MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026

U2 - October (1981) 4,5

afgelopen donderdag om 19:14 uur

De lastige tweede plaat, zo kan je October zeker beschouwen. Toch ligt de schuld hiervan vooral bij de band U2 zelf. Bono, The Edge en Larry Mullen Jr. zijn in de ban van Shalom Fellowship, een Christelijke geloofsgemeenschap die een zweverige glans over het opnameproces legt. De Shalom Fellowship toewijding is zelfs zo sterk dat deze Evangelische sekte de bandleden afdwingt om met U2 te stoppen, en op het spirituele vlak van bezinning hun heil te zoeken. Alleen de realist Adam Clayton laat zich door dit gezelschap niet leiden en richt zich met manager Paul McGuinness op de onzekere toekomst van U2. Het einde is in zicht, slechts openhartigheid en een rationele nuchtere houding kan de band redden.

Het is de kracht van Adam Clayton om die stabiliteit in stand te houden. Uiteindelijk verlaten Bono, The Edge en Larry Mullen Jr. de Shalom Fellowship om hun aandacht volledig op de Boy opvolger te richten. Het zelf reflecterende Rejoice spreekt het wantrouwen in het geloof uit en twijfelt aan een Hogere Kracht die overkoepelend aanwezig is. Rejoice is het besef om het klein te houden. Verander de innerlijke wereld in jezelf, daar heb je controle over. Je kan de boze maatschappij niet veranderen. Al denkt Bono daar later anders over en zet hij zich voor de nodige liefdadigheidsdoelen in. Het maagdelijke Scarlet leunt in volle overgave op de Rejoice songtitel, al is Scarlet tevens een synoniem voor het The Blood Red Sky zinsdeel van het latere New Year’s Day.

Het opruiende rebelse I Threw a Brick Through a Window leunt op de punkgedachte waaruit U2 ontstaan is. En misschien is het Adam Clayton wel die bijna gewelddadig de overige leden wakker schudt en ze een figuurlijke klap in hun gezicht geeft. De hechte broederkameraadschap welke de nodige deuken heeft opgelopen. U2 gevangen in hun eigen ideologie, opgelegd door buitenstaanders. Dat het allemaal weer in orde is, hoor je in het enthousiasme terug waarmee The Edge zijn instrument met slidegitaar uithalen laat janken, het is zowat bluesrock wat je hier hoort! Och en dan vergeet ik bijna om het kletterende dondergeroffel van Larry Mullen Jr. te vermelden. U2 is weer terug, en hoe!

In het gefrustreerde Is That All? gooit U2 alle belemmeringen en opgekropte agressie eruit. Het is een boosheid die de vriendschap van binnenuit terroriseert, muzikaal leunt het zwaar op The Electric Co. Duidelijk dat U2 hier zoekende is om die tegenslagen te kanaliseren. Even schoon schip maken om de neuzen weer dezelfde richting op te laten wijzen. Toch is die Shalom Fellowship gedachtengoed niet helemaal verkeerd. Het brengt de band in staat om de gepassioneerde With A Shout (Jerusalem) punkrockgospel te componeren. Het bezit de nodige verwijzingen naar de jaren zestig beatmissen om jongeren in het huis van God onderdak en een schuilplaats te bieden. Er zitten veel Bijbelreferenties in October, al blijft de band in staat om deze overtuiging bij de luisteraar niet af te dwingen. Het voordeel aan de Shalom Fellowship verbondenheid is absoluut dat U2 dicht bij zichzelf blijft.

Dan heeft U2 ook nog eens de pech dat Bono tijdens de Amerikaanse tour zijn aktetas met uitgewerkte teksten en onaffe ideeën kwijtraakt, waardoor hij in de studio veel moet improviseren. Deze werkwijze passen ze later grotendeels bij het The Unforgettable Fire proces toe, nu is het pure noodzaak. Ondanks deze frustraties straalt October in bijna alles serene rust uit. Het opstandige Stranger in a Strange Land verwijst letterlijk naar de gelijknamige sciencefiction roman van Robert Heinlein, Bono leent er ook tekstdelen uit. Voor mij staat Stranger in a Strange Land voor het immense Amerika, waar Bono niet alleen zichzelf verliest, maar dus ook zijn songs kwijtraakt. Het is te groot, te onoverzichtelijk. De vocalist is nog te jong voor de lokkende Verenigde Staten, het is een stapje te ver. Die schade haalt hij later ruimschoots met The Joshua Tree in.

