menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020, november 2020, december 2020, januari 2021, februari 2021, maart 2021, april 2021, mei 2021, juni 2021

Joachim Witt - Edelweiß (1982) 3,5

afgelopen zondag om 02:35 uur

stem geplaatst

» details  

Joana Serrat - Hardcore from the Heart (2021) 4,0

9 juni, 15:18 uur

stem geplaatst

» details  

Thee More Shallows - Dad Jams (2021) 3,0

9 juni, 01:07 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Jeweler - Tiny Circles (2021) 3,5

8 juni, 18:18 uur

stem geplaatst

» details  

Japanese Breakfast - Jubilee (2021) 4,0

8 juni, 00:07 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Rostam - Changephobia (2021) 3,5

7 juni, 17:02 uur

Het is bijzonder hoe de snikhete strandballenpop van Vampire Weekend al in de nawinter van 2008 zoveel warmte oproept. Met de aanstekelijke mix van zomerse Afrikaanse polyritmiek en rondfladderend new wave gitaarspel zet het hyperactieve studentikoze New Yorkse indie gezelschap flinke badslipperstappen in het alternatieve rockcircuit. Het springerige A-Punk is een mooi visitekaartje en vervolgt de weg naar het eerder verschenen debuut Vampire Weekend. Het spil wordt gevormd door het hyperactieve schrijversduo Ezra Koenig en Rostam Batmanglij die hun immense creativiteit en speelplezier vervolgens over Contra en Modern Vampires of the City breed belegd uitsmeren.

De veelzijdigheid van de twee bandleiders is tevens een groot struikelblok waardoor ze de taken binnen Vampire Weekend herverdelen. Ezra Koenig eigent zich de rol van boegbeeld op, en Rostam Batmanglij is steeds nadrukkelijker achter de schermen werkzaam. Al vanaf de eerste plaat is hij als producer grotendeels verantwoordelijk voor het eindresultaat. Deze dubbeltaak binnen Vampire Weekend is vrijwel niet meer te combineren waardoor Rostam Batmanglij de gewaagde stap maakt om zijn rol van co-writer op te offeren. Een gezonde keuze die de goede vriendschappelijke verstandhouding tussen hem en Ezra Koenig niet in de weg zit, want op de achtergrond blijft hij wel degelijk verbonden met Vampire Weekend.

In zijn thuisstudio gaat hij in de tussentijd aan de slag met losse tracks wat uiteindelijk leidt tot het dromerige Half-Light. De overstap naar een meer op de synthpop gericht geluid wordt ondanks die persoonlijke handtekening vreemd genoeg lang niet zo breed opgepakt. Een aangenaam vrijwel onopgemerkt werkstuk die ergens tussen de kale experimentele songs van The Beatles en het eighties postpunk gezelschap XTC in balanceert en waarmee hij zich los wurgt van het Vampire Weekend geluid.

Als dan uiteindelijk de vierde Vampire Weekend plaat Father Of The Bride verschijnt blijkt dat Rostam Batmanglij definitief gekozen heeft voor een solo carrière. Hij staat niet meer genoemd als bandlid, al blijven de lijntjes dun en hopen de liefhebbers stiekem wel op een terugkeer. Ondanks de valse start krijgt Half-Light nu een waardig vervolg met de zonnige lome jazzuitspattingen van Changephobia. De liefde voor een positieve herboren zomer heeft ook hier de overhand, al zit de broeierigheid vooral in het relaxte afterparty gevoel.

Changephobia staat voor de vernieuwingsdrang en opgeëiste vrijheden, het succesvolle verleden afschuddend en verfrissende kansen pakken. Changephobia is tevens het onzekere toekomstbeeld, waarbij alle houvast verdwenen is. Niet alleen muzikanten en de cultuursector bereiden zich voor op een doorstart, de hele mensheid zal aan dit idee moeten wennen. Op ruimtelijk gebied is er veel gebeurd. Nog steeds is de sfeer klein en intiem maar de connectie tussen subtiel gitaarspel en hedendaagse elektronica heeft zich verfijnd. De onstuimige ritmische tempowisselingen van Vampire Weekend treden sterk op de voorgrond in de drum and bass van Kinney.

De specialisatie zit hem in de zwoele nachtclub pianotoetsen en is verder vooral terug te horen in het ondersteunende mellow slaperige baritonsaxofoonspel van Henry Solomon. Deze sessiemuzikant is regelmatig op het podium van de gezusters Haim terug te vinden. Danielle Haim verleent op Changephobia een vriendendienst door haar drumpartijen uit te lenen aan opwarmingstrack These Kids We Knew.

Een andere vorm van luchtigheid zit hem in de veilige soul van Next Thing of de knipoog naar de typische jaren tachtig new wave van 4Runner, welke meer in de lijn ligt van het hedendaagse Coldplay werk. En juist die band vat Changephobia aardig samen. Vernieuwingsdrang staat niet altijd gelijk aan het begrip avontuurlijk. Toch krijgt Rostam het voordeel van de twijfel. De een vind het heerlijk om te loungen bij de ondergaande zon, nippend aan een halfvol glaasje whisky on the rocks. Mijn voorkeur gaat meer uit naar een energiek gifgroen cocktail likeurtje en ik zet vervolgens toch die overdonderende eersteling van Vampire Weekend maar weer op.

Rostam - Changephobia | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Datsuns - Eye to Eye (2021) 3,5

7 juni, 16:58 uur

Het is zo’n clichématige uitdrukking. Deze plaat moet luid afgespeeld worden, zet je versterker op standje elf en laat de rokende gitaren het stof aardig opblazen. En toch past deze beschrijving perfect bij de Nieuw-Zeelandse hardrockers van The Datsuns. Ouderwetse hardrock, soms keihard, dan weer heerlijk melodieus. Na een afwezigheid van zeven jaar ontwaken ze eindelijk uit hun langdurige sabbatical en brengt de uit Cambridge afkomstige rockband eindelijk de opvolger van Deep Sleep uit. De door afgedankte smeerolie gevoede motor draait dus nog steeds, en is nu in gerecyclede vorm terug op de markt gebracht. De tandwieltjes zijn keurig afgevijld waardoor ze weer net dat standje harder kunnen. Maar is die behoefte naar een ouderwetse doortrapper als Eye To Eye er nog wel?

Natuurlijk is die er nog! Met de uitbundig solerende gitaristen Christian Livingstone en Phil Somervell in de frontlinie is Eye To Eye een lekkere rockplaat geworden. De primitieve drang om oorverdovend toe te slaan is nog steeds aanwezig, zo smerig en opgefokt als op het debuut klinken ze al lang niet meer. Met de zevende langspeelplaat Eye To Eye voegen ze ook niet echt meer iets toe, er staan wel degelijk een mooi aantal ruwe ongepolijste pareltjes op. Vernieuwend? Zeker niet! Het is allemaal schaamteloos jatwerk, maar dan wel waardig uitgevoerd. Alles wat The Datsuns op de plaat zetten is in het verleden al eerder en zelfs beter gedaan. Geeft allemaal niks, het is zo verdomd lekker! Stuiterrock met een hoog adrenalinegehalte. Net zo nostalgisch als de oude met zichtbare roestvlekken gezegende Datsun 120y, die het gezin jaren geleden naar het strand vervoerde. Vastgeplakt aan de nepleren achterbank, met de roodgloeiende blaren op de benen. En toch verlang je terug naar die tijd.

De kenmerkende seventies sound wordt versterkt door de sleazy glamrock koortjes en het hammondorgel van Anders Boba Lindström in de progrock track Warped Signals. Er wordt stevig doorgehakt met de retro revival gitaarsound van Bite My Tongue. Die jaren zeventig invloeden worden bij Dehumanise op een zijspoor gezet en worden rechtstreeks ingehaald door de New wave of British heavy metal. Het is een regelrechte energieke thrashende kilometervreter, waarbij de overstuurde gitaar aangenaam mag janken. De Zweedse studiogasten Tomas Eriksson en Eric Bystedt schreeuwen daarbij de longen uit hun lijf. Die Scandinavische invloeden overheersen overduidelijk op Eye To Eye omdat The Datsuns steeds meer de melodieuze pop kant van heavy metal act Ghost opzoekt, en het garagerock verleden definitief vaarwel zegt.

Welkom in de jaren tachtig! Rudolf de Borst klinkt op het psychedelische single Brain to Brain als een regelrechte nazaat van Iron Maiden zanger Bruce Dickinson. Ook hun kenmerkende gitaarsynthesizers worden als futuristische bouwstenen aan het geluid toegevoegd. De vernieuwing zetten ze door in Moongazer, waar donkere postpunk accenten worden afgewisseld met jaren zestig psychedelica. Soms zitten ze wel net op het randje. Ondanks de stoere titel is White Noise Machine een regelrechte hair band ballad, met een hoog popgehalte. Dit maakt het lastiger om The Datsuns serieus te nemen. Op het ene moment dus vernietigend aanvallend met stevige toeslaande gitaarriffs, vervolgens bijna sentimenteel zoet. Op het einde van Eye To Eye wanen we ons in de droge natuurvlaktes van Nieuw-Zeeland. Het effectenpedaal wordt flink ingetrapt bij Other People’s Eyes waarna er nog hallucinerend getript wordt op de groovende echo’s van het stoner In Record Time. Na die lange stilte is Eye To Eye een prima rockplaat, maar hadden we stiekem toch wel wat meer verwacht.

The Datsuns - Eye To Eye | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Molly Burch - Romantic Images (2021) 3,5

5 juni, 00:44 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren

» details  

Wavves - Hideaway (2021) 4,0

2 juni, 12:33 uur

stem geplaatst

» details  

Kloot Per W Group - Nuits Blanches (2021) 4,0

2 juni, 11:14 uur

Het creatieve brein van een kunstenaar gaat vaak pas werken als de omgeving in ruststand verkeert. Niks is mooier dan de stilte van de nacht, een zwijgzame partner die de klanken laat weerkaatsen tegen de door schilderijen vervulde muren in de huiskamer van de artiest. Ze dempen de geluiden en laten ze vervolgens in de atmosfeer rond cirkelen totdat ze gevangen worden om op tape gezet te worden. Kloot Per W is een geroutineerde rasartiest, hij heeft het allemaal meegemaakt. De hoogtijdagen van de psychedelische jaren zeventig, het verrotte straatleven van de punk, de grunge, de house en uiteraard de Belpop.

Maar ook vooral de nachtelijke onrust waar chansons en blues samen komen in een oude doorleefde geest die zichzelf op de EP Nuits Blanches voor de zoveelste keer opnieuw uitvindt. De liefde voor de duistere uren, de hang naar goedkope en oppervlakkige nachtclubromantiek. De ups en downs van het sterrendom. De eenzame hotelkamers met de gevulde minibars, het uitbundige publiek, de verlate kroegen. Maar vooral die kick van de roem, die eeuwige roem.

Kloot Per W staat er al jaren middenin, dwars van alle hypes bewandelt hij zijn eigen onuitputbare wegen. Ondanks zijn gepensioneerde leeftijd denkt er niet aan om rustiger aan te doen. De nieuwe generatie Belgische muzikanten hebben helden nodig die dicht bij ze staan, voorbeelden die deze belangrijke ervaringen willen delen. Kloot Per W is zo’n cultfiguur.

Samen met voormalige Evil Superstars en dEUS bandlid Mauro Pawlowski werkt hij al jaren aan een verbreding van zijn persoonlijke muziekencyclopedie. Het ene moment uitbundig, manisch, dwaas en onnavolgbaar, vervolgens warm en intiem in een ouderwets zwart-wit decor. Nuits Blanches behoort overduidelijk tot die laatste groep. De voertaal is Frans. Het bekt gewoon lekkerder zo, en de Franse taal heeft dat amicale theatrale dat zich hier buitengewoon goed voor leent.

Het titelstuk Nuits Blanches is een sentimenteel gedragen passage uit het leven van deze oude rocker, met prachtig roodfluweel gitaarspel welke de treurende akoestische akkoorden van het intro langzaam afdwingt om in de schaduw te verdwijnen. Het zijn nog niet eens zozeer de woorden van Kloot Per W die respect afdwingen. Het is zijn hele voordracht waarin zoveel kracht en overtuiging in terug te vinden is, levenservaringen die niet eens extra geaccentueerd dienen te worden.

Je T’ai Toujours Aimeé is ritmisch, daglichtvriendelijker. Al worden de zuidelijke invloeden ook hier overmand door een flinke dosis aan schemerduister gitaarwerk. Een klassieker waarbij teruggegrepen wordt in die rijkelijk gevulde persoonlijke catalogus van Kloot Per W. Het is een remake van een bijna veertig jaar oude versie die oorspronkelijk met zijn band Polyphonic Size werd uitgebracht. Nu zonder de zang van The Stranglers bassist JJ Burnel maar gedragen door de Belgische chansonnier.

De combinatie van piano en viool versterken de treurnis in de prachtige praatzang van het zwaardere Tout Abandonné. Een melancholisch verslag waarbij een oude man al symbolisch fietsend uit het leven vertrekt, zijn laatste reis vervolgend. Na de slapeloze nachten wordt de eeuwige rust opgezocht. Nuits Blanches is een concept gericht op het ouder worden en de sterfelijkheid. Het nostalgisch terugkijken op jongere jaren, maar ook de realistische bewustwording van het heden als mogelijkheden vervagen tot onmogelijkheden.

Kloot Per W Group - Nuits Blanches | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Texas - Hi (2021) 3,5

31 mei, 11:27 uur

Het regenachtige Glasgow had ons al eerder in de jaren tachtig getrakteerd op sfeervolle pure artiesten als The Blue Nile, Deacon Blue, Lloyd Cole and the Commotions en het grote Simple Minds. Opeens was daar in 1989 dat heerlijke slide gitaar intro van I Don’t Want a Lover. Wie is toch die jongeman die zich verlegen verschuilt achter zijn warrige gothic coupe, en waar komt die zelfverzekerd ogende zangeres vandaan. Natuurlijk komt Texas gewoon uit Schotland, en is de naam afgeleid van de Ry Cooder soundtrack welke zo’n geweldige indruk maakt in de Wim Wenders film Paris, Texas.

Door de jeugdige uitstraling van Johnny McElhone ga je er niet van uit dat hij bijna tien jaar eerder als bassist het nodige speelplezier opdeed bij de vrolijke New Wavers van Altered Images en het funky pop geluid van Hipsway. Sharleen Spiteri stapte gloednieuw het wereldje binnen, al zou je juist van haar verwachten dat ze al jarenlang ervaring heeft. Snel volgt de country blues popplaat Southside en het gelijkwaardige Mothers Heaven. Rond de release van Ricks Road wordt Johnny vader van Jack McElhone, die later een succesvolle carrière als acteur krijgt, en in zijn vrije tijd bijklust als muzikant. Op Hi wordt hij tevens genoemd als meeschrijvend teamlid en behoort hij ondertussen tot een van de bandleden van Texas.

