menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020, november 2020, december 2020, januari 2021, februari 2021, maart 2021, april 2021, mei 2021, juni 2021, juli 2021, augustus 2021, september 2021, oktober 2021, november 2021

Oasis - Knebworth 1996 (2021) 4,5

gisteren om 21:41 uur

Als Oasis in de lente van 1994 hun debuutsingle Supersonic uitbrengt gaat het heel snel met de band. Ondanks dat het een prima middenmoter in de charts blijkt te zijn, begint het vuurtje steeds harder te branden. Zo hard zelfs dat hun debuutplaat al direct na de release op die felbegeerde toppositie terecht komt, en in de eerste week al meer dan 100.00 keer over de toonbank heen gaat. Definitely Maybe is brutaal jongensachtig met de energie van de punk die Noel Gallagher in zijn door Johnny Marr (The Smiths) beïnvloede gitaarspel legt. Zijn broer Liam heeft dezelfde nonchalante houding als de boegbeelden van de Madchester scene, en weet dit door goed uitgekiend gebruik van zijn ego volledig uit te buiten. Definitely Maybe is pure rock & roll, gevormd in pakkende catchy popliedjes met het buitensporige van de jaren zeventig glamrock. Bijna perfect…

Dat punt van perfectionisme wordt vervolgens met (What’s The Story) Morning Glory? bereikt. De rol van Noel is hierop nog groter, en zijn voorliefde voor The Beatles straalt van de plaat af. Het accent ligt veel meer op de sixties, het geluid is rustiger en meer onder controle. De stevige gitaarexplosies zijn veelal vervangen door een sober intiemer akoestisch geluid, met hier en daar wat klassieke strijkers. Het meest opvallende echter is dat Noel zich ook steeds meer met de zang bezighoudt.

En daar begint het al wat te schuren en te scheuren. Liam deelt zijn sterrenstatus nu met zijn broer, en is duidelijk not amused. De door de pers breed uitgezette vete met Blur doet de verstandhouding in het popklimaat ook weinig goeds, zeker niet als deze agressieve houding versterkt wordt door het buitensporig consumeren van drugs. En het publiek? Het publiek geniet ervan. Vergeet niet dat Oasis in die periode echt wel de grootse Britse band was (sorry Blur), en hofleverancier is van geniale kop en staart songs.

En dan breekt het weekend van 10 en 11 augustus 1996 aan. De band speelt voor 250 duizend toeschouwers op het Knebworth Festival. Een memorabel concert welke door de critici uitgeroepen wordt tot een, dan wel, het beste optreden van de vorige eeuw. Het is tevens de vooravond van het grote verval. De relatie tussen de twee bloedbroeders is dan zodanig verziekt, dat ze met regelmaat niet meer samen op het podium te vinden zijn. De ruzies breiden zich steeds verder uit, en ook de publiekelijke houding is er eentje van minachting en door de verslavingen versterkte grootheidswanen. Het niveau van dat bewuste weekend in augustus 1996 zouden ze nooit meer halen, en opvolger Be Here Now verkocht nog waanzinnig, maar echte klassiekers zijn daarop niet meer te vinden.

Maar wat maakt Knebworth 1996 nou zo geweldig? Eigenlijk alles! Het dolenthousiaste publiek, waardoor het als een ware thuiswedstrijd aanvoelt. De straatschoffie vechtershouding van een behoorlijk op dreef zijnde Liam Gallagher en het uitmuntende livespel van zijn broer Noel. Natuurlijk verkeren drummer Alan White, bassist Paul “Guigsy” McGuigan en tweede gitarist Paul “Bonehead” Arthurs ook in topvorm, maar de aandacht gaat (terecht) uit naar de broertjes Gallagher.

De film begint met de herkenbare spanning of het de overenthousiaste fans lukt om aan concerttickets te komen. Bellen, opnieuw proberen, de voelbare frustratie dat vrienden wel kaartjes hebben. De opgeklopte waanzin dat Oasis zichzelf populairder dan God neerzet, de relaxte houding van de bandleden tijdens de voorbereiding van de gig. De zichtbare spanning op de gezichten van de bandleden tijdens de helikoptervlucht naar het festivalterrein, en dan is het wachten tot het moment dat ze zichzelf daadwerkelijk overtreffen; de aftrap van het Knebworth concert.

En uiteraard verkeren ze in topvorm, niks staat die nonchalante egotrippende houding nog in de weg. En zo hoort het ook, we hebben het hier wel over fucking Oasis. Het Oasis verhaal start met de eerste door Noel Gallagher geschreven song Columbia, dus de show begint begrijpelijk ook met deze zwaar psychedelische druggy track en overtreft direct al alle gedroomde verwachtingen met dit strak geoliede gezelschap. Ze onderstrepen die schijt aan de wereld houding door hier vervolgens Acquiesce de B-kant van Some Might Say achter te droppen. Het publiek gaat helemaal los, misschien juist wel door deze gedurfde keuze. Het is ook lastig als je in zo’n creatieve hoogwaardige periode verkeert om onderscheid te maken tussen de nummers, ze behoren allemaal tot dat toch al niet misselijke topniveau. Het prachtig georkestreerde Cast No Shadow hoort in het rijtje thuis tussen Whatever en Wonderwall. Geschreven voor Richard Ashcroft van The Verve, en het bewijst dat Oasis niet met al hun collega’s op oorlogsgebied leeft. Een prachtig, veelzeggend eerbetoon.

Het donkere Supersonic is een van mijn persoonlijke favorieten en het is geduldig wachten tot het moment dat Noel zijn gitaar aangenaam heerlijk laat gillen. Dan weet je gewoon dat een memorabele avond als deze niet meer stuk kan gaan. De filmvolgorde wijkt overigens af van de later te verschijnen cd versie en wordt aangenaam vervolgd door een andere Definitely Maybe klassieker, Cigarettes & Alcohol. Later nog gevolgd door het venijnig nasaal gezongen hoogtepunt Live Forever, met op de achtergrond een immense foto van John Lennon. Je mag dan wel beweren dat je groter dan God bent, maar deze held staat nog een trede hoger dan Oasis. Een veelzeggend beeld van Liam en Noel die zich van het publiek afwenden en zichtbaar hun idool aanbidden. Tot zover het verslag van de eerste geslaagde avond op zaterdag 10 augustus 1996. Vervolgens begint het hevig te regenen…..

Gelukkig begint de tweede dag als de fans arriveren droog en belooft het weer zo’n geweldige avond te worden. Het publiek is nog uitbundiger dan op de eerste dag, maar de chaos blijft beperkt tot rondvliegend toiletpapier. Noel, die zich ervan bewust is dat ze geschiedenis schrijven en dit voor aanvang van het concert nog eventjes publiekelijk deelt. We horen een bevlogen met giftig wah-wah gitaarspel rockende Hello, een hemel doorbrekende Some Might Say en het rock & roll lijflied Roll With It. De broers zijn zichtbaar meer onder invloed van drugs dan de eerste avond, maar daar leidt de show verder niet onder, het heeft zelfs een positieve werking op het speelplezier.

Slide Away, Morning Glory en Round Are Way, het zijn allemaal publieksfavorieten. Je kan Oasis in deze tijd gewoon niet betrappen op mindere nummers. Het zogenoemde restmateriaal verschijnt vervolgens op de verzamelaar The Masterplan, en verkoopt ook nog gigantisch goed. Don’t Look Back in Anger is weer een Noel momentje, die zich er duidelijk van bewust is dat hij zijn losbandige overschreeuwende broer aan het overstijgen is. Hier is het evenwicht er nog, maar de aftakeling zal helaas snel volgen. Het autobiografische verslag van het rock & roll leven met zijn ups and downs. Zijn ultieme moment is echter de emotioneel rakende uitvoering van The Masterplan hier schitterend ingeleid door de mondharmonica van Mark Feltham.

Liam wijst broederlief vervolgens nogmaals op zijn plek door die voortreffelijke uitvoering van Champagne Supernova met de van The Stone Roses afkomstige gitarist John Squire als meesterlijk ondersteunende in bloedvorm verkerende gastmuzikant. Voor mij verreweg de beste song die ze ooit gemaakt hebben. John Squire mag ook de The Beatles klassieker I Am The Walrus mede opsieren. Och ze treden hiermee eventjes uit de schaduw van hun muzikale helden. Jammer dan voor al die tribute coverbandjes, maar zo zet je dus een voortreffelijke uitvoering neer. Verplicht studiemateriaal. Liam smijt weer rebels die microfoonstandaard op de grond, en duikt met een confronterende houding het publiek in om daar goedlachs het contact op te zoeken. De toegift Wonderwall is wereldwijd waarschijnlijk wel het meest bekende nummer van Oasis, in de Britse charts haalt deze dus onbegrijpelijk niet die eerste plek positie. Dit is Oasis zonder de opgepoetste rock & roll glamour, puur in zijn eenvoud, groots in de uitwerking van Liam Gallagher, zijn ultieme moment.

Een klein puntje van kritiek. Als men de voorbereidende periode zou inkorten zou er ruimte zijn voor volledige uitvoeringen van de gespeelde tracks. Al heeft het ook wel iets om die sfeer van die bewuste concertreeks te proeven. Het angstzweet van de wanhopige fans die met gestrande auto’s hun droomweekend zien stranden, het platgelopen festivalgras, het moment dat Oasis het podium betreedt. Dit alles draagt mee aan die fantastische beleving. Oasis – Knebworth 1996 draaide 23 en 26 september in de bioscoop. De albumversie verschijnt op 19 november.

Oasis - Knebworth 1996 | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Richard Dawson & Circle - Henki (2021) 4,0

gisteren om 13:54 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Nell & The Flaming Lips - Where the Viaduct Looms (2021) 3,5

afgelopen vrijdag om 15:32 uur

Het onnavolgbare The Flaming Lips bewijst dat popsterren niet onbereikbaar zijn en zelfs menselijke trekjes vertonen. De spontane markante voorman Wayne Coyne komt in contact met Nell Smith, een veertien jarige bewonderaar die geïnspireerd raakt door de band en daardoor het wijselijke besluit neemt om gitaar te leren spelen. Het corona isolement beperkt The Flaming Lips in het optreden, maar biedt Wayne Coyne wel de mogelijkheid om met de bedrevenheid van deze jonge muzikant aan de slag te gaan. Het generatieverschil speelt zijn parten als hij voorstelt om een album met Nick Cave covers op te nemen.

Nell Smith heeft nog nooit van deze Australische grootheid gehoord, en stapt zo onbevlekt maagdelijk mogelijk in dit bijzondere project. Die jeugdige, bijna kinderlijke onschuld vormt een leidraad op het behoorlijk geslaagde Where the Viaduct Looms. Zelfs Nick Cave raakt ontroerd door haar versie van de sombere dromerige vooruitgeschoven single Girl In Amber. De interpretatie verschilt totaal van hoe het in zijn hoofd afspeelt, maar Nell Smith heeft het verhaal wel passend eigen gemaakt. Door deze goedkeuring van de meester valt er een last van het samenwerkingsverband af, al zijn de verwachtingen nu uiteraard wel stukken groter. Het is de vraag of Where the Viaduct Looms hieraan voldoet. De onvolgroeide onvolwassen speelsheid werkt echter niet altijd in het voordeel, al heeft dit verder niks te maken met de ontluikende prille talenten van de zangeres maar is het vooral een leeftijdskwestie.

We zijn getuige van de transformatie van een jonge adolescent, die zich ontwikkelt tot een meerderjarige vrouw. De eenzaamheid en gebrek aan liefde maakt van No More Shall We Part een triest meisje met de zwavelstokjes getint kerstliedje, overschaduwt door de vintage melancholiek die het Franse Air zo kenmerkt. Helaas gaat de opbouwende krediet ten onder aan het sentimentele naar Foreigner gelinkte I Want To Know What Love Is tussenstuk. Weeping Song verzuipt in de sterk zwevende echoënde effecten, waardoorheen Nell Smith als een onzichtbare kameleon in legergroen camouflagejasje manoeuvreert. Ook het ongemakkelijke Into My Arms heeft in de verboden tienerliefde uitvoering iets griezeligs onaangenaams.

Duistere countrygitaar akkoorden, nachtelijke triphop en rondspokende bewustwording construeren in O Children de ontsluierende volwassenheid die bij het te hoog ingezette The Ship Song zo gemist wordt. Op het aardedonkere Red Right Hand presenteert ze zichzelf als een jongere versie van PJ Harvey, The Flaming Lips vervult hierbij treffend de bluesy begeleidingsband rol. Het zuchtmeisje in The Kindness of Strangers ontdekt haar lichamelijke veranderingen als opspelende hormonen haar uiteindelijk in het deprimerende We Know Who You Are vervreemden van de voorheen zo betrouwbare veilige omgeving. Niemand weet wat de toekomst haar zal brengen, maar dat Wayne Coyne op deze manier zijn kennis en ervaring deelt en Nell Smith de kans geeft zich te ontplooien tot volwaardig vocalist is een mooi gegeven.

Nell & The Flaming Lips - Where the Viaduct Looms | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Catherine Graindorge - Eldorado (2021) 4,0

afgelopen vrijdag om 15:29 uur

Gelukzoekers, zijn we dat allemaal niet een beetje? Voor de Ieren is Amerika het beloofde land met toekomstperspectieven, volgens de mythologie heeft Eldorado, de stad van goud deze status. Politieke vluchtelingen verlangen vooral naar huisvesting en veiligheid. Eldorado staat daarbij symbool voor nieuwe kansen.

De sociaal bewuste Belgische violiste Catherine Graindorge is tevens actief om als vrijwilliger deze persona non grata onderdak te verlenen. Geraakt door de persoonlijke verhalen van twee jonge Eritreeërs en een Rwandese vrouw voelt ze zich verplicht om deze geschiedvertelling een muzikaal vervolg te geven.

Rosalie is de Rwandese vrouw die na een vijfentwintig jarig verblijf terugkeert naar haar geboortegrond om haar vermoorde familie een waardige herbegrafenis te schenken. Drie dagen naar haar terugkeer in België houdt haar hart er plotseling mee op. De missie is volbracht, de rust is gevonden. Maar niet voor Catherine Graindorge, die juist dit uitgangspunt gebruikt om haar tweede soloplaat mee te beginnen.

Catherine Graindorge heeft een vergelijkbaar donker vioolspel als de onder Nick Cave zijn vleugels componerende Warren Ellis. Deze twee strijker grootheden ontmoeten elkaar tijdens het Jeffrey Lee Pierce project Axels and Sockets, waar op indrukwekkende wijze oude songs en onklaar materiaal van The Gun Club voorman uitgewerkt en herwerkt worden. De leermeester kijkt goedkeurend toe hoe de volgeling haar passie in het spel legt.

Parallel hieraan loopt de samenwerking met Chris Eckman van The Walkabouts en het voormalige The Bad Seeds bandlid Hugo Race in Dirtmusic. De grijsnevelige, voornamelijk instrumentale tracks op Eldorado krijgen nog meer kracht door de aanwezigheid van producer John Parish, die een indrukwekkend verleden met PJ Harvey heeft opgebouwd. Inderdaad, niet volledig instrumentaal, maar daarover later meer.

Rosalie, met haar tragisch klagende opbouw, wordt onderschept door een woest voortdrijvend strijkersarrangement. De treurnis van het verdriet welke uiteindelijk een definitieve plek opeist. Het is prachtig hoe er vanuit traditionele waardes tot een filmisch folklore effect gewerkt wordt. Catherine Graindorge dirigeert en laat de instrumenten hun eigen wegen vervolgen, totdat ze uiteindelijk tot rust komen.

Dit kippenvelmoment neemt je mee op de lange eeuwigdurende reis van Rosalie, die haar spirit in haar thuisland heeft achtergelaten en het lege omhulsel in België laat sterven. Het doordringende Lockdown is nog zwaarder en herkenbaarder. Het isolement met de dramatiek van claustrofobie en het langzaam in stilte doordraaien. De opgebouwde muren komen steeds dichterbij, waarbij de scheurende toppen buigen om elkander aan te raken. Veel zwarte klanken en nog meer opslokkende duisternis.

John Parish laat een slagveld aan futuristisch postrock gitaargeweld en hardnekkige drumslagen achter in het beangstigend titelstuk Eldorado. Een bedrieglijke fata morgana, waarbij de bloedhete ondergrond transformeert in een draaikolk aan wegzinkende moerasvlaktes en waaroverheen de Franstalige stem van Catherine Graindorge de aanhoudende drones tot bedaren dwingt. We zijn allemaal passagiers van de verknipte Ghost Train; eindbestemming onbekend. John Parish heeft daar de onzichtbare spokende zangkwaliteiten van Catherine Graindorge ontdekt, en buit deze dan ook volledig uit. Het onmogelijke opeisen door het maximale effect op te roepen.

De overgang naar het meer milieubewuste gedeelte van Eldorado wordt ingezet met het klassiek spacende Sailing in the Air. Huilende krassende instrumentatie legt de laatste fauna stuiptrekkingen vast in tentoongestelde Butterfly in a Frame museumlijsten. Vastgespijkerd stervend als een gekruisigde Messias op een kale witte muur. Before the Flood neemt mij mee naar de indrukwekkende The Last Wave film uit 1977, waar Aboriginals de apocalyptische ondergang van Australia voorspellen.

Dat werelddeel wordt de laatste jaren zwaar getroffen door heftige natuurrampen. Kangaroos in Fire, verstikkende rookwolken en verstikkende treurnis in het samenspel der klimaten. Een re-interpretatie van Vivaldi’s Le Quattro Stagioni met een vernietigende afloop. Het geheel mondt als zurig braaksel uit in de Eno, een in North Carolina gelegen rivier, die het menselijke bloedvergieten wegspoelt in stuwmeer Falls Lake. Eldorado, de mythische verdwenen stad sluit zich in stilzwijgen. Soms zijn er woorden voor nodig, maar vaak spreekt de muziek al voor zich. Catherine Graindorge is zich daar verdomd goed bewust van.

Catherine Graindorge - Eldorado | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Beach House - Once Twice Melody (2022)

afgelopen vrijdag om 15:27 uur

Beach House – Once Twice Melody (Chapter One) review

Het havengebied van Baltimore heeft vooral in de avond iets betoverends. De skyline van het aan de Chesapeake Bay liggende Inner Harbor is een kleurrijke blokkendoos, die een overweldigende aantrekkingskracht uitoefent. Nu het reizen vrijwel onmogelijk is gemaakt halen Victoria Legrand en Alex Scally van Beach House de inspiratie noodgedwongen dicht bij huis. De zomerzon gaat geruisloos in stilte onder, de boulevard is verlaten, morgen weer een nieuwe dag in isolement.

Het titelstuk Once Twice Melody is de eerste albumtrack van het achttiental wat uiteindelijk tot de plaat Once Twice Melody zal leiden. Met de bijna anderhalf durende speeltijd heeft Beach House er goed aan gedaan om het geheel in etappes uit te brengen. Op 10 november is de eerste EP verschenen, welke de komende maanden gevolgd wordt door de overige drie EP’s, waarna op 18 februari de volledige plaat in de winkel hoort te liggen. Zo wordt de aandacht verspreid en vallen de nummers meer op hun plek. Een gedurfde aanpak van presenteren die flink afwijkt van het drie jaar geleden verschenen 7.

Glinsterende geluidsgolven houden koers door de pulserende beat. Melancholische onrustige nachtdromen verwelkomen titelsong Once Twice Melody. Victoria Legrand zingt gejaagd alsof ze de verloren tijd wil inhalen. De kenmerkende warmte is zo broeierig als een smeltende wereld, de instrumentatie nerveus en eighties gedateerd. Het mechanische vocoder randje op de vocalen gaat het gevecht met de geëgaliseerde emoties aan. Een oneerlijke strijd waar de georkestreerde begeleiding partij kiest voor het starre toekomstperspectief. De dreampop wordt stilletjes ingehaald door duistere jaren negentig triphop. Natuurlijk heeft het de tijd nodig om deze indrukwekkende opener in je op te nemen, des te begrijpelijk is de keuze voor de splitsing van het totaalplaatje.

Met de droomvlucht van het melancholische Superstar overtreft het duo zichzelf. De eenzaamheid van een uitgerangeerd popidool die zijn opgebouwde status aan het verliezen is. Afgezonderd aan de top kijkt hij als een schitterend hemellichaam neer op een verlaten wereld. Het nostalgische waardeoordeel laat de vergaanbaarheid afvlakken tot een bijna onzichtbaar stipje aan de horizon. Weggestopt in onze gedachtes, de opgedrongen stilstand van concertloze periodes. Een futuristische ruimtetrip welke voor eeuwig lijkt te verdwijnen in het grote zwarte postpunk gat van vergeten popklassiekers.

