Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026
Sonic Youth - Daydream Nation (1988) 5,0
gisteren om 16:10 uur
Iedereen interpreteert muziek weer anders. Voor mij is Daydream Nation van Sonic Youth dus ook een statement voor alle andersdenkenden, die hier een eigen invulling aan geven. Kort nadat It Takes a Nation of Millions to Hold Us Back van Public Enemy verschijnt besluit Sonic Youth om zich in de studio op te sluiten. Toeval? Geen idee? Een paar jaar later verbroederd de soundtrack van Judgment Night in ieder geval hiphop succesvol met rock. De hiphoppers van Public Enemy luiden de noodklok en het antwoord hierop komt verrassend genoeg uit de alternatieve noise scene. De urgentie is groot, dat beseft Sonic Youth maar al te goed. Niet vreemd dus dat ze met hip hop producer Nick Sansano de studio induiken. Het is de opzet om een breed publiek aan zich te binden, het bereik landelijk te vergroten.
Daydream Nation is een eindeloze jamsessie, waarbij Sonic Youth door bevriende muzikanten aangemoedigd wordt om juist geen compromissen te sluiten. Daydream Nation is een album met de nodige stevige hardcore punk verwijzingen. Deze plaat komt dan ook in een uitgeleefde kelderstudio tot stand. Die Greene Street opnameplek is het hoofdkwartier van de hip hop scene. Omdat Sonic Youth dat geluid omarmt en dat respect publiekelijk uitspreekt, geeft dit geen problemen. Het is de opzet om dat agressieve straatgeluid zo puur mogelijk intact te houden.
New York trilt op zijn grondvesten en ergens ondergronds smeult er een beginnend vonkje, klaar om te ontvlammen. New York is nog steeds het hart van Amerika; ondertussen een verschroeid hart welke kunstmatig in leven gehouden wordt. Om dat te reanimeren, moet het eerst kapot gemaakt worden. New York City is dood, afgestompt en uitgeleefd. Dit is het moment om door te pakken, te verenigen. Die hele opzet van Teenage Riot richt zich erop om deze huidige maatschappij hevig te ontwrichten. Zoals altijd wijkt Sonic Youth ook bij deze track van de gangbare songstructuren af, Teenage Riot kan je echter wel als een echt rocknummer definiëren.
Teen Age Riot geeft deze onvrede perfect weer, en mobiliseert het publiek om in opstand te komen. Het zal echter nog een aantal jaren duren voordat het effect echt zichtbaar is. Door de opkomst van de grunge, groeit de aandacht voor Daydream Nation. Zeker omdat Teenage Riot als basisfundament voor Nirvana’s Smells Like Teen Spirit wordt genoemd. Het is de MTV generatie, wiens toekomstperspectief door de reclame inkomsten van Coca Cola bepaald worden. Het is dus een schijnwereld die ver van de realiteit staat. Niet veel later breken de rellen in Los Angeles uit.
Teenage Riot heeft een dromerig door Kim Gordon gezongen intro. Ze mijmert hier nog voorzichtig over het dreigende verval. Dit verval wordt vervolgens door haar mannelijke collega’s gereproduceerd. Het moment dat Thurston Moore de zang overneemt. Hoe fijn kan een doemscenario klinken. Er is geen storm opkomst, er dendert een orkaan door Teenage Riot heen. In een korte tijd transformeert de zachte oor suizende shoegazer in snoeiharde noise. Hoe treffend kan je deze eerder genoemde gejaagde urgentie vorm geven. Silver Rocket zet de tegenaanval in. Silver Rocket is een macho kernreactie, gesymboliseerd door het mannelijke geslacht. Men ejaculeert bevredigende kleine doeltreffende bommetjes, om tot een bevredigend hoogtepunt te komen. Dit machtsmisbruik reikt echter veel verder en is een mondiale kwestie.
Kim Gordon grijpt haar kans om fel vrijdenkend met The Sprawl van zich af te bijten. Een energieke powerrock track die de ondergeschikte rol van de vrouw nogmaals aan de kaak stelt. In dit Disney Luilekkerland is ze nog steeds het speeltje van haar dominante evenbeeld. Het langgerekte The Sprawl outro brengt Kim Gordon even terug naar haar eenzame tienerjeugd, zoekend naar bevestiging en acceptatie in het broeierige hete Los Angeles. In Cross The Breeze wordt het dromerige intro bruut verstoord. Het gejaagde Cross The Breeze schept vertrouwen, wat vervolgens weer lomp afgebroken wordt. Vaak loert het gevaar en misbruik dicht bij huis. Die emotionele wanhopige beladenheid moet je aan een smekende Kim Gordon overlaten. Ze wil geen vragen of verantwoordingen meer, ze is slechts tevreden met antwoorden.
Eric’s Trip is een hyperactieve fysieke reactie op LSD gebruik. De teloorgang in buitensporig drugsgebruik. Het gevoel dat je de hele wereld aankan en je daar dan vervolgens in verdwalen. Eric’s Trip raakt de grip met de buitenwereld kwijt, is verwarrend en bevreemdend. Sonic Youth in topvorm met een veelvoud aan noise explosies en destructief gitaarspel. Total Trash is een nog heftigere kijk op een gemeenschap die zichzelf in crackgebruik aan het verliezen is. De donkere kant van New York die men het liefste verborgen houdt, niet zozeer bestrijdt, maar ondergronds begraaft. De War On Drugs aanpak, het agressief schoonvegen van de drugswijken. Sonic Youth creëert hierbij slechts een paranoïde angstdroom, waar geen einde aan lijkt te komen.
Bij Hey Joni herschrijft Sonic Youth de Hey Joe klassieker tot een vrouwelijk evenbeeld. Hey Joni verzet zich tegen het conservatisme. Het is een uitdagende song die uitnodigt om vooruit te denken. Het reactiveren van de deactiverende hersenen. Het Providence intermezzo voegt rommelig telefoongesprek ruis aan de verachtende pianoklanken van Thurston Moore toe. De brandende kaars op de albumhoes staat centraal in Candle. Waarom wachten tot we afgebrand verdwijnen als we juist in de onverwoestbare kracht van het licht kunnen handelen. Candle is de fakkel die we symbolisch aan een volgende generatie overdragen.
Rain King slaat woest om zich heen, en is voor mij een regelrechte aanklacht tegen de wereldverbeteraars die hun beloftes niet waar kunnen maken. Een allergische antireactie op het hele We Are The World gebeuren, met prominente artiesten die zichzelf etaleren om er zelf beter van te worden. Dat is het mooie aan muziek, iedereen haalt er het zijne uit. Muzikanten leveren een product, de luisteraar maakt het gebruiksvriendelijk. Wat is het fijn om vervolgens weer Kim Gordon te horen. Zonder haar heeft de riot grrl subcultuur amper bestaansrecht, en zou een band als Hole totaal anders klinken. Kissability is de voorloper van de #MeToo beweging. Je kan Kim Gordon gerust een van de eerste geëmancipeerde voorrechters hiervan noemen. Ze stelt in ieder geval het mannelijke machtsmisbruik in de platen business aan de kaak.
Het The Wonder, Hyperstation en Eliminator Jr. trilogie sluit Daydream Nation af, en je kan de nummers van dit drieluik niet los van elkaar zien, laat staan afspelen. Het overstuurde The Wonder kijkt op een in vlammen opgaande stad neer. Met een beetje fantasie is dit te herleiden tot keizer Nero die van afstand toeziet hoe zijn keizerrijk Rome verwoest wordt. Hyperstation is vervolgens het besef dat die hele Amerikaanse Droom een ware nachtmerrie is. De Daydream Nation dagdromers sterven uit, het idealisme verdwijnt uit het stadsbeeld. Eliminator Jr. is een laatste poging om te hergroeperen. Klassenverschil, afkomst en financiële zekerheid dienen hierbij geen belemmering te zijn. Ondanks de zware ondertoon draagt Daydream Nation in alles de liefde voor New York City uit. Hier liggen de roots van Sonic Youth. Daydream Nation nodigt tot heropbouw uit, om de stad weer levendig en aantrekkelijk te maken.
» details » naar bericht » reageer
Tears for Fears - The Hurting (1983) 5,0
afgelopen donderdag om 00:44 uur
Roland Orzabal en Curt Smith van Tears For Fears veroveren de wereld met Shout en onderstrepen dit singlesucces vervolgens met het net zo goed opgepakte Everybody Wants to Rule the World. Songs from the Big Chair is de grote doorbraakplaat. Toch piekt deze plaat in het Verenigde Koninkrijk net niet bovenaan de albumlijsten, iets wat ze daar wel met de eersteling The Hurting klaarspelen.
Zelf ben ik dan enkel bekend met de Change single die het in Nederland wel tot de hitparade schopt, maar ook ik word in eerste instantie door het krachtige Shout overrompeld. Muziekzenders haken op het Tears For Fears fenomeen in, en zo komen er op een avond twee memorabele concerten op televisie voorbij; Depeche Mode Live In Hamburg en Tears For Fears Live at Hammersmith Odeon. Een bijzonder sleutelmoment welke vervolgens veel invloed op mijn muzikale ontplooiing heeft, ik ben in ieder geval om en bevangen geraakt door het Tears For Fears virus.
Het valt te betwisten welke plaat beter is. Songs from the Big Chair is absoluut veelzijdiger en warmer. Ze leggen daar veel soul in hun tracks, en dat hoor je overduidelijker terug. The Hurting is daarentegen directer, killer en duisterder. Een echte jaren tachtig tienerplaat. Ik denk dat mijn kennismaking dus ergens in 1985 is geweest. De puberteit wacht zijn kans af om het onzekere toekomstperspectief van deze twaalfjarige te ontwrichten. Is The Hurting dan de ideale plaat om je door deze periode heen te helpen? Absoluut niet, maar je verlangt dan vooral naar identificatie en herkenning. Nou die zit er meer dan genoeg in de oerschreeuw van The Hurting.
Tears For Fears; met de twee boegbeelden Roland Orzabal en Curt Smith die elkaar op elke bandfoto amper in de ogen aankijken. Een op scheiding staand stel die elkaar geen blik waardig gunt. Het wekt in ieder geval de indruk dat die verhoudingen binnen Tears For Fears niet echt geweldig zijn. Roland Orzabal is het grote talent, de songsmit die de meest prachtige songs schrijft en zich vervolgens tot een veelzijdige muzikant ontwikkelt. Curt Smith, het knappe tieneridool, die met zijn zachte stem vele meisjesharten verovert. Je vergeet onderhand dat Tears For Fears verder dan ook nog uit drummer Manny Elias en toetsenist Ian Stanley bestaat. Die staan op vrijwel geen enkele groepsfoto afgebeeld en verdwijnen na de eerste twee albums stilletjes uit beeld. Alles draait om Roland Orzabal en Curt Smith, en daarna al snel enkel om Roland Orzabal.
Het verhaal krijgt echter eerder al vorm bij de aanstekelijke ska wave van The Graduate, waar dit duo buiten een paar televisie optredens om, zichzelf niet in de kijker speelt. De ska revival is lichtelijk op zijn retour, en de synthpop kondigt zich aan. Boegbeelden als Depeche Mode, Orchestral Manoeuvres In The Dark, A Flock Of Seagulls en The Human League leggen een breed fundament neer, welke veelzijdige mogelijkheden biedt. Die grijze cultuurswitch zorgt voor een diepere zwaardere invalshoek, de erfenis van de disco heeft tevens zijn sporen nagelaten. Ideaal dus om je in voort te bewegen, te dansen en te vergeten. Toch mag je Tears For Fears niet in deze fase als een eenvoudige synthpop band afschilderen. De gitaarpartijen van Roland Orzabal hebben nog niet de overmacht, maar zijn wel al prominent aanwezig.
De oorspronkelijke Tears For Fears geboorte komt dus vrij snel na het einde van The Graduate tot stand. De Suffer the Children single release is bijna een exacte copy van de eerste Orchestral Manoeuvres In The Dark nummers. De track handelt over de reinheid en onschuld van kinderen, en het zinloos trachten om deze zo lang mogelijk tegen de boze wereld beschermen. Het is nog wat krullig, en de blikkerige zang ligt absoluut niet lekker in de mix, daar valt zeker nog wat winst te halen. De The Hurting uitvoering is strakker, dromeriger, heeft scherpere gitaaruithalen en betere drumcomputer beats. Toch blijft het een gemiste kans dat Manny Elias er geen levende percussiepartijen aan toevoegt. Het zal wel niet helemaal in dat tijdsbeeld passen.
Vervolgens wordt Pale Shelter in zijn oervorm gelanceerd. Een grimmig nummer welke in mijn oren behoorlijk veel raakvlakken met het gure Such a Shame van Talk Talk heeft. Waarschijnlijk komt dit mede omdat beide bands een herkenbaar The Roland Jupiter-8 synthesizer geluid gebruiken. Dat is verder een technisch verhaal, waar ik niet teveel aandacht aan wil besteden, daar zijn de kenners weer voor. Het schept in ieder geval het romantische beeld van koude opnameruimtes, zonder verwarming, zonder daglicht. Pale Shelter; een liefdeloos onderdak. Niet alleen de winters waren koud, ook de relaties waren gevoelloos en koud. Maar Pale Shelter wordt dan ook niet omarmt, dus die titel heeft een dubbele betekenis, pas na de The Hurting release revancheert de track zich.
Het prachtige Mad World kondigt de ommekeer aan. Curt Smith neemt de dromerige leadzang voor zijn rekening, zodat Roland Orzabal zich in de video met zijn woest bewegende Chinese gevechtssportdans kan bezighouden. Voor mij versterkt die clip hiermee wel de kracht van Mad World. Curt Smith is hoe dan ook net een zachtere persoonlijkheid, die moeilijk zijn kwaadheid in bedwang houdt en al jammerend tegen zijn tranen vecht. Dat Tears For Fears de meest geschikte bandnaam is, blijkt dan wel weer eens. We leven in een vervreemde gekke verziekte wereld; gevuld met tegenstrijdigheden en heel veel angst. Mad World is het themalied van de barre jaren tachtig, en is nooit zo actueel geweest als nu. De No Future punkgedachte is geen boze droom meer, het is de realiteit. Mad World verandert het tragikomische aspect in enkel tragiek.
Change is een waardige opvolger. In pakkende sloganvorm wordt de boodschap in bijna kindertaal kort en bondig verkondigt. Verander de wereld en begin bij jezelf. Zo gemakkelijk kan het zijn. De haastige Oosterse percussie creëert echter een vluchtig haastig schetsbeeld, waarin men geen tijd in acht neemt om deze metamorfose in gang te zetten. Het zijn de door Curt Smith gezongen singles die net wat beter scoren. Hij heeft een melancholische ingetogenheid in zijn stemgeluid, welke net wat overtuigender die diepgang overdraagt. Er zit tevens iets van jeugdig verlangen in, maar ook veel verbazing en twijfel.
In het therapeutische The Hurting titelstuk gaat het tweetal gezamenlijk het gevecht met de geestelijk pijn aan. Een strijdlied voor een verloren gaande generatie. Een cadeau om ze door deze moeilijke uren heen te helpen. Het is een bewustwording dat dromen niet eeuwig voortduren. Open je ogen, en leer om opnieuw te leven, te ademen en te ervaren. The Hurting is de geboorte, een transformatie komt slechts tot gang, als je alles opnieuw over kan doen. Terug naar de beginselen dus, de primaire basis. Het uitgangspunt is het NU, al vergeten we het verleden niet en leren we hopelijk van de gemaakte fouten.
Ideas as Opiates is een dwarse pianoballad, waarbij juist Roland Orzabal die hoge vocale regionen opzoekt. Dit weet hij later nog een bij I Believe te evenaren, zelfs te overtreffen. Als een zanger zich zo kwetsbaar en open opstelt is het voor saxofonist Mel Collins een inkoppertje om dit al snerpend gemeen blazend af te maken. De leugen regeert en heeft genoeg aanhangers die in deze voorgeprogrammeerde machtsvisie geloven. George Orwells 1984 is slechts een jaarwisseling verderop. Big Brother Is Watching You. En net als Mad World is Ideas as Opiates een profetisch nummer welke zich helaas ook in het heden aan die verharde waanzin verbindt.
De emotionele Memories Fade noodkreet confronteert je met een onafgesloten verleden. Juist op de momenten dat je nog leert om te voelen en te waarnemen, moet je gevoelloos daarvan afscheid nemen. Je kan littekens wel dichtschroeien, daaronder branden de wonden hevig door. Is het mogelijk om door te groeien als je onderdrukt klein en nietig gehouden wordt. Kan je liefde ervaren of is dit slechts een begrip in de schoolboeken. Meer dan ooit zoekt Tears For Fears de verbondenheid bij de donkere dolende zielenkrochten van de postpunk op. Totale overgave en vervolgens weer die mooie gastrol van meesterblazer Mel Collins.
Het deprimerende Watch Me Bleed handelt over onzichtbare pijn. Het psychische leed en het gevecht tegen de tranen. Geen wonder dat die slaggitaar er zo heftig inhakt. Elke akkoordaanraking dringt dieper de ziel binnen. In deze jeugdige fase van je bestaan verwacht je nog dat de toekomst te veranderen is. Pas als je jezelf hier verdoofd lamgeslagen bij neerlegt wordt het draaglijk. Het Kill Your Darlings aspect van een verhaal zodanig in te korten, om het verdriet maar niet te ervaren. Watch Me Bleed is het hulpeloos wegkijken, puur gericht om te overleven.
Het beklemmende chaotische luidruchtige The Prisoner meet zich met de meest donkere kanten van The Cure tijdens Pornography, en heeft datzelfde destructieve industriële als Some Great Reward van Depeche Mode. Tijdsmonumenten waarbij ze aan het fundament knagen, zwartgallig als de pest. Een claustrofobische verslaglegging van een persoon die zijn angsten voor kleine ruimtes overwint, omdat de buitenwereld nog gevaarlijker aanvoelt. Gevangen in je eigen neergaande gemoedstoestand, die als een achtbaan elke seconde sneller de afgrond nadert.
Er zitten veel ritmische Trevor Horne verwijzingen in Start of the Breakdown. Het is echter Curt Smith die zich hier zo sterk als bassist profileert. Alsof hij al die negatieve energie tot het einde heeft opgespaard om daar dan een positieve wending aan te geven. Als Start of the Breakdown een zenuwinzinking aankondigt, dan is dit vooral voor Roland Orzabal van toepassing. Curt Smith houdt zich juist sterk staande. The Hurting is therapeutisch afzien, maar ook therapeutisch genezend.
» details » naar bericht » reageer
Kate Bush - Hounds of Love (1985) 5,0
afgelopen maandag om 16:57 uur
Kate Bush maakt met het experimentele The Dreaming een zware popplaat waarmee ze de duistere randjes van de dan heersende donkere postpunk opzoekt. Dat dit niet door haar liefhebbers gewaardeerd wordt, blijkt wel als de The Dreaming singles minimaal opgepakt worden. Het is bijzonder dat platenlabel EMI de zangeres vrij spel geeft en deze uitdaging met haar aangaat. Zo produceert ze The Dreaming helemaal zelf, maar is het vertrouwen in haar zodanig gekrenkt dat ze veel moeite moet doen om dit koste wat het kost terug te winnen.
Het duurt dan ook drie jaar voordat Kate Bush zich op muzikaal gebied herpakt, maar dan verschijnt dan eindelijk The Hounds Of Love. De zangeres laat zich niet uit het veld slaan en ook nu eist ze de rol als eindverantwoordelijke op. Om haar dromen ze verwezenlijken schakelt ze wel een breed scala aan gastmuzikanten in, waardoor The Hounds Of Love meer ademt dan de op elektronica gerichte voorganger. Kate Bush heeft zich in de tussentijd tevens tot een geroutineerde Fairlight CMI synthesizer speler ontwikkelt, dit instrument vervult dan ook een prominente rol op The Hounds Of Love, al is dat aandeel op The Dreaming ook al groot.
Ondanks dat dit een slimme uitgekiende plaat is, wijkt ze met de gewaagde B-kant amper van het The Dreaming concept af. Sterker nog; veel van de The Ninth Wave nummers gaan in de lijn van het The Dreaming titelstuk door. Die paniekdroom werkt ze nu tot een traumatische gebeurtenis uit. Het is een ware nachtmerrie, en ze laat een beetje in het midden of ze zelf een nare ervaring in het water heeft meegemaakt. Vergelijk het met de angst als tijdens het schaatsen het ijs openscheurt, en je mee de koude diepte insleurt. Maar goed, op dat tweede gedeelte kom ik later nog op terug.
Kate Bush slaat genadeloos met de Running Up That Hill single toe. De track ziet een maand voor de albumrelease het licht, en plaatst de vocalist weer gelijk hoog in de hitlijsten. Oorspronkelijk is de titel A Deal With God, maar om te vermijden dat deze religieuze titel gedoe oplevert, kiest ze uiteindelijk voor het veiligere Running Up That Hill. Met de baanbrekende video zet ze het begrip Moderne Dance op de kaart. Ondanks dat haar performance nooit openbaar zo genoemd en gewaardeerd wordt, kondigt ze met deze in passie gedragen overdracht weldegelijk een nieuw tijdperk aan. Voor mij is de clip net zo memorabel als de moonwalk van Michael Jackson. Kate Bush haakt hiermee in ieder geval op het succesverhaal van MTV in, en pakt eenvoudig haar positie als wereldster terug.
Niet alleen het dansgedeelte in Running Up That Hill is vooruitstrevend. De tekst kan je helemaal in het nu plaatsen. Met haar visie op het anders durven te zijn, en positioneert ze zich midden in de actuele LHBTQIA+ gemeenschap. Een positie welke nogmaals versterkt wordt door de toepassing van Running Up That Hill tijdens een cruciaal moment in de Stranger Things horrorserie. En zo ben je opeens het boegbeeld van een huidige generatie die zich dus op verschillende wijze met je identificeert. Met de prachtig verstillende B-kant van Running Up That Hill, Under the Ivy bewijst ze nogmaals dat ze in een creatieve flow verkeert.
