MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Dn!S als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Antlers - Hospice (2009)

poster
4,5
Ik zie dat mijn post voor wat ophef heeft gezorgd. Laat ik u verzekeren dat ik inmiddels meer ingeburgerd ben geraakt in de wereld van Hospice en de meeste nummers inmiddels wel op hun waarde weet in te schatten. In feite is dit een album dat van het ene na het andere hoogtepunt springt. Ieder nummer heeft wel dat briljante moment, ieder nummers heeft een onmisbare rol in het grotere geheel.

Het verhaal is verschrikkelijk, maar tegelijkertijd zo mooi uitgebeeld. Alle aspecten van de relatie tussen deze mensen heeft op dit album een plaats gekregen. Dit is een heel goed idee geweest want het maakt het geheel veelzijdiger en prettiger om naar te luisteren. Een nummer als Bear, hoe sneu ook voor het ongeboren kind, is op zijn eigen manier toch ook een heel luchtig, charmant stukje muziek op een anderzijds depressief album. Het is net dat hapje zuurstof dat je nodig had naar de nummers één t/m vier.

Want wat gaat dit album ongelooflijk krachtig van start. De proloog, die doorloopt in Kettering, zet zonder een woord de toon. Wees gewaarschuwd jongeman! Je begeeft je in een wereld van droefenis. Als de eerste seconden van Kettering klinken krijg ik kippenvel. Dit is een opening van ongelooflijke klasse. De melodie lijkt rechtstreeks uit een mortuarium te komen. En dan die eerste zin:

"I wish that I had known from that first minute we met, the unpayable debt that I owed you."

Ik heb hier geen andere woorden voor dan "wow". Na de prachtige tekst begint het instrumentale deel. De harde dreunen van de piano leken wel door merg en been te gaan. Kettering is een meesterwerk, in de context van dit album zo ontzettend goed. Perfect is geen overdrijving.

Met Sylvia komt men vervolgens op een vreemde vorm van euforie terecht. Een soort lachen in een uitzichtloze situatie. De refreinen zijn geweldig. Je kunt toch alleen maar keihard op zijn valst meebleren met het "SYLVIA! GET YOUR HEAD OUT OF THE OVEN!"
En dan wordt het weer kouder. De temperatuur zakt richting vriespunt terwijl Atrophy begint. Het nummer op zich is niet mijn favoriet. Slechts de terugkerende piano melodie valt mij op hier. Gelukkig is die ruimschoots aanwezig waardoor dit nummer me toch zeer goed bevalt.

Na het luchtige Bear, wat absoluut ook tot het beste materiaal op de plaat hoort, vind ik Thirteen een goed gekozen rustmoment. Een mooi akoestisch liedje.

De tweede helft van de plaat, die ik eerst betwijfelde, heeft nu ook zijn schoonheid aan mij blootgegeven. Two leek me eerst een Bear kopie, maar dat is het absoluut niet. Een heel genietbaar nummer waar het aparte gitaargeluid me zeer positief opvalt. De teksten zijn ook hier weer van een onzettend hoog niveau. Dit hele album is een kunstwerk waar met zoveel zorg aan is gewerkt. Alles klopt, nergens heb ik het gevoel dat men tekort is geschoten.

Shiva is eigenlijk ook gewoon een schot in de roos. Prachtig melodieus. Het enige moment waar ik toch nog steeds mijn twijfels krijg is... juist ja, de eerste minuten van Wake. Het spijt me, maar ik mis toch nog het gevoel hierbij. De climax waar het naartoe werkt is wel uitstekend trouwens. Tijdens de Epiloog mag ik nogmaals genieten van de mooi gevonden akkoordencombinatie van Bear. De laatste minuut geeft het album Hospice een waardige, surrealistische afsluiting.

Hospice is weer een voorbeeld van het effect van ongeluk op creativiteit. Ik kan me goed voorstellen dat dit zo'n album is dat gemaakt móest worden. Al was het maar om de dood van deze geliefde te verwerken. Het is in dit soort omstandigheden dat bij artiesten het beste naar boven komt. Weg pretenties, weg symboliek. Het is op dat moment het verhaal dat je per se kwijt moet, de melodie die zo mooi mogelijk moet zijn omdat zij niets minder verdient, en jij.