Pink Funeral duikt daadwerkelijk die diepte in. Het vernietigende liefdesverhaal over prins Siegfried en Zwanenkoningin Odette. Sterfelijkheid en jeugdig verlangen naar sprookjesachtige onsterfelijkheid komen samen in deze vluchtige romance, die de maagdelijke schoonheid bedekt met pekzwarte dramatiek. Victoria Legrand werkt haar rol als kille vertelster letterlijk tot in de puntjes uit, terwijl op de achtergrond het muzikale strijkersfundament uiteenspat in breekbare kristalletjes.

Hoe betrouwbaar kunnen vrienden zijn als de duistere schaduw van het bestaan verleidelijk wenkt en de violette krachtbron laat doven. Al het herkenbare vervaagd om de eigen identiteit in een herprogrammeringsfase zichzelf opnieuw te laten reformeren. Through Me, de zweverige ontdekkingsreis die nogmaals benadrukt hoe onbereikbaar hoog Beach House deze keer de lat gelegd heeft. Dit is pas het eerste hoofdstuk, er volgen er dus nog drie, dat belooft wat!

Beach House - Once Twice Melody (Chapter One) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Not a Citizen - 13189 (2021) 3,5

afgelopen donderdag om 13:33 uur

stem geplaatst

» details  

Beirut - Artifacts (2022) 4,0

Alternatieve titel: The Collected EPs, Early Works & B-Sides, afgelopen donderdag om 13:00 uur

stem geplaatst

» details  

Helmet - Live and Rare (2021) 4,0

afgelopen woensdag om 23:48 uur

stem geplaatst

» details  

Modern Stars - Psychindustrial (2021) 4,0

afgelopen woensdag om 07:46 uur

Op het vorig jaar verschenen Silver Needles droomt Barbara Margini met haar smekende klagende folky engelenzang nog van goddelijke verlossing en hoop. Psychindustrial is de reële angst voor een totaal gecontroleerde wereld. Big Brother Is Watching You, de mensheid vervlakt tot voorgeprogrammeerde robots. Profetische onderwerpen waar Aldous Huxley en George Orwell in de eerste helft van de vorige eeuw al over publiceerden. Nu de om zich heen graaiende pandemie en de daaraan gekoppelde complottheorieën ons in de grip houden is deze visie voor velen waarheid geworden. Modern Stars infiltreert klassiekers als Brave New World en 1984 in de hedendaagse waanzin en stopt daar nog een stukje zelfbewustwording tussen door het actuele onderwerp vrouwenonderdrukking aan te kaarten.

Psychindustrial is een fictief verhaal over de decadente denkwijze die het huidige bestaan teistert. Het maatschappelijke evenwicht is verstoord, de mensheid wankelt op de krampachtig door Vrouwe Justitia vastgehouden levensweegschaal. Het Italiaanse Modern Stars perst de zwartgeblakerde bloedaanslag uit de krochten van de ziel totdat er een emotieloos boetekleed overblijft. Dit artistieke avant-garde drietal zoekt onderdak bij de duistere illustratieve sound van voorgangers als Suicide, The Birthday Party en vooral Swans die zich verheerlijken met sociale wanorde en vernietigingsdrang. Psychindustrial, de beslagen spiegel met krassende littekens en gekerfde scherven in het breekbare glas dwingt de confrontatie met de toekomst af.

In het afstompende Hypnopaedia brengt Andrea Merolle je met Oosterse sixties sitarklanken in een koortsachtige psychedelische druggy roes om door middel van hypnotiserende therapeutische genezing het vergeten trauma te herbeleven. Het ingezette verval door kapitalisme in een versplinterende samenleving. Andrea Sperduti versterkt met bonkende ritmes de kloppende pijn terwijl de jammerende doodskreten van Barbara Margani zich wanhopig vastklampen aan haar sopraanverleden. Mistige shoegazer klanktapijten draperen zich als een ijskoude lijkwade om de mantrahymne Artificial Wombs heen waarin vrouwen aangespoord worden om zich te verzetten tegen de geketende slaafse rol in de piramidevormige leefgemeenschap.

Opzwepende Madchesterbeats voeden het opportunistische egocentrische Throw Your Dreams Away. De leegte van een uitdrukkingsloos gelaat, afdwingend in de onschuld van Ignorance Is Strength. Ondanks dat het loeizware gothic sprookjesverhaal Indian Donna Summer heftig binnenkomt getuigt deze gerecyclede I Feel Love discotrack voor het macabere gevoel van sinistere humor. Rebels voegen ze daar de speech van John the Savage tussen, de suïcidale antiheld uit Aldous Huxleys Brave New World. De dromerige folky postpunk ballad Deep Feelings ademt verlossend escapisme uit. Episch mythologisch spoelen ze in deze goedbedoelde eindsage alle overgebleven resten kwaadaardigheid weg. Modern Stars is onnavolgbaar dwars extreem en zoekt met Psychindustrial de grens van de elimineerbare schoonheid op door kritische zwartgalligheid tentoon te stellen. Eerlijk en puur.

Modern Stars - Psychindustrial | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Elbow - Flying Dream 1 (2021) 4,0

afgelopen maandag om 05:32 uur

Met meesterlijke voorganger Giants Of All Sizes maakt elbow het zichzelf niet gemakkelijk. Een gedurfde stap vooruit, maar tevens een onbegrepen commerciële zelfmoord. De elektronische ruwheid vormt de sleutel van Guy Garvey zelfreflecterende Pandora’s box. Innerlijke kwelgeesten die bij opening ontsnappen en welke het persoonlijke leed en het maatschappelijk kwaad een doorgang geven om zich als een zeefdruk in het geheugen te prenten. Loeizwaar, alsof de luisteraar gesmoord wordt door een drukkend hoofdkussen. Flying Dream 1 roept associaties op die te herleiden zijn tot datzelfde hoofdkussen, al wordt deze nu gebruikt om heerlijk ontspannen in weg te dromen. Vintage elbow dus, zoals we van de band gewend zijn. Vertrouwd? Ja, misschien zelfs te vertrouwd. Geen vuiltje aan de lucht dus? Wel degelijk, schijn bedriegt.

De verbitterende dood verscheurt familiebanden om deze vervolgens hechtend te verbinden. Het overlijden van Garvey’s vader heeft tevens zijn impact op de overige bandleden. De bevlogen tijden op Flying Dream 1 memoreren ook naar de jeugdjaren van de gebroeders Potter, krachtig weergegeven op de nostalgische albumhoes. Survival of the fittest met moeder als rechtvaardige scheidsrechter. Bloedbroeders en broederliefde. Flying Dream 1 haakt vooral in op die liefde en is met het in reine de biecht afnemende Red Sky Radio (Baby Baby Baby) tevens een steunbetuiging aan het leven zelf. Het kronkelige pad wringt zich in de vurig gepassioneerde van de piano afspattende Six Words regendruppels en eindigt in het jubelend vragende What Am I Without You. Maar laten we eerst vanaf het beginpunt de bovenaardse kruistocht daarnaartoe vervolgen.

Elbow blijft de band van de weemoedige Guy Garvey die in het verleden prettig bijgestuurd werd door een optimistische bombastische flow. De kale intimiteit op Flying Dream 1 vraagt een intensievere luisterbeurt, en loopt het risico als saai betiteld te worden. Is het een bewuste keuze van Guy Garvey, die hier de strijkers opoffert om zich juist kwetsbaar en open op te stellen? Heeft hij daarom zo lang gewacht om het verstillende The Seldom Seen Kid nu pas op de plaat te zetten? Ik ben ervan overtuigd dat de beginselen al veel eerder voor het oprapen lagen. De vragen die het plotselinge overlijden van Brian Glancy oproepen zijn nog steeds niet beantwoordt, het gevoel daarachter is nu berustend gekanaliseerd. In gedachte stelt hij hem voor aan zijn vrouw, nodigt uit om met haar te spookdansen en schenkt Brian Glancy hierdoor met terugwerkende kracht een rol in zijn huidige bestaan.

He’d steal you for dancing
And you’d lеnd him your arms
And I’d stooge for your laughing
And you’d twirl in a chaos of charm

Come On, Blue schitterend in de rijkelijk gevulde sterrenhemel. Flying Dream 1, de avond sterft als de nacht zich aankondigt. Vaarwel, in vogelvlucht kijkt een dierbare voor de laatste keer neer. De klarinet van Sarah Field laat in After the Eclipse een nieuwe dag ontwaken, de ziel blijft echter gesloten. Afscheid nemen is verder vooruit kijken. Subtiele nicotine gele pianotoetsen, neuriënde backing vocals categorie soul, jazzy kroegritmes, straathoek blazers, hier en daar een driekwartsmaat, veel meer heb je niet nodig. En als Guy Garvey zichzelf dreigt te verliezen in een overdaad aan sentiment schuift Pete Turner met zijn koele mannelijke verduisterende maan baspartijen voorbij om het evenwicht te bewaren. Flying Dream 1, een gemeende knipoog naar het verleden om glimlachend de toekomst te trotseren.

And the only road I know now
Is you and I together

elbow - Flying Dream 1 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Blood Red Shoes - Ghosts on Tape (2022) 4,0

afgelopen maandag om 05:31 uur

stem geplaatst

» details  

Jason Isbell and the 400 Unit - Georgia Blue (2021) 3,5

21 november, 18:48 uur

stem geplaatst

» details  

IDLES - Crawler (2021) 4,5

18 november, 18:14 uur

Amper een jaar na het verschijnen van Ultra Mono laten Joe Talbot en de rest van de IDLES mannen weer van zich horen. Vanwege de beperkte mogelijkheden om op te treden, benutten ze de tijd door opnieuw de studio op te zoeken. Crawler is misschien wel minder hard dan het eerdere werk, de confrontatie is er niet minder om. De frustraties tegen de oneerlijke wereld worden op de kritische vlijmscherpe kettingzaag riot punkrock van The New Sensation na niet meer geuit. Blijkbaar hebben ze naar de wisselend ontvangen voorganger iets goed te maken. Het is eenvoudiger om het lontje aan te steken en een bom doeltreffend tot ontploffen te brengen, dan om deze zelf te fabriceren. IDLES verkeert nu in die experimentele laboratoriumfase, en gaat volgens die kernbeginselen te werk.

De getraumatiseerde vocalist duikt juist dieper in zijn eigen verleden, en ik kan je verzekeren dat deze alles behalve rooskleurig was. De nadruk ligt dus veel meer op het persoonlijke emotionele vlak. Door deze vorm van zelftherapie komt de zanger veel sterker uit de strijd. Het tempo gaat flink omlaag bij MTT 420 RR. Een momentopname die zich in slow motion in het hoofd van Joe Talbot afspeelt. Drukkend en verdovend, als een hartslag die de adrenaline rondpompt. De kettingreactie welke de radertjes steeds sneller laat draaien. Een frontaal, bijna dodelijk verkeersongeluk met een motorrijder zorgt voor een belangrijk keerpunt in het leven. Are you ready for the storm? Die storm breekt vervolgens los in het brute gitaarspel van de dierlijke oerinstinct oproepende angstkreten van Mark Bowen. Jon Beavis doet daar nog een schepje bovenop en laat op het moment dat hij ze niet meer kan bedwingen, zijn stevig vastgehouden drumpatronen los. Theatraal als verwarrende duistere postpunk. Het roekeloze stuurloze Car Crash is het loeizware ziekelijke verlangen om onder invloed van drugs dit moment te herbeleven en sluit aan op de doelloos rondrijdende clip van het vorig jaar verschenen Grounds.

De sprint is ingezet. The Wheel, met agressieve glamrock gitaarpartijen, 160 kilometer per uur als een spookrijder de snelweg trotseren. De levensklok tikt hol dreigend door in de denderende basslagen van Adam Devonshire. Familiaire verslavingsdrang eist het leven op van een zwaar drinkende moeder. Joe Talbot, als machteloze schoolkind toekijkend om later in diezelfde neerwaartse spiraal weg te zakken. Dezelfde antwoorden zoekende welke het vragende Brutalism oproept. Een blinde vlek die pijn omzet in woede. De lege vintage gothic track When the Lights Come On strijdt tegen de ouderdomsangst. Drugs nemen om je high te voelen en de jongere generatie bij te benen. Dansen is overleven, dansen is escapisme. Geesten uit het verleden, gevoed met zelfvernietigingsdrang.

Is er nog hoop voor Joe Talbot? Natuurlijk, al bungelt hij nog net op het verkeerde randje van de scheidingslijn. De sentimentele emocore zielenknijper The Beachland Ballroom is een heuse om vergeving vragende relativerende soulsong. Crawl! Vallen en opstaan om daarna weer keihard knock-out gaan. Oppeppende vechtersmentaliteit die negatieve energie en overlevingsdrang opwekt. Het leven is verrot, en uiteindelijk ben je zelf degene die de bloedende wonden dicht moet branden. Het eerste gedeelte van Crawler legt de rokende rotzooi bloot, vervolgens kan bij het met iconische freejazz saxofonist Colin Webster versterkte overloaded Meds het puin ruimen beginnen. Medicate, meditate, medicate. Terugvallen in de cocaïne verslavende grootheidswaan van King Snake en de deathmetal grunts die het hellevuur van The End flink opstoken. Bezinking en bezinning. Worstelend en wegglijdend in de deprimerende cold turkey mantra Progress. Crawler is zelfs nog puurder en overtuigender dan Ultra Mono. Zolang de wegen maar dood blijven lopen, levert het genoeg betekeningsvolle waanzin op.

IDLES - Crawler | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Novastar - Holler and Shout (2021) 4,0

14 november, 19:49 uur

Ik ben dol op de sound van Novastar. Heerlijk, dat doorrookte randje bij die hemelrijkende stem. De naar België uitgeweken Nederlander Joost Zweegers raakt mij direct al te met de aan Crowded House memorerende single Wrong. Na het debuutalbum Novastar verschijnt het gelijkwaardige door Piet Goddaer (Ozark Henry) geproduceerde Another Lonely Soul. Twee eenzame zielen ontmoeten elkaar in het adembenemende duet Never Back Down. Ook met het meer dan prachtige Mars Needs Woman van Almost Bangor weet hij het publiek te betoveren. Vervolgens komt Inside Outside uit, een lastige te plaatsen eindresultaat waarbij hij op zoek gaat naar een nieuwe sound. Op de hoes kijkt een zichtbaar uitgebluste zanger met een holle lege blik naar de cameraman. Waarschijnlijk is dit de plaat die hij moest maken om het hoofd leeg te maken van de kwellende innerlijke demonen. Niet echt een Novastar album, maar meer een persoonlijke Joost Zweegers album. Bij In the Cold Light of Monday lijkt het erop dat hij zich hervonden heeft, en in dezelfde lijn ligt het pas verschenen Holler and Shout.

Het door Mike Scott van The Waterboys geschreven Crooked Court of Dreams mag de plaat openen. Een opbeurende regenstadnummer volgens de folky jaren tachtig tradities. Een bewonderingswaardig correspondentieverslag van twee muzikanten die niet samen in de studio hebben gezeten, maar wat dus totaal niet hoorbaar is. Juist die lange afstandsvriendschap levert hier zoveel moois op. Mike Scott zorgt voor de woorden die Joost Zweegers in omlijste muzikale verpakking terugkoppelt. Dezelfde soortgelijke connectie heeft Novastar ook met de van Noel Gallagher’s High Flying Birds bekende toetsenist Mikey Rowe, die in principe de gehele productie van Holler and Shout zou verzorgen. Door de pandemie ontstaat er een breuk in de samenwerking, die gelijmd wordt door handige thuisklustips om daar datzelfde studiogevoel op te roepen. Het intensieve contact is dan wel verminderd, de goedkeurende verbintenis blijft aanwezig.

Misschien heeft juist corona wel voor die warme bewustwording van afhankelijkheid gezorgd en het waardeoordeel van kameraadschap opnieuw geëtiketteerd. Herkenbaar, omdat iedereen de afgelopen periode door een diep dal is gegaan. Die terugval zit hem in de bordeauxdonkere rode wijn isolementtracks als Deep Are the Eyes en Velvet Blue Sky. Bestrijdbare eenzaamheid welke resulteert in de prachtige piano kernsong Holler and Shout. Feit is dat het geen zwaarmoedig geheel is geworden. De romantische melancholie zit bij Joost Zweegers in het bloed. Het lijkt erop dat hij als gerijpte vijftiger de wereld veel beter begrijpt en meer kan relativeren. Hij haalt een stukje onbezorgde jeugd en kinderlijke onschuld terug in het door dromerige jaren tachtig synthesizers nostalgiek vullende Saturday.

Noodgedwongen bedaardheid laat puzzelstukjes op de juiste plaats vallen. Your World is gebaseerd op een melodie die tijdens het Almost Bangor opnameproces maar niet tot bloei kon komen. Hier breekt de cocon zich langzaam open om de kleurrijke vlinderachtige song publiekelijk te showen. Grijsgroene donderwolken worden aan de kant geschoven en het vrolijke lentekriebel zonnestraaltje Judy Folk laat je glimlachend omhoog kijken. In het waardevolle eerbetoon Isabelle staat hij stil bij de gelukzalige relatie met zijn vrouw. Joost Zweegers verwoordt met zijn eerste single Wrong de gevoelige plek van twijfel en verdriet bij een stukgelopen relatie op een treffende manier, maar heeft eigenlijk nog nooit een echt liefdesnummer geschreven. Dit zet hij nu dus eindelijk recht. Geluk is een mooie inspiratiebron, maar de emoties worden nu eenmaal vaker in pijn en onmacht geuit. Holler and Shout, zelfemplooien door de ellende eruit te schreeuwen, wat overblijft is rust en liefde, toch?

Novastar - Holler and Shout | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Specials - Protest Songs 1924 - 2012 (2021) 3,0

10 november, 20:22 uur

Als het Verenigd Koninkrijk halverwege de jaren zeventig dreigt weg te zakken in een economische crisis staat de antibeweging punk klaar om hun onvrede te uiten en flink in de zichtbare wonden te porren. Vanuit de underground achterafwijkjes van de grote steden manifesteren ze zich als parasieten verspreidende ratten om al snel bovengronds naam en faam te maken. Het No Future! statement. Een politieke opruiende radicalisering waarbij de opkomende ska bands zich aansluiten. Jerry Dammers van The Specials richt het beroemde 2Tones label op en geeft bevriende bands de mogelijkheid om hun materiaal aan de man te brengen.

Met maatschappijbewuste teksten die handelen over werkeloosheid, discriminatie en de scheve verhoudingen tussen man en vrouw lukt het The Specials om de geïrriteerde jeugd in beweging te zetten, de barricades te bestormen en zich via kraakpanden publiekelijk te presenteren. Ska en het daaraan gekoppelde 2Tones zijn al snel groot. Commerciële successen volgen maar halverwege de jaren tachtig wordt de ska stroming steeds onzichtbaarder. The Specials splitsen zich en gaan verder als Specials AKA en Fun Boy Three. Jerry Dammers houdt het vervolgens voor gezien, blazer Rico Rodriguez en drummer John Bradbury overlijden in 2015.

In 2018 verschijnt Encore, met oer leden Terry Hall op zang, Horace Panter op bas en Lynval Golding op gitaar. Door de Black Lives Matter movement raakt het trio getriggerd en besluiten ze de studio in te duiken om te werken aan invloedrijke, relatief onbekende protestnummers. Covers dus, die de racistische waanzin van 2020 verwoorden. Maar waarmee er ook breder naar hedendaagse maatschappelijke vraagstukken wordt gekeken, concluderend dat er in de afgelopen honderd jaar helemaal niks veranderd is en dat we schrikbarend dicht bij dat nulpunt zitten.

Protest Songs 1924 – 2012. Net als de nog steeds actieve tijdsgenoten van Madness hebben The Specials hun geluid verbreedt. Die jeugdige puntigheid van de ska heeft daarvoor een unieke doorleefde sound teruggekregen. De zestigers zijn geroutineerde muzikanten die niet alleen klassieke protestliederen naar het heden verplaatsen, ze eren hiermee tevens grootheden die in het verleden of nog recentelijk met memorabele songs de nodige indruk op het drietal maken.

We gaan helemaal terug in de tijd naar het jaar 1924. The Dexie Jubilee Singers nemen Ain’t Gonna Let Nobody Turns Us Around op. Een pure slepende ritmische a capella gospelsong gezongen door krachtige voor vrijheid vechtende vrouwen. The Specials stelen deze traditional en gooien er een tevens in die periode populaire handjeklap Charleston sausje overheen. De bijtende gitaar en warme Hammondorgelklanken verraden dat het een remake is, maar wat komen ze er hier eerbiedig goed mee weg.

Respect is dus het kernwoord. Respect voor de artiesten die zich in het verleden als boegbeelden naar voren hebben geschoven. Vaak met gevaar voor eigen leven vanwege huidskleur, geloofsovertuiging of politiek idealisme. Black, Brown and White uit 1938 is een anti-apartheidstrack van bluesgitarist Big Bill Broonzy welke op gemoedelijke wijze de pijnlijke rassenkwestie duidelijk maakt. De uit Jamaica afkomstige Lynval Golding legt er in zijn vocalen een bijna onzichtbaar reggae laagje overheen, net genoeg om het verschil te maken.

De jaren zestig staan symbool voor de seksuele revolutie, de Make Peace Not War liefdesverklaringen van de hippies en het bloedrode Vietnamoorlog decor. Folk activist Malvina Reynolds mag in een adem genoemd worden met de Woodstock generatie van Joan Baez en Bob Dylan (waar laatstgenoemde de opvallende afwezige was). The Specials nemen het schrijnende I Don’t Mind Failing en het correcte oubollige countrykinderliedje I Live In A City onder handen. Het tevens uit deze periode afkomstige mierzoete banjo tokkelende Soldiers Who Want To Be Heroes van Rod McKuen sluit hier mooi op aan.

Trouble Every Day is van een totaal andere orde. Een heerlijke psychedelische rockende The Mothers Of Invention werkstuk welke eigenlijk het beste thuis hoort op een van de stevigere Tour Of Duty soundtracks. The Specials blijven verrassend dicht bij het origineel, en bewijzen nogmaals dat ze zelf in die rebelse jaren zeventig verder keken dat wat er in het Verenigde Koninkrijk gaande was. Rasartiesten dus, die probleemloos kunnen switchen naar dat hallucinerende geluid.

Volksheld Bob Marley staat spiritueel zeker in verbintenis met The Specials. Get Up, Stand Up is het bekendste nummer op de plaat, een strijdbaar heiligdom welke je in waarde moet laten. Helaas is alle energie geëlimineerd waardoor er een kale, maar tevens indrukwekkende voordracht overblijft. Zo kun je deze dus ook presenteren, al vind ik dus dat ze hier vanaf hadden moeten blijven. Eveybody Knows is een opvallende Leonard Cohen keuze. De krakende bard heeft wel beter gepresteerd en indrukwekkender geklonken. Dit is oldschool The Specials, aardedonker als het spokende Ghost Town met broeierige Zuid Amerikaanse dansaccenten in de uitvoering.

De African Listening Wind (new) wave van Talking Heads blaast de laatste adem uit in exorcistische voodoo. Een koortsig beangstigend ritueel met opzwepende tribaldrums en een beklemmende gastrol van zangeres Hannah Hu. Vervolgens wordt vijfentwintig jaar aan popmuziek volledig genegeerd. Blijkbaar waren de jaren negentig tot aan 2012 niet de moeite waard, en hielden de kernleden toen een lange winterslaap. Chip Taylor & The New Ukrainians schopt voorzichtig tegen de egocentrische botox generatie met Fuck All The Perfect People. The Specials durven het niet aan om een hardere trap uit te delen. Reëel gezien zijn ze tegenwoordig niet echt relevant meer. Protest Songs 1924-2012 is een mooie verzameling aan tracks die echter nergens in de buurt komt van het rebelse karakter vanwaar ze vroeger ooit voor stonden. Laten ze zichzelf nu maar eerst bewijzen met echt nieuw materiaal.

The Specials - Protest Songs 1924-2012 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Barbara Pravi - On N'Enferme Pas les Oiseaux (2021) 2,5

9 november, 08:02 uur

stem geplaatst

» details  

Inline - Together (2016) 3,0

7 november, 13:24 uur

stem geplaatst

» details  

Six Impossible Things - We Are All Mad Here (2017) 3,0

7 november, 12:51 uur

stem geplaatst

» details  

Parcels - Day/Night (2021) 4,0

6 november, 00:21 uur

Het uit Australië afkomstige dancegezelschap Parcels viert hun muzikale hergeboorte in Berlijn. Vanuit Europa trekken ze de aandacht van het Franse elektrodance duo Daft Punk, die als producenten nog aan de slag gaan met het in 2017 verschenen Overnight. Het is opvallend dat deze bejubelde single niet op de gelijknamige debuutplaat Parcels terug te vinden is. Drie jaar later is het tijd voor een opvolger, die ze voor het gemak maar gelijk over een thematische dubbelaar verdeeld hebben.

Waarom is het opkomende zonlicht voor velen het mooiste moment van de dag? Waarschijnlijk omdat ze dan eindelijk de lange donkere nacht achter zich kunnen laten. Het vertrouwen in een zekerheid die er telkens weer zal zijn. De terugkerende hoop op iets moois. Zelfs jaren geleden in de swingende jaren tachtig werden we steeds gewekt door diezelfde ontwakende zonnestralen. Light neemt ons mee naar dat bruisende swingbeat verleden. Omarm de soulfunk die je uitnodigt om te bewegen, omarm Day/Night. Parcels haalt de inspiratie dus veel minder uit de seventies Saturday Night Fever disco, maar zoekt de warmte van het latere eighties inluidende Fame op. Men zet zich af tegen de kilte van de synthpop en laat de muziek juist ademen.

Verrek! Parcels is een band, en geen studioproject, waarbij elk van het zingend vijftal ook daadwerkelijk een instrument kan bespelen. Om bij Anatole “Toto” Serret van een drummer te spreken doe je hem tekort. Percussionist is de juiste benaming. Hij zorgt voor de pittige passie die de strijd aangaat met de dromerige samenzang. Noah Hill is de down to earth basgitaar katalysator, die misschien nog wel het meeste het jaren tachtig gevoel oproept. Jules Crommelin legt hier de funky gitaarlijnen overheen, Louie Swain is verantwoordelijk voor het toetsenwerk en Patrick Hetherington wisselt keyboard en gitaar af.

Day/Night is dus ondergebracht in twee albums, waarbij de eerste voor dag staat en de tweede voor nacht. Vreemd genoeg vind ik het juist een schemerzone plaat met laaghangende flarden avondmist, al neigen verschillende Night nummers zoals het aangenaam dromerige Thefear en het drukkende mysterie van het jazzy Nightwalk wel naar de duisternis van de triphop. De dag staat hierbij gelijk aan de levendige pianoklanken, terwijl de nacht meer zijn weg vind in de mechanische keyboardsound. De zwevende toetsen en Pink Floyd slide gitaren versterken elkaar en zorgen voor die futuristische dimensie in Theworstthing.

Comingback heeft het filmische van Amerikaanse feelgood series, een positieve vibe die afgestoten wordt door de onzekerheid in zwarte toekomst perspectieve teksten te plaatsen. Echt spannend wordt het pas als de gordijnen zich sluiten en achter de schermen de stadse eenzaamheid ontwaakt in Inthecity [Interlude] Disney dramatiek. Hoge flatgebouwen met kleine geïsoleerde kamertjes, waarachter de lampen een voor een doven om plaats te maken voor het jazzy NowIcaresomemore. Stiekem dansend met de weerkaatsende Shadow op de muren, de erfenis van de pandemie. Parcels ontroert met het in strijkers uitpakkende Daywalk en de trieste ondertoon in Reflex, de tijd staat stil, maar zelf ben je nog steeds in beweging.

Natuurlijk zitten er wel de nodige stampers tussen, maar tracks als Famous, Comingback en Somethinggreater zijn echt in de minderheid. Vreemd genoeg zijn deze wel gebombardeerd tot singles, wat enigszins een vertekend beeld geeft. Het fragmentarische verknipte LordHenry verkeerd nog in de ontdekkingsfase, maar is hier nog wat afstotend. Voor mijzelf springt het dynamische met kopstem gezongen aan Tears For Fears memorerende Neverloved eruit als potentiele single kandidaat. Day/Night gaat een beetje ten onder in de lengte van het geheel, waardoor het evenwicht enigszins verstoord is. Parcels ondergaat een indrukwekkende metamorfose, die ze bij zichzelf nog niet helemaal kunnen kanaliseren.

Parcels - Day/Night | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

ABBA - Voyage (2021) 2,0

5 november, 17:12 uur

Laat ik een eerlijk oordeel geven over de plaat.
Het voelt als de remake van The Lion King.
Die tekenfilm was geweldig, maar ondanks de technische snufjes ontbrak bij mij het Wow! gevoel, terwijl mensen achter mij in de bioscoop wel in tranen waren.

» details   » naar bericht  » reageer  

Guided by Voices - It's Not Them. It Couldn't Be Them. It Is Them! (2021) 4,0

5 november, 16:28 uur

Net als je denkt dat Robert Pollard een definitieve doorstart maakt met Cub Scout Bowling Pins, komt dan toch de langverwachte opvolger van het eerder dit jaar uitgebrachte Earth Man Blues uit. Het is onderhand de gewoonte dat er elk jaar minimaal drie lo-fi albums van zijn hand verschijnen, en ook het al eerder aangekondigde It’s Not Them. It Couldn’t Be Them. It Is Them! met wijdbeense rock and roll hoes maakt de nodige indruk. Kwaliteitsvervaging? Daar hebben ze hier nog nooit van gehoord, al hebben we onderhand wel te maken met een Guided By Voices inflatie. Jammer eigenlijk, want ook deze powerpop plaat is mij net zo dierbaar als het eerder verschenen werk.

Ondertussen duikt Robert Pollard alweer vijf jaar lang met dezelfde groep rasmuzikanten de studio in, en heeft hij in deze samenstelling zo’n 13 albums afgeleverd waar menige band jaloers op zal zijn. Robert Pollard heeft inclusief zichzelf, oudgediende Doug Gillard en redelijk vers bloed Bobby Bare Jr., drie totaal verschillende meesterlijke gitaristen in het gezelschap. Aangevuld met nieuwkomer Mark Shue op bas en de al eerder actieve drummer Kevin March duiken we de rockgeschiedenis in. Vernieuwend is het nergens, maar wat zijn het weer 15 heerlijke rockdeuntjes geworden. Het is maar een topje van de ijsberg als we alle frontman projecten bij elkaar optellen, maar laten we het voor het gemak maar houden op de 34e Guided By Voices plaat.

Spanish Coin mengt de inspirerende The Doors psychedelica met de zigeuner folk oerkracht van Love. Er wordt gelinkt naar de Breaking Bad drugsconnecties, en de grensmuur die het afstervende Mexico van de Verenigde Staten amputeert. Een naar de huidige tijd getrokken spaghettiwestern filmscenario in de lijn liggende van de dramatische Sergio Leone klassieker Once Upon a Time in the West. De treurnis van de mariachi-trompetten staat gelijk aan het weggejaagde volk, welke als rondreizende nomaden verplicht zijn om telkens weer datzelfde rondje te doorlopen. Een dieptrieste erfenis die Donald Trump de inwoners daar had willen schenken. Het anarchistische licht opruiende People Need Holes is een publieke uitnodiging om deze belofte te breken. Op maatschappelijk vlak zit het dus ook weer helemaal goed bij Robert Pollard die de eenvoud van zijn teksten misbruikt voor maximaal eindresultaat.

Deze indrukwekkende opener wordt opgevolgd door het stevige High in the Rain. Een stortvloed aan noise vaagt de overwinnaarsmentaliteit van de track weg. Een hoog staaltje aan klassieke jaren negentig Guided By Voices rock met georkestreerde strijkers die nergens gedateerd aanvoelt. Het donkere Seattle geluid van Dance of Gurus wordt onderbroken door verfrissende honky-tonk koebel ritmes. Die afwisseling tussen afstotende ruwheid en innemende vitaliteit staat tevens centraal in het grauw twinkelende Flying Without a License. Zou daarin zich dan die kracht van Guided By Voices bevinden? Er gebeurt altijd iets magisch als de uit Ohio afkomstige indierockers tegenstrijdige stijlen met elkander laten inmengen. Bij vrijwel elke andere band ontstaat er dan een diepzwart geluid, terwijl Robart Pollard juist een lilapaars Paisley Underground kleurenpalet creëert.

Het trippende hypnotiserende Psycho House, de grillige spookstadsong Maintenance Man of the Haunted House, de dronken waanzin van Razor Bug, en het rammelende ketting rock einde van Chain Gang Island zijn horrorliedjes, die net genoeg aan de eigen verbeelding overlaten. Die typische old school Guided By Voices beleving wordt opgeroepen door het uptempo I Share a Rhythm, het luie Cherub and the Great Child Actor, de springstok luchtigheid van My (Limited) Engagement en de stevige collegerock van Black and White Eyes in a Prism, terwijl het ritmische I Wanna Monkey verzuipt in dromerige Sonic Youth Daydream Nation nostalgie.

It’s Not Them. It Couldn’t Be Them. It Is Them! is een vrij ernstige plaat, de humor is subtiel aanwezig, als de krakende ruis in The Bell Gets Out of the Way afgewisseld wordt met een Burt Bacharach blazersarrangement. Ik probeer Guided By Voices te betrappen op saaiheid en automatische pilootnummers, maar moet weer concluderen dat de verveling nog steeds niet heeft toegeslagen. Wat een lekkere plaat weer! Kunnen ze zichzelf na al die jaren nog overtreffen? Nee, dat niet, maar ze evenaren hiermee wel Earth Man Blues.

Guided by Voices - It's Not Them. It Couldn't Be Them. It Is Them! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

The Doors - Live at the Bowl '68 (2012) 4,5

5 november, 16:03 uur

Ik heb vorige week de film ook al gezien, erg gaaf!

Jim Morrison was een groot poëet, een gestoorde dwaas, een vrouwenbeminnende romanticus, een afglijdende junk, een theatraal podiumbeest, een tieneridool en alles behalve een ideale schoonzoon. Hij had de looks van een charmeur, die met zijn perfecte uiterlijk en indrukwekkende haarbos verleidt en over zichzelf een mystiek aura creëert, waarbij er gestoeid werd met de afkomst en de rol van zijn ouders in zijn leven. Jim Morrison was vooral een geweldige zanger die de rauwheid van rock & roll herenigt met blues, maar ook weer die identieke poeslieve engeltjes schoonheid toelaat. Alhoewel dat hij voortdurend in een roes leefde, wist hij zich toch buiten de klauwen van Andy Warhols The Factory te houden. Juist dit soort zweverigheid trekt hem niet aan.

Op 5 juli 1968 treden The Doors op in The Hollywood Bowl. Ondanks dat iedere muziekliefhebber zich wel de tragikomische shockerende uitvoering van de slangen bezwerende druggy The End en de doodsklap van een zwaar onder invloed zijnde zanger bij het anti-oorlogslied The Unknown Soldier herinnert, krijgt het publiek op 4 en 7 november de mogelijkheid om het concert te herbeleven. Een unieke ervaring, en een eenmalige kans om zo dicht bij de band in topvorm te komen. Bijzonder omdat The Doors ook nieuwe tracks speelt van het rond deze tijd verschijnende Waiting for the Sun; hun derde studioplaat.

Toch zijn het drummer John Densmore, gitarist Robby Krieger en vooral orgelspeler Ray Manzarek die voor de dynamiek van The Doors zorgen. Katalysators die het mogelijk maken dat de onvoorspelbare, stuurloze Jim Morrison hier roekeloos zijn gang kan gaan. Het vraagt ontiegelijk veel improvisatievermogen van de geroutineerde stermuzikanten die elke beweging, elke mimiek en elke onverwachte uitspatting van de zanger in zich opnemen. Een verontrustend hoorspel met opdringende spanningen, spookachtige wendingen en zeker niet altijd een happy ending. De bewierookte mistige toestand van Jim Morrison is hier nog enigszins navolgbaar, al zwalkt hij zwaar risicovol en gevaarlijk over het podium heen.

Het legendarische The Doors: Live At The Bowl ’68 Special Edition is zoveel meer. Je neemt direct al een inkijk in hun privéstudio op de Santa Monica Boulevard te Los Angeles waar ze in 1971 de laatste hand leggen aan het meesterlijke L.A. Woman, het slotakkoord met Jim Morrison. De twee nog levende oerleden John Densmore en Robby Krieger halen achter het mengpaneel nostalgische herinneringen op.

Een mooie introductie waarbij wel duidelijk naar voren komt hoe groot het gemis van Ray Manzarek en Jim Morrison is. Het vriendschappelijke verbond om een band te beginnen start bij die amicale samenwerking tussen deze twee grootheden, een chemie die zeker door het overige duo versterkt wordt. De heerlijke jazzy versie van Riders On The Storm en het rockende titelstuk L.A. Woman is een cadeautje en tevens geslaagde marketing truc waarmee ze de nadruk leggen op het 50 jarige bestaan van L.A. Woman. Die spirituele magie is weldegelijk in hun ogen af te lezen, en man, man, man, wat zijn ze nog geweldig in topvorm.

En toch draait het uiteindelijk om die waanzinnige liveregistratie. Jim Morrison, de in trance zijnde goeroe die het hypnotiserende publiek meesleurt in zijn pathetische voordracht. Alles klopt aan die kerel, of eigenlijk klopt er juist helemaal niks aan hem. De spanning die zijn onverschilligheid oproept, het publiekelijk geflirt en manipulatie van de toeschouwers. De uitdagende uitstraling en zeker niet als laatste die bewonderingswaardige stem. Het gecontroleerde in het ongecontroleerde. Ray Manzarek, die hem perfect aanvoelt en de rest die hem hierin volgt.

The Doors zijn hier wat vreemd in beeld gebracht. Als vier kleine poppetjes op een immens groot podium met op de achtergrond een zenuwachtige zwetende road manager. Maar het klopt allemaal en het werkt voortreffelijk. Jim Morrison wordt fraai van de zijkant belicht, en zo min mogelijk door de cameraman frontaal benaderd. Het eerste gedeelte is een dreigende aanmoediging voor het explosieve einde. Je ziet ze allemaal terug in de podiumpresentatie van Jim Morrison; Mark Lanegan, Ian Brown, Axl Rose en Ian Astbury. De geboorte en de ondergang van een rock & roll ster. The Doors: Live At The Bowl ’68, uniek in zeggingskracht.

The Doors: Live At The Bowl '68 Special Edition | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

James Blake - Friends That Break Your Heart (2021) 3,5

5 november, 15:44 uur

Het blijft een bijzonder verhaal. De hooggewaardeerde dance producer James Blake, die met vier veelbelovende EP 's en zijn gelijknamige fragmentarische debuut al direct het kamp in tweeën splits. Of je vindt zijn experimentele vocoder plaat geweldig, of je struikelt over de elektronische hoogstandjes. Zelf behoor ik tot die laatste groep, al ben ik wel gelijk nieuwsgierig geworden naar de bezieling van de soulzanger. Onder de verschillende toegevoegde lagen ervaar ik het bijzondere stemgeluid, die eigenlijk die hele poespas niet nodig heeft. Maar goed, de tijd bewijst wel hoe invloedrijk hij voor collega muzikanten is geweest, die vervolgens deze technieken ook in hun werk toepassen.

We zijn ondertussen alweer tien jaar en vier platen verder, James Blake heeft de nodige herfstige openhaard warmte toegevoegd in het zeker niet afstandige folky The Colour in Anything. De kille beweeglijke beats geven de emotionele diepgang kleur, al blijven het geelbruine vallende blaadjes tinten. Dan weer deprimerend toegankelijk, vervolgens schaduw dansend afstotend. De vriendelijke dwarrelende pianotoetsen die het titelstuk van het gelukzalige Assume Form openen, krijgen vervolgens een jazzy dubstep injectie. Een meesterlijke zet, waarbij hij hulp krijgt van een overschot aan gastartiesten die de elektro tovenaar op handen dragen.

De titel Friends That Break Your Heart memoreert tevens aan deze samenwerkingsverbanden en is net wat ingetogener dan de levenslustige privaat inkijk die op de voorganger domineert. I’m So Blessed You’re Mine balanceert nog net met een voet in Assume Form, al vormt zich gedurende de track wel een spokende lichtgrijze aura om het geheel heen. James Blake begraaft zijn ego uit het verleden in het zwaarmoedige melancholische The Funeral om een lichtelijk geforceerde doorstart te maken. Famous Last Words reflecteert de pijn als verliefdheid vervaagd in “houden van” en de drempel van een vriendschappelijke verstandhouding opzoekt. Geen overgevoelig gekwijl, maar treffend realistisch neergezet. Dat de twijfel gedurende het proces blijft overheersen beaamt de singer-songwriter in het sluitstuk If I’m Insecure. In principe is hij geen stap verder gekomen en blijft hij hangen in ie vlagen van onzekerheden.

De hoge koorzanger falsetstem staat in mooi contrast met de stoere hiphop breaks en de overrompelende gastzang van de Amerikaanse getto straatrappers JID en SwaVay in het broeierige ontdooiende Frozen. Het is gewaagd om SZA de rol van partner te laten vervullen, maar Coming Back sluit volledig aan op haar tedere vrouwelijkheid, en lijkt volledig op haar persoonlijkheid geschreven te zijn. Feitelijk is dit onjuist, omdat ze als het ware de studio binnenstapt, de songbasis in zich opneemt, en de juiste aanvulling toevoegt. De kracht van dit vraag en antwoord spel valt dus in haar voordeel uit, zeker nu James Blake een afstandig stapje terug doet en haar die hoofdrol gunt. Het dromerige Show Me eist juist een stukje intieme bescheidenheid op, die Monica Martin perfect weet op te roepen.

Life Is Not the Same is een soulfunk dwaalspoor en geeft een verknipt inzicht in hoe James Blake zich eigenlijk net niet staande houdt, al verdringt zijn pure werkelijkheidsgetrouw wel het intense verdriet. Het brekende gospelgeluid van Say What You Will gaat wel over die grens heen, maar wat geeft James Blake zijn ziel hier fraai bloot. De kwetsbaarheid van de diepe krakende laagtes worden afgewisseld met onaardse hemelrijkende hoogtes. De heimwee song Lost Angel Nights is daarentegen een nostalgisch grensgevalletje jaren negentig boyband kerstmis sentiment, een vernietigende afbreuk aan de geloofwaardigheid van het verder integere Friends That Break Your Heart.

James Blake - Friends That Break Your Heart | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Cindy - 1:2 (2021) 3,0

3 november, 00:45 uur

Als Karina Gill in de kelder van haar nieuwe huis een afgedankte Squier Stratocaster gitaar vindt besluit ze om al haar ellende muzikaal van zich af te schrijven. Afgedankt, zo voelt ze zichzelf ook, na een aantal mislukte relaties en andere onprettige liefdeservaringen. Die triestheid draagt ze als een baksteen in haar maag met zich mee als ze samen met bassist Jesse Jackson, drummer Simon Phillips en toetsenist Aaron Diko het uit San Francisco afkomstige indiepop gezelschap Cindy opstart. Cindy staat voor een melancholiek, sober denkbeeldig karakter, waarachter Karina Gill zich verschuilt, een zwaarmoedig alter ego die dicht bij haar eigen persoonlijkheid staat. Cindy is ook de levenloze versleten pop, die je met starende grote ogen aanstaart en zich afvraagt waar de kindertijd is gebleven.

Op het gelijknamige debuut Cindy is nog genoeg ruimte voor luchtige rocksongs en zelfs opzwepende punktracks als het uptempo Book in Heaven en het rondspokende Brighton Beach. Overleden kunstschilders Ellsworth Kelly (Way Over Here) en Agnes Martin (Animal Past) krijgen hierop een eerbiedig eerbetoon. Helaas staan de vocalen wat zwalkend en zacht met een vette echo in de eindmix afgesteld. Dit blijkt een blijvend probleem, waarvoor ook op het met het explosieve shoegazer noise uitstapje Wrong Answer versierde Free Advice geen passende oplossing gevonden is, al komt de stem van Karina Gill daar wel sterker naar voren.

1:2 is weer stukken zwaarder, dus blijkbaar kiezen ze bewust voor die Mazzy Star en Cowboy Junkies mystiek. Waardoor ze perfect passen in de invloedrijke jaren negentig belevingswereld van cineast David Lynch die daar tevens een stukje jaren vijftig James Dean eeuwigheid aan toevoegt. Want helden gaan nooit dood, die leven voor altijd voort.

1:2 heeft de neergaande kracht van een dovende avondkaars, die in alle eenzaamheid het laatste stukje warmte en licht opspaart. Schaduwen dansen als zwijgzame metgezellen in het rond, totdat de laatste rookwolkjes de nacht inluiden. Cindy bevindt zich nog steeds in die koelste, donkerste ruimte in huis. Waar dromerige mistige depressiesongs weerkaatsen tegen de muren, die stukje bij stukje dichterbij komen. De dwaasheid van het in alle stilte langzaam gek worden. Verlangend naar contact, levend in een isolement.

The Common Era, de intimiteit van het leven in het nu. Misschien zijn de songs ondertussen genoeg gerijpt en speelt de waanzin van de dag er ook een grote rol in. My Friend is hierdoor leger, vriendschap uitgedrukt in het aantal likes op de sociale media kanalen. Net als in deze vorm van kunstmatige realiteitsbeleving zijn de emoties in de vlakke zang van Karina Gill weg gefilterd.

Och, het is niet allemaal kommer en kwel. De bubblegumsound van Party Store heeft het lieve onschuldige van zwijmelende tienerslaapkamer romantiek, waar de idolen vanuit posters je glimlachend aanstaren, en de ware liefde nog mijlenver verwijdert is. Lekker gedateerd, en flink aangedikt met vintage Casio keyboardklanken die bij het titelstuk 1:2 de nostalgie van eighties synthpop wave bandjes oproept.

1:2 is een Indian Summer plaat, die de vallende blaadjes laat verkleuren tot het vergaande jaren zeventig Polaroid bruin. Momenten die memoreren naar het afgelopen jaar, en welke gedroogd worden in antieke fotoalbums. Verdrongen naar de zolderkamers van je ziel, waar ze beschimmelen, en uiteindelijk in stof uiteen vallen.

Cindy - 1:2 | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Diemen Sniep - Life Without Adrenaline (2021) 3,5

2 november, 15:53 uur

stem geplaatst

» details  

The Parrots - Dos (2021) 3,5

2 november, 07:45 uur

Wat moet dat een heerlijk gevoel zijn om je ideeën te stroomlijnen door met een veelzeggende producer aan de slag te gaan. Tom Furse weet als geen ander hoe het is om met beperkte middelen dat pure rock & roll gevoel op te roepen. The Horrors zijn ook ooit begonnen als een stuurloos zootje podiumslopers, die het publiek in een duizelingwekkende staat van verwarring achter laten. En kijk eens waar ze nu staan? De hoogwaardige dansbare postpunk wordt publiekelijk toegejuicht en ook het recentelijke nieuwe werk laat een stijgende lijn zien. Deze toetsenist gaat de uitdaging aan om van de uit Madrid afkomstige The Parrots een gevestigde naam in het clubcircuit te maken, en zijn blik is daarbij wel degelijk verder gericht dan de landsgrens van Spanje.

Dos heeft dan niet die ruwheid van het debuut Los Niños Sin Miedo, de bevlogenheid is er niet minder om. Natuurlijk profiteren de gitaar spelende zanger Diego García en zijn maatje bassist Alex de Lucas van de aanwezigheid van Tom Furse. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, zeker als hij niet te beroerd is om ook een deuntje mee te spelen. Het is heerlijk om te horen hoe deze producer zich op Dos gelijkwaardig met de band opstelt, en zijn rol als eindverantwoordelijke hiervoor op een zijspoor zet om zich heerlijk uit te leven in de psychedelische krautrock en souluitspattingen van Nadie Dijo Que Fuera Fácil en de piepende blazers in het duivelse ronkende garagepunkende How Not to Be Seen.

You Work All Day and Then You Die. Dump de garagerock in een vuilnisbak, om plaats te maken voor een flinke dosis aan opgepoetste big city cyberpunk. Met een fuck you attitude over de nuttigloosheid van werken, consumeren, nog meer geld verdienen, verdrinken in luxe en vervolgens dood neervallen. De (on)zin van het leven. De aanstekelijkheid van het duo nodigt uit om te feesten, te dansen tot je er bij neervalt, om de volgende dag energiek met een good feeling mentaliteit op te staan. Een wezenlijk verschil.

De anarchistische straatvechters folk van Lo Dejaría Todo memoreert aan hun Franstalige collega’s van Mano Negra en Les Négresses Vertes. Dezelfde bevlogen passie en de puurheid om je in de moederstaal comfortabel te uiten, al maakt die kopstem hier wel het verschil. Zing mee met het verbroederend refrein van de single Amigos en stabiliseer dit krachtige statement van vriendschap in het samen met Los Nastys opgenomen Romance. En vraagt een nummer dan om een rap line, geef die dan ook. Ga dan niet zelf heen klooien, maar laat dit dan ook aan een hiphopper over. C. Tangana is een populaire gast die van het duistere postpunk nummer Maldito een exotische spacende killer track maakt.

Dit is The Parrots nieuwe stijl. We zijn terug in het jaar 1985, het tijdperk van de voorgeprogrammeerde drumcomputers, het mechanische toetsenwerk en de discofunk van It’s Too Late to Go to Bed. Zwem over de new wave golven van Don’t Cry, trotseer de surfrock van Fuego, en mijmer lekker weg met de pootjes badende sixties flow van Just Hold On. Nog eventjes volhouden, want er breken mooie zonnige tijden aan.

The Parrots - Dos | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Manu Delago - Environ Me (2021) 3,5

1 november, 22:22 uur

Wat is de hang toch een bijzonder mooi muziekinstrument. Het blikken pannengeluid heeft het zomerse exotische opzwepende van de Caraïben, maar roept ook het doordringende diep mediterende aardse gevoel op. Dat zal de uit Oostenrijk afkomstige percussionist Manu Delago ook gedacht hebben, daarom kiest hij voor een verbreding en koppelt hij de drum aan de helende kracht van de natuur. Deze basis is een prachtig uitgangspunt, waar flink op voortgeborduurd kan worden, al loopt Manu Delago het risico te verzanden in suffe geitenwollen hippie ideologie.

De in Tirol geboren musicus volgt een breed scala aan opleidingen. Op zestienjarige leeftijd is hij al een geliefd sessiedrummer. Drie jaar later gaat hij zich specialiseren in de handpan en groeit uit tot een veelgevraagde muzikant en deelt het podium met het geliefde nu jazz gezelschap The Cinematic Orchestra en eigenzinnige duizendpoot Björk. Het mag wel duidelijk zijn dat deze dertiger is opgegroeid met de rond de eeuwwisseling populaire drum-‘n-bass breakbeats. Deze dansinvloeden weet hij op wonderbaarlijke wijze te mengen met klassiek geschoolde klanken en meer expressieve percussie uitspattingen.

Het klimaat en het broeikaseffect vormen dus de belangrijkste drijfveren op de verrassend dansbare elektropop van Environ Me. De milieubewuste Manu Delagno wil hiermee de boodschap overbrengen dat men zuinig moet zijn op onze groene planeet, die aan het veranderen is in een asgrauwe onomkeerbare wereld. Die kinderlijke onschuld symboliseert het langzaam voort wiegende Acoustic Aviation, het nieuwe leven openbaart zich als de eeuwigdurende winterslaap voorbij is.

Het door vogelgeluiden omgeven FaunaSauna is een prachtig eerbetoon aan Moeder Aarde, die als Isobel Cope goedkeurend nederdaalt in het berustende Footsteps. De natuur stelt zich open en deelt zijn geheimen met de luisteraar. Voorzichtig bibberend schuiven de dierlijk klinkende trompetten opzij om plaats te maken voor een explosieve ritmische geluidsregen van Interference, die later nog overtroffen worden door de anarchistische industrial Stahlmusik van het aan Einstürzende Neubauten memorerende Autoshred.

Een onvoorspelbaar gedurfd onsamenhangend geheel, met adembenemende hoogtepunten maar ook een paar tenenkrommende miskleunen. De inheemse rust die de klankschalen in Liquid Hands oproepen wordt ruw verstoord door dreigende jungle en verknipte Aphex Twin techno. Die geniale Richard David James gekkigheid komt hier niet volledig tot zijn recht. ReCycling gaat nog een stapje verder. Futuristische krautrock wordt ruw verstoord door foute Edelweiss hoempa carnavalsdeuntjes. Een komisch bedoelde knipoog naar de geboortegrond van Manu Delagno? Laten we het daar maar op houden. Pattern Pulse Popcorn hypnotiseert met een prachtig trance intro wat vervolgens mond snoerend de vernieling in gewerkt wordt door keihard toeslaande druppelende sample terreur.

Het filmische Transformotion bouwt in spirituele new age dromerigheid op om uiteindelijk ten onder te gaan in de vernietigende grote voetstappen van de mens. De schoonheid van het micro-organisme verdwijnt in de verdrukking van de onwetende wandelaar die goedbedoeld de omgeving in zich opneemt. Waterige strelende harpaanrakingen Curveball weerkaatsten in de weerspiegeling van eighties zure regen acid house. De rondrazende stormvloed van Trees for the Wood geeft het universele toekomstbelang weer. Bomen blijven de hoofdleverancier van zuurstof, zonder kunnen we niet leven. Heel cliché en zweverig allemaal, maar absoluut waar.

Manu Delago - Environ Me | World | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Dummy - Mandatory Enjoyment (2021) 3,5

1 november, 02:11 uur

Stel je eens voor dat de iconen van The Velvet Underground & Nico na hun gelijknamige debuutplaat New York vaarwel zeggen en samen met deze femme fatale de overstap maken naar het naoorlogse in opbouw zijnde West Duitsland. De kans is vrij groot dat ze de daar opkomende krautrock vermengen met hun eigen psychedelische sixties artrock. Hoe zouden ze klinken als de van het experimentele Can afkomstige Holger Czukay de vrijheid krijgt om in de studio grenzeloos met de band te stoeien om gezamenlijk het ultieme ambient rustpunt te bereiken. Waarschijnlijk zou de sound dicht in de buurt komen van Mandatory Enjoyment van het uit Los Angeles afkomstige avant-garde gezelschap Dummy.

Nou, dan moet deze band wel geniaal zijn! Dat is natuurlijk ook weer niet helemaal waar. Vergeet niet dat ze het beste uit beide werelden koppelen aan een gevulde albumkoffer aan muziekgeschiedenis, waarin net zo goed platen van The Stone Roses, The Strokes en Spacemen 3 in opgeborgen zitten. Dummy stript deze invloeden tot een kwetsbare naaktheid waarna er een droge zomerse basis overblijft. De wuivende Hollywood palmbomen begroeten in hun koelheid de drogerende geestverruimende klanken en laten de benevelde toestand net iets boven de grond wegzweven. Dummy maakt dromerige popliedjes die met de energie van een rammelende punkgitaar gespeeld worden.

Gitaristen en tevens keyboardspelers Nathan O’Dell en Joe Trainor vinden elkaar in de dreampop band Wildhoney, welke na het prachtige jaren tachtig geïnspireerde Sleep Through It langzaam in een langdurige winterslaap wegzakt. Ondanks dat het gezelschap nooit is opgeheven, maakt het duo na de twee jaar geleden verschenen Naive Castle EP een doorstart met Dummy waar ook de kersverse Wildhoney drummer Alex Ewell zich bij aansluit. Toch is het bassist Emma Maatman van de snoeiharde noisy shoegazerband Kent State die het wezenlijke verschil maakt. De zangpartijen worden gelijkwaardig verdeeld, waardoor er een mooie diversiteit in het geluid ontstaat.

Dummy maakt ritmische verantwoorde spacerock met rondspattende luchtbellen gitaarexplosies, die als plakkerige bubblegum kleven aan de mierzoete suikerspinnen intergalactische droomcollages. Kleurrijk als een Willy Wonka snoepfabriek, waar nieuwe smaken herenigd worden met abstracte basisvormen. Laten we het erop houden dat de twee gitaristen passagiers zijn van een retro Station To Station reiservaring waar een op dreef zijnde stoomtreinmachinist de drumbeats er doorheen loodst. Een uit de hand gelopen energieke lsd trip waarbij de scherpe randjes worden weggepoetst door relativerende down to earth route uitstippelende baslijnen.

Smerige geoliede door de jaren negentig geïnspireerde rammelende garagerock. Voortgestuwd door folky samenzang en hypnotiserende drones die spirituele wegen berijden om de eindbestemming te bereiken in de mediterende Atonal Poem new age klanken. Mandatory Enjoyment is een avontuurlijke tijdmachine trip die langs aerobic glitterbal new wave reist, en dwars door ontregelde gillende punkgitaren heen raast. In verwarring gebracht door een ritmische warboel en net niet kopje onder gaande in de verraderlijke noise golven.

Dummy - Mandatory Enjoyment | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Almeeva - To All My Friends (2021) 3,0

30 oktober, 17:27 uur

stem geplaatst

» details  

Public Service Broadcasting - Bright Magic (2021) 4,0

27 oktober, 18:26 uur

stem geplaatst

» details  

Marissa Nadler - The Path of the Clouds (2021) 4,0

27 oktober, 17:40 uur

De oliestroperige folksongs van Marissa Nadler vinden twee jaar geleden onderdak en verschuiling in de geluidsterreur van Stephen Brodsky. Droneflower is het verbond van twee eigenzinnige kunstenaars die zich voeden met de negativiteit van de zelfkant. Marissa Nadler gaat op haar negende soloplaat The Path of the Clouds nog een stap verder, door de schoonheid uit die verschrikkingen te filteren en op de voorgrond te plaatsen.

Ik weet niet of het er aan ligt dat Marissa Nadler de afgelopen pandemieperiode heeft gebruikt om piano te leren spelen, maar de nummers winnen hierdoor wel in overtuiging. Het grote verschil is dat Marissa Nadler zichzelf neerzet als een verleidende wellustige Luxuria. Een Sirene in geestverschijning die de slachtoffers met berustende hypnotiserende zanglijnen en voortkabbelende gitaarakkoorden naar haar toe lokt. De duisternis zit verborgen in de aardedonkere keyboard begeleiding, waar de gitzwarte toetsen de hoofdrol opeisen.

De interesse in het bovennatuurlijke trekt Marissa Nadler naar de waarheidsgetrouwe X Files getinte Unsolved Mysteries documentaires. Zonder de romantiek maar gebaseerd op feitelijke kennis. Juist die veelal lugubere open eindes vormen een inspirerende voedingsbron voor de kronkelende misconnecties in de grillige gedachtegang van deze getalenteerde singer-songwriter. Afglijdend in de slibberige smurrie die zich in haar verziekte hersenen ontwikkelt. En wie laat zich niet graag stiekem meevoeren in de levensechte horrorverhalen?

Bessie, Did You Make It? Het ijzingwekkende verslag van twee geliefdes die in 1928 met hun kano tussen de kloven van het Twin Falls gebergte verdwijnen. Een aldaar wonende verdachte kluizenaar wordt onterecht neergezet als de persoon die hiervoor verantwoordelijk is. De legende krijgt een gruwelijke wending als vijftig jaar later een vrouw beweert dat ze in de anonimiteit wilde verder leven en haar minnaar vermoord heeft. Een typische Murder Ballad die vergelijkingen vertoont met het Henry Lee liefdesverhaal van Nick Cave en PJ Harvey, maar dan als een vertellend Lana Del Rey sage in een illustratief Twin Peaks landschap.

De geheimzinnige zangeres laat je wegzweven in retro symfonische klanken van The Path of the Clouds. In alle stilte wegglijden van de veeleisende wereld die zich als een zwerm hongerige aasgieren op je stort. De verbeeldende heroïek van de geslaagde ontsnappingspoging die de beruchte kaper D.B. Cooper onderneemt als hij als kamikazepiloot uit een vliegtuig springt, en er nooit meer iets van hem vernomen wordt. In dezelfde lijn ligt Well Sometimes You Just Can’t Stay, over een goed geplande Alcatraz uitbraak en de schizofrene dolende zielen die als gewetenswaardige echo’s weerkaatsen in Couldn’t Have Done the Killing.

Harpiste Mary Lattimore spoelt sprankelend de drijvende stoffelijke resten weg in If I Could Breathe Underwater die uiteindelijk door het moeras flora en fauna verzwolgen worden. Door de aanwezigheid van gastzangeressen Amber Webber van Black Mountain in Elegy en Emma Ruth Rundle bij Turned Into Air creëren ze karakteriserende familiare zustereigenschappen. Een identiek dreampopsfeertje waar verraderlijke feeën zich inmengen met liefkozende Witte Wieven.

In deze verwilderde vertakte sprookjeswereld mag de van Cocteau Twins bekende bassist en producer Simon Raymonde het onkruid kortwieken en de mystieke donkere paden begaanbaar maken. De grenslijn tussen traditionele folk en gotische jaren tachtig postpunk wordt beslecht in het voordeel van een bovennatuurlijk spanningsveld. De kracht van iets gruwelijks transformeren tot iets moois.

Marissa Nadler - The Path of the Clouds | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Atmosphere - Word? (2021) 3,5

26 oktober, 23:21 uur

stem geplaatst

» details  

Dean Blunt - Black Metal 2 (2021) 4,0

26 oktober, 13:45 uur

stem geplaatst

» details  

Justin Adams & Mauro Durante - Still Moving (2021) 4,0

26 oktober, 13:26 uur

stem geplaatst

» details  

Nick Cave & The Bad Seeds - B-Sides & Rarities (Part II) (2021) 4,0

25 oktober, 22:57 uur

Avalanche 1984; dreigend vanuit het diepste van de ziel.
Avalanche 2020; fragiel vanuit het diepste van de ziel.
Het beest is getemd en getransformeerd tot een zacht lovely creature.

De Leonard Cohen cover geeft exact die fase weer waar Nick Cave zich hedendaags in bevindt. Een humaan persoon die zijn verdriet deelt met zijn luisterende publiek, en waar nu behalve bezinning en verdriet gelukkig ook ruimte is voor humor en zelfreflectie. Een lach en een traan, met een openhartige gastheer. Met Warren Ellis als enig The Bad Seeds zekerheid betreedt hij de podiums om de nodige indruk achter te laten. Niet alleen met zijn songs, maar soms nog meer met de verhalen daarachter. De amicale verstandhouding is uniek in het leven van Nick Cave, die daar vrijwel geen vriendschappen in toelaat, maar de laatste jaren deze steunbetuiging wel accepteert. Het tweetal staat aan de basis van het intieme Push The Sky Away, het persoonlijke Skeleton Tree en het rouwproces Ghosteen.

Wil ik wel opnieuw geconfronteerd worden met de nummers die herinneringen oproepen die gekoppeld zijn aan het overlijden van Arthur Cave? Ik weet het niet. Blijkbaar laat Nick Cave het toe om dit nogmaals te delen. Hoe houden de sobere tracks zich staande als ze geamputeerd worden van de volwaardige albums en in momentfracties voorbij komen? Want daar draait het grotendeels bij B-Sides & Rarities (Part II) om. Zeker nu de aandacht vervlakt en het dit jaar verschenen Carnage naar de achtergrond verdwijnt. Gewoon weer een prima plaat, maar dan zonder de impact van het vorige werk. Toch ben ik blij dat Nick Cave ervoor gekozen heeft om een doorstart te maken, al kan ik het ook begrijpen als het nu klaar zou zijn. Prima dus dat hij doordacht een andere keuze maakt.

De luchtigheid van Hey Little Firing Squad, Fleeting Love en het Bruce Springsteen achtige Accidents Will Happen gaan terug naar het 2008 van Dig, Lazarus, Dig!!!. Nick Cave die zich met foute pornohangsnor neerzet als een gladde onbetrouwbare ladykiller. Het is jammer dat er geen restmateriaal uit de gelijktijdige zwaar rockende Grinderman periode op de plaat staat. Het is dan ook een Nick Cave & The Bad Seeds samengesteld geheel, en daar staat dit project los van. Zonde, want juist dit afwijkende vuige zwartgeblakerde hoofdstuk zou een mooie aanvulling zijn. Alleen de duistere missing link Vortex is hier aanwezig. Jammer dat deze smerig gespeelde gitaartrack het toen niet gehaald heeft. Vortex behoort tot de hoogtepunten uit deze tijd, en bewijst nogmaals de zorgvuldigheid van de uiteindelijke albumkeuzes.

Het met Debbie Harry gezongen Free To Walk is een mooi eerbetoon aan Jeffrey Lee Pierce, de The Gun Club stadsduivel die zijn liefde voor Miami en Las Vegas bezingt, en waar The Bad Seeds gitarist Kid Congo Powers zijn roots heeft. Leuk, maar beide artiesten kunnen beter, de onderhuidse spanning die hij bij andere gastzangeressen weet op te roepen ontbreekt hier. Het treurend vioolspel van Warren Ellis op Avalanche overtuigt en is een mooie aanvulling op het pianospel van de The Idiot Prayer filmsetting. Vreemd genoeg ontbreekt deze op de albumversie van het concert, al gaat mijn voorkeur uit naar die loeizware eerste From Her to Eternity opende coverversie.

King Sized Nick Cave Blues is de letterlijke observerende beschrijving van de Push The Sky Away albumhoes, de gordijnen openen zich echter pas bij de binnendringende zonnestralen van Instrumental #33 en het prachtige liefdevolle Glacier. Het overdonderende Needle Boy is een bekentenis van de junk Nick Cave die de zelfkant van het leven opzoekt. Als een graatmagere schim spookt het met de duivelse Lightning Bolts bliksemstralen rond. Verdovend als drugs, nadreunend als een cold turkey. Kant en klaar songs die niet passen op het dromerige Push The Sky Away (welke emotionele titeltrack hier wel live op te vinden is) maar die wel die onheilspellende nachtlevenstempel dragen. Opium Eyes hoort in het rijtje tussen Needle Boy en Lightning Bolts thuis, en handelt ook over zijn verslavingsdrang, maar is van een later tijdstip. In diezelfde lijn ligt het typische Nick Cave spoken word voordracht Animal X, een presentje om de Record Store Day te promoten. Het breekbare Give Us A Kiss staat op de 20,000 Days On Earth soundtrack maar is qua sfeer vergelijkbaar met het latere Skeleton Tree.

Het elektronische First Skeleton Tree, gemaakt op een zondagochtend voor de dood van Arthur Cave, heeft al dat lugubere voorgevoel. Tijdens het werkproces vormt zich een verstikkende doodskleed over de opnames heen, die de verdere verloop in gitzwarte duisternis doopt. Hell Villanelle, de ommezwaai, de stilstand met dreunende hartaanval drones die alle zekerheden ontnemen en er helemaal niks voor teruggeven. Doordat de setting van Skeleton Tree door de dramatische gebeurtenis in een klap totaal verandert, blijven er veel ongeschikt geraakte nummers liggen. Sudden Song wordt al in het beginstadium geschrapt, First Girl In Amber is te jazzy, ook het zachte Life Per Se en het zeer passende Steve Mc Queen zijn plotseling onbruikbaar geworden. God is een filmacteur die de touwtjes in handen heeft, en deze abrupt doorknipt.

Big Dream zal uiteindelijk leiden tot de bezongen hemelweg in Ghosteen. Euthanasia, de ademloze pianoballad van The Idiot Prayer, die daar zo mooi tot het recht komt in de lichtval van de goudbruine zonnestralen. Earthlings wordt ook al vaak live uitgevoerd, en het is vreemd dat deze sleutelsongs op Ghosteen ontbreken. First Bright Horses en de ritmische veldslag First Waiting For You zijn voorstudies van de uiteindelijke versies die op Ghosteen terecht komen. Bij Heart That Kills You wordt het akkoordenschema van The Mercy Seat erbij gepakt om tot nieuwe ideeën te komen. Ondanks de impact van de gekozen tracks is deze minder indrukwekkend dan B-Sides & Rarities (Part I). Daar betrof het een langere periode, en het blijft een gemiste kans dat Grinderman totaal genegeerd wordt.

Nick Cave & The Bad Seeds - B-Sides & Rarities (Part II) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Boogie Beasts - Love Me Some (2021) 3,5

25 oktober, 03:54 uur

De duistere periode dat bluesartiesten hun ziel aan de duivel verkopen ligt al lang achter ons. Als The White Stripes en The Black Keys rond de eeuwwisseling succesvol de rol van new school bluesmuzikanten opeisen, trekken ze de aandacht van jonge muziekliefhebbers en overtuigen zelfs de oudere puristen. Bluesrock is hot, jamsessies worden publiekelijk bijgewoond en levert interessante interacties op. Zo ook in het Belgische bluescafé De Blauwe Kater te Leuven, waar tien jaar geleden een viertal geroutineerde muzikanten elkaar treffen. Boogie Beasts is al snel een feit.

Ze vinden hun weg binnen het bluescircuit en brengen in 2015 het stevige Come And Get Me op de markt. Een mooie opmars naar het twee jaar geleden verschenen traditionelere Deep. De bluesharp staat hier wat minder prominent op de voorgrond, waardoor de stevige gitaarriffs en psychedelische swamprock meer tot zijn recht komt. Boogie Beast verkeert in bloedvorm, en het is dan ook een aderlating als zanger Mathias Dalle na een bewogen jaar eind 2019 aankondigt dat hij de band gaat verlaten. Gelukkig vinden ze snel een waardige vervanger en schuift Boogie Beasts Patrick Louis als vocalist naar voren.

Er volgen in 2020 twee singletracks. Mine All Mine is nog wat standaard, maar de donkere nachtclub song Howl klinkt al veelbelovend overtuigend. Een groot aandeel hierin vervult de wereldberoemde Amerikaanse garagerock producer Jim Diamond. Zijn gestoei met de sound krijgt een meer dan aangenaam vervolg als begin dit jaar het sexy met verleidelijke subtiele vrouwenzang opgeleukte Bring It On uitkomt. Patrick Louis is helemaal ingeburgerd en trekt de song volledig naar zich toe. Boogie Beast staat op datzelfde kruispunt als waar de vernieuwende woestijnrockers van ZZ Top in de jaren tachtig linksaf sloegen en een lift kregen van de plaatselijke discokoning.

Het catchy dansbare Favorite Scene verschijnt begin zomer, een paar maanden voor de aankondiging van het relaxte Love Me Some, de derde studioplaat van Boogie Beast. De afwisseling zet zich door in de met jaren zeventig T. Rex glamrock invloeden verrijkte Get Away, het stevige eighties gitaarwerk in A Girl Like You en de cross-over dancefunk van Like a Snake. Er wordt weer ouderwets hard geblazen in het intro van The One, een typerende Jim Diamond track, maar dan gegoten in een onverwoestbaar gepantserd Boogie Beasts maliënkolder.

De kerkelijke Blues Brothers soul van I Don’t Care doopt het herboren gezelschap onder in opzwepende gospel. Op diezelfde lijn ligt de swinging motown van In Your Hands welke ruw onderbroken wordt door een zwaar hallucinerend psychedelisch tussengedeelte. Het verslavend trippende Run You Down is het begin van een energie boost die gedoseerd volgens doktersafschrift zijn vervolg krijgt in het slidegitaargeweld en op de staart trappende mondharmonica van moerasstamper Get Me Out of Here. Boogie Beasts is in deze barre tijden de aanstekelijke gangmaker op het geïmproviseerde Love Me Some feestje.

Boogie Beasts - Love Me Some | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

My Morning Jacket - My Morning Jacket (2021) 4,0

24 oktober, 17:56 uur

Love Love Love, hebben we allemaal niet gewoon een beetje meer liefde nodig? Met deze evangelische boodschap trekt het vredelievende My Morning Jacket anno 2021 de wereld in. Laat iedereen in zijn waarde, respecteer andermans keuzes, liefde overwint alle problemen. Natuurlijk is deze hippie-ideologie best wel kortzinnig, al raakt het wel de kern. We zijn toe aan een herboren positief ontwikkelingsstadium, net als de Amerikaanse indierockers uit Louisville, die na een lange stilte van zes jaar uiteindelijk de opvolger van The Waterfall presenteren.

Oké, we werden zoet gehouden met een fraaie collectie aan leftovers, die vorig jaar als The Waterfall II de weg naar het hongerige publiek vond. Maar ook dan blijft het nog steeds wachten op de vervolgstappen van frontman Jim James die zich als een wereldvreemd genie afzijdig van de publiciteit houdt en in zijn eentje hard aan de slag gaat met vers albummateriaal.

De rest van My Morning Jacket benut die vrijgekomen tijd om een vriendendienst te vervullen op het magische folkrockalbum Eraserland van Strand of Oaks. Door het muzikale antwoord op de emotioneel gedragen beladenheid van Timothy Showalter werpt deze gepassioneerde samenwerking zijn vruchten af in de inlevende verfijning van het geluid van My Morning Jacket. Een hernieuwde start, die niet voor niks als plaat de bandnaam My Morning Jacket meekrijgt. Een cadeautje uit het onbereikbare sterrenstelsel van Jim James, gevormd in een elftal kristalheldere schittermomentjes. Zelfs de gedurfde keuze om hier een drietal lang uitgerekte tracks in te verwerken valt verrassend goed uit.

Diamonds are growing in the garden
Raindrops are filling up the sea
Excuse me, you know I beg your pardon
For this interruption
Now back to regularly scheduled programming

Love Love Love, de single met dat lekkere op de nostalgische jaren tachtig leunende ritme. Een krachtige samenwerking tussen rockende gitaarpatronen en stevig stemgeluid waardoorheen het echoënde refrein en opbeurende teksten de koppeling met die heftige feitelijkheid intact houden. Dus minder zweverig dan wat je in eerste instantie vermoedt. Regularly Scheduled Programming is juist zeer realistisch. Het afstandig communiceren via internet, de behoefte aan tastbaar contact in de vorm van knuffels en kusjes. Sta op, en durf te leven. Sta op, en plug die verstofte gitaar in en ga weer spelen. Hallelujah! My Morning Jacket is helemaal terug, en wat hebben we ze gemist. Direct is daar die soulvolle bezieling weer. Wat fijn dat een herboren gospelpredikant Jim James zijn persoonlijke shit en twijfels overwonnen heeft.

Doordat vrijwel alle aandacht naar de frontman gaat, vergeet je al snel de overige essentiële muzikanten. My Morning Jacket is vooral een Carl Broemel plaat. Hij laat zijn gitaar in alle eenzaamheid huilen, voegt de psychedelische lagen toe, en zorgt ervoor dat het instrument ouderwets smerig mag gaan rocken. Aan de horizon is het einde van die langdurige herfst zichtbaar. The Devil’s In The Details laat flarden ronddwalende klassiek elektronische instrumentatie landen in een verzachtend freejazz bigband klankenlandschap. Dat ze veel meer zijn dan een hedendaagse spirituele retro rockband bewijzen ze wel door de wijze geesten uit het verleden te infiltreren in het verwachtingspatroon van het heden.

Tussen de zware levensvragen ontstaat er zelfs ruimte voor het vrolijke kermisdeuntje Lucky to Be Alive, welke als een vreemd eendje hulpeloos rond spartelt en afbreuk doet aan het verder evenwichtige geheel. Een miskleun, waardoor het begrip meesterwerk definitief geschrapt wordt. Toch blijft het leuk hoe My Morning Jacket een spinnenweb aan zijdraden blijft spannen door deze track weer te verweven aan With a Little Help from My Friends. Het belang van goede vriendschap en daardoor lekkerder in je vel zitten.

David Gilmour is de leermeester in het aan Shine On You Crazy Diamond memorerende In Colour, waar de kerkelijke orgelpartijen het jaren zeventig geluid nogmaals dik aanzetten. Laat iedereen in zijn waarde, laat ze schitteren als verblindende diamanten. De regenboog verwijzingen zijn te herleiden tot de LGBT gemeenschap, die eindelijk die lang gehoopte erkenning krijgt. Een geniale zet om de invloeden van deze Pink Floyd klassieker terug te laten komen, zelfs de achtergrondkoortjes in Out of Range, Pt. 2 en I Never Could Get Enough knipogen openlijk naar deze progressieve rockgrootheden. My Morning Jacket herpakt zich stukken steviger dan verwacht, waar zo’n zorgvuldig ingecalculeerde stilte toe kan leiden. Mooi!

My Morning Jacket - My Morning Jacket | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

KUUNATIC - Gate of Klüna (2021) 4,0

24 oktober, 06:19 uur

Keer Tokio binnenstebuiten en schep een nieuwe mythologische wereld die oeroude muzikale tradities mengt met de energie en dwarsheid van de punk. Het feministische anarchistische powertrio Kuunatic maakt hedendaagse wereldmuziek, maar dan wel volgens de principes van Klüna. Een denkbeeldige planeet samengesteld met de zelfgecreëerde leefregels en muzikale wetten van deze dames.

Gate of Klüna is een fictieve sage welke het verhaal vertelt van de opkomst van een nieuw tijdperk, waar een keizerin het volk waarschuwt voor een verschuiving in het klimaat met de nodige natuurrampen tot gevolg. Zo ver zit het conceptverhaal niet verwijderd van de realiteit, maar het mysterieuze karakter koppelt er wel een spraakmakende eigen identiteit aan. Real life escapisme dus, verpakt in de waanzin van een vreemd bovennatuurlijk sprookje. Het drietal heeft de dynamiek van een occulte heksenkring die rituelen misbruikt om doelen te behalen, aan de andere kant roepen de kinderlijke zangstemmen en herhalende mantra’s ook het verlangen naar de eeuwige jeugdigheid op.

Keyboardspeler Fumie Kikuchi is vooral geïnteresseerd in de psychedelische progressieve rock, bassist Shoko Yoshi heeft meer op met de duistere postpunk zweverige ambient. Drummer Yuko Araki is de bekendste naam van het gezelschap en is op dit moment aan het toeren met visueel kunstenaar Daisy Dickinson. Haar hart ligt dicht bij de cyberpunk elektronica en het zwaardere hardcore werk. Kortom, een unieke band die een nog unieker geluid neerzet. Gate of Klüna is een Japanse midden aarde ervaring, maar dan ingekleurd volgens de manga animatiewijze. De van Gang Gang Dance bekende producer Tim DeWit krijgt de lastige opdracht om het geheel te analyseren en te kanaliseren

Dewbow, waar zware Westerse drums een slachtveld aanrichten door als militante dictators in de Oosterse cultuur binnen te dringen. Het inmengen van destructieve noise wordt overwonnen door bezwerende fluiten en de indringende krachtpatserij van de overwinnaarsmentaliteit die de driedimensionale samenzang koppelt aan euforie en jeugdig enthousiasme. De magie van Desert Empress Pt. 1 zit hem in de ritmische hypnose en de rituele duivelsuitdrijving. Kuunatic als manische Riot Grrrl act, inclusief de stoere oprechtheid en rasechte puurheid.

Het aanvallende Desert Empress Pt. 2 geeft de duisterheid weer in een maatschappij waar het licht van de zon verdrongen is door de nachtelijke maneschijn. Dat hemellichaam wordt tevens aanbeden in het heugelijke Full Moon Spree, waar de droge baslijnen van Shoko Yoshi de spirit van de jaren tachtig new wave mee oproepen. De oudheid van Tītián ontwaakt door hedendaagse tribale percussie. De kracht van het element vuur staat hierbij centraal doordat vulkanen hun giftige emulsie van lava en steen over futuristische Krautrock gronden van Lava Naksh verspreiden.

Met Raven’s War wordt de wederopstanding ingeluid. Een hoog theatraal animatiegehalte, die teruggrijpt naar sciencefiction beelden uit de jaren zeventig. Tegendraadse drums halen als een neerwaartse droomvlucht het tempo omlaag om te eindigen in het helsrode vagevuur van de ziel. De triomfantelijke volksdans Para Bennyà zit als laatste albumtrack op een misplaatste plek en heeft daar eigenlijk geen toegevoegde waarde. Als aankondiging zou deze beter tot zijn recht komen. Waar ben je plotseling in terecht gekomen en waar leiden deze kronkelende wegen naar toe? Het avontuurlijke Gate of Klüna is een voorbij razende krakkemikkige achtbaan zonder begin en einde, en zonder rem.

Kuunatic - Gate of Klüna | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Hana Vu - Public Storage (2021) 4,0

23 oktober, 00:22 uur

Als Do It Yourself artiest timmert de uit Los Angeles afkomstige Hana Vu al een tijdje aan de weg en maakt ze als vijftienjarige al de nodige indruk met het solerende werkstuk OUTTAKES. Daarop staat een beklemmende duistere Lovesong coverversie van de The Cure klassieker, welke nog doodser en hopelozer klinkt dan het origineel. Het met vrienden volgespeelde Sensitive wordt nog niet echt opgepakt, maar met How Many Times Have You Driven By trekt ze de aandacht van het aan Fat Possum gekoppelde Luminelle Recordings. Daarna gaat het balletje wel rollen. Met Nicole Kidman / Anne Hathaway plaatst ze zich in 2019 in de NME Top 100 lijst van veelbelovende nieuwe artiesten. Het op Ghostly International verschijnende Public Storage is na deze EP’s haar eerste volwaardige album.

De vervlakking van de eenzaamheid die woorden laten vervagen in de schitterende lentezon van 2020. Onzekerheden en het dreigende isolement. Gewoon een paar gedachtes die opkomen bij het wegdromende April Fool, de openingstrack van Public Storage. Hana Vu plaatst de bewustwording van de natuur tegenover de stilte van de benarde maatschappij. De zuurheid van een felgekleurde wegbrandende West Los Angeles staat gelijk aan een oranje hemel op aarde in de City in Dust song Heaven. De jonge singer-songwriter is met haar 21 jaar al volwassen genoeg om die wereldwijde ellende op papier een passende plek te geven. Al lees je tussen de regels door dat het persoonlijk communiceren haar zwaar valt wat ze later nogmaals benadrukt in World’s Worst.

Boosaardige leegte wordt overrompeld door heftige gitaarnoise en verbindt in Gutter de jaren negentig door hier een flinke lading aan georkestreerde Britpop op los te laten. Het evangelische Maker laat juist de berustende folky kant van Hana Vu horen, die al hopend op bescherming de toekomst tegenmoed kijkt. Verder zijn het vooral de tiener slaapkamer kilte in het aan nostalgie vastklampende keyboardtrack Everybody’s Birthday en de aangeslagen drummachine beats in Anything Striking die kletterend memoreren naar de tachtiger jaren. Ook het toegankelijkere uptempo Aubade heeft een positief opbeurend new wave karakter.

Bij de klaagzang van Keeper haalt ze de inspiratie bij Running Up That Hill van Kate Bush vandaan. Dezelfde krachtige strijd, dezelfde dramatiek, dezelfde antwoordloze vragen. De rauwheid van haar postpunk liefde zit verweven in de melancholische pop van het zwaarmoedige titelstuk Public Storage. Het deprimerende sleutelnummer welke ze tijdens het gehele opnameproces als een betrouwbare vriend met zich meedraagt, maar die zich door de afwijkende houding als een afstandige vijand ontwikkelt.

Hana Vu sleept zich weemoedig door Public Storage heen. De chaos in haar leven stapelt zich op in de onuitgepakte verhuisdozen die bij I Got symbool staan voor het ongeordende bestaan. Opslagruimtes die het onmogelijk maken om zich te hechten aan de omgeving, al is die emotionele behoefte in het naar vastigheid schreeuwende verlangen in My House absoluut aanwezig. Public Storage is een op grauwgrijze achtergrond bewerkt schilderij met een overschot aan weggestopte Red Rain tinten. Door de vrouwelijkheid in de songs krijgt de plaat een liefdevolle benadering en onderscheidt Hana Vu zich van haar star denkende mannelijke collega’s die weinig hoopvolle romantiek toelaten in hun negatieve doemdenken.

Hana Vu - Public Storage | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Tora - A Force Majeure (2021) 3,5

22 oktober, 01:55 uur

stem geplaatst

» details  

Holy Hive - Holy Hive (2021) 3,5

22 oktober, 00:59 uur

stem geplaatst

» details  

Myrddin - Monstruos y Duendes Vol. 3 : Médyn (2021) 4,0

22 oktober, 00:07 uur

stem geplaatst

» details  

David Keenan - "WHAT THEN?" (2021) 4,0

21 oktober, 19:40 uur

Het in januari 2020 verschenen veelbelovende debuut A Beginner’s Guide to Bravery is een droomstart die David Keenan al snel buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk brengt. Wie is toch deze jonge coole gast die op voortreffelijke wijze de beleving van oude Ierse folk traditionals met jeugdig enthousiasme weet te presenteren? Nog net voordat corona zich mondiaal verspreid, geeft hij een voortreffelijk optreden in het Amsterdamse Paradiso, en worden er vervolgplannen op papier gezet. En dan valt alles stil… What Then?

David Keenan is een gepassioneerde persoonlijkheid, die zoveel liefde uitstraalt. Met die aantrekkingskracht weet hij de luisteraar te ontroeren en diep te raken. De emotionele schreeuw die de puurheid van de kleine liedjes zo mooi omlijst, heeft op What Then? plaats gemaakt voor een bredere universele benadering. Gaat dit ten koste van de kwaliteit van zijn nieuwe tracks? Nee, dat niet, die blijven dat hoge niveau aanhouden. Levert hij er wel wat persoonlijke diepgang voor in? Ja, dat wel, maar het gaat er nu vooral om wat hij hier voor terug geeft.

Songs als het uptempo Beggar to Beggar, de gelikte popsong Sentimental Dole en het treurende gedicht van zijn Schotse naamgenoot The Grave of Johnny Filth zouden zich prima kunnen socialiseren op het debuut. Het onschuldige jongensachtige in zijn stem heeft een volwassen warm randje gekregen. Natuurlijk, veroudert iedereen sneller door de impact van afgelopen periode, maar de metamorfose in het geluid van deze Ierse volkszanger is immens te noemen. Nog steeds zijn daar die hoge gillende sprongetjes waarmee hij de zinnen eindigt, hij weet de nummers ook doorleefder op vertellende wijze te dragen. Hij overtroeft zichzelf met beeldende woordentovenarij in het tekstueel zeer sterk observerende Peter O’Toole’s Drinking Stories, waar de spanning vijandig effectief toeslaat.

Op het moment dat de wereld dreigt weg te zakken in de grijstinten van de pandemie, grijpt David Keenan de kans aan om het verloren jaar te ontvluchten. Dit brengt hem in eerste instantie in Parijs, om vervolgens door te reizen naar het altijd warme en kleurrijke Barcelona. Hij offert daarmee wel een deel van zijn roots op, en verbreed zijn kennis om zich te verdiepen in invloedrijke schilders. Een ander leefklimaat en de zoektocht in de kunst levert nieuwe inspiratiebronnen op, die absoluut de weg gevonden hebben op What Then?. Maar ook in die bezielende locaties wordt de zanger getroffen door de trieste leegstand van verlaten galerijen, welke zijn plek opeist in het eenzame Hopeful Dystopia. Het nieuwe geluk overstemt ook niet die melancholische Me, Myself and Lunacy heimwee naar zijn vaderland.

De duisternis ontfermt zich over What Then Cried Jo Soap. De zelfverzekerde vreemdeling die verdoofd door de alcohol en liefde de eerste stappen zet in een omgeving die niet de zijne is. Uitheemse verleidelijke gewoontes, die uitnodigend op elke straathoek hem staan op te wachten. Hij neemt ze tot zich en transpireert ze uit als eigen gemaakte lichaamssappen. Broeierig, een tikkeltje ondeugend en vooral mysterieus. Zichzelf overgevende aan de zonlicht ontwijkende verlokkingen die zijn kwetsbare ziel binnendringen om zich daar definitief te nestelen. Het geloof in een hoopvolle toekomst brokkelt af en laat zijn sporen achter in het decadente gitzwarte Bark. Overeind krabbelen en keihard op je plek gewezen worden, strijdend tegen de demonische waanzin, geïllustreerd door bezwerende 1001 nachten orkestratie.

Ieren staan er om bekend dat de verbindende familiebanden erg hecht zijn, en uiteraard is dat bij David Keenan niet anders. Het brok in de keel moment Philomena is een prachtig en oh zo herkenbaar eerbetoon aan zijn grootmoeder. Een eigenwijze experimentele puber die zich verzet tegen de generatie van zijn ouders, maar wel voor de nodige wijze raad en levenslessen bij zijn oma aanklopt, en in vertrouwen zijn worstelingen en onzekerheden met haar deelt. Net als David Keenan was ze een poëtische verhalenverteller, die deze krachtige eigenschap aan hem overdraagt. Het ontkiemingsproces begint dus zeer dicht bij die huiselijke kern. Grogan’s Druid, de terugkeer op de geboortegronden van het mythische Dundalk. De verloren zoon die op vrijdagavond de plaatselijke kroeg binnen wandelt, omarmt wordt en vervolgens samen met zijn vrienden een katerrijk weekend inluidt. Zo mooi om met die thuiskomst te eindigen.

David Keenan - WHAT THEN? | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Frank Carter & The Rattlesnakes - Sticky (2021) 3,5

19 oktober, 22:16 uur

Zo dwars mogelijk zwemt de tengere gespierde Frank Carter met zijn hardcore maatjes van Gallows tegen de stroming in. Een zestal jaren schreeuwt hij zijn stem de verrotting in, en herpakt zichzelf vervolgens in het vocalen besparende Pure Love project. De keuze om melodieuze zanglijnen aan de sound toe te voegen levert het punkrock lijflied album Anthems op. Ondanks de lovende reviews en positieve reacties leeft deze roodharige volledig getatoeëerde energiebom nog steeds in onvrede en werkt met The Rattlesnakes aan een verfijning van het geluid en gaat met Blossom terug naar die Gallows basis. Een therapeutische primal scream die de getergde ziel bloot legt en laat exploderen in een huiveringwekkende pijnbestrijding.

Het twee jaar geleden verschenen End of Suffering is bijna een verraderlijke rockalbum geworden met heuse tienerpop invloeden. Vreemd genoeg accepteren de die hard fans deze overstap, al plaatsen ze uiteraard bij het eindresultaat wel de nodige vraagtekens. Sticky gaat door het leven als de vierde Frank Carter & The Rattlesnakes plaat. De overwinnaars vechterslust, het arrogant betreden van de ring, de knock-out, het vallen en de wederopstanding tot het schaamteloos toelaten van een flinke dosis aan elektronica. Dit alles is te herleiden tot die gewaagde overstap op Sticky. En levert het uiteindelijk het gewenste resultaat op? Die vraag kan ik helaas niet overtuigend met een yes! beantwoorden.

Nu stijlgenoten als IDLES met hun nieuw verworven sterrenstatus, keihard effectief doorpakken en zelfs lompe elektrobeats toelaten, geeft ook Frank Carter zijn begeleidingsband The Rattlesnakes de opdracht om vette cyberpunk riffs te reproduceren. Die switch roept de kwaadaardige boosheid en de venijnige kick ass mentaliteit van The Prodigy op en laat op een gedenkwaardige wijze de Keith Flint spirit herleven. Wat zou dit excentrieke boegbeeld zich vereerd hebben gevoeld om zijn opruiende nalatenschap en weerspiegelde schijt aan de wereld houding te reflecteren in deze warrige corona periode. Frank Carter neemt die bloed spugende rol op zich, vaak zelfs tweedimensionaal versterkt door de aanwezige gastzangers.

De van IDLES bekende arbeidersvolksheld Joe Talbot offert bij snelheidsduivel My Town daarvoor zijn aan gort gezongen stembanden op. Een retestrakke identificerende pandemiesong, maar ook commercieel gezien een catchy hoogstandje. Helemaal bevredigend is het echter niet. Je verwacht dat juist deze twee iconische grootheden die duellerende uitnodiging zwaar bewapend zouden oppakken. Hier is het kinderlijk soldaatje spelen op een van de toegankelijkste tracks van Sticky. Dit eindresultaat wordt nog lichtelijk overtroffen door het vrolijke magere boyband meezingrefreintje in Cobra Queen.

Titeltrack Sticky is het zinloos in verwarde toestand zich identificeren met de demonische stadswezens van de nacht, die de kwetsbaarheid opzoeken en innerlijke bloedzuigende kwelgeesten vrij spel geven. Het is een risicovolle straatrace, confronterend en uitwijkend. Het startpunt van een gedigitaliseerde Playstation game, die zich in de voltooide tegenwoordige tijd afspeelt. Rusteloos, binnen de beperking van vier blinde muren, die steeds dichterbij komen.

Door krachtig de vernietigende duisternis te misbruiken komt het verrassend clean gezongen Cupid’s Arrow behoorlijk heftig binnen. Je krijgt op je netvlies het huiveringwekkende filmbeeld van een genadeloos toeslaande psychopaat gebrand die via onschuldige datingsites de verveling tegen gaat en daar zorgvuldig zijn slachtoffers bij uitkiest. Jack the Ripper in hedendaagse cyberpunk vermomming, getransformeerd naar het nachtelijke Londen, inclusief alarmerende sirenes en oncontroleerbare waanzin. Die gekte neemt alleen maar toe als het geheimzinnige Sigue Sigue Sputnik prototype neefje Lynks met zijn losgeslagen elektroshock gestoordheid de retro Bang Bang amfetamine glamrock kick en de psychobilly Go Get a Tattoo Batmantune de vernieling in helpt.

Helaas lukt het Nu Metal schreeuwlelijk Cassyette niet om met de emo uithalen Off with His Head naar haar toe te trekken. Puur een kwestie van de zangeres verkeerd in de eindmix plaatsen. Het blijft een raar haantjesgedrag mannenwereldje, en het levert door die smorende wurggreep een gemiste kans op. Och, het kan nog erger, Bobby Gillespie is helemaal onzichtbaar in Original Sin. Blijkbaar is zijn heilig verklarende status voldoende om mee af te sluiten. Frank Carter maakt met Sticky absoluut nieuwe vrienden, al zullen oude fans argwanend en vijandig vanaf de zijlijn toekijken. Het beest is getemd, gromt nog een beetje na, maar bijt niet meer.

Frank Carter & The Rattlesnakes - Sticky | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Black Marble - Fast Idol (2021) 3,5

18 oktober, 16:29 uur

Bigger Than Life is een voorzichtige eerste aanblik van het daglicht. Ontwaken uit die eeuwigdurende winterslaap en het stilletjes accepteren van de aankomende nieuwe lente. De verlegen popliedjes van Black Marble zijn er helemaal klaar voor om die dieptrieste achtergrond van de eerste twee inktzwarte platen te ontvluchten. Terecht verweet ik de band op de voorganger het gebrek aan inlevende diepgang. Ze zoeken dan wel die muzikale aansluiting met het grijze jaren tachtig gebeuren op, maar het is vrijwel onmogelijk om deze ellende te vertalen naar het heden. De dromende poëet Chris Stewart is te jong om deze bloeiperiode bewust mee te maken, en representeert letterlijk het oude geluid door er weinig eigens aan toe te voegen. Lastig, lastig, lastig…

En dan komt vervolgens die gitzwarte coronawolk boven drijven, welke nog steeds zwaar gevuld boven de kwetsbare aarde hangt. Een realistische voedingsbodem waarmee Black Marble zich geloofwaardig herenigt met die vrijwel identieke oldschool new wave basis, en misschien belangrijker nog, het gelijk kan halen door de twijfelende luisteraars alsnog te overtuigen. Afgelopen juli kondigen ze al de nieuwe plaat Fast Idol aan, met het glinsterende geluksmomentplaatje Somewhere als vooruitgeschoven startpunt. De prachtige clip weet op bijzondere wijze de herkenbare nostalgische gevoelens te verwerken in een treffend hedendaags tijdsbeeld. Was het maar daadwerkelijk zo eenvoudig, dans de problemen weg en herenig je met feestende gelijkgezinden. Of doet de wereld gewoon zo moeilijk, en is het inderdaad zo simpel.

Die hunkering naar het jaren tachtig synthwave geluid wordt ondertussen massaal onderstreept door het gros van artiesten, die met opzichtelijk jatwerk hun hedendaagse pophits opsieren. En daar ligt toch wel het wezenlijke verschil. Black Marble is trouw aan de eerder uitgezette lijnen en profiteert niet opzettelijk van deze aandacht. Chris Stewart blijft die dromerige romanticus. Het ontplooide donkere randje rondom de vocalen waarmee hij de prille ontkiemingsstadium kilte van debuutplaat A Different Arrangement ijzige ijsdampen liet uitademen is sporadisch terug te horen. Al is het overduidelijk dat Black Marble niet meer terugkeert naar die postpunk vrieskou. Als mechanische tranen druppelen de deprimerende klanken als een zure regen uit de vintage keyboards en blikkerige drumcomputers. Niet zozeer zuur en verbitterend vanwege de tevens aanwezige klimaatproblematiek, maar zuur vanwege het onzekere pessimistische toekomstbeeld.

Black Marble verwerkt de melancholische boodschap in dansbare beats. Het opwekkende effect om met een kopje zwarte koffie de ochtenddepressies te bestrijden. De opstartproblemen van Bigger Than Life zijn geëlimineerd waardoor Chris Stewart zich net wat hoopvoller presenteert. Ondanks de onderhuidse negativiteit in de teksten is daar dus wel dat nieuwsgierige toekomstperspectief. Op Fast Idol begrijp ik die gemiste empathie armoede die ik op de voorganger maar niet kon plaatsen. Het zijn gemeende observerende teksten, die opgesloten zitten in de ingetogen gedachtegang van de weemoedige vocalist. De melodielijnen zijn aangenaam zangerig maar drijven weg op vlakke eentonigheid en vragende onzekerheden. Hierdoor blijft hij echter wel dicht bij zichzelf. Fast Idol is een forse stap vooruit naar het herhalende verleden.

Black Marble - Fast Idol | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Kiosque of Arrows 2 (2021) 4,0

18 oktober, 16:28 uur

Hamburg heeft zijn Golden Pudel Club, Düsseldorf had in het verleden het Salon Des Amateurs. Twee belangrijke uitgaansgelegenheden die zijn opgezet door op elektronica gerichte kunstenaarscollectieven, welke vanuit deze ontmoetingsplekken alternatieve dance avonden organiseren. De pioniers vinden vervolgens onderdak bij het Bureau B label. Vanuit Hamburg zijn dit onder andere Helena Ratka en Sophia Kennedy van Shari Vari. De uit Düsseldorf afkomstige Detlef Weinrich bouwt vanuit Kreidler als Tolouse Low Trax een muzikale carrière op, en is tevens initiatiefnemer om in Salon Des Amateurs een bruisende underground scene te creëren. Om ervoor te zorgen dat de obscure bands niet in de vergetelheid verdwijnen, brengt hij als alter ego Tolouse Low Trax nu de verzamelaar Kiosque Of Arrows 2 uit, bestaande uit acts die op wat voor manier dan ook binding hebben met Salon Des Amateurs.

Het uit Barcelona afkomstige Macromassa is al vanaf halverwege de jaren zeventig actief, en legt een melancholische jazzsfeer over het duistere gesproken El Consecuente Aspecto de Geometría heen. Geruisloos dringt zich op de achtergrond een discobeat op welke het geheel een indrukwekkende tripgoth vibe meegeeft. Het mysterie van de beruchte club, voortreffelijk samengevat in een minimalistische openingstrack. De Italianen van The Stupid Set komen voort uit de bloeiperiode van de no wave en brengen op de afterparty lounge van Basset nog meer duisternis toe. Met samplers van race auto’s vormen ze een anti climax op de overwinnaarssound van Yello’s The Race. De Bolognezer muzikanten gaan net wat roekelozer en risicovoller te werk en eindigen in filmische tragikomische spaghettiwestern spookgeluiden.

Het deprimerende Turijnse DsorDNE heeft zijn oorsprong in de kille jaren tachtig. De prachtige poëtische voordracht van Roberta Ongaro op Il Senso Di Torpore heeft raakvlakken met het baanbrekende darkwave werk van Anne Clark en behoort absoluut tot de hoogtepunten op Kiosque of Arrows 2. De latere techno stroming dankt zijn naam aan de revolutionaire Londense Techno Twins. Donald And Julie Go Boating is vooruitstrevend, spannend en zou zelfs nu niet misstaan op een stapavond mee af te trappen. Heerlijk mellow met uitgewerkte dubtechnieken, onderhuidse industrial noise en een vleugje Italo disco. De walsende klassieke pianoklanken in La Valse De Salon van het tevens Britse Venus In Furs vormen een mooi intermezzo maar geven een vertekend beeld van waar deze zwartgallige doem wavers toe in staat zijn.

De exotische beats van Camino Largo roepen het fluorescerende eighties vakantiegevoel op. Niet vreemd dus als je weet dat uitvoerder Javier Segura afkomstig is uit de Canarische Eilanden van vakantieoord Santa Cruz de Tenerife. Man, wat weet hij met zijn diepe soulstem het verlangen naar vroeger op te roepen. Sterker nog, je omarmt de song direct als een verloren vriend, om deze vervolgens niet meer los te laten. Het kindvriendelijke downtempo Oedipa Maas Y Los Àtomos is een dromerig slaapliedje waarmee het Britse Bassæ de verborgenheid van de baarmoeder weergeeft. Terug naar de kern, het ultieme cooling down moment.

Lydia Tomki was een Amerikaanse punkdichteres, en wat is het gaaf om de vroeg overleden hier terug te horen. Hot June Evening is verhalend sterk, de perfecte mix tussen gedragen melancholie en vluchtige, net aanraakbare beats. De uitzichtloosheid van de zonnige Californication in de hang naar geluk. Iueke & Lippie snijden in de ritmische tribals en paranoïde fluitwerk Van Gogh – La Farandole Op.1 het levensverhaal van de schilder in stukken. Een cut up techniek die versterkt wordt door de haastige Frans gesproken passages, verwarrend, vervreemdend, maar wel indrukwekkend.

De prachtige Japanse verschijning Kaoru Hirose is voornamelijk bekend vanwege haar rustgevende verfijnde inktschilderijen, maar heeft in een grijs muzikaal verleden Dah-May-Yoo uitgebracht. Heerlijk eigenzinnig en dwars, flink shoppend tussen de Japanse elektronische prullaria en speelgoedtrommels met een opvallende jungle drum & bass uitloop, en zoals het merendeel op deze verzamelaar haar tijd behoorlijk ver vooruit. Het psycho futuristische Chariot Of Palace verbroedert de Japanse roots van Viola Renea met een tikkeltje krautrock ideologie en laat ons uiteindelijk weer landen in Salon Des Amateurs. een opvallende kanttekening is toch wel dat Detlef Weinrich ervoor gekozen heeft om zichzelf en andere Duitse pioniers geen rol te gunnen op deze collectie van merkwaardige zeldzame opnames. Gedurfde lef en een mooi dankbaar gebaar naar zijn invloedrijke voorbeelden.

Tolouse Low Trax - Kiosque of Arrows 2 | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

( r ) - Titan Arum (2021) 4,0

18 oktober, 16:27 uur

De Titan Arum is een gigantische grote reuzenaronskelk waar de bloem er als een triomfantelijke kloppende fallus recht boven uitsteekt. Het toppunt van mannelijkheid. Helaas heeft de plant ook als nadeel dat deze een verschrikkelijke stinkende geur verspreidt, alsof er een lijk in een verregaande staat van ontbinding ligt weg te rotten en in inktzwarte pek gedoopte tentakels van het kwaad hulpeloos om zich heen grijpt. Een mooi uitgangspunt voor de excentriek uitziende Fabrizio Modonese Palumbo. Een veelgevraagde Turijnse gitarist die op de meer experimentele werken van Xiu Xiu, Einstürzende Neubauten, Paolo Spaccamonti, Father Murphy en Julia Kent een ondersteunende bijdrage levert.

Het zijn niet de meest toegankelijkste artiesten die nu hier met hun persoonlijke signalement het territorium afbakenen door er een druipend spoor aan muzikale uitwerpsels achter te laten. Titan Arum is de vijfde plaat die de Italiaan onder het alias (r) heeft uitgebracht. In principe een soloproject, maar door de aanwezigheid van eerder genoemde artiesten is het een veelzijdig collectief geworden. Een bijzonder samenspel van een veelvoud aan gelijkgezinde muzikanten, die hun duistere schaduwen werpen over de helse gedachtenkronkels van Fabrizio Modonese Palumbo.

De schoonheid aan de zichtbare oppervlakte welke van binnenuit door kwaadaardige cellen wordt aangetast. Al zal de misselijke ontoegankelijkheid veel potentiele luisteraars weghouden. Laten we uitgaan van een therapeutische muziekbeleving die niet voor iedereen is weggelegd. Zelfs de zwartgallige Leonard Cohen cover Lullaby roept een soort van oer gevoelens op die zijn onder te brengen in de begrippen angst, onwetendheid, lust, machteloosheid en de overige aspecten van de donkere zelfkant. De laatste aardse nacht als het definitieve aftellen is begonnen en de secondes tikken slopend voorbij.

De occulte psychedelica van het huiveringwekkende Botox is volgepompt met onheilspellende field recordings, welke Vanija van het industrial gezelschap NCN CNC CCC ertussen heeft gestopt. De jammerende angstkreet van het Father Murphy duo Freddie Murphy en Chiara Lee die gesmoord worden door een zwerm aan allesvernietigende drones, stoffige kerkorgels en zware luidende doodsklokken. Botox, het verval plamuren en de bloedende littekens verstikken onder een flinke laag camouflageplastic.

Gitarist Jochen Arbeit van Einstürzende Neubauten sluit aan bij de bijna fluisterende gereanimeerde death disco sound van The Side Effects of Self Indulgence, die nog sterker overtuigt in de lekkere dansbare Hard Ton Rmx. De waanzin van Jamie Stewart (Xiu Xiu) openbaart zich in Oblivion waar hemelbestormende beats bevochten worden door kerkelijke Moog paranoia. De poort naar de deprimerende postpunk wereld wordt geopend met het illustratieve voorspel van Vacant Stares en de demonische Zen ervaring The Llama and the Rabbit. Genadeloos worden we een smerige achterkamer binnen gelokt waar de sado machistische discobeats van het verwarrende The Sssophisssticated Sssofa Sssnakesss keihard toeslaan.

Titan Arum is de eeuwig durende strijd tegen het lichamelijke verval, waar de grijsheid van de ouderdom de gerimpelde huid laat scheuren, en hompen taai vlees de breekbare fragiele botten als een afgedankte Red Coat enigszins bescherming bieden. Een kwartier lang pakt Fabrizio Modonese Palumbo zijn momenten door die eenzaamheid van het afsterven te beantwoorden in desperate slide gitaarspel, een ronddolende mellotron en een adembenemend spoken word schouwspel. De hel bevindt zich net om de hoek met een grijnzende Fabrizio Modonese Palumbo als uitnodigende gastheer.

( r ) - Titan Arum | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Vanishing Twin - Ookii Gekkou (2021) 4,0

18 oktober, 16:25 uur

De architecten van het grote experiment genaamd Vanishing Twin flikken het weer en zijn ook nu heerlijk op dreef. Met de gedreven jazzy junglebook triphop van titelstuk Big Moonlight (Ookii Gekkou) laat het Londense gezelschap horen waar ze zich op dit moment bevinden. Nou, ergens in die funkende retro seventies grens van gelikte dance grooves met een heerlijk uitdagend Frans accent. Uitdagend zegt u? jazeker! Dit broeierige multiculturele gezelschap flirt met die vintage tropicana erfenis die ze uit een viertal verschillende geboortegronden hebben opgebouwd. Je kan onderhand spreken van de kernelementen aarde, water, lucht en vuur met Vanishing Twin als de som der delen. Bijzonder veelzijdig, uniek in het complexe effectenspel.

Vanishing Twin bestaat uit Cathy Lucas, de Spaans exotische keyboardspeelster en het zingende boegbeeld. De Italiaanse percussionist Valentina Magaletti, die in het verleden werkzaam is geweest met grootheden als Thurston Moore, Bat for Lashes en Gruff Rhys. De Japanse bassist Susumu Mukai, in het wereldje meer bekend onder het alias Zongamin. De Moog synthesizer expert Man From Uranus, een Brits fenomeen, opererend onder de afkorting Phil M.F.U. En de Franse Elliott Arndt, artistiek brein en als filmmaker tevens van grote invloed op de vormgeving en die zich steeds minder met het muzikale gedeelte bezighoudt. Een vijftal muzikanten die hun bergen aan bagage uitgebreid etaleren en zorgvuldig de puzzelstukjes passend maken door ze af te schaven en te verknippen. De ene keer in samplevorm, vervolgens met heuse instrumentatie.

De psychedelische Krautrock en pompende Madchesterbeats van Choose Your Own Adventure aarden op het intieme The Age of Immunology om vervolgens voorzichtig het nachtleven binnen te sluipen. Ookii Gekkou is hedendaagse metropoolmuziek, klaargestoomd om de totale wereld te observeren, te absorberen en vervolgens te veroveren. Spannend donker en dansbaar.

In de eerdere fases zat de band nog met een denkbeeldige navelstreng verbonden aan de trendsetters van Stereolab. Ookii Gekkou is mijlenver verwijderd van die leeggeplukte zomerse clubkern. Het Vanishing Twin syndroom, jezelf voeden met een ander, de gedeelde krachten opeisen om die vervolgens af te stoten, waarna deze uiteindelijk in het niets verdwijnen. Vanishing Twin snijdt zich als een zelfstandig plantenstekje af van het grote voorbeeld, waarna de invloeden in stilte afsterven en uiteindelijk zullen vervagen.

De zonnekoning van de jazz, Sun Ra wordt aanbeden in het hevig funkende Phase One Million, al is het de goddelijke afrobeat krachtbron Fela Kuti die goedkeurend vanuit zijn overkoepelende sterrenhemel imperium toekijkt. Een extase van opeenvolgende muzikale orgasmes die de zaadjes planten voor het universele alsmaar transformerende Zuum, welke als hypnotiserende slang het bovennatuurlijke hoffelijke Adam en Eva paradijs van Eden verwoest en de verlokkingen loslaat in de totaal verknipte klankenpartijen van The Organism. De vocalen lijken gestolen te zijn van een stemacteur welke de inleidende futuristische beelden van een ouderwetse sciencefiction B-movie inspreekt die ergens in een ontgonnen junglegebied is opgenomen. Onzichtbare avontuurlijke geheimen zitten diep verborgen in die onderste onontdekte lagen en openbaren zich pas na meerdere luisterbeurten.

In Cucina is achttienplus Walt Disney. Een demonische trancemusical voor ophitsende volwassenen met bezwerende mantrazang en losgeslagen percussie. Uiteindelijk is het toch de verzachtende stem van liefdevol moederfiguur Cathy Lucas die in Wider Than Itself het muzikale breiwerk verlost van de strakke verstrengelende knopen en rafelige oneffenheden om er weer een berustend geheel van te maken. Mondsnoerende klinisch dode vocoders en dansbare bigbeats in Light Vessel zoeken de aansluiting met jaren negentig op, maar is wel de zwakkere broeder op deze verder prima plaat. Vreemd genoeg werkt de bleek ingevallen duisternis op de vluchtige ontastbare Krautrock sound van Tub Erupt juist wel. Het rondspokende gekkenhuis in de ontspoorde breinen van dit kwintet heeft met Ookii Gekkou een mooi resultaat afgeleverd.

Vanishing Twin - Ookii Gekkou | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Efterklang - Windflowers (2021) 4,0

18 oktober, 16:22 uur

Efterklang verpakt maagdelijke onschuld in tedere fragiliteit. De lokroep van deze Denen reikt veel verder dan het thuisland. In een grijs verleden hebben de betoverende klanken mij al eerder in een euforische dancetrance gebracht. Een unieke live ervaring die hooguit geëvenaard wordt door de ingetogen baarmoeder belevenis van het stukken speelsere, maar enigszins gelijkwaardige Sigur Rós.

Toch wel een aangename verrassing. Wie rekende er nou op een nieuwe Efterklang plaat? Ik in ieder geval zeker niet. Het verhaal was voor lange tijd nog niet volledig verteld, maar bij voorganger Altid Sammen viel alles passend op zijn plek. De stilte van zeven jaar was nodig om de cirkel rond te krijgen. Een prachtige memorabele titel, die ik altijd in verband breng met de eeuwige liefde. Het hemelse verbond, vorm gegeven met hemelse liefde. Het schitterende sterrenstelsel werd voor de laatste keer toegewuifd, een waardig afscheid met een flinke dosis aan progrock invloeden. Dan is het prima dat Casper Clausen eerder dit jaar samen met Peter Kember van Spaceman 3 een doorstart maakt met het experimentele Better Way. Daarop zweefde hij nog eventjes gewichtloos boven de wereld om vervolgens een geaarde landing te maken.

Helaas vraagt de geamputeerde maatschappij feitelijk gewoon om een nieuwe Efterklang plaat. De afgelopen twee jaren waren betonhard en beton grijs. Door de stilstand raken de ledenmaten ondervoed en sterft de ziel langzaam af. Het hart is verlamd geraakt door die bloedarmoede en heeft een flinke dosis aan positiviteit nodig. De schoonheid herontdekken, het in beweging zetten en voorzichtig een simpel dansje wagen. Het euforische gevoel oproepen waar ik tien jaar geleden zo intens door geraakt werd. Raken, ik herhaal het bewust zo vaak, we verdienen het om geraakt te worden.

Windflowers die hun zaadjes gemakkelijk laten verplaatsen, licht en kleurrijk. De nieuwe lente aanbiddend, de tussenliggende periode vergeten en op datzelfde punt verdergaan als waar Altid Sammen twee jaar geleden stopte. Is dat mogelijk? Ja, dat is mogelijk. Het verleden is een gepasseerde nachtmerrie, de toekomst een hoopvol sprookje, welke uiteindelijk uitgroeit tot een waardige geschiedenisles. Casper Clausen is spaarzaam met zijn zorgvuldig gekozen woordkeuze. De nostalgische eighties melancholie zit hem vooral in die prachtige combinatie van de huiskamerinstrumentatie waarbij de treurende viool en de in stilte opererende piano een grote rol speelt en elektronische veldopnames het overige werk verrichten.

Alien Arms, door de pandemie zijn wij de vervreemde buitenaardse wezens geworden. Zo lang het virus niet onder controle is, domineert deze het bestaan als een dominante gastheer. Samen te strijden trekken, met niet zozeer de muziek als wapen, maar wel als vredelievend bestrijdingsmiddel. De donkerbruine zware baspartijen van Rasmus Stolberg reiken als kolossale reuzen torenhoog boven de muzikale omlijsting uit, en kietelen voorzichtig de hemel. Als beloning geeft deze de natuurlijke warmte cadeau die vervolgens beantwoordt wordt door de zachte samenzang van Casper Clausen en Indrė Jurgelevičiūtė waar fraaie achtergrondvocalen zich daar als onbesmette witte engeltjes doorheen weven.

Als de zanger dan solo die pastorale hoogtes in Hold Me Close When You Can opzoekt, vind hij zijn meerdere in een bovennatuurlijke, bijna Goddelijke soulvolle ontmoeting. Jammer dat de vocoders in Dragonfly die puurheid in een klap wegvagen, maar daar wel pittige dansbeats voor teruggeven. Dansen, dansen, dansen, feestend op de toekomst. Je leeft maar een keer en die reservetijd is de afgelopen periode al versneld in werking gesteld. Living Other Lives heeft de energie van die bewuste avond in de concertzaal, waar ik aarzelend de dansvoer op getrokken werd om al trippend in beweging gezet te worden. Missie voltooid, eventjes wegzweven zonder gedachtes, zonder emoties, met alleen het egocentrische zelfbeeld als danspartner. Heel eventjes volledig in controle met jezelf. De kracht van het volledig los zijn.

Wat valt er dan nog te melden over Mindless Center? Die overgave laat je niet meer terugkeren naar de zoektocht om de juiste woorden te vormen, en is dat dan nog noodzakelijk? Je wordt opgeslokt in dat immense zwarte gat, de avondvullende duisternis die overgaat in dat zorgzame opgespaarde verlangen naar het nachtleven. Levenloos in gedachten zwevend op de klanken van House on a Feather, de moedertaal oerkracht omarmend in de adembenemende gezongen rave explosie van Åbent Sår. Meer heb je niet nodig.

Efterklang - Windflowers | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Eric Bibb - Dear America (2021) 3,5

13 oktober, 00:50 uur

stem geplaatst

» details  

Ulrich Schnauss & Mark Peters - Destiny Waiving (2021) 4,0

11 oktober, 17:52 uur

Al op jeugdige leeftijd raakt de in het Duitse Kiel geboren Ulrich Schnauss gefascineerd door de grensverleggende elektronische muziek van Tangerine Dream. Vanuit de krautrock ontwikkelden deze een eigen sound, die omarmt wordt door de spirituele new age beweging. Zijn voorliefde van dit dromerige geluid breidt zich vervolgens uit met het effectenbehang van shoegazer acts als My Bloody Valentine en Slowdive. De Liverpoolse gitarist Mark Peters heeft een vergelijkbare interesse. Als frontman van de shoegazer/dreampop band Engineers lijft hij in 2010 Ulrich Schnauss in.

Deze coöperatie zet zich voort in het gezamenlijke project wat eenvoudig naar beide muzikanten genoemd is en waar vervolgens de bij het Bureau B label uitgebrachte Underrated Silence (2011) en Tomorrow Is Another Day (2013) uit voortvloeien. Als Ulrich Schnauss een jaar later de mogelijkheid krijgt om zich bij zijn helden van Tangerine Dream te voegen, komt er al snel een einde aan deze samenwerking. Na de dood van Edgar Froese brengen ze nog het zeer overtuigende Quantum Gate, maar daarna wordt het stil rondom het Tangerine Dream netwerk. Dit leidt vervolgens tot een vernieuwde samenwerking tussen Ulrich Schnauss en Mark Peters. Beiden hebben in de tussenliggende tijd soloplaten uitgebracht en die verrijkte bagage is goed hoorbaar.

Acht jaar na Tomorrow Is Another Day verschijnt dan Destiny Waiving, net als de voorgangers op Bureau B. Ook hier betreft het een ontdekkende ruimtereis door de muzikale kosmos. Het sleutelwoord op Destiny Waiving is eighties. De Koude Oorlog kilheid zit hem in het decennia welke aftrapt in die ijzingwekkende winter, een presentje welke we overgehouden hebben van de valse start uit het einde van de jaren seventies. In de tweede helft van de jaren tachtig drukken de door de ozonlaag verwarmde zonnestralen de mechanische soberheid weg om plaats te maken voor de lente van het welvarende kapitalistische tijdperk, de jaren negentig. De twee muzikanten zijn in die periode opgegroeid en delen dus deze achtergrond. Het emotionele pianospel in Words Can Be Dismissed reflecteert de postpunk erfenis door er beslagen dampkringnevels aan toe te voegen.

Het lekker hard binnen knallende The Supposed Middle Class heeft datzelfde soortgelijke mysterieuze sfeerpallet waarmee het producersduo Daniel Lanois en Brian Eno de grijsheid van de jaren tachtig mee inkleurden. Mark Peters krijgt vrij spel om zijn gitaar heerlijk te introduceren voordat Ulrich Schnauss het met swingende, ja zelfs dansbare, eighties synthesizerpartijen weer overneemt. Hindsight Is 20 / 20 zoekt wel die krautrock uitvlucht op, maar heeft verder genoeg verbintenissen met The Supposed Middle Class. In het gitaarspel van Mark Peters zijn zelfs typische The Edge invloeden hoorbaar. Gedurfd om meer rock toe te laten, waardoor het tweetal hun meest veelzijdigste plaat aanlevert.

Destiny Waiving heeft het euforische overwinnaarsgevoel en is stukken pakkender dan het eerdere werk. Behoorlijk eighties minded dus en zelfs erg toegankelijk. Een new age compositie als Chiaroscuro en de synoniemtrack Clair-Obscur zouden niet misstaan op een folky Enya album. Net als bij de gelijknamige Italiaanse schilderkunst worden de licht-donkercontrasten sterker uitgebeeld dan ze in werkelijkheid vaak zijn en geeft het een driedimensionaal effect. Je kruipt als het ware in de muziek om dichter bij die verlichtende kern te komen. Het filmische So Far, The Moment is een bont mengsel aan gereproduceerde herinneringen en een mooi afrondend geheel.

Ulrich Schnauss & Mark Peters - Destiny Waiving | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Pond - 9 (2021) 4,0

11 oktober, 17:51 uur

Als Pond in het begin van 2009 hun psychedelische luistertrip Psychedelic Mango de muzikale kosmos inschiet zit het trio gelijktijdig in de studio om met Kevin Parker Innerspeaker, het debuutalbum van Tame Impala af te ronden. Ondanks de onrealistische droomstart van dit project blijven de leden trouw aan de hypnotiserende druggy spacende seventies sound van Pond, en gaan steevast door met het afleveren van schitterende soundscapes aan ejaculerende noise terreur en hallucinerende akkoordenschema’s. Stapsgewijs dringen muterende disco vertakkingen zich op die van Man, It Feels Like Space Again een meer pop georiënteerd afgerond geheel maken. De eigenzinnige gekte van The Weather laat weer een gedurfde vooruitstrevende ontwikkeling horen.

Maakt Pond nu dezelfde misstap als het grote sideproject Tame Impala, waar Kevin Parker met het lichtere op de commercie gerichte The Slow Rush zijn ziel aan de grote platenbonzen verkoopt, of gaan ze terug naar die eigenzinnigheid waarmee ze zich ooit op de Australische landkaart plaatsen? Laat ik maar direct duidelijk zijn, de negende studioplaat 9 staat mijlenver verwijdert van die trance verwekkende droompopbasis. Maar wat heeft Pond anno 2021 dan wel te bieden?

Soul, heel veel soul. Uit de ruimte neerdalende computergestuurde vrouwelijke achtergrondvocalen introduceren een herboren drietal welke zich laat dopen in een schoonwassende rivier aan licht vibrerende eighties new wave golven, sympathieke saxofoonblaaspartijen en dominerende hiphopbeats. Song For Agnes nodigt niet zozeer uit om te dansen, dat gebeurt vanzelf wel.

Pond klinkt in alle opzichten vernieuwend en fris, en overtreft The Slow Rush van Tame Impala met gemak. Prettig gestoord dendert een verdwaalde Czech Locomotive over de Duitse Krautrock snelwegen, heerlijk voorthobbelen op het uitbarstende slagveld aan zelfdestructieve drumslagen en geestverruimend postpunk gitaarwerk. Heel eventjes is daar die hunkering naar het old school Pond gebeuren, al wordt die verder totaal niet gemist.

Vanuit geopende keukenraampjes weerklinkt de opkomende discosound van America’s Cup. Een nostalgische wandeling door de jaren zeventig straten van New York waar de opruiende jeugd als een West Side Story gang samenvoegt om zich klaar te maken voor het koortsige zaterdagavond stapfestijn.

De slowly funky wicked drummerboy rekt zich op Take Me Avalon I’m Young uit om vervolgens ingehaald te worden door het levensgrote schaduwsilhouet van Michael Jackson. Verscholen achter zijn Pink Lunettes zonnebrilglazen laat hij de gouden tegeltjes oplichten in van hem geleende Wanna Be Startin’ Somethin’ baslijnen. Heerlijk hoe die dromerige cooling down uitloop het laat versmelten in het ultieme afterparty gevoel.

I need some human connection
I need some human touch
I been behind these screens so long
I’m leading with my crotch
I’m getting dizzy, dizzy, dizzy and I need static, Ecstatic

De stuwende elektropunk van Human Touch is sexy en opzwepend, en flirt openlijk met het Daft Punk nalatenschap. Heerlijke donkere nachtclub erotica voor in de late uurtjes. Opgewonden verlangen we naar die gemiste sensationele verbroedering. Klaar met dat eenzame bestaan, connectie is het sleutelwoord.

The Twenty Four Hour Party People Are Back In Town! Dance, Dance, Dance, To The Radio. Er mag weer gefeest worden. Soms uitbundig, zoals in het vrolijke Rambo, dan weer teruggetrokken schaduw dansend in het sobere Gold Cup / Plastic Sole. Een dorstige Toast op het leven. We drinken om te vergeten totdat we vergeten dat we aan het drinken zijn.

Pond - 9 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Chubby and the Gang - The Mutt's Nuts (2021) 3,5

11 oktober, 17:50 uur

Het agressieve uit West Londen afkomstige punkgezelschap Chubby and the Gang is heerlijk radicaal links en trapt flink tegen de gevestigde orde aan. Charlie “Chubby” Manning-Walker is amper vijftien jaar oud als hij al in de hardcore punkscene terecht komt en de straten onveilig maakt. Zijn naam gaat al snel de ronde in het wereldje en hij verbreedt zijn netwerk door zich aan te sluiten bij het Liverpoolse straight edge gezelschap Violent Reaction waar hij bevriend raakte met Tom Hardwick. Dit tweetal staat aan de basis van Chubby and the Gang, en kaapt de overige leden weg bij Londense gelijkgezinden als Arms Race, Vile Spirit en Gutter Knife.

Als vorig jaar debuutplaat Speed Kills verschijnt is de dertiger Chubby al een geroutineerde oudgediende met de onvrede van een jeugdige relschopper. Nog steeds weigert hij om zichzelf te laten etiketteren volgens de maatschappelijke normen en waarden en spuwt hij zijn kritische teksten vol gal, slijm en bloed de wereld in. The Mutt’s Nuts is geen geromantiseerde bewieroking van de harde anarchistische krakersbeweging uit eind jaren zeventig, maar een bewuste voortzetting hiervan. Punk is nooit dood geweest, hooguit de mond gesnoerd. Vanuit de ondergrondse groepering worden pamfletten niet zozeer meer gebruikt als propaganda, maar worden de teksten netjes afgedrukt in de bijbehorende lay-out van de albums.

Titeltrack The Mutt’s Nuts is een strijdbaar anthem, het visitekaartje waarmee ze zichzelf voor de tweede keer volgens de pure grondbeginselen introduceren. De verkorte cursus zelfredzaamheid It’s Me Who’ll Pay hakt hier als een muzikale overlevingskit heerlijk op in. Toch laten ze een duidelijke verbreding van hun sound toe. Coming Up Tough is een regelrechte afslachting van Pulps klassieker Disco 2000, die hier vakkundig als verse bereide lappen vlees in verwerkt is. Gevaarlijk, omdat Chubby and the Gang daardoor ook die lopende band richting de gehaktmolen bewandeld om te verdwijnen in de commerciële brei aan massaproductie.

Door de gemotoriseerde straatduivels wordt er gesproken over de dreigende leegstand in de grote steden. Vluchtgedrag en de onvermijdelijke terugkeer naar het vertrouwde. De zinloze destructieve kant van het leven en correcte radiostations die het vertikken om die opruiende stem van de jongere arbeidersklasse te draaien (I Hate the Radio). Chaos ingekapseld als een onbestaanbaar gegeven, onderdrukt door de alles bepalende hogere macht. De verharde rol van de politie met Londen als de 51e staat van de Verenigde Staten. En Chubby and the Gang doet er zelf gewoon aan mee, door de primitieve Britse No Future kant te mengen met de melodieuze Amerikaanse bastaardkinderen die in de jaren negentig het begrip rock aan de punk koppelden.

Chubby and the Gang onderscheidt zichzelf door solerende wah-wah hardrockpassages in Pressure, een verbroederingsballad als de sentimentele country heimweesong Take Me Home to London, het bluesy intro van Lightning Don’t Strike Twice en de swinging boogiewoogie piano en sprekende mondharmonica in Life on the Bayou. Het loodzware White Rags doet daar nog een graf delvende schep bovenop. Met het gewaagde gevalletje hartenbreker tranentrekker Life’s Lemons verspelen ze zelfs hun geloofwaardigheid. Dat soort ongein en uncoolness hebben ze echt niet nodig. Tja, teveel lijm snuiven is slecht voor de hersencellen. Ze spelen een gevaarlijk Risk spelletje, erg gevaarlijk zelfs.

Chubby and the Gang - The Mutt's Nuts | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Daydream Three - The Lazy Revolution (2021) 3,5

11 oktober, 17:48 uur

Daydream Nation van Sonic Youth uit 1988 is toch wel De Heilige Graal van de noiserock. In de schaduw van de verlichtende kaars op de albumhoes werken bands stilletjes aan een soortgelijk geluid. Nirvana gebruikte Teen Age Riot als inspiratiebron voor Smells like Teen Spirit en opent als portierwachter de voordeur van de hard/zacht gitaarcombinatie van de rockmuziek. Grunge is het hieraan gekoppelde modieuze toverwoord, al wordt die magie uiteraard veel breder gedragen. Ook de rockscene uit Italië zweert bij het baanbrekende werk welke vanaf eind jaren tachtig de ingedutte wereld als het ware wakker schudt.

Rond de eeuwwisseling begint de uit Sicilië afkomstige Enzo Pepi zijn werkzaamheden als noise gitarist bij formaties als Twig Infection en het naar hem genoemde The Pepiband. In 2019 brengt hij als eenmansproject Daydream een gelijknamige plaat uit, nu gevolgd door The Lazy Revolution. De bandnaam is uiteraard een verwijzing naar de titel van het Sonic Youth album. Daydream is ondertussen uitgegroeid tot een waar gezelschap en heeft als toevoeging Three gekregen. Met Christian Cutrufo (Twig Infection) op bas en Vincenzo Arisco (Walmus Brothers) achter het drumstel mag je nu gerust spreken van een trio. Op muzikaal gebied ligt The Lazy Revolution sterk in het verlengde van de voorganger.

Achter de zware deprimerende emo sound verschuilt zich een zoektocht naar de kleine gelukzalige momenten in het leven. De starheid van het grijze regenachtige door Seattle beïnvloedde geluid wordt onderbroken door de donkerbruine oktober herfsttinten van Autumn Afternoon. Het jaargetijde etaleert de wijsheid en ouderdom in de vergaanbaarheid van het leven. De nieuwe lente van het memorabele 1992 doorbreekt die verstikkende sluier en bewerkstelligt de definitieve opkomst van de gitaarrock. De geruite houthakkersblouse generatie met kapot gelopen legerkistjes, zichzelf verborgen houdend achter gezicht bedekkende beharing. The Lazy Revolution, zinloos toekijken hoe de decadente wereld opgeslokt wordt door een overwoekerend Twin Peaks landschap.

Daydream Three wroet in die modderige doorregende ondergrond, speurende naar de onderliggende schoonheid van het bestaan, de glazige leegte bestrijdend. Ver voorbij die kleverige zwarte zielenkern welke als een druiperige nicotinevlek de pijnlijke littekens markeert met aardedonkere gitaarakkoorden. The Lazy Revolution heeft een grimmige ondertoon. Een slopend feest van herkenning waar je noodgedwongen voortijdig de lichten moet doven. De eenzaamheid van verspilde warmte, uitzichtloos als kapot gesprongen lampen met een neerwaartse spiraal van zuinige verspeelde energie.

Daydream Three - The Lazy Revolution | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Karen Peris - A Song Is Way Above the Lawn (2021) 3,5

11 oktober, 17:47 uur

Durf te dromen en daarin te geloven, dat is de eenvoudige boodschap die Karen Peris met haar tweede soloplaat A Song Is Way Above the Lawn wil overbrengen. Roep het innerlijke kind in jezelf op, of plaats je naast die jeugdige onschuld waarin alles mogelijk is. Natuurlijk lopen er zachte lieve leeuwen in een bibliotheek rond, die zojuist ontsnapt zijn uit een opengeslagen prentenboek. En zo moet je A Song Is Way Above the Lawn ook beschouwen. Denk hierbij aan die kenmerkende illustraties van Fiep Westendorp bij de Annie M.G. Schmidt verhalen of de beroemde Gouden Boekjes reeks, die de liefdevolle vertellende verzinsels tot leven brengt. Alleen is Karen Peris geen tekenaar, maar de zangeres van de folky indiepop band The Innocence Mission.

De speelse meisjesachtige stem van Karen Peris leent zich perfect voor deze muzikale voordracht. Een jonge geest in een ouder lichaam, want zo mag je haar wel benoemen. The Innocence Mission brengt echter al in 1989 hun gelijknamige debuutalbum uit met songs die zich het beste laten indelen tussen de artistieke poppy kant van Kate Bush, de schelle hoge Cranes uithalen van Alison Shaw en het sprookjesachtige feeëngeluid van Cocteau Twins. Niet vreemd dus dat deze bijzondere zangeres de aandacht van multi-instrumentalist Simon Raymonde trekt, die haar inlijft op zijn Bella Union label.

De uit Lancaster, Pennsylvania, afkomstige Karen Peris wordt niet in het diepe gegooid. Het mede The Innocence Mission bandlid en tevens echtgenoot Don Peris verzorgt de drumpartijen en bespeelt de contrabas, als violisten schuiven de kinderen Drew en Anna aan. Karen Peris begeleidt zichzelf op de overige instrumenten. Een mooie familiare gelegenheidsgezelschap dus, die elkaar door en door kent. De kans is groot dat de songs hun basis hebben als verhaaltjes voor het slapen gaan, die moederlief Karen de kinderen vroeg in de avond tijdens de schooljaren vertelt. Eigenlijk is het thematisch gezien een waardig vervolg op het in 2014 uitgebrachte coveralbum Now the Day Is Over van The Innocence Mission.

Na de in 2012 verschenen intieme eerste soloplaat Violet volgt afgelopen zomer de nieuwe single I Would Sing Along, wat een meer uitbundiger vrolijk geluid laat horen. Een geslaagde introductie voor A Song Is Way Above the Lawn, die deze sfeer gedurende het halve uur perfect weet vast te houden. De boodschap laat zich direct al in het melancholische openingsnummer uitpakken. De pianoklanken verraden de weemoed naar betere tijden. Iedereen verlangt toch naar een Superhero, een beschermengel die als gids je door deze barre donkere periode heen helpt worstelen.

We vluchten weg in een surrealistische wereld om bij het gelukkige kindgevoel te komen. De schoonheid zit verborgen in de kleinste levenssprankelingen. De kleurrijke bloemen die ontwaken door de eerste ochtendgloren. Vroege vogels die besluiten om toch niet het zonnige zuiden op te zoeken, omdat ze het hier ook erg naar de zin hebben. Dat soort dingen. Het grote nadeel is echter dat Karen Peris verbaal net te vaak dat naïeve randje optimisme opzoekt, waardoor het te gemaakt overkomt. Als ze er juist die verontrustende moederskant op los laat, wint ze in overtuigende zeggingskracht. Misschien is ze te voorzichtig met haar naasten als muzikale begeleiders.

Karen Peris - A Song Is Way Above the Lawn | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Sølyst - Spring (2021) 4,0

11 oktober, 17:46 uur

Thomas Klein heeft een rijkelijk verleden in de Düsseldorfse muziekwereld opgebouwd als hij in 2011 onder het alias Sølyst aan de slag gaat. Met voormalige Deux Baleines Blanches leden maakt hij daarvoor al een succesvolle doorstart in het anarchistische Kreidler. Het tweede album Weekend wordt opgepakt door het alternatieve rockmagazine Spex, en de lezers spreken hun waardering uit door Kreidler uit te roepen tot nieuwkomer van het jaar. Een succesvolle periode volgt, met optredens op Roskilde en in Brighton (The Fringe).

Ze trekken tevens de aandacht van Daniel Miller van het Mute label die een aantal tracks onder handen neemt. Die nagelaten sporen van deze baanbrekende producer zijn zelfs zo groot, dat de aanpak op Spring te herleiden is tot de eerder uitgezette elektronische lijnen. Ook komen ze in het vizier van het Bureau B label, die in 2010 Kreidler onder hun hoede neemt. Als Thomas Klein een jaar later besluit om zich te verbreden, blijft hij verbonden aan die platenmaatschappij.

Spring is het vierde Sølyst album, en is een stukje luchtiger dan het in 2017 verschenen zware beklemmende The Steam Age, waar toepasselijk het nummer Autumn op staat. De herfst is voorbij, de lente is in aantocht. Gedateerde beats en blikken drumpatronen worden geherformuleerd tot een nieuw eigenzinnig verrassingspakket.

Sølyst herdefinieert met Spring de lente van de starre jaren tachtig door hier in eerste instantie welvarende nineties kleuren aan toe te voegen. Helaas gooit de vooravond van het Nu roet in het werkproces en wordt het positief geschetste beeld tijdens het opnameproces ingehaald door de grijsheid van het hedendaagse bestaan. Spring is dus geen nieuwe lente, maar opent spannend als een obscure jaren tachtig soundtrack van een vergeten slasher film die op de plank is blijven liggen. De echo uit het verleden, vervormd naklinkend in een achttal indrukwekkende tracks.

De aftakeling van het milieu, oliestroperig als de onoplosbare Midden-Oosten kwestie. De paniek om het COVID-19 virus, die als een afwachtend wezen genadeloos toeslaat. Het gedateerd futuristische Sheroes is de antiheld, het duistere nichtje van Moeder Aarde. De outlaw die zich diep in de bossen verschuilt en decennia lang afwacht om uiteindelijk keihard toe te slaan. Een sirene aan unheimische klanken, zuigend en dreigend als een opkomende migraine.

Flex, zit erg sterk in de eighties Mute label hoek, met losgeslagen donkere percussie en flinterdun Oosters klankenspel. De overtreffende stap hiervan is de stortvloed aan geweld in Atlas, waar de mythologische drager de wereld beschermd tegen een slagveld aan mechanische gestuurde regendruppels.

Het euforische Spiral is een heerlijke dansbare in extase werkende trip. De voorbode van een in hitte smeltende zonnestralen die genadeloos wordt afgeslacht in de anticlimax van de loeizware down to earth Electric Body Music van het vertraagde Front 242-achtige eindstuk Spring. En die zomer? Die mag met een plaat als deze nog wel eventjes wegblijven.

Sølyst - Spring | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Colver - Walk Swim Fly (2021) 3,5

10 oktober, 22:07 uur

Het uit Brussel afkomstige kwartet Colver zette een jaar of vijf geleden hun eerste stappen als Ugly Ducking. Maar ook dit lelijke eendje wordt uit die immens grote muziekvijver verstoten als blijkt dat een Canadese garagerockband al onder die naam actief is. Ugly Ducking wordt omgedoopt tot Colver. Tijdens de corona stilte brengt het gezelschap buiten een zwoele John Lennon coverversie van Jealous Guy ook nog een vijftal eigen composities uit. At My Window, Funny Things en Thinking Out Loud (themanummer voor de Ik Vertrek serie) sneuvelen uiteindelijk voor de Walk Swim Fly EP release, Doing It Wrong en West Coast zijn hier wel op terug te vinden.

De wereldsteden zijn verlaten, maar in de gesloten clubs dwalen de eenzame zielen van het nachtleven doelloos rond en wagen een dansje met de schaduwen uit het verleden. Elke stap leidt naar meer vervreemding, elke poging om het publiek te amuseren is een eindeloze sprong in het duister. En daar in dat zwarte gat presenteert Colver zich geruisloos en buigt diep voor de leegte. Steeds maar werden tracks vrijgelaten in de hoop dat ze de weg naar de luisteraar zouden vinden. Vervolgens komen de corona crisis beperkingen in beeld en het continu uitstellen begint een gewoonte te worden.

Het futuristische Doing It Wrong als de laatste autorit, om vervolgens thuis aan het werk te gaan. Geen luisteraars meer die in de files op de radiozenders nieuwe muziek oppakken. Geen vooruitzichten op concerten en sinds kort de moordaanslag op het vinyl, nu de grondstofprijzen gigantisch de hoogte in schieten. De melancholie van Walk Swim Fly, donkerrood als een verkeerslicht in stopstand. Don’t Walk, Don’t Swim, Don’t Fly. En dan toch het optimistische ritme, met opgeheven hoofd de hoogte in, frisse lucht inademend.

Percussie als het medicijn om de eenzaamheid te bestrijden. De bas als vergeten portier die de deuren opent. Welcome Back To Sunny Ghost City, waar de grijsheid de flitsende kleuren wegspoelt. Holle echo’s die zinloos schreeuwen en weerkaatsen tegen de wanden van de leegstand terwijl het geluid een poging doet om door de scheurende muren te ontsnappen. Een lichtpuntje in de weg naar buiten. Het privé onderzoek van True Detective wordt geleid door ska gangsters die de nachtelijke onderwereld domineren en elk sprankje hoop elimineren.

De smooth easy jazz van Bitcoin Billionaire glinsterend in kleine geluksmomenten die de liefdeswonden niet kunnen helen. De gitaar jankt tegen de onmacht en onrechtvaardigheid. Neonlichten doven definitief in West Coast om in gedachte die weg naar een dagdromend positief toekomstbeeld toe te laten. Zonnige coole Los Angeles gitaarklanken die hunkeren naar de San Francisco vrijheden omhult door mistige Seattle depressies. Walk Swim Fly is het bruisende Brussel in de staat van verval op de vooravond van de wederopstanding. Colver is er klaar voor.

Colver - Walk Swim Fly | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

» details   » naar bericht  » reageer  

Kacey Musgraves - star-crossed (2021) 3,0

7 oktober, 02:22 uur

stem geplaatst

» details