De hele A-kant is hitgevoelig, en op Mother Stands For Comfort na, verschijnt dus elk nummer op single. Na het in de zomer verschenen Running Up That Hill volgt in de herfst van 1985 Cloudbusting. Een toepasselijk guur seizoen om dit nummer over een regenmachine te lanceren. Voor de video heeft ze Donald Sutherland gestrikt, die de rol van vader op zich neemt. De clip is langer dan de studioversie, al ligt deze weer in het verlengde van de maxisingle versie. Ook daarmee speelt ze slim op de dan heersende trends in. Cloudbusting legt tevens de nadruk op het feit, dat als je in dromen gelooft, je deze kan realiseren. Een krachtige overtuigende sub visie, die vaker op The Hounds Of Love terugkeert.
Het Hounds Of Love titelstuk scoort een paar maanden minder goed. Ondertussen heeft de gemiddelde muziekliefhebber de plaat wel aangeschaft, dus dat is enigszins te verklaren. Ondanks dat dit een prima nummer is, vind ik de track net wat minder overtuigend dan Running Up That Hill en Cloudbusting. Wel zit er weer een prachtige clip bij The Hounds Of Love, die helaas niet vaak op de muziekzenders voorbij komt. The Hounds Of Love is springerig, hysterisch vrolijk, en deze catchy commerciële aanpak werkt minder effectief dan bij de eerdere singles van de plaat. In diezelfde lijn ligt het melodieuze The Big Sky, al maken daar de gruizige baspartijen van Killing Joke bandlid Youth wel het grote verschil. Als je goed luistert, hoor je in de verte ook wat van de didgeridoo uithalen van haar broer Paddy Bush terug.
Het emotioneel ontroerende Mother Stands For Comfort is het loslaten van vaste zekerheden. Volgens de zangeres gaat het over de relatie van een moeder met haar zoon, die net een moord gepleegd heeft. De verwijzingen naar de kruistocht van Jezus Christus en Maria liggen er dik bovenop, al verwacht ik dat ze daar na de A Deal With God titel voorzichtiger mee omgaan. Ik denk dat het achteraf gezien een betere singlekeuze als Hounds Of Love en The Big Sky is, al blijft dit speculeren. De sobere stemming kan ook goed niet bij iedereen in de smaak vallen. Net als bij The Big Sky is het de bassist die er bovenuit steekt, in dit geval is het de Duitse contrabasspeler Eberhard Weber.
Alhoewel dat het The Ninth Wave gedeelte stukken gewaagder is, zitten daar tevens de nodige folklorische wereldmuziek elementen in verweven. Het gepassioneerde And Dream of Sheep pianostuk ligt nog aardig in het verlengde van het eerder genoemde Under The Ivy. Pas als de donderslagen het kristalheldere toetsenwerk verstoren, maakt And Dream of Sheep een andere afslag. De nachtmerrie is begonnen en legt een duistere sluier over de The Ninth Wave nummers.
Under Ice is letterlijk benauwend ijzig. Het is een noodgreep als je de grip op de realiteit kwijtraakt en in het onderbewuste wegzakt. De opgebouwde zekerheid van het eerste albumgedeelte is in een slag volledig weggevaagd. Kate Bush schept hier een parallelwereld die elkaar in het ijs weerspiegeld tegemoet treedt. De angstkreet op het einde versterkt de afstand en kondigt een huiverig schouwspel aan. The Ninth Wave is bijna een klassiek hoorspel welke ergens tussen The War Of The World van H. G. Wells en The Wizard of Oz van L. Frank Baum balanceert. Het roept bij mij in ieder geval een soortgelijk spanningsveld op.
Dan is Waking The Witch een logische voortzetting daarvan. Een tikkeltje chaotisch met samplers die zo van The Wall van Pink Floyd geplukt kunnen zijn. Zo ver ik weet waren de bemoeienissen van haar persoonlijke ontdekker David Gilmour tijdens het opnameproces minimaal, Maar dat Kate Bush Pink Floyd bewondert is algemeen bekend. Waking The Witch is een duister duet met de donkere kant van haarzelf, wie komt daar dichter bij in de buurt dan haar eigen broer Paddy Bush. Daar doet die vervormde mannenstem mij nog het meeste aan denken.
Bij het psychedelische Indiaas gekleurde Watching You Without Me is de veelzijdige bassist Danny Thompson de toegesnelde redder in nood. Door deze aanpak breekt The Ninth Wave wat, en laat Kate Bush een sprankje luchtigheid toe. Het levert in ieder geval een lekker speels hallucinerend effect op. Het water is hier niet meer de vijand, maar raakt bijna zomers de imaginaire stranden aan. Dat duikt Jig of Life vervolgens weer de gevaarlijke dieptes in. Er zitten veel traditionele Ierse volk invloeden in verwerkt. De muzikanten geven er zelfs een heuse Riverdance twist aan. Vergeet niet dat die Ierse dans toen nog niet commercieel uitgebuit werd, en vooral heel veel kracht uitstraalt.
De Richard Hickox Singers zijn de grote sterren op het prachtig breed uitgeweide Hello Earth. Ze helpen Kate Bush daar om uit haar comfortzone te treden en er een bijna kerkelijke toewijding aan te geven. De diepe stemmen geven mooi evenwicht tegen dat fragiele vrouwelijke van Kate Bush, die zelf hier ook tot het uiterste gaat. Absoluut mijn favoriet van de The Ninth Wave sessies. De wederopstanding uit de dood en de terugkeer naar de bewoonde wereld. Had ik al vermeld dat er veel Bijbelse verwijzingen in The Hounds Of Love verwerkt zitten? Dit is er weer eentje.
The Morning Fog zegt de nachtelijke onrust vaarwel en laat het veilige ochtendlicht toe. Een meer dan waardige afsluiter van een van de indrukwekkendste platen van de jaren tachtig. Als geen ander zoekt Kate Bush hier het randje tussen experimenteel en toegankelijk op. Bijzonder, bij een plaat waarbij de twee albumkanten als Yin en yang elkaar zo aantrekken, maar tevens net zo afstoten. Het licht waakt over de duisternis; de duisternis waakt over het licht.
» details » naar bericht » reageer
The Mission - Children (1988) 5,0
afgelopen zondag om 19:59 uur
Na een aantal veelbelovende singles waaronder de klassieker Temple Of Love, brengt The Sisters Of Mercy met het melodieuze gothic First and Last and Always debuut een droomstart tot stand. Vanwege het wispelturige onhandelbare karakter van Andrew Eldritch zijn de relaties binnen Sisters Of Mercy zodanig verziekt dat gitarist Wayne Hussey en bassist Craig Adams al snel opstappen. Net als Andrew Eldritch besluiten ze om een doorstart onder het Sisterhood vaandel te maken. Andrew Eldritch is ze voor en brengt schijnbaar te snel het matig ontvangen The Gift uit.
Hij besluit om weer onder de oude bekende Sisters Of Mercy naam albums uit te brengen. Wayne Hussey en Craig Adams dopen zich samen met gitarist Simon Hinkler en drummer Mick Brown tot The Mission om. Na de voorzichtig ontvangen Stay with Me single verschijnt het memorabele Wasteland. Er hangen mistige sprookjeswalmen rond het mystieke Wayne Hussey gezelschap die zelf de vrijgekomen positie van vocalist op zich neemt. The Sisters Of Mercy zetten tevens een prima stevige wedergeboorte in gang, met veel leer en de mysterieus ogende The Gun Club bassist Patricia Morrison in een glansrol.
Maar goed, ik richt mij dus op die tweede The Mission plaat Children; waar het Oosters getinte Tower Of Strenght opstaat, waarmee ze zelfs de Nederlandse hitlijsten halen. Uiteraard verwijst de Children albumtitel tevens naar The SIsterhood. De vrouw als krachtig wezen, welke haar nageslacht baart. Children opent met het geluid van spelende kinderen wat al snel in het krachtige Beyond The Pale overgaat. Het schept bij mij het treurige beeld van een buitenstaander, een voyeur die zich onzichtbaar van de buitenwereld afgesloten op de achtergrond opstelt.
De muziek van The Mission leent zich er perfect voor om je eigen beelden bij te creëren, iets wat Wayne Hussey zelf ook goed doorheeft. Beyond The Pale bezit fabelachtige mythologische verwijzingen en benoemt dan ook Neptunus, heerser van de zee. Maakt The Mission een knieval voor de commerce en beslissen ze om zich door de mainstream golven te laten verleiden, of varen ze hun eigen koers. The Mission kiest voor dat laatste. Met de van All About Eve afkomstige Julianne Regan, die in het karakterpersonage van Moeder Aarde kruipt, zetten ze een belachelijk sterke openingstrack neer.
De wijde gewaden van Wayne Hussey hebben wat zigeunerachtigs. Iets waar hij bij de tekst van het stevig door hem gezongen Wing and a Prayer gretig gebruik van maakt . Als men het toestaat dat Bono en Jim Kerr zich als een Messias etaleren, dan zal het publiek het zeker accepteren als Wayne Hussey dat voorbeeld opvolgt. Ook hier de verwijzingen naar dat Goddelijke, al koppelt de frontman het aan de zwakte van de duivel. De titel van het God’s Own Medicine debuut verwijst dus niet direct naar de liefde, maar naar de verlokkingen van drugs en andere genotsmiddelen.
Ondanks dat de Fabienne met het erin hakkende rock intro niet op elke Children release terug te vinden is, leggen ze met dit nummer wel de link naar de tedere onschuldige kwetsbaarheid van een kind. Voor mij de sleuteltrack die deze pure zachtheid een plek geeft. Vergeet niet dat Wayne Hussey later in het schrijnende Amelia over kindermisbruik zingt en dit traumatische thema ook in Keep It in the Family terugkeert. In Fabienne hoor je overduidelijk het spanwerk van producer John Paul Jones terug. Er zit heel veel Led Zeppelin IV folkrock in Children, dat voelt deze Led Zeppelin bassist perfect aan. Hij is hier dan ook de juiste persoon op de juiste plek.
Het vredelievende Heaven On Earth ligt stilistisch in het verlengde van Beyond The Pale en schept een perfecte toekomstvisie. Net enkel wereldwijd gericht, maar ook dichter bij huis. Romanticus Wayne Hussey visualiseert dit beeld met een complete gezinssamenstelling. De geboorte van zijn dochter Hannah vindt ook tijdens het opnameproces van Children plaats. Dit heeft tevens een uitwerking op de liedjes van deze plaats, die hoe dan ook stukken serieuzer, gevoelig sentimenteel en volwassener klinken.
Het zachtere percussieritme van Heaven On Earth sluit naadloos op het harde krachtige Power Of Strenght aan. Wat een meestersong is dat toch! Laten we hierbij tevens stellen dat dochterlief Hannah de krachtbron is die hem door deze moeilijke tijden heen helpt. Die trouwe verbondenheid is onbreekbaar en de verantwoordelijkheid als vader zijnde zorgt ervoor dat hij aardig op het goede pad blijft. Oorspronkelijk bedoelt als loflied voor The Eskimo’s, hun meest toegewijde fans, gaandeweg het schrijfproces wordt het dus meer persoonlijker.
De Children B-kant opent met Kingdom Come, waar vooral gitarist Simon Hinkler zoveel emotionele beladenheid in zijn spel legt. Voor Wayne Hussey de ultieme basis om zijn overstuurde huilerige ontremde zang op los te laten. Is de toekomst veilig en beschermend genoeg om zijn dochter in op te laten groeien, of is dit paradijs een afbrokkelende fata morgana die in onze schijnbeleving intact wordt gehouden. Er zit dus heel veel liefde en bezorgdheid in deze plaat. En dan is het prachtige korte Breathe vervolgens tot het spannende moment dat een baby na de geboorte begint te ademen, te herleiden. Hoe opgelucht kan je als ouder zijn, als je kind dan begint te huilen.
Het zwaar rockende Child’s Play beschouw ik als voorzichtig voorwerk van de volgende The Mission plaat Carved In Sand en ligt meer in de lijn van het daarvan afkomstige Deliverance. Het instrumentale Shamera Kye introduceert het benevelende folky Black Mountain Mist. Ook nu weer een glansrol voor gastzangeres Julianne Regan. Black Mountain Mist sluit meer op haar All About Eve geluid aan. De Indiase harpist Skaila Kanga zorgt voor de klassieke bijna middeleeuwse benadering en wordt door de bijna akoestische intieme setting gedragen.
De Dream On cover is mijn eerste kennismaking met dat nummer. Pas later ontdek ik dat dit een Aerosmith klassieker is. Dream On staat net als Fabienne niet op de vinylversie, maar omdat ik de Tower of Strength maxisingle ook gelijktijdig heb aangeschaft, ben ik er wel al direct bekend mee. Een aangename toevoeging, zeker net voor de stevige duistere Heat paringsdans en het vervormde trashy Hymn (For America) hardrock krachtspel. De titel van Hymn (For America) geeft het al aan, net als U2, Simple Minds en The Cult richt ook The Mission zich op die Amerikaanse markt, daar zijn nog de nodige zieltjes te winnen. Ook nu ben ik van mening dat daarmee het verval ingezet wordt. Zo goed als Children zal het nooit meer worden.
» details » naar bericht » reageer
Pixies - Doolittle (1989) 5,0
17 april, 23:12 uur
Doolittle is het voorprogramma van de jaren 90. Na het vele plastic uit the eighties, grijpen we naar roestig metaal terug. Welkom in het nieuwe tijdperk. Doolittle is een brok aan dynamiek, een gesaboteerd adrenalinebommetje, klaar om tot ontploffing gebracht te worden. Het is geen perfecte plaat, maar er zit een pure rauwheid in, waar zoveel behoefte aan is. Frank Black klinkt als aangeschoten wild, klaar om afgemaakt te worden. Kim Deal is het zachte zustertje die hem die laatste fatale injectie toedient. The beauty and the beast.
Pixies mengen gruizige Sonic Youth noise, The Cramps city surf en Hüsker Dü punkrock tot een unieke luidruchtige mix. Er is al iets bijzonders gaande als de Bostonaren een jaar eerder Surfer Rosa uitbrengen. Kim Deal plaatst zich met haar huilerige Where Is My Mind? spookzang nog gepast op de achtergrond en pakt haar moment bij Gigantic. Ondanks dat ik Doolittle net wat hoger aansla, is Surfer Rosa wel een oorverdovend droomdebuut. Dat Kim Deal onbewust de plek als frontvrouw opeist, straft Frank Black op Doolittle af, door haar enkel het beeldschone Silver te gunnen.
Producer Steve Albini kiest daar op Surfer Rosa voor zijn hardcore no-nonsense aanpak, Gil Norton polijst de tracks op Doolittle en voegt er een dromerige sfeerbeleving aan toe. In de praktijk blijken er weinig wezenlijke genuanceerde verschillen in te zitten. Doolittle is net wat toegankelijker en daardoor een gemakkelijker instapmoment. Vergeet niet, dat het daadwerkelijk aard verschuivende gitaarrock bombardement in 1989 nog niet heeft plaatsgevonden. Grunge is nog een begrip zonder enig bestaansrecht.
Het belang van het springerige Debaser is vergelijkbaar met Smells Like Teen Spirit van Nirvana. Doolittle is voor mij de oerknal, Nevermind is de schepping van de aarde in de daarop aansluitende zeven dagen. Frank Black krijgt het voor elkaar om vernedering tot een kunstvorm te verheffen. Debaser geeft de verstandhouding binnen Pixies aan. Frank Black als dominante overheerser, die al schreeuwend zijn zin doordrijft. Een band als Pixies heeft nou eenmaal zo’n katalysator nodig. Zijn Crackity Jones countrywestern alias is een verlegen loser met grootheidswaan en stelt een klein stukje kwetsbaarheid tentoon.
Here Comes Your Man beantwoordt het koortsige Lou Reed Waiting for My Man drugsverlangen in een luchtig liefdesliedje. Het realistische cryptische deprimerende Monkey Gone To Heaven is ook tot die vernietigende keerzijde van de verslaving te herleiden, al beweert de band dat de track over het aardse verval gaat. Het destructieve Wave of Mutilation is een typische Thelma & Louise roadsong. Kan je de wereld niet veranderen, neem dan met A Bigger Bang afscheid. Pixies haalt hier en bij Dead de dood uit de taboesfeer en maakt deze nieuwbakken vriend medecomponist.
Pixies flirt met mythologie en Bijbelse verwijzingen en schrijft een eigen Ziggy Stardust verhaal, inclusief roem en ondergang. Frank Black kruipt bij I Bleed in het personage van een pathologische verzamelaar, die zijn schatten in een achterafkamertje etaleert. Onnavolgbare Pixies gekte. Parasiet Mr. Grieves is een narcistische ego die zichzelf met zelfmedelijden voedt. Frank Black schaamt zich niet voor deze nare karaktertrekjes die tevens de ondergang van de eerste baanbrekende Pixies samenstelling betekent. Misschien zijn de gitaarakkoorden van Joey Santiago daarom wel zo grillig en de drumslagen van David Lovering zo woest, puur gericht om evenwicht te geven en onvrede uit te spreken.
Perfectie ligt in de uitverkoopbakken uitgestald. Is het vreemd dat ik bij het sensuele Tame samenspel tussen Kim Deal en Frank Black aan Paradise By The Dashboard Light moet denken? De aantrekkingskracht zit hem hier in het afstotende element welke een explosieve chemisch giftige kettingreactie opwekt.
Hoe bijzonder is het dat Pixies zich met het profetische Tame al op de huidige botoxgeneratie richt. Je schept kunstmatige schoonheid en wordt achter je rug om belachelijk gemaakt. Het wapenvergunning probleem speelt in de Verenigde Staten al jaren, en is zeker nu weer actueel. Het bewapende There Goes My Gun biedt slechts schijnveiligheid. Het emotionele Hey is een noodkreet om gezien te worden.
Er zit een overdosering van Frank Black grilligheid in Doolittle. Deze kleine, maar oh zo eerlijke dictator is zich weldegelijk van zijn moeizame omgangsvormen bewust. Er heerst een grote druk op het heftige spanningsveld binnen Pixies, welke wegvalt als Frank Black doodleuk in een radio interview mededeelt dat de band uit elkaar is. Het wrange hieraan is dat de overige leden hiervan niet eerder op de hoogte gesteld worden. Die kracht ontkracht hij dus, en zijn soloplaten kunnen niet in de schaduw van het meesterwerk Doolittle staan, want dat is het zeker.
» details » naar bericht » reageer
Pixies - Surfer Rosa (1988) 4,5
17 april, 17:35 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
The Stone Roses - The Stone Roses (1989) 5,0
16 april, 17:37 uur
Met een van de beste debuutplaten ooit, schudt The Stone Roses de muziekwereld wakker, domineren ze, maar lukt het ze niet om dit succes vervolgens te continueren. Als de The Stone Roses plaat in 1989 verschijnt, is dit uit Manchester afkomstige gezelschap echter wel al zes jaar actief. Psychedelische acts als The Jesus and Mary Chain en Primal Scream zijn hun grote voorbeelden, de eerste lichting aan geschreven nummers worden amper opgepakt. Er ontbreekt iets in de sound, met de komst van bassist Gary Mounfield in 1987, oftewel Mani vindt er een positieve kenteling plaats.
Het is echter de The Second Summer of Love in 1988 die het hele heersende muziekklimaat herdefinieert. Dit tijdsbeeld wordt door illegale acid house raves beheerst, en het publiek gaat helemaal los op xtc. Ondanks dat de eerste singles van de The Stone Roses plaat het in het Verenigde Koninkrijk al goed doen, vindt de daadwerkelijk cultuurshock met het zeer dansbare groovende Fools Gold single plaats. De wereld raakt in de ban van The Stone Roses. Popmusic is Dead; Viva The Next Generation. De geboorte van het Madchester geluid, tevens een indirect gevolg dus op die rebelse Second Summer of Love.
Ian Brown is absoluut niet de beste zanger ooit, maar die hele baggy relaxte dromerige houding van hem spreekt wel een hele generatie aan. Ian Brown is de nieuwe Messias, de wederopstanding. Mani legt een dromerige pompende basis bij Fools Gold neer, waar de wicked funky drummer Reni, in versneld tempo zijn beats op loslaat. The Stone Roses ontkennen ook niet dat de begeleidingsband van James Brown de belangrijkste inspiratiebron is. Het is echter het zwaar aangezette wah-wah effectenwerk van wondergitarist John Squire die hier echt het grote verschil maakt. In principe bestaat The Stone Roses uit drie zeer goede muzikanten en het nonchalante ego Ian Brown.
Blijkbaar werkt deze aanstekelijke formule perfect, mij bezorgen ze in ieder geval die ultieme heerlijke tien minuten durende dancetrip, die voor mijn gevoel zelfs een eeuwigheid doorgaat. De chemie van meerdere driedimensionale lagen. Als je dan beseft dat deze magische track vanwege de lengte oorspronkelijk als B-kant bedoelt is, dan ben je blij dat Roddy McKenna van Silvertone Records er op aandringt om dit nummer toch op single uit te brengen. De langere albumversie is uiteraard veel beter dan die ingekorte uitgave. En dan hebben ze ook nog het geluk dat ze met producer John Leckie in zee gaan, die de Abbey Road Studio van binnen en buiten kent, en die sixties beleving aan Fools Gold toevoegt.
Maar goed, de eerste The Stone Roses plaat is meer dan Fools Gold, al vraag ik mij hardop af, of deze plaat zonder dat cruciale nummer ooit bij mij onder de aandacht zou komen. Als je door openingstrack I Wanna Be Adored heen luistert, hoor je hier veel traditionele new wave folk in terug. Het is een beetje dezelfde sfeerbeleving als welke Schotse bands als Big Country en The Waterboys eerder oproepen. Een tikkeltje dromerig melancholisch verlangend. Dat is eenvoudig door het feit te verklaren dat I Wanna Be Adored al in 1985 geschreven is, en nu pas geperfectioneerd wordt. Vergeet niet dat er in de jaren daarvoor zoveel op muzikaal vlak veranderd is, waar The Stone Roses zeker de vruchten van plukt. Ian Brown beseft maar al te goed dat hij zijn ziel niet aan de grotere platenbazen hoeft te verkopen, om gehoord te worden.
Het is amper te bevatten dat het vrolijke gedreven She Bangs the Drums liefdesliedje van oorsprong een klein gehouden akoestisch nummer is, welke ontstaat als John Squire wat op zijn gitaar pingelt en Ian Brown daar ter plekke de tekst bij verzint. En misschien hoor je dit ook wel in die spontane uitbundige uitvoering terug. Daarna herhalen ze met het bijna kristalheldere funkende Waterfall een geintje wat ze eerder al met het nummer Simone hebben uitgehaald. Net als bij die track, besluiten ze tevens om een daarvan een achterstevoren gespeelde versie op te nemen. Het opruiende psychedelische Don’t Stop is de naam van dit resultaat en is gejaagder en volledig herzien van een nieuwe tekst. Normaal zou het geen kans van slagen hebben. Bij The Stone Roses loopt het heerlijk in elkaar over, en werkt dit dus wel.
Het sociaalmaatschappelijke Bye Bye Badman heeft een lieve inslag, maar is dat zeker niet. Het handelt over een vredelievende Franse opstand van ruimdenkende filosofen in 1968 die het belang van de cultuur onderstrepen. Nog steeds relevant dus, zeker in de huidige tijd. Je kan The Stone Roses verwijten dat ze Scarborough Fair schaamteloos van Simon & Garfunkel jatten en dit tot Elizabeth My Dear herdopen, maar misschien heeft de uit Manchester afkomstige band wel meer recht om deze eeuwenoude Britse traditional te gebruiken, er is namelijk niks Amerikaans aan. Het is bewerkt tot een hedendaagse protestsong, gericht tegen het koningshuis. Zeg maar gerust de anarchistische God Save The Queen tegenhanger van dit overbekende Sex Pistols nummer.
Made of Stone schetst een decadente verwarde maatschappij, en is zo duister melodieus als een goede postpunk track. The Stone Roses maken met de dromerige samenzang en stevige ritmes het verschil. Hier hoor je dus wel de invloed van Darklands van The Jesus and Mary Chain in terug, een van hun grote voorbeelden. Ook het straaljager geluid van John Squire is tot hun shoegazer stofzuiger sound te herleiden. Het (Song for My) Sugar Spun Sister liefdesliedje benadrukt dat het zinloos is om teveel tijd en aandacht aan politiek te verspillen. Richt je op zaken die echt van belang zijn, en hou het dicht bij huis. Verantwoordelijkheden nemen en deze uitdragen, maar maak het alstublieft niet te complex.
Shoot You Down is net zo lief, al gaat het nu overduidelijk over een op klippen lopende relatie, die eigenlijk nooit bestaansrecht had moeten krijgen. De egocentrisch ingestelde Ian Brown pakt het allemaal mooi in, maar het is slechts een arrogante manier om een partner te dumpen. This Is The One gaat tevens over de liefde, maar dit anthem wordt door de Manchester United aanhang omarmt, die hier een clublied van maken. Die liefde voor deze club deelt Ian Brown ook.
Regelmatig kiest een band ervoor om met een lang nummer een album af te sluiten. The Stone Roses wijken van deze regel af, en droppen maar liefst twee epische stukken op het einde. Het eerder genoemde Fools Gold is daarvan het bekendste resultaat, I Am the Resurrection bezit datzelfde vergelijkbaar hoge niveau. Fools Gold staat niet eens op de oorspronkelijke uitgave, wat nog steeds onbegrijpelijk is. Vanuit een licht psychedelische jaren zestig standpunt ontaardt I Am the Resurrection in een sfeervolle hallucinerende jammende drugtrip, waar geen einde aan lijkt te komen. De hoofdrol is hierbij voor John Squire weggelegd, die in een ruim vier minuten durende droog funkende instrumentale eindpassage helemaal los gaat. Begonnen als een uit de hand gelopen grap, maar net zo essentieel dus als Fools Gold.
Het The Stone Roses debuut is net zo belangrijk als Nevermind van Nirvana. Aan beide kanten van de wereld vindt bijna in dezelfde periode een omkering in de uitgeschreven muziekgeschiedenis plaats. De The Stone Roses eersteling levert niet alleen het dansbare Madchester gebeuren op, het zet tevens de Britpop opnieuw op de kaart. Sterker nog, zonder het agressieve nonchalante geluid van The Stone Roses heeft een rockband als Oasis waarschijnlijk niet eens bestaansrecht. John Squire is jaren later bij hun befaamde Knebworth concerten dan ook present.
» details » naar bericht » reageer
U2 - The Joshua Tree (1987) 5,0
13 april, 19:12 uur
Het is wel even slikken als With Or Without You verschijnt. Je hoort bij de eerdere Clannad samenwerking In A Lifetime al dat de stem van Bono flink aan het veranderen is. Het jeugdige enthousiasme is verdwenen, daarvoor in de plaats creëert de zanger een volwassen serieuze klankkleur. Die hele kijk op de wereld is zodanig verandert dat de bandleden van U2 er op de albumhoes van The Joshua Tree tien jaar ouder uitzien.
Na het sfeervolle The Unforgettable Fire richt U2 zich bewuster op de letterlijke overtocht naar de Verenigde Staten. Het is algemeen bekend dat Amerika Het Beloofde Land van de Ieren is. Ondanks dat de plaat met het optimistische vrolijke Where the Streets Have No Name opent, komt daarmee tevens het besef dat je in principe maar een nummertje bent. Zelf leg in de link met New York, al ligt de oorsprong volgens Bono weldegelijk in Dublin. Daar is het klassenverschil ook duidelijk voelbaar en wordt je afkomst aan de wijk waarin je woont en opgroeit gekoppeld.
Voor mij is Where the Streets Have No Name dus de ideale opener van The Joshua Tree. Een tikkeltje druk en rumoerig, net als het leven in The Big Apple. Daniel Lanois en Brian Eno zetten de bepalende lijnen uit, en haken hiermee in op de sound van de The Unforgettable Fire voorganger. Als U2 vervolgens inmengt verandert de track in een stevige stadionrocker. U2 is altijd al een band van het grote gebaar en het contact leggen geweest. Where the Streets Have No Name straalt in alles dat ultieme live gevoel uit. Bono wil nog steeds de muren afbreken zodat de liefde een doorgang vindt.
Het vrolijk ingetogen I Still Haven't Found What I'm Looking For is in principe een evangelische gospelsong. Logisch dus dat ze het nummer vervolgers voor Rattle & Hum in een ander jasje steken. Ik denk dat de versie met het The New Voices of Freedom gospelkoor de uitvoering is die Bono oorspronkelijk voor ogen heeft. Zelf heb ik meer met de The Joshua Tree compositie van I Still Haven't Found What I'm Looking For. Hier is het daadwerkelijk nog een zoektocht, bij Rattle & Hum heeft de zanger dat doel ondertussen bereikt.
Voor mij is de cruciale sobere With Or Without You eenvoud dus het startpunt van die zoektocht. Bono stelt zijn ziel open aan de buitenwereld, en laat zijn meest kwetsbare kant zien. Sterker nog, zo breekbaar heeft hij niet meer sinds Tomorrow, de ode aan zijn vroeg overleden moeder geklonken. Toch is With Or Without You een ander soort verlangen, al staat een vrouw hier tevens centraal. Is Bono wel de meest geschikte echtgenoot voor Alison. Moet hij het toelaten dat zijn wederhelft zichzelf wegcijfert op het moment dat haar man steeds succesvoller wordt. Gelukkig is die verstandhouding prima, en biedt hij Alison tevens de mogelijkheden om haar eigen dromen na te jagen.
Het strijdlustige Bullet the Blue Sky is de realistische keerzijde van luilekkerland Amerika. Geen Coca Cola romantiek, maar de weggestopte problematiek die vooral Midden-Amerika treft. Hoe confronterend zijn de El Salvador bombardementen voor een band die midden in het Ierse conflict met Engeland opgroeit. Het agressieve spel van The Edge is overduidelijk door Jimi Hendrix beïnvloedt, niet vreemd dus dat ze tijdens de tour deze track met The Star Spangled Banner openen. Jimi Hendrix had het vermogen om van een instrumentaal nummer een krachtige protestsong te maken. The Edge legt een soortgelijk effect op het verhalende Bullet the Blue Sky. De hemel kleurt niet bloedrood, maar onheilspellend duister, de angst is exact hetzelfde.
Running to Stand Still heeft schijnbaar dezelfde observerende drugs gerelativeerde verwijzingen als Bad van The Unforgettable Fire. Een kansloze uitzichtloze situatie van een verslaafd stel wat aan de afgrond bungelt. Bono staat hulpeloos als een toeschouwer aan de zijlijn. De emotionele uithalen tonen gelijkenissen met Bruce Springsteen. Net als bij deze muzikant maakt de mondharmonica het kloppend, het meeste respect gaat bij mij echter naar het slidegitaar intro van The Edge uit.
Die verbondenheid met het gewone burgervolk domineert tevens in het politiek sociale Red Hill Mining Town. Een reactie op de staking van de arbeiders als men dreigt om de mijnen in Engeland te sluiten. Het is net niet dezelfde invalshoek als Blue Sky Mine van Midnight Oil. Die leggen de harde nadruk op de kankerverwekkende gevolgen van de werkkrachten. Bono romantiseert dat beeld meer, al is de boodschap zeker duidelijk.
In God’s Country is de pelgrimstocht naar het woestijnhart van The Joshua Tree, de plek waar tevens de fotoshoot van de Anton Corbijn sessie plaatsvindt. De band is er zelf minder over te spreken, ik denk daar anders over. In God’s Country bezit het gejaagde gitaarspel waarmee The Edge zich tijdens de eerste U2 albums zo op de kaart zet. Voor mij zijn er veel Europese verwijzingen in dit nummer. Bono kan het zelf ook niet helemaal plaatsen en durft niet uit te speken of In God’s Country over Amerika of juist Ierland gaat. Dit zegt in principe al meer dan genoeg.
Er zit een heerlijke bluesfolk basis in Trip Through Your Wires. Schijnbaar is U2 hier ook niet zo tevreden over, het nummer wordt amper live gespeeld. Ik hou van de mondharmonica uithalen van Bono, de stampende percussie van Larry Mullen, de pompende bas van Adam Clayton en de samenzang met The Edge. Voor mij zijn de rollen hier perfect verdeelt, en juist die aanstekelijke buiten de lijntjes kleurende zang van Bono zorgt ervoor dat Trip Through Your Wires juist in alles die gemeende live ervaring uitstraalt.
Er zit behoorlijk veel disco in het uptempo One Tree Hill, al is de gedachte erachter stukken donkerder. Het is een eerbetoon aan de bevriende roadie Greg Carroll die door een noodlottig motorongeluk om het leven komt. Brian Eno dwingt Bono om deze traumatische gebeurtenis al schreeuwend van zich af te zingen. Een opluchtende therapeutische ervaring, die zo puur mogelijk The Joshua Tree haalt. Er is tevens verbondenheid met de albumtitel. Greg Carroll in de gedaante van een sterke reusachtige boom, eenzaam op het middelpunt van de aarde.
Het verdovende omsuizende Exit is een murder ballad in wording. Een geweldige slopende angstaanjagende opbouw, die de bloedsomloop laat verstillen. Voor mij het absolute hoogtepunt van de The Joshua Tree plaat. U2 experimenteert hier met harde passages die de zachtere meer menselijke karaktertrekken aflossen. Ik besef mij nu pas hoe bepalend juist een Exit, voor de gitaarsound die begin jaren negentig de hitlijsten domineert is. Er zit heel veel gejaagde punkrock in het agressieve verloop van Exit, toch is het in alles een echt U2 nummer. Bono vraagt weer het uiterste van zijn verbale vermogen, en gaat zelfs die grens over. Het klinkt allemaal zo gemeend, boos en wanhopig.
Mothers of the Disappeared is de altijd voortdurende kruistocht van de Latijns Amerikaanse moeders van jonge oorlogsslachtoffers, wiens lichamen nooit meer teruggevonden zijn. Bono loopt in gedachte mee in de woordloze mars, waar enkel tranen vloeien. De zanger laat hun hart harder kloppen en deelt de smart. Ook nu zijn het Daniel Lanois en Brian Eno die toezien dat de woede niet de overmacht heeft, en juist gepast het verdriet op de voorgrond plaatsen. Het is hun aandeel om de gepassioneerde Bono op het juiste moment af te remmen en te corrigeren. Juist hierdoor plaatsen ze de zanger volledig in zijn kracht.
Ondanks dat ik best veel moeite heb met Europese bands die zich op de Amerikaanse markt richten, kan ik het bij The Joshua Tree van U2 prima handelen. Het bezoek aan de Verenigde Staten haalt het beste in ze naar boven. Het versterkt de bewustwording dat dit Beloofde Land absoluut niet overeenkomt met het perfecte beeld wat ze willen schetsen. De Amerikaanse Droom is voor een groot gedeelte van de bevolking niet weggelegd, al is het prima om in je dromen te blijven geloven.
» details » naar bericht » reageer
dEUS - Pocket Revolution (2005) 4,0
13 april, 01:50 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Simple Minds - New Gold Dream (81-82-83-84) (1982) 5,0
13 april, 00:32 uur
Promised You a Miracle kwam vroeger regelmatig op de radio voorbij en stond al snel in Veronica's Top 100 Aller Tijden. Ondanks dat ik het zeker een goed nummer vind, ontbreekt voor mij die Wauw! factor. Ik ervaar bijna precies dezelfde beleving als She Sells Sanctuary van The Cult, ook zeker niet mijn favoriet van Love. Sterker nog, de singles van Sparkle In The Rain vind ik beter dan die van New Gold Dream. En toch klopt alles aan New Gold Dream. Het is de plaat die mij verder in mijn leven helpt.
New Gold Dream is al een aantal jaar oud als ik in 1989 in Nijmegen naar school ga. Een beetje onbeholpen hang ik daar onzeker wat op het grasveldje voor dat gebouw rond. De walkman is mijn trouwe bondgenoot en New Gold Dream is echt mijn maatje. De beste vriend om de bevreemding en het onbekende een plek te geven. Dan ben je als zestienjarige opeens heel klein en nietig. Letterlijk een grassprietje in dat grote groene grasveld. Ja, groen en onervaren, zo voelde ik mij toen zeker. De grote stad kende ik alleen van het shoppen met mijn ouders. Nu sta je er alleen voor, en moet je jezelf bewijzen.
De eerste contacten werden wel door New Gold Dream gelegd. Men was nieuwsgierig naar welke muziek ik aan het luisteren was. Muziek verbindt nou eenmaal en opent gesloten deuren. Wel werd mij al snel medegedeeld dat juist het werk voor New Gold Dream zo fantastisch was, zo goed als toen ze de I Travel single uitbrachten, zijn ze nooit meer geweest. Ik luisterde alleen maar. Nooit van I Travel gehoord, maar dat durfde ik dus niet te zeggen. Voorzichtig knikte ik bevestigend toestemmend maar met ze mee. Het gras aan de overkant van het veldje was daadwerkelijk groener, dan het platgetrapte gedeelte voor mijn school. New Gold Dream is een begin, blijkbaar moet ik nog veel stappen zetten en zelfs bergen verzetten. Schuchter bleef ik in mijn wereldje achter, eenzaam samen met New Gold Dream.
Ondertussen ben ik jaren ouder en wijzer, en kom ik er vooruit dat New Gold Dream een onovertroffen meesterwerk is. Toen vond ik het wat dromerig en zweverig. De diepere lagen vallen beter op hun plek, en de nodige verwijzingen naar drugs en zelfs de dood, komen helderder binnen. Eigenlijk is het sentimentele Someone Somewhere in Summertime letterlijk het lijflied wat mij naar deze periode terugbrengt. Het is de nazomer van 1989. Een nieuwe start met andere, veelal verkeerde keuzes. De melancholische woorden begrijp je dus pas als je er later op terugkijkt. Je verteert tot niets in de brandende nazomerzon en krijgt de indruk dat alle ogen op je gericht zijn. Het stukje veiligheid moet je nog creëren, toch blijkt dat binnen korte termijn weldegelijk haalbaar.
Colours Fly and Catherine Wheel wordt door de dragende kracht van bassist Derek Forbes gedragen. Hij is de zelfverzekerde gids in deze donkere dagen. Na verschillende pogingen om de tekst van Jim Kerr te analyseren, heb ik het maar opgegeven. Soms zegt de muziek meer dan voldoende, en bij Colours Fly and Catherine Wheel is dat absoluut het geval. Iedereen was in de jaren tachtig zoekende, Jim Kerr werd wel al snel als een soort van profeet gezien, feitelijk was hij ook een zoekende dolende ziel.
En dan moet ik toch moeite doen om de kracht van het Promised You a Miracle nummer te verwoorden. In de tijd van de postpunk grijpt Simple Minds overduidelijk naar de catchy glamrock van Roxy Music en zeker ook Japan terug. In de donkere eighties verlangt iedereen naar hoop, maar moeten ze het met valse beloftes doen. Promised You a Miracle richt zich tegen het kapitalisme, en is in principe een protestsong. Het vertrouwen in de wereldleiders brokkelt af. Alles is mogelijk, maar hoe ver kom je als die middelen niet voor handen liggen? Het positivisme ligt onder een flinke berg aan wantrouwen weggestopt. Uiteindelijk moet je zelf wonderen verrichten.
Wat is de gedachte achter Big Sleep? Het eeuwige einde, een drugroes, of toch een poging om iemand wakker te schudden? Jim Kerr geeft het belang van een goed gesprek aan. Zonder communicatie kom je geen stap verder. Ook hier weer die fraaie rol van bassist Derek Forbes al is het toetsenist Michael MacNeil die het raamwerk aanlevert en de basistinten inkleurt. Charlie Burchill wacht gepast het moment af dat hij zijn gitaar kan laten huilen. In het instrumentale Somebody Up There Likes You hoor je vervolgens het Simple Minds voorwerk terug, alle facetten van de vorige albums komen hier in gedempte mineurstemming samen. Dromerig, uiteraard dromerig, want dromerig is het codewoord op deze plaat.
Het New Gold Dream (81-82-83-84) titelstuk breekt alles open en zou in deze tijd een optimistische regenboognummer kunnen zijn. Een beetje kitsch, heel veel glam en wel heel positief gestemd. Geeft dat verder? Welnee, het geeft mij een kick, een natuurlijke opwekkende roes. Het gevoel dat je de wereld helemaal aan kan. Geen idee of Jim Kerr deze teksten onder invloed van cocaïne heeft geschreven, ik zou het zo geloven. New Gold Dream (81-82-83-84) is een beetje grootheidswaan, maar ook de belofte om samen dromen waar te maken. Het directe gevolg op Promised You a Miracle dus. Anarchistisch dromerig, we scheuren de wolken open en laten het zonlicht door. We bewapenen ons met liefde en niet met stenen. New Gold Dream (81-82-83-84) is een hippiesong, vertaalt naar de grijze jaren tachtig.
Glittering Prize heeft de zachtheid van een liefdesliedje en misschien is dit dat ook wel. Ik denk dat deze track wel de favoriet op deze plaat van mij is, al kan dat morgen net zo goed Someone Somewhere in Summertime, Big Sleep of New Gold Dream (81-82-83-84) zijn. Misschien maakt Glittering Prize de lastige puberjaren wel draaglijker. Je ontwaakt en de dag lacht je toe. De haastigheid slaapt nog even door waardoor je intens van de kleine dingen in het leven kan genieten. Ik denk dat dit een beetje voor mij de betekenis van Glittering Prize is. Het verbitterende Hunter and the Hunted is echter de zware meer realistische keerzijde van dit gevoel. We zijn allemaal opgejaagd wild die in de loop van het geweer kijken. Volledige overgave, klaar om afgeschoten te worden.
King Is White and in the Crowd heeft een geheimzinnige ondertoon. Na het overlijden van een koning zal er weer een andere heerser opstaan. Le roi est mort, vive le roi ! Het heeft geen zin om veranderingen door te voeren, uiteindelijk zijn we weer terug bij af. New Gold Dream is een echte postpunk/new wave plaat uit de jaren tachtig, alleen overheerst die angstige Koude Oorlog beleving hier minder. Simple Minds overstijgen het maaiveld, maar leggen hierdoor wel het hoofd op de hakblok. Het zijn geen wereldverbeteraars, ze verlangen enkel naar een betere toekomst. Nou die gloriejaren van Simple Minds zullen snel volgen, al raken ze daardoor wel een groot gedeelte van hun vroegere trouwe fans kwijt.
» details » naar bericht » reageer
dEUS - Vantage Point (2008) 4,0
12 april, 16:00 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
The Clockworks - The Entertainment (2026)
12 april, 14:13 uur
Met alleen een goede debuutplaat kom je er niet. Veel bands sneuvelen tijdens de aanloop naar de opvolger. Het Ierse The Clockworks had het geluk dat ze tijdens het opnameproces van Exit Strategy met Bernard Butler in zee konden. Ondanks deze grote naam brachten ze die plaat wel in eigen beheer uit. Bij de opvolger waren ze in het opnameproces geheel op zichzelf aangewezen. Dit bood gitarist Sean Connelly de mogelijkheid om zijn ideeën volledig naar eigen wens uit te werken. In principe zijn The Clockworks weer terug bij af, en was Exit Strategy een toepasselijkere albumtitel dan The Entertainment.
Het is dus de kunst om die aandacht vast te houden. De hyperactieve migraine track How to Exist is een noodkreet. Frontman James McGregor zit gevangen in twee botsende werelden. Aan de ene kant lonkt het opgefokte ritme van de duivel, aan de andere kant is daar de rust en warmte van de avondjazz klanken. Het is tijd om kleur te bekennen. The Clockworks kiest voor meer evenwicht en kalmte.
Best Days gaat dieper dan de pijn. Dit is het gevoelloze vervolg, waar probleemdrinken de enige oplossing biedt. The Entertainment is totale overgave. We leven in een geregisseerd scenario om aan de vraag van de massa te voldoen. The Clockworks beseft dit maar al te goed. De verwijzingen naar filmklassiekers als La Dolce Vita, Magnificent Seven en True Romance komen dus niet zomaar uit de lucht vallen.
Volledige review op Written In Music
The Clockworks - The Entertainment | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Cure - Disintegration (1989) 5,0
11 april, 16:04 uur
De manische, bijna zomerse uitspattingen van Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me wekken de indruk dat de The Cure leden eindelijk stabiel in het leven staan. Dit is slechts schijnbedrog. Lol Tolhurst is vanwege zijn buitensporige alcoholmisbruik onhandelbaar en amper in staat om nog iets zinnigs aan te leveren. Robert Smith vluchtgedrag uit zich in het buiten proporties consumeren van LSD om zijn depressies te bestrijden. Dit hallucinerende effect heeft zijn weerslag op de angstdromen van de zanger.
Misschien kan je de clip van het jazzy Lullaby het beste in dit perspectief plaatsen. Die spinnen video valt vriend en vijand op. Het schets een gruwelijk beeld van Robert Smith, gekluisterd in bed, steeds verder verterend, totdat hij uiteindelijk ten prooi aan zijn demonen valt. Dit geeft dat innerlijke machteloze gevoel treffend weer. Geestelijk is Robert Smith een wrak, zijn gevoel voor humor blijft onaangetast. Verder belandt de doempoëet in een vervroegde midlifecrisis, en kan hij moeilijk accepteren dat hij binnenkort dertig jaar wordt.
Pictures of You wekt tevens de indruk dat het best goed met de frontman gaat. De onderliggende gedachte is echter dat hij de vergeelde foto’s van vroeger zo ver mogelijk heeft weggestopt, zelfs vernietigt. Die geluksmomenten horen niet in de huidige fase van zijn leven thuis. Aan de andere kant kan hij er moeilijk afscheid van doen, en hoopt hij dat niet alles vergaand en verdwenen is.
Dan kies je er ook nog eens voor om jezelf in de meest treurige tijd van het jaar in de studio op te sluiten, waar de muren letterlijk op je af komen. Het openbrekende orkestrale Plainsong dwingt Robert Smith af om samen met zijn echtgenoot van de kleine dingen te genieten. Een moeizame opener, die zich wel frontaal in het heden plaatst.
Disintegration is een winterse herfstplaat die juist in de lente het licht ziet. Toch is het allemaal minder neerslachtig als wat ik in eerste instantie schets. De opbeurende synths in Closedown geven een positieve twist aan misschien wel het zwaarste nummer van de plaat. De drugtrip zorgt ervoor dat Robert Smith leeg en uitgeblust de nachtelijke uren aftelt, slechts de liefde houdt hem op de been.
Die liefde bezingt hij in Lovesong. Ondanks dat hij een jaar eerder met jeugdliefde Mary Poole is getrouwd, is de zanger alles behalve gelukkig. Lovesong gaat over vertrouwen, samen het gevecht aangaan. Eeuwige trouw is meer dan de verbintenis met twee ringen, dan begint het pas.
Dat een psychedelische opbouw werkt blijkt wel bij het agressieve The Kiss van voorganger Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me. The Cure bouwt dit idee verder in Last Dance uit. Helaas staat deze in eerste instantie niet op de vinyluitgave, waardoor ik deze prachtige track pas ontdek als ik de cd versie aanschaf.
Het lawaaierige psychedelische Fascination Street is voor mij het hoogtepunt van de plaat. Ook hier de link met dat uitgerekte intro van The Kiss. Het grootste verschil is dat Simon Gallup met zijn droge baspartijen de song helemaal naar zich toe trekt en Robert Smith heerlijk laat soleren. In principe doet dit tweetal hier exact hetzelfde als ze een concert met A Forest afsluiten. Dit bevestigt nogmaals de chemie van dit duo. Dat drummer Boris Williams de katalysator in dit proces is, valt daardoor amper op.
De B-kant van de plaat is nog duisterder dan het redelijk toegankelijke eerste gedeelte. Bij Prayers For Rain grijpt The Cure structureel terug naar beklemmende meesterwerken als Pornography en Faith. Toetsenist Roger O'Donnell maakt nu het verschil, voor hem is het mooi meegenomen dat Laurence Tolhurst ergens levenloos in een roes een hoekje van de studio bewoont, en tot niks in staat is. Roger O'Donnell pakt zijn moment en maakt hier gretig gebruik van. Prayers For Rain is het stikkende hart van de plaat, waar de bloedsomloop stagneert, en bijna geheel tot stilstand komt.
Het Disintegration titelstuk is een tikkeltje egocentrisch en bij vlagen zelfs manisch. Na het afbreken kan de heropbouw beginnen, maar dan moet eerst echt alles helemaal kapot. Het is de wanhoop dat je het overzicht kwijt raakt. Brokken aan liefdesverdriet die niet meer te lijmen zijn, hiaten in het geheugen, onzekerheid en vooral die altijd maar terugkerende dominerende angststoornis die het dagelijks functioneren onmogelijk maakt.
De Homesick pianoballad staat net als Last Dance niet op de vinyluitgave. Laurence Tolhurst schrijft hier nog aan mee. Als je tussen de regels doorleest, valt het op dat een zeer gefrustreerde Robert Smith zijn vroegere vriend al de laan uit stuurt. Zonde, want dit levert wel een verstillende prachttrack op.
De emotionele beladenheid van The Same Deep Water as You bereikt een prachtig dieptepunt op Disintegration. Dieper kan je niet wegzinken. Deze suïcidale stemmingssong kondigt een definitief afscheid aan. Ja, daar wordt je wel stil van. The Same Deep Water as You verdooft hierdoor op een prettige maar tevens onprettige wijze. Als de woorden de pijn niet kunnen dragen, neemt de gitaar het over. Robert Smith huilt zich door de teksten heen. En dan ben je opgelucht dat er nog een paar tracks volgen, zodat je niet in deze neergaande spiraal blijft hangen.
Deze strijd krijgt zelfs geen naam in het afsluitende berustende Untitled, wat nogmaals genoeg over de gemoedstoestand van Robert Smith zegt. Untitled schept hoop, en sluit een dichtgebonden dagboek af. De zwart gekalkte bladzijdes zijn hierdoor voor de buitenwereld niet meer zichtbaar. Robert Smith heeft met Disintegration zijn testament uitgeschreven, en bergt deze vervolgens veilig in een kluis op. De blik richt zich op de toekomst, hoe zwaar dat perspectief ook weegt.
» details » naar bericht » reageer
Johan - Pergola (2001) 4,0
10 april, 18:28 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
dEUS - In a Bar, Under the Sea (1996) 5,0
9 april, 23:37 uur
dEUS tekent zowat voor een commerciële artistieke zelfmoord als ze na het geniale Worst Case Scenario debuut het totaal verknipte My Sister = My Clock uitbrengen. Alsof je in een eindeloze drugtrip zonder begin en einde belandt bent. Sterft de band een stille dood, of slaan ze vervolgens genadeloos toe? Dat laatste is zeker het geval, In a Bar, Under the Sea haalt ook het constante hoge niveau van de eersteling.
Toch is het wel even omschakelen als de Theme From Turnpike single verschijnt. De waanzin heeft de overhand, en het nummer hakt er als een rituele Zuid Amerikaanse voodoo bezwering flink in. Theme From Turnpike is broeierig en duister, met inheemse koortsige percussie en de sjamaan kreten van Stef Kamil Carlens. Een dodenmars door de straten van New Orleans.
Het bezit hetzelfde rariteitenkabinet gevoel als The Carny van Nick Cave, en Tom Waits is ook niet ver weg. De kenmerkende funkbasis wordt door een flink portie aan jazz verstoord. De Far Wells, Mill Valley song van Charles Mingus is van al het vlees ontdaan zodat er een afgekloven karkas overblijft. Daar halen ze uiteindelijk een geschikte bruikbare sampler uit.
Er is dus veel gaande. Theme From Turnpike is dus zomers broeierig, en ondanks dat de rest van de plaat wat luchtiger overkomt, overheerst die vakantiestemming. De videoclip van Little Arithmetics straalt in alles die lome relaxte zonnigheid uit. Ontspannen beelden van een band die genietend aan een zwembad aan het bijtanken is.
Toch is dit ook schijn, de spanningen zijn niet direct zichtbaar, maar wel aanwezig. Tom Barman doet zijn uiterste best om als kapitein dEUS bijeen te houden. Rudy Trouvé legt zijn maniakale stempel op Roses maar haakt al snel af. Ondanks dat de Schot Craig Ward een waardige opvolger is, zijn de scheuren ook voor de buitenwereld zichtbaar.
Stef Kamil Carlens schreeuwt in het hysterische I Don't Mind Whatever Happens al van zich af dat hij het overzicht kwijtraakt. Afbrokkelen en herstructureren. Fell Off the Floor, Man is de doodsmak. Producer Eric Drew Feldman mengt zich ook aan die andere kant van de studio bij het gezelschap en zorgt voor het vurige Hammondorgel toetsenwerk. dEUS flirt met de Madchester gekte, en Stef Kamil Carlens laat zich hierbij overduidelijk door The Stone Roses bassist Mani inspireren. dEUS introduceert dance en cyberdisco aan hun sound, en deze invloeden hoor je vervolgens ook op latere platen terug.
Het herkenbare Opening Night memoreert bij mij aan de schoolverlatersmusical. Een prettig gevoel van plankenkoorts. Elk optreden is een stukje doodgaan, angsten overwinnen. Zeker bij een band als dEUS die niet voor voorspelbaarheid kiest. Als Tom Barman op het einde de hoogte ingaat klinkt hij als een jeugdige frisse David Bowie.
Het kans berekende Little Arithmetics schat de voortgang van een relatie in. Een dreigende breuksong met zachte mijmerende woorden. Op het einde is de rusteloosheid in het hoofd niet meer onder controle en laat Tom Barman dit los, wat in grote hectiek ontaardt. Onderschat hierbij het aandeel van Eric Drew Feldman niet, hij weet als geen ander hoe hij een Hammond orgel moet laten rocken.
Bij Gimme The Heat is het Peter Vermeersch die de slepende track dirigeert en de strijkers onder zijn hoede neemt. Gimme The Heat verzacht het erotische verlangen totdat die uiteindelijke ingehouden ejaculatie explodeert. Seks als primaire verslaving, met een emotioneel geladen Stef Kamil Carlens die uiteindelijk de verlegen klinkende Tom Barman naar de achtergrond dringt.
Tom Barman pakt die koppositie vervolgens in het slaap wiegende Serpentine liedje over verraad en ontrouw terug. Klaas Janzoons ontroert als hij hierbij zijn viool als een exotisch slaginstrument en niet als een strijkinstrument aanslaat.
Het hypnotiserende A Shocking Lack Thereof komt nog het meeste bij het voortreffelijke Theme From Turnpike in de buurt. Dit nummer heeft dezelfde experimenteerdrang welke My Sister = My Clock bijna de kop kost. Zo kan het dus ook, hier werkt het dus wel.
Het vrolijke Supermarketsong is typische liftmuziek, maar dan wel de dEUS variant. Een vleugje bossanova exotica, met prachtige saxofoonuithalen van Dana Colley. Deze muzikant kent dEUS nog toen Morphine ze op sleeptouw nam, en dat ze zonder een afgeronde plaat al tijdens de tournee voor ze mogen openen. Mooi dat zijn betrokkenheid met dit gebaar beloont wordt.
Er zit heel veel Dinosaur Jr. in de punkrocksong Memory Of A Festival. Het voordeel om je als onbekende act op een festival te presenteren. Misschien komt het succes wel te vlug, en dreigt ook dEUS zich hierin te verliezen. Het besef is er, nu nog de vraag hoe je met deze roem omgaat.
Bart Maris blaast zich met treurtrompet door het kwetsbare jazzy Nine Threads heen. Ook hier de angst dat het sterrendom de sterfelijkheid opeist. Die bewustheid heerst tevens in het verlokkende Guilty Pleasures. Een dodemansrit in een doorgedraaide achtbaan aan onverwachte afslagen, hobbelig en krakkemikkig. De grens van het avontuur overschrijden. Zonder dat avontuur heeft dEUS geen bestaansrecht.
De schoonheid bereikt hun hoogtepunten op het einde van de In a Bar, Under the Sea plaat. Tom Barman is letterlijk de barman die in de nacht de kroeg na Disappointed In The Sun sluit. Een hoog Piano Man en Cheers gehalte, maar dan veel beter uitgevoerd. Aan deze track heeft de plaat de albumtitel te danken.
Is het dan klaar? Nee zeker niet! dEUS schenkt de luisteraar nog het beeldschone Roses. Nou ja, deze schoonheid weten ze ook weer heerlijk te verminken. Hoe je serene rust door paniekerige dreiging laat onderscheppen. Voor mij zijn Roses en Theme From Turnpike de twee hoogtepunten van dit meesterwerk, welke stiekem zelfs evenwichtiger, maar niet beter, dan de voorganger is. Wake Me Up Before I Sleep is de toegift, met geweldige slidegitaar akkoorden van Craig Ward.
» details » naar bericht » reageer
The Cult - Love (1985) 5,0
4 april, 20:11 uur
Na het zwaar rockende Dreamtime doet The Cult met Love een stapje terug. Eerlijk gezegd sluiten de stevige Electric en Sonic Temple platen meer op Dreamtime aan, en pakt Billy Duffy daar zijn positie als toonaangevende gitarist terug. Billy Duffy die bij het emotionele gothic postpunk gezelschap Theatre of Hate zich nog bescheiden in de luwte opstelt. Love is een monument, waar dat Theatre of Hate verleden zijn definitieve weg vindt.
Herfstplaat Love verschijnt in de nadagen van de eerste postpunk golf, en scoort een onverwachte hit met de klassieker She Sells Santuary. Een krachtig nummer over sterfelijkheid en onsterfelijkheid. Iconisch zeker, maar voor mij niet eens het hoogtepunt van de plaat. Het is wel altijd kicken als deze op de radio voorbijkomt, en het volume wordt dan zeker omhoog geschroefd.
Ja, er iets bijzonders gaande als Love verschijnt. De zwarte achtergrond op de albumhoes past perfect bij de muziek, die naast iets hoopvols ook iets triest uitstralen. Lang probeer ik de tekens op de plaat te analyseren, en met een beetje fantasie zijn sommige tot albumtracks te herleiden. Ik heb mij er ondertussen bij neergelegd dat ik hier niet teveel achter moet zoeken. Het is een fraaie mix tussen Keltische mystiek en een soort van Amerikaanse Indianen symbolen. De krachtige adelaarsveren frontaal in het midden geplaatst. Deze liefde openbaart zich in het definitieve episch slepende donkere Brother Wolf Sister Moon afscheidsnummer.
De stem en uiterlijke verschijning van Ian Astbury zit ergens tussen Jim Morrison van The Doors en Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club in. Wat zal de zanger zich vereerd voelen dat hij later door Ray Manzarek en Robby Krieger van The Doors gevraagd wordt om met hun te spelen. Het zal heus wel meespelen dat de albums van The Cult het op de Amerikaanse markt zo goed doen. Ian Astbury heeft het vermogen om melodieuze zanglijnen te zingen, maar is geen perfecte rockzanger. Hij tilt zijn ego boven zichzelf uit, datzelfde ego bezwijkt helaas bijna aan zelfverheerlijking, waarschijnlijk mede veroorzaakt door buitensporig drugsgebruik.
Toch is zijn persoonlijkheid voor mij de bepalende factor binnen The Cult. Al zitten de nummers muzikaal ook meer dan voortreffelijk in elkaar. Bijzonder want de band verkeert in een grillige periode. Nigel Preston wordt vanwege wangedrag uit de band gezet en het is Mark Brzezicki van Big Country die zijn rol overneemt. Nigel Preston drumt wel nog op She Sells Sanctuary mee, verder blijft zijn aandeel beperkt tot het slagwerk op bonustracks No. 13 en The Snake. Nigel Preston bezwijkt in 1992 definitief aan zijn drugsverslaving, amper twee maanden voor het beruchte The Cult optreden op Pinkpop.
Maar goed, weer terug naar Love. Openingstrack Nirvana verwijst naar het hemelse paradijs, maar adoreert vooral het nachtelijke kroegleven. De verleidingen liggen op de loer, en vooral Ian Astbury en dus ook Nigel Preston zijn daar zeer gevoelig voor. Nirvana kenmerkt zich vooral door het stevige instrumentale hardrockgitaar tussenstuk, vervolgens neemt Ian Astbury het weer over. The Cult kiest duidelijk ervoor om niet op te bouwen, maar gelijk te knallen. Ondanks dat er ook rustige songs op Love staan, houden ze dit gevoel de hele plaat vast.
In The Big Neon Glitter lonkt het bestaan in de grote steden. Het onbereikbare bereiken. Het is dezelfde glamrock aantrekkingskracht die bij de Los Angeles scene dan erg leeft. Later zal er ook een amicale band met Guns N’ Roses ontstaan, al kost het The Cult weer een drummer, in dit geval Matt Sorum. Het stampende Love titelstuk adoreert tevens het living in the fastlane bestaan, al gaat hier het tempo naar bluesrock niveau omlaag.
The Soultanas bestaande uit Jackie Challenor, Lorenza Johnson en Mae McKenna verzorgen de achtergrondzang op Rain. Dit zijn dus niet Wendi West and Colette Appleby die wel in de videoclip deze rol invullen. Hun sprookjesachtige gothic uiterlijk is schatplichtig aan dat van ijskoningin Siouxsie Sioux. Dat valt het humoristische glamrock gezelschap The Doctor and the Medics ook op, die ze vervolgens inlijven. Rain is mijn persoonlijke favoriet, Ian Astbury heeft blijkbaar zelf weinig met deze klassieker. Tekstueel is het een oververhit liefdesliedje, waarna het stel vervolgens de verkoeling opzoekt.
Ondanks dat Phoenix in de Griekse mythologie voor wedergeboorte staat, linkt tekstschrijver Ian Astbury het vooral aan seksuele voldoening, en de daaruit voortkomende roes. Ook hier zijn het The Soultanas die er een bezwerende twist aangeven. Ver genoeg op de achtergrond weggestopt, maar wel genoeg aanwezig om Phoenix is een griezelige sfeer te gieten. De echte Phoenix komt echter uit het vlammende gitaarspel van Billy Duffy voort, hij laat zijn instrument krijsen van genot. In Hollow Man trotseert Ian Astbury de duivel. Hij beschouwt deze als gelijke en durft hem recht in de ogen aan te kijken.
Bassist Jamie Stewart is de grote smaakmaker op de Revolution sfeersingle. Hij is grotendeels verantwoordelijk voor het briljante psychedelische jaren zestig geluid. Onderschat zijn aandeel als arrangeur niet, en ook het melancholische subtiele toetsenwerk op Love is van zijn hand. Ook hier maken de The Soultanas het af, echt een meerwaarde. Helaas is hun aandeel op de single gruwelijk ingekort. De Black Angel tragiek draagt de geesten uit het verleden met zich mee. Ian Astbury memoreert hier aan de voorouders van de Indianen, de oorspronkelijke bewoners van de Verenigde Staten.
Vanwege de opkomst van de compact disc biedt het The Cult mogelijkheden om de release met twee bonustracks uit te breiden. Little Face en Judith krijgen deze eer en misstaan zeker niet op Love.
» details » naar bericht » reageer
P.J.M. Bond - Coyote (King of the Island) (2026) 4,0
2 april, 18:39 uur
P.J.M. Bond introduceert zichzelf op zijn derde studioalbum Coyote (King of the Island) als een grootheid in Nederland. Natuurlijk zit hier behoorlijk wat zelfspot in verweven, maar je kan hem geen ongelijk geven, en daar zijn we ons bij Written In Music allang bewust van. Coyote (King of the Island) is een fraaie voortzetting van de lijn die Paul Bond met Sunset Blues en In Our Time heeft uitgezet.
Zijn markante folkgeluid leverde hem voor zijn nieuwe album een deal bij platenlabel Excelsior op en dat levert meer kansen en samenwerkingen op. Drummer Jeroen Kleijn, al jaren onze favoriete Nederlandse drummer, is als lid van Daryll-Ann, Johan en Claw Boys Claw natuurlijk alom aanwezig. Gitarist Danny van Tiggele toert op dit moment weer in clubverband met Mister and Mississippi. Violist Tijmen Veelenturf heeft zichzelf met Blue Grass Boogiemen op de kaart gezet.
Zelf is P.J.M. Bond verder in Her Majesty actief. Dit gezelschap speelt Crosby, Stills & Nash (& Young) covers. Ondertussen zijn ze stukken veelzijdiger dan dat, al leggen ze de nadruk wel op de jaren zeventig countryrock. Gitarist Theo Sieben is sinds 2022 aan Her Majesty verbonden. Ook hij behoort bij het muzikantencollectief waarmee P.J.M. Bond Coyote (King of the Island) opnam.
Volledige review op Written In Music
P.J.M. Bond - Coyote (King of the Island) | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Snail Mail - Ricochet (2026) 4,0
31 maart, 18:21 uur
De carrière van Lindsey Jordan is een zware tocht met de nodige obstakels. Na het prima ontvangen debuut Lush, liep de afronding van de tweede Snail Mail plaat, Valentine, vanwege de coronapandemie veel vertraging op. Vervolgens diende het volgende probleem zich aan: poliepen op de stembanden gooiden roet in het eten. Lindsey Jordan moest acuut onder het mes, waardoor de geplande tournee net voor aanvang werd afgelast.
Ondanks dat de zangeres haar stem rust moest gunnen, ging het schrijfproces gewoon door. Het hectische New York City bleek niet de ideale woonplaats daarvoor te zijn, dus week ze naar het meer landelijke North-Carolina uit. Na een ongelukkig afgelopen relatie met Amandla Stenberg, was Lindsey Jordan weer gelukkig in de liefde; ze heeft sinds 2022 een relatie met Etta Friedman van indierockband Momma. Genoeg inspiratie voor een nieuw album dus.
Volledige review op Written In Music
Snail Mail - Ricochet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Boxer Rebellion - The Second I'm Asleep (2026) 3,0
27 maart, 17:32 uur
Natuurlijk hoopten de concertgangers een jaar geleden tijdens de tour door Nederland een glimp van nieuw werk van The Boxer Rebellion op te vangen maar de band uit Londen vertikte dat. Met als enige wapenfeit tussendoor, de in 2024 uitgebrachte Open Arms EP, eigenlijk meer dan een veredelde single, verschijnt dan nu na acht jaar eindelijk met The Second I’m Asleep een nieuw album. Opvallend dat bassist Adam Harrison dan doodleuk aangeeft dat het een gemakkelijk relaxed proces is geweest.
Het is even slikken als het met kopstem gezongen Satellite Above passeert. De melodielijn van het refrein vertoont wel heel veel gelijkenissen met Toxic van Britney Spears. Slaat The Boxer Rebellion definitief een commerciële richting in? De tekst van dit nummer is echter overtuigend sterk. We worden van alle kanten gecontroleerd in de gaten gehouden. Door deze boodschap toegankelijk te verpakken bereik je wel een breder publiek. En laten we eerlijk zijn; The Boxer Rebellion presenteert zich al lang niet meer als de grote vernieuwers van de postpunk. Het neemt niet weg dat er op The Second I’m Asleep fijne luisterliedjes staan.
Luisterliedjes dus. De intieme sfeer is hierbij zeer bepalend. Flowers In The Water sluit stilistisch nog op het hitsucces van Diamonds aan, al is het net wat ingetogener. Flowers In The Water is de tragiek van een stervend stilleven, wiens schoonheid opgeofferd wordt. Last of a Dying Breed is een logisch thematisch vervolg. De mensheid telt de laatste dagen af, alleen de lente zal elk jaar terugkeren. The Boxer Rebellion haalt de hoop uit nieuw leven, en daar is dit seizoen de meest geschikte periode voor.
The Second I’m Asleep heeft iets opbeurends. Hidden Meanings vraagt om een folk benadering en krijgt deze ook. Hidden Meanings ontvlucht de dood, er is ruimte voor een spiritueel verlangen naar verlossing. De geborgenheid van This House openbaart zich als de gordijnen openen en zonnestralen de lege ruimte verwarmen. De koude kilte verdringen, de duisternis overwinnen. The Boxer Rebellion als de goedpraters van de postpunk.
Het akoestische Storm Chaser gitaarintro ademt wel dat vintage postpunk gevoel uit, en is de donkerste track van de plaat. Maar zelfs in deze storm is Nathan Nicholson de romanticus die vooral de liefde toezingt. Het is dezelfde liefde die deuken in Don’t Leave Yet slaat. The Boxer Rebellion zoekt in deze twijfel en onzekerheid juist de rust op. Rust om het verleden af te sluiten, rust om vooruit te denken. Perception legt de schuld van het falen bij de zanger.
Gaat The Second I’m Asleep dan toch als een nachtkaars uit. Sluiten de bloemen zich om vervolgens in de ochtend niet meer open te gaan. De triphop achter het mysterieuze Second Guess smeekt om een herkansing. Kwetsbaar pakt Nathan Nicholson de kopstem weer op. In het dromerige Your Side of Town nivelleren twee dolende zielen hun emotionele en fysieke afstand. Het is even wennen deze nieuwe van The Boxer Rebellion omdat de band muzikaal op safe speelt. Er zitten nog genoeg goede liedjes tussen maar de opwinding is er helaas vanaf.
The Boxer Rebellion - The Second I'm Asleep | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Courtney Barnett - Creature of Habit (2026) 4,0
26 maart, 16:25 uur
Het kenmerkende cynisme begon Courtney Barnett op te breken. De verbitterende teksten van Things Take Time, Take Time wekten de indruk dat de muzikant tegen een burn-out aanliep. Zelfs de alledaagse simpele irritaties wogen zwaar, waardoor ze besloot om het rustiger aan te doen. Daar paste de druk van het kleine eigen platenlabel Milk! Records niet meer tussen. Na de opheffing daarvan werd het tijd om schoon schip te maken. Sterker nog, het luchtte zodanig op, dat er weer ruimte voor liedjes in haar hoofd ontstond.
Na de tranen en het therapeutisch loslaten vloeiden de songs weer als vanouds vanzelf uit haar pen. Wanneer de woorden eenmaal op papier stonden, werden deze zorgvuldig door Courtney Barnett geanalyseerd. Dit gaf rust en betekenis maar betekende niet dat het nu direct uitstekend met Courtney Barnett ging, blijkt bij beluistering van Creature of Habit.
In het dromerige Wonder heerst de twijfel. Hoe kijkt de omgeving tegen haar aan en wordt er niet achter de rug om over haar geroddeld? De van oorsprong Australische rockster zit tegenwoordig op een prettige manier hoog in haar emoties. Ondanks dat er zeker hulp geboden wordt, moet Courtney Barnett het uiteindelijk toch allemaal alleen klaarspelen.
Creature of Habit ruimt op en openingstrack Stay in Your Lane geeft dit treffend weer. Stay in Your Lane is een ouderwetse indiepop/rocksong zoals er velen in de jaren negentig geschreven werden. Stella Mozgawa van Warpaint drukt zoals vanouds haar stempel met stevig drumwerk. Door het uptempo karakter zakt Creature of Habit niet in zelfmedelijden weg. Bijna vanzelfsprekend bewapent de zangeres zich met sarcasme en zelfspot, zij het minder dan voorheen. Het is daarbij de kunst om die zwarte rand van voorganger Things Take Time, Take Time weg te vijlen, waardoor het geen zwaarmoedig geheel wordt.
Het schrijfproces van Site Unseen kwam maar stroef op gang, pas toen folky Katie Crutchfield (Waxahatchee) zich erin mengde begon het te lopen. Ze delen hetzelfde gevoel van heimwee en vullen elkaar daarin verbaal treffend aan. Na een paar troosteloze regenliedjes breekt vanaf One Thing at a Time de zon door. Mantis presenteert Courtney Barnett als een opgewekte grunge zangeres, die haar depressies overwonnen heeft. Ze herinnert mij hier aan die andere Courtney, namelijk Courtney Love, maar dan wel in haar beste dagen. De muzikale omlijsting van Mantis meet zich hierbij met het betere Fleetwood Mac werk.
De juweeltjes bevinden zich dus in het midden van de plaat. Ook de luie slacker rock van Sugar Plum ademt het oude gelukzoekersgevoel van California in de jaren zeventig uit. De wave van Same heeft daarentegen weer een zonnige eighties uitstraling. Het lekker gestoorde Great Advice toont genoeg dwarsigheid en koppige weerhaken. Hier rekent Barnett af met de manipulerende bemoeiallen die de zangeres met al hun goede raad gaan tegenstaan.
Ouder en wijzer sluit ze met het bevredigende Another Beautiful Day af. Als de gitaar het smerig van haar zang overneemt, besef je opeens dat Courtney Barnett ook een verdienstelijke muzikant is. Het volwassen Creature of Habit mist dan wel wat van die humorvolle scherpte, het sarcasme en de zelfspot van de eerdere platen, de plaat biedt wel een mooie aanloop naar Courtney Barnetts hervonden zelfbewustzijn, en misschien nog belangrijker, naar haar zelfredzaamheid.
Courtney Barnett - Creature of Habit | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Depeche Mode - Songs of Faith and Devotion (1993) 5,0
25 maart, 08:04 uur
Your Own Personal Jesus. Dave Gahan zingt die profetische woorden al op Violator. Toch is het een grote verrassing dat hij zich in de I Feel You clip als een hedendaagse Messias presenteert. Dave Gahan met een grunge uiterlijk in een glamrock jasje. De tussenliggende jaren heeft de zanger benut om zijn haren te laten groeien en zijn drugsverslaving verder uit te breiden.
Tijdens de Countdown opnames van Enjoy The Silence is het al pijnlijk zichtbaar dat er iets aan de hand is. De afwezige wazige blik in de ogen van de frontman zegt eigenlijk al voldoende, dit gaat de verkeerde kant op. Muzikaal gezien is er echter iets bijzonders gaande. Depeche Mode zweert niet meer bij de elektronica en slaat een andere richting in. Songs Of Faith And Devotion is een heuse rockplaat, met echte instrumenten.
De industriële I Feel You noise is het overgangsmoment. Een terechte keuze voor de eerste single. Door het geleefde doorleefde karakter van Dave Gahan, openbaart zich diep van binnen een soulman kant, die graag naar buiten treedt. Hij plaatst zich hiermee naast rockiconen als Mark Lanegan en Chris Cornell. Depeche Mode wordt als vol aangezien, al botert het binnen de band zelf niet meer zo goed.
Songs Of Faith And Devotion zal dan ook de afscheidsplaat van Alan Wilder worden. De roem eist op alle fronten zijn tol. Onbewust schrijft Martin Gore hier bijna het requiem voor Dave Gahan. Songs Of Faith and Devotion is behalve een hulpvraag ook de kruistocht van de getergde zanger. De evangelische verwijzingen liggen er dik bovenop. Judas is het verraad, het wantrouwen van een junkie. De gemakkelijkste weg zonder weerstand levert nooit het gewenste resultaat op. Het enige wat Martin Gore in deze fase kan bieden is vertrouwen en liefde.
De Condemnation gospel is de veroordeling en de boetedoening, het stigma wat nog zwaarder weegt dan het kruis. Mercy In You vraagt om vergiffenis, het kwijtschelden van de schulden. Higher Love reikt tot aan de hemel, de eeuwige stilte die in het koninklijke In Your Room hoogtepunt wordt opgewekt.
Songs Of Faith And Devotion is een ander soort vrees als de tienerangsten in Some Great Reward. Songs Of Faith And Devotion accepteert het einde en beschouwt de dood als duistere metgezel. De donkere schaduw die uiteindelijk de ziel opslokt. Songs Of Faith And Devotion is de meest veelzijdigste en een van de best gewaardeerde albums van Depeche Mode. De band etaleert zichzelf midden in een arena als aangeschoten wild. Music For The Masses, maar dan in veelvoud.
» details » naar bericht » reageer
Fcukers - Ö (2026) 4,0
24 maart, 19:42 uur
Ruim twintig jaar geleden veroverde LCD Soundsystem de wereld met Daft Punk Is Playing at My House. Nu nodigt Shanny Wise van Fcukers met If You Wanna Party, Come Over to My House iedereen bij haar thuis uit. Fcukers is net als het LCD Soundsystem boegbeeld James Murphy in New York actief. Samen met hun muzikale held leverden ze een remix voor Los Angeles, het nummer van Budgie (Siouxsie and the Banshees) en Lol Tolhurst (The Cure) aan. Deze bijdrage tilt de plaat Lol Tolhurst x Budgie x Jacknife Lee boven de middenmoot uit.
Vanuit de underground scene is het indie-sleaze duo Fcukers al snel een gevestigde naam, zeker nadat ze die belofte met de Baggy$$ EP waarmaken. Nu Harry Styles meer de electrofunk/disco kant op gaat, vormen ze het perfecte voorprogramma voor zijn tour door Brazilië. De garantie dat dit in het voordeel van Fcukers gaat werken ligt er dik bovenop.
Maar Fcukers is vooral een club- en festivalband, niet zozeer een band om overdag het publiek mee op te warmen. Ik beschouw ze eerder als de ideale afterparty act om de nachtelijke uren op te vullen. Geschikt voor de volhardende 24 hour party people, die genoeg feestenergie over hebben. If You Wanna Party, Come Over to My House? Nou ze zijn hier ook meer dan welkom!
Producer Kenneth Blume is mede verantwoordelijk voor de doorbraakplaat Getting Killed van Geese en pakt de uitdaging aan om ook van Ö een succes te maken. Want die doorbraak laat niet lang op zich wachten. De sensualiteit druipt van het hees gezongen Beatback af. Dit is de sound die Shanny Wise op de radio wil horen, het geluid waar ze zelf verantwoordelijk voor is. Met deze aanstekelijke openingstrack levert zij, met bassist Jackson Walker Lewis, een overtuigend visitekaartje af.
De L.U.C.K.Y electroclash komt al op de eerste dag tijdens het opnameproces in de studio van Kenneth Blume tot stand. Dit zegt meer dan genoeg over de onderlinge verstandhouding. L.U.C.K.Y koppelt stampende beats aan retro new wave zweverigheid. Er lijkt grote behoefte aan dit soort sprankjes van gelukzaligheid.
Na een aantal potentiële clubklassiekers slaat Fcukers vanaf de industriële jungle/dub Play Me een gewaagde zijweg in. De zwoele, verveeld klinkende Shanny Wise is klaar met dansen, en wil nu stevig rocken. Die dub echoot tevens door I Like It Like That heen. Vervolgens is het gastrapper Skiifall die de vintage uptempo ska van TTYGF naar een hoger level tilt. Spookstadblazers voegen een griezelig nachtelijk sfeertje aan deze anti-liefdesliedje-track toe.
In de tegendraadse crossover/funk Getaway laat Jackson Walker Lewis zijn bagage als bassist gelden. Het avontuurlijke hoogstandje op deze toch al niet misselijke plaat. Aan elk feestje komt een einde, en waarom dan niet met de schemerige cooling down triphop van Feel the Real afsluiten? Met Ö lukt het Fcukers in ieder geval om de aandacht op de dansvloer langdurig vast te houden. Het broeierige New Yorkse nachtleven leeft met hen weer helemaal op.
Fcukers - Ö | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Twilight Sad - It's the Long Goodbye (2026) 4,5
24 maart, 18:00 uur
Vanaf het moment dat het Schotse The Twilight Sad in 2016 door The Cure gevraagd werd om de rol als voorprogramma te vervullen, bouwde James Graham een goede vriendschappelijke band met Robert Smith op. De Cure frontman is op de hoogte van de mentale aftakeling van de aan dementie lijdende moeder van James Graham. Het is het beginpunt van zeven zware jaren voor Graham. Die prioriteiten om voor zijn zieke moeder te zorgen zijn belangrijker dan de voortzetting van The Twilight Sad. Na het succes van It Won/t Be Like This All the Time volgt vooral stilte. Buiten zanger Graham is diens jeugdvriend en gitarist Andy MacFarlane de enige trouwe constante zekerheid binnen de band.
Als de moeder van James Graham in januari 2024 overlijdt is het Robert Smith die hem motiveert om dit trauma te verwerken door het van zich af te schrijven. Robert Smith doet iets soortgelijks op de laatste plaat van The Cure, Songs of a Lost World, om het definitieve afscheid van zijn broer Richard en zijn ouders een plek te geven. De goede band tussen Graham en Smith zorgt er zelfs voor dat Smith op een drietal nummers van It’s the Long Goodbye meespeelt.
It’s the Long Goodbye; The Twilight Sad is eindelijk terug, al is de bandsamenstelling nog steeds zo onvast, wankel en onzeker als tijdens het proces van It Won/t Be Like This All the Time. In de Willesden’s Battery studio neemt voormalige Arab Strap bandlid David Jeans achter het drumstel plaats en Alex Mackay van Mogwai pakt de rol van bassist. Dat er shoegazer-elementen doorheen sijpelen komt voornamelijk door het productieteam, dat uit Andy Savours en Chris Coady bestaat, die in het verleden al met My Bloody Valentine en Slowdive hebben gewerkt.
Met een explosie aan verbitterende noise dwingt Get Away from It All vooral respect af. In deze ruis vindt James Graham vooral rust. Zijn hoofd is een barstende orkaan waarin de woorden diepte en betekenis krijgen. De zalvende kopstem biedt troost aan hemzelf en muziek is daarbij het verbindende antwoord op vragen die maar blijven ronddolen.
Het mag duidelijk zijn dat It’s the Long Goodbye niet alleen de meest emotionele plaat van The Twilight Sad is, het is tevens het meest persoonlijke album van de band. Na de heftige introductie van Get Away from It All pakt bassist Alex Mackay zijn eerste echte moment op het drukkende, met verlies omgaande Designed to Lose. In een regenbui van neerstortend gitaargeweld trotseert Attempt a Crash Landing – Theme de donkere keerzijde van het bestaan. De duisternis als ongenode bijrijder die de koers bepaalt.
Tussen de elektronische beats van Waiting for the Phone Call verschijnt Robert Smith aan de zijde van James Graham. Hij krijgt alle ruimte toebedeeld om middels zijn agressieve gitaarpartijen te duelleren. Waiting for the Phone Call voelt wat kil aan, tussen de warme songs van It’s the Long Goodbye. Het is de aftikkende avondklok, wachtend op dat laatste telefoongesprek. Ondanks dat het einde in zicht is, valt de dood genadeloos hard binnen.
Vanuit het introverte begin van The Ceiling Underground vecht een extroverte James Graham een weg naar buiten. Contact is de drijfkracht, het herwinnen daarvan is hierbij de voornaamste missie. Gedempt onder het heersende slagwerk van David Jeans is het de opnieuw ten tonele verschijnende Robert Smith die met de mineur gestemde toetsenpartijen zijn stempel drukt. Dit vakmanschap is de essentiële basis van Dead Flowers en ook in die gitaarakkoorden weerkaatst zijn zwartgeblakerde spiritualiteit. Het is een fraai evenwicht tegen de manische onmacht van een naar zichzelf zoekende James Graham, die een belangrijk stuk roots is kwijtgeraakt.
James Graham heeft meer dat theatrale, poëtisch klagende van Morrissey, maar dan met een Schotse tongval. Bij de zoekende Graham accepteer je het dat de zanger zich met anderen identificeert. Inhospitable / Hospital ademt qua songstructuur in alles The Cure uit, de leermeester stelt zich echter afzijdig onzichtbaar op. Het zijn Andy Savours en Chris Coady die zich het in shoegaze badende Chest Wound to the Chest toe-eigenen.
Robert Smith bespeelt de zes-snarige basgitaar op Back to Fourteen met dezelfde sfeerbepalende gedrevenheid van zijn veelzijdige gitaarspel. De shoegazernoise van TV People Still Throwing TVs at People voelt als therapeutische bevrijding aan. Fragmentarische brokstukken die na die laatste explosie voorzichtig helen. It’s the Long Goodbye is niet alleen een waardig afscheid, het is ook een nieuwe start.
The Twilight Sad - It's the Long Goodbye | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Tin Fingers - Balconies (2026) 4,0
24 maart, 17:59 uur
Ondanks dat het Antwerpse Tin Fingers op Rock Bottom Ballads de indruk wekt dat liedjes gewoon komen aanwaaien, slaan ze voor de opvolger een andere weg in. Die stadse broeierigheid zeggen ze vaarwel en Tin Fingers wijkt naar het Griekse eiland Hydra uit, de ideale bestemming voor een rustige vakantie maar niet echt een geschikte plaats en omstandigheden om een album op te nemen. Overdag kan het daar verschrikkelijk warm zijn. Gelukkig biedt de werkplek (een oude tapijtfabriek) genoeg verkoeling. Hierdoor is het soms wat broeierig Balconies toch nog wat opzwepender dan de voorganger.
Balconies staat voor observatie op afstand. Cultuur opsnuiven en hier een eigen draai aan geven. Net als op Rock Bottom Ballads zit deze aanschouwende rol Felix Machtelinckx als gegoten. Het grote verschil is dat hij nu het vertrouwde achterlaat en het onbekende opzoekt. Vanwege die eenzaamheid straalt Balconies vooral heimwee uit, het besef dat je het in Antwerpen zeker niet slecht hebt. Slapeloze nachten in een vreemde hotelkamer, de vakantieganger binnen een ongemakkelijke ansichtkaart.
Destructieve echo’s werken zich door het surrealistische Intro heen. Kakofonie en verdoving. Voldoet dit paradijs wel aan mijn dromen, mijn wensen? Het waarnemende Waterpark ergert zich aan passieve hotelgasten die zich rondom het zwembad laten amuseren. Slechts de tintelende gitaarklanken van Quinten de Cuyper bieden verfrissende troost. Romanticus Machtelinckx klinkt verveeld en rusteloos gejaagd. Dit escapisme levert niet het gewenste resultaat op. Dan is het lichtere postpunk-titelstuk de overgave, en brengt het positiviteit. Loslaten is ook genieten. Het dromerige Orange Juice bevat dezelfde postpunkelementen, maar dan met een grauwe grunge invalshoek.
Tin Fingers - Balconies (Official Video)Tin Fingers – Balconies (Official Video)
Dat genieten geldt voor het gehele Balconies album. Marnix Van Soom heeft blijkbaar minder moeite met dit tijdelijke reisdoel en geeft Mural een exotische, holle drumtwist. Felix Machtelinckx functioneert op standje zonnesteek en voegt daar zijn kenmerkende neurotische geluid aan toe. Prachtig hoe deze tegenstrijdigheden elkaar ergens in het midden treffen. In het krachtige Legacy, Bones legt bassist Simen Wouters een donkere hardcore basis neer. Het is de erfenis van het duelleren in punkgezelschap Fake Musik, het andere hobbyproject van Simen Wouters, Marnix Van Soom en Quinten De Cuyper.
Het zonsverduisterende Sky to Valley heeft net als Orange Juice een dreigende grunge/gitaarrock-ondertoon. Ook nu bewijst Tin Fingers dat ze van alle markten thuis zijn. De zwalkende theatrale pianoballad Broken Melody Maker walst er als een ongecontroleerde dodemanswals op los. Op Infinite Red grijpt Felix Machtelinckx naar zijn verslavingsdrang terug, al voelt het hier als een natuurlijke euforische beleving aan. De hypergekte ramt wel door de drukkende Graves heen. De keerzijdes van bewustwording, waar geluk in een acute paniekaanval transformeert.
In de melancholische You and Dawn surf-folk hoor je vlagen van het zonnige gastland terug. De dagdromende nachtmerrie Bedroom is een verstikkend claustrofobisch eindbeklag. De muren komen op je af en dwingen een vervroegd afscheid af. Bijzonder dat Tin Fingers na drie maanden voorwerk slechts vier dagen nodig had om Balconies op te nemen, zeker gezien de bar hete weersomstandigheden van Griekenland. De opzet om Balconies zomers en luchtig te laten klinken, is niet geslaagd. Gelukkig maar!
Tin Fingers - Balconies | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hugo Race Fatalists - I Made It All Up for You (2026) 4,0
21 maart, 15:11 uur
Na de voltooiing van The Wreckery, de afronding van Michelangelo Russo en de medewerking aan Charlie Risso, is er voor Hugo Race tijd voor een nieuw project, één waar smaakmaker Michelangelo Russo ook van de partij is: een nieuw album van Fatalists, de Italiaanse begeleidingsband van Hugo Race. De muzikant klinkt op I Made It All Up For You stukken relaxter dan we van hem gewend zijn. De nadruk ligt niet meer op de donkere kant van de blues. Alleen het melancholische The Comet Drops is een blues-eerbetoon, hier grijpt Hugo Race zich aan dat laatste sprankje hoop vast.
Soms moet je het gewoon maar laten gebeuren. Het klinkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar onderschat hierbij het aandeel van de gastmuzikanten niet. Dat Hugo Race een recent samenwerkingsverband met Steve Kilbey van The Church heeft afgesloten, hoor je overduidelijk in Against the World terug. Het is een fraaie mix van psychedelica, pop en folk, met de oorstrelende vioolpartijen van Massimiliano Gallo.
Zo is Jennifer Charles de uitgesproken persoon om het duet Broken Love mee te zingen. Deze zangeres heeft dezelfde hang naar de duistere kanten van het leven. Jennifer Charles stoeit net als Hugo Race met thema’s als liefde, verlies en dood. Het duo bezingt de gevolgen van een op springen staande relatie. Soms vóel je de emotionele beladenheid in een rollenspel als dit. Dan moet je hier geen extra woorden aan toevoegen.
Charles is tevens bij I Collide van de partij, al steelt daar Francesco Giampaoli met zijn contrabas de show. De bevriende modeontwerpster Alannah Hill levert hiervoor net als bij Broken Love een groot deel van de teksten aan en geeft het die extra vrouwelijke dimensie. Er hangt een mooi naargeestig murder ballad sfeertje om I Collide heen. Het zijn twee prachtige liedjes over een uitzichtloze uitputtende relatie.
I Made It All Up For You heeft iets weg van een koortsdroom, waar folk en country het decor inkleuren. De rol van verhalenverteller ligt Hugo Race goed. Country is het meest uitgesproken genre om het verlangen uit te spreken. Born To Fly voegt daar vrijgevochten elementen van de folk aan toe. Een ‘rootsbeleving’ die Race naar zijn Australische gronden terugbrengt. Down Under woestijnrock, stoffig, met prachtig slide gitaar uithalen en sprankelend banjo-spel. Deze basis past Hugo Race net zo effectief op het Dream Country Home eindspel toe.
Hugo Race is het hoofdpersonage in I Tread Softly. Eenzaam, met schimmen uit het verleden die als donkere schaduwen rond hem zwermen. Hugo Race als spons die vooral liefde ontvangt, en deze in zich opneemt. Een tikkeltje spiritueel, maar dan met die kenmerkende duistere ondertoon. Hier is het vooral drummer Diego Sapignoli die zich slagvaardig laat gelden.
Mijmerend dromend zet Hugo Race in Bad Dreams zijn voorliefde voor de zelfkant van het bestaan aan de kant. De duistere erfenis van The Bad Seeds dendert door het gedreven, griezelige 45 in the Shade heen. Ook nu komen de verlokkingen van het leven aan bod. Hugo Race is verslavingsgevoelig, en zet hier juist een lekkere verslavende druggy sound neer. Dat dreigende overheerst tevens in het sterke, filmische, David Lynch-achtige Open Field.
Het definitieve afscheid vormt het hoofdthema van I Made It All Up For You. Niet alleen het afscheid van wat je liefhebt, maar tevens van Australië. De muzikant wijkt naar Italië uit om dat verdriet een plek te geven. Hugo Race heeft I Made It All Up For You dan wel verzonnen, de feiten liggen er toch dik bovenop.
Hugo Race Fatalists - I Made It All Up For You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Doodseskader - The Change Is Me (2026) 3,5
21 maart, 15:11 uur
stem geplaatst
» details
R.E.M. - Out of Time (1991) 5,0
20 maart, 17:22 uur
Met het energieke optreden op Pinkpop in 1989 verzilvert R.E.M. hun status als beste alternatieve band van dat moment. Beter kan het niet meer worden. Totdat in het magische muziekjaar 1991 alternatief mainstream wordt en zelfs R.E.M. onverwachts een megahit scoort met Losing My Religion. Losing My Religion haakt op het sobere akoestische MTV Unplugged gebeuren in. Michael Stipe draagt nog steeds datzelfde verbitterende van The One I Love uit. Gooit hij daar zijn emoties fel in de strijd, op Losing My Religion houdt hij het liefdesnummer klein intiem dicht bij zichzelf.
Treedt hij bij Pinkpop vol in de schijnwerpers op, nu overheerst de twijfel. Is die rol van rockidool wel voor hem weggelegd? Of moet hij zich schikkend op de achtergrond opstellen? Juist op dit moment scoren ze hun grootste succes en staan ze definitief op de voorgrond. Feitelijk verandert er verder niet eens zo heel veel en verschilt de aanpak bar weinig met Green. Het contact met producer Scott Litt bevalt zo goed, dat hij nu tevens weer van de partij is. Je kan Out Of Time bijna in manische tracks en meer depressieve songs onderverdelen. Michael Stipe is onvatbaar, soms grillig, dan weer uitbundig vrolijk.
De keuze van de singles vind ik zelf behoorlijk verrassend. Shiny Happy People is exact het tegenovergestelde van Losing My Religion. Hier overheerst een bijna kinderlijk enthousiasme. De katalysator hierbij is absoluut de van The B-52s bekende zangeres Kate Pierson die een jaar eerder flink met het Iggy Pop duet Candy scoort. The B-52’s zijn net als R.E.M. uit Athens afkomstig, en hebben een onderlinge amicale verstandhouding. Kate Pierson heeft dat aanstekelijke uitnodigende en de blije Shiny Happy People clip werkt zeker in het voordeel. Ze grijpen hierbij naar hun Paisley Underground roots terug, en voegen er een soort van liefdevolle hippie benadering aan toe.
Het blijkt echter dat de inspiratie juist erg wrang en politiek gericht is. Het is een reactie op beruchte bloedige bloedbad op het Chinese Tienanmenplein in 1989, waar propagandaposters juist een tegenovergesteld beeld laten zien. De band heeft een haat/liefde relatie met dit nummer. Ze spelen het amper op concerten, vanwege het hoog zoete bubblegum gehalte. Het duurt jaren voordat ze Shiny Happy People omarmen, en toegeven dat het stiekem best een aardig nummer is.
Near Wild Heaven ademt ook dat Paisley Underground gevoel uit, al geeft de samenzang er een typische sixties, bijna The Beach Boys achtige twist aan. Prachtig gezongen door Michael Stipe en bassist Mike Mills, die tevens een flink gedeelte van de tekst geschreven heeft. Near Wild Heaven gaat over het dreigende einde van een relatie. Die paradijselijke hemel is steeds verder weg, en bijna onbereikbaar. De sfeer van de track geeft bijna juist een tegenovergestelde goed gevoel weer. Hoe bedrieglijk misleidend kan een nummer zijn.
Radio Song is nog vreemder. Er is een wisseling van wacht tussen de generaties gaande. Hiphop staat op het moment van exploderen en gelijktijdig slaat de gitaarrock toe. Michael Stipe voelt dit goed aan, en met Radio Song verenigt hij beide stromingen. Een gastrol is hier voor KRS-One weggelegd. Deze hiphop grootheid heeft baan verbredend werk Boogie Down Producties verricht. Dit collectief is rechtstreeks van de straten van de New Yorkse Bronx afkomstig en is net zo belangrijk geweest als Public Enemy en N.W.A.
Het beste nummer van Out Of Time is voor mij echter het strak door drummer Bill Berry ingezette Low. De baspartijen zijn van de van The dB’s afkomstige muzikant Peter Holsapple. Low heeft iets spiritueels mysterieus in zich en het ritmische intro toont gelijkenissen met Dancing Barefoot van Patti Smith. Niet vreemd dat R.E.M. later nog een duet met haar opneemt. De basklarinet van Kidd Jordan zorgt voor het verdovende effect. Mark Bingham doet zijn best om het met zijn strijkersensemble zacht strelend te houden. Peter Buck versterkt zijn gitaar tot rockniveau en zweept de boel aardig op, waarna Michael Stipe inhaakt.
Het mijmerende Endgame kenmerkt zich door de woordloze zang van Michael Stipe en is een voorbode voor de richting die ze vervolgens met Automatic For The People inslaan. Ook hier een bepalende rol voor Kidd Jordan die er met zijn dromerige blazerspartijen een fabelachtige jaren zeventig twist aangeeft. Endgame luidt de afsluiting van de Out Of Time A-kant in, al is een plek helemaal op het einde van de plaat waarschijnlijk nog meer passend.
Michael Stipe huilt zich getergd door de ritmische Belong swing heen. De band beschouwt de track als een zustertrack van Radio Song. Staat daar de muzikale vrijheid centraal, op Belong staat juist de kansloze straatjeugd centraal, die zich met moeite staande houden en in de criminaliteit belanden. Michael Stipe treedt hier zowat in de rol van Argentijnse Dwaze Moeder, die verbitterend jammerend met verdriet hun strijd aangaan.
Half a World Away is toch wel de ultieme MTV Unplugged track. Dit nummer ademt in alles de vroeg jaren negentig uit. Hoe naakt kwetsbaar kan je jezelf opstellen. Hoe kaal kan je een song presenteren. Hoe kan je met geloofwaardigheid zo intens raken. Nou, op deze manier dus. Michael Stipe is moe van het touren en verlangt naar thuis, geborgenheid. Juist door dit uit te spreken, stelt hij zich krachtig op. De keerzijde van de roem. Het ironische is toch wel dat dit slechts het begin daarvan is.
In het stevig rockende Texarkana neemt Mike Mills de leadzang van Michael Stipe over. Je vergeet bijna dat alle vier de artiesten in staat zijn om vocaal een nummer te dragen. Het zegt nogmaals genoeg over de veelzijdigheid van R.E.M. John Keane leent niet alleen zijn studio uit, hier speelt hij tevens op pedal steel gitaar een deuntje mee. Texarkana is een prachtige beeldende ode aan het grensgebied tussen Texas en Arkansas, omgeven door leegte en woestijngronden.
Country Feedback is de favoriet van Michael Stipe. Dit is goed voor te stellen. Het is zo ontroerend hoe hij deze duistere track zichzelf toe-eigent. Hij nestelt zich tussen de orgel warmte van Mike Mills en de slide gitaar benadering van John Keane. Michael Stipe laat zijn persoonlijke grijze leegte door de overige muzikanten inkleuren en sluit systematisch tekstueel op Losing My Religion aan. Het is traumatisch therapeutisch, het punt dat je van jezelf verliest. Een van de meest donkere nummers die Michael Stipe ooit geschreven heeft. Komen tranen soms vanzelf, hier zijn het de woorden die op dezelfde wijze een weg naar buiten vinden.
Na deze beladenheid kan je het beste luchtig afsluiten. Dan komt Kate Pierson weer in beeld. Ze weet als geen ander het bezwerende Me in Honey naar een ander level te tillen. Het heeft in ieder geval een positieve uitwerking op Michael Stipe die heerlijk opgewekt de plaat afsluit. Er is op muzikaal vlak zoveel gaande in 1991. Out Of Time is hier een duidelijk bewijs van. Voor mij is het Document, Green en Out Of Time drieluik R.E.M. op de top van hun kunnen, al heeft elke liefhebber weer zijn eigen voorkeur.
» details » naar bericht » reageer
deary - Birding (2026) 4,0
20 maart, 14:40 uur
stem geplaatst
» details
The Gems - Year of the Snake (2026) 2,5
17 maart, 18:50 uur
stem geplaatst
» details
Fit - Rewrite History EP (2026) 3,5
16 maart, 18:58 uur
Met Daan Duurland als producer is het Utrechtse Fit klaar om de volgende meesterzet te zetten. Schept het gelijknamige cynische Miracles Might Happen van de vorig jaar verschenen EP al een naargeestig toekomstperspectief, dan is de Rewrite History EP de overtreffende trap.
De zwaar aangezette War postpunk motiveert om in beweging te komen. Stilstand leidt tot achteruitgang. Gelukkig kiest het Utrechtse vijftal ervoor om het woord bij de daad te voegen, en staan er op de Rewrite History EP genoeg hoekige puntige dansbare tracks. Want daar ligt hun kracht, daar halen ze de energie vandaan.
Het Rewrite History titelnummer verzet zich tegen de rechtse Amerikanisatie onder het Trump bewind. Deze president ziet de wereld als een groot Risk speelveld, en probeert door middel van oorlogvoering de geschiedenis te herschrijven. Fit is sociaal kritisch, al bemerkt Ide Ploeg in het catchy Spinning Around wel dat zijn brein op standje overspannenheid functioneert.
De magie van I Don’t Fall for It zit hem in het uptempo samenspel van bassist Roman van Rookhuizen en drummer Mink Huurman. Zingend boegbeeld Ide Ploeg weigert om zich te acclimatiseren en bewandelt zijn eigen dwarsliggende weg. Mooi hoe die punkattitude hier vorm krijgt. De aarde staat in brand en Little Something bewapent zich tegen het verval. Het genieten zit hem in de kleine dingen, en het is zinvol om daar hoop uit te halen. Met twee goed ontvangen EP’s in de pocket is Fit klaar om zich op een volwaardige plaat te richten.
Fit - Rewrite History EP | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
dEUS - Worst Case Scenario (1994) 5,0
15 maart, 20:20 uur
Perfectie bestaat niet. Zelfs op een meesterwerk staan vaak een paar mindere nummers. Het besef dat die onsterfelijke status door sterfelijke muzikanten gemaakt is. Ook bij Worst Case Scenario is dit het geval. dEUS is hier meer dan een rockband, ze zijn een artistiek kunstenaarscollectief van uitgesproken persoonlijkheden.
Niet vreemd dus dat ik bij Suds & Soda aan The Velvet Underground moet denken. Alsof hun debuutplaat op het 45 toerental wordt afgespeeld. The Velvet Underground kenmerkt zich door een trage heroïne roes, dEUS wekt de indruk dat er een dosis aan speed doorheen gejaagd wordt. Het geschoolde vioolspel van Klaas Janzoons is vergelijkbaar met John Cale. Rudy Trouvé heeft dat onverschillige anarchistische van Lou Reed in zijn gitaarakkoorden.
Suds & Soda is echter veel meer dan dat. Tom Barman en Stef Kamil Carlens gaan verbaal een hyperactief manisch duel aan. De woorden van Tom Barman hebben datzelfde absurdisme als een Kamagurka waar een in herhaling vallende Stef Kamil Carlens doorheen schreeuwt. Ze werken als het ware naar de climax in de anticlimax toe. De logica in de onlogica.
Ondanks die gekte is Suds & Soda de meest geniale track die ik ooit gehoord heb. Suds & Soda is de ultieme muziektrip, een energieke song die je elke keer helemaal leeg vreet. Een parasiet, een ingeslopen virus welke zich bij tijden weer openbaart.
Stef Kamil Carlens haalt met zijn herhalende baspartijen het tempo in W.C.S. (First Draft) een flink stuk omlaag. Tom Barman fluistert zich er verhalend doorheen. Ergens in een donkere hoek van de zaal speelt een jazz orkestje. Op het moment dat je het denkt te begrijpen, barst het onweer los. Dit concept werken ze vervolgens later voor Theme from Turnpike volledig uit.
Dat ongecontroleerde wordt in de dromerige zachte Jigsaw You shoegazer bluesfunk tot een halt geroepen. Stef Kamil Carlens is tevens de aandrijver bij Morticiachair. De aangever waarna Tom Barman binnenkopt. Morticiachair is een ouderwets ruig glamrock feestje, waar het er wild aan toe gaat. En als je dan als extra wapen ook nog drumbeest Julle de Borgher hebt, die zich flink uitleeft, weet je dat het goed (fout) gaat.
Het sfeervolle Via schrijft Tom Barman samen met Mark Meyers die vervolgens dEUS verlaat en begrijpelijk de kant van de filmproducent op gaat. Ze lenen hierbij het I Skipped The Part About Love zinsdeel van Low, een prachtig bijna intiem nummer van R.E.M. Klaas Janzoons laat hierbij zijn viool als een ontstemde rockgitaar schuren en knarsen.
Right as Rain is zacht kleingehouden helend. De vergaanbaarheid van het leven. Het verdriet als zijn dierbare vader wegvalt en het laatste lied gezongen wordt. De meest kwetsbare kant van Tom Barman met een amicale rol van Stef Kamil Carlens die hem in dit rouwproces bijstaat.
Mute gaat met benauwende kakofonie het beklemmende van de stilte te lijf. Ook hier die onverwachte muzikale tegendraadse uitspattingen en de manische klaagzang van Stef Kamil Carlens. Mute is zowat een heavy rocksong met heuse hardrock uithalen. Let's Get Lost opent bombastisch en groot, vervolgens laat Tom Barman de luisteraar in verwarring verdwalen.
Het emotionele fragiele breekbare Hotellounge (Be the Death of Me) kenmerkt zich door een opgeblazen versterker die er als een woede uitbarsting doorheen dendert. De schoonheid van ongecontroleerde chaos. Hotellounge (Be the Death of Me) is het eenzame sterrenbestaan van uitgerangeerde artiesten in verlate hotelkamers. Daar ben je slechts een muurbloempje die zich traag in de donkere schaduw voortbeweegt.
De laatste Worst Case Scenario nummers zijn rommelig en minder doordacht. Het speelplezier staat hier op de voorgrond. Dat bedoel ik dus met de menselijke sterfelijkheid tussen de perfectie. dEUS voorkomt hiermee dat ze zichzelf te serieus neerzetten. Eigenlijk verdient elke rockband zo’n luchtig moment binnen die broeierigheid om zich te herpakken.
Het korte Shake Your Hip is gestoord, maar wel lekker gestoord. Het sensuele Great American Nude is een aaneenschakeling van woorden, waar een oud gemaakte bluesstem aanmoedigend doorheen roept. Klaas Janzoons poging om hier logica tussen te stoppen, heeft een lachwekkende uitwerking welke zich daar goed voor leent. Het outro ademt in alles die minimalistische Sonic Youth soundscapes uit.
Secret Hell is de vreemde eend binnen dit slotakkoord. Een prachtige uitgebalanceerde song die naast een Right As Rain beter tot zijn recht komt. Maar dEUS denkt niet in dit soort van gangbare logica. Prima om de plaat mee af te sluiten, daar heb je vrede mee. Er volgt echter nog een geamputeerd staartje, het vervelende nutteloze blindedarm uitstulpel van Worst Case Scenario.
Divebomb Djingle is namelijk een nog vreemder eendje, het lelijke eendje welke nooit tot een beeldschone zwaan laat ontplooien. Het is de experimentele kant van hun veelzijdigheid, welke ze vervolgens op tussenplaat My Sister = My Clock uitbouwen.
» details » naar bericht » reageer
Lala Lala - Heaven 2 (2026) 3,5
14 maart, 19:02 uur
Haar rusteloze karakter maakt het voor Lillie Amadea West vrijwel onmogelijk om zich ergens te vestigen. Bij de uptempo krautrock Car Anymore proef je dat er meer aan de hand is. Dromerig lusteloos smeekt ze hier onderhand om Amerika te kunnen verlaten. Het is een vermoeidheid die opbreekt en waar meerdere landgenoten tegenaan lopen. Het is een aanklacht tegen een stervend land dat steeds verder van zichzelf vervreemdt. Lillie Amadea West heeft de toon van haar laatste plaat, Heaven 2, gezet, en die is minder rooskleurig dan het popgehalte van haar songs doet vermoeden. Het roept in ieder geval een aangenaam (r)evolutionair spanningsveld op, waarbinnen het prima vertoeven is.
Ondanks dat de muzikant sinds kort in het muzikale hart van Los Angeles woonachtig is, slaat ook daar de verveling toe. Juist die verveling ontvluchtte ze toen ze in 2024 het instrumentale If I Were a Real Man I Would Be Able to Break the Neck of a Suffering Bird opnam. Dat was een beeldend bezinnend reisverslag van haar tocht door IJsland. De hectiek van de Verenigde Staten slokt Heaven 2 op, dat dan ook stukken gejaagder overkomt. Lala Lala slaat echter ook een totaal andere weg in als op het experimentele I Want the Door to Open uit 2021, waar ze met traditionele wereldfolklore stoeide.
Lillie Amadea West droomt haar droom in sfeervolle dreampopklanken. Een droom die ver van de realiteit verwijderd staat, maar die wel perfect op haar gemoedstoestand aansluit. Liedjes met een wazig filter. Het profijt zit hem vooral in het feit dat ze tegenwoordig bij het Sub Pop label onderdak heeft. Het label biedt haar de mogelijkheid om in alle vrijheid aan haar songs te sleutelen. Daarbij heeft Lillie Amadea West het geluk dat de tevens in Los Angeles gevestigde Melina Duterte (Jay Som) als producer haar perfect aanvoelt en mede de tracks muzikaal inkleurt.
Volledige review op Written In Music
Lala Lala - Heaven 2 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kim Gordon - PLAY ME (2026) 4,0
12 maart, 18:11 uur
Kim Gordon beangstigt mij op The Collective met haar teksten over mentale aftakeling. De rondslingerende post-it notities verwijzen overduidelijk naar het beginstadium van dementie. Ondanks dat Kim Gordon een jeugdige uitstraling heeft, is ze wel een zeventiger, bijna 73 jaar oud zelfs. Gelukkig bezit PLAY ME die tekstuele scherpte die we van haar gewend zijn, het vertrouwde cynisme en heel veel woede.
Haar partner in crime is ook nu producer Justin Raisen, waarmee ze tevens The Collective en No Home Record opnam. Justin Raisen is grotendeels voor het muzikale rage rap-speelveld verantwoordelijk, waar Kim Gordon zich vrij in beweegt. PLAY ME is maatschappijkritischer dan de emotionele, persoonlijke beladenheid van The Collective. Het nerveuze Nail Bitter bevat nog de nodige resten van The Collective. BYEBYE25! is uiteraard een voortzetting van BYEBYE en bevat exact hetzelfde spookachtige Judgment Night decor.
PLAY ME is een schizofrene benadering van de gedachtegangen van deze oer-noiserocker. In het PLAY ME titelstuk is Kim Gordon weer dat meisje uit de jaren zeventig. Prettig gestoorde triphop met haperende beats en een wankelende zangeres die nog steeds dat ingehouden hysterische randje bezit. Rauw en ongecontroleerd. De samples klinken alsof ze van een vals afgestelde platenspeler afkomstig zijn. Er is niks opgepoetst aan. Net zo oud en doorleefd als Kim Gordon zelf.
Het is een kleine stap van dat kleine kindmeisje naar de jong volwassen vrouw in Girl With a Look. De postpunkdagen van de jaren tachtig, met een hulpeloze Kim Gordon die verdoofd op de vloer ligt. Flarden die tot een roerig leven te herleiden zijn. De dromerige lichtvoetige new wave van Not Today wave belicht weer de mooie kant van die tijd.
Not Today is weer met gemak aan het hedendaagse Subcon te linken, waar men dromen realiseert door deze in 3D variant uit te printen. Zo verdringen toekomstdromen de huidige rechtse nachtmerries en stelt Post Empire een meer collectief functionerende maatschappij voor. Square Jaw stelt het kapitalisme aan de kaak, waar grootverdieners zich in kolossale Tesla Cybertrucks voortbewegen. Ze daagt de bestuurder hier uit om de confrontatie met haar aan te gaan.
Dat uitdagen heeft een andere betekenis in Black Out en Dirty Tech. Daar bewapenen Kim Gordon en Justin Raisen zich met verleidende sensualiteit. Black Out en Dirty Tech zijn regelrechte aanvallen op de internetvervuiling van artificiële intelligentie. Clusterbommen die de artistieke creativiteit en vrijheid wegvagen. Het duo bestrijdt deze terreur met botte militante rapbeats. Het ruwe veld van de hiphop is in de Verenigde Staten ondertussen veel groter dan dat van de rock, logisch dus dat Kim Gordon ervoor kiest om zich op deze wijze te uiten.
No Hands is net zo stoer en onafhankelijk. De opstandige geëmancipeerde vrouw die roekeloos tegen het verkeer inrijdt. Het amicale contact met Dave Grohl heeft zijn oorsprong in de hoogtijdagen van Sonic Youth en Nirvana. Hij gaat weer ouderwets drummend tekeer, tussen het elektronische geweld van Busy Bee. Kim Gordon is boos en stelt haar pensioen nog even uit. PLAY ME is haar meest overtuigende soloplaat.
Kim Gordon - PLAY ME | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Iron and Wine - Hen's Teeth (2026) 4,0
11 maart, 23:54 uur
Het mythisch Laurel Canyon schept een romantisch beeld van creatieve geestverwanten die daar eind jaren zestig prachtige nummers opnamen. De plek heeft tevens de status van een hippie community die zichzelf verloor in seks en drugs. Voor Sam Beam was het als een bedevaartplaats, een ideale locatie om na jaren van stilte weer aan nieuw Iron & Wine materiaal te werken. Hij vierde dit met Light Verse en schonk een daarmee tiental gloednieuwe nummers aan de buitenwereld.
Dit proces leverde meer dan genoeg restmateriaal op; waarmee hij weer een Archive Series album zou kunnen vullen. Toch koos hij na lang wikken en wegen ervoor om dit zusje van Light Verse tot het volwaardige album Hen’s Teeth om te dopen. Light Verse is uitbundig en levendig en voelt als een dagsessie aan. Hen’s Teeth is net wat donkerder, als de avondschemer die invalt.
Het rauwe Roses is bedrieglijk schijngeluk en luidt een zware periode in. Liefde als keerzijde, een overdosis aan liefde leidt tot twijfel. Sam Beam blijft die ‘mooidenker’ met een pessimistische onderlaag. Op Light Verse wekt hij de indruk dat die liedjes vrijwel vanzelf hun verhalen vertellen. Roses plaatst hier kanttekeningen bij en lijkt de nageboorte van de zware bevalling Beast Epic. Begrijpelijk dat hij deze track tijdelijk in de ijskast geplaatst heeft. Soms moeten nummers rijpen, Roses moest juist eerst ontdooien.
Het zachte Paper and Stone geeft de liefde een kans. Een liefdeskoppel dat elkander in hun tegenstrijdigheid tegemoet komt en aanvult. De afstotende dynamiek die ergens dat heikele punt vindt waarmee ze elkaar toch raken. Paul Cartwright bezit het vermogen om hierbij zijn viool vrouwelijk te laten klinken. Tyler Chester voegt er kleingehouden toetsenwerk aan toe, de bas van Sebastian Steinberg draagt weer dat zelfverzekerde uit. Zo klinkt de muziek weer vertrouwd en kloppend.
Op Light Verse vervulde Fiona Apple een fraaie bijrol, nu is het folktrio I’m with Her, bestaande uit Sara Watkins, Sarah Jarosz en Aoife O’Donovan aan de beurt. Zangeressen die ook los van elkaar een carrière hebben opgebouwd. Hun samenzang op Robin’s Egg is oorstrelend speels. Een leeg schilderij zich door natuurtinten laat inkleuren. De lente is in aankomst, maar laat nog heel even op zich wachten. Dit drietal bundelt ook hun krachten in het sprookjesachtige “Wait Up”, waar Sam Beam in alle rust de omgeving in zich opneemt en de schoonheid daarvan herontdekt. Dat onthaasten lukt niet op de bijna te snel aangezette prairiefolk van Singing Saw.
Sam Beam maakt ook slim gebruik van meerdere stemlagen in In Your Ocean. Sfeermaker David Garza laat zijn gitaar mooi spreken in dit nummer over totale toewijding. Een fraai moment waar de countryslaggitaar de folkbanjo ten huwelijk vraagt. Eeuwige verbondenheid om de sterfelijkheid zo lang mogelijk uit te stellen. Het luchtige Defiance, Ohio fluitwerk benadrukt tevens dat je niet oud moet worden, maar in het moment moet leven. Met de fragiele afsluiter Half Measures geeft Beam de angst voor het definitieve einde vrij spel.
Ondanks dat Sam Beam het liefste mensen om zich heen verzamelt, is Grace Notes een eenzame kluizenaarstocht, zoekende naar inspiratie. Het zijn echter de nostalgische dromen en vroegere jeugdherinneringen die zijn weg kruisen. Het besef achteraf dat geluksmomenten voor het oprapen liggen. Na een hoop Indian Summer songs klopt de gure herfst alsnog aan bij het broeierige jazzy Dates and Dead People. De dagen worden korter, de nachten eindeloos lang. Het koor zet op het laatste moment nog een ritmische, bijna heidense oproep tot een regendans in.
Hen’s Teeth heeft een tijdje op zich laten wachten. In het verleden heeft Sam Beam veel geschikt materiaal te lang op de plank laten liggen. Zo zal hij de afgelopen twee jaren zeker getwijfeld hebben over de toekomst van het materiaal van Hen’s Teeth. Fijn dat deze plaat nu alsnog verschenen is.
Iron and Wine - Hen's Teeth | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Sophs - GOLDSTAR (2026) 4,0
10 maart, 15:58 uur
Geloof en bijgeloof liggen soms dicht bij elkaar, en als je daar gevoelig voor bent, dan is vrijdag de 13e niet echt de meest voor de hand liggende datum om een debuutplaat uit te brengen. Geloof, daar draait het bij Goldstar; de titeltrack van het eerste The Sophs album om. Waar is God als je hem nodig hebt. Het is een smeekgebed gericht aan hogere krachten die zich niet laten zien. En dat geeft direct de emotionele beladenheid in de stem van Ethan Ramon weer.
Die stem van Ethan Ramon brengt je bij The Dog Dies in the End aan het twijfelen. Door het androgyne geluid hoor ik in eerste instantie niet of ik nu naar een zanger of zangeres aan het luisteren ben. Het heeft dezelfde rauwheid als Matthew Bellamy van Muse. Zelfs Jeff Buckley komt in mij op. Geen verkeerde grootheden om je mee te meten. The Dog Dies in the End is bombastische glamrock met Ethan Ramon die verbaal het uiterste van zich vraagt. Verschiet hij hier al direct al zijn kruit, of is het de opzet om je in verwarring te brengen?
Dat laatste is absoluut het geval. Goldstar is een zinkende boot op de woeste vaart, waar men zich krampachtig aan de laatste wrakstukken vasthoudt om te overleven. Deze survivaldrang levert een veelzijdig geheel op, die letterlijk alle kanten op klotst. Ethan Ramon is de kapitein die plichtsgetrouw als laatste het schip verlaat. Het principe ‘the band plays on‘ is hier zeker van toepassing.
De flamenco/ska van de rauwe titeltrack ademt de spookachtige hang naar het onbereikbare uit. Het punt waar wanhoop en woede elkaar kruisen, en waar die laatste er met de winst vandoor gaat. De gitaristen Austin Parker Jones en Seth Smades geven hier met gemak een blues-twist aan, wat al genoeg over die veelzijdigheid van The Sophs zegt. Dit is het indirecte gevolg van het feit dat het zestal uit verschillende in Los Angeles gevestigde bands voortkomt en bijna gelijktijdig werkeloos op staat komt te staan. Dit experiment ontstaat uit pure noodzaak en doordat men elkaar in zijn waarde laat, heeft de samenwerking bestaansrecht en kracht.
Het dreigende Blitzed Again heeft een donkere opbouw waar bassist Cole Bobbitt verantwoordelijk voor is. En zo heeft elke teamspeler zijn kwaliteiten om op het juiste moment te scoren. Toetsenist Sam Yuh treedt hier passend minder op de voorgrond en heeft een bescheiden rol. Drummer Devin Russ slaat er op los; alsof het zijn laatste optreden ooit is. Blitzed Again is rommelig en ademt in alles die primitieve Do It Yourself attitude uit. Ondanks dat The Sophs bij het grotere Rough Trade label is ondergebracht, wekken ze de indruk dat ze de touwtjes zelf stevig in handen houden.
Het is een gewaagde overstap naar het aerobic/disco-intro van het vintage Sweat. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Niet echt de meest logische singlekeuze, al wordt deze door het publiek wel gewaardeerd. Het tegen de Britpop aanleunende, jeugdig klinkende, melancholische House zit dicht in de buurt van perfectie. Een groot contrast met het gesproken tegendraadse zwalkende A Sympathetic Person, dat daar ook zijn basis heeft.
The Sophs brengt gecontroleerde gekte. Ze spiegelen hun Amerikaanse roots in de country/Deltablues-stamper Sweetiepie. Fijn dat ze het niet allemaal te serieus nemen en er wel degelijk ruimte voor humor is. They Told Me Jump, I Said How High is een vette knipoog naar de woestijnklassieker La Grange van ZZ Top, een song die in alles het speelplezier uitstraalt. Ook hier weer die eindeloze woordengolf van een op dreef zijnde Ethan Ramon, Jon Lord-achtige Deep Purple orgelcapriolen van Sam Yuh en solerende hardrockgitaren.
De heerlijke nineties indie/collegerock met punkrandje van Death in the Family opent weer een ander deurtje van The Sophs’ veelzijdigheid. De afsluitende punkrock van I’m Your Fiend, inclusief jengelende bubblegumkoortjes zet dat geluid in de hoogste versnelling voort. Het energieke The Sophs zal op het veelzijdige Code Oranje festival in Nijmegen op 26 april een verfrissende aanvulling zijn. Kan je hierbij niet aanwezig zijn dan krijg je op 3 mei een herkansing, want dan spelen ze in Paradiso.
The Sophs - Goldstar | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lone Assembly - Knots & Chains (2026) 4,0
10 maart, 14:24 uur
Na het verlies van een dierbare zoeken vijf uit Zwitserland afkomstige muzikanten elkaar op om dit verdriet een passende plek te geven. Dit resulteert in de goed ontvangen ep That Never Happened, waar ze het nodige krediet mee verdienen. Hiermee veroveren ze als vervangers van het Wit-Russische Dlina Volny ook al snel een plek op het Club Donder festival in de Bosuil te Weert. Dat de samenwerking vruchten afwerpt bewijzen de muzikanten zo’n twee jaar later, als Knots & Chains, de eerste langspeler van Lone Assembly verschijnt. Tegenwoordig speelt de band veel in het buitenland, dus aandacht komen ze absoluut niet tekort; 16 mei staan ze in Willem Twee in Den Bosch, een dag later is Volt in Sittard aan de beurt.
Iedere band kleurt de duisternis anders in, en dit is zeker bij Lone Assembly het geval. Ligt de nadruk op het dromerige That Never Happened vooral op het stevige drumwerk van Romain Segu en de dreunende bas van Jim Bodeman, dan is Knots & Chains net wat evenwichtiger. Zanger Raphaël Bressler heeft in prijsnummer Call of the Swift een innemende warmte in zijn stemgeluid die zich als een deken om de track wikkelt. Call of the Swift schakelt naar de tienerangsten terug. Een onzekere deprimerende fase die men moet overwinnen. Een lijdensweg gevuld met onzekerheden en geestelijke pijn.
De kracht ligt hier dus bij Raphaël Bressler, die het vermogen bezit om in deze track grimmig én zalvend te klinken. Dat geldt echter niet voor de sound van Lone Assembly. Lone Assembly staat met beide benen in de postpunk-aarde en geeft daar een eigen twist aan. Call of the Swift is winters als een bevroren rivier, die het leven tot stilstand dwingt. Glenn Le Meur laat zijn gitaar subtiel ingetogen spreken, maar het is vooral de visualiserende Raphaël Bressler die als een vader over zijn kindje waakt, want zo kan je Knots & Chains absoluut beschouwen.
In het stevige The City Works Like This schept Lone Assembly een eigen Gotham City. De schuilplaats voor de andersdenkenden, die in de nacht als een donkere sub-stroming in beweging komen. Daar bouwt de band aan songs die als kolossale gotische kathedralen tot aan de hemel reiken. Het dansbare The Pain Keeper zou het in de jaren tachtig geweldig goed op de alternatieve dansvloeren gedaan hebben. The Pain Keeper heeft ook, mede dankzij de recente postpunk-herwaardering, zeker bestaansrecht.
Mooi hoe de poëtische vocalist juist in Fantasy de scherpte van zijn woorden bekritiseert. We verliezen aan kracht en zeggenschap en houden ons amper staande in de huidige boze maatschappij. Gooi daar nog een flinke galm aan bombast overheen en je hebt mij in de greep. Raphaël Bressler loopt hierdoor echter wel het risico dat hij zichzelf wat overschreeuwt. Het punt is dat hij hier als toetsenist zelf grotendeels aansprakelijk voor is.
Het naar binnen gekeerde Nocturnal Vision verkent het grijze gebied tussen postpunk en synthpop. De erfenis van de kleurrijke, maar tevens zwartdenkende jaren tachtig. In the Open is het grote gebaar in kinderschoenen. Toch zijn songs als In the Open en Paler Streams net wat toegankelijker, makkelijker vatbaar. Een groot contrast met het door de ritmesectie gedragen zware My Life’s Solid, dat je als een hagelbui naar de realiteit brengt.
Kwetsbaarheid is zeker een voedingsbodem voor Raphaël Bressler. Maar eigenlijk maakt deze slachtofferrol je weerstand klein. Bressler is als een martelaar die de kwaadheid bestrijdt. We hebben ze vaker meegemaakt, al vallen deze personen wel snel van hun voetstuk als succes en roem allesbepalende factoren worden. Waar de hedendaagse generatie zich met een verbitterde hardheid uitspreekt, zoekt Lone Assembly tussen de ellende juist naar licht, hoop en controle. Een titel als A Dark Score vertekent dit beeld op het eind van de plaat nog een beetje, maar je moet daar wat door het donker, de regen en de condens heen kijken.
Lone Assembly - Knots & Chains | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Melody's Echo Chamber - Unclouded (2025) 3,5
7 maart, 01:52 uur
Met haar prachtige beeldende teksten schept Melody Prochet een droomwereld waar je heerlijk in wilt verdwalen. Zo ook op Unclouded, het nieuwste Melody’s Echo Chamber album. Vanaf openingstrack The House That Doesn’t Exist is het al raak. In een prachtige decorsetting verlangt de zangeres naar een omgeving die in haar hoofd steeds meer vorm krijgt. Het is echter een visualisatie, die echt aanvoelt, maar ver van de werkelijkheid verwijderd is. The House That Doesn’t Exist is een fijne plek om je af te zonderen, en dat geldt voor de hele Unclouded plaat. Niet bijzonder, maar vooral prettig.
Melody Prochet blijft cryptisch, er zit vooral een diepere treurige onderlaag in haar teksten. Hierdoor verschilt Unclouded weinig met de kleurrijke Emotional Eternal voorganger. Dat is een uptempo hoopvolle dansbare plaat, die toch wel rooskleurig tegen de toekomst aankijkt. Unclouded is net wat minder pop, minder springerig, wat absoluut beter bij het Melody Prochet stemgeluid uitvalt. Ondanks de realistische kijk blijft ze trouw aan dat sprookjesachtige. De nadruk ligt nog steeds op de roerige jaren zeventig, een fraaie mix tussen spacerock, neo-psychedelica, triphop en zelfs wat krautrock.
The House That Doesn’t Exist ligt sterk in het verlengde van het Franse Air. Melody’s Echo Chamber kiest echter voor een minder elektronische aanpak met echte strijkers, echte muzikanten. De filmische In the Stars triphop bestrijdt de leegte in het leven van Melody Prochet. Ooit hoopt ze weer te stralen, te shinen aan de roemrijke sterrenhemel. Hunkerend naar liefde en succes. Flowers Turn Into Gold is het besef dat die kansen voor het oprapen liggen. Melody Prochet is te bescheiden om daar daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Die bescheidenheid siert haar, maar breekt ook op.
Die swing komt er gelukkig wel in het dansbare Eyes Closed. India Oosters mysterieus, met een veelvoud aan gastmuzikanten die dit aangename sfeertje nogmaals versterken. Het is echter de krachtige ritmesessie bestaande uit bassist Love Örsan en drummer Malcolm Catto die hier vooral respect afdwingen. Zonder dit tweetal zou Unclouded kaal en afstandig klinken. Ook arrangeur Sven Wunder heeft een allesbepalende vinger in de pap. Toch wel smaakmakers die Unclouded kleur geven. Eyes Closed verfijnt het The House That Doesn’t Exist belevingsgevoel, en plaatst dat huis aan de rand van de oceaan.
De grootste verrassing is echter het jazzy in Nederlands gezongen Childhood Dream. De charme van het gebrekkige taalgebruik. Het heeft iets liefs, speels kinderlijks. Melody Prochet doet al langer geheimzinnig over haar roots. Zo werkt ze eerder in het verleden al samen met de Nederlandse muzikant Anton Louis Jr. Als The Narcoleptic Dancers beweren ze kinderen te zijn van profvoetballer Johnny Van Kappers te zijn. Een fictief personage die waarschijnlijk nooit bestaan heeft.
Memory’s Underground is een stevig liefdesliedje welke beide voeten in de psychedelische jaren zestig heeft. Melody Prochet houdt er zelf helaas de rem op. Broken Roses ontsnapt aan de schijnwereld, een heus vaarwel, welke de band in het vrolijk opgezette Burning Man continueert. Jammer dat die bevrijding zich pas halverwege Unclouded openbaart. De zon drijft de deprimerende Into Shadows wolken uiteen, en eert voor de eerste keer de Unclouded albumtitel. Het zweverige How to Leave Misery Behind is de berusting, de bezinnende fase. Ondanks dat Leon Michels er met zijn El Michels Affair orkest alles aan doet om met Daisy de plaat naar een hoger level te tillen, komt zijn hulp te laat.
Ondertussen ben je steeds nieuwsgieriger naar het persoonlijke verhaal van Melody Prochet geworden. Waarom dat vluchtgedrag? Wat is de onderliggende gedachte van deze vocalist? Hoe zit het met dat ongelukstrauma, waardoor ze voor langere tijd uit de running is? Ergens zit er diep van binnen nog genoeg pijn waarvan ze tot nu toe slechts een tip van de sluier heeft opgelicht. Dat script ligt waarschijnlijk nog ergens te verstoffen. Die diepgang, die mis ik tot nu toe. Unclouded is te vluchtig om echt te raken. De wind waait lichtgevoelig, nu mag het gaan stormen.
Melody's Echo Chamber - Unclouded | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Peaches - No Lube So Rude (2026) 4,0
6 maart, 20:58 uur
Het is een doodnormale zaak dat jongeren zich tegen ouderen verzetten. Elke generatiekloof verandert de normen en waardes. Het is prima dat deze herzien worden en aan het tijdsbeeld aangepast worden. Hoe bizar is het dat een dame van bijna zestig jaar juist die rebelse jeugdige puistenkoppen qua ruimdenkendheid totaal omver blaast. Bij de naam Merrill Nisker gaat waarschijnlijk niet direct een belletje rinkelen. Onder haar alter ego Peaches is ze een stuk bekender.
Peaches? Maar die brengt toch al jaren geen nieuw werk meer uit? Vooruit, een viertal jaar geleden ging ze de concertzalen langs om het twintig jarige bestaan van doorbraakplaat Teaches of Peaches te vieren. Haar laatste studio album Rub stamt uit 2015 en ondanks het feit dat deze vrijwel genegeerd wordt, is het absoluut een sterk album. Jammer, want ik ben sinds debuutsingle Lovertits een groot liefhebber van haar geluid. Lekker dwars, lekker eigenzinnig, en zeker toen gelijk al behoorlijk uniek. Vanaf het samen met dat andere feministische boegbeeld gezongen prijsnummer Close Up van Rub is het raak. Een treffende coöperatie met Kim Gordon van Sonic Youth.
Ze pakt op No Lube So Rude gelijk al heerlijk stevig door met openingstrack Hanging Titties. Feministische shockerende Electroclash, zoals alleen dit boegbeeld deze kan maken. Er komen weer de nodige functionele scheldwoorden voorbij. De boodschap mag duidelijk zijn. De wereld is wel aan een beetje agressieve girlpower toe. Tussen alle mannelijke krachtpatserij mag je gerust wat vrouwelijke zelfbewustheid stoppen met sex als wapen. Peaches doorbreekt de taboes en zet gelijk al bij het indringende Hanging Titties de huidige zangeressen spottend op hun plek.
Het dansbare Hanging Titties is een dominante militante opdreunende track, die gelijk in je hoofd blijft hangen. Als een opgefokte ‘bitch’ rapt ze zich door de manonvriendelijke lyrics heen. Seks hoort smerig te zijn, de geslachtsziektes krijg je daarbij cadeau en hier moet je maar mee dealen. Peaches is helemaal terug, en wat hebben we haar de afgelopen jaren toch gemist. Merrill Nisker is niet vies van een potje orale bevrediging. Zo dominant mogelijk eigent ze in Fuck Your Face haar slachtoffers toe. Een zwarte weduwe in een web, gevuld met de nodige lustopwekkende attributen.
No Lube So Rude, de liefde moet pijn doen. Och, laat die liefde maar achterwege, als het maar pijn doet. Slechts in het afsluitende en hunkerende Be Love laat ze dat statement los. In de Verenigde Staten zouden actievoerders de teksten en hoesfoto van No Lube So Rude het liefste met een dozijn aan Parental Advisory: Explicit Content stickers behangen. Nederland is net wat minder preuts, maar deze rode oren plaat draai je ook weer niet tijdens een familiebezoek. Je hebt anarchistische persoonlijkheden nodig, die hun mond open durven te trekken, zeker nu.
No Lube So Rude is zo politiek als maar zijn kan. Baas zijn over je eigen lichaam, je eigen identiteit ontdekken en vorm geven. In een wereld die steeds homofobischer wordt en waar de gehele LGBTQ+ gemeenschap opnieuw om hun rechten moet vechten is No Lube So Rude een ware verademing. Het van zich afschreeuwende punk poëtische Not in Your Mouth None of Your Business is het absolute hoogtepunt. Bijzonder dat ze zich vervolgens in het toegankelijke Take It bijna zacht sensueel kwetsbaar opstelt.
Het bijzondere aan No Lube So Rude is dat als je er de politieke strijdbaarheid, het seksuele geweld en de feministische statements terzijde stelt, er een aanstekelijke nachtelijke recht voor de raap clubplaat met straffe industrial beats overblijft.
Peaches - No Lube So Rude | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Alice in Chains - Dirt (1992) 5,0
5 maart, 17:51 uur
deric raven heeft me verzocht zijn eerdere recensie te vervangen door onderstaande, aangepaste versie:
Ondanks dat Smells Like Teen Spirit van Nirvana de hele kijk op de alternatieve rock voor eeuwig verandert, Pearl Jam op Pinkpop het meest memorabele concert ooit is, Mark Lanegan misschien wel de mooiste rockstem heeft, is het voor mij toch Alice In Chains die met Dirt de meest iconische grungeplaat maakt. Grunge is hoe dan ook een breed begrip. Nirvana is duidelijk door de punkrock van Pixies beïnvloedt, en legt hier een punk laag overheen. Screaming Trees heeft dat psychedelische blues gehalte van The Doors en in Pearl Jam hoor ik vooral veel van Free terug.
Soundgarden en Alice In Chains blijven trouw aan de hardrock roots. De maatschappij zet de frontmannen als sterke iconische personages neer, terwijl al snel blijkt dat het vaak behoorlijk labiele figuren zijn. Ondanks de muzikale verschillen ademen ze allemaal de grijze triestheid van Seattle uit. Een stad waar het altijd herfst is en waar een hoog werkeloosheid heerst. Dat daar tevens een groot zelfmoordpercentage aan kleeft, is niet eens zo vreemd. Helaas wordt het teveel als een soort van modeverschijnsel neergezet, en heeft het steeds minder met muziek te maken.
De muziek, daar draait het dus om. En Dirt van Alice In Chains is met terugwerkende kracht voor mij de beste plaat uit het grunge tijdperk. Waarom met terugwerkende kracht? Eigenlijk ben ik alle grunge klassiekers pas later nog meer gaan waarderen, al is de impact vanaf de release al gigantisch groot. Het geschepte verhaal is in eerste instantie vooral op de waanzin gericht, later wordt het steeds meer waarheid. Dirt is hoe dan ook een traumatische verwerkingsplaat over gevechten die je nooit kan overwinnen. Er zit hoe dan ook zeer veel escapisme in. Layne Staley koppelt dit aan de verdovende effecten van zijn drugsverslaving, een roes om de realiteit te verzachten en te vervagen.
Bij Jerry Cantrell is het eerder te herleiden tot de impact die de Vietnamoorlog op zijn ouderlijke gezin heeft. Zijn vader heeft die verschrikkingen van dichtbij meegemaakt. Een trauma welke je voor de rest van het bestaan van de maatschappij afstompt. Het heeft geen zin om naar antwoorden te zoeken, als er alleen maar vragen zijn. Dirt is hard en confronterend. Slepend dodelijk. Agressief en verzachtend. Ondanks dat de verhaallijnen van Layne Staley en Jerry Cantrell totaal verschillend zijn en door elkaar lopen, is de pijn evenwaardig.
Het is een zwarte verkoolde pagina uit een afgesloten dagboek, welke eigenlijk het daglicht niet mag aanschouwen. Het decor van Seattle geeft die donkerheid een doffe glans mee. De achtergrond van Layne Staley en Jerry Cantrell liggen nog best aardig in elkaars verlengde. Layne Staley komt tevens uit een gebroken gezinssituatie en heeft zijn vader amper gekend. Leg daar de achtergrond van Eddie Vedder van Pearl Jam die bij Alive over een soortgelijke toestand zingt ernaast en de Seattle cirkel is helaas weer rond.
Maar goed, ik heb dus het meeste met Dirt. Voor mijzelf ligt die basis ergens bij een andere band, namelijk Black Sabbath. Met dat donkere geluid wordt Alice In Chains dus al vaker vergeleken. War Pigs is een van de heftigste oorlogsnummers ooit, en Rooster is daar een soort van voortzetting van. Rooster blijft voor mij de klevende modder van dit oorlogstrauma. Vastgekoekte klodders zand vermengt met speeksel en bloed. Jonge soldaten die onbedoeld als volwassen mannen om de veilige terugkeer naar het thuisfront smeken.
Opgekropte woede en frustraties en het daaruit voortkomende vluchtgedrag in roesmiddelen die de scherpte van de realiteit laten verbleken of zelfs dit horrorscenario naar eigen wil aanpassen. Dirt is De soundtrack voor films als Platoon, Apocalypse Now en Full Metal Jacket. Een verharde kansloze maatschappij. Elk nummer is een losstaand onderdeel van deze nachtmerrie. Dagelijks badend in het zweet wakker worden. Monddood de gevoelens niet met naasten kunnen delen.
In Dirt scheert de gitaar als een maniakale helikopter rond. Onbestuurbaar geraakt door een flinke dosis aan LSD. Logge baspartijen die als legerkisten steeds dieper in het moeras wegzakken. Layne Staley die zwaar onder invloed de pijn van zich af schreeuwt. De kracht van de hele grunge stroming ligt veelal in de gedragen emoties. Of je nu Staley, Cobain, Vedder, Cornell of Lanegan hoort. Amper volwassen zingen ze over de heersende gekte van een uitzichtloze toekomst. Vluchtgedrag in drank en drugs.
Nogmaals, er is niks romantisch aan het hele grunge gebeuren. Achteraf gezien een diep trieste periode, die wel veel goede muziek oplevert. De ziel moet zich openen, zodat de pijn een kronkelende weg naar buiten vindt. Ongelofelijk hoe geleefd de stemmen toen al klonken. Het zijn nog jonge gasten die een kist bagage vol levenservaringen met zich mee sleuren. Layne Staley is hier pas 25 jaar, dan krijgt het leven normaal pas vorm en stabiliteit.
» details » naar bericht » reageer
Gorillaz - Song Machine, Season One: Strange Timez (2020) 3,5
4 maart, 02:03 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Gorillaz - Plastic Beach (2010) 3,5
4 maart, 02:03 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
» details
Bonnie 'Prince' Billy - We Are Together Again (2026) 4,5
2 maart, 20:42 uur
Will Oldham is een tevreden mens. Tenminste die indruk wekte de eigenzinnige singer-songwriter vorig jaar mei in Doornroosje. Met vreemde capriolen amuseerde hij daar de aanwezigen, met stuntelige danspasjes en een excentriek opgemaakt gezicht. Sinds hij getrouwd en ondertussen alweer een tijdje vader is, heeft hij eindelijk de lang gehoopte rust in zijn leven gevonden. Die rust hoor je in zijn recente werk terug.
I Made A Place is een prachtige ode aan zijn in ontwikkeling zijnde prille gezin, en met The Purple Bird bewijst hij nogmaals dat hij zeker nog niet afgeschreven is. Het Bonnie Prince Billy alias verkeert in bloedvorm, en je kan gerust stellen dat Will Oldham en Bonnie Prince Billy meer dan ooit samenvloeien. De zanger heeft het niet meer nodig om zich achter een alter ego of zoals in Nijmegen achter een zwarte, gedeeltelijke bedekkende hoofddoek te verschuilen.
Will Oldham settelt zich vanaf I Made A Place midden in zijn thuisbasis te Louisville. Hij heeft het nomadebestaan een beetje afgezworen en wijkt eigenlijk enkel om te touren naar andere plaatsen uit. Tijdens die latere concerten zorgen de meestermuzikanten Jacob Duncan op saxofoon en alleskunner Thomas Deakin voor het nodige professionele vermaak. Gelukkig is dit duo ook tijdens het opnameproces van We Are Together Again van de partij, net als zijn neef en pianist Ryder McNair en broer en tevens bassist Ned Oldham.
Terug naar de kern dus, daar bij de Ohio River waar ooit met There Is No-One What Will Take Care of You het Palace Brothers verhaal begint. Ik kan het niet laten om bij Why Is the Lion? die plaat in herinnering te halen. Daar siert de heerser van de natuur de albumhoes. Een krachtig statement van leiderschap, charismatisch en zelfverzekerd. Eigenschappen die absoluut in deze fase van het leven passend op Will Oldham van toepassing zijn.
Maar goed, het gaat nu dus over We Are Together Again. Daar kijkt een nieuwsgierig leeuwaapje de wijde junglewereld in. Heel veel is er niet veranderd, de cirkel is ronder en hechter dan ooit. Why Is the Lion? gaat letterlijk door waar die mooie avond in Nijmegen eindigt. Het zijn de fluitpartijen van Thomas Deakin, Jacob Duncan en passant Nuala Kennedy, die daaraan memoreren. Will Oldham gaat het gespreksdialoog met zichzelf aan en neemt de luisteraar hierin mee. Het is bijna klassieke troubadour folk zoals alleen dit muzikale genootschap dat kan maken.
Ryder McNair dirigeert het strijkersgezelschap bestaande uit violisten Charlie Bisharat, Camille Miller en Sara Callaway, cellist Jake Braun en altviolist Zach Dellinger. Ze vervolgen de reis met bouzoukispeler Eamon O’Leary, bassist Chris Cupp, percussionist Caleb Vasquez, pianist Jim Marlowe en een koor bestaande uit Tory Fisher, Lacey Guthrie, Katie Peabody, Maggie Halfman en Catherine Irwin. De band als leefeenheid, een zelfbesturende commune, bestaande uit artiesten. We Are Together Again is pure rijkdom en dat voel je ook. Alles wat aan deze plaat hoort te kloppen, klopt dus ook. Bestaat perfectie, ja perfectie bestaat en is goud waard.
Bonnie "Prince" Billy - They Keep Trying To Find You (Official Video)Bonnie "Prince" Billy – They Keep Trying To Find You (Official Video)
In de clip van de vooruitgeschoven They Keep Trying To Find You single, presenteert de excentrieke Bonnie Prince Billy zich letterlijk als een bosjesman. Een met de natuur, maar ook onzichtbaar. De eenzame einzelgänger, een voyeur, hunkerend naar liefde. Ondanks de veilige keuze van geborgenheid handelt het klein gehouden Strange Trouble over het onvermogen om zich tegen de gevaarlijke buitenwereld te bewapenen. Je belooft het nageslacht een mooie wereld, de realiteit staat hier haaks op.
De Life is Scary Horses melancholie benadrukt de angst voor het onwetende. Is het slim om te schuilen voor alsmaar voortdurende onweersbuien of is het zinvoller om die sprankjes aan zonnestralen te vangen. Ook hier weer de waanzinnige prachtrollen van Thomas Deakin en Jacob Duncan, die juist die I See a Darkness waanzinleed op natuurlijke wijze verzachten. Eeuwige trouw, eeuwige vriendschap, samen voor- en tegenspoed delen. Het licht breekbare (Everybody’s Got a) Friend Named Joe doorbreekt diezelfde duisternis. Will Oldham eert niet enkel zijn familie, dit is tevens een bedankje aan de muzikanten die deze dromen en nachtmerries verwezenlijken.
De Mexicaanse getinte Vietnam Sunshine western klanken zijn een manisch depressieve mix tussen sentiment en vrolijkheid, en is het zwakste lelijke eendje broeder tussen zijn beeldschone zwanen zusters. In de ochtendnatuurwandeling van de Hey Little ontwaakt de zich alsmaar helende aarde. Bijzonder dat Will Oldham ervoor kiest om het normaal zo afgeschermde privéleven van dochter Poppy Oldham hier publiekelijk in de video te tentoonstellen. Het zijn tevens de geluksmomenten die dit familiegeluk kleur geven. Geluksmomenten die dit duet met vrouwlief Elsa nogmaals in alle kracht en veelvoud versterken.
Bonnie "Prince" Billy - Hey Little (Official Video)Bonnie "Prince" Billy – Hey Little (Official Video)
Bij het dromerige Davey Dead springt het samenspel met harpiste Erin Hill er bovenuit. Ze betovert niet enkel met haar instrument, maar heeft als spirituele rondspokende zangpartner zoveel extra’s te bieden. De dood waakt als een geest over het nummer, de dood als deel van het leven, niet zozeer als einde. The Children Are Sick wordt net als Strange Trouble als catchy probeersel al in Doornroosje gespeeld. Het publiek als achtergrondkoor, deelgenoot van de song. Veel is er niet aan gesleuteld, bij de eerste tonen herken ik het al. Dat zegt in principe meer dan genoeg.
We Are Together Again is een kop en staart plaat. Het schurende, intiem rockende Bride of the Lion beantwoordt de vragende doelstelling van het Why Is the Lion? openingsnummer niet. Het is een psychedelische afspiegeling van de liefde die als cliché alles overwint en sterker dan haat is. Moet je de boodschap moeilijk verpakken als het uiteindelijk om de inhoud draait? Laat Will Oldham maar op die vruchtbare voedingsbodem te Louisville fantastische liedjes schrijven. Voorlopig lijkt er geen einde aan die inspiratiebron te komen, de nummers vloeien letterlijk uit zijn hand.
Bonnie Prince Billy - We Are Together Again | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
DEADLETTER - Existence Is Bliss (2026) 4,5
1 maart, 19:22 uur
Dat Hysterical Strength als een bom inslaat is te begrijpen. Het is het product van drie jaar lang intensief touren en alle energie een juiste plek geven. Op artistiek vlak geeft Deadletter er een eigen eigenzinnige draai aan. Natuurlijk tapt de uit Yorkshire afkomstige band uit het bekende postpunk vaatje met een smaak welke zich tevens als bitter en zoet laat kwalificeren. De grote verschillen liggen er in de dromerige saxofoonpartijen van Poppy Richler. Laat nou net die muzikant er na Hysterical Strength de brui aangeven. Einde Deadletter verhaal, of is het juist een extra stimulans om nog sterker terug te komen?
Nathan Pigott is gelukkig een geschikte waardige opvolger van Poppy Richler. Gemakshalve verhuist het gezelschap naar de woonplaats van de kersverse saxofonist. En zo is het hart van Londen de nieuwe uitvalbasis waar Deadletter vooral in plaatselijke oefenruimtes bivakkeert. De kracht zit hem nog steeds in de hechte drie-eenheid van zanger Zac Lawrence, bassist George Ullyot en drummer Alfie Husband. Zij zetten de lijnen uit en verdelen de taken binnen de rockband die verder door gitaristen Will King, Sam Jones en uiteraard Nathan Pigott worden ingevuld.
Om het A Bigger Bang gevoel te continueren, contracteren ze opnieuw filmregisseur Lawrence Hills opnieuw om het bijna feministische naar volledige vrijheid verlangende To the Brim clip te visualiseren. Hij is al eerder voor de Mere Mortal film noire video verantwoordelijk waar hij een UK Music Video Awards nominatie mee in de wacht sleept. Op het verknipte To the Brim maakt Deadletter gebruik van geluidscollages en elektronische noise. Als ratten knagen ze zodanig aan het verrotte karkasfundament totdat deze getergd in elkaar stort. En daar passen die winkeldieven beelden perfect bij. Shoplifters of the World, Unite and Take Over.
To the Brim is chaotischer, paniekerig bijna. Hoe ga je met afwijzingen om, als je zelf niks te bieden hebt. Het is de leegte die ontstaat als een bandlid wegvalt en de buitenwereld verwacht dat je dit verlies eenvoudig kan compenseren. Een betere eerste single kunnen ze simpelweg niet kiezen. Je hoort overduidelijk dat Deadletter nieuwe invalshoeken bewandeld, al is de sound voorzichtiger, en niet zo confronterend dan de heftige video. Existence Is Bliss is minder postpunk georiënteerd dan voorganger Hysterical Strength en richt zich meer op het synthesizergeluid van de new wave.
Flo Webb mag het gruwelijke horror scenario van It Comes Creeping verder uitwerken. Hij zet een griezelig gewelddadig Purge sfeertje neer waarin alles toegestaan is. Een avond gevuld met terreur en vermaak waar moordzuchtige gemaskerde mannen de dienst uitmaken. Met vette baslijnen presenteert George Ullyot zich als het creatieve meesterbrein van deze huiveringwekkende track. Nathan Pigott is de bijna zwijgende toeschouwer, die op de hoek van de straat van een afstand veilig toekijkt en spaarzaam treurig blazend de duisternis accentueert.
Het zijn slechts hiaten in een verhaal die pas met de Existence Is Bliss release kloppend gemaakt worden. Purity I kenmerkt zich door een krachtige discobeat. Ook hier is het George Ullyot die dat nachtelijke verlangen kleur geeft. Dat dit asgrauwe en bordeelrode tinten zijn, versterkt het effect alleen maar. We zuiveren de goedheid van al het kwaad totdat er een zuivere suspensie overblijft. Purity I biedt tevens aan de glamrock uit de jaren zeventig onderdak die hier een prominente plek toegediend krijgt.
De recente Songless Bird single gaat de strijd met de vrijheid van meningsuiting aan. Tot hoever worden we monddood gemaakt en kapselt men meningen als een ziekelijk gezwel in. Zac Lawrence beseft al te goed dat een politieke boodschap met een hoop geschreeuw dit doel voorbij streeft. Kalmte is hierbij het codewoord. Het melancholische What the World Missed rustpunt gelooft in de goedheid van de mens.
Het is gemakkelijker om problemen te verdrinken en angsten te verdoven. Met het Cheers! escapisme verdringen we de complexiteit van het huidige bestaan. Drank vertroebelt slechts tijdelijk, de kater komt een dag later vaak veel harder aan. Hoe kan je jezelf tegen een dictatuur bewapenen waarin je zelf als dienend schaakstuk uitgespeeld wordt. De potige Among Us old-school postpunk duisternis met een veelvoud aan echo’s is het nederige besef dat hedendaagse veranderingen tegen het utopische idealisme botsen. Is vrijheid met kort gewiekte vleugels nog iets waard?
Het zware Focal Point worstelt met depressies, de dagen zijn zwarter dan de nachten. (Back to) the Scene of the Crime vermijdt de plekken waar tekstschrijver Zac Lawrence nare herinneringen aan heeft. Ondanks het mysterieuze veelbelovende spannende intro, behandelt het observerende Frosted Glass juist het introverte, het niet naar buiten durven te treden. En misschien is dit wel het directe gevolg van een maatschappij die het onmogelijk maakt om jezelf te zijn. Frosted Glass presenteert zich hierdoor als de zustertrack van Songless Bird. Een band als Deadletter haalt zijn kracht uit de provocerende woorden, zonde als ze hieraan twijfelen en dit gevoel ze enigszins belemmerd.
Existence Is Bliss is volwassener dan de voorganger, dit wordt door de stagnerende socialisatie Deadletter bewust afgedwongen. Er is geen tijd om vooruit te denken. Het startpunt ligt in het heden. Het swingende verhalende He, Himself, and Him richt zich niet alleen op de buitenwereld, de grootste veranderingen moet je zelf in werking stellen. Na zelfbeklag volgt actie, actie leidt tot opstand. We dansen op de lava resten van een reeds uitgebarsten vulkaan. En dan kom je tot de ontdekking dat de hele Existence Is Bliss plaat naar de vernietigende Meanwhile in a Parallel dreiging toewerkt. Na een overweldigend debuut overtreft Deadletter hier alle verwachtingen.
Deadletter - Existence Is Bliss | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
