Hier kun je zien welke berichten archangel9 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Aafke Romeijn - Stella Must Die! (2011)

4,0
0
geplaatst: 16 januari 2012, 22:09 uur
Een plaat om te janken, maar dan wel op de goede manier' las ik ergens op internet. En die omschrijving raakt precies de kern van dit bijzondere album. Met Stella I wordt de toon al onmiddelijk gezet. Mensen, kinderen, hier wordt een verhaal verteld dat je nog lang heugen zal. Aafke's zuivere stem zet in en ze weet zonder poespas het drama bij de lurven te grijpen. Maar niet alleen met haar stem. Ze speelt meerdere instrumenten waaronder piano, gesteund door een band. of eerder, een kamerorkest. Ze wordt begeleid door trompet, cello, bas, gitaar en drum. Af en toe laat een beschaafd scheurende elektrische gitaar van zich horen en in 'I stretch the dark' valt plots een orgel in. Ze passen allen wonderwel in het geheel. Soms kabbelt de muziek als een stromend beekje, dan wordt het tempo en het volume weer opgevoerd maar nergens wordt de spanning, die er vanaf het begin is, los gelaten.
Welkom in Aafkes wereld. In twaalf episoden wordt het verhaal verteld van Stella.
Een verhaal waarvan de titel en het bijzonder fraaie artwork van Roy Verhaag verklappen dat het wel slecht af moet lopen. Maar dat je toch tot het eind toe wilt horen. En misschien wel voor een tweede, voor een derde, voor een vierde keer. En waarvan je iedere keer weer vergeefs hoopt dat het goed zal eindigen. Omdat je dank zij Aafke een beetje van Stella bent gaan houden.
Welkom in Aafkes wereld. In twaalf episoden wordt het verhaal verteld van Stella.
Een verhaal waarvan de titel en het bijzonder fraaie artwork van Roy Verhaag verklappen dat het wel slecht af moet lopen. Maar dat je toch tot het eind toe wilt horen. En misschien wel voor een tweede, voor een derde, voor een vierde keer. En waarvan je iedere keer weer vergeefs hoopt dat het goed zal eindigen. Omdat je dank zij Aafke een beetje van Stella bent gaan houden.
Benjamin Biolay - La Superbe (2009)

4,0
0
geplaatst: 23 november 2009, 21:39 uur
Onlangs was ik in Parijs en ik verwijlde nog even in Franse sferen. Op zoek naar Franse muziek stuitte ik op Benjamin Biolay. Nog nooit van gehoord. Evenals Mylène Farmer (die ik ook nog niet lang ken) bleek deze Fransman in zijn vaderland nogal een beroemdheid te zijn. Een veelzijdig baasje ook want naast zanger is hij songwriter, producer en acteur. Wel, zijn laatste album maar eens opgezet. De openingstrack La superbe zet onmiddellijk de toon. Ai, wat een bombast! De aan Craig Armstrong herinnerende aanzwellende violen zijn vet aangezet. De stem van Bolay is donker, zwoel en laat aan duidelijkheid niets te wensen over: we hebben hier te maken met 'la grande emotion'. Voor mij geen reden om zijn muziek te versmaden want na enkele nummer blijkt wel dat bombast het beste gedijt in de handen van Fransen, zoals in die van Benjamin Biolay. Elk nummer vertelt weer een ander verhaal en de 'chansons' zijn knap opgebouwd en steken compositorisch goed in elkaar. Je wordt van het ene avontuur het andere ingezogen door de dramatisch getoonzette muziek en de charismatische zegzang van Biolay. Aan veelzijdigheid ook geen gebrek: synthpop, rock, dub, salsa, chanson, hij draait er zijn hand niet voor om.
Favorieten zijn naast het orkestrale titelnummer, het mooie duet met Jeanne Cherhal, Brandt Raphsodie, het aanstekelijk swingende Padam en Miss Catastrophe dat met een mooi pizzicato klanktapijtje begint en vervolgens een metamorfose ondergaat naar een soort rapnummer. Zo'n contrast wordt ook neergezet in Buenos Aires dat heen en weer vliegt van reggae naar metal. Het fado-achtige Raté zet weer een totaal ander sfeer neer en baadt in melancholie evenals het klassieke chanson Ton heritage. Jaloux De Tout is van een dwingende meeslependheid.
Hou je van Frans en van bombast, zet onmiddellijk deze plaat op. Zo niet, probeer hem dan toch maar want zelden werd vet aangezet kitscherig drama zo verleidelijk gebracht, ingebed in weelderige beeldschone melodieën.
Favorieten zijn naast het orkestrale titelnummer, het mooie duet met Jeanne Cherhal, Brandt Raphsodie, het aanstekelijk swingende Padam en Miss Catastrophe dat met een mooi pizzicato klanktapijtje begint en vervolgens een metamorfose ondergaat naar een soort rapnummer. Zo'n contrast wordt ook neergezet in Buenos Aires dat heen en weer vliegt van reggae naar metal. Het fado-achtige Raté zet weer een totaal ander sfeer neer en baadt in melancholie evenals het klassieke chanson Ton heritage. Jaloux De Tout is van een dwingende meeslependheid.
Hou je van Frans en van bombast, zet onmiddellijk deze plaat op. Zo niet, probeer hem dan toch maar want zelden werd vet aangezet kitscherig drama zo verleidelijk gebracht, ingebed in weelderige beeldschone melodieën.
Björk - Biophilia (2011)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2011, 11:20 uur
Hoewel ik haar niet meer zo intens volg als in de tijd van the Sugarcubes en haar eerste platen, spits ik mijn oren als ik weet dat ze weer een muzikaal ei heeft gelegd. Wat hou ik toch van dat malle mens! Haar stem, dat zal altijd een 'love-hate thing' blijven. Ik behoor tot het 'love' kamp. In die stem zit dat tegenstrijdige waar ik enorm van van hou, en waar ik door geïnspireerd raak. Misschien omdat tegenstrijdigheid in een 'Mensch' zit en je dat herkent. Ze klinkt zowel breekbaar als ongenaakbaar, zowel fel als teder, koel en hartstochtelijk, sereen en furieus.
Maar haar stem is niet datgene waarom ik haar nog meer ben gaan waarderen in de loop der jaren. Dat is haar oprechte compromisloze artisticiteit. Björk oprecht? Geloof ik dat werkelijk? Ja, dat geloof ik. Voor sommigen is ze de vleesgeworden onoprechte kunstmatige draak rechtstreeks ingevlogen van Fröbelia. Naar mijn gevoel is haar ‘kunst’ wel degelijk oprecht. Omdat ze niet anders kan. Ze kan niet anders dan compromisloos- en vernieuwend zijn in haar muziekuitingen. Omdat zij haar muziek is. Zij is bovendien één van de weinige artiesten die werkelijk op vindingrijke en aanvullende manier met nieuwe media omgaat. De app versies voegen wel degelijk iets toe aan de beleving van haar songs. Het meest significante voorbeeld hiervan wordt ook beschreven op Wikipedia. Het nummer ‘Virus’ dat over een liefde gaat tussen een virus en een lichaamscel. Je kunt dan een game spelen waarmee je het virus kunt doden en de cel redden. Maar dan stopt de muziek. Wil je het hele nummer horen zul je die dodelijke liefde moeten toelaten. Je bent hier het stadium van de passieve luisteraar ver voorbij. Je wordt gedwongen actief na te denken over leven en dood en voor een duivels dilemma geplaatst. En er is geen simpel goed en kwaad in haar wereld, net zoals in het werkelijke leven. Wat keuzes maken des te moeilijker maakt.
En dan die discussie over die versies die dan weer niet de uiteindelijke versies blijken te zijn. Dat is naar mijn mening geen publiciteitsstunt. Ik denk dat het debet is aan de manier waarop zij haar muziek maakt. Ik kan dat vergelijken met een theaterregisseur die jarenlang legendarisch theater maakte, Dirk Tanghe. Als zijn stukken in première gingen waren ze nog niet echt af. Ze werden ten overstaan van het publiek al spelende bijgeschaafd. Belachelijk? Zijn stukken staan me wel tot vandaag scherp bij en sommige scènes hebben zich op het netvlies gebrand. Wanneer is een stuk af? Zij besloot om tot een vergevorderd stadium invloeden toe te laten. En ik denk dat dit past bij haar manier van werken. Waarschijnlijk zal ze zich zowel van de positieve als de negatieve kritieken bar weinig aantrekken. Ook dat past bij haar. Ze gaat haar eigen onnavolgbare maar duizelingwekkend boeiende weg.
Maar haar stem is niet datgene waarom ik haar nog meer ben gaan waarderen in de loop der jaren. Dat is haar oprechte compromisloze artisticiteit. Björk oprecht? Geloof ik dat werkelijk? Ja, dat geloof ik. Voor sommigen is ze de vleesgeworden onoprechte kunstmatige draak rechtstreeks ingevlogen van Fröbelia. Naar mijn gevoel is haar ‘kunst’ wel degelijk oprecht. Omdat ze niet anders kan. Ze kan niet anders dan compromisloos- en vernieuwend zijn in haar muziekuitingen. Omdat zij haar muziek is. Zij is bovendien één van de weinige artiesten die werkelijk op vindingrijke en aanvullende manier met nieuwe media omgaat. De app versies voegen wel degelijk iets toe aan de beleving van haar songs. Het meest significante voorbeeld hiervan wordt ook beschreven op Wikipedia. Het nummer ‘Virus’ dat over een liefde gaat tussen een virus en een lichaamscel. Je kunt dan een game spelen waarmee je het virus kunt doden en de cel redden. Maar dan stopt de muziek. Wil je het hele nummer horen zul je die dodelijke liefde moeten toelaten. Je bent hier het stadium van de passieve luisteraar ver voorbij. Je wordt gedwongen actief na te denken over leven en dood en voor een duivels dilemma geplaatst. En er is geen simpel goed en kwaad in haar wereld, net zoals in het werkelijke leven. Wat keuzes maken des te moeilijker maakt.
En dan die discussie over die versies die dan weer niet de uiteindelijke versies blijken te zijn. Dat is naar mijn mening geen publiciteitsstunt. Ik denk dat het debet is aan de manier waarop zij haar muziek maakt. Ik kan dat vergelijken met een theaterregisseur die jarenlang legendarisch theater maakte, Dirk Tanghe. Als zijn stukken in première gingen waren ze nog niet echt af. Ze werden ten overstaan van het publiek al spelende bijgeschaafd. Belachelijk? Zijn stukken staan me wel tot vandaag scherp bij en sommige scènes hebben zich op het netvlies gebrand. Wanneer is een stuk af? Zij besloot om tot een vergevorderd stadium invloeden toe te laten. En ik denk dat dit past bij haar manier van werken. Waarschijnlijk zal ze zich zowel van de positieve als de negatieve kritieken bar weinig aantrekken. Ook dat past bij haar. Ze gaat haar eigen onnavolgbare maar duizelingwekkend boeiende weg.
Brendan Perry - Ark (2010)

