MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Dn!S als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ben Howard - Every Kingdom (2011)

poster
2,5
Ik ben toch geneigd om (iets minder extreem) in de richting van Lennonlover te stemmen. Howard maakt mooie liedjes. Maar het is me allemaal te lang en eentonig om werkelijk bij te blijven. Ik heb de plaat nu een aantal keer geluisterd en steeds zit ik tegen het einde te wachten tot het eindelijk afgelopen is. Als alle nummers nu mijn aandacht vast konden houden zoals Old Pine dat doet, dan heb ik geen enkel probleem met 50 minuten. Maar helaas, veel nummers kunnen dat niet. En dan begint de stem van Howard, die me een beetje doet denken aan James Morrison, al snel te irriteren.

Bloc Party - A Weekend in the City (2007)

poster
4,5
Van alle albums die ik ooit geluisterd heb is er denk ik geen enkele waar ik zo'n hechte band mee heb gecreëerd als met A Weekend in the City. Ik ken het werk dan ook van achter naar voren. In een tijd waarin ik mij om verscheidene redenen niet zo goed voelde zocht ik mijn toevlucht in dit album. Hoe vaak heb ik wel niet in het duister op mijn bed gelegen met slechts deze muziek als sensatie. Dit is muziek die je goed tot je door moet laten dringen.

Het thema is Londen met al haar zonden maar eigenlijk is het nog zoveel meer. A Weekend in the City is een snapshot van het huidige decennium. Dit album had over iedere grote stad kunnen gaan. Consumentisme, hedonisme, terrorisme, leven voor je suffe kantoorbaan, zien en gezien worden, zogenaamde rebelse verveelde jeugd, drugs, racisme, nog verdere seksuele bevrijding en ten slotte antidepressiva. Het zijn de onderwerpen van de nummers op dit album, maar ook de gezichtskenmerken van de 21ste eeuw tot dusver.

Dit alles wordt op bijna sublieme manier uitgevoerd door Bloc Party. Ze leggen de hoekige rifjes en het neurotische drumwerk opzij voor een wat gladder, geproduceerder geluid. Dit is goed aangezien de boodschap, de teksten, nu meer centraal komen te staan. Dit is voor de vele fans van Silent Alarm een grote teleurstelling geweest. Gelukkig heb ik er overheen leren kijken.

AWITC brengt me in verschillende gemoedstoestanden. De frustratie na de eerste twee nummers maken plaats voor wanhoop en ook wat berusting op Waiting for the 7.18. Tijdens nummers 4 en 5 voel ik me een veiligheidscamera op een pleintje waar jongeren rondhangen. Daarna raak ik in een soort trance. On is een heerlijk wegdroomnummer dat over drugsgebruik lijkt te gaan. Where is Home is het enige minpuntje dat ik kan ontdekken op deze plaat. Ondanks dat het wel past op het album vind ik het niet spannend genoeg en gaat het refrein me wel wat irriteren.

Nu, echter, kom ik pas aan bij mijn hoogtepunten van AWITC. Steeds verder zak ik weg en dringt de muziek meer binnen in mijn onderbewuste. Kreuzberg is van een adembenemende schoonheid. Het enige uitstapje naar een andere stad (Berlijn) en eigenlijk pas de eerste love song. Over een kortstondige seksuele relatie die Kele heeft gehad in datzelfde Kreuzberg. I Still Remember is niet zo indrukwekkend, maar wel heel lief en mooi. Twee mensen (geslachten hou ik in het midden) die hun werk overslaan om samen de stad te doorkruisen en de protagonist die hier later op terugkijkt. Op de kansen die hij had moeten grijpen.

Nu ben ik langzaam weer wakker aan het worden. Sommige stukjes heb ik gemist maar het deert niet want ik kan ze dromen. Dan is het zondag. Het enige volledig positief ingestelde nummer en meteen ook het absolute hoogtepunt. De tekst alleen al is zo aandoenlijk evenals de emotionele vocalen. "You see giant proclamations are all very well, but our love is louder than words." Wat een prachtige zin. Bijna volledige stilte en vervolgens die gitaar uitbarsting. Ettelijke malen heb ik op dit punt een paar tranen moeten wegpinken. Dan nog de afsluiter SRXT, of, Seroxat. De antidepressiva die blijkbaar niet werkte voor de persoon aan het woord. Hij schrijft een zelfmoordbrief. Een lugubere afsluiter. Na al de ellende lijkt het album met Sunday een berustend einde te krijgen. Maar na de wat theatrale climax van SRXT is het toch de dood die overwint.

Ik doe mijn ogen open. Ik voel me onverwacht helder door al de spanning die ik ben kwijtgeraakt door de vele kippenvelmomenten. Ik zet een lampje aan en bekijk de wereld net even iets anders dan 50 minuten geleden. Als ik wat ouder ben, en ik denk terug aan mijn late puberjaren, zal ik ongetwijfeld ook denken aan deze plaat. Je moet hem even uitvogelen, maar daarna staat het als een huis. Muzikaal iets minder dan Silent Alarm, maar inhoudelijk zoveel sterker dan de politieke bash die het debuut was.

Bloc Party - Four (2012)

poster
2,5
Poeh, het is nog een hele opgave om deze nieuwe Bloc Party op waarde te schatten. De electronica fase van Intimacy lijkt grotendeels voorbij en de band klinkt weer urgent zoals zij klonk op Silent Alarm. Het tempo ligt vrij hoog over het gehele album gezien. Nieuw element dat behoorlijk beeldbepalend is voor Four is dat men her en der behoorlijk ruig voor de dag komt. Soms komt dit erg goed uit de verf (3x3) en soms herken ik er mijn goede oude Bloc Party gewoonweg niet meer in (Kettling). Octopus is op het eerste gehoor een van de toppers van het album. Fijn tempo, gave gitaareffecten, heerlijke baslijn en gewoon de typische BP sound a la Silent Alarm. Zo hebben we ze al een hele tijd niet meer gehoord!

Soms denk ik zelfs de hele, hele vroege Bloc Party terug te horen in Four. Als je nu een nummer als VALIS naast gouwe ouwen als The Marshalls Are Dead of Storm & Stress ligt vind ik wel overeenkomsten. Hoog tempo, springerig geluid. Bloc Party lijkt hier toch echt terug te keren naar haar eigen roots.

Ten slotte zijn er nog de rustigere nummers. Een van de meer onderschatte kanten van deze band, die vooral bekend is geworden met nummers zoals Banquet en Helicopter, maar eigenlijk vooral erg goed is gebleken in het schrijven van lieve kleine liedjes. Denk aan Blue Light op het debuut. Het prachtige Kreuzberg of Signs op de vorige plaat. Ook op Four vallen dit soort nummers mij weer op. Real Talk beviel me al meteen. De zeer gevoelige en soms fragiele zang van Kele komt hier ook erg goed tot zijn recht. Day Four is ook al zo'n fijn dromerig nummer.

In zijn totaliteit weet ik echter nog steeds niet wat ik met deze plaat moet. Op het eerste gehoor klinkt Four als een stap op de goede weg terug. Als ik Truth of Octopus hoor, maar ook Real Talk, denk ik bij mezelf: Bloc Party is back! Als ik dan vervolgens een weinig subtiele stoemper als Kettling of een overdreven boze Colloseum hoor krijg ik toch weer twijfels. Bloc Party is nog altijd zoekende. Het lijkt alsof zij na Silent Alarm (de avant-gardistische topper) en A Weekend in the City (de thematische klasbak) twee platen hebben gemaakt die precies was wat zij wilden maken en vervolgens niet goed wisten hoe ze verder moesten. Intimacy was op momenten een erg gedurfde plaat (denk aan Ares) dat ook een paar prachtige resultaten op heeft geleverd (Ion Square en Talons). Toch moest ik erg mijn best doen om er nog een voldoende in te zien. Na een vierjarige pauze waarin ik grotendeels uitgekeken ben geraakt op mijn vroegere favo bandje ben ik toch wel blij verrast met Four. Ik zie vooral een band op de weg terug.

Bloc Party - Intimacy (2008)

poster
3,0
Ik blijf het een moeilijk te beoordelen plaat vinden. Bij Ares denk ik tegelijkertijd "Wat verschrikkelijk" en "Wat ontzettend gaaf". Het gegil van Kele zit echt op het randje, maar het drumwerk is zo ontzettend strak. De teksten willen een beetje teveel Silent Alarmish zijn. Maar falen daar ook niet helemaal in.

Mercury vond ik eerst ook bagger. Nu valt het me eigenlijk wel mee. Ik ben de tekst wel gaan waarderen ook, hoe er de spot gedreven wordt met horoscopen: "This is not the time to start a new love. This is not the time to sign a lease." Ook de manier waarop het nummer toch naar een soort climax werkt vind ik wel goed.

Halo is bij de eerste luisterbeurten een verademing. Gelukkig! Een rockende BP! Toch valt mij al snel op dat Halo heel weinig onderscheidend vermogen heeft. Het is een beetje de urgentie van SA met de gitaarsound van AWITC en dan met een liefdestekstje om in het thema Intimacy te blijven. De tekst vind ik overigens gewoon goed. Muzikaal is het ook gewoon goed. Maar het is geen seconde verrassend. Mooi zinnetje is nog wel: "Sometimes I think I'd float away if this sadness didn't weigh me down."

Biko wordt nog al eens geprezen. Ik moet eerlijk zijn: Ik vind er geen zak aan. Het voelt als een verplicht rustmoment. Bloc Party beheerst (of beheersde?) de kunst van het ballad schrijven heel goed (kreuzberg! plans! blue light!) maar hier vind ik geen voldoening. De nepdrums irriteren me wetende dat Matt weer een kans ontnomen wordt zijn genialiteit te bewijzen. Het onderwerp (een aan kankerlijdende compaan) is al vaker en beter gedaan (Casimir Pulaski Day van Sufjan Stevens bijvoorbeeld) hoewel dat op zichzelf geen sterk kritiekpunt is.

Trojan Horse heeft het op muzikaal gebied dan weer wel. Het klinkt meer als geslaagd experimenteren dan Halo. De 'solo' tegen het einde is retestrak. Mijn probleem met dit nummer ligt voor het eerst bij de teksten. "You used to take your watch off before we made love, you didn't want to share our time with anyone." Verschrikkelijk geforceerd. Jammer, want voor de rest dus wel geslaagd.

Signs is wel een heel mooi liedje. De belletjes zijn perfect. De zang is heel integer. Dit is het eerste volledige schot in de roos op Intimacy, en dat is voor Bloc Party begrippen gewoon veel te weinig.

One Month Off is zeker niet slecht. Rockt lekker weg zal ik maar zeggen. Maar is het ook maar een moment memorabel? Ik vind van niet. Wat wel memorabel is, is de videoclip die hier bij hoort waar een heel sprookjesbos aan flarden wordt geknald.

Met Zephyrus kom ik toch echt op mijn dieptepunt aan. Ja, het is nieuw, het zijn de drums van Lil Wayne met een achtergrondkoor en Kele's zang. Helaas, ik heb teveel een hekel aan drumloops. Ook muzikaal vind ik dit helemaal niet interessant. Helaas.

Talons is nog altijd mijn favoriet van de plaat. De diepte en hoogtepunten wisselen elkaar met hoog tempo af. Dit heeft mij toch altijd op een veilig zesje gehouden bij de beoordeling van deze plaat. Talons is zo'n dijk van een single. De manier waarop het alleen al van start gaat. Gierende gitaren. Vervolgens een hemelse stilte met weer die belletjes he? Gordy speelt sinds 7.18 trouwens een heel opvallende rol als bespeler van dit instrument. Hij weet toch iedere keer weer te komen met geniale melodieën. De bridge op Talons is adembenemend. Hier komt de combinatie van de oude Bloc Party + Electronica volledig tot zijn recht. Als ieder nummer was geslaagd als Talons, Signs, Trojan Horse of Mercury
gaf ik BP een groot compliment. Misschien hebben ze dit album wel te snel gemaakt. Koud een jaar na de release van AWITC. Er zijn (geheel tegen de traditie van BP) nauwelijks b-kantjes verschenen wat er op zou kunnen wijzen dat ze te weinig nummers gemaakt hebben om een sterk selectieproces te houden.

Better Than Heaven heeft een zeer mooie opbouw. De teksten vind ik wel aardig, maar niet speciaal. Ik wacht vooral met smart op die climax. Die maakt het lied wel hoor! Alles bij elkaar genomen wel weer een van die geslaagde experimenten op Intimacy.

Afsluiter is Ion Square. Het doet inderdaad wat denken aan het geweldige All My Friends van LCD Soundsystem. Maar niet genoeg. Het is wel duidelijk Bloc Party. Persoonlijk vind ik hem erg goed, ondanks dat ik hem niet vaak luister. Het heeft een heel stads sfeertje (misschien door het woord Square?) hoe dan ook. Ik zie lichtjes, bussen voorbij rijden en daar midden tussenin twee geliefden op een druk plein in Londen. Naast Talons en Signs is dit het enige nummer dat me echt meeneemt. Dat me laat fantaseren en dromen zoals ik dat zo graag doe. Het wordt steeds euforischer richting het einde. Ja, dit einde maakt toch wel iets goed.

Als ik dit album dan uit mijn cd speler vis, voel ik me niet slecht. Ik heb een lekker wegluisterende plaat gehoord met enkele zeer goede nummers. Wat ik helaas ook heb gehoord is moeilijk geexperimenteer, geforceerde ballads en teksten, drumloops terwijl je een fenomenale drummer als Matt Tong in huis hebt, en teveel recht-toe-recht-aan rocksongs om de luisteraar bij de hand te nemen naast al die nieuwe geluiden. Ik hoor enkele zeer geslaagde nummers. Dan had ik toch gehoopt dat de mannen langer in de studio waren gebleven. Dan hadden twijfelachtige nummers als Biko, Zephyrus en One Month Off misschien plaats kunnen maken voor meer goede combinaties van rock en electronica zoals Talons.

Daarnaast vind ik het thema niet sterk genoeg uitgewerkt. Het voelt te gemaakt. Ik hoor veel te vaak "You used to..." bijvoorbeeld.
Ten slotte ben ik gewoon niet genoeg een fan van electronica. Het mist een stukje ziel. Mercury mist een stukje ziel. Er zijn maar weinig artiesten die mij de ziel van electronica kunnen laten horen (The Postal Service lukte het enigzins, Sufjan Stevens ook).

Ik blijf bij mijn zesje. Ik hoop dat Bloc Party voor het volgende project:
1. Terug gaat naar af.
2. Verder gaat met deze stijl, maar meer de tijd neemt.

Bombay Bicycle Club - I Had the Blues but I Shook Them Loose (2009)

poster
4,5
Moeilijk in te schatten plaatje. Op het eerste gehoor klinkt het weinig bijzonder. Beetje springerig, zoals het Britrock betaamd, maar niet al te melodieus. Ik had ook wat de neiging om te luisteren zonder echt te luisteren. Ondanks dat ik na de eerste poging dus nauwelijks onder de indruk was, kreeg ik wel snel weer zin om de plaat opnieuw te luisteren. De aantrekkingskracht ligt dan ook vooral in het detail. De drums, zo valt mij nu op, zijn erg fijn. Eigenlijk behoudt het album gedurende de hele lengte hetzelfde midtempo aan, wat het geheel sterker maakt en verbindt. De zang klinkt in eerste instantie ook typisch Brits, wat zeurderig ook wel. Toch heeft het iets. Het is met Bombay Bicycle Club net zoals het een paar jaar geleden was met de tweede plaat van The Rifles. Ik weet niet waarom, maar ik luister meer en meer naar de plaat en ik vind hem steeds leuker worden. Misschien zit het 'm juist in dat subtiele. Akkoordwisselingen zijn er weinig, vaak maar twee akkoorden per refrein en de meeste nummers hebben een repetitief gehalte. Toch groeit deze plaat aan mij. Waar ik eerst gevoelsmatig op een 2.5* zat, neig ik nu toch al stiekem naar een 3.5* Een groeiertje dus. Doet me soms denken aan Foals ook wel. heel strak gespeeld, lichtelijk abstract gehalte en die fijne drums he. Ik ben benieuwd hoe ik hier over twee weken weer over denk.

Bon Iver - Bon Iver, Bon Iver (2011)

poster
4,5
Bon Iver, Bon Iver. In de vroege zomertijd een dubbele ode aan de herfst. Het seizoen van melancholie, nostalgie en verlangen. Nu wil het toeval dat terwijl ik dit schrijf op één van de laatste dagen van de lente, het weer me sterk doet denken aan dat op een gemiddelde dag in november.

Bon Iver, zo is hij een vitaal onderdeel van je dagelijks leven, verovert hij je hart met prachtige minimalistische, maar oh zo gevoelige muziek, en zo is hij ruim twee jaar nergens te bekennen. Op Perth is het in eerste instantie nog niet helemaal duidelijk, maar Bon Iver is wel degelijk een andere act dan op het geweldige For Emma, Forever Ago. Bon Iver is een band. Dat was het al op de Blood Bank EP, maar nu lijkt men een duidelijk geluid te hebben gevonden. Een geluid dat zeer interessant te noemen is. Het is voller, rijker aan instrumentatie dan de oude Bon Iver, maar is vergeleken met andere acts nog altijd zeer sereen te noemen. Tenminste, op veel momenten. Zodra op Perth de climax aanbreekt is het echt duidelijk: Justin Vernon gaat wel degelijk een nieuw kunstje opvoeren in de komende 40 minuten.

En toch klinkt het album hartstikke vertrouwd. Bon Iver heeft mijn hart ooit veroverd omdat het geluid wat het maakt zo uniek is. Die ijle, breekbare manier van zingen, al dan niet door de autotune geslingerd, geeft bijna ieder nummer een desolaat karakter. Let daarnaast op de technische aspecten. Bon Iver heeft er, ook op deze plaat een aardje naar om spanningen niet in te lossen (Holocene) of een stilte net even iets langer te laten duren (Beth/Rest) wat resulteert in een ongemakkelijk gevoel. Bovendien hebben de meeste nummers slechts vaag te maken met een echte songstructuur. Hoe vaak kun je echt een refrein onderscheiden? Niet vaak.

Hoe ik de plaat precies waardeer is zelfs voor mij nog grotendeels een raadsel. Steeds positiever, dat wel. Het is weer zo'n plaat die je moet doorgronden. Hoewel de meeste nummers (Perth uitgezonderd, die was meteen raak) in eerste instantie aanvoelden als een lichte teleurstelling, beginnen ze toch weer aan me te groeien. Towers bijvoorbeeld, met die smakelijke tempoversnelling, is een prachtig nummer. Het weet zich inmiddels te onderscheiden. En Michicant, dat saaie lange eentonige ding? Ja, het bezorgt me inmiddels al rillingen. Wash? Twee sprongen heen-en-terug op de piano, maar het past wel in de context van het album.

Het voornaamste punt is, dat Bon Iver muziek maakt zoals ik het nergens anders hoor. Het heeft deels te maken met de aparte gebruik van elektronica, en het creëren van ongemakkelijke muzikale landschappen, maar het is ook vooral een gevoel wat leeft in mijn gedachten.

Bon Iver - For Emma, Forever Ago (2007)

poster
4,5
For Emma, Forever Ago, wat een prachtige titel. En wat een mooi album ook. Het klinkt dodelijk simpel tijdens de eerste luisterbeurt, maar groeit aan je en voordat je het weet luister je hem dagelijks. Het is ook een kort album, dus het is makkelijk om even als tussendoortje te luisteren. Maar terwijl je luistert naar Bon Iver, besef je dat het het verre van een tussendoortje is. For Emma, Forever Ago vertelt een prachtig verhaal, ondersteunt door heerlijke melodieen. Soms een trompet. Soms een zachte drum, eenmaal een heerlijke baslijn. Maar altijd die gitaar, en altijd die prachtige stem, en altijd die aandoenlijke teksten. En oh ja, die prachtige titel, als een boek dat in je kast staat dat je al tig keer hebt gelezen, maar toch weer een magnetische aantrekkingskracht op je lijkt uit te oefenen. Hoe ging dat verhaal ook alweer, met die Emma...?