Bij de vierde plaat White on Blonde ligt het accent op de white soul sound, en scoren ze met behulp van rapper Method Man een monsterhit met de remake van Say What You Want. Vervolgens zwakt de aandacht af, totdat ze aankondigen dat ze met out takes uit de White on Blonde periode aan de slag gaan. Hebben we hier te maken met een pas geopende schatkist aan restmateriaal, of zijn het afdankertjes die eigenlijk het daglicht niet mogen aanschouwen? In ieder geval hebben ze de tracks van Hi zodanig onder handen genomen dat er gloednieuwe songs zijn ontstaan.

Ja, ja gloednieuwe songs, dat zal wel! De discoklassieker Love’s Unkind die Giorgio Moroder voor Donna Summer componeerde is verwerkt in de openingstrack Mr Haze. Ik krijg er een geitenwollen songfestival gevoel bij, flink jeukend en zwaar gedateerd. En toch lukt het Texas om direct dat gevoel van White on Blonde weer op te roepen, en zitten ze hier gelijk in die gehoopte jaren zeventig hoek. Stukken avontuurlijker is het potige nummer Hi waarbij de gehele Wu-Tang Clan aanwezig is. Wat fijn om die rapcrew in ouderwetse topvorm terug te horen. De retro bossa nova beats roepen een duister filmisch Quentin Tarantino gangstersfeertje op.

De angst dat men voortborduurt op die commerciële shit met Method Man wordt hier ontnomen. Hoe grappig is het dat Texas dit juist wel doet met You Can Call Me dat met het herkenbare deuntje in principe gewoon Say What You Want Part II is. De door Motown geïnspireerde Heaven Knows zou zelfs jaren geleden kunnen dienen als een waardige opvolger van de single Black Eyed Boy. Sterker nog, zelfs gemakkelijk overtreffen.

Sharleen Spiteri is net als Adele en Duffy schatplichtig verbonden aan het baanbrekende voorwerk van Dusty Springfield. Die hele sixties revival sound en het bubblegum geluid van het mede door Richard Hawley geschreven Dark Fire houden ze helaas niet de hele tijd vast. Natuurlijk is Sharleen Spiteri een talentvolle zangeres die de beeldende pianoballad Unbelievable kan dragen. Maar de behoefte aan dit soort sentimentele tranentrekkers heb ik vooral rond de kerstdagen en in juni ontbreekt die behoefte om mij al te verdiepen in het eindejaars Top 2000 lijstje.

Ook de platte eighties disco van het oh zo hippe Look What You’ve Done en de country accenten in de theatrale Wall of Sound van Had to Leave mogen van mij achterwege blijven. Wel geslaagd is het zwaarmoedige Falling, waarbij Johnny McElhone teruggrijpt naar zijn betekeningswaardige postpunk verleden. Het donker elektronische Moonstar wordt opgesierd door de mondharmonica van Dante Traynor, die ook als beeldend kunstenaar actief is. Over de gehele linie krijgt Texas het voordeel van de twijfel. Die paar misstappen zijn ze vergeven. Ja, met de nieuwe plaat zijn ze weldegelijk terug. Hi Texas, and welcome back!

Texas - Hi | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Justin Sullivan - Surrounded (2021) 4,0

29 mei, 00:59 uur

De rebelse kritische activist Justin Sullivan heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een romantische ontroostbare activist. Nog steeds staat het leed van de aarde en mensheid op de voorgrond, al is de boodschap allang niet meer verpakt in puntige kritische punkrock songs, maar veel meer in sfeervolle landschapsbeschrijvingen. Surrounded is na het achttien jaar oude door de aanslagen van 9 september 2001 geïnspireerde Navigating by the Stars de tweede soloplaat welke het 65 jarig boegbeeld van de anarchistische tegenbeweging New Model Army uitbrengt.

Al vrij snel tijdens de eerste lockdown in 2020 beseft Justin Sullivan in Coming with Me dat de muren op hem afkomen, woorden zinloos in zijn hoofd blijven ronddwalen en dat deze vorm van beangstigende isolatie hem niks oplevert. Als alternatieve verhalenverteller die zijn kwaliteiten etaleert in het gedragen Sao Paulo heeft hij mensen om zich heen nodig, die hem helpen om deze afzonderende periode te overwinnen of in ieder geval nuttig te besteden.

In (therapeutische) thuissessies werken ze aan een groot aantal tracks welke uiteindelijk omgedoopt worden tot Surrounded, inderdaad omgeven door vrienden zoals de titel al aangeeft. Vanuit het New Model Army kamp zijn dat de gitaristen Marshall Gill die Stone and Heather onderdompelt in prachtige drones en Dean White die spookachtige effecten aan Clear Skies toevoegt. Het lijkt een bewuste keuze om de plaat op 28 mei uit te brengen, een jaar nadat de teksten van 28th May uit zijn pen vloeien.

Ondanks zijn grijze lokken blijft de zanger die jeugdige uitstraling houden. Ergens diep van binnen zit daar nog steeds de opgekropte woede. Deze openbaart zich kleiner en kwetsbaar in een slagveld gevuld met dromerige instrumentatie. Alleen het afwijkende energieke Unforgiven zou zonder de viool van Henning Nugel prima op een New Model Army plaat passen. De rol van folky singer-songwriter past goed bij Justin Sullivan, die door zijn leeftijd in staat is om er een mooie doorleefde aura omheen te vormen.

Met een magische mythische gothic jaren tachtig omkadering die zo treffend in Clean Horizon zijn weg vind is de binding met die idealistische fundering nog steeds aanwezig. Er ontstaat meer ruimte voor de innerlijke zachtheid die ook zeker in Justin Sullivan schuilt. Doordat het geschreeuw geëlimineerd is, blijft de kaalheid van zijn zang over en blijkt dat hij in bezit is van een prachtig warm stemgeluid.

Zwaar zoemende a capella samenzang opent het pastorale treurlied Dirge. Er hangt een weemoedige kerstsfeer omheen, maar in het geval van Justin Sullivan is het eenvoudig te herleiden naar een zoektocht naar het licht in deze duistere periode. De minimalistische percussie van New Model Army drummer Michael Dean dreunt daar als een oeroude alarmklok doorheen. Er wordt prachtig gebruik gemaakt van kinderlijke slaapliedjeswijsjes. De verlossing ligt in de toekomst, als jeugdige onschuldige nieuwe wereldleiders de aarde hervormen. Justin Sullivan schuift zichzelf vervolgens naar voren, zonder de kenmerkende innerlijke woede maar met vlammende hoopsprankjes. Krachtig, als een stille tocht.

De eerste single Amundsen is een song over volkshelden en geschiedenisschrijvers en handelt over de avontuurlijke zeereis naar Antarctica van de gelijknamige ontdekkingsreiziger. Het woeste gitaarspel klotst tegen de voortvarende contrabaslijnen van Jon Thorne aan en trotseren de koude verleidende harpklanken van Tom Moth en het grimmige vioolpartijen van Henning Nugel.

Dat de zee tevens als vriend kan functioneren bewijst Sea Again, waarbij de viool en harp in een berustende sfeersetting een tegengestelde rol opeisen. Heel mooi hoe in de natuur belevende songs gekozen wordt voor een ander soort instrumentatie. Tom Moth is ook meesterlijk begeleidend aanwezig in het gehoor strelende Daughter of the Sun.

Nu Justin Sullivan de pensioenleeftijd bereikt heeft kunnen deze persoonlijke overpeinzingen ertoe leiden dat de opstandige songsmit het in de toekomst rustiger aan gaat doen. Natuurlijk mogen er meerdere prachtparels volgen als dit overtuigende Surrounded, maar de urgentie om hem live met New Model Army te beleven is nog net wat groter.

Justin Sullivan - Surrounded | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

E.R. Jurken - I Stand Corrected (2021) 3,5

29 mei, 00:27 uur

Hoe vaak loopt een artiest wel niet trots met zijn songs de studio binnen om daar de in ontwikkeling zijnde kindjes onder te brengen bij de daar aanwezige producer om uiteindelijk die plek met keurige heropgevoede liedjes huiswaarts te keren. Het mooie eigenwijze karakter is afgestraft en alle eigenzinnigheid is verdwenen. Je moet eens weten hoe vaak die creativiteit totaal is bijgeschaafd en dat er uiteindelijk bar weinig over is van die hoofd vullende ideeën. Dat het ook anders kan bewijst E.R. Jurken met zijn eersteling I Stand Corrected.

De uit Illinois afkomstige E.R. Jurken is een troubadour, een ouderwetse liedjesverkoper, die zwervend door het dal van het leven al zijn bezittingen inclusief zijn gitaren kwijtraakt en door America heen trekt om rust te vinden. Een bewuste keuze die in werking wordt gezet als de depressieve zanger in 2012 getraumatiseerd door een aardedonkere periode heen gaat en achtervolgt wordt door zijn persoonlijke demonen die hij moeizaam van zich af kan schudden. Zijn goede vriend Gene Booth trekt hem vanuit die bodemloze put omhoog en speelt een belangrijke rol in het terugvinden van de liefde voor de muziek.

Bang voor het lopende risico om in zijn oude negatieve patroon terug te vallen gaat hij onder toeziend oog van Drag City A&R-man Rian Murphy op bezoek bij Mark Greenberg. Deze geniale opnametechneut heeft in het verleden de opdracht gekregen om de tegendraadsheid van Wilco, Beck en Andrew Bird te behouden en te verfijnen. Gelukkig staan ze er verder niet alleen voor en is het de veelgevraagde blazer Paul Mertens die daar zo nodig de lichte mineurklanken en sfeertonen aan de gitaarlijnen toevoegt. Het vertrouwen in E.R. Jurken is zelfs zo groot dat hij gelijk gekoppeld wordt aan het speciaal voor hem opgerichte Country Thyme label, een nieuwe jongvolwassen dochtermaatschappij van Drag City. Een therapeutisch proces volgt welke uiteindelijk afgetoetst wordt met de voltooiing van I Stand Corrected.

E.R. Jurken onderscheid zichzelf door in zijn songs de onaardse kopstem in verschillende toonhoogtes te ontleden, te overdubben en te herdefiniëren. Een aanpak die in het verleden Bohemian Rhapsody, de monsterhit van Queen opleverde. Alleen ligt de interesse van deze nieuwe muzikale aanwinst meer op het vlak van de harmonieuze koortjes waarmee The Beach Boys halverwege de jaren zestig naam maakten, en die The Beatles vervolgens toepasten in hun psychedelische periode.

I Stand Corrected is zeker geen poging om deze meesterwerken te evenaren, maar roept wel een soortgelijke sfeer op. Lieflijke georkestreerde eenvoudige popliedjes die ook wel het verlangen naar die folk sound van jaren geleden oproepen. Geen moderne hippe Americana indietracks, maar eerlijke klein gehouden verhaaltjes. Deze vocale exclusiviteit is tevens ook een groot struikelblok, de eenzijdigheid wordt nergens afgewisseld met gedurfde wendingen, waardoor de aandacht al snel dreigt af te zakken tot standje slaapverwekkend.

Het is mooi dat een veelbelovende jonge singer-songwriter alle vrijheid krijgt om zijn eigen geluid te ontdekken. Welke huidige platenmaatschappij schept tegenwoordig nog zoveel vertrouwen in een onbekende artiest. Zo hoort het eigenlijk ook te werken. Gewoon een leerschool om je verder te ontwikkelen. Geen tijdsdruk om jezelf te schikken naar het verwachtte eindplaatje. We moeten ze koesteren, labels als Country Thyme die dus dat verschil maken. I Stand Corrected is een prettig puur debuut, uitgewerkt volgens de kernbegrippen van de Do It Yourself ideologie.

E.R. Jurken - I Stand Corrected | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

LUWTEN - Draft (2021) 4,0

29 mei, 00:24 uur

Een klein glimpje licht onthult op de albumhoes van Draft het silhouet van Tessa Douwstra. Er is weer een stukje meer ruimte voor de culturele sector nu de concertenreeks weer langzaam op gang komen. Ook ruimte dus voor de intieme elektronische popliedjes van LUWTEN die met Draft haar tweede plaat onder deze naam uitbrengt. De zangeres welke omstreeks 2012 al een goede start maakte met het tientallige folkpop muzikantencollectief Wooden Saints en haar eigen band Orlando werd toen al door Written in Music in Who’s Next opgepakt.

De lawaaierige maatschappij sterft af en LUWTEN gaat vanuit dit nulpunt te werk. Hierdoor heeft de instrumentatie een stapje terug gedaan, en is deze nog lichtvoetiger aanwezig. Ruim een jaar nadat LUWTEN het overnameproces heeft afgerond verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger van de veelbelovende debuutalbum. Tessa Douwstra klinkt zelfverzekerd en sensitief alsof ze zichzelf de opdracht heeft gegeven om vooral vocaal Draft te dragen.

De aarde verkeerd in een nieuwe lente die lang op zich heeft laten wachten. Uiteindelijk breken daadwerkelijk de opbeurende zonnestralen door en wordt de duisternis vriendelijk verzocht om plaats te maken voor positivisme. Blijkbaar is die behoefte aan dit soort kleinschalige wereldverbreders erg groot. Wat al blijkt uit die massale omarming van een artiest als Eefje de Visser, die door haar beeldende samenzang waarschijnlijk onbewust invloed uitoefent op het enigzins vergelijkbare Sleeveless.

Door de bewegingsarmoede in een maatschappij waarin social media een steeds grotere rol speelt veranderen buitensporige levensgenieters in geïsoleerde kluizenaars. Vreemdelingen dringen je veilige huishaven binnen en vormen een onaantastbare nieuwe vriendengroep. Koortsig wordt in de nachtelijke uren die lege stoel opgezocht om contact te zoeken in het duistere Don’t Be a Stranger. Ongenodigde gasten schuiven aan en doen inbreuk op de privacy, omdat die hunkering naar gelegenheid zo gigantisch groot is.

De zwoel erotische sfeer die als een mistige wolk om dit nummer heen hangt is te herleiden tot hedendaagse prostitutie. Alleen wordt niet het fysieke lichaam te koop aangeboden. Via platforms als Facebook en Instagram stelt men de innerlijke ziel en openbare gedachtegang bloot aan de omgeving. Het is tijd om dit controle verlies los te laten en weer opzoek te gaan naar fysieke relaties. Bevecht die verstikkende eenzaamheid door weer opnieuw naar buiten te treden. Tessa Douwstra komt direct bij het speelse The Thought of You tot de kern.

Check your phone for the time
All these people in line
Wait to say goodbye

Ondanks dat de sobere grijsblauwe hoes anders doet vermoeden overheersen de deprimerende beklagen op Draft niet en is het een mooie bewandelbare tussenweg waarbij ook zeker die hunkerende optimisme een belangrijke rol vervult. Het is geweldig hoe zo’n typerend eerste levensbehoefte vrouwending als de kapper centraal staat voor de weg naar volwassenheid in Haircut. Prachtige luchtigheid gezien vanuit het standpunt van een dame.

Ga uit van de stabiele basis van Airport en laat alle idealistische verwachtingen heel eventjes los. Standstill is het ontsnappen uit het haperende tandwiel van de vastgelopen motor die het dagelijkse leven beheerst. Het hokjes gebonden meelopen met de menigte wordt verstoord door de afgedwongen stilstand welke langzaam weer tot leven komt. Een optimistische boodschap waarmee je de angst van de overheersende sleur slim mee ontwijkt.

Thought we all ran on a treadmill
I thought it all went down the same hill
I didn’t know things could come to a standstill

Draft is werk in uitvoering, een schetstekening met weggegumde grijstinten.

LUWTEN - Draft | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Robbing Millions - Holidays Inside (2021) 3,5

28 mei, 05:10 uur

stem geplaatst

» details  

The Lounge Society - Silk for the Starving (2021) 3,5

28 mei, 04:08 uur

stem geplaatst

» details  

Wolf Alice - Blue Weekend (2021) 4,0

27 mei, 14:09 uur

Het is februari 2013 als Wolf Alice de debuutsingle Fluffy lanceert. Er wordt sterk teruggegrepen naar die energieke indierock periode welke halverwege de jaren negentig de grunge op een zijspoor zet. De rol van vrouwelijke boegbeelden wordt groter en invloedrijker. Rockchicks is de oneerbiedige benaming waarmee de vrijgevochten muzikanten worden gestigmatiseerd, terwijl ze juist een gelijkwaardige status als hun mannelijke collega’s verdienen.

Die aangename mix van stevige rock en hemelse zangpartijen inspireren zangeres Ellie Rowsell en gitarist Joff Oddie om hun akoestische basis om te zetten in steviger werk. Nadat bassist Theo Ellis en drummer Joel Amey zich bij het duo gevoegd hebben verschijnt in 2015 My Love Is Cool onder de Wolf Alice vlag, twee jaar gevolgd door het met de Mercury Prize beloonde Visions Of A Life.

Op de nieuwe plaat is Ellie Rowsell nog net zo boos als op de schreeuwerige (maar wel lekkere) frustratiesong Yuk Foo. De ogenschijnlijke mooie tijd in Los Angeles blijkt achteraf toch een verloren deprimerend Blue Weekend te zijn. Een gedurfde sfeer welke van Wolf Alice vraagt om in genuanceerde accentwisselingen ook de postpunk kant te laten zien.

De winst zit hem in de opbouw, het gericht naar een climax toewerken. Verfijning met hier en daar nog een heerlijke noise uitspatting. Een doorstart welke waarschijnlijk niet door iedereen begrepen wordt, maar wat wel een mooi volwassen geheel oplevert. Doordat er meer geïnvesteerd wordt in het creëren van een intieme sfeer komen de stevigere uitschieters veel confronterender binnen.

Delicious Things is Hollywood, de Amerikaanse Droom, de roem, de zelfdestructie en het machtsmisbruik. De nasleep van het #MeToo gebeuren heeft ervoor gezorgd dat de uit Londen afkomstige zangeres zich hier ook publiekelijk over uitspreekt. Een statement welke ze hier keurig verpakt in een semi romantische song om vervolgens die omlijsting bij de elektro grunge van Smile weer totaal kapot te scheuren.

Deze aantrekkingskracht van de glamour weegt ze af tegen de misselijkmakende mannencultuur. Door zich eerlijk uit te spreken over de verleidingen die op haar pad komen, groeit ze wel in haar kracht. Het is dus veel meer dan het beschuldigende wijzende vingertje, maar tevens een aanklacht tegen de verdorven maatschappij die ook van haar bezit neemt. Geen kwetsbaar tenger vrouwtje dus, maar een brok aan eerlijke zelfreflectie en zelfverzekerdheid.

Het paradijselijke The Beach heeft het zomerse van de gelijknamige film uit 2000. Ook daar verstoort de dreiging het gelukzalige beeld, en ontaard het in een heftig explosief einde. Het strand staat hier voor de perfecte vluchtplek om tot rust te komen, de twijfel weg te nemen en het verdriet en de heimwee naar thuis te verwerken. Dagdromen met de dreampop Lipstick on the Glass en het folky No Hard Feelings, ontwaken met de keiharde feministische noisepunk van Play the Greatest Hits.

Er wordt geflirt met soulfunk in het doorruisende verdrinkende Feeling Myself om vervolgens te verdwijnen in misschien wel de prachtigste Wolf Alice track die er ooit gemaakt is; The Last Man on Earth. Een breekbare episch kunststukje die aangeeft waar Ellie Rowsell en haar mannen in deze fase toe in staat zijn. Dramatisch, bijna kerstachtig verlichtend, maar vooral bloedmooi.

Wolf Alice - Blue Weekend | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Bill MacKay & Nathan Bowles - Keys (2021) 3,5

25 mei, 02:00 uur

Het mag duidelijk zijn dat een grootheid als de Britse folk held Michael Chapman er niet voor kiest om met de minste collega’s aan de slag te gaan. Tijdens zijn Amerikaanse avontuur werkt hij samen met artiesten die ondergebracht zijn bij het Paradise of Bachelors label. Zo vertolkt gitarist Nathan Bowles een grote rol op het Americana album True North, terwijl hij ondertussen gewoon zelf doorgaat met het maken van schitterende soloplaten. Bill Mackay is tevens een geroutineerde gitarist en heeft een verleden als begeleidende compagnon bij singer-songwriter Ryley Walker opzitten. Dit zijn maar een paar voorbeelden uit de rijkelijk gevulde curriculum vitae van de twee rasartiesten die elkaar nu vinden in het experimentele Keys, een sleutelplaat in hun gezamenlijke zoektocht in de folky rootsmuziek.

Keys is dus overduidelijk een warme gitaaralbum geworden met hier en daar wat stijlvol pianotoetsenwerk van Nathan Bowles, die als multi-instrumentalist grotendeels verantwoordelijk is voor het fundament. Zijn banjo gepingel zorgt voor de opkomst van de zonnestralen in de groene omgeving van North Carolina. Het laat de luisteraar kennis maken met een intens verlangen naar de bepalende horizon van de Appalachen gebergtes en de geheimen van de eeuwenoude tradities die hij laat samenvloeien in een breed beeldende natuurbeleving. Voorzichtig stopt hij er nog zachte percussie tussen, die er alles aan doen om het landelijke evenwicht niet te verstoren. En de uit Chicago afkomstige Bill Mackay? Die past zich wel aan. Met zijn verleden in de avant-garde, jazz en folk kan hij zich overal wel schikken. Geef hem maar een gitaar in zijn handen en hij volgt wel. Het klinkt allemaal zo simpel, maar dat is het zeker niet.

De avontuurlijke grenzen van het broeierige spanningsveld worden opgezocht in het prachtige samenspel van het avondduistere Thruth. De hymne Idumea is uitgekleed en opnieuw gestyled zal men misschien vaag herkennen maar niet direct kunnen plaatsen. De gezongen klaagzang versie van deze 200 jaar oude traditional is onder andere terug te horen op de Cold Mountain soundtrack. Zonder die dramatische spookachtige vocalen is het wel wat minder spannend. Toch is het in deze dromerige uitvoering een prima opener, te herplaatsen in een totaal andere context met een totaal andere doelstelling. Honey Time gaat terug naar het oer primitieve rock & roll ontwikkelingspunt van waar vanuit Elvis Presley te werk ging. Met een klein beetje fantasie is deze te herleiden tot Suspicious Minds.

Toch klinkt het Keys een stuk universeler dan de gemiddelde country roots plaat. Vreemd genoeg roepen de prikkelende tracks als Idumea, The I in Silence en de twee Dry Ration stukken bij mij juist regelmatig een Oosters gemoedstoestand op. Er straalt hoe dan ook al zoveel rust van Keys uit, en de zoemende geluidsgolven werken concentrerend mediterend volgens het boeddhistische Zen principe. De vrolijkheid van Joy Ride nodigt je uit om ouderwets al liftend naar buiten te trekken. Zoals je daar getriggerd het oog richt op de kleine dingen is het hier het gehoor wat gestreeld wordt. Een sterke instrumentale basis waaroverheen soms flarden songteksten het afwijkende pad belopen. Als God daadwerkelijk de wereld in zeven dagen geschept heeft, dan is het religieuze I See God en het instrumentale ochtendwandeling Dowsing een mooi eervol dankwoord waarbij stil gestaan wordt bij de schoonheid van de natuur.

Bill MacKay & Nathan Bowles - Keys | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

black midi - Cavalcade (2021) 5,0

23 mei, 23:44 uur

Het kan allemaal snel gaan. Een viertal schoolvrienden brengen een paar singles uit. Ze worden uitgenodigd om bij het uit Seattle afkomstige indierock radiostation KEXP-FM een indrukwekkende opnamesessie te maken. Deze wordt vaak op YouTube opgezocht en gedeeld. Daarna sluiten ze zichzelf een week in de studio op om in grote lijnen aan de basis van een veelbelovend debuut te werken. Als die plaat vervolgens het licht ziet worden ze naar voren geschoven als de nieuwste veelbelovende band. Dit alles overkomt black midi als ze hun freakende postpunkplaat Schlagenheim uitbrengen. En dan gaat het snel, zeg maar gerust heel snel.

Dat dit succes ook zijn keerzijde heeft ervaart gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin van dichtbij. Tijdens de uitreiking van de Mercury Prize komt hij na een salto ongelukkig op het podium terecht waardoor hij een tijdje uit de running is. Er blijkt echter meer aan de hand te zijn; deze vreemde capriolen en afwijkende houding zijn waarschijnlijk mede het gevolg vanwege die onwennige sterrenstatus. De muzikant verdwijnt uit beeld omdat hij eerst met die wankele psychische gesteldheid aan de slag moet gaan. Als de band op 23 maart aankondigt dat ze in de afrondende fase van de tweede plaat Cavalcade verkeren, delen ze tevens mee dat Matt Kwasniewski-Kelvin daarop niet te horen zal zijn. Geestelijk is hij op dat moment zo labiel dat hij het niet kan opbrengen om hieraan mee te werken.

Door zijn afwezigheid ontstaat er ruimte die zinvol door saxofonist Kaidi Akinnibi opgevuld wordt. De freejazz wijze van improviseren is hierdoor zodanig versterkt dat het hele album in die hoek terug te vinden is. Het experimentele karakter ondervindt nog een andere groei, en die zit hem vooral in de volwassen uitvoeringen van zingend boegbeeld Geordie Greep. Het brutale hysterische jongensachtige van Schlagenheim heeft plaats gemaakt voor een meer gecontroleerde crooner zelfverzekerdheid. black midi verrijkt de grenzen van de oorspronkelijke postpunk door terug te grijpen naar Afrikaanse tribal ritmes en boosaardige donkere baspartijen. Het gemis van Matt Kwasniewski-Kelvin is dus niet merkbaar, maar waar moet een band als black midi wel toe in staat als hij zich in de toekomst weer bij dit droomgezelschap voegt. Laten we hopen dat hij die persoonlijke kwellingen overwint.

Cavalcade is een marathon waarbij al direct een sprint wordt ingezet om uitgeput na 42 minuten de eindfinish te halen. Het ontsporende John L ontsnapte als single al eerder uit de studio. Dit ontembare beest komt vuurspugend tot bloei door die manische toevoeging van de saxofoon van Kaidi Akinnibi en de viool van Jerskin Fendrix. De broeierigheid van hun debuut zetten ze om een voodoo-achtig exorcisme. Ongecontroleerde gekte die teruggrijpt naar de dwarse hoekige afrobeat uit de jaren zeventig. De geest van Scott Walker dwaalt door de decadente cabaretsong Marlene Dietrich heen, waar de kitsch is verheven tot overtuigende kunstvorm. Geordie Greep heeft zoveel geleefde diepere pathetische lagen aan zijn spookachtige stemgeluid toegevoegd waardoor ze zich distantiëren van de heersende postpunktrends en hun toppositie nogmaals veilig stellen.

Kaidi Akinnibi perst al hysterisch blazend zijn duivel uitbannende partijen over de demonische cross-over van Chondromalacia Patella heen. Ook hier is het crooner Geordie Greep die het verschil maakt tussen de complexe structuurwisselingen. Bij de geschoold klinkende jazzrock fusion in Slow is het Morgan Simpson die met zijn aansturende tempowisselingen de hoofdrol opeist. Iets wat hij vervolgens voortzet in het brede scala aan percussie instrumenten in het meer minimalistische dromerige Diamond Stuff om uiteindelijk te ontaarden in een oase aan kosmische sounddrones. Met zijn geniale drumwerk laat hij oudgedienden verbleken, en zelfs hij is maar een spil in deze strak spelende sensatie die iedereen overtroeft met Cavalcade. Dit is geen blufpoker meer, maar pure ernst.

De rebelse uptempo postpunk gitaarakkoorden in Dethroned worden verslagen door de psychedelische aanval van zware seventiesrock om vervolgens ten onder te gaan in de theatrale gekte van Hogwash and Balderdash. Een regelrechte funkmetal track waar ook de croonende Las Vegas voordracht van Geordie Greep de boel heerlijk aangenaam verziekt. Je moet het maar durven, en maar hopen dat dit positief uitvalt. Het voortkabbelende akoestische Ascending Forth heeft bijna orkestrale wendingen doordat Kaidi Akinnibi de mogelijkheid krijgt om door toevoeging van viool, cello en trombone een klein ensemble samen te stellen. Waarmee ze onverwacht groots en clichématig Cavalcade afsluiten. Het stoort geenszins, het is gewoon de aftiteling van een filmisch eindstuk. black midi overtreft alle verwachtingen, een waar luistergenot.

black midi - Cavalcade | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Gruff Rhys - Seeking New Gods (2021) 4,0

22 mei, 13:30 uur

Was Pang! nog een mooie toeristische reis door de bruisende tropicana van Zuid Amerika, op Seeking New Gods wordt de inspiratie gezocht in het Oost-Aziatische gebied. Inderdaad een ontdekkingstocht waarbij kennis wordt gemaakt met nieuwe culturen en gewoontes, en wat een totaal andere plaat oplevert, alleen Taranau Mai verwijst al naar de te volgen koers die ingeslagen wordt.

Gruff Rhys vind de rust in meer mediterende songs, waarbij de door sneeuw bedekte mythologische Mount Paektu vulkaan symbool staat voor de eeuwigheid, maar tevens gevoed wordt door innerlijke onrust die explosief staat te wachten om tot uitbarsting te komen. De magische kracht van deze berg wordt versterkt door het feit dat de stichter van het eerste Koreaanse rijk, koning Tangun en ook de latere leider Kim Jong I in deze streek geboren is.

Het gaat vervolgens eigenlijk allemaal vanzelf. Gedurende de Amerikaanse tournee werd het merendeel van de plaat al geschreven, vervolgens klopt Gruff Rhys in Los Angeles aan bij de van The Beastie Boys bekende producer Mario C en het opnameproces wordt in werking gezet. Met zijn relaxte hiphop en reggae achtergrond weet Mario C de juiste werksfeer te creëren. De voormalige The Flaming Lips drummer Kliph Scurlock zorgt voor de ritmische ondersteuning. Deze percussionist is geen onbekende van Gruff Rhys, hij was al een ondersteunend bandlid tijdens de American Interior tournee.

De ritmische licht psychedelische pianoballad Mausoleum of My Former Self is het startpunt van de innerlijke ontdekkingstocht, waarbij de oudheid van het bestaan centraal staat. Tevens is het te herleiden tot de pieken en dalen in het leven die men moet trotseren om een stap verder te komen. Die berg wordt beklommen om uiteindelijk als ultiem geluksmoment die top te bereiken. De Mexicaanse blazers staan aanmoedigend op de grond paraat en zwaaien nogmaals de sound van voorganger Pang! uit.

