MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026

The Cure - Pornography (1982) 4,5

afgelopen dinsdag om 16:50 uur

Na de Faith verwerkingsplaat zakt The Cure steeds dieper in een poel van verderf weg. Al dat persoonlijke leed doet de band geen goed en ze zoeken hun heil in buitensporig drugsgenot en drankmisbruik. Dit destructieve karakter wordt flink versterkt door het feit dat Robert Smith daadwerkelijk overweegt om uit het leven te stappen. Eerder verschijnt nog de Charlotte Sometimes single, die ondanks het zwaardere karakter toch ergens nog verlossing in de duisternis opzoekt. Charlotte Sometimes handelt over vervreemding van de omgeving en zichzelf in een suïcidaal eigen wereldje wegstoppen. Het heftige nummer is echter stukken toegankelijker dan de mokerslag waar ze vervolgens mee aan de slag gaan.

Door de combinatie van verslavingsdrang en een getergde gemoedstoestand maakt Robert Smith steeds onhandelbaarder. In zijn hoofd heeft hij al de conclusie gelegd dat Pornography de zwanenzang van The Cure wordt. Simon Gallup houdt zich tevens amper staande. Zijn verslechterde relatie met Robert Smith is zo verziekt dat het tweetal tijdens het einde van de Pornography tour met elkaar op de vuist gaat en een behoorlijk gefrustreerde Simon Gallup acuut een langere afkoelingsperiode inlast en voor een paar jaar genoeg van The Cure heeft.

Van al het opgebouwde Faith vertrouwen is dus niks meer over. Het drietal loopt elkaar in de studio gruwelijk in de weg. In plaats om te bemiddelen en het spanningsveld te doorbreken kiest het trio ervoor om tegenstrijdige paden te bewandelen. Juist op deze momenten pakt het voortreffelijk goed uit. Phil Thornalley krijgt de onmogelijke taak toegediend om het allemaal te rijmen. Deze producer heeft amper ervaring en slaagt er verrassend sterk in om van Pornography de anti-plaat te maken die Robert Smith voor ogen heeft. Het lukt Phil Thornalley om een sound te creëren die de wanhoop van Joy Division met het Oosters mystieke van het bevriende Siouxsie and The Banshees mixt. Er zitten heel veel Juju elementen in Pornography. Het is niet vreemd dat Robert Smith zijn visie met regelmaat op dit gezelschap loslaat en ze uit de brand helpt.

Robert Smith krijgt grip op de Cold zwartgalligheid door er een brommend cello intro aan te koppelen. Cold is een prachtig samenspel tussen blikken percussie en hemel verduisterende keyboardpartijen. Cold stuwt tegen de rotsen op, en is een dierbaar eerbetoon aan een ieder die ons ontvallen is. Thematisch sluit het sterk op het Faith trauma aan. Overmand door emoties lukt het Robert Smith om het verdriet een plek te geven. Cold is een bewustwording welke waarschijnlijk nog met het volle verstand geschreven is, iets waar ik bij de rest van het paranoïde Pornography mijn vraagtekens bij heb.

Er staat geen geschikte single kandidaat op Pornography. Uit pure wanhoop wordt de psychedelische rituele The Hanging Garden paringsdans naar voren geschoven. Ritmisch borduurt deze track sterk op het bezwerende demonische Voodoo Dolly van het eerder genoemde Siouxsie and The Banshees voort. The Hanging Garden doet het echter verrassend goed in de Britse Charts. Ondanks de cryptische tekstverwijzingen krijg ik de indruk dat bij The Hanging Garden de Ark van Noah hier het Hof van Eden als eindbestemming heeft uitgekozen, en de seksueel ontremde dieren zich daar als een dolle voortplanten.

The Hanging Garden is gejaagd en ontremd, dus zo vreemd is deze gedachte niet. Robert Smith verkeert toen echter in zo’n roeswaas dat hij daar weinig over los laat. Misschien kan hij het zich niet eens meer herinneren. Het rustige Siamese Twins is het ineensmelten van twee kronkelende lichamen, en gaat dieper op die lustgevoelens van The Hanging Garden in. Siamese Twins is het verliezen van maagdelijke onschuld, en het besef dat dit verwachtingspatroon niet geheel aan de werkelijkheid voldoet.

Ik denk dat het oorspronkelijke idee is om het psychedelische A Strange Day lichtgewicht als single te lanceren. Het dromerige A Strange Day sluit beter op Charlotte Sometimes aan en ligt in het verwachtingspatroon welke het publiek van The Cure heeft. A Strange Day ontvlucht de wereld en is hierdoor een afscheidssong. Er ligt echter tevens een positieve onderliggende omslag onder verborgen. Het kan tevens als schakelpunt tot een wederopbouw beschouwd worden. Wat komt er na de verwoestende stilte, Robert Smith ontwaakt en neemt een objectieve houding aan. Puur om te overleven. Het is een glimp die de verstandsverbijstering doorbreekt, het licht aan het einde van de tunnel.

Ondersteund door mechanische militaire postpunk ritmes slaat The Cure genadeloos hard met het beklemmende destructieve One Hundred Years toe. Het bestaan is zinloos en Robert Smith uit zijn onvrede. In het klagende ego is er vooral plaats voor opgekropte woede en frustraties. Verder ontstaat er een leegte die enkel door noise opgevuld kan worden. The Figurehead stopt daar de positie van een opgelegd iconisch sleutelfiguur aan toe. Een antiheld rol die de verlegen schuwe frontman niet geheel waar kan maken. Juist dat ongemakkelijke kenmerkt vervolgens Robert Smith.

De geest van Joy Division zanger Ian Curtis hangt als een loden last boven A Short Term Effect. Alsof producer Martin Hannett de losgeslagen verwoestende drumaanslag van Lol Tolhurst dirigeert en de band als het ware getergd onder stroom laat opereren. Hoe bijzonder is het dat Phil Thornalley met beperkte middelen een soortgelijk dwars effect oproept. De spoken die voorheen nog diep in het hoofd van Robert Smith afzijdig verscholen zijn, vechten zich nu via zijn gitaarspel een weg naar buiten. A Short Term Effect is de verdovende drugsroes en de waanzin die hier uit voortvloeit. A Short Term Effect is loslaten en overgave, maar dan in het negativisme.

In het kakofonische griezelige Pornography eindspel botsen een veelvoud aan tegenstrijdige stemmen op elkaar. Het is duidelijk de opzet dat Robert Smith de luisteraar in verwarring achter laat en dwingt om de plaat voortijdig af te zetten. Het zijn de geestenstemmen die hem al vanaf A Forest achtervolgen, bij Other Voices binnendringen en bij Pornography de zanger definitief claimen. Er zit amper structuur in, het zijn de angstkreten die vanuit de krochten van de ziel door terreur bestreden worden. Een anarchistische aanval met een afzwakkende Robert Smith die langzaam in de schaduw wegkwijnt, verdwijnt tot er niks tastbaars meer over is. De laatste stuiptrekkingen. Hij trekt bijna letterlijk de stekker uit The Cure. Onbegrijpelijk dat ze vervolgens met vrolijkere gestemde songs op de The Walk EP en The Top revanche nemen.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cure - Faith (1981) 4,5

afgelopen zaterdag om 15:10 uur

A Forest levert in het Verenigde Koninkrijk niet het gehoopte succes op. Eigenlijk wordt de single vooral in Nederland goed opgepakt. Robert Smith beseft zelf maar al te goed dat hij goud in handen heeft. In de loop der jaren groeit dit nummer mede door de indrukwekkende live uitvoering op Rock Werchter, waar ze Robert Palmer een hak zetten wel tot de gehoopte klassieker uit. The Cure heeft op Seventeen Seconds hun sound ontdekt, en zoekt naar geschikte wegen om daar op voort te borduren. Toetsenist Matthieu Hartley kan zich hier niet in vinden, en zegt de band vaarwel. Onbewust is hij zeker bepalend voor de sfeerzetting, waardoor opvolger Faith vaak net wat drukkender en beklemmender klinkt, zelfs soms geamputeerd minimalistisch klinkt.

Net als tijdens het Three Imagionary Boys proces bestaat The Cure weer uit een trio. Robert Smith, Lol Tolhurst en Simon Gallup vormen voor een zeker tijdsvlak het fundament. Ondanks dat Faith voor vertrouwen staat, straalt de plaat eerder een sombere onzekerheid uit. Faith is dus het terugwinnen van het gekwetste vertrouwen en het wantrouwen welke deze vrijgekomen positie inneemt. Faith is met vlagen aardeduister, maar op de momenten dat Robert Smith genoodzaakt als toetsenist optreedt ook hemel rijkend mooi. Dat zijn de momenten dat hij met dromerige vocaalecho’s die twijfel laat spreken. Faith opent deuren, al zijn het wel de deuren van donkere kelders, beschimmelde zolders en vergeten achteraf kamertjes.

De Primary single haakt op het eerder verschenen A Forest in, en geeft er een uptempo punkrock twist aan. Primary is het versneld ouder worden. Door het indrukwekkende A Forest verwacht het publiek een serieuze volwassen band te volgen. Robert Smith beantwoordt deze vraag met een diepgang en een inkijk van zijn ego waarin hij zijn ziel bloot legt. Het is net te persoonlijk allemaal, en valt bij zijn labiele gemoedstoestand in het nadeel uit. De luisteraar vind het prachtig.

De ironie van Three Imagionary Boys is geheel geëlimineerd. The Cure presenteert zich noodgedwongen als boegbeeld van de opkomende gothic rock beweging. Eerst nog voorzichtig, al passen ze daar al snel hun uiterlijk met treurwilg kapsels en een overschot aan overtollige begrafenismascara en bloedrode lippenstift op aan. In Primary verliest The Cure hun onschuld. Het is een melancholische romantiek met uitstekende doornenstruiken weerhaken. Doeltreffend hard soms. Het zal tot het Japanese Whispers tussendoortje duren voordat er weer licht in de duisternis lonkt, en luchtige humor het zwartgallige gevoel doorbreekt.

Voor mij is echter het schizofrene Other Voices de geschikte meest waardige A Forest opvolger, die thematisch daar het dichtste bij staat. Zijn het daadwerkelijk andere stemmen die Robert Smith wenken, of hebben die vreemdelingen hier de status van vrienden verworven. Ze zijn in ieder geval het bos ontvlucht en dringen zich als winterse bezoekers in de wereld van de frontman binnen. Het is Simon Gallup die als een parasiet de strijd aangaat. Zijn vingers kronkelen als spinnententakels over de basgitaar, een sluipmoordenaar die de indringer met dit gif injecteert. Door de bezwerende hypnotiserende Oosterse trance die Robert Smith vervolgens uit de gitaar tovert, krijgen ze het gevaar klein. Je moet compromissen sluiten, maar niet ten koste van je eigen inbreng en ideeën.

Staat Other Voices bij mij voor A Forest, dan geeft openingstrack The Holy Hour die identieke Seventeen Seconds sfeer neer. Flarden aan mistige neveldampen, ergens boven een door bomen omgeven groen moeras. Het zijn de herhalende basgitaarklanken van Simon Gallup die net als bij Other Voices het omliggende onkruid vakkundig kortwiekt. The Holy Hour is sacraal met de nodige evangelische verwijzingen. De nacht voedt zich met het leven en eist in de duisternis zijn slachtoffers op. The Holy Hour is het onbegrip, het zoeken naar een bevredigend antwoord.

Het sombere vervreemdende afstandige All Cats Are Grey en het statische monumentale The Funeral Party tweeluik worden op dezelfde avond door Robert Smith geschreven en zijn de logische voortzetting van The Holy Hour. De band verkeert in een mineurstemming en probeert het overlijden van de moeder van Lol Tolhurst te verwerken. Een therapeutische sessie. De All Cats Are Grey uitdrukking staat voor het feit dat uiterlijk niet belangrijk is. Het is in dit geval tevens de fysieke leegte die een lichaam achterlaat waar de ziel uit verdwenen is. Robert Smith werkt de sobere dromerige regentrack op een keyboard uit, en compenseert op passende wijze het gemis van toetsenist Matthieu Hartley. Beter kan hij zijn emoties niet verwoorden.

The Funeral Party viert de dood door het leven te eren. The Funeral Party staat in alle opzichten misschien wel het dichtste bij het ultieme Disintegration meesterwerk. The Funeral Party is het voorwerk voor deze latere herfstbuien. Er gebeurt veel in het leven van de bandleden. In dezelfde periode dat de moeder van Lol Tolhurst sterft, overlijdt de grootmoeder van Robert Smith. Het is een trieste bewustwording van de vergankelijkheid. The Funeral Party is voor hem dan wel persoonlijker dan All Cats Are Grey, het roept hetzelfde verdriet op.

Robert Smith is hoe dan ook bang voor de aftakeling van de ouderdom. Deze gebeurtenissen maken de zanger volwassener. De ene generatie valt weg, de volgende schuift een stap dichter naar het einde op. Het zinloze agressieve punkende Doubt is de antireactie. De boosheid, de frustraties en het onbegrip. Een wrede uitlaadklep welke structureel enigszins op Primary aansluit. Sterker nog, als je goed luistert, hoor je exact dezelfde songstructuur terug. Robert Smith geeft later toe dat hij weinig met Doubt opheeft, voor mij is het zeker ook de zwakste broeder op Faith.

The Drowning Man zijn de echo’s uit het verleden. Net als bij All Cats Are Grey haalt Robert Smith hier de tekstuele inspiratie uit de Gormenghast fantasiereeks van gothic schrijver Mervyn Peake. Het gaat helemaal terug naar de Middeleeuwen. De kracht is dat fictieve sprookjesfiguren zoveel mogelijk vermeden worden, waardoor de boeken eerder een historisch realistisch karakter uitstralen. Het licht theatrale The Drowning Man is een geromantiseerde murder ballad, waar de dood de enige uitweg is. Een familiedrama, waar een jaloerse minnaar de bemoeienis van de vader van zijn geliefde niet kan verdragen. Uiteindelijk eist The Drowning Man slechts slachtoffers op. Een band als The Mission claimt vervolgens deze sound en voegt daar wel een veelvoud aan mythische verwijzingen aan toe.

De afsluitende Faith eindconclusie is een beknopte samenvatting van de barre deprimerende omstandigheden waarin de plaat tot stand komt. De bandleden hebben elkaar nodig en zoeken die steun in de studio op. Hoe bizar is het dat deze heftige levenservaringen gelijk staan aan de meest gelukkige eenheidsperiode binnen The Cure. Er is weinig gedoe, er heerst vooral begrip. In het Faith titelstuk neemt bassist Simon Gallup het voortouw en trekt hij Lol Tolhurst en Robert Smith uit een diep dal. Ze bouwen hier met de bouwstenen van een wankele toekomst, een toekomst die enkel door vertrouwen bestaansrecht heeft. De wegdromende Faith song is een grote favoriet voor de fans die vooral het Seventeen Seconds, Faith en Pornography waarderen, en dit trio tot het beste The Cure werk beschouwen.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cure - Three Imaginary Boys (1979) 4,0

18 augustus, 20:31 uur

Als op 8 mei 1979 debuutalbum Three Imaginary Boys van The Cure verschijnt, is Robert Smith niet te spreken over de volgorde van de albumtracks op de plaat. Sterker nog, er staan zelfs nummers op, die hij liever helemaal niet op Three Imaginary Boys terugziet. Zo is de flauwe door bassist Michael Dempsey gezongen rommelige Jimi Hendrix cover van Foxy Lady niet meer dan een grappig demo geintje, en wil Robert Smith Object en World War ook het liefste vergeten. Zelfs het instrumentale The Weedy Burton niemendalletje wat Three Imaginary Boys afsluit heeft geen toevoegende waarde, en mag je zo snel mogelijk vergeten.

De herinnering aan Three Imaginary Boys roept bij de zanger nog steeds vooral een aversie op. Het vertrouwen in producer Chris Parry is behoorlijk geschonden, zodanig zelfs dat Robert Smith in het vervolg het heft in eigen handen houdt. Een meesterzet, een bepalende factor die van grote invloed op het latere The Cure geluid is. Zelf vind ik de voor de internationale markt uitgebrachte sterke verzamelaar Boys Don’t Cry stukken beter, vooral vanwege de aanwezigheid van songs als het latere opnieuw uitgebrachte Boys Don’t Cry, het vluchtige Jumping Someone Else's Train en het tegenwoordig in Killing Another omgedoopte Killing An Arab, toch wel de heuse vroegere klassiekers van The Cure. Deze singles ontbreken helaas op Three Imaginary Boys.

Maar goed, laat ik mij vooral op Three Imaginary Boys, waar The Cure zeker nog niet als een volgroeide band klinkt. Een breed contrast met het superieure Seventeen Seconds, de opvolger waarmee ze met publieksfavoriet A Forest zichzelf definitief op de kaart zetten. Robert Smith zingt op Three Imaginary Boys nog erg schel, en eerlijk gezegd is hij hier nog maar een middelmatige jeugdige punkzanger, die al snel forse stappen vooruit zet. Ondanks dat ontevreden schoolvriend Michael Dempsey een prima bassist is, ontstaat de definitieve The Cure magie pas als Simon Gallup hem vervangt. Na de Jumping Someone Else’s Train single komt een einde aan zijn verhaal, al maakt Michael Dempsey vervolgens een goede geslaagde doorstart bij The Associates en The Lotus Eaters.

Three Imaginary Boys, de fantasierijke dagdroom van drie vrienden, die hun onzekere toekomst uitstippelen. Het staat voor het onverwoestbare Robert Smith, Michael Dempsey en Lol Tolhurst fundament, een amicale eenheid, een meestertrio, waarbij echter al tijdens het studioproces scheuren en barsten ontstaan. Robert Smith laat die harde artiestenbestaan kanten tijdens de titeltrack in zijn gitaarspel gelden. Om The Cure verder te ontwikkelen, moet je offers brengen. Deze onderliggende zwarte gedachte zal gedurende de hele The Cure carrière terugkomen.

Ondanks dat ik weinig met Dire Straits opheb, vind ik Private Investigations wel geniaal. Thematisch borduurt de track echter sterk op het drie jaar eerder verschenen 10:15 Saturday Night van The Cure voort. Ook hier maken ze amper van zanglijnen gebruik en benutten de kracht om de stilte op het juiste moment daadkrachtig te doorbreken. Beide bijna ziekelijke crime passionnel songs, waar Dire Straits wat romantiek aan toevoegt. The Cure elimineert juist die romantiek, waardoor er vooral wantrouwen en haatgevoelens overblijven. The Cure in topvorm, en hier is die herkenbaarheid wel al aanwezig. Zeker in het minimalistische gitaarintro van Robert Smith, die deze sfeerschets vervolgens bepalend in Seventeen Seconds reproduceert. Simon Gallup pakt daar die basis van Michael Dempsey op, en maakt er zijn handelsmerk van. De geschoolde bassolo van Michael Dempsey definieert 10:15 Saturday Night, al kiest hij verder wel voor een minimalistische aanpak.

Het is dezelfde ongemakkelijke ijzige stilte die je op een andere wijze in Accuracy ervaart. Twee geliefdes zitten zwijgend tegenover elkaar en niemand durft het gesprek om de doodlopende relatie te beëindigen op gang te brengen. Accuracy is de wals van een zinkend schip. Het klotst alle kanten op. It's Not You is de uitbarsting die hier op volgt, al stelt hij dat vervelende moment wel bijna tot het einde van Three Imaginary Boys uit. Het gehate Object is tevens tot dit mindere drieluik te herleiden. Het relatie onvriendelijke Object is een gefrustreerde punkuitspatting, waar Robert Smith zijn walging later van uitspreekt. Hij heeft totaal niks met Object, al is het begrijpelijk dat hij zich hier van zijn meest duistere kant laat zien. Zelf heb ik de meeste moeite met de kinderlijke zang. Zou hij Object later met volwassen stemgeluid uitvoeren, dan heeft Object zeker recht van spreken. Ik heb dus wel een zwak voor Object.

Het Accuracy akkoordenschema is in de verte wel tot A Forest te herleiden, al wordt Accuracy speels en luchtig gespeelt. Hier camoufleren ze de onderliggende problematiek. Dan is de uptempo paniekerige punk ska van verlatingsangst track Grinding Halt stukken doeltreffender. Als kind zijnde haalde ik Robert Smith en Terry Hall van The Specials ook door elkaar. En door een nummer als Grinding Halt valt dat wel op zijn plek. Zeker als Terry Hall vervolgens bij Fun Boy Three ook nog eens bijna het identieke kapsel als Robert Smith heeft. Bijzaken, maar wel leuke bijzaken.

Another Day verlangt naar de koude gure najaar dagen. Dat Robert Smith gevoelig voor stemmingswisselingen is, is algemeen bekend. Seizoenswisselingen spelen hier sterk op in. De frontman heeft meer met de deprimerende wintertriestheid dan de manische lentevreugde. Deze Oosterse wazige Another Day mystiek hoor je tevens in het latere werk terug. Er zitten de nodige prille in ontwikkeling zijnde zaadjes in Three Imaginary Boys, de plantjes zijn nog te jong om vruchtbaar van te oogsten. In het zweverige Another Day is de scheidingslijn tussen optimisme en neerslachtigheid onduidelijk en onzichtbaar. Het landschap is volledig grijs, het is de vraag of bruin of juist groen de perfecte kleur is om deze in te kleuren, of het gewoon grijs moet blijven.

Het jazzy met prachtig door Robert Smith op harmonica geblazen Subway Song is de tegenhanger van 10:15 Saturday Night. Wacht in 10:15 Saturday Night de onwetende partner nog op zijn vrouw, en verdenkt hij haar van ontrouw. Subway Song is de verklaarbare verschrikkelijke opsomming van haar plotselinge afwezigheid. Het beklemmende angstige Subway Song gaat over een gestalkte vrouw, die op het laatste moment in alle duisternis vermoord wordt. De doodskreet wordt in eerste instantie op de Boys Don’t Cry verzamelaar weggelaten. Jammer, want dit schrikeffect maakt Subway Song juist sterker. De band Suicide past een soortgelijk effect al eerder in het Frankie Teardrop nummer toe. Bij latere versies is deze gelukkig wel aanwezig.

Het komische jazzy Meathook brengt je op een dwaalspoor. Gaat dit over een bloeddorstige slager, de vrouw als lustobject of liefdesverdriet. Volgens Robert Smith is het echter een reactie op het feit dat de producer klaagt over het ontbreken van een catchy hookline in dit nummer. De zwakte van Three Imaginary Boys zit hem dus vooral bij Foxy Lady en Meathook, al kan ik die laatste tegenwoordig stukken beter verdragen. In het onbenullige So What is Robert Smith het opnameproces zat, en uit zijn vermoeidheid door behoorlijk beschonken demonstratief anarchistisch de tekst op een suikerzakje voor te lezen en daar een eigen draai aan te geven. The Cure loopt hierdoor echter wel het risico dat de luisteraar vervolgens de plaat afzet.

Zonde, want dan loop je wel een van de hoogtepunten van Three Imaginary Boys mis. De melancholische licht politieke Fire In Cairo punkrock blues song is een blauwdruk van de verzegelde The Cure stempel. Robert Smith verwijst hier tevens naar de rellen in 1952 in de Egyptische hoofdstad, waar een aanslag op de Britse bemoeienis gepleegd wordt, verschillende dodelijke slachtoffers vallen en vele toonaangevende gebouwen verwoest worden. Voor Robert Smith staat Fire In Cairo echter gelijk aan een opwindende seksdroom en is de uitbarsting een synoniem voor de ejaculatie. Three Imaginary Boys is kinderschoenen postpunk. Dat The Cure vervolgens al snel tot pioniers van dit genre uitgroeien, verwacht je dan nog niet.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cure - Wish (1992) 4,5

12 juli, 20:45 uur

Het lukt Robert Smith maar niet om van The Cure een constante eenheid te maken. Na onenigheid over het commerciële marketingproces en de grootheid van de stadionconcerten haakt de gedesillusioneerde toetsenist Roger O'Donnell na de Disintegration optredens af. Het is voor zijn bevriende teamlid Boris Williams een belangrijke reden om goed over zijn voortzetting bij het The Cure rockmonster na te denken. Na Wish sluit ook hij de loopbaan bij The Cure af. Porl Thompson richt zich vervolgens op zijn jonge gezin, en daar past een rol binnen The Cure niet bij. Allrounder Perry Bamonte versterkt het wankele fundament en neemt veel gitaarpartijen en toetsenwerk voor zijn rekening. Het is een onmogelijke opgave om Disintegration te overtreffen. Ze stellen dat studiomoment voorlopig even uit en brengen eerst de liveregistratie Entreat uit.

Na Disintegration verschijnt eerst de aparte Never Enough single release. Een opzwepende stevige gitaartrack, die vet in de mix staat en ondanks het ontbreken van keyboards meer op de industriële elektronische sound van Depeche Mode leunt. Never Enough is een onderdeel van de lollige remixplaat Mixed Up, waar ze oude hits gepast en ongepast onder handen nemen. Gelukkig is er na dit onverwachte tussendoortje geen sprake van een drastische koerswijziging, al laat Robert Smith zich voor Wish wel door het Mesmerise shoegazer nummer van Chapterhouse en de emotionele beladenheid van Human van Human League inspireren. Vooral de zwaar aangezette Madchester druggy sound van Chapterhouse hoor je op Wish terug. Toch is Wish in alle opzichten een typische The Cure plaat. Niet vreemd dat een band als Cranes met hun zwaar overdonderende ritmische shoegazer songs in het voorprogramma van The Cure tijdens de Wish tournee speelt en daar de nodige indruk achter laat.

Bij opener Open spreekt Robert Smith zich openlijk over zijn angsten uit om in het Lol Tolhurst patroon te vervallen. Ook bij hem lonken de oneindigende feestjes met het dwangmatige boventallig drankgebruik. Het bijzondere aan Open is dat het gelukzalige genot gedurende de song in misselijk makende afgunst veranderd. Kies je voor een leven gevuld met totale afhankelijkheid, of wijk je bewust van dit pad af. Het ouder wordende lichaam van de frontman kan deze fysieke aftakeling niet meer aan. Open is grimmig, met elkaar op de verkeerde triggerpunten rakende gitaarexplosief. De afkeer van het hele zakelijke muziekbusiness gebeuren, waar The Cure verschillende keren ten prooi aan dreigt te vallen. Het donderregent op Open nog harder dan op Disintegration. Dit zijn geen herfstbuien meer, maar eerder een grijs getinte zonsverduistering met donkere wolken die zelfs midden op de dag zich zichtbaar presenteren.

Na deze zware aanzet volgt het veel luchtigere High. Het is een prettig euforisch natural high gevoel, welke ver van het destructieve drugsgebeuren afstaat. Het verfrissende High verschijnt een maand eerder dan Wish op single en is een totaal andere invalshoek dan het agressieve Never Enough. High is de eerste officiële bijdrage van nieuwkomer Perry Bamonte, die hier met zijn zes snarige basgitaar en keyboardspel een stempel op de dromerige track drukt. Hij levert hier samen met Robert Smith het muzikale fundament af. Ze gaan hiermee met het idee van Simon Gallup op de loop. Het is zijn demo, die hier tot een The Cure song bewerkt wordt. Ergens klopt het wel en het geeft de op dat moment de prima verstandhouding tussen Robert Smith en Simon Gallup goed weer.

De tweede toegankelijke Friday I'm in Love single groeit al snel tot een radiovriendelijke publieksfavoriet uit, en doet het vooral in de Verenigde Staten erg goed. Het nummer wordt per ongeluk in de studio versneld afgespeeld, en deze versie spreekt Robert Smith zodanig aan, dat hij het verder intact laat. Het is Tim Pope die er weer een chaotische aanstekelijke kluchtclip bij verzint met verkleedpartijen, filmische verwijzingen en wisselende over elkaar vallende decors. Het is aan de optimistische gemoedstoestand op Robert Smith zijn gezicht af te lezen dat hij er zin in heeft. Deze aanstekelijkheid werkt in het voordeel, en dat het refrein gemakkelijk meezingbaar is, is tevens een fijne bijkomstigheid. Het manische Friday I'm in Love verlangt naar het weekend na een drukke werkweek. Het is een soort van herkenbaarheid welke een groot publiek aanspreekt, misschien dringt dit simpel ogende popliedje daarom wel zo hoog in de hitlijsten door.

Tegenover elk optimistisch The Cure liefdesliedje staat een pessimistische song waarin de twijfels binnen een relatie centraal staan. Meer dan logisch dus dat na het vrolijke High het afstandelijke diep rakende Apart voorbij komt. Het onverwachts binnendringende onbegrip wat een voor de buitenwereld schijnbare goede relatie van binnenuit sloopt. Het moment dat het ondersteunende empathische telefoontje niet meer binnenkomt of zelfs helemaal niet meer komt. Het is de pijn die de liefde uit elkaar drijft. De wrakstukken die op twee verschillende plekken aanspoelen. De eeuwige eenheid die in de nacht stilletjes het paradijs verlaat. Robert Smith in zijn kenmerkende donkere dagen. Juist dan bemerk je de heftigheid in de dramatisch lang uitgesponnen gitaarsolo’s. Voor mij sluit Apart nog het meeste op de herfstklanken van Disintegration aan.

Met het lijmende From the Edge of the Deep Green Sea zoekt Robert Smith weer naar toenadering. Het is de opzuigende doemtragiek, van een in een tsunami vermorzelende draaikolk aan tegenstrijdige emoties. Hoe hou je je hoofd boven water, als de diepe leegte lonkt om genadeloos toe te slaan. Ook hiermee zoekt The Cure net als bij Apart aansluiting bij meesterwerk Disintegration. Het zijn de twee tracks die er het meeste bovenuit springen, al echoot in From the Edge of the Deep Green Sea overduidelijk de shoegazer walmen van het heftige Never Enough door. Wish is over het algemeen net wat tijdsgebondener en daardoor minder tijdloos dan Disintegration en minder een mijlpaal dan de voorganger.

Het misplaatste Wendy Time is een wat inspiratieloze funktrack. The Cure verkeert hier zeker niet in topvorm. Robert Smith geeft dit achteraf ook toe. Op het laatste ging het tussen Wendy Time en het stukken betere This Twilight Garden, die bij de afronding van Wish afvalt en gelukkig wel op de B-kant van het ook wat mildere High terecht komt. En dan is het al helemaal verkeerd om de Wendy Time misstap na twee sterkere nummers te plaatsen. It Doesn't Touch Me At All, Robert Smith zingt deze pijnlijke constatering zelf al halverwege deze track. Helaas kan ik hem hier volledig in volgen. Toch past Wendy Time wel op Wish, het is alleen net wat minder en minder overtuigend. The Cure revancheert zich vervolgens niet echt met het loslatende Doing The Unstuck. Het is een persoonlijke favoriet van Robert Smith die deze opgewekte track graag op single wil uitbrengen.

Hij staat hier echter alleen in. De platenmaatschappij trapt er niet in, en drukt terecht hun A Letter To Elise voorkeur er doorheen. Ik begrijp Robert Smith wel, stijl technisch sluit Doing The Unstuck meer op High en Friday I’m In Love aan. Laten we eerlijk zijn, A Letter To Elise is wel een beter nummer. Het licht literaire A Letter to Elise muziekstuk is gebaseerd op de vele brieven die de met faalangst worstelende Franz Kafka aan zijn onbereikbare liefde Felice Bauer schrijft. Het is een herkenbaarheid waar Robert Smith zich mee identificeert. Voor mij zou de onderschatte Trust pianoballad de meest geschikte single zijn. Prachtig avondschemerig, met de diepgang van een stel die het vertrouwen in elkaar nooit verloren heeft. Trust heeft tevens een hoog aanzien bij Robert Smith, en ondanks dat Wish met fracties het constante hoge niveau van Disintegration aantikt, zijn die momenten memorabel genoeg om te vermelden. De Trust treurnis is persoonlijk, een dromerige terugblik op het verleden en een hoopvolle visie op de toekomst.

In het gejaagde psychedelische Cut worden de gitaar effectenpedalen weer volledig ingetrapt. Cut is onzichtbaar liefdesverdriet. Een naar gevoel wat nooit helemaal heelt, en voor altijd zijn sporen achterlaat. Het filosofische melancholische zachte To Wish Impossible Things verwijst naar de vergankelijkheid van het bestaan. Op de geboorte en de dood na is niks voorspelbaar. En zelfs het moment van geboorte en dood heb je onder normale omstandigheden niet in de hand. Er zitten prachtige passages aan inheemse folk in To Wish Impossible Things, met een hoofdrol voor de altviool van Kate Wilkinson en de gongruis van drummer Boris Williams. Voor die laatste is het een verwacht afscheid, en zo voelt het ook aan. Dan volgt het toepasselijke vleermuisgedwarrel in het duistere End nog om het af te ronden. In End benoemt de frontman letterlijk de angst om in herhaling te vallen. Wish zou het The Cure verhaal prima eindigen, want behalve op het redelijk geslaagde Bloodflowers zal het tot 2024 duren voordat The Cure zichzelf qua album weer met Songs of a Lost World op de kaart plaatst. Zet de twee songtitels waarmee Wish begint en afsluit (Open en End) bij elkaar en er ontstaat een open einde.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cure - Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me (1987) 5,0

5 juli, 18:44 uur

Na de Standing On A Beach verzamelaar sluit The Cure een succesvolle periode met een geslaagde concertreeks af. Het in het Zuid Frankrijk opgenomen In Orange vat perfect samen waar de The Cure op dit moment in het bestaan staat. Er hangt een gemoedelijke sfeer rond het gezelschap, die de nodige zware jaren achter de rug heeft. Om deze stemming te continueren, blijven ze vervolgens een beetje in de omgeving van het zomerse Florence hangen. Het bandsgevoel is sterk genoeg, waardoor Robert Smith de overige muzikanten de vrijheid gunt om met ideeën te stoeien, en vervolgens met deze in Londen opgenomen demo’s aan de slag te gaan. Het is echter oudgediende Lol Tolhurst die deze kans niet oppakt en er minimaal gebruik van maakt.

De frontman heeft duidelijk van de ellende rondom het The Top opnameproces geleerd. Deze plaat heeft hij grotendeels met ingehuurde muzikanten ingespeeld, omdat The Cure daar geen echte eenheid meer is. Die eenheid is er wel bij opvolger The Head on The Door, en Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me is hier een logische voortzetting van. Zelf ben ik niet zo’n voorstander van dubbelalbums. Bij Mellon Collie and the Infinite Sadness van The Smashing Pumpkins haak ik na het eerste schijfje vaak af. The Wall van Pink Floyd is voor mij een opgeklopte rockopera. Het ook in 1987 uitgebrachte Sign 'O' the Times van Prince zegt genoeg over de creativiteit van dit genie, maar is teveel van het goede. Guns N' Roses zou een meesterwerk afleveren als ze de beste nummers van dit tweetal op een plaat samenvoegen.

Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me is een ander verhaal. Toch moet ik hier ook de nodige kanttekeningen bij plaatsen, en die zitten hem vooral in de singlekeuze. De manische slordige gekte van het funkende Why Can't I Be You? popliedje is een voortzetting van vrolijke nummers als The Lovecats, The Caterpillar en The Walk. De clip is een groot verkleedfeest, waar de band wat gedrogeerd energiek overkomt. Ze hebben er in ieder geval veel plezier in. Het is toegankelijk, aanstekelijk en rockt als een bezetene. Thematisch past het helemaal in het heden. Why Can't I Be You? schets het idealistisch beeld van een perfecte persoon. Al kan het in het geval van Robert Smith ook een gelukkig zalig liefdesliedje zijn. Het slaat internationaal goed aan en doet het prima in de hitlijsten. Ondanks de dansbaarheid is het voor mij absoluut geen The Cure klassieker. Leuk, maar een van de mindere Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me nummers. Het is wel de eerste The Cure single die ik rond de releasedatum aanschaf. Ik heb er dus wel dierbare herinneringen aan.

Ook de gelikte bombastische Hot Hot Hot!!! disco funkbeat kan ik in eerste instantie minder waarderen. Tegenwoordig kijk ik er stukken milder tegen aan. Het zijn de aanstekelijke Mixed Up remixen die mij over de streep trekken. Zo komen bij de Extended Mix van Why Can't I Be You? de baspartijen van Simon Gallup veel beter tot zijn recht. Bij Hot Hot Hot!!! is het net wat meer in evenwicht. Het duurt nog een paar jaar voordat Red Hot Chili Peppers definitief doorbreekt. The Cure springt dus mooi op tijd op die cross-over trein. Het geeft voldoende de veelzijdigheid van de muzikanten aan, die allemaal hun aandeel afleveren. En nogmaals, dit zijn de zwakkere broeders van Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me, de rest is veel beter.

Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me en dan vooral opener The Kiss is voor mij een goede reden om een cd-speler aan te schaffen. Een buurtgenoot koopt de plaat en wordt letterlijk overdonderd door het waanzinnige The Kiss titelstuk. Ik krijg van hem een getapete uitgave op een TDK cassette, deze belevenis is minder sterk als het moment dat dit nummer uit zijn boxen knalt. The Kiss is pure wanhoop, met een hoop psychedelisch wah-wah-wah gitaar pedealen effectenbehang. Wat speelt Robert Smith hier meesterlijk. In The Kiss stelt de verslavingsgevoelige vocalist zich zoals gewoonlijk afhankelijk van een ander op. Het is een ziekelijke gepassioneerde behoefte aan seks. Robert Smith maakt er een theatraal drama van, al komt het geloofwaardig genoeg over om mij te overtuigen.

De Catch video is een inkijk in het gemoedelijke Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me opnameproces. De beelden zijn in de zonnige vervallen kunstenaarsvilla van Gisèle Tissier geschoten. Door de broeierige temperatuur en ongedierte is de geur daar ondraaglijk, al merk je daar in de clip gelukkig weinig van terug. Catch is bijna landelijke mediterrane psychedelische folk. Zelf denk ik dat multi-instrumentalist Porl Thompson hier in flinke vinger in de pap heeft. Het enige nadeel is dat Catch net te kort is en met een afgeraffelde fade-out eindigt. Robert Smith mijmert zich er niet geheel stem zuiver doorheen, het zegt genoeg over de onbevangen setting van het hele werkgebeuren. The Cure klinkt als een stabiel fundament en houdt die ingezette The Head on The Door beleving mooi vast.

Het grimmige Torture behoort hier tot een van mijn favorieten. In dit claustrofobische nummer kruipt Robert Smith in zijn nachtelijke bloedzuigende vleermuis gedaante, een wezen welke het licht amper kan verdragen. Ouderwetse gothic volgens de The Cure principes, met een hoop kwellingen, gejammer en innerlijke onrust. De breekbare Catch schoonheid wordt in een slag vernietigd. Het smekende Torture is de genadeslag en verlost Robert Smith uit zijn lijden. Zo nadrukkelijk duister klinkt The Cure zelden. Het is een nummer welke je eerder bij traditionele Bauhaus songs kan onderbrengen. Heftig met een trompet die blijkbaar uit een keyboard is ontsnapt, ik hoor het niet terug. Zonde, want Porl Thompson en gastmuzikant Andrew Brennen hebben meer dan genoeg speelervaring om dit in de studio uit te voeren. Schijnbaar denkt Robert Smith daar anders over, en is hij meer dan tevreden over deze uitvoering. Om in de flow te blijven wordt er hoe dan ook minimaal van strijkers en orkestrale begeleiding gebruik gemaakt, en benut Robert Smith de tijd vooral met de veelzijdigheid van keyboards en gitaren. Het brutaal swingende Hey You!!! skapunk saxofoon geklooi van de frontman haalt de oorspronkelijke cd release niet. Jammer, want het trekt zo halverwege de plaat zeker mijn aandacht.

Het neopsychedelische Indiase If Only Tonight We Could Sleep omarmt de nacht. Het is een tragere druggy variant op het Killing An Arab thema, al geeft Robert Smith er een emotionele twist aan. Minder een bandnummer, echt een Robert Smith compositie die hij waarschijnlijk achter de keyboard grotendeels uitgeschreven heeft. Met de nodige gitaar echo’s, elektronisch sitar geluid en de subtiele pannen percussie van Boris Williams krijgt If Only Tonight We Could Sleep de omlijsting die deze track verdient. Ik denk dat Robert Smith met dit nummer in zijn achterhoofd later nog met Prayers For Rain van Disintegration aan de slag gaat. De A Thousand Hours pianoballad is een softere variant op die latere Disintegration werkwijze. Er zitten heel veel Plainsong melodielijnen in het dromerige schreeuwerige A Thousand Hours. Het sobere Plainsong is echter stukken sterker.

How Beautiful You Are is toch wel het ultieme alternatieve rocknummer. Voor mij een veel geschiktere single kandidaat dan Hot Hot Hot!!!. Ik verwacht dat dit een favoriet van John Frusciante van Red Hot Chili Peppers is. Ik hoor namelijk heel veel zomerse Californication gitaargeluid in How Beautiful You Are terug. Catch en How Beautiful You Are ademen het meeste het zonnige Zuid Frankrijk uit. Op een andere plek zouden deze tracks waarschijnlijk geen bestaansrecht hebben. The Cure overweegt nog om How Beautiful You Are op single uit te brengen, maar beperkt zich tot een exclusieve remix, die enkel voor de radiostations bedoeld is. Het nachtelijke All I Want new wave verlangen sluit stilistisch zeker op How Beautiful You Are aan, al is die track net wat zwaarder, duisterder en psychedelischer.

De slepende Snakepit krautrock is ouderwets hypnotiserend. Het is een oneindigende trip die je heerlijk laat wegdromen. Het is de val in een oneindigende duistere diepte, het zwarte gat. Robert Smith stelt zich ondergeschikt op, en kleurt deze ritmische jungletrack van componisten gitarist Porl Thompson en drummer Boris Williams met zijn kenmerkende twijfelzang op. Dit tweetal levert ook het merendeel van het troebele Like Cockatoos synthpop onderwater geluid en de melodieuze stevige repeterende Fight basis af. Bijzonder, want je zou zo verwachten dat dit exotische The Glove out takes zijn, het hobbyproject van Robert Smith en Siouxsie and the Banshees bassist Steven Severin is.

De zalvende One More Time dreampop romantiek is een toegankelijke zachte kant die we niet van The Cure kennen. Het nummer dwarrelt lekker rustig voorbij. Alsof Prince samen met Cocteau Twins een geheim verbond heeft afgesloten en Robert Smith hier als leidende ceremoniemeester aanwezig is. Onbegrijpelijk dat de manisch depressieve Robert Smith hier zo gelukkig klinkt, terwijl het bij opvolger Disintegration weer kommer en kwel is. Het gejaagde Icing Sugar geroffel herplaatst zich naar de hoogtijdagen van de postpunk beweging, en zou zich prima op Faith thuis voelen. Het is de behoefte van Simon Gallup om naar dat herkenbare geluid terug te keren. Saxofonist Andrew Brennen en drummer Boris Williams staan hem hierin bij. Het tevens door Simon Gallup aangeleverde korte The Perfect Girl niemendalletje leunt wat op Why Can't I Be You? en vind ik net wat minder geslaagd.

Het agressieve dwarse Shiver and Shake is een wake up call gericht aan een steeds verder van zichzelf vervreemdende Lol Tolhurst. De boodschap komt helaas niet over. Lol Tolhurst heeft steeds meer last van sterallures en geniet van zijn bekendheid. Door het buitensporig drankmisbruik en een onderliggende drugsverslaving wordt dit kernlid al snel op een zijspoor gezet. Helaas dringt het nog niet echt tot hem door. Robert Smith weet diep in zijn hart al dat de rol van Lol Tolhurst uitgespeelt is. Het is de enige smet op het hele Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me gebeuren. De geërgerde Robert Smith wacht daarom nog een tijdje om van Lol Tolhurst op het matje te roepen. Vlak na Disintegration mag hij daadwerkelijk vertrekken.

Het hemelse opgewekte Just Like Heaven is een van de mooiste liefdesliedjes die er ooit geschreven is. Toetsenist Roger O'Donnell is in de clip prominent aanwezig, maar voegt zich pas bij het gezelschap als de opnames van Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me afgerond zijn. Robert Smith is erg tevreden over Just Like Heaven en beschouwt dit nummer als het beste ultieme popliedje wat The Cure ooit gemaakt heeft. Veel fans en collega muzikanten delen deze mening. Niet vreemd dus dat Just Like Heaven de meest gecoverde The Cure song is. Just Like Heaven is de lang gekoesterde doorbraak in de Verenigde Staten. Gelukkig maakt The Cure niet dezelfde fouten als U2, Simple Minds en The Cult om zich vervolgens op die open markt te richten. Dat doen ze pas enigszins met Wish. Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me voelt net als The Head on The Door minder als een geheel aan. Het zijn albums waarbij elke song afhankelijk van elkaar zowat single kandidaten zijn.

» details   » naar bericht  » reageer