songs zoals in het hoogtepunt I Hear You Listening (To the Bug on My Wall). Ook de jazzy Bossanova klanken van Thruth in The Wild zorgen voor een aangenaam klanktapijt. Het beklemmende titelstuk Dolphin heeft zelfs new age als uitgangspunt. Prachtig dat ze juist door het gebruik van veelzijdige sessiemuzikanten het allemaal wat sfeervoller weet uit te drukken.

Met welke gedachtegang in haar achterhoofd lijkt Erin Birdy van start te zijn gegaan? Of zou ze zich volledig hebben weten te leiden door haar gevoel. Op dit soort momenten vraag ik mij af wat er eerder is geweest; de teksten of juist de muziek. Door sfeermakers als Aaron Otheim, Will Murdoch en Zach Burba krijgen de synthesizers een prominente rol. De tracks die zij mede mogen invullen dragen het eeuwige herfstgevoel van het koude oorlog tijdperk. Wordt de ruimte bewoont door blaasinstrumenten, dan roepen ze juist weer sterk het verfrissende voorjaar op. Dit openbaart zich nog het beste na de kakofonie halverwege Fwee Again, om vervolgens gesteund te worden door een overschot van vocale samplers. Het blijft afwegen of het klaagzang is of vreugde, laat ik het positief bij het laatste houden. Deze weten de plaat ook af te ronden in Waiting In The Story.

Met de dominante zang van Ash Rickli in het schijnbare niemendalletje Spit in the Eye of the Fire King zit ze weer op het terrein van de folky psychedelische protestzangers. Het luchtige lachje op het einde benadrukt nogmaals dat het allemaal niet te serieus opgepakt dient te worden. Hoe wrang is het dat Ash de uiteindelijke opnames nooit zal terug horen. Net de dertig jaar gepasseerd overlijd hij in november 2017 totaal onverwachts aan een hartaanval. Hoe bijzonder is het om hem hier nog met veel plezier te horen zingen. Ik ga er vanuit dat ook zijn nabestaanden hem op deze manier het liefste in memoriam eren. Alleen hierdoor al een indrukwekkende song die Dolphin gelukkig heeft mogen halen.

Mega Bog - Dolphine | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Local Store - Magpie and the Moon (2019) 3,5

6 oktober, 17:10 uur

Dat het Noorse Local Store een aangenaam zijproject van Bjørn Klakegg is hoor je sporadisch terug. Veel minder ligt de nadruk op de progrock, iets wat bij zijn bekendste band Needlepoint wel het geval is. Wat wel sterk opvalt is dat de basis hier ook ergens in de jaren zeventig te vinden is. Dat deze frontman in een ver verleden samen met Harald Skullerud in 1999 het jazzalbum Gloria heeft uitgebracht is nog minder blijven hangen. We hebben hier te maken met een gelauwerde gitarist die ondertussen al de zestig jaar heeft aangetikt. Deze grootheid is nog steeds relatief onbekend, en de mooie klanken van Magpie and the Moon zullen daar schijnbaar helaas weinig veranderingen in brengen.

Klakegg stelt zich niet pretentieloos op, hij bewijst dit met het overbrengen van zijn bekwaamheden en vakmanschap. Het is niet vreemd dat Matthias Krohn Nielsen als tweede gitarist een mooie extra dimensie aan het geheel geeft. Wetende dat hij dit grotendeels als leerling van de frontman heeft geleerd. De inspiratie die Matthias Krohn Nielsen vervolgens heeft opgedaan in andere bands, zorgt ervoor dat hij ook bij Local Store voor de nodige invulling garant staat. Het tweetal wordt tot een kwartet gevormd door Magnus Tveten op bas en Tore Ljøkelsøy achter de drums.

Magpie and the Moon kent een bescheiden opbouw. Met het folky titelnummer krijg je rustig de kans om langzaam de aandacht op te bouwen. Met twee geschoolde gitaristen is het overduidelijk waar de gedachtes het meeste naar toe getrokken worden. Ondanks dat hun spel aardig in de Americana hoek liggen, weten ze er een eigen draai aan te geven. Het vlugge fingerpicking werk met hysterische rockuithalen gooit het al direct op een andere boeg. Als de song op het laatst zijn adem uitblaast heb je ook tijd om eventjes bij te komen. Helaas blijft de wat softe zang achter bij het goed gespeelde geheel, en soms wordt er net een fractie teveel bij de gitaren stil gestaan. Hierdoor lopen bepaalde eenzijdige nummers net iets te stroef. Bij het meer psychedelisch getinte Howling krijgt Tore de opdracht om het ritme wat meer op te voeren. Alleen daarom krijgt het veel meer impact. De samenzang blijft wat gezapig, maar muzikaal maakt het veel goed. Mede doordat de gitaar bijna vlam lijkt te pakken, en er de meest indrukwekkende akkoorden tevoorschijn worden getoverd.

Het hoogtepunt wordt gevormd met The Riverside. Deze donkere track verbergt de nodige mysterieuze postrock geheimen die door het zwaardere retro duisternis aan de buitenwereld worden getoond. Het lijkt wel alsof de instrumenten een stuk lager gestemd zijn. Hoe ze het ook klaar spelen, dit is de toevoegende waarde die een plaat als Magpie and the Moon net nodig heeft. En dit alles gestopt in een song die net de drie minuten haalt. Vote for the Dog laat de gitaar vervolgens janken als een mondharmonica. Dit foefje komt echter alleen maar in twee keer tot uiting. Wel mag er vervolgens nog eventjes flink gescheurd worden. Voor de gevorderde gitarist is het allemaal prachtig. Genoeg om volledig uit te pluizen en na te spelen. De gemiddelde luisteraar zal waarschijnlijk juist daarover struikelen. Al valt niet te ontkennen dat het allemaal zeer goed in elkaar steekt.

Local Store - Magpie and the Moon | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

B Boys - Dudu (2019) 3,5

6 oktober, 17:08 uur

Wat is het gaaf om als buitenstaander een battle tussen twee b-boys groepen mee te mogen maken. Met wederzijds respect probeert de een de ander af te troeven. Wetende dat de band B Boys uit New York komt, nog steeds een van de hiphop hoofdsteden van de wereld, dan verwacht je een vette East Coast plaat gevuld met de nodige breaks. Hoe verrassend is het dan om rauwe funkende gitaarrock te horen, gesigneerd met een afgeragd punkrandje. De B staat hier voor Brooklyn, thuisbasis van het trio Andrew Kerr, Brendon Avalos en Britton Walker. Gewapend met de kerninstrumenten gitaar, bas en drums slaan ze hun slag in het geruïneerde postpunk slagveld.

Met Dudu gaan ze verder op de ingeslagen weg van het debuut Dada. Het zou niet eens zo vreemd zijn als ze het volgende album Dee Dee zouden noemen, naar de eerste Ramones bassist. De snelheid en compactheid van de songs heeft nog enigszins raakvlakken met deze baanbrekende culthelden uit New York. Toch staan de cartoonachtige figuren die allen hun Stairway To Heaven bewandeld hebben verder niet centraal, maar wagen de B Boys muzikaal de overtocht naar de bruisende jaren zeventig van het Verenigde Koninkrijk.

De kapot gezongen hese zang komt nergens te agressief en boos over, maar is een middel om overtollige energie kwijt te raken. Dat ze hiermee in staat zijn om iets moois te creëren lijkt het voornaamste belang. Goed doordacht voegen ze daar de rommelige goedkope gitaarsound aan toe. De kunst is om vervolgens niet met opgeheven vingertje het highschool gevoel op te roepen. Hiermee voorkomen ze dat ze ten onder gaan aan pretentieuze bullshit. Wijdbeens en geaard staan ze voor sympathie bij de ouderwetse hardcore scene, maar tevens respecteren de gitaar georiënteerde indiepop liefhebbers deze eerste klas punksprinters. Met het New Wave achtige On Repeat als duidelijk voorbeeld hoe ze ook een breder publiek kunnen overtuigen.

De oerknal die de punk halverwege de seventies veroorzaakte dendert nog steeds voort. Nog steeds schreeuwen raddraaiende jongeren hun onvrede van zich af in gemakkelijk mee te brullen slogans die als een mantra het straatbeeld bevuilen. Zo lang die behoefte sterk aanwezig is, weet je dat er nog steeds geen stabiliteit heerst in de wereld. De working class mentaliteit van B Boys is hier het zoveelste voorbeeld van. Wel is de verpakking een stuk aanstekelijker en klantvriendelijker dan vroeger.

Jongeren van nu hebben vaak geen geleerde psychologen nodig om de lastige overstap naar de hedendaagse maatschappij te maken. Ook daar domineren de regeltjes, waarden en normen. Eensgezindheid met gefrustreerde leeftijdsgenoten is regelmatig een betere therapeutische basis. Nog steeds staan er generaties op en boegbeelden die het verzet oproepen. Het grote nadeel blijft dat deze verfrissende jeugdigheid in vrijwel alle gevallen zal leiden tot het serieuze volwassenheid. Maar dan is er wel weer een nieuwe band die de barricades trotseert. Nu prijzen we onszelf gelukkig met deze veelbelovende gasten uit Brooklyn.

B Boys - Dudu | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Blanck Mass - Animated Violence Mild (2019) 4,0

6 oktober, 17:06 uur

Onvrede is een creatieve voedingsbron voor veel kunstenaars. De frustraties die het oproept worden omgezet in een doelgericht proces. Zo vormt dit ook de katalysator voor het heftige nieuwe project van Benjamin John Power. Als Fuck Buttons maakte hij samen met Andrew Hung al een aantal geweldige platen voordat hij in 2001 Blanck Mass opzette. De wereld hoorde een jaar later tijdens de Olympische Spelen in Londen de track Sundowner waar The London Symphony Orchestra deze bijna onherkenbaar verwerkte in de openingsceremonie. Speciaal voor Record Store Day gooit hij Violence van Editors in de mix, invloeden die ook terug te horen zijn op het vierde Blanck Mass album Animated Violence Mild.

Na een rommelig Intro overweldigd Benjamin John Power met zware industriële aanslagen die ergens vanuit de progrock basis overgaan in demonische black metal achtige zang. Dead Drop overrompelt en gooit alle gefrustreerde energie er uit. Teleurgesteld in het persoonlijke leven en de alles verslindende consumptiemaatschappij spuugt Blanck Mass direct al zijn boosheid over ons heen.