Maar eerst moet er nog de nodige pijn geheeld worden. Het indringende indrukwekkende Tomorrow beschrijft de traumatische ervaring van het definitieve afscheid. De stoet die in stilte naar de laatste rustplaats van de vroeg overleden moeder van Bono rijdt. De tranen en het ingehouden verdriet. De dagen dat de slechts veertienjarige zanger volwassen wordt. De angst dat de dood sterft als de dagelijkse gang van zaken het leven stabiliseert. De angst om haar te vergeten en niet meer elke dag aan zijn moeder te denken. U2 blijft met bij Tomorrow dicht bij hun Ierse roots, zodanig zelfs dat er de nodige traditionele folk verwijzingen in verwerkt worden. Hier is vooral doedelzakspeler Vinnie Kilduff verantwoordelijk voor.

Het trieste October titelstuk, de herfst die op 14 september 1974 ingezet wordt. Het moment dat Iris Hewson plotseling overlijdt. De bomen worden kaal en dreigen in stilte af te sterven. Het veilige gezinsleven sneuvelt, maar Bono moet door om te overleven. The Edge houdt deze herinneringen vast en schenkt ze via de pianotoetsen een tweede leven. De emotioneel hulpeloze Tomorrow liefdesverklaring en het vrij intieme October titelstuk vormen voor mij de ziel van October.

Maar met alleen een ziel kom je er niet, er moet ook gescoord worden. Fire verschijnt in de zomer van 1981 op single. U2 bivakkeert dan nog in de studio, waar ze de laatste hand aan October leggen. Fire is stuwend koortsig. Het vuur staat voor de wederopstanding, maar is tevens die eerder genoemde bloedrode hemel. Vallen en opstaan. De zustertrack van I Fall Down. Fire is duistere postpunk, met Joy Division achtige percussie. Fire beantwoordt de vraag van de postpunk gemeenschap en speelt erg op die behoefte in. Fire heeft een prettige optimistische gejaagdheid met bassist Adam Clayton als anker. Hij geeft gezond tegengeweld tegen de grimmige gitaarpartijen van The Edge. Of Fire de juiste singlekeuze is, betwijfel ik, eigenlijk vind ik alleen Gloria geschikt. October is verrassend genoeg zodanig een eenheid, dat die eigenlijk geen echte singles nodig heeft.

Het eerder genoemde I Fall Down is de geromantiseerde tegenhanger van Fire. Het is de magie van The Edge die met subtiel pianospel zoveel toevoegt. Is Julie de gevangen engel die Bono opvangt, en hem de verdwenen woorden terug schenkt? Ondanks de licht deprimerende ondertoon is I Fall Down de kracht om het leven weer op te pakken. Uiteindelijk is Bono degene die zichzelf opnieuw moet leren lopen, stappen zetten. Stilstand leidt tot stagnatie. Julie is denk ik tevens de zomer voor October.

October komt tot stand tussen twee platen die vooral angst uitstralen. Bij Boy is het de angst voor het volwassendom, en vooral in het geval van Bono, zijn imperfecte jeugd niet goed kunnen afsluiten. War richt zich op het onzekere toekomstbeeld, die zich onder een bloederige rode hemel afspeelt. October is hoopvoller, een herfstplaat die zich voor een nieuwe lente bewapend. De grap is wel dat ze dit album in de zomermaanden van 1981 opnemen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Simple Minds - Empires and Dance (1980) 4,5

24 september, 19:42 uur

Real to Real Cacophony wordt vaak als het meest experimentele Simple Minds album genoemd. Ik deel deze mening niet en heb die ervaring juist bij het avantgardistische Empires And Dance dat letterlijk alle kanten op stuitert. Wat Empires And Dance een betere plaat maakt heeft met het feit te maken dat hier die gezamenlijke Simple Minds groepsspirit meer aanwezig is. Het is een perfecte belevenismix van dadaïsme, krautrock en doemwave. Het is de kunst om dit in een dampende dansbare postpunk smeltkroes te herenigen, Simple Minds verstaat de kunst om dit daadwerkelijk te doen. Tijdsgenoten zoeken hun heil in de New Romantics beweging in Londen, Simple Minds wijkt juist naar Berlijn uit.

Daar worden in de nachtclubs veel remixen van disco klassiekers gedraaid. Het in tweeën gescheurde Berlijn is hoe dan ook de belangrijkste inspiratiebron voor Empires And Dance. Er is geen plek op de wereld waar de verdeeldheid tussen Westers kapitalisme en Oosters communisme meer tastbaar aanwezig is. Jim Kerr verdiept zich in deze periode tevens in de filosofische surrealistische werken van schrijvers als Jorge Luis Borges en Nikolai Gogol. Empires And Dance is een tijdsclausule waarmee de tekstschrijver zich tegen het negativisme verzet. Een reis waarin hij een aantal beproevingen moet doorstaan om angsten te overwinnen. In de weg naar het licht moet je de duisternis afbakenen, om hoop te scheppen. Empires And Dance heeft hier een groot aandeel in.

Omdat Simple Minds veel aan het touren is, biedt het de zanger de mogelijkheid om de omgeving bewust te observeren en deze ervaringen in songs te delen. Het beste bewijs hiervan is het flitsende I Travel. I Travel wordt al snel een hit in de underground scene. Dit is exact wat Jim Kerr voor ogen heeft, een song smeden die geschikt is voor het nachtleven, en in alternatieve clubs gedraaid wordt. I Travel is een tocht langs immense kolossale standbeelden van vooral communistische wereldleiders, die respect afdwingen. Het Big Brother Is Watching You principe. Het is tevens een met drugs en drank geconsumeerde neonlichtentrip waar vervaging het kernwoord is. Zelf geeft hij het overduidelijk aan; Decadence and pleasure towns, beter kan je het niet verwoorden. Het is een veelvoud aan zenuwachtige Thirty Frames a Second indrukken. Een overschot aan spanningsbogen. Het brein is niet in staat om deze te kanaliseren en organiseren.

Het licht geforceerde I Travel doet het vooral in de Verenigde Staten goed. Daar is men klaar voor het industriële klettergeweld en de flitsende futuristische beats. Simple Minds piekt net een fractie te vroeg en zal al snel op dat front door bands als Depeche Mode en The Human League ingehaald worden. Daar lukt het wel om die commerciële switch te maken. I Travel is het voorwerk.

Today I Died Again gaat niet over plankenkoorts, al heeft de vocalist daar zeker wel mee te dealen. De adrenalinedrang is echter groter dan de podiumvrees. In Today I Died Again staat de decadente terugval van de wereld centraal. Het schrikbewind van het opnieuw opkomende fascisme. Een angstcultuur waarbij ontevredenheid, werkeloosheid en een scheef machtsbewind de voedingsbodem is. Een Derde Wereldoorlog gluurt aan de horizon, het is afwachten tot deze bij de ochtenddauw ontwaakt. Demonen die in het brein de gedachtegang overnemen. Een belangrijk facet in deze dreiging vormt het samenspel tussen de spookpartijen van toetsenist Mick MacNeil, het te snel pompende hart van bassist Derek Forbes en het bijna daadkrachtige doodsvonnis van drummer Brian McGee.

Het Celebrate escapisme viert het leven met de bewustwording van een naderend einde. Celebrate zou ook prima op Real to Real Cacophony passen. Het is de interactie tussen frontman en publiek, en legt tevens een link naar het eerder genoemde fascisme. Hoe eenvoudig kan het zijn om vanuit een podium een menigte te manipuleren. Net als I Travel een zeer dansbare track, die bewust ook als single naar voren geschoven wordt.

Het schizofrene geflipte This Fear of Gods roept bij mij beelden van de douchescene uit de Alfred Hitchcock horrorklassieker Psycho op waar moordenaar Norman Bates genadeloos toeslaat. This Fear of Gods is beklemmend en misschien wel het puurste postpunk nummer wat Simple Minds ooit gemaakt heeft. Volgens Jim Kerr is het echter zijn beleving van een Jorge Luis Borges vertelling, voor mij past die Alfred Hitchcock waanzin hier juist goed in. Charlie Burchill laat zo subtiel mogelijk zijn saxofoon spreken, waardoor de aanwezigheid van dit instrument amper opvalt. Het is zelfs onduidelijk of Jim Kerr in de gedaante van slachtoffer of dader kruipt. Hij levert in ieder geval een strijd waar hij niet ongeschonden uitkomt. Het valt niet eens op dat de track de zeven minuten aftelt, vanaf de eerste klanken houdt deze je in zijn greep.

Songs als transportmiddel, I Travel is een duidelijk voorbeeld, maar ook het tragere Capital City zuigt het stadsklimaat als een spons op. De griezelige gitaarakkoorden van Charlie Burchill zetten de diepgang in werking. Capital City is de thuisbasis van de op voorganger Real to Real Cacophony bezongen Factory werklui, die na een lange werkdag voor identieke zekerheid en herhaling kiezen. Een terugkerend patroon welke amper te doorbreken valt. Het vervreemdende Constantinople Line is de vlucht van modestad Parijs naar het onbekende Istanbul. De scheidingslijn tussen artrock en mystieke vernieuwingsdrang. Ook hier weer dat hekelende dilemma tussen communisme en kapitalisme. Als er een band is die later overtuigend voor het grote geld valt, is dat Simple Minds wel.

Chantalle Jeunet bouwt het verhalende spanningsveld van Twist/Run/Repulsion op. Haar Franse achtergrond leent zich perfect voor de vertaling van fragmenten uit het Nevsky Prospekt verhaal van de Russische schrijver Nikolai Gogol. Haar voordracht schept een hartstochtelijk zwaar pathetisch voorstelling van een dramatische romance, waar Jim Kerr in de rol van de aan slapeloosheid lijdende opiumverslaafde minnaar kruipt. Hij neutraliseert hier de angstdroom van Chantalle Jeunet met surrealistische koortsvisioenen.

Het bezinnende instrumentale Kant-Kino brengt de rust terug, maar klotst nog van links naar rechts. Dan is Room een geschikte afsluiter. Het brengt mij in ieder geval naar het ouderlijke huis van de zanger, waar een jonge Jim Kerr toekijkt hoe zijn vader zich scheert. De eerste kennismaking met volwassenheid. Het zijn de geesten uit het verleden die Empires And Dance uitluiden. Empires And Dance is geen gemakkelijke plaat, eerder een speels eerlijk geheel.

» details   » naar bericht  » reageer  

Simple Minds - Real to Real Cacophony (1979) 3,5

20 september, 16:57 uur

Net als Robert Smith van The Cure is Jim Kerr niet over het albumdebuut van zijn band te spreken. Zelf koester ik Life In A Day en ben ik deze steeds meer gaan waarderen. Maar Jim Kerr beschouwt Real To Real Cacophony als de plaat waar ze mee moeten aftrappen. Het is te gemakkelijk om je van Life In A Day te distantiëren. In de praktijk valt dit dus anders uit. Het experimentele moeilijke Real To Real Cacophony wordt juist minder goed door het grote publiek ontvangen, en groeit pas later tot een favoriet uit.

Het slepende Real To Real titelstuk is de voorbode van het verbindende communicatiemiddel. De Joy Division Transmission erfenis inclusief de exorcistische Insight echo’s. Jim Kerr in de schijnrol van een in paars geklede priester, de tussenpaus van de doemkerk. Traag als een pijnlijke gekwelde ziel. Onwetende als een zwijgende monnik buig ik mijn hoofd, knielend voor de Messias die later het positivisme verkondigt. Uitzichtloze duisternis, beklemmend en zwaar. Real To Real pompt klodders gestold bloed door de aders heen. Jim Kerr kan beter dan Ian Curtis met het sterrendom omgaan. De dromerige Jim Kerr blijkt een open individu te zijn, waar Ian Curtis juist een gesloten boek was.

In de manische Naked Eye Krautrock hartstocht zoekt Jim Kerr zijn toevlucht in een stapel boeken om zich geleerd en voorbereidt tegen de buitenwereld te bewapenen. Naked Eye is de angst dat indringers je gedachtes binnendringen om je te dirigeren en manipuleren, het antwoord op de niet naar wensen voltooide eersteling. Het avantgardistische Citizen (Dance of Youth) heeft raakvlakken met het latere theatrale bijtende Virgin Prunes geluid. Compromisloos, tegendraads, misleidend vervreemdend. Het verzet tegen het opkomende Oosterse communisme. Een paradox met Empires And Dance, waar ze op de albumhoes juist die statige symboliek omarmen. De Westerse tegenpartij is net zo min te vertrouwen, dus Simple Minds wed veilig op twee verschillende renpaarden. Een kansberekening welke snel in hun voordeel uitvalt.

De aanstekelijke geflipte kleurrijke rommelige Carnival (Shelter in a Suitcase) skapunk mengelmoes is tevens een vette knipoog naar de afstervende glamrock beweging, welke ze naar het heden van het New Romantics gebeuren proberen te transformeren. Een breed contrast met het absorberende melancholische Factory, waar ze de flitsende kleuren uit de voorganger elimineren tot er een realistische grijsheid overblijft. Het communisme biedt werkzekerheid, waar het Westerse opportunisme juist die werkloosheidsproblematiek aansnoert. We laten ons als zwakke lammeren naar het slachthuis leiden, waar we van elke vorm van rebellie en anarchie onteerd worden. Factory zijn de overvolle fabrieken uit de Metropolis film uit 1927. Stereotype gedragingen, dag in, dag uit. Factory schakelt tussen postpunk en de opkomst van de elektropop. Factory is de blauwdruk van de eerste Orchestral Manoeuvres In The Dark plaat. Vergeet niet dat deze pas een jaar later het licht ziet.

Ondanks dat de titel anders doet vermoeden is Cacophony een behoorlijk toegankelijk, maar net zo nietszeggend instrumentaaltje. Geen bijzondere track, vooral een haperend probeersel van gitarist Charlie Burchill. In het exotische Veldt stoeit Simple Minds met broeierige exotische funkbeats en kosmische spacerock. Twee instrumentale tracks achter elkaar doet Real to Real Cacophony weinig goeds. Het frans cinematische getinte Film Theme softpop scoort net zo goedkoop en gemakkelijk. Het staat allemaal mijlenver van het magistrale instrumentale Theme For Great Cities af, het onovertroffen instrumentale hoogtepunt uit de Sister Feelings Call sessies.

Na deze verzwakte aandacht moet Simple Minds wel genadeloos toeslaan. Dat doen ze zeker met het door katalysator Brian McGee in werking gestelde ritmische Premonition. Het is de discofunk van bassist Derek Forbes die het allemaal aan elkaar rijgt. Premonition is pure koortsige mystiek. Jim Kerr controleert de warboel in zijn hoofd door het brein binnen te dringen. Een voorzichtige poging om de dansvloer te bewandelen, te bekennen. Het zijn de donkere wolken die Simple Minds in dit stadium nog belemmeren om een I Travel meesterwerk te maken. Premonition is het ingecalculeerd snuffelen, aftasten en weer terugtrekken.

Changeling stamt nog uit de Life In A Day periode, al ligt het er hier minder bovenop. Zonder de bewustwording van verlies kan je geen winst maken. Changeling is de naaktheid onder het gepantserde schild. Calling Your Name opent met een symfonische herbewerking van het gejaagde progressieve filmische Tubular Bells van Mike Oldfield. Er zit een berg aan futuristische Brian Eno gekte in verwerkt, en Jim Kerr zingt als een jongere Brian Ferry kloon. Ze kunnen die Roxy Music invloeden niet afzweren, hoe graag ze ook willen.

Uiteraard is het afsluitende Scar de opmars naar New Gold Dream. Sterker nog het elektronische toetsenwerk intro van Scar is het vrijwel identieke fundament van het New Gold Dream thema. Leg de twee tracks tegenover elkaar en het is zowat een Siamese tweeling, die zich vervolgens koste wat het kost van de ander probeert te ontkoppelen. Scar is New Gold Dream in een notendop. De vrucht is aanwezig, maar dient nog gekraakt te worden. Het is overduidelijk dat dit nummer het concept vormde. Het latere keerpunt in hun ontwikkeling. Sleutelsong voor hun Opus Magnus.

Mick MacNeil strooit een handvol aan magie over beide nummers heen, zijn latere gemis wordt nooit meer volledig gecompenseerd. De keyboardspeler is dus een bepalende factor in die bekende Simple Minds sound. Hij is de alchemist die de juiste emulsies tot een bindend mengsel bij elkaar voegt. Hij heeft gesmeed goud in handen, de formule voor het grote succes. Juist deze bijna scheikundige strategie laat de bescheiden muzikant steeds meer van de band vervreemden. Eigenlijk zijn enkel Jim Kerr en Charlie Burchill hier tegen bestand. Scar staat dan wel voor pijn, het is Mick MacNeil die hier voor de helende verlichting zorgt. Jim Kerr ziet bij Scar al letterlijk het licht. De aantrekkingskracht van het reizen en de grote metropolen spreekt hij hier al uit. Nu nog als toeschouwer, vanaf I Travel van Empires And Dance springt hij op die sneltrein, welke de frontman enkel voor een noodstop verlaat. Het vuur en de passie bereikt zijn ogen en verblindt het zicht, waardoor er soms impulsief verkeerde keuzes gemaakt worden.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cure - Japanese Whispers (1983) 3,5

Alternatieve titel: The Singles Nov 82 : Nov 83, 14 september, 20:46 uur

Tijdens het Pornography opnameproces geeft een zwaar neerslachtige Robert Smith al aan dat het einde van The Cure in zicht is. Toch is het Simon Gallup die dit proces daadwerkelijk in werking zet. Na de intensieve gespannen tournee haakt hij na een stevig handgemeen met de frontman af. Het blijft speculeren, maar misschien is dit incident juist de redding van The Cure geweest. Hij zet de narcistische Robert Smith in ieder geval weer met beide benen op de grond. Het roer moet om, een tweede Pornography zou de doodsteek van de band betekenen. Ook producer Phil Thornalley is zich van dit gegeven bewust. Hij neemt de wankele rol van Robert Smith tijdelijk over en gaat naar sessiemuzikanten op zoek die de zanger het speelplezier kunnen teruggeven.

Robert Smith laat zich door de sound van New Order leiden, en stort zich op The Walk. Deze single heeft een donker elektronisch geluid en ligt behoorlijk in het verlengde van Blue Monday. De beats zijn hard, maar dansbaar. Dat The Cure slechts bijzaak is, blijkt wel als Robert Smith in diezelfde tijd zijn zinnen op The Glove zet. In dit psychedelische postpunk hobbyproject zijn verder Siouxsie And The Banshees bassist Steven Severin en de onbekende zangeres Jeanette Landray actief. Robert Smith sluit zich ook nog eens bij The Banshees aan. In eerste instantie als podiumdier tijdens de concerten, vervolgens blijft hij in de studio hangen als ze met Hyæna aan de slag gaan. De The Beatles cover Dear Prudence wordt een onverwacht groot succes en piekt op de derde plek in de Britse hitlijsten. Ondertussen scoort The Cure ook gigantisch met The Walk, en dit gegeven brengt de zanger in tweestrijd.