Het beheerste Can’t Carry On wordt vervolgd door de futuristische krautrock klanken van de retro soft glamrocker Loan Your Loneliness. Een mooi contrast waarmee een geslaagde avontuurlijke zijweg wordt ingeslagen. Gruff Rhys heeft de landingsplaats bereikt op het prachtig melodieuze gezongen soulvolle titelstuk Seeking New Gods met een lekker new wave einde, waar hij de gegronde zelfverzekerde vocalen afwisselt met hemelse hoge uithalen. Een song waarbij de zanger de aarde verlaat en de het kosmos op zoek gaat naar andere leefvormen. Een heerlijke trippende ruimtereis door het universum, wegzwevend van de wereldse problematiek.

Er wordt ouderwets stevig gerockt in het spacende Hiking in Lightning, al remt de ingetogen zang het geheel wel aardig af. Gelukkig revancheert hij zich op dit vlak sterk in het zachte breekbare Holiest of the Holy Men. Het aansluitende The Keep begint met dezelfde sensitiviteit, waarna schurende blazers het overnemen. Het filmische orkestrale Everlasting Joy is lomp en zwaarder waarbij de rol van drummer Kliph Scurlock zeer bepalend is en een mooie ritmische basis neerlegt, waar de pianotoetsen eigenwijs overheen wandelen.

Het lijkt er in eerste instantie op dat Gruff Rhys met Distant Snowy Peaks zijn eindbestemming bereikt heeft. De track roept daadwerkelijk een Oosters new age gevoel op, en eigenlijk is dit nummer nog het beste te plaatsen in de totale opzet van Seeking New Gods. Stiekem hoop ik dat dit juist het startpunt is van een te vervolgen nieuwe weg; het hoogtepunt van de plaat.

Gruff Rhys - Seeking New Gods | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Mummy's a Tree - New Song (2021) 3,5

21 mei, 03:34 uur

stem geplaatst

» details  

Stubborn Heart - Made of Static (2021) 3,5

21 mei, 02:49 uur

stem geplaatst

» details  

MonThruSun - Let My Heart Not Become Blind (2020) 3,0

21 mei, 02:02 uur

stem geplaatst

» details  

Ashe - Ashlyn (2021) 3,0

21 mei, 00:45 uur

stem geplaatst

» details  

Kaktus Einarsson - Kick the Ladder (2021) 3,5

20 mei, 18:25 uur

IJsland blijft een bijzonder land. De inwoners zijn praktische, creatieve en strategische denkers, wat het hoge aantal schakers verklaart. Met een inwoneraantal van onder de vierhonderdduizend mensen leveren ze een mooi aanbod aan op het muzikale vlak. Op internationaal gebied zijn artiesten als Björk (The Sugacubes), Of Monsters and Men, Múm en Sigur Rós behoorlijk succesvol, gevolgd door de meer op techno gerichte bands als GusGus en Fufanu. Van laatstgenoemde levert zanger Kaktus Einarsson nu met Kick The Ladder zijn eerste soloplaat af.

Het donkere prachtige titelstuk Kick The Ladder sluit mooi aan bij de duistere grimmige elektro postpunk van Fufanu. Zware ondoordringbare duistere geluidsgolven met daar doorheen die dagdromende vocalen van Kaktus Einarsson. Tekstueel weet hij het mooi te verwoorden. Om je verder te ontwikkelen moet je het verleden achter je laten. Of deze keuze gevolgen heeft voor de verdere voortzetting van de band Fufanu durf ik niet te zeggen. Het gezelschap verkeert op social media al een jaar in ruststand. Dit verontrustende teken van leven doet het ergste vermoeden. Ook de nachtelijke disco van Ocean’s Heart behandelt het ontsnappen uit de dagelijkse sleur. De zanger zet definitief zijn zinnen op het buitenland om daar een carrière op te bouwen en laat Fufanu blijkbaar een stille dood sterven.

Dat de koele natuurlijke omgeving zijn invloed op het songschrijverschap uitoefent mag blijken uit die troosteloze eenzame sfeer die over de plaat heen hangt. Door de toevoeging van de beats en bas weet Kaktus Einarsson het mooi te herplaatsen in het heden waardoor de plaat toch stukken lichter is dan het werk van Fufanu. Kick the Ladder gaat over los laten en verlatingsangst, niet alleen het afscheid nemen van vroegere bandmaatjes staat hierbij centraal. De eenzame nachten gescheiden van een geliefde; de een vertrouwd thuis, de ander in een vreemde hotelkamer. Misschien wil Kaktus Einarsson gewoonweg niet meer op tournee. De keerzijde van het roem samengevat in persoonlijk verdriet. Een vrijbrief wat als excuus gebruikt wordt om zich los te koppelen van Fufanu.

Ondanks dat het niet direct tot je doordringt zijn veel van de synthesizergeluiden vervangen door warme akoestische instrumenten. Samen met de Franse jazzpianist Thibault Gomez is er gezocht naar organische sfeer supplementen om een unieke softpop sfeer te creëren. Zijn bijdrage sluit aan bij de regenachtige sound die in de jaren tachtig vooral vanuit Glasgow Europa overspoelde. En als er dan toch gebruik gemaakt wordt van klassieke middelen, dan passen ze de bespeelwijze zodanig aan dat het toch een unieke sound oplevert. Daardoor is het heel bijzonder dat Kaktus Einarsson toch dat ijzige new wave gevoel oproept. Spookachtige E-bow effecten maken van 45rpm een mooie mysterieuze track welke misschien zelfs nog als afsluiter nog beter tot zijn recht komt.

Het vervelende is dat deze werkwijze zo perfect is uitgevoerd dat de nuance verschillen minimaal opvallen. De benadering is hoe dan ook stukken popgerichter doordat die hedendaagse folk amper opzichtig zijn. Het experimentele No Runaway begint als een The Young Gods achtige track, de ommekeer komt als de souljazzpiano van Thibault Gomez de verantwoording opeist en er een commerciële twist aan geeft. Daydream Echo valt op vanwege de kinderlijke percussie en de speelse bas. Ook hier hoor je in eerste instantie niet terug dat er vrijwel geen gebruik van keyboards wordt gemaakt. Och, de een zweert bij een klassieke fiets, terwijl de ander met minimale inspanning van een e-bike geniet. Mij bevalt die aardse aanpak in ieder geval prima!

Kaktus Einarsson - Kick the Ladder | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

A Place to Bury Strangers - Hologram (2021) 4,0

20 mei, 17:24 uur

stem geplaatst

» details  

Ted Russell Kamp - Solitaire (2021) 3,0

20 mei, 12:28 uur

stem geplaatst

» details  

Arno & Sofiane Pamart - Vivre (2021) 4,5

Alternatieve titel: Parce Que - La Collection, 19 mei, 00:04 uur

Als op 27 april bekend wordt gemaakt dat Paul Decoutere is overleden aan kanker, is Arno Hintjens opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Ook hij is aan het worstelen met deze vreselijke ziekte en heeft recentelijk in januari nog een flinke reeks intensieve chemotherapieën achter de rug. Een geraakte Arno deelt mede dat hij een goede vriend is verloren, een kameraad die hem aanspoorde om zijn zangkwaliteiten te gebruiken. Samen starten ze in 1980 T.C. Matic op, kort daarna verlaat Paul Decoutere de band…

T.C. Matic is het rockhart van België, een band die het land op de muzikale kaart zet. Vanuit de onnavolgbare chaotische funkende new wave ontwikkelt dit gezelschap zich voort met het van Yé Yé afkomstige Franse chanson Elle Adore Le Noir als ultiem hoogtepunt. Dit betekent min of meer het einde van T.C. Matic, maar vormt wel het startpunt van de succesvolle solo periode van Arno. Een levende legende, die veel muzikanten inspireert en aanzet om muziek te maken. Arno is bekend vanwege zijn zwalkende, doorrookte stemgeluid. De vechtersmentaliteit van een straatzanger die tot het uiterste gaat. Door zijn huidige lichamelijke toestand wordt dit nogmaals versterkt, wat resulteert in een strijdbare maar tevens fragiele voordracht. De zanger haalt nog steeds het maximale uit het leven, en ondanks dat hij zich ervan bewust is dat Vivre misschien wel zijn laatste plaat kan zijn, werkt hij ondertussen alweer aan nieuw materiaal. De angst voor het levensbedreigende COVID-19 virus en een dodelijke afloop van zijn ziekte schuift hij nog eventjes voor zich uit. Het siert Arno dat hij geen zin heeft om zich hierdoor te laten leiden.

Zijn partner op Vivre is de Franse pianist Sofiane Pamart, welke opgroeit in Hellemmes, een buitenwijk van Lille. Na zijn veelbelovende opleiding aan het Conservatoire de Lille besluit hij om die klassieke achtergrond te verbreden door samenwerkingsverbanden aan te gaan met veelzeggende rappers als Koba LaD, Vald en Maes. Het is Kenny Gates, een van de oprichters van het [PIAS] label, die deze twee muzikale grootheden samenbrengt. Hierdoor mag Vivre gerust beschouwd worden als een exclusief project uit de [PIAS] stal, wat het allemaal nog bijzonderder maakt. Alleen jammer dat de aan Arno gebonden bassist Mirko Banovic ongenoemd blijft, het is juist toch die drie-eenheid die verantwoordelijk is voor Vivre. Het album heeft een symbolische naakte presentatie, puur en kwetsbaar waarbij er gekozen is om de rijkelijk gevulde catalogus van Arno volledig uit te pluizen. Een mooi uitgangspunt, waarbij solowerk afgewisseld wordt met twee songs uit de T.C. Matic periode, namelijk de eerder genoemde nachtromantiek van Elle Adore Le Noir en de onberekende gekte van het meesterlijke Putain Putain, welke ook hier geheel behouden is gebleven. Voor mij blijft deze track het startpunt van de Belgische school die vanaf de jaren negentig volledig tot bloei komt.

Door zijn herziende blik komt Solo Gigolo erg confronterend hard binnen. Opeens staat daar de sterfelijkheid centraal. De wereld draait door, en de lege plek in de kroeg zal uiteindelijk ook weer door iemand anders opgevuld worden. Deze melancholische terugblik verwoord de eenzaamheid van een dolende ziel die terugkijkt op zijn reeds afgeronde jaren. Aan de ene kant tevreden, maar ook met de nodige pijnlijke teleurstellingen die zijn hart al stekend doorboren. De flamboyante levensgenieter is een oude man geworden, aangetast door het leven. Arno heeft nog meer die kraak in zijn stem waardoor hij als een oude versleten langspeelplaat een laatste rondje op de pick-up draait voordat de kroegeigenaar de tent voorlopig sluit. Het is dus veel meer dan een hedendaagse kijk op de uitgestorven cafés, die door corona genoodzaakt zijn om hun gasten buiten de deur te houden. Je Veux Vivre blijft redelijk dicht bij het origineel, alleen heeft deze zin nu een veel grotere impact. Het verlangen naar een vredelievende wereld waar het begrip ellende uit de woordenboeken is geschrapt. Ergens doelbewust naar toe leven, toekomstplannen schetsen en deze hopelijk later uitwerken.

Het prachtige eerbetoon aan de vrouwen Quelqu’un a Touché Ma Femme komt nu nog meer tot zijn recht, en laat de gevoelige kant van deze ladykiller horen. Die passie zit tevens verscholen in de prachtige pianoballad Dans Mon Lit. Het zeer persoonlijke Les Yeux de Ma Mère gaat nog een stap verder en is een liefdevolle song waarbij Arno stil staat bij zijn moeder, die overlijd als hij 28 jaar oud is. Het gevoel voor humor en de schijt aan de wereld mentaliteit is de erfenis die zij hem schenkt. Nog steeds overheerst het verlies en het verdriet. Een eeuwig litteken die nu nogmaals versterkt wordt omdat deze bijzondere vrouw aan kanker overlijdt, en hierdoor zeer dicht bij de huidige situatie van Arno staat. Dat eeuwige litteken staat ook symbool voor de tatoeages uit het verleden in Tatouage du Passé. Moederloos sterft het kind in hem af, de verharde waarheid verdringt de leugens. Het moment dat Arno volwassen wordt.

Het aansluitende Elle Adore le Noir is juist die duistere drang om al jagend op zoek te gaan naar een gemakkelijk te veroverende prooi. De decadente zelfkant van de liefde, inclusief de nachtelijke onrust die al hongerig gevoed dient te worden. Het is eventjes wennen dat de straataccordeon geëlimineerd is en vervangen wordt door de nachtclubpiano, maar verder valt er niks op aan te merken. Het jazzy Give Me the Gift heeft dezelfde donkere sfeer waarbij Sofiane Pamart zorgt voor een mooie beeldende jaren zeventig aanpak. Alsof de geest van Ray Manzarek naast de muzikant aanschuift en hem als persoonlijke leraar les geeft.

De kale aanpak is vergelijkbaar met de American Recordings albums van Johnny Cash, alleen heeft Arno genoeg aan zijn eigen composities, en ontbreken gelukkig de covers waardoor het veel persoonlijker is. Vivre is een prachtig ingetogen monument van de chansonnier Arno, die zich gerust mag plaatsen naast de grootheden die in het verleden al het Franstalige levenslied hebben bezongen. De emotie, de drank, de liefde, de pijn en het leven; alles komt hier samen. Was het voorheen nog een gevecht met het leven, nu is het een gevecht om te leven. Arno in topvorm!

Arno & Sofiane Pamart - Vivre | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

TORRES - Thirstier (2021) 3,5

18 mei, 18:38 uur

stem geplaatst

» details  

Rose City Band - Earth Trip (2021) 4,0

18 mei, 15:39 uur

Het zal niet vreemd zijn dat de muziek van Wooden Shjips mij terugbrengt naar die beroemde woestijnscene uit de biografische The Doors verfilming van Oliver Stone. De band zoekt daar in alle rust al trippend op drugs naar inspiratie. Het experimentele zit ook diep in het hart van deze psychedelische spacerockers van Wooden Chips, en openbaart zich in prachtige repeterende drones met een overdosering van echo’s over de zanglijnen heen en een gitaar die heerlijk aan het onderdompelen is in een bad van fuzz effecten.

Als liedjesschrijver Erik “Ripley” Johnson vanaf 2019 de volledige tijdsindeling op het nieuwe project Rose City Band richt, vervlakt zijn aandacht rondom Wooden Chips. In principe slaat hij dezelfde weg in als hun laatste plaat V., al gaat zijn voorkeur steeds meer uit naar de countrykant. Het gelijknamige Rose City Band is een nog wat voorzichtige start, hij zet het geluid verder door in de gewaagde psych-country van Summerlong. Op het eerste gehoor is het toegankelijke huppel muziek, het zijn die onverwachte psychedelische uitstapjes die voor het verrassende effect zorgen. Alsof de onschuldige kampvuurliederen verzuipen in het overtollige consumeren van het goedje wat in illegale drankstokerijen geproduceerd wordt.