Totaal verdoofd vervolgt hij zijn lijdensweg in het stuiterende en stukken toegankelijkere House vs. House. De duisternis barst open als de lichtere dance invloeden passeren. Door het universele karakter komt hij direct tot de kern van zijn boodschap. Een track die is opgesteld als een alles bereikend massaproduct. Het vermogen om een breder publiek te bereiken, iets waar de producer juist zo argwanend en met afschuw zijn onmin over uit. Hoe tegenstrijdig is dit als je weet dat hij zijn naam heeft geëtiketteerd aan de grootste sportgebeurtenis van de wereld. Het euforische karakter roept herinneringen op aan de hoogtijdagen van populaire dance acts die in de jaren negentig de festivalgronden domineerden.

Met de Eurohouse van Hush Money bevinden we ons op het vlak van foute Duitse jaren tachtig kitsch. Perfect passend in het thema door het beeld van zure regen, haarlak en fluoriderende producten die het milieu aantasten. In die lijn dendert Love Is a Parasite door, al is het juist door de ingehouden passages dynamischer. Op het moment dat de eenzijdigheid op de loer ligt wordt halverwege de dreampop opgezocht. Tegen het einde is daar gelukkig weer dat verziekende duiveltje die vocaal de nodige dreigende zinnen uitbraakt. Met het theatrale Creature / West Fuqua blijven de invloeden van de doemrock aanwezig. Verzachtende harpklanken geven het een aangenaam futuristisch sfeertje mee, waardoor er plotseling ruimte is vrijgekomen voor een meer new age benadering.

De meer experimentele tapeloops van No Dice zet Blanck Mass het project voort in de industriële hoek, al is het net wat luchtiger van toon. Met de heftige finale Wings of Hate sluit het af als een militante Electric Body Music track. De grimmigheid benadrukt nog eenmaal de gedachte achter Animated Violence Mild; een postmodernistische filosofie die zich als een aanklacht tegen de onrechtvaardige machtspositie van de megaconcerns richt. De vergiftigende appel op de hoes staat centraal voor al dat mooie wat de natuur bied, en de mensheid die deze vernietigd.

Blanck Mass - Animated Violence Mild | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Trash Kit - Horizon (2019) 4,0

6 oktober, 17:04 uur

Het uit Londen afkomstige Trash Kit wil op hun vorige twee albums Trash Kit en Confidence nog erg gejaagd klinken. Met de snelheid van een gemiddelde punkband werken ze zich in hoog tempo door de nummers heen. Of deze met The Ex bevriende band tips heeft gekregen van deze ouwe rotten in het vak, of dat ze zelf het initiatief genomen hebben, is niet duidelijk. Wel hebben ze in het voorprogramma genoeg inspiratie op kunnen doen. Iets wat voor beide partijen zo goed is bevallen, dat The Ex ze ook nu weer heeft gevraagd als een van de support acts. Het gegeven dat het veertigjarige bestaan van deze van oorsprong oer punkers moet een gigantisch feest moet worden. Je hoort in alles op Horizon een bredere kijk op de wereldmuziek terug. Daarmee opereren ze op hetzelfde level als The Ex, die hedendaags ook verschillende culturele aspecten een plek in hun muziek geeft. De noise held Thurston Moore van Sonic Youth mogen ze ook tot hun bewonderaars rekenen.

Nog verder leiden de combinatie van Afrikaanse ritmes en ouderwetse postpunk invloeden tot songs met kop en staart. Niet dat Rachel Horwood nu stil achter haar drumstel zit. Ze is echter gegroeid in het structuur aanbrengen in haar experimentele slagwerk. De percussie wil steeds meer een sturende rol op zich nemen, waardoor Gill Partington met haar bas gemakkelijker aansluiting vind. Met deze basis komt het dromerige, hoekige gitaarspel van Rachel Aggs veel meer tot haar recht. De samenzang van de twee Rachels geeft het net wat extra’s, al is het de gitarist die de hoofdvocalen op zich neemt.

In openingssong Coasting hoor je dat direct al terug. Doordat het allemaal niet zo ingemetseld is, blijft er ruimte voor de sfeervolle cello van Coral Rose en het vioolspel van Emma Smith. Met het exotische werk van Rachel Aggs in Every Second ervaar je een meer geschoolde ontwikkeling. Als een traditionele zigeunerartiest werkt ze zich door het akoestische intro heen. Het grote verschil met de vrouwelijke bands van rond 1980 is dat Trash Kit niet feministisch en hysterisch klinkt. De zang ademt net wat meer liefde uit, en wil minder steken. Sterker nog, door minder tegenstrijdige beats, nodigt het daadwerkelijk uit om op te bewegen.

Prachtig om in een typisch Afrikaans nummer als Dislocate te ervaren dat Rachel Horwood waarschijnlijk in een grijs verleden verplicht piano lessen heeft moeten volgen. Een combinatie die minder vaak toegepast wordt, maar wel treffend in elkaar overloopt. Zo maakt Trash Kit een vluchtig uitstapje richting jazz, een genre die je ook terug hoort in het titelstuk Horizon. Ook door deze invulling krijgt het afsluitende Window dezelfde vrouwelijke toetsen massage.

Het meest verrassende blijft toch wel het instrumentale Disco. Ramt Trash Kit op hun debuut nog zeventien tracks in minder dan een half uur uit de speakers, hier wagen ze zich aan een song die ruim de zeven minuten aantikt. Vreemd genoeg wordt hier wel veel meer terug gegrepen naar het opgefokte karakter van de beginperiode. De saxofoon van Dan Leavers geeft net genoeg tegengas. Op het veel geprezen The Comet is Coming – Trust in the Lifeforce of the Deep Mystery is hij een van de grote smaakmakers achter de synthesizers en laat hij held Shabaka Hutchings de sax, als geen ander, bespelen maar hier laat hij zelf horen ook niet bepaald onverdienstelijk te spelen. Hij pompt Disco zowat tot ska bereikende hoogtes, om vervolgens bijna fluisterend meer de achtergrond in te duiken. Eerlijk is eerlijk, zonder Dan Leaves zou het allemaal een stuk minder overtuigen. Het trio heeft zich ontwikkeld tot een salsa van opzwepende en pittige ingrediënten. Live krijg je de komende tijd vijf keer de kans om dit in Nederland te ervaren.

Trash Kit - Horizon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Dommengang - No Keys (2019) 4,5

6 oktober, 17:04 uur

Sinds de blues en rock eind jaren zestig een collectief huwelijk afsluit, en uit dat geheime verbond de bastaardzoon hardrock voortkomt, blijven de volgelingen generatie op generatie de wereld bestieren. Altijd blijft de behoefte naar deze pure, rauwe zijtak aanwezig. Wel wordt er vaker gepoogd om meer strak naar de roots terug te keren. Met de nodige psychedelica ingrediënten en creatief soleren wordt de capaciteit van de versterkers verkent. Nu de aandacht zich voornamelijk richt op de groot geworden gesettelde namen, blijft de achterhoede veelal buiten beeld. Tijd om stil te staan bij een van de nieuwe zendelingen. Het Californische trio Dommengang levert met het sterke No Keys alweer hun derde volwaardige plaat af.

In het spacende Sunny Day Flooding wordt de effectenpedaal bijna vermorzeld tot een vuig jaren zestig garagerock niveau. Dan “Sig” Wilson laat zuigend de meest smerige geluiden op je los, alsof er een pact met de duivel is afgesloten. “Search and Destroy”. Om vervolgens de meest waanzinnige heldere postpunk klanken uit zijn gitaar tevoorschijn te toveren. Adam Bulgasem ruïneert met grof geweld alles tot verpulverd puin, terwijl Brian Markham zijn vingers open brand aan de dikke logge bassnaren. Hoe is het vervolgens mogelijk om hier nog acht nummers aan toe te voegen, als alles al totaal stuk gespeeld is.

In het rustig opbouwende Earth Blues wordt er een vangnet ingezet om de akkoorden een aangenaam spanningsweb te laten spinnen. Dit om te voorkomen dat de song verzuipt in eindeloos groovend gefreak. Deze structuur laat zich vermengen tot een duizelingwekkende opeenhoping van stijlen waar de blues er als uiteindelijke winnaar uit komt. Woest gaat Wilson voor de eerste keer ongetemd los in Wild Wash om vervolgens zijn onverschillige druggy zang er aan toe te voegen. Het zijn allemaal duidelijke invloeden van andere acts, de originaliteit is vooral te vinden om dit als een onmogelijke puzzel passend te maken. Waarschijnlijk nog een lastigere opgave.

Het hypnotiserende Stir The Sea smelt samen tot een gigantische brok aan druipende liquide mixtuur, waar de voedingsbodem getoxideerd wordt tot een langwerkend verslavend goedje. Je gaat helemaal op in hallucinerende werking van de track. Het spookachtige Blues Rot is enkel een aankondiging die leid tot Kudzu waar de bas een postpunk basis neerlegt. Daaroverheen volgt een ritmische trippende Madchester dekentje, waar de echtheid van de instrumenten reguleert dat het zich niet verstikkend en chaotisch ontwikkeld.

De serene rust van Arcularius: Burke krijgt kleur door het brede palet van de regenboogklanken die zich samensmelten tot muzikale vloeistofprojecties mengend tot de basisbeginselen van de hardrock. Het krachtige duo bestaande uit drum en bas stuwt het door de versnelde geluidsgolven om vervolgens te exploderen in vette solerende bluesrock. Nu de rem er helemaal af is kan Dommengang ontspannen methodisch te werk gaan zonder te verzuipen in het aansluitende Jerusalem Cricket. Geen nieuwe invalshoeken, maar eerder een hoorbare verfijning van het geluid.

Na dit spannende verloop valt Happy Death (Her Blues II) ondanks de jankende gitaar een beetje tegen. Meer nog wordt de basis opgezocht met een oud en geleefd klinkende Dan Wilson. Na zo’n aardverschuiving wil het allemaal te gewoontjes over komen. Neemt niet weg dat Dommengang gezegend is om zo veilig mogelijk af te ronden.