The Glove valt als eerste af, al overweegt Robert Smith weldegelijk om zijn veilige rol als gitarist bij Siouxsie And The Banshees te continueren. Juist op het moment dat hij besluit om het rustig aan te doen, komt er teveel op zijn pad. Phil Thornalley trekt hem over de streep en kiest voor een totaal andere aanpak. De nieuwe sessies zijn luchtiger, al blijft The Cure in alles The Cure. Het eigenzinnige stemgeluid van Robert Smith wordt zelfs nog dikker geaccentueerd. Het gemis van een drummer compenseren ze met Steve Goulding waarmee ze vervolgens Let's Go To Bed opnemen. Thematisch sluit deze track op The Hanging Garden en Siamese Twins aan. Verlangen en lust vormen de boventoon, al is het nu schijnbaar minder een obsessie. Het ironische aan Let's Go To Bed is echter dat het de depressieve Robert Smith in deze tijd veel moeite kost om uit bed te komen en de dag op te starten. Het boegbeeld geeft later toe dat hij wat moeite met de domme commerciële opzet van Let's Go To Bed heeft. Het nummer past ook totaal niet in het beeld wat de trouwe fans van The Cure hebben.

Ook het vrolijke jazzy The Love Cats doet het verrassend goed. Het is overduidelijk dat Phil Thornalley het fundament aanlevert. Zijn contrabas is het essentiële instrument in dit nummer, waarbij Robert Smith zich als een kroelende krolse kater geheel op zijn gemak voelt. Steve Goulding is ondertussen al aan de kant gezet, en op uitnodiging van Robert Smith is Andy Anderson op dit moment de meest geschikte vervanger. Wie moet er bij het vrolijke Speak My Language intro ook aan People Are Strange van The Doors denken? Ik in ieder geval wel. Gewoon een lekker nummer met gitaarakkoorden welke je tevens bij stergitarist Johnny Marr van The Smiths terug hoort. Ja, er staat zeker veel restmateriaal op Japanese Whispers, die songs zijn ongeveer net zo sterk als de B-kantjes tijdens de Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me periode. Ik durf zelfs te beweren dat die soms beter waren dan de singles.

Het opzwepende Just One Kiss zou prima op het latere Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me passen. De pessimistische gotische doom stemming die ze hierbij uit de keyboard tevoorschijn halen wordt later dunnetjes door Killing Joke geleend om doorbraak hit Love Like Blood kleur te geven. Je kan niet ontkennen dat The Cure weer de inspiratie bij Ultravox en Orchestral Manœuvres In The Dark vandaan haalt. Just One Kiss hoort in dat grijze jaren tachtig Koude Oorlog grensgebied thuis. Ze vissen allemaal in die dode door afvoerstoffen vergiftigende neonvijver, dus de buit zal veelal hetzelfde zijn. Het meest bijzondere aan het grimmige Just One Kiss vind ik dat het continu de indruk opwekt dat Simon Gallup de partijen ingespeeld heeft. Geen idee of de bassist hier voor zijn vertrek al mee gestoeid heeft.

In de verte is het catchy The Dream tot een schaduwsong van The Walk te herleiden, toch staat deze compositie geheel op zichzelf. Het The Dream onderwerp is echter behoorlijk heavy, en handelt over een miskraam. De relatie met Mary Poole is altijd kinderloos gebleven. Volgens de zanger een bewuste keuze, al zal het werk van zijn echtgenote als verpleegster op een kinderafdeling hier bewust dan wel onbewust ook een aandeel in hebben. De The Upstairs Room dancefunk ligt ook in de lijn van The Walk, en werd onder toeziend oog van Steven Severin geschreven. Een afdankertje van de creatieve The Glove sessies, of juist de opstart van deze bastaardzoon?

Het hoogtepunt is echter het melancholische Lament treurlied, wat een bazentrack is dat toch. Als The Walk een dagwandeling is, dan is Lament een avondwandeling. The Walk is het besef van leven, bij Lament gluurt de dood weer toe. Japanese Whispers is waarschijnlijk van groter belang dan The Top. Het is de plaat die Robert Smith moest maken om weer te aarden, weer te voelen. Japanese Whispers is dus meer dan een bij elkaar geraapt tussendoortje, en ze komen hiermee voor mij zelfs met vlagen sterker uit de bus dan de daadwerkelijke opvolger.

» details   » naar bericht  » reageer