The Maccabees - Given to the Wild (2012)

poster
3,5
Na deze band eindelijk live te hebben gezien ben ik maar eens opnieuw naar hun platen gaan luisteren. The Maccabees live is een fantastische ervaring. De positieve energie die deze band uitstraalt, komt op het podium nog veel beter tot uiting dan op de platen. Persoonlijke favorieten van vorig werk, zoals Wall of Arms, Can You Give It en Precious Time werden gespeeld en zorgden gelijk voor een feeststemming. Ik kan de springerige, chaotische sound van Colour It In ook beter behappen als ze afgewisseld worden met het volwassener werk van de latere albums.

Live viel mij vooral weer eens op hoe goed de betere songs van Given To the Wild zijn. Gedreven, melancholisch, verassend en verrekte melodieus! Dat begint al bij Child, dat de opener was bij het concert op Best Kept Secret. The Maccabees weet door middel van fijne baslijnen, zeer strak drumwerk en regelmatige tempowisselingen een vrolijke noot te houden in de melancholische, contemplatieve onderwerpen die de leadzanger bezingt. Andere favorieten die gespeeld werden zijn Pelican (een nummer dat zowel tekstueel als muzikaal prachtig uitdrukking weet te geven aan het fenomeen van de biologische klok die begint te tikken) en Feel to Follow. Laatstgenoemde is een knaller van formaat. Een jammerlijke afwezige was Ayla, maar ja, je kan niet alles hebben.

Als ik dan weer Given to the Wild in zijn geheel luister, val ik terug op mijn vorige conclusie: Het album heeft fantastische momenten en hangt qua sound en thematiek sterk aan elkaar. Echter duurt het te lang en heeft het teveel nummers die voor de climax gaan. Nummers Unknow en Slowly One doen mij niks. Wellicht omdat "Go" al zoveel als een afsluiter klinkt. Zo groots en wat bombastisch ook. Jammer dat The Maccabees niet iets vaker voor het kleine gebaar kiezen. De enkele keren dat zij een lied bewust klein houden (Toothpaste Kisses, Glimmer) leidt het vaak tot prachtige resultaten. Dat is misschien nog wel de grootste uitdaging voor deze band in de toekomst. Een mooie, uitgebalanceerde plaat maken. Aan talent ontbreekt het niet. Aan oprechtheid evenmin. Ook live ervoer ik het als een zeer sympathiek collectief. Het gebrek aan balans op de platen weerhoudt mij ervan The Maccabees aan te voeren als een van de grote bands van deze generatie, hoewel ik in mijn hart al lang overtuigd ben.

The Maccabees - Marks to Prove It (2015)

poster
3,5
Ik ben nog niet zo overtuigd van deze plaats als sommige gebruikers hier. The Maccabees hebben wel degelijk gepoogd een volwassener, completer geluid neer te zetten met Marks to Prove it. The Maccabees hebben heel erg de neiging om ieder nummer te laten climaxeren. Dat doen ze meestal naar behoren, maar het is soms ook wel een makkelijk truukje. Wat dat betreft is het leuk om te beginnen met een Marks to Prove it, dat niet climaxeert, maar juist voortdurend van tempo wisselt. het daaropvolgende Kamakura blijft voor Maccabees' begrippen ook ingetogen. The Maccabees proberen hard om fris, anders te klinken en dat is zeker gelukt. Er zit een droevige ondertoon in veel nummers die ik niet zo gewend ben van de band. Dit komt het best naar voren in Spit it Out. Een heel compleet, groots nummer met een fantastische opbouw. Wat ook opvalt is dat Marks to Prove it meer mid-tempo is dan haar voorgangers. Een duidelijk teken van het groeiproces dat deze band heeft doorgemaakt.