Dommengang - No Keys | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Jay Som - Anak Ko (2019) 3,5

6 oktober, 17:01 uur

Als dochter van Filipijnse immigranten brengt Melina Mae Duterte onder de naam Jay Som heerlijke softpop platen uit. Het zonnige Los Angeles zorgt voor de persoonlijke twist, waardoor ze een stuk minder beklemmend en grijs klinkt dan haar grote voorbeelden die in de jaren daarvoor het fundament gevormd hebben voor de muzikale ideeën van Melina Mae. Anak So staat in het Tagalog voor “Mijn Kind”, en zo beschouwen veel artiesten een nieuwe plaat, als hun kindje. Na het opnameproces mag de releasedatum gezien worden als een zware bevalling. Na het buitenechtelijke met voornamelijk demo’s gevulde Turn Into weet ze de aandacht te trekken bij de platenmaatschappijen. Everybody Works is wettelijk erkend bij Polyvinyl Records, waar ze nu ook de geboorte viert van haar derde album Anak So.

Door de veelal lieve vriendelijke benadering begeeft deze indie singer-songwriter zich regelmatig op het randje van kinderlijke speelsheid. Het zoetlieve karakter van de nummers mag hierdoor soms wat saai en afwezig over komen. Jammer, want muzikaal gezien zit dit eenmansproject prima in elkaar. Met de nodige tijd en aandacht is er gewerkt aan genoeg variatie, die pas na meerdere luisterbeurten echt opvallen. Dit komt nog het beste tot uiting in het prachtige titelstuk Anak Ko. De wisselingen in de keyboardbegeleidingen zouden centraal kunnen staan voor de constante klimaatveranderingen van de Filipijnen. Na de trippende herhalende beats komt vooral het dreigende tussenstuk prachtig over, als een opkomende onweersbui die plotseling tot uiting komt, terwijl een paar secondes daarvoor nog de frisheid de overhand had. Door de minimale echo effecten op de vocalen wil het aangename mistige vertwijfeling oproepen.

Door de verstilde postpunk kan Jay Som het ene moment triest overkomen, terwijl vervolgens vreugdevol de zon op je gezicht schijnt. Anak Ko laat je een wandeltocht tussen de seizoenen maken waarin de vier basis elementen terug lijken te komen. Lucht staat centraal in zweverige songs zoals de huppelende dreampop van Superbike en de spirituele new age van Devotion. Vuur komt terug in de met postpunk gevormde If You Want It, dat vooral door de stugge donkere baslijnen en ontvlambare gitaarspel uitgroeit tot het tweede hoogtepunt van de plaat. Het dynamische Peace Out heeft met de dreigende serieuze zang het aardse en onzekere in zich van de grunge generatie. Water vind je in de kristalheldere met countryslide gitaar bewerkte afsluitende Get Well, wat rustig voort kabbelt op de bewegende rustgevende mediterende watergolven.

Jay Som komt met een verbintenis tussen de traditionele achtergrond en opvoeding en de Westerse invloeden van haar daadwerkelijke thuisland. Als Anak Ko staat voor haar kind, dan kan zijzelf beschouwd worden als universele moeder. Zou ze op een volgende plaat de vlakke luchtigheid vervangen door meer pittige brandbare tracks en een open visie, dan zou dat een spannender geheel opleveren.

Jay Som - Anak Ko | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

New Model Army - From Here (2019) 4,5

6 oktober, 16:59 uur

Van de basis van anarcho rockers New Model Army uit Bradford is alleen frontman en doemdenker Justin Sullivan over. Na de glorietijden in de jaren tachtig krijgt de band een zware klap te verwerken als bij drummer Robert Heaton pancreaskanker wordt vastgesteld. In 2004 zal hij op de jonge leeftijd van 43 jaar bezwijken aan de oneerlijk gevoerde strijd. Deze impact heeft tot gevolg dat de band zich steeds wranger en slepender presenteert. New Model Army wisselt vervolgens regelmatig van bezetting, van de stabiele eenheid uit het begin is niets meer over. Het lijkt mij ook verdomd lastig om je opnieuw te binden aan bandleden, als zo’n bepalend lid is weg gevallen. Live staat het nog steeds als een huis, en ook de albums blijven van constant hoog niveau. Het bestaansrecht hebben ze nog steeds, getuige de trouwe volgelingen die ze concert na concert blijven volgen.

Na het optimistische Today Is A Good Day van tien jaar geleden volgt het lawaaierige Between Dog and Wolf met de dominante percussie. In 2016 komt het koude en kille Winter uit. Het veertiende volwaardige studioalbum From Here sluit daar nog het beste op aan. De krachtige stem van Justin Sullivan klinkt nog net zo sterk als 35 jaar geleden. Ondanks dat er wel wat van zijn rebelse houding is afgesleten, weet hij zich zoals altijd maatschappelijk kritisch op te stellen. Het milieu en de weersveranderingen door een opwarmende aarde blijven thematisch terug komen. Eigenlijk is er bar weinig veranderd sinds de angst voor de gevolgen van de zure regen, alleen wordt het gevaar tegenwoordig plasticsoep genoemd. Zijn gemeende oprechtheid treft je ook nu weer recht in je hart.

Het producersteam Lee Smith en Jamie Lockhart mag net als bij de vorige twee albums de omlijsting verzorgen van het schilderachtige From Here. Deze samenwerking heeft zijn bittere vruchten afgeworpen die treffend passen in de idealistische kijk van Sullivan op een betere wereld. Zo lang deze niet in evenwicht zijn, zal de protestzanger van zich laten horen. Terwijl er voorheen trouw werd gezworen aan de basisinstrumenten gitaar, drum en bas is er de laatste tijd veel meer een ommezwaai gemaakt naar een meer georkestreerde keyboardbegeleiding. Hierdoor druipen gitzwarte verterende klanken al vergiftigend druipend de zang tegenmoed. De wanhoop wordt hierdoor gesmoord, waardoor de scherpe dramatiek een bijna theatraal vervolg krijgt. De hulpeloze verbale uithalen in Passing Through worden keihard naar de achtergrond verdrongen. Na een prachtig akoestisch tussenstuk lanceren de drums en gitaren een mooi episch einde waar Sullivan zijn kenmerkende gevoeligheid een plek kan geven. Hoe mooi kan je een plaat openen.

From Here is een opgejaagd chaotisch geheel, waarmee nogmaals benadrukt wordt dat de tijd begint te dringen. Het is een apocalyptische race tegen de klok voordat de aarde uit zijn vernietigende voegen barst. De altijd welbespraakte frontman wil je met zijn lyrics tot denken aanzetten. In de kritische noten wordt de boodschap duidelijk verwerkt, zonder een te persoonlijke aanval op de wereldleiders en de gevolgen van de Brexit. Door de dynamische opbouw tussen harde en zachte passages ontstaat een harmonieus evenwicht in de songs. Met het verlopen crusty uiterlijk van het boegbeeld Sullivan roepen ze nog steeds genoeg strijdbaars op, al zal hij waarschijnlijk niet meer vooraan lopen in de demonstraties. Nog steeds durft hij de barricades te trotseren, gewapend met het woord.

Het grootste verschil met vroeger is dat er op From Here wel geloof is in een optimistischere toekomst. De dromen worden uitgesproken zonder met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen. De No Future slogan is verbrand, en de hoop is meer gericht op de nieuwe lichting jongeren, die met social media een veel grotere doelgroep weet te bereiken en het gesprek durft aan te gaan. Niet dat dit het moment is om het stokje over te dragen, daarvoor moet er nog veel te veel gebeuren in de spinsels die het hoofd en hersenen van de zanger als woonplaats hebben. Heb je geen zin in zijn gedachtegang, dan blijft er buiten dat gegeven gewoon een heerlijke rockplaat over.

New Model Army - From Here | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Joyero - Release the Dogs (2019) 3,0

6 oktober, 16:58 uur

Nadat het muzikale duo Wye Oak uit Noord-Carolina in 2014 hun sfeervolle prachtige indiefolk gitaaralbums verruilen voor de hedendaagse scherpe elektronica van Shriek is dit eventjes flink wennen. Schijnbaar ook voor het tweetal. Vier jaar lang wordt er gesleuteld aan het meer overtuigende The Louder I Call, the Faster It Runs. Voorzichtig is daar de gitaar weer aanwezig, wat zorgt voor een coherent geslaagd experiment. In die tussenliggende periode heeft Andy Stack zeker niet stil gezeten. Zonder zijn lieftallige partner Jenn Wasner wordt hij ingehuurd door frontman Matt Beringer van The National. Om zijn geslaagde EL-VY project live te vertolken, mag de muzikant achter het drumstel plaats nemen.

Deze ervaringen vormen het geraamte voor het solo uitstapje Release The Dogs. Zichzelf de mooie naam Joyero aanmetend, wat in het Spaans juwelier betekent. Niet dat men hier direct goud in handen heeft, zeker niet. Daarvoor vallen er wel de nodige aantekeningen te plaatsen, maar bruikbaar koper is ook genoeg waard. Dwars tegen de verwachtingen in laat hij zijn drumsticks thuis en kiest voor de mogelijkheden van een computer gestuurd programma. De smaakvol voorgeprogrammeerde beats camoufleren zijn hogere meer fragiele androgene stemgeluid. Deze combinatie en de dreampop begeleiding zorgen ervoor dat het gemakshalve snel in de New Wave kant wordt onder verdeeld.

Hoe bewonderenswaardig probeert hij van zijn zwakte hierdoor juist zijn kracht te maken. Vocaal kan Andy echter niet tippen aan zijn vrouwelijke collega, en die gedachte lijkt ook in zijn hoofd niet te verdwijnen. De ervaring om de schoonheid van haar kenschetsende stem te benadrukken wordt niet misbruikt om nu juist zichzelf verbaal te onderdrukken. Het kwetsbaar opstellen krijgt een diepere lading in de rustgevende nummers. Al snel raak je gewend aan de bijna kerkelijk klinkende openbaringen. Want wat komt het allemaal aardig en vreugdevol over. De spannende opbouw van Alight gaat te snel over in een veilige modus, waarin vervolgens geopereerd wordt. Geen gewaagde toevoegingen of vervreemdende effecten die voor afwisseling zorgen. Zo steriel als met een desinfecterend schoonmaakmiddel worden alle oneffenheden weg gepoetst.

Joyero wil zichzelf uitnodigen. Als verlegen bescheiden gast trots zijn plaatje presenteren aan een oude bevriende kameraad. Diep in zichzelf verzonken en met gebogen hoofd laat hij de nummers passeren. Want wat voelt het eenzaam en geamputeerd zonder zijn zelfverzekerd evenbeeld. Het goedkeurend schouderklopje is de grootste beloning die gevraagd wordt, en die heeft hij absoluut verdiend. Release the Dogs is een poging om het alleen aan te pakken. Zijn kwaliteiten liggen duidelijk op het componerende vlak, met fraai uitgevoerde instrumentatie. Doordat de interactie met een metgezel ontbreekt, wordt hij net niet genoeg geprikkeld.

Joyero - Release the Dogs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Numb - Mortal Geometry (2019) 4,0

6 oktober, 16:58 uur

Vancouver heeft jarenlang vanaf halverwege de jaren tachtig tot eind vorige eeuw een prominente rol vervuld in de electro industrial scene. Het confronterende Numb wist net als Skinny Puppy indruk te maken met harde dansbare beats die overkoepeld door de donkere schaduw van de duistere gothic een overdonderend gevoel mee geven. Deze pioniers liggen diep begraven in het collectieve geheugen van oude Electric Body Music liefhebbers. Sinds 2000 is er geen teken van leven meer waarneembaar van boegbeeld Numb. Maar nu zijn ze ontwaakt uit hun bijna twintig jarige winterslaap. Als een dokter Frankenstein weet het Metropolis Records ze te reanimeren en activeren. Dit resulteert in het gruwelijke vette Mortal Geometry, waarmee ze het daglicht aanschouwen om paniek en chaos te zaaien op de ingedutte dansvloeren. Ze zijn nu helemaal terug, klaar om te overheersen.

Uit de asresten van Numb weet de herboren Don Gordon als enige als een feniks te herrijzen uit de kern van deze donkere geprogrammeerde act. Door zich zelf volledig autonoom op de arrangementen en uitvoering te richten ontstaat een grimmig persoonlijk eindproduct. Er wordt totaal niet getracht om aansluiting te vinden bij de hedendaagse dancescene. Juist bij die eigenzinnigheid ligt Don Gordons kracht. Het valt direct op dat het accent van de provocerende knallende beats meer is verschoven naar de donkere sfeervolle elektronica. Neemt niet weg dat de sound nog steeds snoeihard dreigend vanuit de speakers op je af komt. In de basis hoor je ook een cyberpunk begeleiding terug waarover de meest beangstigende structuren zijn verwerkt. Door het evenwicht wil het ondanks het naargeestige karakter nergens te beklemmend over komen.

Mortal Geometry laat vooral het jaren tachtig tijdperk herleven. Met een afgestoft synthpop geluid laat Gordon zich van zijn meest vriendelijke kant horen. Lang uitgespeelde soundscapes wisselen af met korte statische synthesizergeluiden. Hierbij zoekt hij duidelijk de inspiratie bij het startschot van Numb in 1986. De band haakt hierdoor minder in op hun laatste album Language of Silence, maar lijkt meer juist de kernbeginselen opnieuw te definiëren. Het is onmogelijk om het verleden te veranderen, maar het is niet uitgesloten om vanuit die basis nieuwe ideeën te creëren. Dit kan zelfs verfrissender werken dan met grof geweld een doodlopende weg hardhandig open te breken.

Zelfs in het dravende tracks is er plaats voor rust. De doordachte afwisseling maakt hiervan een aangenaam spanningsveld, de veerkracht laat nieuwe noemenswaardige elementen in de ruimtes toe. Spookachtige effecten en subtiel gitaarspel zijn mede verantwoordelijk voor de diepgang in de gevarieerde songs. Zo sterk is er zelfs aan de plaat gesleuteld dat de ambient soundscapes zich er eenvoudig tussen laten plaatsen. Door deze tegen het einde op te stellen heeft het een decadente werking. De vernietigingsdrang van de vorige tracks heeft een spoor van leegte achter zich gelaten. Opgedrongen kalmte komt hiervoor terug. De afsluiter had hierdoor beter eerder al op de plaat gepast, maar kan ook gezien worden als de opbouw naar iets nieuws.

Door de pauze van bijna twintig jaar heeft het een volwassen karakter. Gordon verlangt echter wel terug naar de jeugdigheid, maar weet dit gelukkig niet om te zetten door opgekropte frustraties. Hierdoor ontstaat er dus meer openheid en variatie in de veelal militante precisie en strak gestructureerde sound. Numb bewijst dat er nog steeds groeimogelijkheden zijn. Met Mortal Geometry maken ze een plaat met een duidelijke opbouw, waardoor het allemaal niet zo inwisselbaar klinkt. Een sterke hang naar een gepasseerd tijdperk met een prachtige opbloeiende herwaardering. Missie geslaagd.

Numb - Mortal Geometry | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Legendary Pink Dots - Angel in the Detail (2019) 4,0

6 oktober, 16:55 uur

Edward Ka-Spel wist twee jaar geleden het beste bij Amanda Palmer naar boven te halen in het prachtige maar oh zo slepende, duistere I Can Spin A Rainbow. Nu is de tijd rijp voor het zoveelste verrassende nieuwe hoofdstuk van The Legendary Pink Dots. Deze baanbrekende van oorsprong Brits Nederlandse band heeft jarenlang in de luwte van Nijmegen vrijwel anoniem ondergronds gebouwd aan een indrukwekkend repertoire. Net als tijdsgenoten Clan Of Xymox hebben ze de basis in deze Gelderlandse keizerstad. Beide nationaal relatief onbekend, maar in het buitenland een spraakmakende en hoog gewaardeerde naam. Als enige stabiele overgebleven lid brengt Ka-Spel op Metropolis Records de nieuwe plaat Angel In The Detail uit, een waardige opvolger van het tevens op het label verschenen Pages Of Aquarius uit 2016.

Happy Birthday Mr. President is een spannende opener, waar de experimentele jaren tachtig invloeden begeleid worden door een heerlijk uptempo nineties triphop beat. Door de verslavende storytelling voordracht wil het perfect aansluiten bij de jaren geleden neer gezette basis. Nog steeds zorgen vervreemding in de zang en fascinerend subtiel gitaargepiel voor een mooi spannend evenwicht. Samplers zwermen in flarden rond in de studio. Klaar om geplukt en vast gepind te worden in deze uitnodigende vernieuwde kennismaking. Redelijk toegankelijk voor een breder publiek uitgewerkte relatieve korte songs krijgen tegengas van de tegendraadse gekte die de band al jaren kenmerkt. En die is er nog steeds, al is de New Wave funk vervangen door meer abstracte klanken en voorgeprogrammeerde soundscapes.

Die momenten van compromisloze vrijheid leveren natuurlijk verre uit de meest interessante composities op. Het verstilde gebruik maken van de studio als verkennend nieuw speelveld geeft de songs meer diepte. De beats zijn trager, dreigender en een stuk minder dansbaar. Met filmische fragmenten wordt een sober bijna jazzy ambiance opgeroepen die de luisteraar voorzichtig stap na stap de indrukken tot zich laat vereenzelvigen van een nieuwe bondgenoot. Edward Ka-Spel is de betrouwbare gids die de geheimen van zijn wonderbaarlijke wereld tentoonstelt. Elk geluidje en veranderende beweging wordt opgemerkt. Dan is hij weer op de voorgrond, of in gelijkmakende pas langs de luisteraar, dan is hij plotseling weer verdwenen, en bespied hij op de achtergrond de reactie van de toeschouwer.

Op andere momenten krijgt het juist een geconstrueerde aanpak waarmee The Legendary Pink Dots zich zelfs op House gebied begeven. Diepe beats worden slopend toegelaten om je gevangen in overgevende trance mee de leegte in te laten zweven. Kinderlijke slaapliedjes krijgen een destructieve behandeling en worden weg gevaagd door blazers. De avantgardistische aanpak roept vaak argwanende reacties op, omdat het veelal een zoektocht is naar verborgen schoonheid. Hier is die direct voelbaar. De lijnen lopen niet kriskras door elkaar heen, maar hebben dezelfde verbondenheid als de Piet Mondriaan schilderijen, ingedeeld in duidelijk aansluitende rechte vlakken. Na deze aangename trip is daar uiteindelijk de hemelse vrouwenzang in Red Flag wordt gevolgd door meer abstracte herhalende zinnen, waarna toegewerkt wordt tot een sterk subliem einde.

In het veertig jarig bestaan wordt een evenredig aantal albums op de markt gebracht. Waar een band normaal dreigt te vervallen in verveling en herhaling lukt het The Legendary Pink Dots om vernieuwend en eerlijk te klinken. Ze blijven de herkenning en de eigenheid behouden. Ondanks dat het nergens conservatief over dreigt te komen, blijft de fragiele verweerde stempel die ze altijd als handelsmerk achter laten ook hier zichtbaar. Nog steeds net zo breekbaar als voorheen. Legendarisch is ondertussen de meest passende aankondiging van dit manschap.

The Legendary Pink Dots - Angel in the Detail | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Shannon Lay - August (2019) 3,5

6 oktober, 16:55 uur

Met de reputatie die je als hoofdleverancier van de baanbrekende grunge generatie hebt opgebouwd, is het onmogelijk om elke veelbelovende act binnen te halen. Dan moet je als singer-songwriter daadwerkelijk wel iets te bieden hebben. Je mag van geluk spreken dat het vertrouwen in je gewekt is, en dat je uiteindelijk op jouw curriculum vitae het selectieve label Sub Pop kan vermelden. Dit zal niemand meer van je afnemen. Uiteraard liggen de verwachtingen hoog boven het gemiddelde. Dit overkwam ook Shannon Lay, die met haar opvallende felle wortelkleurige haardracht de nodige aandacht zal trekken. Met het zonnige Los Angeles als achtergrond zoekt ze beschutting in de deprimerende regenstad Seattle.

De druk is wat minder groot dan bij een beginnende zangeres, met All This Life Goin Down en Living Water maakte het publiek in 2017 al kennis met haar. Dat ze prompt met twee albums aan komt zetten getuigt dat ze al genoeg songs heeft geschreven. Het is echter zeer gewaagd om direct al het muzikale materiaal tentoon te stellen, waar ze jaren aan heeft mogen schaven. Des te verrassender is het dat ze na een pauze van nog geen twee jaar al een vervolg op de markt brengt. August is toch weer een stap vooruit in het opbouwende groeiproces. De liedjes zijn een stuk minder somber en niet zo zwaar. Wat is het alleen jammer dat de plaat de lengte heeft van een gemiddelde punkplaat.