3,5
0
geplaatst: 6 april 2010, 18:43 uur
Those where the days! De tijd waarin Dead Can Dance furore maakte markeert voor mij een periode waarin ik langzaamaan steeds intensiever met muziek omging en mijn eigen smaak ontwikkelde. Toen het schijnbaar onafscheidelijke duo uiteen ging leek het bijna onmogelijk beiden los te zien van elkaar. Hoewel? Lisa bracht al eerder haar zeer geslaagde solodebuut The Mirror Pool uit (haar meest gevarieerde en beste werk). Later kwam Perry met zijn gewaardeerde album The Hunter. Hoewel ik beide solowerken prachtig vond kon ik mezelf er niet van weerhouden af en toe terug te verlangen naar Dead Can Dance. Het is gezeur, ik weet het! Maar hoe dat duo zich elkaar in de staart beet was ongeëvenaard. Het hemelse geluid van de niet altijd navolgbare Lisa tegenover de 'down to earth' crooner Perry. Perfect in balans.
Elf jaar na The Hunter komt Perry dan met een nieuw Album. Van zijn sonore stemgeluid hebben we niet lang geleden al mogen genieten in bijdragen aan Ovations van Piano Magic. Zijn stem verwarmt en ontnuchtert je tegelijkertijd. Zonder Lisa komen die kwaliteiten zoveel te meer naar voren. Want wie zou niet verbleken naast haar? Zij is geen zangeres, ze is een natuurverschijnsel.
Ark klinkt vertrouwd. Alsof we thuis komen. Ondanks de mysterieuze sfeer. En klinkt precies zoals we Brendan kennen: evenwichtig, somber maar niet neerslachtig, donker maar niet verstikkend en altijd toegankelijk. De melodieën mooi en monotoon. Gedragen en majestueus schrijden de composities voort. De inventieve maar niet te ingewikkelde en door wereldmuziek geïnspireerde ritmes kennen we ook van Dead Can Dance en verluchtigen de sfeer. Horen we nieuwe dingen? Nauwelijks. Of het moet het gebruik van elektronica zijn dat nu meer op de voorgrond treedt dan ooit. Maar Perry had in zijn Dead Can Dance tijd al in diverse interviews gezegd dat elektronica en het stoeien daarmee hem even mateloos interesseert dan muziek van vervlogen tijden en andere volkeren. Is het erg dat we nauwelijks iets nieuws horen? Neen. Meer dan ooit valt in Ark alles perfect op zijn plek. Alle elementen komen samen in gesublimeerde vorm.
Zijn er prijsnummers te ontwaren op Ark? Wel, er zijn een aantal songs die noemenswaardig zijn zoals Babylon vanwege de prachtige orkestrale geluid, de mooie melodieën en het effectieve gebruik van percussie, Utopia dat gedrenkt is in even mooie melodieën die altijd smaakvol en nooit te weelderig zijn. Maar het ware prachtnummer is de afsluiter: Crescent. Bekend van de live uitvoering met Dead Can dance tijdens hun laatste tour in 2005. Daar oogstte dit nummer alom bewondering. In de studio-uitvoering vormt dit nummer het spaarzame hoogtepunt van een album dat het niet van enorme pieken moet hebben. In dit nummer wordt je geleidelijk binnen gelokt en dan ineens zit je in een stroomversnelling, wordt je daadwerkelijk bij de strot gegrepen. Brendan laat zich hier ook qua zang meer gaan. Iets dat zelden voorkomt. Maar àls het gebeurt grijpt het je ook onmiddellijk. Want ook hierin is hij serieus èn effectief.
Voor wie bekend is met de wereld van Lisa en Brendan is dit album aangenaam thuiskomen, ondanks de electronica. En als je hier niet vertrouwd mee bent is het een verzameling composities waar je met gevoel en smaak van moet genieten. Een ingehouden rijkdom, een samengebald donker universum dat zich maar langzaam prijs geeft maar tegelijkertijd aangenaam toegankelijk is en bestand is tegen vele draaibeurten.
Elf jaar na The Hunter komt Perry dan met een nieuw Album. Van zijn sonore stemgeluid hebben we niet lang geleden al mogen genieten in bijdragen aan Ovations van Piano Magic. Zijn stem verwarmt en ontnuchtert je tegelijkertijd. Zonder Lisa komen die kwaliteiten zoveel te meer naar voren. Want wie zou niet verbleken naast haar? Zij is geen zangeres, ze is een natuurverschijnsel.
Ark klinkt vertrouwd. Alsof we thuis komen. Ondanks de mysterieuze sfeer. En klinkt precies zoals we Brendan kennen: evenwichtig, somber maar niet neerslachtig, donker maar niet verstikkend en altijd toegankelijk. De melodieën mooi en monotoon. Gedragen en majestueus schrijden de composities voort. De inventieve maar niet te ingewikkelde en door wereldmuziek geïnspireerde ritmes kennen we ook van Dead Can Dance en verluchtigen de sfeer. Horen we nieuwe dingen? Nauwelijks. Of het moet het gebruik van elektronica zijn dat nu meer op de voorgrond treedt dan ooit. Maar Perry had in zijn Dead Can Dance tijd al in diverse interviews gezegd dat elektronica en het stoeien daarmee hem even mateloos interesseert dan muziek van vervlogen tijden en andere volkeren. Is het erg dat we nauwelijks iets nieuws horen? Neen. Meer dan ooit valt in Ark alles perfect op zijn plek. Alle elementen komen samen in gesublimeerde vorm.
Zijn er prijsnummers te ontwaren op Ark? Wel, er zijn een aantal songs die noemenswaardig zijn zoals Babylon vanwege de prachtige orkestrale geluid, de mooie melodieën en het effectieve gebruik van percussie, Utopia dat gedrenkt is in even mooie melodieën die altijd smaakvol en nooit te weelderig zijn. Maar het ware prachtnummer is de afsluiter: Crescent. Bekend van de live uitvoering met Dead Can dance tijdens hun laatste tour in 2005. Daar oogstte dit nummer alom bewondering. In de studio-uitvoering vormt dit nummer het spaarzame hoogtepunt van een album dat het niet van enorme pieken moet hebben. In dit nummer wordt je geleidelijk binnen gelokt en dan ineens zit je in een stroomversnelling, wordt je daadwerkelijk bij de strot gegrepen. Brendan laat zich hier ook qua zang meer gaan. Iets dat zelden voorkomt. Maar àls het gebeurt grijpt het je ook onmiddellijk. Want ook hierin is hij serieus èn effectief.
Voor wie bekend is met de wereld van Lisa en Brendan is dit album aangenaam thuiskomen, ondanks de electronica. En als je hier niet vertrouwd mee bent is het een verzameling composities waar je met gevoel en smaak van moet genieten. Een ingehouden rijkdom, een samengebald donker universum dat zich maar langzaam prijs geeft maar tegelijkertijd aangenaam toegankelijk is en bestand is tegen vele draaibeurten.
Cem Adrian - Emir (2008)

4,0
0
geplaatst: 17 december 2010, 01:23 uur
Wonderbaarlijk soms hoe je 'nieuwe muziek' ontdekt. De huidige comminicatiemiddelen bieden ons een scala aan mogelijkheden. Hoe kom je er in godsnaam bij om muziek van een, voor Nederland vrij obscure, Turkse zanger te beluisteren? Gewoon een link naar een youtube clip bekijken van een één of andere vage Facebook vriend en dan ineens gegrepen worden door iemand. Een zanger. En niet zomaar één. Gemiddeld heeft een geschoolde zangstem een bereik van 2 octaven. Deze zanger haalt er met gemak 5. Van bas tot sopraan. Met een zwier en een gemak waar menig broodzanger strontjaloers om zou zijn. Dan is je eerste interesse gewekt. Je bekijkt nog wat clips en beluistert meer muziek. En dan valt je de veelzijdigheid op en de ontwikkeling die deze zanger heeft doorgemaakt. Was het eerste album nog een soort 'circus' waar hij zijn opmerkelijk stem in bijna ieder nummer de gevaarlijkste trapezeacts liet uitvoeren, bij zijn vierde album Emir weet hij een bijna perfecte balans te vinden. Natuurlijk schittert zijn stem hier ook, maar het lijkt alsof hij minder op de 'belcanto' toer gaat. Muzikaal gezien heel gebalanceerd maar avontuurlijk. En altijd weer die donkere ondertoon, die broeierige sfeer zoals aERo zo mooi beschrijft. Dramatisch maar (in dit album althans) de kitsch zorgvuldig vermijdend. Emotioneel en meeslepend. Opwindend. Alsof je een gevaarlijk sprookje wordt verteld. Zoals vroeger, toen je een kind was. En het misschien niet helemaal letterlijk begreep. Maar je maakte je eigen spannende verhaal. Prijsnummers? Emir, Nereye Gidiyorsun en het bijna epische Bir Melek Ölürken. Ontdek de wondere wereld van Cem Ardian.
Charles Frail and the Moulting Frames - Morning It Breathes (2011)

4,5
0
geplaatst: 29 september 2011, 18:53 uur
Dat aeRo een oog (of liever gezegd: een oor) heeft voor bijzondere muzikale genieën is andermaal bewezen met de ontdekking van een jong talent: Charles Frail. Zo luid de artiestennaam van Karel Ensing. Een jonge Nederlandse singer-songwriter. En niet zomaar eentje. In interviews komt hij over als een gewone nuchtere Hollandse jongen die evenwel goed weet wat hij wil. Zijn muziek is echter verre van gewoon. Hij speelde in het voorprogramma van Joan As Policewoman en Daniel Johnston en klinkt als Devendra Banhart met het vibrato van Antony.
Zijn songs ademen de sfeer van Nick Drake en zijn soms wat bombastische, maar uiterst fijnzinnige klankminiatuurtjes. Laten we alle vergelijkingen voor wat ze zijn. De kern is dat hij een muzikale rasverteller is die je bij je strot weet te grijpen. En vervolgens je aandacht een heel album lang vast weet te houden. Ook bij een song als Was the Leaves That Whisper Take Me Off This Tree, dat bijna twaalf minuten duurt maar geen seconde verveelt. Zijn kenmerkende stem gedijt ideaal op dat bedje van getokkel dat hij voor zich uitspreidt. De sfeer doet zowel folky als impressionistisch aan. En soms filmisch als plotseling een heel orkest invalt. Naast orkestrale miniatuurtjes als Morning, It Breathes and Makes Me Wonder vallen gloedvolle folksongs op (No Nothing Will Outlive This Glory, But Oh.....Behold). Alles vloeit naadloos in elkaar over zonder dat het een eenvormig geheel wordt. Alles klopt. Tot en met de zelf met naald en draad ontworpen hoes.
Zelden geef ik 4.5 punten. Maar dit is een zeldzaam meesterstukje waar ik ze graag aan weg geef. Natuurlijk zit daar ook een snufje chauvinisme bij. Want op zo'n uniek Nederlands talent mogen we best trots zijn!
Zijn songs ademen de sfeer van Nick Drake en zijn soms wat bombastische, maar uiterst fijnzinnige klankminiatuurtjes. Laten we alle vergelijkingen voor wat ze zijn. De kern is dat hij een muzikale rasverteller is die je bij je strot weet te grijpen. En vervolgens je aandacht een heel album lang vast weet te houden. Ook bij een song als Was the Leaves That Whisper Take Me Off This Tree, dat bijna twaalf minuten duurt maar geen seconde verveelt. Zijn kenmerkende stem gedijt ideaal op dat bedje van getokkel dat hij voor zich uitspreidt. De sfeer doet zowel folky als impressionistisch aan. En soms filmisch als plotseling een heel orkest invalt. Naast orkestrale miniatuurtjes als Morning, It Breathes and Makes Me Wonder vallen gloedvolle folksongs op (No Nothing Will Outlive This Glory, But Oh.....Behold). Alles vloeit naadloos in elkaar over zonder dat het een eenvormig geheel wordt. Alles klopt. Tot en met de zelf met naald en draad ontworpen hoes.
Zelden geef ik 4.5 punten. Maar dit is een zeldzaam meesterstukje waar ik ze graag aan weg geef. Natuurlijk zit daar ook een snufje chauvinisme bij. Want op zo'n uniek Nederlands talent mogen we best trots zijn!
Clogs - The Creatures in the Garden of Lady Walton (2010)

3,5
0
geplaatst: 5 maart 2010, 23:17 uur
Clogs kende ik niet tot ik op internet las dat één van mijn lievelingszangeressen Shara Worden (My Brightest Diamond), mee deed aan een gezelschap dat als invloeden o.a. heeft: Moondog, John Cage, Morton Feldman, Olivier Messaien, Gyorgy Ligeti, Philip Glass, Steve Reich, Igor Stravinsky.. Daar moest ik meer van weten! De EP Veils viel mij enigszins tegen. Mooi maar de veelbelovende invloeden werden niet omgezet in eigen bijzonder repertoire. De composities op Veils bleken echter slechts 'vingeroefeningen' voor het grotere werk: het album The Creatures in the Garden of Lady Walton . Wonderschoon en pakkender dan op de EP maar alweer geen muziek die je onmiddelijk bij de lurven grijpt. En wat is er met de intonatie van Shara Worden aan de hand? Een hete aardappel ingeslikt? Heeft ze spraakles gehad van een überbekakte tante? Nu weet ik dat ze klassiek geschoold is en die scholing brengt ze hier blijkbaar in praktijk. Maar de ontroering die ze normaal gesproken op mij weet over te brengen blijft door die artificiële manier van zingen uit. Clogs heeft ook nog wonderboy Sufjan Stevens en Matt Berninger (The National) weten te strikken. Of dit alles tot een geniaal album leidt is zeer de vraag. Mijn eerste indruk is: een beetje artificieel. Zoals ik de manier van zingen van Shara betitelde zo komen ook de composities over waardoor ontroering uitblijft. Artistiekerig. Bij meerdere malen beluisteren zakt echter de ergernis hierover enigszins en begint de muziek zelfs te fascineren. Ik begin te genieten. Terecht geeft Aero als zijn favoriete nummers aan: Red seas en The owl of love. Uiteindelijk word ik dan toch meegesleept. Tenslotte moet wel geconcludeerd worden: met zulke grootheden als voorbeelden schep je verwachtingen. Die maken ze bij lange na niet waar. Wat over blijft is beeldschone en fantasierijke muziek. Duidelijk met plezier vertolkt, al hadden ze van mij wat minder keurig binnen de lijntjes mogen kleuren.
Kate Bush - 50 Words for Snow (2011)

4,0
0
geplaatst: 21 november 2011, 15:56 uur
Muziek is een fenomeen dat je kan aangrijpen zonder dat je weet waarom. Zonder dat je er met je verstand bij kan. Dat geldt per definitie voor de compostities van Kate Bush. Hoewel haar songs niet altijd even simpel lijken is haar muziek een kwestie van gevoel en intuïtie. In die zin zie ik veel overeenkomsten met Lisa Gerrard die in een onverstaanbare taal zingt maar met haar muziek, 'The work', de mensen recht in het hart kan raken zonder dat men zich af hoeft te vragen wat het nu allemaal betekent. Ik denk dat je dit stadium bij Kate ook gemakkelijk over kan slaan. Het raakt je of het raakt je niet. Zo simpel is het.
Mij raakt het. Waar bij de ene luisteraar de herfstige misflarden van de muziek op dit album koud aanvoelen ontbrand bij mij het vuur. En dat is ook het mooie van muziek, ook altijd door Kate erkent: muziek betekent voor ieder individu weer iets anders. Dat de ene luisteraar haar album minder waardeert is geen ontkenning van het feit dat de ander de muziek juist hartverwarmend en prachtig vindt. En andersom. Kate zou die vrijheid, dat gegeven, toejuichen en snobistisch gedoe rond haar muziek afwijzen, daarvan ben ik zeker.
Mist is in feite een goed woord om te omschrijven hoe de muziek op dit album bij je naar binnen trekt. Het begint ijl, maar langzaam omringt het je en voor je het weet ben je er van vergeven. In een gestaag tempo. Geholpen door opmerkelijke gastbijdragen zoals we van haar gewend zijn zoals haar zoon Albert (Snowflake), Andy Fairwather Low (Wild man), Elton John (Snowed in at Wheeler Street), Stephen Fry (50 Words for snow). Niet elke gastbijdrage pakt even gelukkig uit. Elton John blijft een vreemde eend in de bijt maar toch weet dat nummer te overtuigen. Hoogtepunten op dit traag om zich heen grijpende album zijn Misty, dat zich langzaam ontvouwt en uiteindelijk een mooie climax bereikt en het even vreemde als poppy nummer Wild man, dat over de Yeti verhaalt .
Is dit een meesterwerk? Nee, het is onmiskenbaar een album van Kate en dat zegt voor veel mensen genoeg. Op nagenoeg ieder album van haar heb ik wel het één of ander aan te merken. En misschien juist omdat zij zo eigenzinnig haar goddelijke gang gaat. Bombast? Ja! Overstelpende somberheid? Ja! Onnavolgbare, soms regelrecht infantiele hersenspinsels? Ja! Het zou goed denkbaar zijn dat haar zelfgekozen isolement van de buitenwereld ingegeven is, juist doordat mensen haar zo op een voetstuk geplaatst hebben. Een plek waar ze, naar mijn idee, nooit had willen zijn. Al die aan haar toegeschreven 'mystiek' is slechts schijn. Ze doet wat ze doet en af en toe maakt ze muziek. En of het mensen nu raakt of niet, of het nu mooi gevonden wordt of niet, dat is aan de luisteraar. En aan de luisteraar alleen.
Mij raakt het. Waar bij de ene luisteraar de herfstige misflarden van de muziek op dit album koud aanvoelen ontbrand bij mij het vuur. En dat is ook het mooie van muziek, ook altijd door Kate erkent: muziek betekent voor ieder individu weer iets anders. Dat de ene luisteraar haar album minder waardeert is geen ontkenning van het feit dat de ander de muziek juist hartverwarmend en prachtig vindt. En andersom. Kate zou die vrijheid, dat gegeven, toejuichen en snobistisch gedoe rond haar muziek afwijzen, daarvan ben ik zeker.
Mist is in feite een goed woord om te omschrijven hoe de muziek op dit album bij je naar binnen trekt. Het begint ijl, maar langzaam omringt het je en voor je het weet ben je er van vergeven. In een gestaag tempo. Geholpen door opmerkelijke gastbijdragen zoals we van haar gewend zijn zoals haar zoon Albert (Snowflake), Andy Fairwather Low (Wild man), Elton John (Snowed in at Wheeler Street), Stephen Fry (50 Words for snow). Niet elke gastbijdrage pakt even gelukkig uit. Elton John blijft een vreemde eend in de bijt maar toch weet dat nummer te overtuigen. Hoogtepunten op dit traag om zich heen grijpende album zijn Misty, dat zich langzaam ontvouwt en uiteindelijk een mooie climax bereikt en het even vreemde als poppy nummer Wild man, dat over de Yeti verhaalt .
Is dit een meesterwerk? Nee, het is onmiskenbaar een album van Kate en dat zegt voor veel mensen genoeg. Op nagenoeg ieder album van haar heb ik wel het één of ander aan te merken. En misschien juist omdat zij zo eigenzinnig haar goddelijke gang gaat. Bombast? Ja! Overstelpende somberheid? Ja! Onnavolgbare, soms regelrecht infantiele hersenspinsels? Ja! Het zou goed denkbaar zijn dat haar zelfgekozen isolement van de buitenwereld ingegeven is, juist doordat mensen haar zo op een voetstuk geplaatst hebben. Een plek waar ze, naar mijn idee, nooit had willen zijn. Al die aan haar toegeschreven 'mystiek' is slechts schijn. Ze doet wat ze doet en af en toe maakt ze muziek. En of het mensen nu raakt of niet, of het nu mooi gevonden wordt of niet, dat is aan de luisteraar. En aan de luisteraar alleen.
Lilian Hak - Old Powder New Guns (2010)

4,0
0
geplaatst: 13 oktober 2010, 11:13 uur
Lilian wie? Hak is de naam en voor mij was ze een grote onbekende. Bij een internetspeurtocht las ik dat ze een 'voormalige electrochick' wordt genoemd. Maar deze 'electrochick' laat zich graag door nostalgie inspireren. Daarvan getuigt haar derde album Old powder new guns. In een interview met de Volkskrant verhaalt ze over haar appartementenruil in Bangkok. In het verre oosten had ze de tijd en ruimte om haar liefde voor oude films als The postman always rings twice en Gone with the wind uit te kristalliseren in muziek. De oude filmmuziek werd door haar grondig verbouwd, verknipt, gesampled en geboetseerd. Het resultaat mag er zijn! De coverfoto met de maffe haarextensies en haar serieuze blik had me aanvankelijk op het verkeerde been gezet. Ik verwachtte donkerder sferen met duistere doem. Niets van dit al. Het zijn geen oppervlakkige niemandalletjes die ze ons voorschotelt maar de toon is luchtig en toegankelijk en in enkele nummers als Rebels Outlaws Misfits en het prijsnummer Never Speak to Strangers zelfs aanstekelijk. En ondanks dat ze de oude muziek danig onder handen heeft genomen is de sfeer helemaal die van de aloude film noir. Haar mooie wendbare stem past naadloos in het geheel. Dat ze zich live ook waar maakt (samen met een 11 koppig ensemble) hebben haar optredens (o.a. in DWDD) wel bewezen.
Lisa Gerrard - The Black Opal (2009)

3,5
0
geplaatst: 23 november 2009, 20:47 uur
Vanaf begin jaren tachtig tot diep in de jaren negentig hebben Lisa Gerrard en Brendan Perry een wereld voor ons ontsloten die we niet voor mogelijk hebben gehouden. Was hun titelloze eersteling nog doordesemd van de geest van Joy Division, al snel bouwden ze aan een heel eigen geluid waarin elementen uit de klassieke muziek de rock verdrongen. En ze versmolten invloeden uit diverse muziekculturen in hun muziek lang voordat de wereldmuziek in de popmuziek gemeengoed werd. Die invloeden werden zelfs steeds sterker en de zware doem raakte meer en meer op de achtergrond. Als duo vulden ze elkaar perfect aan: Perry de down-to-earth crooner en Lisa altijd in hogere etherische sferen. En dan die stem! Zelf noemt ze het 'The work' en beschouwt haar stem als een instrument van God. En daarom heen spint ze nog allerlei onnavolgbare holistische ideeën. Ik heb sommige interviews met haar wel eens uit ergernis half gelezen weggelegd. Nu zal het mij eerlijk gezegd ook worst zijn hoe ze het doet. Het gaat om de uitwerking die ze heeft op de luisteraar. Als je je stem als instrument gebruikt en je vooral van woordloze zang bediend en als je er zulke new age-achtige theorieën op na houdt besluipt je het gevaar dat het esthetisch maar irrelevant geneuzel wordt. Maar zij slaagt er in zonder woorden mensen te raken. Dàt is haar werkelijk gave. groter dan die van haar enorme stembereik.
Ik moet bekennen dat toen zij en Brendan huns weegs gingen ik me wel zorgen heb gemaakt. Brendan zorgde toch voor de nodige nuchterheid en zette ze als duo met beide benen op de grond waar Lisa de neiging had te veel naar het etherische te neigen. Maar haar eerste debuut The Mirror Pool stelde me gerust want het was verrassend goed en bood een mooie staalkaart van haar kunnen met als stralend hoogtepunt Sanvean: i am your shadow. Van haar filmmuziek heb ik echter nooit zo gehouden (op het prachtnummer See the sun en haar bijdragen aan The Gladiator na). Hoezeer ik uit interviews met Lisa begrijp dat het voor haar allemaal vanuit dezelfde inspiratie ontspruit. Wat voortkwam uit haar samenwerking met Klaus Schulze vind ik niets meer of minder dan muzikaal behang.
En nu heeft ze haar laatste muzikale ei gelegd. The Black Opal nestelt zich wat sfeer en muziek betreft tussen Immortal memory en The Silver Tree in en bestaat grofweg uit dezelfde componenten: gedragen orkestrale nummers (Red horizon, In search of lost innocence met als hoogtepunt: Redemption), hymnes (het Leonard Cohen-achtige The serpent & the dove, The maharaja), ritmische nummers (Tell it from the mountain,The crossing, All along the watchtower), etherische sfeertekeningen (Solace) en ballades (Black forest, Sleep). Het is een mooi en evenwichtig geheel. Het klankbeeld is in haar donkere pracht weer oorstrelend. Bovendien heeft ze nog immer niet aan overtuigingskracht ingeboet en weet ze de luisteraar te raken.
Red horizon trekt je onmiddellijk weer die kenmerkende Lisasfeer in: gedragen met altijd die donkere dreiging op de achtergrond die soms als een bijna verstikkende deken over de muziek hangt. Musicmeter recensent aERodynamIC heeft al op prachtige en volledige wijze een beschrijving gegeven van de verschillende composities en ik kan hem volledig daarin volgen. Ieder album getuigt Lisa weer van aan zekere continuïteit in haar muziek maar toch borduurt ze niet gemakzuchtig voort op hetzelfde liedje. Iedere keer zijn er weer nummers te ontdekken die me verrassen zoals hier de prachtige afsluiter Sleep. Ze schroomt steeds minder in het Engels te zingen al voegt het in mijn ogen niet echt iets wezenlijks toe aan haar muziek. De zeggingskracht komt niet uit haar woorden maar vanuit haar ziel. In ieder geval weet la Gerrard met The Black Opal andermaal te overtuigen.
Ik moet bekennen dat toen zij en Brendan huns weegs gingen ik me wel zorgen heb gemaakt. Brendan zorgde toch voor de nodige nuchterheid en zette ze als duo met beide benen op de grond waar Lisa de neiging had te veel naar het etherische te neigen. Maar haar eerste debuut The Mirror Pool stelde me gerust want het was verrassend goed en bood een mooie staalkaart van haar kunnen met als stralend hoogtepunt Sanvean: i am your shadow. Van haar filmmuziek heb ik echter nooit zo gehouden (op het prachtnummer See the sun en haar bijdragen aan The Gladiator na). Hoezeer ik uit interviews met Lisa begrijp dat het voor haar allemaal vanuit dezelfde inspiratie ontspruit. Wat voortkwam uit haar samenwerking met Klaus Schulze vind ik niets meer of minder dan muzikaal behang.
En nu heeft ze haar laatste muzikale ei gelegd. The Black Opal nestelt zich wat sfeer en muziek betreft tussen Immortal memory en The Silver Tree in en bestaat grofweg uit dezelfde componenten: gedragen orkestrale nummers (Red horizon, In search of lost innocence met als hoogtepunt: Redemption), hymnes (het Leonard Cohen-achtige The serpent & the dove, The maharaja), ritmische nummers (Tell it from the mountain,The crossing, All along the watchtower), etherische sfeertekeningen (Solace) en ballades (Black forest, Sleep). Het is een mooi en evenwichtig geheel. Het klankbeeld is in haar donkere pracht weer oorstrelend. Bovendien heeft ze nog immer niet aan overtuigingskracht ingeboet en weet ze de luisteraar te raken.
Red horizon trekt je onmiddellijk weer die kenmerkende Lisasfeer in: gedragen met altijd die donkere dreiging op de achtergrond die soms als een bijna verstikkende deken over de muziek hangt. Musicmeter recensent aERodynamIC heeft al op prachtige en volledige wijze een beschrijving gegeven van de verschillende composities en ik kan hem volledig daarin volgen. Ieder album getuigt Lisa weer van aan zekere continuïteit in haar muziek maar toch borduurt ze niet gemakzuchtig voort op hetzelfde liedje. Iedere keer zijn er weer nummers te ontdekken die me verrassen zoals hier de prachtige afsluiter Sleep. Ze schroomt steeds minder in het Engels te zingen al voegt het in mijn ogen niet echt iets wezenlijks toe aan haar muziek. De zeggingskracht komt niet uit haar woorden maar vanuit haar ziel. In ieder geval weet la Gerrard met The Black Opal andermaal te overtuigen.
Little Annie & Paul Wallfisch - Genderful (2010)

4,0
0
geplaatst: 9 april 2010, 10:33 uur
This is some lady! Little Annie alias Annie Anxiety of zoals haar echte naam luidt: Annie Bandez heeft een markante stem met rafelrandjes. Daarmee vertelt ze verhalen over verloren liefdes, verkeerde vrienden en hachelijke avonturen. De sfeer die wordt opgeroepen is die van een rokerige nachtclub, chique maar verlopen. Hoe glamoureus kan de zelfkant van het leven zijn? Zij weet er alles van. Nagenoeg elk nummer dat ze zingt zou haar autobiografie zou kunnen zijn. Veelzijdig is ze ook nog. Ze is zangeres, componiste, schilderes, schrijfster, danseres, spoken word-artieste en actrice. Haar cv met muzikale samenwerkingen mag er ook zijn: Coil, King Gongo Powers, Adrian Sherwood, Crass, Rubella Ballett, Wolfgang Press, Paul Oakenfold, Marc Almond. Haar laatste wapenfeiten zijn een soloalbum uitgebracht in 2006 Songs from the Coalmine Canary geproduceerd door Antony Hegarty (Antony and the Johnsons) en een samenwerking met pianist Paul Wallfish: Good Things Happen To Bad Pianos (2008).
Ze doet me denken aan Marianne Faithfull maar dan met humor en zelfrelativering. In de wereld van Annie kan het gevaarlijk en donker zijn maar het wordt nooit zwaar. Dat wordt al geïllustreerd door wat ze zelf zegt over de turbulente periode toen ze als zestienjarige New York onveilig maakte en haar eerste podiumervaring in Max's Kansas City opdeed. "Well it was so much fun down here because I lived in this neighbourhood on 5th Street and you couldn't pay anybody to live down here then - in the 70s, so it was cheap and it was funky and you had Max's Kansas City up the street and it was all the leftover Warhol crew and the Belmore Cafeteria at night and it was funky, dangerous - but funky, and I was little kid, so it was wonderfully glamorous. That was until the 80s came and everyone dropped dead, you know what I mean?"
Bestond haar vorige album met pianist Paul Wallfish nog uit covers van rock- en popklassiekers - een hachelijke exercitie die ze glansrijk volbracht - hun nieuwe album Genderful is gevarieerder van opzet, sfeer en muzikale begeleiding. En zoals we van haar gewend zijn: elk nummer vormt een verhaal op zich. Tante Annie zal je wel even vertellen hoe het leven je op veelvuldige wijze kan tekenen. En dat doet ze onnavolgbaar. In het openingsnummer Tomorrow will be is ze te horen in de hoedanigheid van spoken word-artieste. Het nummer doet in gebruik van spreekstem denken aan Freddy and me van Songs from the Coalmine Canary maar niet in muzikale begeleiding. Er wordt een aangenaam kabbelend bedje gelegd van elektronica en drumcomputer. Het refrein wordt gevormd door een even aanstekelijke als prettig vreemd aandoende samenzang met Paul Wallfish. Het spaarzame gebruik van electronica geeft het geheel net dat arty sfeertje mee zonder het 'arty farty' te laten zijn. Want Annie duldt geen moeilijkdoenerij. Haar spreekstem zal ze meer rappend gebruiken in het prachtnummer Billy Martin Requiem, weer doorspekt met lekker ongemakkelijke samenzang. Een perfecte ode aan door haar bewonderde mannen. Maar er is natuurlijk ook het klassieke pianosong repertoire waarbij ze zich als een vis in het water voelt zoals In the Bar Womb, Cutesy Bootsies, Zexy Zen Zage en het werkelijk magnifieke Because You're Gone Song. Dat nummer is ijzingwekkend ontroerend. Op de videoclip huilt ze tranen met tuiten. Totaal over de top. Maar zij komt er met gemak mee weg. Waarom? Ze heeft klasse. En het is juist dat beetje zelfrelativering in haar intonatie die alle ellende waar ze over zingt zo behapbaar maakt. Toegankelijk, nergens geforceerd en op veel momenten oprecht ontroerend. Thank you Lord, for Little Annie!
Ze doet me denken aan Marianne Faithfull maar dan met humor en zelfrelativering. In de wereld van Annie kan het gevaarlijk en donker zijn maar het wordt nooit zwaar. Dat wordt al geïllustreerd door wat ze zelf zegt over de turbulente periode toen ze als zestienjarige New York onveilig maakte en haar eerste podiumervaring in Max's Kansas City opdeed. "Well it was so much fun down here because I lived in this neighbourhood on 5th Street and you couldn't pay anybody to live down here then - in the 70s, so it was cheap and it was funky and you had Max's Kansas City up the street and it was all the leftover Warhol crew and the Belmore Cafeteria at night and it was funky, dangerous - but funky, and I was little kid, so it was wonderfully glamorous. That was until the 80s came and everyone dropped dead, you know what I mean?"
Bestond haar vorige album met pianist Paul Wallfish nog uit covers van rock- en popklassiekers - een hachelijke exercitie die ze glansrijk volbracht - hun nieuwe album Genderful is gevarieerder van opzet, sfeer en muzikale begeleiding. En zoals we van haar gewend zijn: elk nummer vormt een verhaal op zich. Tante Annie zal je wel even vertellen hoe het leven je op veelvuldige wijze kan tekenen. En dat doet ze onnavolgbaar. In het openingsnummer Tomorrow will be is ze te horen in de hoedanigheid van spoken word-artieste. Het nummer doet in gebruik van spreekstem denken aan Freddy and me van Songs from the Coalmine Canary maar niet in muzikale begeleiding. Er wordt een aangenaam kabbelend bedje gelegd van elektronica en drumcomputer. Het refrein wordt gevormd door een even aanstekelijke als prettig vreemd aandoende samenzang met Paul Wallfish. Het spaarzame gebruik van electronica geeft het geheel net dat arty sfeertje mee zonder het 'arty farty' te laten zijn. Want Annie duldt geen moeilijkdoenerij. Haar spreekstem zal ze meer rappend gebruiken in het prachtnummer Billy Martin Requiem, weer doorspekt met lekker ongemakkelijke samenzang. Een perfecte ode aan door haar bewonderde mannen. Maar er is natuurlijk ook het klassieke pianosong repertoire waarbij ze zich als een vis in het water voelt zoals In the Bar Womb, Cutesy Bootsies, Zexy Zen Zage en het werkelijk magnifieke Because You're Gone Song. Dat nummer is ijzingwekkend ontroerend. Op de videoclip huilt ze tranen met tuiten. Totaal over de top. Maar zij komt er met gemak mee weg. Waarom? Ze heeft klasse. En het is juist dat beetje zelfrelativering in haar intonatie die alle ellende waar ze over zingt zo behapbaar maakt. Toegankelijk, nergens geforceerd en op veel momenten oprecht ontroerend. Thank you Lord, for Little Annie!
Lykke Li - Wounded Rhymes (2011)

4,0
0
geplaatst: 21 februari 2011, 22:11 uur
Go Lykke go! Ik heb een zwak voor deze dame met de Björkse nukkigheid. Toen ik voor het eerst met haar kennismaakte was ik echter niet bijster onder de indruk. Dance, dance dance, daar liepen veel van mijn muziekvrienden mee weg en zeiden: Lykke is DE ontdekking. Maar ik miste pit en avontuur. Hoe had ik kunnen bevroeden dat dit 'schuchtere' meisje een Jekyll and Hyde in zich zou herbergen? Totaal verrast was ik door Youth novels. Spannend en sfeervol. En na het live optreden dat ik van haar had gezien heeft ze me helemaal overtuigd. Schuchter meisje? Allerminst! Lief? Forget it. Daar stond een bitch van het zuiverste water die met een felheid en zelfs een zekere agressie haar nummers vertolkte. Verbeten, alsof de duivel op haar hielen zat. Met vaste en zekere stem. Weg waren de fluisterende zuchten van haar debuut.
Get some en I follow rivers beloofden al veel goeds en
zowaar, haar nieuwe album blijkt geen teleurstelling. Uitschieters zijn de al genoemde singles, maar ook Rich kid blues en Youth Knows No Pain zijn ijzersterk. Het avontuurlijke is gebleven en ook hier een heel eigen, bijna sprookjesachtige sfeer. Maar of je het er zonder kleerscheuren af brengt als je in Lykkes wereld verdwaalt? Desalniettemin, Wounded Rhymes blijkt een album om om van te houden.
Get some en I follow rivers beloofden al veel goeds en
zowaar, haar nieuwe album blijkt geen teleurstelling. Uitschieters zijn de al genoemde singles, maar ook Rich kid blues en Youth Knows No Pain zijn ijzersterk. Het avontuurlijke is gebleven en ook hier een heel eigen, bijna sprookjesachtige sfeer. Maar of je het er zonder kleerscheuren af brengt als je in Lykkes wereld verdwaalt? Desalniettemin, Wounded Rhymes blijkt een album om om van te houden.
Momus - Stars Forever (1999)

3,0
0
geplaatst: 28 april 2010, 17:18 uur
Nick Currie heeft feilloos de juiste artiestennaam gekozen: Momus, de Griekse god van hoon en spot. Hij is al decennia het enfant terrible en immer dwarse troubadour van de pop. Met zijn bijtende en satirische teksten die soms zeer persoonlijk zijn jaagt hij menigeen tegen zich in het harnas en zet anderen weer op het verkeerde been. Wat bijvoorbeeld te denken van Stars Forever uit 1999? Dit wordt gezien als zijn meest controversiële project. Hier zit zoals gewoonlijk een heel verhaal achter. Het begon met zijn voorgaande album The little red songbook (1998). Eén van de songs, Walter Carlos refereert aan Wendy Carlos. Voor haar seksoperatie beter bekend als Walter Carlos, componist van de muziek voor o.a. A Clockwork Orange. In dit nummer laat Momus Wendy een reis terug in de tijd maken waarin ze haar vroegere zelf ontmoet. Uiteindelijk trouwt Wendy met Walter. Carlos was not amused en won de door haar aangespannen rechtszaak. Momus moest flink dokken en was gedwongen de aan haar refererende songs van het album te verwijderen. Om de door hem gederfde kosten te dekken bedacht hij een plan. Voor zijn volgende album vroeg hij duizend dollar aan de eerste dertig mensen die zijn of haar naam vereeuwigd wilden zien in een song op zijn album. Ze worden in Momus' woorden geschilderd in een lied. Aldus geschiedde. Velen reageerden waaronder Jeff Koons.
Dit project leverde hem natuurlijk zowel lof als kritiek op. Heeft hij hiermee een uniek artistiek statement gemaakt of is hij gewoon een schaamteloze geldwolf? Wie zal het zeggen? Zeker is dat hij er andermaal in is geslaagd om verwarring te zaaien.
Wat sfeer betreft vliegen de songs alle kanten op, muzikaal omlijst door een vrij kaal instrumentarium waarin elektronica de boventoon voert. De teksten zijn als vanouds komisch, scherp en soms tegen het grove aan, zeker als het over seks gaat. Of dit nu een artistiek hoogtepunt in zijn oeuvre is waag ik te betwijfelen maar ik heb me bij het beluisteren ervan kostelijk geamuseerd. En niet te vergeten zijn op dit album ook de winnaars te beluisteren van de Karaoke wedstrijd met songs van zijn album The Little Red Songbook. ook weer zo'n maf idee van die onverbeterlijke satiricus.
Dit project leverde hem natuurlijk zowel lof als kritiek op. Heeft hij hiermee een uniek artistiek statement gemaakt of is hij gewoon een schaamteloze geldwolf? Wie zal het zeggen? Zeker is dat hij er andermaal in is geslaagd om verwarring te zaaien.
Wat sfeer betreft vliegen de songs alle kanten op, muzikaal omlijst door een vrij kaal instrumentarium waarin elektronica de boventoon voert. De teksten zijn als vanouds komisch, scherp en soms tegen het grove aan, zeker als het over seks gaat. Of dit nu een artistiek hoogtepunt in zijn oeuvre is waag ik te betwijfelen maar ik heb me bij het beluisteren ervan kostelijk geamuseerd. En niet te vergeten zijn op dit album ook de winnaars te beluisteren van de Karaoke wedstrijd met songs van zijn album The Little Red Songbook. ook weer zo'n maf idee van die onverbeterlijke satiricus.
Reptile71 - In Dust: 2000-2003 (2009)

3,5
0
geplaatst: 26 november 2009, 16:57 uur
Het is natuurlijk het toppunt van jongensboekromantiek: een jongen die thuis achter zijn pc een heel album bij elkaar componeert. En dan nog muziek geïnspireerd door die donkere periode van new wave waar de romantiek der doem en eenzaamheid hoogtij vierde. Maar let wel, componeren, al dan niet op zolderkamertjes met minimale middelen: het zijn geen mindere goden die hem voor zijn gegaan. De hoesafbeelding, een echo van de ongeboren baby van de zanger/componist Reptile71 en zijn vriendin zou symbool kunnen staan voor het tot stand komen van een muzikale vrucht. Wil je in clichés denken en ach, clichés kunnen mooi zijn. Maar ook doet het mij persoonlijk denken aan de hoesfoto van Ágætis Byrjun van Sigur Rós. Het is niet zozeer dat de muziek van Reptile71 refereert aan de muziek van de IJslandse band. Zijn muziek is meer een ode aan de new wave in zijn puurste vorm. Maar wel refereert het aan een zekere onschuld en onbevangenheid die de muziek uitstraalt. Dit ondanks de koele afstandelijkheid van de elektronica. De zangstem van Reptile71 is - geheel volgens new wave traditie - ongenaakbaar maar heeft ook iets heel kwetsbaars en breekbaars.
In Dust: 2000-2003 zou evengoed in de jaren 80 gecomponeerd kunnen zijn en dat is geen kritiek. Het bezit het goede van de beste bands uit de new wave: mooie sobere aankleding, gedragen sfeer, een aangename melancholie, mooie melodieën die beklijven en subtiele percussie. Als favoriet is al vaker het eerste nummer All wrong genoemd. En dat is niet voor niets. Dit nummer is aanstekelijk in zowel ritme als zang en heeft al de bovengenoemde ingrediënten die dit album zo'n aangename luisterervaring maken.
De duistere sfeer zet zich voort in de overige nummers maar wordt nergens verstikkend. het klanktapijt is met een open patroon geweven. Reptile71 heeft geen wereldschokkende- maar wel een prettige zangstem waarmee hij de zielenpijn niet al te hard laat schrijnen.
Daar de muziek soms vrij monotoon is (ook des New wave's) zijn verrassings- en geluidseffecten welkom. Mooi is het gesamplede geluidsfragment in All wrong uit één of andere SF-film van een alien (met Amerikaans accent) die de aardbewoners oproept te stoppen met oorlog en geweld. Dit soort verrassingen komen vaker voor (zoals baby- en zeegeluiden in het laatste nummer) maar hadden wat mij betreft nog talrijker mogen zijn. Ook het werken met contrast schudt de luisteraar weer even wakker in zijn aangename trip zoals de tempowisselingen en -versnellingen in New Times en Upside Down. Ook een sterk punt is de melodie in zowel de zanglijn als de instrumentatie die blijft beklijven. Met name in de nummers Drag en Always a Way (mooie referentie aan Vienna van Ultravox). Enig punt van kritiek is wel dat de momenten dat je als luisteraar bij de les wordt gehouden door verrassingselementen of desoriënterende contrasten net iets te schaars zijn. Het had allemaal iets spannender en minder kabbelend gekund.
Maar al met al heeft Reptile71 hier een werk afgeleverd waar hij met recht trots op kan zijn. Meerdere composities kunnen zich meten met de meer bekende new wave en neo-new wave bands. Hier is niet de zoveelste neoband opgestaan, met In Dust: 2000-2003 wordt een traditie op integere wijze voortgezet.
In Dust: 2000-2003 zou evengoed in de jaren 80 gecomponeerd kunnen zijn en dat is geen kritiek. Het bezit het goede van de beste bands uit de new wave: mooie sobere aankleding, gedragen sfeer, een aangename melancholie, mooie melodieën die beklijven en subtiele percussie. Als favoriet is al vaker het eerste nummer All wrong genoemd. En dat is niet voor niets. Dit nummer is aanstekelijk in zowel ritme als zang en heeft al de bovengenoemde ingrediënten die dit album zo'n aangename luisterervaring maken.
De duistere sfeer zet zich voort in de overige nummers maar wordt nergens verstikkend. het klanktapijt is met een open patroon geweven. Reptile71 heeft geen wereldschokkende- maar wel een prettige zangstem waarmee hij de zielenpijn niet al te hard laat schrijnen.
Daar de muziek soms vrij monotoon is (ook des New wave's) zijn verrassings- en geluidseffecten welkom. Mooi is het gesamplede geluidsfragment in All wrong uit één of andere SF-film van een alien (met Amerikaans accent) die de aardbewoners oproept te stoppen met oorlog en geweld. Dit soort verrassingen komen vaker voor (zoals baby- en zeegeluiden in het laatste nummer) maar hadden wat mij betreft nog talrijker mogen zijn. Ook het werken met contrast schudt de luisteraar weer even wakker in zijn aangename trip zoals de tempowisselingen en -versnellingen in New Times en Upside Down. Ook een sterk punt is de melodie in zowel de zanglijn als de instrumentatie die blijft beklijven. Met name in de nummers Drag en Always a Way (mooie referentie aan Vienna van Ultravox). Enig punt van kritiek is wel dat de momenten dat je als luisteraar bij de les wordt gehouden door verrassingselementen of desoriënterende contrasten net iets te schaars zijn. Het had allemaal iets spannender en minder kabbelend gekund.
Maar al met al heeft Reptile71 hier een werk afgeleverd waar hij met recht trots op kan zijn. Meerdere composities kunnen zich meten met de meer bekende new wave en neo-new wave bands. Hier is niet de zoveelste neoband opgestaan, met In Dust: 2000-2003 wordt een traditie op integere wijze voortgezet.
Stateless - Stateless (2007)

4,0
0
geplaatst: 31 januari 2011, 11:11 uur
Alles aan de muziek van Stateless lijkt je te verleiden: de prachtige Jeff Buckley-achtige stem van zanger Chris James en de vloeiende glanzende muzikale bedding waarin deze gedijt. De combinatie van gloedvolle strijkers, electronica en breakbeat is niet nieuw. Het is ook geen verrassing dat ze vergeleken worden met Portishead en Massive Attack. Ook worden invloeden van Radiohead en Coldplay genoemd. Origineel? Nee dus. Maar wonderschoon. Niet ieder nummer weet de juiste snaar te raken maar nummers als Prism#, het epische Exit en Bloodstream beklijven en doen de alom bekende Bristol sound eer aan. This language laat weer een andere kant van Stateless zien door het gebruik van soloviool (in plaats van een gesampled orkest). Een 'gypsy' sound die ze op hun tweede album nog verder zullen uitwerken en vervolmaken. Mensen die hun laatste album Matilda nog niet hebben gehoord: dit is een absolute aanrader. Eigenzinniger dan hun titelloze debuut, minder schatplichtig aan hun voorbeelden en minstens zo avontuurlijk.
The Magic Theatre - London Town (2010)

3,5
0
geplaatst: 20 januari 2010, 10:34 uur
Dankzij Aero heb ik mogen kennismaken met de wondere wereld van the Magic Theatre. Hoewel deze band een nieuwe ster aan het popfirnament is hebben de leden Dan Popplewell en Sophia Churney hun sporen reeds lang verdiend. De oude schoolvrienden Popplewell en Andy Flett formeerden in 1997 de band Ooberman waar zangeres en toetsenist Sophia zich al snel bij aansloot, later volgde Andy's broer Steve. Onder de naam Ooberman brachten ze drie albums uit, een mini album, een verzamel album met niet uitgebrachte opnames en diverse singels. Naast Ooberman heeft Dan Popplewell nog een ander project: Symphonika. Hierin leeft hij zich samen met het Royal Liverpool Philharmonic uit in een orgastisch en bombastisch sprookjesavontuur dat de enige echte soundtrack voor The Lord of the Rings had kunnen zijn. Lustig leentjebuur spelend bij Carl Orff. Aero wees er in zijn bijdragen hier al op: vele Symphonika melodieën komen weer langs als je London Town van The Magic Theatre beluistert. In feite komen de belangrijkste elementen van de diverse projecten samen in The Magic Theatre: Vrolijke retropop met een bombastisch randje en sprookjesachtige orkestrale kitsch. En zij gaan hier een gelukkig huwelijk aan. Want waar het Symphonica project soms ver over de schreef gaat wat behapbare bombast betreft is London Town een uiterst gebalanceerd en smaakvol geheel. Popplewell slaagt er met zijn arrangementen in je mee te voeren in zijn technicolor Strawberry Fields sprookjeswereld. Uitschieters zijn de meer energieke nummers Steamroller en London Town. Maar ook Out There weet te bekoren met prachtige melodieën.
Zijn er alleen maar lovende superlatieven te verhalen over dit juweeltje? Helaas niet. Persoonlijk weet zangeres Sophia Churney mij niet helemaal te raken. Haar zang is te vlak om mij net zo mee te voeren als de prachtig gearrangeerde muziek. Haar damesachtige lieflijkheid kan me zeker bekoren maar bij haar mis ik charisma en diepte. Dat neemt niet weg dat dit duo een bijzonder en betoverend werk heeft afgeleverd dat hen hopelijk de lang verwachte commerciële doorbraak zal bezorgen.
Zijn er alleen maar lovende superlatieven te verhalen over dit juweeltje? Helaas niet. Persoonlijk weet zangeres Sophia Churney mij niet helemaal te raken. Haar zang is te vlak om mij net zo mee te voeren als de prachtig gearrangeerde muziek. Haar damesachtige lieflijkheid kan me zeker bekoren maar bij haar mis ik charisma en diepte. Dat neemt niet weg dat dit duo een bijzonder en betoverend werk heeft afgeleverd dat hen hopelijk de lang verwachte commerciële doorbraak zal bezorgen.