Toch ben ik nog niet overtuigd van deze plaat. Een aantal nummers voelt daar niet 'af' genoeg voor. Denk aan River Song, een nummer dat me enerzijds enorm fascineert, maar anderzijds meer als een intermezzo voelt. Ook Slow Sun, dat heel sterk begint, lijkt vooral erg te leunen op het rifje dat al heel vroeg ingezet wordt. Vervolgens vindt ik dat er te weinig mee gedaan wordt en blijft het toch een niemendalletje. En ook de twee afsluitende nummers, Dawn Chorus wellicht wat minder, geven mij het gevoel dat er meer in had gezeten. Kortom, ik hoor een hoop goede ideeen op de tweede helft van deze plaat, maar deze worden onvoldoende uitgewerkt om echt een memorabele plaat achter te laten. Als ik dat vergelijk met de eerste helft, t/m Silence, hoor ik wel een uitgebalanceerde plaat met een paar hoogtepunten in het oeuvre van deze fijne band. Spit it Out en Kamakura zou ik daar zeker toe willen rekenen. Zoals altijd zal ik de plaat moeten laten rijpen voor een definitief oordeel, maar ik denk dat deze plaat meer had kunnen zijn dan het nu is.

The National - Boxer (2007)

poster
5,0
Ik weet nu wat voor een persoon The National is, mocht je deze als een persoon moeten omschrijven. Als ik twee kernwoorden zou mogen geven aan het geweldige album boxer dan zouden dat: beschaving en rebellie zijn. Twee uitersten misschien, maar de twee gaan naadloos in elkaar over op Boxer. De beschaving is duidelijk zichtbaar in de muziek van The National. De composities, de keuze van instrumenten, de woordkeuzes, alles ademt rust. De cover van The National geeft een goed beeld van deze beschaving. De band die middenin een zaaltje speelt op wat een keurig feest met keurige mensen lijkt. Allemaal pratende over oninteressante dingen, meer eten dan goed voor ze is, en dat alles met de hoogste vorm van etiquette.

Het andere kernwoord: rebellie, wordt vaak pas duidelijk zodra je de teksten erbij pakt. Fake Empire is hier een schoolvoorbeeld van. De opbouw, de vocalen, alles is zeer rustig en geordend. Maar de tekst is een waarschuwing aan ons allen dat wij leven als keizer in een keizerrijk dat niet bestaat. Met onze gedachten waar ze niet zouden moeten zijn. Een prachtige song, op ieder mogelijk gebied.

Een ander veelvoorkomend onderwerp in de muziek van The National is volwassen worden. Dit kom je tegen op Mistaken For Strangers. Dit nummer is iets ruiger dan de andere nummers op het album, maar toch blijft de beschaving. Dat is ook mede te danken aan de uitstekende vocabulaire van The National. Nog een teken van beschaving. Mistaken For Strangers houdt zich dus bezig met volwassen worden. Meningen moeten vormen over zaken die je niet interesseren om je omgeving tevreden te houden. Er wordt ineens van alles van je verwacht, sommige van die verwachten zijn reeel en logisch, maar sommigen zijn eigenlijk overbodig.

Op Squalor Victoria vind ik nog een thema wat typisch “Boxer” is. Namelijk het ‘doen alsof.’
Het lijkt te gaan over iemand die boven zijn stand leeft. Iemand die een positie bekleedt die hij niet aankan en dus eigenlijk de boel nept. Op nieuw is de boodschap een wake up call voor iedereen die zich aangesproken voelt, maar de song op zich is om van te smullen. Het moment dat de viool komt inzetten brengt me na tientallen keren nog steeds een lading kippenvel.

En zo kan ik bij ieder nummer dit soort verhalen ophouden. The National weet mij met zijn muziek en soms raadselachtige teksten eindeloos te boeien, en dat is alleen nog maar met hun laatste album. De teksten blijven algemeen genoeg zodat iedereen zichzelf erin kan spiegelen.
De vocalen zijn zo heerlijk melancholiek. De drums zijn iedere keer perfect in zijn simpelheid. Tja, wat vind ik in eigenlijk niet goed aan deze band?

The National is een goedopgevoede jongeman die zich toch af en toe stilletjes afzet tegen de geaccepteerde maatschappelijke normen. Terwijl hij aan de andere kant ook helemaal niet zou weten hoe hij zonder deze maatschappij verder zou moeten. Hij is verdwaald in zijn eigen woonkamer. Maar hij krijgt wel eindelijk zijn 5*. En dan te bedenken dat ik na mijn eerste luisterbeurt nauwelijks onder de indruk was...

The National - High Violet (2010)

poster
4,5
Vandaag nogmaals geluisterd. Het is zeker een album waar ik graag naar terugkeer. Sorrow blijft voorlopig een beetje achter bij mij. Evenals de afsluiter Vanderlyle. Voor de rest vind ik ieder nummer eigenlijk heel genietbaar. De eerste vier nummers achter elkaar luisteren heerlijk weg. Het blok met Terrible Love, Anyone's Ghost en Little Faith is voorlopig zelfs het sterkste deel van de plaat voor mij. Vooral het refrein op Little Faith, echt hemels en wat een tekst! Op Anyone's Ghost valt vooral de zang me op. Heel erg doods en afwezig, die tweede stem op de achtergrond zorgt voor een heel apart sfeertje. Afraid of Everyone is ook zeker goed, maar ik heb nog een beetje het idee dat er meer mee gedaan had kunnen worden. Ook heb ik moeite om het aandeel van Sufjan hier te ontdekken.

De tweede helft van de plaat begint sterk met Bloodbuzz Ohio, toch wel de terechte single want eigenlijk samen met England het enige nummer met wat hitpotentie (eigenlijk te verwaarlozen, dit hele album is duidelijk niet gemaakt om hits mee te scoren). Bloodbuzz is een lekker vlot nummer, rijk aan instrumentatie en weer die melancholische teksten. Lemonworld begint heel interessant met een zeer catchy melodie, maar ik ben nog niet overtuigd van de verdere verloop van dit nummer.

Van Runaway ben ik wel zeker: Prachtig nummer! Misschien iets te lang? Maar verder niets op aan te merken. Ook hier weer de tekst die mij overtuigt. En ook die prachtige trompetgeluiden die richting het einde steeds verder aanzwellen. Ja, het tweede blok van Bloodbuzz Ohio tot England weet me alleszins te boeien. Met England zelf als het hoogtepunt. Prachtige instrumentatie. Heel anders eigenlijk dan we gewend zijn van The National. Het klinkt best vrolijk, gemoedelijk. Het is heel groots met de piano klanken als zwaartepunt.

Tot slot valt dus ook de afsluiter me nog ietwat tegen. Ik had misschien teveel gehoopt op een echte knaller. Zoals Mr. November op Alligator. Maar daar is dit echt het album niet voor. Duidelijk is dus dat ik dit voor een groot deel gewoon een zeer geslaagde plaat vind. Hij wordt tot nu toe ook steeds beter per luisterbeurt. Hij is weer een stapje rustiger in vergelijking met Boxer, die ook al niet zo hyper was. Opvallend zijn vooral de prachtige teksten, die Boxer overtreffen en de instrumentatie, waar nog meer zorg in wordt gestoken dan voorheen. Ook het werk van de drummer blijft me boeien. Hij drumt heel statisch, maar het past goed in de rest van het geluid van de band.

Minpuntje van de plaat is dat het soms een tikkeltje te rustig wordt. Op Sorrow, Afraid of Everyone en Vanderlyle lijkt de lijn een beetje te ontbreken. Het is te weinig melodieus voor me, maar misschien hoor ik het gewoon nog niet.

Vooralsnog ga ik voor 4 sterren.

The Rifles - Great Escape (2009)

poster
4,0
Vergissingen zijn menselijk.

Dit album is me de laatste dagen zeer goed gaan bevallen. De voortkabbelende nummers waar ik het eerder over had tonen mij nu wel hun details. Misschien stonden mijn oren er gewoon niet naar. Compositioneel een stuk sterker dan het debuut eigenlijk. Bovendien hebben de liedjes eenzelfde hoeveelheid aanstekelijkheid.

Rifles tonen toch aan beter dan het gemiddelde indie bandje te zijn.

4*

The Roots - How I Got Over (2010)

poster
4,0
Right on is inderdaad een heerlijk sfeervol nummer. Ik heb in najaar 2010 zowaar een kleine hiphop revival. Weliswaar met twee artiesten die me altijd al bevielen uit het genre, maar toch. Dit album van The Roots luister ik de laatste weken regelmatig. Geldt ook voor de nieuwe van Kanye. Deze plaat heeft een geweldige sfeer. De beats liggen steeds in elkaars verlengde. De melodie is erg loungy wat een soort kalme kern creeert waarop de harde (lees: kritische) raps beter verteerd kunnen worden. De gastoptredens voegen met name in de refreinen veel toe aan de nummers. Radio Daze bijvoorbeeld, maar ook Right On hebben echt hun eigen smoel door de gastoptredens in de refreinen. Andere toppers zijn Dear God en How I Got Over. De rest steekt er wellicht wat minder bovenuit, maar het geheel is meer dan de som der delen. Als plaat is dit meer dan lekker wegluisterend op de vroege avond op de fiets naar huis van het werk.

The Smashing Pumpkins - Adore (1998)

poster
2,5
Toch een beetje de teleurstelling die werkelijkheid wordt. Nu zit ik weer naar Mellon Collie te luisteren. Geweldige nummers, stuk voor stuk. Zoveel pit, zoveel energie. En zoveel originele ideeën! Op zich heeft Adore dat laatste nog wel hoor, maar de andere begrippen zijn ver te zoeken. Misschien besef ik dan pas goed wat het echt is in een band wat ik waardeer. Het zijn bij Smashing Pumpkins toch echt die rifjes, die lekkere vieze distorted sound, die schreeuwen van Corgan, die teksten die overal tegen aanschoppen als een boze tiener dat kan. Dat mis ik toch hier. De eerste twee a drie nummers ben ik er nog wel redelijk bij. En bij ieder nummer daarna denk ik ook nog: "Hey! Leuk melodietje!" bij de eerste seconden. Daarna vervalt het steevast in te repetitief en te ingehouden. En dat is nou net wat ik niet zoek in de Pompoenen. Dat maakt het toch zo zonde, als je dan Here is no Why hoort, om maar een voorbeeld te nemen. Dat moment dat Corgan blert: "Sitting still was never ENOUGH!!!" en daarna de gitaarsolo volgt. Kippenvel, emoties volgen. Godver***** wat is het jammer dat ze zonodig een rustige plaat moesten maken.

The War on Drugs - Slave Ambient (2011)

poster
5,0
Ik ga mijn stem verhogen tot de maximale score. Het gebeurt niet vaak dat ik een album vind wat ik gedurende een periode van in ieder geval twee maanden bijna dagelijks luister. Het begon al met Baby Missiles, wat ik in november iedere ochtend steevast luisterde op weg naar school en wat me moed voor de dag gaf. Vervolgens raakte ik ook verkocht aan de rest van het album.

Een album wat in iedere gemoedstoestand toepasselijk is. Geen weersomstandigheid is dissonant. In de vroege ochtend als een warme deken. Een dikke laag geluid, gevormd door de stevige productie maakt dat er geen seconde een stilte valt. Op een zonnige middag doen de sterke, herhalende, teksten me baden in warmte. 's Avonds vallen de lange instrumentale stukken op, die het duister om me heen doen leven. Het is een album waar op den duur ieder nummer zijn rol binnen het album prijsgeeft, waarna je "Aha" zucht en ineens begrijpt hoe geweldig het is. Neem It's Your Destiny. Voor mij nou niet meteen een hoogvlieger. Maar inmiddels geniet ik net zo van "With the fire cooking!" als dat ik geniet van "It's just a dream that we had once that went down in the night" of "My friend rides all alone, he's up and down like a new jack tone". Genot zit hem hier net zo veel in het grote plaatje als in de details. Neem het instrumentale interval "Come for it". Heerlijk dreunend droommoment wat van mij zo een paar minuten langer had mogen doorgaan.

Het "Ambient" uit de titel werd me dan ook snel duidelijk, door de electronica invloeden en de repetitieve instrumentale stukken op de plaat. "Slave" dringt echter nu pas tot me door, ik ben een slaaf van dit album geworden!

Tortoise - TNT (1998)

poster
4,0
Dit is muziek. Gewoon muziek. De makers hebben geen intentie om er meer van te maken dan het is, waardoor het juist weer een meerwaarde krijgt. Het is een beetje jazz, het is een beetje electro, maar het is vooral heel erg pop. Als ik het luister wordt ik niet een bepaalde richting in geduwd. Dat is sowieso al een voordeel van iedere band zonder zanger (uitzondering is Sigur Ros met haar Hopelandish), maar veel instrumentale bands proberen door middel van hun muziek en songtitels alsnog de gedachten te sturen. Tortoise doet dat niet, althans niet op TNT. Ik ga gewoon door met mijn bezigheden, en soms moet ik bij een nummer aan een ding denken, en soms weer aan iets totaal anders. Positief dus.

Muziek die je vrijlaat dus. Vrij om zelf te ontdekken wat je er in hoort. En er valt een heleboel te horen. Wat betreft de composities zal hier een stuk langer over nagedacht zijn. Iedere track heeft een compleet eigen stijl. Ik kan geen moment bedenken waarop ik het gevoel heb dat ze in de herhaling vallen. Ook een goede zaak.

Toch is het voor mij nog niet alles goud wat er blinkt. Ik vind dit soort muziek vaak net iets te subtiel, net iets te ingehouden, om het echt hoog te waarderen. Hoewel het allemaal mooi klinkt, heb ik niet het idee dat er volledige harten en zielen in deze muziek zijn gelegd. Misschien is het voordeel van dit album dan meteen ook weer het nadeel. Juist omdat de muziek zo neutraal is, wordt ik er ook minder door in vervoering gebracht.

Niet onbelangijk, maar ook geen cruciaal detail verder. Uiteindelijk gewoon een goede plaat die op veel momenten geschikt is en waar ik niet snel vol van zit. Er had alleen wel een stukje ziel in mogen zitten.

Typhoon - Lobi da Basi (2014)

poster
3,5
In het kader van de eindejaarslijst luister ik weer naar Lobi da Basi. Weer zit ik in die splagaat tussen een geweldige, of een degelijke plaat. Muzikaal is er veel meer te beleven. Typhoon heeft een veel rijker, veelzijdiger geluid. Anderzijds is het wel minder hiphop, en is er minder ruimte voor zijn teksten. Ik denk dat ik me daar toch weer enigzins aan stoor. Typhoon zingt misschien wel teveel op deze plaat. En dat bevalt me dan weer veel minder. Ty moet gewoon rappen.

De betere nummers op deze plaat zijn vrijwel allen de echte hiphoppers. Surfen vind ik fantastisch. Typhoon is op zijn best als ie op dat down-and-out toontje rapt. Kan als geen ander gevoelens overbrengen in zijn raps. Daar is ie ook wel in gegroeid vind ik. Surfen heeft een geweldige beat en dreunt lekker door. Anderzijds staat daar Hemel Valt tegenover, wat ik weer een perfect voorbeeld vindt van hoe Ty zich positief laat beïnvloeden door andere genres. Hemel Valt is levenslustig, de raps zijn in orde en de muzikale outtro is sterk. IJswater is weer een mooi voorbeeld van de meer alternatieve kant die Typhoon soms ook kiest (Brand Los bijv.) Een lekker theatraal, neurotisch nummer. Daarna wordt het even wat minder. Zandloper valt bij mij niet zo lekker, met name de laatste minuten vind ik ronduit irritant.

Daarna komen gelukkig weer twee sterke nummers. Sta Me Toe vind ik zo goed. Het thema, de teksten zijn raak, de flow, de beat, alles klopt hier. Ochtend Weer is ook zo'n typisch depri nummer. Richting het einde kom ik toch wat mindere nummers tegen. Van de Regen naar de Zon vind ik een beetje overdreven populair doen. Iets wat helemaal niets bij Typhoon past eigenlijk. Gelukkig eindigt Lobi da Basi sterk met Liefste. Het nummer begint bijna als een Radiohead nummer. Het voelt ongekend groots voor een hiphop track.

Grotendeels ben ik wel positief over Lobi da Basi. Een soort themaplaat, maar wel met genoeg ruimte om uit te wijken. Een rijk instrumentarium geeft dit album een heel andere smoel dan het debuut, dat veel rauwer was. Dit heeft voor- en nadelen. Ty is als muzikant gegroeid, maar als rapper niet per se. Ik houd minder memorabele teksten over aan deze plaat. Misschien die van Surfen en Sta Me Toe. Dit is een heel rijk album, waarin veel genres en stijlen aan bod komen. Komt soms wel wat theatraal over en dat bevalt me niet altijd even goed. Toch vind ik het knap hoe Ty na 7 jaar terug is gekomen met dit album. Ik hoop dat zijn derde minder lang op zich laat wachten.