Earth Trip is letterlijk en figuurlijk stukken aardser. Het plattelandsbestaan wordt bezongen in rondzwervende songs en gaat veel dieper op zoek naar die kern van de country folk. Hierdoor is het lang niet zo spannend meer, het avontuur zit hem vooral in het kleiner en intiemer houden. Noodgedwongen gaat Erik “Ripley” Johnson tijdens het corona gebeuren in de natuurlijke omgeving op zoek naar die mediterende spirituele rust, om er vervolgens als een verrijkt persoon uit te komen. Onderweg wordt echter stil gestaan bij het verleden, het heden en de toekomst. De uitgewerkte ideeën construeren zich als drummer John Jeffrey aanschuift.

Melancholiek is hierbij het kernwoord wat aan het verleden gekoppeld wordt. In The Rain gaat terug naar regenachtige postpunk uit de jaren tachtig. Zo zou Darklands van The Jesus and Mary Chain ongeveer geklonken hebben als die pluizenbollen zich een half jaar lang hadden opgesloten in een hutje op de heide. Deprimerende donkere avondromantiek met een sfeervolle hang naar escapisme. Doordat de zwaar bebaarde muzikant vrijwel alleen werkt zal de eenzaamheid ervoor gezorgd hebben dat de nostalgische heimwee een grote rol vervult op de jankende slidegitaar werkstukken Silver Roses en Feel Of Love.

Toch is het niet allemaal zwaarmoedig. Metamorfose staat toch wel voor het heden. World Is Turning handelt over verandering en de bevrijdende tussenfase. Wat er ook gebeurt, de wereld zal gewoon door blijven draaien. Een beetje zweverig en wat hippie achtig, maar het klopt wel allemaal. Het genot en de herontdekking van de natuur staat centraal in het bevrijdende Lonely Places. De zonnestralen in het dag openende Ramblin’ with the Day verwelkomen het prachtige opgewekte gitaarspel al ligt op de achtergrond die typerende landelijke slidegitaar als een sluipschutter op de loer om op het juiste moment toe te slaan.

De positieve herboren stemmigheid wat sterk in de teksten terug komt is een mooi veelbelovend toekomstbeeld. Met de meeslepende afsluiter grijpt Erik “Ripley” Johnson terug naar die broeierige seventies psychedelica van Wooden Chips. Man, wat legt hij daar met zijn gitaar toch een heerlijk klankentapijt neer. De aarde wiegt zichzelf in een denkbeeldige winterslaap bij Rabbit om te ontwaken in een felrode hemel van Dawn Patrol. De aarzeling slaat nog eventjes toe. Staat de wereld in brand, of is het toch die prachtige ochtendglorie? We zullen het allemaal meemaken.

Rose City Band - Earth Trip | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sarah Neufeld - Detritus (2021) 4,0

18 mei, 15:36 uur

Als Arcade Fire in de herfst van 2004 de wereld verrast met het memorabele The Funeral valt vooral die aangename mix tussen pop en folk op. Een belangrijke rol binnen het begeleidende strijkerscollectief is weggelegd voor Sarah Neufeld, die vanaf Neon Bible als volwaardig Arcade Fire bandlid genoemd wordt. Net als Will Butler benut ze de vrijgekomen pauzemomenten om zich bezig te houden met haar eigen muziekstukken.

Rond dezelfde periode dat het zwaardere Reflektor verschijnt ziet ook haar debuut Hello Brother het daglicht. De Duitse pianist Nils Frahm vervult de rol van producer en weet die klassieke geschooldheid van Sarah Neufeld net die avontuurlijke finesses mee te geven waardoor haar persoonlijke identiteit gewaarborgd wordt. Inspiratie wordt er gezocht in de traditionele folkmuziek, waar net een eigen spannend experimenteel randje aan toegevoegd wordt.

In 2015 bundelt ze haar krachten om samen met de tevens van Arcade Fire afkomstige saxofonist Colin Stetson zich te richten op Never Were the Way She Was, het officiële vervolg van de soundtrack van de heftige waargebeurde terreurthriller Blue Caprice. Toch verlegt Sarah Neufeld pas overduidelijk haar grenzen in de loeizware The Ridge, waarbij ze dance en postpunk samenvoegt met haar engelzang en meesterlijke vioolpartijen.

Die vocalen zijn sterk naar de achtergrond verdrongen op Detritus waar ze nog sterker de functie als aanvullend instrument op zich nemen. De plaat heeft zijn oorsprong eigenlijk al in 2015, als ze door choreografe Peggy Baker gevraagd wordt om muziek bij een uitvoering te componeren en deze live in een voorstelling te gehore te brengen. Hieruit ontstaat het energieke The Top; het beginsel van Detritus. Die samenwerking vormt uiteindelijk het grondbeginsel voor de live belevenis Who We Are In The Dark, een modern dance spektakel met een belangrijke bijrol voor het vioolspel van Sarah Neufeld. Een andere grote rol op dat podium is weggelegd voor de tevens van Arcade Fire afkomstige collega Jeremy Gara. De drummer staat haar ook gedurende het hele proces rondom Detritus bij om er subtiel verlichtende drones en ruimte vullende synths aan toe te voegen

Op Detritus staat voornamelijk het herfstseizoen centraal. Het natuurlijk proces waarbij organismes vergaan om vervolgens in de grond een voedingsbodem te vormen voor micro-organismes om vervolgens weer opnieuw deel te nemen in de eeuwigdurende wereld van flora en fauna. In de doortastende tracks wordt het verdriet van het afsterven opgevolgd door het opbloeiende nieuwe leven, al gaat de meeste aandacht uit naar die eerste fase. Met deze gedachte in het achterhoofd is het geheel net wat beter te bevatten.

Het filmische Stories trapt af op de aarde, maar stijgt al snel door naar de hemel. Ook daarbij wordt gelinkt aan het vergaanbare van het bestaan. Het valt direct op hoeveel aandacht er aan het kristalheldere geluid is besteed. Met haar betoverende stem legt Sarah Neufeld een woordeloos feeërieke onderlaag mee, waarmee ze de luisteraar verleidt om haar dieper te volgen in deze eighties dreampop belevenis. De taal is hierbij vervangen tot de meerzeggende emoties die vanuit hart, longen en stembanden de innerlijke ziel overdragen.

Het onheilspellende donkere Tumble Down the Undecided vormt het hoogtepunt op Detritus. De dreigende drumslagen van Jeremy Gara kondigen een vernietigende wervelwind van aardse elementen aan die stormachtig toeslaan op het lieflijke spel van Sarah Neufeld welke zich herplaatst in de angstige wezens die koortsig op zoek gaan naar een schuilplaats om zich te verdedigen tegen het overheersende natuurgeweld. Een oneerlijke strijd welke uiteindelijk door de dood wordt afgekocht. Op de achtergrond van het berustende Shed Your Dear Heart blijft het gevaar doorsudderen om uiteindelijk overwonnen te worden door de stilte. Het opbloeiende titelstuk Detritus is de voltooiing van de terugkerende cirkelvormige cyclus, welke weer perfect aansluit bij het startpunt Stories.

Sarah Neufeld - Detritus | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Pine Hill Haints - The Song Companion of a Lone Star Cowboy (2021) 4,0

18 mei, 15:35 uur

Het zal niemand verbazen dat er achter de leden van het rondom Jamie Barrier gevormde gezelschap The Pine Hill Haints een fanatieke groep skaters schuilgaat. Ze weten die Live Fast Die Young straatmentaliteit perfect te transformeren in dit blues country gezelschap. Het is net een tikkeltje rauwer, harder en sneller, waardoor ze zich tevens op het meer punk georiënteerde rockabilly vlak bevinden. Door het geharde ruwe bolster, blanke pit karakter sluiten ze in cajun songs als Lone Star Kid muzikaal sterk aan bij de Ierse folkpunk. Sterker nog, bij Midnight Mayor is zelfs ska hoorbaar. Ze mogen best beschouwd worden als het Amerikaanse antwoord op The Pogues, maar dan zonder de destructieve zuipfeesten.

Door gebruik te maken van standaard huis, tuin en keuken gereedschap als de bassende wastobbe en het jazzy wasbord zetten ze een heerlijke oer sound neer die teruggaat naar het primitieve plattelandsleven van een eeuw geleden. Uiteraard wordt dit nog aangevuld met typische country americana instrumenten als de banjo en mandoline, de blues mondharmonica van Pretty Thing en de folk viool in het overbekende John Henry. The Pine Hill Haints verhuren hun ziel aan de duivel, en wijzen hem op die kleine lettertjes waarmee ze elk moment het contract kunnen ontbinden. Tevens staat daarin vermeld dat ze niet schatplichtig verbonden zijn aan de traditionele uitvoeringen en er altijd hun eigen draai aan mogen geven.

Niet vreemd dus dat de elfde studioplaat The Song Companion of a Lone Star Cowboy aftrapt met een luid opgestelde elektrische gitaar die keihard Fall Asleep introduceert. De snaredrum van Brian “Zero” Borden zweept de boel heerlijk op, en roept memorabele jaren vijftig herinneringen op die teruggaan naar The Tennessee Two, de fabuleuze begeleidingsband van Johnny Cash. Back To Alabama bezoekt de roots van de band, in de clip prachtig in beeld gebracht als een bijna kerkelijke bedevaartstocht langs het clubcircuit. Een schril contrast met de rituele freakende voodoo elementen van Catfish Blues die ook in hun sound verscholen zitten en zich in de nachturen als schaduwgeesten aan de buitenwereld presenteren.

De haperende mondharmonica in Pretty Thing wordt aangemoedigd door het stampende ritme om vervolgens los te gaan in totale waanzin. Het blaasinstrument heeft iets dierlijks in zich, jammerend bijna als een huilende prairiehond die met zijn ontevreden klaagzang verhaal komt halen bij zijn baasje. Met de spokende zingende zaag van Katie Barrier in de klassieke Amerikaanse gospelsong Wade In The Water herplaatsen ze zich naar de Londense zwart-witte Peaky Blinders scene van anno 1920. Het bezit alles om een plekje op de soundtrack op te eisen; mysterieus, duister en er hangt een heerlijk oud gangstersfeertje omheen. Mooi dat hun eigen invulling dit gevoel oproept, waardoor ze het tot iets eigens maken.

The Pine Hill Haints overstijgen de traditionele country, welke nog steeds wel een oubollige stempel meedraagt, en voegen daadwerkelijk iets toe. Ze maken het boeiender en interessanter voor een jongere generatie die verder willen kijken dan het hippe Americana. En toch houden de countryrockers de geschiedkundige oudheid passend in ere, en breken ze deze niet af om daarvoor ambitieloze torenhoge nieuwbouwsongs te herplaatsen.

The Pine Hill Haints - The Song Companion of a Lone Star Cowboy | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Current Joys - Voyager (2021) 4,0

18 mei, 15:33 uur

Ze zijn er gelukkig nog steeds, de dwalende romantici van de popmuziek. Beeldende poëten die als dolende zielen zich staande houden in de schemerwereld tussen de verharde realiteit en het escapisme van de fantasiebeleving. De uit Nevada afkomstige Nick Rattigan is zo’n bijzondere singer-songwriter, waarbij de nodige gecreëerde geestelijke littekens zijn zwaarmoedige kijk op het gevoelsleven zodanig negatief beïnvloeden. Fysiek vlucht Nick Rattigan weg in de krachtige surfrock van Surf Curse die hij als drummer samen met zijn schoolmaatje Jacob Rubeck maakt. Een dekmantel om zijn innerlijke onrust letterlijk en figuurlijk van zich af te slaan, en welke ervoor zorgt dat hij niet helemaal wegzakt in de duistere deprimerende sound van Current Joys.

De mentale zwaarmoedige kijk op het leven vormt de basis van zijn bestaan. De beladen voordracht van Nick Rattigan wankelt en kraakt van alle kanten. Zijn gegeneraliseerde angststoornis maakt het leven in de maatschappij vrijwel onmogelijk. Doordat hij veranderingen op het gebied van gezondheid, financiën, dood, familie of werkomstandigheden lastig kan plaatsen en verwerken, blijft zijn kwetsbare fragiliteit de bindende factor op de Current Joys albums. Die innerlijke onrust zorgt ervoor dat hij voor langere tijd zoekende is naar de juiste wijze om zich bloot te stellen aan de kritische buitenwereld. In eerste instantie gaat hij aan de slag als The Nicholas Project, wat al snel omgedoopt wordt tot TELE/VISIONS. Nog steeds niet helemaal tevreden over de gekozen naam krijgt het in 2015 uiteindelijk vorm als het eenmansproject Current Joys.

Die labiele toestand levert wel een eerlijke plaat op. Zijn mentale welzijn zit sterk verborgen in Shivers, het prijsnummer van Voyager. Deze cover van The Boys Next Door betekende ruim veertig jaar geleden het startpunt van de carrière van Nick Cave en verwoord perfect de sfeer die Nick Rattigan wil oproepen. Rillingen, maar dan in de vorm van kippenvel, geraakt door de diepgang van een zwartgallige geest met een hoge sensitiviteit. De emotionele vocalen zijn een aangename mix tussen het deprimerende van The Cure, het neurotische van The National en de bevlogenheid van een nog jeugdige The Killers. Hedendaagse postpunk met een vleugje gedateerde nostalgie.

Het gekletter van de opzwepende drumslagen in het melancholische Dancer in the Dark veroorzaakt een ritmische regenval waarbij de invallende strijkers de guurheid van de jaren tachtig oproepen. Een perfecte kennismaking van de grauwe belevingswereld van Current Joys. Door het gejaagde ritme krijgt het geheel een energieke pushende oppepper, waardoor het zwartduistere patroon met regelmaat onderbroken wordt om plaats te maken voor opwekkende levendigheid. De tracks zijn zorgvuldig door Nick Rattigan gecomponeerd waarbij de multi-instrumentalist zelf verantwoordelijk is voor het volle geluid en de overige aankleding. De nadruk ligt veel op het geschoolde toetsenwerk, waarna het sobere gitaarspel voor de overige filmische ambiance zorgt.

De overgevoeligheid zit sterk in het karakter van de singer-songwriter verweven. Zijn labiele persoonlijkheid vormt de leidraad van Voyager, welke terug te horen is in de donkere teksten, de aandoenlijke maniakale klaagzang en het vol geborduurde muzikale raamwerk. Vanwege zijn journalistieke achtergrond en het verleden als productieassistent in de film business heeft Nick Rattigan een sterk ontwikkeld vermogen om te observeren en te visualiseren. De voorliefde voor de destructieve zelfkant en decadente rolprenten verwoordt hij in de verhalende lyrics en de zelfgemaakte tragikomische videoclips. Zo staat in het diep trieste American Honey de gek makende eenzaamheid centraal. Dit alles werkt toe naar het magistrale Voyager Pt. 2, waarbij de zanger het uiterste van zijn stem vraagt.

Voyager is misschien dan wel stukken minder memorabel dan de klassiekers op het (hedendaagse) postpunkvlak, het heimelijke verlangen om deze vervolgens uit je platenkast te halen wordt wel opgewekt. Een mooi voorprogramma om de dag nostalgisch mee af te sluiten.

Current Joys - Voyager | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Gina Été - Erased by Thought (2021) 4,0

15 mei, 23:49 uur

Gina Été draagt op haar ranke schouders het leed van de wereld met zich mee. Oak Tree ademde al de nodige onrust en onvrede uit. In de videoclip van Windmill bekrachtigd ze op een speelse manier haar boodschap. Schattige pluche pinguïns worden op een kunstmatige ijsschots geplaatst, terwijl de omgeving vervuild is met plastic. De wegwerpmaatschappij, waartoe ook het vriendelijk ogende speelgoed toe behoort vormt hierbij de leidraad.

Het politieke verval baart haar zorgen in het tijdperk dat Trump dreigt om het Amerikaanse volk opnieuw te classificeren door een grensmuur (Mauern) tussen Mexico en de Verenigde Staten te plaatsen. Dit maatschappelijke ongenoegen heeft raakvlakken met de jaren tachtig, al zat het politieke gevaar toen meer in de ontketening van een derde (koude) wereldoorlog met atoomwapens en heette het vernietigende aardse milieu vraagstuk toen nog zure regen.

Met dit krachtige statement trekt ze de aandacht van John Vanderslice, die door zijn bijdrage aan Supermoon van de tevens uit Zwitserland afkomstige Sophie Hunger natuurlijk al een droomproducer is om mee samen te werken. Niet de minste naam trouwens, welke in het verleden al heeft samengewerkt met Grandaddy, The Mountain Goats en Spoon. Als solo artiest heeft hij tevens het voorprogramma verzorgt van Nada Surf en Death Cab For Cutie. Nu mag hij zich ontfermen over deze veelbelovende jonge singer-songwriter die met Erased By Thought haar eerste volwaardige debuutplaat presenteert.

Een album waarbij de verharde schil rondom de strijdlustige Gina Été langzaamaan begint te scheuren waardoor ze steeds meer van zichzelf bloot moet geven. De singer-songwriter heeft hierbij het geluk dat ze bij lastige persoonlijke kwesties eenvoudig kan wegvluchten in haar veilige moedertaal. Een afzondering die voor mooie intieme momenten zorgt. Het siert haar dat ze bewust weinig uitwijkt naar de Engelse taal, al belemmert het Gina Été wel om internationaal door te breken.

Haar muzikale Krautrock achtergrond zit sterk verweven in de kilheid van de ondersteunende triphop beats van Trauma, maar mist net een stukje soortgelijke spanning en organische broeierigheid die in de Bristol scene zo dominant aanwezig is. Op tekstueel vlak is de kritische singer-songwriter hier wel al gelijk in topvorm. De overheersende rusteloze dromen worden overmand door realistische nachtmerries waarbij ze met beschuldigende vinger wijst naar haar vaderland, die in het verleden het mogelijk maakten om het kwaad te laten ontkiemen.

Op deze manier wisselt ze grijze persoonlijke liefdesdrama’s af met strijdbare barricadesongs. Jeremie Revel legt met zijn regenachtig gitaarspel in Lach du Nur een licht doorzichtig condens laagje over het deprimerende aan de Neue Deutsche Welle herinnerende explosieve song heen. Toch wordt de inspiratie niet voornamelijk uit de Duitse postpunk gehaald, al zit die invloed zeker verweven in de verfrissende aanpak. Vocaal heeft ze de afgelopen twee jaar forse stappen vooruit gezet, al mist ze nog wel die geleefde voordracht in haar stem, en klinkt het nog allemaal wat pril en jeugdig.

Bewapend met de combinatie van fascinerende gitaarlagen en geschoolde pianopartijen werkt ze naar het Franstalige hoogtepunt Nulle Part toe, waarbij alle eerder genoemde facetten zo mooi samenvallen. Met het door violen begeleidende Am Tellerrand plaatst ze zich vocaal probleemloos met gemak naast de hedendaagse beroemde vrouwelijke namen binnen het alternatieve popgebied. Tired People is een afsluitende smeekbede. Vermoeid en breekbaar verlangt Gina Été naar een leefbaar leven, de eerder genoemde schil is verzacht en week geworden.

De klimaatbeheersing van haar omgeving en de toekomst heeft ze niet in de hand, al zou ze hier zo graag invloed op uit oefenen. Die controle heeft ze wel over de klimaatbeheersing van haar songs. Erased by Thought is daarmee de overtuigende opvolger van Oak Tree.

Gina Été - Erased by Thought | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Lambchop - Showtunes (2021) 3,5

15 mei, 18:27 uur

Ondanks de gedurfde koersverandering is het toch behoorlijk pijnlijk dat een gesettelde grootheid als Kurt Wagner het publiek verrast met het afstandige This (Is What I Wanted to Tell You). Waar zijn die prachtige mistroostige emoties gebleven, de warmte en die gemeende oprechtheid waarmee ze een plekje opeisten in de harten van het singer-songwriter aanhangers? Lambchop vindt zichzelf opnieuw uit, en lijkt aansluiting te zoeken bij het jongere publiek door een vocoder aan het geluid toe te voegen.

De kenmerkende beeldende stem is grotendeels weg gefilterd, waardoor de emoties vlak en afstandig overkomen. Een forse hiaat in de carrière van Lambchop die eigenlijk al is ingezet met het teleurstellende elektronische Flotus en waarbij het vorig jaar verschenen coveralbum Trip eindelijk mondjesmaat die gehoopte stap vooruit is. Lambchop werkt hierop weer samen als een band, en niet meer zozeer als het eenmansproject van Kurt Wagner.

Redelijk overtuigend herpakken ze zichzelf aardig op het half uur durende Showtunes, wat mede door zijn korte lengte nog wat onwennig aanvoelt. De keuze om zo snel al nieuw materiaal te presenteren is misschien wat voorbarig. Het geniale croonende A Chef’s Kiss heeft die gedroomde meesterlijke schoonheid van het oudere werk, en mag absoluut tot het ouderwetse topniveau van het Lambchop materiaal gerekend worden.

Gelukkig is daar die overtuigende verhalende aarzeling in de breekbare stem van Kurt Wagner weer aanwezig, en wordt zijn kwetsbaarheid niet meer gecamoufleerd door technische snufjes maar opgepoetst door de puurheid van aards toetsenwerk en het subtiele blazersarrangement van CJ Camerieri. Samen met de van Yo La Tengo bekende bassist James McNew zijn ze verantwoordelijk voor de tracks die teruggaan naar het warme geluid van vergeten tijden.

Ondanks dat de dance invloeden op Drop C absoluut beter tot het recht komen dan bij de vorige platen, zorgen ze ook hier weer voor de nodige verwarring. Echt een gevalletje van less is more, zeker nu de singer-songwriter zo in topvorm verkeert. Breed theatraal en met de nodige dreiging wordt er doorgepakt in het deprimerend geblazen instrumentale Papa Was a Rolling Stone Journalist, een (te)kort intermezzo waar de hoofdrol is vergeven aan CJ Camerieri.

Wat een aanwinst is deze melancholische trompettist en hoornblazer toch, zijn aanwezigheid is van even groot belang als de vocale treurnis van Kurt Wagner. Ze zoeken elkander op en vullen elkaar aan in Unknown Man. Het tweede hoogtepunt van Showtunes waarbij toch de vocoder nog eventjes als vervelende stoorzender optreedt. Het krachtige instrumentale Impossible Meatballs is tevens zo’n hemelse samenwerking, het bewijs dat die sobere aanpak het beste resultaat oplevert.

Onnodige toegepaste effecten brengen het beginstuk van de huiskamerjazz in het soulvolle Fuku aan het wankelen. Het zou veel doeltreffender zijn om sneller over te schakelen naar de daadwerkelijke song, waardoor het een tikkeltje minder fragmentarisch overkomt. Een misstap welke vervolgens niet meer te herstellen is, hoe sterk verstillend de song zich verder ook ontwikkelt.

Dat het wel degelijk kan werken merk je in het revancherende The Last Benedict. De klassieke vrouwelijke operastem heeft een ander soort treurnis als de gedragen voordracht van Kurt Wagner die hier heerlijk oud en geleefd klinkt. De basis voor een overtuigende comeback is gelegd, nu alleen nog snel die elektronica op zolder opbergen.

Lambchop - Showtunes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Bullseyes - The Best of the Bullseyes (2020) 4,0

15 mei, 08:02 uur

stem geplaatst

» details  

Ingrina - Siste Lys (2020) 3,5

14 mei, 17:41 uur

stem geplaatst

» details  

The Black Keys - Delta Kream (2021) 4,0

13 mei, 01:39 uur

Mijn vader sprak ooit de volgende wijze woorden uit: ”Alle goede rockmuziek is te herleiden tot de blues”. Deze uitspraak vond ik toen wat kortzichtig, maar hoe ouder ik word, des te meer kan ik mij herplaatsen in zijn oordeel. Hoe zouden Eric Clapton, Jimi Hendrix, Fleetwood Mac, Led Zeppelin, The Rolling Stones en zelf Nirvana en Nick Cave geklonken hebben zonder hun kennismaking met grootheden als Leadbelly, Muddy Waters, B.B. King of John Lee Hooker. Sterker nog, zouden ze dan zelfs nog enig bestaansrecht hebben gehad?

Een wat onbekendere naam die zich tevens bij dit legendarische gezelschap kan aansluiten is die van Junior Kimbrough. Zijn slepende vertraagde voordracht inspireerde The Black Keys om met een aantal klassiekers van deze in 1998 overleden held aan de slag te gaan. Delta Kream kan gezien worden als het verplichte vervolg op het in 2015 verschenen eerbetoon Chulahoma, aangevuld met passend materiaal van onder andere North Mississippi hill country blues muzikanten als R. L. Burnside en John Lee Hooker. Toonaangevers die in het verleden hun ziel zowaar aan de duivel verkochten. Met de heersende leegte van COVID-19 in hun achterhoofd kloppen Dan Auerbach en Patrick Carney bij de poorten van de hel aan om die bezieling weer op te eisen.

Vervolgens wordt er met niet de minste gastmuzikanten als de met Junior Kimbrough samenwerkende bassist Eric Deaton en de gitaar spelende blueslegende Kenny Brown wordt een geheim verbond gesloten in de Easy Eye Studio van Dan Auerbach welke ontaard in een demonische avondschemerige jamsessie. De door John Lee Hooker groot gemaakte compositie Crawling Kingsnake is naar voren geschoven om dienst te doen als introducerende single. Dit alles precies volgens de geest van de iconische blues leermeester. In gedachte staat hij goedkeurend in de hoek van de studio mee te knikken; emotieloos met zijn kenmerkende donkere zonnebril om vervolgens onzichtbaar in de schaduw te verdwijnen.

Een hartig voorgerecht waarbij het tweetal van The Black Keys nogmaals benadrukken dat ze nog steeds tot de meest coole gasten van de hedendaagse rockmuziek behoren. Hoe gedurfd is deze knappe keuze om de publieksgeile retro glamsound te verruilen voor het al jaren gemiste primitieve bluesrock. Wetende dat de band aan een klein zetje genoeg had om definitief door te breken bij het grote publiek. Niet meer dan tien uur opnametijd is er nodig om tot dit prachtige eindresultaat te komen. Het lijkt allemaal zo eenvoudig en misschien is dat het ook gewoon. Inpluggen en spelen maar, het grote voordeel van je klassiekers kennen. Al snel ben je vergeten dat het hier om een coveralbum gaat en misschien moet je dit gegeven gewoon helemaal los laten.

Delta Kream is simpelweg de nieuwste plaat van The Black Keys. Geen verdere verwijzingen naar de hoofdpersonen uit de blues scene meer, klaar! Na het aftikken van Patrick Carney gaat het daadwerkelijk helemaal los. Je zou bijna vergeten dat zijn strakke ritmische gevoel de katalysator in het geheel vormt. Het pompende hart die de overige organen aansturen. Toch is zijn maatje Dan Auerbach de goudsmid die met zijn bedachtzame hersenen bij deze prachtige homemade opnames het heldere geluid combineert met die ruwe primitieve sound.

De motor loopt langzaam warm op de brandstof van het psychedelische Louise. Eventjes elkaar voorzichtig aftasten en besnuffelen om vervolgens helemaal voluit te gaan op het energieke Poor Boy a Long Way From Home. Als gastheer hoor je de bezoekers te voeden dus gooit Dan Auerbach er een aantal smerige gitaarriffs doorheen, waarna er gretig gebruik wordt gemaakt van deze smakelijke muzikale maaltijd.

Ondanks zijn bescheiden voordracht eist Dan Auerbach wel degelijk de rol van frontman op, al heeft hij genoeg talent om hem heen verzameld dat hij deze geroutineerde sterspelers verder niet hoeft te dirigeren. Het is die natuurlijke, bijna dierlijke drang om te treden welke hier vervolgens op de voorgrond treedt. Het coronavirus heeft een koortsachtige wisselwerking op de hongerige muzikanten die paraat staan om de akkoordenschema’s te verslinden. Het verschil tussen geduldig afwachten of juist keihard toeslaan. Nou, dit gevormde genootschap heeft er in ieder geval overduidelijk veel zin in.

Als wisselwerking krijgt Dan Auerbach in Stay All Night alle ruimte om deze track in alle diepte vocaal naar zich toe te trekken. Hypnotiserend groovend zoeken ze het trage meeslepende grensgebied van de stonerrock op. Een soort van eigen interpretatie van de beroemde Queens of the Stone Age Dessert Sessions. Met gemak zet hij in het aansluitende jaren zeventig psychedelische Going Down South een kopstem op, zonder dat hij zichzelf helemaal tot gruis zingt. Die trance wordt versterkt door de bezwerende orgelpartijen die de nostalgie van de eindeloze drugseance van The Doors in herinnering brengen.

Een aangenaam tussenstation want vervolgens wordt er vanaf Coal Black Mattie weer meedogenloos stevig doorgejaagd met de slidegitaar en het hak- en slagwerk van Patrick Carney. The Black Keys distantiëren zich op Delta Kream van het hipsterpubliek en zoeken serieus die gedroomde aansluiting met de doorgewinterde muziekliefhebber op.

The Black Keys - Delta Kream | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Last Days of April - Even the Good Days Are Bad (2021) 4,0

7 mei, 14:05 uur

Het is vanaf de gelijknamige debuutplaat van het Zweedse Last Days of April al overduidelijk dat we hier niet te maken hebben met de zoveelste opgefokte jeugdige emo hardcore punkband, die zich tekstueel verschuilt achter een brok aan gefrustreerde onzekerheid. Daarvoor zijn de catchy liedjes teveel volgestopt met geniale melodieuze uitspattingen. Ondanks dat het tempo vanaf Angel Youth steeds verder naar beneden gedraaid wordt, blijft de primitieve ruwheid behouden en zoeken ze de aansluiting met het indie publiek op. Het worden steeds kleinere intieme omarmbare popliedjes die een plekje in je hart opeisen.

Een verbreding die uiteindelijk zal leiden tot het alt-country geluid van het in 2015 verschenen magnum opus Sea of Clouds, waarbij er heerlijk volgens het Neil Young songbook principe gesoleerd wordt. Karl Larsson heeft zich ontwikkelt tot een talentvolle singer-songwriter inclusief het langharige country hippie uiterlijk. Daarmee is de cirkel rond. De plaat ademt het afscheidsgevoel uit, er hangt een voldane sfeer van rust overheen. Last Days of April bewandeld tegenwoordig wegen die zelfs in de verre verte geen gelijkenis vertonen met de opruiende punk attitude waarmee ze in het grijze verleden schitterden. Het collectief is volledig tot ontplooiing gekomen, en toen was het wel klaar. Er verschijnt geen nieuw werk meer, en ze laten een fraaie verzameling aan albums achter. De band en het publiek lijken er vrede mee te hebben. Beter kan het niet meer worden, of toch wel?

En dan komt zes jaar later onverwachts het meesterlijke Even the Good Days Are Bad uit. Een tweedaagse opnamesessie vanuit de bekende punkrock Gröndahl studio in Stockholm heeft geleid tot een droomplaat die sterk in het verlengde ligt van The MGMT psychedelica, The Flaming Lips gekte, het Radiohead experimentele in Had Enough en zelfs het gevoelige Americana countryrock randje van Ryan Adams. Het titelstuk Even the Good Days Are Bad is filmisch orkestraal. Een tikkeltje weemoedig en desperaat zelfs, waarbij de kijk op de wereld van Karl Larsson nog steeds deprimerend zwart is. Alleen heeft hij geen harde muzikale uithalen nodig om zijn gevoel te accentueren. En dan kom je op het punt dat het zelfvertrouwen in de lyrics zoveel meer zeggingskracht heeft. Een waardeoordeel wat alleen maar toegejuicht kan worden.

Voor de zoveelste keer weer heeft Karl Larsson zichzelf opnieuw uitgevonden. Er staan gelukkig ook nog prachtige schoonheidsfoutjes op, waarbij het geluid lekker dwars is afgesteld en de instrumenten niet geheel zuiver tegen de studiomuren weerkaatsen. Er is bewust gestreefd om die perfectie van de voorganger niet te evenaren, want eigenlijk is het stiekem veel leuker om die breekbaarheid te versterken. Dit alles neemt niet weg dat er nog steeds adembenemend krachtig gitaar gespeeld wordt op Turbulence, om vervolgens heerlijk tegendraads lo-fi rommelig verder te gaan op het rauwe Alone. En na een tevreden luisterbeurt van de eerste zeven tracks krijg je ook nog die waanzinnige afsluiter voorgeschoteld. Het bijna negen minuten durende melancholische countryrock van Downer is een eerbetoon aan al dat baanbrekende jaren zeventig werk. Met de ondergaande zon in het vooruitzicht krijg je de behoefte om Even the Good Days Are Bad opnieuw te draaien.

Last Days of April - Even The Good Days Are Bad | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

My Bloody Valentine - Loveless (1991) 5,0

7 mei, 13:58 uur

Omdat het complete oeuvre van my bloody valentine vanaf 21 mei (2021) weer in de platenwinkels te koop is, hebben wij besloten uitgebreid op hun muzikale nalatenschap in te gaan. Album voor album beschrijven we wat de Ierse band voor de muziekgeschiedenis betekend heeft.

The Sky Is The Limit, maar dit geldt niet in de muziekbranche. Begin jaren negentig gaan twee baanbrekende Britse platenlabels ten onder aan een verkeerd uitgevoerd management beleid en overfinanciering van naar voren geschoven paradepaardjes. In 1991 overlijden Martin Hannett en Dave Rowbotham, twee boegbeelden van Factory Records. Het fundament brokkelt af en een jaar later wordt er onnodig veel geld in The Happy Mondays en New Order gestopt, wat grotendeels verdwijnt in het buitensporige consumeren van drugs.

Het net zo invloedrijke Creation start in 1989 met de opnames van loveless, het tweede album van my bloody valentine. Een haalbare klus waarvan de verwachtingen zijn dat het opnameproces ongeveer een week aan tijd zouden kosten. loveless zal echter uitgroeien tot een ontembaar vuurspuwend meerkoppig monster, waarbij elke track zijn eigen vernieuwende ingrediënten pas later zal blootgeven. Er wordt twee jaar lang gesleuteld aan deze moeizaam tot stand komende plaat, waarvan men wel al snel door heeft dat deze voor altijd de totale kijk op muziek zal veranderen. Creation kan echter deze subsidiëring niet garanderen en dit zal uiteindelijk de destructieve ondergang van het platenlabel betekenen.

Het begon allemaal zo veelbelovend. Begin 1989 wordt The Blackwing Studio gehuurd om aan de opvolger van Isn’t Anything te werken. Deze opnameplek is vooral bekend vanwege het feit dat Depeche Mode en Yazoo daar hun eerste albums opnemen. Doordat Kevin Shields zijn inspiratie geen vorm kan geven, belandt my bloody valentine al snel op een dood spoor. Vervolgens wordt er uitgeweken naar The Elephant and Wapping, een donker kelderhol waar tevens geen vooruitgang te boeken valt. Producer Nick Robbins wordt vervangen door Harold Burgon, maar ook hier ontbreekt het vertrouwen.

De eerste juiste persoon die resultaat boekt is Alan Moulder, waarmee vervolgens de track Soon wordt afgerond. Helaas heeft hij daarna andere verplichtingen en gaat hij aan de slag met Shakespears Sister en Ride. Als hij later in dat jaar terugkeert komt Alan Moulder tot de ontdekking dat het hele gebeuren rondom loveless weinig processie boekt. De sfeer binnen my bloody valentine is zodanig verziekt dat bassist Debbie Googe en drummer Colm Ó Cíosóig zich grotendeels gedistantieerd hebben van deze uitzichtloze onderneming, en pas tegen de afronding weer in beeld komen. Het merendeel van de reeds ingespeelde drumpartijen worden in samplervorm hergebruikt door Kevin Shields. Hiervoor is het overduidelijk een gitaarplaat geworden, waarbij die groepspanningen wel voor het broeierig effect zorgen.

Deze complexiteit maakt van loveless voornamelijk een eenmansproject van Kevin Shields. Er wordt zorgvuldig geëxperimenteerd met feedback, slidegitaar en effectenpedaal. De Cocteau Twins achtige dreampop en shoegazer invloeden van labelgenoten The Jesus and Mary Chain die op Isn’t Anything nog tot grijpbare songs leiden zijn vervaagd tot een nieuw onvergelijkbaar geluid, waarbij de vrijgekomen ruimte opgevuld wordt met oorverdovende noise volgens het Sonic Youth handboek. Het enige wat nog ontbreekt zijn de berustende vocalen van Bilinda Butcher. Deze Sirene verleidt juist niet met een sprookjesachtige sound, maar zuigt je hypnotiserend steeds dieper het moeras der gitaargolven in.

De opgebouwde geluidsmuur heeft echter de nodige fysieke kwalen tot gevolg. Door het langdurig in contact komen met doordringende harde klanken wordt het tweetal getroffen door een ernstige vorm van oorsuizen, waardoor ze een tijdelijke break moeten nemen. Uiteindelijk is het producer Dick Meaney die de taak krijgt om de opnames van loveless te voltooien. Zorgvuldig word met gedateerde jaren zeventig opnametechnieken de resultaten van de bezoeken aan zestien verschillende studio’s tot een unieke sound bewerkt. Helaas raken de oververhitte computers daar zo van slag, waardoor het Kevin Shields nogmaals twee weken kost om de tracks uit te puzzelen en weer opnieuw in elkaar te zetten. Uiteindelijk zijn we ruim twee jaar verder als in herfst van 1991 loveless verschijnt.

Het resultaat is verbluffend en blaast letterlijk en figuurlijk een totaal nieuwe verfrissende wind door het muzieklandschap. Alsof dierlijke klanken opgesloten zitten in een afgesloten kist, en in Touched een poging ondernemen om hieruit te ontsnappen. Bij de openbaring van de geheimzinnige doos van Pandora blijkt er toch iets liefs en vredigs schuil te gaan onder het donkere deksel. De schoonheid zit diep van binnen verborgen. Bilinda Butcher probeert in Only Swallow het beest te kalmeren met haar zachte temperende zangpartijen. Het licht erotische stemgeluid wikkelt zich al wurgend rondom de alles verscheurende songstructuren van Kevin Shields.

Als een paarse regenstortvloed aan berustende soundscapes modelleert de Fender Jazzmaster gitaar een verlichtende aura rondom To Here Knows When heen. Deze betoverende serene track ademt voor mij nog het beste het gelijkwaardige gevoel weer wat ze met de albumhoes willen uitstralen. Eigenlijk is het ongelofelijk dat de naar voren geschoven single When You Sleep niet breder opgepakt wordt, terwijl aan de andere kant van een wereld een band als Smashing Pumpkins het geluid van my bloody valentine succesvol gereconstrueerd heeft voor hun debuutplaat Gish. Boegbeeld Billy Corgan komt er publiekelijk voor uit dat hij behoorlijk beïnvloed is door het werk van de Ierse rockband.

Met de vocalen duidelijk hoorbaar op de voorgrond geplaatst komt Come in Alone nog het dichtste in de buurt van een toegankelijke, zeg maar gerust normale popsong. Als schoonheidsfoutje valt alleen de plaatsing van Soon nog op te merken. Het is hoorbaar dat deze Oosterse psychedelische song met opzwepende dance ritmes en diepe bas al eerder is opgenomen en net wat buiten de boot valt. Hierop zijn de heersende Madchester invloeden van eind jaren tachtig nog hoorbaar, en kondigen het begin van de zoektocht aan welke uiteindelijk tot loveless zal leiden. What You Want heeft namelijk al een prachtig episch einde en kan die slotfase net wat mooier invullen.

my bloody valentine - loveless | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Iceage - Seek Shelter (2021) 4,0

7 mei, 13:48 uur

Hallelujah! Zijn de punkers van Iceage bekeerd? Shelter Song is ondergedoopt in een flinke dosering aan soul. Ja, zelfs inclusief een prachtig viertallig Portugese Lisboa Gospel Collective koor die nog wat meer dynamische donkere kleuren aan het geheel toevoegt. Een radicale koerswijziging welke buitengewoon goed uitvalt. Sterker nog, je zou niet geloven dat dit dezelfde band is die met de gedrilde militaire hardcore postpunk zo allesvernietigend toesloeg met New Brigade en het nog verwoestendere You’re Nothing.

Op Plowing Into the Field of Love was er al ruimte voor piano melodieën en onderneemt Elias Bender Rønnenfelt al een serieuze poging om te gaan zingen. Toch is het nog allemaal The Birthday Party achtig primitief tragisch en duister, met hier en daar wat rockabilly uitspattingen. Op Beyondless gaat het tempo sterk omlaag en worden er blazers toegevoegd. Toch functioneren ze nog steeds op een totaal ander level als op het nieuwste wapenfeit Seek Shelter.

Ze bewandelen dus tegenwoordig hetzelfde pad als Primal Scream en Spiritualized. Niet vreemd trouwens als je nagaat dat Jason Pierce van laatstgenoemde dezelfde muzikale achtergrond heeft als Peter Kember die als Sonic Boom verantwoordelijk is voor de productie. Ooit in een grijs geestverruimend verleden gingen ze samen als Spacemen 3 helemaal los in een rollercoaster aan psychedelica en drugs.

Ondanks dat Peter Kember tegenwoordig helemaal into elektronica is waagt hij zich toch aan de klus om de Deense rockers van een andere sound te voorzien, en dat geluid ligt behoorlijk dicht bij het werk van zijn voormalige collega. Eventjes een steek onderwater om te laten zien dat hij hiermee ook uit de voeten kan?

Die orkestrale aanpak ligt hem dus wel. Het zijn de subtiele genuanceerde middelen waarmee hij net het verschil weet te maken. Anders P. Jensen, die als een gehuurde pianostemmer binnen wandelt om vervolgens met zijn mellow new age loungeroom toetsenwerk er bij de Burt Bacharach liftmuziek van Drink Rain er speelse vrolijke luchtigheid aan toevoegt.

Love Kills Slowly is bijna episch geïllustreerd, terwijl er juist bij het voort tikkende The Holding Hand gekozen is voor een spookachtige dreiging. Het briljante vioolspel van Nils Gro╠łndahl zorgt voor een meer theatraal jaren zeventig geluid waarbij Peter Kember als dirigent ver boven zichzelf uitstijgt. Tijdens The Wider Powder Blue breekt hij op het einde eventjes met de regels en geeft het stokje over aan de blazers, die het zwaar overspannen mogen uitluiden.

Er staan de nodige stevige rockers op waarbij Dan Kjær Nielsen ouderwets maniakaal tekeer gaat op het drumstel. Zo mag ook Jakob Tvilling Pless zijn bas uitbundig laten funken in de drukkende postpunk van High & Hurt, al worden hier ook de lijntjes met de soul strak aangetrokken. Vendetta en Dear Saint Cecilia hebben de opgefokte arrogantie van nineties Britpop, met heerlijke retro beats en noisy shoegazer ruis.

Het hernieuwde Iceage verrast vriend en vijand met Seek Shelter. Niet alleen de keuze voor Peter Kember dwingt respect af, de band heeft tevens een extra gitarist aan hun bezetting toegevoegd. Met Casper Morilla Fernandez in de line-up is er meer ruimte voor uitwaaiende slidegitaargolven en kan Elias Bender Rønnenfelt zich voornamelijk richten op de zang. Ondanks dat hij absoluut geen denderende vocalist is brengt hij wel de nodige emotie over. Zeker als de depri geblazen mondharmonica in het sentimentele Gold City hem aankondigt, en hij werkelijk diep moet gaan. Iceage schud met deze geslaagde onverwachte stijlbreuk het verleden definitief van zich af.

Iceage - Seek Shelter | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

girl in red - If I Could Make It Go Quiet (2021) 3,5

7 mei, 10:33 uur

Terwijl de buitenwereld zich druk maakt om de opgelegde bewegingsvrijheid die het COVID-19 virus ze oplegt, worstelt Marie Ulven al haar hele leven lang met het feit dat ze gevangen zit in haar eigen lichaam. Ze heeft te maken met een soort van defect in haar hersenen, waardoor de zangeres waarnemingen dreigt om te zetten tot destructief gedrag. Serotonine zorgt ervoor dat in het centrale zenuwstelsel het gevoel van innerlijke rust en tevredenheid wordt opgeroepen. Bij een tekort aan deze stof worden emoties als angst, verdriet en agressie juist versterkt worden, met zware depressies tot gevolg, iets wat voor Marie Ulven zeer herkenbaar is.

Met dit uitgangspunt gaat de Noorse indiepop vocalist aan de slag. Een therapeutisch gevecht, om zichzelf te leren kennen. Dat ze tevens het bijzondere talent bezit om juist die vreemde waarnemingen van tekst en muziek te voorzien werkt hierbij wel degelijk in het voordeel. If I Could Make It Go Quiet is dan wel de debuutplaat van Girl In Red, het zijn zeker niet haar eerste stappen in de business. Er verschenen eerder al een aantal EP’s, maar de corona crisis is de trigger geweest om haar meest negatieve periode op een zo positief mogelijke manier van zich af te schrijven.

De eerste single Serotonine is een samenwerkingsverband met Finneas O’Connell, de broer van Billie Eilish, die zichzelf als artiest en producer steeds verder losmaakt van die overheersende donkere schaduw van zijn wereldberoemde zus. De oppeppende single verhaalt over de paniekaanvallen van Marie Ulven, en hoe ze de geborgenheid en veiligheid bij haar medicijnen opzoekt als ze in een manische opwelling zichzelf voor altijd wil verminken. Een dwangmatigheid waarmee ze al vanaf haar jeugd mee moet handelen.

Doordat ze het dromerige begin afwisselt met stoere hiphop passages weet ze zich gruwelijk goed in te leven in de tienerproblematiek en zet ze zichzelf voor de onzekere jeugd neer als een zelfverzekerd sterk rolmodel. Zeker in deze tijd kan ze uitgroeien tot een belangrijk boegbeeld waarmee men zich gemakkelijk kan identificeren. Het is zo jammer dat Finneas O’Connell zich beperkt heeft tot die geslaagde openingstrack. De chemie is hier zo voelbaar, en ondanks dat If I Could Make It Go Quiet een voortreffelijk debuut is, wordt dit niveau vervolgens niet meer gehaald.

Tekstueel gebeurt er op If I Could Make It Go Quiet gelukkig nog meer dan genoeg moois. Het is tevens een zoektocht naar verlangen en liefde, waarbij Marie Ulven met haar seksuele geaardheid een groot aandeel in heeft, maar niet die bepalende factor is. Die beleving is voor iedere vrouw vergelijkbaar, al zal deze Girl In Red met haar liedjes zeker meehelpen om die stap te zetten om uit de kast te komen. Er wordt gestoeid met funk en sensualiteit in het volwassen Body and Mind, waar ze toegeeft dat de verlokkingen om je over te geven aan seks soms groter zijn dan de eeuwige liefde. Terwijl het aansluitende Hornylovesickmess juist hevig het gemis aan beiden versterkt.

Door het veelvoudige gebruik van donkere echo’s en galmende keyboards zet ze in Did You Come? een mooi duister new wave sfeertje neer. En eigenlijk past deze omlijsting ook het beste bij de stemming welke hiermee naar boven gehaald wordt. You Stupid Bitch lijkt ook regelrecht uit de postpunk kelder te komen. De aandacht gaat hier vooral uit naar de dromerige paspartijen en het vluchtige gitaarspel waar Marie Ulven als een ijskoningin op LSD opgewekt doorheen springt.

Met Rue ontvlucht ze die naargeestige persoonlijke nachtmerries door langzaam toe te werken tot een meer hedendaagse elektronische folkpop sound. Zo vervormt ze de pianoballad Apartment 402 tot een dansbare song, waarbij die nachtelijke eenzaamheid van het individualisme van het clubcircuit gecentraliseerd samenkomt met de geïsoleerde afzondering van een eenpersoonshotelkamer. En eigenlijk staat dit allemaal gelijk aan een gepijnigde ziel die diep in een getergd lichaam een bloedende weg naar buiten krabt.

If I Could Make It Go Quiet is een tevredenstellende plaat. Marie Ulven is op haar best is tijdens de nummers waarbij ze in conflict met zichzelf is en die persoonlijke demonen bedwingt. Al zorgt een verstilde instrumentale pianosong als het afsluitende It Would Feel Like This wel voor een mooi evenwicht. Ondanks dat ik voor deze Girl In Red zeker hoop dat ze uiteindelijk die rust en regelmaat gevonden heeft, zijn die zwaardere grimmige songs een stuk interessanter.

Girl In Red - If I Could Make It Go Quiet | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sufjan Stevens - Convocations (2021) 4,0

7 mei, 01:21 uur

Nadat Sufjan Stevens samen met zijn stiefvader Lowell Brams het overlijden van zijn moeder Carrie een passend plekje in het rouw verwerkende Aporia geeft, gaat hij aan de slag met The Ascension. Deze opvolger van Carrie & Lowell sluit veel sterker aan bij de met elektronica vol gepropte voorganger The Age of Adz. Vanwege trieste familieomstandigheden is Convocations de terugkeer naar Aporia, niet zozeer om nogmaals stil te staan bij het verlies van zijn moeder, de dood van zijn vader Rasjid Stevens staat hier centraal. Amper twee dagen nadat The Ascension verschijnt wordt Sufjan Stevens namelijk ouderloos.

Vrijwel direct na het heengaan van zijn vader in september 2020 gaat Sufjan Stevens aan de slag met het sobere Convocations. Hierbij worden vijf fases van het rouwproces uitgewerkt tot verstillende klassieke ambient stukken en indrukwekkende noise golven. Een persoonlijk relaas, niet te vergelijken met het eerder verschenen werk, en dat hoeft ook niet. Juist in deze tijd is er behoefte aan bezinning, waarbij woorden niet zozeer van belang zijn. De stilte en het verdriet, en hopelijk ook steun aan nabestaanden die in een soortelijke situatie verkeren. Een soundtrack van het leven, waarbij de film voor altijd is vastgelopen.

Meditation is het bijna spiritueel tot rust komen, zoekende naar jezelf en misschien wel voor Sufjan Stevens zichzelf terugvinden bij zijn gedachtes aan zijn vader. Bij Meditation I gaat het verdovende gevoel over naar de verlossende hoge klanken. De pijn ebt langzaam weg om op zoek te gaan naar de eeuwige vredigheid. Het is prachtig hoe het engelenkoor hierbij aansluit bij Meditation II. Toch kan hierbij zeker ook de link gelegd worden naar de herfst. Het leven verdwijnt uit de groene strijdbare bladeren, en wat achterblijft is het afgestorven liefdevolle dieprood en het van ouderdom verblekende donkerbruin. Meditation IV en Meditation V zijn de vluchtige ongrijpbare herinneringen, die door de vervaging grimmigheid oproepen. De rondzwevende drones en de verlichtende new age stompen af om vervolgens weer toe te laten. Met de sterrenhemel van Meditation VIII werkt Sufjan Stevens prachtig sfeervol naar het einde van deze fase toe.

De intensiteit van Lamentation scheurt de ziel open om het onbegrip en het verdriet een vluchtende weg naar buiten te gunnen. Het waarom is hier de vraag. De donkere passages zijn doordrongen door de opslokkende duisternis en hoofdpijn veroorzakend gedreun en veel minder toegankelijk en complexer dan Meditation. Een klaagzang die in Lamentation I begint als een Oosters speeldoosje welke de kinderlijke kracht heeft om je in slaap te wiegen. De rusteloze geluiden kondigen het gevecht aan, de doodstrijd, en het niet los willen en kunnen laten. Het fragmentarische Lamentation II en het beangstigende Lamentation IV zijn de verknipte nachtmerries die stroperig als een stollende bloedsomloop in hun plek opeisen. De luidende doodsklokken in Lamentation VI sluiten zich vervolgens aan in deze gekwelde processie van droefenis en hartzeer om vervolgens te verdwalen in het labyrint van Lamentation V. Het kerkelijke Lamentation VII gooit de deur open voor verstarrende postpunk om vervolgens in de nerveuse drones draaikolk van Lamentation VI te verdwijnen.

Revelation I is een reisverslag naar een onbekende bestemming. Er zitten dromerige futuristische Krautrock elementen in verwerkt, die als een ruimteschip de weg naar de hemel bewerkstellen. Het kakofonische Revelation II is zo dreigend als vallende brokstukken die gevaarlijk de lastige tocht bemoeilijken. Het is weer letterlijk een stuk ruimtelijker, waardoor het net weer wat meer ademt. Revelation IV heeft de herkenbare structuur van een ware popsong en is daadwerkelijk meer down to earth. Met de synthpop van Revelation V creëert Sufjan Stevens een aangenaam stukje new wave en haakt hij nog verder in op de toegankelijkheid. Revelation VI fladdert er bijna vrolijk doorheen, en zoekt bijna voorzichtig het grondbeginsel van de dance op, een nog niet toegeëigend gebied welke vervolgens in de afgrond des onheil wegzakt met het licht orkestrale psychedelische Revelation VIII als aangenaam dieptepunt. Het lawaaierige klokkenspel Revelation IX is een op niks uitlopende poging om te ontwaken en rent zichzelf stormachtig hard voorbij.

Het monumentale Celebration heeft de status van een mooie eervolle herdenking. Door de folkloristische aanpak heeft het iets mythisch en sprookjesachtigs. Traditioneel wordt het leven gevierd, waarbij de toepassingen van historische gewoontes, waardes en normen centraal staan. Hier roepen de futuristische klanken juist toekomstige veranderingen op. Het geloof staat niet zozeer op de voorgrond, het individualisme vervangt deze. Een persoonlijke kijk op de gewoontes en uitingen met groeimogelijkheden richting een innoverende beleving van het rouwproces. Mooi hoe oud en nieuw hierin samenkomen en het harmonieuze uitademende toetsenwerk van Celebration III en het pastorale Celebration IV. Ambachtelijk breekt hij dit vervolgens af in het lastig te plaatsen Celebration VI om vanuit de wrakstukken de fundamenten opnieuw op te bouwen in Celebration VII om te eindigen in het overstuurde Celebration X.

Het eindoordeel Incantation is een stuk korter dan de overige vier gedeeltes. De zoektocht naar de troost is nog niet ten einde, maar vliegt als een herboren gemarkeerde vlinder rond. Door de inheemse klanken van Incantation II wordt de connectie met de exotica voltooid. Het is net wat avontuurlijker en meer gericht op rituelen en gewoontes, het duistere karakter is op tracks als Incantation III nog sterk aanwezig. Nog steeds is Sufjan Stevens dwars en afwijkend, waarmee hij bevestigd dat Incantation erop gericht is om die demonen in zijn hoofd niet meer als vijand, maar als metgezel te aanschouwen. Het engeltje en duiveltje sluiten vriendschappelijk een verbond om hem uiteindelijk verder te helpen in dit rouwproces en het hele gebeuren beter te begrijpen. Al blijft de mist bij Incantation VII verraderlijk laag hangen om te verdwijnen in het spookachtige Incantation IX.

Geen gemakkelijke kost, maar daarvoor is Convocations ook zeker niet voor bedoeld. Ook de lengte van tweeëneenhalf uur zal menigeen afschrikken. Het zal ook niet de bedoeling zijn om de plaat in een keer te luisteren, de verdeling over vijf delen is een stuk zinvoller. Er heerst nog steeds een taboesfeer rondom dit onderwerp, wat ook niet zeker in het voordeel zal werken.

Sufjan Stevens - Convocations | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Blips - The Blips (2021) 2,5

4 mei, 17:42 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 1,5 sterren

» details  

Iron & Wine - Archive Series Volume No. 5: Tallahassee Recordings (2021) 4,5

1 mei, 01:08 uur

Met The Creek Drank the Cradle eist het veelbelovende uit South Carolina afkomstige folk gezelschap Iron & Wine gelijk al een plek op binnen het alternatieve circuit. Na twee gigantische sterke opvolgers verslapt de aandacht en komt de band helaas ook met wat wisselvalliger materiaal. Tussendoor trakteert de band hun fans nog wel met het overtuigende eerste deel uit de Archive Series. Restmateriaal wat na hun debuut wordt opgenomen, maar wat vreemd genoeg op de plank is blijven liggen. Er volgen twee veredelende singles voordat de unplugged sessie The Shepherd’s Dog Acoustic als vierde gedeelte op de markt verschijnt en er weer eventjes uitgeweken wordt naar die veelbelovende bloeiperiode.

Eindelijk brengt frontman Samuel Beam het vijfde deel van zijn archiefstukken uit. Reikhalzend wordt erna uitgekeken, omdat het hier de beruchte Tallahassee Recordings betreft. In principe is dit daadwerkelijk de allereerste Iron & Wine plaat, dus nog van voor The Creek Drank the Cradle. Tot nu toe zelfs het hoogtepunt uit die gigantische geplunderde schatkist. Sterker nog, al vanaf de eerste luisterbeurt word ik verliefd op dit album. Ik durf zelfs stellig te beweren dat het in de korte tijd dat ik Tallahassee Recordings heb mogen beluisteren is uitgegroeid tot mijn persoonlijke favoriet van Iron & Wine.

Alles valt op zijn plek met de opnames die eind vorige eeuw plaatsvinden. Opeens begrijp je waarom het alternatieve Sup Pop label gevallen is voor de afwijkende country folk sound van deze getalenteerde sfeervolle rootsband. De tracks hebben dat ongepolijste van het vroege The Walkabouts werk, de soul van The Afghan Whigs, het ruwe van de grunge maar dan vooral de bezieling van The Winding Sheet. Deze poging van Mark Lanegan en Kurt Cobain om een primitieve blues plaat te maken straalt zoveel pijn en lusteloosheid uit, welke veroorzaakt wordt door de heftige drugsverslaving waarmee de zangers te maken hebben. Grimmig, primitief en gitzwart. Verloren wankelend op de afgrond.

Het druilerige regenachtige Why Hate Winter is een deprimerende zwaarmoedige opener. Veilig jezelf tegen de kou verbergen onder een dekentje, welke gelijk staat als de warmte en geborgenheid van een vrouwenschoot. De soundtrack van de grijze Seattle sound, gezien door de ogen van de in Columbia gevestigde Samuel Beam en zijn maatje EJ Holowicki. Feitelijk verwoord Why Hate Winter de fase waar alle beginnende bandjes in verkeren. De nachtelijke sessies, inclusief de eenzaamheid en de onzekerheid van de toekomst. Financieel geen vetpot, en mondjesmaat je publiek opbouwen. Het is een naargeestig nummer, waarbij vooral leegte en verdriet de woorden zijn die in mij opkomen. De neurotische emotie is bij de kern gehouden, zo primair mogelijk. Maar oh wat is dit toch allemaal zo verschrikkelijk bloedmooi.

De mondharmonica houdt in de eerste minuten nog zijn adem in, om zich vervolgens halverwege This Solemn Day bij de sobere gitaarakkoorden en ritmische hartslagen te voegen. We volgen Iron & Wine vanaf de eerste stappen naar hun uiteindelijke geluid, maar blijkbaar is de band vergeten dat juist in deze zoekende fase hun kracht zit. Subtiel wordt in John’s Glass Eye als een nieuwe uitgenodigde gast de slide gitaar geïntroduceerd. Gedurende de Tallahassee Recordings schuiven er steeds meer instrumenten aan. Bezoekers die vervolgens nooit meer zullen vertrekken maar standvastig hun woonplaats binnen de komende Iron & Wine discografie opeisen.

De puurheid en de verhalende voordracht van Samuel Beam bevestigt nogmaals dat lo-fi niet rommelig en amateuristisch hoeft te zijn. Door de kaalheid gaat de aandacht volledig naar de songs toe, en wordt je niet afgeleid door onnodige productiekunstjes en tierelantijntjes. Waarom is dit zo lang geheim gebleven? Tallahassee Recordings had de eerste kennismaking met Iron & Wine moeten worden. Een plaat over in strijd verkerende verloren minnaars en verharde agressieve relaties. Soms zelfs balancerende op het randje van murder ballads. Het pijnlijke afscheid gevolgd door toch weer het ziekelijke verlangen naar vastigheid. Misschien was het contrast tussen de confronterende teksten en de berustende uitvoering toen net een tikkeltje te groot, waardoor de band en platenmaatschappij het niet aandurven om de plaat uit te brengen.

Iron & Wine - Archive Series Volume No. 5: Tallahassee Recordings | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer