MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Lone Assembly - Knots & Chains (2026) 3,5

vandaag om 00:55 uur

stem geplaatst

» details  

Peaches - No Lube So Rude (2026) 4,0

afgelopen vrijdag om 20:58 uur

stem geplaatst

» details  

Alice in Chains - Dirt (1992) 5,0

afgelopen donderdag om 17:51 uur

deric raven heeft me verzocht zijn eerdere recensie te vervangen door onderstaande, aangepaste versie:

Ondanks dat Smells Like Teen Spirit van Nirvana de hele kijk op de alternatieve rock voor eeuwig verandert, Pearl Jam op Pinkpop het meest memorabele concert ooit is, Mark Lanegan misschien wel de mooiste rockstem heeft, is het voor mij toch Alice In Chains die met Dirt de meest iconische grungeplaat maakt. Grunge is hoe dan ook een breed begrip. Nirvana is duidelijk door de punkrock van Pixies beïnvloedt, en legt hier een punk laag overheen. Screaming Trees heeft dat psychedelische blues gehalte van The Doors en in Pearl Jam hoor ik vooral veel van Free terug.

Soundgarden en Alice In Chains blijven trouw aan de hardrock roots. De maatschappij zet de frontmannen als sterke iconische personages neer, terwijl al snel blijkt dat het vaak behoorlijk labiele figuren zijn. Ondanks de muzikale verschillen ademen ze allemaal de grijze triestheid van Seattle uit. Een stad waar het altijd herfst is en waar een hoog werkeloosheid heerst. Dat daar tevens een groot zelfmoordpercentage aan kleeft, is niet eens zo vreemd. Helaas wordt het teveel als een soort van modeverschijnsel neergezet, en heeft het steeds minder met muziek te maken.

De muziek, daar draait het dus om. En Dirt van Alice In Chains is met terugwerkende kracht voor mij de beste plaat uit het grunge tijdperk. Waarom met terugwerkende kracht? Eigenlijk ben ik alle grunge klassiekers pas later nog meer gaan waarderen, al is de impact vanaf de release al gigantisch groot. Het geschepte verhaal is in eerste instantie vooral op de waanzin gericht, later wordt het steeds meer waarheid. Dirt is hoe dan ook een traumatische verwerkingsplaat over gevechten die je nooit kan overwinnen. Er zit hoe dan ook zeer veel escapisme in. Layne Staley koppelt dit aan de verdovende effecten van zijn drugsverslaving, een roes om de realiteit te verzachten en te vervagen.

Bij Jerry Cantrell is het eerder te herleiden tot de impact die de Vietnamoorlog op zijn ouderlijke gezin heeft. Zijn vader heeft die verschrikkingen van dichtbij meegemaakt. Een trauma welke je voor de rest van het bestaan van de maatschappij afstompt. Het heeft geen zin om naar antwoorden te zoeken, als er alleen maar vragen zijn. Dirt is hard en confronterend. Slepend dodelijk. Agressief en verzachtend. Ondanks dat de verhaallijnen van Layne Staley en Jerry Cantrell totaal verschillend zijn en door elkaar lopen, is de pijn evenwaardig.

Het is een zwarte verkoolde pagina uit een afgesloten dagboek, welke eigenlijk het daglicht niet mag aanschouwen. Het decor van Seattle geeft die donkerheid een doffe glans mee. De achtergrond van Layne Staley en Jerry Cantrell liggen nog best aardig in elkaars verlengde. Layne Staley komt tevens uit een gebroken gezinssituatie en heeft zijn vader amper gekend. Leg daar de achtergrond van Eddie Vedder van Pearl Jam die bij Alive over een soortgelijke toestand zingt ernaast en de Seattle cirkel is helaas weer rond.

Maar goed, ik heb dus het meeste met Dirt. Voor mijzelf ligt die basis ergens bij een andere band, namelijk Black Sabbath. Met dat donkere geluid wordt Alice In Chains dus al vaker vergeleken. War Pigs is een van de heftigste oorlogsnummers ooit, en Rooster is daar een soort van voortzetting van. Rooster blijft voor mij de klevende modder van dit oorlogstrauma. Vastgekoekte klodders zand vermengt met speeksel en bloed. Jonge soldaten die onbedoeld als volwassen mannen om de veilige terugkeer naar het thuisfront smeken.

Opgekropte woede en frustraties en het daaruit voortkomende vluchtgedrag in roesmiddelen die de scherpte van de realiteit laten verbleken of zelfs dit horrorscenario naar eigen wil aanpassen. Dirt is De soundtrack voor films als Platoon, Apocalypse Now en Full Metal Jacket. Een verharde kansloze maatschappij. Elk nummer is een losstaand onderdeel van deze nachtmerrie. Dagelijks badend in het zweet wakker worden. Monddood de gevoelens niet met naasten kunnen delen.

In Dirt scheert de gitaar als een maniakale helikopter rond. Onbestuurbaar geraakt door een flinke dosis aan LSD. Logge baspartijen die als legerkisten steeds dieper in het moeras wegzakken. Layne Staley die zwaar onder invloed de pijn van zich af schreeuwt. De kracht van de hele grunge stroming ligt veelal in de gedragen emoties. Of je nu Staley, Cobain, Vedder, Cornell of Lanegan hoort. Amper volwassen zingen ze over de heersende gekte van een uitzichtloze toekomst. Vluchtgedrag in drank en drugs.

Nogmaals, er is niks romantisch aan het hele grunge gebeuren. Achteraf gezien een diep trieste periode, die wel veel goede muziek oplevert. De ziel moet zich openen, zodat de pijn een kronkelende weg naar buiten vindt. Ongelofelijk hoe geleefd de stemmen toen al klonken. Het zijn nog jonge gasten die een kist bagage vol levenservaringen met zich mee sleuren. Layne Staley is hier pas 25 jaar, dan krijgt het leven normaal pas vorm en stabiliteit.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gorillaz - Song Machine, Season One: Strange Timez (2020) 3,5

afgelopen woensdag om 02:03 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Gorillaz - Plastic Beach (2010) 3,5

afgelopen woensdag om 02:03 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren

» details  

Bonnie 'Prince' Billy - We Are Together Again (2026) 4,5

2 maart, 20:42 uur

Will Oldham is een tevreden mens. Tenminste die indruk wekte de eigenzinnige singer-songwriter vorig jaar mei in Doornroosje. Met vreemde capriolen amuseerde hij daar de aanwezigen, met stuntelige danspasjes en een excentriek opgemaakt gezicht. Sinds hij getrouwd en ondertussen alweer een tijdje vader is, heeft hij eindelijk de lang gehoopte rust in zijn leven gevonden. Die rust hoor je in zijn recente werk terug.

I Made A Place is een prachtige ode aan zijn in ontwikkeling zijnde prille gezin, en met The Purple Bird bewijst hij nogmaals dat hij zeker nog niet afgeschreven is. Het Bonnie Prince Billy alias verkeert in bloedvorm, en je kan gerust stellen dat Will Oldham en Bonnie Prince Billy meer dan ooit samenvloeien. De zanger heeft het niet meer nodig om zich achter een alter ego of zoals in Nijmegen achter een zwarte, gedeeltelijke bedekkende hoofddoek te verschuilen.

Will Oldham settelt zich vanaf I Made A Place midden in zijn thuisbasis te Louisville. Hij heeft het nomadebestaan een beetje afgezworen en wijkt eigenlijk enkel om te touren naar andere plaatsen uit. Tijdens die latere concerten zorgen de meestermuzikanten Jacob Duncan op saxofoon en alleskunner Thomas Deakin voor het nodige professionele vermaak. Gelukkig is dit duo ook tijdens het opnameproces van We Are Together Again van de partij, net als zijn neef en pianist Ryder McNair en broer en tevens bassist Ned Oldham.

Terug naar de kern dus, daar bij de Ohio River waar ooit met There Is No-One What Will Take Care of You het Palace Brothers verhaal begint. Ik kan het niet laten om bij Why Is the Lion? die plaat in herinnering te halen. Daar siert de heerser van de natuur de albumhoes. Een krachtig statement van leiderschap, charismatisch en zelfverzekerd. Eigenschappen die absoluut in deze fase van het leven passend op Will Oldham van toepassing zijn.

Maar goed, het gaat nu dus over We Are Together Again. Daar kijkt een nieuwsgierig leeuwaapje de wijde junglewereld in. Heel veel is er niet veranderd, de cirkel is ronder en hechter dan ooit. Why Is the Lion? gaat letterlijk door waar die mooie avond in Nijmegen eindigt. Het zijn de fluitpartijen van Thomas Deakin, Jacob Duncan en passant Nuala Kennedy, die daaraan memoreren. Will Oldham gaat het gespreksdialoog met zichzelf aan en neemt de luisteraar hierin mee. Het is bijna klassieke troubadour folk zoals alleen dit muzikale genootschap dat kan maken.

Ryder McNair dirigeert het strijkersgezelschap bestaande uit violisten Charlie Bisharat, Camille Miller en Sara Callaway, cellist Jake Braun en altviolist Zach Dellinger. Ze vervolgen de reis met bouzoukispeler Eamon O’Leary, bassist Chris Cupp, percussionist Caleb Vasquez, pianist Jim Marlowe en een koor bestaande uit Tory Fisher, Lacey Guthrie, Katie Peabody, Maggie Halfman en Catherine Irwin. De band als leefeenheid, een zelfbesturende commune, bestaande uit artiesten. We Are Together Again is pure rijkdom en dat voel je ook. Alles wat aan deze plaat hoort te kloppen, klopt dus ook. Bestaat perfectie, ja perfectie bestaat en is goud waard.

Bonnie "Prince" Billy - They Keep Trying To Find You (Official Video)Bonnie "Prince" Billy – They Keep Trying To Find You (Official Video)
In de clip van de vooruitgeschoven They Keep Trying To Find You single, presenteert de excentrieke Bonnie Prince Billy zich letterlijk als een bosjesman. Een met de natuur, maar ook onzichtbaar. De eenzame einzelgänger, een voyeur, hunkerend naar liefde. Ondanks de veilige keuze van geborgenheid handelt het klein gehouden Strange Trouble over het onvermogen om zich tegen de gevaarlijke buitenwereld te bewapenen. Je belooft het nageslacht een mooie wereld, de realiteit staat hier haaks op.

De Life is Scary Horses melancholie benadrukt de angst voor het onwetende. Is het slim om te schuilen voor alsmaar voortdurende onweersbuien of is het zinvoller om die sprankjes aan zonnestralen te vangen. Ook hier weer de waanzinnige prachtrollen van Thomas Deakin en Jacob Duncan, die juist die I See a Darkness waanzinleed op natuurlijke wijze verzachten. Eeuwige trouw, eeuwige vriendschap, samen voor- en tegenspoed delen. Het licht breekbare (Everybody’s Got a) Friend Named Joe doorbreekt diezelfde duisternis. Will Oldham eert niet enkel zijn familie, dit is tevens een bedankje aan de muzikanten die deze dromen en nachtmerries verwezenlijken.

De Mexicaanse getinte Vietnam Sunshine western klanken zijn een manisch depressieve mix tussen sentiment en vrolijkheid, en is het zwakste lelijke eendje broeder tussen zijn beeldschone zwanen zusters. In de ochtendnatuurwandeling van de Hey Little ontwaakt de zich alsmaar helende aarde. Bijzonder dat Will Oldham ervoor kiest om het normaal zo afgeschermde privéleven van dochter Poppy Oldham hier publiekelijk in de video te tentoonstellen. Het zijn tevens de geluksmomenten die dit familiegeluk kleur geven. Geluksmomenten die dit duet met vrouwlief Elsa nogmaals in alle kracht en veelvoud versterken.

Bonnie "Prince" Billy - Hey Little (Official Video)Bonnie "Prince" Billy – Hey Little (Official Video)
Bij het dromerige Davey Dead springt het samenspel met harpiste Erin Hill er bovenuit. Ze betovert niet enkel met haar instrument, maar heeft als spirituele rondspokende zangpartner zoveel extra’s te bieden. De dood waakt als een geest over het nummer, de dood als deel van het leven, niet zozeer als einde. The Children Are Sick wordt net als Strange Trouble als catchy probeersel al in Doornroosje gespeeld. Het publiek als achtergrondkoor, deelgenoot van de song. Veel is er niet aan gesleuteld, bij de eerste tonen herken ik het al. Dat zegt in principe meer dan genoeg.

We Are Together Again is een kop en staart plaat. Het schurende, intiem rockende Bride of the Lion beantwoordt de vragende doelstelling van het Why Is the Lion? openingsnummer niet. Het is een psychedelische afspiegeling van de liefde die als cliché alles overwint en sterker dan haat is. Moet je de boodschap moeilijk verpakken als het uiteindelijk om de inhoud draait? Laat Will Oldham maar op die vruchtbare voedingsbodem te Louisville fantastische liedjes schrijven. Voorlopig lijkt er geen einde aan die inspiratiebron te komen, de nummers vloeien letterlijk uit zijn hand.

Bonnie Prince Billy - We Are Together Again | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Melody's Echo Chamber - Unclouded (2025) 3,5

25 februari, 23:46 uur

Met haar prachtige beeldende teksten schept Melody Prochet een droomwereld waar je heerlijk in wilt verdwalen. Zo ook op Unclouded, het nieuwste Melody’s Echo Chamber album. Vanaf openingstrack The House That Doesn’t Exist is het al raak. In een prachtige decorsetting verlangt de zangeres naar een omgeving die in haar hoofd steeds meer vorm krijgt. Het is echter een visualisatie, die echt aanvoelt, maar ver van de werkelijkheid verwijderd is. The House That Doesn’t Exist is een fijne plek om je af te zonderen, en dat geldt voor de hele Unclouded plaat. Niet bijzonder, maar vooral prettig.

Melody Prochet blijft cryptisch, er zit vooral een diepere treurige onderlaag in haar teksten. Hierdoor verschilt Unclouded weinig met de kleurrijke Emotional Eternal voorganger. Dat is een uptempo hoopvolle dansbare plaat, die toch wel rooskleurig tegen de toekomst aankijkt. Unclouded is net wat minder pop, minder springerig, wat absoluut beter bij het Melody Prochet stemgeluid uitvalt. Ondanks de realistische kijk blijft ze trouw aan dat sprookjesachtige. De nadruk ligt nog steeds op de roerige jaren zeventig, een fraaie mix tussen spacerock, neo-psychedelica, triphop en zelfs wat krautrock.

The House That Doesn’t Exist ligt sterk in het verlengde van het Franse Air. Melody’s Echo Chamber kiest echter voor een minder elektronische aanpak met echte strijkers, echte muzikanten. De filmische In the Stars triphop bestrijdt de leegte in het leven van Melody Prochet. Ooit hoopt ze weer te stralen, te shinen aan de roemrijke sterrenhemel. Hunkerend naar liefde en succes. Flowers Turn Into Gold is het besef dat die kansen voor het oprapen liggen. Melody Prochet is te bescheiden om daar daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Die bescheidenheid siert haar, maar breekt ook op.

Die swing komt er gelukkig wel in het dansbare Eyes Closed. India Oosters mysterieus, met een veelvoud aan gastmuzikanten die dit aangename sfeertje nogmaals versterken. Het is echter de krachtige ritmesessie bestaande uit bassist Love Örsan en drummer Malcolm Catto die hier vooral respect afdwingen. Zonder dit tweetal zou Unclouded kaal en afstandig klinken. Ook arrangeur Sven Wunder heeft een allesbepalende vinger in de pap. Toch wel smaakmakers die Unclouded kleur geven. Eyes Closed verfijnt het The House That Doesn’t Exist belevingsgevoel, en plaatst dat huis aan de rand van de oceaan.

De grootste verrassing is echter het jazzy in Nederlands gezongen Childhood Dream. De charme van het gebrekkige taalgebruik. Het heeft iets liefs, speels kinderlijks. Melody Prochet doet al langer geheimzinnig over haar roots. Zo werkt ze eerder in het verleden al samen met de Nederlandse muzikant Anton Louis Jr. Als The Narcoleptic Dancers beweren ze kinderen te zijn van profvoetballer Johnny Van Kappers te zijn. Een fictief personage die waarschijnlijk nooit bestaan heeft.

Memory’s Underground is een stevig liefdesliedje welke beide voeten in de psychedelische jaren zestig heeft. Melody Prochet houdt er zelf helaas de rem op. Broken Roses ontsnapt aan de schijnwereld, een heus vaarwel, welke de band in het vrolijk opgezette Burning Man continueert. Jammer dat die bevrijding zich pas halverwege Unclouded openbaart. De zon drijft de deprimerende Into Shadows wolken uiteen, en eert voor de eerste keer de Unclouded albumtitel. Het zweverige How to Leave Misery Behind is de berusting, de bezinnende fase. Ondanks dat Leon Michels er met zijn El Michels Affair orkest alles aan doet om met Daisy de plaat naar een hoger level te tillen, komt zijn hulp te laat.

Ondertussen ben je steeds nieuwsgieriger naar het persoonlijke verhaal van Melody Prochet geworden. Waarom dat vluchtgedrag? Wat is de onderliggende gedachte van deze vocalist? Hoe zit het met dat ongelukstrauma, waardoor ze voor langere tijd uit de running is? Ergens zit er diep van binnen nog genoeg pijn waarvan ze tot nu toe slechts een tip van de sluier heeft opgelicht. Dat script ligt waarschijnlijk nog ergens te verstoffen. Die diepgang, die mis ik tot nu toe. Unclouded is te vluchtig om echt te raken. De wind waait lichtgevoelig, nu mag het gaan stormen.

Melody's Echo Chamber - Unclouded | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Stoop Kid - Office Overdue (2026) 4,0

21 februari, 18:49 uur

Na een verleden in een aantal punk en hardcore bands besluit Jens Rubens om het roer drastisch om te slaan. Het keerpunt is de Covid pandemie welke zijn onderliggende depressies en angsten laat ontwaken. Jens Rubens maakt slim van een alter ego gebruik om zich achter te verschuilen. Hij kiest voor het Stoop Kid personage uit de Hey Arnold! tekenfilmserie, een tiener die de stoep voor zijn huis niet durft te verlaten. Bewapend met sarcastische humor bekijkt en beoordeeld hij de steeds kleinere wereld van een afstand.

Het eerste album Camp Careful behandeld het onbedoelde bestaan als buitenstaander. Hij trekt hiermee de aandacht van de Maastrichtse Muziekgieterij, de breed opgezette concertzaal die tevens jonge artiesten de mogelijkheid biedt om zich muzikaal te ontwikkelen. Daar werkt Stoop Kid zijn tweede wapenfeit Mount Cope verder uit. Het overlijden van zijn moeder en de traumatische nasleep daarvan vormt het hoofdthema. De bijzaak van dit proces is om het leven weer te ordenen, iets waar Jens Rubens gedeeltelijk in slaagt.

Zijn muzikale ontdekkingsreis brengt hem uiteindelijk bij Thibault Vander Donckt, platenbaas van On The Level. Deze voormalige popjournalist voelt Jens Rubens perfect aan, en wat misschien nog belangrijker is, biedt hem de vrijheid om zich verder te ontplooien. Dit kost het nodige geduld, de afgelopen jaren waren vermoeiend en leeg. Stoop Kid gebruikt deze dreigende burn-out om de huidige maatschappij beter te begrijpen. Office Overdue is een halfslachtige poging om deze dagelijkse sleur te doorbreken. Het is tevens het pijnlijke besef dat je er uiteindelijk alleen voor staat.

Niks is zo treurig als een vergeten verwelkte plant naast een computer. Een stilleven welke om een beetje aandacht smeekt. Achter die albumhoes zitten een tiental liedjes verscholen die zich daarmee identificeren. Stoop Kid als de hedendaagse hoop in bange dagen, de antiheld die slechts om een sprankje begrip vraagt. Office Overdue is zeker geen zwaarmoedige plaat geworden, het tegendeel is eerder het geval. Office Overdue is een melodieuze veelzijdig geheel waarop een enthousiaste solerende countryfolk gitaar de powerpop van Well Oh Well inluidt. Klinkt hier aarzelend een Pavement echo doorheen? Nou laat dat aarzelend maar achterwege. Jens Rubens bezit hetzelfde gevoel voor ironie als de praatgrage Stephen Malkmus en dezelfde schrijversdiversiteit als deze cultfiguur.

Het valse New To Me lo-fi rammelt bewust van alle kanten. Heerlijke slacker zelfspot met uitnodigend gitaarspel. Het kosmische The Lesson Is verlangt naar een uitvlucht, ver verwijdert van de aardse ellende, de puinhoop aan jaren wanbeleid. Hebben we hier iets van geleerd of kiezen we ervoor om die cyclus aan fouten juist niet te doorbreken. Met de melancholische indie postpunk van In Knot We Trust grijpt Stoop Kid naar de bijna identieke jaren tachtig terug. Op muzikaal vlak een groot genot, des te pijnlijker is het dat we in veertig jaar tijd op maatschappelijk gebied alle winst vergooit hebben en de ontwikkeling hedendaags vrijwel stilstaat.

Met alleen veelbelovende toekomstverwachtingen en mijmerende jangle tracks maak je geen vuist, het stevige Diet Coke is daarop een mooi alternatief. Een fraaie mix van noise, psychedelica, shoegazer, grunge, powerpop, dreampop, Britpop en alle verwante sub vertakkingen. Ga je vooral voor schoonheid, dan is het traag slepende Left Confined zeker een aanrader. Ook hier net als bij In Knot We Trust die overduidelijke link naar the eighties, vormt Left Confined het absolute hoogtepunt van Office Overdue, en de meest geschikte single kandidaat. Slump verlaat dat tijdsbeeld niet, en ondanks dat het een mooi evenwicht tussen jaren negentig indierock en jaren tachtig postpunk betreft, gaat mijn voorkeur vooral naar het postpunk gedeelte uit.

Stoop kid - Office Overdue | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Joji - Piss in the Wind (2026) 3,5

21 februari, 18:48 uur

Amper achttien jaar oud verruilt George Kusunoki Miller zijn Japanse vaderland om vanuit de Verenigde Staten zijn dromen te verwezenlijken. Die ambities bestaan uit het afronden van een universitaire opleiding op het gebied van beeldende kunst. Met dit diploma op zak richt hij zich op die andere uit de hand gelopen hobby: het maken van muziek. Onder het alias Joji brengt hij vier albums uit en boekt hij het meeste succes met SMITHEREENS en het daarvan afkomstige Glimpse of Us. In februari 2026 ziet opvolger Piss in the Wind het licht.

Met de absurde, intrigerende roadmovie bij de derde albumsingle Past Won’t Leave My Bed trekt hij direct mijn aandacht. De schoonheid van de eeuwige slaap, de dood als verlossing, de angst overwonnen. Het staat haaks op de melancholische seventies folktrip van dit bijna berustende nummer.

Die basis zit hem bij Joji vooral in de computergestuurde beats, dwarse gabberritmes en klinische vocoders die als prettige stoorzenders de liedjesstructuur onderbreken. Hij vist hierdoor in dezelfde (koi)vijver als de electro folk-soul van James Blake en Bon Iver. Toch bezit Joji genoeg eigenheid om daar een persoonlijke twist aan te geven. Sterker nog, hij hecht minimaal waarde aan kop-en-staart-tracks en hakt deze als een sushi delicatesse in afgepaste stukjes uiteen. Zo stopt de muzikant gemakkelijk eenentwintig liedjes in drie kwartier speeltijd.

De agressieve industrial rage van Pixelated Kisses werd in oktober al als single vooruit geschoven. De track deed het in eerste instantie minder, totdat rapper Yeat het nummer onder handen nam en de heren dit als remix opnieuw uitbrachten. Deze samenwerking beviel zo goed dat de zanger ook bij Rose Colored aansloot. Ondertussen is de fragmentarische ballad If It Only Gets Better ook verschenen. Veel meer dan een kleine ode aan veranderingen is het niet. Het is typisch Joji om het kortste, amper een minuut durende nummer op single uit te brengen.

Met het dreampop/shoegazer hoogtepunt Love You Less raakte hij begin van het jaar al de juiste snaar. Een prachtig nummer over het loslaten van de liefde, badend in sentimentele postpunkgolven. De cyber gabberdance van het onlangs verschenen Last of a Dying Breed geeft een mooi contrast aan die soulvolle hoge hemelse uithalen van Joji. De vocalist vraagt zich af of artiesten als hij op langere termijn zullen overleven. Een terechte vraag, waar ik ook geen zinnig antwoord op kan geven. Eigenlijk zijn de korte intermezzo’s slechts bedoeld als bezinning, om dit soort lastige vraagstukken te verwerken.

Hotel California is slechts voor een schare groep fans eerder te downloaden en draagt dan nog de geheimzinnige titel Audio 1 mee. Forehead Touch the Ground zal vervolgens als Audio 2 uitgebracht worden en Horses to Water sluit dit trio als Audio 3 af. De succesvolle R&B-zanger Giveon geeft Piece of You een warme bruine herfstkleur mee. Datzelfde past Joji bij Fade to Black toe, al is 4Batz daar de persoon in kwestie. Ook nu circuleren er al eerder, onder de noemer HUNCHOJACK2-I4s, versies van deze track op internet. Die hard-liefhebbers herkennen in de DYKILY clubhouse al vlagen van dit in 2019 reeds gebruikte nummer.

Bij Sojourn stelt Joji de vergankelijkheid van de liefde aan de kaak. Ben je tevreden met stabiliteit of mis je juist de uitdaging? Een hoofdthema dat behalve het eerder genoemde Love You Less ook Rose Colored en Fragments vormgeeft. In de apocalyptische stroomstoten Dior stelt Joji zich een wereld zonder zijn geliefde voor, een triest alternatief om de hunkering te laten vervagen.

Piss in the Wind is een gedurfde experimentele plaat waarop heel veel gebeurt, maar waar ook juist heel veel net niet gebeurt. Lo-fi in de puurste vorm. Soms afgeraffeld rommelig, dan weer gepolijst in serene schoonheid. Joji plaatst zichzelf in het middelpunt van een haastige voorbij zappende wereld. Het ene moment bezit de muzikant het overzicht, dan laat hij het allemaal maar gebeuren, om vervolgens de grip te verliezen. Het is de onvaste zekerheid van een onstabiele maatschappij. Piss in the Wind is een bij elkaar gesprokkeld project en daar ligt de charme van deze compromisloze kunstenaar.

Joji - Piss in the Wind | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Congratulations - Join Hands (2026) 3,5

21 februari, 18:46 uur

Eigenlijk wil congratulations vooral wat funk aan het leven toevoegen om zo de grijze sleur doorbreken. Dit uit Brighton afkomstige viertal heeft daarbij een speelse wijze van communiceren: uptempo indierock on speed, waarbij vooral positiviteit van groot belang is. Zangeres Leah Stanhope ziet het nut van het analyseren van haar teksten niet in. Ze houdt niet van moeilijkdoenerij. Laat de aanstekelijkheid van de muziek het werk maar doen, en dat bereikt de band eenvoudig met hun debuutalbum Join Hands.

Stap binnen in de wereld van congratulations en mijmer heerlijk op de dromerige klanken van Nevagonna. Laat je leiden door de opwarmende bas van Greg Burns en de kinderlijke geluiden die uit de keyboard-prullaria ontsnappen. Kan een gitaar dierlijk kreunen? Volgens Jamie Chellar wel! Vintage dance, met een hoog prettig opzwepend rockgehalte. De jaren tachtig zijn weer helemaal terug met een vleugje Giorgio Moroder disco op City Boy, een overdosis aan Trevor Horn bongobeats en blikken Prince ritmes. Het is de rol van producer Luke Phillips om het beste van deze drie grootheden te verenigen.

Thomas Dolby gaf het in de jaren tachtig al perfect weer in Hyperactive!; je moet die creatieve energiebanen niet belemmeren, maar juist toelaten. Na die prettige orenwasserij van Nevagonna laat het anti-liefdeslied Fought 4 Love een stevigere kant van de band horen. Niet alleen the eighties staan centraal, er is wel degelijk tevens naar de punkrockrevival uit de jaren negentig geluisterd. Ook daar stond het plezier op de voorgrond. Die vrijheid wordt volledig benut. De tegendraads groovende Dr. Doctor cross-over is wat complexer en gedurfder, een beetje afwisseling is nooit verkeerd.

De boodschap van This Life is simpel: we moeten tevreden zijn met wat we bezitten en ons niet dood staren op wat er niet binnen ons handbereik ligt. Veel meer heb je niet nodig om te amuseren, en daar is congratulations zich overduidelijk bewust van. Het is wel jammer dat ze met de overspannen hectiek van Hollywood Swingers het geheel te haastig afronden. Zolang congratulations zichzelf niet te serieus neemt komt het wel goed. Bella Union biedt ze in ieder geval een mooi platform om eerst met een tweetal ep’s voorzichtig de markt te verkennen en vervolgens met eersteling Join Hands toe te slaan. Een veelbelovende start.

congratulations - Join Hands | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Dead Dads Club - Dead Dads Club (2026) 4,0

21 februari, 18:43 uur

Hoe fijn kan het zijn om naar onbezorgde jeugdherinneringen terug te grijpen en deze als inspiratie te gebruiken en deze met de buitenwereld te delen? In het geval van de voormalige Palma Violets bassist Chilli Jesson werkt dit echter niet zo. Aan de inspiratie zal het niet liggen, alleen wordt deze overschaduwd door pijn, waardoor hij deze memoires het liefste zo ver mogelijk wegstopt.

Echter bij zijn zus Georgie Jesson heeft het van zich afschrijven een therapeutisch effect, en bundelt ze deze poëtische stukken tot een boekwerk. Onbewust moedigt ze haar broer aan om met dit verdriet aan de slag te gaan. En dan ben je opeens weer die jongen van amper 13 jaar oud, die met onbegrip toekijkt hoe zijn vader zichzelf in een drugsverslaving verliest en hier uiteindelijk aan overlijdt. Natuurlijk speelt het tevens een rol dat Chilli Jesson nu zelf vader is, en wel het beste van de relatie met zijn kind wil maken. Het veredelde Dead Dads Club eenmansproject is vervolgens al snel een feit.

De afgelopen twee jaar staat hij als extra gitarist bij Fontaines D.C. op het podium en bouwt Chilli Jesson een hechte vriendschappelijke band met gitarist Carlos O’Connell op. Dit Fontaines D.C. bandlid gelooft wel in Dead Dads Club en duikt vijf dagen met Chilli Jesson de Parijse La Frette Studios in om de tracks verder uit te werken. Er zit heel veel Fontaines D.C. creativiteit in de songs verweven, wat de Dead Dads Club plaat nog interessanter maakt. Rupert Greaves van Blind Pilgrim mengt zich vanuit de zijlijn in dit proces en voegt ook nog de nodige gitaarpartijen toe.

Dead Dads Club is soms zwaar en donker, maar over het algemeen opbeurend. Het mijmerende It’s Only Just Begun staat niet op de rand van de wankele afgrond, het is een nieuwe stap vooruit in het leven, de hergeboorte. We wanen ons ergens in die alternatieve Amerikaanse muziekscene van de jaren negentig, Slacker rock in hun hoogtijdagen. Ondanks de Londense achtergrond voelt It’s Only Just Begun niet echt Brits aan.

Soms is het heerlijk om te verdwalen, in Volatile Child is het eerder bedreigend, onvoorspelbaar en vreemd. De licht croonende Chilli Jesson bewapend zichzelf met zijn basgitaar waar de mooiste melodielijnen uit ontsnappen. De elektronische ruis in Humming Wires geeft de afstandige chaotische sfeer een bittere grijze kleur mee. Zo duister kan het leven dus zijn. Het spookachtige Goosebumps zoemt lekker neurotisch op dit thema voort. Junkyard Radiator teert op een akoestisch gothic postpunk deuntje en daar maakt Chilli Jesson met zijn kopstemuithalen het grote verschil.

Bij de Running Out of Gas folkrock vinden opgefokte frustraties eindelijk een weg naar buiten. De onmacht die vanaf zijn puberteit geen recht tot betekenis krijgt. Running Out of Gas gooit al die opgekropte ellende eruit. Running Out of Gas is een levensles gericht aan een dierbaar persoon van hetzelfde vlees en bloed die gefaald heeft. Daarna kan het alleen maar beter worden. En dat is het That’s Life popdeuntje dus ook. Een lege ongeschreven witte pagina, een writer’s block als opluchting om gedane zaken te herstructureren. Het afsluitende Need You So Bad zoekt antwoorden in de herhaling en geeft exact dezelfde zinsdelen als in That’s Life kracht en betekenis.

Het rauwe van zich af rockende Don’t Blame The Son For The Sins Of The Father is daar nog niet aan toe. De plek op de plaat is wat misplaatst, omdat deze single al eerder het licht ziet. De dreunende industriële chaos van Don’t Blame The Son For The Sins Of The Father is confronterend omdat de moeder in de karaktertrekken van haar zoon de slechte eigenschappen van haar overleden zwakke echtgenoot ziet. Deze tegenreactie komt dus heftig binnen. Need This Around is het escapisme wat hieruit voortkomt. Muziek als drug, muziek als zalvende uitvlucht. Gezonder, met hetzelfde effect. Vervolgens nog eventjes ontspannen relaxen op de divan bij de psycholoog met een Hospital Pillow in de nek.

Er zit dus heel veel Fontaines D.C. in Dead Dads Club. Dit geeft het amicale vertrouwen van Carlos O’Connell in Chilli Jesson en de onderlinge verstandshouding weer. Dit is de plaat die laatstgenoemde moest maken. Het wekt de indruk dat het bij een eenmalige concept blijft. Het belangrijkste is dat Chilli Jesson een stukje leven een plek geeft en dit vervolgens afsluit. Dat dit tevens een fraaie plaat oplevert is een mooie bijkomstigheid.

Dead Dads Club - Dead Dads Club | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There (2026) 4,5

21 februari, 18:42 uur

Manchester zal altijd een stad met een grote muzikale vernieuwingsdrang blijven. Dat hebben ze daar in het verleden al ruimschoots bewezen. Op het moment dat de rock daar wat dreigt af te zwakken brengt Shaking Hand daar met een geweldige eersteling verandering in. Vrijwel gelijktijdig verschijnt So Much Country ‘Till We Get There, de ep van het tevens uit Manchester afkomstige Westside Cowboy. Deze net afgestudeerde academici zijn een stelletje veelzijdige getalenteerde muziekliefhebbers die elkaar bij de befaamde Johnny Roadhouse Music muziekwinkel troffen, en daar hun passie deelden en uiteindelijk deze in songs omsmeedden.

Westside Cowboy is een misleidende naam. Ze hebben het grote geluk dat Geese ze als voorprogramma inlijft, anders zouden ze niet direct mijn aandacht trekken. Natuurlijk speelt het mee dat So Much Country ‘Till We Get There door Loren Humphrey geproduceerd is, die recentelijk nog zijn medewerking aan Getting Killed van Geese verleende. Als twee kernleden ook nog eens Aoife Anson O’Connell en Paddy Murphy heten, dan leg je de link ook niet direct met Manchester. Er zal heus wel Iers bloed door de aderen vloeien. Oké, Reuben Haycocks en James Bradbury klinken minder Iers, maar die link is dus snel gelegd.

Strange Taxidermy mengt traditionele folk met rauwe postpunk. Zangeres en bassist Aoife Anson O’Connell heeft iets breekbaars kinderlijks in haar voordracht, en trekt direct alle aandacht naar zich toe. Qua songopbouw hebben ze goed naar het psychedelischere werk van Velvet Underground geluisterd, al geven ze er wel een eigen twist aan. Ja, dan word je wel eventjes van je stoel geblazen. Zou de rest ook zo goed zijn?

Dat blijkt dus inderdaad het geval te zijn. Sterker nog, Aoife Anson O’Connell is niet de enige vocalist binnen Westside Cowboy. Bij de springerige uptempo vintage Can’t See punkrock neemt gitarist Reuben Haycocks het eventjes van haar over. Hij zorgt voor de swagger, een tikkeltje nonchalant, maar net zo doeltreffend. Rommelig, maar wel op een prettige manier aanstekelijk rommelig. In het dromerige melancholische powerpopduet Don’t Throw Rocks delen ze de zangpartijen. Het is bijna een amicaal gebaar van elkaar iets gunnen. Prachtig hoe ze dit vanuit zoveel rust tot een explosief eindakkoord uitwerken.

The Wahs, met een jaren negentig, Amerikaans klinkend, indiepopgeluid, toont weer een andere kant van dit veelzijdige viertal. Bij dit soort stevige passages is het Reuben Haycocks die prominent de hoofdrol opeist. En dan geloof je bij de korte, bijna evangelische samenzang van In the Morning amper dat dit dezelfde band betreft. Simpel, doeltreffend en tegen het Do It Yourself principe aan. Zo lang de bandleden er zo onbevangen puur in blijven staan, heb ik de volste vertrouwen in Westside Cowboy. Een mooie aanwinst in het hedendaagse grijze muziekklimaat. Laat die volwaardige plaat maar komen!

Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Shaking Hand - Shaking Hand (2026) 5,0

21 februari, 18:41 uur

Met hun Amerikaanse inslag distantieert Shaking Hand zich van hun stadsgenoten uit het muzikale broeinest Manchester. Sterker nog, Shaking Hand is letterlijk afgeleid van een songtitel die op het gelijknamige debuut van de band Women te vinden is. Dit Canadese cultgezelschap heeft hun roots in de postrock maar gaat verder waar Slint jaren eerder de basis legde. Shaking Hand richt zich echter niet op complexe math rock, maar levert op hun debuutalbum Shaking Hand wel heerlijke doordachte songs af.

Shaking Hand is nog enigszins met de Black Country, New Road ten tijde van de aftrap For the First Time te vergelijken. Net zo gedurfd, maar dan zonder de met een zenuwinzinking worstelende frontman. Shaking Hand wordt bovendien niet als nieuwe hype gepresenteerd, en voelt die druk veel minder. Feit is wel dat ze met het gelijkwaardige debuut Shaking Hand de meest interessante release van begin 2026 afleveren, want hier is absoluut iets bijzonders gaande.

Het verhaal begint ergens in het begin van de zomer van 2025. Shaking Hand brengt de dromerige single Over the Coals uit. De indrukwekkende clip maakt gebruik van in verval rakende nostalgie. Jeugdherinneringen die door onkruid en betonrot overwoekerd worden. Een fraai zwartwit visitekaartje met een herkenbaar heimelijk verlangen naar betere tijden. Over the Coals haalt de eersteling niet, al schetst het absoluut die identieke sfeer. Over the Coals zou prima op het album passen. George Hunters laat de track eerst ademen en aarden, voordat hij er zijn verbale zachtmoedige rust inmengt.

Mantras verscheen afgelopen herfst, en was de daadwerkelijke introductie waarmee ze hun debuutplaat aankondigden. Mantras tikt met ingecalculeerde precisie secondewerk af. De stem van George Hunters geeft er een folky twist aan. Muzikaal zoeken ze de grenzen van de noise op om er soms gepast net overheen te stappen. Het codewoord op Mantras is controle. Hoe bijzonder is het dat dit trio, dat buiten zanger/gitarist George Hunter uit drummer Freddie Hunter en bassist Ellis Hodgkiss bestaat, zo een vol geluid creëert en continu net in evenwicht blijft.

Het herhalende Mantras is tot hun repeterende werkwijze te herleiden; het verschil maken met kleine genuanceerde veranderingen. Je kan in een draaikolk verdwalen of juist daar naar die kern op zoek gaan. Het glinsterende Sundance geeft een eindeloze zomerbeleving glans. Broeierig schroeit de band de oververhitte, verbrande delen verzachtend dicht. Het gaat om die onderhuidse interactie, die niet direct aan de oppervlakte zichtbaar is, maar die je dus wel degelijk voelt. Producer David Pye kanaliseerde deze energie in een tot studio omgebouwde kerk in Leeds. Daar kregen de klanken genoeg ruimte om te settelen. Daar kwam de heilige drie-eenheid Shaking Hand volledig tot ontplooiing.

Shaking Hand is de keerzijde van Manchester. Als leeftijdsgenoten zich op de dansvloer uitleven, sluit het drietal zich in de nacht van de buitenwereld af om hun tracks af te ronden. Shaking Hand laat zich het beste als geïsoleerde duisternis omschrijven. Littekens uit de lockdown, die sierlijk in stereotype bewegingen de ruimtes opvullen. Daarom komt de plaat ook zo goed in het donker tot zijn recht. Het vergt de nodige concentratie om de diepere lagen uit te pluizen, praktisch chirurgisch te ontleden.

Staccato haperend gitaargeweld, opruiende marcherende ritmes en een diepe doordenderende bas laten In for A… Pound! voorzichtig swingen. Het blijft secuur afgepast maatwerk, maar dan wel de meest avontuurlijke variant. Het scherpe opzwepende Night Oil doet zijn naam eer aan. De nacht als de natuurlijke vertrouwde habitat, waar het trio de mogelijkheden tot structureren en componeren verder aftast. Hierin vragen de muzikanten het uiterste van elkaar.

In het griezelig krassende Up the Ante(lope) zoeken ze enigszins aansluiting bij de postpunk. Het melodieuze Up the Ante(lope) is zo ruw en puur als een demo, met een hoog Do It Youself gehalte. De doordachte mathrock-riffs zijn geraffineerd en doeltreffend, en George Hunters gooit er nog een paar bescheiden gitaarsolo’s doorheen. Het dagdromende Italics zet je op het verkeerde spoor. Onbewust dwaal je prettig gestemd af en neem je de omgeving gedetailleerd in je op. Ook dit is een krachtige vorm, waarmee Shaking Hand zich juist helemaal in het nu plaatst.

Shaking Hand trakteert je vervolgens nog op het indrukwekkende eindspel Cable Ties. Ze vragen het onmogelijke van zichzelf en spannen de koorden suïcidaal strak destructief aan. De schoonheid in het diepzwarte erkennen. Mooier dan deze Shaking Hand plaat zal het niet worden. Shaking Hand is een geheim verbond, de missie is geslaagd en volwaardig afgerond. Daarom gun je de mythische band bijna een kortstondig bestaan. Wat moeten ze hier in de toekomst nog aan toevoegen? Het is af, een groter compliment kan ik ze niet geven.

Shaking Hand - Shaking Hand | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

DEADLETTER - Existence Is Bliss (2026) 4,5

21 februari, 02:48 uur

Dat Hysterical Strength als een bom inslaat is te begrijpen. Het is het product van drie jaar lang intensief touren en alle energie een juiste plek geven. Op artistiek vlak geeft Deadletter er een eigen eigenzinnige draai aan. Natuurlijk tapt de uit Yorkshire afkomstige band uit het bekende postpunk vaatje met een smaak welke zich tevens als bitter en zoet laat kwalificeren. De grote verschillen liggen er in de dromerige saxofoonpartijen van Poppy Richler. Laat nou net die muzikant er na Hysterical Strength de brui aangeven. Einde Deadletter verhaal, of is het juist een extra stimulans om nog sterker terug te komen?

Nathan Pigott is gelukkig een geschikte waardige opvolger van Poppy Richler. Gemakshalve verhuist het gezelschap naar de woonplaats van de kersverse saxofonist. En zo is het hart van Londen de nieuwe uitvalbasis waar Deadletter vooral in plaatselijke oefenruimtes bivakkeert. De kracht zit hem nog steeds in de hechte drie-eenheid van zanger Zac Lawrence, bassist George Ullyot en drummer Alfie Husband. Zij zetten de lijnen uit en verdelen de taken binnen de rockband die verder door gitaristen Will King, Sam Jones en uiteraard Nathan Pigott worden ingevuld.

Om het A Bigger Bang gevoel te continueren, contracteren ze opnieuw filmregisseur Lawrence Hills opnieuw om het bijna feministische naar volledige vrijheid verlangende To the Brim clip te visualiseren. Hij is al eerder voor de Mere Mortal film noire video verantwoordelijk waar hij een UK Music Video Awards nominatie mee in de wacht sleept. Op het verknipte To the Brim maakt Deadletter gebruik van geluidscollages en elektronische noise. Als ratten knagen ze zodanig aan het verrotte karkasfundament totdat deze getergd in elkaar stort. En daar passen die winkeldieven beelden perfect bij. Shoplifters of the World, Unite and Take Over.

To the Brim is chaotischer, paniekerig bijna. Hoe ga je met afwijzingen om, als je zelf niks te bieden hebt. Het is de leegte die ontstaat als een bandlid wegvalt en de buitenwereld verwacht dat je dit verlies eenvoudig kan compenseren. Een betere eerste single kunnen ze simpelweg niet kiezen. Je hoort overduidelijk dat Deadletter nieuwe invalshoeken bewandeld, al is de sound voorzichtiger, en niet zo confronterend dan de heftige video. Existence Is Bliss is minder postpunk georiënteerd dan voorganger Hysterical Strength en richt zich meer op het synthesizergeluid van de new wave.

Flo Webb mag het gruwelijke horror scenario van It Comes Creeping verder uitwerken. Hij zet een griezelig gewelddadig Purge sfeertje neer waarin alles toegestaan is. Een avond gevuld met terreur en vermaak waar moordzuchtige gemaskerde mannen de dienst uitmaken. Met vette baslijnen presenteert George Ullyot zich als het creatieve meesterbrein van deze huiveringwekkende track. Nathan Pigott is de bijna zwijgende toeschouwer, die op de hoek van de straat van een afstand veilig toekijkt en spaarzaam treurig blazend de duisternis accentueert.

Het zijn slechts hiaten in een verhaal die pas met de Existence Is Bliss release kloppend gemaakt worden. Purity I kenmerkt zich door een krachtige discobeat. Ook hier is het George Ullyot die dat nachtelijke verlangen kleur geeft. Dat dit asgrauwe en bordeelrode tinten zijn, versterkt het effect alleen maar. We zuiveren de goedheid van al het kwaad totdat er een zuivere suspensie overblijft. Purity I biedt tevens aan de glamrock uit de jaren zeventig onderdak die hier een prominente plek toegediend krijgt.

De recente Songless Bird single gaat de strijd met de vrijheid van meningsuiting aan. Tot hoever worden we monddood gemaakt en kapselt men meningen als een ziekelijk gezwel in. Zac Lawrence beseft al te goed dat een politieke boodschap met een hoop geschreeuw dit doel voorbij streeft. Kalmte is hierbij het codewoord. Het melancholische What the World Missed rustpunt gelooft in de goedheid van de mens.

Het is gemakkelijker om problemen te verdrinken en angsten te verdoven. Met het Cheers! escapisme verdringen we de complexiteit van het huidige bestaan. Drank vertroebelt slechts tijdelijk, de kater komt een dag later vaak veel harder aan. Hoe kan je jezelf tegen een dictatuur bewapenen waarin je zelf als dienend schaakstuk uitgespeeld wordt. De potige Among Us old-school postpunk duisternis met een veelvoud aan echo’s is het nederige besef dat hedendaagse veranderingen tegen het utopische idealisme botsen. Is vrijheid met kort gewiekte vleugels nog iets waard?

Het zware Focal Point worstelt met depressies, de dagen zijn zwarter dan de nachten. (Back to) the Scene of the Crime vermijdt de plekken waar tekstschrijver Zac Lawrence nare herinneringen aan heeft. Ondanks het mysterieuze veelbelovende spannende intro, behandelt het observerende Frosted Glass juist het introverte, het niet naar buiten durven te treden. En misschien is dit wel het directe gevolg van een maatschappij die het onmogelijk maakt om jezelf te zijn. Frosted Glass presenteert zich hierdoor als de zustertrack van Songless Bird. Een band als Deadletter haalt zijn kracht uit de provocerende woorden, zonde als ze hieraan twijfelen en dit gevoel ze enigszins belemmerd.

Existence Is Bliss is volwassener dan de voorganger, dit wordt door de stagnerende socialisatie Deadletter bewust afgedwongen. Er is geen tijd om vooruit te denken. Het startpunt ligt in het heden. Het swingende verhalende He, Himself, and Him richt zich niet alleen op de buitenwereld, de grootste veranderingen moet je zelf in werking stellen. Na zelfbeklag volgt actie, actie leidt tot opstand. We dansen op de lava resten van een reeds uitgebarsten vulkaan. En dan kom je tot de ontdekking dat de hele Existence Is Bliss plaat naar de vernietigende Meanwhile in a Parallel dreiging toewerkt. Na een overweldigend debuut overtreft Deadletter hier alle verwachtingen.

Deadletter - Existence Is Bliss | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hen Ogledd - Discombobulated (2026) 4,5

19 februari, 00:54 uur

Toe maar! Scales Will Fall is het vreemdste en indrukwekkendste nummer wat ik dit jaar gehoord heb. Een verademing in het moeizaam op gang komende 2026. We hebben strijders als het multi-instrumentalistische Hen Ogledd nodig om de boel flink wakker te schudden. Het is zo heerlijk als een band zich niet in een hokje laat plaatsen. Al is het wel een enorme klus om dit kunstenaarscollectief bestaande uit Sally Pilkington, Rhodri Davies, Richard Dawson en Dawn Bothwell te beschrijven. Hen Ogledd; oftewel The Old North. Het gebied tussen Schotland en Wales welke trouw aan hun roots blijft en zich eigenwijs tegen het dominante Engeland blijft verzetten. Die politieke gronden blijven absoluut overeind in de absurde mix tussen folk en avant-gardisme.

Maar goed, we hebben het dus in eerste instantie over Scales Will Fall het prijsnummer van de derde volwaardige Hen Ogledd plaat Discombobulated. De clip is net zo gestoord als de satirische Monty Python sage The Holy Grale. Een ruimdenkende aanklacht tegen het kortzichtige Britse denken, waar ze geloofsovertuiging en geschiedenis behoorlijk op de hak nemen. Ik beweer niet dat Scales Will Fall net zo geniaal is, ach misschien beweer ik dit ook wel. Er zit in ieder geval weinig structuur in, en ondanks dit gegeven is het prima te volgen.

Met complexe ritmeversnellingen, compromisloos blazersgeschal, de stoere feministische rap van Sally Pilkington, een curieuze rariteitenfanfare, bluesfunk gitaarspel, freejazz en hallucinerende samenzang schotelt Scales Will Fall ons een maatschappij voort, waar het nodige aan schort. We wanen ons in de Middeleeuwen, vinden het wiel opnieuw uit, al is deze variant stroef en zit er amper beweging in. Laten we stellen dat de Brexit totaal mislukt is, en dat het beter is om het huidige Groot Brittannië op te splitsen en oude waardes intact te laten. Er zit zoveel politiek in Scales Will Fall, zoveel verwijzingen naar bedrog en samenzweringen. Hen Ogledd is relevanter en interessanter dan het muzikale pallet in eerste instantie laat vermoeden.

Discombobulated is tot verwarring en opschudding te herleiden, benamingen die het beste bij Hen Ogledd passen. De plaat opent met Nell’s Prologue een soort van surrealistische vergroeiing tussen A Forest van The Cure en The Blair Witch Project maar dan de kindvriendelijke horrorvariant. Een wereld waarin alles schijn is en zelfs de schaduwen in donkere hoekjes wegkruipen. Diezelfde stem stuitert door het elektronische gepiel van de Dead in a Post-truth World psychedelica heen. Dead in a Post-truth World weerklinkt als primitieve Krautrock vermengd met geschoolde eind jaren zeventig postpunk. Een geheim verbond tussen Can en Wire, met Dead in a Post-truth World als het demonisch bastaardkind resultaat.

Met de Clara zachtheid vertroebelen ze onze kijk op een politiek systeem waar niks deugt en alles tot illusies te herleiden is. Door het gebruik van oude vergeten Britse talen heeft het de impact van een bijna occulte Christelijke kruistocht. Hen Ogledd is net zo puristisch ingesteld als de anarcho-punk idealisten, die hun onvrede in korte pamflet slogans uiten. Op het moment dat je denkt dat je Hen Ogledd kan doorgronden, gooien ze er een flinke dosis aan stadse donkere discofunk doorheen. Bij het bijna heidense End of the Rhythm is de nachtburgemeester de doomscenario dirigent die het einde der tijden aankondigt.

En dan denk je dat je overal tegen bestand bent, vergeet het maar. Clear Pools is de overtreffende trap. Een Michael Gira van Swans zal smullen van genot bij de ritmische bliksemschichten van het Apocalyptische Clear Pools postrock epos. Chaosdramatiek van de bovenste plank, met berustende blazers en een breed scala aan new age klanken die het evenwicht moeten terugbrengen. Ondanks de lengte van twintig minuten, is de zalvende Clear Pools softjazz, vooral door die prachtige samenzang en het vocaal op sleeptouw nemende Sally Pilkington het meest toegankelijke stuk van de plaat. Daarin elimineren we onze nachtmerries zodanig totdat er slechts vredelievende dromen overblijven.

Is er een Land of the Dead bestaan mogelijk? Ergens geloof je er wel in. Dawn Bothwell mag het als Keltische verhalenverteller uitluiden. Bewapend met piano geeft Hen Ogledd er een bevredigende slottwist aan, al worden de toetsen soms net te bewust te hard ingedrukt. Ergens moet het nog pijn doen. Het zou geweldig zijn als het grenzen vervagende Discombobulated de aankondiging van nieuw tijdperk is, de reïncarnatie. We zijn toe aan veranderingen, toe aan een doorstap.

Hen Ogledd - Discombobulated | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

IST IST - DAGGER (2026) 3,5

6 februari, 19:36 uur

Ondanks dat de podiumpresentatie van IST IST veel te wensen overlaat, lukt het dit gezelschap uit Manchester weldegelijk elk concert om zielsverwanten te winnen.

Het toegankelijke Light a Bigger Fire liet al meer kleur toe. Adam Houghton klonk nog steeds als een gekwelde pessimist maar er zat kleine een positieve kentering in zijn voordracht. Niet alle dagen zijn grijs of zwart-wit. Nu de postpunkgolf wat wegebt, doet IST IST zijn best om te laten horen dat ze nog steeds relevant zijn. Komt Dagger dan op het juiste moment uit?

De eerste beelden van de I Am the Fear video laten een beweeglijke Adam Houghton zien, die met wijd gespreide armen op de bühne heen en weer loopt. Een podiumdier zal hij nooit worden, de clip wekt de indruk dat de band hem een flinke trap onder zijn kont geeft. De zanger heeft aan zijn podiumpresentatie gewerkt, en dit werpt zijn vruchten af. Het is zijn innerlijke angst die de vocalist moet overwinnen. Elk optreden begint met een stukje doodgaan, de plankenkoorts die je telkens weer met je zwakte confronteert.

Het is september verschenen I Am the Fear stoeit met elektronica en dance, al blijft de basis het rockende gitaargeluid van Mat Peters. Mat Peters zet niet enkel de muzikale lijnen uit, hij heeft tevens als regisseur van de videoclip een grote vinger in de pap. Omdat de samenwerking met Joseph Cross en Robin Schmitt tijdens het Light a Bigger Fire proces zo goed bevalt, zorgt dit producersduo in de studie opnieuw voor de afronding van de plaat. I Am the Fear is dus een stevig visitekaartje van waar IST IST exact een jaar na Light a Bigger Fire staat.

Het energieke Makes No Difference ziet een maand later het licht. De blikken percussie verraadt dat de nadruk sterker op het middengedeelte van de jaren tachtig ligt. De doffe drums zijn opgepoetst en voegen vooral een dynamische drive aan het geheel toe. De ritmesectie van bassist Andy Keating en drummer Joel Kay staat als een huis en biedt Mat Peters de mogelijkheid om meer met zijn gitaarpartijen te experimenteren. Het is een open houding, waarmee ze gelukkig nog wat verder van dat strakke regime afdwalen.

Het dromerige Warning Signs volgt vrij snel. Dit drietal songs geeft het vertrouwen in Dagger weer. Door het enthousiasme waarmee de tracks op zo’n korte termijn op de markt gebracht worden, moet Dagger wel een geweldige plaat worden. IST IST kiest in de aanpak voor kort en puntig, op de plaat tikt ook maar één nummer de vier minuten aan. Ze wijken hierin niets van hun formule af. Tien songs binnen de veertig minuten is de maatstaf die ze van het begin af aan hanteren.

Obligations is de warmhouder van begin dit jaar. De in een kerk geschoten video heeft een luguber gothic sfeertje dat ze met holle galmeffecten versterken. Een bezeten figurant neemt hier tegen het einde bijna onopvallend de rol van Adam Houghton over. Je kan gerust zeggen dat de verwachtingen erg hoog zijn, en dat je er bijna vanzelfsprekend vanuit gaat dat Dagger deze probleemloos waar maakt. Of leg ik die lat te hoog?

IST IST gaat dus voor het grote gebaar. Met de Burning powerrock zouden ze met gemak Dagger kunnen openen. De aanstekelijke gitaarriffs nestelen zich eenvoudig in je gehoor. Toch is het hier het opzwepende samenspel tussen het fors doorpakkende drumbeest Joel Kay en de ronkende bas van Andy Keating die op indrukwekkende wijze het meeste respect afdwingen. Echo is het verbindingsstuk tussen oud en nieuw, de scheidingslijn tussen synthpop, postpunk en rock. Encouragement voegt daar nog wat dansbare Eurohouse aan toe.

Het twinkelende I Remember Everything is een geforceerde poging om herinneringen vast te houden. Het kinderlijke speeldoosjes-intro van het mysterieuze Song for Someone roept dat ook op. Gevangen in een geleende Twin Peaks sample voegt het net dat extra aan de praatzang van Adam Houghton toe. Ambition komt als een opluchting over, we hebben het weer afgerond. De werkweek zit er op, toe aan een lang weekend.

Dagger zit zo doordacht serieus perfect in elkaar, dat dit een beetje ten koste van echte floorfillers gaat. IST IST levert nu geen memorabele songs af, die gelijk blijven hangen en je niet meer loslaten. Daar schort het een beetje aan. Het niveau is constant en hoog, een plaat heeft echter uitschieters nodig om een overtuigende indruk achter te laten. Dat is bij Dagger helaas niet het geval. De tracks zijn inwisselbaar, al zal dat wellicht amper iemand opvallen. Het grootste struikelblok blijft de eentonige vocale voordracht van Adam Houghton. Geef hem in het vervolg wat oppeppers, dan komt het hopelijk goed.

IST IST - Dagger | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sick Joy - More Forever (2026) 3,0

1 februari, 22:29 uur

Nadat veel Britse bands naar de jaren tachtig hebben teruggegrepen, is nu het hier opvolgende decennium blijkbaar aan de beurt. Je kunt bij het industriële Sick Joy een naam als Nine Inch Nails niet negeren. Net als wat Trent Reznor bij Nine Inch Nails, schept multi-instrumentalist Mykl Barton helemaal alleen het fundament van de tweede Sick Joy plaat. Met het grote verschil dat waar bij Nine Inch Nails die destructieve onmacht en maniakale angst voor het onbekende diep van binnen voelbaar is, het bij Sick Joy het net te vaak als een gimmick overkomt. Wel een geslaagde gimmick, want eigenlijk steken de nummers prima in elkaar.

De jaren negentig dus, met rockende antihelden die vervolgens bijna allemaal sneuvelden of zich amper staande konden houden. More Forever verdooft de pijn zodanig dat er een bruikbaar hulsel achterblijft. Het zal de opzet zijn om een breder publiek aan te spreken. Mykl Barton filtert de schoonheid uit de chaos en plaatst deze schoonheid op de voorgrond. Ook van deze aanpak is wat te zeggen. Iedereen geeft verdriet op een andere manier een plek, en Sick Joy voorkomt hiermee dat ze in het verval van die neergaande spiraal terechtkomen.

Het haperende intro Back at the Beginning hadden ze gerust achterwege mogen laten. Een akoestisch geintje dat nergens naar toewerkt. More Forever begint pas echt veelbelovend met het ritmische glamrock-zwaargewicht All Damage. Loeizware riffs en een goed op dreef zijnde Mykl Barton. Het is een zoektocht naar de diepste negativiteit van de ziel. De melodieuze nu-metal Nothing Good brokstukken worden passend aan elkaar gelijmd. En daar raakt Sick Joy mij dus een beetje kwijt. Jammer, want producer Alain Johannes heeft een breed rockverleden opgebouwd en weet verdomd goed hoe hij dit sterk zou kunnen uitbuiten.

De beats in Anything Goes swingen net te hard, het holle afdwingende Cinnamon Burn grijpt weer naar het toegankelijkere nu-metal werk terug. Zoals eerder bij Anything Goes is het elektronische raamwerk van Gone Missing net een fractie te licht om de song te dragen. Na een kort intermezzo, Here We Are, Somewhere Liminal, herpakt Sick Joy zich in het lomp slopende wervelwind Stockholm Flavour. Bij Video Game dreunen ritmische echo’s van Adele’s Rumour Has It door. En ondanks dat die zangeres zich bewust op een groter publiek richt, heeft die uitvoering wel dat duistere in zich, iets wat hier dus bij Video Game ontbreekt.

Het is de kunst van het weglaten. Zou Strawberries & Cigarettes trager en minder bombastisch zijn en de gitaren grimmiger gestemd worden, dan zit er een goede song in verborgen. Dit is net te vol, te veel van het goede. Pas op het einde van More Forever gebruikt Mykl Barton de vrijheid om meer compromisloos aan de tracks te sleutelen. Het uptempo, zichzelf overschreeuwende Somebody Else is een aardige geslaagde poging en klinkt best oprecht en eerlijk. Misschien vat Death Scene (More Forever) de plaat nog het beste samen: het industriële metal-tijdperk is dood en begraven sinds meer en meer bands Nine Inch Nails gingen imiteren.

Sick Joy - More Forever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer