MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Dn!S als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

alt-J (∆) - This Is All Yours (2014)

poster
3,5
Hoewel Alt-J's debuut een behoorlijke impact maakte en door die en gene op handen werd gedragen, is het nooit een topper geworden in mijn optiek. Ja er staan wat unieke ideeën op en om met zo'n plaat te komen als debuut, is de meeste artiesten (zelfs Radiohead) niet weggelegd. Toch was het allemaal best vermoeiend soms. This is All Yours raakt wat mij betreft ook niet direct de roos, maar doordat er wat minder uit de ideeenbak wordt gegrabbeld is er meer ruimte voor de echte song in ieder nummer. Elementen uit het debuut zijn overal terug te vinden, maar de algehele tempoverlaging doet het geluid goed. Je bent wat minder uitgeput na afloop van deze. In dat opzicht is het misschien gewoon verder gaan waar het debuut ophield. Bloodfood en Taro waren al welkome rustpunten en na een paar jaar uitgegroeid tot de sterkere nummers. zo vind ik Arrival in Nara een prachtige track. Ten opzichte van de neurotische intro een statement en een indicatie van wat komen gaat. Een beetje van beide. Every Other Freckle is 'ouderwets' goed, maar stiekem nog beter. Een fantastische plaat met een sterke opbouw en intigerende teksten. Het leuke aan This is All Yours is dat we ontdekken dat deze band rustig ook heel goed doet. Ik noemde all Arrival in Nara, maar Warm Foothills en Nara kun je daar rustig bij zetten. Het zijn geen electronica gimmicks die deze band maken. Ze kunnen gewoon goede songs schrijven.

Toch, ook deze plaat heeft ondanks het volwassener geluid weer wat mindere momenten. De intro is niet afschuwelijk, maar had voor mij niet gehoeven. Arrival in Nara is een veel mooiere intro wmb en ook vaak waar ik begin te luisteren. Left Hand Free is echt een vreemde eend in deze bijt. Niet afschuwelijk slecht, maar gewoon een keiharde sfeerbreuk. Eigenlijk is dat hele middenstuk, met de instrumentale pauze en Choice Kingdom, wat minder. Ook Pusher blijft niet bij.

Al met al zie ik wel progressie bij deze band, resulterend in een minder denderend, maar volwassener album. Iets wat echter niet resulteert in een betere score, maar mij wel heel erg nieuwsgierig houdt.

Arcade Fire - The Suburbs (2010)

poster
4,0
Na drie jaar radiostilte laten de mannen en vrouwen van Arcade Fire eindelijk weer eens van zich horen. Een band die de zaken niet al te licht opvat, kun je zeggen. Het debuutalbum, wat als geen andere plaat in het teken staat van het einde. De vele familieleden en vrienden die zijn overleden tijdens de opnames van het album hebben dit project gevormd, tezamen met een flinke dosis inspiratie. Maar liefst drie jaar later konden we pas weer iets vernemen van de band. Neon Bible was de plaat van waarschuwingen, preken tegen preken. De luisteraar werd een (zwarte) spiegel voorgehouden, als deelnemer aan de maatschappij. Beide albums zijn prachtige memorabele projecten. De thematiek is alom aanwezig. In de artwork, de teksten, de eenheid tussen de nummers op de albums. Arcade Fire maakt kunstwerken van haar platen. Vandaar ook dat het lange wachten op het volgende project van het begin af aan de moeite waard leek te zijn.

Enkele weken geleden hoorde ik de eerste tonen van "The Suburbs". De welbekende verblijfplaatsen van de hoofdpersonen uit de teksten van de band, alsook die van het gros van de mensen die zich veilig en wel middenin de maatschappij bevinden. Opnieuw bekroop mij een rilling. De eerste seconden van het nieuwe nummer moesten als sap uit een sinaasappel uit een digitale LP geperst worden. Deze band is altijd verrassend!

Verrassend, zo kan The Suburbs op het eerste gehoor best genoemd worden. Ten eerste was ik in eerste instantie totaal niet onder de indruk van dit album. Het klonk me allemaal maar wat matig in de oren. Veel nummers die behoorlijk repetitief zijn. Vrij kaal ook, zo lijkt. Ten tweede was de bombast en het epische gehalte die op Neon Bible regelmatig te aanschouwen was compleet verdwenen. Ik bemerkte al meteen dat we te maken hebben met de meest poppy Arcade Fire tot dusver. Goed, ik had dus wat moeite met The Suburbs. Het was echter het titelnummer zelf waardoor ik overtuigd was dat het vanzelf beter zou worden.

De albumopener is namelijk van een weergaloze schoonheid. Een melodie die zichzelf, met klein variaties, keer op keer herhaald. En toch verveelt het niet. Door het wandeltempo van de drums is het een heerlijk nummer om de voeten op zijn minst bij te stampen. En dan die teksten. Simpelweg prachtig. De boodschap ligt er niet zo bovenop als op een Intervention of een Neon Bible of een Antichrist, maar het is nog altijd de angst voor de toekomst wat de klok slaat bij Win Butler. Hij die liever vroeg dan laat een dochter wil, nu de aarde nog mooi is. Maar, mocht de aarde dan toch niet lang meer mooi blijven, doe dan maar een zoon, want die is harder.

Met steeds maar de gedachte van dat eeuwig voortdreunende Suburbs in mijn achterhoofd begon ik vrij snel te ontdekken dat deze plaat vol met schoonheid staat. Modern Man, een oh zo simpel klinkend nummer op het eerste gehoor, blijkt onder het oppervlak toch een dijk van een song. Het zit hem in die details he. Die rifjes die je eerst niet hoort. Of wat te denken van Empty Room, ofwel, die rollercoaster waar je instapt na het wat teleurstellende Rococo. Ik hoor violen, ik hoor noise(!), en ja, ik hoor Regine! Zoals ik zei is The Suburbs een meer popachtig plaatje dan de voorgangers. Op City With No Children begrijp ik voor het eerst dat, dat wellicht zo slecht nog niet is. Wat een knaller! Die onvergetelijke basslijn en dat refrein wat vele fans op de komende tours zullen gaan meebleren. Een van de beste nummers op deze plaat zo denk ik.

Op The Suburbs worden we verwend met maar liefst zestien nummers. Ruim een uur Arcade Fire maakt het lange wachten meer dan goed. Het jammere hiervan is dat er dan toch enkele mindere Goden op het album terechtkomen, die anders wellicht hadden weggebleven. Zoals ik eerder zei, vind ik Rococo er daar een van. Behoorlijk matige teksten, die me helemaal niets doen, zijn het grootste stuikelblok voor mij, want muzikaal klinkt het best okee. Half Light I is ook een lichte teleurstelling. Niet slecht, maar een beetje te lang misschien. Als inleiding van een minuut of twee, op het fantastische vervolg was het wellicht geslaagder geweest. Want ja, Half Light II kan mij dan wel weer kippenvel bezorgen. Toch weer een beetje noisie, en dat repetitieve, waar ik me eerst nogal aan stoorde, dat vindt hier het hoogtepunt van haar schoonheid. Het punt is, op een geheel album is dat repetitieve zo erg nog niet. Sterker nog, als de melodieen goed in elkaar steken kan het een album een extra dimensie bezorgen. Ten eerste stelt het je in staat meer te focussen op de lyrics. Ten tweede leidt het soms tot die trans-achtige staten. Zoals ik die bijvoorbeeld ken van My Bloody Valentine's Loveless. Op Half Light II ervaar ik dat ook zo. Ik ervaar het nummer, maar na een tijdje hoor ik het niet echt meer. Pas bij de prachtige slotzin ("One day we'll see it's long gone") ontwaak ik weer.

De tweede helft wordt ingeluid met het begin van de Suburbaanse Oorlog, waar een half uur eerder voor werd gewaarschuwd. Vervreemding van zijn oude vrienden maken meester van hem. Een prachtig opgebouwd nummer, waar ik vooral het korte stukje rond 2:00 geweldig vind. Gelukkig blijven we niet hangen in treurnis. Met Month of May hoor ik een gloednieuw en als nooit tevoren gedreven Arcade Fire. Geweldige track! Opnieuw geldt dat het nummer als individu niet eens zo bijzonder is, maar dat het binnen het album een goede afwisseling is van het vele mid-tempo spul.

Het einde van de plaat nadert langzaam. De laatste nummers zijn wat minder makkelijk op waarde in te schatten. Want ja, Wasted Hours is een vrij simpel dingetje, maar toch ook wel erg aanstekelijk. Zo betrapte ik mijzelf laatst toch op een "all these wasted hours ba-pi-doo-di-doo" terwijl ik in de keuken een glas sap inschonk. Het zijn misschien niet de meest flashy nummers. Maar toch blijft er altijd wel iets hangen. Vaak ligt in die simpelheid ook meteen de perfectie. Instrumenten als de piano worden door deze band vaak zo gebruik dat ik het ook nog kan coveren (voor de duidelijkheid, ik heb 0.0 piano ervaring).

Op het minuutje Suburbs II na (wat voor mij niet had gehoeven) is tweeluik The Sprawl het slotstuk. Hier wordt deel I wat mij betreft wel juist gebruikt als een soort inleiding op deel II. De eeuwige angst en treurnis van Win Butler klinken overal doorheen. Daartegenover staat de positiviteit die uitstraalt van de liedjes die Regine zingt. Soms in het Frans, dan weer in het Engels. Altijd raakt ze me in het hart met haar zoete stem. Arcade Fire kan niet zonder deze zonnestraal in de verder duistere scene. The Sprawl II is een prachtige, hoopvolle afsluiter van The Suburbs. En helemaal niet zo'n pretentieuze stijlbreuk zoals sommigen het noemen. Het is toch een vrij typische AF hoor. Okee goed, ik hoor electronica Voor de rest druipen de handelsmerken van de band er toch vanaf.

En zo ben ik toch weer volledig in de ban van Arcade Fire. Ik denk dat ze dit album hard nodig hadden. De thematiek is absoluut aanwezig, maar men durft nu muzikaal wat meer af te wijken. Het zorgt voor wat minder consistentie, en misschien enkele niet geheel geslaagde nummers, maar het zorgt ook voor een goed gevarieerd album. Met een aantal nummers die het live goed zullen gaan doen (Ready to Start, City With No Children, Month of May). Opnieuw een zeer goed, wellicht geweldige plaat van Arcade Fire.

"Sometimes I can't believe it, I'm moving past the feeling"

Arctic Monkeys - Humbug (2009)

poster
4,0
Ik geef dit album uiteindelijk dezelfde notering als Favorite Worst Nightmare. Het is een nieuw probeersel. Een band zou bijna niet anders mogen bij een derde album, dat zou zelfmoord betekenen. Toch hebben ze met de stoner-rock onvloeden op Humbug voor een interessante richting gekozen die ik van tevoren niet had in kunnen passen bij de springerige sound van het eerdere werk, maar die naderhand wonderwel blijkt te rijmen. Het zorgt voor spannende sfeervolle stukken die geen moment verslappen. Sterker, het zorgt voor enkele geweldige nummers die voor mij definitief bevestigen wat ik twee jaar geleden al zachtjes mompelde: Arctic Monkeys is één van de beste, meest originele bands van mijn generatie met de langste houdbaarheidsdatum. Bovendien laten ze met veel grotere regelmaat iets van zich horen dan mijn andere favorieten uit de 21ste eeuw so far, wat de prestaties alleen maar bewonderenswaardiger maakt.

Alex Turner geeft mij op momenten een brede glimlach terwijl ik denk: Hij flikt het weer hoor! Zoals meteen bij de eerste seconden My Propeller, of bij de climax van Crying Lightning. Of wat te denken van Secret Door. Absoluut mijn favoriet op Humbug. Een plaatje wat je nog niet eerder hoorde. De drumloop is fenomenaal. Cornerstone is het meest typische Arctic Monkeys nummer van de plaat. Het doet met eigenlijk nog het meest denken aan de b-kantjes van het vorige album: The Bakery of Too Much To Ask. Tegen het einde van het album komt de glimlach nogmaals terug bij het horen van Dangerous Animals en Pretty Visitors. Daarna bevindt zich het nummer The Jewellers Hands die ik ook langzaam beter begrijp.

Ondanks deze alinea's vol lof blijf ik steken op een viertal sterren. Op momenten (Dangerous Animals, Potion Approaching) wens ik niets liever dan nog een Secret Door, een Crying Lightning of een Pretty Visitors te horen. Het weliswaar interessante nieuwe geluid dat Humbug bevat brengt te weinig nieuwe elementen om mij echt omver te blazen na het tiental nummers. Als je mij vraagt: Is dit de goede weg voor Arctic Monkeys? Zeg ik: Nee! Dit is een leuk project, wat ik zeker nog heel vaak met plezier zal luisteren. Maar als ik vervolgens weer de gierende gitaar in Teddy Picker luister, of de geniale baslijn in Do Me A Favor, met die vlotte babbel van Turner erdoorheen, besef ik dat ze op voor hun volgende album eerst een stukje terug moeten naar hun basis, om vervolgens een andere weg in te slaan.

Arctic Monkeys - Suck It and See (2011)

poster
3,5
Ik heb dit album toch weer een kans gegeven. Maar hoe ik ook probeer, ik kan hier bij lange na niet zo enthusiast over worden als de vorige platen. Ik voel hem nu wel iets beter als voorheen overigens. Black Treacle bijvoorbeeld, is toch wel een heel fijne track. Geldt ook voor The Hellcat bijvoorbeeld. Fijn gitaarspel, grote rol voor de baslijn en Helders is eigenlijk op ieder nummer weer geweldig. De teksten van Turner zijn ook regelmatig van hoog niveau.

Toch mist de plaat aantrekkingskracht. Weinig van de nummers pakken me echt. Rifjes zijn soms net wat te recht-toe recht-aan. Een nummer als Don't Sit Down... bijvoorbeeld. Wordt regelmatig geprezen, maar om nou te zeggen dat ik dit buiten de context van het album graag hoor. Nee. Daarvoor mist het toch een melodieusheid die ik wel zoek ik muziek. We kunnen het houden bij het clichematige "Not my taste". Wat ik wel heel fraai vind is Reckless Serenade. Prachtig nummer. Een van de hoogtepunten uit het oeuvre. De laatste twee zijn ook weer fijn. Het is inderdaad de tweede helft van de plaat waar het beste zit.

Want zeg nu eerlijk, fanboys (en ik ben zelf toch ook best een fan), Brick by Brick is een heel simpel nummer op ieder gebied. Niet meer dan een tussendoortje. Library Pictures is toch ook een beetje een b-kantje. Klinkt wel gaaf de eerste keer, lekker knallen, maar heeft weinig om het lijf verder. Ik vind toch dat Arctic Monkeys zich er her en der te makkelijk van af hebben gebracht op Zuig het en Zie.

Arctic Monkeys - Tranquility Base Hotel + Casino (2018)

poster
4,5
Tranquility Base moest even landen, maar staat inmiddels als een huis. Ik heb enorme bewondering voor deze band, die met hun "I bet you look good on the dancefloor" zo'n beetje het startschot hebben gegeven voor mijn liefde voor rockmuziek en nu, ruim 13 jaar later nog steeds actueel zijn. Het vierde album van Arctic Monkeys heet Suck It and See. De titel was een soort middelvinger naar luisteraars die van alles en nog wat verwachtten van ze. Nadat ze met Humbug hadden geproefd van de Amerikaanse desert rock, keerden ze vervolgens terug met een relatief rustig, reflectief plaatje. De boodschap van Turner: "Ik zet zelf de route uit en als je mee wilt rijden mag je instappen, zo niet jammer dan."

Het grappige is dat Arctic Monkeys, in tegenstelling tot zo veel andere bands die gelijktijdig zijn begonnen, juist door hun eigengereidheid en experimentatiedriften hun identiteit hebben weten te behouden. Want of je nou naar "Library Pictures" of naar "Star Treatment" luistert, de composities, de riffs, de drums van Helder en vooral de scherpe, kritische teksten van Turner zijn altijd terug te vinden.

Er zijn niet zo veel bandjes die, in een tijd als deze, weg komen met een album als Tranquility Base Hotel & Casino. Een concept plaat over een futuristisch jaren 70 hotel. Turner die zich in de persoon waant van een gearriveerd zakenman die terugkijkt op zijn successen, soms zingend met een fout kak accentje. Je moet het maar durven. De Spotify plays staan ten slotte op het spel.

Arctic Monkeys slaagt echter met vlag en wimpel in het afleveren van een prachtplaat waar je even aan moet wennen. Na een paar luisterbeurten valt snel op dat de meeste nummers heel spannend zijn en dat zeker de eerste helft van de plaat toewerkt naar het meesterlijke Four Out of Five met die euforische climax. Tranquility Base is een album dat klinkt als vroeger, maar gaat over de toekomst. Arctic Monkeys is een stukje houvast in een tijd waarin originele rock muziek schaars is. Tranquility Base is mijns inziens één van de belangrijkste rock albums van dit jaar.

Asakusa Jinta - Setsuna (2009)

poster
4,0
Het blijft toch een van de kleurrijkste bandjes die ik in mijn verzameling heb: Asakusa Jinta! Setsuna is de opvolger van Zero no Sora (Sky Zero) uit 2007. Setsuna betekent zoiets als "dit moment" of "het nu" en dat is wel een gevoel wat de muziek van deze band je geeft. Geniet van het moment! Nummers als het titelnummer zelf zijn daar het mooiste voorbeeld van. Op dit album lijkt de band nog gevarieerder dan op Zero no Sora. Men kiest iets vaker voor de harde gitaarrif en de solo, wat meestal goed uitpakt. Tegelijkertijd blijft er een sterke aanwezigheid van punk, ska, roots en weet ik het allemaal. Soms wordt het wel een beetje teveel van het goede. Na een ruime 50 minuten ben ik dan ook vaak weer blij met de rust aan m'n oren. Nee, Asakusa Jinta zal nooit een band worden (althans voor mij) om vijf keer per dag te luisteren. Desalniettemin is Setsuna toch een verbetering wat betreft deze luisterbaarheid. Na het geweldige Sestuna volgt een niet zo interessant nummer, maar vervolgens hoor ik nauwelijks nog tracks waar ik mijn voeten bij stil kan houden. Favorieten zijn Rakuyo, Piston Yarou en Unmei.

Ik blijf erbij dat meer mensen deze band moeten leren kennen. Een beetje laks van mijn kant is dan wel dat ik dit album al sinds augustus van dit jaar ken, en het nu pas besloot toe te voegen aan de site. Ook in het thuisland Japan zijn ze trouwens nauwelijks bekend met Asakusa Jinta. Ik stapte in Juli het enorme HMV filiaal van Shibuya binnen en begon mijn zoektocht naar CD's van deze band. Maar niets te vinden onder ska of punk of rock of gewoon pop. Vervolgens de bediende aangesproken, maar ook hij keek alsof hij water zag branden bij het horen van de bandnaam. Goed, kan gebeuren. Vervolgens typte hij de naam in in zijn zoekscherm, maar nog steeds geen vondsten. Uiteindelijk gaf ik het maar op.

Later heb ik het nog eens aan enkele Japanners gevraagd: Do you know Asakusa Jinta? Niemand die ze kent, zo lijkt.