De frisse dromerige aftrap Death Up Close zet met de van Ty Segall geleende Mikal Cronin al direct de joker in voor extra te innen bonuspunten. Zijn saxofoonspel is een prima aanvulling, maar is niet iets waar de track daadwerkelijk om vraagt. Maar als de met cultstatus gemarkeerde grootheid Segall zelf tekent voor de productie, dan zal hij alles uit de kast halen om August te laten slagen. Toch weet hij zijn kenmerkende retro noiserock buiten de deur te houden. Hoe minder toevoegingen, hoe krachtiger de folky gitaarliedjes van Shannon Lay zich laten genieten. Voor hem natuurlijk ook een gigantische uitdaging.

Met verder goed gekozen klein gehouden begeleidende effecten weet hij het aangenaam in te kleuren. De hoge uithalen in Nowhere krijgen tegengas door de donkere gitaarklanken die nog aan haar oudere werk herinneren. Segall gaat op het einde helemaal los met het sixties orgelspel welke hij uit zijn elektronica tevoorschijn weet te toveren. Ook de enthousiaste uptempo ritmische begeleiding en fraaie strijkers in het titelstuk signeren met zijn muzikale handtekening.

August is een mooi eerbetoon aan de gigantische grootheden die de folky singer-songwriter schap op de kaart hebben gezet. Met een duidelijke diepe buiging naar Nick Drake en Joni Mitchell. De invloeden zijn zeker hoorbaar, maar August is bovenal het geslaagde eindresultaat van Shannon Lay en Ty Segall. Laat dit een mooi begin zijn van een verdere samenwerking.

Shannon Lay - August | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Slow Show - Lust and Learn (2019) 4,5

6 oktober, 16:54 uur

Als de jonge van oorsprong Vlaamse producer Frederik ‘t Kindt ervaring opdoet in de Manchester Blueprint Studio ontmoet hij daar Rob Goodwin. De twee besluiten in 2010 hun samenwerking voort te zetten in The Slow Show. Met gitarist Joel Byrne-McCullough, bassist James Longden en drummer Chris Hough voltooien ze het sfeervolle White Water, wat vijf jaar later verschijnt. Al erg snel volgt daarna Dream Darling waarmee ze de sound nog meer naar eigen hand weten te zetten. De twee kernleden knutselen 18 maanden lang aan Lust and Learn. Door de naamsbekendheid die ze hebben opgebouwd zijn de verwachtingen hoog gespannen.

De toon wordt direct gezet met het grimmige instrumentale atmosferische Amend, welke categorisch zowat in de ambient house te plaatsen valt. Het vormt een prima voorbode voor wat zal volgen. Klassiek geschoolde pianoklanken weerspiegelen het muzikale landschap waarmee de basis gelegd wordt voor het nieuwe sobere melancholische hoofdstuk van The Slow Show. Na de ritmische omschakeling komt romanticus Rob Goodwin voor het eerst zelf aan het woord in Eye to Eye. Zijn stemgeluid is nog net zo gebroken en donker als voorheen, en het voelt vertrouwd, als een ontmoeting met een verre vriend, die onverwachts passeert om zijn pijnlijke verhaal te vertellen. De geleefdheid doet bijna jazzy aan, een oude geest gevangen in een jong lichaam.

Ondanks dat de instrumentatie zich niet eens zo zwaar laat inprenten, en zelfs met enige luchtigheid laat leiden, blijft het neerslachtige karakter van de zanger bepalende. Nog meer ligt het accent op de elektronische arrangementen waar de bandleden hun passie in het spel kunnen leggen. Zoals het gitaarspel van Joel Byrne-McCullough vanuit het niks lijkt op te bouwen om vervolgens alle registers open te gooien in Eye To Eye. Hier laat hij zich voor het eerst op de voorgrond horen. Prachtig hoe hij zich weet te bedwingen om op het juiste moment zijn intrede te doen.

Alsof er een stukje gewenning in de weg heeft gezeten, verdwijnen de aarzelingen in de zangpartijen van Low. Rob Goodwin ademt een zelfverzekerdheid uit waar je u tegen zegt. Met hemelse klanken van een kerkelijk koor wordt een universeel einde gecreëerd. Wanneer de hulp ingeroepen wordt van gastvocalist Kesha Ellis ontstaat er in Hard to Hide een meer toegankelijke song. De stemmen passen mooi bij elkaar, met het iets wat hese hoge geluid van de zangeres in een prachtige onderschikkende rol tegenover de diepere hoofdzang.

Doordat bij dit soort tracks de spirituele top wordt opgezocht is het onmogelijk om hier de hele tijd op dit niveau te functioneren. Gelukkig maar, de meer geaarde songs komen ook goed binnen. Het stukken toegankelijker St. Louise wil hierdoor bijna heidens klinken. Na de klassieke harpsnaren en sederende blazers in Loser’s Game is het tijd voor het moment van bezinning. Dit wordt versterkt in het woordeloze Breath Air.

Met dromerige orkestratie werkt Goodwin zich vervolgens ook in het tweede gedeelte door zijn persoonlijke kwellingen heen. Bij het gemoedelijke The Fall ligt het accent op de vrouwelijke tweede stem die als een liefkozende echtgenote invalt. Het trompetgeschal laat in Vagebond wat van de Britse roots terug horen in een verder voornamelijk Amerikaans klinkend geheel.

Na het klein gehouden met zonnestralen opwekkende juweeltje Sharp Scratch zijn daar de hedendaagse indie Americana invloeden in Exit Wounds. Door zich voorzichtig steeds verder van de donkere fragiliteit te distantiëren ontstaat er een opbloeiende sound met een adembenemende open benadering. Met het punctueel uitgewerkte tweestemmige Places You Go sluit The Slow Show hun derde weergaloze goede plaat Lust and Learn af, en voldoet de hiermee ruimschoots aan de gehoopte verwachtingen.

The Slow Show - Lust and Learn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

TOY - Happy In The Hollow (2019) 4,0

6 oktober, 16:54 uur

Welkom in de kaleidoscope wereld van het shoegazende Toy waar alles in werking wordt gezet om de ultieme spacende trip op te roepen. Deze band uit Brighton probeert al vier albums lang het eindeloze genot vorm te geven op hun door stampende Krautrock doordrenkte psychedelica. Schemerige gitaar riffs in Last Warmth of the Day met een hoog cinematisch Tarantino gehalte worden afgewisseld met slangen bezwerende hypnotiserende orgelpatronen. Maar boven alles blijft het ritmisch terugkerende slagwerk de basis waarop met gemak retro disco vermengd wordt met starre monotone new wave. Waar andere bands ontiegelijk veel moeite ondernemen om aansluiting en acceptatie te vinden bij de populaire heersende stromingen, gaat Toy hier haaks tegen in.

De catchy gitaar riffs gaan terug naar de donkere beginselen van postpunk mouvement. De doodslaande beats van Happy in the Hollow vermorzelen het idee om er maar een enigszins gangbare geluid van te maken. Niet dat het alleen maar duisternis terug te horen is. Met fraaie repeterende synthesizers worden er lichte dromerige varianten aan toe gevoegd. Waar deze de overhand krijgen ontstaat juist een tegendraadse geheimzinnig naargeestig gevoel. Er zit iets dreigends in verborgen waardoor de onvoorspelligheid van het verloop je dwingt om de aandacht erbij te houden. Het is eigenlijk disco om de dansvloer mee leeg te krijgen.

Het geslaagdste hoogtepunt You Make Me Forget Myself worden weerspiegeld door spirituele soul, waarmee ze zich vasthechten aan de Britse scene van de jaren negentig. In plaats van in wijwater werd er toen flink gedoopt in lsd en andere genotsmiddelen. Het zijn vooral dit soort de momenten en het instrumentale Charlies House die met prachtig slide akkoorden het verschil weten te maken. Juist doordat de minder goed functionerende zanger geëlimineerd wordt ontstaat er ruimte voor geschikt sfeerwerk. Want daar zit dus de grootste zwakte. Met veel echo’s en vervaging wordt het mankement van het stemvermogen van Tom Dougall niet helemaal opgepoetst.

Toch hoort deze kenmerkende Britse onverschillige houding wel bij Toy. Ze belichamen de arrogantie die met een alles omver schoppende schijt aan de wereld houding wordt vorm gegeven. Dat hierdoor al meerdere grote muzikale voorbeelden ten onder zijn gegaan, mag de pret niet drukken. Een allegaartje van bij elkaar geraapte stijlen. Fraaie spooky old school keyboardaccenten, worden afgewisseld met de fucked up punkhouding van het bijna cyberpunk achtige Energy. Duivelse tempo verschillen waarbij op de achtergrond fragmentarische geluidseffecten de aandacht weten te trekken.

Het psychedelische avontuur hoort genoeg memorabele tracks op te leveren. Maar waar Phil Spector vroeger de bouwstenen afleverde voor The Wall Of Sound, lukt het een band als Toy om met datzelfde materiaal de boel vakkundig af te breken. Vaak levert deze aanpak de meest interessante albums op, waar later met veel plezier naar wordt terug gekeken. Het rammelt in ieder geval van alle kanten. Voor de schoonheidsprijs zullen ze zeker niet gaan, de oneffenheden maken juist de plaat af. Een eigenzinnige band met een gelikte sound die zichzelf scherp houdt door er mooie spanningsbogen aan toe te voegen.

TOY - Happy In The Hollow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sinkane - Dépaysé (2019) 3,0

6 oktober, 16:45 uur

De in Londen geboren Ahmed Abdullahi Gallab heeft van oorsprong een Sudanese achtergrond. Zijn geest en hart bevinden zich op dit grondgebied. Hij staat met beide voeten in een andere cultuur en besluit onder zijn artiestennaam Sinkane deze samen te voegen. Om het nog ingewikkelder te maken brengt hij op jeugdige leeftijd een groot gedeelte door in de Verenigde Staten. Zijn roots blijft hij opzoeken in Afrika, is het niet in zijn dagelijks leven, dan wil het thematisch wel in zijn dromen terug komen. Dépaysé is zijn zevende aanstekelijke plaat waarmee hij tussen de vrolijke klanken het heimwee gevoel naar Afrika verwoord. De politieke onrust is voelbaar in de broeierige tracks, de inspiratie wordt tekstueel duidelijk gezocht in Sudan, een land die buiten deze problematiek ook nog de pech heeft dat ze met regelmaat getroffen wordt door verschrikkelijke natuurrampen.

Al vanaf Everybody lukt het hem al om een positieve vibe te openen. Een universele song voor een universele wereld waar iedereen gelijk hoort te zijn. Geaardheid, geslacht en huidskleur zijn onbelangrijk, het gevoel van eenheid heerst, wel wordt Afrika overduidelijk gezien als het beloofde heilige werelddeel. De boodschap zit dus overduidelijk verwerkt in de vrolijke overdracht. Hierdoor roept hij het retro hippiegevoel op, maar dan zonder de vervagende drugs. Toch heeft Dépaysé zijn psychedelische momenten. Doordat er flink geëxperimenteerd wordt met stijlen hoor je goed terug in de verslavende funky oldschool beats van On Being.

Een grote rol is weg gelegd voor de Chinese sfeermaker Jonny Lan, die met zijn gitaarspel voor flink wat opzwepende beroering zorgt. De twee hebben elkaar gevonden in het multi culturele Atomic Bomb! Band, waar ook artiesten als David Byrne, Damon Albarn en Jamie Lidell aanschuiven. Bij het titelstuk Dépaysé mag hij al op een lazy Santana achtige flow soleren, maar nog meer komt hij bij de dwarse reggae sound van Stranger en het zwaar psychedelische The Searching tot zijn recht. De funky beats worden weg geblazen door het aangename rockspel van deze meesterlijke gitarist. De donkere vormgeving wil nog wat inktzwarte postpunk oproepen. Een totaal nieuwe benadering van het cross-over begrip.

De westerse invloeden zijn vaker wel degelijk aanwezig. Of het allemaal bewust is betwijfel ik, maar Be Here Now heeft in zijn melodieuze voordracht wel verdacht veel raakvlakken met Shine On You Crazy Diamond van Pink Floyd. Waarom niet iets hergebruiken, als het in het verleden al mooi is uitgewerkt; we leven immers in een maatschappij waarbij recycling een hot item is.

De afwisseling met toegankelijke stukken als Ya Sudan zorgt ervoor dat de aandacht flink wat afzwakt. Het wil niet ver boven de Disney musical liedjes van The Lion King uitstijgen. Het is een geslaagde samensmelting van verschillende stijlen en melodieën, waarbij de basis net iets te strak en stabiel is. Met wat meer lossigheid zou het spontaner over komen. In de funky afrobeat klinkt hij als een bastaardneefje van Fela Kuti, maar gelukkig heeft Sinkane genoeg eigenheid in zijn werk gestopt. Wel wil het bruisende jaren zeventig tijdsbeeld zwaar domineren.

Ook door de afsluitende springerige reggae track Mango wordt al snel de link gelegd naar protestsongs, maar dat is een te snel gelegde redenering. Het roept eerder het reclamebeeld op van een tropische alcoholistische versnapering. Verwacht geen profetisch geheel, Sinkane is geen wereldverbeteraar, maar gaat de conflicten niet uit de weg. Hij mist het strijdbare in zijn voordracht, al is zijn aandacht wel volledig gericht op een vredig bestaan.

Sinkane - Dépaysé | World | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

De Kift - Hoofdkaas (2008) 4,0

6 oktober, 16:44 uur

In 2008 verschijnt de opvolger van 7. De artistieke creativiteit van De Kift levert weer een prachtig boekwerk op bij hun achtste album Hoofdkaas. Voor de liefhebbers met ruimtegebrek is er een mooi rood velours exemplaar. Wil je er net als bij de vorige albums een kunstwerk aan toevoegen, dan is er als kookboek een prachtig uitgewerkte editie te verkrijgen. De Kift is al een hele tijd het rommelige punkidealisme ontgroeid, en besteden steeds meer aandacht aan alle bijzaken van de presentatie die nog verder reikt dan de steeds verrassende vormgeving.

Terecht dat de band de nodige subsidie mag ontvangen. Als we het hebben over Nationaal Cultuurgoed, dan horen deze heren daar met hun eigenzinnige muziek zeker bij. Het geeft ze de mogelijkheid om de ideeën mooier uit te werken. Werd er bij Rolfie al de nodige aandacht besteed bij de clip, de artistieke video van Beguine kwam zelfs tot de voorselectie van Het Gouden Kalf. Ook bij de Mexicaanse variant hiervan werd deze heugelijk ontvangen. Deze stijlvolle samenwerking met Festina Lente Media en Douwe Dijkstra is de moeite waard om te bekijken.

Zo onverstoord chaotisch ze van start gaan in het vrijwel niet te volgen Knoeck, zo toegankelijk en afgewerkt laten ze de rest van Hoofdkaas op je af komen. Er is geen duidelijke verbintenis tussen de nummers, waardoor ze gezien kunnen worden als los van elkaar staande poëtische hoofdstukken. Het is dus allemaal een stuk losser en ontspannen. Thematisch komt het eten en drinken wel aan bod, maar het vormt niet het hoofdgerecht. Nieuwe gerechten ontstaan door alles wat er in huis voor handen is te mixen tot een smakelijk allegaartje.

Door het ontbreken van de samenhang loopt het net iets minder soepel. We zijn verwend door de hoorspelachtige verhaallijnen, en hier wordt er duidelijk gekozen voor een vernieuwende benadering. De live ervaring is dat de tracks zich gemakkelijker tussen het oudere werk laten plaatsen, waar voorheen in het theater lastiger af te wijken was van het strakke patroon van de vorige platen. Wim ter Weele ontwikkelt zich door zijn cabareteske voordrachten steeds meer tot een belangrijk podiumdier. Op de momenten dat Ferry Heijne tot adem probeert te komen gaat de aandacht naar hem toe. Zijn drang om alles aan te kleden zal in het vervolg zich nog meer ontwikkelen tot een bijna ontembare allesverslindende creatie.

Net zoals op de overige albums ligt met regelmaat de basis in klassieke dan wel Zuid-Amerikaanse dansstijlen wat helemaal naar typerende De Kift maatstaven gearrangeerd wordt. Het vervreemdende Eeuwige Bewonderaars valt met de gejaagde raceautogeluiden wat buiten de overige tracks. Die jazzy benadering komt meer tot zijn recht bij het trieste trompetspel van Portiek. Het accent op het gitaargerichte Heisa-ho ligt sterker in de rock, en minder in de punk. De blazersongs zijn nog grootser van opzet, zoals in het prachtige afsluitende titelnummer. Ze bewegen zich voort als een processie waar Ferry als een soort van geestelijke voorganger ceremonieus wordt ingezet om de aandacht op te eisen. Het gemeenschappelijke dorpse gevoel krijgt zijn vorm in volkse liederen, die zo in het straatbeeld van een eeuw eerder thuis horen. Natuurlijk komt dat door de traditionals die op De Kift passende wijze bewerkt worden.

Hoofdkaas is een minder kenmerkende De Kift plaat, waar ze wat zoekende lijken te zijn naar een verbreding van het geluid. Bij hun twintigjarige bestaan wordt stil gestaan bij de mogelijkheden om niet in herhaling te vallen. De vreugde spettert er van af, waardoor blijkt dat ze nog lang niet op elkaar uitgekeken zijn.

De Kift - Hoofdkaas | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Gina Été - Oak Tree (2019) 4,0

6 oktober, 16:41 uur

Met haar niet geheel vlekkeloze Duitse accent weet de uit het Zwitserse Zürich afkomstige Gina Été veel indruk te maken. Haar tongval maakt van de EP Oak Tree een aangename wat cabareteske belevenis. Zo sterk zelfs dat de hedendaagse klanken wat aan de vergaande glorie van Berlijn doet denken. Het meertalige thuisland zorgt ervoor dat ze met gemak switcht ze tussen het Engels, Duits en Frans. Elke track vraagt om een andere eigenzinnige benadering, waardoor het alle kanten op springt. Door de compacte lengte van de plaat komt dit niet irritant over. Sterker nog, de veelzijdigheid heeft hier een uitgebalanceerde toevoegende waarde.

Vanaf de bezongen onvrede van een kleine eikenboom in het titelstuk Oak Tree, die verlangt naar een zonnige, treurloze omgeving weet ze de aandacht op te vragen. Logge trage percussie begeleid de gewortelde stappen van dit natuurverschijnsel in gepast tempo naar het Zuiden. Steeds meer valt de kilte van de track af, om plaats te maken voor dromerige klanken. De zon wil langzaam schijnen, al laat de dramatiek horen dat oude bomen niet verplant moeten worden, en vaak in korte tijd afsterven.

Het genoemde cabaret gevoel komt sterk terug in Mauern, wat heel duidelijk aan Donald Trump gericht is. De geplande muur tussen Mexico en de Verenigde Staten ligt uiteraard erg gevoelig in Europa. Hoe toepasselijk is het dat deze in het Duits gezongen track herinneringen oproept van een bruisend Berlijn van voor het verval. De boosheid in Gina’s stem wordt ondersteund door een in jazz gedoopte basgitaar en industriële gitaarlijnen die de afbreuk van brokken steen benadrukt. Als een sensueel katje laat ze de mogelijkheden van haar verbale bereik op je af sturen. Puur als overredingskracht, waarna gitaargeweld en een ritmisch tikkend klokwerk aankondigt dat het tijd is om in te grijpen.

Dan is de overgang naar het rustgevende Windmill wat vervreemdend. Dat het verhaal nog niet volledig verteld is, bewijst de remix aan het einde. Was de windmolen eerder op de plaat nog bestendigd tegen de klimaatsveranderingen, hier dreigt hij zijn wieken af te moeten staan aan het dreigende onweer. Im Rhy laat Gina gewichtsloos rond dwarrelen in een dromerig toekomstperspectief, waarbij ze het contact met de aarde dreigt kwijt te raken. Een realistische concluderende verslaglegging van een gevoelig persoon die verlangt naar een mooier bestaan. De wanhoop haalt het beste in haar stem naar boven. Philip Klawitter weet met zijn bas haar hierin perfect lijkt aan te voelen.

De slepende Franse zang van Appart Vide heeft een mooie opbouw naar een climax die de boel laat exploderen. Vooral de momenten dat Gina de hoogte in gaat zijn hemels. Deze taal laat haar met gemak vervolgens een stuk zwaarder en gepassioneerd klinken. Met de gewaagde spokende triphop van Hazel’s Hope weet ze nog de meeste indruk te maken. Als een desperate geestverschijning wacht ze op de terugkeer van haar man. Hiermee zou ze met gemak kunnen aanschuiven bij de Bristol scene uit de jaren negentig.

Gina Été kiest ervoor om zich voorzichtig aan het publiek te presenteren. Dat ze hiervoor de tijd genomen heeft, dwingt respect af. Vanaf 2014 sleutelt ze al aan songs, en dit is haar eerste publiek getoonde resultaat. Hopelijk gaat ze in het vervolg wat sneller te werk, en duurt het geen tien jaar voordat ze een volwaardige plaat af heeft. Wat zet ze zichzelf hiermee al voortreffelijk op de kaart.

Gina Été - Oak Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Rob Burger - The Grid (2019) 3,0

6 oktober, 16:40 uur

Wat is het prachtig om het absorptievermogen van de Amerikaan Rob Burger gade te slaan. Deze allesvreter heeft zijn muzikale bestaan opgebouwd met samenwerkingsverbanden met de grote der aarde. Namen als Norah Jones, Iron & Wine, Rufus Wainwright, Laurie Anderson en tig anderen maakten gebruik van zijn veelzijdige talent om met gepassioneerd pianospel prachtige collages en diepte toe voegt. Het vermogen tot verbijsterend te arrangeren en componeren, geeft hem ook de vrijheid om films van mooie soundtracks te voorzien. Als oprichtend lid van het jazzy Tin Hat Trio, gebruikt hij deze veelzijdige band als leerschool om zichzelf te ontwikkelen. Dit resulteert in het gevarieerde The Grid waar hij als pianist de grenzen tussen klassiek en pop probeert te vervagen.

Met een doordacht inlevingsvermogen koppelt hij filmische geluidsfragmenten aan geschoold toetsenwerk. De inspiratie haalt hij uit het speelveld dat zich tussen de krautrock en dreampop bevind. Zijn speelse benadering laat de psychedelische suspensies mengen tot een lichtgewichtig geheel. Uitzondering hierop vormen het korte donkere werkstuk Bent Moon en het griezelige verwarrende Ghost on a Wire. Het absolute hoogtepunt vormt de openingstrack. Een ieder zal het anders beleven, maar mij raakte het op de volgende wijze. Alternate Star is de stervensweg van een boomblaadje, welke op het moment dat de herfst invalt, vaarwel zegt tegen het leven. Al dwarrelend vervolgt hij zijn laatste reis. De wind poogt hem boven de grond te houden, en met alle kracht blaast deze hem weer omhoog. Na een oneerlijke strijd van bijna vier minuten valt hij met een doffe klap ten aarde. De tijd om in het eeuwige te verdwijnen is alles wat overblijft. Als muziek je zo weet te treffen, waardoor je gedachtes op hol slaan, dan is er iets bijzonders aan de hand.

Het is een onmogelijke opgave om hier alleen garant voor te staan. Met een flinke weggelegde rol voor de cellist Teddy Rankin-Parker, violist Eyvind Kang die op het drone achtige Love Light bijspringt en Doug Wieleman die bij twee tracks klarinet speelt is The Grid meer dan een soloplaat geworden. Ook de bijdrage van Laurie Anderson is een bijzondere aanvulling. Deze zangeres treed na het overlijden van haar overheersende partner Lou Reed veel minder in het openbaar. Rob Burger laat haar vrij in de opvulling van Soul of Winter. Haar typerende verhalende vocoder gebruik maakt er een echte eighties new wave track van, waar ze de verbale tweestrijd aangaat met haar eigen gesamplede stem. Nog meer gerijpt en gemerkt door haar geleefde bestaan weet ze hier te imponeren.

Toch bestaat The Grid uit te weinig magische momenten. Ondanks dat het publiek getrakteerd wordt op een geslaagd samengaan tussen verschillende genres, zijn het voornamelijk de totaal tegenstrijdige openingstrack Alternate Star en het afsluitende Ghost on a Wire die het meeste bijblijven. Maar met twee van zulke songs maak je nog geen meesterwerk.

Rob Burger - The Grid | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Inutili - New Sex Society (2019) 4,5

6 oktober, 16:40 uur

Inutili is een typisch voorbeeld van een verrassende vooruitstrevende rockband die dwars tegen alle genres in hun eigen koers blijft varen. Of het de opzet is om zich af te zetten tegen een traditionele wijze van spelen, betwijfel ik. Deze Italianen uit het noordelijke Teramo weten een bijzondere wonderlijke mix van ruig uitgewerkte songs op een totaal eigen wijze neer te zetten. Hierbij wordt geïmproviseerd met lange brokken muziek, waarbij zoveel moois gebeurd, waardoor het niet onder de categorie eindeloos gefreak en gejam te plaatsen valt. Met het vooruitstrevende New Sex Society maken ze hun oorverdovende vierde plaat welke geen moment weet te vervelen. Met zeven nummers lukt het ze bijna om de speellengte van 75 minuten te halen.

De eerste hoofdrol is weg gelegd voor huurkracht Luca Di Giammarco. Deze saxofonist weet met zijn blazende voordracht de nadruk te leggen op de meer stemmige postpunkinvloeden die vanaf begin jaren tachtig deze scene een flinke vooruitstrevende boots geven. Hij weet het instrument dusdanig te pijnigen waardoor er al smekend de meest prachtige tonen weten te ontsnappen. Helaas is zijn voordracht maar beperkt tot de eerste twee tracks. Inutili voorkomt hiermee wel dat het een gimmick wordt, en blijft scherp in de vooruitstrevende ontwikkeling. Er gebeurd zoveel bijzonders in de songs waardoor het een genot is om dit te omschrijven. Elke luisterbeurt komen er weer nieuwe invalshoeken boven drijven.

Met Rooms maken ze een overrompelende aftrap. Een gemiddelde band zou het niet aandurven om je gelijk al met zo’n grootst uitgewerkt nummer te beginnen. Rooms geeft al direct alle kwaliteiten van de Italianen bloot. De doos van Pandora gaat open en met aangenaam dromerig gitaarwerk wordt er vervolgens al snel gewerkt naar de duisternis van een dreigende vulkaanuitbarsting. De herhalende postpunkklanken gaan over in de street jazz van artistiek kunstenaar Luca Di Giammarco. Verlaten en verdwaast duwt hij je onvoorbereid als passant de donkere steegjes van de alternatieve gitaarrock in. Als portier opent hij vriendelijk de deur naar een opgewonden pre grunge feestje, waar de rauwheid van afstraalt.

Er wordt aansluiting gezocht bij de desperate vernietingsdrang van de band. Met gemak wordt de vrijgevochten ruimte ingevuld door de oerschreeuw van Danilo Di Francesco. Alsof hij vanuit de dieptes van de Vesuvius omhoog laat stuwen met demonische zang die we sinds Nick Cave de romantiek opzoekt, niet meer gehoord hebben. Verstard wordt de tijd gedwongen tot stilstand. Al slopend en zwetend werken de brute muzikanten zich door het epische geheel heen.

Het is bewonderend te noemen dat de longen van Luca Di Giammarco niet totaal ontploft zijn. Met gemak voegt hij zich bij het onstuimige Seeds (Japanese) weer bij het gezelschap. Het niveau van de opener wordt niet gehaald, daarvoor klinkt de jazzy begeleiding net iets te snel en rommelig. De nadruk ligt ook veel meer bij de galopperende drumkwaliteiten van Alessandro Antinori. Verder ligt de aandacht nog sterker bij de godfathers van de grunge, waarbij het effectenpedalen van de gitaristen Danilo Di Francesco en Pietro Calvarese overuren maken en tot standje ontvlambaar buskruit wordt ingedrukt.

Danilo Di Francesco klinkt met zijn melodieuze new wave zang een stuk toegankelijker en geschoolder. De onstuimige psychedelische roadtrip berijd met zijn hobbelige Afrikaanse percussie en smerige noise een dynamisch vervolg op de oneffen wegen van het ingezette enerverend geluid. Luca Di Giammarco krijgt uitgebreid de mogelijkheid om zijn afscheid aan te kondigen om vervolgens het koperen pronkstuk in de koffer op te bergen. Met een chaotische eindsprint wordt de recordtijd van ruim 18 minuten aangetikt, welke op het slotstuk van New Sex Society nog overtroffen wordt.

Bij de deathpunk van Space Time Bubble eist Danilo Di Francesco met zijn shocking stuurloze voordracht de hoofdrol op. Nu de overschreeuwende saxofoon verdwenen is, moet hij alleen nog de strijd aangaan met zwaar rammelende vette gitaarriffs. Die schakelen moeiteloos tussendoor nog eventjes over op trage blues akkoorden om vervolgens in flexibele uitrekbare passages te soleren. Rauwe garage, hardrock en stoer potig haantjesgedrag domineren in het lompe spierballen krachtspel waar al swingend de nodige indruk wordt gemaakt.

De speedrock van Star Whores gaat nog een versnelling verder omhoog. Na het punkintro en de Pixies achtige indie surfklanken vervolgt het voorts hakkende slagwerk van het ritme eenheid Alessandro Antinori en Lorenzo Mazzaufo. Hun bas en drumpartijen geven de vocalist de mogelijkheid om zich heerlijk uit te leven over deze hypnotiserende groovende basis. Na een funkend tussenstuk wordt er gewerkt naar een tegendraadse exploderende eindspel, waarbij voor een paar fracties van secondes de opdringende ejaculatie wordt uitgesteld. Met klassieke jammerende gitaarklanken wordt de muziek van Inutili voor de zoveelste keer gedefinieerd.

Het korte Tiny Body voldoet aan alles waar de punk ooit voor staat. Gepassioneerde herrie met sloganachtige korte herhalende teksten. Dit alles in een afgeraagd krap leren jasje. Met Singing Dogs halen ze de lengte van een gemiddelde single. Omdat de ideeën zo samengetrokken zijn in een strak zittend korset, komt het net teveel over als een compacte samenvatting van wat we allemaal gehoord hebben. Dienst doende als een introductie van de plaat zou het nog meer tot zijn recht komen. Een concludering die voortkomt uit de verwenning die je hebt van de vorige voortreffelijke tracks.

Een mooi moment om met volle aandacht tot rust te komen. Met het afsluitende Too Late gaan alle registers weer open. Lawaaierige noise laat zich openbarsten tot een puistig mengsel van druiperige, nog goordere TNT explosiviteit. Wat zich allemaal door de geluidsbarrières van de versterkers naar buiten murwt is een substantie van vergiftigende rokerig opzwependheid. Tot bloedens toe wordt de grens tot vermogend componeren opgezocht, waarbij de vingers en het gehoor zich moeten ontgelden. Met standje keelontsteking gaat Danilo Di Francesco voor de laatste keer de strijd aan. Zijn opzwellende stembanden en kapot zingende keelamandelen hebben het zwaar te voorduren gehad.

Aangenaam trippend met herhalende breaks vervolgt Inutili onverschrokken de kruistocht tegen het opgelegde muziekregiem. New Sex Society heeft geen eindeloze doordachte songstructuren nodig, waar jaren lang op gebroed is, en de nadruk op elke toonwisseling gelegd wordt. Dit kan de spontaniteit ook doen opbreken, iets waarvan er bij deze Italianen absoluut geen sprake van is. De plaat verdiend een breed publiek waarbij liefhebbers van complexe postrock, vuig gitaargeweld en doomy postpunk gebroederlijk naast elkaar kunnen staan.

Inutili - New Sex Society | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

PoiL - Sus (2019) 2,5

6 oktober, 16:40 uur

Het tegendraadse Franse driemanschap Poil uit Lyon laat zich totaal niet leiden. Met hun absurde samenspel van wiskundige onmeetbare collages treden ze buiten elk traditionele muzikaal pad. De onsamenhangendheid is ondertussen het handelsmerk van deze vreemde band geworden. Niet eens zo’n gek idee van website Everything Is Noise om de plaat Sus als volledige albumstream publiekelijk uit te brengen. Blijkbaar is het vertrouwen in de verkoop van dit product niet gigantisch groot. Met verschrikte gigantische ogen kijkt het Sesamstraat achtige wezen je vanuit de albumhoes aan. Met de gedachte dat Poil in het Frans “haar” betekend, blijf ik met de klassieker van Grover en Koekiemonster in mijn hoofd rond lopen; Pluizig en Blauw.

Het is dan ook monsterlijke muziek, maar dan niet beangstigend. De onevenwichtige loops en schemaveranderingen doen mij aan baanbrekende grootheden als Frank Zappa, Gong en vooruit dan, Primus denken. Al lijkt hier de logica totaal te ontbreken. Bij de overige genoemde acts leidde de funkende jamsessie of jazzy gefreak tot iets wat nog enigszins de definitie song mag dragen. Hier is het een overdosering aan kunstzinnig en onzinnig geklooi, waarbij het trio waarschijnlijk ook niet weet waartoe het zal leiden. En dat compromisloos te werk gaan is eigenlijk best wel gewaagd en lekker.

Dit kunstmatig reanimeren van al lang afgestorven en verloren gegane fragmentarische passages heeft zijn charme. Poil klinkt als een groepje afgekeurde hulpverleners die de studio lijken te bezetten. De instrumenten worden goed bedoeld mishandeld tot er alleen een vaag testbeeld over blijft. Het verwarrende van dit alles blijft het feit dat onder al die ongein behoorlijk goed gespeeld werk doorsijpelt. Met allemaal lastige benamingen wordt er op hun Bandcamp pagina geprobeerd om Sus te definiëren. Meer dan een hectische puinhoop is het eigenlijk niet.

De twee lange nummers zijn door iemand met een forse diepte afwijking in vijf stukken verdeeld, waardoor er een onevenredige verdeling ontstaat. Luseta bestaat uit het repeterende Sus La Peira die doordrenkt door explosieve keyboardspel een prima lichte industriële basis vormt. Na de zelfs tot harmonieus betitelde samenzang gaat het helemaal los. Ontremde psychedelica waarbij fusion en jazz vechten voor een gelijkwaardige tegenreactie. Dat hier dan nog vlagen duistere metal bij wordt toegelaten getuigd van het volle vertrouwen in elkaars kunnen. Met blaren veroorzakend duimgedraai aan de effectenknop wordt een overspannen opgevoerde eindsprint ingezet.

Dan is het folky traditionele meerstemmige Lo Potz eventjes een minuutje bijkomen van alle waanzin. Donderende drumslagen kondigen Luses Fadas aan. Eventjes verwacht je na de vriendelijke pianotoetsen dat het helemaal goed gaat komen. Al snel is daar weer het vingervlugge gerommel en benevelde kwaadaardige gezang. De percussie laat niet zo gemakkelijk over zich heen lopen, en gaat tot het einde de strijd aan om staande te blijven. Ik weet niet welk goedje de heren van Poil geconsumeerd hebben, schijnbaar zijn ze nog steeds in staat om je te verblijden met nog een plaatkant van Sus.

Lou Libre De L ‘Amour is niet de zachte liefdevolle zijde van Sus. Alles wat nog staande was wordt met grof geweld bij Grèu Martire omver gekegeld. Meerdere pogingen worden ondernomen tot met duizelingwekkend disbalans niets meer in evenwicht is. De heilige muzikale poortjes worden hardhandig door elkaar gehusseld.

Geheel ontwricht waag ik mij aan het lange Chin Fou. De klaagzang van de heren heeft iets treurigs in zich. Maar veel tijd om na te jammeren is er niet. Krachtige gillende uitlopen en heerlijk psychedelisch spel laten de keyboard als een gitaar janken. Er valt niet te ontkennen dat het allemaal geniaal en meesterlijk in elkaar steekt. Ze zouden warempel nog in staat zijn om een begrijpbare plaat op te nemen. Zoals verwacht neemt de gekte het weer over. Het is bijna voorspelbaar te noemen, al zal dat absoluut niet de inzet zijn geweest van deze Fransozen.

Poil - Sus | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

KOKOKO! - Fongola (2019) 4,0

6 oktober, 16:40 uur

Vanwege de ontwikkeling op internet lukt het steeds meer artiesten om volgens de Do It Yourself methode muziek aan de man te brengen. Lekker knutselen en heen rommelen op een zolderkamertje, en zonder hulp van platenmaatschappij het product presenteren. Ergens in een grijs verleden ligt daar ook de basis van de punk en lo-fi. Tegenwoordig maken ook goed scorende dance producers hiervan gebruik. Steeds minder krijgen machtige platenmaatschappijen de kans om zich als bepalende tussenpersoon op te dringen. Het vanuit de Democratische Republiek Congo opererende KOKOKO! Gaat hierin nog een stap verder. De elektronische basis wordt gevormd door de zelf in elkaar gezette instrumenten, waardoor er een unieke sound ontstaat. Meer DIY kan er niet gewerkt worden. Een doeltreffende vorm van recyclen van afgeschreven materiaal en ander afval.

Deze exotische punkhouding bezit door de eigenheid nog meer kracht dan de Afrikaanse postpunk uitstapjes waar de Westerse artiesten zich eind jaren zeventig aan waagde. Het is onmiskenbaar duidelijk dat de groovende afrobeat net zo sterk hierbij zijn sporen heeft achter gelaten. Het verschil zit hem in de overtuigende voordracht. Het is net wat energieker, bijna op een militaristische toon gezongen. Fela Kuti heeft met zijn visie en leven een historische stempel gedrukt op de denkwijze en leefstijl. Muziek is net zo ritmisch in vreugde en verdriet terug te horen.

Toch is Fongola een album geworden waarbij de cirkel gesloten lijkt te zijn. Er is zoveel terug te horen van het New Wave tijdperk. KOKOKO! is een symbolische overdracht van een geleend stuk cultuur, wat bewerkt is terug gegeven. De muzikanten geven daaraan weer een eigen invulling, en presenteren dit als debuutplaat nu aan het publiek. Nergens gaat het ten koste van de muziek. Het is een dansbare smeltkroes van stijlen. Met gemak gaat klassiek over in dub en bouwen traditionele binnenlandse ritmes op tot een uitzinnige ravende danceparty. Hoe verwarrend is dan het om de plaat Fongola te noemen, wat Mongolië betekent, nergens wordt er duidelijk gelinkt naar dat land.

Met het eigenzinnige freakende Likolo wordt ergens tussen de experimentele jazz en tegendraadse funk een startpunt opgezocht. Met gemak werken de donkere bastonen en krassende hoge gitaarakkoorden zich hier tussen. Deze benaming vat het nog niet perfect samen. Het is net een tikkeltje anders als wat je ooit eerder hebt gehoord. Debet hieraan blijft de zelfproductie van het speeltuig. Het einde gaat met gemak richting psychedelische ambient zang, en dat allemaal in een enkele track.

De hoofdrol op het album is weg gelegd voor de onderdompelende bas, welke er een duister bijna sinister tintje aan geeft. Telkens als het dreigt te ontploffen tot een gigantisch feestje is deze aanwezig om er een down to earth gevoel aan toe te voegen. Brommend en mokkend laat deze je meeslepen in een hypnotiserende trance. Het meest overtuigend zijn toch wel de typerende dromerige New Wave stukken.

Hoogtepunten zijn er zeker te vinden. L.O.V.E. springt er bovenuit vanwege de experimentele aanpak. Aparte inheemse geconstrueerde snaarinstrumenten worden door licht industrieel snijwerk ingeleid, waarna de erotische hese vrouwenzang het met de zuigende soundscapes op een mysterieuze wijze verder invullen. Echt uitblinken doet KOKOKO! met hun schreeuwerige opgepimpte synthpop variant Kitoko en het net zo eighties ingerichte strakke Caribische Tokoliana, waarbij de zonnestralen het als een broeierige zomerdouche opwarmen.

Het gevaar zit hem voornamelijk in de herkenbaarheid. Echt iets nieuws weten ze niet toe te voegen. Er is duidelijk geluisterd naar hoe Westerse dansmuziek zich vanaf de jaren zeventig ontwikkelde tot aan de eeuwwisseling. Alles wat daar tussendoor passeerde komt voorbij, tribal, house, wave, electroclash, zelfs de commerciële Italo disco en de nog foutere Eurodance passen in het totaalplaatje.

KOKOKO! blinkt uit vanwege de presentatie die ze vooral live weten waar te maken. Het podium is gevuld met gereedschap en ander materiaal die de meest wonderbaarlijke geluiden produceren. Het is zowat van een kinderlijke eenvoud en oogt armoedig. Juist door het muzikale eindresultaat overstijgt het in hun voordracht. Zonder deze beelden komt het een stuk minder bijzonder over.

KOKOKO! - Fongola | World | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht